Jump to content
Asylynn Squigly Murdar

[1836/1837] Riddikulusly falling for you

Recommended Posts

4 mei- 09.12

 

Haastig rende Asylynn de trappen op. Zweetdruppeltjes liepen over haar hoofd en haar gehijg zorgde ervoor dat haar keel begon te branden.

Ze had zich extreem verslapen en was onderweg naar Verweer tegen de Zwarte Kunsten. Het feit dat die zich bevonden op de vijfde verdieping en zij vanuit de kerkers moest komen, was zacht uitgedrukt.. enorm frustrerend.

 

Asylynn haar buik knorde een beetje, want door de haast had ze ook het ontbijt moeten overslaan. Nouja, die waren ze momenteel al aan het afruimen. Dat wordt dus groot lunchen.

Het rennen, vliegen, springen, vallen, opstaan en weer doorgaan was uitputtend, maar ze had nog wat trappen te gaan. 

Het feit dat de trappen niet weten wat zij graag wilt, is weer een ander verhaal. Want terwijl Asylynn bijna bij de juist gang van de vijfde verdieping was, besloot de trap een andere richting op te gaan. hET Was gelukkig wel op de vijfde verdieping, maar nu moest Asylynn uitzoeken hoe ze bij het lokaal kwam. Om nu namelijk weer de trap de andere kant op te nemen, was voor haar geen optie. Te moeilijk en omslachtig.

 

Dus vol goede moed (en een beetje angst) liep Asylynn de onbekende gang door. Ze had geen idee waar ze nou precies was of welke kant ze op moest, maar ze volgde gewoon haar intuïtie, want die was vast wel goed genoeg om te weten waar het lokaal is. De deuren in de gang werden langzaamaan iets vertrouwder en het leek wel op de gang van Verweer tegen de Zwarte Kunsten. Ze had het gevonden!  Vrolijk duwde ze de deur open, waarvan ze dacht dat het de goede was.

 

"Huh?" Was het enige wat haar mond verliet toen ze zag dat het lokaal zo goed als leeg was, er stond alleen een of andere kast. Nieuwsgierig stapte ze naar binnen. Het was best donker hier...

Ondanks dat schraapte ze haar moed bij elkaar en liep richting de kast. Het was een mooie kast, eentje die wel met wat vakmanschap gemaakt was. Zal er wat in zitten? Voorzichtig trok ze de deur open en werd achteruit geblazen door een kleine windvlaag. Ja, die had ze niet aan zien komen. Ze wreef even door haar ogen en keek de kast in. "Oh, hij is leeg." mompelde ze. Een beetje teleurgesteld draaide ze haarzelf om, maar gelijk stapte ze 2 stappen naar achter. Ze keek recht in de ogen van haar moeder! 

 

"Mama.." haar stem begon langzaam te trillen. Hoe kon dit nou weer? Haar moeder is dood, naar de hemel, met het witte licht mee, of hoe je het ook wilt noemen. Haar "moeder" opende haar mond en stak haar armen naar Asylynn uit. Het leek alsof er woorden uit haar mond zouden komen, maar het enige wat er gebeurde was dat er bloed uit haar mond begon te stromen en niet veel later uit haar neus, haar oren en zelf tranen van bloed. Geschokt stapte Asylynn nog verder naar achter en viel direct de kast in. "Nee.. Nee, niet alweer! Mama!" Alsof er een kraan werd aangezet, begon Asylynn te huilen, terwijl ze haarzelf omhoog duwde om in de kast te zitten. Haar "Moeder"lag ondertussen op de grond in een plasje van haar eigen bloed en had last van stuiptrekkingen. 

 

Harde snikken verlieten Asylynn haar mond en alsof ze verder verlamd was, bleef ze op haar plek zitten. Haar ogen gefocust op haar sterfende moeder... alwéér. 

