Jump to content
Sign in to follow this  
Ayden March

[1836/1837] Spinning Wheels

Recommended Posts

Soms, of eigenlijk vaker dan Ayden wilde, waren er dingen die hij, ook al deed hij heus zijn best, niet begreep. Eén van die dingen was dat zijn klasgenoot Noah zomaar ineens aan een rolstoel gekluisterd zat en daarbij verklaarde dat hij niet meer kon stappen.

Sta op en loop!’ had Ayden nog geroepen, maar bij Jezus was het effect toch groter geweest, want Noah bleef, heel on-Noah-achtig, zitten. Nu had Ayden verwacht dat zijn klasgenoot er wel mee zou zitten, letterlijk en figuurlijk, maar dat bleek geheel niet het geval. Noahs humeur was niet aangetast, en die rolstoel was eigenlijk wel handig.

Tenminste… als je bejaard was, maar dat was Noah niet. Ayden vond dat Noah’s stoel toch minstens op één wiel over een op tien meter hoogte gespannen touw moest kunnen rijden. Of veertig kilometer per uur achteruit moest kunnen. Of dat hij met twee Transfiguratiespreuken een vliegmachine kon worden, want wat met een bezem kon, dat kon natuurlijk ook met een rolstoel. Als vliegen niet lukte, kon hij altijd nog proberen er een poolstok-hoogspringstoel van te maken.

 

“Kom, Noah, we gaan wat cools doen,” opperde Ayden terwijl hij de rolstoel een duwtje gaf, de gang in. In de Leerlingenkamer was er eenmaal te weinig ruimte om te kunnen racen.

“We gaan je stoel pimpen! Iedereen zal jaloers worden, echt waar. We zijn per slot van rekening tovenaars, die kunnen alles.” Onder zijn arm had hij zijn Bezweringenboek geklemd. Het was nu ook weer niet zo dat hij alle spreuken zomaar uit zijn hoofd wist, maar twee wisten meer dan een, dus het kwam vast allemaal goed.

 

 

OOC I: Oké, niet in de Leerlingenkamer zelf, maar op de gang...

OOC II: Privé met Margaux. <3

Share this post


Link to post
Share on other sites

Nope, tegen Noah zeggen dat hij gewoon moest opstaan en weer rond moest gaan stappen, had verbazingwekkend weinig geholpen. Hij had het geprobeerd, hoor! Echt waar. Aanvankelijk had hij niet eens willen geloven dat hij niet meer kon stappen, maar ta-da, het kwam wel vaker voor dat wat Noah hardnekkig niet geloofde nu, goh, puur toevallig, wel de realiteit was en de realiteit was koppiger dan hij ooit zou zijn. Was oké, hoor. Hij kwam er wel weer overheen, net zoals hij over alles heen geraakte, net zoals hij ook soort van over het gebrek aan beweging in zijn benen was geraakt. Was wel zo handig.

 

Maar dat dat een ding was, betekende niet dat hij het niet tof vond om alles tien keer te verbeteren – en hoe beter dan dat met hulp van Ayden March, klasgenoot en notoir situatieverbeteraar?

 

Hij grinnikte. ‘Klinkt goed!’ Natuurlijk klonk dat goed, zoveel klonk goed, en als het niet goed klonk, wilde hij het niet horen. Simpel. Noah begreep nooit waarom mensen dat soort knoppen omdraaien in hun hoofd zo lastig vonden – je maakte je eigen wereld, en als je dat niet kon, tja, dat was zijn probleem niet echt. ‘Kan ik eens in dat boek kijken?’ vroeg hij. ‘Waar denk je dat mensen jaloers van worden?’ En meteen daarna, want Noah was dan wel geen snel persoon, maar op ideeën kwam hij rapper dan hij zelf kon volgen. ‘Mijn rolstoel kan wat zweven! Maar eigenlijk helemaal niet zo hoog – zou het niet veel toffer zijn als het wel hoog kon?’

