Jump to content
Boreas Peregrine

[1838/1839] Little lions

Recommended Posts

12 januari 1839

 

Boreas vond zichzelf een aardige kerel. Hij was behulpzaam en altijd wel in voor het volgende avontuur, hij had ooit ergens gelezen dat griffoendors ridderlijk waren en dus was hij dat ook (hij wist niet precies wat ridderlijk zijn zou moeten omvatten, maar hij was het vast, anders had de immer wijze en onfeilbare sorteerhoed hem niet in Griffoendor gezet), hij was een inherent optimistisch persoon, maar al die positieve eigenschappen werden niet gebruikt voor… hm, onwaardige mensen. Daar was hij rechtlijnig in, misschien iets te. Hij wilde met alle liefde zijn uiterste best doen voor iemand met normen en waarden waar hij achter kon staan, maar iemand die zo egoïstisch als de pest was? Nah. Hij had betere dingen te doen dan zich zodanig te schikken naar iemand die zo intrinsiek niets om anderen gaf en, oh, je weet wel, plannen zou kunnen hebben om de hele wereld te gaan veroveren.

 

Nu zag Boreas zichzelf dat ook nog wel doen, maar hij was geen slecht mens en dus mocht hij dat wel. Duh. Zo klaar als een klontje.

 

Gelukkig maakte Zweinstein het hem ook gemakkelijk: alle nare leerlingen die (jammer genoeg) Zweinstein betraden, werden in Zwadderich geplaatst. Zo nu en dan glipte er weleens een geval door de mazen van het net, maar over het algemeen gesproken, nee, alle slechteriken, al die stereotypes uit allerlei volksverhalen die hem verteld waren, waren in die afdeling te lokaliseren. En nee, dat was geen stom stereotype. Pfft. Het was zíjn schuld niet dat de wereld zo werkte en daarom was het volledig gerechtvaardigd dat hij met een haast nonchalant te noemen zwaai van zijn toverstok een of andere groene eerstejaars natspetterde in de kille januarilucht deze ochtend.

 

Toen ze opkeek, deed hij een mislukte poging om een grijns te onderdrukken.

 

OOC: Met Alyssia! <3

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Edith was erg onder de indruk van Zweinstein. Ze zat al een paar maanden op de school maar toch kwam ze elke dag achter een andere plek. Een groot avontuur, maar het liet haar ook heel erg klein voelen. Het hielp niet dat haar oudere broers en zussen haar overal zagen en haar probeerden te helpen, ondanks dat ze dat niet wilde. Ze wilde deze plek zelf ontdekken. Het ware goede bedoelingen, dat wist ze maar ze wilde zo graag dat ze haar serieus namen en naar haar luisterden. Nu liep ze buiten, het was redelijk fris en ze had dan ook haar warme kleren aangetrokken. De groene strepen op haar uniform vond ze haarzelf heel erg mooi staan en die liet ze dan ook trots zien. Het voelde goed dat sommige leerlingen slechts door die kleur op haar lijf terugdeinsde. Gister nog had ze een klein eerstejaars Huffelpuffeltje te pakken genomen. Ze had enorm moeten lachen, maar het schuldgevoel zat diep. Ze wist dat het eigenlijk niet kon, maar het deed haar voelen of ze de teugen van haar leven in eigen handen had.

 

Terwijl ze zo in haar eigen gedachten verdwaald had ze niet door dat ze werd bekeken. Plots werd ze natgespoten, haar hele uniform voelde kletsnat en intens koud door de frisse lucht die tegen haar aanblies. Geïrriteerd keek ze om, en zag een roodharige jongen gekleed in rood met een toverstok in zijn hand en een halve grijns op zijn gezicht. Ja. Dat was vast en zeker de oorzaak van haar koude rug. Ze keek hem boos aan, maar hij was wel groter dan haar dus ze durfde hem niet te treiteren. ''P-pardon, dat was niet echt n-n-etjes!''nBracht ze al klappertandend uit.

 

''Keer de bezw-zwe-ering om! Ik heb het koud en als ik doodvries is dat jouw schuld!'' Zei ze klappertandend en fronsend.

Edited by Edith Chadwick

Share this post


Link to post
Share on other sites

Stonden de groene strepen íémand goed? Ja, ja, groen was maar een kleur, hij kon Efstathios’ stem nog in zijn hoofd horen weergalmen over kleurenpaletten, de precieze vestimentaire nuances binnenin de mode waar Boreas zelf zo weinig over wist, ja, ja, genoeg mensen wier kleur toch echt groen was – maar die genen waren niet aan hem doorgegeven, net alsof zijn broer ze allemaal had opgezogen en niets meer had overgelaten voor iedereen die er na hem kwam. Voor Boreas was groen slechts een kleur, een waarvan hij allang vergeten was of hij die nu wel of niet mocht dragen met zijn felrode haren, en in Zweinsteincontext was het een kleur die hij liever niet zag.