 

 

 

(OOC: privé met Sonjaaaa <3)

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Met grote stappen snelde Dorian door de gangen wegens een klein beetje tijdnood om vanuit de Leerlingenkamer van Griffoendor naar Dreuzelkunde te gaan. Na zijn ontbijt was hij even in zijn hutkoffer gedoken om de lesmaterialen van de komende dag te pakken. Het boek van Verweer dat hij daarbij tegenkwam, had ervoor gezorgd dat hij in gedachten verzonken was geweest. De dagdroom ging over hoe het zou zijn om onder een Imperiusvloek gebukt te gaan, en of hij dan echt niet in staat zou zijn om weerstand te bieden tegen die vloek. Dat was serieuze denkmaterie geweest, waardoor hij in slow motion zijn spullen had gepakt en zich pas later realiseerde, toen hij alle andere Griffoendors uit zijn zicht had zien verdwijnen, dat hij aan de late kant was. Zelfs de gangen waren leeg en het enige geluid dat hij hoorde, was afkomstig van zijn leren schoenen en het geritsel van zijn schoolgewaad.

 

Totdat hij gesnik hoorde.

 

Abrupt hield Dorian zijn pas in en luisterde waar het geluid vandaan kwam. Verdriet weerkaatste tegen de stenen muren en metalen harnassen. Op het eerste gehoor leken de echo's overal vandaan te komen, totdat hij de openstaande deur van een ongebruikt lokaal ontdekte en hij als reddende ridder zijn hoofd naar binnen stak.

 

"Aaah!" riep hij geschokt bij het zien van een vrouw die op de grond in een plas bloed lag. Hij was geneigd om naar het slachtoffer toe te lopen om eerste hulp te gaan verlenen, daarna de ziekenzaal te gaan waarschuwen, of naar de kerkers te rennen om in het toverdrankenlokaal vier liter Elixer van Essenkruid uit de rekken te halen. Echter, in de enkele seconde dat hij van schrik aan de grond genageld stond, herkende hij de kast.

Die kast, het was al meer dan een maand geleden dat hij die les had gehad, bevatte een Boeman. Maar nu niet meer. Nu zat er een meisje in die kast te snikken.

 

Enerzijds was het een opluchting. Er was niemand serieus gewond, zeker ook niet door het toedoen van het snikkende meisje, en een Boeman was een redelijk eenvoudig wezen om in controle te krijgen. Anderzijds was de enige confrontatie die hij tot nu toe met een Boeman had gehad, onder de begeleiding van een professor geweest, wat hem een klein beetje onzeker maakte. Bovendien was het meisje in de kast gaan zitten, juist op de plek waar de Boeman weer opgesloten diende te worden, dus de werkwijze werd: meisje eruit, Boeman erin.

 

In een grote boog schuifelde hij zijwaarts om de Boeman heen in de hoop dat het geval hem niet op zou merken. Dat lukte heel aardig.

Zijn intentie was om het meisje te verzoeken om ergens anders te gaan zitten huilen, zodat hij haar van dienst kon zijn door die Boeman op te ruimen, maar toen hij haar eenmaal goed en wel zag, kreeg hij de woorden niet over zijn lippen. Eventjes stond hij daar, sprakeloos, te denken wat hij nu moest doen en besloot zijn hart te volgen.

Hij ging naast haar zitten en legde zijn hand op de hare. Met een flauw, maar bemoedigend glimlachje toonde hij zijn goede bedoelingen en merkte terloops op dat hij zijn stropdas te strak had geknoopt vandaag. Hij kreeg althans geen lucht.

"Het is een Boeman," legde hij zachtjes uit, en begreep dat haar verdriet veel dieper zat dan hij ooit zou kunnen bevatten. Misschien was het wel te veel om te kunnen troosten.

Edited by Dorian Palagon

Share this post


Link to post
Share on other sites

De plotse aanraking van de onbekende jongen liet Asylynn schrikken, maar aan de andere kant was het een opluchting. Ze is niet meer alleen bij deze kwelling. 

Een beetje verdwaasd keek ze op en zag het bemoedigende glimlachje wazig. De tranen die nog in haar ogen zaten, maakte het niet makkelijk om te zien. 

