Jump to content
Thomasin Hastings

[15+][1836/1837] There are as many forms of love as there are moments in time.

Recommended Posts

[OOC: 15+ in verband met heftige emoties van angst, wanhoop en minder aangename perikelen van zwangerschap.]

 

Dinsdag 27 september 1836 - laat in de avond, Catsfield, slaapkamer.

Thomasin is nu ongeveer drie maanden zwanger.

 

 

Armand en Thomasin waren nu twee maanden getrouwd. De maand augustus wel heel ontspannen en rustig verlopen. Het was immers nog vakantie. Er was dus alle tijd geweest om elkaar wat beter te leren kennen en om Armand wegwijs te maken in Catsfield en alles wat er eigenlijk bij kwam kijken, wanneer je meer met dreuzels omging. Zo had hij bijvoorbeeld een nieuwe set dreuzelse kleding aangemeten gekregen en waren ze regelmatig gaan paardrijden (want dat was toch anders dan wanneer je op een Pegasus of Hippogrief rondreed). Armand was ook voorgesteld aan al het personeel, hij had in de tussentijd ook al zijn eerste preek van Beth ontvangen -Thomasin meende dat het iets te maken had met dat de kokkin uit haar slof was geschoten omdat Armand een uur voor het eten nog koekjes had gegeten en zo zijn eetlust had bedorven, maar het kon ook een andere 'halsmisdaad' hebben betroffen-. 

 

In september was Thomasin natuurlijk begonnen aan Zweinstein als docent. Met behulp van het anti-emeticum dat Armand voor haar had geregeld was het goed gelukt om de misselijkheid in bedwang te houden. Ze werkte, omdat het een keuzevak betrof, maar twee dagen per week op Zweinstein. Die ene nacht verbleef ze dan op de school, hing ze uiteraard veel bij Irwin rond, en kwam daarna per magische koets weer terug naar huis. Dat was prima te doen. Op de heenweg in de koets bereidde ze immers haar lessen voor en op de terugweg sliep ze, werkte ze aan haar onderzoek te Cambridge, nam ze wat boekhouding van Castfield door of bedacht ze boodschappenlijstje en/ of andere zaken die er nog moesten gebeuren. Voor wie het nog niet duidelijk is: Thomasin kan niet stilzitten. 

 

Vandaag had Thomasin in de ochtend gewerkt, had ze in de middag cijfers van de eerste tussentoets duelleren bekend gemaakt, had ze geluncht met Irwin en met hem samen nog wat combinatielessen bedacht. Daarna was ze in de stallen nog wat Hippogriefen gaan aaien en had ze ook nog geassisteerd bij een strafuur en merkte ze bij zichzelf dat ze niet eens meer verbaasd was om welke redenen leerlingen strafwerk opgelegd kregen - alle veren in het lokaal bijeenbinden totdat het een agressieve kip was geworden, serieus?-. Na een lange koetsreis was ze net voor het eten op Catsfield gearriveerd. Thomasin moest toegeven dat ze bek- en bekaf was. Ze had het idee dat ze op haar laatste tandvlees liep, dat haar wallen ongeveer ter hoogte van haar neusvleugels hingen en dat haar schouders te zwaar waren om nog fier overeind te houden. Ze zag ook wat bleek -zag ze de laatste tijd altijd- en de misselijkheid was weer eens opgevlamd. Met een zucht van opluchting wandelde ze de salon binnen. De vrouw glimlachte lichtjes toen ze Armand zag, liep naar hem om hem te begroeten. Ze hield het bij slechts een eenvoudig kusje, want haar boeten konden niet meer. 

 

Thomasin slaakte een zucht van verlichting toen ze eindelijk, eindelijk, op de bank zat en wist dat ze voorlopig even kon blijven zitten. Nuja, totdat het diner werd geserveerd. Tenzij... Het was een belachelijk idee. Het was tegen alle regels in. Het kon niet. Armand zou vast in shock zijn... Ze kon echter niet meer en daarom scheen dit haar nu het allerbeste idee aller tijden toe. "Zullen we anders op de bank eten?" Nee, dat zíj dat ooit zou zeggen, dat had ze zelf ook niet verwacht. Het paste in het geheel niet bij haar karakter, maar ze wilde gewoon zo graag even blijven zitten, even niets meer doen. Even niets. Thomasin legde haar handen op haar onderbuik, het ging vanzelf en ze dacht er niet verder bij na. "Hoe was jouw dag, lieverd? Thuiswerken een beetje gelukt?"

 

[OOC: privé met Ann]

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het leven was perfect. Hij had een mooie vrouw, een fijn huis, hij had zich (nog) niet versproken bij de Dreuzelbedienden en zelfs Beth niet vervloekt toen ze hem uit kwam foeteren omdat hij had gezegd dat hij vond dat de Engelsen wel heel vroeg aten (ja, Thomasin, dat was het dus, de koekjes waren meer incidenteel geweest), ze hadden een kindje onderweg al hadden ze dat nog niet verkondigd want het was te vroeg en zeker te vroeg met in ogenschouw nemend dat ze er geen aandacht op wilden vestigen hoevéél te vroeg het was. Thomasin hield meer en meer van hem, of ze dat zelf nou al toe wilde geven of niet, deelde meer en meer met hem en zocht hem altijd op, ook al was dat niet nodig in dit huis dat nog te groot zou zijn voor hen drieën. Alles liep op rolletjes, en Armand zou compleet gelukkig zijn geweest, ware het niet dat dat niets voor Armand was. Hij wilde altijd meer.

 

En op dit moment wilde hij feitelijk minder: want augustus was hem een stuk beter bevallen dan september. De zomermaand met Thomasin hier was heerlijk geweest: geen verplichtingen (zijn werk, zijnde eveneens van zijn familie, had althans voor de eerste paar weken ofzo mogelijk besloten te doen alsof ze op huwelijksreis gingen en hem met rust gelaten, dit was niet zo lief als het klonk, de Foulkes-Davenports waren gewoon erg onder de indruk van zijn uitstekende huwelijkskeuze en mogelijk eveneens van de karakteristieke efficiëntie waarmee hij voornoemd huwelijk had bewerkstelligd, slechts luttele weken na zijn arriveren op dit continent), alle tijd om elkaar beter te leren kennen, leuke dingen te doen, en cruciaal om niet al te veel te doen, want ze was vaak moe en kon dan heerlijk tegen hem aan hangen. Maar toen was het schooljaar begonnen, op Zweinstein én op de uni, en toen was het mooi uit met de lol. Dat zou al erg genoeg zijn geweest, als Irwin niet ook nog op Zweinstein rondhing en zodoende daar zijn twee pet peeves zich combineerden, zijn neefje en haar workaholisme (hetgeen bij deze tot een woord is verworden).

 

Maar hij kreeg haar er niet mee gestopt. Althans niet subtiel. Het was een verplichting die ze was aangegaan en hij kende haar goed genoeg om te weten hoe zwaar dat zou wegen: hij kón op zijn strepen gaan staan, want de verplichting aan hem ging voor, maar dat zou ze hem niet in dank afnemen, zeker niet met Irwins behulpzame souffleren in haar oor. Dus dreef hij het liever niet meteen zo ver op de spits. Als hij het subtiel voor elkaar kon krijgen dat ze stopte, zou ze hem per slot van rekening altijd dankbaar zijn dat hij het niet had geëist: dat was een chip die hij niet graag bij voorbaat op zou geven.

 

Dus had hij maar de tijd genomen om zich geliefd te maken bij het personeel, en was hij nu naast zijn eigen werk telkens wat taken die eigenlijk Thomasin ten beurte zouden vallen aan het opknappen. Om haar te ontzien, snap je. En omdat ze dat verschrikkelijk zou vinden en het haar op die manier uiteindelijk via een omweg duidelijk zou worden dat het zo niet langer ging. De kleine Rosie zou hem er vast binnenkort wel voor prijzen in al haar onschuld: en op die manier zou het uitkomen zonder dat hij er duidelijk een hand in had. Dat ze zo kapot thuiskwam paste dan ook absoluut in zijn grotere plan, al vond hij het jammer haar zo witjes te moeten zien. Geven om je speeltje was níet aan te raden – maar met Thomasin had hij echt geen keus gehad. “Gezellig, als ik er maar naast mag,” glimlachte hij. “Mijn dag was tot nog toe voorspoedig, maar ik ben bang dat ik nu een discussie aan zal moeten met Beth – momentje, meisje, blijf lekker zitten...”

