Jump to content
Damian Leigh

[1836/1837] Een verrassende ontmoeting

Recommended Posts

Als een echte hardwerkende Huffelpuf die zijn nieuwsgierigheid niet kon bedwingen, was Ayden de bibliotheek ingeslopen. De rest van de school leek buiten te zijn, en hoewel hij van de zon en van frisse lucht hield, hield hij misschien nog meer van de muffe geur van boeken. Niet dat hij echt een boekenwurm was. Eraan ruiken was in veel gevallen voldoende, tenzij hij iets wilde weten en dat was nu het geval.

Bezweringen in combinatie met Transfiguratie. Het was een dankbaar onderwerp. Juist was Ayden een nieuw gangpad ingeslagen toen hij een van zijn favoriete Ravenklauwers zag. Eentje met talent om zich in hachelijke situaties te werken: Damian Leigh. De jongen balanceerde op zijn tenen op de tweede plank van onder en strekte zich uit om een boek te kunnen pakken waar hij nog steeds niet bij kon.

Ayden bleef even stil toekijken. Het was gewoonweg te mooi om te zien. Ontspannen leunde hij met zijn schouder tegen de kast en hield een boek dat hij eerder gevonden had, tegen zijn borst geklemd.  

Damian was klein, vond Ayden. Kleiner dan de meeste Zweinsteinleerlingen. En op de een of andere wijze maakte hem dat knuffelbaar. Tijdens zijn eerste ontmoeting met Damian had Ayden nog gedacht dat hij hem (en Maia ook, trouwens) moest koesteren en die mening was in de afgelopen maanden niet veranderd. Hij zou zijn hulp aanbieden, ook al was het grappig om te zien hoe Damian van de tweede naar de derde plank wist te klimmen. Nog heel even drukte hij zijn weekhartigheid opzij om te genieten van de kleine Damien-show, maar beende uiteindelijk naar de Ravenklauw toe.

“Kan je erbij?” vroeg hij. Stomme vraag natuurlijk, maar zo eenvoudig was het nu ook weer niet om een opening te vinden in een gesprek met een jongen die altijd tegen hem stotterde. “Of zal ik je nog een plankje omhoog tillen?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het gehele klim proces ging goed, hij had dit eerder gedaan. Onder het mom van: je moet iets als je alleen door de bibliotheken struint en een boek van de hoogte plank wilt. Toen hij de derde plan bereik had en het boek kon pakken hoorde hij achter zich een stem en niet zomaar eentje. Het was die aardige huffelpuffer van het zwerkbalstadion.

Als Damian terug dacht aan dat moment werden zijn wangen weer rood. Hij schaamde zich wel een beetje dat hij zo enorm onhandig was geweest, met alles laten vallen en stotteren. Nu moest hij weer tegen Ayden praten en dat vond hij wel weer eng. Wat als Ayden hem stom vond omdat hij zo stotterde? En toen vroeg Ayden of hij erbij kon.

"Eh..j..j..ja.., Ik..ehm.. raak nu h..het b..b...b..boek aan. M..moet..eh..hem alleen.. eh.. n..nog p..p..pakken."

Je zou zeggen zo gezegd zo gedaan, maar door deze afleiding ging het dus niet allemaal volgens plan en het is natuurlijk al te verwachten... Damian pakte het boek, trok hieraan en toen viel.

..

..

Het boek, met een harde plof viel het dikke rode boek op de grond en Damian keek schuldig naar beneden en naar Ayden daarna. "oeps..." en hij moest verlegen wat lachen.