"Het is een Boeman." Oh man, een boeman? Dat is derdejaars stof, daar wist Asylynn nog niet de juiste oplossing voor. Ze heeft er wel dingen over gelezen (als de kleine nerd die ze soms is) en ze weet dondersgoed dat hij momenteel haar grootste angst weergaf.

 

Het grootste probleem was dat Asylynn niet wist hoe ze moest reageren op de plots verschenen onbekende jongen. Maar zonder er echt bij na te denken, pakte ze hem vast en legde haar hoofd op zijn schouder, terwijl ze nog zachtjes doorsnikte. De warmte die van zijn lichaam af kwam, voelde troostend aan. Het feit dat er momenteel iemand  was om vast te houden.. Het was een heerlijk gevoel. Ze sloot haar ogen en probeerde haar ademhaling onder controle te krijgen, maar het was lastig. Elke keer wanneer ze haar ogen een beetje opende, zag ze de boeman en werd ze herinnerd aan die ene avond. De laatste avond dat ze haar moeder zag. 

Ze greep de onbekende jongen steviger vast en dwong haarzelf om rustig te worden. 

 

Toen haar ademhaling langzaam kalmeerde bekeek ze de onbekende jongen wat beter. Ja, ze wist nu zeker: Die kent ze niet. Want als ze hem eerder zou hebben ontmoet, dan was ze dat niet vergeten. Een beetje twijfelachtig ging ze gewoon naast hem zitten en rustte haar hoofd op zijn schouder. "Ik heb nog niet les gehad over de boeman." zei ze zachtjes met een trillende stem. "Altublieft, laat hem verdwijnen." Haar stem klonk smekend, dit tafereel had lang genoeg geduurd. De kwelling moet ten einde komen. 

 

Enkel was ze even vergeten dat ze in de kast zaten, waar de boeman weer in zal gaan. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Spijbelen deed Dorian nooit, maar vandaag kon Dreuzelkunde wachten. Het meisje legde haar hoofd op zijn schouder en ze snikte vrijuit, alsof ze hem al jaren kende en hem al haar geheimen toevertrouwde. Zacht en knuffelbaar klampte ze zich stevig aan hem vast zoals nog nooit iemand had gedaan bij hem. Dorian voelde zich steeds warmer worden, vooral nu hij de tijd nam om te bedenken wat hij moest doen. Natuurlijk moest die Boeman weg, maar eerst moest hij haar een zakdoekje aanbieden voor haar tranen, maar dat had hij natuurlijk niet bij zich. Zou hij anders een aai over haar haren geven? Zou dat helpen? Zou ze het fijn vinden als hij dat deed?

 

Haar stem haalde hem uit zijn gedachten. Ze zei dat ze nog geen les over Boemannen had gehad en smeekte hem met een beleefd alstublieft om hem te laten verdwijnen. Onzeker legde hij zijn hand op haar haren en leidde haar gezichtje van de Boeman af, naar hem toe.

“Je moet er niet naar kijken," zei hij bijna fluisterend. "Hou je ogen dicht of kijk naar mij, of naar het plafond als dat interessanter is, maar niet naar je grootste angst want die Boeman geniet van jouw tranen.”

Nu zag hij haar ogen, de spiegels van haar ziel, vervuld van leed en nat als de oneindigende lenteregen die bloesems van bomen spoelde. Hij had haar op een zonniger moment willen ontmoeten, al voelde het vreemd genoeg vertrouwd om dit meisje recht in haar ogen te kijken. Het liet zijn hart sneller kloppen.

 

Als hij haar redder in nood zou zijn, zou ze hem hopelijk aardig gaan vinden, ook al was hij geen held; niet stoer en ook niet bijster sterk. Hij wilde haar alleen maar beschermen en dicht bij zich houden. Die kast was te knus om er een Boeman in op te sluiten en hij speelde dan ook met de gedachte om gewoon te blijven zitten met haar en de kastdeuren dicht te doen, maar God wist wat er dan gebeuren zou met dat wezen in die bloederige plas op de grond.

