Jump to content
Keane Cadwgan

[1838] When you can’t go forward anymore, you reach the point of no return

Recommended Posts

Rhiann rolde met haar ogen bij Evangeline’s woorden, maar bleef wel staan. In ieder geval had ze Griffith vast – dat maakte de situatie al een stukje beter. Het was onzeker met welk doel haar zoon hier zat, hoe afgetakeld hij er ook uit zag. Er was altijd een kans dat haar grootvader hem wel had gestuurd, dat hij een manier had geperfectioneerd om de Imperiusvloek op de jongen te laten werken, en dat de kleine baby nu werd geëxtraheerd uit hun vreemde familiesituatie zodat haar vader zich gewoonweg van haarzelf en Evangeline kon ontdoen. Er was echter klaarblijkelijk ook een kans dat Evangeline ervoor zou zorgen dat Keane met de baby zou vertrekken en ze Griffith alsnog kwijt zou raken. Rhiann probeerde haar gezicht in de plooi te houden, al was het lastig; dit was precies waar ze al die tijd bang voor was geweest.

 

Nouja dit, en al die andere ideeën van andere mensen die zaken aan het plotten waren die tegen haar ultieme doel indruisten.

 

“Wat bedoel je?” vroeg Rhiann scherp, de vraag geadresseerd aan het meisje die zo graag wenste haar schoondochter te worden. Tot nu toe had ze best wel goed met Evangeline Lennox op kunnen schieten, maar sommige dingen gingen gewoon te ver. “Als je insinueert dat Keane maar beter kan ontsnappen...” Met Griffith nog wel!! “… dan weet ik niet of dat wel zo’n goed idee is.” Zacht uitgedrukt, dan. “Kijk hoe bleek hij is! Hij zou misschien twee meter buiten de muren zijn gevlogen voordat hij wordt aangehouden. En je weet niet wat er dan met hem gebeurt…”

 

En als haar zoon het niet zou overleven, dan was echt alles voor niets geweest.

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Teruggaan of wegvluchten? Was er een juist antwoord op die vraag? De situatie was zo fragiel, zo breekbaar, zo onzeker, dat Eva het niet echt zeker wist. Ze wou dat Griffith veilig was, ze wou dat Keane veilig was, maar was er werkelijk een mogelijkheid om dat allebei voor elkaar te krijgen? En als Keane ging, was het dan beter voor Griffith om met hem mee te gaan? Als haar zoon hier bleef, als ze gewoon de Eed aflegde, dan wist ze in ieder geval waar hij was, tot op zekere hoogte dan. Maar niet wat ze met hem zouden doen, wat ze allemaal in zijn hoofd zouden praten zodra hij oud genoeg was. Ze zou weten waar hij was, maar echt veilig voelde het niet. Als Keane hem mee nam, dan kon haar zoon naar een plek waar ze de mensen meer vertrouwde. Dat was, natuurlijk, als ze daar ooit aan zouden komen. Als Keane het zou halen en Griffith daar ook werkelijk kon blijven. Als Keane het niet zou halen, dan was ze haar zoon sowieso kwijt. Hoewel... was dat nu ook al niet het geval? 

 

Twijfel blonk in Eva's ogen. Ze was er niet zeker van welke beslissing ze moest nemen, maar ze raakte wel een beetje gefrustreerd van het feit dat Rhiann de optie niet eens in overweging nam. "Oh ja, want hem terug sturen is zoveel beter!" hoonde Eva sarcastisch, Keane's wanhopige poging om haar duidelijk te maken dat hij iets belangrijks te vertellen had compleet negerend.  "Zodat je stomme vader zijn gedachten kan lezen en hem alsnog kan straffen voor wat hij heeft gedaan." Zelfs al bleef Keane op het terrein, ontsnappen naar hier was vast alsnog tegen de regels en Owain Cadwgan was niet erg tolerant tegenover regelbrekers. "We zouden hem kunnen helpen, een afleiding creëren of zoiets." Ze wierp een blik opzij, om te peilen wat Keane van dat idee vond. Het zou Keane in ieder geval een kans geven. 

 

En henzelf vast diep in de problemen brengen. Zeker als ze Griffith ook nog met Keane mee zou geven. Zonder Griffith was er vast ook geen Eed en zonder Eed... Eva slikte. Zonder de Eed was er eigenlijk geen zekerheid over wat er nu met hen ging gebeuren.  Maar dit ging niet om haar, dit ging zelfs niet echt om Keane, uiteindelijk ging het allemaal om hun kind en ze zou alles, alles voor hem doen. Alles om hem een beter leven te geven. En een beter leven, was niet per se een rijk leven bij zijn overgrootvader. 

