Jump to content
Josephine Cadwgan

[1835/1836]Nooit gedacht dat SLIJMBALexamens niet de meeste voorbereidingstijd zouden vergen deze zomer

Recommended Posts

Datum in overleg

Bibliotheek

 

Het nadeel van trouwen met een jongen uit een andere afdeling was dat je eigenlijk geen voorspelbare plek had om te gaan zitten om het te hebben over je aanstaande huwelijk. (Ja, dat was het enige nadeel, met drastische verschillen in karakter en temperament had het niets te maken.) Je kon natuurlijk creatief doen met vensterbanken, maar dan zat je wel weer heel dicht bij elkaar en Josephine voelde zich daar niet gemakkelijk bij, zeker niet wanneer je het andere kenmerk van vensterbanken in overweging nam, namelijk dat iedereen er op elk moment langs kon komen. Ze moest wel op haar reputatie letten, hoor. Zij en Keane waren verloofd maar dat betekende niet dat alles dan meteen zonder problemen kon. Dat was pas na het huwelijk. Logischerwijs was ook dan pas wanneer het moest. De komende luttele maanden kon ze het nog als gegrond excuus gebruiken om enigszins haar afstand te houden. Per slot van rekening kon de verloving nog altijd verbroken worden en dan wilde zij niet met de gebakken peren zitten. Zie je, heel verstandig.

 

Enneh, het verbreken van de verloving was nog steeds een mogelijkheid. Met Keane wist je het nooit. Oh, hij mocht het niet doen, officieel mochten alleen de meisjes dat doen, en het mocht sowieso niet van zijn ouderlijk gezag, maar dat hij niet altijd de instructies van ouderlijk gezag volgde was wel duidelijk geworden toen hij ondanks hun brieven haar een volle maand in het duister had gehouden omtrent hun inmiddels vastgestelde trouwdatum.

 

Ze had besloten hem te vergeven. Ze wilde tenslotte niet boos aan een huwelijk beginnen. Maar het viel haar niet uitzonderlijk makkelijk. Misschien omdat ze niet van het onaangename gevoel af kon komen dat dit geen goed teken kon zijn, iemand die haar nu al niet eerlijk wilde vertellen wanneer er nieuws was dat haar zo direct aan ging. Maar ja, het maakte niet uit. Het was niet alsof er iets veranderd was, behalve dat ze nu wat minder tijd hadden om te plannen. Waarvoor ze dus een plek nodig hadden zoals hierboven beschreven. Een niet-vensterbank. Dus was Josie maar voor de bibliotheek gegaan. Het was er tenminste stil, privé maar niet te privé, en het was zakelijk. Om huiswerk te doen. Wat hun huwelijk op het moment was geworden.

 

“L- Keane,” groette ze hem met een glimlach toen hij in haar hoekje van de bibliotheek opdook. “Waar wil je aan beginnen? Jij had de lijst, toch?” In die brief wiens bestaan je niet erkende tot een maand na ontvangst?

Share this post


Link to post
Share on other sites

Oh, Keane had het bestaan van de brief die zijn grootvader hem zo’n maand geleden had gestuurd wel erkend, hoor. Het was eerder dat hij had besloten om de brief stiletjes en zoetjes aan uit de weg te ruimen, iets wat tot op de dag van vandaag nog niet was gelukt. Op de een of andere manier had zijn grootvader het voor elkaar gekregen het onmogelijk te maken de brief te kunnen scheuren, bezoedelen, opblazen, verbranden of anderszins te vervloeken en zelfs toen hij had gepoogd het van de hoogste toren te smijten lag deze miraculeus – of nuja, waarschijnlijk het werk van een overijverige huiself – de volgende ochtend netjes op zijn schrijftafel. Dat was het moment geweest dat hij werkelijk het bestaan ervan had erkend, in paniek was geraakt en de geheimen ervan aan de hele school had medegedeeld voor dat aan zijn verloofde zelf te doen.

 

Ach, uiteindelijk kwam Keane wel face-to-face met de werkelijkheid. Het duurde gewoon een tijdje totdat de werkelijkheid hem lijfelijk tegen die muur aan deed smakken.

 

Josephine leek echter niet boos. Ze was vriendelijk zoals altijd – ietwat afstandelijk weliswaar, maar niets waar hij niet mee kon dealen – en ook het nieuwste briefje waarop ze een tijd en plaats hadden afgesproken was geschreven in haar krullerige handschrift, netjes en beleefd. Keane kwam ietsje na de afgesproken tijd aan, zoals vaker, en was blij om te zien dat hij niet op haar hoefde wachten, daar hij een hekel had aan wachten en al helemaal op een Gordon-Lennox. Hij beantwoordde haar glimlach, voornamelijk omdat ze zelf zo lief naar hem glimlachte, maar ook omdat het zo onwerkelijk voelde dat het haast grappig was om hieraan met haar te moeten zitten.

 

“Lady Josephine” sprak Keane,  die gemerkt had dat ze hem met Lord wilde aanspreken en schertsend ‘Lady’ aan zijn bewoordingen toevoegde. “Ik.. heb die brief, ja.” Hij viste een statige brief uit zijn binnenzak en was ietwat terughoudend om deze te overhandigen, maar ging hier uiteindelijk toch toe over. Ondanks dat de brief misschien niet kon worden gescheurd, bezoedelt, opgeblazen, verbrand of anderszins vervloekt waren sporen van zijn werk voor het scherpe oog wel degelijk herkenbaar in het dikke perkament met het bloedrode handschrift van zijn grootvader Owain met de grootste Cadwgan stempels.

 

“Ik geloof eh… dat we iets met bloemen moeten doen, ofzo…”

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Josephine leek misschien niet boos, maar ze was het eerlijk gezegd wel, ondanks haar beste pogingen om het niet meer te zijn, ondanks het feit dat ze heel goed wist dat het niet zou helpen, en dat het haar bovendien niet paste: die brief was naar Keane gestuurd, niet naar haar, met een reden, en die reden was dat het voornamelijk zijn zaak was. Dat zij voornamelijk zijn zaak was, of zou worden zodra hij met haar trouwde. Dat was niet makkelijk om te verteren, maar het was hoe de wereld werkte en, hoezeer Keane ook graag deed alsof de wereld om hem draaide af en toe, dat was schromelijk overdreven, hij was niet in controle, en de spelregels waren niet zijn fout. Of de fout van wie dan ook, eigenlijk. Want wie was Josephine om te zeggen dat hoe iets eeuwen was gegaan (dat wist ze niet zeker, maar nam ze voetstoots aan) en hoe iets hoorde niet was hoe het het beste was? Hoe zij zich eronder voelde moest veranderen, niet de regel an sich.

 

En bovendien wist ze ook wel dat Keane het moeilijk had gevonden om te vertellen, dus ze zou medelijden moeten voelen in plaats van milde irritatie. En dat... was in de maak, oké? Josephine was geen fanatieke aanhanger van γνώϑί σεαυτον, aangezien ze over het algemeen van mening was dat er dingen over zichzelf waren die ze liever niet wilde weten en dat het daarom verstandiger was om zichzelf niet aan een al te nauwe inspectie te onderwerpen – zoals wanneer je naar je huid keek, en het op zich best mooi was, maar als je te dicht keek dan zag je sproetjes en kleine littekentjes enzo – maar in dit kende ze zichzelf goed genoeg, dat ze dit snel genoeg zou laten gaan. Dat ze zich wel aan zou passen. Ze kon per slot van rekening niet boos blijven. Ze was nog nooit boos gebleven.

