Jump to content
Keane Cadwgan

[1836/1837][15+] Marriage is the dark side of the Honeymoon

Recommended Posts

Maandag 8 augustus 1836, net voor zonsondergang

Ergens buiten Marseille, Frankrijk

 

Het voelde surreëel. Hij was licht in zijn hoofd, voelde zich alsof de dag was verlopen met een nare kater – terwijl hij in werkelijkheid in ieder geval vandaag niet zoveel had gedronken – en iedere keer als zijn blik naar beneden afdwaalde en over de zware gouden ring aan zijn vinger gleed, voelde hij zich misselijk en nog draaieriger dan eerst. Hij was de gehele reis redelijk stil geweest terwijl hij met zijn jonge bruid eerst naar Londen was verdwijnseld, weg van Gordon Castle en zijn vrienden, weg van zijn grootvader, weg van Evangeline. Daar hadden ze een viavia genomen naar Parijs, vanaf waar ze richting het zonovergoten Marseille waren verdwijnseld. En daar hadden ze een koets genomen, omdat Keane de huwelijksreis samen met zijn beste vriend Samuel had gepland maar niet precies had geweten op welke grond zijn voeten landen zouden moeten. De koetsier had zijn instructies al eerder die week ontvangen en Keane staarde door het kleine raampje van de hobbelige koets naar buiten, wetende dat dit de eerste dag van de rest van zijn leven was. Zijn leven, welke vanaf nu werkelijk alleen nog zou bestaan uit Josephine.

 

Hij wist dat hij iets moest zeggen, maar hij had moeite om zijn trage brein, welke nog steeds de gebeurtenissen van vandaag (en de afgelopen dagen!) aan het verwerken was, aan te sporen coherente woorden en zinnen te vormen. Hij wist niet eens of ze boos was omtrent wat er aan het altaar was gebeurd, of onwetend. Ergens wist hij dat het nu zijn taak was om hierachter te komen en hij had het idee dat hij zichzelf op dit punt moest aansporen, ware het niet dat het al zijn energie kostte om op dit moment nog rechtop te blijven zitten en een kleine poging te doen er te proberen eruit te zien alsof hij het een beetje naar zijn zin had. Hij was doodop en zou zichzelf het liefst bij aankomst onder de dekens kruipen, afgeschermd van de gebeurtenissen en de boze buitenwereld. Maar zijn grootvader, die eeuwige schaduw die hem in duisternis hulde, had hem aangemaand het huwelijk direct te consumeren zoals het hoorde – en niet te schromen een erfgenaam te verwekken in het proces. Hij had geen idee wat Josephine’s standpunt hierover was, maar dat zou vanavond waarschijnlijk minder uitmaken – zoals alles minder uitmaakte dan datgeen wat de Graaf de wereld opdroeg.

 

De koets kwam tot stilstand en Keane haalde diep adem toen hij merkte dat het gehobbel over de puntige stenen eindelijk was opgehouden. Het luxueuze huisje wat hij had mogen lenen was misschien ver weg, maar Samuel had het via via gevonden en het had fantastisch geklonken, met een eigen privestrand en bubbelbad. Het was ook wel weer erg… afgesloten van de buitenwereld, benauwd. Maar iedereen bleef hen maar vertellen dat ze gewoon even aan elkaar moesten wennen, en wie weet kwam deze plek hen in dat geval alleen maar ten goede. Wie weet. Keane probeerde het beknellende gevoel in zijn borst te negeren terwijl hij ietwat schuchter zijn hand aanbood aan zijn jonge vrouw en haar een waterige glimlach schonk.

 

“We zijn er. Zullen we?”

 

OOC: Dit topic is het vervolg op Speak now... or Forever Hold your Peace en is de huwelijksreis van Keane en Josie~ Prive met Annemarie!

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Frankrijk kende ze. In Frankrijk was ze vaker geweest, in Frankrijk was ze graag, en zelfs al gingen ze momenteel niet direct naar Aubigny, het landgoed van haar familie, zelfs al wist ze niet meer zeker of ze dat nog wel als haar familie moest beschouwen – ze was nu een Cadwgan, oh, lieve hemel, Josephine Cadwgan, het klonk verschrikkelijk, waarom had ze daar nooit eerder over nagedacht dan toen ze de nieuwe handtekening op de huwelijksakte moest zetten – toch gaf het idee dat ze naar Frankrijk gingen Josephine iets van zekerheid. Frankrijk was per slot van rekening over heel Frankrijk Frankrijk en hetzelfde: kerken, croissants, en mensen die Frans spraken. Het was een vast punt in de wereld, dat haar ervan kon overtuigen dat de rest van die wereld ook niet fundamenteel veranderd was. En dat was het natuurlijk ook niet. Mensen trouwden elke dag, en al die huwelijken raakten niet het lot, het plan van God, zouden het niet kunnen deren. Waren al lang bedacht. En haar huwelijk met Keane was belangrijk, omdat zij belangrijk waren, maakte verschil, om wie hun families waren, maar was juist daarom nog meer normaal. Ze waren een goede match. Dat wist iedereen.

 

En dan moest het goed zijn, toch?

 

Ze had tijdens de reis geprobeerd gezellig te zijn. Geprobeerd een gesprek aan te knopen, eerst, toen, toen dat niet lukte, was ze afgezakt naar simpelweg observaties over het landschap, steeds minder naarmate de reis verder vorderde en Keane’s boe’s of ba’s nog minder indrukwekkend werden dan aan het begin, en toen had ze het maar laten zitten. Kennelijk wilde hij dat ze stil was. Welnu, dat kon ze ook. Ze wijdde zich aan haar eigen observaties van het landschap, sloot daarna haar ogen. Ze was moe, en in een koets sliep ze normaal, van het gehobbel, van het niet kunnen bewegen, zeker als ze niets te zeggen had, maar vandaag wilde het niet zo lukken. Ze was zich pijnlijk bewust van Keane’s zwijgende aanwezigheid, meer nu met haar ogen dicht dan als ze hem gewoon tegenover zich zag zitten, als een impressie van het zonlicht dat zich in haar oogleden had gebrand. Zijn aanwezigheid, en die van niemand anders. Dit was het dichtste bij alleen dat Josephine in haar beschermde leven was geweest. Alleen met hem.

 

Ze zorgde echter onmiddellijk weer bemoedigend te stralen toen ze aankwamen op hun bestemming en hij haar hielp uitstappen. “Oh, wat mooi,” sprak ze bewonderend, en het was mooi – het uitzicht, het huis, het strand, en haar echtgenoot ook, tussen twee haakjes. “Wat rustig. Wel prettig, na zo’n volle dag als vandaag, nietwaar?” Ja, de drukte van een huwelijk met alle leden van de magische elite kon je het beste verruilen voor het geluid van de zee en alles wat je niet tegen elkaar wist te zeggen. “Eh, wat wil je eerst doen?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Voor een moment bleef Keane twijfelend voor de koets staan, Josephine’s hand in de zijne. Hij was zich plotseling pijnlijk bewust van die hand, van haar blanke huid, haar stralende glimlach, haar glunderende blik – en van het feit dat hij met geen van die kenmerken werkelijk bekend was. Van Evangeline kende hij haast ieder sproetje en ieder littekentje. Josephine daarentegen… en daarnaast had haar glimlach iets oprechts, bekeek zijn vrouw hem met een bepaald soort zorgzame blik die alleen Huffelpufs konden uitdragen. Keane was van dat alles niets gewend en het was eigenlijk juist op het moment dat hij had bedacht dat ze hem daardoor een tikkeltje meer op zijn gemak liet voelen, dat hij niet voorbereid was op het plotselinge schuldgevoel wat ergens, diep in zijn buik, naar boven kwam borrelen.

 

Kon een mens sowieso zoveel gevoelens tegelijk voelen zonder op enig moment uit elkaar te spatten?

 

“Laten we naar binnen gaan” sprak Keane met een licht fronsende blik op Josephine – want wat wilde ze anders doen, buiten blijven staan? Hij wilde eigenlijk meer zeggen, maar concludeerde dat hij niet zeker was van wat er binnen was geregeld en dus trok hij haar mee richting de voordeur. Nu ze eenmaal hand in hand liepen leek het wat laat om die connectie te verbreken – een redenering die wellicht ietwat passende gelijkenis vertoonde met hun pas gesloten huwelijk. Keane duwde de deur open maar liet Josephine voor gaan. “Dames eerst.”

 

Het zag er binnen fantastisch uit. Keane had geregeld dat zijn persoonlijke huiself altijd binnen bereik zou zijn, en die was dan ook al eerder gekomen om hun diner voor te bereiden en de plek een beetje gezellig aan te kleden met hun persoonlijke eigendommen. Alles was chique en wit met centraal in de ruimte een ronde jacuzzi, het water reeds bubbelend. Een deur rechts van hen leidde naar een van de slaapkamers. Toen Keane de deur op een kier zette zag hij dat het bed versierd was met rozenblaadjes. Wauw. No pressure there.

