Jump to content
Sign in to follow this  
Jude Foulkes-Davenport

[1838/1839] We are perfect pretenders in the stage of the world.

Recommended Posts

Juni 1838 - Canada, bij het huis van Eloïse en Cecilie Foulkes-Davenport - Aan het begin van de middag. 

“Strangers take a long time to become acquainted, particularly when they are from the same family.” 

 

De eerste week van de vakantie waren de broers samen geweest. Ze hadden bergen beklommen, ze hadden paard gereden, ze hadden lange wandelingen gemaakt, ze hadden heerlijk gegeten, ze hadden gitaar gespeeld 's avonds in de hotelkamer wanneer hun benen te moe waren om nog te bewegen. Ze hadden wijn gedronken. En bier. En cocktails. Sterke drank. Het had hun lippen losgemaakt -of in ieder geval die van Jude-; ze hadden goede gesprekken gehad en elke dag waren ze elkaar wat beter leren kennen. De afgelopen week had Jude zelfs maar één keer op het balkon een sigaret met drugs staan roken. Het was vooral omdat ze het er even over hadden gehad en het weer in zijn gedachten was geslopen... En toen had hij direct de verleiding niet meer kunnen weerstaan... Armand had er niets van gezegd en Jude had gewoon heerlijk ontspannen liggend op bed wat ruimdenkende ideeën liggen spuien na afloop. Oftewel, de eerste week van de vakantie was een succes. Waarschijnlijk was dit het beste geweest wat ze hadden kunnen gaan doen. 

 

De tweede week had Jude besloten dat hij 'het' dan toch maar wilde proberen; het ontmoeten van zijn zussen. Armand was de afspraak gaan regelen en nu, een paar dagen later, was het dan zover. De jongen was wat zenuwachtig. Hij was ook lang bezig geweest met wat hij moest aantrekken. Hij wilde wel netjes gaan, maar ook weer niet te netjes. En het moest ook weer niet lijken alsof hij heel erg veel aandacht had besteed aan hoe hij eruit zag. Het moest casual, weet je wel. Hetzelfde gold voor wat hij deed met zijn haar en de houding die hij aannam voor de deur. Hij wilde niet helemaal recht voor de deur staan, want dat was dan té enthousiast. Hij wilde ook niet achter Armand staan, want hij was ook geen schuw vogeltje. En ernaast ... Dan stond hij met een voet in de aarde. Dat was dan weer te geforceerd. Dus nu stond hij maar een beetje schuin achter Armand, met zijn zij naar de deur gedraaid. Hij leunde op een been, de ander hing er een beetje casual bij en hij had zijn handen in zijn zakken, want dan had hij die ook meteen een houding gegeven. Was toch stom als die er ook maar een beetje sullig bij bungelden? Pfff. Was een heel gedoe hoor... Zussen ontmoeten. 

 

En hij hoopten ook vooral dat ze het niet teveel over hun ouders wilden hebben, want daar had hij geen zin in, hoor. 

 

Maar nu had Armand aangeklopt en konden ze niet meer terug. Hij voelde zijn hart kloppen in zijn keel en haalde nog maar eens diep adem en een hand door zijn haar. Hij moest heel erg de neiging onderdrukken om nu niet zijn armen over elkaar te gaan slaan (maar dat stond dan weer zo defensief!)

 

De deur ging open. 

 

Hij stak zijn hand op. "Hi. Ik ben Jude... Judicaël."

 

[OOC: Privé met Ann] 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Hij had er niets van gezegd. Nee, hij had er niets van gezegd, niet toen Jude langzaam naar het balkon migreerde, niet toen de ietwat zoete lucht met een briesje even de slaapkamer binnen blies, en niet toen zijn broertje vervolgens stompzinnig tevreden op bed plofte - niet dat op dat moment er iets van zeggen waarschijnlijk nog erg nuttig was geweest. Hij had het niet gedaan, omdat ook Armand vond dat ze het een weekje goed hadden. Één weekje, op een mensenleven. Wat maakte dat nou uit, als Jude deze week wel of niet aan de sigaretten met troep zat? Als hij iets zou zeggen, zou de jongen het misschien gaan verbergen, en dan waren ze nog verder van huis. Of althans, dat was een argument dat hij graag gebruikte maar wat niet helemaal opging, want hij wist onderhand best dat Jude er niet echt open over was tegen hem, of misschien een beetje loog tegen zichzelf ook. Maar dan was er nog het feit dat hij vond, voelde, dat hij nog niet genoeg credits had opgebouwd om met zijn broer zo’n discussie aan te gaan. Wat had hij erover te zeggen? Hij dacht nog niet eens dat hij Jude had overtuigd het beste met hem voor te hebben. Daar begon hij nu net mee. Nee, nu was het duidelijk te vroeg voor zo’n gesprek. 

 

Dat was ook wel prettig voor iemand die liever confrontatie vermeed, tegen iemand die confrontatie liever vermeed en daarvan was hij zich terdege bewust. Hij was zich er terdege van bewust dat hij niet wist wat hij aan het doen was. Een heel vervelende ervaring voor Armand Foulkes-Davenport, overigens. Dat voor een keer hij zichzelf niet kon vertellen dat hij wist wat hij deed, dat hij een plan had, en het oprecht kon geloven. Hij was altijd goed in zichzelf voor de gek houden, net zo goed als anderen, maar... niet hier, niet in dit geval.