Nu het boek beneden was, moest Damian nog naar beneden klimmen. VOor elk ander zou dit zonder gevaren zijn, maar de onhandigheid van Damian kennende zou er wel iets mis gaan. Vanaf de derde plank zocht hij een plek voor zijn voet op de tweede plank. De plek waar zijn andere voet net stond kon hij gemakkelijk vinden alleen was hij vergeten ook zijn handen lager te plaatsen. Dus hing Damian aan de een na hoogste plank. Er was nog maar één optie. Loslaten. #LetItGo #LetItGo #CantHoldItBackAnymore

 

En dit is wat Damian deed. Hij liet los.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Schaamteloos stotterend verklaarde Damian dat hij er wel bij kon, en Ayden lachte zachtjes met hem mee toen het boek viel. Het geklungel vertederde hem en hij vroeg zich af of hij dat zou moeten laten blijken. Er was een vleugje hoop in hem dat Damian zich wat beter op zijn gemak zou voelen dan.

 

“Wat wilde je gaan lez- OH!” Juist bukte Ayden zich om het boek van Damian van de grond rapen, toen hij in zijn ooghoek een paar voeten van de plank zag glippen. Het boek dat hij zelf zojuist nog tegen zich aan geklemd had gehouden, belandde eveneens op de grond omdat hij beide handen nodig had om Damian te grijpen en te behoeden voor een pijnlijke val. In een seconde probeerde hij de zwaartekracht te slim af te zijn en ving hij de Ravenklauw op, maar niet zonder zelf achteruit te struikelen, tegen de volgende kast tot stilstand te komen en daarbij zijn rug te bezeren.

 

De lucht had zich uit Aydens longen geperst en hij moest twee keer zuchten om de sterretjes die hij zag terug naar het heelal te sturen. Pas toen had hij in de gaten dat hij Damian nog steeds vast had. Te stevig ook; zoals een Dreuzelpatiënt op een houtje beet als er een wond ontsmet moest worden.

“Sorry,” zei hij, en liet hem maar snel los. “Sorry ook voor- Het spijt me dat-”

Ten alle tijden was het beter om eerst na te denken en dan pas te spreken, maar nu hij zojuist aangevallen was door een zware eikenhouten boekenkast die het aangedurfd had om in de weg te staan, was zijn denkvermogen een beetje vertroebeld.

 

“Ik wilde je niet van je stuk brengen," verklaarde hij uiteindelijk oprecht. "Ik had moeten wachten totdat je veilig op de grond stond voordat ik je aansprak."

Share this post


Link to post
Share on other sites

Nadat Damian zich losgelaten had duurde het voor zijn gevoel lang voor hij de grond raakte. In de tussentijd hoorde hij wel een plof van een ander boek dat viel en hij hoopte maar dat hij niets op zijn hoofd kreeg.

Voordat Damian de hrond raakte voelde hij opeens twee armen om hem heen slaan. Hierna voelde hij dat hij achteruit viel, maar hij kwam zacht terecht. Dit was dus op Ayden. Achter zich hoorde hij gezucht van Ayden en hij had het wel te doen met hem. Maar de strakke greep vond hij niet zo heel erg, hij vond het wel fijn ergens. Zoals verwacht bij Ayden werd hij weer helemaal rood. En tijdens dat Ayden sorry zei werd Damian losgelaten. Graag had hij nog even zo gelegen. Nu was het een keer Ayden die hakkelde en moeite had met praten, wat Damian een kleine glimlach op het gezicht toverde. 

 

Om de situatie voor Ayden minder ongemakkelijk te maken, dacht Damian, rolde hij van Ayden af en ging in kleermakerszit naast hem zitten. Zijn boek die hij eerder had laten vallen lag naast hem dus die kon hij niet vergeten. 

“G..geeft niet A..Ayden.” Zo begon Damian maar, “dankjewel v..voor het opvangen.” Het praten ging minder moeizaam merkte Damian op, wat niet gek is als je kijkt maar het feit dat ze elkaar steeds vaker tegenkwamen. Beginnend bij het zwerkbalveld op een zonnige winterdag.

Om toch een ander onderwerp aan te snijden, naast het feit dat Damian nog steeds bloosde en hij Ayden wel leuk vond; “Welk boek h..heb jij?”