 

Nog iets wat ze wist was dat ze geen zin had in een confrontatie gebaseerd op gevoelens die ze niet zou moeten hebben, dus onverwijld ging ze mee in Keane’s ‘gesprek’. Voorzover het die naam verdiende. “Bloemen, oh ja, natuurlijk,” sprak ze instemmend, terwijl ze een ranke vinger langs de lijst liet glijden. Het was iets vreemds om mee te starten, misschien, zeker nu ze nog maar zo korte tijd restte, maar hey, als het was waar Keane wilde beginnen dan was het waar ze beginnen zouden. Normaal zou zij dit deel voor haar rekening genomen hebben, waarschijnlijk, maar nu was ze de Josephine-roos van de vakantie nog niet vergeten. “Daar heb je vast allerlei ideeën voor,” zei ze dan ook verwachtingsvol, terwijl ze naar hem keek. “En slim om daarmee te beginnen, dat is ook de makkelijkste manier om een kleurthema te bedenken.” Bij deze. Ze wuifde achteloos met haar toverstok om een boek over bloemen te Sommeren, en sloeg het verwachtingsvol open, alsof ze een pagina ‘dit doe je op je huwelijk’ had gewild – stond er eerlijk gezegd misschien ook nog wel in. “Ik denk niet dat er nog genoeg tijd is om bloemen op te kweken,” overwoog ze, “wat jij?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Kleurthema? Ideeën over bloemen? Keane keek met een gevoel dat een beetje leek op de uitkomst van een mislukte verschijnselpoging naar het dikke boek dat ze zojuist had gesommeerd. In plaats van antwoorden riep die gebeurtenis eigenlijk alleen maar vragen op. Had ze dat boek al gehad? Of had ze het zomaar uit de bibliotheek gesommeerd? Maar hoe wist ze dat dat boek in de bibliotheek stond? Had ze er al eerder naar gezocht? Had ze het al eerder gelezen? Bezat Zweinstein sowieso dat soort boeken? Was er wellicht een aparte afdeling voor huwelijksperikelen? Zou ze daar al vaak hebben gekeken? Moest hij daar ook kijken? Of had ze het boek van huis meegenomen na de zomervakantie, in de verwachting dat ze dat op enig punt nodig zou hebben? Maar wie verwachtte er dat je een boek over bloemen en kleurthema’s nodig had, behalve dan om –

 

Merlijns baard, misschien had ze wel al deze maanden gewacht totdat hij over kleurthema’s zou beginnen! En hij had al die maanden gezwegen…

 

Het beetje kleur op Keane’s wangen was ondertussen bleekjes weggetrokken en de zeventienjarige jongen staarde naar het boek alsof hij er nog nooit een had gezien. Het idee van deze ontmoeting was eigenlijk geweest dat hij in een kwartiertje, hooguit twintig minuten wel weer buiten op het terrein met Samuel een potje zwerkbal kon gaan spelen – hij had zelfs tegen zijn vrienden gezegd dat hij er zo aankwam. Maar als een simpel onderwerp als de ‘bloemen’ al dit soort boeken deden sommeren… Het onwerkelijke gevoel dat hij tot ongeveer anderhalve minuut geleden had gehad over de bruiloft begon plotseling dramatische, denderende gevolgen te behelzen.

 

Konden ze niet gewoon besluiten over te gaan op iets als ‘rozen’ en het daarbij te laten?

 

“Eh…” sprak Keane weinig constructief, zichzelf vervloekend dat hij haar ooit die roos had gegeven. Nu dacht ze dat hij ook daadwerkelijk een mening over bloemen had! Waar was Eva, of Lillian, om hem met zo’n vraag te helpen? “Ik denk dat dat een beetje krap wordt, ja… Hoe is eh… wit?”

 

Want de bruid had een witte jurk aan, toch? Niet dat Eva die aan had gehad, en dat had hun trouwerij niet minder perfect gemaakt. Wat maakten themakleuren uit als je van elkaar hield?

 

Blijkbaar des te meer als je niet van elkaar hield.

 

Keane veegde opgelaten zijn haren uit zijn gezicht en staarde naar het boek waar ze doorheen aan het bladeren was. “Of… goud?” Ja, hij was altijd al een fan van goud geweest. Hij hield van gouden horloges. En gouden punten aan zijn adelaarsveren. Waarom geen gouden bruiloft? “Wat ehm… wat vind jij?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Josephine was niet dom. Ha, oke, revisie. Ze was bepaald de intelligentste niet, maar ze was niet onopmerkzaam. Ha, oke, weer revisie. Ze had inderdaad de neiging om haar ogen gesloten te houden zodat ze extra van de zonnestralen kon genieten. Maar ze bedoelde het goed. Soort van dan. Voorlopig nog. En dat betekende dat je toch wel enige aandacht besteedde aan de jongen die aan het einde van de zomer je man zou moeten worden. Daarom merkte ze nu ook wel dat hij wit wegtrok en begon te stamelen. Maar ze kon zich niet eens een beetje voorstellen waarom dat zou zijn. Hij hield toch van Kruidenkunde? Hij had toch gezegd dat ze met de bloemen moesten beginnen? Waarom leek het dan nu alsof hij een groot plant-gerelateerd trauma opgelopen had waarmee ze rekening had moeten houden? Waarom kon haar toekomstige echtgenoot nooit even beslissen of hij een arrogante bal wilde zijn of een triest verlegen jongetje en bij een van de twee blijven? Dan kon ze haar gedrag daarop aanpassen. Nu had ze telkens het gevoel dat ze aan het rondtollen was om te kijken hoe ze hem tevreden kon maken.

 

Ze bleef echter glimlachen. Want dat was belangrijk. En zij had al bedacht wie ze wilde zijn.

 

“Die houd ik van je tegoed dan,” sprak ze kordaat, dus je weet het Keane, begin maar vast te brainstormen voor het jubileum van de trouwdag. “Wit... goh, ik heb lelietjes-van-dalen wel altijd erg mooi gevonden,” erkende ze, maar ze had een beetje een hekel aan wit en wel omdat het Clemmy standaard beter stond. Bovendien had ze geen zin om een kleur te kiezen die de huid van Keane op dit moment matchte. Kreeg hij tijdens de bruiloft ook zo’n bui dan zou het bepaald niet staan op de portretjes. “Goud...” Het was een uitdagende keus. Hoe ging je goud verwerken in kleding, in thema’s? En er waren geen gouden bloemen – de roos die Keane gekweekt had niet meegeteld – dus dat zou zich wel snel naar geel vertalen. Och, daar kon ze als ware Huffelpuffer ook wel mee leven. “Waarom niet,” zei ze achteloos, en ze sloeg het boek open om naar de sectie over gele bloemen te gaan. “We moeten wel oppassen dat het niet te kitsch wordt, natuurlijk. We kunnen dat donkerrood er eventueel ook inhouden, van die roos... Misschien moeten we even een afspraak maken met een expert, dat die wat dingen kan verzinnen. Ken jij iemand die een beetje verstand heeft van kleur?”