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Natuurlijk mag jij in dit boek kijken,” antwoordde Ayden, en vervolgde: “ik vond het in de bibliotheek en ik dacht: hier moet ik wat mee!”

Hij legde het boek geopend op Noahs benen, per ongeluk geopend op de bladzijde waar ‘Snelheidsspreuken voor Slakachtige Spullen’ stond.

“Snelheid, daar maak je mensen jaloers mee,” lachte Ayden. “Sloom zijn is suf!” En een ander dingetje, namelijk het zweven, was ook echt een aandachtspunt. De bezwering die momenteel de stoel kon laten zweven, was meer een spreuk zoals ‘Locomotor rolstoel’, waarmee Noah dan wel een trap op kon, maar altijd als de allerlaatste Huffelpuf in de Astronomietoren zou zijn.

 

“In dit boek staan ook de spreuken waarmee je je eigen tovenaarsvervoermiddel kan maken; de Vliegvlugbezweringen. Staat bijna achterin, kijk maar even.”

Hoeveel uren het had gekost om dit boek in de bibliotheek te vinden, vertelde hij niet aan Noah. Het was het waard geweest, bij voorbaat al, want Ayden had medelijden met Noah, maar wilde dat eigenlijk niet laten merken omdat dat veel te depressief was naar zijn zin. Het was gewoon vreselijk, die rolstoel, en al die mensen die voorovergebogen met Noah spraken. Het was alsof daarmee de gelijkheid (die toch vaak al ver te zoeken was op Zweinstein) was weggevaagd. Een beetje alsof men het tegen een kleuter had.

“Weet je - je zou eigenlijk ook ruimte moeten hebben voor een passagier,” vond Ayden. Alleen was ook maar alleen, en als Noah straks de blits zou maken, zouden er twee meisjes tegelijk met hem willen rollen. Dat werd nog geinig!

Met de punt van zijn toverstaf wees hij naar de alinea: ‘Zweefspreuk voor Zware Zaken’. “Zullen we daar dan beginnen? Al ik je rechterwiel betover en jij het linker, moet het lukken, toch?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Braafjes bladerde Noah naar de bezweringen waar Ayden het zoal over had gehad. Noah… was niet de meest getalenteerde tovenaar ooit – wel heel getalenteerd in dat eigenlijk niet als zodanig op te merken, eerlijk gezegd, zichzelf op de één of andere manier altijd tot de middenmoot rekenend, dat of goed, want je was alleen maar slecht als je niet wilde leren of zoiets, een gedachte die hij nooit echt dacht, maar die wel ergens in hem rondzweefde – en die spreuken zagen eruit alsof hij ze een aantal keer zou moeten proberen vooraleer het gewenste resultaat eruit zou komen huppelen, maar hé, ze waren met twee. Kwam wel goed. Alles kwam goed als je niet alleen was, iets in die aard.

 

Of nu ja, Noah vond sowieso dat alles goed kwam als hij er gewoon niet meer naar keek, dus wie weet hoe relevant die filosofie precies was.

 

Hield Noah zich niet mee bezig, hoor. Denken was saai.

 

‘Oké, dus sneller zijn, hoger kunnen en iemand extra erop,’ vatte hij samen, enthousiast om het idee en enthousiast om de veranderingen die zijn weg op kwamen. ‘Ja, dat lukt vast wel!’ Hij draaide zich wat, zodat hij naar zijn linkerwiel kijken kon en na wat spreukwerk kon hij alweer ietsje hoger zweven, wat op zich een goede uitkomst was, ware het niet zo dat hij, uh, best wel scheef hing. Hij wist niet zo goed wat zijn eerste reactie hierop moest zijn, maar hij lachte, al was het maar omdat het er in zijn hoofd heel grappig uitzag en met een beetje luchtacrobatiek draaide hij zichzelf naar Ayden. ‘Is het één te hoog of het ander te laag?’ informeerde hij, net alsof het uitmaakte, en daarna draaide hij een rondje rond de kamer, meer omdat hij daar zin in had dan omdat hij dacht dat dat echt veel zou helpen.

