Jump to content
Rhiann Cadwgan

[1838/1839] The Difference between Outlaws and Inlaws is that Outlaws are Wanted

Recommended Posts

Posted (edited)

Keane en Josie's huis, Cambridge

Rond theetijd 

 

Toen ze uit de haard stapte, moest ze duizelig de schouw vastgrijpen om niet te struikelen. Even bleef Rhiann Cadwgan geruisloos stilstaan terwijl ze zichzelf stabiliseerde, niet alleen fysiek maar ook mentaal. Vandaag had bijna als vanouds gevoeld, uitgenodigd als ze was geweest op het kantoor van haar vader om enkele ‘zaken’ bij te spreken. Vooral omdat ze zolang verbannen was geweest voelde ze zich altijd nog het kleine meisje tegenover de gewichtige Graaf, alsof de afgelopen twintig jaar zich nooit hadden voltrokken. Haar vingers klemden zich om het koude marmer en ze duwde zichzelf wat overeind, haar rug gerecht. Want wellicht deed haar vader het dan zo voordoen, maar dat was natuurlijk niet de waarheid; want die twintig jaren waren wel degelijk geschied, hij had toch wel degelijk haar kind van haar afgenomen toen hij had bedacht dat hij dat maken kon, en zo gemakkelijk als hij haar had weggestopt in de Welshe klei had hij haar nu dan weer aan het werk gezet. En ze moest hem dankbaar zijn (en ze was hem dankbaar), zijn knieën moest ze metaforisch kussen omtrent de kans die hij haar gunde, een baby in het vooruitzicht en nu dan de mogelijkheid om zichzelf toch enigszins in het openbaar te bewegen. Ze zou gewillig zijn bevelen opvolgen omdat het haar taak was en omdat ze hem wilde laten zien dat ze de dochter was die ze had moeten zijn.

 

Maar ze wilde ook meer. En hoe langer ze met haar vader sprak, hoe minder ze het idee kreeg dat hij dat haar schenken zou. Beggars can’t be choosers… maar ondanks haar stilzwijgend geduld, was ze nooit iemand geweest die slechts op schenkingen had geleefd.

 

Nu was echter niet de tijd om over dit soort zaken na te denken, want mocht ze deze taak op de juiste manier volbrengen… nu, wie weet, maar het was altijd gunstig om haar vader in een goede bui te treffen. Ze had aangevoeld hoe belangrijk dit voor hem was, op die plaats waar hij zelf toch nauwelijks bewegingsvrijheid had. De Graaf was in deze kwestie afhankelijk van haar zoon, en dat die hem had teleurgesteld had toch wel enigszins van hem af gestraald. Rhiann zou wellicht medelijden met hem hadden gehad, mocht ze het beeld van Keane in die kerker niet op haar netvlies hebben gebrand. Het was haar zoon's eigen schuld, dat kon ze best geloven. En toch… als ze de schaarse beelden welke ze nu van hem had gekregen vergeleek met de vrolijke, donkerharige zes-, zeven- of achtjarige die vroeger toch nauwelijks van haar zijde was geweken voordat haar vader zich over haar zoon had ontfermd, dan vroeg ze zich wel eens af of ze zich wellicht toch te welwillend opstelde. 

 

Een bediende kwam aansnellen en handig, alsof ze de afgelopen jaren zo’n beetje iedere dag gebruik had gemaakt van het haardnetwerk, klopte ze het stof en roet van zichzelf af en vertelde ze hem haar naam. Verdwijnselen was natuurlijk beter geweest, maar haar vader had haar geen toverstaf ter beschikking willen stellen. Die van Daniel, meegesmokkeld in haar bagage, had ze bij Evangeline achtergelaten. Je te vertrouwend opstellen in Cadwgan Castle was een fout die ze het meisje niet zou laten maken. 

 

In de zitkamer was ze belangstellend blijven stilstaan voor een groot schilderij, ergens een beetje weggestopt in een hoekje. Erop getoond was een groot landhuis, waarvoor enkele kinderen met goudblonde haren stonden afgebeeld. Rhiann kende de afbeelding niet, maar Evangeline had haar erover verteld. Bij het horen van haar naam, uitgesproken door de bediende, draaide ze zich om. 

 

“Lady Josephine” sprak Rhiann warm, terwijl ze boog voor de dochter van de Hertog en op haar schoondochter afstapte, een vriendelijke uitdrukking op haar gezicht. “Het spijt mij dat ik zo onverwacht langskom, maar daar waren helaas de omstandigheden naar. Ik ben Lady Rhiannon.” Even liet ze haar grijze ogen over Josephine glijden. Eva had het schilderij naar de juiste gelijkenis gemaakt, en toch leek het meisje dat ze hier voor zich had… anders. Minder lichtzinnig. “Keane’s moeder.”

