Jump to content
Sign in to follow this  
Boreas Peregrine

[1837/1838] Write another story, we're fine

Recommended Posts

14 oktober 1837

 

Er stond een stevige wind op deze verder niet zo interessante herfstdag, maar het was geen snijdende wind, slechts een wind die ieders haar in de war bracht en een wind die het bootje dat Valentina en Boreas in elkaar geknutseld hadden over het meer stuurde, net iets sneller dan Boreas aanvankelijk gepland had – maar ach, Boreas was nooit fantastisch geweest in plannen en dus vond hij het niet zo erg. Zolang ze hun plan maar konden uitvoeren, tenslotte, dat spontane plan om de meermensen en de octopus en wat er zich verder nog zoal in dat mysterieuze meer midden op het terrein verborg te gaan zoeken na een maand van zich erover te verwonderen.

 

Spontaan, impulsief, het hing er maar vanaf van hoe je het wilde bekijken, maar gelukkig waren Valentina en Boreas allebei griffoendors en kwam het er bij hen vooral op neer dat ze dit gewild hadden en de tijd hadden gehad om een bootje te bouwen. Of niet. Dat zou hij niet weten, eigenlijk, maar hij was in elk geval niet zo heel druk bezig geweest toen hij erop gekomen was om samen met Valentina (ja, Valentina, ja, hij was ook heel trots op zichzelf dat ze met hem alleen de middag wilde doorbrengen) op meermensenzoektocht te gaan, dus… Zat vast wel goed.

 

‘Valentina! Is dat geen meermens?’ Hij keek nog eens. ‘Of wacht, nee, dat is een gewoon een heel beweeglijke plant.’ Wat stom. Hij zuchtte maar, enigszins dramatisch. ‘Zouden meermensen zich extra verbergen als ze weten dat we op zoek naar ze zijn?’ En daarna: ‘Of zouden ze zich vermommen?’ Als planten bijvoorbeeld.

 

Hij had gewoon graag gelijk, oké.

 

OOC: Privé met Irene! <3 loml

Share this post


Link to post
Share on other sites

Valentina had er altijd al van gedroomd om eens te varen op een meer. Vroeger, als ze weer eens wekenlang alleen in een ziekenhuisbed door moest brengen en haar vader weg was voor werk, stuurde hij haar altijd ansichtkaarten of foto's van de plekken waar hij geweest was. Vaak de mooiste landschappen of de hoogste bergen uit de buurt. Valentina hing ze allemaal boven haar bed, zodat ze er naar kon staren als ze in slaap viel en ze al die plekken in haar dromen kon bezoeken. Haar moeder vond het maar niks. "Hang dat kind nou niets voor haar neus wat ze nooit gaat zien," zei ze dan, als ze dacht dat Valentina sliep en fluisterend ruzie maakte met haar vader in de hal. Maar Valentina vond het prachtig. Als dit een manier was om de rest van de wereld te zien, dan greep ze die graag aan. Ze wilde er alles over weten. En dus kocht haar vader voor haar een wereldbol en langzaam vulden de muren van haar slaapkamer zich met kaarten en schilderijen van de mooiste plekken en stiekem, heel stiekem hoopte Valentina dat ze ze op een dag mocht zien. De hoop was klein, maar hij was aanwezig. 

 

Toen had ze ook nooit gedacht dat ze een aantal jaar later op Zweinstein zou zitten. Het was overweldigend en fantastisch en zelfs na een jaar was Valentina nog niet helemaal gewend en kon ze zich verwonderen om de kleinste dingen, een nieuwe geheime gang, een pratend harnas, een rondje lopen aan de rand van het Verboden Bos - want er in gaan was dan weer een avontuur waarvan ze nog niet helemaal zeker was of ze het aandurfde. Maar ze had nog zes jaar om dat uit te vissen. Het had geen haast. Voor vandaag stond er een boottochtje op de planning met Boreas. Dat had ze ook nog nooit gedaan, want er was geen meer vlak bij hun huis en haar moeder wilde haar bijna nooit ergens mee naartoe nemen. Zo saai. Maar nu kon ze het zelf en ze ging dit natuurlijk niet vertellen, behalve misschien aan papa. Die zou het vast fantastisch vinden. 

