Jump to content
Rhiann Cadwgan

[1839] Hope is the only thing stronger than fear

Recommended Posts

21 Januari 1839, 

's Avonds laat

Optrekje van de Bennetts, Londen

 

Het was heel wat om uit Cadwgan Castle te ontsnappen. Het was nog veel meer om uit Cadwgan Castle te ontsnappen zonder toverstaf, met niets dan een extra jurk in een haastig gevulde tas en een baby. Rhiann was zodanig gespannen dat ieder geluid haar deed schrikken – het knapperen van het haardvuur, geluidjes van Griffith, fluisterende bedienden… In een poging iets van haar rusteloosheid kwijt te raken begaf ze zich naar het raam, waarna ze zich bedacht dat dat toch wel een van de kwetsbaarste plekken was waar ze zich kon bevinden zodat ze zichzelf vlug wederom bij de haard positioneerde. De baby was nauwelijks zichtbaar, verwikkeld in de donkere mantel die ze had omgeslagen, het kindje liefdevol tegen haar boezem aangedrukt. De bedienden hadden al twee keer gevraagd of ze haar mantel niet wilde afgeven, maar… het voelde niet veilig. Ze wilde de mogelijkheid hebben om te vluchten als dat nodig was, en ondanks dat de haard een redelijk zwak punt vormde in haar plan (wat als Aria, of erger nog, haar vader haar via de haard zou terugslepen?) was het ook haar enige uitweg. Ze had zich nog nooit zo zwak en weerloos gevoeld zonder toverstaf, en daarmee zonder enige mogelijkheid om zichzelf of de baby te beschermen. Het was niet dat haar spreuk-kunsten zich nog op adequaat niveau bevonden na twintig jaar zonder (al had ze in de toren wel weer het een en ander kunnen oefenen), maar het zou in ieder geval beter zijn geweest dan niets. Gewikkeld in haar mantel was niet veel, doch de veiligste plek die ze het kindje momenteel kon bieden. 

 

Er was maar één plek waar ze heen had kunnen gaan. Er was meer één persoon die ze net genoeg vertrouwde om het in haar naam tegen haar vader te willen en durven opnemen, als de tijd komen zou. Zeker wist ze het natuurlijk nooit. Maar Daniel Bennett zou weten wat het zou betekenen als haar vader haar woest briesend aan haar haren terug zou slepen naar Cadwgan Castle, en ondanks dat ze geenszins ook maar enige verwachtingen durfde te maken waar het Daniel betrof, had ze ijdele hoop dat hij haar toch in ieder geval van dat lot zou willen behoeden. Of hij dezelfde liefdadigheid zou tonen voor het kind in haar armen was een tweede – maar wanneer puntje bij paaltje kwam, was ze hier toch ook niet exclusief voor Griffith. Niet dat diezelfde ijdele hoop zich toch ook niet tot dat punt uitstrekte.

 

En zo was ze gekomen. Ze had niet geweten wat haar vader voor haar in petto had gehad, zou hem nooit vergeven voor wat hij had gedaan. Het verdriet was iets wat haar hart verzwaarde, wat ze voor altijd met zich mee zou dragen, en toch was het makkelijker geweest dan gedacht om de situatie comfortabel te laten worden, om zich thuis te voelen. Tot ze zich klaarblijkelijk iets teveel genesteld had. Tot Aria haar datgeen vertelde waar ze altijd bang voor was geweest, wat altijd realistischer had geleken dan die andere angst, die nog geen maand geleden waarheid was geworden. 

 

Haar wereld was voor de derde maal ineengestort. En nu was ze hier.

 

OOC: Dit topic is het vervolg op Rhiann's gedeelte uit 'If your mind is not stronger than your emotions, you'll lose yourself everytime'. Met Gianna en Margaux <3.

 

Edited by Rhiann Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Een geluid deed haar opkijken en vlug draaide Rhiann zich om. Een moment van verbazing en onzekerheid, welke werden weerspiegeld in haar grijze ogen, was genoeg om zich bewust te worden van de radeloze, ietwat kwetsbare gezichtsuitdrukking op haar gezicht waarmee ze Daniel wel dacht te overtuigen van haar situatie. Verwarring maakte aldus gauw plaats voor beleefde afstandelijkheid. 

 

“Mrs. Bennett” sprak Rhiann beleefd, terwijl ze een kleine knix maakte waarna ze haar rug rechtte - ze was er altijd trots op geweest dat ze langer was dan Camilla. “Wat een genoegen.” Het klonk niet echt alsof ze het meende. Dat had het nooit gedaan, met of zonder jaren van verbitterde verbanning. Maar waar was Daniel? Wanneer haar vader erachter zou komen dat ze weg was (en ze kon zich niet voorstellen dat hij dat op dit moment nog niet wist) telde iedere seconde. Iets vertelde haar echter dat Camilla aanklampen dat ze nu haar echtgenoot moest halen, niet de beste strategie zou zijn. In plaats daarvan haalde Rhiann voor een moment diep adem en verzamelde ze zoveel als mogelijk enige rust bij elkaar welke ze kon opbrengen in haar ietwat schichtige situatie (en dat was wellicht minder dan ze had gewild). Vervolgens schraapte ze zodanig ongeduldig haar keel dat het moeiteloos als ‘ongemakkelijk’ bestempeld zou kunnen worden.

 

“Hoe eh… maakt u het?”

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

De huiselven hadden haar niet verteld wie er plotseling in de zitkamer had gezeten, alleen dat er bezoek was geweest dat om Daniel vroeg. Mochten ze Rhiannon Cadwgan wel bij naam hadden gevonden, had Camilla niet de nieuwe trots van haar leven, Cecily in haar armen, meegenomen, maar een ander trots in haar leven dat tentoongesteld werd aan de muur van haar slaapkamer. Niet dat er niet soortgelijke wapens aan de muur van de salon waren bevestigd, maar goed. Ze hadden niet genoemd dat het Rhiann was, dus was Camilla er vanuit gegaan dat het één of ander familielid was dat Cecily nog had willen bezoeken. De Bennetts waren een vreemd stel, dat niet bepaald gaf om gebruikelijke tijdstippen om een baby te bezoeken.

