Jump to content

Recommended Posts

Proloog

 

Mensen zijn niet gemaakt om één persoon een leven lang lief te hebben als een ware geliefde. Eentje waarmee je jouw diepste geheimen deelt, elkaars lippen kust voor het slapengaan en na het ontwaken en vooral eentje waar je de rest van het leven en het hiernamaals mee samen blijft. Mensen zijn niet gemaakt om hun liefde aan slechts één van de miljarden mensen op aarde te bieden. Waarom doen we dan toch zo ons best om één persoon lief te hebben, voor de rest van ons leven? Is het de wens voor een gezin? Is het de wens op te voldoen aan de geromantiseerde versie van een gelukkig leven? Of is het misschien een drang om te bewijzen dat onze trouw aan één speciaal persoon belangrijker is dan onze innerlijke strijd om een ander tegelijkertijd lief te hebben? Misschien komen we er ooit achter. Misschien ook niet. We zien het wel, hoe de tijd loopt.

 

* * *

 

Lillian Sprout hield niet zo van de regenachtige dagen in maart. Het gaf haar een koud gevoel, deed haar niet bepaald vrolijk voelen en liet haar zo nu en dan lichtelijk gedeprimeerd door de glas-in-lood ramen naar buiten turen, in de hoop dat de laatste druppels vluchtig zouden vallen. Vandaag was weer zo'n kille en koude maandag, waarbij er meer water uit de lucht leek te vallen dan het grote meer op het terrein van Zweinstein Hogeschool zou kunnen bevatten. Met een diepe zucht liet ze haar kin op haar vuist steunen en bood ze zichzelf de gelegenheid om chagrijnig en energieloos op de sofa te laten zakken, haar warme omslagdoek om zich heen gewikkeld. De doek met grote, Schotse ruit had ze gekregen van haar geliefde, die zichzelf op dat zelfde moment liet neerzakken in de fauteuil naast de sofa waar Lillian op zat. Sebastian Kingsley's ogen tuurden met een doffe blik naar buiten, waar de regen nog harder neer begon te kletteren dan de waterstralen uit de douchekop kwamen druppelen. "Het weer is echt ontzettend slecht... Ik zou willen dat het april was... dan is het al een stuk warmer en zonniger." Lillian zuchtte nog harder na haar lichte klaagzang en besloot zich af te wenden van de steeds donkerder uitziende buitenlucht. "Ik weet het, ik zou nu liever buiten aan het Zwerkballen zijn, maar het weer laat het gewoon niet toe." Lillian knikte naar Sebastian en gaf hem een kleine, begripvolle glimlach. "Over twee weken is de volgende wedstrijd al weer. Denk je dat we het kunnen winnen van Zwadderich? Ik hoorde van Daniella dat ze nu veel harder hebben getraind dan voorheen, gezien hun nederlaag van vorig jaar. Ik hoorde trouwens dat Keane een plekje in het team heeft gekregen en dat hij best goed is op zijn drijverspositie. Hij zou de beste speler zijn in tijden, zelfs beter dan Rosine." Sebastian keek haar met een bedenkelijke blik aan en krabde zich even door zijn donkere krullen. "Beter dan Rosine? Dan moet hij inderdaad wel goed zijn ja... We gaan het wel zien tegen die tijd, denk ik. Ik weet wel dat we, wanneer het opklaart, echt verder moeten gaan met trainen. Als we niets doen, kunnen ze ons als uitgewrongen dweilen van het veld slepen... En ik word niet graag vergeleken met een slappe dweil. Daar ben ik veel te knap voor." Een licht arrogante, scheve grijns sierde zijn gezicht en maakte Lillian aan het glimlachen. "Soms ben je een ongelooflijk geval. Maar dat siert je." Lillian stond op van de sofa en streek even de plooien van haar rokken glad. Haar voeten verplaatsten zich naar de fauteuil en ze boog zich voorover om Sebastian's lippen te kunnen kussen. Het zachte gevoel van zijn lippen tegen de hare gaf haar kleine, kriebelende vlindertjes in haar buik. Ze was gelukkig zo. Er hoefde verder niets aan te veranderen. Ze was er heilig van overtuigd dat Sebastian haar grote liefde was en kon zich in haar dagdromen en nachtdromen voorstellen hoe ze samen oud en gelukkig zouden worden. Getrouwd, met een mooie bubs kinderen. Ze zouden oud en grijs in de vallei zitten, vlak achter huize Kingsley, met hun kirrende kleinkinderen die speelden in het hoge gras. Ze zouden naar elkaar glimlachen en hun handen ineenslaan als twee geliefden. Gelukkig en gezegend. Een lieve glimlach speelde op haar gezicht en lieflijk pakte ze zijn hand beet. "Zullen we naar de keukens gaan? Ik heb trek in iets lekkers." Sebastian verstrengelde zijn vingers met de hare en kwam omhoog uit de fauteuil. "Goed plan. Ik rammel..." Samen liepen de twee Griffoendors richting het portretgat van de leerlingenkamer, op weg naar de schalen met lekker eten, trommels met koekjes en andere hapjes die de huiselven voor hen zouden klaarmaken.

Share this post


Link to post
Share on other sites

-1-

 

De tijd leek voorbij te zijn gevlogen de laatste dagen. Het weer was gelukkig beter geworden, maar het was nog steeds bewolkt en koud, waardoor Lillian, Sebastian en de rest van het Griffoendorse Zwerkbalteam zich dik aan hadden moeten kleden voor de trainingen. Ze hadden geoefend, geoefend en nog meer geoefend, tot hun vingers haast leken te bevriezen van de koude maartlucht. Ze moesten ultiem voorbereid zijn op hun wedstrijd, die binnen enkele minuten van start zou gaan. Lillian was nerveus. Ze wilde graag de winst, maar toch was ze onzeker over de loop van de wedstrijd, met de aangepaste opstelling van Zwadderich. Haar ogen gleden over het speelveld en zagen de contouren van de bekende gezichten. Daar viel ook het gezicht van Keane onder. Het was dus toch waar, Keane Cadwgan in het team van Zwadderich. Daniella had dit keer niet gelogen of een geintje uitgehaald met haar en de rest van de Griffoendors. Het is niet dat ze hem helemaal niet kende. Keane Cadwgan. Hij was een deel van hun vriendengroep, hun kliekje met populaire studenten op school. Ze waren vaak met elkaar met gezellige spelletjesavonden, buitenschoolse activiteiten zoals zwemmen en theater en zo nu en dan hielden ze een feestje, waarbij alcohol nog vlotter vloeide dan water in een waterval. Lillian vond hem wel wat arrogant en ging eigenlijk niet zo heel bijster veel met hem om. Toch maakten ze wel eens een praatje, maakten een grapje met elkaar, hier en daar, en soms speelden ze wel eens een potje fluimstenen of knalpoker. Het lag puur aan zijn bui en of hij niet veel te druk bezig was met populair zijn en met stoerdoenerij. Lillian haatte het als mensen zich beter voordeden dan anderen, vooral als ze zich dan ook profileerden als betere, slimmere of sterkere mensen. Zelf was Lillian helemaal niet zo. Ze zou de dag verafschuwen dat zij zich boven anderen zou stellen, vooral wanneer deze vele malen beter waren dan zij was. Maar dat deerde nu niet. Het was nu van belang dat zij haar positie aannam op het Zwerkbalveld en ze moest en zou bij de start van de wedstrijd de slurk bemachtigen. Het was belangrijk om bij de opening de slurk te bemachtigen. De eerste goals zouden bepalend zijn voor de wedstrijd. Een voorsprong van tien punten was uiteraard beter dan een achterstand, maar zij zou er vandaag voor zorgen dat de eerste worp de hare zou zijn. Ze positioneerde zich op haar vertrouwde plekje, te midden van haar medejagers, Blanche en David. Ze hadden dit zo vaak geoefend. David zou met haar mee vliegen, zodat ze een tweede poging hadden op slurkbezit. Wie hem eerder had, mocht door werpen, maar het was in eerste instantie de bedoeling dat de middelste jager eerst zou toeslaan. Maar als Lillian daar niet toe in staat was, zou David haar rol overnemen. Lillian's ogen flitsten langs de gezichten van Blanche en David, die ze bevestigend toeknikte. Ook Sebastian viel even in haar blikveld, naar wie ze ook even wenkte. Sebastian zou haar rugdekking bieden, zorgen dat geen beuker haar zou raken. Ze vertrouwde hem blindelings. Ze zou haar leven in zijn handen durven leggen en weten dat hij het met zijn eigen leven zou bewaken. Hij was zo toegewijd, zo loyaal. Alles wat ze zich zou kunnen wensen, niet alleen als teamgenoot, maar ook als geliefde.

 

Een luid gejuicht barstte los van de tribunes aan weerszijden van het veld. Griffoendor versus Zwadderich, de klassieker van de Zwerkbalwedstrijden. Griffoendor had vroeger vele malen winst behaald, maar de laatste jaren was het aan Zwadderich om de Griffoendors te verslaan met ruime winst. Hun spel was tactisch sterker dan dat van hun, maar de Griffoendors hadden op een of andere manier meer snelheid en talent. Het enige wat miste was overzicht en een sterke, vooral onvoorspelbare tactiek. Ze waren te voorspelbaar met acties, maar daar wilde Lillian verandering in brengen deze wedstrijd. Ze moesten en zouden winnen vandaag. Zodra professor Braxton het veld betrad, met het fluitje om zijn nek, de slurk in de handen en de beukers en snaai rond flitsend over het veld, nam het gejuich en gejoel van de tribunes af. Zijn diepe, luide stem weerklonk langs ieder grassprietje van het veld. "Dames en heren. Ik wil een eerlijke, sportieve wedstrijd van jullie zien! Aan beide teams succes gewenst! Griffoendor klaar? Zwadderich klaar?" Zijn ogen flitsten langs de aanvoerders van de teams; Sebastian en Rosine. Lillian nam haar starthouding aan op haar bezemsteel en zette zich schrap voor het startsignaal van de wedstrijd. Binnen enkele seconden zou het fluitsignaal klinken en moest ze voor de sprint gaan. Nog drie... twee... een... Een luid gefluit klonk in haar oren en bij de eerste signalen die doordrongen tot haar hersenen, zette Lillian zich af en raasde ze als een speer op de slurk af. 