 

Nieuwsgierig boog Valentina zich wat verder over de rand van de boot, waardoor hij even gevaarlijk heen en weer wiebelde en tuurde het water in naar de plek die Boreas aanwees. "Het lijkt een plant," zuchtte ze, de teleurstelling duidelijk hoorbaar in haar stem, maar ze was er al snel weer overheen toen ze bedacht wat voor heerlijk avontuur dit was, zelfs zonder meermensen. "Ik heb wel eens gehoord dat Meermensen zich best wel diep in het meer verstoppen." Dat was jammer, want dan kon je ze minder makkelijk zien. "Maar misschien kunnen we ze wel naar boven lokken. Ik heb eten meegenomen." Triomfantelijk tilde Valentina een kleine picknickmand de lucht in, die ze de boot op had gesmokkeld. "Ik weet alleen niet wat Meermensen eten, jij wel?" Vis misschien? Of zouden ze liever een boterham met pindakaas hebben?

 

Dromerig waadde ze met haar hand wat door het golvende water dat klotsend tegen de rand van hun bootje aan sloeg. "Mooi is het hier he?" Alsof ze in één van haar ansichtkaarten was gestapt. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Enthousiast keek Boreas naar de picknickmand. ‘Ja, dat werkt vast!’ En als het niet werkte, dan, uh, wist hij veel, moesten ze eens zelf gaan zwemmen of zo. Dat werd vast leuk! Er was vast wel ergens een spreuk waardoor ze lang genoeg onder water konden ademen om zich enerzijds zelf ook een meermens te wanen en anderzijds om ze ook effectief te vinden. Zo schoot het natuurlijk niet zo op, maar ach, bleef wel heel leuk, hoor. Nu had Boreas het wel gemakkelijk naar zijn zin; hij was precies het type dat in alles zijn amusement wel vond, in elke kring de goede hoek vond.

 

En al helemaal als Valentina in de buurt was, want Valentina was een goede hoek.

 

‘Nee, dat weet ik niet…’ Bedenkelijk keek hij naar de picknickmand. ‘We kunnen beginnen met de vis! En als ze dat niet willen, is, uh…’ Hij keek in de mand zelf, op zoek naar een meermensdelicatesse. ‘Een muffin is vast heel exotisch voor meermensen, toch? Wie weet.’ Hij wilde alles proberen, hoor. Waarom niet? ‘Ja, het is echt heel mooi, hier! Ook heel leuk om over het meer te varen – dat heb ik eigenlijk nooit eerder op Zweinstein gedaan. Heb jij eerder gevaren?’

Share this post


Link to post
Share on other sites

Vis! Dat klonk logisch. Er zwommen vast allerlei vissen in het meer -Valentina had er nog niet zoveel gezien, maar welk meer had er nou geen vissen?- en die konden best als voedsel dienen. Tenzij alle meermensen plotseling vegetarisch waren geworden ofzo. "Ik zou het knap vinden als ze geen muffins lusten," giechelde ze. "Maar laten we eerst de vis proberen." Ze had zo een vaag vermoeden dat ze daar iets meer kans mee hadden en dan konden ze zelf de muffins opeten! Het meisje graaide in de picknickmand, greep er een vis uit en smeet deze enthousiast in het water.

 

Er gebeurde niks, behalve dat de vis begon af te zinken naar de bodem. "Oh," mompelde ze teleurgesteld, terwijl de vis langzaam verdween. "Misschien had ik hem vast moeten maken."  Daar had ze in haar enthousiasme even niet over nagedacht. Gelukkig hadden ze nog andere vissen en muffins en aardbeientaartjes, Valentina's favoriet. "Hebben we iets van een hengel?" 

 

Voorzichtig begon ze de boot te doorzoeken. Voorzichtig, want het wiebelde nogal als je bewoog en hoewel het water er prachtig, glanzend uitzag op deze mooie zomerdag bleef Valentina toch liever op het droge. "Nee, nog nooit eigenlijk," antwoordde ze met lichtroze wangen. Nee was eigenlijk standaard Valentina's antwoord op elke vraag die ging over of ze al wel eens iets had gedaan. Soms loog ze er wel eens over tegen mensen, omdat ze het wel een beetje beschamend vond. Iedereen leek in zijn leven al zoveel te hebben meegemaakt en te hebben gedaan. Maar tegen Boreas hoefde ze niet te liegen, want Boreas was haar beste vriend en tegen je beste vrienden kon je alles vertellen. "Maar soms nam mijn vader me wel eens mee naar de haven in Dublin en dan gingen we naar de boten kijken en vertelden we verhalen over waar we allemaal heen zouden gaan." Maar ze konden niet echt gaan natuurlijk. 