 

Beth was boos aan het staken na dit zoveelste exorbitante verzoek, dus Armand kwam algauw in hoogsteigen persoon met twee borden en glazen water naar boven, zette die voor hen neer op de bank, ging naast Thomasin zitten met een arm om haar heen. “Gaat het wel, mijn lief? Je, eh, hebt er beter uitgezien. Vermoeiende leerlingen vandaag?"

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Natuurlijk. Fijn." Want of ze inderdaad wilde toegeven of niet, Thomasin was de afgelopen twee maanden steeds meer om Armand gaan geven. Hij was er altijd voor haar. Hij steunde haar, hij klaagde niet als ze weer eens moe was, hij was begripvol en geduldig. Behalve dat hadden ze ook leuke gesprekken, deden ze leuke dingen, maakte hij haar met regelmaat aan het lachen en ze hadden sinds de huwelijksnacht helemaal geen discussie -want ze weigerde het al een ruzie te rekenen- meer gehad. Misschien had ze nog niet hardop gezegd dat ze van hem hield, want dat was toch een dingetjes om voor de eerste keer uit te spreken en tot op heden had ze daar nog geen geschikt moment voor gevonden. 

 

Oh ja, Beth. Als Armand het geen belachelijk idee vond, dan wel haar kokkin. "Het hoeft niet...", zei ze vlug voor het geval Armand geen zin had in een discussie met de lichtelijk explosieve vrouw. Ondanks deze minder prettige eigenschap was Beth overigens een zeer bekwame kok en had ze het welzijn van haar Lord en Lady als belangrijkste prioriteit. Zo nu en dan een preek over je heen laten komen, was daarom maar een relatief klein offer. Het hielp ook dat de vrouw zich over het algemeen wel gewonnen gaf en accepteerde dat Thomasin het laatste woord had. Bij Armand kostte dat nog iets meer moeite. De kokkin vond namelijk dat de exotische Armand maar een slechte invloed had op het reilen en zeilen van het landgoed. Dat lag niet zozeer aan haar echtgenoot overigens, maar de vrouw was een tikkeltje ouderwets en elke verandering werd altijd met een zeer kritisch oog bestudeerd en kreeg het nadeel van de twijfel. Zo ook nu, toen Armand uiteindelijk zelf met de borden naar boven kwam. "Oh, Armand, je had toch Rosie kunnen vragen?" Daar hadden ze immers bedienden voor en klusjes als wasgoed vouwen konden heus wel eventjes wachten indien nodig. 

 

Een moment glimlachte Thomasin, toen Armand bij haar kwam zitten met zijn arm om zijn heen, maar deze verdween toen hij doodleuk zei dat ze er slecht uitzag. Ze knikte. "Ja, ik heb geassisteerd bij een uur met strafklanten. Dat hoort er ook bij. Sommige leerlingen zijn echt krankzinnig. Ik meen toch dat dat iets minder was in mijn schooltijd." Ze trok haar wenkbrauwen op. "En zo bijdehand allemaal. Ik had toch veel meer ontzag voor mijn professoren. Of dat wens ik in ieder geval graag te geloven." Thomasin zuchtte lichtjes, glimlachte weer. "Maar ik heb het allemaal overleefd. Het is goed gegaan. Ik ben blijkbaar een van de strenge docenten." En ja, daar was ze trots op. "De lessen vanmorgen waren wel heel erg leuk. Irwin en ik hebben ook erg leuke plannen voor volgende week..." En daar vertelde ze verder over, terwijl ze aan de maaltijd begonnen. Kijk, de misselijkheid ging beter, maar hij was nog verre van opgelost. Eten was tegenwoordig ook niet meer haar favoriete moment van de dag. Ze at haar zelf vastgelegde minimaal aantal happen en hield het toen voor gezien. Een beetje tegen Armand aanleunend en hem daarmee dwingend tot eten met slechts één hand, wachtte ze geduldig tot hij ook klaar was. Dat was helemaal niet erg, want dat gaf haar subtiel de gelegenheid om bij te komen en de misselijkheid en vermoeidheid weer te bedwingen tot een acceptabele belasting. 

 

"Ik ga me even opfrissen. De geur van kostschoolleerlingen van me afspoelen," kondigde Thomasin na de maaltijd aan. Met enige tegenzin kwam ze overeind, maar dit was de laatste obstakel die genomen moest worden voor haar niets dan ontspanning in het verschiet lag. 

 

Helaas. Dit was pas het begin van een alles behalve ontspannen voortzetting van de avond.

 

Nee! Nee! Bij Merlijn, Circe en Morgana! Dit kan niet waar zijn! Thomasin voelde hoe van de schrik alle lucht uit haar longen werd geperst. Ze moest zich vasthouden aan de wastafel om niet om te vallen. Ze wist nu wat het gezegde dat 'de angst je naar de keel grijpt' letterlijk inhield. Haar hart moest bovendien ook minstens een paar slagen hebben overgeslagen. 

"Armand!! ARMAND!" Ze riep niet gewoon, het was als het ware een noodkreet van iemand die zich niet eens per se figuurlijk in doodsnood bevond. Bevroren van afkeer, vertraagd door wanhoop, staarde Thomasin naar haar benen, waar bloed, vertakt als bliksemschichten, over haar benen sijpelde. 

 

Bloed.

 

Er was overal bloed. Ze hield zich inmiddels vast aan de muur. Haar benen hadden moeite haar nog te dragen. Haar andere hand ze onbewust vanzelf naar haar benen gebracht, raakte met haar vingertop het rood op haar benen. Het was echt bloed... 

 

"Armand!!" Maar deze kreet was woordeloos, omdat ze overmand was van emotie en als het ware vastgepind en verlamd was door de angst. Haar stem was verdwenen. Tijd verliep niet meer als tijd, maar stond stil en leek Thomasin mee te nemen in oneindige buitelingen. 

 

Het was een grap. Alsjeblieft? Dit moest een grap zijn. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Sommige dingen kon je niet plannen. Dat had Armand, de jongen die op zijn achtste door zijn ouders was verlaten met nauwelijks meer dan een ‘toedeledokie’ en niet eens een ‘pas je op je zusjes’ (wat aan de ene kant minder aangenaam was geweest en aan de andere kant prettiger want dan hadden ze er tenminste nog aan gedacht) altijd wel geweten. Hij had aan die wetenschap ook altijd een vehemente, fundamentele hekel gehad, en deed zijn uiterste best, zijn best buiten de rede, om wat hij niet kon voorzien zoveel mogelijk te vermijden. Om wat hij niet kon beïnvloeden tot niets of niet relevant te reduceren. Met weinig scrupules, de juiste achtergrond, en een bovengemiddelde intelligentie viel daar daadwerkelijk nog best aardig wat op af te dingen, op hoe weinig je de wereld onder controle had, of althans jouw wereld, het stuk waar je waarde aan hechtte. Desnoods kon je dingen waar je geen invloed op uit kon oefenen altijd nog laten vallen uit de categorie ‘dingen waar je waarde aan hechten’ en dan had je het ook opgelost, want dan hoefde je er ook niets meer aan te kunnen doen.

 

Maar zelfs voor Armand was dat soms geen optie. Zelfs Armand moest investeren en incasseren, investeren en incasseren, en vervolgens recupereren, zo goed en zo kwaad als het ging. In elk mensenleven en dus ook in het zijne zouden er momenten zijn die niet gingen zoals hij had verwacht, die hij niet had kunnen indenken, en die hij niet kon veranderen bovendien. Momenten dat geen list of leugen hem meer openstond, dat hij zich er niet uit kon praten of uit kon lachen, momenten die niet in zijn handen lagen en die hem immer door de vingers zouden glippen. Momenten dat hij zich niet af kon sluiten en dat die laatste weg, die manier om maar niet meer te geven om hetgeen dat niet binnen je macht lag om aan te passen, hem evenmin langer mogelijk bleek.

 

Momenten dat je bezig bleef, aan een stuk door, terwijl je heel goed wist dat er op een bepaald afgesneden punt niets meer zou zijn wat je kon doen. Wat iemand kon doen.

 

En zo’n moment was dit. Hij schrok van Thomasin’s gil. Schrok van het bloed en haar lijkwitte gezicht, schrok van de intense pijn in haar ogen. Registreerde dat hij die ook voelde, als een weerspiegeling van de hare, op een rimpeliger wateroppervlak: want puur, zo puur als zij dit voelde, kon hij niets voelen niets niet eens dit, zo was hij niet, zo zou hij nooit meer kunnen zijn; maar zoveel als hij kon voelde hij nu. Niet voor hun kindje, niet eens per se, zo ver was hij nog niet – hij kon zich al zo moeilijk hechten en aan iets waarbij hij zich nog nauwelijks een voorstelling kon maken kon hij gewoon niet indenken dat hij – maar om haar, want als er iets met Thomasin zou gebeuren, dat wist hij nu ineens heel zeker, dan zou hij toch wel een klein beetje... vergaan.

