Jump to content
Sign in to follow this  
Ovid de Haviland

[1836/1837] But Grandmother! What big eyes you have

Recommended Posts

Haar stem, hoe kon het dat hij haar stem hier hoorde? Was hij aan het ijlen? Hij had de laatste dagen wel vaker last gehad van koortsdromen, al was dit anders. De dromen gingen over doden, verscheuren, de smaak van bloed, ze waren vreselijk, dit was niet één van die dromen. "Elise?" Zijn stem klonk rasperig, alsof klauwen over zijn keel schraapten, zoekend naar een weg naar buiten. Hij hees zichzelf uit bed, de dekens om zich heen geslagen. Hij probeerde op zijn benen te staan. Ze trilden zodanig dat hij op de grond neerviel. Zijn adem was gehaast, alsof hij net kilometers had gelopen. Hij sleepte zichzelf naar de deur, liet zich er tegenaan vallen. 

 

"Ik zei dat je weg moest blijven. Hoe vaak heb ik het wel niet gezegd. Alsjeblieft vertrek." Hij klonk niet boos, daar had hij de kracht niet voor. Er was enkel wanhoop in zijn stem, wanhoop en angst. Is dit hoe Acalia zich voelde toen hij voor haar deur stond? Nee, hij zou niet dezelfde fout maken. Hij zou Elise niet binnenlaten, deze houten muren, waren het enige wat haar tegen hem beschermden.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Hoe kon het zijn dat Ovid Elise's stem hoorde? Misschien stond ze wel buiten, voor je deur. Waar je zo zielig zit te wezen, OVID. Het is koud buiten, OVID. Elise was nou eenmaal niet altijd even aardig, en zeker niet tegen Ovid. "Ja, wie anders? Oh, wacht, iedereen," zei Elise, terwijl ze met haar ogen rolde. Wat hij niet kon zien, want alles was dichtgetimmerd. "Ovid, ik ben hier NIET gekomen om eventjes voor je dichtgetimmerde deur te staan en dan weer terug te gaan." Eigenlijk had ze wel betere dingen te doen dan op bezoek te gaan bij Ovid, en als ze had geweten dat hij een weerwolf was, had ze zeker wel betere dingen te doen gehad. Maar ze was hier, was het halve land doorkruist en wilde dus niet even weggewuifd worden. Ook al klonk hij erg angstig. Misschien was het gewoon een truc, of misschien was het waarheid. Maar ze was een Ravenklauwer en ze zou niet weggaan totdat ze een fatsoenlijk antwoord had of wanneer hij besloot mee te gaan. Ze vond dat ze koppiger was dan hij, dus ze moest hem wel meekrijgen.

 

Geen gehoor. Verassend.

 

"Nou, dan ga ik gewoon de planken verwijderen," zei Elise nonchalant. Ze trok een beetje aan een plank, die erg begon te kraken. Het was echt niet haar bedoeling om de plank er echt af te krijgen, maar ze wilde gewoon dat Ovid een antwoord gaf op de vragen en hij kon echt niet zien wat ze werkelijk met de planken aan het doen was. En om hem onder druk te krijgen, dat hielp namelijk altijd als je gewaarschuwd werd.

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Je had hier niet heen moeten komen. Je had niet eens mogen weten waar ik was." Waarom liep zijn leven nooit zoals hij het wilde. Nooit ging iets zoals gepland. Hij hoorde het gekraak van planken. Elise die bevestigde wat hij dacht dat ze aan het doen was. Zijn ogen sperde open in paniek. Hij hamerde met zijn vuisten op de muur. "Elise stop! Stop! Je maakt het enkel gevaarlijker voor jezelf."  Hij zou niet dezelfde fout maken als Accalia, niet dezelfde fout. Hij moest haar waarschuwen voor het te laat was. 

