Jump to content
Sign in to follow this  
Tristan Johnson

[1835/1836] Bezweringen ft Verweer/ 6 & 7e jaars - Haunted house

Recommended Posts

Op een dag zal mijn post met Pippa niet beginnen met 'Vandaag was Pippa chagrijnig want ze haatte de hele wereld', maar vandaag is nog niet die dag. Want Pippa was chagrijnig, want ze haatte de hele wereld. De hele wereld die op dit moment bestond uit Tristan Johnson en Eli Montgomery. Van één van de twee leraren was ze sinds vorig jaar al af, maar helaas had ze nog wel Bezweringen… en helaas betekende dat dat ze alsnog midden in de nacht uit haar bed werd gesleurd (enigszins letterlijk, want ze had zich wanhopig vastgeklampt aan het matras en die was nu gescheurd door haar scherpe nagels) om een soort survival nacht te houden in de kerkers.

 

Are you kidding me?

 

"Professor!" brulde Pippa boos, maar de twee mannen waren al verdwenen. Chagrijnig liet ze zichzelf op de vloer zakken, met een deken stevig om zich heen gewikkeld. "Ik doe niet mee," kondigde ze aan, meer voor de andere leerlingen dan de leraren, want die waren toch verdwenen. "Dit is stom."

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ergens had Charlotte een gloeiende hekel aan de zomervakantie. Goed, ze vond het best leuk om geen school te hebben, om niet langs alle kanten om de oren te worden geslagen met saaie informatie en saaiere verwerkingsopdrachten, om niet vroeg te moeten opstaan om toch maar op tijd te zijn voor een les waarin ze dan alsnog half in slaap viel, maar al de rest was wat minder. Want de zomervakantie kwam neer op drie lange, lange maanden waarin ze zichzelf zowat moest bezighouden. Ja, ze kon afspreken, maar dat moest ze afspreken en ze hield toevallig van spontaan mensen lastigvallen als ze daar behoefte aan had en helaas was dat redelijk lastig als je vijftien was en op een eiland woonde. Strikt genomen leefde iedereen die ze kende op een eiland, dus dat maakte op een eiland wonen naast een eiland ergens nog zieliger. Kon ze echt niet op een iets groter eiland geboren zijn?

 

Maar goed, die drie maanden waren over en natuurlijk betekende dat dat ze door haar overmatig menslievende september heen moest. Wat neerkwam op een Charlotte die een maand lang niemand met rust liet, sorry, tegen oktober was ze weer de oude, echt waar, dit was een tijdelijk iets. Maar! Eerst moest ze er dus doorheen. En ja, dat maakte dat ze Morgan tegen twee uur ’s nachts op de eerste schooldag nog niet met rust liet – sorry, sorry, als hij in slaap was gevallen, had ze de hint wel begrepen – want ze had hem gemist en briefverkeer was niet genoeg, simpelweg niet genoeg, en nu moesten ze even inhalen.

 

Alleen jammer dat professor Johnson noch professor Montgomery daar heel veel boodschap aan had en nu stond ze dan lichtelijk verdwaasd naast Morgan in de kerkers omdat ze er niet snel genoeg vandoor was gegaan (nee, ze was niet te aanhankelijk, ga weg) of zoiets. Het was vast een goed teken dat ze kon doorgaan voor zestien, toch? Maar verder, eh, had ze ook niet echt al te veel behoefte aan een survivallesje om twee uur ’s nachts. Nu ja, heel erg was het parcours of wat het dan ook precies was vast niet, anders was het vast wel een probleem geweest dat ze de les mee in was gekukeld zonder er echt over na te denken.

 

 Ze had in ieder geval haar toverstok bij, bedacht ze zich, tijdens de uitleg, een uitleg die ze meer gebruikte om de twee jaren boven haar eens nieuwsgierig te bezien. En toen waren de leraren ineens weg, verkondigde Philippa Adams dat ze niet ging meedoen en wendde Charlotte zich naar Morgan, want eh, ja, sorry, dat vond ze leuk. Hé, als ze dan echt één van zijn lessen ging volgen – wat eigenlijk best stalkerachtig klonk, nu het er zo cru stond, maar dat vond hij vast niet erg – kon ze net zo goed het aanvankelijke plan van de dag verderzetten, toch, meer vloeken dan oorspronkelijk gedacht of niet.