 

Maar er was niks wat hij daaraan kon doen, dus deed hij al het andere. Kuste in haar haren. Suste haar. Hielp haar naar bed. Dekte haar toe – ze was koud. Riep Rosie erbij, bezwoor haar goed op haar meesteresse te passen. En ging toen de Heler halen, die meteen kwam (de voordelen van de Foulkes-Davenports), meteen bij Thomasin naar binnen ging, terwijl Rosie en hij op de gang wachtten tot ze naar binnen mochten. Wachtten. Omdat er nu niets meer was wat ze konden doen.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Vanaf het moment dat Armand er was, klampte Thomasin zich aan hem vast. Hij was op dit moment de vaste rots in de branding die ze nodig had, haar boei in een genadeloze zee. Ze drukte zich tegen hem aan, liet Armand haar steunen, ondersteunen. Met zijn warmte bij zich, zijn omarming en zijn liefde was er verder geen houden meer aan. Het was alsnog ze nu in kon storten. Hij was er. Dus zij hoefde niet meer sterk te zijn.

 

Thomasin huilde. Met harde snikken, grote uithalen. Ze kon er ook niet mee stoppen, zo overmand door verdriet en angst. Wat nou als het mis was? Echt mis was? Hoe moest ze daar ooit mee omgaan? Hoe zou ze dan ooit verder kunnen? Hoe moest ze het verwerken? Het zou weggestopt worden, nooit over gesproken. Het was iets waar je niet over hoorde te spreken en hoe kon ook praten over zo’n onmenselijk en eerlijk verdriet? Of wat als zij nu zou sterven? Ze wilde nog niet dood! Ze wilde… Ze wilde voor nu even het liefst haar ogen dichtdoen, doen alsof ze er niet was, doen alsof dit niet aan de hand was. Alles ontkennen, want dan was het er niet. Ontkennen en vermijden, je terugtrekken van de werkelijkheid. Doen alsof ze ergens anders was. Of nog steeds uit alle macht weigeren te geloven dat dit de werkelijkheid was.

 

De rest ging vrijwel als een waas voorbij. Armand had haar uiteindelijk in het bed gelegd, geregeld dat Rosie bij haar kwam en was verdwenen. Rosie op haar beurt had Thomasins benen gewassen, de badkamer provisorisch opgeruimd en was bij Thomasin op bed komen zitten en had haar vastgehouden, totdat Armand –zeer vlot- weer terug was met een Heler. Dat dit enige gevolgen kon hebben op dat personeel vermoedens kon krijgen over hun magische aard, kwam niet eens bij Thomasin op voor de verandering.

 

De Heler kwam binnen, stuurde Rosie weg. Thomasin werd onderzocht. Ze onderging het lijdzaam, probeerde zich weer groot te houden –wat tot haar verbazing nog redelijk lukte-. Het was alsof een soort deken van grijze leegte over haar heen zakte en ze voor een moment niets kon denken of voelen. Ze zat vast in een tijdloos web van verwrongen gedachten, onduidelijke emoties, maar op een manier wat het best vergeleken kon worden met een gesmoorde schreeuw.

 

Het was goed.

 

Er was niets aan de hand. Het was goed. De Heler vertelde al vrij snel dat er een hartslag was, krachtig en goed hoorbaar. Er was met het kindje niets aan de hand. Met Thomasin trouwens ook niet. Waarschijnlijk had de kleine net een bloedvat geraakt en was de boel daarom gaan bloeden. Die bloeding was nu weer gestelpt en alles was intact.

 

Het was goed.

 

De Heler nam Rosie mee naar beneden om haar van instructies te voorzien. Armand mocht ondertussen bij Thomasin de kamer binnen. Zodra hij bij haar op bed zat, omhelsde ze hem, drukte ze haar gezicht in zijn hals. Opnieuw huilde ze, maar dit keer van opluchting.

 

“Alles is goed,” vertelde ze lachend door de tranen, nog buitenadem van de schrik en emotie. “En we krijgen een zoon.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het verlossende woord kwam snel, en toch, waarschijnlijk hadden die luttele minuten Armand grijze haren of mogelijk levensjaren gekost. En hem niet alleen: want zodra hij naast zijn vrouw op het bed ging zitten, stortte ze voor de tweede keer in nog geen uur in zijn armen in, huilde van opluchting ditmaal in plaats van wanhoop, was al haar remmingen en al haar kalme koelte even vergeten in deze diepe dalen van emotie. Hij streelde door haar haren, suste haar zonder woorden, hield zijn armen om haar heen om haar te laten weten dat het niet uitmaakte als ze in stukjes uiteenviel, dat hij haar wel bijeen zou houden, dat hij haar wel weer op zou bouwen. Het was alles wat hij had gewild van haar, met haar, dat ze hem op deze manier zou vertrouwen, dat ze zichzelf zo bij hem zou durven te laten gaan en toch... dit was het hem niet waard geweest, hoor. Ook Armand had kennelijk een ondergrens. Zij het niet eentje die ervoor zorgde dat die gedachte over wat dit voor voordelen zou opleveren nu op dit moment niet eens bij hem op was gekomen.

 

Maar ja, accepteer dat wat je niet veranderen kan, enzo.

 

Of zou hij veranderen? Met Thomasin? Voor Thomasin? De paniek, de heuse angst, die hij zojuist had gevoeld bij het beeld van iets wat haar zou overkomen, die was echt geweest. Daar kon hij niet aan ontsnappen, of omheen. Was hij voor zijn eigen toneelspel gevallen, was hij in zijn rol gegroeid... wie hield hij nou allemaal voor de gek? En vond hij het erg? Het waren vragen die hij nu niet kon beantwoorden, in elk geval niet nu, misschien nooit; hij zou het niet weten, hij deed over het algemeen niet aan ontzettend veel zelf-reflectie. Hij kon ze alleen maar laten bestaan voorlopig. Want het spel moest door, en het leven moest door, en hij moest heel even zichzelf toestaan om oprecht opluchting en oprecht geluk te voelen en niets anders, niets dan dat en de zorgen om zijn meisje in zijn armen. “Huil maar even,” glimlachte hij in haar haren. “Knap je van op.”

 

Na even kwam ze genoeg bij om zinnen te kunnen formuleren: hij streelde met zijn duim over haar betraande wang. “Een jongetje. Wat fantastisch.” Niet dat hij een meisje niet leuk had gevonden, overigens. In deze bleek Armand verrassend niet berekenend: hier had hij daadwerkelijk geen designs op gehad. Hij zou niet zo goed kunnen uitleggen waarom. Misschien omdat jongens traditioneel als waardevoller werden gezien maar Armand zichzelf nooit als waardevoller had beschouwd dan de meeste meisjes die hij kende. En vice versa, overigens. Issues met je zelfbeeld gingen twee kanten op. “En mm... Ik ben gewoon zo blij dat alles goed is met jou. Jullie.” Hij kuste haar wang, toen haar lippen, kneep in haar hand. “Had Albert nog wat gezegd over hoe nu verder, of? Is ook prima als je niet kon luisteren, dan vraag ik ’t hem even. Dit was het allerbelangrijkst.” Hij drukte een kus op haar hand. “Zal ik wat thee halen sowieso? Jij komt het bed vanavond niet meer uit, hoor – misschien dat ik zelfs wel ga bedelen of je je morgen aan mijn uitslaapritme houdt in plaats van ik aan het jouwe.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Voor iemand die al jaren gewend was om alles alleen te doen, crisis zelf aan te pakken en te overleven, was het een vreemde gewaarwording hoe fijn het was om zoiets samen met ander door te maken. Armand was lief. Ze had geen idee wat hij op dit moment anders of beter had kunnen doen; hij liet haar huilen, steunde haar en -misschien wel het aller belangrijkste- hij bleef en leek helemaal niet te schrikken van de heftigheid van de emoties en het verdriet.

 

Thomasin pakte zichzelf weer wat bij elkaar. Ze ging iets rechter zitten. Met een nog wat waterige glimlach keek ze naar Armand, streelde ze zachtjes over zijn borst. "Hoe gaat het met jou?" Want zij was natuurlijk niet de enige voor wie het afgelopen... ja hoeveel tijd was er verstreken?... heftig was geweest. Natuurlijk was er nu opluchting. Nu was alles weer goed, maar hij had machteloos moeten wachten, terwijl zij werd onderzocht, en lijdzaam moeten, terwijl zij in paniek was geweest. En misschien vond ze het gewoon lastig om zo met zichzelf bezig te zijn. Het was altijd makkelijker om voor een ander te zorgen en je om een ander bezorgd te maken, dan dat je moest toegeven dat je het zelf allemaal even niet aankon. 