Keane had Josephine’s hand onderhand wel losgelaten en liep naar de grote openslaande deuren voor de jacuzzi, die direct toegang gaven tot hun prive strand. Hij opende deze en liet de warme zomerse lucht binnenstromen, terwijl hij zijn kravatte iets losmaakte en naar de tafel toeliep om een eenzame aardbei van het uitgebreide buffet in zijn mond te stoppen. Hij was nog steeds misselijk en eten deed hem denken aan de bruidstaart, bruidstaart deed hem denken aan Evangeline’s blik tijdens de ceremonie, en-

 

“Wat vind je ervan?” sprak Keane mild, bang om zijn stem te laten breken - al was duidelijk dat ook hijzelf onder de indruk was van hun locatie. “Heb je honger? Ik dacht, je wilt je waarschijnlijk eerst wat opfrissen, en…” Hij draaide zich half richting de zee, wiens golven op dat moment met een heerlijk geruis het strand op daverden. Hij was moe, lichamelijk en psychisch, maar de zee had een aantrekkingskracht die lastig was te weerstaan. En toch was het lastig om zijn plan aan haar voor te stellen, al had hij er met Danielle of Eva of zelfs met Felicia waarschijnlijk geen moeite mee gehad en wellicht zelfs geschreeuwd dat de laatste die de golven in dook een fles whiskey leeg moest drinken. Die gedachte leek nu zo ongepast dat hij er bijna van moest grinniken, al was het van de moeheid en zenuwen.

 

Neem de tijd, maar wil je daarna misschien het water in?” Hij twijfelde even, vroeg zich vervolgens af of hij duidelijk genoeg was geweest en voegde eraan toe; “Met mij?”

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

En weer mis: kennelijk was ‘wat wil je eerst doen’ niet de bemoedigende suggestie die Josephine had willen geven, maar een blijk van haar eigen gebrek aan kunne om logische lijnen te volgen, want natuurlijk gingen ze eerst naar binnen. Ze hield haar lach in stand terwijl ze zich mee liet voeren de villa in, en vroeg zich ondertussen af of Keane haar altijd zo letterlijk op zou vatten, waarom het naast hun verschillen in temperament, leeftijd en interesses ook nog eens nodig was om als het ware twee verschillende talen te spreken – en nee, niet Welsh en Schots, want ze hadden beiden een tamelijk keurige Engelse tongval onder de knie, maar desondanks een fundament van onbegrip waardoor alles wat zij zei subtiel anders bij hem aan leek te komen. En misschien ook wel vice versa, dat zou ze eigenlijk niet weten, want dat kwam, tja. Dus niet bij haar aan.

 

Of misschien lag het aan haar en was ze hier toch niet zo goed in. In getrouwd zijn. In sociaal zijn. Beetje treurig als dat het was, want dat was alles wat ze met de rest van haar leven plachtte te doen.

 

Honger? Nee, honger had ze niet; de koets, de nieuwe indrukken, en een knoop in haar maag waar ze geen aandacht aan wilde besteden, een knoop die niet paste in haar verhaaltje, zorgden er allemaal voor dat honger iets was waar ze zich geen voorstelling bij kon maken; sowieso was Keane normaliter meer van eten met toewijding. Het verveelde Josephine vaak al snel. Het buffet zag er prachtig uit, en dat was de manier waarop ze het het meest op prijs kon stellen. Ze schudde woordeloos haar hoofd, keek met grote ogen om zich heen daar waar hij haar had laten staan, probeerde niet teveel naar hém te kijken en tegelijk wilde ze niet bedenken waar ze anders naar zou moeten kijken en hoe dat dan weer over zou komen. Ze kon hier moeilijk naar het plafond staan staren.

 

Kom op, Josephine. “Goed idee,” glimlachte ze hem toe. “Toch wel een beetje verreisd.” Om nog maar niets te zeggen over het feit dat haar jurk niet geschikt was om veel méér in te doen dan statig bij een altaar staan, zelfs al waren enige aanpassingen voor het reizen gemaakt; ze maakte zich even zorgen omdat ze nog geen lady’s maid had gezien hier, en omdat ze niet zeker wist of een huiself dat kon, maar ze durfde er niet om te vragen. Ze durfde hem ook niet te herinneren aan de laatste keer dat zij beiden zich in de buurt van een grote plas water hadden begeven, en hij haar uit het water had moeten vissen en ze drie dagen op bed had gelegen.

 

In plaats daarvan knikte ze met nog een lief lachje. “Tot zo.” Ze begaf zich naar de badkamer, waste haar gezicht, aarzelde. Onnodig te zeggen dat Josephine’s bagage geen zwemkleding bevatte, maar ze kon zich nu ook weer niet voorstellen dat Keane had bedoeld... Ze kleedde zich, met behulp van magie, maar om tot haar meest vergevingsgezinde, meest op een daadwerkelijke jurk lijkende onderjurk van wit magisch satijn, en werd vuurrood bij de gedachte alleen al dat ze zo naar buiten zou lopen – blote armen! Blote schouders! Maar ’t was een privé strand. En als ze in al haar laagjes ging, zou ze stijf en kil overkomen. Om nog maar niets te zeggen over het feit dat ze een goede jurk zou ruineren én zou zinken door het gewicht. Tenzij Keane bedoeld had dat ze langs het water zouden lopen en ze hem nu compleet verkeerd geïnterpreteerd had en hij haar straks keihard zou uitlachen als ze in haar ondergoed op kwam dagen. Dat was een optie. Maar ja, als de keus was tussen te stijf en te gewillig...

 

Voordat ze naar buiten liep, aarzelde ze nog even, maakte toen haar haren los. Na de hele dag strak opgestoken te hebben gezeten krulden ze in golven naar beneden, en ze wist niet of het goed of slecht was dat die look haar aan iemand deed denken. Of hem.

 

Hij stond tot zijn middel in het water, zijn rug naar haar toe, aan het kijken naar de nacht die de zee op sloop, traag zoals alles traag ging op een augustus avond. Ze liep – voorzichtig, het idee van nu struikelen was te pijnlijk om bij stil te staan – de zee in, een aparte ervaring, ze wist niet precies wat ze ermee aan moest, en kuchte zachtjes, alsof hij haar niet gehoord zou hebben. “Was je hier ook in de buurt, je jaar in Frankrijk? Het is prachtig, he?”

 

Ze wou dat ze een omslagdoek had.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Keane keek haar na, een tweede aardbei onaangetast in zijn hand. Toen hij Josephine’s deur hoorde sluiten stopte hij de aardbei in zijn mond en draaide hij zich om, waarna ook hij zichzelf terugtrok in een van de kamers – niet degene met de rozenblaadjes. Toen de deur achter hem dichtviel leunde hij voor een moment in gedachten verzonken tegen het hout, wennend aan de stilte en de eenzaamheid die hem de hele dag was onthouden. Maar in het moment van rust wasten de gevoelens van de dag nogmaals over hem heen, in golven die steeds groter en heviger werden, zodat hij zich abrupt overeind duwde en zijn mantel over een stoel wierp en het strakke jasje uittrok. Terwijl hij zijn kravatte afwikkelde en zijn manchetknopen terzijde legde, liep hij naar de zilveren spiegel die bij een kaptafel hoorde en leunde hij wat voorover zodat hij zijn eigen spiegelbeeld aan kon kijken. Zijn donkere, wilde haar, vanochtend nog zo strak naar achteren gekamd, was als vanzelf een beetje gaan krullen en losgekomen. Hij zag er moe en bleek uit, met slechts een doffe glans in zijn groene ogen. En toch was er bar weinig verandert aan zijn spiegelbeeld, leek hij nog steeds dezelfde jongen die vorig jaar trots met zijn Hoofdmonitorbadge door de gangen van Zweinstein had geparadeerd, die als zwerkbalaanvoerder grapjes had gemaakt met Samuel voor een van de zwerkbalwedstrijden met Ravenklauw, die talloze feestjes was afgegaan met Daniella aan zijn zijde, die ’s avonds lachend verhalen had verteld aan de jongens op zijn slaapzaal. Dezelfde die slechts enkele dagen geleden nog met zijn roodharige Evangeline de sprong in het diepe had gewaagd en met haar was vertrokken, op dat moment werkelijk overtuigd om alles en iedereen achter zich te laten. De gouden ring brandde aan zijn vinger, en Keane moest moeite doen om deze niet van zijn hand te trekken en ergens in de hoek van de kamer te gooien. Deze eerste uren met Josephine waren waarschijnlijk cruciaal als hij iets van zijn huwelijk met haar wilde maken. En hij moest er iets van maken – en niet alleen maar omdat zijn opa dat zo graag wilde. Ze was nu zijn vrouw en dat betekende iets. Hij wist alleen nog niet precies wat het voor hem betekenen moest.

 

Keane trok zijn zwembroek aan en koos er uiteindelijk ook voor een van zijn losse, linnen overhemden te dragen, wetende dat Josephine dat op prijs zou stellen. Zijn blik gleed nog eenmaal over de machnetknopen voordat hij op blote voeten de kamer uit liep en het warme strand op stapte. Josephine was nog nergens te bekennen en hij waande zich voor een moment alleen op de wereld terwijl hij het zeewater instapte. Het water was relatief warm en een welkome verandering aan de stoffige, hectische en drukke dag. Terwijl de zon langzaam verdween en plaatsmaakte voor sterren, staarde Keane voor zich uit naar de lege ruimte voor hem, naar de eindeloze kilometers van golvend zout water. Hij had de machnetknopen van Felicia gekregen. Hij dacht aan het advies wat ze hem vele maanden geleden had gegeven terwijl hij zijn handen op het oppervlak van het water liet drijven en keek hoe de ring glinsterde in het licht van de ondergaande zon. Of nuja, advies. Ze had hem tussen de regels door duidelijk gemaakt dat hij in Josephine’s geval handelde op impressies die hij niet had geverifieerd, die hij nooit aan haar had gevraagd. En dat was ook wel zo. Hij had geen idee wat er vandaag in haar was omgegaan. En hij had geen idee in hoeverre ze doorhad wat er in hem was omgegaan en wat ze vannacht van hem verwachtte.