“Om een Boeman de baas te kunnen worden, moeten we aan iets lachwekkends denken,” zei hij serieus, maar liet haar een glimlach zien ten teken dat hij dat heus wel kon. “Dus, eh…” Een beetje onbeholpen haalde hij zijn schouders op. “Wat is het meest bespottelijke dat ooit op jouw netvlies is gekomen? Iets belachelijks, waardoor je heel hard moest lachen."

Share this post


Link to post
Share on other sites

Zoals opgelegd bleef Asylynn naar de jongen kijken. Het feit dat een boeman geniet van haar tranen liet haar eventjes huiveren. Om haarzelf ondertussen een beetje af te leiden, inspecteerde ze ,door haar tranen heen, het gezicht van de jongen. Zijn haren waren een beetje warrig, alsof hij haast had vanochtend. Zijn neus was een beetje lang, maar niet groot. 

Toen haar ogen de zijne ontmoette, voelde het alsof de tijd heel even stil stond. Ze deden haar denken aan een bewolkte dag, zo'n dag waarbij je bij de haard gaat zitten in de leerlingenkamers en een boek gaat lezen. Naar haar mening was dit dan ook het beste weer. Zijn ogen keken haar bemoedigend aan en het gaf haar dan ook een beetje moed, zelfs een beetje hoop. 

 

Er verscheen een kleine glimlach op haar gezicht, waarna ze enkele tranen van haar gezicht wreef. Het voelde fijn om tegen deze onbekende aan te hangen en aangemoedigd te worden. Waarom, dat wist ze niet. Dat ze het zal missen als ze gered zal zijn en hij weer verdwijnt, dat wist ze zeker. 

Met een serieuze toon en een glimlach op zijn gezicht gaf hij haar de instructie om aan  iets grappigs te denken. Je zou denken dat zoiets makkelijk is, maar op een moment als deze, was dat het moeilijkste om te doen. 

 

Toen hij haar vroeg wat het meest bespottelijke was dat ze ooit had gezien, begon ze hard na te denken. "Euhm..." 

Veschillende leuke gebeurtenissen gingen door haar hoofd heen. Een keer wanneer haar vader met zijn hoofd in een taart viel, omdat een van haar zusjes haar knikkers op de grond had laten liggen. Een keer wanneer haar moeder en zij een wedstrijdje 'gekke gezichten trekken' deden. Maar er was geen moment grappigger dan wanneer haar kat, Piggy voor het eerste sneeuw zag als een kitten. 

 

Asylynn zuchtte kort en begon te vertellen: "Een jaar of twee geleden was mijn kat, Piggy, nog een kitten. Hij is geboren in november dus had wel al de herfst meegemaakt, maar wist nog niks af van de winter. Een paar maanden later, werd het vreselijk koud en begon het te sneeuwen. Mijn zusjes en ik vonden het natuurlijk prachtig. Maar er was niemand die het zo prachtig vond als Piggy. Ze sprong vrolijk in de sneeuw heen en weer, begon te rollen en vrolijk te miauwen. Het leukste was wanneer ze echt in een grote hoop sprong en er helemaal inzakte. Het is namelijk een witte langhaar, dus we waren hem heel even kwijt. Totdat hij weer vrolijk door begon te springen." 

Ze snakte even naar adem. Ze vertelde het verhaal redelijk snel en kreeg er ook een wat grotere glimlach van. Het was een van de leukste momenten van de afgelopen paar jaar. Verwachtingsvol keek ze de onbekende jongen aan. Ze vroeg zich voornamelijk af of hij het kan inbeelden en hij het ook grappig vindt.  Het staren in zijn ogen maakte haar een beetje warm van binnen en zorgde er voor dat er een kleine blos ontstond op haar gezicht. "Het was fantastisch." fluisterde ze. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Dorian grinnikte, want hij vond het al grappig dat ze haar hersenen zo pijnigen moest, op zoek naar het zotste wat ze had meegemaakt. Het gezichtje dat ze erbij trok was schattig. Hard lachen moest hij om het feit dat haar kat Piggy heette, en daarmee was het verhaal van het meisje nog niet ten einde. Een kleine witte kat in de sneeuw; ja, dat was goed materiaal voor het wegtoveren van een Boeman. Als hij daar sterk genoeg aan dacht strakjes, zou het makkelijk zijn om de Boeman weg te toveren. De vorige keer tijdens de les was het hem ook gelukt. Verweer was dan ook een van zijn betere vakken.

