Jump to content
Daniel Bennett

[1837/1838] We’re putting helmets where we should be putting bullets

Recommended Posts

Haar dokter? Daniel had veel dingen in zijn leven gedaan, maar hij was zowat het tegenovergestelde  van een dokter. Hier en daar had hij wel geheeld (zichzelf, de paar mensen die hij niet als geheel onvervangbaar zag, hier en daar iemand uit een behoefte ze aan hem te binden alsof hij al de rest ook kon helen, elke zieke plek, elk verrot terrein op deze godverlaten aarde, totdat men aannam dat de tweede herrijzenis zijn gestalte had aangenomen), maar afgezien van de basale kennis die je nodig had om een leven als het zijne door te komen, afgezien daarvan had helen hem nooit wat gezegd. En dokter al helemaal niet. Hij had toch echt wel wat beters te doen dan een stel zeurderige dreuzels te helpen hun lamlendig leventje te verlengen!

 

Hij was niet helemaal zeker wie deze meneer hier zou moeten zijn, maar tot nu toe was hij niet al te zeer onder de indruk. Kunt u mij vertellen wat u hier precies komt doen? Goh, moest hij daar echt een tekeningetje bij maken? Maar zelfs dan… kom op, voor zover hij wist, was Rhiann niet met iemand getrouwd en dus moest hij hier echt niet zo zagen. Maar oké, hij was haar dokter naar het schijnt en dokters bleven niet slapen (nu ja, sommige wel), dokters kwamen om te genezen.

 

Mocht hij haar eventueel genezen van dit soort menselijke kwaaltjes binnenlaten? Alsjeblieft? Hij ging met alle plezier mee in haar onzinverhalen als ze dat graag van hem had, niets leukers dan een web van leugens spinnen totdat het iemand begon te duizelen, maar dit… moest dit? Een smoes over zijn beroep, als was het een degelijke reden om hier te zijn, wat schijnbaar een verhaal vereiste, een priemende vinger in zijn borstkas en de ergerlijke vraag waarom – waarom hij hier toch was, wat hij hier kwam doen, of hij hier geslapen had en zo ja, waarom, waarom, waarom. Had hij echt een reden nodig? Wel, ja, wellicht wel, maar Daniel had nooit gedaan aan al zijn motieven uiteenzetten. Als mensen die wilden weten, mochten ze zelf in zijn hoofd komen graven. Dat ging hij niet voor een ander doen.

 

Daniel deed betrekkelijk weinig voor anderen als het erop aankwam. Hij was evenmin erg bereid om Rhianns reputatie te redden in dit boerengat door aardig te doen tegen deze charmante heer, bijvoorbeeld, en dus greep hij, hardhandiger dan wellicht nodig was, de pols vast van meneer hier en duwde hij hem weg, geheel toevallig tegen de muur. ‘Een patiënt genezen,’ antwoordde hij, luchtiger dan die actie zou verantwoorden. ‘Wat denkt u dat een dokter doet?’ Wat een gedoe. ‘Wat doet ú hier zo vroeg bij Rhiannon thuis?’


Wist hij veel dat Rhiann een andere naam had aangenomen.

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Mr. Dafydd Osborne

Gespeeld door Daila

 

Dafydd was niet bepaald een durfal. Waarschijnlijk, als de hem onbekende heer hem gewoonweg netjes had afgescheept na zijn eigen, ietwat onbeleefde reactie en Susie voor hem de deur had geopend, dan had hij keurig zijn excuses aangeboden voor zijn jaloerse uitspatting en had hij er verder niet echt iets achter gezocht. Hij kende doorgaans alle doktoren in de buurt, maar het kon op zich best zijn dat Susie een andere had laten komen. Dat was vreemd, maar niet echt onmogelijk. Daarnaast was het nu eenmaal een smal gangetje waar ze zich in bevonden, dus ook als de man hem alleen op deze manier had bejegend dan was dat onbeleefd geweest en had hij er wat van gezegd – normaalgesproken joegen mensen hem niet hardhandig tegen de muur! – maar het bleek nu een… combinatie van factoren te zijn die hem deden halthouden. Dat gold gelijk voor waarom hij in eerste instantie had gehandeld zoals hij had gedaan, overigens. Dafydd staarde nogmaals van de dichte deur, naar de nu ietwat gevaarlijke blik in de ogen van de hem onbekende man en naar Susie. Ze keek hem nogal geschrokken aan, voordat ze zich terugdraaide naar de man en Dafydd liet bezinken wat er zojuist was gezegd. Rhiannon? Dat was niet een heel doorgaande naam, werd vooral gebruikt rond Cefnllys…