 

Hij hoorde haar al voordat ze begon te spreken en hij draaide zich half naar haar toe, zich proberende zich voor haar open te stellen, voor zijn vrouw. Ze was mooi. Haar lange blonde haar krulde los naar beneden, precies waar hij van hield, en haar maagdelijk witte jurk maakte haar nog weerbaarder dan normaal. Hij glimlachte onwillekeurig, een oprechte glimlach ditmaal, en draaide zich weer terug naar het weidse uitzicht.

“Beauxbatons is hier niet heel erg ver vandaan” sprak hij zachtjes. De golven splashten zachtjes tegen hem aan. “Het ligt in de Franse Pyreneeën, in de bergen. En nee, het uitzicht is niet verkeerd.” Hij draaide zich terug en keek haar voor een moment aan, liet zijn blik over haar heen glijden en terug naar haar gezicht. “Het uitzicht is geheel niet verkeerd, zelfs.”

 

Even twijfelde hij, voordat hij de buitenkant van zijn hand over haar blote arm liet glijden, het kippenvel bestuderend wat hij veroorzaakte door de koude druppels op haar warme huid. Hij zette een stapje dichterbij en haalde diep adem. “Ik heb het met je getroffen, Josephine.” En hij meende het, want het had een heel stuk erger kunnen zijn. Een lelijke bruid, of een felle... Keane bestudeerde haar blik en liet zijn groene ogen voor een moment afglijden naar haar lippen. Hij had haar nog nooit zo gezien, slechts gekleed in deze witte en licht doorschijnende jurk. De stof leek wel magisch en wapperde loom in het dunne briesje. Misschien moest hij haar hand pakken, maar hij liet deze millimeters van de hare in het water glijden, analyserend hoe hij zich voelde of zou moeten voelen en haar de ruimte gevend initiatief te nemen als ze wilde. “Heb je je wel… vermaakt, vandaag?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ze was het water in gelopen tot ze naast hem stond, speelde met haar vingers door de golven, dwong zichzelf zolang ze kon om niet weg te kijken, om niet haar armen om zich heen te slaan. Hij keek naar haar, en het voelde... anders, alsof hij echt naar haar keek en niet eigenlijk iets anders of iemand anders voor ogen had, zijn vriendinnetje, zijn grootvader, zijn moeder; het was een onkarakteristiek open blik voor Keane, niet gekweld of gepijnigd, en deed haar denken aan die keer dat ze samen muziek hadden gemaakt, dat ene momentje dat oprecht was geweest in hun relatie tot zover. Oprecht, maar niet moeiteloos, niet ontspannen, en dat was dit nu eigenlijk ook niet. Integendeel, het zinderde. Bij hem kon ze het zien, en bij zichzelf kon ze het voelen; ze moest zichzelf er bewust aan helpen herinneren om adem te halen, en vervolgens vechten tegen de blosjes die zijn blik langs haar opriep, want ze wilde niet blozen, ze wilde niet gespannen lijken, of bang, of schuw, maar in deze jurk had ze het gevoel dat hij haar poging om diep en rustig te halen moest kunnen zien. 

 

Hij keek niet lang, en ze was opgelucht, voelde zich daar meteen schuldig over, want was het nog goed om preuts te zijn op het moment dat je met iemand was getrouwd? Vast niet, maar hoe was het dan de bedoeling dat je van de ene stand halsoverkop de andere in duikelde? Nu ja, net als met een huwelijk, dus: daar was het ook de stempel, de handtekening, die je plichten en zorgen en verwachtingen scheidde, van een verloofd jong meisje naar een volwassen vrouw. En Josephine was het niet gewoon om vraagtekens te plaatsen bij de etiquette van haar tijd en klasse, bij de eisen die de maatschappij aan haar stelde; dat ze het nu even niet helemaal zeker wist was een teken aan de wand. 

 

Een teken dat ze negeerde, terwijl ze haar ogen neersloeg; het water reflecteerde nauwelijks, was ondoorzichtig door de zilverwitte schittering van de maan op de golfjes, en ze was er blij mee. Ze hoefde zichzelf nu niet te zien. Het idee dat niemand haar zag, niemand dan Keane, ze wist dat dat haar op een manier veiligheid zou moeten bieden. Net als met de muziek: als ze aan zijn verwachtingen kon voldoen, dan zou ze zich voor het moment van haar taak hebben gekweten.

 

Ze huiverde toen hij zijn hand langs haar arm haalde, hoopte dat hij het aan het koude water zou wijten, glimlachte hem toe. Zijn stem was warmer dan normaal - of misschien verzon ze dat maar, wilde ze het zo graag omdat ze nu echt hem nodig had om zich goed te voelen, omdat ze nu niet meer zelf kon zorgen dat ze gelukkig was - en haar glimlach werd vanzelf ook warmer. “Ik ook. Met jou.” Ze kleurde, nu toch, kon het niet helpen, maar de reden, blij zijn met zijn woorden en houding, (en nog altijd mild ongemak bij de familiaire vorm van aanspreken) was beter dan de vorige en het volstond. Het was ook waar: hij was jonger dan ze had kunnen verwachten, magisch, en vriendelijker tegen haar dan hij per se hoefde te zijn, en ze wilde niets liever dan toegeven aan haar betere natuur en daar dankbaar voor wezen. 

 

Ze aarzelde even, weefde haar vingers door de zijne. “En... het ging wel. Het was een mooi feest, nietwaar?” Zelfs Josephine was niet dom genoeg om toe te geven dat de dag voor haar gekleurd was geweest door de schok van de plotselinge ziekte van een zekere Evangeline Lennox. Niet nu, niet hier, niet tegen hem. “En lief dat iedereen was gekomen.” Semi-lief. Niet komen was namelijk ook gewoon sociale zelfmoord geweest. Ze wreef met haar duim over zijn hand. “Voel jij je alweer wat beter? Frisse lucht?” Ze lachte half, ontmoette zijn groene ogen, hopende er een lachje in terug te zien. “Misschien leent bruiloftskledij voor beide spelers zich niet direct voor ademen.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Het ging wel. Het was een mooi feest, nietwaar?”

 

Het was Keane’s beurt om te verstijven bij haar woorden, om voor een fractie van een seconde zijn hand uit de hare te willen trekken en de zaak als verloren op te geven, zijn goede bedoelingen verspild. Het ging wel? Voor een moment vocht hij tegen zichzelf terwijl hij toekeek hoe ze haar hand door de zijne vlocht, hen aan elkaar bond zoals ze nu op papier voor de rest van hun leven waren verbonden.  Hij had naar haar mening gevraagd omdat Felicia hem er ooit op had gewezen dat hij dat nooit had gedaan; maar nu hij het deed wist hij dat hij het antwoord niet had willen weten. De betekenis van de dag die als de mooiste van hun leven moest worden beschouwd werd door zijn jonge bruid in die drie woorden ontkracht. En het was zijn schuld, natuurlijk. Wellicht zou ze hem het de rest van haar leven kwalijk nemen dat hij het was die het had verpest. En vrouwen leefden langer dan mannen, dat was een algemene waarheid – hoewel wellicht niet rond zijn grootvader – dus hij was het die dit de rest van zijn leven zou moeten aanhoren. Keane durfde nauwelijks te ademen terwijl hij hierover nadacht, amper luisterend naar de rest van haar woorden.

 

Aan de andere kant – hoewel hij het niet wilde toegeven - had hij de bruiloft misschien ook wel verpest. Zijn lange stiltes, de hakkelende zinnen die hij normaalgesproken zo vloeiend over zijn tong liet glijden... Het liefst begroef hij vandaag onder een zware steen en dacht hij er nooit meer aan terug, precies wat hij normaalgesproken met vervelende ideeën en gevoelens deed. Maar misschien was hij het wel die wat uit te leggen had – niet alleen aan haar, maar ook aan al hun gasten, haar familie, zijn familie. De kleur trok uit Keane’s bleke wangen weg en zijn oppervlakkige ademhaling werd nog iets nerveuzer terwijl hij van haar wegkeek, naar wateren die zojuist nog zo stil en rustig hadden geleken maar hem nu beklemmend voorkwamen. Iets uitleggen… maar wat? En hoe? Hij wist dat het hem zou breken om op dit moment alleen al futiele details op te halen, laat staan een meer samenhangend verhaal dan dat.

 

Maar ze liep niet weg. Het viel Keane wellicht iets te laat op, maar ze had nog steeds zijn hand vast, was niet boos geworden en vroeg hem niet wat hij in ’s hemelsnaam had gedacht toen ze daar op het altaar stonden. Misschien kwam dat nog; was dit de stilte voor de storm. Het voelde echter niet geheel zo. En daarnaast moest hij toegeven dat hij het wellicht ook niet geheel had geloofd als ze hem had verteld dat ze zich vandaag zo verschrikkelijk had vermaakt en dat het inderdaad de meest fantastische dag van haar leven was geweest. Misschien kwam hem het nu voor dat dat het antwoord was wat hij had willen horen, maar zou hij ook daarbij niet zijn vraagtekens hebben gezet? Was haar reactie niet volkomen begrijpelijk gezien zijn houding van de afgelopen uren? Was hij het die hier overdreven reageerde, die haar reeds in dit prille stadium zou bestraffen voor haar eerlijkheid? Hij kalmeerde ietwat, wist zijn ademhaling weer wat omlaag te krijgen en durfde zijn blik wederom op haar te plaatsen. Hij zag niets van de teleurstelling die hij dacht te hebben bespeurd; of van boosheid, van wantrouwen. Ze leek het juist echt te proberen, zoals hij het tot een lang moment geleden ook nog echt had geprobeerd.