 

* * *

 

De wedstrijd was wederom niet in het voordeel van Griffoendor. Niet omdat ze niet goed hadden gespeeld, ze hadden juist briljant gespeeld. Maar Zwadderich had enorm valsgespeeld. Schofterige tackles, ruw gebeuk en overtredingen die ver onder de gordel gingen. Blanche was hals over de kop naar beneden gestort, na een sandwichtackle van Satou en Allen. Cashwell had Alois op zijn gewaad gespuugd en Keane besloot om beukers vanaf twee meter afstand naar iedereen te slaan. Lillian had er een op een haar na kunnen ontwijken en had met een woest gezicht gekeken naar die zelfingenomen glimlach van de Zwadderaar. Hij dacht ècht dat hij heel wat was. Het deed Lillian walgen en ze draaide pertinent haar hoofd om. Bij het eindsignaal van de wedstrijd wierp Lillian een blik op Sebastian, die zijn weg had gevonden naar professor Braxton om steen en been te klagen over deze wedstrijd. Het kon niet dat Braxton zo veel overtredingen had toegelaten, het was niet eerlijk! Ze wist niet zo goed wat er precies mis was met hem, maar op een of andere manier leek hij te verkeren in een permanente staat van mannelijke ongesteldheid, inclusief stemmingswisselingen, lange tenen en een onverklaarbare voorliefde voor witte chocolade en patat. Lillian draaide zich van haar teamgenoten weg, om vervolgens haar weg te maken naar de kleedkamers, tot er iemand naast haar neerstoof en een duwtje tegen haar schouder gaf. "Kan je niet tegen je verlies, Sprout? Soms moet je kunnen incasseren en accepteren dat een ander team beter is dan de jouwe." Een geamuseerd gegrinnik klonk naast haar oor en met een scherpe beweging draaide Lillian haar gezicht richting de stem. "Ach rot toch op Cadwgan. Doe niet zo neerbuigend. Laat me met rust." Met diezelfde woedende blik stampte Lillian verder naar de kleedkamers, Keane achter zich latend. Ze had nu helemaal geen zin in dat kinderachtige geleuter over wie er beter is en wie niet. Hij had gewonnen, prima. De volgende keer zou hij niet meer winnen. 

 

Terwijl de warme druppels langs haar heen stroomden sloot Lillian ontspannen haar ogen. Haar handen gleden over haar gladde, blonde haren heen en spoelden de laatste resten zeep uit. Het was altijd heerlijk ontspannen na zo'n intensieve wedstrijd, zo'n warme douche. Zo kon ze nog eens goed overdenken wat er allemaal in de wedstrijd was gebeurd en wat ze een volgende keer beter kon doen. Blanche kwam, zonder dat ze het merkte, bij de douche naast de hare staan en begon ook aan haar ontspannende douchemomentje. Lillian zuchtte diep en opende haar ogen. "Wat een wedstrijd hè..." hoorde ze van opzij. Haar blik vond die van Blanche en even glimlachte Lillian stroefjes. "Wat een wedstrijd... Hoe gaat het nu met je?" Blanche glimlachte terug en begon met het afspoelen van haar armen. "Mwa... Mijn schouder en heup doen nog wat zeer en voelen een beetje beurs. Mijn pols is wat dik, dus ik loop zo even naar de ziekenboeg... En buiten de blauwe plekken en chagrijnige bui na die nederlaag gaat het wel oké. Jij?" Lillian keek naar Blanche haar opgezwollen pols en knikte. "Je kunt beter even langs gaan bij de Ziekenzaal. Miss Wanderfield kan vast wel iets aan de zwelling doen. Ik voel me ook niet zo happy. En dan komt dat joch het ook nog eens inwrijven... Alsof ik niets beters te doen heb dan naar hem te luisteren over zijn geweldigheid. Ga toch weg..." "Laat hem. Negeer het gewoon, hij moet altijd iemand aan zijn irritatiekwabje peuteren, voor zijn eigen plezier. Lekker links laten liggen, doe je niks mee." "Ja, maar het is wel irritant." "Daar geef ik je gelijk in, maar toch. Probeer het nou maar. Neem het maar van mij aan." Lillian knikte naar Blanche en hervatte haar douche. Niet meer aan denken en links laten liggen. Misschien werkte het wel om haar te doen ontspannen. Ze raakte inderdaad opgefokt door er continu over na te denken, dus misschien was het inderdaad beter om het los te laten.

Share this post


Link to post
Share on other sites

-2-

 

Tegen etenstijd was Lillian haar chagrijnige bui redelijk te boven. Ze had geen zin meer om er over na te denken, het verlies. Misschien had Keane ergens wel een stukje gelijk gehad, dat ze niet zo bijster goed tegen haar verlies kon. Ze was nu eenmaal gedreven en fanatiek, dat zorgde er ook voor dat ze heel graag wilde winnen. Maar ach. Dat lag nu al achter haar, ze moest zich weer gaan focussen op de volgende wedstrijd die zou komen en daarnaast ook haar schoolwerk, wat inmiddels door de vele trainingen wat achter liep. Ondanks dat Lillian weer wat vrolijker was vanavond, was de sfeer aan de Griffoendorse eettafel nog altijd wat grimmiger. Men keek elkaar niet echt aan, at vluchtig hun eten op en verlieten de tafel zonder gedag te zeggen. De teleurstelling zat hoog bij velen, inclusief bij Sebastian, die nog chagrijniger leek te kijken dan professor Braxton. "Verdomme... rotscheids... Hij bakte er echt niks van... Hoe moeten we hem nu nog serieus nemen? Ik ben in staat om naar Russo te lopen en hem te confronteren met het feit dat Braxton fluit als een zak stront..." Met een bons klapte hij zijn vork op tafel. "Doe nou even rustig, dat heeft geen zin. Russo en Braxton zijn maatjes, die zullen alleen elkaar steunen. Het heeft geen zin Sebas, laat het lekker zitten... Flubber, mag ik de schaal met kippenpootjes?" Met een doffe bons zette Alois de schaal kippenpootjes voor haar neus en keek zijn chagrijnige blik haar strak aan. "Eh... En bedankt Alois." Lillian's opgewekte gezicht trok in een geïrriteerde ploot en lichtjes mokkend haalde ze twee kippenpootjes uit de schaal, die ze op de rand van haar bord legde. "David, mag ik van jou de pompoensap?" En ook David keek haar met een uiterst miserabele blik aan, waarna Lillian het zat was. Een diepe, geïrriteerde zucht weerklonk. "Als jullie hier allemaal zo gaan zitten chagrijnen ga ik wel ergens anders zitten. Laat het me maar weten als jullie normaal aanspreekbaar zijn... Jezus..." Met een ruk stond ze op van tafel en liep ze met een boos, blazend gezicht naar de uitgang van de Grote Zaal. Stelletje engnekken... Ze zou wel een plekje gaan zoeken in de keukens, dan kon ze rustig haar eten opeten zonder te hoeven kijken naar die dramatisch negatieve blikken van haar afdelingsgenoten. Met een flink tempo maakte Lillian zich uit de voeten, op weg naar de keukens en eenmaal daar aangekomen zocht ze een kruk om op te zitten. Vriendelijk vroeg ze een van de huiselven of ze daar mocht eten, maar voordat ze haar zin had afgemaakt stond de tafel al vol met lekkere hapjes. Met een vriendelijke lach had ze de huiselven bedankt, waarna er een keer of vijf werd gebogen voor haar. Geen idee waarom, zo belangrijk was ze ook weer niet, maar ze vond het wel heel lief. Zelf boog ze ook voor de huiselven, die begonnen te jubelen. Haar lachende gezicht draaide zich terug naar al het lekkers op tafel, waarna ze in haar handen wreef en begon met het uitkiezen van een aantal hapjes. Vooral de kippenpastei en de huzarensalade smaakten uitstekend, evenals de aardappelpuree en gestoofde pompoen. Het smaakte allemaal lekker, een feestje voor haar alleen.

 