 

"Jouw familie reist veel toch?" Dat was zo cool. Ze zou echt moeten vragen aan haar ouders of ze eens langs mocht komen in de zomer, heel misschien als haar moeder in een goede bui was mocht het wel. 

Edited by Valentina Callahan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Boreas keek eens goed om zich heen, op zoek naar de hengel die Valentina gevraagd had. Hij had er zelf eigenlijk niet over nagedacht, om een hengel mee te nemen, maar nu ze het zei, zag hij er het nut wel van in. Kijk, Valentina was altijd zo slim! Boreas… Goh, hij vond zichzelf niet per se dom, maar hij viel eerder in de creatieve categorie dan de bollenbozensoort, en dan nog… Zijn enthousiasme maakte veel goed, zijn onbezonnen ogen en wijzende vingers naar alles wat zijn aandacht ook maar kon vangen.

 

En dat was vaak dezelfde persoon, heel vaak eigenlijk, maar als het je beste vriendin was, was dat niet zo erg.

 

Hij keek naar zijn toverstok, aandachtig, en met de weinige magische kennis die hij bezat, dacht hij niet dat hij het zou kunnen veranderen in een hengel, maar hij kon wel een touwtje tevoorschijn toveren en aan zijn toverstok knopen. ‘Hier! Een hengel,’ zei hij, enigszins trots op zijn creatie. Het was geen heel grote hengel, maar ah, dat was nooit één van de criteria geweest, toch?

 

‘Ja, wij reizen veel!’ antwoordde hij, enigszins trots. Hij wist dat zijn familie niet conventioneel was en soms, soms merkte hij wel dat hij een hele hoop ervaringen gemist had. Dat het niet hebben van een honkvaste familie inhield dat er dingen waren die je gewoon niet kon voelen, geen vrienden uit de kindertijd, geen verhalen over dorpen en magie verbergen voor de grote, boze dreuzelwereld, geen vaste speelterreinen die hij op zijn duimpje kende, geen kans om op een bepaalde plek te staan en met elke diepe ademzucht te weten dat hij nu echt thuis was. Hij had het circus, een ander beeld van thuis, dat wel, en dat was eigenlijk altijd genoeg geweest. Op Zweinstein voelde hij zich soms wat onrustig, het was vreemd om zo ineens lang ergens te zijn, maar het zorgde ook voor het vreemdsoortige gevoel dat hij veel gemist had waarvan hij eerder het bestaan niet had gekend. ‘Waar wilde je dan zoal naartoe gaan?’ vroeg hij nieuwsgierig. ‘Misschien gaan wij daar ook naartoe in de vakantie en dan kan je wel mee!’

 

Vast wel.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Nu kon ieder normaal mens misschien bedenken dat het niet slim was om te gaan hengelen met een toverstok, zeker als je nog aan het leren was om die voorgenoemde toverstok goed te gebruiken, maar uiteraard kwam dat soort logica voor geen enkel moment in Valentina's hoofd op. Ze was alleen maar ontzettend enthousiast dat Boreas zo ongelofelijk inventief was. "Wat slim!" complimenteerde ze hem en dankbaar nam ze de geïmproviseerde hengel van hem aan, zodat ze er, bij wijze van experiment, een stuk muffin aan vast kon binden. Ondertussen luisterde ze aandacht naar alles wat Boreas te vertellen had. Meestal maakte het niet uit wat er uit zijn mond kwam, het was eigenlijk altijd wel interessant. 

 

"Oh, ik weet niet," sprak ze verlegen. Ze wist het heus wel, maar ze was bang dat haar antwoord misschien stom of saai zou klinken. Straks noemde ze een plek waar Boreas al honderd keer was geweest en dan vond hij het helemaal niet zo bijzonder. Vlug probeerde ze wat te bedenken. "Ik wil wel eens naar Rome, om het Colosseum te zien." Nieuwsgierig peilde ze zijn reactie op haar antwoorden vanuit haar ooghoek. "Of naar China, om de draken te zien waar ik over gelezen heb. Maar dat is heel ver weg." Daar kwam ze vast nooit en daar ging Boreas vast ook niet naar op vakantie.