 

‘Ik wil wel meedoen!’ verkondigde ze, want zelf was ze niet zo chagrijnig (woeh!) en na die aankondiging verstrengelde ze haar vingers met de zijne en zei ze: ‘Laten we eens gaan zien wat ze zoal bedacht hebben!’

Share this post


Link to post
Share on other sites

Yelena was hoogzwanger. Holy shit, zijn vrouw was hoogzwanger en hij was om 2 uur 's nachts bezig met een les op Zweinstein. Een extreem coole les, dat wel, maar er knaagde toch iets aan hem dat hij nu niet thuis was. Stel dat de baby nu kwam - wat dan? Ja, hij wist ook wel dat Yelena gek van hem zou worden als hij nog verstikkender ging doen dan hij nu al deed. Hij wist ook wel dat ze een zelfstandige vrouw was. Hij kon zich echter niet voorstellen dat magie haar zou kunnen redden als ze in paniek was. Hij probeerde de gedachten van zich af te zetten terwijl hij zich bedacht dat hij zo snel mogelijk thuis zou zijn en dat er genoeg mensen waren om te gaan helpen, mocht het toch zover zijn. Als hij heel eerlijk was dan zag hij Yelena er ook wel voor aan om het kind gewoon zelf te krijgen en hem trots op te wachten met baby als hij thuis kwam: "Kijk eens, had ik helemaal geen man voor nodig!" Tja, zo zou het normaal gesproken gegaan zijn. Maar met kinderen was Yelena nu eenmaal iets anders...

 

Deze les stond al een hele tijd gepland en het was helemaal Eli's ding. Toen hij ja zei, had hij er echter helemaal niet aan gedacht nu in deze situatie te zitten. Hij voelde zich enorm schuldig en probeerde zich verwoed te focussen op de leerlingen. Als er eentje dood zou gaan, ging dat nu ook niet echt helpen. En Eli kon ook niet weten dat zijn kind pas over zes dagen geboren ging worden. Terwijl hij zich in een hoekje zorgen zat te maken, zag hij de klopgeest die ze speciaal voor deze gelegenheid hadden losgelaten voorbij vliegen. Hij lette er niet echt op. Als er iemand ging gillen, dan zou hij wel in actie schieten.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Een vriendinnetje hebben was een concept wat tot Morgan nog niet geheel en al was doorgedrongen. Het was zo atypisch voor hem, iemand te hebben die niet alleen niet geneigd was om te vergeten dat hij er was, maar die hem ook nog eens kwam opzoeken voordat hij kon vergeten dat zij er was – niet dat hij dat kon, want hij zou Charlotte niet makkelijk kunnen vergeten, maar bij wijze van spreken dan. Hij wist dan ook nog niet precies hoe hij verwacht werd om met deze nieuwe ontwikkelingen om te gaan. Hij had zich ingelezen (vanzelfsprekend, Morgan was een Ravenklauwer en dat betekende dat hij elke nieuwe vraag die maar bij hem op kon komen over het algemeen zou beantwoorden door te beginnen in de bibliotheek en dan te vergeten waar hij naar op zoek was geweest) en tijdens de vakantie had hij niet alleen heel trouw geschreven (een ietwat valse start, maar ja, hij kon zich nog herinneren hoe vervelend Charlotte het gevonden had toen Alois haar een zomer lang had genegeerd, en hij was niet van plan de fouten van zijn broer te herhalen) maar ook af en toe afgesproken voor een klassieke date die hij ergens uit een boek had gevist, want dat leek een beter plan dan improviseren.