 

Sorry. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Of hij iemand kende die verstand had van kleur? Keane staarde haar met een ietwat lege blik aan, een steeds nerveuzer gevoel zijn maag vullende. Zag hij eruit als iemand die vrienden had die verstand hadden van kleur? Het enige wat hij kon bedenken was dat meisjes vaak verstand hadden van kleur, en het meisje van zijn keuze was in dat geval haast automatisch Evangeline Lennox. Eva kon tekenen, en schilderen, en… ja, eigenlijk had ze wel verstand van kleur, vast wel. Keane wist dat Eva hem beeldend en levensecht kon naschilderen, het resultaat daarvan hing in Cadwgan Castle. Maar hij kreeg haar naam niet over zijn lippen in Josephine’s gezelschap, voornamelijk omdat hij bang was voor haar reactie, hoe publiekelijk het ook bekend was dat hij zichzelf nog steeds vrienden mocht noemen met Evangeline. Hoe wijdverspreid die kennis ook mocht zijn, het was toch wat anders om de naam van je geheime liefde openlijk tegen je verloofde uit te spreken.

 

“Misschien… Lillian Sprout?” sprak hij voorzichtig, voornamelijk omdat Lillian een soort van middle ground was tussen Eva en de rest van zijn vriendengroep. “Hoewel het misschien beter zou zijn om een professional in te huren.” Dan kon die tenminste alles regelen en kon hij hier weg. “Maar eh… ik vind geel niet… zo.” Als ze hem ook maar een beetje kende zou ze weten dat hij zijn halve leven al een hekel had gehad aan Huffelpuf. “Waarom niet goud met donkerrood? Of… goud met zwart en wit?” Hij haalde diep adem en zakte naast haar neer, voorzichtig om haar niet al teveel aan te raken maar het zichzelf wel mogelijk te maken in dat vervloekte boek te kunnen kijken. “Kijk, als we nou die bloemen nemen, maar ze betoveren met een gouden randje….”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Als Josephine niet Josephine was, zou dit het moment zijn waarop ze zou vloeken. Want ze vond de schuwere kant van Keane heus beter dan zijn arrogante kant – die ze normaliter maar als façade zag, want dat was wel zo prettig voor haar gemoedsrust en bovendien heel makkelijk te verdedigen sinds hij haar afgelopen zomer over zijn moeilijke jeugd en verdwenen moeder had verteld, dan zou iedereen vast wel enige verdedigingswerken in het leven roepen – maar je kon ook overdrijven. Wit wegtrekken van de vraag of hij iemand kende die een beetje verstand had van kleuren (ha, de ironie, maar aan Josie gaat hij helaas verloren ben ik bang) leek haar in elk geval geen geheel nodige reactie. Zo eng was ze toch niet? Wel? Niemand had haar ooit verteld dat ze eng was!

 

Ze was echter wel Josie, dus kneep ze haar ogen maar een beetje samen totdat ze weer stralend kon lachen. “Oh, we verzinnen wel wat, hoor. Je hebt gelijk, van alles is een vak gemaakt. Laat die maar aan mij over dan.” Dan kon hij hier tenminste weer weg.

 

Hey, ze waren het ergens over eens.

 

“Geen geel.” Jij je zin, waarom ook niet. “Staat genoteerd.” Waarom wilde ze dit ook weer samendoen? Oh ja, omdat het moest. “Wel, um, ik zal dat even gaan regelen en misschien dat we volgende week weer even kunnen afspreken? Je hebt het vast heel druk met je examens.” Omdat je nog wel een toekomst hebt in hoger onderwijs, enzo.

 

---

 

“Keane! Daar ben je!” Je bent laat – ze zei maar niets. “We moeten aan de gastenlijst.” En ik ken al je vriendinnen niet. “Ehm, had je al een best man in gedachten?”

Edited by Josephine Gordon-Lennox

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Ik heb een verrassing!” verkondigde Keane opgewekt – opgewekter dan hij in weken tegen Josephine was geweest. Sommige dingen kosten hem gewoon iets meer tijd, oke? En als dat soort dingen vervloekingen waren, had hij Felicia Harding die hem met ongeduldige blik aanstaarde en hem maande precies na te doen wat zij deed, maar als het om verlovingen en het plannen van bruiloften ging had hij alleen Samuel om zijn hart bij te luchten, en ook dat vermeed hij door leukere onderwerpen uit te kiezen. Maar zoals bij alle steken die de jonge Cadwgan liet vallen was daar de Graaf om ze op te rapen en zijn kleinzoon eens streng toe te spreken, en het was dan ook na een van deze epistels dat Keane had besloten dat Josephine hem toch iets meer tijd waardig was. Dat had natuurlijk gedeeltelijk te maken met de strenge woorden die zijn grootvader hem had geschreven, maar ook met een ietwat veranderde houding – na een van zijn slapeloze nachten had hij namelijk besloten dat zijn aankomende bruiloft zo groots en onvoorstelbaar was dat het gemakkelijker was te doen alsof de datum nog ver in de toekomst lag en ze iets volkomen abstracts aan het plannen waren. Abstract was goed. Abstract was beter. Met abstract kon hij tenminste iets.

 

En het had daarnaast iets te maken met dat Josephine aan Evangeline had gevraagd te helpen met de bruiloft. Hoe angstaanjagend dat idee ook was, Eva gaf hem altijd een veilig gevoel, en als Eva zich met zijn bruiloft bemoeide kon het nooit allemaal zo eng en angstaanjagend zijn dan als hij alles alleen moest doen - Eh. En met Josephine natuurlijk. En dus had hij de verkreukelde en vervloekte lijst nog maar eens opgezocht en besloten dat hij dit moest aanpakken op de manier die hij wilde, en hij had bedacht dat hij eerst het eten wilde regelen. Precies op de dag dat Josephine het over de gastenlijst wilde hebben, maar daar was vast wel iets aan te doen.

 

Keane glimlachte charmant naar Josephine, voordat hij ongevraagd haar hand pakte en haar wellicht onder ietwat lichte dwang naar de Keukens begon te begeleiden. Gelukkig hadden ze bij de ingang van de Huffelpuf leerlingenkamer afgesproken, dus dat was niet ver. Hij kietelde de peer en liet haar voor gaan door het portretgat, de warme en gezellige keukens in. Nu waren de Keukens praktisch Keane’s tweede thuis en de huiselven begroetten hem dan ook uitbundig.

 

Kijk, ik heb allemaal verschillende soorten taarten laten maken! Om alvast voor te proeven. Voor onze -taart.” Ondanks dat het woord 'huwelijk' nog steeds niet helemaal ongeschonden over zijn lippen kwam, wees Keane enthousiast naar de indrukwekkende verzameling chocoladetaarten, aardbeientaarten, citroentaarten en taarten die eruit zagen alsof ze een mix van al het voorgaande bevatten.  “Waar wil je mee beginnen?” Hij liet zichzelf een stuk aardbeientaart opscheppen en stak enthousiast een hap in zijn mond. “Taart maakt alles beter” voegde hij eraan toe, voordat hij een slok thee wegwerkte en terug naar haar eerste vraag probeerde te komen.

“Mijn best man? Eh… Samuel Everett, denk ik…” Hij nam nog een slok thee en keek haar bedachtzaam aan, half mentaal noterend dat ze nog geen taart had aangeraakt. “Had jij al bruidsmeisjes in gedachten?”

