Jump to content
Keane Cadwgan

[1835/1836] When life gives you riddles, sometimes it gives you more riddles.

Recommended Posts

Ergens halverwege januari, de avond na deze gebeurtenis in dit topic, rond 20.30u 's avonds

Hoe langer de dag duurde, hoe zekerder Keane Cadwgan zich voelde dat er zojuist iets faliekant mis was gegaan - en hoe meer zorgen hij zich daarover maakte. Zijn wekelijkse bruiloftsbespreking met Josephine was zojuist een vreemde kant op gegaan, een kant die hij geheel niet had gewild, en al lag het niet in zijn natuur om daar zichzelf in de eerste plaats de schuld van te geven - toch kon hij bij het afspelen van het voorval in zijn hoofd het gevoel niet helemaal van zich afschudden dat hij het was die het verkeerde had gedaan. Dit kwam vooral omdat hij in de leerlingenkamer van Zwadderich had zitten mokken totdat het scenario dat Josephine op dit moment een brief aan haar ouders aan het schrijven waarin ze de verloving verbrak en de wraak van zijn grootvader over hem en Eva werd uitgestort geheel plausibel was geworden en hij het stil zitten en voor zich uitstaren niet meer aan kon. Het probleem was echter dat hij niet zo goed wist wat hij hieraan moest doen en er niet heel veel vrienden waren bij wie hij voor advies kon aankloppen. Er was sowieso maar een handjevol mensen die werkelijk van zijn precaire situatie afwisten, en daarbij kon hij de meesten niet hiermee storen. Daniella zou hem uitlachen of afsnauwen, bij Eva voelde hij zich te opgelaten om ook maar het woord Josephine te laten vallen en dan was er natuurlijk nog Samuel... maar hoewel hij wist dat zijn beste vriend altijd voor hem klaar stond zaten ze in het zevende jaar, midden in de P.U.I.S.T.-examen periode en het schoolwerk was drukker dan ooit. Keane had daarom een tijdje geleden besloten om alleen voor noodgevallen bij Everett aan te kloppen, anders stond hij waarschijnlijk iedere dag aan de deur van zijn beste vriend. Als er zich al ooit een noodgeval had voorgedaan was het waarschijnlijk nog nooit zo groot geweest als deze, of zo kwam het in ieder geval op dit moment aan Keane over, en dus was de Zwadderaar opgestaan van zijn bed en richting de Ravenklauw leerlingenkamer vertrokken, waar hij Sam waarschijnlijk op dit tijdstip wel zou kunnen vinden.

Omdat hij het avondeten had overgeslagen had hij eerst een tripje langs de Keukens gemaakt, waar de huiselven hem hadden voorzien in een voortreffelijke maaltijd, voordat hij een fles drank uit zijn persoonlijke voorraad had opgehaald en hiermee onder de arm de trappen van het kasteel trotseerde. Hij kwam er pas halverwege achter dat hij zijn jasje en mantel in zijn slaapzaal had laten liggen en nu slechts in een ietwat gekreukt overhemd en bretels zijn beste vriend opzocht. Normaal gesproken was dit een doodzonde, want Keane zag er doorgaans strak en verzorgd uit, maar aangezien het toch al een tikkeltje laat was en de meeste van zijn jaargenoten in hun leerlingenkamers of in de bibliotheek zaten te studeren haalde Keane zijn schouders op en begon hij aan de laatste, hoge klim op een zilverkleurige ladder. Als je aan hem zou vragen wiens leerlingenkamers op een redelijk normale, goed toegankelijke plek in het kasteel zouden zitten, dan had Salazar het zeker bij het rechte eind gehad.

De zeventienjarige burggraaf pakte de zware, adelaarvormige deurklopper en liet deze eenmaal neerkomen op de bronskleurige deur. Hij was wel eerder in de leerlingenkamer van Ravenklauw geweest, maar nooit alleen en hij had nooit precies opgelet hoe je nou precies naar binnen moest. Het enige wat hij wist was dat ze geen wachtwoord hanteerden, iets wat hij maar vreemd vond als je werkelijk mensen van andere afdelingen buiten de leerlingenkamer wilde houden. Er klonk een melodieuze toon en enigszins nieuwsgierig richtte Keane zijn groene ogen op de adelaar.

"Op welke vraag kan men nooit geheel eerlijk 'ja' antwoorden?"

 

Keane staarde de bronzen vogel aan. "Eh... wat?" vroeg hij uiteindelijk, een fronsende blik op zijn gezicht. De vogel herhaalde zijn vraag. Keane wachtte tot er iets zou gebeuren, tot iemand zou zeggen 'oh, grapje, kom maar binnen!' maar er gebeurde niets. "Ik heb geen idee" sprak hij kortaf, maar de vogel zweeg en de deur klikte niet open. Geïrriteerd bewoog Keane zijn gewicht van zijn ene naar zijn andere voet. Moest hij nu ook nog werkelijk een raadsel gaan oplossen? Wat een straf! En daarbij, het antwoord... er waren zoveel vragen waar hij geen geheel eerlijk antwoord op zou kunnen geven, en daar behoorde zelfs de grote ja-vraag op zijn grote dag toe. Hij probeerde wat dingen uit maar gaf het al snel op, en besloot te wachten tot de eerste de beste Ravenklauwer in of uit hun eigen leerlingenkamer zou stappen.