 

 

#nerdOverload

 

 

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Excuses waren gemaakt om aanvaard te worden, en Damien was al bereid om ze weg te wuiven voordat Ayden goed en wel was uitgesproken. Het was de glimlach waarmee hij dat deed. Het was het meest ontwapenende lachje ooit, en Ayden genoot er stiekem van, niet wetend wat Damian dacht en waarom hij telkens, of eigenlijk bijna voortdurend, prachtige rode wangen had.

 

Hij maakte zich niet druk om het feit waarom hij Damian graag om zich heen had. Waarom het hem meer dan wat normaal was behaagde om naar hem te kijken en nu ook eens volledig privé voor zich te hebben. Dit gedeelte van de bibliotheek was, op hen na, volledig verlaten.

Of het nu een meisje was of een jongen voor wie hij stilletjes aan gevoelens kreeg, interesseerde hem weinig. Hij had zich voorgenomen om, net als zijn vader wiens achternaam hij niet eens droeg, nooit te trouwen. Maar liefde kon geen kwaad; dat was immers iets moois. Al had hij nog nooit iemand aangeraakt omwille van de liefde en zou hij dat op dit moment ook zeker nog niet durven.

 

Ayden lachte naar hem terug, een beetje zoals hij zichzelf niet kende; ondeugend. Met nog steeds dat lachje om zijn lippen - hij kon het niet helpen, het ging vanzelf - gaf hij antwoord op Damiens vraag.

“Eens kijken, ik heb hier… Tachtig Transfiguraties met Betoverende Bezweringen.” Klonk dat nerdy genoeg voor Damian? “Dus, als ik het goed heb, zou je van een schoolbankje een harp moeten kunnen Transfigureren en hem dan ook nog eens Bezweren met een Zelfspeelspreuk. Dat lijkt me handig! Of andere combinaties met Transformagie en Bezweringen, een heel boek vol, dus ik denk er wel even mee bezig te zijn. En jij? Wat lees jij?”

Hij greep een boek van Damian van de grond, sloeg het open en deed alsof hij las: “De Wetenschap achter een Blozend Gelaat. Ook interessant!”

Hij lachte hem toe. “Niet erg, hoor,” zei hij geruststellend. “Het staat je goed.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Damian was blij dat Ayden terug lachte naar hem en bleef met een glimlach zitten. 

Het antwoord vond Damian ook leuk, het boek kende hij wel en had hij ook wel doorgelezen. Niet dat hij er verder iets mee kon, het was nog te veel van het goede natuurlijk. "Als je een harp wil maken moet je kijken op pagina 2304." Want Natuurlijk wist Damian waar alles stond in het boek en is het boek erg dik (?). 

 

Maar toen pakte Ayden zijn boek en kwamen de rode wangen weer naar boven, zeker om de titel die Ayden bedacht. "Ik b..b..bloos niet!" stotterde hij uit en zocht een manier om zichzelf te redden, maar zijn gezicht werd roder en roder. En toen Ayden begon over dat het goed stond had hij het gevoel dat hij nog roder was dan een tomaat.

"Ehm..i..ik heb dit b..b..boek over Merlijn. H..h..het gaat over de mysteriën v..van de orde v..van Merlijn.." hij bleef even stil, hoe kon hij het uitleggen, hij was helemaal geobsedeerd door Merlijn en alles wat erbij hoorde. DIt was natuurlijk niet voor school, maar voor hemzelf. Hij moest nu snel zichzelf herpakken, anders zou dit gesprek dood vallen en was hij weer alleen.

 

"Ehm.. bij mijn tafel heb ik nog een b..boek." Hij keek rond, om moed te verzamelen. "Wil je ehm.. erbij.. eh komen zitten, het is daar eh achterin de b..biblio..theek?" 

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Pagina 2304?" herhaalde Ayden verbaasd. "Dat je dat onthoudt! Wat knap, ik onthou nog niet eens waar ik mijn toverstaf heb gelaten. Ik bezit echt nul-komma-nul aan Ravenklauwse eigenschappen, haha!"

