Jump to content
Geoffrey Grey

[1837/1838] Small and precious, like a diamond

Recommended Posts

Uitgeput leunde Geoffrey achterover in zijn stoel en zuchtte. De werkdag was voorbij, het was weer slopend geweest, hoewel hij vandaag redelijk ongeschonden de lessen doorgekomen was. Het Dreuzelkundelokaal was nu leeg; tafels en stoelen waren verschoven omdat de laatste horde ouderejaars het lokaal als dolle stieren hadden verlaten.

Hij sloot zijn ogen ervoor: er was niets wat de huis-elfen van Zweinstein niet op konden lossen, dus hij hoefde zich er niet druk om te maken. Stiekem, onderhuids, stak het onvermogen hem wel; dat hij niet in staat was om de leerlingen onder controle te houden. Hij had nul komma nul overwicht in de klas.

Regelmatig zocht hij naar de voordelen daarvan: zou het niet gemakkelijker zijn om iets te leren van een vriend dan van een autoritaire docent? Want gek genoeg zag hij de kinderen die het zo op zijn gemoed gemunt hadden niet als vijanden. De resultaten waren doorgaans redelijk goed; er was nooit een hele klas met een onvoldoende en de keren dat hij een Zwakzinnig uit had moeten delen waren nog op één hand te tellen.

Toch moest het beter kunnen. Hij haatte zichzelf om zijn incapabele voorkomen en dat hij zich al maanden op het randje van overspannenheid bevond. Hij deed zijn best en toch was hij niets waard.

Op zijn bureau lonkte een stapel perkamenten: zou hij eerst met zijn collega’s thee gaan drinken, of zou hij eerst het werk van de vierdejaars Ravenklauwen beordelen?

Eerst thee, fluisterde zijn zwakke gemoed.

Eerst nakijken, brulde zijn innerlijke controlfreak.

Met lichte tegenzin schoof hij het werk naar zich toe en nam zijn inktpot en veer ter hand. Een glimlach verscheen op zijn gezicht toen een leerling een uitgebreide omschrijving had gemaakt van een zwart Dreuzelpaard waarin zich een Terzieler moest verschuilen. Uiteraard strookte het niet met alles wat hij over paarden had verteld, dus helaas.

Een klop op de deur liet hem opschrikken.

“Binnen,” zei hij uit automatisme, en had daar gelijk spijt van, aangezien het Sergei zou kunnen zijn (om hem te ontslaan? Nee, toch?) en dan was het wel erg onbehulpzaam. Geoffrey vloog overeind, bedacht ondertussen al allerlei verontschuldigingen en opende de deur.

Een eerstejaars staarde hem met grote ogen aan.

“Miss Carrington,” groette hij. Het had zeker tot kerst geduurd voordat hij de namen van zijn leerlingen had geweten, en soms haalde hij ze nog door elkaar. “Toch?” voegde hij er onzeker aan toe. “Wat kan ik voor je doen?”

 

 

((OOC: Privé met Daila!))

Edited by Geoffrey Grey

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ze moesten een groepsopdracht maken voor Dreuzelkunde. Een groepsopdracht! Abby had gedacht dat het leuk zou zijn, maar het bleek dat het vooral ingewikkeld was – iedereen dacht wat anders over de opdracht, en nadat ze de bibliotheek uit waren gestuurd omdat ze blijkbaar te hard met elkaar praatten waren ze er, nadat ze met de helft van het groepje die zich in Griffoendor bevond, in de leerlingenkamer waren neergeploft nog steeds niet uitgekomen. Het was ook nogal lastig om les te krijgen van Profesor Grey, want hij was heel aardig – maar vaak verstond je de helft niet van wat hij zei omdat het zo’n kabaal in de klas was, en de andere helft ging ten onder omdat je niet aan het opletten was. Maar goed, nadat ze er dus na nog een half uur kletsen niet uit waren gekomen en haar overgebleven twee groepsgenoten zich hadden verschanst achter een potje tovenaarsschaak, had Abigail zich opgeofferd om het dan maar te gaan vragen. Want ze was een Griffoendor, toch? Dus dat durfde ze best. En daarnaast was Professor Grey ook helemaal niet eng (of in elk geval niet zo eng als hun nieuwe Schoolhoofd, professor Damarcus).