 

"Albert had gezegd dat ik rustiger aan moest doen. Minder mag werken, niet mag tillen..." Was dat alles? Thomasin dacht na, een lichte frons ontstond op haar voorhoofd. "Er was nog iets. Ik weet het niet meer. Misschien beter nog vragen hoe alles precies zat, want..." Ze schudde haar hoofd. Ze wist de details al helemaal niet meer. Met dit zonder dingen was het wel beter om 'minder' wat te specificeren, want anders wist je eigenlijk nog steeds niet wat je nou eigenlijk aan het doen was. "Het is allemaal een beetje vaag in m'n hoofd."

 

Thee was lekker, ze glimlachte bij zijn opmerking over het uitslapen. "Ik blijf in bed vanavond, beloofd." Voordat hij op kon staan, pakte ze echter nog snel zijn hand. Hij mocht haar heus wel even alleen laten, maar ze wilde nog iets zeggen. "Armand," begon Thomasin met een glimlachje, "Ik hou van je."

Share this post


Link to post
Share on other sites

Zie je, zie je, dit was waarom hij die gedachte over wat dit voor de relatie tussen hem en Thomasin zou betekenen zo niet weg had kunnen werken zodra de ergste paniek wat was vervaagd: omdat het ook heel veel betekende voor hun relatie, omdat het de potentie had om hen zoveel dichter tot elkaar te brengen, goedschiks danwel kwaadschiks, omdat crisis nu eenmaal iets was waardoor je meer op elkaar ging vertrouwen als je er goed doorheen kwam. Ze leunde tegen hem aan, hield zich aan hem overeind, en had nu geen enkele moeite met de aanrakingen die haar normaal nog iets verlegen maakten. “Prima,” antwoordde hij goedmoedig, met een klein glimlachje. “Nu althans weer meer dan prima.” Wat ronduit waar was, in ieder geval, zij het om redenen die van de hare fractioneel verschilden maar wel ietwat verschilden, want hij was blij dat alles goed was, én hij was blij dat het tussen hen nog beter was geworden.

 

Niet alleen hád ze niet alles gevolgd wat de Heler had gezegd, maar ze gaf het ook nog eens ruiterlijk toe, wat kon zijn omdat ze het serieus nam, of omdat ze niet kon liegen, of omdat ze hem inmiddels genoeg vertrouwde om zich wat minder zeker van zichzelf en van het regelen van haar eigen besognes op te stellen: in elk geval vond hij het bepaald niet erg. Natuurlijk vond hij het niet erg. Armand vond het nooit erg om de tussenpersoon te zijn. Dat gaf je de ruimte om je voor beide personen in de verhouding nuttig te maken en gewaardeerd te worden, en ook nog eens om wat beiden zeiden te interpreteren en over te brengen op een manier die dicht naast de waarheid lag maar dan wel jouw favoriete versie van voornoemde waarheid. Het was geen rol die hij vaak af zou wijzen.

 

Al had hij er nu even niet heel veel aandacht voor. Hij glimlachte haar warm toe, wetend hoe belangrijk dit moment voor haar was, toekijkend hoe dan toch eindelijk na lang werken die laatste muur eens neerging. Hij had het wel geweten, het was al duidelijk geworden... maar hij snapte nu hoe het desondanks toch nog fijn was om te horen. “En ik van jou.” Hij knuffelde haar even. “Zoveel.” Vervolgens kwam hij overeind om met de Heler en Rosie te gaan kletsen. “Lekker blijven liggen, hoor. Doe je ogen maar even dicht anders, je was kapot.” Hij kuste haar voorhoofd en ging naar beneden, naar de salon. “Albert. Zoals altijd, bedankt voor je vlotte hulp. En Roosje... wat was ik vandaag blij dat jij er was, meisje, wat hebben we veel aan je gehad.” Hij glimlachte. "Kun je Thomasin zo wat thee brengen? Je kunt het ook Sue even laten doen, ik kan me voorstellen dat jij ook bij moet komen. En je hebt van Albert vast een hele waslijst instructies gekregen? Nog iets wat je daaraan toe wil voegen, Albert? Thomasin was hier en daar de details een beetje vergeten in alle heisa."

Share this post


Link to post
Share on other sites

Helaas waren de nu geboekte resultaten geen garantie voor de toekomst, Armand. Nu, op dit moment hing ze inderdaad aan hem. Ze deed nog steeds het liefst haar eigen dingen zelf, maar voor nu accepteerde ze dat Armand het even moest doen. Ze zag zelf namelijk ook in dat ze beter bedrust kon houden, dat ze voor nu een stap op de plaats moest doen. En dat kon ook, toch? In Thomasins opinie was er namelijk geen reden dat ze haar echtgenoot hiermee niet kon vertrouwen. Hij had haar niet gevraagd te stoppen met werken tot op heden. Hij had niets van haar gevraagd wat ze niet wilde. Hij had haar keuzes niet beïnvloedt. Daar had ze in het begin namelijk, door Irwins stemmetje in haar achterhoofd, toch een beetje op gelet; als er beslissingen waren gemaakt, dan bedacht ze aan het einde van de dacht of dat een beslissing was, die ze zelf ook had gemaakt, of dat ze als het aan haar had gelegen toch iets anders had gedaan. Tot op heden was Armand eigenlijk alleen maar positief naar voren gekomen. Hij hielp immers, stond haar bij en steunde. Hij legde haar geen strobreed in de weg. Vanavond was hij wederom geweldig geweest. Dus ja, ze vertrouwde hem. Ze hield van hem en ze had geen bewijsbare redenen hem te wantrouwen. En dit nam ze inderdaad heel serieus en ze vond het heel belangrijk en daarom mocht hij, momenteel haar Canadese prins op het witte paard, bij de Heler informeren naar de details.

 

Met een glimlach, het was raar hoe je dan opeens overspoeld kon worden door een golf van opluchting, zo geschrokken van eerder dat al het mooie opeens nog mooier was en tegelijkertijd uitgeput, alsof iemand in één keer al haar energie had opgeslokt. Oh en ze had het koud,vast door alle emotie. Er waren zoveel emoties, gevoelens en sensaties tegelijk dat het haast onmogelijk was om allemaal bewust te ervaren of te beschrijven. Dus Thomasin knuffelde terug, kroop daarna onder de dekens. Ze sloot inderdaad de ogen, niet uit gehoorzaamheid, maar wel omdat hij gelijk had. Ze wás uitgeput. Dus met of zonder dat hij de suggestie had gedaan, was even de ogen sluiten en waarschijnlijk even in slaap vallen hetgeen wat ze nu het allerliefste wilde doen.

 

Beneden was Rosie met de Heler aan het praten. Ze had al een heel lijstje gemaakt met allemaal regels en dieetvoorschriften. Anton, de Heler, stond op en drukte Armand een glas wijn in zijn handen. Zorgen dat iemand wat van zijn stress kwijt kon, was immers ook een belangrijk onderdeel van het vak. Rosie knikte ondertussen op de vraag en hield het lijstje met alle instructies op. "Ik heb alles netjes voor u opgeschreven, m'lord. Ik hoop dat mijn handschrift netjes genoeg is." Albert knikte. "Ja, aan deze heb je een goede Armand, een erg pienter en vlijtig meisje. We hebben zojuist besproken dat zeevruchten en varkensvlees niet meer op het menu mogen staan. Daarbij moet Thomasin zes keer per dag kleine beetjes eten, ook voor de misselijkheid en vooral veel fruit, groente en uiteraard zo gevarieerd mogelijk. Daar gaat deze jonge juffrouw samen met de kokkin voor zorgen had ze al beloofd." Rosie begon spontaan van alle complimenten te blozen en knikte maar een beetje. Ze was duidelijk in dubio of ze nu alvast naar de keuken moest lopen om thee te gaan regelen, of dat ze nu nog bij het gesprek moest blijven voor het geval er nog nieuwe dingen bijkwamen, die ze op moest schrijven.