 

OOC: Met Ann!

 

Edited by Rhiann Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het was waar dat Josephine tegenwoordig minder lichtzinnig, minder lichthartig was. Het schilderij van Eva was sowieso nooit op waarheid gebaseerd geweest, niet echt. Ze had het gemaakt als herinnering voor Josie aan haar thuis, aan de plek waar ze gelukkig was geweest, geliefd en in haar element, maar op het moment dat zij zelf al verhuisd was. Van de ene familie naar de andere familie was overgegaan, en er niet meer echt bij hoorde, bij die andere blonde kindertjes voor het grote, geschilderde kasteel. Op het moment dat zij al volwassen was geweest. Althans officieel. Nu was het allemaal nog een paar graden erger; nu waren beide families waartoe ze tot nog toe ten goede of ten kwade had toebehoord (of waaraan, als eigendom, als waarde) in grote mate weggevallen. Haar ouders zou zij niet meer spreken; haar zusje zag ze louter nog stiekem. En Keane... Tja, Keane. Die was in Cadwgan Castle gebleven en zij kwam op bezoek. Elke keer met lood in haar schoenen. Zo min mogelijk met Owen. De reis was vermoeiend voor de jongen...

 

En ze kwam niet meer af van het gevoel dat ze Keane niet bij Owen in de buurt wilde hebben. Dat hij gevaarlijk was. Voor haar, en voor hun kleintje. Ze kon het niet verantwoorden (daarvoor had ze herinneringen nodig die ze niet meer volledig bezat) maar ze voelde ze... voelde het in al haar instinctieve reacties. En bovendien was ze nog altijd loeikwaad op hem, was hij nog altijd doorgaans een klootzak tegen haar, en was ze derhalve gestopt met vergoelijkend over zijn gedrag nadenken. Het was over. Hij had het verbruid.

 

Owain en Keane waren daarvan echter nog niet overtuigd en Josephine liet dat zo. Ze liet dat zo, omdat ze er niet achter wilde komen wat ze zouden doen als ze zouden denken dat zij niet meer te plooien viel. Ze wilde dat eerst zelf weten. Voor het eerst in haar leven had ze een plan nodig dat zij moest maken. En ze moest het doen voor haar en haar zoon.

 

Die nam ze mee naar beneden, nu ze gasten had, want ze liet kleine Owen tegenwoordig niet uit haar zicht. Als ze de jongen niet zag, voelde ze zich beklemd. Als ze hem wel zag, voelde ze zich machteloos... Maar ze nam het jochie dus mee, zette hem aan het spelen – hij was in een ‘schilder’ fase, a.k.a. geklieder, en in hun huidige huishouden liet Josephine altijd al zijn spulletjes staan, dus hij kon meteen beginnen – in zijn knutselhoek in een hoek van de salon, en begroette haar gast. “Lady Riannon,” glimlachte ze met een kleine knix, en een even kleine glimlach. “Ik zie de gelijkenis.” En dat doet u geen goed. “Een eer u te ontmoeten. Keane sprak altijd erg liefdevol over u.” Tenminste, die ene keer dat hij het over de vrouw had gehad had Josephine medelijden met hem gehad en hem voor een moment geen onuitstaanbaar stuk verdriet gevonden. Maar de diplomatieke weg van communicatie was haar eigen, en ze greep er moeiteloos op terug. “Ga toch zitten. Kan ik u iets te drinken aanbieden? Misschien een versnapering, ook?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Rhiann’s blik bleef voor een moment op Owen hangen. Ook over hem had ze gehoord, natuurlijk – het leek alsof haar vader graag over zijn achterkleinzoon sprak. Het was volgens haar vader de enige, echte erfgenaam, de legitieme opvolger van het Cadwgan erfgoed. Er waren niet echt etiquette regels omtrent het vragen om je kleinzoon te ontmoeten na jaren van verbanning, zeker in een precaire situatie als dit, dus in plaats daarvan zakte Rhiann gracieus neer op een van de stoelen en glimlachte ze beleefd. 

 

“Thee graag. En och, als u wat in huis heeft…” Rhiann’s blik gleed nogmaals over de kamer. Voor haar verbanning was ze een of twee keer naar een studentenfeest in Cambridge geweest, maar haar vader had haar niet toegestaan om te studeren. Of dat mocht, had hij van haar toekomstige echtgenoot laten afhangen – en tsja, voordat dat helemaal rond was gekomen... Rhiann onderdrukte de neiging om verlangend om te kijken naar haar kleinzoon, die ze vanuit haar positie net niet geheel kon zien, al was hij enthousiast in zichzelf aan het zingen tijdens zijn verfbezigheden. In plaats daarvan glimlachte ze ietwat vertederend in zichzelf – en vervolgens richting Josephine.