 

Ze hadden niet vaak kunnen afspreken, echter. Morgan noch Charlotte konden al Verschijnselen, Morgan zou het dit jaar leren (hij had gespaard voor de Verschijnsellessen, door het tijdens het afgelopen jaar verkopen van een aantal van zijn gezondheidsproductjes; een ware uitvinding was een creme die hij eigenlijk gemaakt had om wonden te verzorgen maar waarvan eigenlijk vooral je huid mooier werd, voor wonden verzorgen was hij niet ideaal aangezien hij je wonden heel mooi opknapte – feller rood enzo) maar ja, daar hadden ze nu natuurlijk nog niets aan. Charlotte had een liefdevolle moeder die haar vast wel ergens af wilde zetten, maar vanwege Redenen, Alois met naam en toenaam, nodigde Morgan haar liever niet thuis uit. Alois vooral, maar eerlijk gezegd ook omdat het Wydeville-huis ah, karakter had, en hij wilde eigenlijk niet weten hoe Charlotte zou reageren op de skeletten in de tuin en de schaarste van ramen, enzo. Hij had geen hekel aan het huis van zijn ouders, aan zijn familie, maar het knagende gevoel bleef dat het... ook anders kon.

 

In elk geval, ze hadden elkaar dus weinig gezien, en Charlotte wilde inhalen, en Morgan had geen bezwaar, en als je docenten je niet waarschuwden als ze je midden in de nacht naar de les mee kwamen sleuren dan konden ze ook niet verwachten dat je in je ochtendjas en pantoffels naast de klok op ze zat te wachten. Er was geen tijd geweest voor discussie en wel. Nu was Charlotte hier. Dus nu werd deze date vast improviseren. En nog avontuurlijker dan een wandeling bij de Wydevilles thuis.  “Ik denk niet dat je veel keus krijgt,” zei hij, beduusd, terwijl hij de gang in keek waarheen de leraren verdwenen waren, maar haar hand lag in de zijne en hij kon het niet heel erg vinden. “Welke kant wil je op, zullen we kijken of we bij de keukens kunnen komen? Kunnen we nog iets voor jou meenemen?” informeerde hij bij Pippa, aangezien die luidkeels verkondigd had dat ze niet mee zou doen. “Wat doe je eigenlijk als er hier iets gebeurt? Dat kan denk ik ook best.” Hoe ver ging ‘niet meedoen’? 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Waarom trok Pippa toch eigenlijk altijd mensen aan die ondanks haar overduidelijke chagrijnigheid en afstandelijkheid, alsnog hun best deden om aardig te zijn tegen haar? Pippa wist eigenlijk niet wat ze ermee moest. Aan de ene kant was het stiekem precies wat ze verlangde, maar gezien ze dat weigerde toe te geven, aan zowel zichzelf en de buitenwereld, kwam ze eigenlijk vanzelf aan de andere kant: konden ze haar niet gewoon met rust laten?

 

"Nee, ik wil niets," sneerde ze naar de Ravenklauwer en naar zijn stomme vriendinnetje, die elkaars hand vasthielden. Gatver. Zij had nog nooit David's hand vastgehouden en ze waren verloofd! "Als er hier iets gebeurt, ga ik klagen bij de schoolhoofden."

 

We zullen het maar niet hebben over hoe nutteloos dat was.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Charlotte was niet goed met chagrijnige mensen. Of tenminste, ze hield van humeurige mensen als haar eigen humeur zich eveneens ergens onder het nulpunt bevond, want dan kon je samen zeiken en de wereld haten, maar als ze zelf niet slechtgehumeurd was, kon ze er niet zo goed mee om. In ieder geval niet als het slechte humeur niet één, twee, drie opgelost raakte als ze eens lief lachte. Ja, nee, ze was niet al te bekend met het fenomeen Philippa Adams, maar na deze introductie hoefde ze het vervolg erop al niet meer, godallemachtig, zo erg was het nu ook weer niet! Het was gewoon een les om twee uur ’s nachts en dat was kut, op zich, maar eh, ja, dikke pech dan, je kon er net zo goed het beste van maken. Toch?