 

Wat dat betrof was ook hij nerveus voor het ontmoeten van De Zusjes. Hij wist dat Jude ertegenop had gezien, dacht dat het misschien beter zou zijn geweest om het nog een zomer uit te stellen, om twee weken alleen maar elkaar te mogen en goed naar alle verhalen van z’n broertje te luisteren, want meer informatie was altijd beter, toch... maar hij had die ruimte geboden en Jude had dit toch bedacht te doen, dus dan ging hij er maar in mee. Misschien was het ook wel goed. De zusjes waren lief.

 

Eloise kwam open doen. Kort haar, stijler dan de heren maar tenminste dit keer niet in een bizarre kleur, gekleed eigenlijk als Jude in een broek en een trui die stijlvol gemakkelijk eruitzag, groette ze hen met een vrolijke lach. “Hi, Jude. Oh, wow, jullie zijn precies hetzelfde, ook net een tweeling... kom binnen in ons kasteeltje. Ik ben Eli - Eloise -,” ze ging hen voor naar de woonkamer met eettafel, “plof neer. Cece, ze zijn er! Ze is met de hapjes bezig,” vertelde ze lachend, en inderdaad kwam haar evenbeeld met lang haar, in jurk en sjaaltje naar buiten met vliegende dienbladen. “Hoi, Jude... zo leuk je te ontmoeten.” Ze omhelsde Armand ook. “Leuke foto’s had je gestuurd van Gabriel, zo’n schatje... komt hij de volgende keer mee?”

“Ah, wanneer hij het zich kan herinneren,” grinnikte Armand. “Het is ver.” 

Eli glimlachte, stal een hapje. “Hoe is jullie vakantie tot zover? Nog dingen die jullie schandalig over hebben geslagen en wij aan kunnen vullen?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Even keek Jude verbaasd. Hij had op de een of andere manier niet verwacht dat een van zijn zussen kort haar zou hebben...en mannenkleding zou dragen... En los daarvan ook toch zo op Armand en Jude zou lijken. Meisjes waren nu eenmaal anders dan jongens. Zelfs een twee-eiige tweeling van broer en zus kon compleet anders zijn. -Ja, dat heeft te maken met dat ze gewoon compleet hun eigen genenset hebben, maar dat is allemaal kennis die ze nu nog niet hebben en anders in ieder geval Jude niet-. En de tweeling leek bijzonder veel op hun moeder, maar die gedachte probeerde hij maar zo snel mogelijk van zich af te schudden. Zonder zijn hun ouders erbij te halen, was deze hereniging al moeilijk genoeg. 

 

De jongen glimlachte, als antwoord op de vrolijke lach. "Ja, dat was best even schrikken in het begin, he Armand... En verwarrend voor de kleine draak," hij lachte luchtig, misschien iets meer aangezet dan hij daadwerkelijk moest lachen, maar dat waren de zenuwen gewoon een beetje... En dat hij zich niet wilde laten kennen. 

 

Cece was duidelijk de meer meisjesachtige van de twee. Zelfs inclusief sjaaltje. Jude glimlachte ook naar haar. "Ja, insgelijks..." Armand was duidelijk populair bij zijn zussen. Aan de knuffels te zien. Hij nam plaats, veilig in een stoel en nam een van de hapjes. "Oh, smaakt goed," zei hij met volle mond en toverde weer zijn bekende charmante glimlach op zijn gezicht. Het was een soort schild, een masker, van waarachter je de wereld dan rustig kon observeren en tegelijkertijd reageerde de omgeving over het algemeen positief op je. 

 

"Eh... Ik wilde nog wildwaterkanoën, maar ik weet niet of jullie dat ook doen?" Van Cece durfde hij al bijna te zeggen dat zij dat liever niet deed. "En ik wilde nog ergens bij een waterval naar beneden springen." Hij haalde een hand door zijn haar. "En wat moet ik van deze omgeving verder echt gezien hebben? Ik heb vooral meer van de Verenigde Staten gezien..."

 

Oh, dat was wel een veilig onderwerp.

 

"In welke afdelingen hebben jullie gezeten?"

 

Wauw, hij leek nu echt super sociaal. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Ja? Aww, had het kleintje het idee dat er ineens twee papa’s rondliepen,” lachte Cece, terwijl ze voor iedereen wat wijn inschonk - het was wel het Franse deel van Canada hier, zie je, aan wijn ontkwam je niet en misschien was dat maar goed ook, zou dat ervoor zorgen dat deze ontmoeting toch wat minder hoekig zou verlopen dan anders. Ze waren alledrie niet gewoon teveel te drinken, maar wel gewoon om inderdaad te drinken totdat je net, heel lichtjes, een verschil merkte. En ja, Armand wist dat dat ook gewoon een verslaving was, al was het in de tijdsperiode een stuk meer geaccepteerd en een stuk minder uitgesproken. Zeker in de meer elitaire kringen werd ervan uit gegaan dat je dronk en werd je daar niet op afgerekend. Als een arme sloeber teveel dronk en buiten doodvroor, dan, tja, dan, dan kreeg hij allerhande commentaar... hypocrisie kwam met de bankrekening. Maar goed. Armand kon dat wel observeren maar dat betekende niet dat hij er ook iets aan zou willen doen en hetzelfde gold voor zijn eigen drinken. 

