Jump to content
Sign in to follow this  
Laurelle Ryder

[1837/1838] Cut me into pieces

Recommended Posts

27 april 1838

 

Olivers woonst was niets groots, niets om jaloers op te zijn, al helemaal niet na een aantal weken in haar ouderlijke huis vol ruime kamers en hoge plafonds en meer comfort in één zetel dat Olivers hele interieur kon bieden, maar toen ze voor de deur stond, voelde ze zich op een vreemdsoortige manier meer thuis dan ze had gedaan in het huis waarin ze was opgegroeid. Gewoon. Daar had ze lang, lang, lang geleefd, maar hier hoorde ze meer. En dat zou niet mogen, rationeel gezien had ze elke preek wel gehoord die ze de afgelopen drie weken had uitgezeten, ze wist dat Oliver en zij niet meteen voor elkaar gemaakt waren (mensen die bij elkaar pasten, veroordeelden elkaar niet tot ziekenhuisbezoeken en moeilijk te verbergen plekken op haar lichaam, had ze zichzelf toegesist, keer op keer), maar ze kon niet ontkennen dat voor deze deur staan een opluchting was. Alsof ze nu de leugen van zelfverbetering van zich af kon schudden. De illusie dat ze meer kon zijn dan wie ze was.

 

Het voelde veilig, op een verraderlijke manier. Maar daar kon ze zich niet mee bezig houden, niet nu.

 

Ze klopte op de deur, te hard en te haastig, tot hij open deed, ook al was het na middernacht, ook al fluisterde een irritant stemmetje dat ze hier weg moest voor Oliver de deur open deed, maar zodra ze zijn gezicht zag, kreeg ze het niet voor elkaar om een seconde te wachten voor ze in zijn armen vloog, haar armen rond zijn nek alsof ze daar thuishoorden. ‘Ik miste je,’ fluisterde ze, meer tegen zichzelf dan tegen hem, een innerlijk verwijt tegen zichzelf dat dat niet eens een leugen was. Ze mocht hem niet missen, toch? Hij was een kutlief. En toch. Ze voelde zich thuis. Beter dan ze had gedaan in de kamers waar iedereen haar op het hart drukte dat ze daar toch echt hoorde en ze nooit, nooit, nooit meer terug mocht gaan.

 

Ze sloot haar ogen, deels om zijn geur in zich op te nemen, deels om te kunnen negeren dat ze te troebel zag om zich te kunnen oriënteren, ergens al niet meer wetend hoe ze in vredesnaam hier ooit was geraakt. Maar dat maakte niet uit. Ze was hier. Terug.

 

Oliver zou vast niet teleurgesteld in haar zijn dat ze niet alles kon.

 

OOC: Privé met Lily! <3

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ze bleef nooit zolang weg.

 

Ze kwam altijd terug, voor hem hoopte hij, vertelde hij zichzelf. Vertelde hij, net zolang tot hij zijn eigen leugens geloofde en hij het haar kwalijk kon nemen als ze niet genoeg deed om die illusie ook op te houden. Op momenten dat zijn zeepbel van leugens kapot klapte wilde hij dat ook bij haar doen. Gewoon zodat ze zou voelen wat hij voelde en begreep waarom ze hem niet mocht laten twijfelen aan wat ze hadden. Oog om oog, tand om tand. En voor het gemak negerend dat hij zichzelf het liefst blind haar mond het liefst dichthield.

 

Maar punt was, ze kwam altijd terug, vroeg of laat, altijd te laat als je het hem vroeg want van alle middelen die hij in zijn huis had, van alles wat hij door zijn strot duwde had hij haar het meest nodig van allemaal. Ze was de liefde van zijn leven, de moeder van zijn kinderen, de reden dat hij soms als hij een goede dag had best zijn best wilde doen om een beter persoon te zijn, als ze maar accepteerde dat hij dat eigenlijk niet kon, als ze maar bleef. Bij hem. Voor altijd.

 

Dan was alles goed.