 

Met ietwat rode wangen zei ze dat het fantastisch was. Wat zou hij graag nog uren naar haar kijken. Haar kattenverhaal was ook zo knuffelbaar als het meisje zelf en het was dat ze al naast hem zat, tegen hem aan, want als ze ook maar een enkele centimeter van hem af zou schuiven, zou hij die ruimte weer op willen vullen.

"Leuk," zei hij zachtjes, en wist eigenlijk niet meer waar hij precies op doelde: haar kat, haar blosjes, haar stem, haar ogen, haar blonde haren… "Ehm, ik ga nu proberen om die Boeman weg te krijgen."

Zijn hele lichaam schreeuwde NEE, want dan moest hij opstaan en dat zou betekenen dat hij niet meer gezellig naast haar zou zitten. Tegelijkertijd wilde hij laten zien dat hij een man was, of in ieder geval mans genoeg voor een degelijke bezwering.

"Als ik straks naar die Boeman loop, verandert hij van vorm. Let daar maar niet te erg op, want mijn angsten zijn nogal… stom. Daarna moet ik hem dus kleineren en als hij op zijn kleinst is, stop ik hem terug in deze kast.”

Het was maar beter om uit te leggen wat hij ging doen, want hij wilde niet dat het mis zou gaan.

“Jij - eh - Hoe heet je eigenlijk? - moet dus ergens - eh -” Dichtbij me blijven, dacht hij, maar durfde dat niet te zeggen. “Ergens anders gaan staan of zitten, tenzij je samen met een Boeman in een kast opgesloten wil worden, maar ik denk niet dat je zo zelfdestructief bent.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Asylynn gaf de jongen een korte knik. Het was een goed moment om ervoor te zorgen dat de boeman weg ging. Als ze zelf wist hoe en wat, had ze graag geholpen.

Toen hij zei dat zijn angsten stom waren, schudde ze haar hoofd. "Geen enkele angst is stom, elk perspectief is anders. Mijn tweede grootste angst zijn poppen." Ze haalde na die zin kort haar schouders op.

Oh kak! Ze had nog helemaal niet verteld hoe ze heet. Nouja, om eerlijk te zijn was er ook echt geen goed moment voor geweest. "Asylynn en jij..?" antwoordde ze zacht, waarna ze opstond.

Want ze was zeker niet zelfdestructief! Ze vond het al erg genoeg om in een lokaal te zijn met een boeman, stel je voor samen in de kast. "Ik zal in de deuropening staan. Dan weet je dat ik er ook voor jou ben, terwijl je je angst in de ogen kijkt." Ze aarzelde heel even, maar gaf hem toch een knuffel. "Dankjewel, je bent echt heel dapper." 

 

Zachtjes tippelde ze naar de deuropening. Ze deed heel erg haar best om niet te kijken naar de boeman, maar het was heel lastig. Het moment dat ze er voorbij liep, had ze het gevoel dat het naar haar toe ging. Maar dapper zette ze door. Als hij zo dapper is, dan is dit het minste wat ze kon doen.

 

Het voelde net alsof ze in een hoofdstuk van een boek was beland, waarin het meisje de jongen van haar dromen ontmoette. Het was dus heel erg vreemd. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Asylynn, wat een mooie naam,” zei hij, en stond ook op, waarna hij zich bedacht dat het galant geweest zou zijn als hij haar zijn hand had aangereikt om op te staan, maar ze was hem gewoonweg voor geweest. “Ik heet Dorian.”

Pas nu bleek hoe daadkrachtig ze was; in plaats van het zielige hoopje dat hij had aangetroffen, bleek ze nu ook goed besluitvaardig te zijn en het mooiste was dat ze er voor hem wilde zijn zodra hij zijn grootste angst in de ogen keek.

