Jump to content
Keane Cadwgan

[1838] Meet me on the battlefield

Recommended Posts

Woensdag 18 april 1838, net voor het middaguur

Verdonkeremaansteeg, Londen

 

Het was drie dagen na Pasen, iets na elven; en het was stil in het kleine zijstraatje van de Wegisweg. Keane Cadwgan haalde nog eens diep adem en wierp een blik op zijn gouden zakhorloge. Het magische horloge mompelde slaperig de tijd en Keane klapte het weer dicht, waarbij hij haast schrok van de luide klik in zijn duistere alcove. Hij had zijn grootvader beloofd dat hij hier zou wachten terwijl de Graaf het café ‘klaar maakte’. Hoewel Keane wist dat daarmee werd bedoeld dat er enkele spionnen zouden worden geïnstalleerd, mensen die afwisten van het zorgvuldig voor de schouwers verborgen gehouden plan (volgens zijn grootvader nodig om zijn eigen veiligheid te garanderen), was hij er verre van zeker van dat de man geen geheime agenda hanteerde. Dit zou één grote valstrik kunnen zijn waarmee de Graaf door van hem gebruik te maken Evangeline in de val zou laten lopen. En misschien niet eens alleen Evangeline – wellicht liep hijzelf ook wel gevaar door hieraan mee te werken, en daarmee ook Josephine… en Owen. En er was nog iemand, al had hij die nog niet ontmoet; maar ook het ongeboren kindje van Eva zou zijn overgeleverd aan de grillen van de Graaf – als zijn plan fout ging. Zijn gehele familie, zijn gewilde en ongewilde, zijn hebben en houden stonden vandaag op het spel. Daarom was het des te belangrijker dat hij zou vechten. Felicia Harding had in hem geloofd, tot op zekere hoogte. Vasilisa Silvershore had hem verteld dat het mogelijk zou moeten zijn. En Helena Lennox… die had hem gezegd dat er geen andere optie was, dat het lukken móest. En dat bracht hem hier, vastgeroest tussen de woorden van vrouwen die vervolgens niet meer voor hem hadden kunnen betekenen dan loze beloftes en aanmaningen betreffende zijn kunnen.

 

Keane greep zijn toverstaf nog eens wat steviger vast en kroop wat dieper weg in zijn dure, met bont afgezette mantel. In de donkere straten zoals de Verdonkeremaansteeg leek het altijd wel wat koeler te zijn dan waar geen duistere magie leek te heersen. Hij had de hoop weer wat hervonden, tot op zekere hoogte. Hij had, achter de rug van zijn grootvader om, afspraken gemaakt en regelingen getroffen. Zijn geldbuidel liep haast over van het goud – een van de redenen, overigens, dat de Verdonkeremaansteeg en de reputatie daarvan hem nerveus maakte; wat als het hem zou worden afgenomen voordat hij ook maar een kans had zijn grootvader te tarten? – en hij leek er in alle aspecten klaar voor te zijn. Het enige gat in zijn plan was natuurlijk de ontsnappingsroute zelf; en dat leek toch wel zo problematisch dat als het aan enkel hemzelf had gelegen, het hele plan niet door was gegaan. Als hij er alleen al aan dacht kreeg hij weer een knoop in zijn onderbuik, wilde hij het liefst alles afblazen…

 

Maar nee; het was het beste wat hij had kunnen bedenken en Felicia, Vasilissa en Mrs. Lennox hadden hem in de loop der tijd toch gemaand dat hij dit kon, dat het mogelijk was de Graaf te verslaan. En al had hij terug gewild dan kon dat toch niet meer; hij had het briefje voor Josephine achtergelaten, en op dit uur had ze het vast al gevonden.

 

Keane haalde een diepe teug lucht en zijn adem kwam naar buiten in parelmoerachtige wolkjes. Nog even. Hij zou zijn geduld nog even moeten opbrengen.

 

Nog even en dan was het tijd om kleur te bekennen.

 

OOC: Prive!

 

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ongeveer drie kwartier later

Cafe the Roasted Bean, aan een van de zijstraten van de Wegisweg

 

Keane leunde achterover in zijn stoel, ietwat ongemakkelijk aan het wankele tafeltje gezeten. Zijn blik gleed af naar de ingang, en voor een moment stelde hij zich voor hoe hij vanuit deze plaats zou moeten opspringen en naar de uitgang zou moeten sprinten – je kon nu eenmaal niet verdwijnselen binnen de winkeltjes aan de Wegisweg. Vlug wiste hij de gedachte weer uit zijn hoofd, bang dat zijn grootvader deze lezen zou (al was de man voor zover hij het wist momenteel niet in de ruimte); maar niet voordat hij opmerkte hoe dicht de tafeltjes eigenlijk op elkaar stonden en hoeveel krukjes er waren om over te struikelen. Hij verstijfde toen een stem hem plotseling uit zijn vluchtplannen liet opschrikken.

 

Wilt u iets te drinken, my lord?

 

Het was de barvrouw. Keane keek op naar haar ietwat lege blik en met een schok besefte hij plotseling dat ze hoogstwaarschijnlijk onder een Imperiusvloek verkeerde. Hij had de uitwerking ervan nog nooit gezien, maar er bij Verweer tegen de Zwarte Kunsten wel over moeten lezen. Een rilling gleed over zijn rug, en voor een moment bewoog hij ietwat in zijn stoel zodat hij er zeker van was dat hij zijn toverstaf in de binnenzak van zijn mantel kon voelen.

 

“Nee, nee, dankuwel” mompelde hij vluchtig, terwijl hij zijn blik van de barvrouw aftrok en deze wederom op de deur richtte. “Ik… wacht nog, op iemand.” Hij hoorde haar schuifelende voetstappen zich van hem verwijderen en haalde diep adem, voordat zijn aandacht werd getrokken door de rinkelende deur en twee personen een tafeltje uitzochten vlakbij zijn vluchtroute. Ietwat verstijfd liet hij de informatie over zich heen stromen. Dit zou zijn vluchtplannen toch wel ietwat bemoeilijken… zouden deze personen bij de plannen van zijn grootvader horen, of was er nog een andere partij in het spel?

 

Maar op dat moment rinkelde het belletje bij de deur opnieuw en werd deze geopend door iemand die hij bijna vijf maanden niet had gezien – en even stond zijn hart stil.

 

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

De drukte op de wegisweg voelde lichtelijk overweldigend, iets wat Evangeline niet echt meer gewend was. De afgelopen vier maanden had ze doorgebracht in het huisje van Rhiann, waar er behalve wat dieren maar weinig extra gezelschap was. In het begin had het heel stil en soms ook wel wat eenzaam gevoeld, maar ondertussen was ze het wel gewoon, die rust, de kalmte. Het winkelende publiek op de wegisweg was alles behalve dat. Het voelde vreemd om na maanden van voorzichtig zijn en onderduiken, zo tussen de mensen te wandelen. Ze leken niet echt op haar te letten en toch had Evangeline het gevoel alsof ze bekeken werd. Nu was dat vast ook wel het geval, als de nodige maatregelen goed waren getroffen. Maar ze kon niet anders dan daar op vertrouwen, er was maar weinig dat ze zelf verder had kunnen doen en bovendien ging er al veel te veel energie op aan piekeren. Energie die ze zo hard voor andere dingen nodig had. 

 

Eva had deze plaats en tijd uiteraard met zorg uitgekozen. De drukte van die woensdagmiddag die haar aan de ene kant zo ongemakkelijk maakte, was ook meteen een geruststelling. Met genoeg getuigen om je heen dachten mensen wel twee keer na voor ze wat uitspookten en ze wilde eigenlijk helemaal geen gedoe vanmiddag. Ze wilde gewoon Keane zien en een normaal gesprek met hem voeren hierover. Dat was ze hem toch wel verschuldigd, nadat ze het misschien niet zo handig aan had gepakt de eerste keer - al had hij haar natuurlijk ook niet meteen de deur hoeven te wijzen. Gelukkig leek Keane zelf ook op die beslissing terug gekomen te zijn. 

 

Toen ze de de deur van het café open duwde en het belletje boven haar hoofd rinkelde bleef Eva even staan, haar ene hand stevig om de deurklink geklemd, alsof ze niet helemaal zeker was van haar keuze en ze zich net zo goed weer om kon draaien. Maar toen liet ze haar blik wat door de zaak dwalen, over de tafeltjes en de stoelen die ze wel kende van de vorige keren dat ze hier was geweest, en uiteindelijk ontmoette haar blik die van Keane. Hij zag er precies uit zoals ze zich hem herinnerde, misschien wat onwennig of gespannen in deze omgeving, maar nog steeds zichzelf. Natuurlijk was hij niet echt veranderd, in tegenstelling tot zijzelf. Automatisch vouwde ze haar hand wat om haar dikke buik. De laatste keer dat ze Keane gesproken had was er nog niet zo veel te zien geweest, maar nu was de komst van hun kindje toch duidelijk aanwezig. 

