Jump to content
June Johnson

[1838/1839]Openingsfeest: Come my way

Recommended Posts

Gisele en haar zussen ging samen naar de openingsfeest en dit jaar vond het plaats bij de oever van het grote meer. Gisele ging gezellig naar haar vrienden bij Griffoendor staan om te zien wie allemaal erbij zal komen in Griffoendor. Ze stond naast David Strirling dat is een van haar beste vrienden vanaf de eerste dag toen ze elkaar ontmoette had. Sinds vorige schooljaar was verliefd geworden op David, maar hij had nog steeds niet door hoe leuk ze hem vond.  'Goedenavond, David leuke zomervakantie gehad?' vroeg ze aan hem.

 

Paar minuten later begon professor Johnson een toespraakje te houden en eerstejaars moest slingeren over de meer en dat vond ze super leuk dat 11 jarige heksen/tovenaars gingen slingeren over de meer. Opeens viel ze over eigen voeten heen en ze keek rond als niemand haar zag vallen, maar ze kon alleen niet goed zelf opstaan. Alleen hoop ze niet dat David het zag dat ze heel erg ging blozen.

 

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Butterfly stak haar neus parmantig in de lucht, tevreden met het, voor een keer nog wel degelijke, idee van het lerarenkorps om buiten het openingsfeest te houden. Het was september! Perfect om buiten te zitten. Ja, ja, ze had veel klachten over het leven van een Dickson, maar buiten actief bezig zijn zat wel in haar bloed. Te lang binnen zitten maakte telkens dat het begon te kriebelen en echt, die eerste dag? Vre-se-lijk. Een hele dag in een stomme trein zitten en daarna rechtstreeks naar binnen. Blegh. Nee, dan had ze dit veel liever, maar eerlijk gezegd? Wat ze nóg liever had gehad, was als dat parcours niet alleen voor elfjarigen was geweest.

 

Serieus, welke elfjarige ging dat zelfs appreciëren? Al die kleuters hadden het te druk met in hun broek te plassen.

 

‘Kijk! Dat kind valt in het water,’ zuchtte ze, zonder al te veel sympathie. ‘Serieus, waarom mogen die baby’s dat proberen en wij niet? Wíj zouden het minstens kunnen!’ klaagde ze door tegen haar vriendinnen, zodanig luid dat iedereen het zou kunnen horen. Butterfly was nooit heel goed in haar volume op orde houden, oké. Neveneffect van over de zoveelste vervelende neef te moeten schreeuwen. ‘Ik kan niet geloven dat ze zo’n leuk parcours verspillen aan losers die in het water vallen.’ Met een nonchalante zwaai van haar toverstok spetterde ze het slachtoffertje in kwestie nog eens extra nat, en ze zuchtte nogmaals theatraal. ‘Leraren hebben echt verkeerde prioriteiten!’

Share this post


Link to post
Share on other sites

Dit was niet het eerste openingsfeest dat hij meemaakte. Dayton was opgegroeid op Zweinstein, zijn moeder was schoolhoofd geweest, hij had er al aardig wat gezien. Sommige omdat ze hem mee had genomen,sommige omdat hij stiekem naar het feest was gekomen, want hallo het was het eerste feest van het jaar, een van de weinige waar hij echt een beetje bij kon zijn. (De meeste feestjes werder georganiseerd door leerlingen zelf, en de meeste deden al stom over uit welk jaar je kwam. Niemand ging iemand die nog te jong was om naar school te gaan binnenlaten op een feestje).

 

Maar dit was de belangrijkste want vandaag was het zijn openingsfeest. Hij zou ingedeeld worden, eindelijk echt hier met alles kunnen meedraaien en niet alles van de zijlijn bekijken, hij zou eindelijk alle lessen kunnen bijwonen, met zijn staf magie kunnen leren. Hij had hier al zijn hele leven naar uitgekeken.

 

De sorteerceremonie was een klein beetje teleurstellend. Ravenklauw was vast leuk hoor, maar het was niet Griffoendor (zodat zijn moeder misschien een extra beetje trots zou zijn) of Huffelpuf (zodat hij misschien een klein beetje terug zou krijgen van zijn vader). Maar hij wilde er niet te lang bij stil staan. Wilde helemaal niet stil staan want ze mochten over het water springen.

