Jump to content
Sign in to follow this  
Thomasin Hastings

[1835/1836] I can face any obstacle with courage, grace and dignity.

Recommended Posts

Zaterdag 4 juni 1836 - Landgoed Catsfield

 

De vakantie van Zweinstein was begonnen. Dat betekende dat haar nichtje, Evangeline, weer tijd had voor sociale evenementen met personen boven de achttien, maximaal negentien jaar oud. Leraren telden immers niet werkelijk mee als sociale connectie, die waren er immers om je iets te leren en niet om bevriend mee te raken. Toch kon je, als je het goed deed, toch hier en daar wat connecties op doen, die je in de toekomst zouden kunnen helpen. Nu gold dat vooral voor de universiteit, waar Eva -Als Thomasin het goed had begrepen- na de zomervakantie zou beginnen aan de opleiding tot schouwer. Hoe dan ook had Thomasin zich als meer dan vrijwillig opgeofferd om wat tijd door te brengen met haar lieftallig nichtje, die ze in geen tijden meer had gezien. Ze hadden immers toch het een en ander om over bij te praten.

 

"Evangeline, wat goed om je te zien. Hoe gaat het met je?", begroette Thomasin haar nichtje hartelijk. "Kom, ga zitten. Thee?" Dat was een retorische vraag. Eerst werd de melk in het kopje geschonken en daarna pas de thee erbovenop. "Er zijn ook scones." En uiteraard room en jam, maar dat sprak voor zichzelf.

 

De salon keek uit over het landgoed van Catsfield. Momenteel was de tuinman bezig met de laatste loodjes te leggen aan het maaien van het gras, want daar zouden Thomasin en Evangeline zo dadelijk aanvangen met een potje schermen. Uiteraard niet meteen, want er moest eerst bijgepraat worden en thee gedronken. Je kon gasten immers niet op een lege maag het druilerige Engelse weer buiten laten trotseren. Uiteraard had Thomasin ook binnenshuis een zaal om te schermen, maar buiten gaf toch altijd een extra element, een extra sfeer aan de bezigheid. "Heb je je eigen spullen bij je? Of wil je van mij lenen."

 

OOC:
Privé met Ann

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ze was klaar met Zweinstein.

 

Ze was kláár met Zweinstein. En ze mocht beginnen aan de Schouwersopleiding – wel, in theorie, in de praktijk dacht Evangeline stiekem nog steeds ergens dat het op de een of andere manier mis zou lopen op termijn. Ze had de brief van Lawrence bewaard, die waarin stond dat ze mocht, en de brief van Mr. Eversly waarin stond dat hij blij was om van haar plannen te horen, een goed woordje voor haar had gedaan en hoopte van haar te horen als ze aan stages begon, en de brief waarin ze officieel tot de opleiding werd toegelaten, mits haar cijfers niet te ver daalden bij haar PUIST examens. Haar cijfers wáren niet te ver gedaald bij haar PUIST examens, in feite waren ze niet gedaald, ze had voor al haar vakken heel schematisch haar normale gemiddelde gehaald (wat ze dan wel weer geinig vond, want ze had nou in die zeven jaar op school nooit het idee gehad dat haar docenten exht naar de examens toe lesgaven), en ook die brief had ze bewaard.

 

En toch... en toch. Toen ze trouwde met Darius had ze hun hele verloving gedacht dat iets het wel zou verstieren, dat het op de een of andere manier niet door zou gaan, dat ze eronderuit zou komen. Toen was dat iets wat ze heel graag had gewild, een manier om niet met hem te trouwen zonder dat ze hem in de steek zou laten, een manier waarbij ze zichzelf nog in de spiegel in de ogen zou kunnen kijken. Nu wilde ze niets liever dan de Schouwersopleiding gaan volgen – soort van dan – en dus had ze verwacht dat juist nu het niet waar zou worden. Niet waar kon worden. Op wat voor manier dan ook. Maar kijk eens, kennelijk was het lot haar niet eens louter slecht gezind.

 

Of het was wel tevreden omdat ze zichzelf toch al niet meer in de spiegel aan kon kijken.