Langer dan tien minuten hoefde hij niet te wachten, toen voetstappen hem plotseling achter zich ter ore kwamen. Keane drukte zijn sigaret uit op de marmeren vloer, stond open veegde vlug nog even zijn hand door zijn ietwat wilde, donkere haar. Zijn vriendelijke, afwachtende blik veranderde in een iets donkerdere toen hij de afzender van de voetstappen herkende, maar ach - ze gingen tegenwoordig op betere voet met elkaar om, toch? Al betekende dat vooral dat ze om de zoveel weken met wederzijdse instemming vervloekingen naar elkaars hoofd toe stuurden.

"Harding" Keane deed ondanks zijn gestresste situatie een poging tot een charmante grijs. "Wat een toeval. Die kip op jullie deur wil me geen toegang verschaffen. Zou jij zo vriendelijk willen zijn de deur te openen?" En, omdat hij echt wat van haar moest en geen zin had hier nog drie uur te staan wachten, voegde hij er poeslief het magische woord aan toe. "Alsjeblieft?"

@@Felicia Harding

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Harding. Ugh. Was het al niet erg genoeg dat ze elkaar tijdens de lessen tegen kwamen, en tijdens de etensperiodes, en vanwege het feit dat ze een paar van dezelfde vrienden hadden? Oh en vergat dan niet de duelleerlessen die ze hem de laatste tijd dus gaf. Dus spendeerden ze al niet genoeg tijd met elkaar? Moest hij daadwerkelijk proberen ook nog eens haar leerlingenkamer in te komen?

 

"Cadwgan," begroette ze hem dus, terwijl ze haar armen over elkaar sloeg en tegen de muur naast de deur leunde. "Ik kan de deur ook niet openen," zei ze zoetjes. "Ik heb namelijk ook geen antwoord op het raadsel." Tenminste, ze had het raadsel nog niet gehoord. "Dus ik weet niet wat je van me wilt." Ze haalde haar schouders op.

 

En ze wilde hem niet in haar leerlingenkamer hebben, dank je wel. Ze wilde gewoon een Cadwgan-vrije plek!

 

"Mocht het raadsel trouwens 'wat voor dier ben ik' zijn, dan heb je het mis."

Edited by Felicia Harding

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het zijn beiden vogels, ik zie het verschil niet” antwoordde Keane, die Felicia met een blik van ongenoegen waarnam. Hoezo ‘wist ze niet van hij van haar wilde’? Het was nooit duidelijker geweest wat hij van haar wilde! En hoezo wilde ze niet eens een poging doen hem te helpen? Hij moest op dezelfde plek zijn als zij, en zolang ze hem niet hielp kon ook zij niet naar binnen.

 

“Je bent een Ravenklauwer - je kan me niet vertellen dat jullie hier elke dag voor deze deur staan te wachten totdat een of andere smartass het antwoord heeft gevonden op een raadsel” sprak Keane met een toon van ongeduld in zijn stem – hoewel het scenario wat hij zojuist had geschetst wellicht niet eens zo heel erg ver van de waarheid af zou kunnen zijn, als hij er dieper over nadacht. Wie weet was dit wel de gewone gang van zaken, op een zaterdagavond… hij kon zich nauwelijks voorstellen dat alle Ravenklauwers gezegend waren met het vermogen om op ieder moment van de dag raadsels op te lossen.

 

Hell, Daniella Adler was in eerste instantie ingedeeld in Ravenklauw.

 

“Zeker jij niet” voegde hij er binnensmonds aan toe. Felicia Harding was niet iemand om een ander haar onopgeloste zaakjes te laten oplossen. Hij zuchtte, besloot dat hij in ieder geval een poging moest doen haar deze avond te vriend te houden, in ieder geval voor nu en bij gebrek aan beter, en pakte een nieuwe sigaret. Hij bood haar er zwijgend ook een aan, waarna hij de zijne met zijn toverstaf opstak. Leunend tegen een muur aan de andere zijde van de deur dan waar zij tegenaan leunde, liet hij zijn ogen over haar heen glijden.

 

“Het is iets met een vraag waar je niet eerlijk ‘ja’ op kunt antwoorden” sprak hij, ietwat hoopvol aan haar gezichtsuitdrukking een antwoord te kunnen destilleren. “Ik heb ‘Kan miss Harding stoppen met het afsnauwen van Lord Radnor' al geprobeerd, maar vooralsnog zonder resultaat.”

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Of je het nou ziet of niet," beet Felicia geërgerd terug, "een fout antwoord is een fout antwoord." En als hij nou gewoon eens beter oplette! Zo moeilijk waren raadsels helemaal niet. Daarbij waren er niet een oneindig aantal raadsels op de wereld en op een gegeven moment begon je heus wel door te krijgen wat voor raadsel er genoemd werd en welke kant je op moest nadenken. "Meestal bedenken we zelf het antwoord," zei ze dus zuur. "Of we gaan naar de bibliotheek." Een onopgelost raadsel was voor de meeste Ravenklauwers nog interessanter dan de leerlingenkamer zelf.