 

Ondanks alle spanning en de hele situatie gleed er een klein glimlachje over Eva's lippen en voorzichtig begon ze haar weg naar zijn tafeltje, in haar hoofd druk bezig met wat ze precies ging zeggen. Er was niet zoveel dat naar boven kwam, want wat zei je tegen de vader van je kind nadat je hem al maanden niet meer echt gesproken had en hem ook nog eens had aangeklaagd? Helemaal als je niet zeker wist hoeveel waarheid je toe moest wijzen aan elk woord dat hij pende in brieven die toch ook door anderen gelezen werden. "Hey," sprak Eva uiteindelijk zachtjes, terwijl ze zich op de stoel tegenover hem liet zakken - en in de minuut die volgde meteen nog drie keer ging verzitten, want laten we eerlijk zijn, niets zat echt meer lekker als je zo'n dikke buik met je meedroeg. Met haar vingers draaide ze een losse krul om haar vinger, zoals ze wel vaker deed als ze zich niet helemaal op haar gemak voelde. Iets in haar wilde dichterbij gaan zitten, hem een knuffel geven, wanhopig iets van contact zoeken, maar ze durfde nog niet. "Hoe is het?" 

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Keane had zich op een aantal dingen kunnen voorbereiden, maar bij het zien van Evangeline was hij toch voor een moment uit het veld geslagen. Hij had de afgelopen weken toegeleefd naar deze dag. Daarbij was hij echter niet zozeer bezig geweest met het zien van Evangeline zelf, maar eerder met de persoonlijke verhoudingen van zichzelf en de mensen om zich heen in relatie tot Evangeline. Hij had gedacht aan de grote lijnen, aan waar hij zichzelf zag en wat er moest gebeuren om hem daar te krijgen… en aan de veiligheid, aan de bedreiging die zijn grootvader vormde. Niets had hem daarbij kunnen prepareren voor het opnieuw aanschouwen van Evangeline, voor het terugbrengen van de herinnering aan de aanklacht, het geld wat ze van hem op die toon had geëist, voor de problemen waar ze hem in had gebracht… en haar dikke, zwangere buik. Natuurlijk had hij geweten dat ze zwanger was; dat had ze hem zelf verteld. Maar om het ook echt te zien, na al die maanden…

 

Bleekjes weggetrokken keek hij het roodharige meisje aan. Hij wilde haar tegelijkertijd zoenen alsook haar hier in haar eentje achterlaten en de deur achter zich dichtsmijten; hij wilde haar meenemen naar een privé kamertje om dingen met haar te doen die het daglicht niet konden verdragen, of ze nou zijn kind droeg of niet, en haar tegelijkertijd uitschelden. Hij wilde huilen maar ook lachen, wilde haar vertellen over wat er allemaal met hem was gebeurd en haar verhalen aanhoren, wilde alles over haar weten en tegelijkertijd helemaal niets. Hij wilde vijf maanden met zijn beste vriendin en grote liefde inhalen in twee minuten; en als hij zich kon beheersen, als hij zich aan het plan zou houden, dan zou hij de rest van zijn leven hebben om al het bovenstaande te kunnen doen. Maar plotseling wist hij niet zeker of het zijn grootvader zou zijn die een streep door zijn gesmede plannen zou zetten, zoals hij de afgelopen weken had gevreesd, of hijzelf.

 

“Miss Lennox” knikte hij haar toe, maar hij kreeg de formaliteiten nauwelijks door zijn strot en plotseling kon het hem toch wat minder schelen dan hij had gedacht dat zijn grootvader waarschijnlijk elk woord meeluisteren zou. Overigens moest hij toch de kans nemen dat de Graaf niet alles zou horen, want hij zou haar toch wel enige waarschuwing moeten geven voordat zijn plannen in actie gezet zouden worden – als hij dat nog wilde. “Evangeline” voegde hij er op iets zachtere toon aan toe. Ietwat opgelaten rechtte hij zijn rug, alsof dat teken van autoriteit hem meer grip op de situatie zou geven. “Het gaat… goed.” Dat laatste perste hij eruit, het maatschappelijk geaccepteerde antwoord, omdat de waarheid veel te ingewikkeld was voor een moment als dit. Zou ze weten hoeveel risico ze liepen? Zou ze het zien op zijn gezicht?

 

“Hoe gaat het met jou? Je ziet er goed uit.” Het ‘wel een beetje opgeblazen’ liet hij maar achterwege - dat had hij wel geleerd van Josephine’s zwangerschap. En daarbij zag ze er ook daadwerkelijk goed uit… ze had kleur op haar wangen, een heldere oogopslag, haar rode haar krulde lieflijk langs haar gezicht… Hij voelde de vlinders in zijn maag een sprong maken die hij allang niet had gevoeld.

 

“Ben je de afgelopen maanden veilig geweest? Ik heb je gezocht.” Dat laatste kwam er iets beschuldigende uit dan hij had gewild – maar hij had dan ook wel echt stad en land naar haar afgezocht; en haar niet gevonden. Dat betekende waarschijnlijk dat de Graaf haar ook niet had gevonden en dat ze hier daarom nog ongeschonden zat, maar van alle mensen was hij toch wel graag van haar werkelijke verblijfplaats op de hoogte geweest. Keane haalde diep adem, liet zijn groene ogen voor een moment over de mensen aan tafeltjes om hen heen glijden voordat hij Eva's blik ontmoette. De burggraaf boog zich ietwat naar haar toe en sprak zachtjes, een oprechte ondertoon in zijn stem. "Maar ik ben blij dat je mij vandaag hier wilde ontmoeten."

 

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Eva wist niet zo goed wat ze had verwacht. Een eerlijk antwoord op haar vraag? Zelfs al deed Keane nog zo zijn best het te verbergen, het was onmiskenbaar dat het hem de nodige moeite kostte om de verwachte woorden over zijn lippen te krijgen. Haar blik gleed over Keane's lichaam alsof daar iets was wat haar zou vertellen wat er precies gebeurd was nadat ze haar nieuws de wereld in had geholpen, maar er was natuurlijk niets. Niets zichtbaars, niet iets wat sporen achter liet, behalve dan misschien in zijn ogen. Moest ze er naar vragen? Eva wist niet zeker of Keane er wel over wilde praten, of dat nu wel het juiste moment was. In ieder geval was het fijn om te horen dat ze er beter uit zag dan ze zich gemiddeld voelde. "Ja, het gaat best goed... naar de omstandigheden," knikte ze. 

 

Hij had naar haar gezocht. Eva kon het niet helpen dat haar hart wat opsprong bij het horen van die woorden. Toen een antwoord op haar brieven uitbleef had ze zich op een gegeven moment afgevraagd of het hem allemaal wel wat kon schelen, maar blijkbaar was Keane er toch meer mee bezig geweest dan ze had gedacht en aan zijn toon te horen leek het hij het haar kwalijk te nemen dat ze dat niet eerder had gerealiseerd. Verontschuldigend boog Eva haar hoofd en tuurde naar de tafel. "Ik.. ik wilde ook niet gevonden worden. Ik bedoel, niet dat jij...  Wellicht was het niet zo erg geweest als Keane haar had gevonden,  misschien ook wel, ze had de neiging om minder helder na te denken als hij zich in haar buurt bevond. "Ik durfde het risico niet te nemen..." Net zoals ze eigenlijk ook niet dit risico had moeten nemen, maar hé hier was ze dan nu toch.  "Maar ja, ik was veilig daar." Ver weg van alles en iedereen. Niemand, behalve Keane, wist dat ze Rhiann kende en dus zou niemand haar daar ook zoeken, tenminste, daar ging Evangeline toch van uit.

 

Eva glimlachte warm. "Het spijt me dat ik het afspreken zo moeilijk heb gemaakt. Wij... ik bedoel, ik," jeetje, ze was nu zo gewend aan gezamenlijke beslissingen dat ze het nog bijna zo zou vertellen. "was er niet zo zeker van of het een goed idee was. Het is niet dat ik je niet vertrouw Keane, maar ik vertrouw.. bepaalde andere mensen niet." Keane wist wel over wie ze het had. "En je grootvader moet hier wel heel kwaad om zijn." Owain Cadwgan kennende was "heel kwaad" zelfs nog een understatement. Onbewust schoot Eva's blik even door de ruimte, alsof ze half verwachtte dat Lord Radnor na die woorden zomaar achter de bar vandaan zou springen. Gelukkig gebeurde dat niet. De enige persoon waar ze per ongeluk contact mee leek te maken was de barvrouw, ondanks dat de vrouw niet erg oplettend uit haar ogen leek te kijken. Vreemd, ze had maar één keer eerder iemand zo zien kijken, maar dat was maanden geleden, op een hele andere plek in een hele andere tijd (kijk Verweer tegen de zwarte kunsten was nooit Eva's beste vak geweest, een groot nadeel als je je erg graag in de problemen werkte bij machtige tovenaars). 