 


Oké, strikt genomen had Charlotte gemakkelijk praten, want ze had niet in bed gelegen en ze voelde zich nog niet eens moe, maar alsnog. Je kon je tijd besteden aan oftewel heel hard zeiken over alles en ondertussen aangevallen worden door van die leuke spreuken die Zweinsteins favoriete leerkrachten hadden gedeponeerd in de kerkers, oftewel blij zijn met je gezelschap en alsnog tussendoor aangevallen worden door precies hetzelfde van precies dezelfde favoriete leerkrachten. Zie je, dan was de juiste optie kiezen echt niet zo moeilijk. Kon best zijn, hoor, dat niet elk gezelschap geweldig was, maar ze was hier omdat Morgan hier was en dan ging ze zelf echt nergens over zeuren.


 


‘Oh, maar het is toch de bedoeling dat er wat gebeurt?’ vroeg ze, meer in het algemeen dan aan onze favoriete chagrijn van de dag. Wat, als ze dan echt iedereen zo midden in de nacht gingen wakker maken, dan mocht er minstens wat spectaculairs gebeuren, toch? Als er niets gebeurde, was dat ook weer zo saai. Maar goed, chagrijnige tienermeisjes, ook al waren ze knap en was je jaloers op hun gezicht, waren gewoon van die te negeren wezens, want ze hadden het prachtige talent alles voor de beïnvloedbare wezens onder ons te verpesten en dat was ook weer zo’n zonde van de nacht.


 


‘De keukens klinkt goed!’ Dat klonk… te enthousiast, uiteindelijk, voor een klein idee als dat, maar ach, of ze nu overenthousiast was over de keukens of niet, maakte niet uit en de kans dat men doorhad dat het was omdat je je ergerde aan iemands slechte humeur en je zo’n overcompenserend geval was, was ook weer zo miniem. Hopelijk. Vast. ‘Kom, laten we gaan,’ zei ze er vlak na, snel, en ze trok hem mee, want Morgan meetrekken was leuk. In het algemeen, trouwens, niet alleen nu.


 


En laten we er vanuit gaan dat Ann het niet erg vindt dat ik haar godmode, nee toch, bedankt, en dit wordt een heel pijnlijke zin als ik teruggefloten wordt, maar daarvoor hebben we handige bewerkknopjes en de halsstarrige overtuiging dat iemands geheugen nog altijd geen bewijs was voor dit soort gedoe. Maar! Laten we daar dus vanuit gaan, vooraleer ik een anakoloet van formaat op de wereld loslaat, en een hoek later was er, heel gezellig allemaal, vuur uit de muren (want uit Lily’s introductiepost stelen is leuk en ik ben niet creatief, valt dat op) en wist ze niet precies wat ze moest doen.


 


‘Weet je, ik heb die waterspreuk van voor de zomer nooit echt onder de knie gekregen,’ meldde ze. ‘Jij wel?’


Share this post


Link to post
Share on other sites

Ann vindt het nooit erg om gegodmode te worden. Wacht, nee, dit is een topic met Lily erin. Dus die neem ik terug.  Maar dit keer vind ik het in elk geval niet erg. Ahem.

 

Ook Morgan gaf Pippa Adams al vrij snel op. Hij was van nature een vriendelijke jongen, en nooit te beroerd om zijn medemens een handje te helpen, maar dan moest dat medemens wel geholpen willen worden. Aan hier te blijven zitten sikkeneuren had niemand wat. De leraren hadden, zij het op ietwat onconventionele wijze, een fascinerende les voorbereid, die bovendien toch wel ging gebeuren, of je het nou goedkeurde of niet, dus je kon er net zo goed een beetje van gaan genieten. Bovendien – en dit was het moment waar Morgan van ‘vriendelijke jongen’ terugviel in ‘ook maar een mens’ – Charlotte was hier. En ze was wel enthousiast, en ze was aan het lachen, en ze zag er heel mooi uit als ze lachte, en met een lachende Charlotte zag Morgan eigenlijk niet de behoefte danwel de noodzaak om zich uberhaupt nog met wie dan ook anders bezig te houden.

 

Enneh, Alois was vast ook bij deze les, dus hoe eerder ze weg waren, hoe beter.