 

Nee, hij zou niet direct 1 + 1 bij elkaar op kunnen tellen, maar hij had wel door dat er iets aan de hand was.

 

“Vroeg?” vroeg hij ijzig, terwijl hij zichzelf zo goed en kwaad als hij kon zo groot mogelijk maakte. Dat lukte niet bepaald. “De koeien zijn gemolken en de ochtendmis heeft reeds plaatsgevonden! Ik weet niet wat u gewoon bent, als dokter…” Hij kwam vast uit Londen, of een van die andere grote steden die zich mijlen van Wales bevonden – ugh, stadsmensen. “Vertel hem dat, Susie. Zeg hem dat…. ik…”

 

Eigenlijk had hij nog nooit echt iets over haar verleden gehoord. Hij wist niet zo heel veel meer dan dat ze hier tien jaar geleden was gekomen en een zoon had, die hij nog nooit had gezien. Zijn afbeelding stond bij de haard. Op de een of andere manier, als hij daarover begon, ging het gesprek altijd weer terug naar hem en had hij nooit doorgevraagd. Er waren wel geruchten, het ene verhaal nog wilder dan de ander. Ze zou incidenteel pakketjes ontvangen uit het kasteel van hun landheer, Graaf Lord Radnor. Had die niet een dochter gehad, die.. 

 

Misschien was het een idee om later terug te komen en het er dan over te hebben. Die dichte deur zat hem niet geheel lekker en wellicht beging hij een fout om zijn mate van Susie's (Susie's?) gastvrijheid zo klaarblijkelijk te overschrijden.

 

Dafydd bewoog zijn blik richting de deur en glimlachte ietwat nerveus. “Ik heb zojuist bedacht dat ik nog wel een bril thuis heb” sprak hij, terwijl hij een lichte buiging maakte. “Dus als jullie mij zouden willen excuseren…”

 

Edited by Tijdelijk Karakter Buitenwereld

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Rhiann verloor niet snel haar kalmte – of nuja, dat was een stelling die wellicht wat te gemakkelijk was geponeerd nu ze zo’n twintig jaren in een positie had geleefd waarin de ernstigste problematiek zo’n beetje was dat de koe minder melk begon te geven of ze haar pasgebreide trui niet in de kleur blauw kon verven door een gebrek aan lokale, natuurlijke grondstoffen. Natuurlijk had ze haar kalmte niet verloren nadat de Graaf haar kind bij haar had weggehaald, maar dat was wellicht ook precies een situatie waarin innerlijke rust nou niet bepaald benodigd was. Maar hoewel ze zich in wat matige intriges had bevonden, waren die nu ook weer niet zo verschrikkelijk spannend; gelukkig maar, want ze ging tot grote lengtes om haar privéleven zo privé mogelijk te houden voor de spiedende ogen van haar buren (en daarmee, impliciet en expliciet, haar vader). Dat dat alles zou veranderen door de iets te enthousiaste bemoeienis van Daniel Bennett was wellicht te voorzien geweest – en ook precies de reden dat ze datgeen met Dafydd had moeten beëindigen. En zo werd het maar weer aan haar bewezen dat één moment van zwakte alles als een kaartenhuis in elkaar zou laten storten.