 

Nu was er een lange zomervakantie, de laatste lange zomervakantie van haar leven, en hij was al direct goed begonnen, met meer vrijheid dan Evangeline gewoon was van Lawrence te krijgen en... ja, exact wat ze gewoon was van Darius te krijgen, maar dat kon dan ook niet méér. Heus, de grootste belemmering op haar doen en laten was momenteel de tweeling, en die waren er tenminste verfrissend pragmatisch in. Natuurlijk besteedde ze nog wel tijd aan hen, en aan Dar, maar het voelde toch anders. Voelde anders ook omdat ze wist dat ze ze komend jaar wat minder zou zien... Ze wist niet hóé anders. Het zou een opluchting zijn om wat minder op elkaars lip te zitten, wat iets was waar Evangeline nooit goed in was geworden. Aan de andere kant... ze ging hen stiekem alledrie, allevier eigenlijk met Noah inbegrepen zoals Dar en zij tegenwoordig altijd deden, heel erg missen. Goedschiks of kwaadschiks was de Puffenbrigade een erg belangrijk onderdeel van haar leven geworden.

 

Maar haar leven moest door, in tegenstelling tot dat van anderen. “Oh, ik wil wel lenen,” zei ze, op haar lip bijtend. “Als dat mag.” Haar eigen schermspullen had ze nog niet aan Lawrence teruggevraagd. Dan zou zijn tolerantie toch wel een steile duik nemen, vermoedde ze zo. En dat was niet erg, dat was ze gewend, dat zou eigenlijk geruststellend zijn ergens, maar dat wilde ze alleen doen als het het waard was. Ze was van plán schermen weer op te pikken, ze miste de sport, de uitdaging, het gevoel van moe naar bed gaan op de goede manier. Maar ze was er ook wel een beetje huiverig over.

 

Daarom was het goed om het te oefenen met Thomasin. Want bij haar nichtje zou ze waarschijnlijk niet eens een speldenprik kunnen veroorzaken.

 

Ze nipte van haar thee en speelde met een scone. “Dus, net als ik van Zweinstein ga kom jij docent worden,” lachte ze losjes. “Je had niet hoeven wachten, hoor, ik zou me in jouw lessen best gedragen hebben.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Natuurlijk mag dat. Anders bied ik het niet aan. We hebben vast ongeveer dezelfde maat voor de beschermende kleding en je moet maar kijken welke degen het prettigste in je hand ligt." Thomasin glimlachte. Ze vond het prettig haar nichtje weer te zien. Ze wist niet hoe haar neef erover dacht dat Thomasin en Evangeline zouden gaan schermen, maar eigenlijk maakte haar dat niet heel veel uit en daarom was het niet bij haar opgekomen om het te vragen. Schermen was goed voor een jonge vrouw, vond Thomasin, het hield de geest fris en scherp en het hielp om ook sneller te kunnen reageren met spreuken. Niemand werd slechter van een snel -fysiek- reactievermogen. Sneller spreken dan dat je nadacht, had immers -zeker in deze Engelse upper-class society- vaak grove nadelen.  

 

Had ze gewacht totdat Evangeline klaar was? Dat had, misschien onbewust, wel een beetje meegespeeld. "Och, ik was bezig met wat onderzoeken naar hoe spreuken reageren onder grote druk. Veel mensen zijn onder invloed van heftige emoties immers niet in staat fatsoenlijk magie te gebruiken. De uitwerking van een spreuk is dan nihil of te grootschalig. Dus het was interessant om te zien of ook kleinere emoties toch invloed hebben en of heftige emoties niet ook juist positieve effecten hebben. Iedereen heeft er natuurlijk wel ideeën en een mening over, maar om het echt eens uit te zoeken.." Het was wellicht iets ironisch voor een omstander dat iemand zo beheerst en gesloten als Thomasin een dergelijk onderzoek deed. Ze hield -als ware Britse- er niet van om openlijk haar emoties te tonen. Dit betekende natuurlijk niet dat ze er niet waren. Thomasin glimlachte. "Maar ja, ik heb misschien wel een klein beetje gewacht. Het leven van een jongedame is al ingesnoerd genoeg zonder dat er ook nog een familielid tussen de schare aan leraren zit."

