Jump to content
Sign in to follow this  
Honey Goodchild

[1835/1836] Even legends die eventually. So try that.

Recommended Posts

15 augustus 1835

 

Het was een bitterzoete dag. Honey wist zeker dat het meer bitter hoorde te zijn dan zoet, maar het voelde niet zo. Haar vader was dood. De man waar ze haar hele jeugd bij had gewoond, was er niet meer. Maar het voelde... als niets. Als heel weinig. Zelfs na al die jaren in zijn huis kende ze hem eigenlijk helemaal niet. Het was nooit de bedoeling geweest dat ze bij hem in de buurt kwam. Hij hield van privacy en stilte. Al die jaren had ze gedacht dat ze enigskind was. Vervolgens had ze George, haar halfbroertje, ontmoet en dat was oké. Ze vergaf het hem dat hij één bastaard had, want het was haar broertje en ze hield van hem. Zoveel zelfs dat ze hem vrijwel adopteerde. Toen kwam ze achter Raoul en de andere Fransen. Het feit dat ze zelf ook een bastaard was en dat ze geen idee hadden hoeveel kinderen er eigenlijk waren.

 

Oh en dan was er natuurlijk nog Tiberius. Cepheus Kingsley-Savage had altijd een ongezonde obsessie gehad met het koppelen van zijn kinderen aan iedereen die hij maar kon vinden. Hij wilde schoonfamilie en kleinkinderen en bespeelde hen dus als poppen. Dat was alles wat ze voor hem waren. Stukken speelgoed die hij af en toe kon komen irriteren met levensadvies en gedwongen huwelijken, maar die hij weg kon gooien als hij er geen zin meer in had om naar hen te luisteren. En Tiberius... Tiberius was zijn grootste fout geweest. Maar dat zou Honey natuurlijk niet tegen hem vertellen. Tegen hem hield ze vol dat hij het enige was dat haar vader ooit goed had gedaan. Ze hoopte dat hij wist dat ze loog.

 

De begrafenis zelf was extravagant, uiteraard. Hij was het hoofd van de Kingsley-Savages en de Kingsley-Savages waren rijk. Er was een orkest van zo’n dertig man, als het er niet meer waren, die zijn favoriete liedjes speelden, maar ze kon niet eens verstaan wat het was. De gigantische ruimte was compleet gevuld met familieleden. Sommigen lachten, sommigen huilden dramatisch, maar niet om Cepheus, sommigen huilden nep, want dat vonden ze interessant. De meesten waren gewoon met elkaar aan het kletsen. Niemand leek echt helemaal door te hebben waar ze waren of wat ze hier deden en Honey had ook niets anders verwacht, maar wat opviel was de eerste rij. Die was namelijk gereserveerd voor een aantal mensen. Zijn kinderen.

 

Terwijl Honey naar het podium liep om haar speech te houden als enige (ahum) dochter, probeerde ze snel de stoelen te tellen. Het waren er te veel. Ze had meer dan de helft van deze mensen nog nooit van haar leven gezien. Honey keek even met grote ogen naar Raoul, die ze ook al heel lang niet meer gezien had. Haar enige volle broer. Wist hij dat er zoveel mensen waren?

 

Ze schudde haar hoofd en stapte het podium op. Honey schraapte haar keel, maar deed niet de moeite om te wachten op stilte, want dat zou er toch nooit zijn. De mensen die zin hadden om te luisteren, kwamen maar dichterbij. Hopelijk sprak ze hard genoeg voor de eerste rij. Die waren tenslotte het belangrijkst. “Mijn vader was een ehm... zeer kleurrijke man. Als ik heel eerlijk ben moet ik zeggen dat ik hem nooit goed heb leren kennen. Hij was een man die hield van privacy en stilte, maar ook heel veel van... reizen.“ Honey keek even naar de kist en moest moeite doen om niet haar ogen te rollen. Wat was ze toch een goede dochter. “Hij heeft me echter een grote familie geschonken en daar ben ik erg dankbaar voor. En natuurlijk mijn...echtgenoot.“ Ze zei het met liefde, maar haar vermoeide uiterlijk sprak waarschijnlijk een ander verhaal. Voor hen die het verhaal kende tenminste. De rest zou het waarschijnlijk niet doorhebben. Dat was goed genoeg. “Hij heeft veel te betekenen gehad voor de levens van heel veel mensen op deze aarde.“ Vooral slechte betekenissen. “En we zullen hem allemaal heel erg missen.“

 

En dat was het. Kort, niet krachtig, maar wel alles waar ze op kon komen. Het was ook niet ingestudeerd. Daar had ze geen zin in. Honey liep terug naar haar plek naast Tiberius en keek een beetje verbaasd op toen het volgende kind gepusht werd om te spreken.

 

Ondertussen probeerde ze de man achterin de zaal met de duidelijke nepsnor zo hard mogelijk te negeren.