 

Evangeline wierp een blik op het jongetje in Rhiann's armen, rees overeind van haar stoel en zette een stap dichterbij. "Het spijt me." Haar stem haperde en brak lichtjes. "Maar ik ben niet zoals jij." Ze vertrouwde Owain Cadwgan niet. Wat als hij Griffith ooit pijn zou doen, zoals hij Keane ook pijn deed, dat kon ze toch niet laten gebeuren? "Als er een kans is dat mijn zoon hier niet hoeft te blijven..." Ze kon het niet zelf doen. Ze was geen goede vlieger, nooit geweest, en zeker niet met een kind in haar armen. Maar Keane was altijd goed geweest in zwerkbal, hij kon dit wel. "Dan denk ik...," haar blik bleef hangen op Griffith, op zijn kleine krulletjes, de zachte kuiltjes in zijn wang en haar armen strekten zich automatisch naar hem uit , "dat ik die wel wil nemen."  

Share this post


Link to post
Share on other sites

Rhiann’s ademhaling suisde in haar oren en even dacht ze dat zij degene zou zijn die nu zou gaan flauwvallen, in plaats van haar zoon. Ze pakte een van de stoelleuningen vast en sloot voor een moment haar ogen, de baby stevig tegen zich aangedrukt. Evangeline was klaarblijkelijk gek geworden. Ze wist niet precies wat het was, of het Keane’s aanwezigheid was die haar totaal van stuk had gebracht of iets anders, maar Eva had niet alleen het gore lef gehad om haar vader te beledigen en een toon tegen haar aan te slaan, maar had in een tijdsbestek van nauwelijks twee minuten bedacht dat ze Keane zou laten ontsnappen door doelbewust afleiding te creëren, hem de baby mee zou geven en hen daarbij achter te laten met… niets. Zij en Evangeline zouden tussen hen tweeën één toverstaf hebben en zouden voor de rest zijn opgesloten in deze toren, overgeleverd aan de grillen van haar vader. Ze wist niet zeker of Eva het doorhad, maar die grillen zouden er nou niet bepaald goed voor hen uitzien. Voor niemand niet, overigens. Ook voor Keane niet, nadat hij in zijn huidige toestand zou hebben geprobeerd te ontsnappen op een stokoude bezem en misschien nog niet eens een kilometer verder zou komen voordat de lijfwachten van haar vader hem uit de toppen van een of andere boom zouden hebben geplukt (hij had geen toverstaf, dus hij zou niet kunnen verdwijnselen! Daarbij was verdwijnselen niet goed voor babies). En zelfs niet voor de kleine Griff, want ze kon zich niet voorstellen dat haar vader na dit voorval nog iemand sparen zou. Natuurlijk had ze eerder al gemerkt hoe koppig en overmoedig het meisje kon zijn, wat uiteindelijk uitkwam op niets minder dan pure naïviteit. Ze zou toch denken dat Evangeline de Graaf ondertussen wel langer kende dan vandaag; was het echt zo lastig om na zolang nog steeds niet de realiteit onder ogen te zien?

 

Er was veel wat ze kon zeggen. In plaats daarvan snoof Rhiann luid, wat haar alsnog wat hard in de oren klonk maar wat daadwerkelijk het minste was wat ze kon doen, voordat ze haar stem zocht. Dat koste iets meer moeite dan ze had gedacht.

 

“Ik… ik ga even het mutsje halen” sprak ze zo timide mogelijk, voordat ze zich met Griffith in haar armen omdraaide en recht op de trap af liep. Ze had wel gezien dat Eva het kindje wilde overnemen, maar op dit moment vertrouwde ze haar met niets. Wat als ze daad bij woord zou voegen, en Keane nu linea recta op de bezem zou zetten met de baby in zijn armen?! Boven aangekomen liep ze haar kamer in, die ze sloot maar niet op slot durfde te doen omdat het geluid verdacht over zou kunnen komen, voordat ze Griff voorzichtig op het eenvoudige bed neerlegde en door haar knieën zakte op de koude, stenen vloer. Met enige moeite schoof ze een kist onder het bed vandaan, waarin ze begon te zoeken. Uiteindelijk vond ze de oude, wollen sok, waar ze het spiegeltje had bewaard wat ze jaren geleden had gekregen. Twintig jaar geleden, om precies te zijn.

