Jump to content
Sign in to follow this  
Armand Foulkes-Davenport

[1836/1837]There is nothing like staying at home for real comfort

Recommended Posts

Eind mei

 

Thomasin verrassen was lastig. Het was haast onmogelijk in feite. Met kleine dingen, die je niet hoefde voor te bereiden, ging het wel: alle mogelijke cadeautjes lagen daarom binnen Armands handbereik en hij nam altijd als hij ergens heen was geweest eigenlijk wel iets voor haar neer, bloemen, sieraden natuurlijk, sinds ze niet meer zwanger was aparte lokale delicatessen wanneer hij weg was geweest (daarvoor was dat te riskant geweest, niet zozeer omdat zij er niet tegen zou kunnen als wel omdat hij in de clinch was geraakt met zijn liefste, meest charmante bediende indien hij tegen het gereguleerde etensmodel was ingegaan). Maar de grote gebaren die Armands forte waren - tussen ons gezegd en gezwegen - die waren lastiger. Want die had ze al heel snel door. Naïef of niet, ze was nu eenmaal wie ze was: ze behield graag de controle en ze had die doorgaans ook. Op Catsfield kon geen extra muis komen wonen zonder dat ze er van op de hoogte was. En iets voor ging regelen. Tijdens haar zwangerschap was dat meegevallen, de laatste maanden althans, maar nu... 

 

Toch had Armand besloten dat er voor alles een moment en een tijd was en dat dit het moment en de tijd was om Thomasin te verrassen. Hij hoopte dat ze het leuk zou vinden: hij wist dat ze het oncomfortabel zou vinden. Met een beetje geluk tachtig twintig in verhouding. Dat was het streefdoel. Daar zou hij zich niet druk om maken. Hij was op haar gevallen deels omdat hij het leuk vond haar op het verkeerde been te zetten en de laatste tijd had hij zich perfect gedragen, maar voortduren kon dat niet. Dus was hij zijn best gaan doen.

 

“Armand. Wat doe jij hier?”

“Ook goed jou te zien, neef.” 

Irwin wuifde geïrriteerd met een hand. “Ja ja, enig, wat lang geleden, hoe maak je het, hoe is het met vrouw en kinderen en heb je al gehoord van tante Agnes. Armand, kom op. Wat moet je?”

Armand ging op het bureau van zijn neef zitten en strekte zijn benen uit. Alleen om hem te irriteren eigenlijk. “Ik heb je hulp nodig.”

Irwin snoof.

“Ik ben met een verrassing voor Thomasin bezig.” 

Irwin hield een hand op. “Ik meng me niet in jouw streken met Thomasin. Geloof me - dat heeft je voorkeur.” 

“Merlijn, Irwin, ik wil alleen maar een weekendje met haar weg.” 

“Oh.” 

Hij keek verbouwereerd genoeg dat Armand met een half lachje voorzichtig doorging. “Ik wil haar er even uit. Ze is non-stop met Gabriel bezig. Het is zo lief... maar het lijkt me ook goed voor haar om even iets anders te doen, anders slokt het haar zo op.”

Irwin keek hem laatdunkend aan. “Ah... en welk argument heb je voor mijn moeder gebruikt?”

Armand glimlachte. “Dit is nog steeds wat je wil, neef. En nu ga ik er zelfs voor in de problemen komen en jij niet.” 

Irwin grijnsde. “Oke... dat je het even weet, ik hoop dat ze je vervloekt.” Maar hij ging wel babysitten. 

 

Met zijn ouders. Maar dat was dan weer een verrassing voor hem.

 

En Armand had Thomasin overtuigd om mee iets te komen drinken met een ViaVia nu ze weer veilig kon reizen, en ze arriveerden op een prachtig terrasje grenzend aan een meer met in de verte zich aftekenende bergen. Hij begeleidde haar naar een stoel, ging tegenover haar zitten en kneep in haar hand, voelde de veilige contouren van haar trouwring. “Je ziet er prachtig, prachtig uit, lieverd. Wat wil je drinken? Cocktail van het huis?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het was de tweede keer dat Thomasin Gabriel alleen achterliet. Maar de eerste keer was Armand bij hun zoon gebleven en dat voelde toch minder angstaanjagend, dan nu ze samen weg waren. En natuurlijk was hij niet alleen. Irwin was er, Thanatos en Daphne waren er, Rosie was er... Hij was dus in uitstekende handen, maar hij was niet bij háár. En dat was toch wel heel erg moeilijk. Zouden ze zijn flesje om een uur niet vergeten? En dat ze er ook op moesten letten dat hij niet te lang op zijn achterhoofd lag? En wat nou als hij haar zou missen? Wat nou als Gabriel niet begreep dat Thomasin maar voor even weg was? Wat nou als hij dacht dat ze hem had achtergelaten? Ze had het hem wel verteld, maar hoeveel zou hij feitelijk al begrijpen? En ze miste hem... Ze miste de aanblik van zijn bolle babywangen en de grote ogen die nieuwsgierig en zachtaardig de wereld in staarden. 