 

Met een boogje slingerde ze de muffin het water in. "Zou ik echt mee kunnen op vakantie denk je? Vinden je ouders dat wel goed?" Valentina kon het zich bijna niet voorstellen. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Hij glimlachte breed naar Valentina bij het compliment - Valentina! vond! hem! slim! — en besloot dat de blos op zijn wangen vast niet opviel. Nah, vast niet. Hij was ros; zijn hoofd was vaker wel dan niet een tomaat en Valentina had er nog nooit rot over gedaan, dus nu zou ook wel niet. Maar nu ja, op zich zei dat niet zoveel. Valentina deed nooit rot, dat kon ze vast gewoon niet, want Valentina was gewoon altijd lief en aardig en avontuurlijk genoeg om zijn doorsnee plannen slim te vinden en het uit te proberen. En als hij heel eerlijk was, had hij vroeger vast wel een keer een prinses verzonnen die precies zo was wier naam hij niet meer zou weten (maar die nu op geheel toevallige wijze Valentina was gaan heten in zijn hoofd), maar hij deed graag alsof dat niets zei. Alsof ooit verzonnen droombeelden die nu bewaarheid schenen te zijn gewoon… stom toeval waren.

 

En dat was het ook, niet dan? Alleen maar stom, stom, stom toeval, of hij nu nooit aan haar kon denken zonder het woord stom te vergeten, alsof elk slecht woord niet kon bestaan in dezelfde wereld als Valentina Callahan, of niet. Puh.

 

‘Ik ben nog nooit in China geweest,’ zei hij, heel even naar Valentina kijkend terwijl ze bezig was en zodra hij dacht dat ze het merkte snel naar de geïmproviseerde hengel, ‘maar wel in Rome! Rome is echt heel leuk, daar móét je echt geraken. Zouden je ouders je ernaartoe meenemen? Anders gaan wij wel gewoon!’ Op de een of andere manier. Hoe moeilijk kon het zijn? Hij hoorde om de haverklap van mensen die weer eens naar een ander land waren weggehuppeld. ‘Oh, vast wel.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Anders leer ik je gewoon een circustrucje en zeggen we dat je een nieuwe artiest bent. Dat geloven ze wel.’ Wist hij veel dat artiesten werden aangenomen en niet gewoon geadopteerd zodra ze verschenen. ‘Je zou er vast goed in zijn!’

Share this post


Link to post
Share on other sites

Zie, Boreas was ook nog nooit in China geweest! Dat liet Valentina een beetje beter voelen. Wie weet konden ze op een dag wel samen China ontdekken. Er was niets mooiers dan iets voor het eerst zien en het was vast nog leuker om die ervaring dan met iemand te kunnen delen. "Mijn vader zou me misschien wel mee willen nemen als ik het lief zou vragen," antwoordde ze nadenken, starend naar de muffin die langzaam uit elkaar aan het vallen was in het water. Hm, misschien waren muffins toch niet zo'n geschikt aas. "Hij reist wel eens voor zijn werk. Hij verbouwt bomen voor bezems en toverstokhout en hij is altijd op zoek naar iets nieuws en betere combinaties. Mijn tante maakt van het hout weer toverstokken, ze heeft de mijne ook gemaakt." Trots liet ze haar toverstok even aan Boreas zien. "Maar mijn moeder vindt het vast geen goed idee, dus dan zou hij het uiteindelijk toch niet doen." Een teleurgestelde zucht ontsnapte over Valentina's lippen. Ze had geleerd om haar moeders grillen steeds meer te accepteren, maar er waren nou eenmaal momenten dat ze het toch wel heel jammer vond. 

 

Maar hé, als haar ouders haar niet mee wilden nemen naar Rome, wilde Boreas het wel doen. Valentina lachte. Zijn woorden klonken meer als een fantasie dan iets waarvan ze geloofde dat het echt kon gebeuren. Dat zijn ouders wel bereid waren om haar mee te nemen betekende niet dat haar ouders haar zouden laten gaan. Maar het was wel leuk om over na te denken. "Dan moeten we maar snel beginnen met oefenen," giechelde ze opgewonden. Valentina had over het algemeen iets minder vertrouwen in haar eigen kunnen dan Boreas en trucjes klonk toch wel als iets moeilijks, maar hij maakte haar wel nieuwsgierig. "Wat zou je me leren?" 