 

Dus, de verwarring van Rhiann weerspiegelde zich op Camilla's gezicht, om even snel vervangen te worden door beleefde kilheid. Ze knikte even terug en wierp een calculerende blik op de zwaarden aan de muur, maar met een baby in haar armen had ze niet de gelegenheid om van Rhianns lichaam af te komen voordat Daniel zich al bij hen zou voegen, en daarbij zouden de huiselven, de verraders, hem toch al verteld hebben dat er bezoek was. En misschien dat hij zelfs verstandig was geweest om de naam te vragen, in tegenstelling tot zijn vrouw. "Lady Rhiannon," benoemde ze haar uiteindelijk, haar stem niet scherp genoeg om het gebrek aan de zwaarden goed te maken.

 

Ze liep naar de sofa, om daar gracieus neer te zakken, met Cecily slapend in haar armen. "Ik kan niet klagen," antwoordde ze eindelijk op Rhiann's vraag, terwijl ze met een geërgerde knik liet weten dat ook Rhiann mocht zitten. Het was niet dat de baby in Rhianns armen haar nu pas opviel, maar het was nu pas dat ze de tijd had om er een blik op te werpen. Hij, gokte ze, was ouder dan Cecily, dat was duidelijk, maar de implicaties van de baby waren vele malen erger. "Is dat uw kind?" vroeg ze dus, haar stem vijandig genoeg dat Cecily begon te woelen in haar armen, iets dat Camilla negeerde. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

De shock bij het zien van Camilla kwam wellicht niet per se voort uit het feit dat het Camilla was die hier nu voor haar stond, want theoretisch gezien was het heel logisch dat de vrouw met wie ze ooit zeven lange jaren op Zweinstein had gespendeerd en welke toch het grootste deel van die jaren aan Daniel’s zijde had gestaan, ook in dit huis woonde. Het was meer dat ze in al die jaren die ze op Zweinstein met Daniel had doorgebracht en al die lange jaren daarna nooit echt iets van een obstakel had gevormd, noch dat nu waarlijk deed of had gedaan. Camilla was vroeger toch iets van een aartsvijand geweest, maar wel één die zij en Aria probeerden weg te zetten als iets vervelends, iets irrelevants; Rhiann had dan ook in geen jaren aan de vrouw gedacht – met uitzondering van een incidentele herinnering bij haar laatste rendez-vous met Daniel, wellicht.

 

Ze wist niet precies wat haar eigen aanwezigheid met Daniel’s echtgenote deed, maar voor haar voelde Camilla als een geest uit een ander leven – al was het wellicht eerlijker geweest om te zeggen dat zij hier de geest was; Verbannen, op de vlucht, op zoek naar een veilige haven. Ze had niets meer dan de kleding aan haar lijf en het kindje in haar armen. Geen goud, geen roem – alleen nog een naam en een schim van een status. Was dat het, wat Camilla haar nu niet haar huis uit deed gooien? Of was het angst voor Daniel, nu ze er vast op de hoogte van moest zijn dat híj het was voor wie ze kwam? In ieder geval, ze was haar laatste strohalmen dankbaar – het een of het ander – en ging zitten toen Camilla haar aldus gebaarde.

 

“Hij behoort aan mij toe” besloot ze uiteindelijk ietwat afstandelijk op Camilla’s vraag, met een blik Griffith. Het was een ingewikkelde vraag. Ze wilde niet toegeven wie hij was, noch wilde ze de schijn ophouden dat zij ooit op een man met rood haar zou kunnen vallen – en de rode lokken van Griffith kwamen toch wel echt boven haar mantel uit, maar goed, het baby’tje moest nog ademen ook; het zou anders allemaal een beetje voor niets zijn. Beschermend legde ze een hand op zijn lijfje. Het was vast niet al te lastig om één en één bij elkaar op te tellen, alle rondzwevende roddels in aanmerking genomen, maar ze hoopte ergens dat de Cadwgan-zaken de vrouw te weinig interesseerden om er echt op in te zetten. Anders moest ze Daniel maar vragen om ermee te dealen. Eh.. dat zou hij vast wel doen, toch??

 

Ergens was ze verbaasd dat dat alles was wat Camilla haar zou vragen, maar wellicht wist ze ook wel wanneer ze geen antwoord zou krijgen. Haar blik viel op de baby in Camilla’s armen, voordat deze wederom terugschoot naar Camilla’s gezicht. Ze had niets aan Evangeline of Aria nagevraagd omtrent de Bennets, omdat ze haar buiten Daniel niet veel konden interesseren terwijl ze met haar eigen problemen zat, en het nieuws wát ze had vergaard was maar schaars; dus Rhiann wist niet of dit het kleinkind was van Camilla, wat toch zou betekenen dat een van haar kinderen moest zijn getrouwd, of van Camilla zelf, wat niet per se voor de hand liggend was. In ieder geval zou ze laten blijken dat ze te weinig informatie bezat als ze er iets over zou zeggen, en haar opvoeding had haar in zo'n geval geleerd dat het beter was te zwijgen; In plaats daarvan schoot Rhiann's blik naar de klok boven de haard, vervolgens naar de haard zelf, naar de deur en toen naar Griffith. Ze had echt heel weinig tijd. Ze kon niet echt geloven dat haar vader waarlijk hier naar binnen zou stormen en onder meer een stel Bennett-kinderen in gevaar zou brengen, maar aan de andere kant wist ze ook niet meer wat ze van hem kon verwachten. En ja, Daniel had zelf Aria’s kinderen in gevaar gebracht… en ze wist onderhand wel voor nagenoeg 100% zeker dat dat niet alleen Aria's bastaarden waren.

 

Ze had het idee dat ze Camilla een verontschuldiging moest geven – of het nu totaal gemeend was, en of het enkel voor deze ene binnenkomst gold, of niet. Maar toch vooral ook omdat ze wilde weten wanneer Daniel zou komen.

