Jump to content
Keane Cadwgan

[1836/1837] The sentence 'we need to talk' is never followed by something nice.

Recommended Posts

Nee, Josie speelde niet vaak als Keane thuis was. Het gevoel dat hij op haar vingers keek, afkeurde wat ze deed op de een of andere manier, was er niet een dat haar rust gaf als ze aan het harpspelen was: ergens was het zelfs erger nu ze wist hoe goed hij zelf muziek kon maken, had ze dan het idee dat hij niet alleen zou afkeuren wat ze deed maar er ook nog verstand van had en het zelf beter kon. Daarenboven was hij vaak weg, vaak genoeg weg, dat haar harpspelen eerder meer dan minder was geworden dan toen ze nog op Zweinstein zat en altijd wel iets leuks te doen had met al haar vriendinnen of een subsectie; hier in Cambridge moest ze nog erg zoeken naar sociale contacten. Iedereen leerde elkaar op de universiteit kennen, hetzij in colleges, hetzij in de pauzes bij de eet- dan wel drankgelegenheden, Keane had natuurlijk zijn Club... en zij zat hier te zitten met het eten en zijn huiself. Al haar jongedamesbesognes waren aangesterkt de laatste tijd. Ze was van alles aan het borduren, schilderen, en had een aantal vriendinnen geschreven voor suggesties voor een leeslijst en vervolgens vermakelijke uren besteed aan het selecteren van de mooiste versies van elk boek. Ze had nu een aardige prachtige collectie opgebouwd en het lezen kon beginnen.

 

Daarom was ze eerst maar even harp gaan spelen. Want eigenlijk zag die stapel er inmiddels best imponerend uit.

 

Keane kwam binnen en ze glimlachte hem toe, speelde weliswaar verder maar was een en al aandacht, voor als hij iets nodig had of wilde, koffie, warme melk, samen naar bed, maar hij knikte haar louter toe wat ze opvatte als dat hij wenste dat ze verder speelde en zodoende deed ze dat, terwijl de blosjes alweer haar wangen op kropen. In plaats van te blijven zitten luisteren, echter, begon hij mee te spelen en ze lachte opgetogen, deze herinnering een van de besten die ze met haar echtgenoot had. Ze kon daadwerkelijk even ontspannen terwijl hij zijn klanken door de hare weefde, beter dan zij, creatiever dan zij maar zonder last van haar te hebben, dat wist ze wel zeker, haar textbook noten volgen een prettige achtergrond voor zijn innovatie. Het was moeiteloos.

 

En veel te snel voorbij. Met ronde ogen keek ze naar hem op. We moeten praten? Wat had ze verkeerd gedaan? “Wat is daarmee?” vroeg ze, terwijl ze haar harp neerzette en haar vingers tegen elkaar wreef. Het was een heel geslaagd schilderij. Eva had haar broer en zusje echt getroffen en het gaf haar een fijn gevoel om ze op die manier toch dichtbij te kunnen denken. “Ze heeft het mooi gedaan, he? De warmte van de kleuren is zo leuk, helemaal niet zo stijf als van de meeste portretten.” Ze wilde er eigenlijk ook eentje van Keane zelf vragen, een kleintje, maar ze wist nog niet precies hoe ze dat in moest schatten. Die twee deden soms zo raar met elkaar. Wat ook haar reden was om het te doen: hij zou ervoor moeten poseren, en dan zouden ze wel met elkaar moeten praten.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Keane stond zichzelf toe zijn blik voor een moment over het schilderij te laten gaan, inderdaad om die ‘warme kleuren’ nog maar eens te bekijken. Het was niet eens zozeer het onderwerp van het schilderij – ja, Charlemagne Gordon-Lennox, zijn zwager, die hem met die stomme lege grijns van hem daar zo aanstaarde was niet ideaal, maar het zusje.. ach, nuja, die stoorde hem niet zo. Het was meer de wetenschap dat Evangeline uren naar de jongen moest hebben gestaard, meer dat het schilderij zo levensecht was dat hij het haast als iets menselijks moest beschouwen. En Charlie zelf wilde hij ook niet in zijn huis, dus waarom dit schilderij wel?