 

Hij schudde zijn hoofd, wetende dat hij ook de gebruikelijke sociale normen van deze stilte had overschreden – het thema van de dag. “Sorry, ik…” begon hij prevelend, niet echt wetende of hij zich enkel voor de huidige stilte excuseerde. Maar toen hij naar haar keek viel het hem nogmaals op hoe mooi ze was, wellicht door haar maagdelijke onschuldigheid en die afhankelijke blik in haar groene ogen, alsof hij de enige op de wereld was die haar nog redden kon. Hij kneep zachtjes in haar hand, plots afgeleid door het fysieke contact en gestuurd door een verlangend gevoel om al zijn zorgen te vergeten. Het was meer dan plichtsbesef waarmee hij nog een stapje dichterbij zette. Ze hadden eerder gezoend, maar wellicht had hij er nooit eerder de tijd voor genomen. Maar vanavond hadden ze de tijd en Keane, behoedzaam om het kwetsbare moment te doorbreken, boog zich heel langzaam naar voren. Waarna hij voorzichtig, alsof ze van porselein was gemaakt, haar lippen met een zachte kus beroerde – een volwaardige eerste zoen.

 

En wellicht meer; excuses van verloren dromen en doorkruiste leugens.

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ja, ze probeerde het: probeerde het oprecht, want normaal gesproken zou ze nooit ‘het ging wel’ hebben gezegd over haar huwelijksdag, zou ze het zelfs als het zo voelde niet hebben toegegeven. Zou ze het nauwelijks hebben willen toegeven aan zichzelf, want het hoorde geweldig te zijn, het hoorde de mooiste, belangrijkste dag van haar leven te zijn en op een zekere zin de laatste, de laatste dag van het leven van Josephine Gordon-Lennox en het begin van iets heel nieuws. In alles was het voor haar ook een einde: niet meer wonen bij haar ouders, bij haar broers en zusjes, niet meer naar Zweinstein, niet langer haar beste benadering van een schoolgaand leven. Alles wat tot nu toe belangrijk was geweest, was dat nu niet langer: het enige dat was overgebleven van haar ene leven naar haar volgende was Keane, en die was nu belangrijker dan wat dan ook. Wat hij van haar wou. Dat hij gelukkig was – of toch althans tevreden. Als hij dat was, dan kon zij ook niet anders zijn.

 

En ongetwijfeld was haar eerste instinct geweest om te zeggen dat het prachtig was, dat ze zich uitstekend had vermaakt, vanzelfsprekend, dat alles immers goed was gegaan, en dan had ze wat van de details van de dag verteld, de bijna-crashes die je bij elk huwelijk kreeg. Maar in hun geval waren die niet grappig, want de voornaamste bijna-crash was Keane geweest. En ze wist niet wat ze daaraan kon doen, wist niet hoe ze hem beter kon helpen. Probeerde daarom maar om eerlijk tegen hem te zijn. Om hem iets minder te laten raden naar wat ze dacht.

 

Wat duidelijk een slechte keus was geweest: in het vervolg zou ze maar beter weer bij haar reguliere zonnige houding blijven, althans in haar gedrag naar hem toe, maar bij voorkeur ook gewoon in haar hoofd, waar ze er per slot van rekening alleen maar van kon profiteren. Hij werd weer bleek, weer stil, keek haar aan met een geslagen-puppy blik en Josephine voelde zich vanbinnen kouder worden dan het water om haar lichaam was, terwijl zijn ogen even heel duidelijk leken te maken, tegen al haar kennis en zelfvertrouwen in, dat ze dit niet goed kon doen. Wat ze ook deed. Hij was te kapot, of te verdrietig, of zij was gewoon niet goed genoeg, niet leuk genoeg, niet wat hij wou. Ze wist het niet; maar kort dacht ze even terug aan het moment dat ze aangeboden had om van het huwelijk af te zien, en zijn woorden toen, en voelde een steek van iets wat dicht tegen woede lag – niet dat hij dat ooit op haar gezicht zou kunnen ontwaren, want ze was alweer ruimschoots klaar met open zijn. Als dit niet was wat hij wilde, waarom had hij dat dan toen niet gedaan?

 

Nu... nu was het echt te laat, en ze zou misschien in paniek zijn geraakt, maar dat was het moment waarop hij zich verontschuldigde. Ze keek hem met grote, vragende ogen aan, haar boosheid weer vervlogen; die was toch niet van nature haar eerste reactie. Om vervolgens die ogen te sluiten toen hij haar voorzichtig op de lippen kuste. Ze kon het niet helpen. Het was anders, hier, nu... Ze liet zich kussen, liet haar vrije hand aarzelend door zijn hare glijden, glimlachte vlug. “Zou je me zwemmen kunnen leren, denk je?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Keane liet haar voorzichtig los en keek haar aan, half nieuwsgierig maar nog steeds bewust van zichzelf, van zijn handelingen; niet verloren in vurig verlangen of diepe hartstocht. Hij moest niet vergelijken – mocht niet vergelijken, natuurlijk. En toch… Maar het voelde fijn toen ze met haar hand door zijn haren streek, al leek ze een beetje verward toen hij de kus verbrak, hij met een verontschuldigende blik in zijn ogen. Gelukkig besloot ze opnieuw te beginnen, of in ieder geval het onderwerp te veranderen, en Keane haakte er maar al te graag op in.

 

Hij had ergens wel geweten dat ze niet kon zwemmen. Maar de meeste vrienden van hem konden het wel, of zouden in ieder geval niet verdrinken wanneer ze onverhoopt ter water zouden raken. Keane, die meestal inhaakte op de zwaktes van anderen door er nog eens extra op te gaan staan, slikte een stekende opmerking in en toverde een behulpzame glimlach op zijn gelaat. Hij wilde haar niet wegjagen, en hij wist niet of ze zelfs een plagende opmerking van zijn kant accepteren zou. Maar er was genoeg tijd om dat uit te vinden. De komende dagen, maanden, jaren…

 

“Het is niet heel lastig” sprak hij, met een licht plagende toon in zijn stem die de mildste variant was van hoe hij zich uiten kon. Er waren nu eenmaal grenzen aan in hoeverre hij kon instaan voor zijn karakter. Hij liet Josephine los (deed enige moeite om dat niet al te abrupt te doen), en liet zich vervolgens nonchalant achterover in het water glijden. Het water was warm, maar voelde alsnog voor een moment koud aan zijn verhitte lichaam. Keane draaide zich om in het zoute water, dook vervolgens onder zodat ook zijn gezicht een wasbeurt had gehad en kwam vervolgens plonzend boven water, waarbij hij moeite deed om Josephine met een iets te brede grijns op zijn gezicht nat te spetteren.

“Misschien ehm…” Hij had nog nooit iemand leren zwemmen. Zijn moeder had het hem geleerd toen hij klein was zodat hij niet zou verdrinken in de meren en vennen waar hij vroeger bij speelde. “Misschien moet je op je rug beginnen, zodat je leert drijven.” Hij liet zichzelf wederom in het water zakken, iets serieuzer ditmaal, en liet zien hoe hij op zijn rug drijven bleef. Hij stond op, zijn overhemd en haren druipend en plakkend aan zijn licht gespierde lichaam. “Ik zal je wel helpen, zodat je niet zinkt.” Hij bood haar zijn hand aan.

 

Vertrouw je me?”

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het zou niet bij Josephine opgekomen zijn dat ze beter niet kon prijsgeven dat ze niet kon zwemmen: ze zou nooit gedacht hebben dat dat iets was waarmee Keane haar zou kunnen danwel willen plagen. Ze was wat dat betreft überhaupt een beetje anders dan hij: als een ander een zwakte prijsgaf, wat Keane overigens geregeld deed, wilde ze helpen, troosten, wilde ze liever zijn, en ze zou niet kunnen begrijpen dat dat bij anderen anders zat. Maar, eerlijk gezegd, ze zag het zelf ook niet direct als zwakte. Het was niet iets waarvoor ze zich schaamde. Richmond lag niet naast een meer, ze deed niet aan zwembadfeestjes – hemeltjelief, het idee – en haar ouders hadden Zweinstein nooit gezien en bovendien, het simpele feit dat je af en toe langs een plasje water liep was in principe geen reden om zwemmen te moeten leren, als je gewoon een beetje goed oppaste dan viel je er heus niet zo maar in hoor, en bovendien kon je dan, zoals nu maar weer eens bleek, sowieso nog een hele tijd staan. Water was een vereiste voor verdrinken, maar niet afdoende. Je had er op zijn minst nog een verschrikkelijke fiancé voor nodig. Al waren dat bygones.