 

“Lady Josephine, ik wil dat u weet dat het voor mij ook daadwerkelijk een eer is om u te ontmoeten. Ik heb veel over u gehoord.” En ze had wel het een en ander kunnen afleiden van het feit dat haar zoon in een kerker crepeerde terwijl haar schoondochter hier haar leventje leidde, samen met het zoontje. Ze keek het meisje aan en voor de tweede keer had ze het gevoel dat er iets was… een bepaald soort gekwetstheid, of radeloosheid, ergens in die groene ogen. “Ik ehm.. hm..” Oh, ze kon het toch niet laten! “Zou ik misschien… Owen, is het toch?” Ze keek nu wel om en glimlachte richting de jongen, die bij het horen van zijn naam had opgekeken. “Zou ik hem misschien mogen ontmoeten?”

 

Ze was zijn grootmoeder! Dus dat zou Lady Josephine haar niet weigeren, toch?

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Natuurlijk had ze wat in huis. Ze was een huismoeder, ze had altijd wat in huis en ze kon Rhiannon zonder enig probleem voorzien van een kop thee met alle trimmings – citroen, melk, suiker naar eigen inzicht toe te voegen in een handig bordje dat ze allemaal bood – en een dikke plak walnotentaart, die ochtend vers door de huiself gebakken. Dit was het stuk van haar leven wat ze altijd had gedaan, wat ze voor haar ouders had gedaan en daarna voor Keane. Hier was ze goed in. “Geniet ervan,” glimlachte ze, terwijl ze weer ging zitten en haar rok rechttrok. “Wat aardig dat u het zegt.” Ze geloofde er niets van. Keane had haar doorgaans behandeld als een voetveeg en zou niemand anders in zijn buurt ooit een eer hebben gevonden. Owain vond haar net voldoende. De forse geldsom maakte de dreuzelouders bijna goed. Een eer was dit niet, maar dat kon haar niet schelen.

 

Ah, ze wou Owen ontmoeten. Goed hoor. Hij zat in de hoek, dit zou toch eigenlijk al wel als ontmoeten gelden? “Ja, hoor,” zei ze met een vage glimlach, want ze vroeg zich af wat Rhiann zich hierbij voorstelde – dat ze al een knix zou moeten maken in ruil voor een buiging? “Owen, liefje, kom eens hier? Kun je je oma ontmoeten.” Owen had even tweestrijd. Oma, of zijn delfstoffer knuffel. “En er is cake.” Einde tweestrijd, het jochie trippelde hun kant op vol enthousiasme. Josephine lachte wat ongemakkelijk. “Zoon van z’n vader, he.” Keane was ook altijd met die stomme aardbeientaartjes bezig.

 

Ze nam de jongen op schoot, gaf hem ook een stukje cake. Owen was een snugger kindje al, sociaal, maakte zonder gene oogcontact met deze nieuwe dame.

“Zeg maar hallo.”

“Hallo!”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Een eer? Tsja… Het was haar altijd een tikkeltje onduidelijk geweest wat dat precies betekende. Het was netjes om te zeggen, netter dan iets anders. Wellicht vond ze het inderdaad niet per se een eer om de dochter van twee dreuzel-Hertogen te ontmoeten. Maar ze had er wel naar uitgekeken. Dat, en natuurlijk om haar andere kleinkind te zien….

 

Een gemeende glimlach gleed over Rhiann’s gezicht terwijl ze haar grijze ogen over het jongetje heen liet glijden, haast hongerig zoekend naar de Cadwgan kenmerken in deze erfgenaam. Hij had blonde haartjes, zoals veel jonge kindjes die niet vervloekt waren met de rode lokken van Evangeline Lennox, en bruingroene ogen. Zijn neus had wel iets weg van die van Keane, maar voor de rest leek hij vooral op zijn moeder. Zonde.

 

“Keane was van jongst af aan al met eten bezig” sprak Rhiann glimlachend, een liefdevolle blik in haar grijze ogen bij de herinnering aan haar zoon, toen die nog zo klein was dat ze hem op kon tillen in haar armen. Ze boog zich wat naar voren, zodat ze het jongetje nog iets beter kon bestuderen. “Hallo Owen, ik ben je oma! Leuk je te ontmoeten. Ik hoorde dat je een stukje cake wilde. Kijk eens?” Ze overhandigde de peuter een stuk walnotencake, waar hij halsreikend naar uitkeek om vervolgens met twee handjes aan te pakken.

 

Rhiann glimlachte en rechtte haar rug wat, om vervolgens haar thee te prepareren met wat melk en suiker. Langzaam roerde ze het zilveren lepeltje rond in het kopje, haar blik nog steeds op Owen. “Wat een prachtig jongetje” merkte ze conversationeel op. “Je zult wel trots op hem zijn. Hoe oud is hij nu precies?”

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now


  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×