 

Dayton hechte niet echt veel waarde aan naar het eten gaan, dat had hij dan wel weer te vaak meegemaakt. Hechtte stiekem net iets te weinig waarde aan Ravenklauw om meteen naar zijn afdelingsgenoten te zwemmen. Dus nadat hij met opzet in het water sprong bleef hij daar vooral ook nog even. “Volgens mij zag ik een zeemonster ! ”, liep hij luid terwijl hij begon af te zwemmen op een grote groene vlek die hij zag.

 

Het was wat verdwaald hardnekkig zeewier. Kan ik je stiekem al vertellen.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Toen Jayda een uitnodiging van Zweinstein kreeg en dat ze naar Zweinstein mocht. De hele zomervakantie vond ze super saai, want ze kon niet wachten om naar Zweinstein te gaan. Ze stond vandaag super vroeg op en drie uur later mocht ze met de trein naar Zweinstein gaan, maar ze vond het wel erg lastig om afscheid te nemen van haar ouders.

 

Uiteindelijk waren ze al op treinstation van Zweinveld aangekomen. Ze kwam bij een meer uit en aan de overkant stonden heel veel mensen die super blij dat eerstejaars waren. Ze mocht naar professor Johnson en ze zette hoed op. 'Goede avond Jayda Blackstone, je bent in Huffelpuf ingedeeld. Succes!' zei hij tegen haar.

 

Ze ging naar de touw en ze pakte de touw vast. Ze slingerde naar de eerste ton en die ton bewoog, maar ze had op tijd volgende touw vast. Ze was bijna aan de overkant en toen viel ze net in de water. Ze had nog 10 meter te gaan. 

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Het fijne aan een tweeling zijn was dat je altijd iemand had om dingen samen mee te doen. Voor iemand zoals Loïs, die stiekem soms liever over avonturen praatte dan dat ze zelf beleefde, was dat een geruststellende gedachte. Met Dayton erbij was de hele wereld net een beetje minder spannend en had ze vaak veel te veel plezier om ergens bang voor te zijn. Ze hield ervan om hem altijd aan haar zijde te hebben, altijd ergens dichtbij, niet eens omdat ze hem echt altijd nodig had, maar gewoon, voor het geval dat het wel zo was. Tot nu toe hadden ze dan ook trouw zo ongeveer alles samen gedaan en Loïs kon zich niet indenken hoe het anders zou zijn. Maar toen was daar opeens de sorteerhoed en stond hij bij Ravenklauw en zij bij Huffelpuf en ze wist heus wel dat dat niet zo uitmaakte - ze was opgegroeid op Zweinstein, dus ze wist dat dat ze hem ging zien tijdens de lessen en bij het eten- maar toch deed het haar ergens meer verdriet dan ze hardop zou durven zeggen. 

 

Met wie moest ze dan vanavond haar allereerste pyjamafeestje houden in de leerlingenkamer? 

 

Veel tijd om over de situatie na te denken had ze niet, want het volgende moment hing ze ergens aan een touw in een poging om naar de overkant te slingeren. Vanuit haar ooghoek zag ze Dayton het water invallen en vrolijk op een meermonster afzwemmen. Oh kijk nou, zie je wel dat de sorteerhoed het helemaal fout had gehad en hen wel in dezelfde afdeling had moeten plaatsen. Het ging nu al helemaal verkeerd, want wie ging er dan nu opletten of alles wat Dayton deed wel veilig verliep. "Daytoooon!" gilde ze vanaf het touw richting haar broer en ze trok alvast haar toverstok voor als het meermonster weggejaagd moest worden. "Pas op!" Maar eigenlijk moest ze zelf wat beter opletten want op dat moment botste ze in haar gezwaai per ongeluk tegen haar nieuwe klasgenootje Cesaire. "Sorry!" piepte ze nog net. 

 

En toen, oef, auw, plons. 

Edited by Loïs Collingwood

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Keurig op alfabetische volgorde druppelden de nieuwe Huffelpufs binnen. Het begon met 'Aïssé, Césaire', waarna de Sorteerhoed naar 'Blackstone, Jayda' en naar 'Collingwood, Loïs' vroeg.

Maar het leek erop alsof geen van drieën de overkant droog zou gaan halen. Aiden, als Klassenoudste (en waanzinnig trots op zijn vriendin Sara omdat zij dit jaar ook klassenoudste geworden was en ze dus samen superveel feestjes zouden gaan geven) stond er semi-verantwoordelijk naar te kijken.