 

Toch was ze akkoord gegaan met vandaag. Armand had gevraagd of ze niet even samen met hem op stap wilde, even genieten van een drankje. Het kon weer. Hij had zo lief en zo ingehouden verheugd gekeken, dat ze onmogelijk had kunnen weigeren. Een echtgenoot had toch ook recht op wat tijd samen met zijn vrouw? Daarbij was het leuk en ontspannen en in alle redelijkheid had ze ook wel ingezien dat het echt geen kwaad kon om voor een paar uur er eventjes uit te zijn. Anders werd haar wereld straks ook zo klein. En ze moest dit toch ook kunnen als ze weer aan het werk wilde? Het zou dan vast af en toe voorkomen dat Armand en zij tegelijk moesten werken. En Irwin was erbij, zijn peetvader. Het was ook goed als zij samen wat tijd doorbrachten?

 

Hoe dan ook, Armand had haar uiteindelijk overtuigd. Ze wist niet meer exact welk argument haar had overtuigd. En of het een argument woordelijk uit zijn mond was, of een gedachte/ verplichting uitgaande vanuit haar eigen hoofd. Maar ze waren er, gereisd per ViaVia. Het terrasje lag windstil in de zon. Het uitzicht over het meer was adembenemend; het water glinsterden prachtig alsof het een heldere reine poel was, de bergen omlijsten het geheel alsof het een kostbaarheid was dat bijeen gehouden moest worden. In stilte nam ze het landschap in zich op, terwijl ze zich naar een stoel liet begeleiden. 

 

Zachtjes kneep ze in zijn hand, glimlachte ze vluchtig. Thomasin deed heus haar best om een beetje gezellig te zijn, maar nu ze ook de indruk kreeg érg ver weg te zijn van Engeland, overviel het gevoel van onrust haar enorm. Het drukte zwaar op haar gemoedstoestand. Ze haalde echter diep adem, probeerde zich in te houden. Armand had zó zijn best gedaan. Ze wilde niet meteen pieperig de handdoek in de ring gooien en zeggen dat ze terug naar huis wilde. De gedachte was echter al door haar hoofd geschoten. 

 

"Graag. Ik ben benieuwd? Enig idee wat hier een signature-cocktail is?" Maar ze lustte het vast. Ze hoopte echter dat het niet een te sterkte drank was, want ze kon alcohol helemaal niet meer goed hebben na de negen maanden, en langer, onthouding van drank. "Waar zijn we eigenlijk? Noorwegen? Of Zweden?" Dat was ver, maar nog te overzien. "En hoe laat is de ViaVia terug? Denk je dat alles goed gaat thuis? Ik hoop dat Gabriel vandaag wel makkelijk inslaapt na zijn flesje." Goed, ze zei dan nog niet meteen dat ze weer terug wilde, maar ze kon het niet helpen dat de gedachten aan haar zoon volledig op de voorgrond stonden. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Mm, maar natuurlijk,” glimlachte Armand minzaam, al wist hij vanzelfsprekend dat dit voor Thomasin bepaald niet natuurlijk was, dat ze het slechts zou hebben kunnen zien aankomen als ze beschikking had gehad over een feitencomplex dat hij heel moedwillig had nagelaten aan te vullen. “Twee keer de special, alstublieft, mademoiselle, mild,” zei hij met een vlotte stralende lach naar het serveerstertje, die daadwerkelijk keek alsof hij haar een verrukkelijke dreun had gegeven - ja, dat was een ding, of althans, dat was een blik die hij herkende - en vlug naar de keuken dribbelde om twee maple syrup cocktails te halen met slechts een vleugje whisky en voornamelijk lichtere drank. Hij zou zelf vanzelfsprekend wel meer aankunnen, maar nog altijd was hij ietwat voorzichtig met alcohol in de buurt van zijn geliefde echtgenote. Het had nu eenmaal een notoire voetnoot in hun gezamenlijke geschiedenis gekregen en was de aanleiding voor een nieuwe vaste rol daarin. Hij wist niet of Thomasin zich er nog voor schaamde - of Gabriel met zijn stralend lachje, zijn lieve gemurmel en zijn grote ogen niet had gezorgd dat al het andere was weggevaagd op een wijze die zijn pa nimmer had kunnen evenaren - maar hij wilde het risico niet nemen. Zeker niet vandaag. Vandaag wilde hij haar gelukkig.

 

Hij wilde haar altijd gelukkig. Hij had het nooit van zichzelf verwacht. 