 

Zou het Jude helpen? Als hij daarmee ook stopte? Hij vermoedde van niet. En hij had geen flauw idee wat wel zou helpen. 

 

Mm, en hij wist wel hoe graag vooral Cece eens Gabriel en Thomasin zou ontmoeten, Eloise waarschijnlijk ook op haar eigen manier, maar het was zo’n verre reis en de laatste keer dat hij Thomasin naar Canada had meegenomen was bepaald niet goed gevallen. Hij was liever geduldig. En hij wilde ook liever niet dat zijn zusjes dingen over hem vertelden aan zijn vrouw. Hij was dol op Cece en Elo... maar hij hield die twee werelden graag gescheiden, hield werelden altijd graag gescheiden. Dat was netter. Minder rommelig. Minder risico. 

 

“Ik wel,” lachte Eli op het wildwaterkanoën. “Cece en Armand worden daar een beetje groenig van.” 

Armand grinnikte. “Maar we vinden het heerlijk om jullie te vergezellen, een wandeling te maken en samen te lunchen hoor.”

Cece knikte bevestigend. “Hebben jullie al verder in de bossen en bij de meren gekeken? Daar is het ook heel mooi. En Quebec zelf, Toronto?” 

Eli grinnikte. “Ik zat in Wampus... en Cece in Horned Serpent. Jij? Pukwudgie? Je wilde Heler worden, toch?”

Cece volgde weer. “Hoe is Zweinstein, in vergelijking?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Jude lachte. "Ja, precies. En wie moet hij dan opeens hebben? Maar inmiddels weet hij het verschil wel hoor. Hij is echt fan van me." En daar was hij best een beetje trots op, klonk ook door in zijn stem. Hij keek naar Armand en grijnsde. "Iemand moet hem toch ook wat kattenkwaad aanleren, he. Thomasin en Armand zijn allebei zo keurig..." En dat waren ze echt, hoor. "Dus Gabriel wordt een voorbeeldig engeltje later, braafste jongetje van de klas, wacht maar af..." Hij nam een slokje wijn en daarmee ook de tijd om zich te dwingen wat meer te ontspannen. En nee, dat is inderdaad geen succesvolle formule, maar hij probeerde het toch. 

 

"Ongelooflijk he, dat iemand die zoveel moet reizen, zo slecht tegen een boot kan. Nou, ben ik toch wel een stuk veiliger dat hij me straks op dagtripjes vissen wil nemen." Want er leek weinig suffers te bestaan; al had vissen op een bootje dan nog meer charme, dan bijvoorbeeld aan de zijkant van een riviertje. Ijsvissen was dan wel weer gaaf, vooral om zo snel mogelijk met magie rondjes in het ijs te snijden en het heel secuur op te warmen, zodat niets buiten je beoogde cirkel zou smelten. "En gezellig dat jullie wel mee durven..." Want het leek Jude duidelijk dat Cece en Armand minstens eenmaal een nat pak zouden halen, terwijl ze daar zo braaf aan de kant zaten. Tovenaars konden zich magisch drogen. Daarom was het bij één keer houden een beetje saai. 

 

"Ehh..." Jude keek naar Armand. Waar waren ze allemaal geweest?

"Toronto wel... Naar de muziekbar geweest ook, waar ze gitaar spelen met live optredens." En dat was hun gezamenlijke interesse en dus een hit geweest. 

"Eh ja, Pukwudgie.." Hoe wisten ze dat? Van Armand waarschijnlijk. "En ja, heler. Klopt."

De vragen werden in een rap tempo achter elkaar gesteld. Dat kwam waarschijnlijk ook wel omdat het een tweeling was. 

"Goh, chaotisch, oude magische plek en soms een beetje gevaarlijk. Hey, Armand, wist je dat ze daar ergens een kamer hebben waar leerlingen aan een sadistisch spel mee moeten doen? Fouten worden bestraft met pijn?"  Vast niet, maar wellicht had Thomasin er eens over verteld. "Kwam daar per ongeluk een keer terecht." Goede start van zijn Zweinsteincarrière. 

"Wat doen jullie nu? Voor werk? Of studie?" 

 

Als het gesprek zo bleef gaan, dan kon hij het wel aan. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Cece lachte zachtjes, veegde wat haar uit haar ogen. “Oh, wat schattig, de arme jongen helemaal confuus.” Armand beantwoordde Jude’s grijns ondertussen met een warme variant van zichzelf, want ja, hij kon zien hoe trots zijn broertje was op zijn band met zijn kleine neefje en eerlijk gezegd kon hij dat ook ontzettend waarderen. ’t Was waarschijnlijk iets waar hij jaloers op zou kunnen zijn, dat Gabriels oogjes altijd begonnen te flonkeren zodra Jude’s naam zelfs maar werd genoemd en hoe hij de hele nacht voor de vakantie begon en Jude zou komen niet had geslapen, maar hij voelde zich niet jaloers. Nee, want in hoe zijn broer met zijn zoontje omging zag hij echte familie. Zoals het zou moeten zijn, in plaats van zoals Jude, en Eli, Cece en hijzelf het natuurlijk hadden meegemaakt. Gabriel groeide op in een huis vol liefde en een broer die hem nog meer liefde kwam geven zou Armand immer welkom heten.