 

Hij liet zich dus meer dan gewillig meetrekken, even weer verloren in dat momentje waarin hij zijn eigen geluk nauwelijks kon geloven, dat een meisje als Charlotte hem ergens mee naar toe wilde nemen, dat ze hem mee wilde trekken zelfs, wat op de een of andere manier het ‘samen iets willen doen’ nog eens zo duidelijk maakte.

 

En vervolgens kwam er vuur uit de muren en was dat ook weer interessant. “Jawel,” knikte hij, en hij viste zijn toverstok uit zijn zak. “Maar eerst wil ik iets proberen... je kunt best een eindje naar achter gaan.” Aan het eind van de gang verscheen een doorzichtige muur; aan het begin van de gang, voor hun neus, kroop dezelfde waas langs de muur omhoog. “Ik had gelezen dat vuur lucht nodig had,” vertelde Morgan overigens terloops aan Charlotte, “en ik denk – ah.” Het vuur doofde – Morgan grijnsde. “Al ben ik wel benieuwd of het zo blijft als ik dit weghaal.” Hij voegde de daad bij het woord en duwde vervolgens razendsnel Charlotte uit de weg, half bovenop haar landend terwijl het opnieuw verlichte vuur achter hen aan dook. “Ehm.” Hij keek haar opgelaten aan. “Het is wel uit nu, geloof ik. Heb je je pijn gedaan?”

Share this post


Link to post
Share on other sites

Gehoorzaam deed Charlotte een stap of twee naar achter toen hij dat vroeg en hoewel ze niet helemaal mee was met wat hij zoal deed, volgde ze het hele spektakel wel met haar ogen. Nu ja, spektakel. Alois had overal een spektakel van gemaakt en daar was hij ook goed in geweest. Want Alois was spectaculair, dat kon ze zonder rancune meegeven, maar ze was zelf al dramatisch genoeg voor twee, dus aan spektakel had ze geen gebrek en Morgan… Morgan was niet dramatisch, spectaculair evenmin, maar dat was waarschijnlijk ook maar beter, in combinatie met haar. Want hij doofde het vuur, gewoon omdat dat toevallig was wat er diende te gebeuren. Het was verfrissend, ergens, fijn om iemand in de buurt te hebben die simpelweg de schouders ophaalde en verderging.

 

En toen kwam Morgan half op haar, wat op zich geen slecht ding was – hey, je vriendje in de buurt was nooit verkeerd, toch, tenzij je boos op meneer was, maar ik kan me eigenlijk niet herinneren of Charlotte ooit boos is geworden op Morgan, dus dat is vast irrelevant – en ergens was er een heroïsche redding gebeurd of iets dergelijks (waarover we natuurlijk niet heroïsch gaan doen, want anders is mijn hele eerste alinea nutteloos en ik bedoel, dat is die ook, maar dat hoeven we niet te erkennen) en nu kreeg ze de vraag of ze zich pijn had gedaan.

 

Eh. ‘Nah,’ antwoordde ze vrolijk, zo vrolijk als je enkel om twee uur ’s nachts kon zijn. Goed, nee, dat was niet het hele plaatje: zo vrolijk als je enkel om twee uur ’s nachts in de buurt van je lief kon zijn nadat die had besloten wat met vuur te spelen omdat dat er nu eenmaal was en je zelf niet zo goed wist wat je moest doen. Ta-da! Dat was de situatie dan. En het was, eh, apart, kon ze best toegeven. Als eerste schooldag kon het tellen. Maar dat was er het leukste aan, eerlijk gezegd, dat simpele feit dat het raar was en dat het alsnog echt gebeurde en het was dat type onbezonnen opgewektheid dat hier speelde. Kijk eens, daar had ik ook maar mooi een hele alinea voor nodig.

 

‘De keukens waren…’ Ze keek eens speurend om zich heen. Nu, of ze nu naar de keukens gingen of niet, dat vond ze niet zo belangrijk, maar in de buurt van vuur zijn was gewoon niet haar favoriete hobby. Ook al deed Morgan dan aan vuur verstikken of zo, wat hij dan ook precies gedaan had. ‘…die kant uit?’ Eh, ja, dat dacht ze in elk geval – ze kwam hier niet vaak genoeg om het zeker te weten en dan al helemaal niet als ze nog even op leuke boobytraps of vloeken of wat Johnson en Montgomery dan zoal hadden bedacht moest letten.