Het viel niet mee om Damien aan te kijken, maar toch waagde Ayden poging na poging omdat Damiens ogen zo mooi bruin waren en dat stak af bij zijn ietwat bleke huid. De Ravenklauw was nog maar twaalf jaar oud, maar had behalve zijn lengte en breedte niets kinderlijks meer over zich. Ayden vond zelfs dat Damien volwassener leek dan de vorige keer dat hij hem ontmoette, al was dat een vreemde gedachte aangezien Ayden zichzelf echt nog in de prépuberteit vond zitten.

 

Immers: als je een echte man was, moest je jezelf scheren, maar dat had met zijn babyzachte wangetjes vooralsnog geen nut.

 

Damien vertelde hortend en stotend dat hij een boek over Merlijn wilde lezen en nodigde hem uit om bij hem aan tafel te komen zitten, al stotterde hij de hele boel bij elkaar en waren zijn wangen bloedheet. Het bracht Ayden in dubio.

Was Damien enkel beleefd en verlegen, waardoor hij slecht uit zijn woorden kwam? Was hij rood omdat hij zich ergens voor schaamde? Moest Ayden hem met rust laten, of juist niet?

 

"Weet je het zeker?" vroeg hij dan maar. "Kijk, ik vind het gezellig om bij je te zitten, maar alleen als jij dat ook vindt, want ik wil niet… dat je jezelf ongemakkelijk voelt." Had hij zich goed uitgedrukt zo? Het was nogal direct om te vragen waarom Damien zo bloosde, en hij wilde het niet erger maken dan het al was. Hij stond dan maar op, nam zijn boek en dat van Damien onder zijn arm, en stak zijn hand uit naar Damien om hem overeind te hijsen.

"Mysteriën van Merlijn," dacht hij tussendoor hardop. "Is het een beetje leuk om daarover te lezen?"

Share this post


Link to post
Share on other sites

Bij de opmerking van Ayden dat hij zelfs vergeet waar hij zijn toverstaf gelaten heeft moet Damian lachen, het is niet uitlachen, maar hij vond het erg grappig. Hij merkte dat hij in het bijzijn van Ayden minder moeite had met praten en ook wat losser werd. Hij wende immers aan de aanwezigheid van Ayden.

 

Maar toen vroeg Ayden of hij het zeker wist dat hij erbij kon zitten. "Ja... ik..ben..zeker.." Damian deed moeite om die zin zonder stotters uit te spreken zodat zijn mening duidelijk over kwam.

Zoals de heer die Ayden was, vond Damian, werd Damian omhoog geholpen.

 

Goede zet Ayden, vragen over Merlijn, ookal was het niet perse gericht maar gewoon denken. Nu kan je een woordenwaterval verwachten, zonder stotters. #obsessie

"Nou, Merlijn.. Het gaat ver terug....." Hij begon een heel verhaal en eindigde met een paar kleine feitjes: "Merlijn de tovenaar stond altijd in hoog aanzien bij de Britse koningen. Hij was niet alleen hun raadgever en ziener, maar loste zo nu en dan ook lastige klussen voor hen op zoals bijvoorbeeld het verslaan van draken. Er wordt vermelding gemaakt dat hij het bouwwerk dat door de dreuzels Stonehenge genoemd wordt ook door hem is gebouwd. Daarnaast zou in Tintagel een grot zijn waar hij gewoond zou hebben." Wat wilde Damian graag gaan reizen om al deze plekken te bezoeken en te onderzoeken of de verhalen ook een zekere waarheid hadden. 

 

Tijdens zijn verhaal had hij Ayden meegenomen naar zijn tafel en hij plofte neer op een stoel en keek naar Ayden. Hij kon er niets aan doen, maar hij moest weer blozen, hij vroeg zich af of Ayden niet geschrokken was van zijn woordenwaterval. 

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Als Ayden had geweten dat Damien gedreven, volledig stotterloos en vrij over Merlijn kon praten, had hij er veel eerder naar gevraagd. Dat hij Damiens passie niet deelde kon hem daarbij niet schelen.