 

Rhiann hield het spiegeltje omhoog. Ze zag er misschien wat gejaagd uit, haar donkere haar in sterk contrast met haar bleke voorkomen. Voor een moment probeerde ze haar ademhaling onder controle te krijgen, voordat ze zichzelf in haar grijze ogen aankeek en haar mond opende om de enige persoon op te roepen die deze gekheid tot een halt zou kunnen brengen.

 

“Owain Cadwgan”.

 

Edited by Rhiann Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Felicia Harding had hem eens verteld dat er altijd een keuze was. Keane had haar nooit willen geloven. Was er waarlijk een keuze, als je moest kiezen tussen Leven en Dood? Misschien als je de vraag theoretisch stelde aan een groep Griffoendors, dat die je zouden vertellen dat die afweging inderdaad een keuze zou opleveren; dat de Dood een waardige optie kon zijn, als het ging om het redden van je eigen eer of andermans leven. Maar hij vroeg zich af of zelfs een groep als dat, met hun overdreven altruïstische kiespatroon, of die waarlijk henzelf zouden opgeven als ze echt voor die beslissing stonden. Hij had niet gedacht dat het mogelijk was. Keane had enkele weken geleden voor zichzelf een keuze gemaakt die geen van beiden zou inhouden, een gevaarlijk traject waar hij nog steeds niet helemaal zeker van was. Hij moest Eva hieromtrent inlichten, of daar was hij van overtuigd geweest; totdat hem plotseling een ander plan op een zilveren dienblaadje werd aangereikt, een nieuw plan welke zijn onmiddellijke vrijheid betekenen zou. Hij had veel voor die vrijheid over – dat zou het (oude) Plan hem ook wel duidelijk maken, hoeveel hij daarvoor over zou moeten hebben – maar hoeveel beter zou het zijn om nu te gaan? Om niet terug te moeten naar de kerker, om weer in staat te zijn te doen wat hij wilde, te zien wie hij wilde, zich te kleden zoals hij wilde, te eten wat hij wilde… (aardbeientaartjes!).

 

Maar wat Eva hier leek te doen was het overdreven altruïstische kiespatroon bevestigen, als de Griffoendor die ze van binnen altijd al was geweest. Want het leek alsof ze hem alleen wilde laten gaan met Griffith – wat zou betekenen dat Eva en zijn moeder hier zouden achterblijven. Het was op het eerste zicht verleidelijk geweest, zo verleidelijk dat iets van binnen bijna begon te gillen als hij erover nadacht dat hij terug zou moeten naar de Kerker, iets dat hem zei dat het nu genoeg was, dat het een fout was dat hij eerder nooit was ontsnapt en dat het een fout was dat ze ooit in deze situatie terecht waren gekomen. Maar was er waarlijk een manier om aan zijn grootvader te ontsnappen in de boze buitenwereld, anders dan het Plan? En belangrijker nog; wat zou de Graaf met Evangeline en zijn moeder doen, die hij hier zonder bescherming zou achterlaten? Keane beet op zijn lip en schudde zijn hoofd. 

 

“Eva..” sprak hij zachtjes, voordat hij in haar hand kneep. Hij zat trouwens gewoon hier, ze hoefden niet over hem te spreken alsof hij plotseling onzichtbaar was geworden! Een brok vormde zich in zijn keel. “Denk er even over na. Is het waarlijk een kans? De risico’s… Het liefst zou ik gewoonweg met ons drietjes vertrekken en nooit meer omkijken, of nuja…” Drie werd al lastig op de bezem, maar vier was onmogelijk. En hoe kon hij ooit als enige zijn moeder achterlaten? Vroeger, toen hij enkele jaren bij zijn grootvader had doorgebracht (en misschien stiekem ook nog wel een tijdje daarna) had hij een gekwetst gevoel van wrok nauwelijks kunnen onderdrukken omdat ze hem ooit had afgestaan. Maar het was natuurlijk zijn grootvader… de man dwong mensen die van elkaar hielden van elkaar te scheiden, om alles uit elkaar te trekken totdat alles ging zodat hij dat zou wensen. Keane haalde diep adem en keek weg, voornamelijk om zijn tranen ietwat te verbergen terwijl de zin ‘ik wil niet terug…. ik wil niet terug…’ als een soort mantra door zijn hoofd bonsde. Misschien moesten ze maar gewoon beseffen dat er geen andere uitweg was. 

 

"Eef.. ik.. als ik straks terug ben, als dit allemaal is afgelopen, dan gaat mijn grootvader mij willen straffen. Maar wat je ook hoort, ik ben..." Plotseling keek Keane op. Ergens in de verte was er een alarm afgegaan. Ergens.. in de richting van Cadwgan Castle. 