 

Eli giechelde. “Maar Armand, braaf? Serieus, broertje, heb je ze dat in Engeland weten te verkopen?”
Oh, jee. Armand haalde een hand door zijn krullen en grijnsde. “Hey, hey. Ik ben tegenwoordig oud en wijs en verstandig, enzo, he. Heel rustig... plattelandsleven...”

Cece giechelde, klonk exact als haar zusje. “En getrouwd, en vader, dus hij kan niet meer uit de band springen, Eli.”
Eloise lachte. “Aiaiai, nou, dan zal ik zijn reputatie niet verder besmeuren. Per slot van rekening moet hij nog een voorbeeld zijn ook. Al, Pukwudgie, Heler, jij wordt duidelijk de meest geslaagde van de familie.”

Cece nam nog een hapje. “Maar wat klinkt dat als een verschrikkelijke kamer – niet Armand?”

Die knikte. “Ja, sowieso... maar die school... Mm, ze hebben een aparte omgang met educatie. Enfin... Eloise doet scheikunde – vandaar het korte haar.”

Eloise: “Dat vliegt anders in de fik. En Cece studeert magische letterkunde. Vandaar het... sjaaltje... denk ik?”

Ze moesten alledrie lachen.

 

Toen Cece, serieuzer – en Armand was net te laat om haar voor te zijn met nog iets luchtigs – “Jude... zijn er nog dingen die je ons wil vragen? Die je wil weten of iets dergelijks?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Met ene lach luisterde Jude naar het gesprek. "Nee, echt hoor," brak hij in, "soms had ik zelfs het vermoeden dat hij een beetje saai was, zo braafjes en keurig en vader en echtgenoot. Daar thuis heeft zijn vrouw ook wel echt de broek aan hoor." Hij grinnikte en knipoogde naar Armand. "Of zou je dat willen tegenspreken?" Al met al was Jude natuurlijk nog niet zo heel erg veel thuis in Catsfield geweest. Daarom kon het er best anders aan toegaan als er geen toeschouwers waren.

"En nee, hoor, voel je vrij om zijn reputatie te besmeuren. Ik ben eigenlijk wel benieuwd? Heb je een een goed voorbeeld, mooi verhaal?" Hij grijnsde.

Kijk. Dit waren de leuke gesprekken en dit vond hij nog best interessant ook. Op deze luchtige manier was het alleen maar leuk om een band te hebben met je siblings. Misschien dat hij nog wel een beetje veel afstemde op hoe Armand deed en wat Armand zei, maar hem kende hij het beste en Jude begon zijn grote broer beetje bij beetje ook steeds meer te vertrouwen.

 

"Ja, dat blijkt nogal een ding te zijn, hè, in de familie. Heler, inderdaad. Wel leuk. Ik vind het gewoon interessant. Maar we zijn allemaal wel knappe koppen, want iedereen heeft ook een vervolgstudie gedaan. Nou ja, ik moet dat nog gaan doen, maar dat gaat ook wel lukken." Mits hij niet weer een jaar bleef zitten, natuurlijk, maar dat was hij niet van plan.

Hij snapte overigens de grap met het sjaaltje niet helemaal, maar hij grinnikte wel mee. Hij kon niet achterblijven. Dit was het eerste brokje van ongemak dat hij in zijn maag begon te voelen.

 

Helaas zette dat zich vrij snel door, want opeens werd de toon van het gesprek serieus.

En dat kon hij niet zo heel erg goed hebben.

"Eh..." Betekende dit dat hij dat aanbod straks ook terug moest doen? Dat ze hem dingen ook wilden vragen? Maar daar zat hij niet op te wachten. En als hij het niet aanbood? Zouden ze er dan vanuit gaan dat het wel kon? Omdat dat nu eenmaal een beetje zo werkte in gesprekken?

"Nee, niet echt... Vragen die ik heb, stel ik toch al?" Zoals over hun afdelingen en studies en dergelijke? Ja, gewoon negeren, alsof hij niet doorhad dat ze eigenlijk op een specifiek onderwerp doelde, dan ging het vast vanzelf weer weg.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Armand lachte minzaam, stal nog maar een hapje en gaf geen nadrukkelijk luchtig antwoord op Jude’s vraag over zijn thuissituatie. “Broeken zijn ook maar oncomfortabel.” Vond hij het vervelend, dat hij overkwam alsof hij thuis ‘de broek niet aan had’? Ja, waarschijnlijk wel een beetje. Hij had zijn trots. Maar aan de andere kant had hij ook zijn vrouw. Zijn fantastische, bijzondere vrouw, waar Jude’s vier vriendinnetjes samen nog niet aan zouden kunnen tippen qua kracht en karakter, en dat type vrouw kreeg je nou eenmaal niet in je armen door te doen alsof jij zo geweldig was. Nee, daarvoor moest je duidelijk maken, telkens weer, hoe geweldig zij was en dan voor je het wist hield ze van je om het gevoel dat je haar gaf, omdat je meer van haar hield dan ze van zichzelf kon houden, en omdat ze dat wist. Zo maakte je je onmisbaar, zo maakte je jezelf favoriet. En hij bepaalde meer thuis dan Jude zag, dan wie dan ook zag. Maar voor die finesse was Jude nu eenmaal nog te jong en onbezonnen.