 

Eva bestelde wat thee en durfde pas weer verder te praten toen de vrouw zich ver genoeg van hun tafeltje verwijderd had. "Hoe dan ook, ik wilde je ook heel graag zien. Het duurt ook niet lang meer, voor de baby komt..." En ik mis je. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Keane had heus wel een beetje bedacht hoe dit gesprek zou gaan – hij had zich gewoon niet voorbereid op de achtbaan van emoties die Evangeline’s komst bij hem zou oproepen. En het probleem was dat Keane niet zo heel goed was in het omgaan met die emoties. Hij wist dat zijn grootvader hem had gemaand om het gesprek zo kort mogelijk te houden, om direct en op zakelijke toon te beginnen over de rechtszaak en hoe die gestopt moest worden en, als ze niet wilde meewerken, om haar dan te laten gaan en het de Graaf dan verder te laten afhandelen. Hoewel Keane bij het doorspreken van deze plannen ja en amen had geknikt, was hij nu echter verre van geneigd zijn plek op te geven. Hij voelde van alles en wilde daarmee van alles, maar wat hij niet wilde was dat Eva zelf zou opstaan en ze hem achter zou laten – als er iemand was die die eer toeviel, was het hijzelf toch wel. Daarnaast had hij een plan opgevat, en het zou toch wel erg onhandig zijn als Eva degene was die plotseling van hem zou wegrennen.

 

In ieder geval was het goed om te horen dat ze veilig was (geweest). Dat was, ondanks al het andere, belangrijk. Desalniettemin was hij gekwetst dat hij klaarblijkelijk een risico werd bevonden, dat hij het niet waard was om een simpele uil naar te sturen terwijl hij haar had gezocht, zich zorgen om haar had gemaakt en vervolgens werd gemarteld om haar verblijfplaats bloot te geven. Hij gooide de emotie bij de overige stapel en probeerde er voor nu niet naar om te kijken, bang dat het hem teveel zou worden en hij zou knappen.

 

“Mijn grootvader is hier heel erg kwaad om” sprak hij zachtjes, Eva’s blik ontwijkende. “Hij heeft…” Even rilde hij en hij sloeg zijn armen in een beschermend gebaar over elkaar, voordat hij besefte dat hij in die positie nooit snel genoeg zijn toverstaf zou kunnen bereiken en ze langzaam weer ontwarde. “Je hebt heel wat van mij gevraagd, voor iemand die zegt vertrouwen zo hoog op te vatten” voegde Keane eraan toe, een zekere spanning nu hoorbaar in zijn stem. “Al… deed je er waarschijnlijk juist aan om zo min mogelijk risico’s te nemen, tot op zekere hoogte.” Maar waarom moest hij daarvan de dupe worden? Had ze er niet over nagedacht dat zij wellicht veilig zou zijn, maar hij vervolgens alles over hem heen zou krijgen? Was het niet beter geweest daar gezamenlijk een beslissing over te nemen, in plaats van dat eenzijdig over hem uit te storten? Hij merkte dat hij trilde van ongenoegen en haalde eens diep adem, wetende dat hij dit voor nu moest en zou onderdrukken. Felicia had gezegd dat hij dit kon. Vasilisa had in hem geloofd. Mrs. Lennox…

 

Zijn blik gleed af naar haar buik en hij voelde de woede wat plaats maken voor bezorgdheid. Ze had hem willen zien. En… de baby. Hun baby, wellicht. Nu ze hier zo zat geloofde hij het plotseling meer dan ooit tevoren.

 

“Als het een jongen is…” Hij maakte zijn zin niet af. Een jongen zou haar claim versterken en zou zijn grootvaders wraak groter maken. Wellicht zou de Graaf haar met een meisje met rust laten, als hij haar zover kon krijgen de claim te laten vallen. Maar met een jongen… Owen zou, als alles waar bleek, dan niet de rechtmatige erfgenaam zijn. Dat leek hij al niet te zijn, en toch was het wellicht gemakkelijker vol te houden als Evangeline een meisje zou baren. “Heb je… heb je enig idee?” Waarschijnlijk niet. En toch moest hij het weten.

 

Hij moest zich inhouden om zich niet naar voren te buigen en een hand op haar buik te leggen om zijn kind te voelen. 

 

Of om haar gewoon wild naar zich toe te trekken en zijn lippen op de hare te drukken, dat ook.

 

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Als je iemand maar lang genoeg kende waren er soms niet veel woorden nodig om over te brengen wat je eigenlijk wilde zeggen. In de stilte en Keane’s houding lag al voldoende betekenis. Wat er ook gebeurd was tussen hem en zijn grootvader, het was niet aangenaam geweest. Het was één van de weinig dingen waar Evangeline ook het meest bang voor was geweest toen ze de claim naar buiten bracht. Al die dalende reputaties en dat geroddel, dat soort dingen kon ze nog wel bij zichzelf goed praten. Maar ze wist waar Keane’s grootvader toe in staat was. Ze kon best een inschatting maken van wat er ongeveer was gebeurd - hoewel zelfs haar gedachten niet zo ver gingen als de werkelijkheid. Ze wist ook dat er nu niemand was die er tussen zou springen of Lord Radnor om zou kunnen praten. Dus ja, eigenlijk had ze Keane zomaar aan dat lot overgeleverd en dat ze iemand dat bewust aandeed, was niet iets wat ze echt naast zich neer kon leggen. Aan de andere kant, wat had ze nog meer kunnen doen dan hem waarschuwen over de acties die ze waarschijnlijk zou ondernemen? Ze had deze rechtszaak nodig en heel eerlijk, daar had Keane het zelf toch ook wel een beetje naar gemaakt. “Het spijt me Keane,” fluisterde Eva en haar hand schoof wat over de tafel naar voren.

 

Al maakten zijn volgende woorden dat ze hem bijna meteen weer terug wilde trekken.

 

Oke, dus Keane begreep waarom ze hem niet op de hoogte had gebracht van haar verblijfplaats, hij gaf zelfs toe dat het de juiste beslissing geweest en toch nam hij het haar kwalijk? Had ze blijkbaar teveel van hem gevraagd? Serieus? Eva snapte ook wel dat het op bepaalde vlakken niet makkelijk moest zijn geweest, maar had Keane ook wel eens naar zijn eigen acties gekeken? “En jouw vertrouwen in mij dan,” beet ze hem gekwetst toe en gefrustreerd balde ze haar hand tot een vuist. “Want als we het toch over vertrouwen hebben dan had jij het duidelijk niet.” Ze had verdomme haar best gedaan om haar zwangerschap en al zijn gevolgen samen met hem te bespreken en had hij er ook maar enig oor naar gehad? Welnee!  Ze had gevraagd om zijn hulp en het enige wat hij had gedaan was haar uitmaken voor een leugenaar. Besefte hij dan niet hoeveel pijn dat deed? Ze legde zomaar haar grootste geheim aan hem bloot en hij gedroeg zich alsof ze pure onzin uitkraamde. Ze had hem nodig gehad en hij had geen moment genomen om er bij stil te staan. Hij had haar gewoon weggestuurd en haar ontweken, als het zoveelste probleem dat op zijn pad kwam.  "De eerste maand was ik trouwens gewoon bij Sam hoor." Je ging haar echt niet vertellen dat hij haar daar ook niet had kunnen vinden. Nee, hij ging pas moeite doen toen ze hem duidelijk had gemaakt dat het menens was.  Wat was hij af en toe toch ook een stomme lu-

 

Haar blik verzachte echter wat toen hij over de baby begon en Eva slaakte een diepe zucht om alle frustratie naar buiten te laten glijden. Pff, ze had gehoopt dat dit gesprek haar van stress zou ontdoen, maar het leek nu meer het tegenovergestelde effect te hebben. Ze kon Rhiann bijna horen roepen in haar achterhoofd: "Je moet wel aan de baby denken Eva, aan de baby." “Nee, ik zou het niet kunnen zeggen.” Er waren heus wel manieren om achter het geslacht van je baby te komen, maar Eva zou niet weten waar ze het geld vandaan moest halen en het was toch nooit honderd procent betrouwbaar. Het roodharige meisje volgde Keane's blik en even twijfelde ze, maar toen schoof ze haar stoel wat meer zijn kant uit en pakte voorzichtig zijn hand vast zodat ze hem -als hij dat wilde- richting haar buik kon leiden. Of ze nu boos was of niet, ze kreeg maar één van dit soort bijzondere momenten. "Ik weet niet zo goed waar ik op moet hopen... Maar we zullen het vast snel genoeg weten. Ik ben uitgerekend op je verjaardag, maar maak je maar geen zorgen, baby's komen bijna nooit op de dag zelf, dus je hoeft je verjaardag vast niet te delen." Eva glimlachte flauwtjes. 

 

Even viel ze stil en een zenuwachtige kriebel gleed door haar buik, die de baby lichtjes deed bewegen.Ze durfde het niet helemaal te vragen, maar zijn gedachten hier over konden nog best wel eens eventuele "onderhandelingen" of de insteek van de zaak tegen haar beïnvloeden, dus ze moest het weten. Gespannen wierp ze een blik in zijn groene ogen. "Geloof je me nu wel? Of nog steeds niet?"