"Je vertelt het veel mooier dan onze geschiedenisprofessor," zei Ayden toen hij naast hem was gaan zitten. Het deed hem deugd dat Damien iets losser werd, dat hij hem zag lachen en dat hij hem soms aankeek waarna hij weer blosjes op zijn wangen kreeg.

 

Normaal gesproken praatte Ayden veel, maar luisteren was soms leuker, tenminste… dat was totdat het ineens stil werd en dat voelde een beetje ongemakkelijk. Dromerig keek Ayden naar hem, naar hoe Damien zich ineens geen houding meer wist te geven, naar de kleur van zijn wangen, en het enige wat Ayden kon doen, was een beetje schaapachtig teruglachen.

 

Dat was eigenlijk niet de bedoeling. Damien moest zich van hem op zijn gemak voelen, en dat was voor enkele minuten bijna helemaal gelukt.

Hij moest dus maar eens wat vragen in de hoop dat de Ravenklauw weer zo'n lang en uitgebreid antwoord zou geven. Een beetje koortsachtig zocht hij naar inspiratie, maar de deuren van zijn bovenkamer zaten op slot en zijn buik voelde raar. Maar… hij moest toch wat zeggen? Iets!

 

"Bloos je bij iedereen zo?" flapte hij eruit. Oh, dat klonk niet zo aardig. Voordat hij was gaan zitten had hij het een stomme en veel te directe vraag gevonden en nu gooide hij de grote-bloos-kwestie zomaar tussen hen in op tafel!

"Nee, ik bedoel, ik vind het leuk, hoor, want je bent eenmaal leuk, dus het is niet erg, maar ik vroeg me gewoon af..."

Als een visje op het droge hapte hij even naar adem. Daarna pakte hij zijn boek, opende het op een willekeurige pagina en verborg zichzelf erachter.

"Let maar niet op mij, hoor!" piepte hij vanachter bladzijde 1226 en 1227. "Ik zeg altijd van die rare dingen."

Share this post


Link to post
Share on other sites

Merlijn was een onderwerp inderdaa waar Damian over kon doorpraten. Hij bleef het prachtig vinden, maar het complimentje vond hij wel leuk. "D..dankjewel". 

Damian schoof een beetje heen en weer op zijn stoel, docent.. zou dat wat voor hem zijn? hij kon alleen maar praten met mensen die hij goed kende, de rest vond hij nog te eng. Maar hij hiel ervan om over Merlijn en de rest van de geschiedenis te vertellen en te lezen. Zoals het verhaal van 'the Lady of the Lake' en de heksen van de mist bij Avalon. 

 

Toen kwam opeens de vraag over het blozen. Damian had twee opties. Of eerlijk zin over de reden of de vraag negeren. "Nou.. ehm... weetjewel...nee... ehm...ja.. leuk..jij...aardig" Succes Ayden met dat ontcijferen. Maar Ayden was al achter zijn boek verstopt dus Damian deed iets wat niets voor hem was.

 

Damian zat aan de tafel en keek naar Ayden en hoe hij zich verschool achter het boek. Damian vond dit gek (niet dat hij zelf ook niet zo kon doen, maar goed). Hij stond op en liep naar Ayden, hij ging gebukt naast hem staan en keek mee in het boek.

“Dit kan je denk ik wel, m..maar dan moet je wel rechtop gaan zitten.” Zonder te wachten op reactie bladerde Damian in het boek van Ayden en kwam uit bij de pagina waarin je een veer in een roos kon veranderen. #TotaalGeenHintHoor.

“Deze is leuk Ay!” (Bij deze de bijnaam voor Ayden, als ik dit niet al eerder besloten had)

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ayden zag hem niet, maar voelde wel hoe Damian dichterbij kwam, hoewel hij juist had verwacht dat de verlegen Ravenklauw gillend zou wegrennen na zo'n brutale vraag en zo'n halve liefdesverklaring. Het boek waarachter Ayden zich ietwat schuil had gehouden, werd plat op tafel gelegd en Damian sloeg enkele bladzijden opzij om hem een spreuk te tonen. Hij zei dat hij wel rechtop moest gaan zitten.