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

En nou was hij weer blij. Veel te blij, want Josephine was gestresst en geïrriteerd – voor haar doen dan – en als Keane dat ook geweest was had ze zich er minder schuldig over gevoeld, alsof ze dan had kunnen weten dat het zo hoorde, dat het logisch was in de omstandigheden, dat het mocht. Serieus, ze kreeg het nu al ontzettend op haar heupen van die stemmingswisselingen, voor zijn onvoorspelbaarheid, dat beloofde veel goeds voor als ze straks samen een huis zouden delen; tenzij Keane eigenlijk niet zo van stemming wisselde maar dat gewoon toevallig deed op de weinige momenten dat zij hem zag, in welk geval bij hem wonen er misschien voor zou zorgen dat het allemaal wat vloeiender in elkaar over leek te gaan. Ja, daar ging ze maar even vanuit voorlopig. Voordelen vinden aan met hem trouwen was al wat minder makkelijk dan ze had gedacht, ze kon zich niet louter op empirische bevindingen baseren.

 

Hij trok haar mee naar de keukens, letterlijk, maar Josephine gaf geen blijk van haar ongenoegen, daarover of over zijn plotselinge beslissing dat vandaag eten-dag was in plaats van gastenlijst-dag. Dat was niet haar positie, niet haar taak: haar plichtsbesef gerelateerd tot Keane blij houden zat er diep in en ze ging nu het eindelijk een keertje wat makkelijker viel dat niet verstieren door haar eigen gedachten. Als hij gelukkig was was zij gelukkig en zo hoorde het tenslotte.

 

Ze was wel blij toen hij vanuit taart-praktische beweegredenen haar hand losliet.

 

“Oh, ehm, kies jij maar,” zei ze, en ze nam haar gevulde bordje aan alvorens bij hem aan tafel te gaan zitten en een hapje te nemen. “Lekker, hoor.” Josephine was nooit op de lijn aan het letten, ofzo, maar ze had gewoon niet heel veel interesse in eten. Ze kon het niet zo goed uitleggen en ze wilde het ook helemaal niet uitleggen. ’t Was niet passend. “Oh, Mr. Everett? Wat leuk.” Ze vond Samuel oprecht aardig. Prima familie, ook, zowel de vorige als de adoptievariant. “Um, Elaine Foulkes-Davenport in elk geval, een vriendin van mij uit mijn afdeling, dat is al geregeld... en mijn ouders hebben gezegd dat ik ook Miss Bellerose mag vragen, uit die van jou.” Christa’s familie was van onberispelijk gedrag, maar ze waren niet rijk of zo, niet de beste keus. Maar Christa had het Debutantenbal gemist en Josie wilde haar graag wat opvrolijken. Ze nam nog een hapje taart en keek Keane aandachtig aan. “En Miss Lennox, dacht ik zo.”

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Hm, hm” sprak Keane afwezig, half omdat hij zijn mond vol taart had en half omdat hij alvast de taart aan het uitzoeken was waar hij nog een stukje van wilde proeven. Maar hij luisterde heus wel. Elaine Foulkes-Davenport… een dure naam voor een rijke familie. Iets met… diamantenhandel? En hij kon zich iets over een jongen met een vreemd accent herinneren die tegenwoordig in Zwadderich zat. De familie was geen slechte keuze voor een bruidsmeisje, in elk geval. Een perfecte keuze. Echt zo’n keuze waar elke familie van zou dromen.

 

“Is zij niet de dochter van onze fabeldierenprofessor?” vroeg Keane, die zich een stuk citroen-merengue liet opscheppen en begon te stralen toen hij de eerste hap binnen had. Alsof er engeltjes op je tong pisten. En Christabella Bellerose.. tsja. Prima. Het kon hem toch niet zoveel schelen wat voor soort meisjes er rond Josephine zouden dartelen op het moment dat ze zouden trouwen. Tenminste, tot het moment dat Josephine die laatste naam uitsprak en hij moeite moest doen de engelenpis binnen te houden.

 

Wàt?! sprak hij, veels te hoog, veels te luid en vergezeld door het ter aarde kletteren van een gevulde vork vol met slagroomsoes. Hij staarde haar aan, voordat hij bedacht dat zijn reactie waarschijnlijk als iets te overdreven zou worden opgemerkt, wellicht zelfs opvallend, nee – verdacht overdreven, en hij zijn vork vlug weer van zijn bordje griste.

Ik bedoel…” voegde hij er op een stuk zachtere toon aan toe, zijn ogen neergeslagen en met een rode blos op zijn wangen. “… Miss… Evangeline Lennox?” Hij stopte de hap in zijn mond en kauwde deze gauw weg in een poging de situatie weer glad te strijken, om zijn vlug kloppende hart het enige te doen zijn dat nog was overgebleven van zijn uitglijder. Maar… ze zou dit niet menen, toch? Haatte ze hem zo erg dat ze Eva aan haar zijde wilde als hij haar het ja-woord moest geven? Was dat zijn straf voor te laat komen, voor zijn onwelwillend gedrag en ongepaste opmerkingen? Had ze dit zelf bedacht, of een ander – was het soms Daniella geweest die haar dit had geopperd om hem terug te pakken, om zijn hart nog meer te laten breken dat hij nooit meer met die ander samen zijn kon? Keane bracht zijn blik terug naar haar onschuldige groene ogen, omringd door dat vlassige blonde haar. Opzet of onschuld? Hij vond haar lastig te lezen, zoals altijd. Een tweede angstaanval overviel hem toen hij bedacht dat hij dit zijn grootvader uit moest leggen. Hij nam maar gauw nog een hap taart.

 

“Dat is een eh… onverwachte keuze” sprak hij, zijn woorden wikkend en wegend, maar het niet kunnen latend om zijn reactie enige background te geven. En, omdat hij het toch niet kon laten: “Hoe eh.. kom je daar zo bij?” 

Share this post


Link to post
Share on other sites

“Z’n zusje,” zei Josephine, terwijl ze probeerde om haar verbijstering over Keane’s tempo en overduidelijk genot wat betreft de taarten verborgen te houden. Ook zij liet zich inmiddels maar een tweede stukje opscheppen, ten dele om met hem mee te doen, ten dele omdat lege bordjes altijd raar stonden op een tafel (Josephine is geen geharnaste kruisridder jegens verspilling van voedsel, nee nee.) Ze wist nog steeds niet van welke taart precies, en toen ze een hapje nam bleek dat ze deze net ook al gehad had – oh, maakte niet uit ook, het was een lekkere smaak, wat het ook was. Keane was hier zo enthousiast over, bizar enthousiast over, dus de catering leek een beslissing die ze heel goed in de handen van haar toekomstige echtgenoot kon achterlaten.

 

Zo lang die handen tenminste iets vaster waren dan nu.