 

Nu was Abigail nog nooit langs geweest bij een Professor, maar voor alles moest de eerste keer zijn. Ze klopte op de deur en wachtte af terwijl ze haar zwarte mantel wat rechter trok. Voor de zoveelste keer die week bekeek ze de zwarte stof afkeurend. Het was zo jammer dat ze geen roze mochten dragen…

 

“Professor Grey!” sprak het meisje met een klein, onzeker glimlachje, toen de man de deur opendeed. Ze maakte een kleine buiging bij het horen van haar naam, uit teken dat het de goede was – en eerlijk gezegd, hoe kon het ook anders. Zeker nu Douglas had geprobeerd minister van Toverkunst te worden, kende toch wel het hele magische Verenigd Koninkrijk hun naam; of zo had Douglas haar overtuigd in de Kerstvakantie. “Ik heb een vraag over de groepsopdracht.” Een windvlaag kwam voorbij en even rilde ze, weggekropen in haar mantel. Het was tochtig in de hoge gangen, met de winter die maar niet op leek te houden. Even gluurde het meisje langs professor Grey, naar de vlammen die uit zijn haard kwamen. “Mag ik misschien even binnenkomen?”

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Haar manieren zeiden hem genoeg: zij kwam uit een keurige familie waar rijkdom ervoor zorgde dat haar nooit iets tekort gekomen was. Hij zou het verwend kunnen noemen, maar ook beschermd, wereldvreemd en redelijk naïef omdat rijke mensen als het ware onder een glazen stolp leefden. Jaloersmakend enerzijds, anderzijds verstikkend.

Wat Geoffrey betrof hoefde hij daar absoluut geen verandering in te brengen. Het zou misdadig zijn om zo’n meisje als Abigail Carrington op straat te zetten om te laten ervaren hoe het vrije leven was.

Hij was sowieso niet zo’n wereldverbeteraar, want hij pakte liever kleine dan grote problemen aan. Tijdens de laatste verkiezingen was New Elites zijn partij niet geweest (hij was immers niet bijster rijk) en had hij dus ook niet op dit meisje haar broer, een charmante Amerikaanse jongeman gestemd.

“De groepsopdracht?” herhaalde hij. Ach, jee, hij dacht juist slim geweest te zijn door een groepsopdracht aan de eerstejaars te geven, want hoewel kinderen van een jaar of elf vaak nog niets wisten, kon het best wat worden als ze al hun kennis op één hoop gooiden. Dat ze dan onbewust van elkaar zouden leren.

“Ja, kom binnen,” zei hij. Dit was immers het Dreuzelkundelokaal, dus daar mochten leerlingen in. Voor privévertrekken waren bepaalde protocollen van kracht, hoewel hij zich daar niet in had verdiept omdat ze voor hem gewoonweg niet nodig waren. Dit was de eerste keer dat er een leerling naar hem toegekomen was.

Hij sloot de deur achter haar en schoof een stoel bij het haardvuur, zodat ze daar kon gaan zitten. Ze maakte nogal een rillerige indruk. Zou hij anders even zijn sjaal sommeren? Of was dat overdreven?

“Het is voorlopig nog geen lente, hè?” zei hij vriendelijk. “Maar ga zitten en vertel. Is de groepsopdracht te moeilijk?” Zelf nam hij schuin tegenover haar plaats en strekte zijn benen uit. De warmte van de haard was fijn. Het was wel knus zo.

Edited by Geoffrey Grey

Share this post


Link to post
Share on other sites

De professor bood haar geen thee aan, merkte ze op. Dat was toch een beetje onbeleefd, maar het zou nog onbeleefder zijn om ernaar te vragen – en dus zakte ze ietwat op haar hoede in de fauteuil voor het haardvuur. Abby was nog maar een klein meisje, en haar voeten bungelden naar beneden terwijl ze haar tenen uitstrekte om wat meer warmte van het haardvuur te kunnen opvangen. Gelukkig was het in de leerlingenkamer van Griffoendor en op de slaapzalen wel warm!

 

“Het is heel koud” knikte ze, terwijl ze de leraar een glimlachje toeschoof. “Kouder dan in Londen, heb ik het idee! Niet waar?” Ze wist niet waar professor Grey vandaan kwam, maar ze had altijd al iets gehad met accenten en hij klonk verre van noordelijk, dus vandaar dat ze dit wel met enige zekerheid kon vragen. Dat met accenten gold voor haarzelf overigens weer anders, want met een Amerikaanse vader en een Britse moeder wist ze dat haar eigen accent geografisch lastig te plaatsen was. Dat betekende niet dat ze niet goed was in andere accenten na doen, wat ze wel eens deed om haar grote broer en zus aan het lachen te maken. Vooral haar impressie van het knauwende Amerikaans van haar vader werd erg hilarisch bevonden.

