Jump to content
Sign in to follow this  
Thomasin Hastings

[1836/1837] A single man in possession of a good fortune, must be in want of a wife.

Recommended Posts

Een vrijdag in begin juli 1836, een week na Armands en Thomasins laatste date.

Landgoed Ninsfield, het landgoed van Heer en Lady Hastings, de ouders van Thomasin.

 

Er was een week voorbij gegaan sinds Thomasin door Armand ten huwelijk was gevraagd. Het was een enorme verrassing geweest en zonder twijfel het juiste om te doen. Het voelde echter heel impulsief en alsof hij het ter plekke had bedacht en haar zelfs gewoon een sieraad had gegeven wat hij toevallig nog had liggen. En dat stak ergens een beetje in haar trots. Ze wilde immers dat, als iemand dan voor haar op zijn knie ging, dat het wel na goede overweging was en dat iemand het echt zou willen en dat het goed was voorbereid en weloverwogen. Daarbij hoorde iemand dan ook eerst toestemming te hebben gekregen van haar ouders. Verder hadden ze natuurlijk álles in de verkeerde volgorde gedaan. Hij bracht het slechtste in haar naar boven en bij hem week ze blijkbaar af van al haar zo zorgvuldig bedachte principes, plichten en richtlijnen.

 

En dan nog, stel dat alles goed was gegaan… Zou ze dan op zijn aanbod zijn ingegaan? Ze moest toegeven dat ze veel aan hem dacht, dat hij het eerste was wat door haar hoofd speelde wanneer ze opstond, dat ze zich betrapte op een glimlach bij de herinnering aan hoe hij haar haar deed of liefkozend haar wang streelde. Alleen trouwen zou betekenen dat hij het voor het zeggen kreeg, dat hij kon beslissen over wat er gebeurde in Catsfield. Ze zou dan vast niet meer kunnen werken en ze zou allerhande nieuwe verplichtingen krijgen, waarvan ze nog niet wist of ze zich daar wel met hart en ziel wilde inleggen. Ze was er nog niet klaar voor om een man met haar hart en ziel te dienen en haar leven in het teken van zijn geluk te stellen. Ze wilde nog zoveel zelf doen, alleen doen, voor zichzelf doen. Haar leven als vrije oudste en enige dochter, de erfgename, zou dan ophouden te bestaan en ze zou in zijn schaduw komen te staan. Het was een lot waarvan ze wist dat ze er niet aan kon ontkomen en ze was al zesentwintig, best oud voor een ongetrouwde vrouw die ooit nog moest trouwen, maar aan de andere kant… ze was pas zesentwintig.

 

En nu was ze ten huwelijk gevraagd, door iemand die ze eigenlijk helemaal niet verschrikkelijk vond. Was hij dan haar beste kans? Zou hem afwijzen niet zeggen dat de kans op dat ze een man moest gaan trouwen, die ze ook nog eens verschrikkelijk vond, groter werd? Maar hij was een Foulkes-Davenport en dat kon toch maar weinig goeds beloven. Waarschijnlijk was dit de belofte van een prachtige groene weide, maar zat er niet één, maar een hele berg met addertjes onder het gras.

 

Maar vanavond hoefde ze voor even niet na te denken. Ze zou bij haar ouders gaan eten en afleiding hebben. Ze moest natuurlijk op den duur wel een beslissing gaan maken en als ze er niet uitkwam, kon ze altijd nog zeggen dat hij ook eerst haar ouders om toestemming moest gaan vragen, maar vanavond niet. Vanavond zou ze hopelijk even haar piekerende hoofd tot stilte manen.

 

Dat was natuurlijk te mooi om waar te kunnen zijn.

 

Bij haar ouders werd ze enthousiast ontvangen door haar moeder, die beantwoordde normaal nooit de deur, en naar de salon geleid. Haar moeder babbelde enthousiast over het feestje van een vriendin dat morgen zou plaatsvinden. Toen ze de hoek omkwamen van de salon, pauzeerde haar moeder echter in haar verhaal en glimlachte breed. ‘Verrassing.’