 

Maar ze bleef nooit, kwam altijd terug, en nu was ze weggebleven en het had aan hem gegeten  zoals de schimmel van de muren in zijn badkamer at. En hij was niet zichzelf, of juist meer zichzelf, geweest de laatste dagen. Bozer, gefrustreerder,  eenzamer, leger. En hij had haar, haar, haar , nodig om weer een goed mens te kunnen zijn en zich zo te voelen. Dus toen ze terugkwam, toen ze zei dat ze hem miste, voelde hij zich opgelucht. Het was alsof je urenlang in een donkere kamer naar de lichtknop zocht en hem dan eindelijk gevonden had, eindelijk weer al een normaal mens je door de kamer kon verplaatsen zonder nachtblind te zijn.

 

Dus hij sloot haar in zijn armen, iets te hard misschien, gewoon omdat hij bang was dat hij haar weer kwijt zou raken. Omdat alles erop geleken had dat ze niet meer terug zou komen. Maar ze was terug, kwam altijd terug, en nu.. moest hij gewoon zorgen dat ze niet meer weg zou gaan. Niet nu hij wist dat er mensen waren die haar bij hem vandaan wilden trekken.

 

Ik heb jou ook gemist”, hij kuste haar even op haar voorhoofd en hoorde ergens op de achtergrond een van de kinderen huilen, vast wakker geworden door het geluid, kwam wel weer goed ze waren nu weer een gezin immers. “Ik was bang dat ik je niet meer zou zien”, fluisterde hij schor.

 

Hij had bijna zijn eigen leugens niet meer geloofd, zelfs zonder haar om het kapot te maken.

 

Maar ze kwam altijd terug.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Hij had haar ook nooit meer moeten zien. Het was een schuldige gedachte, een pijl afgeschoten met een precisie die niet hoorde bij de nonchalance waarmee ze haar boog droeg, één die ze niet had willen denken nu Oliver de scherven tederheid die hij nog in zijn bezit had, haar toeschoof. Hij had haar nooit meer moeten zien, dat was het plan geweest, onuitgesproken, bijna niet eens helder in gedachten geformuleerd, maar het sentiment was er wel geweest. Ze liet Gabriel Bruxley een ring om haar vinger schuiven en zei het leven dat ze in naargeestige naden aaneen gestikt hadden, gedag. Misschien dat nog niet eens – Laurelle was nooit goed geweest in een elegie verzinnen voor heengegane relaties.

 

Ergens had ze moeten weten dat Oliver haar niet hun bindmiddel zou toeschuiven zodra hij haar gezicht zag, maar ergens, ergens voelde ze zich toch… teleurgesteld. Gewoon. Die druppel gefrustreerd ongeduld op de hete plaat van mismaakt verlangen.

 

Ze zou er ook naar kunnen vragen, maar eerlijk gezegd wilde ze liefst van al dat hij het haar gewoon gaf en ze hem als excuus kon gebruiken voor haar eigen onkunde.

 

‘Ik ben er,’ mompelde ze tegen zijn borstkas aan, voor ze zich losmaakte uit zijn greep, iets te hard om liefdevol aan te voelen. ‘Waar zijn de kinderen?’ Ze had het gevoel dat ze zou moeten kunnen horen wie van de twee aan het huilen was, maar ze kreeg het niet voor elkaar om het te horen, kreeg het niet voor elkaar om te bedenken of ze dat op momenten waarop ze niet halvelings ineen stortte wel wist. Evenmin of het uitmaakte, uiteindelijk. Wat maakte wel uit? Alles kwam toch maar neer op een draaimolen zonder flosj. ‘Heb ik ze wakker gemaakt?’

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ja”, hij haalde zijn schouders op, want ja ze had de kinderen wakker gemaakt maar wat maakte het uit. Hij hield van zijn kinderen hoor, op een bepaalde manier, ze waren immers een combinatie van hem en haar. En mix van DNA met meer precisie dan hij alle anderen dingen in zijn leven die hij mengde had gemixt. En ergens was dat een mooi idee, dat er een combinatie van hem en haar bestond, dat ze samengesmolten waren in iets dat leefde, dat echt was. Een bewijs van hen. Hij hield van het idee dat het bestond en op die manier hield hij ook van zijn kinderen.

 

Maar dat betekende niet echt dat het hem iets kon schelen dat ze wakker waren, ergens, ergens wilde hij dat het haar ook niet kon schelen. Dat hij de enige was die haar iets kon schelen (Ze was immers terug naar hen toch? Niet naar hun kinderen. Hij kon er moeilijk over doen maar theorie waren er manieren waarop ze wel hun kinderen maar niet hem hoefde te zien. Had ze al eerder gedaan). Maar ze was hier bij hem dus waarom vroeg ze nou naar hen.