 

“We zijn het er niet over eens wat de groepsopdracht nou daadwerkelijk inhoudt, professor” legde ze uit, terwijl ze haar donkerblauwe ogen op de man focuste. “U zei dat we een scene uit het dagelijks leven van dreuzels moeten naspelen, met kleding en al, maar ik snap gewoon niet waar deze voor dienen!” Ze rommelde wat in haar tas, voordat ze een handvol krulspelden eruit haalde en deze op tafel deponeerde. “Clementine zegt dat deze bij dreuzelvrouwen horen en Lara Jane zegt dat ze zichzelf ermee kunnen verdedigen! Want kijk… die puntjes.” Ze wees naar de haren van de krulspelden. “Maar weet u..." Ze verlaagde haar stem ietwat. "... Ikzelf denk dat ze zijn voor… opvulling.” Abby’s wangen kleurden ietwat roze. “Nu… mijn grote zus Caroline vult wel eens… zaken op en ik dacht, misschien doen dreuzels dat zo!” Ze wees nogmaals naar de krulspelden. “Maar weet u, ik heb het uitgeprobeerd, en het is echt in het geheel niet fijn! Dus misschien is het voor straf? Of als de kinderen stout zijn? Maar volgens Clemmy behoorden ze toch echt specifiek tot de vrouwen… Maar worden dan alleen dreuzelmeisjes gestraft?”

 

Dit was echt een groot mysterie.

 

Edited by Abigail Carrington

Share this post


Link to post
Share on other sites

Kouder dan in Londen?

"Geen idee," lachte Geoffrey. "Maar het zou zomaar kunnen, want het is hier noordelijker dan Londen. Stel dat we nu gaan reizen, nog verder naar het noorden, over de zee. Dan komen we in een land dat IJsland heet. Die naam zegt genoeg, toch? Maar heeft u het nu nog koud, bij het haardvuur?"

Het was voor hem veel gemakkelijker om te praten met iemand die hem goedgezind was dan met een dwarse puber die alles wat hij zei verkeerd opnam. Abigail had de krulspelden zorgvuldig bestudeerd, maar kwam met haar groepje niet uit de functie ervan. Dat was wel grappig te noemen. Als hij geen moeite had gedaan om zijn gezicht in de plooi te houden, zou hij in lachen uitgebarsten zijn. Opvulling! Té mooi! Die roze wangen ook, schitterend. Zo'n meisje zou hij zonder enig protest als dochter aannemen.

Hij luisterde aandachtig, want luisteren was in dit geval zeer plezierig. Straffen, opvullen, hij zou die suggesties eens ergens op moeten schrijven opdat hij ze niet vergeten zou.

 

"Clementine heeft gelijk, juffrouw Carrington," zei hij uiteindelijk toen de volle omvang van het probleem hem duidelijk was. "Ze zijn inderdaad speciaal voor vrouwen. Weet u wat; ik geef een hint en dan kunt u erover nadenken terwijl ik onszelf van een kopje thee voorzie. Is dat een idee?"

Zonder haar antwoord af te wachten stond hij al op en glimlachte hij het meisje toe.

"Deze dingen worden door Dreuzeldames gebruikt om mooier te worden."

Hij keek even op zijn zakhorloge. "Theetijd!"

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Nee hoor, ik heb het nu niet koud” sprak Abigail zoetjes, terwijl ze haar voeten heen en weer liet bungelen in de stoel waar ze niet met haar voeten bij de grond kon, in een poging haar tenen nog wat meer te warmen bij het haardvuur. “In de gangen is het wel koud, maar in de leerlingenkamer van Griffoendor was het ook lekker warm.” Ze kroop nog wat dichter in haar mantel terwijl ze aandachtig naar professor Grey luisterde, voordat ze haar donkerblauwe ogen wederom op de krulspelden liet rusten. Ze knikte afwezig als instemming voor de thee; een gebaar dat, ondanks haar kinderlijke uitstraling, wel degelijk haar rijke afkomst en gewenning aan personeel verhulde. Hm… dus dreuzeldames gebruikten de dingen om mooier van te worden? Maar niet als opvulling? De rare, pluizige attributen kwamen haar nu niet bepaald mooi voor… en ze werden ook nog speciaal en alleen voor vrouwen gebruikt! Dit raadsel werd er niet makkelijker op.