 

Ondertussen wierp ze een kritische blik in het water. "Ik geloof niet dat Meermensen van muffins houden." Kon ook liggen aan het feit dat de muffin ondertussen was opgesplitst in meerdere zompige stukken. Het zag er niet heel smakelijk uit. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Dat Meermensen niet van muffins hielden, was best stom. Deels omdat Boreas die muffin dan zelf graag had willen opeten (voor ze die in het water hadden laten zakken, had die er best smakelijk uitgezien), deels omdat hij die Meermensen echt heel graag wilde zien. Waarom kwamen ze niet? Ja, oké, misschien waren ze weleens komen loeren en had hij dat puur toevallig niet gezien – met Boreas’ aandachtspanne kon dat echt nog wel – maar hij wilde zo graag aan het avondeten aan al zijn vrienden kunnen vertellen dat hij ze echt had gezien. Hoe cool zou dat niet zijn? Maar goed, dat ging dus niet met muffins gebeuren. Hij viste zijn toverstok-hengel uit het water en keek enigszins vies naar de restanten van de muffin, die hij eraf schudde voor hij nadenkend naar de mand keek. ‘Wat zullen we nu proberen?’ vroeg hij, waarna hij weer het beste idee van de eeuw had: ‘Hebben we nog een andere muffin? Dan kunnen we die zelf eten!’

 

Hij had echt zin in muffins, oké.

 

‘Wel stom van je moeder, hoor,’ reageerde hij nog op haar eerdere verhaal. Wat voor ouder wilde nu niet dat hun kind allemaal avonturen meemaakte? Zijn ouders waren daar altijd een beetje laks in geweest, hadden alles wel prima gevonden, zeker nu zijn oudere broer het grootste werk al had opgeknapt, dus hij kon zich echt niet voorstellen dat hij meer zou moeten doen dan gewoon zo nu en dan zijn gezicht laten zien om aan te geven dat hij nog in leven was. Klonk als heel veel werk. ‘Je vader klinkt echt leuk – waarom zou je niet mogen gaan als hij erbij is?’ Hallo, dat was al één volwassene erbij! Méér dan genoeg. ‘Misschien moet je jezelf in zijn koffer verstoppen,’ opperde hij. Er moest toch íéts werken?

 

Wat wilde hij haar leren? Zoveel, er viel zoveel te leren – Boreas was geen getalenteerde leraar, maar hij kon wel zijn eigen oefeningen uit de kast halen en haar dezelfde proberen te geven, dat prille begin weer bovenhalend. ‘Met mijn zus leren we dieren trucjes aan!’ Nu ja, hun konijn, maar dat konijn hield zich alweer even op in Huffelpuf. Misschien moest hij eens een co-ouderschapsregeling uitwerken met zijn zusje. ‘Maar zelf ben ik acrobaat! Wil je acrobaat zijn? Wel leuk, hoor. Ik vind het moeilijk om hier te oefenen, want de turnzaal is vaak bezet en zo, maar soms lukt het wel!’

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Ja, er is nog een muffin!" Eentje maar. Ze had van de meeste dingen twee ingepakt, er van uitgaand dat dat wel genoeg zou zijn en zodat ze zoveel mogelijk konden uitproberen. Maar ze had dan ook niet bedacht dat een deel van het eten op zou gaan aan Meermensen, die trouwens niet eens zo vriendelijk waren om het op te komen halen. Valentina keek even bedenkelijk naar de muffin die ze uit de picknickmand had gevist (het enige wat ze leek te kunnen vangen) en stak hem toen naar Boreas uit. "Jij mag hem wel hebben. Tenzij je hem wil delen." Maar dat hoefde niet hoor, als hij niet wilde. Er waren nog genoeg andere lekkere dingen. "Misschien lusten ze wel toast," dacht ze hardop na, maar daar kwam Valentina eigenlijk meteen op terug toen ze bedacht dat toast ook niet zo goed tegen water kon. "Oh of chocolade!" Dat smolt niet van water.

 

"Mijn moeder is altijd al zo geweest," vertelde ze Boreas. "Ze bedoelt het goed." Maakte het niet minder vervelend natuurlijk. "Maar soms overdrijft ze wel een beetje. Ze wilde eerst ook niet dat ik naar Zweinstein ging en dat zou toch wel jammer zijn geweest, want dan had ik jou nooit leren kennen." Het roodharige meisje glimlachte warm. Ja, vrienden waren prioriteit boven lessen, want Valentina wist heus wel dat er ook zoiets bestond als thuisscholing. Had ze ook genoeg van gehad vroeger. Ze zou verdrietiger zijn om het gemis van al haar vrienden. "Ik weet het niet, ze vind het dan nog te spannend denk ik." Soms vroeg Valentina zich wel eens af waarom haar moeder dan niet gewoon mee ging, maar ook dat zat er niet altijd in. "Ze is gewoon niet zo dapper denk ik."