 

Natuurlijk had ze wel kunnen weten dat Daniel de intriges van Dreuzeldorpen als irrelevant terzijde zou schuiven. God, niemand zou kunnen beamen dat ze dat ook niet waren. Maar de afgelopen twintig jaren hadden haar alleen maar duidelijker gemaakt dat hoe kleiner de gemeenschap, hoe minder er te roddelen viel – en hoe groter uitgemeten ieder wissewasje zou zijn. Dat was overigens precies waarom haar vader haar in dorpjes als dit had geplaatst; ze was al een outsider om mee te beginnen en zou enkel het vertrouwen van haar dorpelingen kunnen winnen als ze zich aan ieder regeltje zou houden, waarmee de argusogen die haar toch immer in de gaten hielden zich wat zouden terugtrekken. Haar verbanning was haar twintig jaren van Hel, twintig jaar van burgerlijke gehoorzaamheid die ze daarvoor toch nooit daadwerkelijk had getoond. Het was van het grootste belang dat dit tot het nabijkomende einde goed zou gaan; dat dat niet de reden zou zijn dat haar plan de rechtmatige plek die bij haar hoorde, die ze wilde opeisen, zou mislukken. En plotseling, in een tijdsbestek van misschien 10 seconden, hing dat alles toch plotseling aan een zijden draadje.

 

Het was niet per se de reactie van beide heren, want daarbij had ze toch eerder met haar ogen gerold (ugh, mannen), maar eerder de blik op Dafydd’s gezicht nadat Daniel haar naam had uitgesproken. Misschien was het omdat ze nooit helemaal aan die naam was gewend geraakt, mede omdat ze deze niet geheel bij haarzelf vond passen – het was het dochtertje van een van de buren die het ooit voor haar had bedacht, en toen het eenmaal was aangeslagen op de eerste plek waar ze was verbleven had ze nooit meer durven wisselen naar iets anders, bang dat ze zichzelf zou verraden. Maar misschien had ze moeten weten dat Dafydd eerder op háár zou reageren dan op Daniel’s verspreking, waarvan ze voor een moment zichtbaar was geschrokken. Ze kon het Daniel nauwelijks kwalijk nemen – hij had het ook niet kunnen weten – maar ze voelde zich voor het eerst in jaren dom, in de val gelokt. Misschien was het zelfs haar vader of zelfs Aria die Daniel hiertoe had aangezet; hoe had ze zich zo kunnen laten verleiden? En nu was het te laat, was haar dekmantel tegenover in ieder geval deze dreuzel gevallen en zou ze zich in vreemde bochten moeten wringen om nu dit weer te overleven.

 

Rhiann trok de toverstaf uit haar ochtendjas (daar zou ze toch niet meer mee scheiden, nu ze er eindelijk weer beschikking over had!) en zwiepte ermee. “Colloportus” sprak ze ietwat geprikkeld, een nerveuze ondertoon in haar stem. De deur verzegelde zich met een zuigend geluid, die Dafydd deed plotseling halthouden. Ze draaide zich om naar Daniel, ging dichterbij hem staan dan ze normaalgesproken in gezelschap zou doen en begroef de vingers van haar vrije hand in zijn arm. “Je moet zijn geheugen wissen. Ik vertrouw mijn kunsten niet op dat gebied” sprak ze zakelijk en zo neutraal mogelijk, terwijl ze elke vorm van smekerij uit haar toon probeerde te weren. Ze wist dat hij daar een hekel aan had. “Niet alles, maar genoeg. Het liefst alleen dit gesprek, maar meer… kan ook.” Dafydd zou haar vergeten, maar dat was niet erg. Zij zou hem vergeten, als ze eenmaal dit dorp verlaten kon. Ze boog zich nog iets naar Daniel toe en keek hem aan. Ze voelde dat haar hart nog iets sneller begon te kloppen. “Voor mij. Alsjeblieft.”

 

Edited by Rhiann Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Daniel had altijd een zeker plezier gehaald uit een struikelblok zijn op andermans levensloop, uit de status quo net genoeg te verstoren om er niet meer omheen te kunnen, net niet genoeg om zíjn koers echt te verstoren. Daar dacht hij niet altijd zo geweldig goed over na, soms bracht het ook weer van die vervelende onvoorziene gevolgen met zich mee die hij dan weer moest dragen, maar zoiets verraste hem onderhand minder (ja, sorry, na, wat, eenenveertig jaar met zichzelf doorbrengen had hij ook al wel zo’n beetje door hoe alles in elkaar zat en wat hij kon verwachten) dan… wat dit precies was. Hij ging in zijn hoofd na wat de afgelopen gebeurtenissen zoal waren geweest, wat Dafydd zoal niet mocht weten, voor meneers Susie vagelijk doordrong en voor zijn eerste gedachte de levensbelangrijke vraag stelde wie zichzelf in vredesnaam vrijwillig Susie zou willen noemen. Ja, ja, zijn naam was Daniel, ‘t werd niet meer doorsnee dan dat, wat een tragedie was voor zijn licht vleugje narcisme dat zo graag uit de band wilde springen, maar… kom op. Susie.