 

Dus eh, ja, hij had gelijk. Ze deden het inderdaad zelf.

 

Maar ze deden het wel.

 

Een vraag waar je niet eerlijk ja op kon antwoorden. Nou, dat was niet zo moeilijk, leek haar, maar Keane was… nou ja. Keane. "Omdat ik dat best kan," zei ze dus ook zoetjes. "Ik heb er alleen meestal geen zin in. En daarbij doe ik het ook alleen omdat jij me uitlokt." Of ooit had uitgelokt. Mocht Keane zich vanaf vandaag ineens fatsoenlijk richting haar gedragen zou het waarschijnlijk nog minstens vijf jaar duren voordat Felicia fatsoenlijk terug zou doen.

 

"Dus, denk even na. Op wat voor momenten kun je moeilijk antwoorden?"

 

Kijk, ze gaf hem nog een hint ook. Was ze niet aardig?

Share this post


Link to post
Share on other sites

De notie dat er mensen bestonden die zouden afdalen naar de bibliotheek omdat ze de toegang tot hun leerlingenkamer niet konden verkrijgen, was zo hilarisch dat Keane voor een moment zijn lach niet kon onderdrukken. Waarom had Sam hem hier niet eerder van op de hoogte gesteld? Het was zoiets wat het waard was je ietwat onzichtbaar voor te maken en er een zak popcorn bij te pakken om dat soort voorvallen te kunnen zien.

Er viel op het moment voor hem echter niet zo heel erg veel te lachen, want Felicia weigerde hem doodleuk de toegang te verschaffen en deed nog een poging hem zelf het raadsel te laten oplossen ook. Keane, die werkelijk had geprobeerd aardig te doen zodat ze zich voor een keer aan zijn wensen zou conformeren, had zich de hele dag al uit zijn hum gevoeld en Harding hielp niet mee de dunne laag van redelijk-oke-humeur in stand te houden. Op een ander moment had hij haar waarschijnlijk gepest omdat haar opmerking verhulde dat het hem klaarblijkelijk wel lukte haar uit de tent te lokken – nu werd zijn blik bij haar vraag enkel een tikje meer duister en zette hij zijn tas iets te hard weer op de grond, waar de klonk van glas op marmer overduidelijk een fles drank verhulde.

 

“Op momenten waarop je werkelijk je best doet je verloofde gunstig gezind te krijgen en ze zulks een vreemde reactie geeft dat je niet meer weet wat je moet zeggen en je het blijkbaar vervolgens volledig verpest” antwoordde Keane chagrijnig, die wederom neerzakte tegen de muur en voor zich uit staarde, hoorbaar al uren geïrriteerd met een situatie waar hij op dit moment weinig aan veranderen kon. Hij merkte met een half oor op dat de deur hier niet van open sprong. “Dat is waarom ik Sam…” Hij zuchtte en keek Felicia aan. “Ik heb het verkloot bij Josephine. Ik…” Natuurlijk wilde hij niet al teveel als de boeman overkomen, dus probeerde hij zijn woorden zorgvuldig te kiezen. “Ik heb wellicht iets… gezegd waardoor ze misschien een beetje van streek was. Maar het was niet mijn schuld!” Zijn wangen kleurden lichtroze. Hij had zin om de fles drank open te trekken, maar Felicia kennende zou ze niet met hem willen drinken en hij ging hier niet in zijn eentje aan de rum. Hij wilde hier sowieso niet in zijn eentje aan de rum. Het moment dat Lord Radnor stomdronken buiten de Ravenklauw leerlingenkamer werd gevonden, zou een behoorlijk nieuw dieptepunt zijn – zelfs voor hem.

 

“Ze is gewoon zo… onlogisch.” Hij haalde een hand door zijn donkere haar en zuchtte diep. “Als je het over raadsels hebt…”

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Oké, als Keane ging klagen over zijn verloofde, was het voor Felicia niet langer interessant. Sorry, maar zijn liefdesproblemen waren nou eenmaal niet de meest interessante problemen die ze ooit had gehoord en zij en Keane waren geen vrienden, dus het was niet alsof ze geïnteresseerd was.

 

"Oh, kap nou eens met zeuren," zei Felicia geërgerd, terwijl ze haar gezicht vertrok toen hij op de grond zakte. Sorry Keane, het leek er niet op dat ze vandaag aardig tegen hem deed. De enige reden dat ze hem ook wilde helpen met zijn grootvader was niet omdat Felicia Keane mocht, of omdat ze überhaupt iets voor hem wilde doen, maar simpelweg dat (groot)ouders hun kinderen niet moesten martelen.

 

"Heb je misschien ooit bedacht om Josephine te vragen wat er fout ging? Of om haar überhaupt te vertellen dat je het moeilijk vindt om met haar te praten? Of moet alles weer om jou draaien en was het de bedoeling dat Josephine geen eigen mening had?" Wat had Keane toch altijd met die verloofdes van hem.