 

“Het spijt mij dat ik hier zo kom binnenvallen, Mrs Bennett” sprak Rhiann, de toon in haar stem afgemeten op die van Camilla, terwijl ze ietwat onrustig heen en weer schoof. Ze wierp nog een blik op de klok. “Geloof mij, het was niet gebeurd, als…” Ze maakte haar zin niet af. In plaats daarvan haalde ze nogmaals diep adem. Er was haar geen thee aangeboden - al kon ze wel wat sterkers gebruiken. “Heeft u wellicht enig idee op welk tijdstip Mr. Bennett zou kunnen arriveren?”

 

Edited by Rhiann Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Hij behoort aan mij toe was daadwerkelijk het meest onzinnige antwoord dat Rhiann had kunnen geven en ook het meest nutteloze voor Camilla. Ja, op zich zou ze in staat moeten zijn om de haarkleur van Daniel en die van Rhiann op te tellen en dan tot de conclusie te komen dat die van het kind in Rhianns armen, rood was zo'n lelijke kleur, er niet uit zou kunnen komen, maar dan zou ze toe moeten staan zich Daniel en Rhiann naast elkaar in te beelden en dat kon ze daadwerkelijk niet aan. Het enige wat ze wilde was Rhiann zo snel mogelijk naar buiten werken, weg van haar, weg van haar gezin, weg van Daniel en nee, dan bood ze de dame geen thee aan. 

 

Thee moest namelijk opgedronken worden. Zo vervelend.

 

"Oh?" was Camilla's kille antwoord. Ja, ja, natuurlijk zou het Rhiann spijten. Niet genoeg om niet te zijn gekomen, blijkbaar, anders had Camilla gewoon op dit tijdstip Cecily naar bed kunnen brengen. Of haar in ieder geval overdragen aan een huiself om Cecily naar bed te brengen, dat was zo'n beetje hetzelfde principe voor iemand van hun stand. Nee, haar stand, want Rhiann had destijds een gok genomen, dezelfde gok als Camilla, maar waar hij voor haar goed was geëindigd, was het voor Rhiann allemaal uit elkaar gespat. Kon ze daar niet blijven? Waar ze zich de laatste tijd dan ook had bevonden, ver uit de buurt van iemand die er toe deed? 

 

"Mijn man komt wanneer hij komt." Ze besloot eindelijk haar gestaar richting Rhiann te verbreken, het leek er niet op dat ze daardoor eerder zou vertrekken, en wierp een enkele blik op de dochter in haar armen. Veel knapper dan dat kind, voor zover Camilla kon zien. "Maar u zou altijd nog morgen, op een redelijker tijdstip, terug kunnen keren." 

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Neesprak Rhiann scherp – té scherp, té hard, té vlug… en met een duidelijke ondertoon die voor iemand die haar goed kende de paniekerigheid van haar situatie zou onthullen. Rhiann was immer iemand geweest wie het doorgaans goed lukte haar emoties achter een masker te verhullen, maar lang ongebruik en de plotselinge en constante spanningsboog maakten dat nu ook haar reserves begonnen op te raken. Zeker nu ze hier zat, met niet eens een kopje in handen om zich af te leiden, met het slome getik-tok-tik-tok als enige geluidsbron van de klok boven de haard en met niemand anders dan Camilla om deze tijd mee door te komen – die haar klaarblijkelijk niets dan weg wilde hebben. 

 

Rhiann stond op, liep weer naar het raam, wierp een blik op de haard en draaide vervolgens weer terug naar de bank maar ging niet zitten. Het leek rustig op straat. Dat was een goed teken – waarschijnlijk. Tenzij het té rustig was. Ze durfde niet nog een blik op de situatie buiten te werpen, maar vroeg zich plotseling wel af wat Camilla zou doen als haar vader hier plotseling naar binnen zou walsen. Nooit meer een enige Cadwgan binnenlaten, waarschijnlijk.

 

“Dat… zal niet gaan” sprak Rhiann uiteindelijk, alsof ze Camilla’s opmerking vergeten was. Griffith woelde onrustig heen en weer door haar plotselinge bewegingen en met een hand aaide ze afwezig over zijn ruggetje. Haar andere was onzichtbaar tot een vuist geklemd, verborgen in de plooien van haar jurk, waarbij haar lange nagels zich een weg in haar handpalm boorden. Waarschijnlijk viel het allemaal wel mee. Waarschijnlijk had haar vader niet eens door dat ze weg was. Waarschijnlijk was deze ene minuut, of de volgende, of degene daarna, van geen enkel belang. Het probleem was dat ze het met geen mogelijkheid kon weten en zich in geen mogelijkheid kon verweren als ze daartoe gedwongen zou worden. Camilla als levend schild gebruiken was waarschijnlijk haar beste optie. Haar vader zou het wellicht niet aandurven om de echtgenote van Daniel iets aan te doen… al zou ze om dat voor elkaar te krijgen waarschijnlijk Camilla’s staf moeten afpakken – en alleen al Camilla was immer een geduchte tegenstander geweest; en zonder toverstok toch nagenoeg een onmogelijke. 

 

Desalniettemin bewoog ze zich iets dichter naar de vrouw toe, onder de pretentie haar grijze ogen gericht te houden op een van de schilderijen aan de muur. Het was beter om een doel te hebben, om iets te doen, dan doelloos en zonder thee of iets sterkers voor zich uit te staren. Ze zocht naar iets om te zeggen over het schilderij, al was kunst nu wel het laatste waar ze zich mee bezig wilde houden. 

 

“Wanneer heeft u dit aangekocht?” wist ze uiteindelijk uit haar strot te krijgen, op een ietwat schrille toon die ergens in Camilla’s boeken hopelijk nog wel voor enigszins belangstellend kon doorgaan. “Het is een Frans werk, niet?”

 

Edited by Rhiann Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Daniel had een moeilijke relatie met het concept van bezoek. Aan de ene kant vond hij het fijn; Daniel had altijd graag mensen om zich heen, alsof hij niet bestond als hij niet gezien werd, er niet toe deed als hij niet gehoord werd – maar aan de andere kant durfde hij het weleens vervelend te vinden als mensen onaangekondigd hun smoel lieten zien, net alsof hij erom gevraagd had. Oh, ja, het was altijd fijn als mensen naar hem vroegen, wat ditmaal expliciet was gebeurd, maar kom op, hij had het druk genoeg om niet iedereen op elk moment te kunnen ontvangen. Dikwijls liet hij het dan ook over aan Camilla – ja, wat, het was toch een beetje haar taak, niet? – maar zoals gewoonlijk (oh, wat had hij een hekel aan zijn eigen voorspelbaarheid! Het maakte dat hij alles plat wilde branden, opnieuw beginnen, zichzelf heruitvinden in de as van een ander – maar ergens, ergens, ergens was ook die neiging zodanig typisch dat het meer mensen verbazen zou als hij braaf op zijn plaats bleef) won zijn nieuwsgierigheid het van zijn agenda.