 

In de salon stond haar vader te praten met… Armand. Thomasin stond stokstijf stil en keek van de één naar de ander. Ze voelde het bloed uit haar gezicht wegtrekken. Haar vader keek op en keek haar met een brede lach aan. ‘Ah, Thomasin, je bent er! Wat goed je te zien, lieve dochter. We hebben fantastisch nieuws. Ach, Armand, aan u de eer om het te vertellen.”

 

Oh Merlijn!

Share this post


Link to post
Share on other sites

Impulsief? Ja, het was impulsief geweest, in zekere mate. Hij was niet van plan geweest, de ochtend dat hij Thomasin - onder semi valse voorwendselen - naar het museum had meegenomen, om haar de volgende dag ten huwelijk te vragen. Aan de andere kant, hij was ook niet van plan geweest om wakker te worden met haar in zijn armen, gekleed in zijn omhelzing en verder niets. Plannen werden nu eenmaal zo af en toe aangepast en on the go vernietigd, aan flarden geschoten en dan vielen de stukjes gewoon in een nieuw patroon. Met wat hij had gedaan, wat ze samen hadden gedaan strikt genomen, had hij een verantwoordelijkheid genomen, en als hij die niet had genomen op dat moment, zou hij voorgoed de mogelijkheid hebben verloren hem te nemen in de toekomst, want hij zou hem niet langer waard zijn in haar ogen. Ze was van hem geschrokken, van zijn ogenblikkelijke logische gevolgtrekking en rappe actie, maar ze zou ook geschrokken zijn van ‘koffie, zal ik je een koets bestellen, ik moet werken, schat, dus doei doei’, of ze die waarheid inmiddels al in wilde zien of niet. Dat zou ze schandelijk hebben gevonden, en verdorven, en het zou alles teniet hebben gedaan wat hij had bereikt. Ze zou niets hebben gezegd - ze was afhankelijk van zijn stilte, maar de schijn dat hij haar louter had gebruikt zou ze als intens slecht hebben gevoeld.

 

En hij... het was niet onmogelijk, dat gaf hij voor zichzelf toe al zou hij het haar nooit laten weten, dat hij inderdaad zo zou hebben gereageerd bij een ander. Zijn neef deed het voortdurend, en hoewel Armand er minder gelegenheid toe had én nam - ze konden niet allemaal eeuwig flierefluiten - was het juist omdat hij het belangrijker vond ook meteen weer zo dat hij zich niet lichtzinnig wilde binden. Alleen omdat hij met een meisje naar bed was geweest, omdat ze met hém naar bed was geweest, was geen reden om er al te veel voor op te geven. Maar bij Thomasin zat het anders, want Thomasin wás anders. Ze was goed; ze was puur; ze was eerlijk en onaangetast, als de stenen in haar ring. En dat wat ervoor gezorgd had dat hij deze verantwoordelijkheid had moeten nemen, had er direct voor gezorgd dat hij niets liever wilde dan de gelegenheid krijgen. Want hij had haar bewonderd vanaf hun eerste ontmoeting, haar gerespecteerd vanaf hun eerste gesprek, en hij verlangde naar haar meer en meer met elk beetje wat hij kreeg.

 

Maar zij moest erover nadenken. Allee. Dat was prima. Hij was weer even aan het werk gegaan, niet eens zozeer teleurgesteld. Thomasin was te Engels, te beheerst, voor een vlug antwoord en het was hem niet eens per se om het antwoord gegaan, gewoon om zijn bereidheid te tonen. Dat ze hem leuk vond, was hem zonneklaar, al zat dat bij haar misschien nog anders, anders was ze nooit bij hem in het hotel beland; mettertijd zou het wel komen. Als hij tenminste niet vergeten werd, of ze weer bedacht dat haar perfecte leventje geen aanvulling kon gebruiken. Of ze Irwin om advies vroeg en die uit Canada kwam om hoog van de toren te blazen.