 

Vroemvroem en zo.

 

‘Wat is het volgende dat we gaan proberen?’

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Misschien helpt het als we de horizon verticaliseren,” lachte Ayden toen de stoel op één wiel in de lucht leek te balanceren. “Het is echt al beter dan eerst. Je bent wendbaarder.” Dat was echt zo, vond hij, al liet hij zich graag misleiden door gezichtsbedrog. De bochten die Noah maakte, leken korter, al zag het er niet naar uit dat het comfortabel zat in zo’n scheve stoel. Ayden maakte zich er geen zorgen om; het was een rolstoel, dus geen luie zetel voor bij het haardvuur.

 

“Het volgende…” Met enkele vlugge stappen was Ayden de rolstoel ingehaald en greep de leuning aan zijn hoogste zijde, waardoor de rolstoel als een bootje op de golven op en neer dobberde. Daarna greep hij het boek van Noahs schoot. Ayden was geen leidinggevend persoon, al dreef hij soms zijn zin door om saaiheid te verdrijven, maar een behoorlijk overleg was in zijn ogen altijd fatsoenlijk.

“Wat denk je van snelheid?” vroeg hij. Hij had de bladzijde met de juiste (tenminste, dat dacht hij) spreuken gevonden en bekeek nauwkeurig de plaatjes waarop de toverstokbewegingen stonden aangegeven. Met zijn eigen stok probeerde hij de beweging, die nog redelijk moeilijk was omdat hij vanuit de pols moest komen, te imiteren. Nogmaals  kijkend in het boek, op zoek naar de spreuk, bleef hij ondertussen de toverstokbeweging oefenen.

 

Quantocitis? Hoe spreek je dat uit? dacht hij, maar op dat moment schoot er al een kleine gele straal uit zijn hyperactieve stok, die de rugleuning van de stoel raakte.

“Hè?” riep Ayden uit. “Ik deed nog niks, echt!” De stoel echter had de spreuk maar al te goed begrepen en na een onzachte aanloop jakkerde het ding - met Noah - op bezemsnelheid de gang uit.

“Noah, waaaacht!” riep Ayden, die hem zo snel als hij maar kon achterna rende. “NooOAAAH! STOP!”  

Share this post


Link to post
Share on other sites

Was Ayden zeker dat hij niets gedaan had? Noah vloog ervandoor en het was dat hij uit een zekere reflex zich goed vastgehouden had, anders was hij er vast uitgedonderd, zo scheef hangend. Hoewel. Hij wist eigenlijk niet zo goed of deze rolstoel ook alweer zoiets had waardoor je er niet uit kon vallen – dat, eh, hadden ze hem vast ooit uitgelegd, maar hij wist het niet meer, had ook niet echt geluisterd, indertijd, net iets te zeer bezig met het algehele concept dat hij niet echt meer kon stappen en dat hij zich wilde kunnen voortbewegen, wat boeiden de details hem nu weer – en eigenlijk maakte het ook niet uit, want hij bleef er netjes inzitten en probeerde de rem te vinden.

 

En die vond hij! Uiteindelijk. Met een schok kwam hij halt, en toen maakte het plots wel uit of hij eruit kon vallen, want dat kon blijkbaar en toen bevond hij zich weer op de grond. Goh. Nog altijd kil, die ondergrond, zo bleek. Had hij echt heel graag zo willen ontdekken. Hij wreef over een zere plek op zijn hoofd en keek naar zijn rolstoel die boven hem een toertje rond de eigen as draaide.

 

‘Kan jij daaraan?’ vroeg hij, hoopvol, aan Ayden.