 

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Evangeline was niet dom. Ze begreep heus wel dat het grote gevolgen zou hebben als ze werkelijk voor dit onverwachte plan zou kiezen, desastreuze gevolgen zelfs. En over een half uur voelde het misschien allemaal veel enger, maar op dit moment kon het haar allemaal eigenlijk niet zoveel schelen. Het was verbazingwekkend, de dingen die je over had voor je kinderen, de grenzen die je over ging, waar je anders zoveel langer bij stil had gestaan. Ze zou het niet graag naïef noemen. Dat was een woord wat vroeger bij haar had gepast, maar niet meer. Ze wist precies wat ze aan het doen was, in wat voor positie ze zichzelf nu plaatste (en daarmee eigenlijk ook Rhiann en misschien was dat niet eerlijk, dat ze de keuze bijna voor de vrouw maakte, maar ging het hier uiteindelijk niet om allebei hun zoons? Was er dan niets wat ze wilde doen?)

 

Eva had verwacht dat Rhiann meer terug te zeggen had, maar de vrouw sprak amper voor ze zich omdraaide en plotseling de trap op liep. Het roodharige meisje keek haar verbaasd na, niet zeker wat ze precies van die woorden moest maken -betekende het nu dat ze het met Eva eens was? Of juist niet?- en voor een moment twijfelde ze of ze er achteraan moest gaan, toen Keane plots haar hand vastgreep. Eva verstrengelde haar vingers met die van hem en keek naar hem op. "Natuurlijk is het een kans, ik-" maar de woorden zakten weg in haar keel nog voor ze ze allemaal had uitgesproken. Het kleine beetje hoop dat was opgevlamd in Keane's ogen toen ze had gevraagd hoe ver die bezem hem eigenlijk had kunnen dragen, leek alweer te zijn uitgedoofd en zijn woorden... ze klonken niet alsof hij wilde gaan, alsof hij dacht dat het kon. En als hij er zelfs geen vertrouwen in had...

 

"Keane, nee..." Stop. Ze kon het niet aan om te horen wat zijn grootvader allemaal met hem zou doen, want wat het ook was, uiteindelijk was het allemaal haar schuld. Zij was dit begonnen, hij was hier om haar te zien. Hoeveel moest hij nog verdragen voor de dingen die zij deed? Hoe vaak konden ze dit nog doen tot één van hen het niet meer trok. 

 

Het geluid van het alarm deed ook Eva wat opschrikken en met wild kloppend hart schoot haar blik richting het raam. Dit was het. Als er nog een moment om te ontsnappen was, dan was dit het. Misschien als ze snel de bezem oppakte en Keane richting het raam duwde, misschien dat hij nog een kans had. Hoewel, wat voor kans? Als zijn afwezigheid was ontdekt, dan was zijn echte voorsprong natuurlijk al verkeken. Ze had het alsnog kunnen doen hoor, maar in plaats daarvan bleef ze een moment verstijfd staan en sloeg toen plotseling stevig haar armen om Keane heen, haar betraande gezicht verbergend tegen zijn borstkas. "Ik wou gewoon dat ik hem hieruit kon redden, snap je," fluisterde Evangeline, terwijl de bellen in de verte klingelden als een voorspelling van het onheil dat ging komen. "Ik ben de slechtste moeder ooit, dat ik hem gewoon hier achter laat." Ze hoorde niet zichzelf te redden, ze hoorde haar kind te redden en was dat nou werkelijk wat ze aan het doen was? Ze wist niet eens zeker of ze Griffith ooit terug zou zien en die gedachte was werkelijk ondraaglijk.

 

Net zoals ze eigenlijk niet wist wanneer ze Keane ooit weer zou zien. Hoe vaak hadden ze nu wel wal niet afscheid genomen van elkaar? En toch leek het nooit echt te wennen, was het altijd even pijnlijk als de eerste keer. Maar ze was blij dat hij was gekomen, want zelfs al deed afscheid nemen nog zo'n pijn, het was beter dan niets. Zijn gezicht was maar een vage verschijning door het wazige zicht van haar tranen en wanhopig deed ze haar best om het wat meer scherp te stellen. "Dankje, dat je bent gekomen." Op dat moment brak echter haar stem en kreeg ze er niet veel meer uit, dus ging ze op haar tenen staan zodat ze haar lippen op die van hem kon drukken. 

 

Woorden zeiden toch maar zelden genoeg. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Hij had een kans om het haar te zeggen.