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ook Keane had bijna haar hand gepakt, maar toen ze haar volgende zin uitsprak snoof hij luid en was hij bijna opgevlogen van tafel. Hij wist zichzelf echter tot kalmte te manen door even kort zijn ogen te sluiten, zijn hand onder zijn mantel om zijn toverstaf geklemd. Hij moest rustig blijven – voor Eva, voor de baby, voor zichzelf. Niemand had er iets aan als hij nu door emotie het plan liet verpesten. En toch…

 

“De eerste maand was ik dronken” mompelde hij duister, meer tegen zichzelf dan tegen haar. Het was waar; hij kon zich er bar weinig meer van herinneren. Wel hadden de brieven van Sam hem gevonden, die hem hadden gezegd Eva toch te ontmoeten. Hij had toen niet gewild, bang dat hij was voor de gevolgen… en nu zat hij hier, vijf maanden later met het gevoel dat er een bom onder hun tafel was geplaatst en zijn grootvader elk moment hun gezellige gesprek kon onderbreken – maar de tijd was niet meer terug te draaien.

 

Keane knikte afwezig toen ze hem vertelde dat de baby was uitgerekend op zijn verjaardag. Ook hij had gerekend en was gekomen tot begin mei; maar het was toch wel anders om het uit de mond van Evangeline te horen. Nog een maand… de Burggraaf rechtte ietwat zijn rug toen Eva hem vertelde dat ze niet wist waar haar voorkeur naar uit ging. Na alle aanklachten en het gedoe had hij toch wel verwacht dat in ieder geval Evangeline op een jongen hopen zou – of het haar nu meer in gevaar zou brengen of niet. Gevaar liep ze toch al, met de claims die ze naar buiten had gebracht; maar het was blijkbaar aan hem om daar iets aan te doen en zich voor zijn martelende grootvader te werpen. Hij maakte zich daar bijna alweer boos om, toen ze plotseling zijn hand pakte en deze naar haar buik toe leidde.

 

Hij wilde iets zeggen, maar alleen al het gevoel van haar vingers op zijn huid leek er wel een gat in te branden – laat staan toen ze zijn hand ook nog eens op haar buik legde en haar hand erover heen vouwde. Ietwat gespannen schoof hij zijn stoel wat dichterbij om zijn plotselinge nabije positie bij Evangeline wat te vergemakkelijken, toen ze hem die vraag stelde. Keane wierp vluchtig een blik om zich heen om te zien of ze ook daadwerkelijk in de gaten werden gehouden, al hoefde hij natuurlijk niet te kijken om dat te weten – zijn grootvader had hem zelf verteld dat hij zich moest houden aan zijn regels en niet wilde uitvinden wat er anders gebeuren zou.

 

“Ik kan daar geen uitspraken over doen” sprak hij luid, zodat eenieder die hem wilde horen zou hoe politiek correct zijn antwoorden op dit soort vragen waren. “Ik…” Maar op dat moment voelde hij de baby bewegen en gefascineerd keek hij naar Evangeline op, het werkelijke antwoord op de vraag zichtbaar in zijn groene ogen. Al zou het beter zijn om het niet te geloven – hij kon niet anders dan Eva’s waarheid erop aannemen. Dat was echter ook het moment dat hij besefte dat hij haar vanuit deze positie wellicht ietwat kon voorbereiden op wat komen zou.

 

“Eef – we worden in de gaten gehouden” siste hij zo zacht als mogelijk, terwijl hij deed alsof hij zich over Evangeline’s buik ontfermde. “Ik heb een plan. Doe straks precies wat ik zeg en het komt goed. Ik…”

 

Maar hij werd opgeschrikt door de barvrouw, die met hun drankjes aan kwam zetten. Keane schoot overeind en schoof zijn stoel weer wat achteruit, wachtende tot ze de thee had neergezet en weer weg zou gaan – hopende, haast smekende dat ze hem niet had gehoord.

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Hoezo daar kon hij geen uitspraken over doen? Het was niet alsof ze alles wat hij zei maar tegen hem ging gebruiken. Ze wilde dit gewoon weten, voor haar eigen gemoedsrust. Waarom spraken ze überhaupt af buiten de rechtszaal als hij niet eens van plan was om eerlijk- Eef we worden in de gaten gehouden. Oh. Dat was geen complete verrassing, Eva had het half verwacht. Er was dan wel ingestemd op een ontmoeting met alleen hun twee, maar Graaf Radnor was nooit helemaal te vertrouwen. En toch was het anders om het zo uit Keane's mond te horen komen, had ze gehoopt dat misschien, heel misschien.... Evangeline haalde diep adem en moest zich inhouden om niet meteen een blik door de hele zaak te werpen zodat ze kon zien wie zich er allemaal bevonden. 

 

"Wat?" fluisterde ze, voor ze Keane's hand losliet en even vriendelijk glimlachte naar de vrouw die hun drankjes bracht, voor ze zich richtte op de thee. Eva goot een wolk melk in haar kopje en keek toe hoe het zich door het drankje verspreidde. "Hoe bedoel je je hebt een plan?" Of was dat hele "we worden in de gaten gehouden" nog een stuk serieuzer dan hij het bracht? Onrustig begon ze door haar thee te roeren. "We zouden toch samen een plan bedenken?" Plotseling voelde ze zich boos, al wist ze niet zo goed op wie. Op Graaf Radnor, voor het verpesten van iets wat ook best een rustig gesprek kon zijn, op Keane, omdat hij zich niet aan de afspraak had gehouden of op zichzelf, omdat ze hier naartoe had willen komen. Misschien wel gewoon op iedereen.

 

Eva voelde zich niet alleen boos, ze voelde zich ook een beetje angstig.

 

Ze had dan wel net gezegd dat ze Keane vertrouwde, maar plotseling wist ze het allemaal niet zo zeker meer. Eva was er op een bepaalde manier altijd wel vanuit gegaan dat Keane ook aan haar kant stond. Dat gevoel was wat vervaagd na zijn nalatigheid in deze hele zaak, maar door zijn laatste brieven ook weer teruggekomen. Waarom zou hij haar anders dat soort dingen schrijven? Het kon toch niet dat hij compleet was omgeslagen, dat hier nu een hele andere man zat dan degene waar ze ruim acht maanden geleden mee naar bed was geweest en actief had gezegd dat hij haar terug in zijn leven wilde hebben. Tenzij... tenzij hij te boos was natuurlijk. Keane kon soms erg lang dingen vasthouden als hij zich gekrenkt voelde en aan zijn ondertoon te horen waren er nog best wat dingen waar hij mee zat.

 

Het theelepeltje glipte tussen haar vingers door en kletterde tegen het kopje aan. Vlug legde Eva het terug op het schoteltje en leunde wat achterover op haar stoel, de minst opvallende manier om enige afstand tussen hen in te creëren. Werd ze nu te paranoia? Was het omdat ze nu al te lang alleen maar rond geheimen leefde? Omdat Rhiann haar eerst honderd keer verteld had dat dit vast geen goed idee was. Eva was er zo zeker van dat ze hier nog best goed voorbereid naartoe was gegaan, maar was dat wel echt zo als ze de situatie niet eens meer compleet kon vatten? "Kan je me alsjeblieft vertellen waarom ik hier ben." Als ze blijkbaar toch geen oplossingen gingen bespreken... 

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Op het moment dat de woorden zijn mond verlieten had Keane er bijna gelijk spijt van dat hij ze had uitgesproken. Omdat Evangeline en hij altijd al geheimen hadden moeten delen en stiekeme momentjes samen moesten pakken, had hij verwacht dat ze hier wel enigszins met hem in mee zou gaan. In plaats daarvan kreeg hij een geschrokken blik van wantrouwen terwijl ze meer afstand tussen hen creëerde. Het was zijn grootvader, bedacht Keane terwijl hij half wanhopig een plan probeerde te bedenken wat hem zo snel mogelijk op het punt zou krijgen waar hij wilde uitkomen – en dat was niet in de klauwen van de afschuwelijke man, terwijl ze daar op deze manier wel op afstevenden. De Graaf had een kloof van afstand tussen hen in gewerkt en zette hen misschien zelfs tegen elkaar op. Hij rechtte zijn schouders en probeerde een kalmerende pose aan te nemen terwijl hij zich opnieuw naar haar hand uitstrekte. Het was van het uiterste belang dat Eva zou blijven zitten waar ze zat en rustig zou blijven, of anders zou alles in duigen vallen. Waarschijnlijk stond iedereen om hen heen op scherp, en als er ook maar twijfel was dat er iets mis zou gaan…

 

“Sssshht” suste hij haar, zo zachtjes als hij kon terwijl hij zijn blik half op haar en half op zijn thee gefocust hield.  Op deze manier zou het op een afstand minder duidelijk zijn dat hij tegen haar sprak. Plotseling was hij dankbaar voor het zachte geroezemoes om hem heen, welke de huurlingen van zijn grootvader moesten ophouden om geen aandacht naar zich toe te trekken – en wat hem de gelegenheid gaf in ieder geval iets in Evangeline’s richting te fluisteren. “Doe alsof alles normaal is.” Ook hij goot wat melk in zijn thee terwijl hij zijn ogen kortstondig op het meisje liet rusten. Een onzekere blik trok door haar chocoladebruine ogen, gemixt met iets waarmee ze hem niet vaak had aangekeken; achterdocht. Met kloppend hart boog de Burggraaf zich naar voren om de suikerpot naar zich toe te trekken. “Vertrouw me. Je oma, mrs. Helena Lennox heeft geholpen bij dit plan” siste hij in haar richting, de woorden zo zachtjes dat hij twijfelde of ze ze wel zou hebben gehoord. Meer durfde hij echter niet te zeggen en ook hij rechtte nu zijn rug, onzeker of dit nu allemaal wel de goede kant op ging.