 

Nu goed, ze zou dat dus niet bedacht hebben en het was maar goed dat hij het liet, want ze zou bij uitstek aangebrand hebben gereageerd. Natuurlijk kon ze niet zwemmen, en het feit dat al zijn vriendinnetjes dat wel konden gaf maar weer eens te meer aan hoe storend middle class die meiden waren. Droevig, zelfs. Van God los en zonder reële kansen in het leven, maar och, dat maakte allemaal niet uit want je kon tenminste jolig door het water tierelieren en dat maakte vast de significante daling in je huwelijksgeschiktheid helemaal goed.

 

Ahem.

 

Ja, ze zou pissig zijn geweest. Want ze zag niet kunnen zwemmen niet als gebrek, en had eerlijk gezegd weinig behoefte het te leren, veel minder dan ze behoefte had gehad aan iets lichts, iets luchtigs, iets waardoor Keane zijn geschopte puppy blik kon laten varen en já, misschien had ze hem semi opzettelijk een voorzetje gegeven waarin hij haar iets kon laten zien. Een van de taken van een vrouw was je man laten schitteren, per slot van rekening. En het wérkte, want hoezeer hij zichzelf ook als een special snowflake beschouwde, hij vond het echt wel leuk, in alles altijd leuk, om te laten zien hoe goed hij was. “Als jij het zegt,” glimlachte ze wat raadselachtig, en ze wapperde wat water zijn kant op als een gebaartje om althans een beetje mee te doen terwijl ze zich irriteerde aan de wetenschap dat haar haar hiervan nat zou worden. Vertrouw je me? Ze keek hem aan, ogen groot en afwachtend, denkend aan zijn stiltes, aan zijn irritatie, aan zijn wankelende houding, pakte vervolgens zijn hand. “Natuurlijk.” En daarmee deed ze haar eerste poging tot drijven, wat minder eng was dan hem vertrouwen, voor altijd.

 

Ze ging het net zo vaak zeggen tot ze het geloofde.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Natuurlijk had Keane niet door wat er in Josephine omging; het zou bij hemzelf nooit zijn opgekomen dat ze niet eens wilde zwemmen, er geen behoefte aan had. Voor Keane was zwemmen net zoals vliegen: het gaf hem de vrijheid om gewichtloos te kunnen duiken, of hij dat nu in het water of in de lucht deed. Ook paardrijden kwam dichtbij, overigens. Hij hield ervan zijn paard op krappe paadjes heuvels en dalen door te jagen, steeds harder en sneller tot hij nergens meer aan hoefde te denken dan zich stevig vasthouden en het genieten van de adrenaline, de wind in zijn haren. Wie had er nu geen behoefte aan zulke vrijheid? Wie wilde er nu niet van God loskomen en zichzelf in het wilde diepe gooien?

 

Nuja, wellicht pasten zulke sporten niet geheel bij Josephine’s karakter. En wellicht had hij dat inderdaad wel kunnen weten. Maar het haar leren zwemmen gaf hem een manier om dichterbij Josephine te kunnen komen dan hij ooit had gedaan, en daar ging hij vannacht niet om klagen; niet op zijn huwelijksnacht.

 

Hij liet een van haar handen los en liet deze langs haar lichaam glijden, langs de natte stof van haar jurk. Hij stopte bij haar heupen en duwde haar onderrug iets omhoog, zodat haar buik boven water bleef. Dat was zijn manier om te blijven drijven, en werkte in ieder geval voor hem – en ook voor Josephine, als hij het zo inschatte. Het trof hem plotseling hoe hulpeloos ze eruitzag, overgegeven aan zijn genade. Het was op dat moment dat hij eigenlijk pas besefte dat hij vanaf dit moment niet alleen verantwoordelijk voor haar was, maar dat ze hem daarnaast ook nodig had. Eerlijk gezegd had hij nooit over dat aspect over hun huwelijk nagedacht. Ja, hij had gepeinsd over de extrinsieke regels van hun verbintenis – over dat het hem verboden zou zijn anderen te zien, behalve haar, voor in de rest van de eeuwigheid. Maar nooit had hij werkelijk begrepen dat met de handtekening en de ring, ook intrinsieke waarden meekwamen en ze er nu samen voorstonden. Nee… eerder had hij gedacht dat ze vanaf nu twee mensen zouden zijn die in een huis zouden wonen en elkaar zouden tolereren, niet meer zonder maar ook niet met elkaar. Maar dat ze hem nodig zou hebben, dat hij er voor haar moest zijn….

 

Keane liet haar andere hand ook los en liet deze eerst voorzichtig langs haar natte haar glijden, waarbij hij een pluk achter haar oor streek, voordat hij ook deze langs haar lichaam liet glijden, langs haar vormen, tot aan haar heupen. Tsja, zijn opa had gewenst dat ze vannacht…

 

“Je bent een natuurtalent” sprak hij zachtjes, een oprechte glimlach op zijn gezicht. “Ik kan je morgen wel laten zien hoe je zwemt. Dat is misschien een beter idee dan vanavond, na deze lange dag…” Hij kneep zachtjes in haar zij, waar hij haar vasthield, voordat hij haar handen pakte zodat ze zich aan hem overeind kon trekken. “Wil je misschien… wil je je misschien wat opwarmen, en wat drinken?” Hij had echt wat drank in zijn aderen nodig voordat hij hier klaar voor was. “Ik zag zojuist wel een fijn plekje waar we met z’n tweeen kunnen zitten…”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Om haar zwemmen te leren, of zelfs om louter drijven te leren kennelijk, was het inderdaad nodig dat Keane haar aanraakte, vasthield. Josephine zou graag hebben gedaan alsof dat feit niet bij haar was opgekomen, alsof ze daar niet over had nagedacht, en als ze het lang genoeg volhield zou ze het uiteindelijk waarschijnlijk nog zelf beginnen te geloven ook, maar het was niet geheel waar. Oh, ze had minder ervaring dan Keane, vrijwel geen ervaring of je moest een grappige zij het iets te uitgebreide slash innige kus met Daniella Adler meetellen, en de twee zoenen en een onfortuinlijke omhelzing van de jongeman wiens naam ze nu deelde, maar op zich wist ook zij wel wat er vanavond op het programma stond. Niet in detail – zeker niet in detail – maar haar moeder had haar wel wat uitgelegd, en Keane had er zoals gezegd al eens eerder op gezinsspeeld. Ze kon er zich geen voorstelling bij maken, maar ze wist het wel. Het moest. Het hoorde. Het waren allemaal van die dingen die nu eenmaal met een huwelijk gepaard gingen. Hij had plichten jegens haar gekregen. En zij richting hem.

 

Ze wist het dus, en ze wist ook dat ze het doodeng ging vinden, vond al eigenlijk behalve dat dat een van die dingen was die ze niet onder ogen wilde zien, die ze wilde negeren tot ze het vond... wat ze ervan hoorde te vinden. Ze wist niet precies wat dat was: hoorde het niet bij de lieve, onschuldige jongedame zijn die ze was, bij de onervarenheid die juist een van haar voornaamste vereisten was op dit punt, dat ze er huiverig bij zou zijn? Maar het was iets waarover je maar moeilijk regels uitgekristalliseerd kreeg. Want zij durfde het nauwelijks te vragen, want het hoorde niet. En anderen waren ook bepaald summier. Misschien dat het anders zou zijn als ze meer getrouwde vriendinnen had... of meer vriendinnen uit de zogezegd middenklasses... al kon ze zich niet voorstellen dat ze het er ook dan uitgebreid over zou hebben.

 

Maar wie weet. Het kon allemaal meevallen.

 

Het was in elk geval haar bedoeling om het zoveel mogelijk mee te laten vallen en daarom had ze dit voorgesteld. Nu gingen ze die barriere van aanraken als ware van nature over. Gewoon omdat het moest. En kon ze hem laten zien dat dat prima was, dat hij dat mocht. Ook al was het niet prima en kon ze alleen maar zo stil mogelijk liggen, glimlachend, terwijl zijn handen haar positie in het water bepaalden en langs haar zij, langs haar hals, tot naar haar heupen gleden. Ze haalde rustig adem. Want ze moest toch lucht hebben opdat ze niet zou zinken.

 

“Oh! Ja,” zei ze vlug, opgelucht haast, terwijl ze zich overeind liet trekken en zich met magie wat droogde, druppels die van haar jurk en uit haar haren terug de zee in vielen, maar ze bleef dicht tegen hem aan staan. “Wat drinken klinkt als een goed idee. En morgen zal het ook fijn zijn, in de zon.” Ze kneep kort in zijn hand en vroeg zich af waarom ze ineens niet meer bloosde. Nu was toch het moment – maar voor het eerst vanavond voelde zij zich wat bleekjes. Ze Sommeerde een fles whisky en twee glazen uit haar bagage, liet hem daarvoor los. “Eh, mijn huwelijkscadeautje, nog,” lachte ze wat opgelaten. “Schotse blend speciaal voor jou – hopelijk is het lekker. Waar had je een plekje gezien?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Je bent fantastisch” sprak Keane luchtig, terwijl zijn blik over de fles drank gleed en vervolgens tot stilstand kwam op haar fijne, ietwat bleke gezicht. Hij had zojuist besloten dat hij met complimentjes wellicht nog het verste kwam, om haar wat meer op haar gemak te laten komen en zichzelf daarmee wellicht ook in die positie te brengen. De jonge Burggraaf sloeg zijn arm om haar heen en nam de glazen met zijn ene hand, de fles met zijn andere hand van haar over, zodat ze die niet zou hoeven te tillen. Tegelijkertijd gaf hij haar een kortstondige zoen op haar ietwat drooggewapperde blonde haren, omdat hij wist dat hij bij Evangeline hetzelfde zou hebben gedaan en hij probeerde nu al te beginnen met een soort automatisme, probeerde erin te slijten dat dit nu zijn lust en zijn leven was, vanaf dag 1 tot zijn einde der dagen.