 

Het alarm ging af, maar so what? Hij had geweten dat de alarmen af zouden gaan. Het was niet alsof zijn afwezigheid voor altijd onopgemerkt zou blijven – eigenlijk had hij nog behoorlijk wat tijd gekregen. Dit betekende gewoonweg dat Josephine niet had doorgevraagd, dat ze zoetjes aan op hem wachtte of juist ongemerkt was verdwenen… of wellicht was er iets anders gebeurd, hadden ze haar iets verteld, of… Nuja, het hoe maakte momenteel niet uit, maar dat het zou gaan gebeuren stond vast. Maar nu, nu hij het Evangeline wilde zeggen, nu was juist het moment dat zij hem zo nodig leek te hebben - en verstijfd als zij leek te zijn van angst zo kreeg hij de woorden niet meer over zijn lippen. Voor een moment twijfelde hij nog, maar door het accepteren van haar aanraking accepteerde hij ook het feit dat hij het haar niet zou vertellen. 

 

Dat zou in de toekomst wellicht problematisch worden. Hij duwde de gedachte weg. Met een beetje pech aan zijn kant was er waarschijnlijk niet eens een toekomst.

 

In plaats daarvan sloeg ook hij zijn armen om haar heen. Het voelde zo fijn dat het haast ongeloofwaardig leek, de minuten bestempeld met een vorm van tijd welke door zijn vingers glipte alsof het zacht zand was. “Je hebt alles gedaan wat je kon doen” mompelde Keane, zijn keel dik terwijl tranen zich wederom opstapelden in zijn groene ogen. Hij wilde niet meer huilen; niet nu er nog zo weinig tijd was. Maar in plaats daarvan huilde hij om het lot van haar, om het lot van de kleine Griffith en om het lot van zichzelf. Eva zou hen beiden moeten achterlaten terwijl hij haar niet wilde laten weten hoe finaal deze minuten voor hem zouden kunnen zijn. Hij huilde om wat had kunnen zijn, maar wat ze niet hadden kunnen realiseren. Hij huilde omdat dit de laatste keer zou zijn dat hij dat zou kunnen doen, voordat hij zich wederom in de klamme kelder zou bevinden en er niets anders op zat dan zich verbijten en het lot accepteren dat hij door middel van het Plan had gevormd. Maar nu, met haar warme armen om hem heen, nu ze zich naar hem toe boog om zijn lippen te kussen, nu zat er niets anders op dan om haar vol zout verlangen tegen zich aan te drukken en haar emoties te beantwoorden.

 

Het zou de laatste keer kunnen zijn. En de hoeveelste van die laatste keren was het ondertussen al?

 

Hij verloor de tijd met haar in zijn armen. Het was dat de magisch versterkte stem die hem buiten bij zijn naam riep weer terugbracht naar het hier en nu.

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Rhiann knikte zwijgend voor de laatste keer, voordat ze het spiegeltje op het bed liet vallen en het omdraaide, weg van enige overgebleven spiedende ogen. Even gleed haar blik naar de baby voordat ze een van haar handen door haar lange, donkere haar liet glijden en haar ogen sloot. Met een man als haar vader was het altijd lastig in te schatten of je het juiste deed. Maar ze had Keane niet kunnen laten ontsnappen… het mocht gewoon niet. Even veegde ze wat plukjes van Griffith’s dunne haartjes uit zijn gezicht (eigenlijk vond ze het rode haar erger dan ze openlijk zou toegeven; ze had al drie keer bedacht hoe ze het zou kunnen verven, als ze eenmaal de zeggenschap had over het kindje. Aan de andere kant verkleurde het misschien nog wel..). Vervolgens stopte ze het spiegeltje weer netjes terug waar ze het had gevonden, viste ze een van de babymutsjes van de waslijn op de gang en zette ze deze voorzichtig op Griffith’s kleine babyhoofdje. Zo. Nu zag je die haartjes ook niet meer.