 

Keane schepte desalniettemin de suiker in zijn thee en roerde het geheel langzaam door. Waarom ze hier was? Daar waren waarschijnlijk wel twintig redenen voor, en eenieder die je het vragen zou die in deze ruimte aanwezig was zou meerdere antwoorden kunnen geven die allen van elkaar zouden afwijken. Voor nu was de meest voor de hand liggende reden echter dat zijn grootvader had gewild dat hij de rechtszaak zou bespreken dus… dat kon hij best doen.

“De Graaf, Lord Radnor, wil graag dat ik jou de mogelijkheden van een schikking voorhoud” sprak Keane voorzichtig, ditmaal luid genoeg om de personen drie tafeltjes verderop de woorden te laten verstaan. Hij betwijfelde of dat daadwerkelijk nog een realistische optie voor zijn grootvader was, maar dit was hem nu eenmaal opgedragen dus wellicht was het het meest veilig om maar voor te stellen ook. Een berekenende houding maakte zich van hem meester. “Ik heb vernomen dat hij er een.. behoorlijk bedrag, voor zou over hebben.” Even glimlachte hij minzaam. Hij zou toch bijna teleurgesteld in Eva zijn als ze zich daarover zou doen laten overhalen, maar het zou enkele problemen wel wegnemen. “Kan ik aan hem doorgeven dat hierdoor je interesse is gewekt?”

 

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Normaal. Normaal. Niks was verdomme nog normaal. Haar hele leven was een puinhoop sinds afgelopen zomer en alles was veranderd. Ze sprak haar vrienden bijna niet meer, ze had haar familie al maanden niet meer gezien, ze kon zich niet eens meer normaal over straat bewegen of normaal afspreken met iemand een cafétje.  zonder dat ze zich onveilig voelde Ze had geen studie meer, geen werk en haar enige nuttige bezigheid leek wel het voorbereiden van de rechtszaak en zelfs daarvan had ze het gevoel dat ze er incapabel voor was. Eva probeerde er nooit teveel bij stil te staan. Het hielp om te focussen op de toekomst, op de mogelijkheden, maar er waren momenten, momenten zoals deze, waarop het haar toch allemaal even overviel.

 

Maar zo bedoelde Keane het natuurlijk niet en hij had gelijk, dit was niet het moment om de emoties de overhand te laten nemen, al was dat erg lastig als je lichaam vol stond van de hormonen en je af en toe niet eens meer wist waarom je nu opeens deze emotie ervaarde. Eva nam een slokje van haar thee en dat hielp, of misschien kwam het vooral door wat Keane toen zei. Hij had haar oma gesproken? Een hoopvolle, nieuwsgierige blik trok over haar gezicht en het liefst zou ze hem nu duizend vragen stellen. Het was alweer zo lang geleden dat ze haar oma voor het laatst had gezien. Ze had wel wat brieven met haar uitgewisseld, en met haar ouders, maar dat was niet hetzelfde en bovendien voelden brieven vol halve verwijten nou ook niet echt als thuiskomen. Eva zou dolgraag willen weten hoe het echt met ze ging, maar ook die vragen konden bovenop de stapel onderwerpen die ze later maar eens moesten bespreken.

 

Als het waar was wat Keane zei –en ze ging er van uit dat het waar was, want ze kon zich niet voorstellen waarom hij dat zou verzinnen of dat zijn grootvader het goed zou vinden als hij contact met haar familie had gehad- dan hoefde ze zich wellicht niet zo’n zorgen te maken over zijn plan. Want het was haar familie, die zouden uiteindelijk toch alleen maar het beste voor haar willen? Eva besloot hem voor nu het voordeel van de twijfel te gunnen.

 

Een schikking… Eigenlijk was het een kwestie van tijd geweest voor de Cadwgan’s haar ooit een schikking aan zouden bieden. Het had Evangeline half verbaasd dat Graaf Radnor haar voor Keane’s bruiloft niet om had proberen om te kopen. Niet dat dat veel effect zou hebben gehad. Eva was over het algemeen niet zo geïnteresseerd in veel geld. Nu wel, maar dat was de eerste keer dat ze er om had gevraagd. En deze hele rechtszaak ging niet alleen om geld. Het ging om zoveel meer dan dat. Voor haarzelf en voor haar kindje, maar ook voor Keane en zelfs zijn moeder. “Je kan hem vertellen dat hij die schikking kan steken waar de zon niet schijnt,” mompelde ze zachtjes achter haar theekopje, zodat alleen Keane het kon horen en ze wierp hem een schuin glimlachje toe. Maar dat was vast niet het antwoord waar de mensen om hen heen op zaten te wachten, dus besloot ze Keane’s voorbeeld maar te volgen en vervolgde iets luider. “En wat zijn de voorwaarden daarvoor precies?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Keane’s wangen kleurden ietwat toen hij Evangeline’s blik plotseling op hem voelde branden. Het was waarschijnlijk het juiste geweest om haar te vertellen dat haar grootmoeder hierbij betrokken was, al leek ze niet echt te bedaren maar hem eerder vol nieuwsgierigheid aan te kijken. Hij beantwoordde haar blik niet maar nam een slokje thee, zijn handen licht trillend. Ze wist nu dat er in ieder geval iets te gebeuren stond, dus nu was het aan hem wanneer hij actie wilde ondernemen. Hij wist niet zo goed wat een goede timing kon zijn en met een plotseling jammerlijk gevoel moest hij aan Felicia denken, die hem daar vast over geïnstrueerd zou hebben. Het moest niet te vroeg… maar zeker ook niet te laat. Keane deed alsof hij zijn kravatte wat strakker trok terwijl hij een schuine blik op zijn zakhorloge wierp. Hoe kon hij aan Eva overbrengen dat ze zich schrap moest zetten voor iets wat zich tussen nu en ongeveer tien minuten zou kunnen afspelen?

 

De burggraaf was zo gespannen dat hij zich niet kon inhouden bij Eva’s opmerking en hij hardop moest grinniken. Hopelijk had zijn opa ook dat niet gehoord. Maar zolang ze over de schikking zouden praten, zou er nog tijd zijn om aan zijn grootvader te ontkomen… en dat maakte het een veilig onderwerp. Hij boog zich naar voren en pakte haar hand, waarbij hij haar zachtjes toefluisterde. “Als ik het teken geef, hoe hard denk je dat je dan kan rennen?” Hier binnen konden ze niet verschijnselen, dus ze zouden zich toch echt naar buiten moeten begeven...

 

Keane rechte zijn rug ietwat en liet zijn duim over de rug van haar hand glijden. “Hij wilt dat je je claim laat varen en de rechtszaak afblaast” sprak de jongen langzaam en luider dan te voren, alsof hij de informatie met tegenzin gaf – wat hij ook deed, want hij hoe meer hij zei, hoe minder tijd hij zou hebben. “Hij wilt dat je een document ondertekent, erkennende dat je fout zat en je op geen enkele wijze in de toekomst opnieuw zal zoeken wat je nu zoekt. “En hij wilt…” Hij hield zijn hoofd ietwat schuin, een schaduw van verdriet nu in zijn blik. “Hij wilt dat je het kindje bij mij vandaan houdt, dat je hem of haar nooit zal vertellen wie de vader is…” Hij nam voorzichtig nog een slokje thee en zette het kopje neer op het schoteltje, voordat hij haar plotseling recht aankeek. 

 

“En hij wilt het in de vorm van een onbreekbare eed.” 

 

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Wel, die eerste eis was natuurlijk niet echt een verrassing, maar er was meer en hoe meer Keane praatte hoe minder het Evangeline beviel. Haar gedachten dwaalden voor een moment af naar Rhiann en die ene keer dat ze was komen vragen naar de afkomst van Keane's vader. Zou dit standaard procedure zijn in de Cadwgan familie? Was dat waarom Rhiann er nooit over had willen praten? Eva had altijd voornamelijk gedacht dat de vrouw er liever niet aan herinnerd wilde worden. Rhiann benadrukte altijd erg hard dat het een fout was die ze had gemaakt, woorden die je Eva over haar eigen situatie minder snel in de mond zou horen nemen. Ja, het was fout geweest wat ze die avond hadden gedaan, maar het had niet echt fout gevoeld en bovendien, als ze haar claim kon bewijzen, dan had ze alle recht ertoe gehad. Daarnaast voelde het niet goed om dit te bestempelen als een fout. 