 

“Misschien…” sprak Abby langzaam, terwijl ze nadacht. “Misschien worden ze als ring gebruikt? Al lijkt het me nu niet echt heel modieus… maar goed, het blijven natuurlijk dreuzels Ze pakte een van de dingen wederom op en schoof deze aan haar vinger, terwijl haar gezicht wat betrok. “Mijn grote zus Caroline zou ontkennen dat ze familie van mij was als ik mij hiermee in het openbaar zou vertonen!” voegde de Griffoendor eraan toe, ietwat onthutst nu ze het resultaat ook daadwerkelijk voor haar zag. “Professor, dat kunt u toch niet menen?”

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Miss Carrington kon dan wel rijk zijn, of tenminste; haar familie had zo'n grote hoop Galjoenen dat hij er niet overheen zou kunnen kijken, maar kapsones had het meisje niet. Ze was beleefd en lief en heel anders dan de krengen uit de hogere leerjaren: het grut dat nog niets van het leven wist, maar desondanks op hem neerkeek. Zij was anders. Er konden wat hem betrof wel honderd meisjes zoals zij in Zweinstein rondlopen, want dan zou zijn werk als leraar een stuk prettiger zijn.

"De Griffoendortoren? Is het daar lekker warm? Ik ben er nog nooit geweest, want ziet u: ik was een Huffelpuf vroeger," meldde hij terwijl hij de thee tevoorschijn toverde. Met een volgende zwaai van zijn toverstok schoof er een bijzettafeltje tussen hun stoelen bij het haardvuur in en liet hij het dienblad ernaartoe zweven. Eerlijk gezegd was hij handiger in spreuken dan dat hij het geheel in zijn handen zou houden; dat was vragen om ongelukken met heet water.

 

Hij grinnikte toen ze de krulspeld om haar vinger schoof en verontwaardigd uitriep dat hij dat toch niet kon menen. Kostelijk!  

"Nee, juffrouw Carrington, dat is het ook niet," zei hij geruststellend. "Het ziet er inderdaad niet mooi uit, ook niet bij Dreuzels. Ik zal u vertellen wat het is, maar eerst geef ik nog een aanwijzing. Misschien dat u het dan al weet." Hij schonk de thee in beide kopjes en schoof er eentje naar haar toe, voorzien van een koekje dat keurig op het randje van het schoteltje lag. Op een enigszins mysterieuze toon zei hij: "Ze worden gebruikt voor het creëren van een kapsel."

 

Zo, nu mocht ze weer even nadenken en kon hij rustig van zijn thee nippen - au, snotver, gloeiendegloeiende! - al kon hij daarmee toch beter nog maar even wachten. Het was ook niet de eerste keer dat hij zijn lippen brandde, sukkel dat hij was.

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Mag u als professor ook niet in alle andere leerlingenkamers komen?” vroeg Abby geïnteresseerd. “Als ik professor was zou ik denk ik het hele kasteel ontdekken! En ook ’s nachts. Het kasteel is ’s avonds zo anders…” Ietwat betrapt liet ze haar donkerblauwe ogen op de man rusten, een lichte blos op haar wangen. “Wat ik eh.. natuurlijk nog nooit heb gezien” voegde ze er vlug aan toe. Daarbij had ze wel eens gehoord van oudere Griffoendors die wel stiekem de leerlingenkamers van de andere afdelingen waren binnengekropen – maar aan de andere kant zag Professor Grey er misschien ook weer niet echt als iemand uit die dat vroeger zou hebben gedaan. Maar blijkbaar, als je braaf alle regels volgde, kon je wel docent worden! Niet dat Abby zeker wist dat dat iets was wat ze echt zou willen; er was zoveel meer te beleven in de buitenwereld dan dit donkere kasteel.

 

“Een kapsel?” herhaalde ze langzaam toen de professor haar die kennis toevertrouwde. Langzaam liet ze het gevaarte van haar vinger afglijden en legde het ding met een ietwat dubieuze blik op haar donkerblonde haren. Ze wiebelde wat met haar hoofd en ving het ding vervolgens behendig op toen het eraf rolde. Daarboven zag het er niet heel veel beter uit dan aan haar vinger!

 

“Professor, het spijt me heel erg..” sprak ze, op ietwat fluisterende toon, alsof het een schandelijke roddel betrof waarvan het niet de bedoeling was dat de hele balzaal die zou horen, maar toch ook weer wel. “Maar dreuzelvrouwen hebben daadwerkelijk geen enkel gevoel voor mode!” 

