Jump to content
Happiness Morgenstern

[1837/1838] Back Home

Recommended Posts

Zondag 18 juni 1837 - 's middags - net buiten de ijssalon

 

Happiness was dol op alle soorten zoete eten, eerlijk waar, maar ijsjes waren toch wel één van haar favoriete dingen ooit, samen met champagne. Ooh, was er champagne-ijs? Nu had ze net de ijssalon verlaten, dus was het te laat om te vragen of er champagne-ijs was, maar ze was zo erg afgeleid dat ze al half omgedraaid was, waardoor ze plotseling tegen iets opbotste en haar ijsje zo oeps in iemands schoot landde.

 

"Oh nee!" riep Happiness klagelijk uit, en ze moest eerlijk gezegd wel een klein beetje huilen, want nu was haar ijsje verpest! Kon ze wel zo vragen of er champagne-ijs was. En nu pas herinnerde ze zich dat het ijsje iemand anders had geraakt, een jongen die in een rolstoel zat. Ja, hij kon er vast een ijsje bij gebruiken. "Het spijt me, meneer," zei ze triest. "Zal ik wat servetjes voor u halen? Ik eh..." Ze ging maar niet zelf wrijven, dank je wel. "Ik weet geen toverspreuk om ijs er zonder vlekken uit te krijgen, denk ik." 

 


 

Voor @Noah Leadley

Share this post


Link to post
Share on other sites

Als je in een rolstoel zat, was je eigenlijk per definitie een doelwit voor de verstrooide mensen van de maatschappij. Daar was Noah al wel even geleden achtergekomen, maar telkens het opnieuw gebeurde, was hij weer verbaasd en al helemaal nu hij plots een paar bollen ijs op zijn schoot kreeg. En ja, dat was helemaal niet leuk, had echt niet gehoeven eigenlijk, maar het was nu gebeurd en Noah was niet het type om er al te boos om te worden en dus schudde hij vriendelijk zijn hoofd en zei hij: ‘Niet erg, hoor. Is alleen maar een beetje koud.’ Haha.

 

‘Zou daar echt geen spreuk voor zijn?’ vroeg hij zich luidop af. Je zou denken van wel, toch… Op Zweinstein leerde hij constant van die veel te specifieke spreuken, hij kon zich niet voorstellen dat er nooit een tovenaar was geweest met ijs op zijn broek die geen zin had gehad om het op dreuzelse wijze op te lossen. Daar waren tovenaars veel te lui voor. ‘Vlekken maken niet zoveel uit, toch?’

 

Ja, wat, vlekken deden niemand kwaad.

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Nou, ik weet zeker dat er wel spreuken voor zijn," gaf Happiness toe, met een lichte blos op haar gezicht, "maar ik weet ze niet..." Ze was niet zo huishoudelijk ingesteld, moest ze toegeven, omdat ze altijd bedienden had gehad die dat soort dingen voor haar deden. En nog steeds, Zachary moest maar nooit verwachten dat ze voor hem ging koken of schoonmaken of zijn sokken zou stoppen, want wat zou dat een ramp worden. "Jij weet ze toevallig ook niet?" smeekte ze een beetje, maar toch haastte ze zich even snel naar binnen om wat servetjes op te halen en vervolgens weer naar buiten.

 

"Nee, op zich niet," gaf Nessie toe, kleding was ook maar kleding... maar toch was het een beetje stom als je de rest van de dag rond moest lopen met een vlek. "Ik denk dat we een beetje in de weg staan... moet ik je naar de zijkant rollen?" Ze gebaarde een beetje nutteloos naar zijn rolstoel, want eh... ja, rolstoelen? 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Noah schudde zijn hoofd toen ze vroeg of hij ze kende (hij had ze misschien wel geleerd op school, maar… tjaaaa, hier komt de bekentenis die iedereen ziet aankomen dat Noah eigenlijk helemaal niet zo’n ster is in schoolse dingen onthouden), maar hij nam wel heel beleefd de servetjes aan om de vlek een beetje te deppen.