Het feestje duurde echter niet zo lang als ze had gehoopt, gezien een zeer ongenodigde gast zijn entree had gemaakt in de keukens. Lillian ogen vonden die van de ongenodigde gast en direct rolde ze met haar ogen, zuchtend en morrend. "Wat kom jij doen?" Een grijns op zijn gezicht. "Ik heb nog honger. En ik zag je weglopen. Heb je er flink de balen in? Logisch, zou ik ook hebben als ik zo gigantisch verlies." "Ach hou je kop en ga spelen met je beuker. Laat hem alsjeblieft een aantal keer tegen je hoofd rammen, als je toch bezig bent..." "Wow, wat is er met jou aan de hand? Het was maar een grapje hoor. Je hoeft niet gelijk zo chagrijnig te doen? Waar is je humor?" Lillian probeerde hem te negeren en ging verder met het eten van haar stukje quiche. "Ik praat tegen je Sprout, het is onbeleefd om anderen te negeren." "Niet als ze je mateloos irriteren." "Ach kom op, doe niet zo. Ik maak maar een grapje." "Nou, je humor is nogal ver te zoeken..." Hij kwam tegenover haar zitten aan tafel, waarna een haast ellenlange stilte klonk aan tafel, met enkel de geluiden van schrapende vorken, snijdende messen en de drukke kookgeluiden van de huiselven op de achtergrond.Zo zaten ze daar een tijdje, niets zeggend, alleen etend en het belangrijkst van allemaal, erg ongemakkelijk. Totdat Keane besloot te praten. "Je had een aantal mooie passes vandaag." Lillian keek verbaasd op en slikte haar hapje pastei naar binnen en na een slokje pompoensap knikte ze naar hem. "Dank je." Opnieuw volgde een stilte van enkele minuten. In die stilte speelden een aantal vragen in het hoofd van de blondine. Één: Waarom was Keane hier? Twee: Waarom was hij het ene moment een zak en het andere moment aardig? En drie: Waar zat hier de grap verborgen? Hoe probeerde hij haar hier in de maling te nemen? Lillian keek op van haar bord en keek toe hoe Keane zijn laatste happen aardappelpuree naar binnen werkte. "Ik weet dat ik het al gevraagd heb, maar waarom ben je hier?" De Zwadderaar keek op van zijn bord en kauwde zijn laatste hap weg. "Ik zag de chagrijnige gezichten aan de Griffoendor tafel en ik zag je weglopen. Ik dacht, ik volg je. Maar toen ik zag dat je naar de keukens ging, dacht ik... nou, ik heb ook nog wel trek, dat komt mooi uit. Eten en een beetje gezelschap, twee in een." Lillian knipperde even en gaf hem een kort, klein glimlachje. "Maar waarom volgde je me?" "Nou, we zitten in dezelfde vriendengroep, dus ik dacht, nou dat kan wel." "Dat slaat echt nergens op." "Gaan we weer vervelend doen, of zullen we het gezellig houden Lillian?" De Griffoendorse knipperde van verbazing en haalde toen niet snappend haar schouders op. Waarom kon hij nu ineens wel aardig doen? Ze stopte nog maar een laatste hapje salade in haar mond en legde toen haar bord met vork en mes een stukje opzij. "Ik zit aardig vol... En jij?" Keane nam nog een slok van zijn pompoensap en nam nog een kippenpootje op zijn bord. "Kan nog wel iets bij. Maar het komt in de buurt." Lillian knikte en begon rustig om zich heen te kijken. Een aantal karaffen wijn hing aan het plafond, zoals het in Venetië ook altijd deed, bij de kleine restaurants aan de rand van de stad. Ze was er eens geweest, met haar ouders, in de zomervakantie van twee jaren terug. Het was er heerlijk warm geweest, warmer dan hier. De zon had haar huid lichtjes gebruind en de herinneringen aan Venetië deden Lillian weer net zo ontspannen voelen als toen, plus de gedachten dat ze niets liever wilde dan zomer. De lente was koud en nat dit jaar en dat beviel haar niet zo. Haar ogen vielen terug op de donkerharige jongen. "Heb je ook zo'n hekel aan regen?" "Gaan we nu werkelijk over het weer praten Sprout...? Ik zit niet bij de kapper, kom eens met een interessanter onderwerp." "Eh, sorry hoor meneer Cadwgan, dat het onderwerp wat ik aandraag niet voldoet aan jouw standaard." "Zo bedoelde ik het niet." "Breng het dan eens anders. Je klinkt altijd zo hooghartig, alsof alleen jij telt in deze wereld." "Dat is niet waar. Zo denk ik helemaal niet." "Probeer er eens iets aan te doen. Zo maak je geen vrienden in ieder geval. Ik ben klaar met eten. Eet smakelijk nog." Lillian stond op van tafel en liep zonder om te kijken de keukens uit. Het laatste waar ze nu nog zin in had, was een gesprek te vervolgen met de jongen die zich nog in de keukens bevond. Ze had wel iets beters te doen dan dat.

Share this post


Link to post
Share on other sites

-3-

 

Na een goede nacht slaap in Sebastian's armen (ja, hij was gelukkig niet meer zo chagrijnig en had haar zelfs zijn excuses aangeboden voor zijn negatieve gedoe), een goed ontbijt en een lekker kopje koffie, was Lillian er klaar voor om naar de les toverdranken te gaan van vandaag. Met Evangeline aan haar ene arm en haar schooltas over de andere liep ze naar de donkerste trappen van de kerkers, waar het lokaal van professor Whitley nabij was. Vanuit de linkerhoek kwam nog een horde Zwadderaars aanwandelen, die uit hun eigen leerlingenkamer waren gekomen. Lillian keek richting het groepje en zag na wat gezichten te hebben afgespeurd het gezicht van Keane er tussen. Voor een seconde had ze oogcontact met hem gekregen, heel kort. Ze draaide al vlot haar hoofd weer weg na de ontmoeting met zijn ogen. Het laatste wat ze wilde was dat hij dacht dat ze bewust naar hem had gekeken, gewoon puur om te zien of haar les vandaag vervelend of prima zou worden. Nu ze hem had gezien, veranderde die voorspelling eerder naar vervelend dan prima, maar gelukkig had ze Evangeline bij zich. Evangeline Lennox en Lillian waren al jaren beste vriendinnen, deelden alle geheimen, roddels, activiteiten en andere zaken met elkaar. Evangeline was haar hartsvriendin, haar zielsverwant. Ze konden elkaars zinnen aanvullen zonder er over na te hoeven denken. Ze begrepen elkaar met slechts een blik. Ook nu deelde Lillian haar blik met haar en wist Evangeline meteen wat er mis was. "Laten gaan, we gaan wel aan de andere kant van het lokaal zitten." Lillian glimlachte naar het meisje met de rode krullen en liep samen met haar het lokaal van Toverdranken in, waar de grote ketels al klaarstonden voor gebruik. Lillian's ogen flitsten over de vrije plekken en ze volgde Evangeline naar een plekje aan de achterkant van het lokaal, waar ze een beetje rustig op zichzelf konden zitten  en tussen het brouwen door met elkaar konden kletsen, zonder dat Whitley het teveel op zou merken. Lillian liet haar tas bij de grote ketel vallen en hield haar hand op een van de hoge krukken. Ondertussen keken haar ogen het lokaal rond, om te zien waar iedereen een plekje zou zoeken. Tot haar geruststelling zag ze hoe Keane met twee van zijn vrienden, Samuel en Jayden, een plekje hadden gevonden, aan de linkerkant van het lokaal, ver genoeg bij haar vandaan. Ze lachten en stoeiden een beetje met elkaar. Vriendschappelijke stootjes, gerommel... "Kom je ook zitten Lils?" Lillian schudde verrast haar hoofd en keek naar Evangeline, die blijkbaar zat te wachten tot zij bij haar kwam zitten. "O, eh, ja sorry." Gauw liet ze zich zakken op de kruk en schoof ze iets dichter naar Evangeline toe. "Vind je ook niet dat Samuel weer is gegroeid? Hij lijkt elke dag groter dan de dag ervoor." Evangeline fluisterde in haar oor. "Ja..." Zei Lillian, die opnieuw haar blik liet vallen bij die tafel, waar de jongens met zijn drieën zaten. "Gegroeid. Hij is sowieso wel lang, vind je niet?" "Lang? Het is naast mij echt een reus, ik voel me zo klein naast hem." Lillian grinnikte. "Dat snap ik, naast mij ben je ook klein. Jij bent altijd klein lieve Eva." "Heeee... niet plagen... Kleine meisjes kunnen ook gemeen zijn." "Ja hoor Eef, je bent heel gemeen..." Ze grinnikte opnieuw, maar werd al gauw het zwijgen opgelegd door Whitley, die graag zijn les wilde beginnen. 

 

Lillian zuchtte diep en liet haar hoofd op haar hand zakken. "Neeeee..." Fluisterde ze mopperend naar Evangeline. "...geen zwelsap... Dat is zo saai... Waarom doen we nou nooit iets leuks hier..." Evangeline zuchtte met haar mee en mompelde iets tegen haar terug. Maar Lillian hoorde het al niet meer. Haar concentratie was wederom afgezwakt, omdat ze afgeleid werd door iets anders in het lokaal. Iets dat ze niet uit kon staan. Keane en Samuel waren bezig met het heen en weer geven van briefjes onder de tafel, die ze vervolgens tot een propje maakten en ze gebruikten als proppen om Jayden stiekem en onopvallend te bekogelen. Haar ogen gleden van het gezicht van Samuel naar dat van Keane, weer terug naar Samuel, weer terug naar Keane... Ze waren zo kinderachtig bezig, maar de pret straalde van hun gezichten. Keane's gezicht leek een stukje anders, nu er geen arrogante maar een plezierige lach op zijn gezicht verscheen. En hij had kuiltjes in zijn wangen. "Lils!" Lillian schrok op van Evangeline's fluisterende sneer en besefte zich dat professor Whitley zich naar haar had gewend. "Miss Sprout?" Lillian voelde zich betrapt en probeerde iets te bedenken waardoor ze onder deze situatie uit zou kunnen komen. "Eh... Ja professor?" Professor Whitley gaf geen kik en bewoog zich niet. "Het antwoord op mijn vraag?" De blondine haar ogen keken wild om zich heen en toen schudde ze haar hoofd, haar lippen op elkaar persend. "Ik weet het niet, professor." Professor Whitley zuchtte diep en kruiste zijn armen over elkaar. "Nee, dat komt er van als u niet oplet. Ik verwacht van u nu een dubbele dosis concentratie en ik wil straks uw zwelsap gebruiken als testdrank." "Ja professor..." Lillian liet haar hoofd al kreunend van frustatie in haar handen vallen. "Ugh, Eva... dit is echt belabberd... nu moet ik nog extra mijn best gaan doen ook..." "Sst... let nou op." Lillian liet haar ogen nogmaals langs de ketels in het lokaal gaan, tot ze de ogen van Keane ontmoette, die haar voor een moment leek uit te lachen met Samuel. Haar gezicht vormde zich in een chagrijnige plooi, waarna ze haar hoofd van hen afwendde en opnieuw probeerde op te letten tijdens deze saaie les.