 

En wat was hij fijn zeker van zijn zaak dat het ging werken met zijn studie. Kon Armand dat ook maar zijn.

 

Oh ja, en kon Cece maar haar mond houden. Ah, hij snapte het wel. De meisjes waren niet opgegroeid met hun ouders, hadden ze nooit meegekregen. Natuurlijk waren ze altijd nieuwsgierig geweest, in tegenstelling tot Armand en Jude die vooral achter waren gebleven met woede en ellende en ja, goh, ook wel een beetje het idee – althans Armand, althans inmiddels – dat hij duizend keer beter af was geweest met wie dan ook dan hun ouders. Maar goed.

“Oh,” zei Cece teleurgesteld. “Nu ja... we waren heel verrast dat je... we wisten niet dat onze ouders nog...

Ging het goed met ze?”

Oke, genoeg nu. “Vast heel prima,” zei Armand luchtig. “Oom Thurion houdt ze inmiddels weer enigszins in de gaten, anders vraag je het hem.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Inmiddels was Jude's gezicht vertrokken en was hij lichtelijk duister gaan kijken. Heel lief, hoor, van Armand, dat hij hem bijviel, maar de vraag was gesteld en de jongen was eigenlijk vooral boos...Ja, ook boos op zijn zus, dat ze vooral maar hoopte dat het goed ging met zijn ouders? Na alles wat ze hadden gedaan?! Hij bromde. "Goh, geen idee en het kan me ook geen ene knoet schelen! Ze hebben me gewoon op straat gezet en nooit ook maar een seconde naar me omgekeken," antwoordde hij fel en bitter. "En het verbaast je? Dat ik besta? Dat heeft vast te maken met dat ze alleen maar met elkaar bezig zijn en het ze niets kan interesseren of er meer of minder kinderen op de wereld worden gezet door ze." En dat nam hij ze kwalijk. Als je dan geen kinderen wilde, dan zou je toch op zijn minst iets meer op moeten letten of je er geen aan het maken was. Maar ook dat had ze niets kunnen schelen. 

 

Jude kwakte een hapje terug op de schaal. Hij had geen honger meer. "En het maakt me niet uit of die oom ze wel of niet ziet. Ik hoef ze nooit meer te zien. Ik wil niet meer over de praten en ik wil niet aan ze denken. En dat zouden jullie ook niet moeten doen! Je hebt er helemaal niets aan." 

 

"Ik hoop dat ze dood neervallen!"

 

Ja, dat was heftig om te zeggen en, als hij rationeel was, dan meende Jude het waarschijnlijk niet eens volledig. Hij wilde vooral dat hij ooit ergens wel genoeg zou zijn, maar dat was waarschijnlijk nooit het geval. Zijn zusjes hadden hem blijkbaar ook alleen maar willen ontmoeten, zodat ze hem konden bevragen over hun ouders. Hij had er spijt van dat ze hier naartoe waren gekomen. Hij keek naar Armand. "Zullen we weer gaan?" Dan vonden ze hem maar niet aardig of geen leuk klein broertje, maar dat zouden ze waarschijnlijk toch nooit echt vinden. Hij had gewoon nooit moeten denken dat ze hem hadden willen ontmoeten. Als hij dat niet had gedacht, verwacht, dan had het nu ook niet zoveel pijn gedaan. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Okay, dus van het ene op het andere moment ging Jude van okay naar ‘laten we weggaan en mijn zusjes nooit meer zien’. Armand haalde een hand door zijn krullen en vroeg zich voor een tel af wat ze zouden doen, wat hij zou doen, wat hier het beste was. Hij was teleurgesteld, natuurlijk, in Jude en in Cece, want zij had geen kwade bedoelingen maar toch wel even kunnen wachten met enige ellendige onderwerpen – het was niet alsof ze niet kon begrijpen dat Jude het hier niet graag over zou hebben, toch – en Jude had heus wel ietsje meer begrip kunnen tonen voor haar op zijn beurt. Maar ja, begrip tonen paste niet in Jude’s hele boze tiener attitude. Armand vroeg zich af of dat nog zou veranderen. Bij hem was het veranderd, zijn boze tiener fase was wat eerder geweest. Maar hij had ook al gauw geleerd hoezeer dingen tonen en dingen voelen niet per se met elkaar in verbinding hoefden te staan.