 

‘Oh, dat!’ Hij rolde zichzelf wat naar de zijkant. Hij vond hulp altijd wel tof en zo, maar als hij het zelfstandig afkon, hoefde het niet. Je weet wel. Behulpzame hulp was leuk; nutteloze hulp was gewoon… nutteloos. ‘Zit jij eigenlijk ook op Zweinstein?’ vroeg hij nieuwsgierig. ‘Of niet? Ik denk niet dat ik je daar al gezien heb…’ Maar! Ze zag er wel uit alsof ze de leeftijd ervoor had, dus? ‘Of ben je net zoals Emily?’ Ja, ze kende vast Emily als hij zomaar even een normale naam in het gesprek gooide. ‘Zij zit ook niet op Zweinstein, namelijk, maar ik weet niet zo goed waarom. Het is niet zo dat ze het niet  ~kan~ of zo. Ik zou het eens moeten vragen…’ Ja, misschien wel. ‘Ik ben Noah trouwens!’

Share this post


Link to post
Share on other sites

Oh, gelukkig, hij kon zelf aan de kant rollen, dus Happiness trippelde opgelucht achter hem aan, want zijn rolstoel leek wel een beetje ingewikkeld, hoor, straks zat er een rem op of zoiets en welke van de knopjes moest ze dan in vredesnaam indrukken om de rem eraf te halen en waren dat wel knopjes of gewoon schroeven? En ze was onhandig, dus misschien dat ze het ding zelfs gesloopt, terwijl hij hem nog nodig had.

 

"Nee, ik zit niet op Zweinstein," gaf ze toe. Was ze nooit naar geweest, zelfs. Ze had het wel eens gezien, vanaf een afstandje, maar dat was ook alles. "Wie is Emily?" Ze kende helemaal geen Emily, dus ze zou moeilijk kunnen zeggen dat ze 'net als' Emily was. "Er zijn vast duizenden redenen waarom mensen niet naar Zweinstein gaan," gaf ze een beetje zwakjes op. "Mijn tante wilde graag dat ik thuis les kreeg." Omdat ze bang was dat Nessie anders zou verdrinken, oeps. "Aangenaam, Noah!" Ze glimlachte liefjes naar hem en boog haar hoofd even. Een echte knik zou ze hem niet geven, want dat kon hij niet terug doen. Dus. "Ik ben Happiness Morgenstern, maar je mag me wel Nessie noemen, hoor." 

 

Deden heel veel mensen, want Happiness was zo'n mond vol. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

‘Emily Waterford!’ En Emily was leuk en aardig en ja, hoor, zo ontzettend lang kende hij haar nog niet, maar het voelde wel zo, eerlijk gezegd. En daarmee hand in hand kwam dat hij vond dat Emily iedereens vriendin zou kunnen zijn en dan bij deze ook die van Nessie. Want. Dat vond hij een goed idee. Ze mochten elkaar vast. ‘Kennen jullie elkaar niet?’

 

Gek. Noah had ergens gedacht dat iedereen die niet op Zweinstein zat elkaar kende. Maar zo zag je maar weer.

 

‘Is het leuk om thuis les te krijgen?’ vroeg hij nieuwsgierig. Hij kon zich helemaal niet voorstellen hoe dat was. ‘Ben je dan niet constant alleen?’ Alleen zijn was saai.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ja, eh, Emily Waterford zei haar op dit moment ook nog weinig, dus glimlachte Happiness een beetje moeilijk en schudde ze haar hoofd. "Nee, denk ik niet... maar ik ken niet zoveel mensen, hoor." Ze had geen idee of Emily iemand was die ze hoorde te kennen, blijkbaar wel, maar waarvan? En waarom? En hoe? Nee, dat zei de jongeman er allemaal niet bij en eerlijk gezegd was dat best wel wat verwarrend.