 

OOC:
Dit is de compleet echte, totaal niet verdachte begrafenis van Cepheus Kingsley-Savage. Het is open voor de mensen die iets met hem te maken hebben. Al zijn kinderen moeten een speech geven <3

Share this post


Link to post
Share on other sites

Ja, dus… ook George was aanwezig op de begrafenis van zijn eigen vader, wat natuurlijk logisch was, gezien hij officieel was geadopteerd en dus bekend stond als zijn zoon. Maar George vond het maar een rare situatie. Hij had de man eigenlijk nooit zo goed gekend, behalve dat hij trots was toen George hem kwam vertellen dat hij acht kinderen had, en dat hij George twee keer had uitgehuwelijkt en dat hij een heel scala aan eigen kinderen had, maar dat was het dus wel. Maar toch… het ene moment was de man er gewoon geweest, het andere moment niet.

 

Of zoiets.

 

In ieder geval was het goed om Honey weer te zien, ook al was het dan zo'n treurige aanwezigheid. Hij wilde graag met haar praten, maar stiekem was George behoorlijk bang voor haar man, dus in plaats daarvan hoopte hij haar blik te vangen en naar haar te kunnen glimlachen.

 

Maar toen werd hij zelf ineens het podium opgehaald voor zijn toespraak.

 

"Juist ja," zei hij ongemakkelijk, terwijl hij even naar al die mensen staarde. En vooral het gezicht achteraan. "Het leven is kort, blijkt maar weer," begon hij. "Ik heb mijn vader helaas nooit goed kunnen leren kennen, daarvoor hebben we te weinig tijd met elkaar doorgebracht." Na een boze kuch achterin verbeterde hij het snel in: "Met elkaar kunnen doorbrengen. Maar ik zal hem zeker missen met zijn… goede raad."

 

En hij liep snel het podium af zodat iemand anders aan de beurt was.

Share this post


Link to post
Share on other sites

Louise wist niet eens hoe de Kingsley-Savages aan haar adres waren gekomen en ergens vond ze dat heel erg vervelend. Ze was een schouwer. Mensen hoorden niet zomaar aan haar adres te kunnen komen. Dat was potentieel levensgevaarlijk. Niet dat Louise zelf vijanden had en eigenlijk zou ze niet weten wie wanhopig genoeg was om bij haar naar binnen te breken, maar toch. Je wist maar nooit. Veiligheid boven alles! Beter verantwoordelijk dan... Ha, nee, oke, die gedachte kon ze niet afmaken. Niet als ze in het weekend naar Frankrijk vertrok om daar te protesteren zonder dat ze oplette of dat nou wel zo’n goed idee was. Louise was een hele goede schouwer, hoor, echt waar. Ze was gewoon niet zo’n goed mens.

 

Maar goed, ze had een uitnodiging gekregen en nu was ze dus... op de begrafenis van haar vader. Het was vreemd. Vooral omdat ze het in de krant had moeten lezen voor ze de uitnodiging had gekregen. Ze had het meteen aan Mathieu verteld, geen idee of die het al wist, maar verder had ze geen nieuws gehoord. Tot de begrafenis. En toen ze daar was aangekomen... Merlijn, ze wist totaal niet wat ze hiervan moest denken. Aan de ene kant was haar vader dood. Ze wist nauwelijks nog hoe het was toen haar moeder overleed, maar ze wist zeker dat ze verdrietiger was dan nu. Ergens vroeg ze zich af of ze het zich meer zou moeten aantrekken. Of ze misschien zou moeten huilen, want het was toch haar vader en het was vreemd dat hij er nu niet meer was, maar aan de andere kant... Wat wist ze nou eigenlijk van hem?

 

Ze werd naar voren geleid. Naar een plek waar een rij mensen zaten waarvan ze meteen een zwaar verdacht gevoel kreeg. Raoul, Hélène, Mathieu natuurlijk, George... Oh fuck. Dit waren haar broers en zussen. Ze keek ze allemaal even verbijsterd aan en probeerde ze mentaal te tellen. Was dit iedereen? Konden ze dat überhaupt zeker weten? Man, dit was vreselijk. Zie, dit was precies waarom dit allemaal zo vreemd was. Haar vader was dood en dat was verschrikkelijk, maar oh Morgana’s bloed, wat was dit voor poppenkast? En al die familie. Het was overweldigend. Het was verschrikkelijk, maar ze kon het niet helpen om toch een beetje nieuwsgierig en blij te zijn dat ze eindelijk de rest ook zag. En toch. Misschien was het beter om haar verstand op nul te zetten en te wachten tot dit voorbij was.