 

"Ik...Ik ben een weerwolf." Hij zweeg even zodat de woorden konden inzinken, niet alleen bij haar ook bij hem. "Dat is de reden waarom ik hier ben, de reden waarom in niet ben teruggekeerd naar Zweinstijn, de reden dat je nu moet vluchten. Het kan niet lang meer duren tot de zon onder gaat en dan, vanavond." Hij jammerde zachtjes terwijl hij zich dieper in zijn dekens verstopte. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Elise was niet van plan om echt de planken te verwijderen. Ze wilde alleen maar een antwoord hebben dat haar aanstond, zoals een reden dat hij zo mysterieus deed, of dat hij zo raar deed in de brieven. "Geef de schuld maar aan je broertje, die heeft het gezegd." Anders had ze het ook nooit geweten. Zijn vader had het niet willen vertellen en de dorpsgenoten wisten het ook niet. Dus ze had ook geluk goen ze Aries tegenkwam. Of pech, daar was ze nog niet helemaal over uit. Ze had haar schouders opgehaald toen Ovid haar waarschuwde. Het deed haar niet veel, want waarschuwingen waren zinloos tenzij je wist waarvoor je gewaarschuwd werd. 

 

Maar toen bekende hij de reden en Elise had er nog niet aan gedacht, want het leek ver weg te zijn. Ovid was een weerwolf. Ze stopte meteen met het kraken van de planken. Ze voelde zich meteen heel stom. Tuurlijk, ze wist wat weerwolven waren. Tijdens Verweer tegen de Zwarte Kunsten hadden ze daar wel eens over gehad. Ze waren gevaarlijk en je kon een weerwolf worden door gebeten te worden. Elise had het altijd weggewuifd. Het zou haar toch niet overkomen, evenmin anderen die ze kende. Het leek altijd zo ver weg te zijn, dat alleen mensen die ze echt opzochten gevaar liepen. En hoewel ze erg schrok, was ze toch echt benieuwd. "Laat me binnen, ik wil het zien," eiste ze. "Je kan altijd terugkomen naar Zweinstein, er kan vast wel wat geregeld worden. Daar hoef je je geen zorgen over te maken." Hoe ze niet in Griffoendor zit, is mij ook een raadsel soms. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Toen Elise hem vertelde dat het zijn broertje was die hem had verraden klemde hij zijn tanden op elkaar. Het geluid dat hij maakte was niet geheel menselijk, een mengeling tussen grom en zucht. Zijn reactie bracht hem aan het schrikken, deed hem inzien hoe dichtbij zijn eerste transformatie was. "Elise je begrijpt dit niet. Je weet niet hoe het voelt, de bloeddorst. Ik wil dingen openrijten, verscheuren. Er probeer het tegen te houden, het niet te willen, maar het is alsof iets in mij niet kan wachten tot de volle maan. Dat ik een gevaar voor mezelf ben daar kan ik mee leven, maar ik weiger een bedreiging voor anderen te vormen. Ik had geluk dat ik slechts werd gebeten. Je hebt zelf in de lessen gezien hoe de meeste slachtoffers het er vanaf brengen en als je niet snel vertrekt zul je net zo eindigen als dat plaatje in ons handboek." 

Share this post


Link to post
Share on other sites

 

"Ik weet hoe dat eruit ziet Ovid, en ik wil er niet eindigen als een." Elise klonk wat geïrriteerd, maar dat was niet helemaal eerlijk tegenover Ovid. Hij probeerde haar te beschermen, maar ze was nieuwsgierig en ze wilde het gewoon helemaal weten. "Wie heeft je dit eigenlijk aangedaan? Ik zal diegene vervloeken totdat die geen tanden meer overheeft en niemand anders kan bijten." Wist zij veel dat de weerwolf die Ovid gebeten had, een van zijn beste vrienden was. Hij moest echt betere vrienden uitzoeken. Door de grom deinste Elise achteruit. Wow, die had ze niet verwacht. In theorie was alles heel anders dan in de praktijk. "En als ik vertrek, hoe weet ik dat ik waar dan ook veilig ben? Is dit huis wel veilig genoeg en ga je dan niet een aantal dorpelingen aanvallen?"