 

* * *

Afijn. De les was ein-de-lijk afgelopen... Lillian kon eindelijk haar eigen gang gaan nu. Het was immers haar eerste tussenuur van de dag, waarin ze even tijd had om te doen waar ze zelf zin in had. De zwelsap was gelukkig uitstekend gelukt, met complimenten van professor Whitley. Wel kreeg ze nog een standje, omdat ze niet had opgelet. De volgende les moest ze zich wederom gaan bewijzen, iets waar ze erg naar uitkeek, maar niet heus. Met een lieve glimlach had ze naar de professor geknikt en ze had hem een fijne dag toegewenst. Het was beter om niet te zeurderig om te gaan met leraren, ze zouden je op een gegeven moment niet meer eerlijk behandelen, als je continu de vervelende student uit zou hangen. Het deed haar denken aan Daniella, die haast bij iedere leraar een probleem veroorzaakte, tijdens en buiten de lessen. Ze had overal schijt aan, iets wat Lillian enerzijds niet goedkeurde en anderzijds juist waardeerde aan het meisje. Ze was zo ingesteld op wat zij wilde, zo individueel en eigenlijk best krachtig. Ze deed niets wat ze niet wilde en zei nee wanneer ze nee wilde zeggen. Dat was iets waar Lillian nog van kon leren, maar tot die tijd dat ze het geleerd had, zou ze het moeten doen met vriendelijk lachen en braaf knikken. Evangeline had nu waarzeggerij en liet Lillian achter bij het bewegende trappenstelsel. Lillian zwaaide haar gedag en vervolgde haar weg naar het terrein. Het was vandaag beter weer dan de laatste weken, de lente leek nu gelukkig echt door te breken. Ze zachte zonnestralen voelden warm aan en als ze bij de binnentuin onder de grote eik ging zitten, zou ze precies buiten de wind zitten. Met een opgewekt gezicht liep ze er naartoe en nam ze een plekje onder de boom in beslag, waar net wat kleine, zachte zonnestralen door de bladeren heen kwamen zetten. Haar mantel gooide ze los over haar schouders en liet ze achter zich op de grond zakken. Voor even sloot Lillian haar ogen en dacht ze even aan niets. Alhoewel, niets. Ze dacht aan niets bijzonders. Ze dacht aan hoe ze vandaag haar lessen zou afmaken en hoe ze vanavond nog wat leuks zou gaan doen met Sebastian. Hoe ze misschien knalpoker zouden kunnen spelen in de leerlingenkamer, of hoe ze samen nog even een avondwandeling zouden maken over het terrein. In gedachten zag ze zijn scheve grijns en een glimlach verscheen op haar gezicht. Hoe graag keek ze naar die grijns. Toen ze haar ogen opende zag ze meerdere studenten tussenuur vieren, waaronder drie jongens die bij de fontein zaten en elkaar aan het treiteren waren. Juist. Diezelfde drie. Lillian rolde met haar ogen en besloot een boek uit haar tas te pakken. Een van haar lievelingsboeken. De eerste paar pagina's sloeg ze open, tot ze haar bladwijzer vond en verder begon te lezen. Zo nu en dan wierp ze haar blik omhoog, om te zien wat er op het terrein gebeurde. Zo nu en dan kruiste ze haar blik met die van Keane, waarna een van de twee telkens weg keek. Een seconde kruisten hun blikken elkaar, waarna die van haar de bladzijdes van haar boek vonden. Twee seconden kruisten hun blikken elkaar, waarna die van Keane terug naar Samuel schoot. Pas nu viel het op dat zijn ogen fel groen waren, als het zonlicht er zo in scheen. Na een aardige tijd zo te hebben gezeten, lezend en genietend van de lentezon, stond Lillian op om naar de volgende les te gaan. Jammer genoeg hadden de jongens besloten om langs haar te lopen en haar te irriteren. "Hee Lils, je moet wel goed opletten tijdens de volgende les he! Anders zwaait er wat!" Samuel wees met zijn priemende vingertje naar haar en gaf een uitstekende imitatie van professor Whitley, wat ze, ondanks dat ze het vervelend vond om uitgejouwd te worden, best amusant vond. "Ha. Ha. Erg grappig Sam. Ga nou maar met je vriendjes spelen, of stiekeme briefjes doorgeven. Wat zijn het, liefdesbriefjes?" "Ha, dat zou je wel willen weten he, Sprout!" Jayden lachte en stootte haar speels tegen de schouder. "Ga nou maar opzij, ik wil graag naar de les." "Ga je niet gezellig met ons mee dan?" "Nee bedankt, ik loop wel zelf." "Dan moet je het zelf weten, Vergeet vooral niet op te letten, anders gaan we jouw zwelsap even testen op... hm... o ik weet wel een proefpersoon!" "Jongens, laat haar maar, ze is permanent chagrijnig. Daar ga je toch geen tijd in steken. We gaan." Keane's arrogante grijns sloot zijn woorden af en hij liep achter de Jayden en Samuel jongens aan. Lillian keek de jongens na, terwijl ze wegliepen. Ze zou nog wel even wachten met wandelen. Eerst moesten ze uit het zicht verdwenen zijn.

Share this post


Link to post
Share on other sites

-4-

 

Dagen vlogen voorbij, dagen waarin de zon steeds langer leek te schijnen, de lessen leuker leken te worden en het huiswerk leek te verminderen. De professoren leken begrip te tonen voor de wilde studenten, die haast niet konden wachten om lekker naar buiten te gaan. Eindelijk gunden ze hun studenten een beetje vrijheid van de dagelijkse bezigheden. Professor Lennox had zelfs besloten om de les op het terrein plaats te laten vinden, in plaats van een koud, donker lokaal in het kasteel. Lillian was haar dankbaar, evenals Evangeline. De twee meisjes hadden de lessen van vandaag gehad en lagen nu op hun rug in het zachte gras van de heuvels op het terrein. De warme zon streelde hun lichte huid en liet langzaam maar zeker kleine sproetjes verschijnen op hun wangen en neuzen. "Heb je zin in vanavond Eef?" "Ja, zeker, eindelijk weer eens een feestje! Het heeft even wat tijd gekost, maar volgens mij heeft Samuel alles nu geregeld met Daniella. Dani wilde eerst een feestje in de klassenoudsten badkamer, maar dat vonden meerderen niet zo'n goed idee... Ik vind het sowieso geen goed idee, we weten wat er de vorige keer is gebeurd in die zelfde badkamer." Bedoelde ze het feestje waarbij iedereen strontlazerus rond kroop, op zoek naar houvast? Of bedoelde ze het feestje waarbij er uiteindelijk een soort van zoenorgie ontstond tussen verschillende mensen? "Eh... ja, misschien is het dan beter om het ergens anders te doen... Waar wilden ze het nu houden dan?" "Volgens mij hebben ze het dak in beslag genomen, maar het zou ook zomaar kunnen dat het in een leegstaand lokaal is. Of misschien het kantoor van professor Pearson..." "Vast Dani's idee?" "Jep... die heeft nou eenmaal niet zo'n goede verstandhouding met Pearson." "Wie wel..." "Sebastian." "Oh ja..." Eva en Lillian grijnsden naar elkaar en lieten toen opnieuw hun blik afglijden naar de strakke, blauwe hemel. Vanavond zou fantastisch worden! Ze zouden eigenlijk weer eens gek kunnen doen en drankjes drinken die ze normaal niet mochten drinken. Lekkere glaasjes elvenwijn, vuurwhiskey en misschien zelfs iets sterkers dan dat. "Wel balen dat Sebastian er niet bij is. Griep kan zo hardnekkig zijn..." Lillian knikte. "Hij heeft het echt zwaar te pakken. Koorts, overgeven, snotteren; hij heeft het allemaal." Lillian baalde dat Sebastian er vanavond niet bij kon zijn en dat hij met een koud washandje op zijn hoofd in de ziekenzaal lag uit te zieken. De griep heerste in het kasteel en het had hem getroffen als een pijl die in het doel schoot. De arme stumper. Maar toch deed het Lillian niet tegenhouden om naar het feestje te gaan. Hij zou het niet goedkeuren als ze de hele avond alleen maar aan zijn bedrand zou zitten. Hij had, als de situatie omgedraaid was, ook gekozen om wel te gaan. Ze zou nog even langs hem lopen voor ze zou gaan, even gedag zeggen. Dat was wel lief, toch?

 

* * *

 

De uiteindelijk locatie was op het laatste moment pas bekend, maar het deed de enthousiaste studenten niet huiveren voor het feestje. Een feestje in de kerkers, inclusief tassen vol drankflessen, huiselven die op aanvraag van Samuel allemaal lekkere hapjes hadden gemaakt en muziek, magisch bespeelde muziek. Lillian had haar leukste jurk aangetrokken, evenals de andere meisjes op het feest. De jongens hadden hun goede blouses aangetrokken en hadden voor de gelegenheid hun cravat achtergelaten in hun slaapzalen. De ogen van de blondine aanschouwden de versierde kerkers, de tafel vol hapjes en de instrumenten die uit zichzelf muziek maakten. Al gauw werd er door Daniella een glas met elvenwijn in haar handen gedrukt, met een flinke knipoog er achter aan. "Geniet van je avond, het wordt vast een mooie nacht." Lillian grijnsde en tikte haar glas aan. "Proost Dani, op een mooie nacht. Drink niet teveel..." "Ogh nee liefje, ik drink nooit te veel... Je kunt nooit te veel drinken." Met een grijns en een schuddend hoofd keek Lillian haar na en liet vervolgens haar blik langs de verschillende gasten glijden. Samuel, Evangeline, George, Samuel, Molly... Keane. Haar blik bleef bij de laatste even hangen. Zijn haar zat wild, alsof hij zojuist ruzie had gehad met zijn kam, of met zijn kapper, een van de twee. Een donkere blouse met omgeslagen mouwen bedekte zijn bovenlichaam en zijn zwarte pantalon leek haast net gestreken uit de kast. Hij zag er altijd verzorgd uit, in tegenstelling tot George, die nog net niet zijn Indiase pantoffeltjes (of sultanslippers, whatever you like) had aangetrokken. Sebastian zag er ook altijd zo verzorgd uit, herinnerde ze zich even, om niet te veel afgeleid te raken. Of nog erger, betrapt worden op ongehoord staren. Toen ze zag dat Keane haar had betrapt op staren schoot haar blik de andere kant op en zette ze vluchtig haar glas aan haar lippen. Waarom had ze haar blik nou op hem laten hangen? Nu zou hij vast denken dat ze hem helemaal zag zitten en hem van top tot teen bekeek en beoordeelde. Dat was helemaal niet haar bedoeling, maar ze kon het niet zo goed tegenhouden, het kijken. Haar ogen leken zich automatisch naar Keane te verplaatsen, naar zijn ogen, naar zijn haar, naar hoe hij er uit zag. Het had helemaal geen zin om zo naar hem te kijken, want hij keek toch niet terug... Of toch wel? Zo onopvallend mogelijk liet Lillian haar blik terug afglijden naar Keane, die zij vervolgens betrapte op het kijken naar haar. Hun blikken kruisten zich voor een moment en trokken een beetje geschrokken uit elkaar. Waarom keek hij zo naar haar? Dat was toch raar? Ze keerde zich met haar zijkant naar hem toe, zodat ze hem niet langer kon aankijken zonder volledig haar hoofd te draaien en liet haar lange, nu licht gekrulde blonde haren over haar schouder vallen. Nog een slok elvenwijn. En nog een... En nog een... Tot haar glas voor de vierde keer opnieuw werd gevuld en ze voor de zesentwintigste keer met elkaar proostten op een mooie avond. Er werd gedanst, er werd geflirt, gezongen en vooral veel gedronken. Lillian had op een gegeven moment zo veel gedronken, dat ze toch echt niet langer op kon houden. Ze zette haar glas neer en vroeg Evangeline of ze even op haar spullen wilde letten, zodat ze naar het toilet kon. Haar dronken voetstappen verplaatsten zich naar het dichtstbijzijnde toilet, waar haar wereldje nog verder leek te draaien. Na het wassen van haar handen en het fatsoeneren van haar haren verliet ze de toiletten, op weg terug naar het verlaten lokaal in de kerkers.