 

Desondanks was niet alles nieuw onder deze zon, zelfs niet nu ze de zon van een heel eind verder weg op waren gaan zoeken en in een perspectief dat verandering had kunnen brengen. Dat had hij ook wel kunnen weten. Armand was een expert in kwesties van perspectief. Zo ook in deze: want hoewel hij het beste voor haar wilde, hoewel hij niets liever wilde dan haar gelukkig maken, was dat wel iets wat hij wilde bereiken op zijn manier. En het was om die reden dat hij de lijn beslissingen die tot dit moment hadden geleid had doorgezet. Het zou hem misschien iets kosten op korte termijn, maar op lange termijn was het belangrijk. Ze moest van hem weten dat hij van haar hield. Ze moest van hem weten dat hij er voor haar was. Ze moest van hem weten dat zij zijn wereld was, en dat hij alle andere onderdelen van die wereld zo zou buigen en herschikken als nodig was om hem en haar op de best mogelijke manier toe te schijnen. 

 

“We zijn in Canada, mijn lief,” sprak hij, en hij speelde met haar hand, ging met zijn duim langs de ring om haar vinger, dat concrete, edele bewijs dat zijn dromen bewaarheid waren geworden, zij de zijne en de rest om hen heen. “Ik hoop dat je van maple syrup houdt...” Vluchtig kuste hij haar lippen, daarna met een schalkse grijns haar hals, “maar ik meen me zoiets te kunnen herinneren.” De drankjes werden neergezet, pannenkoekjes ook. “En de ViaVia haalt ons morgen na de thee weer op. We kunnen morgen nog even walvissen kijken, of naar het arboretum van de universiteit van Quebec?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Morgen.

 

Morgen?!

 

Morgen pas.... Waarom morgen pas? Ze kon toch niet zo lang bij Gabriel weg zijn?

Morgen kon de wereld vergaan zijn.

Morgen kon haar kind verhongerd zijn.

Morgen kon alles al verkeerd zijn gelopen, zou de oppas -sorry Irwin en ouders- alles verkeer kunnen hebben gedaan.

Morgen zou Gabriel zijn papa en mama -vooral mama- vast verschrikkelijk missen.

Morgen zou haar kindje vast denken dat zij nooit meer terug zou komen.

 

Morgen, morgen, morgen, morgen...

 

Het woord echode in haar hoofd. Ze kon niet verhelpen dat al het bloed uit haar gezicht wegtrok en ze Armand even stil en verbluft aankeek, alsof hij haar zojuist had verteld dat hij eigenhandig de wereld, haar wereld, zou doen vergaan. Ze knipperde, beet op haar lip. Haar maag draaide zich om en het zweet brak haar uit. Ze wilde niet ondankbaar zijn, of lijken, maar het lukte haar niet, met alle kracht in de wereld niet, om hier blij en gelukkig op te reageren.

 

Eigenlijk hoorde Thomasin niet meer wat Armand verder voorstelde. Ze trok haar hand terug uit de zijne. Niet om naar te doen, heus, maar ze wilde niet dat hij voelde hoe ze trilde en hoe klam haar handen opeens werden. Ze probeerde haar trillende onderlip tot een bedaren te brengen, ze probeerde de tranen in haar ogen weg te duwen, ze probeerde de brok in haar keel weg te slikken en ondertussen de misselijkheid te onderdrukken. Haar maag leek zich te draaien, en de grond onder haar voeten werd verdwenen. Ze ademde oppervlakkiger. Thomasin voelde hoe haar hart sneller in haar borstkas begon te kloppen.

 

Paniek. Al die paniek…. Ze moest kalmeren!

 

Adem in door de neus.

Adem uit door de mond.

Adem in door de neus.
Adem uit door de mond.

Adem in door de neus.

Adem uit door de mond.

 

Zes, zeven, acht seconden waren verstreken nadat Armand zijn laatste woord had uitgesproken.

 

“Sorry… Wat zei je?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Wel, hij zou nog eens iets leuks doen voor Thomasin. Haar hele gezicht werd bleek, haar houding veranderde, ze keek alsof de hemel boven haar kapot was gebroken en het was duidelijk dat ze op, of over, de rand van een paniekaanval zat. En het deed hem pijn, heus, om haar zo te zien, want hij wilde echt niets dan goeds voor haar... maar hij vond dit ook daadwerkelijk goed voor haar. Want dat ze zo in paniek raakte over minder dan vierentwintig uur niet bij Gabriel zijn, dat was weliswaar aangenaam voor wat betreft haar toewijding aan haar zoon, aan hun familie - een factor die Armand gelet op zijn eigen gescheidenis belangrijker vond dan je misschien van hem zou verwachten - maar het was ronduit ongezond en niet eens een beetje rationeel. En dit was Thomasin, Thomasin die weer keihard aan het werk zou willen, Thomasin die zich nooit rustig had gehouden... die hoorde zich toch niet zomaar onderuit te laten schoffelen door zoiets?

 

Irwin had het hierover gehad, overigens. Armand had gedacht dat hij zich aanstelde, maar nu begon hij zich af te vragen of zijn neef niet een heel klein beetje gelijk had.