 

Verward deed Ayden dat, en keek opzij om de jongen te peilen. Hij was dichtbij. Veel dichterbij dan gewone vrienden. Als hij nog een heel klein beetje dichterbij zou schuiven, zou hij met zijn neus Damiens wang aanraken. Die gedachte vond hij fijn, maar de uitvoering van fijne gedachten lag voor zijn gevoel nog ver voor hem.

Nog steeds wilde hij Damien niet laten schrikken met onverwachte bewegingen, lompe vragen of clownesk gedrag, maar het had er alle schijn van dat Damien stiekem toch wel tegen een stootje kon en dat diens mooie rode wangen veroorzaakt werden door aantrekkingskracht. Ayden wist het niet zeker, ook niet wat hem zelf betrof. Hij had zich in ieder geval nooit eerder zo gevoeld, nooit eerder gedachten gehad over het aanraken van een persoon, maar dat was totdat Damien op een zonnige winterdag bij hem achterop de bezem gestapt was. Sindsdien wilde Ayden iedere dag wel zo'n bezemvluchtje, maar gek genoeg had hij het niet meer durven vragen.

Zo nu en dan kon hij zelf toch ook wel verlegen zijn, al bezat hij die eigenschap voorheen niet. Alles was een beetje raar de laatste tijd, raar maar positief.

 

Hij glimlachte toen Damien de spreuk aanwees die hij leuk vond.

"Je houdt van rozen?" Het was meer een conclusie dan een vraag. Zijn stem was zacht aangezien Damiens oor zich op nog geen tien centimeter van hem bevond. "Dan wil ik die spreuk graag uitproberen, maar mijn veren liggen allemaal in mijn hutkoffer."

Hij was eenmaal gekomen om te lezen, niet om te schrijven, maar misschien had Damien er eentje.

Nog even keek Ayden naar de spreuk, staarde ernaar zonder het te registreren. Het waren slechts loze letters want zijn gedachten waren niet met spreuken bezig.

"Zeg Damian," zei hij quasi zelfverzekerd. "Kan jij een geheim bewaren?"

Share this post


Link to post
Share on other sites

Damian was van gebukte houding naar op zijn hurken gegaan, omdat hij dat prettiger vond zitten. Ayden zat vlak bij hem en hij vond deze positie opzich wel fijn. De nabijheid van iemand, een leuk iemand. 

"JA!" knalde hij door de bibliotheek bij de opmerking of hij van rozen hield, snel daarna deed hij zijn hand voor zijn mond omdat hij zich lichtelijk schaamde voor zijn geschreeuw in de bibliotheek. Dit voldeed absoluut niet aan de etiquette. Het antwoord dat Ayden geen veren bij zich had, vond Damian weer bijzonder, wie ging er nou studeren zonder zijn schrijfgerei mee te nemen. Maar gelukkig heeft Damian altijd een lading aan schrijfspullen bij zich. "Ay.. Ik heb wel een eh paar eh veren... om te gebruiken".

Damian stond op vanuit zijn gehurkte positie en liep naar de andere kant van de tafel om een veer te pakken. Dit deed hij vrij vlug omdat hij snel terug wilde zijn. Maar in plaats van weer gehurkt te gaan zitten ging hij op de tafel zitten naast/schuin voor Ayden. 

"Een geheim..dat eh kan ik wel..Ja!"

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Een geheim bewaren, dat kon hij wel, zei Damian. Zo te horen was het voor het eerst dat iemand hem zoiets vroeg, want het leek alsof hij nadacht terwijl hij sprak.

