Jump to content
Keane Cadwgan

[1838] Meet me on the battlefield

Recommended Posts

Nu hij erop terugkeek, was dit hele gedoe een domme zet geweest, net iets te risicovol om het echt over te laten aan Evangeline, die nooit scheen te weten wat zelfbehoud was – echt, daar had je weer griffoendors voor nodig, hoor, altijd te druk bezig met te huilen over liefde en rechtvaardigheid en al die onzin om niet recht in Owain Cadwgans armen te dansen – maar als Daniel heel eerlijk was, kon hij er ook niet echt mee zitten, al was het maar omdat hij zich op den duur dood begon te vervelen als hij zich alleen maar bezig mocht houden met Keane Cadwgans huwelijksleven open te gooien voor de rechtbank en humeurig naar Aria’s ringvinger te staren elke keer dat hij haar zag. Ja, best, hij kon in theorie vast wel gewoon een hobby zoeken, maar hij kon ook Owain Cadwgan vervloeken. Wie had er hobby’s nodig als je gepikeerd kon zijn omdat je zus plots op oudere mannen viel? Dat soort dingen.

 

Ja, ja, dat was lichtelijk obsessief, gefixeerd op haar, haar, haar, enigszins boos op de verkeerde persoon, al was het maar omdat hij met alle liefde negeerde dat het Aria’s eigen keuze was geweest, maar God, iedereen hier was obsessief. Hij was hier niet geweest als die jongeren daar hun ménage à trois beter hadden geregeld, maar oké.

 

Had hij zelf beter afgehandeld, hoor.

 

Gewoon. Je vrouw aanleren hoe ze mensen moest vermoorden en dan bedenken dat je vriendinnetjes plots wel heel snel dood gingen. Op zich gemakkelijker dan dit.

 

Hij voelde de brandende pijn van een vervloeking die zijn doel raakte, maar het was het type dat hij registreerde en wegduwde om er een paar terug te sturen, als was het een vriendelijk cadeautje, een zoenoffer, een reden om een tussendoor naar één van de mensen van wie hij zag dat die Owains bevelen wilde opvolgen (echt, waarom zou je – oh ja, hij had het zelf gedaan, niet zo lang geleden nog zelfs, goh) gemikte vloek te negeren. ‘Dus – rustig naar buiten?’

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het was een beetje als schreeuwen, maar dan zonder dat iemand je kon horen. Te zwak om de deur naar haar wilskracht volledig dicht te duwen zodat hij er niet doorheen kon, maar te koppig om de hendel ook maar een stukje los te laten en het terug duwen volledig op te geven. Al leek het niet echt te werken. 

 

Keane's woorden zouden warm en geruststellend moeten voelen, zijn hand om haar pols beschermend, maar in plaats daarvan voelde ze alleen maar de neiging om zich los te trekken. Er waren geen duidelijke bevelen, maar er was wel een duidelijke wens en hoewel ze het probeerde, was het maar moeilijk om er omheen te kijken. Eva voelde hoe de grip op haar toverstok verzwakte, terwijl Owain zijn relaas hield. Ze wist niet wat ze zou zijn zonder toverstok, had ze nooit echt goed geweten sinds het stuk hout een verlengstuk was geworden van haar arm en al haar wensen. Toen ze net bij Rhiann verbleef had ze haar toverstok wel eens uitgeleend aan de vrouw en het had haar een beetje leeg doen voelen, alsof iets miste, meer ongemakkelijk dan onveilig, meer vervelend dan levensgevaarlijk. Toch voelde ze zich op een bepaalde manier rustiger deze keer, totaal niet bang, toen het hout tussen haar vingers door glipte en op de tafel voor haar kletterde. Dat kwam natuurlijk alleen maar door het geruststellende effect dat de Imperiusvloek leek te hebben op opgevolgde acties, want om nu je toverstok uit handen te geven terwijl het om je heen pure chaos aan spreuken was en je niet alleen jezelf maar ook nog een ander leven te beschermen had....

 

In ieder geval was het met een vrije hand wel makkelijker om iets vast te grijpen toen ze door Keane richting de deur werd getrokken. "Nee!" gilde Evangeline uit protest, terwijl ze zich vast probeerde te houden aan het eerste het beste voorwerp dat ze tegenkwam -toevallig een stoel-  en zich schrap zette tegen de grond. "Laat los!" 