 

Dat waren alle nette redenen. Redenen die hij zelf eveneens wist maar niet even vlug prijs zou geven (al zou hij ook niet heel snel prijsgeven dat hij vond dat Thomasin zich aanstelde, touché, ’t zat hem daar althans absoluut in de formulering) waren dat hij zelf niet hetzelfde voelde bij het verlaten van hun kind, omdat hij Gabriel niet verliet, omdat ze zo weer terug zouden zijn; dat hij er echt even uit moest, uit het Dreuzelleven, uit het telkens zorgen voor zijn kindje en de vriendinnen van zijn vrouw, dat hij even vrij had willen zijn en weg met haar, niet aan één stuk geluidjes maken tegen een baby. En dat hij een beetje jaloers was, dat hij toch ook nog wel belangrijk wilde zijn voor Thomasin, haar aandacht wilde en haar interesse en haar enthousiasme. Het was stom en hij wist het, want hij wilde dat Gabriel haar wereld was... hij wilde er gewoon zelf ook nog een plekje in.

 

“Kalm aan, ma cherie,” sprak hij luchtig. “Gabriel is bij mijn oom en tante én Irwin, en Rosie is er nog eens bovendien, Cassidy misschien zelfs. Er is op deze aardbol geen jongen met meer liefhebbende oppassers. Je moest er even uit. Laten we morgen maar naar de tuin gaan.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het pulserende geluid in haar oren bleef, alsof alle prikkels van buitenaf van een stuk verder weg leken te komen. Ze bleef heel bewust in en uit ademen, want ze had het gevoel dat ze niet genoeg lucht kreeg, alsof alle bloed uit haar brein was weggetrokken, alsof haar bewustzijn buitelde en duikelde in een oneindige zwarte oceaan. Ze wist niet meer wat boven of beneden was, ze wist niet waar ze land kon vinden en hoe ze weer boven water moest komen, verstrikt in haar eigen gedachten als genadeloze kluwen zeewier. 

 

Er werd haar echter een reddingsboei toegeworpen; de stem van Armand drong tot Thomasin door. 

 

Met tranen in haar ogen keek Thomasin naar haar man. Ze knikte, voelde hoe haar keel dikker werd van alle emotie en spanning, die ze zo verwoed probeerde te verbergen. Ze perste haar lippen op elkaar, deed een poging te glimlachen en besloot toen maar een slok van haar drankje te nemen. De alcohol prikkelde haar tong en verwarmde haar keel en lichaam, terwijl het soepel langs haar slokdarm gleed. Thomasin verstevigde haar grip op Armands hand, zocht al zittend zowel fysieke als emotionele steun bij haar man met dit gebaar. 

 

"Je hebt gelijk," Gabriel was inderdaad bij een meerkoppig team van uiterst liefdevolle en bekwame oppassers, "maar wil je het me de volgende keer vertellen als we wat langer weggaan? Dan kan ik me er mentaal op voorbereiden." Ze irriteerde zich aan hoe verstikt haar stem klonk, hoe moeilijk ze haar emoties kon verbergen. Ze wist, men zei het, dat dit nog bij de zwangerschap hoorde en dat haar emoties nog wel een tijdje alle kanten op zouden slingeren, maar wat Thomasin betrof, mocht dat zo snel mogelijk voorbij zijn. Ze miste de tijd dat ze zichzelf zoveel beter onder controle had. 

 

En het was lief, toch, dat Armand graag met haar samen weg wilde? Dat hij haar wat ontspanning en vrije tijd gunde? Dat hij een heel tripje had voorbereid en bedacht, helemaal speciaal voor haar? En nu reageerde zij ondankbaar en emotioneel. Thomasin wilde hem niet het idee geven dat ze het niet waardeerde of er niet blij mee was. Het was gewoon... Zij had van tevoren ook niet kunnen inschatten dat ze zich zo enorm zou hechten aan hun zoon, dat ze gewoon het idee ook maar één nachtje met hem samen te missen ondragelijk vond. Zij, van alle mensen, zo onafhankelijk, zo sterk, haast moeiteloos verandert in een huismoedertje, dat enkel maar bij haar kindje wilde zijn. "De tuin lijkt me leuk. Ze hebben op dit continent vast heel andere flora." Ze nam nog een slokje en het lukte al iets meer om gewoon te glimlachen. "In wat voor een hotel verblijven we?" Ze vond alles goed, als ze maar niet ook sociaal moest doen bij schoonfamilie. Oh, wat erg. Maar ze had daar nu gewoon de zin en energie niet voor. Niet dat ze dat zou (proberen) te laten merken als dat wel het geval was. 

 

Dat nare gevoel, gemis van en zorgen om Gabriel, bleven op de achtergrond maar knagen. Ze probeerde zich af te leiden, maar het bleef als een plaaggeest maar prikken in haar nek en fluisteren in haar oor. Ze werd er misselijk van en ze wist niet hoe ze het wegkrijgen kon.