 

"Ehm, het is wel oké." Nessie haalde een beetje ongemakkelijk haar schouders op. "Ja, op zich wel alleen..." Vooral nu haar tante dood was. Er kwam een brok in haar keel te zitten die ze moeilijk weg kreeg. "Heb je veel vrienden op Zweinstein?" vroeg ze, in de hoop een beetje van gespreksonderwerp te kunnen wisselen. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

‘Hoezo niet?’ vroeg Noah benieuwd. Wat was veel mensen kennen? Hij kende overal wel iemand, maar hij wist nooit of dat veel mensen kennen was. Hij sprak mensen gewoon graag, leerde snel namen en dan huppelde hij weer weg (nu ja, rolde) en vergat hij ze niet en ta-daaaaa, dan kende hij plots weer iemand. ‘Is het eigenlijk niet saai om niet veel mensen te kennen?’ Ja, wat. Noah kon zich niet voorstellen hoe het was om jezelf bezig te houden, oké.

 

‘Oh, ja, ik heb heel leuke vrienden,’ zei hij enthousiast. ‘En er is Blanche, maar Blanche vindt me niet zo leuk, maar ik vind haar wel leuk. Telt dat als vriendschap?’ Ze deed alvast niet alsof ze hem haatte. ‘Zal ik je aan ze voorstellen? Je mag ze vast!’

 

Niet dat hij wist waar ze nu allemaal zaten. Maar hoe moeilijk kon het zijn om er één te vinden?

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Gewoon niet," zei Nessie, een beetje afwijzend, terwijl ze haar schouders ophaalde, want ze had echt geen zin om aan een wildvreemde uit te moeten leggen dat haar tante haar de eerste zeventien jaar van haar leven binnen hield en toen dood neer viel, op Nessie's bruiloft nog wel! Dat hoefden vreemden toch niet te weten? Er waren vast genoeg mensen die wel van haar af wisten, in de juiste kringen, maar ze dacht niet dat Noah tot die kringen behoorde, daarvoor leek zijn rolstoel toch iets te gammel en zijn kleding toch niet net genoeg. "Ehm... ja, een beetje."

 

Ehm... Blanche? "Geen idee," zei Nessie, met een lichte blos. "Ik denk het niet, als ze jou niet mag... Vriendschap is dat beide mensen elkaar mochten, toch?" Ze kon zich niet eens voorstellen dat je iemand mag die jou niet mocht... Was dat niet duidelijk? "Of vind je haar leuk leuk?" Nieuwsgierigheid fonkelde in haar ogen, want romantiek was zo prachtig, daar wilde ze alleen maar meer over horen! 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Noahs wangen kleurden rood, lichtjes. Blanche was anders dan Olivia geweest was, Agatha, al wist hij niet zo goed waarom. Ze vond hem niet leuk, wilde hem niet in de buurt zoals zij hadden gedaan, ze trok een vies gezicht als zijn lippen per ongeluk die van haar raakten door een foutje in de bibliotheek, ze keek hem afwijzend aan en zei soms nare dingen zonder dat hij goed wist waarom, maar er waren ook momenten dat ze naar hem glimlachte en dan… Dan was alles goed. Hij kreeg het nooit voor elkaar om weg te kijken, dan, net alsof hij, ergens, bang was om ook maar een seconde van het moment te missen, maar tegelijkertijd kon hij dat ook niet zo erg vinden. Omdat het het waard was. Zeg maar.

 

‘Ik denk het wel,’ gaf hij maar toe. Hij had het kunnen ontkennen, op zich, maar hij was daar nooit goed in. Plus, misschien kon Nessie hem wel helpen. Haar naam was Happiness – ze wist vast heel goed hoe ze dat moest bereiken. ‘Maar ik denk niet dat zij mij leuk-leuk vindt.’ Want ze vond hem niet eens gewóón leuk. Dan werd het vast niet meer dan dat. En toch… Nieuwsgierig keek hij haar aan. ‘Wat vinden meisjes eigenlijk… leuk?’ Ja, sorry, hoor, hij wist het niet, want anders had Blanche hem wel leuk gevonden.

 

En had Agatha niet iemand anders gekust.