 

Je kon je natuurlijk afvragen tegen wie ze dat nou echt zei. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Keane had bijna zijn toverstok laten vallen en de hoop opgegeven toen zijn grootvader zijn spreuken zo gemakkelijk pareerde. Het had hem zoveel wilskracht gekost, zoveel planning, al die lessen met Felicia en geheimzinnig gedoe… en nu leek er alsnog niets van zijn plannen terecht te zijn gekomen. Het was allemaal zinloos; ze waren hopeloos verloren. Hij zou Eva verliezen, ditmaal waarschijnlijk voor altijd, en hij zou terug naar Josephine moeten en alles moeten vergeten; en het zou allemaal zijn schuld zijn, zijn last om te dragen in al die lange jaren die nog komen moesten, zijn geweten en verdriet om het meisje en ongeboren kind wat hij zou zijn verloren – als zijn grootvader hem al zou laten leven. 

 

Maar toen werd de Graaf plotseling afgeleid en plotseling leek er een minuscuul klein kansje (al leek het een kans van niets) dat er toch nog hoop was – en Keane klampte zich aan de kans vast alsof zijn allerlaatste redmiddel hem zojuist was voorgehouden. Nu had de Graaf zich wellicht omgedraaid, maar Evangeline dacht klaarblijkelijk anders over zijn vluchtplannen en Josephine, die uiteraard van niets van dit alles op de hoogte was geweest, zag eruit alsof ze ieder moment kon gaan flauwvallen. Één barre seconde lang staarde Keane naar de situatie, voordat hij met zijn ene hand Eva’s toverstok van tafel griste en met de ander ruw haar handen van de stoel lostrok waar ze zich zo wanhopig aan had vastgeklemd. Normaal gesproken zou hij natuurlijk nooit zo hard tegen haar zijn, zeker in haar toestand – maar er zat niets anders op.

 

“Eva, kom mee!” gromde hij tegen het roodharige meisje, voordat hij haar hardhandig begon mee te trekken. “En jij.. Josephine, kom! We moeten hier weg!” Hij klemde Josephine met zijn andere hand vast, waarin hij ook al twee toverstokken vasthield, en begon haar aan haar bovenarm richting de uitgang te slepen. Natuurlijk waren ze nog geen 30 centimeter in de richting van de deur vertrokken, voordat een groep tovenaars hen de weg versperde. 

 

“Laat ons-“ begon Keane, maar op dat moment stortte een tweede groep een heel arsenaal van flitsende groene en rode spreuken op de eerste groep. Deze lieten het daar niet bij zitten en pareerden, duelleerden, hun toverstokbewegingen zo snel en de flitsen zo hard dat sommige gemiste spreuken sissende brandplekken achterlieten op de houten tafeltjes. Paniekerig keek Keane door het geflits naar de deur, hier en daar wegduikend en zichzelf vervloekend dat dit allemaal zo uit de hand was gelopen. Dit was niet wat hij had gewild! Natuurlijk kon hij zich nu ook in dit geweld storten, maar eerlijk gezegd had hij geen idee wie hij precies moest verslaan om hierdoor heen te komen en als ze niet opschoten zou zijn grootvader hen allen gemakkelijk aan hun kraag uit dit gevecht kunnen trekken en straffen voor wat ze hadden gedaan. Gejaagd gleden zijn ogen door de ruimte. Wat zou Felicia doen… ze moesten hier nu weg!

 

Gealarmeerd richtte hij zijn blik plotseling op het grote etalageraam. Op zich was er meer dan één uitgang… het kostte alleen wat moeite. Hij liet Josephine los en richtte zijn staf op het raam.

 

“Finestra!”

 

Het enorme raam explodeerde in tienduizend stukjes uiteen. Voor één seconde, die wel uren leek te duren, was het helemaal stil – voordat iedereen plotseling heel erg vlug in beweging kwam. Er werden bevelen door elkaar geroepen, de vervloekingen vlogen hen om de oren... een olielamp spatte na een spreuk uit elkaar en leek een klein brandje te veroorzaken ergens in een hoek.

 

“Snel, naar buiten!” schreeuwde Keane, maar zijn stem ging verloren in het kabaal.

 

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now


  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×