 

Mocht hij dát ook uit ieders herinneringen wissen? Alsjeblieft?

 

Eventueel ook uit de zijne, maar hij wist nu al dat dat niet ging gebeuren.

 

Zijn ogen gleden langzaam van Dafydd, de nervositeit die van hem afstraalde, alsof hij iets te laat bedacht had dat er hier een verhaal speelde waarin hij geen rol wilde spelen, naar Rhiann, die zo direct besloot wat er diende te gebeuren. Ze was niet per se in de val gelokt door iemand – Daniel had nooit echt bedacht dat ze ondergedoken zou zijn onder een valse naam, al was het maar omdat hij nooit meer dan één “hm, ik heb Rhiann al even niet meer gesproken”-achtige gedachte had gewijd aan haar zo plotse verdwijning indertijd – maar dat deed niets af aan het resultaat, niet? En nu mocht hij een geheugen gaan wissen. Van een dreuzel. Hoezo ging Rhiann zelfs om met dreuzels die om acht uur ’s ochtends aan haar deur kwamen kloppen? Was de situatie in dit gat echt zo erg?

 

‘Dreuzels reageren over het algemeen niet geweldig op zulke spreuken,’ merkte hij op, meer ter informatie dan omdat het hem echt bijzonder veel zou kunnen schelen als meneer hier nooit meer dezelfde was. Hij kon zich niet voorstellen dat dat niet beter zou uitdraaien voor iedereen, maar goed. Hij gedroeg zich voldoende familiair om te kunnen afleiden dat Rhiann zijn gezelschap meer dan eens had moeten verduren, dus eventueel was niet iedereen in de ruimte het met hem eens. Op zich was herinneringen wissen van een dreuzel niet zo’n groot probleem als je het geduld had om kalm te werk te gaan in die fragiele hersenen van dreuzels, maar moest hij echt zulk geduld opbrengen voor ene Dafydd, die allang had besloten dat hij te laat opstond of iets? Kom op. Zoveel had hij ook weer niet over voor Rhiann.

 

Net genoeg om zijn toverstok te nemen, echter, net genoeg om de herinnering aan de laatste ontmoeting te wissen, een herinnering aan Rhiann hier en daar, ruw, hier en daar teveel, hier en daar te weinig. Rhiann werkelijk uitwissen was een onbegonnen taak – herinneringen hier en daar, verloren gedachten, een zekere koppigheid om haar niet te laten gaan. (Over wie had hij het nu?) Niet alles in Dafydds hoofd kon hij plaatsen, ’t was een wereld zo vreemd aan de zijne (maar Dafydd zou zíjn wereld evenmin ooit begrijpen, en ergens was het vreemd om zich te bedenken dat Rhiann zich in beide universa kon bewegen met een gemak waar ze allebei met enige verbazing naar keken), maar het was weg, weg, weg vooraleer hij er een theorie over kon vormen. Maakte het uit? ’t Was verbazingwekkend gemakkelijk om alles dat hij niet kon plaatsen af te doen als onbelangrijk.

 

‘Was Susie echt het beste waar je op kon komen?’ informeerde hij, met een lichte spot doorheen zijn stem gewoven, in de korte, korte tijd die hij had voor meneer hier terug bij kennis was. Sorry? Als dokter zou men het hem vast vergeven, dat petieterig dingetje dat hij niet lief genoeg was geweest om niet zodanig veel in één keer te doen dat z’n brein het echt aangekund had. ‘Waar is die bril die hij per se moest hebben? Dan kan hij hier weg.’