 

Valentina giechelde. "Misschien moet ik me maar in jouw koffer verstoppen. In je hutkoffer ofzo, als we terug gaan naar huis." Wie weet waar ze dan terecht zou komen? Ze zou het niet echt doen hoor, ze wilde haar ouders niet meteen gerust maken door aan het begin van de zomervakantie meteen niet op te komen dagen. Dat was niet aardig. 

 

Of ze acrobaat wilde zijn? "Ja hoor!" Dat klonk best leuk. Leuker dan niks kunnen. Zelf had Valentina nooit echt een cool trucje geleerd van wie dan ook. "Laten we dat een keertje gaan oefenen." En zo geschiedde, in een later topic. "Hoeveel broertjes en zusjes heb je eigenlijk?" 

 

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Boreas wilde heel graag de muffin en dus nam hij het gebakje blij aan. Een flinke jongen in de groei moest goed eten, dat excuus dat zijn moeder alleen maar gebruikte als ze vond dat hij dringend groentjes en alles moest gaan eten en dat hijzelf alleen maar gebruikte om aan te geven dat hij toch echt elke zoetigheid tot zich nemen moest. Straks stopte hij nu al met groeien! Nu was hij nog wat langer dan Valentina, maar straks groeide zij meer dan hij en dan zat hij er ook weer mee. Nee, kon echt niet. Hij uitte nog een bedankje, voor hij zich geconcentreerd op de etenswaren richtte. ‘Misschien eten Meermensen van die vieze dingen! Als ze onder water leven, zijn ze vast een beetje gek, denk je niet?’ Hij rommelde wat door de picknickmand. ‘Zullen we augurken uitproberen?’

 

Interessante picknickmand, dat wel.

 

‘Dat kan wel…’ antwoordde Boreas. Zíjn ouders waren niet zo, maar het was niet zo heel raar dat bange mensen ook kinderen kregen. Zelf dacht hij er niet zo over na, maar nu ja, moeders konden altijd goed bezorgd zijn en als het niet ging over dat hij zogezegd niet elke weddenschap moest aangaan, kon het vast wel gaan over waar je zoal naartoe ging! Zijn ouders kenden waarschijnlijk eenvoudigweg veel meer van reizen. ‘Gelukkig ben jij niet zo! Straks had je in… weet ik veel, Zwadderich gezeten en moest ik eieren naar je gooien in plaats van bevriend met je zijn!’ Nee, interfacultaire vriendschappen bestond niet. Pft, het idee alleen al.

 

‘Drie! Ik heb één oudere zus, Orielle, maar die is ook niet zo dapper eigenlijk. Reist niet zo graag en zo. Nog een oudere broer, Ef, en dan Cordelia, die ken je wel. Jij hebt er geen, hè? Dat kan ik me helemaal niet voorstellen! Is dat niet saai?’

Share this post


Link to post
Share on other sites

Alleen maar vieze dingen? He bah. Arme Meermensen. Ook wel lichtelijk problematisch trouwens, want Valentina had haar best gedaan om alleen maar lekkere dingen mee te nemen. Nu hadden de huiselfen uit de keuken haar een beetje geholpen, dus wie weet waren er ook wel wat dingen tussen beland die ze niet lustte. Dat waren niet die augurken trouwens, die lustte Valentina best wel, maar ze hield wijselijk haar mond en knikte maar. "Ja is goed." Het was het proberen waard. "Vind je augurken echt vies?" Gaf niet hoor, maar dan wist ze dat ze die in ieder geval nooit meer tussen hun broodjes moest stoppen als ze nog eens gingen picknicken. Ze waren nu een keer op het Meer geweest, dan leek het haar ook wel leuk om eens in de buurt van het Verboden Bos te gaan picknicken. 

 

Valentina giechelde en trok een vies gezicht. Iew ja, Zwadderaars. "Nee, gelukkig niet zeg." Zwadderaars waren maar gemeen, dan had ze nooit zulke goede vrienden kunnen maken als ze nu had. En hun leerlingenkamer was zo donker, of dat had ze tenminste gehoord. Vanuit die van Griffoendor had je tenminste een mooi uitzicht. Het enige leuke aan Zwadderich was de afdelingskleur, want Valentina vond groen wel heel mooi. Rood was natuurlijk wel nog steeds beter, maar wat kon je ook verwachten van een stel roodharigen. "Ik zou mezelf niet eens aardig vinden als ik in Zwadderich zat denk ik." Griffoendor was gewoon het allerbeste. Griffoendor had Harold en Valor en Helios en Abigail en meer hadden ze toch niet nodig. 