 

En dus, dus, dus verscheen Daniel uiteindelijk toch, hoewel hij het aanvankelijk niet meteen van plan was geweest. De ontvangstkamer was er een die hij nauwelijks betrad, al kon hij geen concrete reden waarom geven, dus elke keer als hij er kwam, was het maar beter de moeite waard.

 

Hij kon niet zeggen of dat het was – maar interessant was het wel. Een kleine reünie bijeen: Rhiann, Camilla, hij, met als ongepaste gasten twee baby’s in de armen van beide vrouwen. Hm. Met enig gevoel voor flair zette hij zichzelf op de zetel, het dichtst bij de dubbele deuren. “Rhiann”, zei hij, niet in staat enige verwondering uit zijn stem te verbannen. “Wat brengt jóú hier?” Zijn ogen zwierven naar de baby in haar armen, de rode plukjes haar die onder het mutsje uitstaken, en hij fronste bij het zicht. Een plus een was geen ingewikkeld rekensommetje, maar het waarom was een lastiger vraagstuk. En belangrijker nog: waarom híér? Hij liet zijn ogen naar zijn vrouw schieten, kon de kilte haast niet níét zien, besloot vervolgens om het straal te negeren en haar met een eenvoudig gebaar naast zich te vragen.

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Bij het geluid van voetstappen draaide Rhiann zich abrupt om, de plooien van haar jurk zwierend om haar benen. Ze wist haar opluchting op haar gezicht nauwelijks in de plooi te krijgen en tijdens haar reverence, die wellicht iets dieper dan nodig was, deed ze een poging toch enkele van haar emoties te onderdrukken. Maar waar de gemiddelde burger zich toch waarschijnlijk ingesloten zou voelen wanneer een man als Daniel Bennett de ingang zou blokkeren, voelde zij niets dan de beroering van opluchting en iets anders, iets diepers, iets wat ze in zijn aanwezigheid nooit waarlijk had kunnen onderdrukken en toch enkel in een voorzichtige oogopslag te ontwaren was.

 

“Mr. Bennett” knikte ze ietwat ademloos – was ze ooit zó blij geweest hem te zien? Ze dacht het toch niet; doorgaans had ze toch niet haar geluk zodanig laten afhangen van enkele mannelijke aandacht – of zo kwam dat toch aan haarzelf voor. Het ontging haar niet hoe hij haar bij haar voornaam, nuja, eigenlijk toch bij haar bijnaam, aansprak en zich zelfs zo vrij voelde haar te tutoyeren. Ze wist dat het Camilla ook niet ontgaan kon zijn en voor een moment flitsten haar grijze ogen richting zijn echtgenote, die deed zoals haar werd gemaand en naast hem op de bank plaatsnam. Of zou hij dat enkel hebben gedaan omdat Camilla zich hier bij hen bevond?

 

Rhiann nam tegenover het stel plaats, zich bewust van de stilte die tussen hen neerdaalde terwijl ze haar woorden zocht. Het was gek om Camilla aan Daniel’s zijde te zien, en ergens maakte het haar ongemakkelijk. Haar plan was zodanig uit paniek geboren, dat ze nooit echt rekening had gehouden met Camilla, om eerlijk te zijn. Maar goed, eerder was ze ook nooit zo ver gegaan om waarlijk naar Daniel’s huis te komen; enkel naar zijn kantoor, daar het enkel business had betroffen. Haar vaders keuzes maakten klaarblijkelijk dat niet alleen nieuwe grenzen werden overschreden aan zíjn kant, maar ook aan de hare. Ze had nooit de intentie gehad een verhaal als dit af te steken tegen iemand als Camilla, maar er restte haar klaarblijkelijk geen andere keuze.

 

“Mijn excuses dat ik mij hier onaangekondigd vertoon” begon Rhiann, de woorden herhalend die ze eerder tegen Camilla had geuit. “Geloof me, ik zou willen dat…” Ze slikte en richtte haar blik nu slechts op Daniel. Dat maakte het makkelijker, ergens. Maar alsnog moest ze zoeken naar woorden voor de waarheid die ze nog maar eenmaal tegen een ander had geuit, en die haar van binnen verscheurde. Zo goed als ze kon duwde ze alles weg, al die emoties, alsof ze het kind wat ze was verloren instopte en ze voorzichtig was het dekentje nergens te laten uitsteken.

 

“Enkele weken geleden is er een ongeluk gebeurd betreffende mijn zoon” sprak Rhiann uiteindelijk. “Mijn vader liet zich gaan. En tegen alle afspraken in…” Ze zweeg. Daniel zou het wel begrijpen. Toen ze opkeek glommen haar grijze ogen ondanks alles als diepe poelen, tot de rand gevuld met verbolgenheid. “Twee dagen geleden sprak ik Lady Radnor. En ik…” Ach, als Daniel toch al begon, dan konden al die aanspreektitels toch ook wel weggelaten worden. “En Aria zei mij… ik… ik heb geen manier om het te controleren natuurlijk, maar ze vertelde mij dat mijn vader haar zoon als erfgenaam heeft aangesteld in zijn testament. Hij zou die bastaardkinderen niet enkel zijn naam hebben gegeven afgelopen januari, maar zou verder zijn gegaan.” En hoe blij Aria wel niet was geweest! En hoe het bij haar als een doodssteek was aangekomen! De nagels van haar gebalde vuist boorden zo diep in de palmen van haar hand, dat kleine druppeltjes bloed daaruit ontsprongen.