 

Met grote ogen ontmoette ze de zijne. “Vind je?” zei ze koeltjes. “Ze heeft me – óns – al erg geholpen met de voorbereidingen, het leek me het minste wat ik kon doen. En ook handig als ze er op de dag zelf bij is, natuurlijk.” Ze stak een vork ietsje te geforceerd in haar hap taart. Ze was teleurgesteld: ze had gedacht dat Keane blij zou zijn, dat hij hierin zou herkennen dat ze een toch best wel groot gebaar aan het maken was. Dat ze hun vriendschap goedkeurde ook als ze niet in een positie was om hun verdere onderlinge verhouding te bevorderen. Vond Josie het leuk, in de schaduw van de prachtige, perfecte Griffoendor te staan? Nu, nee, bepaald niet. Maar ze had zich voorgenomen te accepteren dat Evangeline dat niet kon helpen. Al was ze nog niet helemaal bereid om even ver te gaan voor Keane.

 

Sorry, oké, maar ze is best wel seksistisch opgevoed, dus dat ze vindt dat het aan hem ligt achter wie hij aandraaft valt niet echt tegen te gaan. De zwembad-ervaring van afgelopen zomer met Madeline Bowman en consorten hielp waarschijnlijk ook niet.

 

“Ik dacht...” Ze aarzelde. Dit was moeilijk uit te leggen. Zoals zo vaak was Josie-logica niet helemaal daglicht-bestendig. “Nu ja, ze is heel belangrijk voor je geweest en het leek me fijn als we... vrienden kunnen zijn. En als ze er is. Dat we gewoon verder kunnen.” Want het zou toch moeten. 

Edited by Josephine Gordon-Lennox

Share this post


Link to post
Share on other sites

Tenzij Josephine een betere leugenaar was dan hij ooit voor ogen had gehouden, moest hij oordelen dat het onschuld - en niet opzet - was die haar tot het opperen van Evangeline Lennox als bruidsmeisje dreef. Keane ontving haar blik verbluft, verrast omtrent de - wellicht nu ietwat gebutste - goede wil die ze uitstraalde. Eigenlijk had hij geen idee wat Eva precies allemaal had gefaciliteerd omtrent Josephine's bruiloftswensen. Het was een onderwerp dat hij probeerde te vermijden, buiten de afspraken die ze om de zoveel tijd moesten maken. Met Eva was het iets waar hij zich sowieso niet aan wilde branden. Hij schaamde zich al genoeg dat zijn verloofde aan zijn geheime vriendin had gevraagd te helpen zijn eigen bruiloft voor te bereiden, laat staan er zelf ook nog een schepje bovenop te doen door erover te beginnen.

 

Keane ontving Josephine's woorden dan ook stilzwijgend, zelfs zonder te bedenken dat een hap taart het allemaal een stukje makkelijker zou kunnen maken. Eerlijk gezegd had hij verwacht dat Josephine heus wel door zou hebben dat Eva nog steeds belangrijk voor hem was, om het maar in die woorden te stellen, en niet dat ze zich op die zorgzame toon over het meisje zou uit drukken. Het deed hem vermoeden dat ze daadwerkelijk van niets wist. Het probleem daarvan was dat ze het hem in haar kinderlijke onschuld moeilijker maakte dan ze ooit zou kunnen verwachten - en nog dacht dat ze het goede deed ook.

 

Keane nam de tijd om hier voor een moment bij stil te staan. Op zich had hij nu meerdere opties. Hij zou het haar kunnen vertellen, natuurlijk. Hij zou haar de hele waarheid kunnen overbrengen - namelijk dat hij nog steeds van Eva hield en de Griffoendor achter de rug van zijn verloofde om ontmoette - of een halve waarheid - namelijk dat zijn grootvader hem én Evangeline zou lynchen als hij er lucht van zou krijgen dat de roodharige die dag aan het altaar zou verschijnen. Als hij dat niet uitlegde kon hij het alsnog haar verzoek weigeren, dat was nu eenmaal zijn recht, maar dat zou hem al helemaal de boeman maken. Zijn vierde optie was om in te stemmen met zijn verloofdes wensen en het met zijn grootvader aan de stok te krijgen. Dat was de vervelendste optie, maar op zich ook degene die het verste in de toekomst lag. Het zou nog maanden duren voordat hij zich naar Cadwgan Castle zou moeten begeven, en in de tussentijd zag hij geen redenen om zijn opa vroegtijdig te moeten lastig vallen met dit soort kleinigheden. En daarbij was het risico dat als hij zijn verloofde probeerde tegen te gaan, met of zonder ongewenste informatie, ze de bruiloft vroegtijdig zou afblazen en hij alsnog Owain Cadwgan op zijn dak kreeg.

 

Keane was altijd al iemand geweest die zijn heil zocht bij korte-termijn-beslissingen.

 

De burggraaf slikte, knikte, en gleed toen van zijn kruk af om zich naar de andere kant van de tafel te bewegen. Hij pakte haar hand.

"Sorry voor mijn reactie" sprak hij, en hij meende het echt, want als hij wat tactischer had gereageerd had hij zich niet aan dit soort hypothetische moeilijkheden hoeven branden. "Je mag tot bruidsmeisje benoemen wie je wilt, al is het de minister van toverkunst." Hij grijnsde en boog zich naar haar toe om haar een kus op haar wang te geven. Vervolgens liet hij haar hand los, maar bleef hij bij haar staan en liep hij niet terug naar zijn kruk.

 

"Nog andere eh... onverwachte keuzes waar ik rekening mee moet houden?

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Het was niet dat Josephine letterlijk van niets wist, niet zozeer. Iedereen die zijn ogen een beetje open had zou hebben kunnen zien dat de relatie tussen Keane en Evangeline, in publiek althans, nog niet helemaal gemakkelijk was, zeker niet voor een verloofde jongen en zijn voormalige vriendin. Iedereen zou ook hebben begrepen dat gevoelens niet zomaar over gingen, maakte niet uit hoeveel grootvaders zeiden dat het moest. Josephine was niet blind, noch voldoende overtuigd van haar eigen waarde en respectievelijk de lagere waarde van Evangeline om zeker te weten dat het ene maar een stom jeugdfoutje was geweest en dat zij de ware was: hoewel het haar een plezier zou doen om te denken dat niemand van Keane’s stand oprecht zou kunnen vallen voor iemand als Evangeline, was de aanhoudende verliefdheid van haar eigen broer voor hetzelfde meisje eigenlijk al een teken aan de wand. Erger nog, ze kon zelf een verliefdheid op Evangeline Lennox heel goed begrijpen.

 

Misschien iets te goed, maar dat had ze zelf gelukkig ook niet door.

 

Enfin, ja, ze kon het goed begrijpen, want Evangeline was lief, en vrolijk, en creatief, en – laten we wel wezen – ronduit mooi. Daarom ook dat ze aan het proberen was om op vriendschappelijke voet met haar om te kunnen gaan. Haar ouders mochten bepalen wie haar man werd, maar ze had geen zin om dankzij hun beslissingen eveneens vijanden te moeten accepteren. En... goh, Josie was altijd al een ster geweest in het opzoeken van de minst pijnlijke verklaring. Dus hoewel ze zag dat Keane en Eva nog niet comfortabel met elkaar omgingen, ging ze ervan uit dat dat was omdat er nog oud zeer zat, misschien omdat Keane zich schuldig voelde zelfs – hij had Evangeline beloftes gemaakt (al wist Josie niet tot welke hoogte) en haar reputatie in gevaar gebracht en kon daar nu niets voor betekenen. Dat was heel passend en aardig en dus had Josephine gedacht dat het het beste huwelijkscadeau was wat ze hem kon geven om daar rust over te kunnen krijgen. Ze begon te wensen dat ze toch bij de goud ingelegde verenset was gebleven.