 

"Kunnen ze wel zwemmen?" vroeg hij zich hardop af. Butterfly vond het nodig om ze nog eens nat te spetteren, iets wat een Dickson kennelijk eenmaal deed. Tijdens het eindfeest had Ayden immers nog een onervaren zwemmertje van de sparteldood moeten redden, wederom omdat het een Dickson was die het leuk had gevonden om het kind in het water te duwen.

Misschien had hij het gewoon niet zo op Dicksons? Je kon niet met iedereen vrienden zijn.

 

Nou, om de sfeer erin te houden en de eerstejaars het gevoel te geven dat Huffelpuf toch echt de allerbeste afdeling van de school was - vanwege de goede feesten - had hij best een Droogspreuk paraat en riep hij tot de anderen: "We moeten hen aanmoedigen! Go Huf, Go Huf!" Enthousiast klapte hij in zijn handen. Waarom had hij nou niet zo'n leuk spandoek gemaakt?

"Huffelpuf is oké, olé, olé! Kom op mensen, met zijn allen nu! We doen een wave!"

Edited by Ayden March

Share this post


Link to post
Share on other sites

Iets minder verantwoordelijk stond Sara ook te kijken naar de nieuwe sjaarsjes. Ze humde, was tot nu toe wat weinig onder de indruk, moest ze eerlijk toegeven, en ze baande zich een weg naar Ayden. Ze had hem gemist de afgelopen zomer. Ze schudde even haar hoofd, een beetje grinnikend om zijn aandoenlijke gehups en geklap aan de kant. Natuurlijk wilde zij ook wel dat haar afdeling er het beste vanaf bracht met het klimmen en klauteren. Maar dat kon je ook doen door het de andere afdelingen moeilijker te maken. Dat was vast een stuk effectiever.

 

Sara sloeg haar armen, van achter, om Aydens middel en drukte een kus in zijn hals. 'Rara, wie ben ik..." En nu had hij het beter in één keer goed, hè...

 

"En ze kunnen vast zwemmen..." En zo niet... "Anders dan geven we ze toch allemaal een drijf of zweefspreuk" Ha, vooral dat laatste was grappig, stel dat ze dan uit ongemak rondjes gingen draaien in de lucht en dan plons, hun hoofd ook steeds zo door het water. Maar het klonk natuurlijk wel als een hele lieve suggestie. Sara vond het fijn als Ayden haar zag als een soort kleine engel. Daar ging hij namelijk altijd zo lief van kijken en dan stond ze op een voetstuk en dan deed hij alles voor haar. Zo werkte dat. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ja ja, daar stond hij weer. Bij Merlijn wat had hij deze plek gemist... Hij bedoelde natuurlijk niet de sorteerceremonie, want die zag er voor de arme kindertjes behoorlijk moeilijk uit, maar hij bedoelde wel het hele kasteel. De grasheuvels, het verboden bos, het grote meer met het grote zeebeest erin... Ah. Het was fijn weer thuis te zijn bij zijn tweede thuis. Zweinstein. Dit keer in een geheel andere positie dan voorheen. Samuel was namelijk aan het afstuderen en mocht tijdens zijn eindstage vertoeven op Zweinstein. Hij was assistent-professor Astronomie, hetgeen waar hij stiekem altijd al wens naar had gehad. Hij stond dan ook braaf opgesteld bij de leerkrachten, met een guitig, breed glimlachend gezicht vol plezier. Oh, wat hij hier zin in. Oh wat had hij hier naar uitgekeken...

 

Oh, wat had hij een HONGER!

De picknickkleden zouden na deze (ietwat langdradige) sorteerceremonie (bedankt voor het testen van zijn geduld) gevuld worden met het overheerlijke eten van de avondmaaltijd. Kippenpootjes, kippenvleugeltjes, de geroosterde aardappeltjes met rozemarijn, sperzieboontjes omwikkeld in katenspek... Zijn mond liep al vol bij de herinneringen aan alle feestmaaltijden die hij had mogen nuttigen in zijn studietijd. Paige kon ook ongelooflijk lekker koken, maar stiekem had hij dit toch echt wel een beetje gemist...