Share this post


Link to post
Share on other sites

Voor een enkel moment schrok Rhiann door datgeen wat ze vreesde te zien in Daniel’s blik – het was een bepaalde mate van verbouwereerdheid die ze niet anders kon interpreteren dan dat het neigde naar een weigering. Bij zijn impliciete instemming golfde de opluchting dan ook over haar gezicht, welke ze nauwelijks kon neutraliseren na alle emoties waar ze deze ochtend reeds doorheen was gegaan. Ze had van het leven geleerd om zelfvoorzienend te zijn, niet alleen na haar verbanning maar ook reeds ervoor; de Graaf had haar immer voorgehouden dat het vragen om gunsten slechts kon leiden tot teleurstelling of schuld. Teleurstelling bleef voor het moment klaarblijkelijk uit, doch of het slim was om bij een man van Daniel Bennett in het krijt te staan wellicht iets was wat meer van haar aandacht zou moeten vergen. Toen ze hem had overgehaald om Evangeline’s zaak aan te nemen was er echter een schuld ontstaan die ze waarschijnlijk in dit leven toch nooit meer zou kunnen voldoen. Maakte het uit er nog meer van op te stapelen nu de afbetaling toch onbegonnen werk leek? Ze had al zo weinig om mee te beginnen; nog minder, en het zou de acquisitie van het geluk wat ze nastreefde toch nauwelijks nog de moeite waard maken. Haar missende startkapitaal was gebouwd op de brokkelige funderingen van een oude vriendschap, die wellicht alleen maar meer aangetast zou blijken na de nachtelijke avonturen van vanavond – maar misschien was het maar beter over dat soort zaken maar niet al te diep na te denken,

 

Op het moment dat ze haar emoties weer een beetje onder controle had, was Daniel reeds klaar met het wissen van Dafydd’s geheugen. Ze rolde met haar ogen bij Daniel’s woorden, al liet haar spottende glimlach zien dat ook zij doorhad dat het laatste daar waarschijnlijk nog niet over was gezegd. Ze was nooit geheel één geworden met de schuilnaam, alsof de mismatch met het leven wat ze wilde leiden en waar ze in verwikkeld was geweest alleen al toonbaar werd door die enkele naam. Ze haalde de bril en duwde deze ietwat ruw in Dafydd’s handen. Dit was het klaarblijkelijk dan – wellicht had het spijtiger moeten zijn, maar waarschijnlijk kon een uitgebreider afscheid maar beter uitblijven gezien onduidelijk was of en in hoeverre Daniel enige schade bij de dreuzel had aangericht. Ze merkte plotseling dat het haar opvallend weinig kon schelen, vooral daar ze het geheugen voor geen goud zelf had willen wissen. Ze had geen behoefte om de onbenullige leugens die ze had moeten spinnen door Dafydd’s ogen te bekijken; het liefst wilde ze de afgelopen twintig jaar gewoonweg vergeten en met een knip van haar vingers de wereld weer maken zoals die ooit aan haar voeten had gelegen.

 

Maar zo gemakkelijk zou het niet gaan. Met een zwiep van haar staf ontzegelde ze de deur, waarna ze Dafydd er met enig gemak uitwerkte. De verwilderde, verloren blik in zijn ogen leek te insinueren dat de spreuk nog niet geheel was uitgewerkt. Rhiann boog zich naar voren om nog iets in de man zijn oor te fluisteren en een vluchtige kus op zijn wang te drukken, voordat ze de deur sloot en zich richting Daniel draaide. Ze wist ineens niet zo goed wat ze moest zeggen.

 

“Mijn excuses” begon ze, voordat ze nog een stapje dichterbij waagde. “En mijn dank. Ik…” Ze haalde diep adem en liet haar grijze ogen op hem rusten. Hij leek plotseling geheel uit de toon te vallen, zo in het halfduistere, kleine gangetje van haar dreuzelhuis. “Misschien is het beter als jij ook gaat. Ik zou je niet willen ophouden van al je... belangrijke advocatenzaken.” 

 

Ze vroeg zich plotseling af wat hij zijn vrouw zou vertellen omtrent waar hij vannacht was geweest. 

 

Of zou hij zo vaak.. ‘afwezig’ zijn dat hij geen verhaal meer klaar moest hebben staan?