 

Thomasin doopte haar scone in de room, om het alvorens ook met een beetje jam te besmeren. "En je hebt de laatste tijd ook al genoeg aan je hoofd gehad." Ze bedoelde daarmee op Evangelines huwelijk. Van de rest was ze immers niet op de hoogte. "Kun je je draai een beetje vinden?"

Share this post


Link to post
Share on other sites

Vroeger, toen Evangeline wat kleiner was, had ze altijd erg naar haar nicht opgekeken. Het was goed mogelijk dat zij niet opgegroeid zou zijn tot de persoon die ze was, zonder dit, haar meest naaste nuttige vrouwelijke voorbeeld; haar moeder was lief geweest maar nou niet bepaald iets om naar toe te leven, om je ambities op te richten. Thomasin wel. Ze was perfect – frustrerend zo, soms, voor een kleine Evangeline die vaak dingen fout deed, mensen beledigde, of op onhandige momenten de waarheid zei – maar ze was het ook gewoon waard om te bewonderen, op haar eigen elegante wijze. Ze was al wat ouder, ongetrouwd, afgestudeerd, onderzoek aan het doen en heerseres over haar eigen landgoed. Eva’s positie zou altijd anders zijn geweest, ook voordat het huwelijk met Darius was bekokstoofd, en het was ook nooit zo geweest dat ze Thomasin had willen zíjn. Maar het was wel... leerzaam. Om niet alles te accepteren. Om niet te wachten tot iemand anders het voor je op zou nemen.

 

Aan de andere kant had ze misschien iets te goed naar Thomasin gekeken, en haar lessen doorgetrokken tot hoogten waartoe ze niet verheven hadden moeten worden. Want, ehm. Affaire met een arme Dreuzeltelg. Oh ja, en moord.

 

Ze schudde aarzelend haar hoofd. “Ja, het is wel... het begint toch wel te wennen,” knikte ze. “Darius is lief. En het is ontzettend fijn dat zijn broertje en zusje nu wat ouder zijn, dan heb je er toch minder omkijken naar.” Ze haalde vlug haar schouders op, nam een hap scone. “Maar, klinkt als een heel interessant onderzoek! Ga je dat niet missen, als je opeens alleen maar elke dag hetzelfde moet doen met een stel ukkies?” Want Eva was nu afgestudeerd en daarmee was de rest klein. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Ik vind het goed van je dat je je over zijn broertje en zusje ontfermd." Het was goed om te zien dat haar nichtje een mate van plichtsgevoel kende en daar ook naar handelde. Zo was Thomasin zelf ook en ze vond het een kwaliteit in zichzelf en dus ook bij anderen. Sommige mensen wilden idealistisch altijd maar doen waar ze zin in hadden en wat ze leuk vonden, maar dat bracht je niet verder in het leven. Alles wat je wel verder bracht, had immers verplichtingen. Iets eenvoudigs als besluiten te gaan studeren, bracht al verplichtingen. Je diende immers te studeren, te leren en jezelf te ontwikkelen, en niet alleen maar te feesten en de bloemetjes buiten te zetten. Niet dat het een niet naast het ander kon bestaan, mits je je grenzen kende. 

 

"Oh nee, geen zorgen. De lessen Duelleren zijn enkel op maandag en dinsdag." Ja, ja, ik heb hier zowaar het rooster voor opgezocht. "Dus ik heb genoeg tijd om onderzoek te blijven doen. Ik zou inderdaad niet fulltime met 'een stel ukkies' opgescheept willen zitten." Thomasin glimlachte. "Heb je nog tips voor me als ervaren leerling aan een beginnend docent?"

 

Thomasin dronk wat van haar thee en belde voor een bediende. Een jong meisje, een jaar of 18, genaamd Rosie verscheen in de salon. "Rosie, zou je de schermzaal gereed willen maken en ook kleding voor mijn gaste klaar willen leggen." Het meisje knikte en maakte een knix. 'Natuurlijk, milady.' Daarna verdween het meisje weer snel. 