 

Zie? Hij probeerde het werkelijk. Het was gewoon ietwat lastig als je het net twee dagen geleden had uit moeten maken met het meisje waar je nog steeds van hield en ongeveer vier jaar een (geheime) relatie mee had gehad.

 

“Ik dacht aan binnen, op die sofa bij de haard. We kunnen het vuur aansteken, als je het koud hebt?” Hij glimlachte, wellicht minder opgewekt dan de situatie van hem vereiste, en bood haar zijn arm aan. Druipend kwamen ze uit het water en voor een moment gleed er iets van een lach over zijn lippen, want ze zagen er werkelijk uit als twee verzopen katten. Dit was de reden dat hij normaalgesproken terughoudend was iets aan te doen als hij ging zwemmen, maar in deze situatie had het nauwelijks anders gekund. Keane had zijn eigen toverstaf binnen gelaten, en rilde even kortstondig van de wind op zijn natte lichaam toen hij de fles en glazen inwisselde voor zijn staf. Hij maakte een ingewikkelde beweging en begon uit een soort  plichtmatige zorgzaamheid de onderkant van Josephine’s jurk te drogen – de bovenkant had ze al gedaan - waarna  hij zichzelf afdroogde. Hij had natuurlijk kunnen voorstellen dat ze andere kleding aan zouden doen, maar hij wilde haar in die onderjurk houden. Het stond haar goed, zeker nu haar haren wat waren losgekomen. Daarnaast was de witte stof nog een klein beetje vochtig, en precies genoeg doorzichtig op de juiste plaatsen. Zijn eigen overhemd ook, overigens. Keane nestelde zich met whiskey en al op de bank en schonk hen beiden in. Hij hoopte dat ze naast hem zou komen zitten en niet tegenover hem, want ook dat was een optie. Hoe moeilijk zou ze het hem maken, vanavond? Zou zijn grootvader erachter komen als ze niet...?

 

“Nuja… proost” sprak hij, terwijl hij haar aankeek en opgelaten zijn glas tegen het hare tikte. “Op… ons.”

 

En hij goot de kostbare inhoud van het glas in een keer zijn keelgat in.

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Wel, Keane, schat, dat je het pas twee dagen geleden uit hebt gemaakt met de liefde van je leven, dat is toch echt on you, mate. Met een verloving vanaf Kerstmis vorig jaar en een heleboel andere ellende omtrent jullie tweeën heeft het je niet direct ontbroken aan mogelijkheden om het eerder te doen; noch had het hem werkelijk ontbroken aan mogelijkheden om het anders te doen, want zelfs Josephine had hem aangeboden om hem uit de verloving te laten. Dat hij dat allemaal niet had gedaan, dat het ook moeilijk was geweest, gevaarlijk, dat was zeker waar: maar het feit dat dit nu voelde alsof het snel was, en plotseling, dat kon hij niet aan wie dan ook anders wijten. Het enige wat ze hiervoor gehad hadden was tijd. Tijd voor Keane om af te studeren van Zweinstein; maar ook tijd waarin hij zijn zaken op orde had kunnen krijgen, de pleisters eraf had kunnen trekken. Had hij niet gedaan, en nu waren ze hier.

 

Bij ‘een plekje gezien’ had Josephine eigenlijk gedacht dat ze buiten zouden blijven – daar gingen ze weer, wederom vervielen ze in het moeras van miscommunicatie – maar ze zei er niets van, glimlachte louter toen hij haar fantastisch noemde, in de haren kuste en haar kleding droogde. “Dank je,” sprak ze zachtjes, een bedankje voor alledrie die dingen zonder specifieker te worden, en ze liet zich door hem naar binnen begeleiden, waar ze tegenover hem op de bank plaatsnam en de rok van haar jurk wat schikte, een gebaar zonder veel betekenis, want de jurk was nou niet bepaald keurig te noemen. Ze tikte haar glas tegen het zijne, vroeg zich plotseling af of ze bij hem had moeten gaan zitten, maar het zou niet, toch? Dit was vast beter. Een beetje afstand, een beetje minder gekwelde stiltes. Feitelijk, casual. “Op ons. Oh, en een vuurtje zou prettig zijn,” erkende ze, al kreeg ze het van de whisky op zich ook al wat warmer – het was daadwerkelijk erg lekker geworden.

 

“Al plannen voor de rest van de vakantie? Je moet er nog wel een beetje van genieten voordat je schooljaar weer begint, ik heb gehoord dat Cambridge echt een hogere versnelling is,” sprak ze, half ademloos, half zakelijk, proberend te doen alsof dit normaal was. “Ik dacht misschien een paar concerten? In augustus in Frankrijk zijn er altijd vrij veel muzikale evenementen, althans toch bij Aubigny, Orleans, Reims...” Ze schonk hem nog wat whisky bij en liet haar hand over de zijne gaan, een beetje naar hem toe leunend, om voor haar niet naast hem zitten ietwat te compenseren.

 

Maar opstaan en het wel doen, dat durfde ze nu ook niet.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Maar Josephine, liefje, tijd was immer zijn grootste vijand geweest, de afgelopen maanden – wellicht jaren. Hij had altijd geweten dat zijn relatie met Evangeline een tikkende tijdbom was die ergens eindigen moest. Hij had altijd geweten dat het eraan zat te komen, al waren er mogelijkheden geweest, kansen. En misschien was het zwak geweest om te kiezen voor het één, mee te gaan met de wensen van zijn grootvader en te beslissen te trouwen met Josephine en Evangeline te moeten achterlaten, en dat vervolgens niet te doen. Maar het had ook zwak gevoeld om zijn relatie met Eva te breken, wetende dat ze nog tijd hadden, wetende dat er ergens nog hoop bestond dat dat grote, onvermijdelijke moment komen zou, maar verhinderd zou kunnen worden. Het was hoop die hij tegen beter weten in had gehad, die hij had gekoesterd tot het moment op het altaar en de priester hem had gevraagd of er redenen bestonden waarom hij niet met Josephine zou kunnen trouwen – en niemand een fin verroerde. Het was de hoop in hun dromen, de hoop in ware liefde, die vervolgens bitterzoet en met harde hand de grond in was geboord. En ja, dat maakte hem wellicht een kansloze romanticus, de grootste flapdrol die ooit zijn voeten op de heilige aarde had geplaatst. Probleem was dat hij het waarschijnlijk zo weer zou doen.

 

Maar inderdaad; nu waren ze hier. Nu zaten ze hier getrouwd en wel in hun huwelijksnacht en besloot zij tegenover in plaats van naast hem te gaan zitten. Keane, die dit jammer vond maar besloot er niets over te zeggen, trok zijn toverstaf en mompelde een simpele spreuk om de haard aan te steken. Het geknetter en warmte van het vuur waren een welkome afleiding, zelfs op deze warme zomeravond. Hij stond toe dat ze met haar hand over de zijne gleed, ving haar hand zelfs en kneep er zachtjes in. Merlijns baard, hij dacht dat hij net een soort setting had geschept van waaruit hij verder kon werken, precies zoals zijn grootvader hem had opgedragen. Had hij haar niet voorzichtig aangeraakt, net niet teveel – maar achteraf wellicht ietwat te weinig? En nu deed ze alsof ze hier aan een of ander theekransje zaten! Keane glimlachte ietwat gedwongen, sloeg deze tweede whiskey ook achterover en schonk zichzelf nog maar eens bij, en haar ook als hij toch bezig was.

 

“Hmm.. ja, concerten” sprak hij ietwat afwezig, terwijl hij zijn duim over haar hand liet gaan. Hij bedacht iets, boog zich wat voorover en liet zijn lippen zachtjes over de bovenkant van haar hand glijden, terwijl hij zijn blik in de hare liet hangen, gefocust op haar tere gezichtje, haar groene ogen, haar lichtroze lippen. Langzaam, voorzichtig kuste hij haar hand, zijn lippen op haar fluweelzachte, blanke huid. Hij wilde niet meer nadenken. Aan de ene kant waren er duizend dingen die hem zouden kunnen tegenstaan dit te doen; aan de andere kant waren ze nu getrouwd, was dit hem opgedragen en was hij moe door alle emoties waar hij vandaag doorheen had moeten gaan. En hij bleef een man. Het was alweer een tijdje geleden dat hij voor de laatste keer…

 

“Ik ben zeker van plan voldoende te genieten” sprak hij zachtjes, terwijl zijn ogen naar de gouden ring gleden die zij om haar vinger had en hij ook daar een kus op plantte. “En ik hoop dat jij mij daarbij kan helpen…” Hij kuste haar vingers. “Ik heb nog wel een paar dingen gepland, maar hoopte dat jij mij nog wat speciale plekjes in… Frankrijk zou kunnen laten zien. Ik ben hier en daar wel geweest natuurlijk, maar ik wil jou graag leren kennen.” Keane kneep zachtjes in haar hand. “En daar hoort Frankrijk ook bij.”

 

Hij had het niet echt over Frankrijk.