 

"Verder is het erg belangrijk dat Thomasin meer rust houdt, Armand," ging de Heler verder. Hij keek bovendien zo streng, dat Rosie besloot nu toch maar wel voor die thee te gaan zorgen, want er kwam nu vast wat kritiek op haar meesteresse en vanzelfsprekend hoorde ze daar dan niet bij te zijn. "Ik begreep van Thomasin dat ze er nagenoeg drie banen op nahoudt? Professor, onderzoekster en het runnen van een landgoed? Dan hebben we het nog niet eens over gewoon het runnen van een huishouden zelf, het zijn van een echtgenote en dat ze zwanger is? Ze doet meer dan voor welke vrouw dan ook goed is en in deze toestand..." De Heler schudde zijn hoofd. "Voor nu ligt de oorzaak van vandaag niet bij overbelasting, maar het zou er maar zo toe kunnen leiden." Anton keek ernstig. 'Ik adviseer dringend dat ze haar werkzaamheden toch minstens halveert." Hij pakte het lijstje van Rosie erbij, want ja, het waren een hoop regels. "Verder raad ik af dat ze zwaarder tilt dan zes kilo en mocht er opeen zeker moment sprake zijn van harde buiken, dan is absolute bedrust geïndiceerd. Elke dag wel wat lichte beweging, zoals een wandeling door de tuin, het liefst van tenminste een half uur." De Heler knikte even. "Heb je nog vragen tot zover?" En hij nam toen zelf ook een slok wijn, want één glaasje onder werktijd kon heus geen kwaad.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ah, die goede oude Albert: het begon erop te lijken dat er niet eens daadwerkelijk een vertaalslag nodig zou zijn, slechts een licht sturen naar zijn voorkeur hier en daar, want dat Thomasin meer rust moest houden, dat was al vanaf het begin zonneklaar. Armands kritische geest vond dat een ietwat voorbarige analyse - per slot van rekening had dit niets met haar rust of liever het gebrek eraan te maken gehad - maar het paste in zijn straatje, compleet zelfs, dus liet hij het maar begaan en ging er niet over in discussie, want daarmee zou hij zichzelf maar zo eens in de vingers kunnen snijden. Albert was een familieheler. Zijn adviezen waren compleet in lijn met medische kennis (anders zou in een familie zo vol artsen Than hem toch heus niet aan laten prutsen) maar daar waar ruimte was voor interpretatie vermoedde Armand dat hij graag interpreteerde zoals hij verwachtte dat de Foulkes-Davenports zouden kunnen waarderen. En dat was met Lorelai en Daphne nu eenmaal nadrukkelijk om moeite voor dames zoveel mogelijk te vermijden. Wanneer Armand een andere voorkeur zou laten blijken, zou dat advies maar zo opeens een heel stuk minder drastisch kunnen worden. En dit beviel. Dus liever liet hij dat achterwege.

 

Hij nam een slokje van zijn wijn en knikte ernstig. “Ik zal het met haar erover hebben. Ze is altijd gewend geweest om veel te doen, maar ik denk dat het inmiddels ook wel binnenkomt dat ze niet per se zo verder kan gaan als ze altijd heeft gedaan.” Hij nam nog een slokje. Hij dronk weinig tegenwoordig, uit sympathie voor Thomasin, maar nu zij boven lag te dutten zag hij er niet echt een probleem in - al vond hij het stiekem maar niks dat Albert het hem praktisch had voorgeschreven, want, hallo, hij hoefde niet verzorgd te worden, daar was hij niet voor en jeetje, waarom hebben al mijn karakters dit? “Ik neem aan dat ook een middagdutje geen overbodige luxe zou zijn? Ze kan niet lang uitslapen, maar ze is altijd zo moe aan het einde van de dag, dat ze er helemaal bleek van ziet.” 

 

Met die invulling zou Armand heus geen ander antwoord van Albert krijgen dan ‘ja, dat is een uitstekend idee’ en dat was eigenlijk prima. Deels omdat een middagdutje Thomasins dagen op zou breken en het zo veel makkelijker en vanzelfsprekender zou maken om zoveel mogelijk thuis te doen, wat zijn perfecte leventje eens zo perfect zou maken. Deels... deels, tja, ook echt gewoon omdat haar elke avond vermoeider zien worden en elke ochtend met minder energie op zien staan  niet iets was wat Armand was bevallen. Het deed zeer, om te zien hoe ze zichzelf dat aandeed. Hij maakte zich zorgen, echt zorgen. Niet over hem maar over haar. Apart. 

 

Enfin, na nogmaals bedankjes en een beetje kletsen met Albert vroeg hij deze om de magische koets mee terug te nemen, in verband met de bedienden die nu toch wel een normaal vervoersmiddel moesten kunnen waarnemen. Daarna keek hij even bij Thomasin die in diepe slaap was verzonken en ging dus maar Rosie zoeken, die hij tegenkwam op weg naar boven met de thee. “Hey Roosje,” groette hij haar met een glimlachje. “Ze slaapt - zet het maar even hier neer en kom even zitten, neem zelf een kopje? Hoe gaat het, meisje - jij moet je ook rot geschrokken zijn.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

De Heler vond het inderdaad een heel erg goed idee en stemde dus zeker in met de suggestie dat Thomasin het beste ook middagdutjes kon doen. Zeker nu via Armand bleek dat ze echt al symptomen en lijden had van vermoeidheid en uitputting. Dat kon natuurlijk niet. En ja, dat had zeker te maken met het gedachtegoed van Daphne en Lorelei, want Thomasin deed zwanger in haar eentje meer dan die twee vrouwen bij elkaar. Dat was natuurlijk niet de bedoeling, want dat kon natuurlijk niet iets goeds zijn als deze twee sterke en belangrijke vrouwen ook niet zoveel deden. 

 

Na het drankje en een verder babbeltje vertrok de Heler inderdaad per koets, want hij werd nu eenmaal betaald om zich te houden aan de wensen van de familie. Als het Armands wens was dat hij kwam en ging met een wat trager en onhandig voertuig omwille van het personeel, dan deed hij dat. Op de heenweg was daar natuurlijk even geen tijd en gelegenheid voor geweest, maar voor de reguliere controles vanaf nu zou hij keurig hiernaar handelen. 

 

Even later kwam Rosie inderdaad met een dienblaadje met een theepot, kopjes, suiker, een kannetje melk, naar boven. Ze glimlachte bij het zien van Armand en zette op zijn suggestie het blad op een tafeltje neer in een kleinere salon op de eerste etage en ging vlakbij hem zitten in een gemakkelijke stoel. Ze knikte op zijn vraag. "Ja, m'lord." Ze was inderdaad heel erg geschrokken. Ze had haar meesteresse nog nooit zo zien huilen en dan was er natuurlijk nog al dat bloed en daarna al die andere gekke dingen ook. "Het was wel heel ernstig allemaal, niet?" Rosie keek Armand voorzichtig aan. "Lady Thomasin is zwanger, of niet, m'lord?" Want dat dacht ze heus vanwege juist dat bloed en de heler en de eet- en rustregels. Alles wees daar heel erg op. "Want dat vroeg ik net aan Beth, of zij dat ook niet dacht, maar..." Maar Beth dacht dat niet en die had haar een oorveeg gegeven alleen al vanwege het feit dat het meisje over zulke persoonlijke zaken aan het speculeren was. Niet dat ze de kokkin ging verklikken. Daarom glimlachte ze maar vlug en probeerde ze van onderwerp te veranderen. "Hoe gaat het met u? Dat was voor vast ook heel eng net?"

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Ja, ze is zwanger,” bevestigde Armand zonder problemen. “Maar het was eigenlijk niet zo ernstig, hoor, alles is goed met haar en het kindje.” Timing was een dingetje, maar ook niet zo’n groot dingetje dat het nu nog zin had om een leugen te bedenken: na twee maanden kon je best al weten dat je zwanger was. Het was toch iets wat ze uiteindelijk toe zouden moeten geven, met inachtneming van alle benodigde veranderingen in hun huis en in Thomasins leefritme, net als de regelmatiger bezoekjes van de Heler, want Albert wilde toch eigenlijk wel elke twee a drie weken komen kijken en Armand vond dat vanzelfsprekend helemaal prima. Dit was toch echt niet iets waar hij verstand van had of wilde hebben: destijds had hij er heel bewust voor gekozen om geen Heler te worden, want hij kon niet zo goed tegen, tja, bloed, onsmakelijke dingen. Ergens was toch de smetvrees van weleer hem bijgebleven, het lichte ongemak met al het fysieke.  Vieze dingen waren problematisch en fysieke pijn lag hem niet veel beter: hij wist zich er geen houding bij te geven, moest zich altijd algauw afzonderen om ervoor te zorgen dat hij zichzelf kon blijven. De geest van mensen vond hij fascinerend, maar het lichaam wilde hij het liefst zo min mogelijk trachten te doorgronden. 