 

"Zullen we als opwarming een rondje door de tuin lopen?" 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Evangeline humde wat. Net als Thomasin beschouwde ze Darius helpen met zijn broertje en zusje als haar plicht, en dus niet als iets wat open stond voor een oordeel over het goede danwel slechte ervan: het moest gebeuren, het was niet iets waar ze een ster of sticker voor verwachtte. Waarschijnlijk zou ze die niet eens verdienen, ten eerste omdat ze het nodig had gemaakt (wel, semi, ze zou zich mogelijk ook hebben moeten ontfermen over de arme kleintjes als ze hun ouders in leven had gelaten, misschien zelfs wel nog meer aangezien die ouders hen een stuk minder gelukkig en gezond zouden hebben gehouden, gelet althans op de precedenten van Darius en Priscilla beiden) en ten tweede omdat je ook zou kunnen beargumenteren dat zij het misschien volledig op zich moest nemen, in plaats van louter een helpende hand bieden op momenten dat het uitkwam en zorgen dat de staf die ze aannamen om hen met de kindjes te helpen hen niet compleet bedonderde, hetwelk geen talent was van haar geliefde echtgenoot.

 

Echter, als je dat zou beargumenteren, dan zou Evangeline je per direct vervloeken. Het sloeg nergens op. Darius’ broer en zusje waren gek op hem, hij was goed met hen (beter dan met de meeste mensen die al wisten wat een lidwoord was) en zij was goed in andere dingen. Beter, in de meeste dingen, of toch althans de meeste dingen die te maken hadden met banen en magie. Sorry, Darius.

 

Plus, verantwoordelijk zijn voor kinderen was al een nachtmerrie van haar geweest nog voordat ze de nieuwe had doorgeleefd en was daar zelfs nog enigszins aanleiding voor geweest en ze wilde het niet, niet, niet.

 

“Een eindje lopen klinkt goed,” glimlachte ze dankbaar, zich afvragend of Thomasin had gemerkt dat ze tegenwoordig niet altijd goed was in stilzitten. “En hmmm, tips... Probeer niet te aardig gevonden te worden,” suggereerde ze eerlijk. “Laat gewoon iedereen zien hoe goed je bent en dan respecteren zij die tot respect in staat zijn je wel, en met de rest heb je niks te maken, want je geeft een keuzevak dus die kunnen dan gewoon hun heil gaan zoeken bij Waarzeggerij of Drama ofzo.” Laatdunkend? Evangeline? Neeeeee. “Hoe gaat je onderzoek? Nog interessante ontwikkelingen?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Of Thomasin het actief had opgemerkt dat haar nichtje niet goed was in stilzitten, is niet te zeggen. Ze wíst in ieder geval dat Evangeline dat nooit was geweest. Daarom was de suggestie van een stukje gaan wandelen een voor de hand liggende geweest. Echter was het ook de meest elegante manier om de spieren alvast wat warm te maken en had daarmee dus Thomasins voorkeur.

De dames stonden op en zonder erbij na te denken, koerste Thomasin in de richting van de rozentuin. Het was haar vaste route en de plek in de tuinen waar ze het liefste kwam. De volgende noemenswaardige plek in haar router waren dan de stallen en de kruidentuin en dan had je er toch al gauw een ronde opzitten van een kleine twintig minuten – in ieder geval met het tempo waarop Britten doorgaans een wandeling door de tuin maakte-.

“Niet te aardig, hm? Dat moet wel lukken. Ik geloof niet dat onze familie uitblinkt in het zijn van een baken van warmte en liefdadigheid.” Misschien wel met giften aan goede doelen en op de juiste momenten bij de juiste evenementen zijn, maar niet echt omdat ze zulke inspirerende en menslievende persoonlijkheden hadden.

“Mijn onderzoek gaat overigens goed, maar elk resultaat roept meer vragen op. Dus ik vermoed dat ik voorlopig nog wel wat werk te doen heb op dat vlak. Mocht je ooit een onderzoeksstage nodig hebben voor je Schouwer-opleiding, moet je het maar laten weten. Het effect van emoties op spreukwerk is natuurlijk ook in dat vakgebied erg handig om er meer over te weten,” bood Thomasin aan. Ten eerste was haar nichtje dan weer wel iemand die ze wilde helpen en ten tweede waren onderzoeksassistenten altijd erg handig om te hebben.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now

Sign in to follow this  

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×