 

“Daniel… ik weet niet wat hij van plan is. Ik weet niet wat hij wilt. Maar hij heeft mijn toverstaf wederom ingenomen en ik weet wel dat als dit waar is, dat ik niet veilig ben in Cadwgan Castle. En Griffith ook niet. Griffith... Griffith zeker niet.” Beschermend legde ze haar vrije hand op het hummeltje, voordat ze voorzichtig opkeek om zijn blik te peilen. “En ik vroeg mij af…” Ja, daar kwam dan het moeilijkste van alles – datgeen waar ze al haar trots voor moest inslikken. Eigenlijk had ze Daniel al teveel gevraagd, aangespoord door Evangeline, wat zich had uitbetaald in hangende rechtszaken en wederom gebroken toverstaffen. Maar ze zag waarlijk geen andere keuze. Wie anders zou ook maar willen overwegen om haar te helpen?

 

“Zou ik wellicht hier een tijdje kunnen blijven? Met… met de baby.” Ze deed erg haar best Camilla’s blik te negeren, maar het maakte toch dat een ietwat bleke blos haar wangen kleurde. “Of misschien niet hier, wat je uitkomt, maar…” Ze haalde diep adem, haar grijze ogen nu de kleur en diepte van een woelige zee. “Onder jouw hoede, om het zo te zeggen.”

 

Edited by Rhiann Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Nee. Alsof Rhiannon haar wat te vertellen had, alsof ze het kon maken om stellig te zeggen wat Camilla wel of niet van haar moest accepteren. Dit was haar huis en Daniel was haar man en ze had hier verdomme het een en ander over te zeggen, ook al leek iedereen, inclusief Rhiann, zich daar niet bewust van. Camilla kwam toch ook niet haar huis binnen met de eis dat ze iedereen moest spreken? 

 

Ze wilde net Rhianns belachelijke poging tot een normaal gesprek afkappen om Rhiann te vertellen dat ze nu direct weg moest, maar natuurlijk kwam Daniel op dat moment binnen, want je kon veel zeggen over haar man, maar zijn grootste talent was toch wel om de perfecte timing te hebben om haar gezag te ondermijnen. Camilla beet boos haar kaken weer op elkaar en nestelde zich tegen Daniel aan, met een felle blik richting Rhiannon. Cecily had ze nog steeds in haar armen, maar ze had er spijt van dat ze het kind had meegenomen. Als ze haar armen vrij had gehad, had ze allang iets aan Rhiannon kunnen doen, er waren maar liefst vijftig messen in deze ruimte te vinden, om nog maar niet te spreken van haar toverstok, maar nu was het allang te laat.

 

"Nee," liet ze fel uit haar mond glippen, zodra Rhiannon haar nutteloze smeekbede had voltooid. Ze duwde zich meer overeind, zodat ze Daniel recht in de ogen kon kijken. Het was nutteloos om Daniel te vertellen wat hij wel of niet kon doen, dat wist ze, maar ze moest het altijd proberen om tegen hem in te gaan, zou dat nooit kunnen weerstaan. "Ik wil haar niet in huis hebben! Doe met haar wat je niet laten kunt, maar niet hier." 

 

En deed vooral ook maar niet met haar wat hij niet laten kon, maar dat was een andere strijd. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Daniel wist niet goed wat hij nu exact verwacht had. Niet dit, dat zeker. De opluchting op Rhianns gezicht, zij het slechts kort waarneembaar, sprak boekdelen, maar het was er een waarover Camilla verhaal zou halen. Hij had nog niet helemaal helder voor zich wat hij erover zou zeggen, had hem en Rhiann nog niet in een concreet kader gestoken dat Camilla, zij het met tegenzin, aanvaarden moest volgens alle woordeloze conventies en regels die van kracht waren binnen hun huwelijk. En toen Rhiann het bommetje liet vallen, de ware reden waarvoor ze gekomen was, betwijfelde hij of hij het zelfs zou moeten proberen – hoe ontkende je het vertrouwen vereist voor een verzoek als dit? Nu ja. Hij ontkende Rhiann niet per se graag. De felheid van Camilla’s onmiddellijke respons maakte duidelijk dat hij er wel iets op zou moeten vinden, maar… ja. Camilla’s hekel aan de wereld woog zelden op voor de grenzeloze liefde die ze opbrengen kon voor de beloften die hij haar kon maken.

 

Zijn ogen vestigden zich op het pakketje baby dat Rhiann zo beschermend in haar armen hield, terwijl Camilla haar mening duidelijker maakte dan hij zich ooit kon herinneren eerder gedaan te hebben. Rhiann vroeg iets kleins, miniems haast, in praktische termen, en iets groots in implicaties, de insinuaties waarin Rhiann haar thuis gevonden had – alsof zichzelf in veiligheid brengen een eufemisme was voor eenvoudigweg nooit iets rechttoe rechtaan zeggen. Was dat iets goeds? Het was vreselijk vervelend, in alle eerlijkheid. Camilla’s botheid was een opluchting – ze stak een mes in zijn lijf, maar ze zou altijd haar naam op het wapen van dienst schrijven. Rhiann niet. Rhiann deed er alles aan om elk voetspoor te verhullen om vervolgens te vragen of hij even zichzelf neersteken kon. Alsjeblieft?

 

Camilla!”, zei hij, enige waarschuwing doorheen zijn stem gewoven. Waar het kind hem gedurende de gevallen woorden beziggehouden had, net alsof hij de blikken van de twee vrouwen hier in de ruimte even niet aankon, was hij het jongentje nu alweer geheel vergeten. Iets stiller, iets sneller, iets giftiger siste hij: “Doen met haar wat ik niet laten kan?” Oh, hij wist best waarover ze het had, wat ze bedoelde, ze had best een punt – ja, hij zou doen wat hij wilde met Rhiann, maar kom op, ze diende zichzelf op een dienblad aan, in de hoop dat hij wegkeek als ze alles weggriste wat ze nodig had – maar het moest niet zo. Mocht, zelfs. Hij wilde niet voor schut gezet worden, al helemaal niet in zijn eigen huis.