Share this post


Link to post
Share on other sites

In elk geval nam ze het hem niet al te zeer kwalijk: of, ze nam het hem misschien wel kwalijk, maar handelde daar niet naar omdat ze hem nu eenmaal juist nu zo heel hard nodig had, zijn steun en zijn geruststelling. Armand vond optie A en B allebei eigenlijk prima, want met allebei kon hij werken. Liever had hij niet dat Thomasin boos op hem was, niet hierom en niet nu althans, want hoewel hij in het begin van hun kennismaking het best geinig had gevonden om haar furie uit te lokken, een frustratie te kunnen signaleren in dat sereen gelaat, waren ze inmiddels wel een stuk verder gevorderd, wist hij inmiddels dat hij de sleutel bezat tot haar emoties, niet zoveel als hij hem zou willen maar zeker meer dan ze een ander zou laten doen, en dus had ruzie niet veel meer voordelen voor hem terwijl een gebrek aan ruzie doorgaans juist uitzonderlijk veel hielp. Want hoe liever hij was, hoe meer ze hem vertrouwde, hoe meer ze op hem bouwde, zo was het tien maanden nu gegaan. En het werkte.

 

Desondanks... altijd de lieve, ondersteunende, gemakkelijke echtgenoot zijn viel hem zo af en toe tamelijk zwaar. Het toneelstukje waarbij hij als enige zijn rol kon waarderen voor wat het was was niet afdoende om hem altijd volgens het script te laten handelen. Hij wist niet eens waarom: het was wat hij wou, nietwaar? Hij hield van Thomasin. Meer dan ooit zou hij het goed moeten willen doen, voor haar, omdat het niet alléén een stukje was, niet alleen doen alsof. Maar juist daarom maakte ze het hem soms moeilijk. Juist daarom wilde hij soms méér.

 

En juist daarom staken haar woorden hem soms, woorden die hij anders weg had kunnen lachen. En dan hadden ze ruzie.

 

Hij nam een slok van zijn cocktail, streelde over de rug van haar hand met zijn duim. “Mijn liefste... zou je dan nog meegaan?” Want hij betwijfelde het eerlijk gezegd ten zeerste. “Luister... ik vind het heerlijk dat je zo graag bij Gabriel wil zijn. Dat weet je. Ik heb er alle bewondering voor. Maar ik ben je man, ik hou van je, en ik wil jou ook af en toe kunnen verrassen.” Hij grinnikte. “Anders ga je je nog vervelen met je hervormde schavuit.” Hij trok een wenkbrauw op, nam een hap, en was weer in alles zijn luchtige zelf. "We verblijven hier." Hij gebaarde naar de villa waaraan het terrasje zich bevond. "Ik dacht dat je dat prettiger zou vinden dan de stad. Maar we gaan absoluut de stad verkennen. En de tuin dan morgen. Misschien kunnen we een kijkje nemen bij het Spreukendepartement van de universiteit, ook."

Share this post


Link to post
Share on other sites

Feitelijk nam Thomasin het hem wel kwalijk, maar ze vond zichzelf onredelijk en daarom handelde ze er niet naar. Gevoelsmatig vond ze het verschrikkelijk wat hij had gedaan en voelde de vrouw zich toch wel verraden, maar met de beste wil van de wereld kon ze er rationeel geen misdaad van maken. Het was, zoals Armand zei, een verrassing, op een andere manier had hij haar waarschijnlijk niet weg gekregen en hij wilde na heel wat weten thuis zitten en verplichtingen, en geleefd worden, gewoon even wat tijd met hen tweetjes. Wat was daar nu erg aan? Dat was eigenlijk alleen maar heel schattig en lief, ze zou het fijn moeten vinden dat hij zo graag tijd met haar doorbracht en hij haar niet alleen als een leuke accessoire aan zijn arm zag, terwijl ze in de tussentijd zorgde voor een erfgenaam. Ze had geluk gehad. En dat besefte ze zich ook wel... of ze vond dat ze zich dat behoorde te beseffen. 

 

"Weet ik niet," gaf ze eerlijk toe, want aan liegen deed Thomasin niet. Als het even kon. En anders zou ze zeggen dat ze ergens geen antwoord op wilde geven. Dat gaf helaas vaak ook nog een hoop antwoord weg, maar dat was het enige wat ze kon doen als ze iemand beloofd had om het ergens niet over te hebben. 

 

"Me met jouw vervelen? Nooit." Ze kon het zich althans absoluut niet voorstellen. Er gebeurde altijd best veel in hun leven. Daarbij had ze genoeg buiten Armans, zoals Gabriel... en soms haar papierwerk voor de universiteit als Gabriel sliep... en op Zweinstein was het straks vakantie en dat begin pas in september allemaal weer... Al moest ze toegeven dat het idee wat meer weg te zijn haar wel een knoop in haar maag bezorgde. Was dat normaal? Of niet? Ze wist het niet? Maar normaal of niet? Zo voelde ze zich toch gewoon...