 

Zodoende had hij dus een tijdje gewacht maar niet eeuwig, en was hij de volgende zet van zijn keurige plan, 2.0, maar in actie gaan brengen alvorens zich zoiets kon manifesteren. En vlekkeloos. “Je ouders vinden het goed,” glimlachte hij. “Ondanks mijn niet onbeleefd bedoelde haast - waarvoor nogmaals excuses, my lord, my lady - waar uw dochter overigens heel netjes níet in meeging... maar inmiddels heb ik toestemming. Heb je de ring nog? Ik wil het prima nog eens vragen nu het netjes volgens de regels kan.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Een klomp ijs viel in haar maag. Het mocht? Ze keek naar de blije, stralende gezichten van haar ouders en daarna naar de warme glimlach van Armand. “Ja, ik heb de ring nog,” antwoordde ze haast automatisch, want het was een vraag en het was de waarheid. Ze had de ring zelfs bij zich; het was een soort gekoesterde schat, maar niet dat ze dat ooit aan iemand zou vertellen. Ze slikte moeizaam, deed wat passen naar achteren en schudde haar hoofd. Paniek sloeg haar als het ware om het hart. “Nee, nee… Dit wil ik niet.”

 

Thomasins vader keek geschokt bij deze ongepaste reactie van zijn dochter. “Excuses, Armand… Ze is vast gewoon geschrokken. Geen zorgen liefje, we zijn echt akkoord. Meneer Foulkes-Davenport is van een geweldige familie en we konden niet trotser op je zijn dat jullie verliefd op elkaar zijn geworden.” Of dat de man zijn eigen invulling was of dat heeft opgemaakt uit de woorden van Armand laat ik in het midden.

 

Ook haar moeder was enthousiast, natuurlijk, en omhelsde haar dochter liefdevol. “Wat spannend, niet waar, Thomasin? Och, mijn kleine meisje... Ik ben zo blij voor je.” Natuurlijk hielp al deze blijheid en elegante drang helemaal niet bij Thomasin. Ze voelde zich feitelijk in een hoek gedreven. Ze keek Armand voor een moment gepijnigd aan en ze maakte zich los uit haar moeders omhelzing, waarna ze zich omdraaide en de salon uitbeende.

 

“Ik zal wel even met haar spreken,” kondigde haar vader aan en liep haar snel achterna. Het duurde ongeveer zo’n twintig minuten voordat hij terugkeerde. In de tussentijd kreeg Armand wat thee en hapjes voorgezet en probeerde moederlief zo luchtig en opgewekt mogelijk te blijven en vooral maar te vergoelijken dat haar dochter het heus wel zou willen en dat ze vast niet met deze enorme blijdschap om kon gaan en dat ze gewoon niet graag huilde, ook al was het van blijdschap, in gezelschap.

 

Haar vader schraapte zijn keel. “Ze draait wel bij,” zei hij met een licht ongemakkelijke glimlach. “Sherry?” Drank was in dit soort situaties een perfecte oplossing immers.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Hij leek haast alweer te lang gewacht te hebben: een week geleden was het ‘daar moet ik over nadenken’ en nu veel gedecideerder ‘ik wil het niet’. Ze was zelfs, heel indrukwekkend, nog witter om haar neusje geworden dan toen. Wederom sloeg ze ook letterlijk op de vlucht, eerst een paar passen, toen hollend naar buiten. Armand was lichtjes gepikeerd - het leek wel alsof ze dacht dat hij achter haar aan zou rennen, alsof hij haar ergens toe gedwongen had, terwijl dat in ieder geval oprecht niet zo was geweest - maar hij liet daarvan vanzelfsprekend aan haar ouders niets blijken. Haar ouders evidente goedkeuring en al even duidelijke wens leken minder gewicht bij haar in de schaal te leggen dan hij ergens had gehoopt, een heus plichtsgetrouw meisje als Thomasin had hem nog plausibel haar jawoord kunnen geven enkel en alleen omdat ze wist dat dat was wat haar ouders van haar verlangden als hun dochter, wat hij overigens prima zou hebben gevonden, de reden maakte hem niet zo veel uit als hij maar meer ermee kon werken dan met ‘casual acquaintance’, ook nog eentje die hem doodeng vond bovendien. Maar dat Thomasin niet klakkeloos naar haar ouders luisterde betekende niet dat hun mening hem nu niets meer waard was. Plan 2.0 was niet veranderd en hij zou hun steun vast nog vaak goed kunnen gebruiken.