 

Want hij kon dat zeg maar niet. En dat was nogal lastig. Je weet wel.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Kennelijk had Ayden iets heel erg fout gedaan. Natuurlijk had hij die straal gezien, minuscuul als een flakkerend kaarsvlammetje, maar het was nog lang niet de bedoeling geweest dat hij toveren zou. Gelukkig wist Noah te remmen, maar de val die hij maakte liet Aydens botten kraken alleen al door het te zien.

"Sorry, sorry, sorry!" riep hij buiten adem. Het was best een eindje geweest om te moeten rennen, vooral bij het paniekerig volgen van het slachtoffer van zijn onoplettendheid. Hij viel op zijn knieën bij Noah neer, die er nu echt heel erg hulpbehoevend uitzag, en hij wist dat geen enkele jongeman die situatie zou waarderen. Voordat er nog meer excuses zouden volgen, was het belangrijkste nu dat fouten hersteld werden.

 

"Heb je jezelf pijn gedaan?" Stomme vraag. Die klap was best hard geweest, dat ging allemaal niet zonder pijn. Dat wist iedereen.

Noah wreef over zijn hoofd en wees naar zijn stoel, die braafjes ondersteboven in de lucht bleef draaien. Of hij erbij kon. Ayden glimlachte.

"Heb je een hoge pijngrens of ben je gewoon geen zeur?" Hij vond het stoer dat Noah niet op de grond lag te kermen. "Bikkeltje," lachte hij toen hij naar de stoel reikte.

De stoel echter, weigerde naar beneden te komen. Ayden sjorde aan een wiel, zijn andere hand greep de rugleuning, maar hoe hij ook sjorde, de stoel bleef in de lucht.

"Handig om als kapstok te gebruiken, maar..." Zo onderhand sleepten zijn tenen over de vloer, in dezelfde cirkels als de stoel.

 

"Probeer eens een Finite ofzo?"

Share this post


Link to post
Share on other sites

Noah grinnikte. ‘Gewoon niet de eerste keer dat dit gebeurt.’ Hij trok even een schaapachtig gezicht. ‘Je zou denken dat ik er eens aan denk om mezelf in die stoel te houden, maar neeee.’ Nu ja, “zou denken”, Noah bedacht zich dit soort dingen alleen maar als hij er weer eens gerold was en dan nog versprong zijn brein makkelijk naar het volgende, dus eh. Wat daar ook weer van terecht kwam, bleef nog in het midden. Maar dat was niet erg, echt, want Noah had effectief een hoge pijngrens en kwam overal snel overheen (of hij dacht er in elk geval niet al te lang bij na en dat was zo hard hetzelfde, echt waar, hij had nooit ergens last van, uhu, zo werkten die dingen) en bijgevolg keek hij alweer omhoog, naar zijn toverstok tastend.

 

Hij sprak een finite uit, precies zoals voorgesteld (zelf ideeën hebben was zo veel moeite, oké), maar hij had er eigenlijk niet zo goed bij stil gestaan dat die rolstoel, boem patat, recht naar beneden zou vallen. Stom misschien. Nu ja, “misschien” – wellicht. Maar hij kon wel grote ogen opzetten en ‘Kijk uit!’ roepen. Dat was iets, toch?

 

Als hij eraan had gekund, had hij Ayden heel heroïsch weggeduwd.

 

Maar… ja.

 

‘Gaat het?’

Share this post


Link to post
Share on other sites

Van het ene op het andere moment kreeg Noahs rolstoel een ontzettende last van zwaartekracht, terwijl Ayden er met zijn volle gewicht aan had gehangen om het ding naar beneden te krijgen. Voor een milliseconde dacht hij nog dat hij de stoel wel op kon vangen, maar dat was voordat zijn linkerhand verstrikt raakte in de spaken, het wiel precies de verkeerde kant op draaide en Ayden vlug zijn arm achterna dook voordat zijn elleboog uit de kom zou raken.

Hij was wel wat meer gewend; jongleren op de rug van een paard bijvoorbeeld. Dat was ook niet altijd goed gegaan.