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Diep denkend keek Geoffrey even naar het gewelfde plafond van zijn Dreuzelkundelokaal.

"Als leraar zou ik inderdaad mogen gaan en staan waar ik maar wil, ook in de Leerlingenkamers, maar ik weet eigenlijk niet of ik dat wel zou willen. Krijgen de Griffoendors vaak bezoek van de staf? Het schoolhoofd bijvoorbeeld, komt hij regelmatig langs om te kijken hoe het met de afdeling is?"

Hij had daar geen weet van, al had hij wel een heel klein beetje de ambitie om ooit, misschien, als niemand anders zich aanmeldde, Afdelingshoofd van Huffelpuf te worden, maar moest hij dan telkens bij de leerlingen gaan kijken?

Zelf liet ze doorschemeren dat ze na de avondklok wel eens door de gangen gedwaald had en hij moest erom glimlachen.

"Misschien, als u graag door lege gangen dwaalt, is het wel wat voor u om Klassenoudste te worden. Dan moet u regelmatig een ronde door het kasteel afleggen om te kijken of iedereen wel braaf in de Leerlingenkamer is."

Dat leek hem saai werk, maar wie weet hield miss Carrington erg veel van avondwandelingen.

 

"Geen enkel gevoel voor mode?" herhaalde hij. "Laat me u dan het volgende vragen. Hoe krijgt uw mooie, blonde haar die krullerige slag aan de onderzijde?" Hij wees naar haar engelachtige haren die over haar schouders gedrapeerd hingen alsof ze niet in staat waren om ooit in de klit te raken.

Hij dacht - maar hij wist het niet zeker - dat heksen hun haren rond hun toverstok draaiden en het dan met een spreuk zo lieten krullen. Maar evengoed kon het van nature in een krul zijn gegroeid, voor de gelukshebsters onder de jongedames.

 

Gek genoeg wist hij wel precies hoe het bij Dreuzeldames werkte, maar niet eens bij heksen.

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Ik hoop het toch niet…” sprak Abby, de woorden van Professor Grey overpeinzend. Ze vond Professor Damarcus dan misschien niet zo eng als de meesten (al kwam dat vooral omdat ze de helft van wat hij zei niet begreep), maar dat betekende niet dat ze hem graag in de leerlingenkamer van Griffoendor zou zien! En ’s nachts door de gangen dwalen op een legale manier? Dat leek haar wel wat! Als het donker was dan werd alles zoveel leuker en spannender. Zeker in zo'n groot en ingewikkeld kasteel als Zweinstein.

 

“Misschien wil ik ooit wel Klassenoudste worden” sprak Abigail zoetjes, die daar tot nu toe nog niet echt over had nagedacht. “En pardon Professor Grey, maar de krullen in mijn haar zijn natuurlijk.” Dacht hij nu echt dat ze het krulde? Pfah! “Maar…” vervolgde ze, op iets behoedzamere toon. “Ik weet wel dat mijn grote zus Caroline het krult! Maar dat doet ze niet met eh.. die dingen, hoor.” Ze wees naar het ronde geval, voordat ze zich naar voren boog om het toch nog een keer beter te bekijken. “Doen dreuzelvrouwen dat wel?” Ze zuchtte diep. “Het is zo zielig dat ze geen gebruik kunnen maken van magie!”

 

Ze dacht er misschien niet zoveel overna, maar magie maakte alles zoveel makkelijker!

 

Edited by Abigail Carrington

Share this post


Link to post
Share on other sites

Oh gelukkig liep hij met zijn collega’s in de pas! Zomaar leerlingenkamers bezoeken, dat zou niet echt iets voor hem zijn, en dat was bij de andere professoren niet anders. Hij had ook geen van de andere Zweinsteinmedewerkers er ooit over horen praten in de lerarenkamer.

 

Het gezellige meisje praatte verder: ze wilde best Klassenoudste worden en haar krullen waren natuurlijk. Geoffrey glimlachte om het quasi beledigde gezichtje dat ze trok.

“Excuus, miss Carrington!” Echt spijt van zijn uitspraak had hij niet, maar hij speelde leuk met haar mee. “Oh, uw zus krult haar haren wel? U zou het ook meer-of minder kunnen laten krullen, het is maar net of het krullendag is die dag, net als de manier waarop het haar opgestoken wordt.”

Dat was een luchtige manier om met de schoonheid van dames om te gaan. Dat ze hun haren bijna geen dag hetzelfde droegen, was hem heus wel opgevallen. Zelfs zijn moeder deed dat.