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het zou toch prettig zijn, zo ongelooflijk prettig zijn, als Keane wat minder bipolair was: als de dingen waar hij van hield, waar hij enthousiast van kon worden, constanten waren op zijn minst. Ze wist dat hij van muziek hield, ze wist dat hij weinig naar concerten had kunnen gaan omdat het als hobby niet was aangemoedigd, en ze had dus bedacht dat dit iets was wat ze heel makkelijk voor hem kon doen. Dat ze op dit onderwerp althans een reden kon zijn voor een verbetering in zijn leven, zij het niet echt een fundamentele en in de volledige wetenschap dat ze voor verdere mogelijkheden daartoe nog nauwelijks ideeën had. Maar dit had ze bedacht, en ze had, met de herinnering aan hun dag in de muziekkamer, een herinnering die ondanks de aanleiding met stip haar dierbaarste was met hem, gedacht dat hij hier blij van zou moeten worden. 

 

En vervolgens leek het hem nauwelijks te kunnen interesseren. In feite was zijn reactie zo onderkoeld dat hij er net zo goed geen had kunnen geven. Josephine nam een slokje whisky, in plaats van een keer diep ademhalen, en zette zich eroverheen terwijl hij haar hand kuste, misschien om zijn lauwloene houding tegenover haar voorstel goed te maken. Dat was niet nodig, overigens. Als hij liever niet naar muziekfestivals ging, dan zou zij er met geen woord meer over reppen. 

 

En kom nou niet aan met innuendo’s bij Josephine née Gordon-Lennox, zeg. Ze snapten elkaar al niet als ze simpelweg Engels spraken zonder bijbedoelingen, en Josephine was zo onervaren als je van een meisje van haar leeftijd mocht verwachten, of althans, zoals je mocht verwachten buiten Zweinstein waar die verwachtingen misschien inderdaad wat naïef waren. Ze was beschermd opgegroeid, mensen waren in haar buurt doorgaans op hun beste gedrag, en zij was altijd op het hare op haar beurt. Bovendien was ze niet uitzonderlijk snugger, niet uitzonderlijk opmerkzaam en vastbesloten om aan andermans woorden de meest vriendelijk mogelijke uitleg te geven. 

 

Keane’s bijbedoelingen gingen dan ook volledig langs haar heen. Ze was voornamelijk nog teleurgesteld over haar concertplannen. Ze glimlachte hem vriendelijk toe, trok haar hand terug en nam een grote slok whisky, om haar armen iets om zich heen te slaan. “Oh, nu ja, we zouden naar Aubigny kunnen, natuurlijk. Er zit daar in de buurt een prachtig Middeleeuws kasteel - eh, naast het onze, bedoel ik - en wat ruïnes, dat is misschien ook leuk. En ik ga graag naar Parijs. Maar het is een eind reizen, dat is een nadeel.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Keane keek zijn jonge bruid met een gemengde blik aan, gekwetst en gekrenkt in zijn poging en gevoelens, met een hint van sluimerende irritatie. Je moet begrijpen; de Burggraaf had de laatste nachten slecht geslapen en de afgelopen twee weken te allen tijde, te pas en te onpas op zijn woorden moeten letten om zich niet te verspreken, zich netjes voor te doen tegenover zijn grootvader, Josephine’s ouders, Josephine zelf… plus nog de emotionele achtbaan van zijn moeder na jaren van afwezigheid zien, weglopen met Evangeline om vervolgens met hangende pootjes weer terug te moeten op aanraden van die zelfde moeder, afscheid te nemen van Eva en dan nog de hele ceremonie vandaag, de ring aan zijn vinger… Wellicht was dat inderdaad allemaal zijn eigen schuld geweest, maar onderaan de streep kwam het er wel op neer dat hij op was. Het enige wat hij wilde, waar hij op dit moment naar verlangde, was een warm bed. Maar voordat hij dat warme bed bereiken kon, moesten er nog wat handelingen met zijn nieuwe echtgenote worden verricht. En Keane wist niet of het kwam omdat ze in het geheel niet wilde of omdat ze bang was en wat overtuiging nodig had, maar hij had toch wel verwacht dat ook zij haar verantwoordelijkheid voor vanavond zou nemen.

 

Voor een moment bedacht hij het worst case scenario, en dat was dat hij ofwel niets zou doen, ofwel hij haar zou dwingen. Dit laatste lag niet per se in zijn karakter, maar hij dacht er even over na en wist dat hij het wel zou kunnen. Maar het zou een slechte start zijn, niet datgene wat hij wenste voor een ‘happily ever after’ voor de rest van hun leven. Maar het zo laten… was dat werkelijk hoe hij hun huwelijk beginnen wilde? Het moest geconsumeerd worden, dat was wat zijn grootvader hem had verteld… En dat was ook wel hoe het hoorde, als je dan toch getrouwd was, na al die moeite. 

 

Felicia’s woorden galmden wederom door zijn hoofd. Misschien had ze gelijk, was eerlijkheid en open kaart inderdaad de beste optie. En dan kon hij altijd daarna nog…

 

Hij nam een grote slok whisky en zette zijn glas iets te hard neer, wat de emotie die hij probeerde te bedwingen toch zichtbaar maakte. Hij keek naar haar, naar haar armen die ze beschermend om zich heen had geslagen nadat ze haar hand uit de zijne had losgetrokken, en zuchtte.

Ja, Parijs is inderdaad ver weg, dat is een nadeel. Josephine…” Even liet hij een stilte vallen. “Dat bedoelde ik niet helemaal. Ik… ik vind het leuk om met je naar concerten te gaan. Ik vind het leuk om Frankrijk te ontdekken. Maar we hebben nog deze hele maand, ons hele leven om dat te doen.” Hij stond op, stak zijn handen in een poging tot iets nonchalants achter zijn rug en bleef even voor het haardvuur staan, voordat hij achter Josephine langsliep en een van de eetkamertafelstoelen omdraaide en hierop neerzakte. Hij draaide zijn armen over elkaar en leunde op de leuning van de bank waar ze op zat, vlak naast haar hoofd, haar nog ietwat natte haren. Ze rook naar de zee.

“Maar nu zijn we hier, samen... op onze huwelijksnacht. Ik ben ook een beetje zenuwachtig voor wat er vanavond moet gebeuren.” Hij sprak zachtjes, al koste het hem enige moeite om de woorden over zijn lippen te krijgen. Misschien was het beter om bij zichzelf te beginnen als hij iets uit haar wilde krijgen. “Maar… je hoeft nergens bang voor te zijn. Ik zal je geen pijn doen, dat beloof ik je.” Hij kuste loom haar wang, veegde wat blonde lokken opzij, zodat hij voorzichtig een kusje in haar nek kon plaatsen. Dat was toch wel een plek waar de meeste vrouwen voor zouden zwichten.

 

“Is er iets wat ik kan doen of zeggen om je wat meer op je gemak te laten voelen?”

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ze was zich er niet van bewust geweest hoe graag ze dit niet wilde, totdat Keane haar ervan bewust maakte dat ze het saboteerde: ook dat had ze niet in het minst expres gedaan, althans, niet dat ze wist. Toen hij opstond en rondliep, toen tegenover haar kwam zitten op een heel aparte manier, alsof hij niet van plan was om haar op de bank te vergezellen om welke reden dan ook, merkte ze het nauwelijks meer; ze was met haar hoofd alweer heel ergens anders, bezig met de rest van hun conversatie, met de luchtiger noot en nog afgeleid door wat hij over de muziek had gezegd, en over Parijs, en zich aan het afvragen hoe ze hier die weken uit zou kunnen houden als hij geen van haar ideeën kon waarderen, en hoe ze straks hun leven samen zouden doorbrengen met precies hetzelfde probleem. En al zijn rare geloop en gepraat leek daarop aan te sluiten en sloot verder gewoon aan bij hoe ze tegenwoordig haar inschatting maakte over Keane: dat ze hem nooit helemaal kon volgen en dat zijn buien onvoorspelbaar waren als het Welshe weer. (Vooral grijs, met plotselinge stormen.)

 

Maar toen volgde het verwijt, volgde het besef, en ze kneep zichzelf bijna in haar beschermende, blokkerende armen; haar vingers lieten lichte afdrukjes achter op haar blanke huid, alvorens ze ze liet zakken, en het voelde als eens te meer verraad, ingeprint op haar lichaam, zelfs al was het kortstondig: haar eigen falen, maar ook een voorteken van de rest. Van wat er ‘vanavond moest gebeuren,’ en wat tekenen achter zou laten.

 

Ze liet haar schouders zakken, boog haar hoofd terwijl hij haar hals kuste; sorry, Keane, smooth move, maar op dit moment werd ze er niets dan ellendig van terwijl ze zich afvroeg of ook dat te zien was, al waren de plekken op haar armen alweer reeds vervaagd. “Ik... ik voel me op mijn gemak, hoor.” Ze lachte hem toe, zo moedig als ze kon zijn, zo overtuigend althans als ze kon opbrengen. “Je bent... Dit is lief.” Helemaal niet, want Keane had zojuist besloten dat hij haar best zou verkrachten indien nodig, maar Josephine was helaas de gangbare mening toegedaan dat dat zijn goed recht zou zijn, dat je je vrouw niet kon verkrachten, en dat zij hem nu al had teleurgesteld door kennelijk haar zenuwen te laten blijken. “Eh...” De trots waarvan ze niet wist dat ze hem had bezeten scheurde aan diggelen door toe te geven wat ze nu moest toegeven, dat ze niet wist wat ze moest doen, wat haar te wachten stond, en tegelijk schaamde ze zich tot in de puntjes van haar tenen dat ze dít al zeggen durfde, want wie had het hier nu over, sloerie...