 

Felicia stond aan hun kant, overigens.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Keane wierp haar een geïrriteerde blik toe en ging kort met zijn hand door zijn haar. Hij wist heus wel dat hij niet bij Felicia moest aankomen met zijn problemen, maar zij was een van de weinigen die van zijn situatie afwist – en wat moest hij dan? Daniella’s oplossingen waren radicaal, de laatste tijd ook lichtelijk zorgwekkend, en wie wilde er verder naar zijn problemen luisteren? Eva was uitgesloten en er waren grenzen aan het aantal malen dat hij bij Sam kon aankloppen, al had hij er nu nog een schepje bovenop willen doen..

 

Het enige wat hij wilde was wat advies over hoe met meisjes om te gaan, verloofdes om precies te zijn. Maar blijkbaar was dat aan ieder adres teveel gevraagd.

 

“Ik kwam niet om te zeuren. Ik kwam hier om een gezellige avond te hebben met Samuel" beet Keane haar korzelig toe. "En dit was vanmiddag. Ze liep boos bij me weg en het leek me geen goed idee om haar vandaag nog op te zoeken en de situatie te laten escaleren.” Keane wierp haar een korte blik toe en keek vervolgens de andere kant uit, een lichte blos op zijn wangen.  Hij wist dat hij alleen maar ongeduld zou opwekken bij zijn woorden, maar ze lagen nu eenmaal op zijn tong en zij was degene geweest die hem niet wilde helpen met het openen van de deur van de leerlingenkamer van Ravenklauw. “Er ligt gewoon zoveel.. druk op, om het goed te doen, om dit niet te laten mislukken, zoals vorige keer. Ik bedoel, mijn opa heeft laten doorschemeren dat als ik dit verpest hij niet alleen mij, maar ook Eva zou…” Maar hij kreeg het woord niet over zijn lippen en haalde in plaats daarvan maar diep adem. Hij voelde zich benauwd, net zoals vanmiddag op zijn slaapzaal. Maar hij had zijn cravatte toen al losgetrokken en had deze niet meer om, al voelde het misschien van wel.

 

Hij zuchtte. “Maar misschien kan ik dat wel een keertje doen. Al vraag ik me af of het zin heeft.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Juist. Hij kwam hier niet om te zeuren, maar op de een of andere manier was het altijd Felicia die zijn gezeur aan moest horen. En waarom? Ze had hem er niet om gevraagd, ze had hem er nooit om gevraagd, maar toch vond Keane haar altijd de beste persoon om tegen te klagen. Dank je wel, Keane. Was het overigens omdat ze misschien nog met redelijke oplossingen kwam ook? Niets tegen Samuel, hoor, hij had zeker zijn pluspunten en zou waarschijnlijk precies hetzelfde hebben gezegd. Maar omdat Samuel en Keane nou eenmaal vrienden waren, leek Keane standaard van mening te zijn dat Sam het toch wel met hem eens was.

 

"Natuurlijk heeft het zin," zei Felicia geërgerd. "Hoezo zou het geen zin hebben? Denk je dat Josephine dit expres allemaal wilt verpesten?" Dat zou nog eens wat zijn. Maar nee, meisjes als Josephine hadden er niets aan als een verloving mislukte, want dan kregen zij vaak de schuld. En Keane maakte het haar vast wel erg moeilijk. "Je kunt ook altijd een excuusbrief sturen. Je schijnt goed te zijn in woorden, dus gedraag je daar ook eens een keer naar."

 

Zo.

 

Oké, ja, misschien was dit wel gemeen nadat Keane zo had gezegd dat zijn leven en die van Eva op het spel stond, maar… kom op. Ze begreep de druk, maar iedereen werd af en toe wel eens met de dood bedreigd, toch? Je zou er vanzelf aan wennen.

 

"Kijk…" begon ze met een zucht. Om vervolgens even stil te zijn en te proberen te bedenken wat ze kon zeggen. "Je moet gewoon…" Ze maakte een nutteloos gebaar.

 

"Je moet gewoon niet zo Keane zijn."

Share this post


Link to post
Share on other sites

Als Felicia er genoeg van had kon ze ook gewoon de deur van de leerlingenkamer voor hem openmaken. Maar nee hoor, blijkbaar nam ze er toch de moeite voor dit gesprek hier met hem te hebben. Gelukkig kwam ze, ondanks haar toon, nog wel met argumenten – al waren ze minder zinvol dan Keane had gewenst. Maar goed, wat had hij dan ook gewild. Hij was blijkbaar zo wanhopig dat hij Felicia Harding om liefdesadvies vroeg.