 

Drie broertjes en zusjes, dat viel eigenlijk nog mee. Ze had wel eens van afdelingsgenootjes gehoord dat ze er wel vijf hadden, of zeven! Valentina kon zich niet eens voorstellen hoe dat in één huis paste. Had je dan wel je eigenlijk slaapkamer? Moest je dan schreeuwen als je de zout wilde en die aan de andere kant van de tafel stond? "Heet je broer echt Ef? Schrijf je dat met 1 letter?" Wie vernoemde er nou zijn kind naar de zesde letter van het alfabet. Tovenaars waren toch gekke mensen. "Nee, ik heb geen broertjes en zusjes." Valentina haalde haar schouders op en knabbelde wat op een koekje die ze uit de mand had gehaald. Van al dat praten over eten had ze honger gekregen. "Mijn ouders kunnen niet meer kinderen krijgen." Voor haar ouders een heel ding, voor Valentina niet veel meer dan een feit waar ze mee was opgegroeid en dus had ze ook nooit echt de hoop op broertjes of zusjes gehad. "Mijn vader zei altijd dat het een wonder is dat ik besta." Maar tada, hier was ze dan!

 

Op dat moment verdween de dobber plotseling onder water. "Oh kijk!" riep Valentina, plotseling afgeleid en ze leunde wat gevaarlijk over de rand van de boot om te kijken of ze wat kon zien in het water. Misschien had Boreas dan toch gelijk gehad. "Zou het een Meermens zijn? Ik zie het niet!" 

 

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

‘Natuurlijk! Augurken zijn vreselijk!’ antwoordde Boreas met enig gevoel voor dramatiek. Blegh, augurken. Wie vond die dingen nu lekker? Ze smaakten zo… augurkachtig. Iedereen wist toch dat augurkachtig synoniem was voor “alles wat slecht is op de wereld”?! Goed, Valentina misschien niet, maar zolang de Meermensen het er maar mee eens waren en dat geweldig vonden, was het allemaal prima. Hij tuurde nogmaals in het troebele water van het meer, maar het scheen echt geen groot succes te worden vandaag. Jammer. Maar niet zodanig dat hij alweer terug naar binnen wilde.

 

‘Denk je dat de Zwadderaars zichzelf wel aardig vinden?’ vroeg hij, terwijl hij zijn onderzoekende blik de picknickmand inwaarts richtte. Wat aten Meermensen in vredesnaam? Misschien hadden ze liever spruitjes… Of misschien moesten ze eens sla proberen, wat hij tussen de broodjes uit viste en naast de augurken hing. Sla leek wel wat op algen, niet? Misschien vonden ze alleen dingen lekker die leken op wat ze dag in dag uit zagen en Boreas kon zich nu niet meteen indenken wat er zoal op een muffin leek onder water. ‘Ze pesten echt iedereen!’ Wat de stoere griffoendors natuurlijk moesten zien te voorkomen, zo werkte de wereld en zo zou die altijd werken.

 

‘Zijn naam is eigenlijk Efstathios,’ antwoordde hij, ‘maar dat is superlang, dus we noemen hem Ef. Efstathios is voor als we boos op hem zijn!’ Boreas was zelden boos op Ef, al was het maar omdat hij hem nu bijna niet meer zag en Ef en hij gewoon redelijk veel in leeftijd scheelden, maar ach, het was goed om achter de hand te houden. Hij lachte, echter, bij het idee. ‘Stel je voor dat iemands naam gewoon een letter is! Dan ben jij V, en ik B.’ Jammer genoeg werkte dat nog prima, B & V, maar gelukkig was Boreas niet bezwaard door het gelijknamige duo en kon hij eenvoudigweg om het idee lachen. ‘Dan heb je wel heel luie ouders.’ Dat laatste woord maakte hij echter niet meer af, want Valentina zag een Meermens! Of niet. Enthousiast keek Boreas in de richting die ze aanwees, iets dichter en toen nog wat dichter…

 

Plons! Prompt kapseisde de boot.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now

Sign in to follow this  

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×