Jump to content
Sign in to follow this  
Maxwell Ayers

[1835/1836] Like an empty canvas, hear me cry

Recommended Posts

23 maart 1836

 

Wat deed je als de wereld om je heen draaide en je zelf een blok graniet was, gedwongen om stil te staan? Het enige wat je beroeren kon, was de erosie van natuurkrachten die nog koppiger waren dan jij – en het enige waarvan je wilde dat het je zou beroeren, was allang ergens anders. Of je de plek waar mensen uit een allang verloren tijdperk je hadden neergezet, nu tof vond of niet, deed er niet toe. Je stond er gewoon. Omdat dat moest. Omdat niemand je van je plek ging halen. Te veel moeite. Niemand vroeg je ooit of het veel moeite was om gewoon te blijven staan.

 

Wat deed je als je een boom scheen te zijn? Je wortels ergens diep in de aarde, je kruin ergens hoog in de lucht en de rest van je lijf in het vizier van iedereen die langskwam. Enigszins kwetsbaar. Enigszins onoverwinnelijk. Want ze konden je zo omver kappen als ze daar zin in hadden, daar kon je niets tegen doen, maar er zou altijd iets van je achterblijven.

 

Wat deed je als je niet zeker wist of dat iets goeds was of niet?

 

Je was een druppel – niet van belang individueel, maar wel als collectief geheel. Je was een klein geheel aan vriendelijke woorden, ergens midden op straat uitgewisseld. Je was een kinderlijke gil, waarvan buitenstaanders niet zeker wisten of ze zich zorgen moesten maken of gewoon moesten glimlachen om het spel. Je was…

 

Wat was je? Wat ben je nu?

 

Je bent in vuur en vlam gezet, dat ben je. En dat zou geen probleem moeten zijn, maar het is letterlijk en nu heb je een klein probleem.

 

En dat was het moment dat Maxwell weer in beweging schoot, met een geschrokken blik in zijn opengesperde ogen. Zijn handen trilden, merkte hij, toen hij naar ze keek en zich probeerde in te denken hoe, hoe hij dit ooit ging oplossen. Hij wist niet eens waar hij zou moeten beginnen, bij wie, hij wist niets, niets, niets, maar het voelde alsnog verkeerd om nu naar de les te gaan die in principe vijf minuten geleden was begonnen. Dat zou voelen alsof hij alles negeerde wat hij zou moeten doen, alsof hij vond dat zijn eigen fucking scholing belangrijker was dan het leven van een ander. En dat was niet zo. Hij was vast wel op de één of andere manier egocentrisch, maar niet moreel en dus… Dus wat?

 

En dus ging hij nu op zoek naar een brandgeur. Ha. Dat was ook weer totaal geen naald in een hooiberg zoeken.

 

Zieners in verhalen hadden echt een boeiender leven dan hij.

 

Hij probeerde zo subtiel mogelijk te ruiken, maar kon niets anders herkennen dan de geur van zweterige tienerjongens, van het parfum van verfijnde meisjes, van het eten dat zijn klasgenoten meenamen, de geur die sommige spreuken achterlieten, de geur van zo veel verschillende geuren dooreen dat het een mengeling van jewelste werd waar iemand met een fijnere neus dan hij vast niet tegen zou kunnen. Maar geen brand. Eh. Ja, wat nu?

 

Wel, nu was het moment dat hij iemand anders lastigviel. Hij tikte een meisje dat hij slechts van ziens kende op de schouder en probeerde geruststellend te lachen en te doen alsof hij er niet uitzag alsof hij gestoord was. Ha. Misschien was hij dat wel. ‘Hey, uh, heb je hier in de buurt toevallig een brand gezien of zo?’ Hij lachte even schaapachtig. 'Ik weet dat dit raar klinkt, maar het is echt belangrijk.’

 

OOC:
Privé met Cath! <3

Share this post


Link to post
Share on other sites

Eve had geen interessante krachten. Behalve magie en dat was voor sommige mensen vast heel erg interessant, maar voor haar was het doodgewoon. Het was als leren lezen. In het begin vond je het geweldig en leek het zo speciaal. Het leek alsof er een hele wereld voor je openging, maar al snel raakte je eraan gewend en alles wat het zo speciaal maakte werd alledaags. Eve las met een half oog haar huiswerk, terwijl ze met haar toverstok sap inschonk en ze keek van beiden niet meer op.

 

Verdere krachten had ze niet. Ze had er ooit aan gedacht of ze die zou willen hebben en toen ze jong was, of nog jonger dan ze nu was, zou het antwoord ja zijn geweest. Welke krachten? Alles. Vliegen zonder bezem, onzichtbaar kunnen worden, gedachten lezen, al haar wensen laten verschijnen. Alles. En nu? Ze wist het eigenlijk niet zo goed. Ze kon vliegen met een bezem en onzichtbaar worden leek haar alleen maar vervelend. Gedachten lezen leek haar eng, vooral omdat ze dan alles zou kunnen lezen wat mensen over haar dachten en dat wilde ze helemaal niet weten. Al haar wensen laten verschijnen? Ja, dat wilde ze eigenlijk wel. Stiekem. Ze kon doen alsof ze wist dat dat niet kon en alsof ze er hard voor zou werken, maar stiekem hoopte ze altijd nog dat het ooit zou gebeuren. Maar de toekomst kunnen zien was iets waar ze nooit aan gedacht had. Het leek haar eng om alles te weten. Niet handig. Want als de toekomst voorspelbaar was, dan stond het vast, toch? Misschien moest ze eens beter opletten bij waarzeggerij.