 

Een excuusbrief. Ja, hij was inderdaad wel goed met woorden, maar waar moest hij in Merlijns naam de tijd vandaan halen om ook nog eens excuusbrieven te schrijven? Hij besteedde al genoeg tijd met zijn neus in perkamenten geschriften en met zijn veer in de inkt, en hij was dan misschien goed met woorden, maar het kostte hem wel veel tijd. Tijd die hij niet per se had, niet met al zijn verplichtingen; het plannen van een bruiloft, de lessen met Felicia, zijn Hoofdmonitorschap, zwerkbal, examens, Evangeline…

 

“Ik neem aan van niet…” begon hij langzaam, maar hij had eigenlijk nog nooit bedacht dat het voor Josephine waarschijnlijk ook vervelend zou zijn als hun verloving niet zou slagen. Aan de andere kant – zij was de enige die er een einde aan kon maken, en hoewel ze misschien nooit meer zo’n match zou vinden was het onwaarschijnlijk dat er geen ander zou kunnen komen. Iedereen met ogen in zijn hoofd zag dat het een knap meisje was, en daarnaast was ze misschien van dreuzelafkomst – maar ook dat opende deuren. Er waren vast genoeg adellijke dreuzellieden die haar hebben zouden willen hebben, en haar ouders zouden het misschien nog fijner vinden ook.

 

“Hoe bedoel je, niet zo Keane?” sprak de Zwadderaar echter een moment later, verontwaardiging van zijn woorden druipend. “Ik doe hartstikke mijn best! Zij was het die me begon te zoenen uit het niets, en toen heb ik gewoon iets gezegd om haar… ik dacht alleen maar dat ze wilde dat ik dat zei, hoe moet ik dat nou weten!” Gefrustreerd stond hij weer op en ijsbeerde hij enkele stappen heen en weer. “Zelfs als ik me in haar inleef gaat het fout. Wacht maar totdat jij een keer wordt uitgehuwelijkt, dan zal je zien hoe lastig het is.”

 

Niet dat dat ooit zou gebeuren.  

Share this post


Link to post
Share on other sites

Felicia vertrok haar gezicht toen Keane zo vriendelijk opmerkte dat ze maar moest afwachten tot ze zelf uitgehuwelijkt werd. Deels omdat ze dat nou niet echt bepaald zou willen en deels omdat het hele idee van een huwelijk een beetje lastig was als je een affaire had. Ja ja, dat had Keane ook, maar het was… anders. Besloot Felicia. Omdat Eric al getrouwd was geweest en op de één of andere manier hoorde Felicia vrijgezel te blijven en… ze wist het ook niet, oké, het punt was, het was anders.

 

"Alsof dat ooit gaat gebeuren," zuchtte ze, meer om zichzelf gerust te stellen dan Keane. Oké, misschien dat het zou gebeuren, maar wie wilde er met haar trouwen? Ze kwam uit een slechte familie, ze had geen bruidsschat om van te spreken en de enige reden dat ze op dit moment niet in de gevangenis zat, was dat de Silvershores hadden besloten dat ze nut voor hen had.

 

"Wat heb je gezegd?" vroeg ze zich af, want Keane kennende was het een belediging geweest. Felicia wist niet eens hoe Keane het voor elkaar kreeg, maar elke derde zin die hij uitsprak was een belediging, terwijl hij stellig bleef denken dat hij een compliment had gemaakt. "En heb je er ooit aan gedacht om haar de leiding te geven en te reageren op wat ze doet en niet wat je denkt waarom ze het doet?"

 

Mannen.

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Maar ik gaf haar juist de leiding, dat was het hele punt!” sprak Keane, die Felicia wantrouwend aankeek en zijn armen over elkaar sloeg. Ach, hoe rustgevend zou het zijn om impopulair te zijn als Harding, met een rijke familie in je rug en je ogen gericht op je eigen toekomst? Hij had er wel eens over nagedacht, over de beweegredenen van de Silvershores om Felicia in hun midden op te nemen, maar ze zouden zo wel hun eigen ideeën hieromtrent hebben. Hij mocht hen dan niet heel erg goed kennen, maar dat iets als naastenliefde niet in het woordenboek van zijn grootvader voorkwam, betekende niet dat andere oude en invloedrijke families dat niet mochten uitdragen, toch?

 

.. Nuja. Ze zouden wel hun redenen hebben.

 

Maar wat hij dan precies had gezegd? Voor een moment beet Keane ietwat opgelaten op zijn lip, zijn wangen een tikje meer rosé dan eerst.

“Nou, het was misschien niet per se wat ik zei, maar meer wat ik… deed sprak hij schoorvoetend, de scene voor de zoveelste keer die dag door zijn hoofd laten schietend. Het was eigenlijk een behoorlijk grote stap om ervoor te kiezen zijn intieme momenten met Josephine delen, voor zover die bestonden, en dan ook nog eens met niemand minder dan Felicia Harding op een openbare plek als voor de Ravenklauw leerlingenkamer. Het leek er echter op dat hij wel in die situatie was geplaatst. En hij zou nu wel mokkend kunnen terugkeren naar zijn slaapzaal, maar dan had hij nog steeds geen oplossing, noch iemand die hem er een geven kon. Het was een grote gok, maar Felicia leek altijd wel nuchter naar zaken te kijken, en er was een kans dat zij wist wat hij had moeten doen... hoe zuur het nu ook zou zijn door de appel heen te bijten en haar het verhaal te vertellen. Twijfelend keek Keane haar aan, zijn situatie schattende.