 

En toen vloog de klopgeest gezellig voorbij die Milou in haar post heeft vermeld, want ik ben een kleptomaan. Of meesterdief. Wat je maar wil. Charlotte keek het spook in kwestie een beetje beduusd na toen het voorbij zweefde. ‘Is dat een klopgeest?’

 

Ik bepaal even voor het gemak dat het vijfde jaar zo’n leuk jaar is waarin je alles leert, oké, top, bedankt, het is te laat om me hier echt mee bezig te houden.

 

‘Wat is de kans dat die op weg is naar iets leuks?’

Share this post


Link to post
Share on other sites

Dit was het beste idee ooit bedacht Tristan zich want hij hoefde niks zelf te doen en toch hadden zijn leerlingen een leuke les. Ja hij was er echt in de veronderstelling dat veel leerlingen dit wel leuk zouden vinden als ze door de eerste “neeee ga weg ik wil slapen’  heen waren. En pluspunt hij kon ook nog eens dronken worden. Gulzig nam hij nog een slok drank toen hij zich dit bedacht. En nog maar eentje voor de vorm.

 

En toen kreeg hij een geweldig idee dat totaal niet dom was. “Hey Eli, misschien kunnen we straks zelf ook de tocht doen het lijkt me wel spannend”. Spannend omdat hij van de helft van de trucs niet meer wist waar ze waren dus dan had hij ook nog wat te doen. En het was niet dat hij zo dronken was dat hij straks die ene veilige hoek die hij voor hen gemaakt had niet kon vinden. Het kasteel leek dan wel op elkaar maar kom op hij was Tristan Johnson. Zweinstein was meer zijn thuis dan welke plek ter wereld dan ooit.

 

En omdat hij nog wel een paar van zijn Trucs kenden stampte hij heel hard op de grond waardoor de hele kerkers begonnen te trillen als een aardbeving. Voor het geval dat er leerlingen waren die dachten dat je gewoon kon blijven chillen. Love you Pippa

Share this post


Link to post
Share on other sites

Nou, ze was tenminste eindelijk alleen. Pippa wikkelde zichzelf nog wat dichter in de dekens die ze had meegenomen en sloot haar ogen. Misschien dat ze nog wat kon slapen. Waarschijnlijk niet, want de stenen vloer lag nou niet bepaald lekker en Pippa was gewend aan zachte bedden waar je een halve meter in weg zakte als je erin ging liggen. Ze dacht graag over zichzelf dat ze een werelds persoon was, die meer wist over het leven dan de gemiddelde medemens, maar haar kennis over 'de echte wereld' viel behoorlijk te verwaarlozen.

 

Uiteindelijk was ze ook maar een verwend meisje met toevallig een ietwat psychopathische familie.

 

En verwende meisjes met toevallig ietwat psychopathische families waren niet gewend aan aardbevingen, dus toen de vloer ineens begon te trillen, slaakte ze een geschrokken kreetje. Ze probeerde zichzelf nog te kalmeren met dat er niets aan de hand was, dat de leraren nooit iets levensgevaarlijks zouden doen (waar heb jij de afgelopen zeven jaar doorgebracht, Philippa?), toen er een steen ineens naast haar neer stortte.

 

Ze slaakte nogmaals een kreet, dit keer een stuk harder, en begon er maar, met dekens en al, vandoor te rennen. Er moest toch wel ergens een veilige plek zijn in die verdomde kerkers?! Nou, niet dus, want plotseling klonk er een harde donderklap en zette een bliksemschicht haar deken in brand.