 

Thomasin keek naar de Villa. "Oh, is dit helemaal voor ons? Of huren we een kamer?' Ze wist niet wat gebruikelijk was voor Canada, of voor Armand... Dus dan kon je maar beter vragen waar je aan toe was, niet waar? "En je kent me een beetje... En dit weet ik eigenlijk helemaal niet van jou? Gedij jij beter in de drukte van een stad? Of op het rustige platteland?" Niet dat verhuizen er echt inzat, want Catsfield kon niet echt zonder haar, tenzij ze een vervangen waarnemend toezichter zou aanwijzen, een dreuzel, maar dat leek haar maar niets. Daarbij was deze omgeving toch ook veel beter voor Gabriel om op te groeien, dan zo'n drukke stad. Ze nam een slokje van haar cocktail. "Welke stad ligt hier in de buurt?" Misschien had hij het al gezegd, maar dan had ze -sorry, Armand- niet geluisterd. "Wat een hoop plannen. ik hoop dat we alles redden..." Ze liep nog niet zo vlot en ze kon soms zomaar last krijgen van haar bekken en dan wilde ze het liefst de rest van de dag geen stap meer verzetten. Een rolstoel kostte haar teveel van haar trots, net als gedragen worden door Armand. Dus het kwam erop neer dat ze het vooral maar rustig aan moesten doen. "Wat wil je me straks als eerste laten zien? Of ben je hier ook niet bekend?" Hoeveel magische steden waren er eigenlijk in Canada. Ze zou het niet weten. 

 

Oh Gabriel, had ze je nu maar in haar armen, en kon ze een kus drukken op je zachte roze hoofdje, en de nog heerlijke babygeur van je haren opsnuiven. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Thomasin kon zich het niet voorstellen, dat ze zich ooit met hem zou vervelen, en dat was mooi en vleiend en een tikkeltje onverwacht: het was niet iets wat Armand geheel waarheidsgetrouw terug zou kunnen zeggen. Hij hield van zijn vrouw. Heus. Ze was een wonderbaarlijke dame, en hij bewonderde haar inderdaad. Haar patronus was een eenhoorn en dat paste haar: ze was een op de duizend, schitterend vanbinnen en vanbuiten, en beter, zoveel beter, dan hij ooit zou kunnen zijn. Beter zelfs dan hij ambieerde te zijn, want met Thomasins moreel kompas moeten werken zou hem zowel privé als professioneel maar lelijk in de vingers snijden. De wereld had nu eenmaal naast die een op de duizend ook die negenhonderd en negenennegentig minder onaanraakbare mensen nodig. Want als iedereen was geweest zoals Thomasin, dan, tja... 

 

Nu ja, als iedereen was geweest zoals Thomasin zou het misschien niet per se zo heel erg zijn. Behalve dat het menselijk ras waarschijnlijk al vele jaren terug uitgestorven zou zijn, dat er een schandalig tekort zou zijn aan thee anders, en...

 

En dat men zich zou vervelen. Want als je nooit iets deed wat niet hoorde, als je jezelf nooit verraste, als je je nooit liet meevoeren door de stroming of je zinnen zette op iets wat eigenlijk niet mocht, dan ging de kleur uit je leven. En het sprankelend wit van een eenhoorn was nu juist zo prachtig in contrast. Hij zou zich wel kunnen vervelen, zo... zou rusteloos worden, zo, in dit leven, waar alles om Gabriel draaide en om Catsfield en om alle dingen die je deed omdat je ze altijd al zo had gedaan. Wat hij niet had. Een leven waarin twee plannen en een overnachting een ‘hoop plannen’ waren, waarin je van tevoren aan moest geven wanneer je graag iets zou willen doen met elkander. Gezapigheid, huiselijk geluk en alle aandacht voor hun zoon. 

 

Hij besefte plotseling, in een moment van blikseminslag, dat dit was hoe zijn ouders zich gevoeld hadden kunnen hebben. 

 

Hij hield zijn gezicht in de plooi, al had hij nu bijna zijn hoogstpersoonlijke eigen paniekaanval. “Het is Quebec... Ik heb hier gestudeerd. En gewoond. Bij mijn oom en tante - Daniels ouders?” Dit was waar zij hun ‘huis in de stad’ hadden en normaliter door het jaar heen woonden, behalve in de zomermaanden wanneer ze naar het landhuis aan het meer gingen. Armand had er goede en slechte herinneringen, en zoveel voetstappen liggen. Maar dat soort dingen wist Thomasin inderdaad niet van hem. Ze wist zeer weinig van hem. Hij vroeg haar veel, onopvallend vaak, wilde alles van haar weten en het viel over het algemeen niet op dat hij geen sjoege gaf op wedervragen. Als je veel zei, hoefde het niet veel te betekenen. “En we hebben hier een verdieping...” Hij beet op zijn lip, zette zijn lege glas weg. “Maar misschien moesten we maar weer naar huis. Ik... het spijt me, als dit niet fijn voor je was.” Hij lachte ietwat beschaamd. “Dat was zeg maar het exact tegenovergestelde van het gewenste effect.” 