 

Maar nu? Gaan of blijven? Hij wilde zijn eigen vakantie met Jude niet verpesten, maar tegelijk was nu weglopen waarschijnlijk niet optimaal. Cece, met haar grote geschrokken ogen, zou zich rot voelen en het zou alleen maar moeilijker worden om hierheen weer terug te gaan. Tegelijkertijd was een pauze misschien alleen maar prettig.

 

Cecilie keek diep ongelukkig. “Ik wilde niet dat je boos werd... ik bedoelde niet...”

Eloïse zuchtte. “Kom op, Jude, niet meteen weggaan. Laten we De Ouders nou niet ook nog eens dit laten verpesten, hm. Dat gun ik ze niet.” Ze trok haar neus op.

Armand glimlachte. “Zullen we anders een eindje lopen?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Wat had je dan gedacht?", bromde Jude, nog steeds verre van opgewekt, maar wel al wat minder stekelig en hatelijk als tien seconden eerder. "Wat bedoelde je dan wel?" Nou was dat vragen misschien onverstandig, want dan bleef het gesprek er nog steeds over gaan, maar daar had hij dan ook niet helemaal over nagedacht, zoals paste bij zijn puberbrein. 

De woorden van Eli hadden misschien iets meer effect. Cece leek waarschijnlijk ook gewoon het minst van alle siblings op Jude en daarmee drukte zij dan vermoedelijk ook een stuk gemakkelijker op zijn rode knoppen. "Nou... Laten we het dan ook vooral niet over ze hebben, want ze hebben nu al meer aandacht van ons gekregen, dan ik van hen de afgelopen drie jaar..." En dat was misschien een lichte overdrijving, maar niet heel veel. Als Jude ze per zomervakantie een uur zag, bij elkaar opgeteld, dan was het veel. 

 

Jude haalde diep adem. Keek naar Armand, knikte toen. "Ja, laten we dat maar doen..." Hij haalde, net als Armand eerder had gedaan, een hand door zijn haar en voelde zich ongemakkelijk. Het was altijd lastig weer terug te schakelen naar 'normaal' als je net iemand een beetje onterecht had staan uitkafferen. Nou was het niet helemaal onterecht, want Cece had die dingen gewoon niet moeten vragen. Was het dan zo moeilijk om interesse te hebben in Jude zelf in plaats van in de rest van de wereld? En dan uitgerekend in personen die zelf nooit ook maar het kleinste beetje moeite hadden gedaan, of interesse hadden getoond? Wat was er mis met hem? Er was vast nooit iemand die hem een keer gewoon als eerste zou kiezen, hem het meest belangrijk zou vinden, genoegen zou nemen met wie hij was, zoals hij was... en hem dan leuk vinden... hem niet voor een nieuw speeltje weer zo aan de kant gooien...

Was dat echt zoveel gevraagd? 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Cece leek inderdaad niet zo op Jude. Ook niet zo op Armand, al hadden die wel meer van elkaar weg, maar Cece was – al zou je het niet zeggen wanneer je haar zo zag, nu, in tranen – waarschijnlijk van de vier de persoon die er het meeste mee omging. Armand ging het uit de weg, had het er niet over, dacht er niet aan, confronteerde het niet en bond zichzelf juist op alle manieren aan de wereld, aan zijn nieuwe familie, vulde de leegte en kocht het verdriet af met Thomasin en Gabriel. Eloïse negeerde alles eraan, had dat altijd een beetje gedaan, sinds ze Armand ‘papa’ had genoemd op haar derde. En Cece... Het was die literatuurstudie, weet je. Daardoor las ze over problemen en over mensen die hun problemen onderdrukten en werd ze verstandiger en menselijker en nadenkender dan goed was voor een Foulkes-Davenport telg.

 

Maar alles kalmeerde, en ze gingen een eindje lopen, en Eloise begon een watergevecht met Jude en Armand praatte zachtjes met Cece.

“Hij bedoelt het niet zo.”

“Nee, ik snap het ook wel,” gaf ze vlug toe. “Het is alleen... ik heb zoveel vragen, Armand en hij is het dichtste bij een antwoord dat ik ooit zou kunnen komen.”

“Hij weet het ook niet,” zei hij en hij keek naar Jude in de fonteinen. “Ze praatten nooit met hem. Luister... vraag het aan Thurion, oke?”

Ze knikte, en toen sprong ze ook erbij in de fontein.

 

Armand haalde ijskoffie voor hen alledrie en stond op de rand van de fontein om hen er weer uit te lokken.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ergens vond hij het wel zielig hoor, zijn zus in tranen, maar Jude kon het gewoon niet opbrengen om haar te troosten of toch maar iets aardigs te zeggen of te liegen en te doen alsof het heus echt niet 'zo erg' was geweest, want hij was oprecht boos geworden. Hij had nu heus niet meteen een hekel aan Cécé hoor, maar het was voor nu even aan Armand om haar weer op te beuren. 

 

Jude ging inderdaad niet echt goed om met het te verwerken. Hij was vooral boos en met een stoere houding stootte hij alles af wat te dichtbij kwam, of wat pijn deed of wat potentieel pijn kon gaan doen. Het was moeilijk voor hem om zich ergens aan te hechten en daarom deed hij het liever ook niet. Met Armand ging het nu een beetje als vanzelf. Zijn broer deed ook zijn uiterste best om te laten merken dat hij voor Jude klaarstond en beetje bij beetje begon hij Armand dan ook ietsje meer te vertrouwen. 