Daar zou iedere jongen toch knikkende knieën van krijgen, of was hij de enige? Haar armen sloten zich heel even om hem heen in een knuffel die wat hem betrof langer had mogen duren. Het werd gewoonweg koud toen ze afstand nam.

Met zijn toverstaf in zijn hand keek hij haar na, met een zenuwachtige lach en het gevoel plankenkoorts te hebben voor de kleine show in magie die hij weg ging geven.

“Niet schrikken, hoor. Het is niet echt, moet je maar denken.” Hopelijk vluchtte ze niet gillend het lokaal uit, want haar tweede grote angst waren poppen, en dit zou er veel te veel van weg hebben.

 

Vastbesloten stapte hij op de Boeman af, en zag de bloederige plas opdrogen, de vrouw die daar voor bijna dood had gelegen richtte zich op, werd nog een meter of twee groter dan ze al was en had geen gezicht, maar enkel deuken daar waar haar ogen hoorden te zitten. Ze bewoog met zwaaiende armen waarvan de handen geen vingers hadden. Ze was als een pop, of eigenlijk als een mens zonder ziel en karakter, en ze droeg een enorme witte bruidsjurk, een lange witte sluier en dure sieraden. Als het ding geluid had kunnen maken, wat zonder mond nogal moeilijk was, zou ze tegen hem geroepen hebben dat zij zijn bruid was.

Dorian slikte. Zijn angst om een onbekende vrouw te trouwen was sinds de vorige ontmoeting met een Boeman zo ongeveer verdubbeld.

Hij wilde naar Asylynn omkijken om te zien of ze zich sterk hield, maar zijn ogen van de Boeman afhalen was op dit moment het slechtste wat hij kon doen.

“Asylynn! Je katje Piggy,” riep hij, “in de sneeuw!”

Hij richtte zijn toverstok, dacht aan dat lieve, grappige verhaaltje, en zei dwingend: “Riddikulus!”

De bruidsjurk viel als een dik pak sneeuw op de grond. De bruid zelf was nu harig, de kat was een beetje mislukt, maar een harige bruid was het toppunt van humor. Met haar handen en voeten testte ze de sneeuw op koud-en-natheid en begon er niet veel later doorheen te rollen en ze gooide sneeuwballen in de lucht om ze vervolgens met haar voorhoofd kapot te koppen.

Dorian lachte; wat een show! Met een volgende zwiep van zijn toverkast en het uitspreken van een Banspreuk toverde hij zowel de sneeuw als de Boeman in de kast.

 

Daarna draaide hij zich naar de deur, terwijl hij zoiets als: “Zo, dat was dat,” mompelde.

 

“Gaat het een beetje, Asylynn?” Zelf had hij er nog steeds de kriebels van. Bah, stom wezen. Als hij er ooit thuis eentje tegen zou komen, zou hij hem in een kist toveren en die naar de bodem van de zee laten zakken.  

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Bemoedigend keek Asylynn vanuit de deuropening naar Dorian. Het feit dat hij haar hielp door zijn grootste angst in de ogen te kijken, liet haar lichtelijk zwijmelen. Haar ogen volgde elke beweging. Van het moment dat Dorian naar zijn angst keek, tot het moment dat de boeman terug in de kast werd gezogen. Het was een heel spektakel. Het mooiste was dan natuurlijk het stuk waarbij de vrouw veranderde in een soortvan Piggy en in sneeuw begon te rollen. Ook vond ze het heerlijk klinken hoe haar naam over zijn tong rolde, terwijl hij dacht aan haar verhaal.

 

Maar toch..Toch vroeg Asylynn zich heel erg af waarom een bruid de grootste angst is van Dorian. Een bruid is prachtig en een trouwerij is een van de mooiste dingen. In iedergeval in Asylynn haar belevenis. Trouwen is iets wat je doet als je extreem veel van elkaar houd en weet dat je bij elkaar blijft tot de dood jullie scheidt. Zo ging het ook bij haar ouders en zo zou zij het ook ooit graag willen.. 