Nuja..." begon Keane, zijn keel schrapend en terwijl hij zijn gewicht van zijn ene been naar het andere bewoog. "Zij begon mij te zoenen, en toen, eh... zei ik... En toen zei zij... en toen deed ik..." 

 

Ietwat hulpeloos keek hij om zich heen. “Ik kan je wel laten zien wat ik deed? Eh..” Hij ving haar blik op en voegde er gauw aan toe. “Vrees niet, ik zal je niet aanraken, ofzo…”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Bij Morgana, het kon ook nooit simpel bij Keane. Hij kon nooit gewoon uitleggen wat hij nou precies verkeerd had gedaan, hij moest het altijd laten zien en het moest ook altijd gecombineerd worden met tachtig duizend excuses voor waarom hij iets had gedaan en waarom anderen niet zo mochten reageren en blah blah blah blah blah. Zo kon je toch ook nooit van je fouten leren als je zo druk bezig was met jezelf excuseren voor waarom je iets had gedaan?

 

"Moet het?" vroeg ze verveeld, want waarom was ze Keane ook alweer advies aan het geven? Het was zijn eigen verantwoordelijkheid. En daarbij zou hij waarschijnlijk toch niet naar haar luisteren. "Nou, kom op dan." Ze maakte een gebaar dat hij wel op mocht schieten.

 

Ergens was ze ook wel benieuwd hoe hij haar ging laten zien hoe hij Josephine had gekust zonder haar aan te raken.

 

Dat betekende overigens niet dat ze wilde dat hij haar zoende, Keane.

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Ehm… oke” sprak Keane, meer tegen zichzelf dan tegen Felicia. Hij richtte zijn blik op haar gezicht en zette aarzelend een stap dichterbij. “We waren in de Keukens en we waren taart aan het uitzoeken voor onze bruiloft. Vervolgens begon ze mij ineens te zoenen. Nuja, dat had ze al een half jaar niet gedaan en ik zou nooit iets tegen haar zin in doen…” Hij knikte trots, alsof dat iets was wat hij Harding wijs moest maken. “… dus ik zei iets in de trant van, dat ik hoopte dat ik niet nog zes maanden moest wachten tot ik haar in mijn armen mocht nemen. Dat is heel normaal, toch? Ze is nu eenmaal mijn verloofde…” Ja, hij klonk wellicht ietwat verongelijkt, maar iedereen wist – en Felicia daaronder inbegrepen - dat Josephine Gordon-Lennox niet zijn eerste keuze was. Zonder op Hardings antwoord te wachten ging hij door.

 

“En vervolgens eh…” Hij moest eigenlijk even nadenken, want hij wist niet meer zo goed wat Josephine had gezegd. “Vervolgens zei ze iets in de trant van, dat ze wilde dat ik dat deed, dat ik haar daar en op dat moment vastpakte. Maar we zaten in de Keukens en waren omringd door huiselven. Keane rilde kort. Hij hield niet van huiselven, al was het fijn als ze zijn lunch serveerden of een of ander rotklusje voltooiden. “Dus… ik boog me naar haar toe, en…” Hij had Harding's toestemming, soort van, en hij had het gevoel dat dit de enige manier was om Felicia te laten zien wat er nou precies was gebeurd. “Ik wilde haar eigenlijk een beetje plagen, wat afschrikken misschien. Ze is zo… braaf, en ze zou nooit-“ Hij haalde diep adem. Op de een of andere manier was dit nog twintig keer zo lastig als toen hij het bij Josephine deed. Schoorvoetend zette hij nog een stap dichterbij, voorzichtig om Felicia inderdaad niet aan te raken. Hij zette zijn hand tegen de muur, vlak naast haar hoofd, en leunde wat in. Dit was hetzelfde als hij bij Josephine had gedaan, al had hij daar niet het gevoel van een loden gewicht in zijn onderbuik gehad. Dat was vast omdat hij zo’n hekel aan Harding had. Enzo.

 

“Nuja.. en toen zei ik…” Net zoals hij bij Josephine had gedaan, boog hij zich naar voren en bracht hij zijn lippen tot vlak naast Felicia’s oor. Voor een moment hield hij zijn adem in, maar uiteindelijk liet hij de woorden over zijn tong rollen, zachtjes en een tikkeltje hees.

“Er zijn dingen die ik met je kan doen die je niet voor mogelijk zou houden…” Dit zou zoveel gemakkelijker zijn als hij niet zo afgeleid zou worden door haar ranke hals, en dat ene sproetje achter haar oor, en… “Op een andere plek, op een ander tijdstip, wil ik je best laten zien hoe en wat… als je durft.”

 

Hij duwde zich wat overeind en keek haar aan. Haar blauwe ogen waren als een winterstorm, zoals altijd. Maar net zoals de winter, bestond die niet alleen uit kou en ijs. Er waren ook ijssculpturen, ijsbloemen, een schaatsuitje op het meer… Ietwat verward opende hij zijn mond. “En toen... eh…” Maar hij was half verdwaald geraakt in haar blik, en wist even niet meer wat hij ook alweer wilde zeggen.