 

Maar ze kwam daar niet zo snel aan als ze hoopte. Een hand greep haar pols vast en trok haar een donkere zijgang in, waarna ze een warme adem voelde in haar nek en gefluister hoorde in haar oor. "Waarom staar je zo veel naar me..." Lillian probeerde zich geschrokken los te wurmen en voor even was het haar gelukt. Tot ze tegen een muur werd vastgezet en twee groene ogen ontmoette die haar priemend aankeken. "Waar heb je het over?" Haar stem klonk zacht, haast als een fluistering. "Je weet waar ik het over heb Sprout... ontken het niet." Een lichte, alcoholische adem vulde haar neus, maar ze kon het haast niet meer van haar eigen adem onderscheiden, zo dichtbij was hij al. "Ik weet het niet. Je doet het zelf ook. Ik zag het." Een zacht gegrinnik. "Ja ik kijk. Ik kijk mijn ogen uit." Een naar gevoel van angst bekroop haar, maar tegelijkertijd heerste er een soort spanning tussen haar en de jongen voor haar neus. Een onverklaarbaar spanningsveld, wat er voor zorgde dat ze zich niet zo snel mogelijk uit de voeten probeerde te maken. Ze bleef staan en liet zich iets meer ontspannen tegen de muur leunen. "Waarom...?" "Omdat ik graag naar je kijk..." Zijn vingers gleden langs haar blonde haren en draaide een lok rond zijn vinger. "Je haar is gekruld... het is mooi als het gekruld is. Dat moet je vaker doen." Lillian huiverde even en liet toen haar eigen vingers loskomen van de muur, waarna ze die neerlegde op zijn arm. "Waarom ben je me gevolgd?" "Ik ben je niet gevolgd..." "Waarom ben je hier dan?" "Ik heb je opgewacht." "Waa-." "Stop met vragen. Het werkt me op mijn zenuwen. Sst." Lillian voelde hoe Keane zijn vinger tegen haar lippen zette en vervolgens zijn duim er langs liet strelen. Woorden waren niet nodig nu, Lillian wist dondersgoed dat ze nu in een situatie zat wat veel te link kon worden als ze te lang zou blijven staan. Maar waarom wilde ze dan niet weg? Het gevoel van hem, zo nadrukkelijk bij haar, om haar heen, gaf haar een kriebelend gevoel in haar buik en deed haar hart een stukje sneller slaan. Het gevoel dat aan haar leek te knagen, had ze enkel gevoel bij Sebastian, bij niemand anders. Waarom nu dan wel ineens bij hem? "We kunnen beter teruggaan." Haar stem klonk als zacht gefluister en voorzichtig wendde ze haar gezicht opzij. Maar dat werd blijkbaar niet getolereerd. Keane drukte met zijn vingers haar gezicht terug naar het midden, waarna hij haar nogmaals priemend aankeek met zijn poelen van fel groen. Zijn vingers omsloten haar taille en vonden een plekje in haar nek. "Weet je dat zeker...Lils?" Wist ze het zeker? Nee. Wilde ze het zeker weten? Ja. Wilde ze het liefst terug naar het feestje? ... Misschien. Het volgende moment kwam zijn gezicht nog veel dichterbij en haast automatisch legde Lillian haar ene hand tegen zijn kaak en de andere tegen zijn borst. Steeds dichterbij... Zou hij haar... "Keane??? KEAAAAAAANE! Waar ben jeeeeeeee?" Vlak voor hun lippen elkaar hadden kunnen raken klonk de beschonken, schelle stem van Daniella door de kerkers, blijkbaar op zoek naar Keane. Keane en Lillian's gezichten schoten beide dezelfde kant op, waar het geluid vandaan leek te komen. Keane schraapte zijn keel en stapte langzaam achteruit. Lillian bleef aan de muur genageld en staarde hem met een bibberende ademhaling aan. "Een ander keer Sprout... Blijf hier..." Haar ogen volgden hem terwijl hij van haar weg liep en even liet ze uit opluchting, of frustratie, ze wist het niet zo goed, tegen de muur zaken. 

 

What the hell was er net gebeurd...?

 

* * *

 

Schuifelend en huiverend maakte de dronken Lillian haar weg terug naar het lokaal waar het feestje plaatsvond. In haar buik voelde ze vreemde roersels, die door elkaar leken te stromen, over en weer, continu draaiend en tollend, alsof ze terecht was gekomen in een draaikolk. Je zou haast denken dat ze binnen enkele momenten spontaan over haar nek zou gaan, maar het was niet dat. Ze kende dit gevoel niet. Het was iets wat ze nog niet eerder ervaren had. Het leek haast een mengsel van schuld, van schaamte en spijt. Als de beschonken Daniella niet had geïnterrumpeerd op dàt zekere moment, dan had ze misschien wel iets gedaan waar ze zich voor altijd voor haar kop voor zou slaan. Misschien had ze dan haar lippen tegen die van Keane gedrukt en zou ze voor de tijd die het duurde alles om haar heen vergeten. Ze zou vergeten waar ze was, vergeten wie zij zelf was en vergeten wie haar geliefde was. En dat vond ze nog het ergste van allemaal. Stel dat ze Keane had gezoend... De gedachte er aan gaf haar rillingen en kippenvel over haar huid en toch kon ze het niet negeren. Ze wilde het negeren, wegstoppen in een donker hoekje van haar herinneringen, maar het lukte niet... In haar hoofd speelde de situatie nog eens opnieuw... en nog eens opnieuw... tot ze doordreef in een fantasie, waarin ze wel zijn lippen had geraakt. Een fantasie waarin Keane zijn handen over haar gehele lichaam zou laten strelen, waarin zij krampachtig om zijn nek probeerde te blijven hangen, om haar knikkende knieën in bedwang te houden. Een gedachte waarin ze de smaak van zijn lippen niet kon proeven, maar waarin het allemaal echter leek dan de bedoeling was. Ze hoorde niet zo over hem te denken en zeker niet nu. Lillian was er heilig van overtuigd dat het kwam door de alcohol en dat ze verder niet over de situatie moest nadenken. Misschien had hij haar wel voor een ander aangezien en was er eigenlijk helemaal niets aan de hand! Ze wist dondersgoed dat het niet waar was, wat ze zich nu probeerde aan te praten. Hij had duidelijk haar naam gezegd... Het draaide haar al tollende wereld nog verder op de kop, tot zo ver, dat Lillian haast haar evenwicht er van verloor. Technisch gezien struikelde ze bijna omdat een breed glimlachende, giechelende Evangeline haar om de nek vloog. "Waaaaar was je! Ik was je kwijjjjt!" Een ongemakkelijk lachje gleed over Lillian's lippen en even twijfelde ze over hetgeen wat ze nu ging zeggen. "Naar het toilet... ik raakte..." Afgeleid. "...verdwaald in de kerkers." In de ogen van een zeker iemand die mijn blik zo strak vast hield. "Maar ik ben er nu. Laten we nog even samen wat drinken en dansen. Niet weggaan bij me hoor! Blijf maar bij me in de buurt." Dan ben ik er zeker van dat een zeker iemand me niet nog eens kan benaderen... En toch keek ze de rest van de avond en een deel van de nacht over haar schouder, op zoek naar de priemende groene ogen. Ze zag ze nog een aantal keer en iedere keer kreeg ze opnieuw kippenvel als ze er in keek.

 

Toen Evangeline en Lillian zo veel hadden gedronken, dat het nog moeilijk was om overeind te blijven staan, besloten ze terug te gaan naar de leerlingenkamer van Griffoendor, om daar zo snel mogelijk in hun bed te kruipen. Maar toen Lillian Eva nog een keer had geknuffeld, haar had verzekerd dat ze de beste vriendin ooit was en had gezegd dat ze ook van haar hield, kon ze niet slapen. Haar ogen waren wijd open, geheel wakker. En het enige wat ze fatsoenlijk voor zich zag, was opnieuw die fantasie. De fantasie om zijn lippen aan te raken, om haar armen rond zijn nek te slaan en om hem te zoenen tot hun lippen beurs waren. Hoe vaak ze ook opschrok uit haar fantasie, hoe lang ze zichzelf er ook van probeerde te overtuigen dat ze absoluut niet over dit voorval moest nadenken, het had geen zin. Het hield haar bezig. Hield haar wakker. En het deed haar zeker niet zorgeloos in slaap vallen, vlak nadat de eerste zonnestralen de kamer binnen waren gedrongen...