 

Hij mocht van geluk spreken dat in de negentiende eeuw het hele zwangerschap-en-bevalling festijn werd geacht compleet aan zijn geslacht voorbij te kunnen gaan, laten we wel wezen. 

 

Wederom knikte hij, haalde iets zijn schouders op. “Het was schrikken. Maar het gaat wel weer. Heel goed, zelfs, eigenlijk - al denk ik dat ik erg lekker zal slapen straks, die stress er even uit enzo.” Hij grijnsde naar Rosie, schonk voor zichzelf en voor haar een klein bodempje whisky in - niet teveel voor hem, omdat hij weer terugging naar niet drinken rond Thomasin, en niet teveel voor haar, omdat ze nogal petite was en hij haar eigenlijk nog nooit alcohol had zien drinken; zou hij op zich niet zo’n probleem vinden, maar als hij haar per ongeluk dronken voerde, zou hij ongelooflijk van zijn geliefde echtgenote op zijn donder krijgen. Plus meisjes teveel laten drinken lag in hun huwelijk zeg maar een klein beetje gevoelig, enzo. “Maar alles is goed, en wij gaan wel een beetje op haar passen, toch, jij en ik? Zorgen dat ze zichzelf in acht neemt?” Hij nam een slokje. “Wat was er met Beth? Vindt ze die zes beetjes eten per dag van de gekken?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Rosies gezicht klaarde op van opluchting. “Oh, wat vind ik dat fijn om te horen zeg.” Ze keek haar meester met een brede glimlach aan. “En van harte gefeliciteerd natuurlijk, m’lord! Wat een geweldig nieuws. Het gaat vast een zeker een heel erg mooi kindje worden.” Of het nu op de vader of de moeder zou lijken, of dat het een jongen of een meisje werd, knappe genen had het zeker. Ze verkleurde een beetje. “Oh, dat is misschien een beetje buiten mijn boekje om te mogen zeggen…” Want wat moest het haar nu uitmaken dat de Lord en lady er esthetisch mooi uitzagen? Het maakte ook niet uit, hoe mooi ze waren had immers heus geen invloed op hoe hard ze voor hen zou werken of in welke mate ze hen zou waarderen.

 

Met een klein lachje beantwoordde Rosie de grijns van Armand. Ze mompelde een bedankje en nam het glas met een bodempje whisky te hand. “Ja, dat wil ik geloven na zoveel opluchting,” knikte ze. En ze glimlachte vervolgens al snel wat breder. “Dat gaan we heel zeker. Ik zal wel heel netjes een beetje een dagprogramma maken en beetje een variërend menu voor zes hapjes per dag, zodat het allemaal een beetje overzichtelijk blijft en hopelijk dan ook goed vol te houden voor Lady Thomasin.” Rosie nipte van de whisky en trok een beetje een gezicht toen ze de alcohol in haar neus en keel voelde prikken. “Oof, heftig spul.” Ze glimlachte. “maar wel lekker.” Niet echt, maar dat ging ze natuurlijk niet zeggen nu ze een keer met de Lord samen mocht drinken. Dat was vast belangrijk voor hém. En zoveel van het spul was het niet. Dus dat kreeg ze heus wel weg. Lord Armand had iets te vieren en Rosie ging de pret niet drukken.

 

Of toch wel.

 

Voor een moment aarzelde het meisje. “Nou, nee. Als het van de dokter moet, dan wil Beth zich wel aan zes kleine maaltijden per dag houden.” Dokters’ wil was wet immers. Dokters waren mensen waar je respect en eerbied voor moest hebben –ja, schrijf dat op mensen-. Rosie wreef wat in haar handen, keek Armand niet recht aan. “Ik had haar gevraagd of ze ook dacht dat Lady Thomasin misschien zwanger was. Dat vond ze zeer eh… hoe zei ze dat nou… grensoverschrijdend?” Ze streek haar haren een beetje uit de weg, waar een nog heel rood oor zichtbaar was. Ja, ze had een mooie klap te pakken gehad.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Rosie’s gezicht bij de alcohol maakte al direct dat de whisky niet verspild was geweest of ze hem nou lekker vond of niet: de enige reden dat Armand zijn eigen gezichtsuitdrukking in bedwang wist te houden was omdat hij daar nu eenmaal een heel stuk beter in was dan Rosie óf haar meesteresse. Zou dat ook zijn omdat het meisje hier al sinds haar twaalfde was? Als honden op hun baasje gingen lijken, gold dat dan ook voor menselijke bedienden? De analogie was niet zo krom als leek, voor Armand althans niet, want Dreuzels vielen voor zijn familie eerder onder ‘dier’ dan ‘mens’, en bij ‘familie’ had hij ook niet direct een beeld. Bij huiselfen niet – huiselfen kregen niet echt trekken van hun meesters mee, althans, niet voorzover Armand dat ooit had gezien – maar die probeerde je dan ook niet echt op te leiden, die leerden alles van elkaar. Dacht hij. Wist hij niet zeker. Moest hij eens aan Irwin vragen, behalve, haha, dat hij geen zin had om dingen aan Irwin te vragen... Nu ja, als hij nog eens zijn beste beentje voor ging zetten om punten te scoren bij Thomasin dan was het alleszins een veilig onderwerp.


Een semi veilig onderwerp. Hij zag ook nu al hoe het goed fout kon gaan.

 

En hoe hij het op zó’n manier goed fout kon laten gaan dat de duidelijke fout bij Irwin zou liggen en hij niets dan in redelijkheid zou hebben gesproken.  

 

Kijk. Zo werkte Armands hoofd dus. Was af en toe nog best vermoeiend.

 

Hij was echter afgeleid zodra Rosie verder sprak, staarde wat ongelovig en verbaasd door zijn steek van oprecht medelijden ergens rond zijn maag – wederom een heus gevoel, en nog eens voor een Dreuzelinnetje, ook – naar haar rode oortje. “Over grensoverschrijdend gesproken,” sprak hij, mild, maar met een lichte scherpe rand in zijn stem. “Rosie, dat vind ik véél te ver gaan, voor die situatie maar ook sowieso.” Rosie echter leek het met enige berusting te dragen, wat Armand tot een volgende vraag inspireerde. “Gebeurt het vaker? Eerlijk zeggen, meisje, ik weet dat je niet wil klikken, maar dit is belangrijk.” Met die woorden kon Rosie niet anders dan het toegeven, en ditmaal schrok Armand er eigenlijk niet van. Mensen waren nu eenmaal voorspelbaar, ook in dezen.

 

Voorspelbaar, maar niet normaal. Want normaal was dit niet, toch? Deden Dreuzels dit altijd? Nee... dat kon hij zich niet voorstellen. Hoeveel pijn zou een klap doen? Hij was nooit mishandeld. Zijn ouders hadden daarvoor niet genoeg naar hem omgekeken, of voldoende waarde aan hem gehecht. Hoogstens deden ze als hij vervelend was af en toe de deur op slot. Van het huis. En vertrokken ze voor een weekendje. Dat was ook niet alles. Maar... hij ging gewoon besluiten dat dit niet normaal was, of niet iets was wat hij wenste in zijn huis. “Ik zal met haar praten,” beloofde hij het meisje. “Nee, spreek me niet tegen, jij zult er niet voor in de problemen komen, maar je moet je hier altijd veilig kunnen voelen en dat kan zo niet.” Al zou Rosie nu waarschijnlijk de hele nacht niet kunnen slapen. “Weet je wat een goed idee is? Als je morgenochtend lekker vroeg opstaat en weer eens naar je ouders gaat. Neem Sue ook maar mee, laat je met de koets even afzetten, en neem een dag of twee. Dan spreek ik morgen met Beth en is dit allemaal opgelost voor jullie terug zijn.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Natuurlijk wilde Rosie niet klikken, want als de anderen zouden ontdekken, dan kreeg ze daar vast ruzie over. Of ze zouden haar niet meer in vertrouwen willen nemen. Niet alleen dat, nee, haar opzettelijk misschien wel buitensluiten, omdat een klikspaan toch wel iemand was, die je eigenlijk niet tot je meest naaste kringen wilde rekenen. Dan sprak je namelijk nooit met de betreffende persoon alleen, want een klikspaan vertelde altijd alles door. Maar moest ze dan liegen tegen Lord Armand? En al zou ze nu liegen, dan zou hij zien dat haar 'nee' eigenlijk een 'ja' was en dan hadden haar wangen geklikt. Dus... "Ja, m'lord."