 

Sorry, hoor.

 

De nuances zouden later misschien komen (misschien, misschien, misschien, uitersten vormden zijn bloed), maar voor nu, voor nu was het niet het geval. Op dertien jaar bestond je leven in je team vinden (Griffoendor) en daarvoor spelen in de competitie van de puberteit en zelfs petieterige zwadderaars moesten daaraan maar geloven. ’t Was niet alsof er een zwadderaar bestond die het niet terug zou doen. Fatsoen was niet aan hen besteed. En aan hem… tja, ten eerste was hij opgegroeid op een circus, dus, eh, en ten tweede vond hij dit slechts reageren. Maar dan op voorhand. Dat hield steek.

 

‘Iedereen heeft het koud in januari,’ antwoordde hij laconiek, redelijk onsubtiel zijn toverstok wegstekend (maar dat had ze vast niet door, nee, toch, zou het). Kom op, ze ging echt niet doodvriezen – zo ver weg was het kasteel nu ook weer niet. Pfft. Dramatische groentjes, hoor. ‘Als je echt denkt dat je doodvriest, kan je gewoon naar binnen. Of is dat te veel denkwerk?’

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Mijn hemel. Zelfs zijn haar was rood! Op zich stond het hem niet slecht, maar daar had Edith op dit moment weinig oog voor.  Zijn onverschillige uitspraak over de kou irriteerde haar mateloos, zeker toen ze zag dat hij zijn toverstok wegstak. Hallo, dat was gewoon hartstikke ongemanierd. Zomaar iemand die jonger dan je was bezweren zodat diegene het koud had en dan er niets aan doen om de situatie te verbeteren? Toegegeven, wellicht was dit karma. Zij had zo vaak kleinere kinderen lastiggevallen en ze had er niets aan gedaan om ze er beter over te laten voelen, maar dit was anders! Dit ging over haar! Zijn tweede opmerking liet haar mond openvallen. Hoe brutaal! ''Nouja!'' Wat een onbeleefde, onbeschofte, ongehoorde opmerking! Teveel denkwerk! Alsof ze te dom was om haar voeten te bewegen. Niet te dom nee, maar het was gewoon onbehaaglijk koud en het leek wel of het deze Griffoendorse jongen, nouja, koud liet!

 

''Dat is echt gemeen! Mijn zus Jaqueline zit ook in Griffoendor, ken je haar? Zij zou het niet leuk vinden als ze te horen kreeg dat jij mij zomaar pest!'' Oké, Jaqueline zou haar waarschijnlijk zeggen dat het Edith's eigen schuld was voor het vele pesten en dat God zo zijn manier had om mensen te straffen maar dat wist deze jongen waarschijnlijk niet, tenzij deze haar zus kende. Normaal gesproken zou Edith ook niet haar broers en zussen erbij halen, maar dit was een aparte jongen. En aparte problemen vroegen om aparte maatregelen. Zelfs maatregelen die voor haar meestal ongebruikelijk waren.

 

@Boreas Peregrine

Edited by Edith Chadwick

Share this post


Link to post
Share on other sites

Oh, ja, Boreas was zo ongemanierd als maar kon zijn, laten we eerlijk zijn. Hij was een circusjong, hij zat in wellicht de onbeleefdste afdeling die Zweinstein huisde en als kers op de taart was hij ook gewoon heel, heel impulsief. Zijn daden verlieten zijn brein nog vooraleer hij het überhaupt bedacht had en zo ook dit, als het erop aankwam. Hij had de kenmerkende groene kleur gezien en hupsakee! Ja, ja, haar lengte had het alleen maar erger gemaakt. Gemakkelijk slachtoffer, niet? En kijk dat dan! Ze was aan het bibberen en probeerde zich nu groot voor te doen, hoor.

 

Pfft. Boreas was duizenden keren in een ijskoud meer gesprongen in het hartje winter, telkens omdat het een goed idee had geleken of omdat iemand hem erin had geduwd (maar dat klonk minder goed, snap je) – waar deed ze zo dramatisch over? Dit overleefde ze echt wel.

 

‘Jacqueline?’ herhaalde hij, kalmer dan Boreas óóit in werkelijkheid was. Hij bekeek haar nog eens goed. ‘Nettles? Of Chadwick?’ Hmm. ‘Jullie lijken niet op elkaar, hè?’ Hij had nooit geraden dat mejuffrouw hier de zus was van Jacqueline, een meisje dat hij, in alle eerlijkheid, zelden sprak, maar die hij wel altijd had gemogen. Arm ding, zomaar een zus in een Zwadderich. ’t Moest zwaar zijn. Gelukkig voor hem maar dat hij daar geen last van had. ‘’k Kan me niet voorstellen dat ze het heel erg vindt,’ vervolgde hij luchtig, en enigszins treiterig: ‘Ga je je zus erbij betrekken, ja? Kan je het niet alleen?’