 

“Oh, vast,” glimlachte hij dan ook losjes. “Ik heb haar alweer van haar stuk gebracht, het is te merken. Het is jammer dat dit niet iets is wat je kan oefenen, nietwaar? Nu doe ik het allemaal onhandig - al heb ik me laten vertellen dat dat achteraf de beste verhalen vormt.” Zij het niet voor de oren van Thomasins ouders bestemd. En zij het dat het meeste van wat hij deed een heel stuk doordachter was dan hij het momenteel graag liet voorkomen. Wat ze dan weer allemaal niet hoefden te weten of zelfs maar te vermoeden. 

 

Hij kletste nog wat, wist beiden gerust te stellen dat hij het serieus meende, maar niet serieus opvatte, sprak wat mooie woorden over hun mooiere dochter, en kreeg al snel wat hij voor ogen had: toestemming om Thomasin een glaasje sherry te gaan brengen in de tuin. Zodoende gewapend liep hij naar buiten, overhandigde het haar, liet kort zijn vingers langs de hare gaan in de beweging. “Je draagt hem niet - de ring,” observeerde hij. “Was de maat niet juist? Hij is voor je gemaakt, maar ‘t was een schatting, al zou het magisch redelijk bij moeten stellen. Proost.” 

Edited by Armand Foulkes-Davenport

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het was nog licht buiten. Het was immers zomer en de dagen duurde langer. Het was zelfs nog voor etenstijd. Dus het zou nog lang duren voordat Thomasin zich terug kon trekken met de mededeling dat ze moe was en naar huis toe moest. Ze twijfelde er niet aan dat Armand zou blijven eten. Haar moeder zou er namelijk op staan dat de man wel alle vijf gangen zou proeven en dat hij ervan overtuigd was dat de familie Hastings heel keurig en heel gastvrij was. Als ze het niet al verpest had, natuurlijk.

 

Hoeveel tijd er verstreken was, toen Armand zich bij haar voegde, wist Thomasin niet. Ze stond op van de reling van het bordes, toen hij zich bij haar voegde en pakte het glaasje sherry van hem aan. Ze keek even naar haar hand en toen naar hem, schudde toen kleintjes haar hoofd. “Nee, hij zit perfect.” Ze had hem heus wel een keer gepast en daarna meteen weer afgedaan. Het voelde verkeerd om een verlovingsring te dragen als je verloofd was. “Zijn we nu verloofd?”, vroeg ze zachtjes. Hij wilde het en haar ouders hadden toestemming gegeven. Haar mening en haar wens waren in principe niet daadwerkelijk nodig. Iedereen van de zojuist aanwezigen wist immers heus wel dat Thomasin nooit heel hard ‘nee’ zou roepen als het daadwerkelijk tot een huwelijk zou komen.

 