 

Oh... En hij liet Eli ook niet winnen met het watergevecht hoor. Met een harde lach spoot hij zo een straal water vol in haar gezicht en rende toen rondjes door de fontein om steeds achter de stukken steen en standbeelden te kunnen schuilen. Nat waren ze toch al, maar het ging om het principe geraakt te kunnen worden. Met een lach rende hij nog bijna Caecilia omver, wist nog wel op tijd uit te wijken en maakte een buikschuiver door de fontein. Schaafwond. Auw. Proestend, en nog steeds wel lachend, kwam hij overeind en droop hij af naar Armand aan de kant. Dit soort dingen doen had de lucht gelukkig weer een beetje geklaard. Hij keek ondertussen naar zijn elleboog, die er best een beetje lelijk uitzag, maar hij haalde zijn schouders op. 

"Ah, lekker. Waarom doe je niet mee? Dit gewaad heb je zeker van Toto gekregen?" En dat mocht natuurlijk niet kapot. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

De kleintjes hadden tenminste weer lol. En ja, soms zag Armand ze echt zo, al zou hij het niet snel toegeven. Dat zouden ze allemaal niet erg leuk vinden om te horen. Mm. Misschien dat Cece en Elo het hem wel zouden vergeven, die zagen hem waarschijnlijk ook wel een beetje als... nu ja, niet ouder en verstandiger, maar wel ouder toch tenminste. Hij had hun haren leren vlechten, ze voorgelezen (verhaaltjes verteld uit boeken die hij eigenlijk nog niet lezen kon) en hij vroeg hen altijd naar hun school en hun studie en al die stomme dingen die ouders hoorden te doen. Deed hij voor Jude ook, maar toch was het anders, zelfs al was het leeftijdsverschil tussen hem en zijn broer zodanig dat hij echt voor diens... oke, niet vader maar makkelijk jongste oom door kon gaan. Misschien was het omdat hij de zusjes vanaf nul had gekend. Negen was dan disproportioneel veel. Met Jude was hij over het algemeen gewoon bevriend.

 

Totdat Jude iets doms deed en dan was Armand meer dan een beetje een paranoide vaderfiguur die Schouwers achter z’n broertje aanstuurde zodat hij niet in een of ander steegje neergestoken werd door een psychopatische drugsdealer ofzo.

 

Schouwers die niemand arresteerden, overigens. Altijd handig om er een paar te hebben waar je gemakkelijk mee kon werken, nietwaar.

 

“Hm? Oh.” Hij grinnikte, keek naar zijn gewaad. “Ja, ’t is een Thomasin original. Maar ik dacht dat jullie wel wat te drinken konden gebruiken. Tenzij jullie daarvoor ook aan de fontein willen beginnen.” Hij gaf zijn broertje z’n koffie, met een bom slagroom erop, want het was Jude, dronk zelf ook uit het rietje, keek naar de meiden. “Gaat het weer?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Ja, lekker man. Het is best warm." Jude pakte een van de ijskoffies over en nam een slok. Ondertussen keek hij naar de tweeling, die nog steeds in het water aan het spelen waren. "Nee, dat water lijkt me bijzonder ongezond om van te drinken. Waarschijnlijk ben je dan een uur bubbelboeren aan het laten of iets dergelijks." Of een ander magisch effect wat hij niet uit wilde proberen. Jude humde bij de laatste vraag en haalde zijn schouders op. "Mmm. Jawel... I guess?" Hij nam nog een slokje om tijd te winnen en dacht na over een antwoord. "Het is gewoon raar dat je elkaar eigenlijk helemaal niet kent, maar wel hetzelfde bloed weet. Je weet zo weinig van elkaar, maar tegelijkertijd lijkt het weer alsof je elkaar wel heel goed kent, omdat je voor een deel hetzelfde bent en vergelijkbare dingen hebt meegemaakt?" Hij schopte met zijn voet in het water.

 

Het was moeilijk, confronterend en pijnlijk. En hij had nu constant de angst dat ze toch weer over 'de ouders' zouden beginnen. Het maakte hem redelijk gespannen, al kon hij wel goed doen alsof alles goed ging, alsof hij vrolijk was. Het was hetzelfde masker wat hij doorgaans ook op school droeg.