Ayden knikte. Hij vond het zelf stiekem toch moeilijk om ervoor uit te komen dat hij dingen voelde die niet helemaal normaal en in de Dreuzelwereld zelfs strafbaar waren. Ook in de toverwereld was homoseksualiteit niet geaccepteerd, werden er relaties in de doofpot gestopt, en zaten er mensen vast in een liefdeloos huwelijk terwijl ze innig hielden van iemand van dezelfde sekse.

Maar voor Ayden lag het anders. Hij had als kleuter al besloten dat hij niet trouwen wilde, en dat zou hij dus ook echt niet gaan doen. Zijn ouders waren ook niet gehuwd, dus die zouden hem alvast niet dwingen.

 

Hij pakte de veer die Damian hem gegeven had en nam zijn toverstaf in zijn andere hand. De spreuk was eigenlijk niet zo moeilijk, zag hij toen hij de lettergrepen beter bekeek en de intonatie ervan in zijn hoofd prentte. Redelijk nonchalant sprak hij de spreuk uit, zoals hij wel vaker op halve kracht werkte, maar de helft van hem werd eenmaal ingenomen door Damian.

De veer werd eerst groen, waarna er ineens blaadjes uitgroeiden en bovenaan vormde zich een bloemknop die in sneltempo uitkwam.

“Leuke spreuk inderdaad,” lachte hij. “Wat ga je met die roos doen? Meenemen naar de Ravenklauw jongensslaapzaal en tegen je afdelingsgenoten zeggen dat je die van een meisje hebt gehad?”

Eigenlijk zat hij daarmee plotsklaps in de kern van wat hij tegen Damien zeggen wilde.

 

Damien was twaalf, een onschuldig schaapje, hoewel Ayden hem misschien eerder met een konijntje zou willen vergelijken. Maar ook twaalfjarigen hadden gevoel. En het was vroeg, veel te vroeg voor volwassen problemen. Of misschien moest hij gewoon doen wat al zijn leeftijdsgenoten deden en dat was het verkeerd inschatten van oorzaak en gevolg.

 

“Als ik je zie, denk ik altijd: joepie, daar is mijn favoriete Ravenklauw,” gaf hij toe. “Dat is het. Dat is mijn geheim. Ik voel voor een jongen wat ik niet voor een jongen zou moeten voelen. Dat jij dan die jongen bent… vind je hopelijk niet zo erg. Maar ‘t is een geheim, want echt… dat moet je tegen niemand zeggen.”

Ayden wist wat sociaal acceptabel was en wat niet. Voor de rest vond hij het geen probleem. Hij legde de roos op Damiens schoot en keek dat schatje even aan in zijn donkerbruine ogen.

“Misschien verandert hij straks alweer terug in een veer, hoor. Ik weet niet hoe duurzaam mijn spreuken doorgaans zijn.”

Edited by Ayden March

Share this post


Link to post
Share on other sites

Na de vraag of hij een geheim kon bewaren, waarop hij natuurlijk geantwoord had pakte Ay de veer en ging hij de betovering starten. Ayden sprak de spreuk heel vloeiend uit en het leek alsof hij dit vaker deed. Wat Damian wel aan het denken zette. Iemand die zo veel zelfvertrouwen had, vond hij van Ayden.

De roos ontpopte uit de veer, Damian keek met grote ogen toe. Hij hield nou eenmaal van rozen. Het liefste blauwe rozen, maar daar was wel iets magie voor nodig om dat voor elkaar te krijgen.

 

Bij de vraag wat hij met de roos ging doen werd Damian, heel verrassend, weer rood. Het liefste zou hij inderdaad zeggen dat hij de roos van een leuke jongen had gekregen, maar dat was iets wat in deze tijd niet heel erg gewaardeerd werd. Zelfs niet onder tovenaars. Damian probeerde te antwoordden: “N.n.nn.nnou…” Maar gelukkig ging Ayden verder met zijn verhaal. Het verhaal dat Damian geheim moest gaan houden.