 

"Hoe lang geleden is dit gebeurd?"

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Doe geen moeite ze is dood, gestorven hier, op deze plek. Als ik maar gewoon naar haar had geluisterd, niet hierheen was gekomen om te helpen. Waarom moest ik toch zo eigenwijs zijn." Hij jammerde zachtjes, depte zijn tranen met het deken. Elise hoefde niet het hele verhaal te weten. Hij had al teveel gezegd door te onthullen in wat hij was veranderd. "Ze bleef hier altijd tijdens haar veranderingen, ver van het dorp vandaan, geheel afgesloten. Nooit eerder is er iemand gestorven, dus blijkbaar werkt het wel." Hij dacht aan de blauwe plekken op haar benen, haar gebroken arm. De wolf was duidelijk niet blij geweest dat ze hem in een kooi probeerde te houden. Hij had zich op haar op zijn menselijke gastheer afgereageerd. Het was een pijn die ook hem te wachten stond. "Ga naar mijn huis. Mijn vader zal je daar wel laten slapen, daar is het veilig, hier niet."

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Oh, kende je haar goed?" Ah, dat was een beetje awkward. Elise luisterde aandachtig naar Ovids woorden en beloofde dat ze wel een slaapplaats kon vinden bij zijn vader. Aan de ene kant wilde ze wel daarnaartoe gaan. Een warme kamer, waar ze zo in zou kunnen trekken. Maar aan de andere kant, zij wist niet hoe veilig de hut was. Voor de dorpsbewoners, als de hut toch niet zo stabiel was als het eruitzag. Maar Ovid zo het nooit goedkeuren dat ze er nog steeds zou zijn. Dus besloot ze tegen hem te liegen. "Oké, dan ga ik," zei ze tegen hem. Ze deed een paar stappen naar achteren en liep weg. Ze had geluk dat het huis achteraf gelegen was en dat er veel beschutting was. Elise zocht een beschut plekje waar ze de hut goed in de gaten kon houden, maar dat zij niet meteen in het zicht zou zijn, mocht het huis niet bestendig zijn voor een weerwolf. 

 

Bij die andere weerwolf had het ook gewerkt, dus in principe zou ze toch ook geen gevaar lopen? 

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Niet goed genoeg," antwoordde hij bitter, niet omdat hij Acalia de schuld gaf, maar zichzelf, omdat hij geweigerd had naar haar te luisteren. Hij haar waarschuwingen voor koppigheid had geïnterpreteerd. Elise ging weg, dat zou hem opluchtte, moest de pijn geen constante aanwezige zijn, steeds sterker wordend. Hij voelde hoe zijn verandering naderbij kwam, zijn zintuigen verscherpten. Moest hij  niet alle aandacht hebben gevestigd op zichzelf, op de onophoudelijke pijn, had hij allicht Elise geroken, die zich op slechts enkele meters van het huisje verborgen hield. Opium, zijn vader had hem opium mee gegeven. Zou het iets uithalen tegen wat hem te wachten stond? Zou het niet alleen hem, maar ook het beest kalmeren? Hij zocht verwoed naar het flesje, sleepte zich voort met zijn laatste menselijkheid. De flacon trilde in zijn handen, zijn vingers kromden oncontroleerbaar, haartjes ontsproten tot een grijze vacht. Scherven kletterden op de vloer. Het was te laat.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Niet goed genoeg. Wat waren dat verschrikkelijke woorden om te horen. Niet goed genoeg. Die rotwoorden in combinatie met de geluiden die uit de hut kwamen, waren een van de engste dingen die Elise ooit gehoord had. Ze zat maar net in haar 'schuilplaats' toen ze de geluiden hoorde. Kende ze Ovid eigenlijk wel goed genoeg? Of kende ze alleen maar de buitenkant. Die verschrikkelijk irritante klootzak die hij van buiten was? En niet dat monster vanbinnen. Ja, hoe je het wendde of keerde, een weerwolf was een monster. En ze wilde het risico niet gaan lopen om door een van haar minst favoriete mede-leerlingen verscheurd te worden. Of ook in een weerwolf veranderd te worden. Ze was gewoon niet zeker meer van haar zaak en ze was bang. Doodsbang. Ze stond meteen op van haar schuilplek en schuifelde achteruit. Steeds met kleine stapjes. Ze wilde niet dat Ovid haar zou horen, want aan de geluiden uit de hut te horen was Ovid in een weerwolf veranderd. 