 

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Dit huis is van je familie en er is een hele verdieping voor ons?", vroeg Thomasin verbaasd. Ze had heus wel haar best gedaan om goed te luisteren, maar ze had het idee dat haar oren nog licht aan het suizen waren en dat informatie niet helemaal binnenkwam zoals ze het graag zag. Ze glimlacht naar Armand en ze deed haar uiterste best om vrolijk te zijn en te doen alsof ze het echt heus wel naar haar zin had.

 

Maar ze was duidelijk geen overtuigend actrice.

 

Ondanks dat haar hele wezen 'ja' schreeuwde, toen Armand de suggestie deed om zo na het drankje weer terug te gaan, gebeurde er ook iets anders. Een klein geniepig beestje, genaamd 'schuldgevoel', begon onverbiddelijk aan haar te knagen. Ze schudde dus impulsief en snel haar hoofd. Ze had alweer half spijt, maar ze vond het veel erger om Armand ook zo teleurgesteld te zien. Ze had hem pijn gedaan, terwijl hij zó zijn best deed en ook alle zeilen bij had gestuurd om Gabriel driedubbel op te vangen. 

 

Ugh! Waarom was het zo dubbel. Waarom kon ze niet gewoon blij zijn? En haar zorgen opzij zetten? Maar die misselijkheid bleef en had nu ook nog eens deze nieuwe miserable topping erbij gekregen. "Nee, lieverd... Ik..." Thomasin sloeg haar ogen neer. "Ik waardeer het echt heel erg dat je al deze moeite hebt gedaan en een verrassing hebt verzonnen en daar allemaal mensen voor hebt gemobiliseerd." En daar moesten ze dan naar terug en zeggen dat ze het niet kon... dat ze niet eens twee dagen met haar man weg kon zonder dat ze overstuur raakte... Het zou hen vast ook teleurstellen, want ze wist hoe graag Daphne en Than op wilden passen; daar had Daphne het al een paar keer over gehad. 

 

"Het spijt me dat ik er helemaal niet zo enthousiast over ben als je verdient, maar ik wil het graag proberen. Vergeef me als het even niet gaat." Ze haalde diep adem. "Het is echt heel lief... Ik... Ik weet niet wat er met me is."

 

Behalve dan dat ze Gabriel heel erg miste. En ze zich elke seconde tien keer zorgen om hem maakte.

Share this post


Link to post
Share on other sites
Posted (edited)

Was hij zijn ouders? Was dat iets genetisch, iets waar hij niet aan kon ontsnappen, iets wat voor altijd zou bepalen hoe hij was en wat hij deed, ja zelfs zou bepalen wat hij wilde? Was hij zo kapot als zij waren geweest, dat ze hun negenjarige zoon vaarwel waren komen zeggen, hun tassen gepakt in de hal, omdat ‘het gewoon niet ging’, omdat hij simpelweg ‘niet kon zijn wat ze nodig hadden’, omdat het grootste goed in het leven was om geluk te kunnen zoeken en omdat wanneer iets of iemand je niet gelukkig maakte, je dat moest laten gaan? Sorry, schat, tot nooit meer ziens? Ze hadden hem niet eens gevraagd om op de tweeling te passen. Dat was hij, met zijn negen jaren en zijn ongeletterdheid en onwetendheid, (nauwelijks ooit ergens anders geweest dan in het grote en nu veel te lege huis omdat zijn ouders dat hadden moeten organiseren en nooit gewild hadden,) zelf gaan doen, versuft drentelend naar de babykamer waar zijn zusjes sliepen en wachten tot ze zouden wakker worden, tot ze zouden huilen zodat hij dat dan misschien ook kon. 

 

Of was hij kapot door hen? Omdat ze waren weggegaan?

 

Of omdat ze eerst negen jaren er waren geweest?

 

Hij dronk zijn glas leeg, glimlachte naar Thomasin. “Ik zal even de ViaVia laten vervroegen. Ik weet dat je je best wil doen, lieveling, en ik stel het op prijs... maar ik wilde dat je even zou ontspannen juist, en dat gaat duidelijk niet lukken. Ik kan je toch niet zo zien lijden terwijl het in mijn machte ligt daar iets aan te doen.” En voordat ze veel terug kon zeggen door haar paniekerige hoofd was hij al opgestaan en de terugreis in werking gaan brengen. 

 

Hij was stil, doch niet duidelijk verwijtend, en spoedig verschenen ze weer in Catsfield’s zijkamer, die Armand gebruikte voor magische reizen en derhalve vrijhield van Dreuzels. Hij hield Thomasins arm vast, om haar zo naar de woonkamer en de dichtstbijzijnde stoel te begeleiden. Inmiddels konden ze ook stemmen horen, vervolgens het tafereel zien: Irwin zat op de bank, Gabriel lag tegen hem aan te slapen, en hij was op een héél vriendelijke, zachte toon een laaiende ruzie met zijn moeder aan het uitvechten.

“Nee, ma, ze gaat eerst studeren, dat hadden we-“

“Ja? Of ben je weer aan het uitstellen? Of is zij aan het uitstellen? Volgens mij moet ik even -“

“Ma, nee. Niet nu, ik ben aan het oppassen.” 