 

“Ha,” glimlachte ze, ongemakkelijk, geïrriteerd door het feit dat ze nog steeds de neiging had om haar hand weg te trekken, wat ze natuurlijk niet deed. “Die zal het wel druk hebben... bovendien, dan verandert ze ons huwelijk straks ook nog in zo’n kussenberg.” Ze trok lichtjes haar neus op, om vervolgens dat te vergeten toen hij haar op haar wang kuste. Het kriebelde, en haar maag voelde wat apart. Dat zouden die vlinders zijn. Al leek het eerder een baksteen. “Uh, nee, dat waren denk ik de verrassingen wel,” zei ze aarzelend. “Heb jij al een taart gekozen? En wat zullen we doen met de rest van het eten? Miss Lennox heeft een neef die we eventueel zouden kunnen vragen.” Nepotisme, het levensbloed van de adel, maar met hoe Keane op Eva had gereageerd wist Josephine niet meer wat hij hiervan zou vinden. Schuchter duwde ze haar bordje wat weg. Het was apart, hoe hij daar was blijven staan, zo heel dichtbij. En waarom.

 

Ze besloot hem maar te kussen.

Edited by Josephine Gordon-Lennox

Share this post


Link to post
Share on other sites

Keane was niet per se met een bepaalde bedoeling naast haar blijven staan. Eerder om haar het idee te geven dat... nuja... hij was niet altijd even goed met woorden, maar hij wilde haar laten zien dat hij niet zomaar wegrende, niet zoals vorige keer. Hij wilde op de een of andere manier uitdrukken dat, hoewel hij nerveus werd van hun gespreksonderwerp, hij in ieder geval voor háár zou kiezen, omdat zijn grootvader het wilde en de consequenties enorm zouden zijn anderszins, ookal wist ze verder van niets.

 

De Zwadderaar was nog half bezig te verwerken voor welke taart hij moest kiezen - ze waren allemaal zo lekker! - om vervolgens te horen te krijgen dat Mr. Lennox hun gehele catering op zich zou kunnen nemen, iets wat hem met gemengde gevoelens ter ore kwam. Hij zou al tot het uiterste moeten gaan om zijn grootvader te overtuigen dat de keuze van bruidsmeisjes geheel was overgelaten aan Josephine, laat staan om een plausibele verklaring te moeten geven voor de aanwezigheid van meer Lennoxen op zijn grote dag. En terwijl Keane bedacht dat hij wellicht schoorvoetend Felicia Harding te hulp zou kunnen schieten daar die altijd voor alles een leugen had klaarstaan - hoewel hij zich afvroeg of ze hem ook hieruit zou kunnen kletsen - boog ze zich plotseling naar hem toe en...

 

Het was beter dan vorige keer. En vorige keer was eigenlijk al niet zo heel erg slecht geweest. Keane reageerde voor een moment verrast, maar wist zichzelf te bedaren en leunde naar voren om haar kus te ontvangen. Hij veegde met zijn ene hand een loszittende, blonde lok achter haar oor en legde de ander ietwat ongemakkelijk op haar zij. Want wat deed hij normaal met zijn handen? Met Eva hoefde hij daar nooit over na te denken.

 

"Ik dacht dat ik je de vorige keer wat had afgeschrikt" sprak Keane zachtjes toen de kus was verbroken. Hij keek recht in haar bruingroene ogen en probeerde niet aan Eva te denken, maar door die gedachtes te verbannen deed hij het toch. "Ik hoop dat ik nu niet weer zes maanden hoef te wachten tot ik je in mijn armen mag nemen." Hij grijnsde charmant, voornamelijk om haar te laten weten dat dat een grapje was en hij het allemaal niet zo nauw meende. En, om dan maar daad bij woord te voegen, boog hij zich naar voren en kuste hij haar opnieuw.

Share this post


Link to post
Share on other sites

De kus was... prima. Het was niet erg, het was niet eng. Het waren twee monden tegen elkaar, twee hoofden dichtbij elkaar, het was de natuurlijke loop der dingen en het was goed beschouwd niets meer en niets minder dan een aanraking. Je kon er van alles meer in lezen, en Josephine deed dat ook graag, hechtte er een waarde aan die misschien niet uitgelegd of verantwoord kon worden, aan het kussen met Keane, of je kon je tot de praktische informatie beperken, en dat begon ze nu een beetje te doen, omdat het eerste niet voor de gewenste resultaten had gezorgd. Het was in elk geval makkelijker dan de eerste kus met Keane, makkelijker omdat een eerste kus in alle sprookjes zat maar niemand had het ooit over de tweede. Makkelijker ook omdat ze inmiddels al iemand anders had gekust, Daniella, en daarvan had ze het een beetje af kunnen kijken. Het was prettiger nu ze die situatie enigszins voor de geest kon houden.

 

Omdat je op meisjes valt, schat.  

 

Hij legde zijn hand op haar zij, wat dus bar weinig voor haar deed, maar ze vond dat dat wel zou moeten en leunde dus maar iets dichter tegen hem aan, reagerend op zijn beweging. Het laatste wat ze wilde was laten merken dat ze dit moeilijk vond. Daarom ook dat toen hij weer sprak ze voor twee tellen haar bedremmelde uitdrukking niet kon verbergen. Hij dacht dat hij haar had afgeschrikt. Dat had hij ook, want ze had er wakker van gelegen, maar dat had hij nooit mogen merken. Ze had iets verkeerds gedaan, als hij door had gehad dat ze dat niet aangenaam had gevonden, en ze wist bij God niet wat. Ze was toch lief geweest? Ze had hem zelfs teruggekust! En hij lachte erbij, en hij kuste haar weer, en hij maakte misschien een grapje, maar Josephine was toch niet helemaal gerust. Waarom was dit allemaal zo moeilijk? Waarom kon dit ene, dit simpele, niet gaan zoals het hoorde?

 

Misschien omdat Keane er niet van hield om dingen te doen zoals ze hoorden. Dat was nogal een trend bij hem, met Eva, met Madeline Bowman, met Beauxbatons, met die stomme brief... Misschien dat als ze Keane blij wilde maken ze dingen ging moeten doen zoals ze hoorden voor Keane. Dus keek ze hem ietwat uitdagend aan, met een blik op zijn hand losjes bij haar middel, zijn andere naar beneden – niet bepaald de innige omhelzing die zijn woorden leken aan te duiden. Misschien omdat hij dacht dat ze daar nog banger voor zou zijn. En misschien had hij daar gelijk in, maar dat maakte dus niet uit. “Dat heb je nog steeds niet,” sprak ze mild, terwijl ze haar theekopje wat verder weg duwde. “Doe dan.” 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Wellicht had Keane de ietwat bedremmelde flikkering in haar ogen moeten opmerken, maar dit is een jongen die het grootste gedeelte van de tijd met zichzelf bezig is - en in dit geval, met het uitoefenen van zijn zoenkunsten op Josephine Gordon-Lennox. Dat was iets wat daadwerkelijk al zijn aandacht vereiste, al was het niet per se heel lastig om haar te zoenen. Het was op zich wel plezierig. Tenminste, totdat hij de kus verbrak en ze haar mond open trok.