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Felicia deed, ten eerste, geen enkele moeite om zich voor te stellen alsof ze Josephine Gordon-Lennox was. Want als ze Josephine Gordon-Lennox was geweest, had ze ten eerste niet kunnen ophouden met huilen over hoe vreselijk haar leven was en ten tweede had ze zich dan uit een rijdende koets geworpen in de hoop te kunnen ontsnappen aan dit leven en een nieuw leven te beginnen als boerenvrouw in Cornwall, want alles was beter dan verloofd te zijn met Keane Cadwgan, je altijd te moeten gedragen en verloofd te zijn met Keane Cadwgan.

 

Dus het was geheel als Felicia Harding dat ze zijn poëtische samenvatting aanhoorde van hoe hij zich tegenover Josephine gedroeg. Wat wel een stuk korter had mogen zijn, eerlijk gezegd, en ook een stuk meer bij haar uit de buurt. Ja, ze had Keane toestemming gegeven, maar… het was Keane. Het bleef haar gewoon altijd dwars zitten als hij bij haar in de buurt was. Alsof hij permanent met zijn nagels over een schoolbord aan het krassen was, of zoiets.

 

"Juist," zei ze, terwijl ze hem een duwtje tegen zijn borst gaf zodat hij bij haar uit de buurt zou stappen, want hij bleef steeds naar haar staren en ze voelde zich zo onderhand behoorlijk ongemakkelijk. Waarom deed hij dat? Zo naar haar staren? "Ehm… misschien dat je poging om haar af te schrikken daadwerkelijk is gelukt." Zij was afgeschrokken.

 

Oké, nee, dat telde niet, want Felicia was al jaren geleden afgeschrokken.

 

"Dus, heb je je excuses al aangeboden?"

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Eh..” Warrig schudde hij zijn hoofd, waarna hij een stap achteruit zette en opgelaten met zijn hand door zijn donkere haar wreef. Hij negeerde het feit dat Felicia hem zojuist een duwtje had gegeven, voornamelijk omdat hij het niet geheel door had gehad. Voor een moment zocht hij zijn grip op de situatie terug.

 

“Nee, dat was niet het probleem” stelde hij een tikje geïrriteerd omdat Felicia direct conclusies trok die nogal ongefundeerd waren. “Het probleem was, dat ze nogal enthousiast reageerde door mij de vraag te stellen of mijn voorstel niet de dag erna plaats zou kunnen vinden.” Hij keek de Ravenklauwer twijfelend aan en beet op zijn lip. “En... ik haar vervolgens heb afgewezen.”

 

De jongen zuchtte. “Maar waarom zou ze dat in Merlijns naam dan ook voorstellen!”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Felicia begreep er daadwerkelijk helemaal niets meer van. Oké, blijkbaar was het probleem dat Keane Josephine had afgewezen, volgens Keane dan en gezien Keane een ego had ten hoogste van Vesuvius nam Felicia het niet bepaald serieus, maar… waarom had hij haar dan ook afgewezen? Waarom was hij zo'n idioot?

 

"Sorry hoor," begon ze sarcastisch. "Maar volgens mij zit je vast in die verloving omdat je grootvader je ertoe dwingt en dan denk je dat het een goed idee is om Josephine Gordon-Lennox af te wijzen?" Merlijn, hij was echt gewoon een idioot! Josephine was de dochter van de Hertog van Richmond en nog twee plekken, en hij was een bastaardkleinzoon van een grootvader die een hekel aan hem had. De som leek Felicia duidelijk: Josephine had de touwtjes in handen.

 

En Keane maakte er een potje van.

 

"Ik kan wel duizenden redenen verzinnen voor waarom Josephine het voor zou stellen." Nou ja, niet als je bedacht dat het om Keane Cadwgan ging, maar niet iedereen had een hekel aan Keane Cadwgan. "Ten eerste de reden dat ze wilde weten of jij haar wilde hebben."

 

Ze snoof. "Heb je mooi verpest."

Share this post


Link to post
Share on other sites

Keane staarde Felicia verbluft aan. “Duizenden redenen?” herhaalde hij zwakjes, haar eerste woorden negerend. Hij zou het nooit hardop durven toegeven, maar hij wist diep van binnen dat Felicia een stukje slimmer was dan hij. Maar spreekwoordelijk taalgebruik daargelaten, hoe kon ze nu beweren dat ze duizenden redenen zou kunnen verzinnen waarom Josephine dat voor zou stellen? Hoe kon dat – terwijl hij er niet een enkele bedenken kon? Het was werkelijk onmogelijk, tenzij het ging om dubieuze, geheime informatie waar alleen het vrouwelijk geslacht toegang tot had. En daarnaast, de eerste reden die Harding noemde was direct onwaar.
 