 

“Een Dreuzelvrouw heeft nog veel meer, echt heel veel meer geduld nodig voordat haar haren krullen,” legde hij uit. “Ze maken hun haren nat, nemen dan een streng en wikkelen die om dit ding - het heet een krulspeld - en dat herhalen ze met alle haarstrengen. Ze zetten ze vast met kleine pinnetjes en dan moeten ze wachten totdat het haar droog is. Dat duurt soms uren. Daarna wikkelen ze hun droge haar er weer af en voilà! Krullen!”

Hij kon zoiets best Dreuzelmagie noemen, maar sprak gemoedelijk met het kleine meisje mee.

“Ja, zielig, hè. Gelukkig weten ze niet dat magie bestaat, dus wat niet weet, wat niet deert.” En Dreuzels waren soms fantastisch vindingrijk, maar dat was een mening die doorgaans niet bij de upperclass thuishoorde.

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Dat is waar. Misschien laat ik het wel een keer helemaal krullen!” sprak Abby opgetogen, die haar blonde haar om haar vinger wond en keek of de slag daarmee al meer werd. Al wist ze niet zo heel erg goed hoe ze haar haar zózeer zou moeten laten krullen, maar dat kon ze vast aan Caroline vragen in de zomervakantie! Haar grote zus had niet altijd geduld voor haar, maar dat kwam misschien gewoon omdat ze die ene keer Caroline’s jurk had geleend maar hij te lang was en toen was ze gestruikeld en was de dure stof gescheurd! Ze had toch haar verontschuldigingen aangeboden…. in ieder geval kon ze voor mode advies of haardrachten meestal wel aankloppen. 

 

“Oooh…” sprak ze, ietwat verbijsterd, toen Professor Grey haar de uitleg gaf. “Met kleine pinnetjes? Oke…” Ze pakte de krulspeld weer op van tafel en liet deze door haar handen gaan. “En dat duurt uren? Nu… ze hebben vast niets beters te doen.” Zij wilde wel krullend haar, maar ze wilde er ook weer niet zo lang op wachten! Tenminste… ze ging er toch vanuit dat Caroline een iets snellere manier had voor de krullen in haar haar. 

 

“Dankuwel Professor Grey!” sprak ze zoetjes, waarna ze het laatste slokje van haar thee netjes opdronk en zich uit de fauteuil bij het haardvuur liet glijden. “Dat was erg verhelderend. Ik denk dat de opdracht daarmee wel zou moeten lukken!” Haar blik gleed naar de klok. “Ohnee, de avondklok gaat over vijf minuten in en ik moet nog helemaal naar de leerlingenkamer van Griffoendor!” Ze maakte een reverance en glimlachte ietwat zorgeloos. “Nuja. Nogmaals bedankt, professor!” 

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Zacht grinnikte Geoffrey om de aandoenlijkheid van de eerstejaars. Waarom bleven vrouwen niet charmant zoals in deze leeftijdsfase? Wat deed de puberteit met jongedames?

Goed, hij was daarin geen expert. Dat zou nog wel komen als hij wat langer in dienst van Zweinstein zou zijn.

"Nu ja, ik vermoed dat alle welgestelde dames veel tijd besteden aan hun haardracht, vooral als voorbereiding op een feest of een belangrijke kerkdienst. Maar als u het geduld verliest, kan een Droogspreuk misschien uitkomst bieden?"

Een vleugje Dreuzeltoestanden en een vleugje magie, dat was volgens Geoffrey een ideale combinatie.

 

Abigail bedankte hem beleefd en hij knikte haar toe. "Graag gedaan, juffrouw Carrington. Heel veel succes met de opdracht; ik heb er alle vertrouwen in dat u het tot een goed einde zal weten te brengen."

De jongedame had ineens een beetje haast en toen hij een blik op zijn zakhorloge wierp, begreep hij volledig waar de eerstejaars zich druk over maakte.

"Oh, vlug inderdaad! Een goede avond nog, en tot ziens in de volgende les." Hij opende deur voor haar en liet haar uit. Als de wiede weerga spoedde het meisje zich naar de Griffoendortoren. Geoffrey glimlachte: als ze te laat zou zijn en punten aftrek zou krijgen, zou hij die punten wel weer aanvullen. Enigszins voldaan blikte hij naar het volledig verlaten lokaal. Het vak van leerkracht was hem niet op zijn lijf geschreven, maar opeens hield hij oprecht van zijn functie.


 

OOC: Topic done!  

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now


  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×