 

“Het is een Monsterlijke Monsterstoel!” riep hij. “En het heeft mijn vingers! En- en- en...”

Op zijn rug kwam Ayden tot stilstand, met de stoel op zijn buik, zijn vingers tussen de spaken, maar alles was nog heel. “En je stoel wil een liefdesrelatie met me beginnen, maar kan het niet waarderen dat ik nog maagd ben,” zei hij droogjes. “Laat nu mijn hand maar los, schat.”

Spaakje voor spaakje bevrijdde hij zijn vingers, waarvan sommigen al een beetje blauw aan begonnen te lopen.

“Maar het gaat, hoor!” riep hij Noah bemoedigend toe. In een mum van tijd stond de stoel dan ook weer op zijn wielen, zoals het hoort, en Ayden ernaast, ook zoals het hoort.

“Het is eigenlijk een goede gelegenheid, nu je er toch niet inzit, om even wat ruimte te maken voor passagiers. Eens kijken… Gewoon een Dupliceerspreuk op de zitting? Dat lijkt me wel het handigst. Wat denk jij?”

 

Ergens, diep in zijn onderbewustzijn, wist Ayden best dat Noah niet van nadenken hield, maar toch zat hij een leerjaar hoger dan Ayden, dus hij nam dan gemakshalve maar aan dat hij in dat jaar toch iets geleerd moest hebben.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Goh, ja, Noah had soortement van iets opgevangen in de afgelopen jaren, heus, maar hij was eigenlijk nooit zo ontzettend vernieuwend geweest daarin. Gewoon, een gemiddelde tovenaar die soms heel snel met dingen weg was en soms niet, hing er maar vanaf hoelang het precies duurde om dingen te doen (spreuken? Geen probleem. Toverdranken? Met meer ingrediënten dan drie? Meh) en was, eh, zoals ik zowat elke post schrijf omdat ik Gewoon Zo Innovatief En Boeiend™ ben, niet zo’n ontzettende denker in de zin dat hij de spreuk onnadenkend uitsprak toen Ayden het suggereerde en dan wel zag. Hij hield niet van abstracte zaken, van denken wat er zou kúnnen gebeuren – hij hield van dingen proberen en vandaaruit wel zien en als hij het niet kon uitvogelen, dan was er altijd wel een ander die hem op het volgende spoor kon zetten.

 

En sinds een bepaald ritueel was dat, ha, letterlijk genoeg.

 

‘Hm,’ zei hij, naar de gedupliceerde zitting kijkend. ‘Hoe denk je dat we deze er het best aan vastplakken? Gewoon ernaast of…’

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het paste Noah wel, dat eerst doen en daarna pas nadenken. Voor Ayden was het iets minder weggelegd, hij was ietsjes meer een puzzelaar, dus pakte hij de zitting en probeerde het te visualiseren.

“Zit je daar goed op de grond, trouwens?” vroeg hij tussendoor. “Anders help ik je wel weer even in je stoel.” Ayden was geen verpleger en zou ook niet weten hoe hij Noah terug in zijn rollende zetel zou moeten krijgen, maar hij nam niet de tijd om daar onzeker over te zijn. Hij wist best dat zijn armspieren Noahs gewicht wel konden dragen.

 

Schattend hield hij de gedupliceerde zitting naast de originele. Er was geen raketgeleerdheid voor nodig om te weten dat die stoel dan direct uit balans zou raken. Een optie was om de zitting nogmaals te dupliceren en aan de andere kant nog een zitting te maken, dan was het gewicht weer mooi verdeeld. Of de zitting kon aan de rugleuning, maar Ayden verwachtte dan dat de stoel zou gaan steigeren.

“Er moet gewoon een extra wiel aan,” zei hij lumineus, en lachte Noah toe. “Dit wordt echt zoooo cool, Noah! Racerolstoel met zijspan!” Daarna tikte hij met zijn toverstok tegen het wiel: “Duplicatus!” Het was niet alsof het een standaard bouwpakketje was, maar daar kwamen ze echt wel uit.