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Mr. Dafydd Osborne, dreuzel

Gespeeld door Daila

 

Het ene moment wist hij dingen. Het waren dingen waarvan hij niet per se bewust was dat hij ze wist, maar meer zaken waarvan het voor deze ochtend niet bij hem zou zijn opgekomen om er vraagtekens bij te zetten. Iedereen wist dat de lucht blauw was en de zon ’s ochtends opkwam. En ja, iedereen wist ook dat vreemden nergens daadwerkelijk met open armen zouden worden ontvangen, maar Susie was al tien (tien?) jaar in deze streek. Hij kende haar misschien slechts de afgelopen twee jaar, maar dat was toch wat hij had gehoord. Er was niet per se iets opvallends aan Susie – behalve dat dat er misschien toch was als je werkelijk goed keek. Het was wellicht een bepaalde… houding, een bepaalde tonatie in haar (iets te?) vlekkeloos Welsh. Maar hij had het nooit werkelijk willen zien. Toen zijn vrouw was overleden had hij zich een tijd afzijdig gehouden van het dorpse leven, totdat hij haar tegenkwam. Dat ze als alleenstaande vrouw niet had willen trouwen toen hij dat had gevraagd was wellicht wat vreemd; maar hij had het geaccepteerd. Het was pas nu dat hij besefte dat ze eigenlijk altijd al erg gesloten geweest.  

 

Maar Rhiannon? Hij was oud genoeg om zich te herinneren dat er eens een Lady Rhiannon was geweest, de dochter van de (Burg)graaf. Hij had het meisje nooit gezien, natuurlijk. En dat had ook niet meer gekund, na haar verbanning. Iets met een… buitenechtelijke zwangerschap....

 

Terwijl druppeltjes zweet zich een weg over zijn voorhoofd en nek begonnen te vinden, staarde Dafydd van Susie, die een stokje had getrokken welke hem op de een of andere manier enige angst inboezemde, naar de dokter. Meer dan “Ik… nee… Susie? Wat…” kon hij echter niet uitbrengen, voordat een wit en helder licht hem raakte. Hij wist dingen. Hij wist hoe de zee eruitzag, hoe zijn dochters heetten. Hij wist dat hij Susie eens had meegenomen naar zijn grootmoeders breiclubje en dat ze komkommersandwiches hadden gedeeld. Hij wist dat hij hier was en de man haar Rhiannon had genoemd. Maar de informatie gleed als zacht zand door zijn uitgestrekte vingers, en plotseling wist hij al die dingen niet meer.

 

Verward staarde hij naar het voorwerp wat hij in zijn handen gedrukt kreeg. Voor hij het wist stond hij plotseling buiten een huis wat hem vaag bekend voorkwam en boog iemand zich naar hem toe. “Su… Su...” begon Dafydd, maar om de een of andere reden kon hij even niet op de tweede helft van haar naam komen.

“Voordat je de kans had aan te kloppen, vond je plotseling je bril in je borstzak. Het is…” Ze leek even te zoeken naar woorden. “.. Nee. Vaarwel, Dafydd.” Glazig staarde hij Su- aan terwijl ze een kus op zijn wang duwde en de deur achter zich sloot. Even keek Dafydd naar de bril, voordat hij opkeek naar het huis. Er was iets mis met de stelling dat Su- beweerde dat hij de bril reeds had gevonden voordat hij dat daadwerkelijk had gedaan. Het klopte niet. Maar wat er precies klopte… op de een of andere manier was het lastig zijn vinger daar precies op te leggen.

 

Dafydd stopte de bril terug in zijn borstzak en draaide zich om. Het gaf hem hoofdpijn om hier teveel over na te denken en alles leek er alleen maar verwarrender op te worden. Hij wierp een blik op zijn zakhorloge terwijl hij het tuinhekje achter zich liet dichtklappen. Acht uur al, en hij had nog niet eens de koeien buitengezet! Koffie. Dat was wat hij nodig had. Dat zou alles vast ophelderen.

 

En met iets onzekere tred begon Dafydd aan de reis, te voet terug naar zijn eigen dorp.

 

Dafydd out~

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now


  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×