Het was moeilijk om nu oogcontact te maken. Thomasin keek dan ook langs hem heen en haalde diep adem, ze haalde een doosje, waar ze de ring zorgvuldig in had gestopt, tevoorschijn en staarde ernaar. “Ik wil niet trouwen,” zei ze, nog steeds zachtjes. “Niet nu, niet met jou.” Haar maag draaide zich om. Ze hield niet van dit soort gesprekken, zeker niet omdat ze haar hart momenteel ook een beetje in stukken voelde breken. Waarom had hij dit op deze manier gedaan? Waarom kon hij niet anders zijn? “Als je me niet eens de tijd kan geven om na te denken… Als je me een beslissing via mijn ouders opdringt… Als jij dus feitelijk alles wil bepalen: wat er gebeurt en het tempo, dan kan ik niet met je trouwen…” Ze kon het niet riskeren. Het bracht Catsfield in gevaar en haarzelf. Tranen fonkelden in haar ogen. “Je bent gewoon een Foulkes-Davenport. Ik weet niet waarom ik dacht dat je anders was.” Ze duwde het doosje in zijn handen en draaide zich van hem weg.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Wederom was ze zoveel minder zeker van zichzelf dan hij wist dat haar gewoon was: uit balans, door hem, en hij wist niet zeker wat hij ervan vond. Toen ze elkaar hadden leren kennen had hij het ergens wel grappig gevonden, een beetje spelen en sarren, een beetje kijken of hij een oprechte reactie kon ontlokken aan haar sereen gelaat. Maar inmiddels was hij daar zo vaak in geslaagd dat hij misschien wat ambitieuzere doelen had gezet. Nu wist hij ook welke reacties hij wilde. Hij wilde dat ze lachte, dat haar mondhoeken haast tegen haar zin begonnen te bewegen, dat ze hem aankeek alsof hij niet alleen een onverwachte gast was in haar leven maar een positieve toevoeging bovendien. Dat ze met hem praatte zoals ze had gedaan, steeds opener, als een bloem bij de eerste stralen van de zon. Goed. Het was mogelijk dat hij een ietsie pietsie verliefd was geworden op Thomasin Hastings. Het was daarenboven mogelijk dat dat een fout was geweest, want meer dan hij had ingeschat zat het haar duidelijk tegen. Het zou even duren alvorens hij zijn favoriete uitdrukkingen weer aan haar kon ontlokken. Maar hij zou eraan werken. Hij had althans die tijd. 

 

Hij schudde daarom half zijn hoofd, raakte haar niet aan ditmaal maar ontmoette wel haar blik. “Nee, natuurlijk niet,” zei hij, enigszins geruststellend, voorzichtig weer, alsof ze jonger was en schuwer dan hij haar wist. “Je hebt toch geen ja gezegd. Je ouders gaan je niet dwingen, zo schat ik ze niet in.” Want zij was zesentwintig, oud voor een ongetrouwde vrouw: als ze haar wel gingen dwingen dan hadden ze dat vast allang gedaan voordat het zo moeilijk zou worden. Nu was de ene vrouw natuurlijk de andere niet. Bij Thomasin... het kon Armand althans niet schelen hoe oud ze was. Hij wilde haar toch. Ze was perfect.

 

Wel, semi. 

 

Het kon hem niet schelen dat ze hem niet wilde trouwen, nu, hem niet, die woorden waren allemaal interessant maar voor bewerking open, een bewerking waarvan hij wist dat haar ouders hem toch in ieder geval daarvoor de tijd zouden gunnen. Voor het opzoeken van voornoemde ouders had hij een uitstekend, etiquettelievend excuus en hij wilde dat mild uiteen gaan zetten, toen ze verder sprak, en haar eigen reactie uitlokte op haar beurt. Foulkes-Davenport... ze zei het als ware het een vloek, of een giftig reptiel. Hij nam een pasje terug, keek haar kil aan. “Ja, dat ben ik,” erkende hij, terwijl hij speelde met het doosje in zijn hand. “En jij bent vooringenomen. Je wil al sinds we elkaar hebben ontmoet een nette hekel aan me hebben net als je beste jeugdvriendje. Maar hij ként de familie tenminste. Jij oordeelt louter en alleen op mijn achternaam en dat is de jouwe onwaardig, Lady Hastings.” Hij keek weg, naar de zich uitstrekkende tuinen, haalde diep adem. “En Irwin...” Hij stopte. “Mijn familie is loyaal, en begaan met anderen, en ze zorgen voor elkaar. Ze hebben hem al twee keer van een zekere dood teruggebracht en elke keer stampt hij ze weer de grond in. Ik ben niet blind voor hun fouten - of de mijne - maar het is het enige wat Irwin wenst te zien. Als je het idee zo erg vind naar mij te luisteren, waarom neem je dan alles van hem aan, als een trouwe volgeling?” Zou ze verliefd zijn? Wat hadden meisjes toch altijd met Irwin - hij vond ze verdomme niet eens leuk.