 

Boos gooide Pippa het ding op de grond en begon ze erop te trappen, terwijl ze zichzelf inbeeldde dat ze op het gezicht van haar leraar trapte.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Gelukkig, Charlotte had zich geen pijn gedaan. Of liever, hij had haar geen pijn gedaan. Misschien was experimenteren in zijn huidige situatie niet het meest briljante idee, achteraf gezien. Morgans experimenten pakten vrij vaak uit in een scenario waarin hij zichzelf in elk geval wel pijn had gedaan. Dat was niet erg, want hij was wel weer te repareren en dan had hij weer een gelegenheid om juist daar wat testjes mee te doen, maar bij Charlotte vond hij dat natuurlijk geen acceptabel resultaat. Hij mocht dan apart zijn, met vreemde emoties op vreemde momenten, en met een absoluut gebrek aan respect voor consequenties van zijn daden voor zichzelf, hij zou Charlotte nooit pijn willen doen. Het was waarschijnlijk het ergste wat hij zich kon voorstellen.

 

Aan de andere kant, het was allemaal goedgekomen en het zou de volgende keer ook wel allemaal weer goedkomen, en stoppen met experimenteren zou zo ongelooflijk zonde zijn van deze ene keer dat de kerkers in een hindernisbaan waren veranderd. Hij zou er gewoon voor zorgen dat hij iets beter oplette de volgende keer dat hij iets probeerde waarvan hij niet helemaal zeker was.

 

“De klopgeest?” vroeg hij, afwezig, terwijl ze weer op weg naar de keuken waren, en hij haar subtiel een beetje aan de kant trok zodat voornoemde klopgeest hun aanwezigheid niet zou opmerken – met de klopgeest had hij al meer dan genoeg geëxperimenteerd en er waren geen betere manieren om hun date te verpesten. Oh wacht, dit was geen date, dit was nog steeds les. “Kleine kans, denk ik. Klopgeesten hebben een heel ander gevoel voor vrijetijdsvermaak dan wij. Over het algemeen komt het neer op met dingen gooien.” Hij keek haar grijnzend aan. “Of ben jij daar toevallig ook dol op?”

Maar vervolgens begon de vloer te bewegen. Morgan hield zichzelf en Charlotte tegen de muur overeind en gebaarde met zijn toverstok: een lange sliert blauwe nevel verscheen op kniehoogte. “Hier, daar kun je beter op gaan staan,” en met moeite zette hij haar erop, net zonder zelf om te vallen terwijl de vloer wederom hard bewoog. Vervolgens klauterde ook hij op de nevel. “Soms vraag ik me af of het ook zo is om op wolken te staan,” zei hij, afgeleid, maar vervolgens richtte hij zich weer op Charlotte. “Wil je nog kijken of we achter de klopgeest aankunnen? Heb je hoogtevrees?” Niet dat dit echt hoog was, maar... nou. Hij deed zijn best, okay. 

Share this post


Link to post
Share on other sites

Charlotte had een aparte interesse voor geesten, waarbij we “aparte interesse” zien als een beleefd eufemisme voor het simpele feit dat ze eerlijk gezegd totaal niet begreep waarom je een geest zou willen zijn. Waarom je je leven zo graag wilde verlengen tot een slechte afgeleide ervan, waarom je jezelf zou willen degraderen tot een flauw afkooksel van een mens, tot een pak nevel met een bewustzijn en dan nog eentje dat je kwijt kon raken voor een aantal jaren als je je grip per ongeluk losliet. Waarom je jaren en jaren naar alle levenden om je heen zou willen kijken, naar hoe zij hun leven leidden en jou negeerden. Ze kon oprecht niet begrijpen waarom je jezelf dat aan zou willen doen. Want… het leek zo verschrikkelijk en verschrikkelijk saai, terwijl het leven juist zo gevuld was met het tegenovergestelde van saai als je het een beetje goed regelde.

 

Oké, de dood leek haar nu ook weer niet zo geweldig, maar… eh, ja. Als je een goed leven had gehad, was er niets mis met de dood. Dan was het gewoon een permanente afsluiter van een mooie tijd. Geesten… sloten niet af. Geesten waren het existentiële equivalent van een slecht vervolgverhaal waarin alle aspecten van het eerste boek werden uitgehold.