 

En ook wilde ze inderdaad protesteren, maar hield met een verschrikt gezicht snel haar mond. Oei. Had ze nu bijna willen zeggen wat de Lord wel en niet moest doen? Dat was echt niet passend bij haar positie. Hij leek haar voornemen hem te onderbreken of tegen te spreken echter niet heel erg te vinden. Ze kreeg vrij. Twee dagen! Ze mocht zelfs de koets lenen. "Oh, dat zal Sue echt geweldig vinden! En mijn ouders ook!" Voor een moment keek Rosie bedenkelijk. "Maar moet ik dan niet helpen? Met alle nieuwe regels?" Want om een man nu in zijn eentje nu de zorg laten dragen voor zijn zwangere vrouw en allemaal verzorgende taakjes te laten doen, was ook weer zoiets. 

 

Wel goed, toen Rosie daarover was gerustgesteld en feitelijk naar bed werd gestuurd, glimlachte het meisje. Ze nam nog het laatste slokje van de sterke drank, groette Armand met een keurige knix en maakte zich uit de voeten en wel om direct aan Sue te gaan vertellen dat ze twee dagen langs hun familie mochten gaan. 

 

Thomasin knipperde wakker toen Armand zich weer bij haar in de slaapkamer, in het bed voegde. "Ik heb de thee volledig gemist, geloof ik," zei ze met een kleine glimlach. "Heeft de Heler nog belangrijke dingen gezegd?" Want dat was op dit het meest belangrijke. Dat, en bij Armand gaan liggen, hoofd op zijn schouder, want ze was nog steeds een beetje ontdaan. Dit zou vanzelf wel weer herstellen hoor, maar met alle gebeurtenissen van vandaag, mocht Thomasin zich, van zichzelf, heus wel voor één avondje wat minder sterk en krachtig opstellen. Toch?

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ja, Rosie had nogal wat geruststelling nodig gehad. Het verraste Armand altijd, als mensen basisnormen hadden waarvan ze het zo moeilijk vonden om af te wijken: maar ja, dat lag aan hem, aan het feit dat hij regels nog niet eens direct als richtlijnen kon zien. Het was gewoon zo’n stomme regel, niet klikken; een loyaliteit over iets slechts, een loyaliteit die een ander dus niet van je mocht verwachten. Zoals in dit geval. Rosie was geslagen, en toch had ze het gevoel dat Beth kon rekenen op haar zwijgen, in plaats van dat Armand kon rekenen op haar eerlijke antwoord. Het was niet direct zo uitgepakt, want Armand had haar wel overgehaald natuurlijk, en zou dat hebben gedaan zelfs als het wat langer had geduurd... maar ze voelde zich er schuldig over, en dat op zichzelf was toch eigenlijk al simpelweg bizar. Hetzelfde gold eigenlijk voor Thomasin met Irwin: een heleboel dingen die ze van hem niet hoorde te zeggen, en als ze het dan deed, voelde ze zich er naar over. Terwijl feitelijk hij niet zo’n eis van haar had mogen maken om mee te beginnen.

 

Armand mocht dat wel, overigens. Hij was met haar getrouwd. Hij was de vader van hun zoon.

 

Oh. Wow.

 

Hij bleef niet te lang stilstaan bij die eng oprechte realisatie, maar haastte zich terug naar Thomasin, glimlachte bij haar woorden. “Oh, ja, sorry, mijn lief, er kwam iets tussen...” Hij Sommeerde een nieuwe pot, in de vaste wetenschap dat Rosie naar beneden zou zijn gesneld om met Sue te babbelen, en maakte de thee heet, even heel simpel tevreden dat hij weer eens wat magisch kon doen in zijn huis – hij was dol op de bedienden, hoor, nu ja, de kokkin momenteel uitgezonderd, maar belemmerend in zijn handelen was het wel -, schonk twee glazen voor hen in terwijl hij zich omkleedde en bij zijn vrouw ging liggen, zijn arm om haar heen, hand spelend door haar haren. “Ja... wel wat. Rosie heeft een menu... en, niet de boodschapper aanvallen, meisje, maar hij vindt dat je echt meer rust moet nemen. Je moet wat werk laten vallen, zes keer per dag iets eten, en een middagdutje doen.” Hij kuste haar voorhoofd. “En je werk als Duelleerdocente was al helemaal uit den boze.” Dat had hij naar waarheid weergegeven, toch? Altijd aangenaam.

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Wat kwam ertussen?"," vroeg Thomasin in een mengeling van verbazing en nieuwsgierigheid. Wat er nu gaande was, was toch immers zeer belangrijk. Dus als Armand, zoals zij Armand kende, er iets tussen liet komen, dan moest dat toch ook wel enige waarde en belang hebben. En daarmee was het dus ook iets wat haar aanging. Want of het had met het landgoed te maken, dan moest ze het weten. Of het had met Armand zelf, de familie of zijn werk te maken, en dan wílde ze het heel erg graag weten.

 

En de rest van wat hij vertelde, nou, daar werd ze niet echt enthousiast van. De vrouw fronste, probeerde inderdaad niet boos te worden op de boodschapper. Hoewel boos misschien niet het juiste woord was. Het was eerder frustratie. Ze kon helemaal geen dingen laten vallen, want het waren verplichtingen. Het waren dingen die ze had beloofd te doen. Het idee dat ze nu moest gaan melden dat ze moest stoppen met werken, was iets wat ze verschrikkelijk vond. Zo vroeg ook al in de zwangerschap. Dat ze op den duur ergens mee moest gaan stoppen, dat had ze zelf wel al bedacht. Maar nu al? Ongeveer een half jaar voor hun zoon er zou zijn? En daarna zou ze ook niet meteen kunnen beginnen. Zeg dat ze er dan vanaf nu acht maanden uit zou liggen? Dat idee benauwde haar enorm. Dat... en ze zat dus vast aan zes  kleine maaltijden en een middagdutje. Hoe kreeg een mens dan ooit nog fatsoenlijk iets gedaan?! Het was niet eerlijk. Waarom konden mannen niet gewoon zwanger zijn?

 

"Maar ik werk er pas een maand. Als ik nu per direct stop, dan hebben de kinderen geen leraar. En dan hebben ze nog geen tijd gehad om een vervanger te regelen. En ik wil niet dat ze straks een willekeurige van de straat geplukte idioot krijgen, zoals sommige andere professoren daar zijn. Dan brengt helemaal niemand ze respect, etiquette en fatsoen bij" Thomasin beet op haar lip. "Kan jij mijn lessen dan niet overnemen? Ik heb tot en met de kerst al een lesplan klaarliggen. Dus behalve er zijn en het coördineren hoef je niets te doen." En het was maar twee dagen in de week. 

 

Thomasin wreef over haar voorhoofd dacht na. Het werk op het landgoed moest nog wel lukken. Dan bleef vooral haar onderzoek op de universiteit over. Daar had ze gelukkig onderzoeksassistenten voor, maar dan moest ze zo nu en dan wel heen en weer naar Cambridge om onderzoeksgegevens op te halen, zodat ze ze thuis kon verwerken. "Ik moet de komende dagen dan wel ook nog allemaal dingen regelen voor mijn onderzoek. Ik denk dat ik dat voor een groot deel wel naar huis kan trekken. Ik ben er liever bij als ze proefpersonen testen..." Maar dit was dan maar niet anders.

 

Wat een ellende. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Mm... maak je er maar geen zorgen over,” zei Armand met een glimlachje, want ja, inderdaad, het was erg belangrijk geweest, maar hij had het inmiddels semi-opgelost en hij wilde voornamelijk nu eerst dat ze zich concentreerde op de rest van zijn ‘slechte nieuws’, en dan de reactie daarvan afwachten en erop afstemmen alvorens hij verder ging. Misschien kon hij het ervoor gebruiken, of misschien gewoon op een ander, opportuun moment; anders zou hij het haar heus wel een keer vertellen – goh, ze zou immers best merken indien hun stafleden er morgen de hele dag niet waren, zeker niet nu ze thuis moest blijven ook nog – maar dit ging even voor. Hij vroeg zich af of hij ergens dat ook in haar stem had gehoord: of ze het ergens niet prettig had gevonden dat hij ‘andere dingen’ ertussen had laten komen. Of ze graag het belangrijkste voor hem was, of althans nu het belangrijkste voor hem was. Ze hoefde zich geen zorgen te maken. Ze zou dat altijd zijn.