Share this post


Link to post
Share on other sites

-5-

 

Met enorme hoofdpijn en een zeurend gevoel in haar gehele lijf zette Lillian zich overeind in haar bed, waarna haar slaperige blik door de kamer heen keek. Het licht was al door de ruiten naar binnen gedrongen, maar veel van de meisjes waren nog in een diepe slaap, in hun eigen dromenland. Lillian's ogen vielen uiteindelijk op het slapende gelaat van Evangeline, diens haren zo wild en warrig rond haar hoofd lagen, dat Lils zich afvroeg of Evangeline zonder enige moeite al die klitten er uit ging krijgen. Eva snurkte zachtjes, waar Lillian om moest grijnzend. Ook ontdekte ze een klein drupje kwijl, maar goed, dat maakte eerlijk gezegd niet uit. Ze zou haar later nog wel even plagen met het feit dat ze heerlijk had liggen kwijlen. Zodra de blondine haar bed uitstapte voelde ze haar voetjes zeuren. Het vele dansen en heen en weer wandelen had ervoor gezorgd dat zij pijn in de voeten had gekregen en ja, de volgende dag merkte ze dat altijd het ergst. Het feestje was geweldig geweest. Ze had gelachen, gedanst, gek gedaan, spelletjes gespeeld... De zachte glimlach gleed van haar gezicht en maakte plaats voor besef. Haar ogen flitsten heen en weer tussen haar handen en voor een moment raakte ze haar lippen met haar vingertoppen aan. Voor een moment schoten alle beelden door haar hoofd, die de avond er voor hadden plaats gevonden in de gangen. De grijpende vingers om haar pols, de brandend groene ogen, zijn lippen zo nabij dat zij ze bijna had kunnen proeven, zijn woorden... Ja ik kijk. Ik kijk mijn ogen uit. Weet je dat zeker...Lils? De manier hoe hij zo dichtbij was gekomen... Het gevoel dat ze kreeg op dat moment. En het gevoel dat door de herinnering eraan terugkeerde, waardoor Lillian's adem voor kort stokte. Een ander keer Sprout... Blijf hier... Misschien was het beter geweest dat het hierbij was gebleven. Daniella had misschien wel een heel grote fout voorkomen, met haar dronken zoektocht naar Keane Cadwgan. Voor deze ene keer kon ze Daniella dankbaar zijn. Althans. Dat dacht Lillian momenteel. Het was fout en de hoeveelheid alcohol en de ongeremde impulsiviteit waren zeker schuldig in dit spel. Het kon niet dat ze dit uit zichzelf zou doen. Er was vast niets. Toch? Lillian tilde zichzelf uit bed en begon met het bij elkaar verzamelen van haar spullen. Schone kleding, schone kousen, schoenen, toilettas... Pas toen ze alles opgestapeld had in haar armen stapte ze richting de deur van de trappen, die haar naar de leerlingenkamer zouden leiden. Op datzelfde moment ontwaakte Evangeline, door het gekraak van de deur. "Mmmhw... Hoofd... pijn..." Lillian gniffelde en knikte naar Eva. "Goede morgen kleine kwijler van me..." Eva keek haar met moeizame ogen aan. "Kwijl...?" Met haar vingers voelde Eva langs haar mond en veegde ze met wat walgende geluiden en een geïrriteerde blik het kwijl van haar wang en lippen. "Bah... Gatver..." Lillian grinnikte en draaide zich terug naar de deur. "Ik zie je zo Eva, even opfrissen..." Zachtjes vertrok Lillian richting de badkamers, om zichzelf daar klaar te maken voor het ontbijt. Ze had honger. Immense honger en ze kon niet wachten om wat croissantjes langs te brengen in de ziekenzaal, bij Sebastian. Er was niemand in het kasteel die zij op dit moment liever wilde zien.

 

Tijdens het ontbijt schoof Lillian zich aan naast George, Serena en Shona, met wie ze rustig begon te kletsen. Naast haar hield ze een plekje vrij, zodat Evangeline daar plaats kon nemen, als ze het uberhaubt redde om uit bed te kunnen komen... Met de gedachte aan een slapende, kwijlende Evangeline verscheen er weer een geamuseerde glimlach rond haar lippen. Ze pakte haar bestek in handen en prikte een stuk gebakken ei op haard bord, waar ze nog wat gebakken ontbijtspek en peper aan toevoegde. Er ging niets boven een heerlijk ontbijt tegen de kater. Even een momentje van vredigheid. Op de vroege morgen was niemand nog echt heel wakker en werd er nauwelijks aan tafel gepraat. De stilte, die hier en daar werd gevuld met geluiden van messen en vorken die een pannenkoek sneden, slokjes thee die werden gedronken, hapjes brood die werden genomen en andere zachte eet en drink geluiden. De rust in de Grote Zaal was heerlijk en gaf Lils even een momentje om haar gedachten op een rijtje te zetten voor de dag van vandaag. Jammer genoeg werden haar gedachten bruut doorbroken door de stemmen van drie bekende jongens, waarvan een stem deze morgen nog in haar hoofd had weerklonken en haar dezelfde hoeveelheid kippenvel had gegeven als de avond ervoor. "Ha! Sprout! Bijgekomen?" Lillian draaide zich naar de jongens toe en keek naar het opgewekte gezicht van Samuel, die overigens niet zo'n last leek te hebben van zijn kater als anderen die het feestje hadden bijgewoond. "Daar was ik nog mee bezig... Jij ziet er vrolijk uit? Geen last?" Samuel grijnsde en keek haar trots aan. "Nee, nooit eigenlijk. Hoge tolerantie... Sommigen van ons hebben dat niet echt, toch Cadwgan?" Jayden grijnsde naar Samuel en Samuel grijnsde naar Jayden terug, die vervolgens op de schouder van Keane klopte. "Cadwgan hier heeft een wat slechtere morgen gehad, toch, Keanetje?" Gegrinnik, getrek en speels geduw. Lillian zuchtte een klein, geamuseerd glimlachje en wilde keek naar het schouwspel voor haar neus. Haar blik bleef alleen hangen op Keane's gezicht. Ondanks een kater, zag hij er niet uit alsof hij een kater had. Sterker nog, hij zag er uit alsof er niets met hem was gebeurd. "Waarom staat je zo naar me? Ik heb toch geen jurk van je aan?" De sneer klonk hard in haar oren en Lillian schrok op van het harde stemgeluid. Keane keek haar met een strak, arrogant gezicht aan, terwijl Lillian's gezicht vertrok in een frons. "Waar heb je het ove-..." Op dat moment sloeg haar mond dicht en keek ze lichtjes verbouwereerd naar Keane. Dit... kwam wel heel bekend voor... Ze schraapte even haar keel en haalde even diep adem. "Waar heb je het over... En wat was dat gisteren?" Keane lachte schamper en stootte zijn vrienden aan. "Gisteren? Waar heb jij het over, Sprout?! Nou jongens, volgens mij moet deze dame eerst even bij zinnen komen, ze kraamt onzin uit." Lillian keek met een boos gezicht toe hoe de jongens lachend wegliepen. In haar borst voelde ze hoe haar hart zich veranderde in een baksteen en legde ze beledigd haar bestek neer. Na haar glas sinaasappelsap leeg te hebben gedronken in een teug, raapte Lillian enkele croissantjes bij elkaar en wikkelde deze in haar servet, die ze vervolgens in haar tas stopte en meenam naar de Ziekenzaal. Ze moest hier zo snel mogelijk weg zien te komen. Ver weg. Weg van Keane Cadwgan en zijn minions.

 

Met haar tas en handen vol met eten van het ontbijt, liep Lillian rustig de slaapzaal binnen, waar een blij, bekend gezicht haar liefdevol ontving. "Hey Lils." Lillian kreeg een glimlach op haar gezicht en zette alle spulletjes op het tafeltje naast zijn bed. "Hey, hoe voel je je?" Een stiekeme, vlugge kus volgde, waarna 
Lillian plaats naam aan de rand van het bed. "Hm, het gaat al beter. Ik denk dat ik hier binnen no time weer weg kan. Ik moet even goed eten en een beetje aansterken, dan kan ik er weer tegenaan. Wat heb je allemaal voor mij meegenomen?" Lillian keek toe hoe een blije Sebastian de hapjes op zijn zijtafeltje bekeek en pakte een paar rijstewafels voor hem. "Eten. Fatsoenlijk eten waar je tenminste een beetje goed van kan aansterken... Ik heb zelfs een beetje roerei voor je meegenomen, omdat je het zo lekker vindt." Ze pakte het roerei van het tafeltje en gaf het aan, waarna ze de rijstewafels weer teruglegde. De blik in zijn ogen veranderde van blij naar verheugd, zodra hij zijn lievelingshapje zag, dan kon ze hem toch geen drogen rijstewafels aanbieden...? "Je moet goed eten..." Sebastian propte zonder enige moeite alles naar binnen en maakte bij iedere hap genietende eetgeluiden. "Weet je Lils, dit is een van de dingen waarom ik zo veel van je houdt. Je zorgt zo goed voor me en je denkt altijd overal aan. Dankje voor al het lekkers." Lillian plantte al glimlachend een zachte kus op zijn voorhoofd en pakte zelf nog een overgebleven croissant van het ontbijt, die ze voor zichzelf had meegenomen. Na de eerste hap slaakte ze een zucht van tevredenheid. Croissants waren de beste broodjes ooit. De Fransen hadden overduidelijk hun uiterste best gedaan om het lekkerste broodje ooit te ontdekken... Misschien moest ze eens zien of ze op uitwisseling naar Beauxbatons kon, net zoals Daniella en... Keane. De gedachten aan de jongen deed haar een beetje nors en tegelijkettijd verward kijken en de smaak van het croissantje nam af terwijl ze het at. Om zichzelf van haar gedachten af te leiden, probeerde zij zich weer op Sebastian te focussen, die smakelijk zijn eten aan het wegwerken was. "Het is goed om te zien dat je honger hebt, dat betekent dat je snel weer beter bent." Sebastian glimlachte naar haar en smakte met een gerust hart door. Toen alle hapjes eenmaal op waren kuste Lillian hem nog een maal op de lippen en stond ze op van het bed. "Probeer goed te slapen, dat helpt om snel beter te worden... Tot snel, ik kom straks nog wel even langs... Ik heb afgesproken met Evangeline om huiswerk te maken en ik moet nog even langs de bieb om wat boeken terug te brengen... Rust lekker uit. Ik houd van je." Ze zwaaide nog even naar de nu onderuit zakkende Sebastian en liep toen rustig de ziekenzaal uit.