 

Met het baby’tje in haar armen liep Rhiann stilletjes de trap af, precies zoals ze was gewend. Ze was van jongst af aan getraind om zo min mogelijk geluid te maken en had daar eigenlijk ook nooit vraagtekens bij gezet – met goed genoeg personeel letten ze toch wel op, zodat je alsnog niets tekort kwam. Even bleef de dochter van de Graaf in de schaduwen van de stenen trap staan terwijl ze haar zoon en het meisje aanschouwde, die zich klaarblijkelijk alleen waanden in de hoge toren. Ze had niet kunnen geloven dat Keane zomaar zou zijn vertrokken, zeker zonder afscheid te nemen van Griffith, en toch was het als een opluchting dat hij er nog was. Desalniettemin voelde ze bij de aanblik een plotselinge steek van.. nuja. Jaloezie? Nu, niet echt, al leek Keane nog zo gelukkig met het roodharige grietje waar ze ondertussen wel enigszins gewend aan was geraakt. Ze voelde wellicht eerder een bepaalde irritatie dat de jongen zijn gevoelens zo had laten lopen, dat hij alles op het spel had gezet voor datgeen wat voor hem voor liefde door moest gaan. Evangeline Lennox was een lief meisje, hoor. En niemand zou haar horen klagen, want dit debakel had haar de kansen geboden die ze na die lange twintig jaren nodig had gehad - had Daniel Bennett naar haar voordeur gebracht, zelfs. Maar het stak Rhiann dat de jongen keuzes had gemaakt die hem zo in de problemen hadden gebracht, juist nadat zíj alles voor hem had opgegeven, juist nadat zíj degene was geweest die de verkeerde keuzes had gemaakt…

 

En het stak haar ergens dat hij precies datgeen had gedaan, datgeen deed nog wel, wat haar vader niet wilde. Het bracht iedereen alleen maar in de problemen. Eigenlijk kon ze het niet meer aanzien. Daarbij was daarbuiten iemand erg aan zijn best aan het doen om Lord Radnor weer te verenigen met zijn naamgenoot.

 

“Keane..” sprak Rhiann zachtjes maar op een toon die ze zelf zou bestempelen als ‘realistisch’, terwijl ze uit de schaduwen stapte. “Ik denk dat er niets anders opzit dan dat je jezelf aangeeft en naar beneden loopt.”

 

Edited by Rhiann Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Was dat echt waar? Had ze werkelijk alles gedaan wat ze kon? Evangeline wist niet of ze dat zou geloven als ze het tegen zichzelf had gezegd, maar het was fijn om het uit Keane's mond te horen komen. Het was sowieso fijn om met hem hier te staan, zijn armen stevig om haar heen geslagen. Zelfs al moesten ze allebei huilen en smaakten zijn kussen naar zout, drupten de tranen in haar rode krullen. Eva wist niet precies waarom Keane huilde, er waren veel redenen om te huilen momenteel, misschien waren ze het wel allemaal. Ze zou hem missen, als ze weg was uit Cadwgan Castle, zelfs al was ze onderhand gewend om hem eigenlijk nooit meer te zien. Iets in haar had altijd wel geweten dat er weer een moment zou komen en ook nu wilde ze graag aan dat idee vasthouden. Maar alles was zo onzeker.  Hoe zou het leven er überhaupt uitzien als ze eindelijk ontsnapt was buiten de muren van Cadwgan Castle? Ze was zo lang weg geweest van alles en ze zou terug komen met niets, geen geld, geen gewonnen rechtszaak, geen kind. Mensen zouden er vast vragen over stellen, vragen die Eva niet wilde (of kon) beantwoorden, maar waarvan ze sommige antwoorden toch maar was gaan oefenen in haar hoofd. Het waren geen ingewikkelde leugens. Beweren dat je je kind had overgedragen aan de rijke familie van zijn vader, omdat hij daar een betere toekomst kon krijgen, was een geloofwaardig verhaal. Het was alleen lastig om te vertellen als je er zelf niet in geloofde. 

 

Het was een ander afscheid dan de vorige keer, toen paniek en woede de overhand hadden gevoerd. Eva voelde zich iets kalmer deze keer, alsof ze allebei, ondanks de angst en de frustratie, op een bepaalde manier toch hadden geaccepteerd dat dit misschien voor nu het lot was. Zelfs al was het verkeerd en oneerlijk en onrechtvaardig. 

 

Evangeline had Rhiann niet echt aan horen komen, maar toen de vrouw haar stem verhief opende ze haar ogen en draaide haar hoofd wat Rhiann's kant uit, zonder al werkelijk moeite te doen om Keane los te laten. Het liefst wilde ze hem zo lang mogelijk vasthouden. Maar Rhiann had ook wel gelijk, het was beter als hij nu naar beneden ging. Hij zat vast al genoeg in de problemen nu men doorhad dat hij hier was.... als hij zich nog eens ging verzetten of te lang treuzelde, werden die problemen vast nog groter. Dus had Evangeline deze keer geen commentaar te leveren en knikte in plaats daarvan alleen maar. Ze was niet helemaal zeker wat ze nog moest zeggen. Afscheid nemen was zo pijnlijk en ze wilde niet dat het zo voelde. Dit was ook geen echt echt afscheid toch? Geen tot nooit, maar een tot ziens. Dat ze hier weg ging hoefde niet te betekenen dat ze hem nooit meer zou zien! En Lord Radnor kon Keane toch ook niet voor altijd in de kerkers houden. Of dat hoopte ze toch. Je wist het nooit zeker.