 

Hij haalde diep adem, kalmeerde zichzelf. “Overigens was ik naar je ouders gegaan omdat ik hoopte het je aangenamer te maken. Na wat er was gebeurd zou ik me verplicht voelen je een huwelijk aan te bieden zelfs al had ik het niet gewild, en ik weet dat jij graag volgens de regels werkt. Ik voelde me dus eveneens verplicht om daar serieus werk van te maken. En je moest nadenken, zei je. Ik dacht dat je het er misschien wel graag met hen over zou willen hebben maar moeite zou hebben het onderwerp aan te stippen, omdat je niet gemakkelijk liegt.” Hij legde de ring terug in haar hand. “Hou maar. Het was een cadeautje.” Hij vouwde haar vingers erom, boog zich even naar haar toe. “We hadden het fijn kunnen hebben, weet je. Maar ik en mijn achternaam zullen je niet langer lastigvallen.” Hij boog lichtjes, en liep terug naar het huis om zijn vertrek aan te kondigen. Zonder overigens met een woord van Thomasins onbeleefdheid te reppen.

 

Hij was nog niet klaar met haar.

Edited by Armand Foulkes-Davenport

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Dat is níet waar,” reageerde ze eveneens feller dan daarvoor. “In het begin, misschien, was ik extra voorzichtig en vertrouwde ik je daarom minder dan iemand met een andere achternaam.” Maar dat was veranderd. Na die middag in het museum was ze hem weldegelijk gaan vertrouwen. Ze had het met hem oprecht naar haar zin gehad. En zelfs die kus en die nacht, het waren ongehoorde dingen en het had absoluut niet gemogen, maar als ze eerlijk was naar zichzelf dan had ze het ook daar naar haar zin gehad. Ze had van zijn aandacht genoten. De volgende dag was hij eveneens lief en zorgzaam geweest. Ze had zijn aanzoek daadwerkelijk overwogen, ondanks dat ze haar vrijheid zou kwijtraken en ondanks zijn achternaam. Ze had hem overwogen. Ze had nog nooit iemand overwogen.

 

“Ja, ga maar…,” zei ze, met een stem verstik van emotie.

 

Thomasin wilde niet dat Armand ging, niet echt, niet werkelijk, niet definitief, maar haar verstand zei dat het zo beter was. Ze hield het doosje in haar handen geklemd en ze keek hem na. Pas toen hij ver genoeg was, stond ze zichzelf toen dat er een traan over haar wang rolde. Waarom moest het zo moeilijk zijn. Waarom had hij niet gewoon nog even geduld kunnen hebben? Zouden ze het inderdaad fijn met elkaar kunnen hebben? Zijn uitleg over het waarom van zijn huidige actie was één die ze onmogelijk met woorden kon weerleggen. Hij had helemaal gelijk: het was niet gegaan hoe het hoorde en ze dorste er inderdaad niet met haar ouders over te spreken. Dat had hij nu doorbroken. Haar ouders waren echter zo enthousiast dat ze het er nu niet met hen over wilde hebben, want elke overweging in de richting dat ze de verloving wilde weigeren, zou ontvangen worden met pogingen haar van het tegendeel te overtuigen.

 

Met een zucht zette ze het glaasje sherry weg. Ze had er nog geen slok van genomen. Ze stak het doosje met de ring weg in een van de zakken van haar mantel. Ze voelde zich misselijk door alle emotie en besloot, nadat ze zeker was dat Armand definitief was vertrokken, ook maar haar vertrek aan te kondigen. Ze vertelde onwel te zijn, wat meteen werd geloofd, want Thomasin deed niet aan smoezen en zeker niet van het soort, waardoor ze zich als een vrouw met een zwak gestel neerzette.

 

Nee, dit verhaal ging nog een staartje krijgen.

 

[OOC: topic done.]

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now

Sign in to follow this  

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×