 

"Je bent vast boos dat ik net zo uitviel tegen Cécé?" 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Armand knikte. “Ja. Dat heb ik met jou ook wel af en toe,” erkende hij, want het was altijd goed om medeleven te kunnen tonen met de gevoelswereld van de ander en bovendien was het ook eerlijk gezegd gewoon waar. Met Jude al helemaal, omdat ze zo op elkaar leken dat zijn broertje zijn jongere zelf had kunnen zijn in een van die vreselijk verwarrende tijdreizigersverhalen. En omdat ze in tegenstelling tot de tweeling allebei hun ouders hadden gekend, echt hadden moeten meemaken. Cecilie en Eloise niet, en Armand kon het hen niet kwalijk vinden dat ze dat moeilijk vonden want dat was het ook. Het was een groot stuk van jezelf wat je miste, wat je geen plek kon geven. Aan de andere kant, als hij heel eerlijk was, wist hij dat hij dat liever had gehad. Kennis was in deze niet beter. Onwetendheid was vrijheid. Vrijheid van de eisen en de pijn en de ervaringen van elke dag, die doorsijpelden in je gedachten, in je persoonlijkheid, in elk aspect van je verdere bestaan.  “Het is erg oneerlijk.” Hun ouders hadden hen deze tijd met elkaar ontnomen en dat was nog iets op het lijstje van dingen die je ze kwalijk kon nemen. 

 

Waarmee je niets op zou schieten, want zij trokken zich er niets van aan en het maakte niets goed om boos te zijn. 

 

“Maar het komt vanzelf wel. Rustig aan. Misschien elke vakantie een keertje hoi zeggen.” Hij trok een mondhoek op. “Ik vond ons Canada-avontuur wel voor herhaling vatbaar, wat jij?” Ja, hij kon dit makkelijk vaker doen met Jude. Het was voor hem ook wel ontspannen. Met zijn broer, meer dan met wie dan ook, kon Armand toch een klein beetje zichzelf zijn. Vooral omdat Jude niet extreem oplettend was op anderen. Desondanks was dat best prettig, hoor. “En nee... natuurlijk ben ik niet boos.” Hij haalde zijn schouders op. “Deed me aan mezelf denken, toen ze die vragen voor het eerst begonnen te stellen. Ik zal twaalf, dertien zijn geweest ofzo... Ik heb ze m’n haar moeten laten vlechten om het goed te maken.” Hij lachte. “Of wat ervoor door moest gaan. Vooral het aan elkaar knopen en klitten. Maar ja, daarna waren ze wel weer blij.” Wat nu aanzienlijk minder makkelijk ging. “Ze is gewoon gevoelig, Cece.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Ja, bij ons was het in het begin ook ongemakkelijk en nu na heel wat weken en voldoende brieven is dat wel een beetje beter..." Hij haalde een schouder op. "Niet zo ongemakkelijk?" Soms wel nog een beetje. Vooral met nieuwere dingen, waarvan je gewoon geen idee had hoe de ander zou gaan reageren en je ook nog geen informatie had waardoor je kon raden wat de ander zou vinden. Nu had de vakantie samen daarbij wel heel erg geholpen, moest hij toegeven. Hij knikte, beaamde dat het allemaal oneerlijk was. "Mm, ja... Of zij komen een keertje naar ons. En dan kan ik ook makkelijker ergens anders heen als ik het zat ben en dan ga jij lekker met ze op stap, ofzo." Armand kende ze langer en beter en die zou dat vast niet erg vinden. "Kennen ze Toto eigenlijk een beetje?" Daar leek het namelijk niet op. 

 

"Nou, mijn haar mogen ze niet vlechten hoor. Zo erg was ik nu ook weer niet." Vond hij zelf. Hij humde en keek naar zijn zus. "Ze is de enige van ons vieren die zo gevoelig is, denk ik." Eli leek meer op Jude en Armand, vond hij. "Wel moeilijk hoor, als die ogen zo gaan tranen..." Dan ging je je bijna schuldig voelen en hij kende haar niet eens! "Wil je nog samen eten?", vroeg hij zachtjes. "Of zullen we er straks weer vandoor?" Was dat heel slecht van hem?

Share this post


Link to post
Share on other sites

Oke, voor de volgende ontmoeting met Cece en Eli had Jude meteen al vluchtplannen klaar. Dat was niet erg, dat begreep Armand wel. Heel goed zelfs. Iets te goed. Hij plande ook vaak dingen op deze manier, heel strategisch. Hij vond het eigenlijk niet geweldig om erachter te komen, wederom, hoeveel Jude daadwerkelijk op hem leek. Dat betekende namelijk dat het duizendmaal zo moeilijk zou worden om jegens hem in enige vorm van verantwoordelijke rol te zitten. Betekende dat hij aan al zijn motivaties en antwoorden moest blijven twijfelen, omdat hij dat bij zichzelf ook zou doen. “Nee, ze kennen haar niet,” schudde hij zijn hoofd. “Ze konden niet overkomen voor de bruiloft, het is toch wel ver.” En hij had ze eigenlijk niet bij elkaar gewild. “Er zat niet zoveel tijd tussen.” Dat wist Jude ook wel. “Dus misschien komende kerst –“ Behalve dat we inmiddels al weten dat Thomasin een breakdown heeft dan, maar Armand is nu nog peacefully oblivious. “In de zomers vind ik Canada toch echt wel het bekijken waard, hoor. Jij niet?”

 

Hij knikte. “We hoeven alleen maar even terug naar huis te lopen, ik breng ze liever terug.” Dat was wel zo netjes, ook al kon het natuurlijk niet als hij hier niet was, en hij was hier meestal niet. Hij miste hen... Maar er zat niets anders op.

 

Er zat nooit wat anders op.

 

Afgesloten

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now

Sign in to follow this  

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×