 

Toen ze naar de klopgeest vroeg, was het meer uit die interesse, meer uit die eeuwige vraag van waarom geesten het in vredesnaam nog uithielden op aarde – en klopgeesten waren een slecht voorbeeld, in principe, want dat waren geen geesten in de zin van bovenstaande te lang uitgesponnen redenering, maar eh, ja, als je voor de rest niet zo hard in je afdeling thuishoorde, was een net te uitgebreide interesse best op z’n plaats, toch, zo werkte dat – en niet zozeer als in “laten we die klopgeest volgen voor de rest van deze les, want we hebben toch niets beters te doen”, maar… als het antwoord haar als muziek in de oren had geklonken, had ze die route best willen nemen. Niets mis mee. En bovendien, zolang het met Morgan was, vond ze het allemaal prima. Hij was waarom ze hier was, tenslotte, hij was waarom ze niet in haar bed lag; hij had een les te volgen en ze volgde zoveel liever een extra les voor mensen ouder dan zij dan dat ze hem nog wat extra moest missen. Ze had hem al te lang niet gezien, oké?

 

Maar het antwoord klonk haar niet zo bijzonder interessant – dingen gooien was, eh, een leuke bezigheid als je boos was om het één of ander of zo; moest ze eens voorleggen aan Philippa Adams als ze d’r nog eens tegenkwamen – dus dat werd alweer snel genegeerd. Oh, en toen had je nog een aardbeving of zo. Ergens vroeg ze zich af hoe beperkt dit soort dingen precies waren, want eh, ja, als je dat in de leerlingenkamers die zich in de kerkers bevonden ook kon voelen, verschoot je je vast een ongeluk. Maar… vast niet? Hopelijk. Arme eerstejaars dan.

 

En toen had ik vier alinea’s zonder ook maar iets waar mijn allerliefste lezers wat aan hadden. Oeps. Sorry! Ik had even lol. Je mag ze allemaal negeren van mij, hoor.

 

Verbaasd keek ze naar de nevel waar ze op moest staan naar het schijnt en hoewel ze zonder mekkeren meekwam toen hij haar erop zette, staarde ze, eenmaal op… de ja, magische nevel, naar eerder genoemd ding. ‘Geen hoogtevrees,’ bevestigde ze – tenzij ik ergens gigantisch hoogtevrees heb vermeld, maar eh, vast niet, laten we doen alsof ik zulke basale informatie over mijn eigen personages nog net zelf kan onthouden – waarna ze meteen vroeg: ‘Hoe hoog kan dit dan?’

Share this post


Link to post
Share on other sites

"Huh wat? Ja, leuk. Kunnen we doen." Eli had totaal niet opgevangen wat Tristan nu juist had gezegd, maar hij was dan ook met zijn hoofd in een totaal andere wereld. Als hij nu maar knikte en glimlachte, dan zou Tristan ook vast niet door hebben dat hij helemaal niet bezig was met hun les. Ergens knaagde dat wel aan hem, dat ze zo hard hadden gewerkt en toegeleefd naar deze ene activiteit die ze samen zouden doen en dat hij nu tien keer liever ergens anders was. Het knaagde echter veel meer aan hem dat zijn vrouw alleen thuis was en wellicht in haar paniek het huis zou opblazen of zichzelf zou versprokkelen in een poging om hem te bereiken als het zover was. Het feit dat er allemaal vervelende pubers waren die liever in hun deken bleven liggen dan meedoen met hun les, waar ze heel wat overleggen en tijd aan gespendeerd hadden, werkte niet mee. Ineens voelde hij zich geïrriteerd. Hij was hier verdorie terwijl zijn vrouw hoogzwanger alleen thuis was en die verwende pubers apprecieerden hun moeite niet eens. Hij moest er maar eens wat aan doen.

 

De klopgeest was vast niet voldoende geweest en hoewel er inmiddels iets in de fik stond was Eli's humeur nog erger en dus besloot hij de kist die hij tot dan toe had bewaard eens open te doen. Boemannen deden het immers altijd goed wanneer het ging om motivatie van leerlingen om iets nuttigs te doen. En ach, als er iemand ging huilen dan zou hij wel inspringen. Als hij daar zin in had, dan.

Share this post


Link to post
Share on other sites
Sign in to follow this  

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×