 

Toen Dorian naar haar draaide en vroeg hoe het ging, kreeg Asylynn een grijns op haar mond en rende zijn kant op. Ze sloot haar armen nog een keer rond hem heen en herhaalde zes keer het woord "Dankjewel!" Haar ogen prikten nog een beetje van het zout wat er uit de tranen van eerder was blijven hangen en ze voelde zich zwak in haar knieen. Ze wilde niet al teveel tegen hem aanleunen, maar de kracht in haar lichaam werd een beetje minder, waardoor ze een klein beetje aan Dorian begon te hangen. "Het gaat prima, hoe gaat het met jou? Je zag er wel uit alsof je een knuffel kon gebruiken en nogmaals dankje en je bent een held." Haar woorden begonnen rustig, maar na een paar secondes begon ze te ratelen, zoals ze altijd doet. 

 

"Wat nu eigenlijk.. Ik bedoel, we hebben beide een groot gedeelte van onze lessen gemist, maar ik wil ook niet een en al spijbelen of iets dergelijks." Een beetje zenuwachtig beet ze op haar lip. Dit gaat waarschijnlijk punten kosten voor huffelpuf...

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Het herhaaldelijk uitspreken van haar dank was nog niets vergeleken bij wat ze bij hem teweegbracht. Haar armen om hem heen, haar lichaam bijna volledig tegen het zijne gedrukt, ze werkten als chocolade na een confrontatie met een Dementor (ook al kwamen die wezens pas na de zomervakantie aan bod bij Verweer) en verhoogden de temperatuur van zijn wild kolkende bloed.

Dat was hoe hij zich van binnen voelde, en het was prettig en hij zou er wel honderd Boemannen voor in een kast willen toveren als dat nodig zou zijn.

Van buiten kon hij het enthousiasme niet helemaal voor zich houden en hij zou ook niet willen dat hij koelbloedig op haar over zou komen. Hij beantwoordde haar omhelzing hartelijk, met een glimlach, en hij liet zijn handen over haar rug glijden. Dat ze tegen hem aan stond vond hij zo vertederend, net als haar woordenwatervalletje waarin ze hem prees terwijl hij, naar eigen inzicht beoordeeld, niets bijzonders had gedaan. Ze liet hem lachen toen ze zei dat hij een held was.

 

Zijn gedachten namen ondertussen een loopje met hem. Had zij de pop-bruid ook eng gevonden? Zou ze nu denken dat hij aan bindingsangst leed? Ze vroeg er gelukkig niet naar, hoewel hij de behoefte had om zich nader te verklaren. Tegelijkertijd durfde hij haar niet zomaar de ongevraagd waarheid te vertellen omdat hij dacht dat het de afstand tussen hen zou vergroten en dat wilde hij niet. Hij liet het maar even. Beter genoot hij van dit moment, en van haar haren die langs zijn gezicht streken en haar nog ietwat vochtige ogen die hem zo mooi aankeken.

 

Ze vroeg wat ze nu moesten doen, wat hem weer vaste grond onder zijn voeten liet voelen. Zoëven had hij nog gedacht dat hij zweefde.

"Het is voor mij ook de eerste keer dat ik een les mis," gaf hij toe, en haalde opgelaten een hand door zijn warrige haren. "Mijn vader was er boos over dat ik geen Klassenoudste werd dit jaar, maar het kon me eigenlijk niet veel schelen. Nu zie ik wel in dat het handig geweest zou zijn; dan had ik je zonder enige consequenties naar je les gebracht."

Hij keek haar lang aan en verweefde zijn vingers met de hare. Net als zij, beet hij op zijn lip, maar dan met een prettig gevoel in zijn buik dat hem zacht en een klein beetje verlegen liet grinniken. In haar blik zocht hij erkenning, maar wist dat hij verbaal beter uit de verf kwam dan dat hij woordeloos trachtte te communiceren.  

"Ik zou graag nog even bij je zijn," fluisterde hij.

Edited by Dorian Palagon

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now


  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×