 

Maar waar moest ze naartoe? Misschien naar het dorp? Niet naar Ovids huis, nee, daar had ze geen zin in. Dan moest ze uitleggen aan zijn vader waarom zij zo nieuwsgierig was en dat ze achter zijn geheim was gekomen. Niet dat het heel geheim was, want kom op. Hij zat waarschijnlijk een heel huis te vernietigen aan de rand van het dorp. Door Elise's extreem lage tempo duurde het een tijdje voordat ze eindelijk in het dorp was aangekomen. Ze voelde zich ook nog te goed om midden in de nacht te gaan bedelen om bij een of ander oud persoon te gaan slapen. Dus bleef ze maar in het dorp. Het was ijskoud, maar toen ze een maal op een bankje was neergeploft, viel ze meteen in slaap. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het was vroeg in de ochtend toen Ovid terugkeerde naar het dorp. Zijn kleren waren gescheurd, zijn ribben gekneusd. Hij had geen controle gehad over wat hij die nacht deed, maar herinnerde zich alles. De drang om naar buiten te gaan, de nacht in op zoek naar een slachtoffer. Keer op keer had hij zijn lichaam tegen de deur gebeukt, maar magie had hem binnen weten te houden. Hij had haar geur buiten geroken, het had zijn bloeddorst enkel aangewakkerd. Dit was pas de eerste keer. Het zou erger worden. Hij stelde het beest op de proef. Hoe langer hij het zou uithongeren, hoe meer pijn het zichzelf zou aandoen. Het was slechts een kwestie van tijd voor hij er aan ten onder zou gaan. 

Het dorp was uitgestorven. Enkel in de bakkerij waren tekenen van leven zichtbaar, enkel op een bank lag een meisje te slapen. "Dus je bent toch gebleven, waarom verbaast me dat niet." zijn stem klonk uitgeput. Straks zou hij in bed vallen en zichzelf overgeven aan slaap. "Heb je het gehoord? De transformatie? Begrijp je nu waarom ik niet naar Zweinstein kan terugkeren?"

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het was een oncomfortabele nacht geweest en uiteindelijk viel ze in slaap, om door een wat gehavende Ovid de Haviland wakker te worden gemaakt. Hij zag er slecht uit en eigenlijk had Elise niet eens verwacht dat hij er slechter dan normaal eruit zou kunnen zien. "Wat ik vannacht zei, nee, ik ben niet hier gekomen om afgewimpeld te worden." Ze ging rechtop zitten en veegde de sneeuw van haar mantel af. Ze rilde van de kou, maar probeerde het niet te laten merken. Het probleem dat ze het koud had was minder groot dan het probleem van Ovid dat hij  een weerwolf was. "Ik heb het wel gehoord ja, het was niet echt te missen. Maar je kan toch niet zo maar zeggen dat je nooit meer terug kan gaan? Misschien zijn er wel meer weerwolven op Zweinstein." Heck, wie weet waren zij de enige niet-weerwolven daar. Oké, dat is dan weer wat overdreven, maar men zei niet snel dat die een weerwolf was, dus het zou best kunnen dat er meer weerwolven waren. En wie weet had die vrouw die Ovid gebeten had wel veel meer jongeren gebeten? Dat was eerder pessimistisch denken dan optimistisch, maar ze kon het proberen. "Wie weten van je... situatie... af? Misschien kan je wel met de schoolhoofden overleggen, of je kan misschien gewoon tegen ze zeggen dat je wel eens naar het Verboden Bos moet, misschien krijg je daar toestemming voor," suggereerde ze. Eigenlijk had Elise niet eens een idee waarom ze hem probeerde te helpen. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Misschien wel en misschien ook niet. Misschien willen ze me niet eens terug toelaten als ze het weten en iets geheim houden, aan Zweinstein. We weten allebei dat dat niet bepaald een optie is." Ovid wilde niets anders dan slapen. Hij had zin noch kracht om deze discussie met Elise verder te zetten. "Laten we eerst naar mijn huis gaan. Ik denk dat we allebei wel een fatsoenlijk bed kunnen gebruiken. Momenteel ben ik niet in de staat om beloftes te maken over wat ik wel en niet gaan doen." Hij was niet eens zeker of hij nog genoeg kracht had om zichzelf van deze bank los te krijgen. "Over mijn vader moet je je geen zorgen maken. Hij is de enige die er van weet en wel jij nu ook. Mijn broers en zussen weten dat ik ziek ben en daarom soms het huis uitga, al zullen we hen ooit de hele waarheid moeten vertellen, maar daar wacht ik liefst nog een paar jaar mee. Dus wat denk je er van, eerst een paar uren fatsoenlijke slaap, een deftig maal en dan zien we of we tot een overeenkomst kunnen komen."