 

Wil je bij ze kijken”, vroeg hij met een heel klein beetje tegenzin, “ik denk dat ze zo slapen als ze jou weer zien. Ze slapen slecht als je er niet bent weet je ”. Hij deed geen moeite het verwijt uit zijn stem te halen. Dat had ze verdiend omdat ze was verdwenen. En hij zou haar zo alles geven wat ze wilde maar nu mocht hij heel even haar laten voelen dat ze hem iets ontnomen had door zichzelf van hem te onttrekken.  

Share this post


Link to post
Share on other sites

Laurelle was niet goed in schuldgevoel. Ze was veel beter in gewoon haar schouders op te halen en door te gaan en met haar ogen te rollen naar iedereen die een poging deed toch op haar gemoed te werken. Ze haatte het gevoel ook — knagend aan haar ongebreidelde zelfvertrouwen, immer op de achtergrond, het zeurende besef dat er iets mis was en ze het beter moest maken, ook al wist ze niet hoe. Oliver, echter, was goed in het bij haar losweken. Schuldgevoel om wie ze was, niet daar genoeg om de vrouw van zijn dromen te kunnen zijn, als moeder niet toegewijd genoeg, als persoon niet alleen genoeg om aan hem genoeg te hebben. Niet tolerant genoeg om zijn manier om daarmee om te gaan te kunnen accepteren. Iets te sterk en iets te zwak tegelijkertijd. Soms vroeg ze zich af of hij van haar hield of van het idee van zichzelf dat ze gesponnen had in hun gezamenlijke roes.

 

Schuldig keek ze in de richting waar het gehuil vandaan kwam en ze maakte zich even los uit zijn greep op naar ze toe te gaan, om hun kleine gezichtjes te zien, ze vast te nemen en ze terug in slaap te wiegen. Ze wist niet goed of Oliver gelijk had dat ze beter sliepen als ze er was — Oliver was een stabielere factor dan zij ooit zou kunnen zijn, niet dan? — maar ze merkte wel dat ze snel genoeg terug sliepen.

 

Op de tippen van haar tenen trippelde ze terug naar Oliver. Haar vingertoppen streelden over zijn arm toen ze langsging, het interieur van het hutje bestuderend alsof ze het niet al honderd keer had gezien. ‘Je weet waarom ik hier ben, toch?’ zei ze, zachtjes, na een korte stilte.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ja, hij wist waar ze voor kwam, hij hoopte dat zij wist dat hij dat geen fijne reden vond. Dat hij ergens verwachte dat zodra hij haar gaf waar ze voor kwam ze zou doen alsof ze hier voor hem was. Omdat ze hem wilde zien, hem miste zoals ze net nog ze mooi gezegd had aan de voordeur. Hij wilde het geloven, moest het geloven omdat hij niet zonder dat idee kon. Net zoals Laurelle niet zonder zijn middelen kon. Dus zodra hij haar honger zou stillen mocht ze er meteen voor zorgen dat die van hem ook niet meer aan zijn binnenste knaagde.

Zo konden ze elkaar overeind houden, dat was toch wat liefde was.

 

Hij knikte, sloot zijn hand ietwat ruw om de hand die net nog over zijn arm gestreeld had en trok haar mee naar de keuken. Hij had ook dingen in zijn nachtkastje in de slaapkamer liggen, natuurlijk, maar daar wilde hij haar pas weer welkom heetten als hun leugen weer als waarheid voelde. Met tegenzin liet hij haar los, trok wat lades uit het keukenkastje en vond een zakje pillen tussen een bedorven pak ontbijtgranen. Gelukkig bedorven die pillen nooit, magie en drugs was een onverwoestbare combinatie, letterlijk en figuurlijk.

 

Wil je er water bij”, hij had geen schone glazen maar de pil die hij in haar handen drukten terwijl hij er ook een voor zichzelf hield was vanbinnen zo vol met vergif (maar goed vergif, fijn vergif, vergif dat haar weer hier bracht) dat hij zich niet kon voorstellen dat er echt een probleem zou zijn met een paar vlekken op een waterglas.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now

Sign in to follow this  

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×