Share this post


Link to post
Share on other sites

''Chadwick!'' Zei ze en ze zette haar voet iets naar voren in een poging stoerder en dapper te lijken. Haar poging dapper te lijken mislukte, zeker toen hij helemaal niet bang leek van haar zus. Nee, ze leek niet op haar zus Jaqueline, zowel in persoonlijkheid als uiterlijk. Edith leek op haar moeder, waar Jaq veel op hun vader leek, met zijn grote oren en hoekneus. Hij zei dat hij zich kon voorstellen dat Jaq het niet zo erg zou vinden als ze hoorde dat deze Grif haar zus pestte, om vervolgens haar te vragen of ze het niet alleen kon. Het ergste was, hij had nog gelijk ook. Haar zus zou haar zeggen dat het haar eigen schuld was, en karma, maar haar zus kende haar niet. Toch, de afwijzing van haar zus deed haar pijn. Jaq zag niet wat Edith elke dag voelde en dat ze moeite had zich aan te passen en bij andere scholieren te passen. En die angst, woede en verdriet kwamen samen door deze enkele, simpele uitspraak van een willekeurige Griffoendor.

 

Haar gezicht werd rood van woede en schaamte. ''Ik zeg het alleen!'' Zei ze en haar lichaam begon te beven. Ze balde haar vuist, ze wist niet wat ze moest zeggen en in plaats van wat te zeggen deed ze wat ze deed als niets anders hielp: een lesje wie niet horen wilt moet maar voelen. Al was deze jongen zo groot, de uitspraak over haar zus had iets in haar doen knappen en ze sprong op hem af en probeerde hem een harde duw te geven. ''Rotjong!'' Krijstte ze uit.

 

@Boreas Peregrine

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Was Boreas Peregrine van iemand bang? Wist hij hoe het was om zoiets banaals als angst te voelen? Hij kende nervositeit, hij kende de spanning van de uitkomst niet weten, maar net zo goed zocht hij zulke gevoelens op. Gewoon. Er zat iets verslavends aan de adrenaline van de wetenschap dat je je dit zou gaan berouwen – al was dat niet per se iets goeds, al berouwde hij het vaker wel dan niet. Maar dan nog. Boreas berouwde iets op het moment dat het zeer deed. Daarna, daarna borrelden er alweer plannen op in zijn hoofd die hij stuk voor stuk nu, nu, nu moest uitvoeren.

 

Hij wankelde even toen ze hem zo ineens duwde, maar niet genoeg om echt op zijn gat te vallen. Wauw, gevoelige snaar misschien? Een aardiger persoon had zich, eventueel, afgevraagd of hij niet te ver aan het gaan was, of hij de gevolgen van zijn grapje onderschat had, en had vervolgens Edith Chadwick tot bedaren gebracht, jong kind dat het nog was. Of nu ja, aardiger… Misschien meer volwassen, misschien was dat waar het zo’n beetje over ging. Maar ach, het was allemaal een pot nat, want Boreas vond het toch niet zo boeiend — Edith was gewoon een kleine etter en overdramatisch, ze kon zó weggaan als ze het teveel vond worden, maar dat deed ze toch niet. Híj moest haar problemen niet voor haar gaan oplossen. Hij duwde haar terug, al was het maar om de gelijkheid in het vaandel te dragen. ‘Hoor wie het zegt!’ zei hij meesmuilend. Hij, een rotjong?! ‘Gaat je zusje hier ook mee helpen?’

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ze had gehoopt dat haar duw hem om zou gooien, maar goed, hij was een jongen en daarnaast ook nog eens ouder dan haar dus het was niet gek maar toch had ze het gehoopt. Plots deed hij iets wat ze niet verwachtte, hij duwde haar terug en niet zo zachtjes ook. Ze verloor haar evenwicht en viel met haar kont in de sneeuw achter zich, waardoor die nu nog kouder was dan de rest van haar lijf. Hij had haar opmerking weerkaatst en begon weer over haar zus. De woede die ze had gevoeld vormde zich om in tranen die ze niet wilde hebben. Nee haar zus zou haar hier niet mee helpen. Ze moest hier zelf een einde aan maken. Ze moest zich niet zo aanstellen! Ze stond weer op, haar ogen woedend op de jongen gericht. Een echte zwadderaar zou zich niet terugtrekken, een echte zwadderaar zou deze jongen in een pad veranderen. Helaas had ze haar toverstok niet bij zich en daarnaast was deze jongen in een hoger jaar dan haar en kende waarschijnlijk meer spreuken. Dus deed ze wat wist.

 

Ze viel de jongen nogmaals aan, en probeerde hem te schoppen in zijn privé gedeelte.

 

Woeps.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now


  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×