 

Keane draaide zich om zodat hij zijn echtgenote recht aan kon kijken, een ietwat uitdagende blik in zijn groene ogen, en liet zich nonchalant tegen de piano leunen. Hij nam de tijd om zijn sigaret uit te drukken in een dure asbak, gemaakt van het schild van een klein soort schildpad. De versieringen van parelmoer glinsterden in het doffe licht van de kaarsen. De ramen in de muziekruimte waren misschien hoog, maar door de sneeuw van buiten was de lichtinval vandaag vreemd en gedempt.

 

“Ik wil het hier.. weg hebben” sprak hij uiteindelijk simpel, zijn rug weer wat rechtende. “Verplaats het. Naar, nuja…” Hij dacht even na. Wat waren ruimtes waar hij nauwelijks kwam? Het was duidelijk dat Josephine aan het schilderij gehecht was, en hij wilde ook niet per se dat een schilderij van Evangeline in vreemde of verkeerde handen kwam, maar hier wilde hij het in ieder geval niet. Hij maakte een nonchalant gebaar. “Naar de zitkamer, of de salon, voor mijn part.” Die laatste hing toch zo vol met schilderijen dat eentje meer nauwelijks zou uitmaken – al zou het ding een doorn in zijn oog blijven. Misschien kon het worden weggestopt in een raar soort hoekje, waar niemand het zou moeten zien. Hij haalde even diep adem, alsof hij nog iets wilde zeggen, maar bedacht dat hij haar niet echt een uitleg verschuldigd was – niet als ze er niet om vroeg tenminste.

 

Hij was haar echtgenoot, dus ze zou er goed aan doen om maar gewoon precies te doen wat hij zei. Dat was de overeenkomst, toch?

 

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

In Keane’s verdediging; het was niet dat Josephine direct zei wat ze wilde, niet? Ze boog haar hoofd instemmend en leek zijn punt te begrijpen; en dus ging Keane daar ook maar vanuit. Want wat moest hij anders? Hij had geen tijd, of liever gezegd; geen zin en geduld om te luisteren naar iedere beweegreden van zijn echtgenote om dingen te doen of te laten. Ze onderschreef doorgaans zijn wensen en hij zag niet in waarom het ditmaal anders zou zijn. Begrijp me niet verkeerd; hij had haar directheid niet op prijs gesteld, al zou het in haar karakter liggen die zo ongeremd tegen hem te uiten. Maar in dit geval was er iets wat hij wilde, een doel wat hij wilde bereiken, en dat zij haar hakken niet in het zand stak kwam hem alleen maar beter uit. Als je zelfs daar al vraagtekens bij ging stellen maakte je het leven wel heel moeilijk voor jezelf.

 

Het probleem was natuurlijk dat de oplossing die ze aanbracht hem geheel niet – of nuja, liever gezegd totaal niet – zinde.

 

“Boven de haard in de salon?” herhaalde hij sceptisch, terwijl hij zijn groene ogen half dichtkneep en haar aankeek alsof ze zojuist had medegedeeld dat ze vanavond Flubberwurmen op het menu hadden staan. De Burggraaf vouwde zijn armen demonstratief over elkaar en keek ietwat op zijn hoede hoe ze haar toverstaf tevoorschijn trok. Hij moest zeggen dat hij haar toverkunsten op zich niet echt vertrouwde, al zag hij ze nauwelijks in werking.. maar ze had zowel in Huffelpuf gezeten als dat ze Zweinstein niet had afgemaakt, en dat zei op zich genoeg. Nu maakte hem dat natuurlijk weinig uit als het om dit schilderij ging – ja, oke, Eva had het gemaakt, maar voor zijn part flikkerde het straks van de trap en raakte het onherstelbaar beschadigd. 