“Dan neemt je vader -“

“Irwin heeft gelijk, Daphne.” Die monumentale gelegenheid waarbij Irwins vader z’n zoon in plaats van z’n vrouw bijviel leek Armand bij uitstek het moment om Thomasin de salon in te begeleiden met een lichte kuch, alvorens het gesprek over Veritaserum verder ging. 

 

 

Daphne en Than waren meteen weer allergezelligst. Irwin keek boos, maar het effect werd iets afgedaan aangezien Gabriels vingertjes in zijn haren hadden gegrepen. Daphne herpakte zoals altijd het gesprek. “Thomasin! Armand! Wat zijn jullie snel terug? Je bent toch niet onwel, meisje?”

“Ze miste Gabriel zo,” glimlachte Armand warm. “Alas... misschien moet dit maar wachten tot hij oud genoeg is om mee te gaan.”

Irwin trok een wenkbrauw op. “Niet serieus, toch, Thomasin? Je bent een half uur de deur uit geweest.”

Zijn moeder humde. “Irwin. Dat is hartstikke normaal en een heel waardevol instinct.”

 

Irwin negeerde haar.

Edited by Armand Foulkes-Davenport

Share this post


Link to post
Share on other sites

He, jakkes, nu voelde ze zich echt enorm schuldig dat ze zo snel alweer terug moesten. -En tegelijkertijd heel erg opgelucht, maar vooral echt heel erg schuldig-. Armand had zoveel moeite gedaan met een reis bedenken en regelen, zorgen dat er thuis opvang was, hij had activiteiten bedacht, het allemaal als een verrassing voor haar willen houden en ervoor willen zorgen dat ze gewoon een uitje had waarbij ze kon ontspannen en genieten en zelf voor een keer helemaal niets hoefde te doen of zich af hoefde te vragen of het wel geregeld was. Dat was heel erg lief, toch? En nu was zij er, met haar paniekaanval en haar ondankbaarheid, ze liet helemaal niet zien dat ze hem waardeerde en nu voelde hij zich dus alweer genoodzaakt om terug te keren.

 

Ja, ze had willen protesteren, maar voordat het was gelukt om een correcte zin te formuleren in haar hoofd, was Armand al opgestaan en de boel gaan regelen. Thomasin zuchtte diep en nam nog maar een slok van haar drankje. Ze liet haar blik over het uitzicht glijden, maar sloot al snel, ongelukkig, de ogen. Ze had het verpest, ze had hem gekwetst en teleurgesteld en ze kon zich al helemaal voorstellen hoe het thuisfront zou reageren. Ze voelde zich zwak. En nog steeds misselijk door haar zorgen om Gabriel.

 

Waarom moest altijd alles zo tegenstrijdig zijn?!

 

Toch waren ze vlot, ongeveer een uur nadat Armand het was gaan regelen, weer thuis. Thomasin liet zich begeleiden, wist niet goed wat ze tegen Armand moest zeggen en vatte zijn stilte wel als verwijtend op, omdat .... nu ja.. ze het zichzelf erg kwalijk nam en daarom voor haar man invulde dat hij vast hetzelfde deed. 

 

"Drie uur", corrigeerde Thomasin Irwin, maar ze besefte zich heel wel dat dat nog steeds een belachelijk korte tijd was. "Ik wilde wel nog wat langer blijven, maar Armand stond erop me uit mijn lijden te verlossen." Ze glimlachte zo warm mogelijk naar hem toe, maar merkte ook dat het bloed een beetje uit haar gezicht trok, omdat ze zich realiseerde dat ze 'zo'n huismoeder' dreigde te worden, die alleen maar bij haar kinderen wilde zijn. Een type vrouw waar Irwin en zij vroeger altijd smakelijk om hadden kunnen lachen en waarvan ze altijd heel stellig had geroepen dat zíj toch nooit zo zou worden. En moest je haar nu eens zien. Ze keek Irwin dan ook niet aan, glimlachte even verontschuldigend naar Than en Daphne. "En misschien toch nog niet helemaal fit om op zulke korte termijn twee keer zo'n afstand per Viavia te reizen. Het spijt me verschrikkelijk, maar ik moet even gaan liggen."

 

Nu ze hier was, Gabriel zo bij Irwin zag, Thanatos en Daphne erbij aanwezig, wist Thomasin ook eigenlijk helemaal niet meer waarom ze zich zo'n zorgen had gemaakt. Ze was voor nu even klaar met vandaag. Aan alle kanten voelde ze zich schuldig en falen en tekort doen. Ze stelde iedereen teleur, inclusief zichzelf. Hopelijk zou ze in slaap vallen, was deze dag snel voorbij en kon ze morgen de scherven van vandaag oprapen en een nieuwe poging doen om weer aan ieders verwachtingen te voldoen. 

 

[OOC: Topic done.]

Share this post


Link to post
Share on other sites
Guest
This topic is now closed to further replies.
Sign in to follow this  

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×