 

Misschien moest hij eens vragen wie dat precies was geweest… Die jongen wist het vast beter dan hij.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Aaah, hij dacht van wel! Enthousiast klapte Nessie haar handen in elkaar, ze sprong nog net niet op en neer als een kleuter die zonet een prachtige nieuwe pop had gekregen, maar dat enthousiasme verdween direct toen Noah vermeldde dat Blanche hem niet leuk-leuk vond. "Aww," zei ze zachtjes en ze trok meelevend haar gezicht in een... meelevende blik. Dat werkt, toch? 

 

"Goh, wat vinden meisjes eigenlijk leuk..." Wat vond zij leuk? "Kleine cadeautjes, denk ik? Bloemen, bloemen werken altijd goed! En chocolaatjes." Oh, die bonbons konden soms zo zalig zijn, vooral bonbons met fruit erin waren haar favoriet. Eigenlijk jammer dat er bijna altijd iets anders in zat. Waarom begreep niemand hoe fantastisch chocolade en fruit werkten als combinatie? "En als je ze veel aandacht geeft!" En dansen, Nessie vond dansen leuk, maar dat wist ze keurig binnen te houden, hoor.

 

"Wat voor meisje is Blanche?" vroeg ze nieuwsgierig. "Wat is haar grootste hobby?" 

Share this post


Link to post
Share on other sites

‘Bloemen… Ja, dat kan ik wel doen, denk ik!’ zei hij, iets enthousiaster bij het vooruitzicht dat meisjes volgens Happiness bloemen altijd leuk vonden en dat bloemen kopen wel iets doenbaars was. Chocolade was zo dúúr. Maar misschien was dat ook het punt, misschien moest hij bewijzen dat hij dat kon of zo voor Blanche hem een blik waardig keuren zou (had je nog het punt dat hij dat helemaal niet kon bewijzen, want uh, hij had dat geld simpelweg niet) en misschien vond zij hem daarom gewoon niet leuk. Dat kon.

 

‘Blanche is…’ Hoe legde hij het wezen Blanche uit? ‘Ze is één van de populairste meisjes op Zweinstein,’ zei hij, maar bij het simpelste beginnend. ‘Iedereen vindt haar leuk en zo en ze wil heel graag overal goed in zijn en ze lacht altijd heel mooi als ze haar doel bereikt.’ Ambitieus, het type dat de wereld in haar achterzak wilde hebben en dat door dat eenvoudigweg te willen al half had – en hij bewonderde dat, echt waar, maar het meest van al vond hij het gewoon… mooi. Haar zo zien gaan. Wensen dat hij mee mocht gaan als ze wegging om alles te doen waar ze op kon komen. ‘Ze ziet me niet echt staan, geloof ik.’ Of wel, of wel, maar dan wilde ze hem gewoon niet zien. Heel cliché allemaal. Hij haalde zijn schouders op. ‘Ben jij eens verliefd geweest?’

Share this post


Link to post
Share on other sites

Hoera, ze hielp! Happiness glimlachte enthousiast naar Noah, ze werd er altijd zo gelukkig van als ze andere mensen kon helpen, omdat ze dan altijd zo vrolijk waren. Vrolijke mensen waren het leukste en als het aan Nessie lag, maakte ze de hele wereld vrolijk! 

 

"Ooh," knikte ze, terwijl ze naar Noah's verhaal luisterde, maar op zich... Als Blanche echt zo populair was en iedereen dol op haar was, zou ze dan ooit gaan voor een jongen zoals Noah? Er was niets mis met Noah, hoor! (Behalve dat zijn benen het niet deden...) En het was echt een romantisch verhaal, maar niet zo één met een snel en makkelijk happy end. Maar was het juist niet dat dat het zoveel romantischer maakte? 

 

"Ik ben verloofd," knikte ze, alsof dat het antwoord was op haar vraag. Maar Zachary was knap en slim en best wel aardig, dus dat was genoeg, toch? "Maar dan moet je veel lieve dingen voor haar doen, denk ik, zodat ze je ziet staan! Hoe vaak praat je met haar?" 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now


  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×