 

Voorzichtig plante Evangeline een kus op Keane's wang, drukte de jongen nog één keer tegen zich aan. Het voelde een beetje vreemd, nu Rhiann hier zo naast hen stond, maar ze wilde hem ook niet zo weg laten gaan. "Laat hem je niet klein krijgen," fluisterde ze zachtjes in zijn oor. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan met een man als Owain Cadwgan, maar het waren woorden die Eva zou willen horen als zij nu degene was geweest die de deur uit moest wandelen met de kennis dat je zo gestraft zou worden voor wat je had gedaan. "Je bent sterker dan je denkt." 

 

"Ik hou van je."

Share this post


Link to post
Share on other sites

Hij wilde Eva niet loslaten. Even leek het alsof hij het ook niet zou kunnen, alsof zij degene was die hem bijeenhield zodat hij niet in duizend stukjes uiteen zou knappen alsof zijn gehele voorkomen bijeen was geraapt en samenkwam in één kwetsbare, glazen bal. Hij wist dat zodra hij een voet buiten de toren zou zetten, de realiteit hem in zijn gezicht zou klappen. Hij had niet willen denken aan de directe gevolgen van zijn handelingen, maar nu die toch met rasse schreden naderden zat er plotseling niets anders op. Hij was dapper geweest omdat hij een doel had gehad, maar nu hij daarin had gefaald en had gezien waarvoor hij het deed, voor wie hij het zou doen… dat alles had gemaakt dat hij niet meer terug wilde, dat hij het niet meer kon. De kerkers waren te duister, te eenzaam, te koud en verlaten met als enige geluid het gedrup van zwijgend water. Een trilling resoneerde door zijn lichaam toen de stem hem buiten nogmaals riep, née, sommeerde naar buiten te komen. Keane keek op naar zijn moeder en liet Eva een beetje los, alleen omdat zij het hem gebood. Zat er niets anders op? Was dat werkelijk zo? Was hij verloren, vervloekt als Cadwgan, verdoemd om het Plan uit te voeren zonder dat iemand het wist en zijn grootvader’s wraak naakt zonder toverstaf tegemoet te treden?

 

De dikke brok in zijn keel maakte dat hij nauwelijks iets kon uitbrengen – mocht hij ook nog maar iets willen zeggen, dan had het nu ook niet meer gekund. Ondertussen klopte zijn hart paniekerig in zijn borstkas terwijl hij met trillerige vingers Eva naar zich toetrok en een laatste kus op haar lippen plantte. De voorlopig laatste, met het meeste geluk van de wereld. De allerlaatste, met ook maar een flintertje pech. 

 

Ik hou van jou” fluisterde hij, half onverstaanbaar, voordat hij haar losliet. Het voelde koud en leeg - nu al, als voorbode op wat zou komen. Even keek hij op naar zijn moeder, voordat hij op haar af stapte en een kus op haar wang drukte. Haar grijze ogen leken wel door hem heen te branden en hij vond het lastig haar aan te kijken, alsof hij zich plotseling moest schamen voor zijn tranen, voor zijn houding, voor alles wat hij nog representeerde. In plaats daarvan liet hij zijn blik over het kleine baby’tje in haar armen gaan en voor het eerst vermande hij zich wat. Griffith had hem nodig. Hij wist niet zo goed wat er met zijn zoontje zou gebeuren, maar hij kon zich nauwelijks voorstellen dat de jongen het leven zou krijgen wat zijn grootvader voor Owen had uitgestippeld. Keane trok het zachte baby mutsje van het kleine hoofdje, daar gelegen in de armen van zijn eigen moeder, en kuste het kindje op zijn rode haartjes. Giechelend, alsof de buitenwereld hem toch niets deed, pakte Griffith een van zijn vingers vast en voor de tweede keer verbaasde Keane zich hoe sterk het jongetje was. Even bleef hij naar zijn zoon kijken, voordat de burggraaf zijn rug wat rechtte, zijn tranen droogde en zijn vette, donkere haar uit zijn gezicht veegde. Buiten klonk de derde sommatie.