 

Maar dat gold ook voor de gast. Hij geloofde Rhiann niet helemaal. Oh, dat joch was vast morsdood, dat vond ze vast heel erg, Aria was ongetwijfeld in de zevende hemel nu ze een scherf waardigheid uit haar zeven jaar ongeluk had kunnen halen, daaraan twijfelde hij allemaal niet, maar… toch. Het knaagde. Hij kón niet geloven dat ze geen idee had wat haar vader wilde. Anders was ze hier niet geweest, toch? Hij was niet vrijblijvend genoeg om te hopen op iets als liefdadigheid; waar zijn hoede iets van veiligheid kon betekenen, waren zijn banden met al wat waar ze van weg zei te rennen, te hecht om iets van echte vrijheid te kunnen aanreiken. Zijn vingers roffelden op de leuning van de zetel, tweemaal een doffe nietszeggendheid. “De kans dat hij erachter komt dat je hier zit, zal groot zijn”, merkte hij op. “Dat is niet iets waar je mee zit?”

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Het moment dat Evangeline haar had gevraagd om tegen haar vader op te komen door haar claim te ondersteunen, was een eerste stap geweest in een nieuwe dans die ze jaren had ontweken, maar nu toch niet had kunnen weerstaan. Ze had haar vader nooit eerder een strobreed in de weg gelegen; omdat hij de patrias familias was, omdat hij alles vertegenwoordigde wat zij ook was (geweest). Toch had dat minder van haar gevraagd dan datgeen, wat ze nu deed. Ook toen was ze door een externe factor richting Daniel gedreven, ook toen had ze hem iets moeten vragen wat ze wellicht liever meed – en toch had het niet direct betekend dat zij al haar kaarten moest laten zien en haar kleuren diende te bekennen. Dáár had ze haar pionnen en lopers verzet, die wellicht verliezen zouden betekenen die haar later zouden betreuren, doch niet het einde van het spel signaleerden (een meer definitieve variant van de welbekende ‘game over’); maar híer ging het om meer kostbare stukken. Zelfs paarden en torens dienden opgeofferd te worden, als daarmee de Koning te redden was. Doch de Koningin dan weer, daarentegen…

 

Mocht Rhiannon zich in een andere positie hebben bevonden, dan hadden Camilla’s opmerkingen haar waarschijnlijk tot in haar diepste wezen gekrenkt. Doen met haar wat hij niet laten kon? Ze mocht dan alles zijn verloren, maar haar identiteit bezat ze nog. Ze was een Lady, een hooggeborene – en stond aldus, wellicht wat ironisch, nog steeds boven Camilla en daarmee boven iedere Bennett. 

 

Nu had ze niet echt een voorkeur waar het Daniel betrof – boven haar, onder haar, achter, ervoor – maar dat was niet echt het punt.

 

In plaats daarvan fronste Rhiann echter haar elegante wenkbrauwen, terwijl haar blik voor een moment van echtgenoot naar echtgenote gleed. Ze had Daniel’s keuze nooit waarlijk begrepen, maar nu vroeg ze zich toch vooral af wat voor een huwelijk dit moest zijn. Nu Daniel er niet voor koos zijn vrouw uit haar lijden te verlossen waar het de identiteit van het kind betrof, wat toch voornamelijk de reden moest zijn van zo’n hulpschreeuw, voelde Rhiannon zich daar ook allerminst toe aangezet. Doch waar ze zich redelijk zeker was van Daniel’s huidige bescherming waar het momenteel om haar vader ging, onafhankelijk van of ze zou mogen blijven of niet, was ze er allerminst zeker van of dat zich ook zou doorzetten wanneer zijn lieftallige echtgenote zich plotseling tegen haar zou keren; en Rhiann was nog steeds niet voorzien van een toverstaf, noch enig ander wapen van haar keuze. Haast ongemerkt verplaatste ze zich enkele centimeters naar links, waar ze een meer plausibele uitweg zou kunnen vinden, tenminste voordat ze wederom haar blik op Daniel liet rusten.

 

Hij zei geen nee. Nog niet. Vooralsnog niet. Neigde zelfs naar een ja, wellicht. Het was niet dat ze geen Plan B had – zou ze zich ooit zonder een alternatief plan bevinden? - al had ze wellicht iets meer hoop gevestigd op deze uitkomst van haar situatie dan ze zich volgens haar eigen rationele gedachtenprocessen kon permitteren.

 

Mijn inschatting is dat hij er vijf á tien minuten geleden is achtergekomen” sprak Rhiann op een toon die voor ‘luchtig’ moest doorgaan maar dat het nèt niet was, haar blik op hem gericht. Even was ze stil. Ze voelde ergens wel aan waar hij op doelde, maar was niet geheel bereid om hier een eenduidig antwoord op te geven. Niet hier, niet nu. Toch rechtte ze haar rug, haar hoofd wat schuin – want ze zou hem klaarblijkelijk wel iets moeten geven. “Begrijp me goed, ik ben niet hier om te vluchten verduidelijkte Rhiannon zich langzaam, haar woorden nu met enige precisie gekozen. “Zie het als politiek asiel. Tijdelijk…” Even flitste haar blik wederom richting Camilla. Ze wist niet hoezeer zij van invloed was op zijn keuzeproces, doch als zij op die wijze haar mening kenbaar moest maken, overduidelijk niet al teveel. Toch kon Daniel met enige mate van waarschijnlijkheid niet geheel murw voor haar zijn, niet met een verzoek als dit. “…Maar effectief.”

 

Ze had de slag verloren, maar de oorlog schreed door. Op welke manier het eindduel er uit zou gaan zien wist ze niet, zoals ze zojuist ook kenbaar had gemaakt; maar duidelijk was dat ze niet nogmaals aan de verliezende kant wilde – en zou - staan. Niet als zíj het kon verhelpen.

 

Edited by Rhiann Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Camilla beet boos op haar tong maar hield zich, voor het moment in ieder geval, stil. Er was een grens bij Daniel en in tegenstelling tot haar grens waar Daniel altijd vriendelijk overheen walste wanneer het hem uitkwam, wist Camilla dat ze dat niet bij hem kon doen. Hij duldde dat soort dingen niet. Betekende niet dat Camilla nooit terugvocht, natuurlijk vocht ze terug, maar het betekende dat ze op sommige momenten wist dat ze haar mond moest houden. En ze wilde Rhiann niet in huis hebben, absoluut niet, maar als Daniel al zijn eigen beslissing had genomen...