 

Helaas mocht dat blijkbaar niet. Er waren speeches. Eerst van Hélène of...Honey of hoe ze dan ook heette. Toen van George, waarvan ze wist dat dat de nieuwe erfgenaam was. Allemaal heel logisch uiteraard. Het waren geen mooie, dramatische speeches, maar het was...iets. Al moest ze proberen niet al te erg met haar ogen te rollen tijdens de speech van Hélène. Haar man. Ha. Eikel. Zie als die vrouw nou slim was, dan zou ze doorhebben dat ze een schouwer in de familie had die er misschien wat aan kon doen, maar neeee... “Oh, ik ben gevallen. Ja, voor de dertigste keer. Ja, precies op mijn oog en nergens anders. Ik ben gewoon zoooo onhandig.“

 

Toen ze klaar waren, verwachtte Louise dat nu zijn vrouw aan de beurt was. Iets waar ze zich een beetje zorgen over maakte, want toen ze naar de vrouw keek, leek die niet helemaal door te hebben waar ze was. Maar toen werd zij aangetikt. En werd er naar haar gekeken. Louise stak een wenkbrauw op en wees naar zichzelf. Er werd geknikt. “Eh... Oké dan...“ Mompelde ze, terwijl ze ongemakkelijk opstond en naar het podium liep. “Ehm...“ Begon ze. “Ik... heb mijn vader nooit gekend. En...eigenlijk ook nooit gezien. Hij heeft me een keer een brief gestuurd! Maar ehm.. dat was het. Ik weet eigenlijk ook niet wat ik hier zou moeten zeggen. Hij was vast...aardig? Of zo. Hij leek niet zo... Waarom kijkt die man zo boos naar me?“ En waarom zag hij eruit alsof hij een snor op zijn gezicht had geplakt.

Share this post


Link to post
Share on other sites
Hoe vaker Mathieu gedwongen werd tijd door te brengen met zijn familie, hoe meer hij zich realiseerde dat hij een godsgruwelijke hekel had aan minstens het merendeel van hen. Als het er al niet meer waren. Eerlijk, het liefste zou Mathieu niets met zijn “niet helemaal familie, maar je vader moest zo nodig van bil met hun moeder, dus toch een klein beetje”-familie te maken hebben, maar dat bleek schijnbaar geen optie. Helaas. Daarom zat hij zich ook alleen maar vreselijk aan alles en iedereen te irriteren bij een aangelegenheid die, waarschijnlijk, erg droevig moest zijn. Al scheen de droevige stemming niet écht door te komen. De stemming was eerder uiterst ongemakkelijk te noemen, met een vleugje “God, waarom is hij onze vader”. Of was, dus. 

 

Mathieu bevond zich namelijk, tot zijn tegenzin, op de begrafenis van zijn vader. Als het even kon, was hij niet gekomen, maar dat vond Louise onbeleefd en gezien Louise de enige was waar hij wél een greintje familiale emotie voor voelde, had hij zich maar morrend aan haar gewonnen gegeven en was met een inmiddels permanent lijkende grimas toch bij de begrafenis opgedaagd. Van zijn vader. Als hij niet zo verschrikkelijk chagrijnig was, had hij daar waarschijnlijk om gelachen, want eerlijk, Mathieu had geen flauw idee wat voor persoon zijn vader was. Hij had de man immers precies één keer gezien, toen die had besloten dat hij met zijn zusje maar naar Engeland moest komen. Toen ze eenmaal in Engeland aangekomen waren had zijn vader zich waarschijnlijk nog zo’n drie seconden in hun geïnteresseerd, voordat hij besloot dat hij andere dingen te doen had en ze er zelf wel uit zouden komen. Wat een familiehereniging was dat geweest.

 

En nu was hij dood. Of dat was wat ze allen gehoord hadden. Daarom zaten nu al zijn wettige, maar voornamelijk onwettige kinderen nu hun tijd te verdoen op zijn begrafenis. Om te spreken over een man die de meeste van hen nauwelijks kenden, maar zijn vader had er blijkbaar op gestaan dat élk van hen een woord sprak op deze treurige dag. Het treurigste van deze was waarschijnlijk nog hun gedwongen aanwezigheid hier. Mathieu slaakte een zucht, toen zijn zusje het podium beklom en een verhaal afstak over de man die ze niet kende. Ze was tot nu toe waarschijnlijk de eerlijkste geweest die haar verhaal had gedaan en bekende dat ze hun vader nooit had gekend, of gezien. Iets wat anderen vast ook bekend in de oren klonk. Al scheen één man niet bijzonder onder de indruk van haar verhaal.

 

Eerlijk, Mathieu wilde het liefst het podium weer aflopen, toen hij daar zelf stond om zijn woord te doen en ook toen zag waar zijn zusje het precies over had gehad. Mathieu had zijn vader niet, of nauwelijks, gekend, maar wist hoe de man eruit zag. En hij wist ook dat een slechte snor het kenbare uiterlijk van zijn vader nauwelijks verdoezelde. Dus knarste hij met zijn tanden en zette zijn handen op de spreekstandaard. “Mijn vader was ongetwijfeld een… bijzonder man. Ik zou willen dat ik dat met meer zekerheid kon zeggen, maar dat is helaas niet mogelijk.” Hij rolde even met zijn ogen, voordat hij verder ging. “Het enige wat ik wel kan zeggen is dat hij er in ieder geval voor heeft gezorgd dat er genoeg mensen zijn achtergebleven om over zijn overlijden te kunnen… rouwen.”

Edited by Mathieu Deniaud

Share this post


Link to post
Share on other sites
Sign in to follow this  

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×