 

Binnen no time hadden haar voeten haar bij de bibliotheek gebracht. Rond deze tijd van de dag was het altijd nog heerlijk rustig in de bibliotheek en was er bijna geen mens of geest te vinden. De stilte stelde haar op een of andere manier gerust. Niemand die aan haar hoofd zou zeuren, haar belachelijk zou maken en haar zou zeggen dat ze alleen maar onzin uit kon kramen. Voor een moment stond Lillian stil en keek ze twijfelend om zich heen. Waarom voelde ze zich zo rot over wat hij had gezegd? Dat sloeg toch nergens op? En daarbij, het was niet eens belangrijk wat hij vond, want Sebastian vond dat ze geweldig was en dat ze zo lief en zorgzaam was... En dat was toch veel belangrijker, wat Sebastian vond? De blondine haalde haar wenkbrauwen op en liep rustig door naar de kasten waar ze haar boeken vandaan had gehaald. Een hele weg legde ze af, tot een gedeelte van de bieb dat dicht in de buurt kwam van de verboden afdeling. Vlakbij stond een grote, oude, stoffige kast waar ze een boek vandaan had gehaald over de intrigerende werking van planten en kruiden die de gemoedstoestand van de mens op positieve wijze konden bevorderen, alleen moest deze terecht komen op een hogere plank. Lillian ging richt voor het schap staan en probeerde zich zo lang mogelijk uit te rekken. Met het hoogste punt van het boek raakte ze de onderkant van de plank. Niet hoog genoeg. Ze rekte zich nog verder uit, met haar tong tussen de tanden, om zo ver mogelijk te kunnen reiken. Een volgend moment voelde ze twee handen die haar taille omsloten, waardoor ze verschrikt haar boeken liet vallen. Een fluisterende stem klonk bij haar oor. "Hulp nodig?" Verschrikt had ze haar blik naar achteren geworpen en ontmoette ze  de twee groene ogen. Haar blik veranderde van geschrokken naar boos en vluchtig draaide ze haar lichaam, zodat zijn handen haar taille niet meer raakten. Haar stem siste fluisterend in de stilte. "Ga weg Keane, ik ben bezig." Een onheilspellende glimlach verscheen op zijn gezicht en voorzichtig legde hij een losgevallen, blonde pluk van haar haren achter haar oor. "Dat zag ik. Ik wilde je helpen." Lillian fronsde. "Door me te laten schrikken?" De jongen schudde zijn hoofd en fluisterde verder. "Door je een stukje op te tillen, zodat je er bij kon. Maar ja, blijkbaar wil je geen hulp van me. Of wel Lils?" De blondine verstrikte haar vingers in de lengte van haar lange haren en begon er wat nerveus mee te spelen. Waarom maakte hij haar nerveus? Wat was dit voor iets raars? Ze schudde nee en haakte haar haren in een lange vlecht over haar schouder. "Ik kan het denk ik wel zelf, maar bedankt. Je wilt toch niet iemand helpen die alleen maar onzin uitkraamt en permanent chagrijnig is?" Haar gezichtsuitdrukking vervormde naar een licht geirriteerde grimas. De zwadderaar gromde lichtjes en zuchtte diep, waarna zijn ogen richting het plafond rolden. "Echt? Dat was maar een grap Sprout." "Dan is je humor echt ver te zoeken, wederom. Maar dat wisten we al, toch?" "Pas op wat je zegt Sprout..." Keane zette een flinke stap dichterbij en zette zijn beide handen aan weerszijden van haar taille op de boekenplank achter haar. "... je wilt toch geen ruzie met me?" Lillian keek hem bespottelijk aan en vouwde haar armen over elkaar. "Niet echt, maar je biedt me niet echt een keuze." En daar was het. Die zelfde blik, die duistere, onbeschrijflijke blik in zijn ogen die hij gisteren ook had gehad. Het deed haar slikken en de zenuwen borrelden op in haar buik. "En wat als ik je wel die keuze geef?" Ze zweeg. Van binnen rilde ze van top tot teen een joeg een zenuwachtige, jagende adem door haar longen, maar van buiten gebeurde er niets. Ze kon zijn adem op haar huid voelen en probeerde haar blik van de zijne weg te scheuren. Maar het lukte niet... "Ontmoet me vanavond bij de grote voordeur. Half elf." "Maar dat is al ver na-..." "Half elf. Neem je mantel mee." Voor ze het zich goed kon beseffen was Keane van haar weggestapt en liep hij van haar weg richting een andere kant van de bibliotheek. Verdwaasd stond Lillian daar, met de boeken nog rond haar voeten. Moest ze dit wel doen? Zou ze niet gewoon beter in de leerlingenkamer kunnen blijven vanavond? Ze wist nog niet zo goed wat ze nou werkelijk zou doen... Misschien wilde hij alleen even praten en was er niets aan de hand. Maar waarom had ze dan een onbeschrijflijk onderbuik gevoel dat dit laatste zo sterk tegensprak?

Share this post


Link to post
Share on other sites

-6-


Ze had nog uren nagedacht. Nog kwartieren lang getwijfeld, tot ze op de laatste minuut besloot om toe te zeggen op het aanbod om hem te ontmoeten. Haar voeten maakten hun weg van de vele, lange trappen naar beneden, tot ze de laatste trap afdaalde, die haar direct leidde naar de grote deur aan de voorzijde van het kasteel. Het was slechts enkele minuten voor elf en de zenuwen in haar buik begonnen nog sterker rond te draaien en te kietelen. Zelfs haar wangen kregen er een lichte kleur van. Haar vrienden en vriendinnen bevonden zich op de andere verdiepingen in het kasteel, waaronder Georgiana, die zich waarschijnlijk ergens met James bevond bij de rechtszaal. Evangeline was in de leerlingenkamer met Shona en Muirgen. Sebastian lag zijn laatste nacht in de ziekenzaal uit te zieken en zij was hier. Met nog iemand uit de groep die zichzelf tot haar vrienden telde, maar eigenlijk niet eens zo heel vriendelijk tegen haar leek op de meeste momenten. Hij wachtte haar op, bij de deur. Vanaf het moment dat hij haar in zijn zicht had vernomen, had hij zich verplaatst naar de laatste trede van de trap en wierp hij haar een charmante glimlach toe. Lillian blies een bibberende adem uit en tippelde zachtjes en voorzichtig de trap op, bang om betrapt te worden op hun poging om buiten de avondklok om het kasteel te verlaten. Toen ze eenmaal voor Keane's neus terecht was gekomen, glimlachte ze kort en knikte ze. Zijn fluisterende stem klonk haast onhoorbaar, terwijl hij haar arm in de zijne haakte. "Ik wist wel dat je zou komen Lils. Kom met me mee." Zo zacht als ze konden wandelden ze via de grote deuren naar buiten, waar ze zich voortbewogen in het duister van de avond. Het was guur buiten; de blazende wind was koud en de enkele, kleine regendruppels die op hun hoofden vielen voelden waterkoud. De lucht was donker, zelfs zo donker dat zelfs de maan bijna niet te zien was. Toen ze eenmaal de grote deur achter zich hadden gesloten haakte Lillian haar arm los van de zijne en kneep ze de uiteinden van haar mantel dichter naar elkaar toe. Het was koud, echt koud. Ze wilde voor hem uit lopen, om ergens beschutting te zoeken, maar op het moment dat ze van hem weg liep greep hij naar haar pols en sloot hij zijn vingers er omheen. "Niet die kant. Andere kant. Kom mee." Vanaf dat moment liet Lillian zich door hem mee nemen, ze sputterde niet eens meer tegen. Hij had haar uitgenodigd om met hem te spreken over een betere manier van omgang met elkaar, althans, dat was wat zij uit zijn aanbod van vanmorgen had begrepen. Hij had haar voorgesteld om haar een keuze te geven om geen ruzie met hem te maken. Lils was niet een type meisje om maar om de haverklap ruzie te maken met de eerste de beste eikel die in haar buurt kwam, absoluut niet zelfs. Maar er was gewoon iets aan Keane wat haar horendol dreef, tot aan de uiterste einden toe. De manier hoe hij haar soms zo respectloos aansprak, of weer een irritante opmerking maakte over haar gedrag... Waarom lette hij uberhaubt zo veel op haar? Waarom moest hij haar iedere keer hebben? Natuurlijk maakte hij ook wel rotopmerkingen naar anderen, maar de laatste tijd was zij zo vaak de pineut geweest, dat het haar ondertussen flink begon te vervelen en te irriteren. En dit alles, terwijl hij op sommige momenten, wanneer er niemand bij was, zo anders tegen haar kon zijn. Zoals in de keukens, toen hij gewoon rustig tegen haar praatte en een gezellig gesprek had geprobeerd aan te knopen. Of dat moment bij het feestje van gisteren... Bij de gedachten aan dat moment voelde Lils de rillingen over haar rug lopen. De blondine merkte dat Keane begon te stoppen met lopen en dat ze waren aangekomen bij een stuk van het kasteel, wat ze nog niet eerder had opgezocht.