 

Een ietwat onzekere gleed door haar ogen toen Keane begon over de onbreekbare eed. Eva had in haar korte leventje helaas al genoeg ervaring opgedaan met het fenomeen van de onbreekbare eed, eerst met haar vrienden en toen nog eens met Daniella, en ze was niet van plan geweest om er de rest van haar leven ook nog maar eentje af te leggen. Één verdomde eed die nog in werking was, was wel genoeg. En het was één ding om te vragen om al haar principes aan de kant te schuiven, maar dan ook nog eens op deze manier. Evangeline verstrengelde haar vingers nog wat meer met die van Keane en kneep zachtjes in zijn hand. Ze wist niet zo goed wat ze hier op moest antwoorden, wat veilig was om te zeggen of juist niet. "Ik weet niet... " mompelde ze uiteindelijk aarzelend. "Dat is nogal veel gevraagd." In ieder geval bleef ze in karakter, Graaf Radnor had vast ook niet verwacht dat ze in één keer toe zou geven toch? Daarom was Keane vast hier, om haar over te halen. "Ik zou heel graag willen dat je wel onderdeel bent van het leven van ons kind." En hij wilde het ook, ze kon het zien in zijn ogen. En de Eed... het was niet eens een optie die ze zou overwegen. Haar vrije hand fladderde omhoog en met haar duim streelde ze over zijn wang. Het was half zorgzaam, half bedoeld om hun gezichten wat te verbergen. 

 

"Één klein probleempje," fluisterde ze bezorgd, lichtelijk verbaasd dat hij hier niet eerder over na had gedacht. "Ik kan niet echt rennen." Ze kon het proberen, maar het was nou niet echt gemakkelijk voortbewegen in haar huidige toestand. Lopen ging zelfs al trager dan normaal. "Maar..." Even twijfelde ze of ze deze kostbare informatie voor zichzelf moest houden, maar hij was ook eerlijk tegen haar geweest en het kon best relevant zijn. "Ik ben natuurlijk niet alleen gekomen. Hangt er misschien een beetje af van waar ik heen moet of dat nuttig is." Onwillekeurig flitste haar blik langs hem heen naar de uitgestippelde route en toen snel weer terug naar zijn gezicht. Hopelijk zorgde dit niet voor een probleem? 

 

Nee. Dat was niet het probleem. Het probleem was iets anders, iets buiten al Evangeline's eigen berekeningen om, en het kon elk moment door de deur van het café naar binnen stappen. 

 

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Toen ze in zijn hand kneep gonsden voor een moment de vlinders in zijn buik en Keane moest moeite doen om zich niet in haar blik te verliezen. Gelukkig waren er genoeg andere prikkels om hem bij de les te houden… de brandende ogen van zijn grootvader in zijn nek bijvoorbeeld, die hij wellicht niet kon zien maar wel kon voelen. Hij liet zijn vingers over de rug van haar hand glijden en knikte. Ja, zijn grootvader vroeg veel. Hij kreeg er weelde voor terug, goud en aanzien, overweldadige luxe die zich uitstrekte van appartementen, theaters en zijn universitaire studie tot de hertenlerenlaarzen aan zijn voeten – de wereld lag binnen zijn handbereik. Maar uiteindelijk, als je er echt diep over nadacht, gedwongen door barre weemoed…. dan vroeg de man teveel, waren zijn eisen te hoog. 

 

Een tinteling liep over zijn rug en hij wist dat zijn grootvader het niet zou dulden, maar hij stond haar toe haar duim over zijn wang te laten glijden. Loom ving hij haar hand en hij moest zich inhouden om er geen kus op te drukken. Deze gevoelens waren hier totaal niet op zijn plek, behoorden heel ergens anders thuis… maar ze waren lastig uit te schakelen, zeker nu hij haar zo lang niet had gezien. Toch wist hij met moeite zijn blik van haar af te trekken en voor een moment gleden zijn groene ogen nerveus over de mensen aan de tafeltjes om hen heen. Hij zou niet kunnen zeggen welke de Graaf had omgekocht en welke tot de advocaat behoorden, al had zijn grootvader hem toevertrouwd dat hij toch wel het grootste aandeel in het café had kunnen bemachtigen. 

 

“We moeten naar de deur” fluisterde hij, een gejaagde noot in zijn fluisterende stem. “En we moeten verdwijnselen. Ik weet dat dat lastig kan zijn… met je buik.” Hij knikte, waarbij hij moeite deed om zijn gezicht zo emotie loos mogelijk te houden voor het geval dat zijn grootvader daar wel zicht op had. “Maar het is de enige manier, vrees ik.” Gespannen keek hij haar aan. Maar er was niets meer te zeggen, er was niet meer voorbereidingstijd dan dit. Hij zou het verhaaltje nog even op kunnen houden, maar dan zou iedere vorm van verrassing eraf zijn – en elk verrassingselement wat ze konden krijgen hadden ze nodig. Hij had een brok in zijn keel en moest moeite doen de volgende woorden uit zijn strot te krijgen.

 

“Ik zal aftellen en dan lopen we zo snel als mogelijk naar de deur. Ik heb iets om ze af te leiden - Drie… twee… een…”

 

Maar Keane kreeg niet de kans om de mestbommen in zijn zak in het cafe te laten afgaan, want op dat moment klingelde het belletje van de deur opnieuw en stapte er iemand naar binnen.

 

En niet zomaar iemand.

 

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ze wist eigenlijk niet, waarom ze hierheen was gegaan. Waarom ze het briefje niet gewoon ter kennisgeving had genomen; waarom ze nog iets wilde van Keane, behalve dat hij weg zou gaan, want dat was wat ze wilde, toch, was dat niet wat ze haar gehele huwelijk haast had gewild behalve dat zij zich wel bewust was geweest van de consequenties die daaraan gehecht waren geweest, consequenties die nu allemaal hadden plaatsgevonden, sommigen had zij niet eens kunnen voorstellen. Niet in dit scenario. Niet waar het niet haar schuld was geweest...

 

Maar dit was de negentiende eeuw en schuld deed er minder toe dan eer, dan reputatie, en die van haar was hoe dan ook aan gort. 

 

Dankzij Keane. Dus technisch gezien zou ze hem liever kwijt dan rijk moeten zijn. En misschien was ze dat ook wel, kwam ze hier voor een kwade speech, voor een laatste keer om hem de waarheid te kunnen zeggen, voor haar enige kans op... iets, iets wat niets goed zou maken, wat niet eens iets zou veranderen aan haar gevoel, want boos en verdrietig en verloren gingen niet weg door een potje schelden....

 

Of misschien, als dat niet waarschijnlijk leek, ging ze voor Owen, de Owen waarvan hij had geschreven te houden maar die hij nooit meer zou zien. Die hij opgaf voor die andere baby, die baby van de vrouw van wie hij hield.

 

Of misschien ging ze omdat ze niet nog meer alleen wilde zijn...

 

Omdat ze niet wilde dat hij ging...

 

Maar ze was er, ze kwam de pub binnen, wierp er een blik door, verschoot van kleur toen ze zag dat Evangeline er ook was, haalde diep adem, ging erbij zitten en bestelde een glaasje water. 

 

“Hoe gaat de zwangerschap?”

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Tweeëntwintig minuten en vijfendertig seconden lang was Owain Cadwgan, Graaf van Radnor, weduwnaar van twee vrouwen, echtgenoot van Aria Cadwgan-Bennett en grootvader van de meest grote lastpak van dit westelijk halfrond, zich al dood aan het ergeren aan de oetlul die hij toch ooit had aangenomen als zijn erfgenaam. Het was allemaal een grote fout geweest en dat had hij ongeveer drie seconden nadat Keane aan het tafeltje had plaatsgenomen en Evangeline Lennox met haar grote buik als een soort zeekoe naar binnen was gestampt kunnen weten. Al die jaren had hij toch gehoopt dat hij zijn kleinzoon zou kunnen vertrouwen, dat de jongen wellicht wat zou tegensputteren (maar dat toonde karakter!) en dan toch uiteindelijk zou handelen naar wat hem was opgdragen. Eerlijk gezegd had hij hier een hard hoofd in gehad in de periode dat de jongen bezig was met afstuderen van Zweinstein – maar toen had hij uiteindelijk toch Lady Josephine’s hand geaccepteerd, hij had gedaan wat hem was opgedragen, zelfs voor een opvolger gezorgd en die naar hemzelf vernoemd; en toen had het er toch even op geleken dat het toch nog allemaal goed zou komen. Uiteraard had hij de jongen rijkelijk beloond; hij had hem van studie laten switchen, van magische Economie naar magisch Recht, en had de jongen zelfs voorzien in zijn verschrikkelijke fascinatie met muziek en hem het theater geschonken waar hij kon doen en laten wat hij wilde, zolang hij er maar voor zorgde dat het niet allemaal naar de knoppen ging. Het enige wat de Graaf ervoor terug had gewild, was dat de familienaam niet werd bezoedeld en dat de jongen zijn uitgestippelde pad toch wel zo ongeveer zou volgen.

 

En dat alles was klaarblijkelijk teveel gevraagd.

 

Want hij had het grut heus wel met arendsogen in de gaten gehouden, en het moment dat de jongen die roodharige hoer in zijn gezichtsveld had gekregen wist Owain dat het vandaag niet zou lopen zoals hij had gewild – ondanks alle aanmaningen dat dat toch wel precies was wat hij van zijn kleinzoon had geëist. Misschien had hij zijn ogen gesloten omdat het Rhiann’s zoon was en hij niet alleen hem, maar ook haar nog een kans had willen geven – maar dat alles wat fout geweest, en nu zou hij ervoor moeten boeten. Nuja, hij zou de jongen ervoor laten boeten, uiteraard; maar dat betekende voor nu dat hij zo te werk zou moeten gaan dat de juiste kaarten uiteindelijk toch in zijn handen zouden vallen.

