Jump to content
Sign in to follow this  
Moraine Kingston

[1835/1836]Wie goed doet, chagrijn ontmoet

Recommended Posts

 Een donderdag eind maart

Moraine streefde er over het algemeen naar om op Zweinstein niet te werken. ’t Was onhandig; je moest verhoudingen mengen die beter niet gemengd konden worden. Als je dacht dat groepsopdrachten vervelend waren, probeer het dan maar eens als je door twee van de drie mensen in het groepje ook nog eens wordt betaald voor je borduurwerk of je hulp met hun haren; hint, het kwam niet goed. Ze voelde zich daar een beetje schuldig over, want per slot van rekening zat ze het grootste deel van het jaar op Zweinstein (oké, niet dit jaar, maar over het geheel genomen) en haar besluit om ondertussen gewoon leerling te zijn betekende dus eigenlijk dat ze het gros van het jaar niet heel nuttig was voor haar familie. Ze stelde zichzelf gerust met het idee dat Zweinsteinleerlingen toch niet zo goed zouden betalen.

 

Ze had het onaangename gevoel dat dat niet helemaal waar was, maar voorlopig hield ze er toch maar aan vast.

 

Enfin, soms was echter zelfs die voorzorgsmaatregel niet genoeg, want de mensen waarvoor ze werkte buiten Zweinstein hadden ook maar weer familieleden binnen Zweinstein en zo liep haar voorzichtige divisie tussen haar leven als geldverdiener en haar leven als lanterfant af en toe alsnog in het honderd. Zoals bij Phoenix Waterford, die op dit moment langs scharrelde terwijl Moraine eigenlijk op haar standaard ontmoetingsplek op haar broer stond te wachten. (Gideon was laat. Dat was niet vreemd, dat was hij vaker, misschien had hij het te druk vergeten of was hij het gewoon vergeten of, alternatief, hij had haar nog niet vergeten voor per ongeluk hun derde broer inlichten over het schip-avontuur – dat was prima, had zij ook niet.) Enfin, ze kende Phoenix – een beetje – net teveel om hem te negeren en nog steeds beleefd te zijn. Zeker aangezien er op dat moment een veer uit zijn tas dwarrelde.

 

“Mr. Waterford? U vergeet iets!” Ze had niet heel hard geroepen, want dat had ze afgeleerd, nadeel was dat ze nu dus achter hem aan moest rennen met die stomme veer. “Mr. Waterford!” Hij stopte, voor Moraine toch nog onverwacht en slippend kwam ze tot stilstand voor zijn neus. Waar ze maar vlug de veer onder wapperde. “Alstublieft. Het is echt een mooie.” Ze glimlachte hem breed toe. “Hoe maakt u het? Mag ik van de gelegenheid gebruik maken u te feliciteren met het herstel van uw nichtje?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Phoenix wasn't necessarily… oh hey, deze post is in het Nederlands.

 

Oké, even opnieuw: Phoenix was niet per se chagrijnig! Hij was alleen gewoon heel slecht in met mensen om gaan en soms werd hij daar zo wanhopig van dat hij wel een tikje chagrijnig werd, maar over het algemeen bedoelde hij het goed.

 

Maar ja, als mensen zich aan hem gingen opdringen, daar werd hij wel altijd ongemakkelijk van. "Oh, eh, dank je," zei hij, terwijl hij snel maar de veer pakte en alweer weg wilde lopen, maar toen besloot ze een gesprek met hem aan te voeren. Ah, daar was hij zo niet klaar voor geweest! "Oh ehm, wel goed," knikte hij ongemakkelijk. Wie was dit ook alweer? Zat niet in zijn afdeling… Hij herkende haar vaag, maar… niet goed genoeg om er een naam aan te verbinden.

 

En ze kende zijn nichtje. Dat was eerlijk gezegd wel bijzonder. "Dank u wel, ik weet zeker dat Emily het erg fijn vindt dat u," vreemdeling, "aan haar denkt." En nu moest hij iets terug vragen. "Ehhh… hoe gaat het met uw… ehh… huisdier?"

 

Goed zo, Phoenix.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Oh, jee! Mr. Waterford mocht zeggen dat het goed ging, maar hij leek helemaal niet blij. Sterker nog, hij keek haast alsof hij pijn had, met hoeveel moeite de conversatie hem kostte. Moraine voelde zich onmiddellijk toch wel een klein beetje bezorgd. Mensen die ongelukkig waren – en Phoenix leek érg ongelukkig – konden altijd aanspraak maken op haar aandacht, tijd en hulp, zelfs al vond ze het soms frustrerend als ze niet simpelweg wilden uitleggen hoe ze hen dan helpen kon. Mr. Waterford was ook nog eens de neef van een vriendin (een vriendin wiens ouders haar betaalden, ja ja, nou, oké, zelfs vanuit dat oogpunt had ze eigenlijk een dubbele zorgplicht, want ze werd er dus voor betaald en ze gaf nog om de familie ook!) dus ze ging hem heus niet zomaar aan zijn lot overlaten.