 

Hij trok haar een beetje meer tegen zich aan, een beetje over zich heen, speelde door haar haren. “Hey. Dat is niet erg. Toen je voor Zweinstein solliciteerde, had je dit nu eenmaal niet kunnen zien aankomen; en je hebt inmiddels gewoon andere prioriteiten, lief.” Hij kuste in haar hals. “Maak je niet druk over je lessen, daar vind ik wel wat op. Misschien wil Irwin het wel doen. Jullie deden er toch al zoveel samen.” Zelf was hij er niet zo happig op. Het leraarsvak trok hem niet in het minst, Duelleren was geen specialiteit – al was hij niet slecht, overigens, maar het zou wel voelen alsof hij telkens maar weer moest bevestigen hoezeer hij voor haar onderdeed, voor haar en voor Irwin en daar had hij geen trek in. Dat was iets wat hij al vaak genoeg voelde zonder enige hulp.

 

Hij kuste zachtjes verder, over haar schouder, arm. “Ja, het leek me inderdaad het beste als je dat meteen hierheen haalt, anders blijf je ermee zitten. Ik dacht morgen even gezellig met zijn tweeën naar Cambridge te gaan? Met de magische koets? Dan nemen we er een hotelletje, doen we alles op een rustig tempo, zorgen dat je straks als ik weer ga werken hier volop aan de slag kan.” Hij streelde over haar zij. “Ik hoop erg dat je ja zegt, want het lijkt me ten eerste leuk, en ten tweede heb ik zojuist Sue en Rosie twee daagjes vrij gegeven, dus een hotel is ietwat noodzakelijk.”  

Share this post


Link to post
Share on other sites

Wat Armand in Thomasins woorden las, dat ze graag de belangrijkste wilde zijn voor hem, was vooral zijn manier van interpreteren. Zij dacht Armand een beetje te kennen en was vooral benieuwd wat voor iets belangrijks er was geweest als zelfs Armand het een fractie van zijn aandacht gunde in de huidige situatie. 

 

Toen hij haar bovenop zich trok, steunde Thomasin met haar onderarmen op zijn borst en schouders, draaide ze zich zo dat ze met haar borst tegen de zijne lag, maar haar buik nergens tegenaan drukte: niet dat het zeer deed, maar het voelde gewoon niet lekker. Aan haar buik zelf zag je trouwens nog niet echt iets. Heel misschien een heel klein beetje een onderbuikje, alsof ze zich een week had overeten en ook nog eens haar stonde eraan zat te komen. Het was echter wel zo dat het al niet meer aangenaam voelde, als ze iets van druk op haar buik kreeg. Gelukkig droeg ze dan weer geen broeken, maar korsetten waren ook een verschrikking. Ze droeg ze overigens al minder strak, want dat hield ze gewoon niet vol. 

 

De kussen in haar hals zorgden ervoor dat ze niet meer na kon denken. Thomasin sloot haar ogen, maakte een tevreden geluidje en probeerde haar brein aan te sporen om niet te verzinken in dat makkelijke genieten. "Ik zal het Irwin morgen vragen" Per uil. Ja. Ze gaf hier toe, maar met wat er vandaag gebeurd was? Dan kon ze toch onmogelijk beweren dat wat Armand zei overdreven was? Daarbij vond de Heler het blijkbaar ook. Ja, ze zou ook Irwin maar vragen of het allemaal zo strict was. Vast wel, maar ze vond het zo moeilijk te accepteren, dat ze de bevestiging ervan dan liever dubbel kreeg. Als ook Irwin zou zeggen dat ze rustig aan moest doen, dan zou ze zich er makkelijker bij neerleggen. 

 

Inmiddels begon ze weer te blozen, omdat Armand zo gemakkelijk doorging met haar overal te kussen. Overal was in dit geval haar schouder en arm, maar ja, het was nogal wat. Het leidde haar af. Morgen samen naar Cambridge? "Oh, heb je dat al zo snel geregeld?", vroeg ze verbaasd, maar haar aandacht was alweer bij zijn hand bij haar zij. Zijn aanrakingen zonden kriebels door haar hele lijf. Het was zo gek dat iemand haar gewoon zo aan kon en mocht raken. En dat ze het nog fijn vond ook. En hij wilde zo graag dat ze ja zei. Wat ze bijna zei, totdat hij begon over een beslissing die hij buiten haar om had gemaakt. 

 

"Sue en Rosie vrij?" Had hij dat niet even moeten overleggen? "Waarom?" Thomasin beet op  haar lip "Niet dat ik ze geen vrij gun, maar... misschien beter zulke beslissingen samen te maken, Armand?" Zij ging immers over het personeel. "En zo zet je me voor een voldongen feit. Nu ga ik het natuurlijk niet meer terugdraaien." Je moest immers eenheid uitstralen én het zou anders een grote teleurstelling zijn voor de meisjes. Dus nu zat er feitelijk niets anders op dan dat ze naar Cambridge gingen en een hotel namen, maar de luchtigheid was er wel een beetje vanaf. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ah, en dat was een fout geweest, dat was duidelijk. Hij was nu wel haar echtgenoot, maar zij was nog steeds de Lady van Catsfield en hij nam haar beslissingen omtrent haar personeel slechts geheel op eigen risico over. Alsof hij hier altijd tot op zekere hoogte te gast zou blijven. Of ze hierom zo bezorgd was, omdat ze bang was dat dit het startschot was van alles waar ze zo bang voor was geweest qua trouwen in het algemeen en met een Foulkes-Davenport in het bijzonder. Daar hoefde ze zich overigens geen zorgen over te maken, dat hij haar landgoed zou komen veroveren. Catsfield interesseerde hem niets. Het was een klein dorpje vol Dreuzels. Wat kon het hem schelen? Het was niet de reden dat hij met haar was getrouwd, maakte niet eens van die redenen deel uit - het had het eerder minder gemaakt, want een associatie met Dreuzels was normaal niet iets waartoe zijn familie aspiraties had, al was Thomasins rijkdom en status deels tengevolge van die associatie natuurlijk wel weer mooi meegenomen geweest. Enfin - hij had er geen interesse in, maar hij wist dat ze dat dacht, dat hij er dus beter voorzichtig mee kon zijn alvorens hij die angst zou uitlokken en hij had het dan ook liever subtieler gedaan. Maar het was nu eenmaal even zo uitgepakt. 

 

Hij speelde door haar prachtige donkere haren. “Ssssht, mijn vulkaantje,” sprak hij kalmerend. “Natuurlijk zou ik zoiets normaal niet doen zonder het te bespreken, jij weet veel meer van Catsfield, je kent je mensen het beste, maar er waren omstandigheden die mij deden besluiten dat het momenteel toch echt het beste was.” Hij zuchtte, keek wat droevig en gelaten. Dat was hoe hij zich voelde maar ook wel echt de houding die hij zich wenste aan te meten en hij wist zoals zo vaak niet wat over het geheel genomen de doorslag gaf. “Rosie had je voorlopige menu aan Beth doorgegeven, en erbij gezegd dat ze dacht dat je zwanger was. En voor die vrijpostigheid heeft Beth haar naar ik verneem een mep gegeven.” Hij humde wat ontevreden en het verbaasde hem nog steeds in hoeverre die reactie oprecht was, in hoeverre hij daadwerkelijk begaan was met het leed van dat weinig betekenende dreuzelmeisje. “Na doorvragen gaf ze toe dat het niet de eerste keer was, bovendien. Dus ik ben bang dat jij of ik even met haar zullen moeten praten, want althans wat mij betreft kan dat hier echt niet.” Hij keek haar kort aan. “Het is jouw huis, vanzelfsprekend. Maar... bij slaan voel ik me niet prettig. Om nog maar niets te zeggen over het feit dat als je de neiging hebt om Rosie te slaan, van alle mensen, ik me nauwelijks voor kan stellen welke menselijke interacties er zonder geweld zullen verlopen.” 

 

Hij kuste haar neusje. “En het leek me nu eenmaal het beste als Rosie en Sue niet in de buurt waren bij dat gesprek. Dat leek me zwaar voor hen, ze maakten zich zorgen om klikken, en als Beth weggaat voelen ze zich vast erg schuldig. Bovendien hebben we dan geen kok. Dus dan heb je ook veel minder aan dienstertjes. Ik kan niet koken.” Hij streelde langs haar wang. “Thomasin, ‘t is gewoon... met hoe moe je bent moet ik hier soms dingen doen uit jouw naam. En ik vond dit zo naar voor die meisjes. Maar als je straks weer meer thuis werkt zal dat vast voor veel meer evenwicht zorgen. Ja, kleine Etna?”

Share this post


Link to post
Share on other sites
Guest
You are commenting as a guest. If you have an account, please sign in.
Reply to this topic...

×   Pasted as rich text.   Paste as plain text instead

  Only 75 emoticons maximum are allowed.

×   Your link has been automatically embedded.   Display as a link instead

×   Your previous content has been restored.   Clear editor

×   You cannot paste images directly. Upload or insert images from URL.

Loading...

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×