 

“Ik… ik zal gaan” sprak hij zachtjes, zijn stem wat hervonden. Treurig keek hij de twee vrouwen aan, zijn hart voor de zoveelste keer gebroken door de verplichtingen die zijn grootvader op hem legde. “Wees voorzichtig. Maak je…” Hij haalde diep adem. Het koste hem alles wat hij had om de volgende woorden te spreken, achteloos als ze klonken, alsof het niets was. “Maak je niet al teveel zorgen over mij.” 

 

Keane glimlachte waterig en zette enkele stappen richting de uitgang, voordat hij zich plotseling omdraaide. Er was een betere afsluiting dan dat – of het nu echt het laatste afscheid zou zijn, of niet. “Lady Rhiannon, Mr. Griffith… Mi - Lady Evangeline...” Vragend om hun aandacht keek hij hen aan, voordat hij plotseling formeel voor hen boog. “Wat er ook gebeurt… het was mij waarlijk een genoegen.”

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ze probeerde niet afkeurend te kijken, waarlijk. Evangeline had hen heus wel verteld over hun relatie, over wat er allemaal was gebeurd. Maar het was gewoonweg zo.. onbezonnen. Dat was wellicht iets waarin hun verhalen overeen kwamen, maar aan de andere kant leek het ook weer totaal niet wat zijzelf had geflikt. Keane was een foutje geweest, iets wat per ongeluk was gebeurd op een naïeve nacht waar ze nog steeds wakker van kon liggen. Maar Griffith… Griffith zelf was wellicht een foutje geweest, het moment van Griffith dan, maar dat was niet per se de situatie waar hij uit was voortgekomen. De relatie tussen die die twee was lang en diepgaand geweest, met genoeg momenten om eruit te stappen. Dat hadden ze niet gedaan, tegen de wil van haar vader in – en mocht Rhiann daar zijn geweest om moederlijk advies te geven, dan had ze niets anders gedaan dan Keane aan te raden te luisteren naar de Graaf. Het was dom, stom en onbezonnen om iets anders te doen of iets anders te willen. Liefde was wellicht iets van het hart, maar het kon niet zonder enige rationaliteit. (Niet als er zoveel op het spel stond! Niet als je van adel was). Het probleem van Evangeline Lennox was dat ze zich liet leiden door haar hart. Het probleem van haar zoon was dat de enige vormen van rationaliteit die hij bezat zijn hoofd leken te verlaten zodra zij in beeld kwam. 

 

En toch deed het haar wat. Rhiann wilde niet perse dat het haar wat deed, probeerde de gevoelens te onderdrukken, maar het deed haar iets om de twee gelukkig te zien (voor zover dat kon in deze situatie) en de blik op Keane’s gezicht op te merken toen hij het baby’tje mocht aanschouwen. Het deed haar wat omdat ze Keane niet had opgevoed als erfgenaam, omdat ze had gedacht dat hij van haar zou zijn, het enige wat waarlijk aan haar had toebehoort in deze wereld, beroofd van al het andere… maar zelfs dát had haar vader haar niet gegund. Ze had nooit in de weg willen staan tussen Keane en de rijkdommen die het Cadwgan erfgoed hem zou bieden, maar aan de andere kant leek het, in ieder geval voor hem, meer een vloek dan een zegening.

 

Maar al was dat zo, al bleek dat zo te zijn.. dan was het alsnog Keane’s plicht om te doen wat de Graaf hem gebood. En dat had hij verzaakt – en bleef hij maar verzaken.

 

Net nadat de zware deur was dicht geslagen had ze zelf ook die brok in haar keel – maar ze slikte die gauw weg. Ze zou zichzelf niet toestaan te breken voor Evangeline, zoals ze dat voor niemand zou doen. Vanavond, als ze alleen in haar bed lag en staarde naar het duistere plafond, dat was wellicht het moment om de keuzes van de dag te overdenken. Niet nu. In plaats daarvan wiegde ze Griffith wat heen en weer, haar blik afwezig op die te rode haartjes, terwijl ze nadacht over Keane’s afscheid en zijn laatste woorden. Het was Miss Evangeline, niet ‘Lady’. Tenminste… niet volgens de officiële lezing van haar vader. Naar wat zij wist was dat vooralsnog niet iets waarvan haar zoon ooit was afgeweken.

 

Ze wist niet zo goed wat ze moest zeggen. Er was niets goeds wat ze kon zeggen. In plaats daarvan nam Rhiann plaats op de keukenstoel waar Keane zojuist nog op had gezeten en aaide ze Griffith nietsziend over die akelig rode haartjes, precies alsof het baby’tje nu al de hare was.

 

Edited by Rhiann Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now


  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×