 

"Effectief voor wie?" vroeg ze kil, want ze kon nog steeds steken onder water geven. "Wat krijgen we ervoor terug om ons huis, onze familie, in gevaar te brengen voor jou en..." En dat kind? Waarvan ze nog steeds niet wist wat voor kind het was, wat Rhiann ermee deed en wat de connectie met haar man was. Camilla had heus wel wat dingen opgepikt over het werk van haar man de laatste tijd, maar Daniel vertelde nooit volledige verhalen, hield niet van vragen, was altijd afgeleid en eerlijk gezegd had het Camilla weinig kunnen schelen. Rhiann was uit haar gedachten verdwenen na haar huwelijk, ze was uit haar familie geschopt, sprak nooit meer met Daniel voor zover Camilla wist, en met de rest van de Cadwgans had ze toch niets te maken. Eerst was er Claire geweest, later Chase, en ondertussen moest ze zich een weg vechten door het moeras dat haar huwelijk met Daniel was.

 

Rhiann had niet bestaan, tot ze nu plotseling op de stoep stond. Kon ze ook weer weg?! 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Kijk, Daniel was niet geheel onwelwillend naar Camilla toe. Ze had een punt – wat wonnen zíj erbij? Daniel kende weinig van vaderlijke zachtheid, van genegenheid en suikerzoete romances, maar hij kende wel loyaliteit, hij kende wel zijn plicht om zijn familie (althans, het deel dat hij effectief als familie bestempelde) te beschermen. Oh, hij zou Chase voor de leeuwen gooien om Camilla, of Claire, of Cecily, of een godverlaten kat waaraan hij gehecht was geraakt, te beschermen, maar niet voor Griffith, niet voor Evangeline, niet voor ook maar iemand buiten zijn familie. Rhiannon was… een twijfelgeval. Als hij even niet oplette, helde ze naar de vreemdsoortige zone waar hij half en half vergat dat er andere mensen bestonden, maar evengoed leek ze zo eenvoudig verdwenen uit de nevelen van zijn leven en was ze weer bezig in haar glashelder wereldje van intriges. Het probleem zat ‘m niet zozeer in de vraag die ze stelde en alle complicaties die daarbij kwamen kijken, hoe elegant ze er ook omheen walste. Het probleem was meer… dat het zo duidelijk was.

 

Daniel vond zichzelf een heel duidelijk persoon. Maar Daniel had het liever als die duidelijkheid in zijn hoofd bleef in plaats van dat die controle uit zijn handen gerukt werd als hij een seconde of twee niet keek. Rhiannon had een aantal passen gezet zonder dat hij die had zien aankomen en nu was het aan hem om haar te volgen – en kijk, zelfs als hij weigerde, reageerde hij alsnog op háár, en er zat een zekere controle in wachten op respons die híj had willen hebben. Camilla stelde vragen die in hem óók opgekomen waren, en toch, toch, toch was ze eerst geweest.

 

Het was fijn als mensen op hem wilden wachten. Het was niet fijn als mensen moesten wachten omdat zijn reactievermogen te traag bleek om ze voor te zijn.

 

“Weet Evangeline dat je hem hebt?” Was dat relevant? Ergens wel – moeders waren moeders, zelfs hij had Camilla niet kunnen tegenhouden als ze in moederlijk offensief ging. Ergens ook niet, Evangeline leek hem niet het type om hem niet eerst te vragen of ze Griffith terug mocht. Wat… ja, weet je, als ze het beleefd vroeg, bezorgde hij dat kind met alle liefde aan het correcte adres. Wat relevanter was, was de vraag in welke mate zijn familie gevaar liep. Hoewel… hij kon zich niet voorstellen dat het werkelijk meer dan nu was. Owain Cadwgan had zijn kinderen tot nu toe niet met geen haar aangeraakt, en hij had hetzelfde gedaan (nu ja… maar ze had het niet erg gevonden!) en zo veel verder gaan dan eerder was dit nu ook weer niet. En toch! Toch! Hij twijfelde! Hij had een hekel aan twijfelen! En al helemaal omdat hij niet eens zozeer twijfelde aan de precieze logistiek van Rhiannon hier toelaten. Godverdomme. Hij keek een moment naar Cecily, die wakker werd en nieuwsgierig omhoog keek, alsof ze de wereld nog nooit gezien had vanuit die positie, en leunde wat meer naar voren. “Goed. Het zit zo: ik ga er vanuit dat dit inderdaad een van de eerste plaatsen is waar je vader je zal zoeken. Hem gelijk geven is het probleem niet.” Het was wat het was. “Wel: als er iets met míjn familie gebeurt door jouw ‘politiek asiel’, was je veiliger geweest als je bij je vader gebleven was.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

De enige manier om rationele, weloverwogen keuzes te maken, was door middel van een constante toevoer aan relevante informatie. Natuurlijk kon je niet alle risico’s indekken – dat kon nooit, in een mensenleven – maar je kon jezelf wel zoveel mogelijk beschermen door een overweldigend aanbod van inschattingskansen, schadebeperkingen en achterdeurtjes die vluchtwegen boden in geval van nood. Haar vader deed de hele dag niets anders dan zich op deze manier door het leven behelpen – Daniel ook, tot een bepaalde hoogte, al leek hij er eerder zijn corebusiness van te hebben gemaakt om de facilitator te zijn van het grote geheel; niet de spin in het web, maar de persoon die de hulpmiddelen aanleverde om het web zo groot en sterk mogelijk te maken. Nu leek er soms toch nauwelijks een verschil; ook de facilitator balanceerde macht en verantwoordelijkheden met diegenen met wie hij samenwerkte, maar haar vader kende het verschil – en Rhiannon had er de afgelopen maanden zaak van gemaakt om de precieze eigenaardigheden van dat verschil met zachte hand uit te pluizen.