 

“Het hoeft niet perse nu. Ik dacht eerder dat de huiself het wel kon doen” vervolgde hij, een ietwat scherpe ondertoon in zijn stem. Keane rechtte zijn rug, ter uitdrukking van een houding die demonstratief onderstreepte dat hij geen aanstalten ging maken om haar te helpen totdat dit was uitgesproken op een wijze die overeenstemde met zijn wensen. “Maar je hebt gelijk, portretten moeten niet zo prominent in een salon. Ik dacht eerder, hmm... aan dat plekje daar bij de zitbank, wat meer achterin de salon.” Hij keek zijn echtgenote aan, een provocerende flikkering weerspiegelend in zijn blik, alsof hij Josephine haast uitdaagde om tegen hem in te gaan terwijl hij aftastte hoe ver hij kon gaan.

 

“Je weet wel, daar achter de deur, in die hoek.”

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Als Keane de tijd en zin zou willen maken, dan zou hij merken dat Josephine die haar hoofd boog over het algemeen niet zo’n goed teken was. Het betekende doorgaans weliswaar dat ze zich naar jouw wensen zou schikken, maar ook dat haar wensen anders waren, en dat ze zich gekwetst voelde omdat je eraan voorbij stormde bovendien. Dergelijke tekenen negeren waren geheel op eigen risico: ze werd er nukkig van, in de stemming om slechts letterlijk bevelen op te volgen, minder van plan om alles goed te maken en toch vooral te blijven lachen en er zelf voor garant te staan dat je een fijne thuisomgeving had met alles wat je hartje begeerde: een taak die ze normaliter meer dan serieus nam, waar ze ook wel iets van voldoening uit haalde. Maar niet op het moment dat ze zich tekort gedaan voelde en dan haalde ze haar hart en ziel er zodoende uit en deed ze het mechanisch.

 

Wat een stuk plichtsgetrouwer was dan Keane, want als die nukkig was, dan deed hij zijn taken helemaal niet. Hij hielp haar niet eens het schilderij neer te halen en ze deed haar best om haar uitdrukking niet te laten veranderen. Ze had daar op zich ook niet echt hulp bij nodig – want Keane, ze was heus in staat tot een acceptabele Zweefspreuk, dank je, ze had haar SLIJMBALlen daadwerkelijk heel netjes afgerond en zou in de gelegenheid zijn geweest om haar verlangde vakkenpakket te volgen in de zesde ware het niet dat ze niet in de gelegenheid was geweest om haar Zweinsteinopleiding voort te zetten nu dat Keane er klaar was geweest – maar het was alleszins toch fijn geweest als hij het had aangeboden in plaats van daar alleen maar te staan. En haar aan te staren alsof ze alles verkeerd deed.

 

Deed ze alles verkeerd?

 

Ze negeerde dat momentje van twijfel en keek hem wat ontevreden aan. “Nee, ik denk dat dat helemaal niet zou staan. Daar hangt ook al die magische plaat, weet je? Bovendien, daar zit ik nooit. Dan kan ik er helemaal niet van genieten.” Ze zuchtte. “En ik mis ze.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ah, er was blijkbaar toch een limiet aan haar gedweeheid. Keane had dat heus wel geweten, en toch had hij het soms nodig om die grenzen op te zoeken – al zou dat hem immer ongestemd achterlaten. Zijn blik werd dan ook wat duisterder terwijl hij zijn armen iets liet zakken en zijn rug rechtte. Het schilderij was ondertussen naar beneden gekomen, en hij keek hoe Josephine het voor nu maar even tegen een stoel zette. De geschilderde Charlie tilde het kleine zusje op, die gillend van plezier haar armen om zijn nek sloeg. Ze zagen er gelukkig uit. En Evangeline had dat geschilderd, haar kwast was urenlang bezig geweest met de precieze details, haar amberkleurige ogen gericht op Charlemagne, daar ergens in Gordon Castle, terwijl ze vast drankjes had gesipt die de bediendes haar hadden aangeboden, en…

 

Ugh.