 

En dat betekende; geduld. Nu was dit een kwaliteit die Owain doorgaans bezat, maar het was toch wel wat veel dat hij moest aanzien hoe Keane zich verdronk in de blik van het meisje, hoe zoetsappig hun handen in elkaar gleden – en toen Lennox ook nog naar voren boog en het lef had om het gezicht van zijn erfgenaam op die manier aan te raken had hij toch bijna zichzelf vergeten en het liefst alles opgeblazen om maar van het gedoe af te zijn. Maar dat zou hij nooit doen. Zulks een explosie zou toch wel wat lastig uit te leggen zijn, zeker nu hij wist dat de Bennetts en al die anderen erbij betrokken waren.

 

Dus hij had zich ingehouden; maar toen kwam het moment dat hij erachter moest komen dat zelfs zijn schoondochter bij deze plannen betrokken was, en woede vlamde op in zijn onderbuik. Hij had het meisje er nimmer bij betrokken, haar vertrouwende dat ze nooit zou meewerken aan plannen van Keane om hemzelf omver te werpen (als de jongen al gedurfd had zoiets te uiten). Maar dat het dan toch zover was gekomen, dat Keane hem dit daadwerkelijk flikte terwijl hij toch zo zijn best had gedaan om alles tot in de puntjes te regelen zodat Evangeline Lennox in zijn klauwen zou vallen en hij de macht over hen beiden zou hebben; dat was laag. En al was het rationeel gezien wellicht beter geweest om te wachten (en daar was toch over te twijfelen, want wat zou nog een beter moment zijn?) wist Owain Cadwgan dat dit het moment was om te handelen. Een groot deel van de mensen in deze kroeg waren zijn mensen, die wel wisten hoe ze een schandaal in een doofpot zouden moeten stoppen; het overgrote gedeelte van de goede kaarten lag bij hemzelf. Deze absurde situatie moest tot een einde worden gebracht.

 

“Lady Josephine, Miss Lennox… Keane.” Neerbuigend keek hij op zijn kleinzoon neer, zoveel minachting in zijn blik dat hij de woorden 'Lord' niet eens over zijn lippen wilde krijgen. “Wat hebben jullie hier een fijn onderonsje gecreëerd. Zo’n gezellig… drietal. Maar ik denk dat dit wel voldoende is voor ons poppenspel, hm? Het heeft weinig zin om nog te wachten welk verrassend einde jullie voor ons in petto hebben.” Owain glimlachte onheilspellend – een glimlach die zijn grijze ogen niet bereikte. “Ik heb een dringend verzoek voor Miss Lennox om zich bij mij te voegen en het gelukkig huwelijkskoppel toch wat privacy te gunnen – ze hebben vast zoveel te bespreken; al is er klaarblijkelijk al zoveel gezegd.” Zijn blik, vertrokken van koude woede, veranderde niet terwijl hij zijn toverstaf trok.  “En ik ben bang dat ik geen nee accepteer.” Loom richtte hij zijn staf op Evangeline. 

 

“Imperio.” 

 

Edited by Owain Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Evangeline had vaak gedacht aan het moment dat ze Josephine weer eens zou zien of spreken. Ze had oneindig veel gesprekjes gevoerd met het meisje (in haar hoofd, als ze niet kon slapen, wat steeds vaker was), ze had haar allerlei brieven geschreven (op papier, maar daarna verfrommeld, weggemoffeld, in het haardvuur gegooid, nooit verzonden) maar ze had niet verwacht dat ze het meisje hier zou zien, tijdens een geheime ontmoeting ergens in een café. Eva kon de onrust horen groeien, zacht gemompel aan tafeltjes om hen heen dat indiceerde dat er iets in alle plannen niet verliep zoals gepland. Eva hoefde maar een korte blik op Keane's gezicht te werpen om te beseffen dat dit ook geen onderdeel van zijn plan was. 

 

"Josie," mompelde ze geschokt, lichtelijk van haar stuk gebracht door de plotselinge aanwezigheid van het meisje en het gebrek aan woede dat ze met zich meebracht. In Eva's fantasieën was er toch altijd wel wat kwaad geschreeuw geweest. "Eh goed," antwoordde Eva verward. "Hoe is het met jou? Het spijt me van - wat... wat doe je hier eigenlijk?" Het maakte niet uit wat Josephine hier deed, of dit was in ieder geval niet het moment om het daar over te hebben, want Eva besefte ook wel dat met de komst van Josephine het tijd was om echt te gaan. Of ze nou met Keane mee ging of met haar eigen mensen, dit gesprek was ten einde. Veel te snel voor iets waar ze wekenlang naar uit had gekeken en ze vroeg zich af wat ze hier nu werkelijk mee had bereikt -wat ze nu eigenlijk precies had hopen te bereiken-, maar het was niet anders. Het was niet veilig meer, voor niemand niet. 

 

In ieder geval had Owain Cadwgan over één ding gelijk en dat was dat dit een goed moment was om binnen te komen. Iedereen was namelijk afgeleid. Eva zelf was al half overeind gekomen om een zwak excuus te mompelen zodat ze er vandoor kon toen ze hem aan zag komen lopen door haar ontsnappingsroute richting de deur en ze zich vlug terug op haar stoel liet zakken. Lord Radnor zag er intimiderend uit, terwijl hij met grote stappen tussen de tafels door hun kant uit liep en onbewust schoof Evangeline wat meer Keane's kant uit, verder bij de Graaf vandaan. Maar naast het sprankje van angst dat verantwoordelijk was voor die beweging voelde Eva ook wat anders, een soort opgekropte woede tegenover deze man en al zijn wandaden en de ongelofelijk roekeloze neiging om de confrontatie met hem aan te gaan. 

 

Haar hand sloot zich zorgvuldig om haar toverstok en Eva kon alleen maar hopen dat het feit dat niemand Owain Cadwgan nog had getackeld op weg deze kant uit, gewoon onderdeel was van Daniel's plan. "En ik heb niets te bespreken met u," onderbrak ze hem geïrriteerd, terwijl ze haar stoel wat naar achter schoof, zodat ze er makkelijker vandoor kon gaan. Niet dat hij haar dat gunde natuurlijk. Het moment dat Owain Cadwgan zijn toverstok haar kant uit richtte sprong er achter hen iemand omhoog, maar voor Daniel's handlanger werkelijk iets uit kon voeren lag hij al verstijfd op de vloer van het café. En zelf, zelf was ze gewoon net te laat en vanaf dat moment was er niets meer van de omgeving dat werkelijk tot haar door wist te dringen. 

 

Eva herkende het gevoel en ze haatte het. Misschien zelfs meer dan pijn, want aan pijn zat een einde en het kwijtraken van je eigen wil liet je over met nog minder opties dan gillen. Maar deze keer was wel anders. Sterker, sneller, terwijl het zich een weg vond naar haar brein en ze wanhopig tegensputterde. Het kindje in haar buik begon druk te bewegen, net zo min om zijn gemak bij deze invasie van het lichaam dat het bewoonde. Boos keek Eva Owain aan, alsof hem recht in de ogen kijken zou helpen om zijn spreuk verder van haar af te duwen, maar ze kon zich er alleen maar langzaam in voelen verdrinken totdat er geen lucht meer over leek om in te ademen zonder dat ze daar toestemming voor kreeg. 

 

 

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Keane verstijfde, zijn hand nog om de mestbommen in zijn zak geklemd, voordat hij het doosje voorzichtig losliet en zijn vrije hand vlak op tafel legde. Meer problematisch was zijn andere hand, die hij toch zo knusjes met die van Eva had vervlochten, en heel langzaam liet hij het meisje los en leunde hij wat achterover. Bij het zien van Josephine was zijn eerste ingeving geweest om op te springen (en waarschijnlijk de ruimte dan maar op eigen houtje te verlaten, hoe laf dat ook klonk) maar hij wist dat die beweging beide dames, inclusief hemzelf en de baby, waarschijnlijk in levensgevaar had kunnen brengen door de vele goedbewapende tovenaars aan de tafeltjes om hen heen. Zijn grootvader zou hem niet toestaan het pand zonder enige vorm van afleidingsmanoeuvre op eigen houtje te verlaten – met of zonder Evangeline. In plaats daarvan bleef hij zitten en probeerde zijn zwakjes tegenstribbelende brein ertoe te zetten uit te vogelen hoe zijn echtgenote had geweten dat hij precies hier was, van alle plaatsen, en wat ze daarnaast van hem zou willen. Hij had haar via de brief verteld dat hij haar zou achterlaten, met genoeg geld voor haar en Owen om hem groot te brengen… was dat niet het betere scenario voor haar? Wat kon ze nog meer willen? Dacht ze dat het haar zou lukken hem van gedachten te doen veranderen – en waarom?