Share this post


Link to post
Share on other sites

‘Ja, hoor, gaat wel,’ antwoordde Noah vanaf de grond. Op zich vond hij het niet zo erg om hier te zitten. Hij voelde zich een beetje klein (maar hé, hij was sowieso niet de langste persoon ooit), maar dat vond hij niet zo erg en bovendien was op de vloer zitten ook weer eens iets anders dan op zijn rolstoel. Je weet wel. Verandering van spijs deed eten, zoiets, net alsof hij straks extra blij zou zijn om in een rolstoel van hot naar her te gaan omdat hij tien minuten op de grond had gezeten. Zo gingen die dingen. En als ze dat niet deden, hoefden ze daar Noah niet mee lastig te vallen, want hij zou het wel grappig vinden als het zo werkte en dus werkte het vanaf nu zo.

 

Noah was een groot fan van individueel revisionisme.

 

‘Een extra wiel?’ herhaalde hij, en hij grijnsde. Ja, hij ging écht een racerolstoel krijgen. Hij schoof zichzelf wat dichterbij, zodat hij het hele gebeuren beter kon bekijken. ‘Hoe zit die stoel hier aan dat wiel?’ vroeg hij zichzelf af, luidop, waarna hij eens naar zijn rolstoel keek en soortement van besloot dat het Op Deze Manier was en dat probeerde na te doen bij het nieuwe wiel en de tweede zitting. Kijk, dat was ook weer bij benadering. ‘Denk je dat het lager of op dezelfde hoogte als deze zit hier moet?’

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Oh, ja, handig,” mompelde Ayden toen hij zag hoe Noah de zitting bevestigde. “Behalve hier dan,” zei hij, wijzend naar het wiel, want dat werd juist bij de zitting geblokkeerd.

“Er moet hier een stang komen, en dan zit jij het hoogst en je bijrijder wat lager, zodat jij echt de hoofdbestuurder bent.”

Nauwelijk had hij het woord hoofdbestuurder over zijn lippen laten komen, toen hij enthousiast met beide handen in de lucht het volgende schitterende idee kreeg:

“Er moet natuurlijk ook een stuur op! Da’s echt veel gaver dan dat je je vingers zowat breekt tussen je spaken en je bijrijder hoeft zich dan alleen maar heel goed vast te houden aan eh…” Hij was naast Noah op de grond gaan zitten en draaide de rolstoel met drie wielen in de rondte. “Aan een beugel die we aan jouw rugleuning vastmaken. En misschien is het handig als we bij het derde wiel een soort overkapping maken, want als je je vriendin meeneemt, zou haar jurk tussen de spaken kunnen komen en vliegen jullie over de kop. Het kan natuurlijk heel romantisch zijn om samen met een gebroken nek op de ziekenzaal te liggen, maar-”

 

Hij keek Noah even blij aan, maar was plotseling niet helemaal meer zeker van wat hij allemaal blaatte.

In een vlaag van plotselinge onzekerheid vroeg hij: “Je… hébt toch een vriendin?”

Toch? Of was hij erg slecht op de hoogte?

Share this post


Link to post
Share on other sites

Uh. Ja. Daarover. ‘Agatha heeft het al maanden geleden uitgemaakt,’ vertrouwde Noah Ayden maar toe. Hij wist eigenlijk niet of iemand daarover een mededeling had moeten maken – “dames en heren, Agatha Moore en Noah Leadley zijn ter dezer dagen niet meer bijeen, iets met een ander zoenen (bijkomende informatie: De Andere Jongen™ kan wel stappen en daar pint Leadley zich iets te hard op vast, maar dat is een ander verhaal), bedankt voor uw aandacht” – maar hé, blijkbaar ging het nieuws niet zó ontzettend snel de ronde. Ergens vond hij dat wel fijn. Gewoon. Was het iets meer een ding van hen twee in plaats van de rest die het leuk vonden zich ermee te bemoeien.