 

En toch, er leek van Josephine’s kant iets diepers achter te zitten dan enkele liefde voor een schilderij. Als echtgenoot was het je taak dat soort kleine signalen op te vangen, en Keane - ondanks zijn eigenzinnigheid als het ging om dit huwelijk - was er niet geheel ongevoelig voor. Hij liep om het schilderij heen, voornamelijk zodat hij het niet meer hoefde te zien, en schaarde zich achter Josephine. Hij had heus wel andere manieren om zijn zin te krijgen als zijn meest geprefereerde optie niet werkte.

 

Keane legde zijn ene hand op haar schouder en masseerde haar zachtjes, terwijl hij met zijn andere wat opgestoken plukjes haar wat aan de kant veegde en haar enkele kusjes in haar nek gaf. “Maar Josephine” sprak hij, sussend. “Je hebt mij toch? Is dat niet genoeg? Ben je soms.. eenzaam?” Hij liet zijn vrije hand afzakken naar haar buik. “Want dan weet ik nog wel een bezigheid die kan resulteren in meer gezelligheid in dit lege huis.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Natuurlijk hoorde hij haar haperen, al kon hij de blik op haar gezicht niet zien. Maar hij had haar gezichtsuitdrukking ook niet echt nodig om de twijfel in haar stem te horen – wellicht was het zelfs beter, want over het algemeen hield ze zichzelf redelijk in de plooi. Of nuja, beter… Keane was wel het type die het sprookje boven de werkelijkheid zou verkiezen, die liever in schijn en leugens leefde dan de botsing met die harde waarheid aan te gaan. Overigens verschilde hij op dit punt niet erg van Josephine – behalve dan dat hij wellicht nog enigszins door had als hij zijn kop onder het zand stak, onder hoeveel lagen die werkelijkheidszin ook zitten zou. Zijn echtgenote sloot zich daarentegen geheel af van enige realiteit, mocht die niet aan haar wensen voldoen.

 

Nu wist Keane ook heus wel dat Josephine niet het meest fantastische leven had, terwijl ze zijn ring droeg om haar vinger. Hij probeerde hier doorgaans niet aan te denken, want het gaf hem wel enig schuldgevoel – en het probleem was dat het hem wellicht slecht kon laten voelen, maar dat hij er ook weer niet zoveel aan wilde doen. Hij wilde dat ze er voor hem was als hij haar nodig had, maar daarbuiten wilde hij dat ze zich vermaakte op haar eigen manier, met haar eigen vriendinnen, in haar eigen tijd. En hij wist ook wel dat al haar vriendinnen op Zweinstein zaten, dat ze alleen in dit grote huis zat met zijn huiself en dat ze zich waarschijnlijk verveelde. Hij wist ook dat hij er wel meer voor haar zou kunnen zijn, maar dat dat ook niet de oplossing was die haar per se gelukkig zou stemmen – en hem al helemaal niet. Nee, het was beter als hij gewoon zijn eigen leven leidde met de Club en zwerkbal en zijn studie, en hij er ’s ochtends en ’s avonds dan voor haar was.

 

Even was hij stil, terwijl hij zuchtte en zijn grip op haar schouders versterkte, voordat hij haar losliet en omdraaide. Hij keek haar aan en glimlachte, zijn handen losjes om haar middel. “Joos… als je even naar huis wilt, even naar je ouders, naar je zusje… dat mag best, hoor. Ik bedoel, ik kan je natuurlijk niet al te lang missen, maar als je daarheen wilt, voor.. nuja, een.. weekje, ofzo. Ik kan in het weekend komen en dan gaan we op zondag samen terug naar Cambridge.” Charlie was toch op Zweinstein, en als dit het compromis was zodat dit afschuwelijke schilderij weg kon, dan nam hij dat aanbod maar al te graag aan. Keane kuste zachtjes haar voorhoofd. “Hoe klinkt dat?”