 

Hier was ze echter helemaal niet over aan het nadenken. Dat zou toevallig zijn en heel erg profetisch, maar nee. Eve dacht na over haar huiswerk en wat ze eigenlijk nog allemaal moest doen. Ze had geen enge nachtmerries en had ook geen idee over brand of zoiets totdat iemand haar dat opeens vroeg. “Wat?“ Vroeg ze licht bezorgd aan de jongen die haar op de schouder had getikt. Hij had geglimlacht, maar had toen gevraagd of ze een brand had gezien en dat snapte ze niet. Dat was niets goeds, toch? Aan de andere kant, dit was Zweinstein en als er iets was wat ze had geleerd, dan was het dat de normale regels hier niet helemaal golden. Misschien was hij bezig met een experiment. “Eh, nee.“ Zei ze. “Ik heb geen brand gezien. Denk je dat er iets in brand staat? Moeten we misschien hulp halen? Waar is het, denk je?“

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het zou ontzettend handig zijn geweest als dit meisje nu puur toevallig precies wist waar er brand was, maar helaas was niet alles in Maxwells leven ontzettend handig en dus had hij nu a. geen locatie en b. een metgezel aan wie hij niet kon uitleggen dat er brand was, want als hij zou zeggen dat hij het gezien had, zou ze het niet geloven, want het was een voorspelling en ah, waarom had hij zelfs gehoopt dat ze op miraculeuze wijze zou weten waar hij moest zijn… Moeilijk keek hij haar aan en haalde hij zijn schouders op. ‘Eh.’ Hoe ging hij zich hier nu weer uit redden… ‘Ik… eh. Ehhh. Rook brandgeur? Zeg maar?’

Help.

Hij wist nu in elk geval wel dat het niet hier in de buurt was en dat dit meisje vast niet zo één, twee, drie door vlammen opgeslokt zou worden? Dat was al iets. Het enige probleem was dat het misschien, ha, waarschijnlijk wel iemand zou zijn die de pineut van de dag zou zijn en oh, help. Het gebeurde vast vaker, dit soort tragische ongevallen met een al dan niet fatale afloop, en het was altijd verschrikkelijk om erover te horen, maar… Hij wist niet eens wat zijn probleem was. Het voelde gewoon alsof hij ze moest voorkomen als hij er weet van kreeg. Alsof er een reden was dat hij een ziener was. Alsof hij het leed in de wereld moest voorkomen in plaats van het gewoon lijdzaam aan te zien. Of zo. Maar dat kon hij niet, want hij was ook maar een mens, zoals er zovelen waren, en hij kon niet meer dan een ander.

Hij wist alleen maar meer. En voelde zich er een beetje meer verantwoordelijk voor dan een ander.

Niet handig.

‘Maar misschien heb ik het me verbeeld.’

Share this post


Link to post
Share on other sites

Hij rook brandgeur? Maar misschien had hij het zich verbeeld? Eve was in de war. Ze wist niet helemaal wat ze moest denken. Zelf had ze geen brandgeur geroken, maar ze was waarschijnlijk niet op dezelfde plekken geweest als hij. En wat als ze niet op de plekken was geweest waar de brandlucht hing? Dit kasteel was heel erg groot. Er kon brand uitbreken in de kerkers en ze wist zeker dat ze het in de torens pas een uur later zouden horen. Dus dat was gevaarlijk. Maar aan de andere kant, als hij zei dat hij het zich had verbeeld... 

 

Nee, het was beter om het dan gewoon uit te zoeken. Brand was gevaarlijk. "Misschien was het een open haard?" Vroeg ze eerst. "Maar als je denkt dat je brandgeur rook, misschien moeten we dan even rondkijken. Kom!" Ze pakte zijn hand vast. Hij was een vreemdeling en dat was gevaarlijk, maar dit was Zweinstein. Op Zweinstein kon er vast niets engs gebeuren. Het was een kasteel. Een sprookjeskasteel. Dingen die konden gebeuren buiten dit kasteel, gebeurden niet hier. "Waar was je voor je met mij sprak?"

Share this post


Link to post
Share on other sites

Oh, God, nee.

 

Het was niet zo dat Maxwell de geste niet apprecieerde, het was niet zo dat hij het niet lief vond dat ze wilde rondkijken en dat ze nu hand in hand de antibrandwacht wilde gaan uithangen met hem, maar hij wist niet goed of dit echt ging helpen. Als er geen brand in Zweinstein zelf was, kon hij niets doen (kon hij dat ooit? Nee, laten we niet in die spiraal terechtkomen – verpestte enkel en alleen dat dat koppige optimisme dat, ja, verdomme, hij er wat aan kon doen en dat hij het alleen maar heel erg moest proberen) en als er dat wel was, was het nog niet eens zeker of zijn pogingen het te blussen niet te laat zouden komen, of ze wel effectief zouden zijn. Nu ja. Er was zo vaak van alles onzeker. Neveneffect van het leven.

 

‘Eh, ik kwam vanuit daar…’ zei hij, met de hand die niet in beslag genomen werd naar de gang waar hij ook effectief uit was gekomen gebarend, ‘maar ik denk niet dat de geur ook vandaar kwam.’ Ging hij hier echt aan meewerken… Ach, ja, het was zijn beste kans, wellicht, om de brand te vinden. Soort van. Als hij zijn best deed optimistisch te zijn – en optimisme en hij waren een goede combinatie, op zich, dus eh, kwam wel goed. ‘Misschien moeten we juist die kant opgaan?’

Share this post


Link to post
Share on other sites
Sign in to follow this  

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×