 

Zeker niet toen hij over haar huisdier begon. Moraine had – tot haar verdriet – nog nooit een huisdier gehad, want dat kostte maar weer van alles, (en stiekem zou ze er ook helemaal niet zo goed voor kunnen zorgen want de kern van avontuurlijkheid in haar was nu eenmaal wiebelig dus de puppy in haar geestesoog zou binnen de kortste keren aandachttekort hebben gehad) dus dit was een aparte vraag. “Um... huisdier?” vroeg ze voorzichtig. “Goed, als ik er een had, vast.” Ze keek hem indringend aan. “Meneer Waterford, moet u misschien even gaan zitten?” Met haar staf vulde ze een gesommeerd glas met water. “Gaat het wel?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

En fijn. Juffrouw Kingston bleek helemaal geen huisdier te hebben. Even vroeg Phoenix voor een moment af of het een goed idee zou zijn om 'VERRASSING' te roepen en haar dan te vertellen dat hij een huisdier voor haar zou gaan kopen, maar misschien wilde ze helemaal geen huisdier en dan kwam het ook weer nergens terecht. Nee, als Phoenix de situatie echt wilde oplossen, moest hij leren hoe hij woorden terug kon nemen.

 

Of door de tijd kon reizen. Dan kon hij gaan schuilen in Tienduizend voor Christus of wanneer er nog geen mensen op de wereld rondliepen.

 

Dat was niet tienduizend voor Christus, Phoenix.

 

"Oh nee, nee, nee, eh, nee, het gaat prima!" Hij wilde zijn eigen hoofd tegen de muur slaan. De eerste drie nee's waren het antwoord dat hij niet hoefde te zitten, maar mensen die meerdere vragen stelden brachten hem vaak in de war. Want hoe minder woorden je zei, hoe makkelijker het was om niet de verkeerde woorden te zeggen. "Ik ehm… misschien ben ik in de war met iemand anders?" vroeg hij, een tikje wanhopig.

 

Iemand die wel een huisdier had, probeerde hij te zeggen.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Mr. Waterford zéi dat het prima ging, maar het leek er helemaal niet op, en Moraine herkende een schreeuw om hulp in zijn constante stroom aan nee’s en zijn poging om naar alles te kijken behalve haar. Want ja, zo konden die elementen ook geïnterpreteerd worden. Of Phoenix dat nou jammer vond of niet. (En laten we wel wezen, ze zit niet geheel bezijden de waarheid.) “Dat kan absoluut gebeuren,” erkende ze dan ook met een geruststellend glimlachje. “Dat is helemaal niet erg.” Ze wist niet of hij haar in de war had gehaald en hoe dan – met een van Emily’s andere vriendinnen zou de normale uitleg zijn geweest, maar in de privacy van haar eigen geest durfde Moraine dus ook wel toe te geven dat die lieve schat van een Emily die eigenlijk nauwelijks hád – maar daar ging het nu niet om, hij moest geloven wat hem vooruit hielp, waar hij zich het beste bij voelde.

 

“Er zijn zoveel blonde meisjes,” voegde ze daarom maar soort van random toe. “Miss Kingston, weet u?” Niet dat het uitmaakte als hij het niet wist. Vergeetbaar zijn was een beetje de theorie van gezelschapsdames, nietwaar.

 

“Maar Mr. Waterford, u ziet er niet zo goed uit. Kom, dan lopen we even naar de keukens, mogelijk een zouttekort, of wilt u misschien juist wat frisse lucht?” Ze trok hem aan zijn hand mee. "Ik had ook zouttekort onlangs. Toegegeven, dat was in het Oosten, maar..."

Edited by Moraine Kingston

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ah, Miss Kingston. Ik zou graag willen schrijven dat Phoenix nu direct wist wie ze was, hoe oud ze was, hoe haar broers en zussen heetten en wat haar favoriete gerecht was, maar eerlijk gezegd was Phoenix nogal slecht in dat soort dingen onthouden. Wat heerlijk handig was als je een vader had die daar een hekel aan had, dat je het niet kon onthouden. Maar alles wat Phoenix tot nu toe had gedaan had niet geholpen.

 

"Ah, juist, vergeef me," knikte hij vriendelijk. En toen moest ze zo nodig bezorgd gaan doen. "Oh nee, er is niets mis met me!" haastte hij zich om te zeggen, maar verdorie, ze had zijn hand al vast en ze was al heengelopen en hij kon moeilijk nee zeggen. "Ik eh, voelde me enkel schuldig en… ik heb geen zouttekort, denk ik." Wat was een zouttekort überhaupt? Daar had hij nog nooit van gehoord.

 

"Frisse lucht is altijd goed, maar…" Hij had niets nodig. Behalve een portie zelfvertrouwen, maar daar heb ik andere plannen voor.

Share this post


Link to post
Share on other sites
Sign in to follow this  

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×