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Kijk, nu was hij lief - zo lief, in feite, dat het per direct het schuldgevoel over niet zijn wie ze zou moeten zijn, niet voelen wat ze zou moeten voelen en zich niet gedragen alsof alles goed was, niet voelen alsof alles goed was, compleet aanwakkerde; ze zuchtte, pakte aarzelend zijn hand die om haar middel lag, weefde haar vingers door de zijne, in een woordeloze verontschuldiging. Woordeloos was verreweg de beste manier van met Keane communiceren. Dat kon tenminste niet verkeerd geinterpreteerd worden. Of niet zo makkelijk geinterpreteerd worden en dus ook niet zo gemakkelijk verkeerd. Met hun gesprekken was het altijd alsof ze door drie lagen drijfzand en een lachspiegel moesten. Het was uitputtend, en ongemakkelijk, en gaf Josephine het gevoel dat misschien alle communicatie wel altijd zo ging en dat het haar gewoon nog nooit eerder opgevallen was, en ze wist bij God niet wat ze daar dan weer mee zou moeten doen. Ze wisselde tussen het idee dat het aan Keane lag en het idee dat het aan haar lag en geen van tweeen liet haar veel opties over te ondernemen actie. 

 

En hij kon haar niet zo lang missen? Dat was nieuw. Het was haar niet duidelijk geworden dat het hem uitmaakte of ze er al dan niet was. Nu ja, soms, misschien, als hij over zijn dag wilde vertellen of haar in zijn armen wilde nemen... als zij er was voor hem... Maar ze had niet gevoeld dat hij daar zoveel waarde aan hechtte.

 

Dat hij dat wel deed was goed, toch? Dan was ze toch soort van belangrijk voor hem. En dat was de bedoeling, als je met iemand was getrouwd. 

 

Ze schudde haar hoofd, bloosde, ging iets op haar tenen staan en kuste hem zachtjes op zijn kaak. “Ik hoef niet weg als het niet schikt, natuurlijk. Zeker niet deze week. Maar misschien dat we met twee weken eens langs zouden kunnen? Als je dan tijd zou hebben? Mijn vader is dan jarig...” Ze humde. “Ik moet nog een cadeautje voor hem kopen, eigenlijk. Zou je misschien een idee hebben? Mannen zijn lastig.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Keane liet zijn handen over haar ranke taille glijden en kuste haar zachtjes op haar hoofd, zijn neus in haar lange blonde haren. Ze rook lekker, zoals altijd, net zoals ze er altijd goed uitzag en ze zich nooit op een wijze zou gedragen die hem in diskrediet zou brengen (eh.. niet waar hij bij was.. of in ieder geval voor nu). “Dat is goed” beloofde hij haar glimlachend. Op zich hoefde hij niet per se naar zijn schoonouders, maar als het maar om een weekend ging en het mooi weer was, hoefde het niet per se heel erg te zijn. Gordon Castle lag op een prachtige plek in de Schotse bergen, met frisse lucht en uitgestrekte bossen, en er was genoeg te doen. Beter dan het bedompte Cadwgan Castle, in ieder geval. Daarnaast waren de Hertogen (voor dreuzels) niet eens de slechtste mensen. Keane kende nauwelijks dreuzels en had nogal een vooroordeel gehad, maar eigenlijk viel het wel mee. Aan de andere kant: eenieder die hem goede whisky schonk was zijn vriendschap wel redelijk waardig, dus zulke hoge eisen had hij niet.

 

“Nouja, als je een cadeautje zoekt.. ik weet nog wel een mooi schilderij wat eigenlijk over is.” Hij grijnsde, kon zijn lachen eigenlijk niet bedwingen en schaterde het toen uit, lachend om zijn eigen grap. Toen hij eindelijk was bijgekomen moest hij bijna weer lachen, maar hij wist zichzelf nog net in te houden. “Of eh.. iets van manchetknopen?” voegde hij er grinnikend aan toe. Cadeautjes voor dreuzels? Hij kon best een avond met ze doorbrengen, maar daarvan had hij toch werkelijk geen idee.

 

Share this post


Link to post
Share on other sites
Guest
You are commenting as a guest. If you have an account, please sign in.
Reply to this topic...

×   Pasted as rich text.   Paste as plain text instead

  Only 75 emoticons maximum are allowed.

×   Your link has been automatically embedded.   Display as a link instead

×   Your previous content has been restored.   Clear editor

×   You cannot paste images directly. Upload or insert images from URL.

Loading...

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×