 

Het idee om zich richting de Bennetts te begeven was niet plotsklaps gekomen; vanaf het moment dat Daniel had ingestemd Eva’s rechtszaak te willen aandragen, toen hij haar had opgezocht in Wales, hun oude vriendschap, zijn brandschone reputatie… wel, het had haar gesterkt in het vermoeden, dat hij haar wellicht zou helpen in een moment van nood. Och, ze wilde hier niet zijn; het was niet iets voor haar om haar lot zo rigoureus in andermans handen te leggen, zeker nu een ander zoals Camilla daarbij betrokken was. Maar nu het haar vader betrof, had Rhiann een acceptabel plan nodig gehad, voor het geval het alles als een kaartenhuis in elkaar zou storten. Of gewoonweg omdat ze geen uitweg zag, omdat alles – maar dan ook alles - beter was dan zich nogmaals te laten wegstoppen op het platteland; omdat datgeen waar ze het eens voor had gedaan, was weggeveegd door haar vader alsof hij gewoonweg opnieuw kon beginnen, welk (en wiens!) mensenleven hij daarvoor ook opofferen moest.

 

Haar keuze was reeds neergekomen op alles of niets – enige bedreigingen, gemeend of niet, van Daniel of een ander, konden daar toch weinig meer aan veranderen. 

 

“Miss Lennox heeft haar kind vrijwillig afgestaan, door middel van een onbreekbare eed” sprak Rhiannon bedachtzaam, haar grijze ogen wederom op Daniel gericht. Wat haar vader het meisje daar in plaats van had geboden en hoe ‘vrijwillig’ die ruil daadwerkelijk was geweest, viel wel te raden. “Zij wist dat mijn vader hem aan mij zou toevertrouwen.” Het maakte het makkelijker, voor haar – Eva zou haar kind niet terug kunnen krijgen, of toch enkel als ze wenste te spelen met vuur. Ze keek naar Daniel, hoe hij zich naar voren boog, waarmee hij zich leek te distantiëren van zijn complete familietafereel, zijn aandacht gericht op háár – al dat toch precies datgeen was, waar het nu klaarblijkelijk op neerkwam. Ze probeerde zijn blik te doorgronden, maar wist niet wat ze daar precies vond. 

 

Een rilling gleed even over haar rug bij zijn laatste woorden, al bevond ze zich niet in een positie waarin ze zich de luxe kon permitteren zich erdoor te laten vermurwen. Hij zei ja – niet waar? Hij gaf een voorwaarde tot onderhandeling, maar dát die onderhandeling plaats zou vinden leek in zoveel woorden nu niet te weerleggen. Doch wat de inhoud betrof… Geloofde hij klaarblijkelijk dat haar vader zijn familie iets aan zou doen? En over wie hadden ze het dan precies? Aria liep wellicht evenveel gevaar als eenieder ander; maar had haar vader niet al grenzen overschreden, die hij zich eigenlijk niet kon permitteren – zeker zonder zijn rechterhand, die zich hier tegenover haar bevond? Dat moest Daniel weten, zoals zij dat deed. Dus vanwaar die vraag? Was het show, om zijn vrouw gerust te stellen? Of zat er meer achter – wist hij wellicht iets, waar zij niet van op de hoogte was?

 

Maar goed, het klonk als een waarschuwing, maar was toch eigenlijk een dreigement, een waaraan zij niet twijfelde dat hij het meende, en zij er aldus iets mee moest. “Ik begrijp wat je zegt” sprak Rhiann, een afstandelijke blik op haar gezicht die toch het meest te kwalificeren viel als hautain, terwijl ze haar rug wat rechtte. Het belangrijkste in onderhandelingen was, dat je niet als zwak werd bestempeld; dat was toch een van die dingen die haar vader haar van jongst af aan had geleerd. Het andere was, dat je in onderhandelingen enkel teveel kon zeggen, nooit te weinig. Alhoewel, in deze situatie….

 

“Ik heb niet niets te bieden” vervolgde ze, ietwat koeltjes – natuurlijk restte haar niets anders dan het te slikken, maar met directe bedreigingen had ze niet veel op. Het was overigens ook Camilla die hierover was begonnen, niet Daniel; niet dat dat het heel veel anders maken zou, op dit moment. “Ik ben de enige dochter van de Graaf van Radnor. Ik heb… informatie.” Ze wist dat ze haar eer als Cadwgan aan het verloochenen was; en toch, had haar vader dat niet over zichzelf afgeroepen? “Informatie die hem schaadt. Informatie die hem verlamd. Informatie die…” Die erger zou kunnen veroorzaken. Wilde ze dat? Ze wist het niet.

 

Het enige wat ze wist, was dat hij haar kind had vermoord en was doorgegaan alsof de episode van de afgelopen twintig jaren niet had plaatsgevonden – en dat hij er voor boeten moest, wat het haar ook zou kosten.

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Camilla had haar vraag eigenlijk net zo goed niet kunnen stellen, want ze wist best dat Daniel niet per se op die rationele manier omging met beslissingen nemen. Geld maakte hem niet uit, dat had hij al, informatie, wie weet, maar Camilla kende haar man. Daniel was intelligent, ambitieus, en verveeld. Hij wilde altijd de beslissingen maken die hem het meeste interesseerden, alles om de verveeldheid tegen te werken die je vanzelf kreeg als je je beter voelde dan de rest van de wereld. En Camilla wist best dat Daniel zich niet liet leiden door wat zij wilde, wat haar verwachtingen waren. 

 

Ze wilde Rhiann niet in huis hebben, maar nu Daniel eenmaal de optie had, was de enige manier om hem ervan te weerhouden, hem af te leiden. Als ze hem op de één of andere manier de kamer uit zou kunnen krijgen, misschien dat ze er dan Rhiann uit huis kon schoppen en snel Daniel af kon leiden voordat hij haar in huis nam... Maar dan moest ze wel snel zijn.

 

Camilla verlegde subtiel Cecily in haar armen, op de manier dat ze zonder dat Rhiann en Daniel het konden zien, flink in Cecily's been kon knijpen, tot haar dochter klagelijk begon te huilen. "Ach, lieverd toch," suste Camilla haar. "Ik denk dat het tijd is om haar naar bed te brengen. Wil jij dat doen?" vroeg ze, heel lief, aan Daniel. "Ze valt altijd direct in slaap als jij haar wat voorleest, bij mij doet ze er uren over!" 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now


  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×