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Je kan het altijd proberen." Als Elise de weerwolf was geweest, was ze nog steeds naar Zweinstein gegaan. Wat zou ze kunnen verliezen? Ja, oké, haar reputatie als ze gevonden zou worden, haar vrienden die ze misschien op zou eten, maar verder? Het was sowieso een niet-werkelijke situatie dus ze had er vast een ander beeld van dan Ovid had, maar nog steeds. En ja, iets geheim houden van Zweinstein was niet een al te goed idee, maar stel dat hij het schandaal van de maand zou worden, zou iedereen het na een paar maanden al zijn vergeten. Zo ging het nou eenmaal op Zweinstein en dit was het vijfde jaar voor Ovid en hij was rijk. Hij kon vast wel mensen omkopen om op Zweinstein te blijven of voor een paar middeltjes te zorgen om te kijken of de effecten minder sterk zouden worden. 

 

Maar voordat ze dat allemaal kon voorstellen, stelde Ovid voor om naar zijn huis te gaan. Eigenlijk had Elise daar niet heel veel zin in, maar met tegenzin ging ze mee. Ze had niet echt een andere keus. Ze wilde Ovid wel helpen, maar hij zag er nogal slecht uit op het moment en hij wilde graag slapen en ergens snapte Elise ook wel dat hij niet in die hut wilde slapen. Toch een beetje je weerwolvenleven en normale leven gescheiden houden. Maar ze ging toch mee. "Zou hij vast leuk vinden, dat ik mee ga," mompelde ze. "Maar prima. We verzinnen wel een reden voor je broers en zussen waarom ik hier nu ben. We praten straks wel verder hierover."