 

Zodra de eerste nieuwelingen hun weg door het water baanden (want negen van de tien kinders vloog inderdaad met een poep en een scheet het meer in), maakte Samuel het zich iets gemakkelijker en ging naast een 'collega' zitten in het gras. "Hoe lang denk je dat de volgende het uithoudt?"

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het was vast makkelijker om nooit meer te bewegen, als de rest van de leerlingen op Zweinstein hetzelfde idee hadden gehad. In plaats daarvan klauterden ze nog driftig alle kanten op, nog steeds van plan om dit stomme spel te spelen waar hij helemaal niets van begreep, en hoewel Césaire ze allemaal goed in de gaten hield, wist er iemand langs zijn aandacht te glippen, door plotseling van achteren tegen hem op te botsen. Er werd iets naar hem geroepen, maar tegelijkertijd begon het touw uit zijn handen te glippen en dus viel hij met een kreet zo het water in.

 

Césaire kon nauwelijks zwemmen, maar wist nog net boven water te kunnen blijven, terwijl hij in rap Frans het meisje begon uit te schelden dat tegen hem aan was gebotst.

 

Zo onbeleefd! 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Sorcha was voornamelijk gefocust op het eten. Het was zo lekker en vooral zo overvloedig. Toch ontging het haar niet dat een andere leerlingen het nodig vond vreselijke opmerkingen te maken over haar en haar lotgenootjes, waarvan de meesten overigens niet droog de overkant bereikten. Ze kon in feite dooreten, doen alsof ze niets hoorde, maar zo verdiende je geen respect. Als het leven op Zweinstein ook maar iets weghad van het leven op straat moest je zo'n mensen meteen aanpakken, tonen dat wie het nodig vond slecht over je te praten er de gevolgen van zou dragen. Sorcha kon op haar afstormen en haar slaan, maar met al die leerkrachten leek haar dat niet het beste idee. Daarbij, had het meisje op het geel-zwart geruite deken een enorm voordeel. Ze kon spreuken gebruiken. Wat Sorcha ook zou doen, ze zou vast wel een spreuk weten om haar tegen te houden. Zij kon dan wel niets tegen haar beginnen, maar wie weet zouden haar afdelingsgenoten haar willen helpen.

 

"Als je toch zo zeker bent van jezelf, waarom probeer je het parcours dan niet?" Riep ze de leerlinge toe vanaf haar zitplaats. Ondertussen stootte ze ook de persoon naast haar aan. "Ok stel dat ze dat parcours doet, zou jij dan kunnen zorgen dat ze de overkant niet droog bereikt, met magie ofzo? Je moet toegeven dat ze toch wat te zeker is van zichzelf. Een frisse duik zal haar vast goed doen." 

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Aww, daar was zijn lieve moppie, vlak achter hem en ze knuffelde zich tegen hem aan. Hij moest raden? Uh… hoeveel verschillende vriendinnen dacht zij dat hij had?

"SaaaRaaa, het mooiste meisje van Zweinstein," lachte hij en voegde er in gedachten aan toe: 'En ze is van mij, van mij, van mij!'

Het interesseerde hem geen barst als iemand hen een klef stel vond en dus beantwoordde hij haar lieve kusje met een kusje terug; op haar wang, gespeeld mislukt en dus half op haar mond.

"De zomer duurde lang hè?" vroeg hij, en streek een lokje van haar haren opzij. Ze had van die mooie ogen, om heel lang naar te kijken, al werd hij afgeleid door een spartelende eerstejaars.

 

"Een Zweefspreuk, ja! Goed idee! Die zwarte kan vast niet zwemmen, want die is rechtstreeks vanuit de Sahara gekomen." Ayden wist niet beter dan dat mensen met een donkere huidskleur uit een warm en vooral waterloos gebied kwamen, dus de jongen die in een vreemde taal allerlei kwade woorden gorgelde, kon in ieder geval niet zwemmen.

"Levicorpus!" riep hij met zijn toverstaf gericht op het jongetje, dat daarna direct aan zijn enkels uit het water gehesen werd.

"Gaat het een beetje?" riep hij over het water.

Kijk, daar was hij Klassenoudste voor: altijd bereid om mensen te helpen. En ook een klein beetje om indruk te maken op Sara.

"Nu moet ik hem nog hierheen laten zweven," dacht hij hardop. "Heb je daar een spreuk voor?" Of was dat n*gertje gedoemd om daar een hele tijd boven het water te blijven hangen?

Edited by Ayden March

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now


  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×