 

'Doe dan?' Hij moest moeite doen om - deels van zenuwen, deels omdat hij het oprecht grappig vond - niet in lachen uit te barsten.

"Hier?" vroeg hij, terwijl hij een wenkbrauw optrok en zijn blik voor een moment naar het gezelschap van huiselven trok. De rattenoogjes van de beesten leken plotsklaps allemaal op hem te zijn gericht. Maar Josephine leek het niet erg te vinden, in tegendeel - ze stuurde hem iets wat vast voor haar meest uitdagende blik moest doorgaan en voor een moment was Keane in dubio wat te doen. Misschien vond ze een meute van toekijkende huiselven wel kinky. Wist hij veel. Het was niet echt iets wat in de smalltalk die ze tot nu toe hadden gehad naar boven was gekomen. Desalniettemin was het redelijk eh... ongewoon om dit als terrein te kiezen, zeker omdat de Keukens redelijk openbaar waren en eenieder zomaar binnen zou kunnen stappen. Aan de andere kant.... Voor de zoveelste keer moest Keane, die gewend was om alles in het diepste geheim te doen, zichzelf eraan te herinneren dat Josephine geen Eva was en het niet erg zou zijn als ze 'betrapt' zouden worden. Wilde ze hem misschien testen? Kijken hoe ver hij zou gaan? Zoals altijd vond hij haar lastig te lezen en wist hij niet wat ze nu precies wilde wat hij deed.

 

Keane besloot voor de middenweg te kiezen. Het was wellicht geen slecht idee om haar een beetje bang te maken, om haar wat te imponeren en haar te laten zien waar hij toe in staat was. De Zwadderaar liet zijn blik ietwat begerig over bepaalde delen van haar vallen die hem in de juiste gemoedstoestand zouden krijgen en stapte op haar af. Hij bewoog zijn lichaam zo dicht richting de hare zodat ze wat naar achteren moest leunen om niet geheel tegen hem aan te plakken. Hij legde zijn beide handen aan weerszijden van haar lichaam, zodat ze geheel gevangen zat tussen de tafel en hemzelf, en bewoog zijn lippen richting haar oor.

 

"Er zijn dingen die ik met je kan doen die je niet voor mogelijk zou houden" fluisterde hij zwoel, de huiselven negerend die hem van enkele meters afstand een blik toewierpen. "Op een andere plek, op een ander tijdstip, wil ik je best laten zien hoe en wat - als je durft. Al is het zedelijker te wachten, uiteraard." Hij bracht zijn lippen voorzichtig naar de dunne huid achter haar oor, en kuste haar zachtjes, een spoor naar haar nek afleggend.

 

En nu maar hopen dat ze niet op zijn aanbod in ging, want dan had hij waarschijnlijk iets uit te leggen aan Eva - onafhankelijk van het feit dat hij niet geheel zeker was dat dit dingen waren die hij daadwerkelijk met haar wilde doen. Oeps.

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Tja, wat Josephine van Keane wilde zou mogelijk immer lastig blijven voor hem om te ontcijferen, omdat wat ze van hem wilde en wat ze van hem vroeg over het algemeen twee tamelijk verschillende dingen waren. Ze wilde eigenlijk niets van hem; ze vroeg van hem zijn leven, een leven met haar, omdat dat moest, omdat dat zo was afgesproken. En op kleinere schaal was wat ze van hem wilde het idee dat zij hem gelukkig kon maken, wat betekende dat ze wilde doen, wilde kunnen zijn, wat en wie hij wensen zou. Dus ze wilde wat hij wilde. Behalve dat ze dat nauwelijks verteren kon, en nog minder makkelijk vond om te begrijpen. En ook hier weer ging dat natuurlijk faliekant mis: want wat ze van hem wilde op dit gebied was, goh, een kilometer afstand en briefjes over en weer. Maar wat ze dacht dat hij wilde was zich comfortabel voelen met haar aanraken, kunnen doen waar hij zin in had, en wat ze vroeg...

 

Wat ze vroeg was gewoon een knuffel. Eigenlijk. Want hij had het gehad over haar in zijn armen nemen. Josephine was minder ervaren met knuffels dan de meeste van haar afdelingsgenoten – ze waren niet netjes, een reverence was haar métier, en ze had er een handje van bovendien om lichamelijk contact te mijden – maar het leek nooit erg gecompliceerd. Een knuffel van Keane, of zijn armen om haar heen, als dat was waar hij op gehoopt had dan was dat nog wel iets wat ze dacht te kunnen leveren.

 

Dit...

 

Aaargh.

 

Iemand in je armen nemen klonk goed. Klonk romantisch. Klonk gepast. Dit, wel, letterlijk was ze in zijn armen, en nergens anders meer, de tafel in haar rug en zijn langere lichaam tegen het hare, dichterbij dan ze voor mogelijk had gehouden, en ze leunde wat naar achter – al durfde ze dat ook niet teveel te doen anders zou ze weer bang lijken - maar ze zat vast, terwijl hij haar hals kuste. Het was perfect, nietwaar? Waarom voelde het dan alsof de vlinders in haar maag in de fik gezet waren? En het was niet netjes, niet zedelijk, en haar ouders, haar reputatie...

Maar haar ouders wilden dat ze met Keane trouwde. Dat hij kon bepalen wat ze ging doen, en dat ze goed voor hem was. En het was duidelijk wat hij wilde. Dit en taart. Dus. Oké dan. “Dat durf ik wel,” zei ze zachtjes, maar met een schitterende glimlach, want als ze het zei zou het waar zijn. En, omdat ze toch nog niet helemaal af was van de neiging om dit uit te willen stellen, omdat ze daar niet helemaal vanaf kón komen, niet nu ze hier tussen hem en de tafel geklemd zat, “Morgen?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Keane had haar gewoon een beetje bang willen maken, eigenlijk een beetje willen pesten. Het enige wat hij had gewild was aan haar een rode blos te ontlokken, of misschien wat gestamel. Hij had haar een herinnering willen geven waar ze wellicht enkel s'nachts aan durfde terug te denken, omdat het onzedelijk was en dat soort dingen eigenlijk niet hoorden - of nuja, zo stelde hij zich Josephines normen en waarden voor. Natuurlijk dachten ze beiden iets anders bij de zinsnede 'in de armen nemen', maar dat was ook precies waar hij op had geanticipeerd.

 

De reactie die ze hem gaf was echter niets wat hij had willen hopen.

 

"Mórgen??" Hij herhaalde het woord half in shock, een uitdrukking op zijn gezicht die hij niet zo snel verbergen kon. Moest hij morgen...? Hij had er juist zoveel hoop uit geput dat dat moment nog maanden in de toekomst lag! Keane staarde haar aan terwijl hij voor een moment het aanbod overwoog. Het was niet dat hij nooit met andere meisjes dan Eva flirtte, en God wist dat hij wel eens verder was gegaan dan dat - hoe pijnlijk het ook was dat toe te geven. Maar Josephine Gordon-Lennox was geen Daniella Adler, zoveel was wel duidelijk.