Aan de buitenzijde van het kasteel bevond zich een aantal gedeelten met een lichte overdekking, waarvan ze er nu een hadden gevonden. Keane trok haar er onder en liet daarna haar pols los. "Dit is ver genoeg..." Lillian keek rillend om zich heen en kneep met haar hand haar mantel nog iets dichter. "Moesten we om te praten echt helemaal hier heen gaan? We hadden toch ook een lokaal op kunnen zoeken?" Keane keek haar aan met een corrigerende blik. "Dan was de kans groter dat we gestoord zouden worden. Niemand gaat nu op dit tijdstip naar buiten en zeker niet met dit rotweer. Daarom." "O... Oké. Maar is het dan zo serieus wat je wilt bespreken?" "Verdomme Lillian, je weet dondersgoed dat het serieus is." Lillian keek de jongen met een geirriteerde blik aan. "Als je gelijk zo gaat doen, dan ben ik weer weg. Dus vertel maar wat voor keuze je me wilt aanbieden." Keane slikte en pakte opnieuw haar pols vast. "De keuze komt later. Eerst moet je luisteren." Lillian hief haar schouders zo nonchalant mogelijk op, om maar niet te doen blijken hoe zenuwachtig ze er eigenlijk van werd dat hij haar pols zo beetpakte. Zijn warme, sterke hand had zich om haar arm heen gewikkeld en zijn felle, groene ogen keken haar op zo'n doordringende manier aan... "Jij weet net zo goed als ik dat er iets is. De spanning tussen ons." Lillian schraapte haar keel, maar haar omhoog gekropen hart bleef daar kloppen. Ze kreeg bijna geen lucht en voelde zich alsof ze hier ter plekke door de grond wilde zakken. Al hakkelend probeerde ze zich uit de situatie te redden. "S-spanning? Welk- welke spanning?" Een boze blik van Keane was haar antwoord. "Doe niet alsof je neus bloedt Sprout, je weet verdomd goed waar ik het over heb!" Voor een moment leek hij meer afstand te nemen, maar in werkelijkheid had Lillian zich dichter tegen de muur gedrukt om meer afstand tussen hen te creëren. Dit bleek niet te werken, gezien Keane gebruik maakte van de situatie en haar vastzette tegen de muur, door zelf dichterbij te komen en zijn handen aan weerszijden van haar schouders tegen de muur te drukken. "Dus je wilt beweren, dat jouw ogen niet het lokaal rondkijken, op zoek naar mij... En jij wilt beweren dat jij dit niet bewust doet?" Dapper probeerde ze nee te schudden, echter durfde ze zich niet te veel te bewegen. "Ik weet waar ik het over heb, want ik ken hetzelfde gevoel. Ik kijk naar je. Bewust." De blondine liet de grip op haar mantel iets versterken en slikte ze onopvallend mogelijk wat van de overheersende zenuwen weg. "Waarom kijk je naar me, je mag me niet eens. Je maakt me belachelijk, je doet tegen me alsof ik niets goed kan doen en je bent maar bezig met je eigen fantastische, vlekkeloze imago bij je vriendjes!" "Luister Sprout-" "Ik heet Lillian!" "Goed. Lillian. Luister. Denk je dat ik wil dat zij dat merken? Denk je dat ik wil, dat jouw lieftallige vriendje Sebastian ook maar merkt dat er iets is? Dat jij bewust naar mij kijkt. Dat je bewust naar mijn ogen zoekt in de menigte? Denk je dat ik het soms niet doorheb, of dat ik een of andere achterlijke idioot ben? Want laat me je even duidelijk maken dat ik niet achterlijk ben en dat ik doorheb wat je werkelijk over mij denkt en wat je voelt." Lillian lachte schamper en duwde zijn borstkas met haar handen verder van haar af. "En wat denk en voel ik dan, o alwetende Keane Cadwgan?" Keane's blik verharde en zijn handen grepen de hare beet om haar vervolgens vast te zetten tegen de muur, met zijn eigen lichaam op slechts milimeters afstand van de hare. Een geluidloze 'au' gleed van haar lippen, maar al gauw drukten haar lippen zich op elkaar, terwijl haar blik werd vastgebrand door de zijne. "De zenuwen in je buik, als we dicht bij elkaar zijn. Jouw ademhaling die versneld wanneer ik je aanraak. Misschien zelfs de gedachten en beelden die je hebt overgehouden aan de kerkers, van gisteren." Zijn blik werd gevaarlijk, die duistere twinkeling erin spelend rond het felle groen. "Vertel me wat je voelt als ik dit doe. Eerlijk." Een van zijn handen liet zich los van haar handen en streek zachtjes een blonde lok achter haar oor. Terwijl Lils de tinteling voelden die zijn vingertoppen achterlieten na de zachte aanraking, probeerde ze dit zo min mogelijk te tonen. Ze schudde nee, terwijl hun blikken elkaar nog steeds kruisten. "Niets?" Keane lachte schamper. "Leugenaar... En als ik nu...dit doe?" Zijn vingers verplaatsten zich naar haar kaak, waarna zijn duim zachtjes over haar rozige lippen streek. Tegelijkertijd schoof zijn ander hand zachtjes rond haar taille, om vervolgens kort en zacht te strelen langs haar ruggegraat. Een begerig gevoel borrelde vanuit haar binnenste naar boven, iets wat haar deed huiveren en deed schrikken tegelijkertijd. Haar lippen openden zich een stukje, waarna een zuchtje adem ontsnapte. Een zelfvoldane glimlach verscheen rond zijn lippen. "Je lichaam verraadt je. Je wilt dat ik dat doe." Nog maals streek zijn duim langs haar lippen en zijn eigen lippen bewogen zich een klein stukje van elkaar af. "Ik wil het..." Op dat moment leek haar hart geheel te stoppen met kloppen. Een bedwelmende sfeer schakelde haar hersenen langzaam uit en beinvloedde haar autonomie. Ze had geen andere keuze dan te zwijgen. Ontkennen had geen zin. Haar gehele lichaam en geest toonden haar en hem signalen dat er iets was tussen hen. Wat het precies was, dat kon ze niet goed uitleggen. Het was een soort aantrekkingskracht, iets dat hen naar elkaar toe bleef trekken, ondanks het feit dat ze misschien anders wilden. Het deed hen denken dat ze dit wilden. Zijn gezicht kwam steeds dichterbij, tot ze zelfs zijn adem kon proeven. "God, ik wil je zoenen..." Lillian ogen schoten open, terwijl haar ademhaling steeds sneller door haar keel begon te jagen. De zenuwen en spanning namen al haar lichamelijke functie over en voor een moment twijfelde ze om er aan toe te geven en zich in zijn armen te werpen als een hongerige leeuw. "...maar ik doe het niet... niet tot jij durft toe te geven dat er iets is..." Hij slikte. "We gaan terug... voor ze ons missen in het kasteel..." Hij stapte van haar weg en liet haar hand en gezicht onaangeraakt achter. Lillian was verbijsterd. Alsof ze bevroren was stond ze daar, bewegingloos en woordenloos.

Keane trok zijn mantel al keelschrapend recht, waarna hij haar hand beetpakte en zijn blik van haar afwendde. De met stomheid geslagen blondine liet zich meevoeren, zonder enige tegensputtering. Alles wat er net was gebeurd speelde zich opnieuw af op haar netvlies en deed haar gedachten en gevoelens op hol slaan. Ze was in de war, nog erger dan ooit tevoren. Voor een moment voelde het alsof haar benen het zouden gaan begeven, maar op het volgende moment stonden zij alweer binnen in de hal voor de grote deuren. Keane bracht de hand die hij vast had gehad naar zijn lippen en drukte er een zachte kus op, terwijl hij haar lonkend aan bleef kijken. "Goedenacht Lillian..." Lillian knikte en nam vluchtig haar hand terug naar zich toe. Pas nu kon ze het opbrengen om ook maar iets te zeggen. "Goedenacht Keane..." Maar voordat ze haar laatste letter had gezegd, was hij al uit het zicht verdwenen.

Share this post


Link to post
Share on other sites

-7-

 

 

De volgende dag werd Lillian vermoeid wakker. Het was niet zo heel vreemd, gezien ze wederom niet goed had geslapen. In haar dromen bleven de groene ogen van Keane haar achtervolgen. Zijn woorden rolden met zijn zoetgevooisde stem door haar gedachten, zowaar als zijn vingertoppen haar lippen lieten tintelen. Er was veel te veel gaande tussen hem en haar op dit moment. Het was veel te veel om het slechts bij een vriendschap te houden en het ergste van alles; Lillian wist niet eens meer of ze het zo erg vond of niet. De aandacht was fijn, want net zoals enig ander meisje van haar leeftijd, vond ook zij de aandacht die ze kreeg van anderen prettig. De positieve aandacht tenminste. Nu was het ook zo dat Sebastian en zij hun relatie op een zachter pitje hadden staan, het was wel goed allemaal, maar het leek er op alsof ze het allebei te 'normaal' vonden. Ze namen elkaar voor lief en dat was het eigenlijk wel. De vurige spetters van het openingsvuur waren inmiddels lager gaan knetteren en hadden eens in de zoveel tijd nog een uitspatting. Maar ook dit viel momenteel tegen, nu Sebastian in de ziekenzaal lag om uit te zieken. Het duurde haar allemaal veel te lang. Ze wilde het liefst met hem samen vluchten, naar een plek waar ze volledig met zijn twee alleen konden zijn. Waar ze hun romance even weer wat meer konden aanwakkeren, zoals een klein vlammetje kon veranderen in een grootse bosbrand. Ze miste de bosbrand van voorheen en had er, zeker na alle gebeurtenissen van gisteren en eerder, meer verlangen naar om het aan te wakkeren dan voorheen. Ze moest Keane uit haar hoofd zetten en snel. Voor het verboden gevoel werkelijk de overhand kon gaan nemen en ze zou bezwijken onder zijn charme.

 

* * *

 

Het was rond het vijfde lesuur, vlak voor theetijd. Een vijtal minuutjes geleden was de les Toverdranken tot een einde gekomen, een van de zoveelste lessen die Lillian liefst van alles niet had bijgewoond. Terwijl ze de laatste beetjes drab uit haar ketel aan het schrapen was -door de zoveelste toverdrank die was geëindigd in een zwartgeblakerde, uitgekookte smurrie massa- weerklonken haar diepe zuchten luidkeels door de kille ruimte van de kerkers. Wat had ze toch een gigantische hekel aan toverdranken. De drank van vandaag was een van haar minst favorieten geweest; het vocht van de levende dood. Een drank die met een knip van je vingers kon mislukken en zoals gewoonlijk was dit dus het resultaat. Hoe ze dit vak ooit zou behalen was een vraag...

Edited by Theo Braxton

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now


  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×