Share this post


Link to post
Share on other sites

In feite had Elise niet veel keus, als ze hier verder met hem over wilde praten zou ze meekomen en zou ze moeten accepteren dat hij eerst een paar uur zou slapen. Zijn vader had een poging gedaan zijn broers en zussen in de woonkamer te houden zodat Ovid ongezien naar zijn kamer zou kunnen strompelen. Echter een alleenstaande vader die vijf kinderen in de gaten moest houden was een hele opdracht. Het kindermeisje had Aemelius ontslagen om te voorkomen dat ze achter Ovid's geheim zou komen. Bij het horen van het openen van de deur zat zijn zusje Vitula daar reeds met haar pop te spelen. "Ovid waar ben jij geweest en wie is dit meisje en waarom zijn je kleren gescheurd?" Ze keek hem met grote vragende ogen aan. Nog voor hij een antwoord kon verzinnen rende zijn vader de hal binnen met Aries die aan zijn been hing. "Hey Ovid waarom was je niet bij het ontbijt?" vroeg zijn broertje. Het geluid had ook de aandacht van zijn overige familieleden getrokken. "Is dit je vriendinnetje? Ovid heeft een vriendinnetje!" begon Porcella te roepen, waarna de rest in koor mee begon te kwelen. "Kinderen ophouden. Zien jullie dan niet dat jullie broer uitgeput is. Gun hem wat rust." Zijn vader wierp hem en Elise slechts een bedenkelijke blik toe. Hij vroeg zich waarschijnlijk af wie ze was en hoe het kwam dat ze na gisteren nog leefde. "Dit is Elise, iemand van school. Is het ok als ze in één van de logeerkamers slaapt?" Zijn vader knikte waarna Ovid zichzelf de trap op sleepte. Aan de deur van zijn kamer hield hij halt. "Je kunt één de kamers aan het einde van de gang kiezen, links of rechts." Hij sloeg de deur van zijn eigen kamer dicht. Eindelijk kon hij zich overgeven aan de pijn die door zijn lichaam sidderde en uitgeput in zijn bed neervallen.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Elise was bijna vergeten hoe vervelend broertjes en zusjes konden zijn. Sinds zij eigenlijk op Zweinstein zat, had ze er niet heel veel meer mee te maken en nu ze ook niet meer thuis kwam, had ze eigenlijk niet echt meer een jonger broertje of zusje die ze sprak. Dus na de korte tocht naar het huis van Ovid werden ze meteen overvallen door vragen. Nou, vooral Ovid dan, maar bijna alle vragen gingen over haar. Of zij het vriendinnetje van Ovid de Haviland was. Ugh, dat echt niet. Van iedereen op deze aardbol was hij een van de laatste mensen met wie zij een relatie aan zou gaan. Maar als kinderen eenmaal een idee of vermoeden hebben, werd dat door hen meestal meteen als waarheid geconcludeerd. Dus wat Elise zou zeggen, zou het toch niet worden geloofd door Ovid's broertjes en zusjes. Maar gelukkig werd ze gered uit de situatie, want Ovid vroeg of zij in een van de logeerkamers mocht slapen. Tot dat punt had ze helemaal niet de behoefte gehad om te slapen, want ze had al een paar uur op een bankje geslapen, maar op dat moment besefte ze dat ze toch nog wel moe was. Oké, slapen op een niet heel comfortabel bankje in de winter terwijl er een weerwolf buiten rondloopt was eenmaal niet heel erg prettig. Ze probeerde het niet te laten merken, maar ze was toch nog wel dankbaar ervoor. Ze knikte naar Ovid en liep in de linker logeerkamer. Nadat Elise zich had omgekleed, ging ze meteen slapen.

 

Een paar uur later werd ze wakker en ze kleedde zich weer aan. Ze had eigenlijk meer kleren mee moeten nemen, maar wat was de kans dat degene wie je probeerde terug te halen naar Zweinstein een weerwolf was en dat je de nacht doorbracht in de kou? Precies.  Ze wist ook niet hoe lang het zou duren voordat ze een plan hadden dat Ovid toch nog de laatste jaren op Zweinstein kon blijven. Wie weet was hij weer eens zo koppig om niet te gaan, maar dat was aan de andere kant precies wat je niet moest doen. Want niet gaan was een bevestiging dat er iets mis was gegaan waardoor je niet meer naar school kon gaan. Het beste voor Ovid zou misschien gewoon zijn om te doen alsof er niets aan de hand was. Dan gingen mensen ook niet praten. Elise keek even op de klok. Het was al net in de middag toen ze wakker was en ze besloot ook Ovid wakker te maken. Ze wilde graag vandaag tot een besluit komen zodat ze morgen weer terug naar school kon gaan, met of zonder Ovid. Dus ze klopte op zijn deur en wachtte tot een teken van leven voordat ze binnen liep. "Al wat uitgerust?" vroeg ze aan hem. "Ik denk dat we best wat te bespreken hebben namelijk."