 

In ieder geval was er wel een ander die zijn plannen graag zou doorkruisen; bij het aanzien van de Graaf, hoewel het een mindere verrassing was dan de aanwezigheid van zijn echtgenote (want van die eerste had hij tenminste geweten dat die in zijn nek hijgde) verstarde Keane opnieuw, ditmaal als een soort hert die zich gevangen weet in de koplampen van een toesnellende auto, voordat hij de adrenaline voelde opkomen. Hij was in paniek; maar dit was geen moment om te blijven stilstaan. Voorzichtig liet hij zijn rechterhand naar het handvat van zijn toverstaf afglijden, welke zich in de zak van zijn gewaad bevond. Hij voelde dat Eva meer zijn kant op schoof en pakte beschermend haar pols, waarbij het hem ditmaal niet kon schelen of Josephine dat nou zag of niet. Hij had zijn keuze gemaakt. Het was niet Josephine’s schuld dat ze hier de dupe van werd, het was dom dat hij haar had kunnen toestaan hier te komen en hij was het haar waarschijnlijk ook verschuldigd te proberen haar hier uit te krijgen – maar hij zou met Evangeline vluchten, hoe dan ook.

 

Maar toen durfde zijn grootvader zo nonchalant Evangeline onder de imperiusvloek te brengen, alsof het iets was wat hij dagelijks deed, en met een klap waren al zijn zorgvuldig gemaakte plannen klaarblijkelijk te gronde gericht. En Keane, die alles op alles had gezet om deze middag te doen slagen, die het allemaal zo alleen in elkaar had moeten puzzelen, zonder ook maar iemand om zijn ideeën mee door te bespreken (behalve dan Helena Lennox, in het prille begin), verloor door die handelswijze een beetje zichzelf – en daarmee ging alle voorzichtigheid ook overboord. Hij haatte zijn grootvader, hij haatte hem om wie de man was, wie hij altijd zou zijn, en wat de Graaf hem, Evangeline, Josephine en zijn moeder had aangedaan. Hij haatte hem omdat hij in zijn aanwezigheid nooit zichzelf had mogen zijn, maar altijd had moeten opleven naar een ander; naar de vervloekte erfgenaam van het Cadwgan fortuin. De jongen wist, zoals hij altijd had geweten, dat als hij zijn hand in woede tegen de Graaf zou heffen het zijn dood zou betekenen; wellicht niet op dit moment, tussen al deze mensen van de advocaat, maar later – één vloek, en het was gedaan. Maar zijn grootvader had zoveel meer vloeken op hem afgevuurd, had hem zoveel meer pijn gedaan, dat de consequenties van zijn daden na vandaag hem niet meer konden schelen; niet meer als het betekende dat hij Evangeline opnieuw zou kwijtraken, inclusief zijn kindje. 

 

Nee!” schreeuwde hij dan ook luid, en dat leek wel het startsein te zijn voor het tumult; mensen stonden op en toverstokken glommen in het gelige licht van de olielampen. Keane trok Eva naar zich toe, alsof hij daarmee de onvergeeflijke vloek zou kunnen verbreken. Het liefst zou hij Josephine nu achter zich hebben staan, maar hij had geen manier om haar omhoog te trekken terwijl hij een tegenstribbelende Eva vasthield en zijn toverstaf op zijn grootvader gericht hield, een vastberaden uitdrukking op zijn gezicht – maar de angst duidelijk te lezen in zijn groene ogen. “Laat haar gaan! Dit is waar het eindigt. Ze hoort bij mij.” 

 

En hij zwiepte zijn staf naar achteren, precies zoals Felicia hem had geleerd.

 

“Expelliarmus! Paralitis!”

 

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Wel, wat waren ze blij om haar te zien. Ze wist meteen dat komen een fout was geweest, onafhankelijk van Owain, onafhankelijk van het gevaar waarvan ze zich niet bewust was; wist het toen ze zowel bij Keane als bij Evangeline een mengelmoes van schuldgevoel en irritatie in hun blik ontwaarde, als haar eigen themesong in uitdrukkingen want die blik volgde haar tegenwoordig waar ze ook maar ging. Dat was wat ze was. Schuldgevoel en irritatie. De emoties die collateral damage opriepen. Dat was het lot van haar familie. Charlie, de sod die gebruikt was voor zijn geld en reputatie; en zij, gebruikt voor... alles. Nu opgebruikt en weggegooid. Door iedereen. Ze had thuis moeten blijven bij haar zoon. Behalve dat dat natuurlijk geen thuis was: dat het huis bij de universiteit van Keane was; dat zij van Keane was (geweest, en nu afgedankt) en dat hij wel kon zeggen dat hij haar van alles gaf, maar dat dat toch geen stand zou houden op het moment dat hij was vertrokken. 

 

En toch haalde ze iets uit de herkenning van haar ellende in Evangeline’s blik. Deed het haar iets beter voelen dat er iemand tenminste wist wat zij doormaakte, ook al was het de persoon die het veroorzaakt had - wel, niet alleen zij, want dat Keane met haar getrouwd was ondanks Evangeline’s eerdere claim rekende ze toch echt haar echtgenoot aan. Minderjarig zou hij vast geweest zijn en ze had het hem vergeven - natuurlijk - indien hij daarna Evangeline had laten zitten maar dat was duidelijk niet gebeurd. 

 

Toen echter kwam Owain eraan en Josephine verstijfde, toen ze zich realiseerde dat hij dacht dat ze aan het aanpappen was met die twee. “Lord Radnor, ik ben geen genode gast,” sprak ze summier, kort, want dit was zo beledigend als aanname dat ze er niet eens echt beleefd over kon zijn. Maar vervolgens ging alles mis.

 

Haar eerste gedachte was hoe blij ze was dat ze Owen niet had meegenomen.

 

Haar volgende gedachte trok haar blik naar Evangeline’s buik.

 

“Lord Radnor! U kunt niet -“ Dat was een onvergeeflijke vloek! Wat was dit? Ze had ook haar toverstok getrokken, prevelde de spreuk die de Schouwers erbij zou roepen. “Iemand, help, hij is gek geworden!”

 

Want ja, niemand had haar nergens iets over verteld.

Edited by Josephine Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Owain’s wenkbrauwen schoten in een uiting van milde verbazing omhoog toen Josephine hem vertelde dat zij hier op eigen naam aanwezig was, al deed het niets om de sceptische uitdrukking van woede in zijn grijze ogen te doen verminderen. Aan de ene kant zou hij niet hebben verwacht dat het meisje in dit soort plannen zou zijn meegegaan – het was een naïef soort halsstarrigheid waar hij haar op had uitgekozen, en het stelde hem toch wel teleur als Keane haar had kunnen overhalen zijn kant te kiezen. Aan de andere kant geloofde hij haar niet, maar er was te weinig ruimte om daar nu dieper op in te gaan. 

 

Op dat moment trok zijn kleinzoon namelijk zijn toverstaf en vuurde hij enkele vloeken op hem af. Owain pareerde met een simpele spreuk – niet omdat Keane’s spreuken per se zo zwak waren, maar toch wel zo verschrikkelijk voorspelbaar – terwijl een grijns zich rond zijn lippen krulde. Hij had ondertussen half door dat Lady Josephine de schouwers aan het oproepen was, maar liet dat gaan; uiteraard hadden zijn mensen de ruimte zo ingericht dat dat soort spreuken niet door de beschermende vervloekingen heen zouden komen… of niet op korte termijn, in ieder geval.

 

“Dus je hebt eindelijk besloten jezelf te verdedigen, hm?” sprak de Graaf dreigend, terwijl hij zijn blik op het drietal liet hangen; Evangeline aan zijn rechterkant half verdoofd door de imperiusvloek, Josephine aan de linkerkant wit weggetrokken van angst en de held van het uur recht tegenover hem, een lichte blos op zijn bleke wangen terwijl de onzekerheid er klaarblijkelijk vanaf droop, als een soort puppy die met een zweem van trots weet dat hij iets stouts heeft gedaan. “Na al die jaren heb je het toch eindelijk gedurfd – bravo. Maar ik zal je eens wat vertellen…” Hij boog zich wat voorover, een duistere doch triomfantelijke blik in zijn donkergrijze ogen. “Dit is waar het eindigt. Als je goed luistert hoeft er niemand gewond te raken. Jullie laten je toverstokken vallen en komen rustig mee naar buiten, waar wij de Wegisweg per koets zullen verlaten. Op het moment dat wij – ah!”

 

De spreuk schampte zijn achterhoofd en in een uitdrukking van woede draaide Owain zich om. Klaarblijkelijk hadden zijn mensen hem niet genoeg rugdekking gegeven, iets waar hij hen later wel voor zou straffen. Aan de andere kant van de ruimte ontwaarde hij een tovenaar waar hij nog wel een appeltje mee te schillen had, al had hij hem tot nu toe in het openbaar moeten negeren. Natuurlijk had hij geweten dat hij hier was, maar om de verrader dan ook echt hier aan te treffen…

 

“Ontwapen hen en houd hen hier” gromde de Graaf tegen een willekeurig persoon, voordat hij mikte en een stroom vervloekingen richting de achterzijde van de ruimte vuurde. Als Daniel Bennett over de hoofden van hun personeel een duelleerwedstrijd wilde houden, dan was hij er niet één om daar veel moeite mee te hebben.

 

Edited by Owain Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now


  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×