 

Op zich was dat hypocriet – Noah bemoeide zich met alle liefde met alles, zag de wereld als zijn wereld, op die kinderlijke manier die hij nooit verleerd had – maar ach.

 

‘Ik denk dat de ziekenzaal het een stuk beter zou kunnen doen als datesetting,’ vervolgde hij, luchtiger, ‘iets minder pottenkijkers bijvoorbeeld, en wat minder kil licht misschien.’ Kijk! Hij was romantisch! Niet echt! Maar hé! Het kon erger! Niet dat iemand daar nu last van had! Oké, nee, het was al wel een hele tijd geleden nu en het was niet zo dat hij elke dag aan het huilen was erom, maar hé, het punt dat niemand last had van hoe hij als vriendje was, was wel waar. Niet dat dat erg was of zo. Noah vond het leuker als er van alles en nog wat Niet Erg™ was. ‘En hoe zit het bij jou?’ vroeg hij, terwijl hij Aydens instructies probeerde op te volgen en zijn racerolstoel-met-plaats-voor-een-lief-dat-er-nu-niet-was probeerde te vervolledigen.

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Oh?” Subiet liet hij los waar hij mee bezig was, want het was zo sloom om slecht op de hoogte te zijn. Misschien had hij vooral te weinig contact met de echte roddelaars, maar dan nog. Zulk soort dingen waren eenmaal niet in de krant of op het Huffelpuf-mededelingsbord te lezen. “Sorry dat ik het vroeg - echt - ik eh… Weet je, als je stoel maar cool genoeg is, heb je zo weer een nieuwe vriendin. Een lievere, zeker weten.”

Hij bedoelde het als hart onder de riem, want hij had geen flauw benul hoe lief Agatha precies was geweest.

Om Noahs opmerkingen over de ziekenzaal moest Ayden lachen.

“En je kunt er ook zo heerlijk ongestoord lepeltje-lepeltje liggen,” voegde hij er grinnikend aan toe. Zijn gedachten vonden het geinig om zulk soort dingen te visualiseren en hij zou het gezicht van die nieuwe Heler, meneer Act, wel eens willen zien als hij twee leerlingen in één bed vond. Bijgevolg was het ook leuk om te bedenken wat hij zou zeggen als hij zelf een van die twee leerlingen zou zijn, maar zijn dagdroom werd door Noah verstoord, die hem vroeg hoe het met hem zat - en dan doelde hij niet op zitten.

“Eh,” antwoordde Ayden plots onzeker. “Ik ben, net als jij, de trotse eigenaar van een vrijgezellenbestaan!” Over zijn crush op Damien ging hij echt niets zeggen want dan was hij voor de rest van zijn leven homo, en dat terwijl hij zo ontzettend veel meisjes leuk vond - o, jeetje, dat meervoud ook - en dat was allemaal niet zo stoer.

“Aan mijn lijf geen polonaise!” riep hij vrolijk. “Maar aan jouw stoel dus wel, want dat is gezellig.”

Ayden was nogal geobsedeerd door combinaties van Transfiguratie en bezweringen en dat begin reeds zijn vruchten af te werpen. Hij Dupliceerde een voetsteun en Transfigureerde die weer tot paraplu en wist die weer als kledingbeschermer rond het wiel te monteren.

“Zo ongeveer?” Nou… nee. Het wiel kon nu niet meer draaien.

Share this post


Link to post
Share on other sites
Guest
You are commenting as a guest. If you have an account, please sign in.
Reply to this topic...

×   Pasted as rich text.   Paste as plain text instead

  Only 75 emoticons maximum are allowed.

×   Your link has been automatically embedded.   Display as a link instead

×   Your previous content has been restored.   Clear editor

×   You cannot paste images directly. Upload or insert images from URL.

Loading...
Sign in to follow this  

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×