 

En half in haar achterhoofd was er ook nog de gedachte dat ‘ik ga je geen pijn doen’ nog nooit was gevolgd door de afwezigheid van pijn in haar jonge leven.

 

Ze kuste zacht zijn lippen, dacht zich Daniella in, en dat hielp. Die had dat eerder gedaan. Daar had ze het van geleerd, en dat kon ze dus wel. Maar... “Ik... Ik weet niet hoe...” Ze had behoefte aan meer whisky, maar durfde niet meer weg te trekken. “Dus... doe maar.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Wat volgde was een wirwar aan tegengestelde signalen en emoties. Aan de ene kant leek ze wat te ontspannen; ze liet haar armen zakken, haar schouders leken wat te relaxen en ze keek hem ontwapend aan, alsof ze niet geheel door had gehad hoe afwezig ze zich had opgesteld. Maar het volgende moment glimlachte ze zelfverzekerd, zei ze hem dat ze zich reeds op haar gemak voelde en kuste ze hem zachtjes, maar intens. De kus verwarmde hem, toch niet alle hoop verloren. Ze kon goed zoenen, als ze gefocust genoeg was, en dat was in ieder geval een goed teken voor.. later. Voor straks.

Haar volgende woorden waren echter zachtjes, onzeker, en Keane glimlachte begrijpend – hoewel die lach ietwat vervaagde bij de woorden ‘doe maar’. Ja, toegegeven… hij had haar toestemming, klaarblijkelijk – niet dat hij die nodig had, want die had ze hem reeds gegeven met haar ja-woord aan het altaar. Aan de andere kant bestond er nauwelijks een grotere dooddoener om de opgebouwde spanning wederom teniet te doen.

 

Voor een moment keek Keane haar aan, een lichte twijfel in zijn blik hoe hij de situatie moest aanpakken, voordat hij zich verhief en zich soepel over de leuning van de bank liet glijden. Hij zetelde zich naast haar in een halve kleermakerszit en beet even op zijn lip terwijl hij haar vingers bedachtzaam door de zijne haakte. Het was hem niet geheel duidelijk of het ‘ik weet niet hoe’ op zijn vraag sloeg, of meer op de situatie zoals die zich op dit moment voordeed. Voorzichtig schoof hij wat dichterbij, zodat er zich nog maar enkele centimeters tussen hen bevonden, en bestudeerde hij haar aandachtig, zijn hoofd wat schuin terwijl zijn groene ogen over haar gelaat gleden. Hij liet zijn vrije hand over haar wang gaan, zijn duim over haar kin, haar zachte lippen.

 

“Drink je whisky op” beval hij zachtjes, terwijl hij de zijne achterover sloeg en aan de kant zette. “Het is niet erg dat je niet weet hoe – ik had niets anders van je gewenst. Ik zal het je leren. Alleen…” Even twijfelde hij. Het kon niet dat ze geheel niets wist, toch? Bezemkastpraat was de dagelijkse kost in Zweinstein, en dat kon bijna niet anders zijn voor een vijfdejaars in de afdeling Huffelpuf. “Ik… ik weet niet wat je erover hebt gehoord. Het hoeft niet… onplezierig te zijn, voor jou.” Bijna had hij iets over Eva gezegd, uit automatisme, omdat zij zijn referentiekader was – nuja, naast een uitstapje met Daniella Adler ooit in de Astronomietoren. Dat was eh.. anders geweest.

 

Verre van onplezierig, overigens.

 

In plaats daarvan boog Keane zich wat naar voren, naar haar oor. Het haardvuur maakte rossige schaduwen op haar bleke gezicht. “Je bent mooi, Josephine” fluisterde hij zachtjes, terwijl hij de hand die hij vast had door enkele opengesprongen knoopjes van zijn linnen overhemd op zijn blote, gespierde borstkas legde, haar aanmoedigende hem te voelen. Hij zette zijn lippen wederom op de dunne huid tussen haar wang en haar hals, volgde een zacht en onweerstaanbaar pad naar beneden. “Ik wil dat je aangeeft wat je fijn vindt” fluisterde hij, zijn stem nu ietwat hees en gebroken. Hij liet zijn spoor van zachte kusjes van haar nek naar haar schouder glijden, waar de dunne stof van de witte onderjurk haar lichaam nog steeds sierde. Hij kwam weer wat overeind en keek haar aan, een zweem van lust nu in zijn heldergroene ogen. “Ik wil je op die manier leren kennen.”

 

En hij boog zich naar voren en kuste haar lippen; eerst zachtjes, maar vervolgens beet hij speels in haar onderlip en liet hij zijn tong langs de hare glijden, steeds iets vuriger, met een groeiend gevoel van enthousiasme.

 

Dat was niet het enige wat groeide, overigens.

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

[OOC]Ik weet niet op welk punt dit 15+ wordt, eigenlijk. Maar better safe than sorry: ge zijt gewaarschuwd, bij deze[/OOC]

 

Drink je whisky op. Ze deed het, zo vlug ze kon - Keane kon het in een keer achterover slaan, maar Josephine was opgevoed met niets dan keurige nipjes en vond ergens ook dat dat gewoon beter bij whisky paste, dat warme, geurige, iets brandende palet, niet dat dat iets was wat ze nu ook maar zou durven zeggen, niet dat dat de reden was dat ze nu niet klakkeloos zijn voorbeeld volgde, haar delicate smaak; dat was simpelweg dat ze dacht dat als ze te vlug dronk, ze er misschien van de spanning in zou stikken, of dat ze over haar nek zou gaan, want de knoop in haar maag was nu zelfs te aanwezig voor haar om hem nog enigszins te kunnen ontkennen. Ze had hem toestemming gegeven, en ze had het gemeend, en ze was het ermee eens dat ze dat nauwelijks meer had hoeven doen, dat het aan het altaar al geregeld was, door haar ouders eerder dan door haar maar desalniettemin geregeld... het was alleen jammer dat ze zich er zo bewust van moest zijn, dat ze alles moest voelen. Ze wou dat ze verder van zichzelf af kon staan. 

 

Maar nee: ze zat vast in haar lichaam, het lichaam waar zijn handen eens weer langs streken, zijn vingers door de hare en haar hoofd weer bij zijn aanrakingen zojuist in de zee, toen bij die ene onfortuinlijke dag taarten proeven toen hij over haar heen had gestaan, haar tegen de tafel had geduwd en ze zich luttele seconden verwijderd had gevoeld van paniek... Dit was een bank, en het was zachter, maar het was even feitelijk, gaf even weinig mee, met nu de kennis dat ze niet eens terug zou mogen deinzen, als ze het al had gekund, en wederom haalde ze heel diep adem, concentreerde zich op zijn ogen, die ze altijd mooi had gevonden, diepe donkergroene poelen die zo weinig prijsgaven dat je je er alles bij voor zou kunnen stellen. Hij had lange wimpers, haast meisjesachtig; ze liep de schaduwen langs met haar eigen ogen en voelde zich iets beter.

 

Niet onprettig? Niet onprettig? Ze had er nooit veel over gehoord, van een paar getrouwde vriendinnen mogelijk - want ja, bezemkastpraat ging inderdaad vrijwel volledig langs Josephine heen, zeker aangezien mensen daar nooit zo direct in waren en ze alle subtiele dan wel onsubtiele hints doorgaans geneigd was niet te begrijpen. Maar ze had nou nooit gedacht het leuk te vinden. Haar moeder had er ook niet zo over gesproken. Meer als correspondentie onderhouden of voor een nieuwe werkster adverteren: het moest nu eenmaal gebeuren, en dan liever nu dan later, bovendien, je wist maar nooit wat eruit zou komen.

 

Ze liet hem begaan, liet hem haar hand sturen, al viel het haar nog reuze mee dat ze niet letterlijk een schok kreeg toen haar vingers tegen de huid van zijn borst kwamen: mannenborsten waren apart, zeg, een beetje verloren, als een design flaw van een God die iets te geïnvesteerd was geweest in symmetrie; maar ze kon wel zijn spieren voelen, herinnerde zich dat hij een Drijver was, ging er zacht met haar duim langs terwijl hij haar hals kuste en ze zichzelf dwong haar ogen te sluiten. “Eh...” Wat ze fijn vond. “Dit.” Verder wist ze het per slot van rekening niet. Ook zij sprak zachtjes: ze wilde niet weer de spanning doorbreken. Toen ze zijn blik ontmoette had ze spijt. “Maar me zo leren kennen...” Ze kende zichzelf zo nog niet eens. “Wat vind jij fijn? Moet ik...” Ze haalde diep adem, en maakte de knoopjes van zijn shirt verder los, duwde het toen over zijn schouders en kuste waar de stof voor zijn bruinere huid plaatsmaakte.

Share this post


Link to post
Share on other sites
Guest
You are commenting as a guest. If you have an account, please sign in.
Reply to this topic...

×   Pasted as rich text.   Paste as plain text instead

  Only 75 emoticons maximum are allowed.

×   Your link has been automatically embedded.   Display as a link instead

×   Your previous content has been restored.   Clear editor

×   You cannot paste images directly. Upload or insert images from URL.

Loading...

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×