Share this post


Link to post
Share on other sites

Zijn dromen waren koortsachtig, de eerste nacht na de transformatie was steeds een herbeleving van wat hij in zijn monsterlijke vorm had meegemaakt. Het zien door de ogen van het beest was niet het ergste, nee het waren zijn gedachten, zijn gevoelens, de dorst naar vernieling en moord. Toen hij ontwaakte was hij niet bepaald uitgerust. Toch dwong hij zichzelf de badkamer in, waar reeds een fris bad op hem stond te wachten. Het koude water verdoofde de pijn, weekte de herinneringen weg. Zijn vuile kleding ruilde hij in voor een schone pyjama en nee hij was niet van plan die vandaag nog uit te doen. Net toen hij terug onder de dekens wilde kruipen werd er op de deur geklopt. Hij had wel een vermoede wie het was. Elise kon heus zelf wel binnenkomen, hij had het te druk met zichzelf in zijn bed te nestelen. Hij was diegene geweest die als eerste had voorgesteld om na wat slaap verder te praten. In feite had hij gehoopt dat Elise zich in die tijd had bedacht. Ze had ingezien dat Zweinstein niet langer een plaats voor hem was, dat hij wel degelijk een gevaar vormde. 

 

"Uitgerust, dat ben ik pas over twee dagen. Elise eerlijk waar ik begrijp niet waarom je hier nog bent. Jij hebt het gehoord, van alle mensen zou jij het beste moeten weten waarom Zweinstein niet langer een mogelijkheid is voor mij."

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het leek erop dat Ovid ook niet echt uitgerust was, maar dat was zij ook niet echt. Ze had ook geen bad of douche gebruikt, omdat ze zo min mogelijk wilde gebruiken van de Haviland familie. Het was al heel wat dat ze hier had geslapen en had ook geen zin om nog meer te gebruiken van hun huis. Het liefst wilde ze zonder ontbijt al teruggaan. Ze hield er niet van om dingen in haar schoot te krijgen. Dus ze wilde ook zo min mogelijk krijgen van Ovids familie. Ze had geen nieuwe kleren gepakt en had geen bad genomen, waardoor ze zich niet al te fris voelde. En ze had er nog niet echt over nagedacht, over oplossingen. Het was waar, Ovid op Zweinstein laten rondlopen kon een groot gevaar zijn en misschien was het voor de veiligheid beter om hem niet meer mee te nemen naar Zweinstein. Het was een hele drastische maatregel, maar je moest wat dingen af gaan wegen. 

 

Elise luisterde naar Ovid en keek even bedenkelijk. "Is dat wat je wil? Niet meer naar Zweinstein gaan? Je SLIJMBALlen niet halen? Je hoeft nog maar een paar maanden." Hij zat in de vijfde, zij in de vierde. Voor hem zou het nog een half jaar duren voordat hij zijn SLIJMBALlen zou halen. "Ik weet eigenlijk ook niet waarom ik hier ben. Ik heb inderdaad wel betere dingen te doen, maar.." Ja, waarom was ze hier? Het was niet dat ze Ovid zo erg mocht, want ze mocht hem niet echt, of eigenlijk echt niet. Dat hele gedoe was nogal warrig voor haar. "Alles is mogelijk. Natuurlijk is Zweinstein nog een mogelijkheid, maar dan moeten gewoon wat dingen worden aangepast. Het is gewoon zonde om nu te stoppen." Maar dat excuseerde niet waarom ze hier was. Ze was ook niet hier om medelijden te hebben met iemand met wie ze maar deels medelijden had. Ja, oké, hij was een weerwolf, maar zijn familie was toch rijk en invloedrijk genoeg zodat dat waarschijnlijk niet echt een heel groot probleem zou zijn. "Ik heb trouwens verder wel een probleem, waar jij me zou kunnen helpen," zei ze, terwijl ze de kamer rondkeek. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now

Sign in to follow this  

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×