 

Keane zweeg terwijl hij paniekerig zijn opties afwoog. Zoals altijd sloeg zijn lange-termijn-overlevingsmechanisme in, en was het voor een moment een plausibel idee om in te gaan op haar aanbod en morgen gewoon niet op te komen dagen. Hoe lange-termijn die oplossing was, was wellicht aan vraagtekens onderhevig maar... Zou ze het sowieso menen? Misschien zou zij niet eens komen opdagen! En waarom was ze niet eens een tikkeltje geïmponeerd? Ze keek zo.. vrolijk! Wellicht wist ze niet eens waar ze het over had, maar Keane vond dat moeilijk te geloven. Waarom zou dit meisje in 's hemelsnaam ingaan op zijn aanbod? Als ze gevoelens voor hem meedroeg die sterk waren als dat, had ze die de afgelopen maanden dan niet wat meer kunnen laten zien? En als haar gevoelens minder sterk waren - waarom morgen?

 

"Ik zou het niet aandurven om ons contract met God reeds morgen te verbreken en onze zielen op zulke wijze tot in de eeuwigheid te bezoedelen" sprak hij luchtig, zichtbaar terugkrabbelend maar met de uiterste intentie om er nog iets van te maken. Goddelijke hemellichamen boden in dit geval waarschijnlijk de beste uitkomst. Hij nam iets meer afstand, voornamelijk om zichzelf wat meer ademruimte te geven en hield zijn hoofd wat schuin. "Ik vind het ook lastig om te wachten, mijn liefste..." Keane slikte voor een moment opgelaten voordat hij verder sprak, want zelfs voor Eva had hij niet heel erg veel koosnaampjes en voor Josephine was het op de een of andere wijze nog tien keer lastiger om dat soort dingen over zijn lippen te verkrijgen. "... maar laten we hoop uit elkaar putten. Eh..." De jongen keek vlug om zich heen voor een ander gespreksonderwerp en vond die midden in hun bruiloftsplannen. "Hadden we nu al een definitieve keuze voor de taart?"

Edited by Keane Cadwgan

Share this post


Link to post
Share on other sites

Voor de tweede keer vandaag deed Josephine haar uiterste best om iets liefs voor Keane te doen, en voor de tweede keer – voor haar gevoel – smeet hij het in haar gezicht terug zonder enige logica. De eerste had ze weggeslikt, maar deze was lastiger. Waar ze het immers bij het vragen van Evangeline als bruidsmeisje en huwelijksplanner nog half en half aangenaam had gevonden ten behoeve van haar eigen geweten was dat hierbij geenszins het geval. Ze wist gewoon dat haar geweten tegen haar zou schreeuwen van het begin tot het bittere eind van de activiteiten waarbij ze zich nauwelijks een voorstelling kon maken. Want dit was allemaal niet iets wat ze hoorde te doen, ze hoorde op haar reputatie te letten, ze hoorde haar eer te beschermen, ze hoorde... en het was ook niet iets wat ze wílde doen want van Keane die over haar heen stond en haar tegen de tafel drukte kreeg ze het al Spaans benauwd (dus eigenlijk precies wat de Zwadderaar gewild had, ha, als hij het geweten had zou hij vast tevreden zijn over het resultaat.)

 

Maar naast horen en willen was er ook nog moeten en ze had zichzelf er inmiddels van overtuigd dat dit moest. Om Keane tevreden te maken. Om hem niet het idee te geven dat ze zich ging laten afschrikken. En nou had híj de proverbiale staart tussen de benen.

 

Had ze dat helemaal begrepen, dan had ze er zelfs nog opgelucht over kunnen zijn. Dit was niet wat hij wilde dus was het niet langer wat moest, en ze wilde niets liever dan wachten tot na het huwelijk, of voorbij het huwelijk, of voor eeuwig – behalve dat ze toch wel echt getrouwd wilde zijn en kinderen zou ook wel moeten – dus dat Keane zich hier niet comfortabel bij voelde was een klein geschenkje van de God aan wie hij refereerde maar in wie zij daadwerkelijk vertrouwen had. Maar ze snapte het niet; want van het ene moment tegen haar aan ging hij het volgende moment naar ‘hoop uit elkaar putten’ en hij zei ook dat hij het moeilijk vond om te wachten en ze geloofde hem half. Dus classificeerde ze dit weer als ‘Keane weet niet wat hij wil’ en dat begon ze echt vervelend te vinden.

 

Plus, ze voelde zich nu soort van slecht, omdat zijn woorden haar terecht hadden gewezen, en van het ene op het andere moment leek ze wel een dame van lichte zeden, terwijl ze alleen maar had geprobeerd te doen wat hij met alle meisjes deed. Ze kon zich maar moeilijk voorstellen dat hij tegenover Evangeline, Daniella of zelfs Madeline over dure beloftes aan de Heer was begonnen.

 

Koel voor haar doen schudde ze dus haar hoofd. “Nee, maar dat –“ ze had over durven willen beginnen, slikte en vermeed het plotsklaps gevaarlijke woord, “vertrouw ik wel aan jou toe. Schat.” Niemand kon onaardiger ‘schat’ zeggen dan Josephine Gordon-Lennox. Ze had jaren oefening met vriendinnen die haar gezelschap niet waardig waren. “Eerlijk gezegd voel ik een lichte hoofdpijn opkomen.” Ja, mocht je het je afvragen, ‘lichte hoofdpijn’ was Josephine voor ik-ben-gods-gloeiende-kwaad-op-je. ’t Was misschien maar goed dat Keane die code nu al eens kon ontcijferen, al was het tegelijk geen teken van voorspoed dat het al voor hun huwelijk zo ver was gekomen. “Ik denk dat ik maar even zal gaan liggen. Je hoeft niet mee te lopen, ’t is vlakbij.” Dus laat me los.

 

Nu, graag.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Keane, die al enige afstand van haar had genomen, zette behoedzaam nog een stap achteruit en keek haar ietwat hulpeloos aan. Hij had een fout gemaakt, zoveel was wel duidelijk. Hij had íets gedaan waardoor ze nu direct weg wilde, enkele seconden nadat ze had gevraagd of hij niet direct morgen... Tsja, hij was niet op haar uitnodiging ingegaan, maar hij had ook niet werkelijk gedacht dat dat was wat ze wilde - al begon hij nu te twijfelen. Het was echter zo absurd, zo'n vreemde reactie op zijn woorden, en werkelijk iets wat hij nooit had willen uitlokken. Echter, nadat hij haar van dat zinkende schip had gered nam ze het hém ook nog eens kwalijk, en wel op zulkse wijze dat het hem duizelde en hij gewoonweg niet wist wat hij hiermee aanmoest. Taart - kijk, dat was duidelijk. De aardbeientaart had altijd al op nummer één gestaan. Waren vrouwen maar zo gemakkelijk als aarbeientaarten.

 

"Als... dat is wat je wilt" sprak Keane verward doch ietwat koel, want de Burggraaf had lange tenen en al snapte hij niet geheel wat er zojuist was gebeurd, alsnog nam hij het haar ergens kwalijk dat ze niet gewoon op een normale wijze uitlegde wat ze nu precies van hem wilde. "Weet je zeker dat ik niet moet meelopen? Ik doe het graag..." Of nuja, hij zou het doen omdat hij dacht dat dat was wat ze van hem wilde, iets wat ze op het moment tegensprak maar dat kon ook vanalles betekenen. "Wacht, ik pak even mijn spullen." En vlug begon hij zijn eigendommen in zijn tas te stoppen, hopelijk voordat ze zonder hem vertrekken zou.

Share this post


Link to post
Share on other sites

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×