 

Hij was de favoriete Ravenklauwer van Ayden, dat vond Damian wel leuk, maar hij vroeg zich af waarom Ayden hem dan leuker vond dan bijvoorbeeld Maia. Maia was ook een aardig meisje en een vriendin van hem/hun. Maar toen begon Ayden het over zijn gevoel te hebben, wat Ayden vertelde herkende Damian omdat hij misschien zich ook wel zo voelde.

Na de benadrukking dat dit geheim moest blijven keek Damian Ayden aan met zijn grote ogen en kreeg daarna de roos van Ayden.

 

“De roos is erg mooi Ay” Damian stond op en ging dicht bij Ayden staan en probeerde op zijn schoot te gaan zitten. “W..wat jij vertelde… D.dat herken ik” Dit was het moment. Nu kon hij vertellen waarom hij steeds zo rood werd. “J..jij bent mijn f..favoriete Huffelpuffer.” Hij hoopte dat Ayden deze hint wel begreep, want hij vond het nog iets te spannend om volledig uit te spreken. “Ik..zal..dit..niemand..vertellen!”

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Die blozende wangen, die bruine ogen, die ietwat dunne wenkbrauwen en die voortdurend stotterende- of woord-voor-woord uitgesproken zinnen, het verlegen karakter en de fijne bouw; alles bij elkaar was Damien voor Ayden een knuffeljongen zoals een porseleinen pop voor een meisje zou zijn. Was dit nou wat men liefde noemde? Hij had er geen ervaring mee, maar hij gaf toe dat het gevoel van euforie wat hem betrof nooit meer weg hoefde te gaan.

Dat Damien kennelijk hetzelfde had, vond Ayden schitterend en nu ze dit allebei wisten en dit samen nooit of te nimmer aan iemand zouden vertellen, werd de scheve verhouding tussen hun leeftijden en afdeling rechtgetrokken.

“Ik meen het, hè. Niet vertellen, tenzij je heel graag in een hoekje wil worden weggezet als pispaaltje, of als je echt zin hebt om iedereens huiswerk te maken, of dat je telkens je spullen kwijt bent en als je ze terugvindt, ze kapot zijn.”

Damien was dichtbij hem gaan staan en Ayden begreep het. Dichtbij zijn, zo dichtbij mogelijk, dat was op dit moment, nu niemand keek, wel iets waaraan hij kon toegeven.

 

Het was nieuw en het was ook spannend, en enkele ogenblikken geleden had Ayden nog gedacht dat hij het niet zou durven om iemand omwille van de liefde aan te raken. Hij stond dan ook op toen Damien eigenlijk bij hem op schoot zou willen gaan zitten, puur uit lichtelijke paniek en plotselinge nervositeit.

“Eh, ik weet niet…” Hij wist niet waar hij moest beginnen. Eerst nam hij Damiens hand vast, en kneep er even in. Vervolgens liet hij zijn vingers met die van Damien verstrengelen.

“Kom,” zei hij iets zelfverzekerder. “Kom bij me.”

 

Stevig sloeg hij een arm om Damien heen en trok hem tegen zich aan. Zo stond hij een tijdje, met zijn wang tegen Damiens haar, en hij voelde Damiens hartslag en warme adem tegen zijn borst. Zo af en toe liet hij zijn hand over Damiens rug glijden, of over zijn korte bruine haren, en hij glimlachte en had verder geen idee van wat hij zou moeten doen, maar dat was niet erg, want er waren nog drie schooljaren te gaan. Drie schooljaren van verrassende, bijzondere, en vooral geheime ontmoetingen.


 

(OOC: topic done, uitgeschreven, hieperdepiep, hoera!)

Share this post


Link to post
Share on other sites
Guest
You are commenting as a guest. If you have an account, please sign in.
Reply to this topic...

×   Pasted as rich text.   Paste as plain text instead

  Only 75 emoticons maximum are allowed.

×   Your link has been automatically embedded.   Display as a link instead

×   Your previous content has been restored.   Clear editor

×   You cannot paste images directly. Upload or insert images from URL.

Loading...

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×