“Ik had haar juist nog gezegd – nee, meer dan gezegd, laten zien dat ik haar wilde!” sprak Keane verontwaardigd, terwijl hij naar de plek wees waar hij zojuist nog had gestaan. “Natuurlijk doelde ik met mijn woorden op na onze bruiloft, dat was de enige logische conclusie! Daarbij, Josephine wil al dat soort dingen helemaal niet. Ze is… ze is…”

Hij boog zich wat dichter naar Felicia toe en verzachtte zijn stemgeluid tot fluisterniveau, want zijn volgende worden waren wellicht niet zo gepast om door het kasteel te schreeuwen. “Ze doet heus wel haar best, maar ik heb haar nog nooit werkelijk enthousiast… niet zoals… nuja.” Niet zoals Eva, maar dat was misschien ook anders. “Ze had me een half jaar niet aangeraakt! En dan wil ze direct de volgende dag, dat ik haar… En daarbij, waarom zou ze dat willen doen als het tegen haar geloof indruist?” Ja, háár geloof, want Josephine was katholiek en hij anglicaans. De Zwadderaar sloeg zijn armen over elkaar en keek Felicia ietwat verongelijkt aan, alsof zij degene was die dit allemaal had bedacht.

Natuurlijk heb ik haar afgewezen. Zoals ik ook al tegen haar zei, het is voor haar eigen bestwil, iets met preservatie van haar kuise ziel.” Hij maakte een vaag armgebaar.
 
“En... nuja. Mijn gemoedsrust."

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Felicia begreep er eigenlijk niet veel meer van, maar zoals altijd lag het vast aan Keane, want Keane was van mening dat hij het allemaal beter wist en deed dus altijd dat hij wilde doen, zonder na te denken over wat andere mensen wilden. En als ze dan, logisch genoeg, boos op hem werden, was het altijd hun schuld en niet de zijne.

 

Het probleem bleef nog steeds dat hij Josephine had afgewezen. "Ik hoef, ten eerste, niet te weten of Josephine wel of niet enthousiast is," sneerde Felicia naar Keane, want kom op! Dat was zo privé. "En ten tweede, het is niet aan jou om te bepalen of ze er wel of niet interesse in heeft. Als je het niet wilde, is dat prima, maar geef haar daar niet de schuld van."

 

Maar op zich had hij wel ergens gelijk in, het leek haar niet dat Josephine daadwerkelijk met Keane naar bed wilde gaan. Dat Eva het wilde was al raar genoeg voor Felicia, maar Eva was tenminste verliefd. "Weet je overigens zeker dat ze dat bedoelde en niet iets anders?" Wist Josephine überhaupt wel wat dat was? Dat Felicia nou zo'n uitgebreide 'opvoeding' had gekregen betekende niet dat Josephine dat verteld was.

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Wat zou ze anders bedoelen?” vroeg Keane een tikkeltje sceptisch. “Ik zou toch denken dat ik duidelijk genoeg ben geweest…” Maar plotseling wist hij het niet meer zo zeker. “Ik had het over omhelzen, over… nuja.” IJsberend zette hij enkele stappen heen en weer, twijfelend over wat hij nu precies had gezegd. Uiteindelijk zuchtte hij. “Misschien had ik gewoon moeten instemmen en dan morgen wel moeten zien wat ik zou doen” gaf hij toe. “Eerlijk gezegd leek het me niet zo’n goed idee om nu al een relatie op leugens te bouwen, maar wie weet had ze er inderdaad wel hele andere ideeën bij.” Hij zuchtte nogmaals, rekte zich uit en keek Felicia recht aan.

 

“Ga je me nog binnenlaten of niet? Je mag Samuel ook voor me halen, maar anders zal er niets anders opzitten dan dat jij een drankje met me waagt.” En met een schuine grijns pakte hij zijn fles drank van de grond, wetende dat ze hem toch wel zou weigeren. “Niemand is ooit slechter geworden van een slok brandewijn.”

 

Mocht hij nu naar binnen, alsjeblieft?

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ja, misschien dat Keane in zijn ogen duidelijk genoeg was geweest, maar Josephine was een meisje van adel. Iemand die keurig hoorde te wachten tot het huwelijk, en die mogelijk misschien niet eens verteld was waar ze precies mee hoorde te wachten tot het huwelijk. En Josephine was een Huffelpuf. Felicia probeerde niet al teveel te geloven in stereotype verwachtingen van de afdelingen, maar ze kon het zich niet voorstellen dat Huffelpuffers dat soort dingen uitgebreid bespraken tijdens hun nachtelijke gesprekken. Ja, zij had met Daniella gesproken, maar Daniella was haar beste vriendin en het was meer toeval dat ze een tijdje op dezelfde slaapzaal hadden gelegen.

 

"Misschien ehm… weet ze het niet," gaf ze een beetje beschaamd toe. Niet beschaamd voor haar, maar voor Josephine. Het was namelijk niet alsof zij Josephine ineens aan de kant kon trekken en haar kon vertellen over de bloempjes en de bijtjes, ugh, dat was een vreselijke manier om seks te beschrijven. En hopelijk zou Josephine's moeder die uitleg gewoon geven, dat leek haar wel het handigste. 

 

"Nee, inderdaad," zei ze sarcastisch, "niet van de brandewijn." Maar wel van zijn aanwezigheid. "De vraag is 'slaap je?'," zei ze tegen de deur, die breed openschoof voor Keane, alsof het kasteel extra duidelijk wilde maken dat hij nu naar boven mocht. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×