Jump to content

Search the Community

Showing results for tags 'prive'.



More search options

  • Search By Tags

    Type tags separated by commas.
  • Search By Author

Content Type


Forums

  • Algemene Informatie
    • Informatie voor nieuwe leden
    • Mededelingen
    • Belangrijke Informatie
    • Personagedossiers
    • Archief
  • Het Hippe Gedeelte
    • Het Stationscafe
    • Het RPG-cafe
  • Zweinstein
    • De Kerkers
    • Het Terrein
    • Het Zwerkbalstadion
    • De Grote Hal
    • Eerste t/m Vierde Verdieping
    • Vijfde t/m Zevende Verdieping
    • Torens
  • Buitenwereld
    • Zweinsveld
    • Londen
    • De Universiteit
    • Engeland en Omstreken
  • Andere Boards
    • Openstaande Topics
    • Zottenboard

Calendars

  • OOC Kalender

IC Burgerlijke Staat


Beroep


Basisvakken


Keuzevakken


Zwerkbalpositie

Found 295 results

  1. 2 december, Madelines verjaardag. Waarschijnlijk had Dax zich er ook gemakkelijk mee af kunnen maken door gewoon een cadeautje te kopen voor Madeline. Dat had hij ook gedaan, overigens, maar het voelde niet als ‘genoeg’ als hij het haar simpelweg zou geven en het daarbij zou laten. Natuurlijk kon hij haar kussen -verjaardagen waren daar een uitstekende situatie voor-, maar ook dat voelde als een gemiste kans. En dus stond Dax nu voor Maddies neus, vlak na het avondeten en met nog een hele avond voor zich. Hij grijnsde breed en trok haar soepel naar zich toe en sloeg zijn armen om haar heen. “En hoe is het met ‘the birthday girl’? Heb je een beetje goede dag gehad? Wel genoeg in de watten gelegd?” Madeline was het waard. Dus het was vast heel terecht als ze nee zei. “Geen zorgen. Ik heb het perfecte idee om je dag compleet te maken.” Dat klonk ongetwijfeld heel zelfverzekerd en vermoedelijk zelfs een tikkeltje arrogant, maar dit was nu wel het deel waar hij een beetje nerveus begon te worden. Stel nou dat ze nu weer nee zei, dat voelde toch iets minder terecht, maar hij zou het wel moeten accepteren en de deuk in zijn ego als een man moeten dragen. “Wat denk je ervan om met mij een avondwandeling te maken en dan een tweede dessert in mijn appartement in de Cornwall toren te nuttigen?” Dat klonk misschien dubbelzinnig, maar hij had het zowaar voorbereid met dat er een fles wijn stond, er waren allemaal kaarsjes en hij had voor wat taartjes en andere kleine lekkernijen gezorgd. Ook zou hij haar daar het cadeautje geven wat hij speciaal voor haar had gekocht. Hij had zowaar een keer echt moeite voor iemand gedaan. Dat was voor Dax op zich een unicum. Aurora, zijn vrouw, was toch niet thuis en die verwachtte hij ook niet thuis. Dus dat moest verder geen problemen opleveren. Overigens had hij het idee dat ze het juist zou toejuichen als hij zich met andere meisjes bezighield en haar zoveel mogelijk met rust liet. Mocht Madeline hem nu afwijzen, dan zou hij natuurlijk gewoon doen alsof het hem alleen maar te doen was geweest om een beetje te vozen en dergelijke. Gevoelens, pfffft, die had hij toch niet. Haha… Zeg alsjeblieft ja. [OOC: Privé met Irene.]
  2. Dinsdag 13 december 1836 Hij had de muziekruimte per toeval gevonden. Hij was verdwaald geraakt in de pauze van zijn college op zoek naar een goede kop koffie, en had niet de moeite genomen om zijn weg terug te vinden toen hij eenmaal de wirwar van gangen had getrotseerd. De vele bewegende grafieken, cijfers en sommen deden zijn hoofd zweven en snakken naar andere stof, ondanks dat hij – als hij zich er werkelijk in verdiepte – zijn studie Magische Economie heus wel leuk vond. Maar de jonge Burggraaf kreeg er hoofdpijn van als hij niet de moeite nam zich in te lezen voordat de collegereeksen begonnen, want dan snapte hij de helft van de stof niet en voelde hij zich voor de overige helft schuldig dat hij zijn studie liet lopen, wat hem weer schuldig deed voelen over andere dingen, wat niet bepaald hielp in de grand scheme of things. Het was niet dat hij niet genoeg hobby’s had zodat hij het huis kon ontlopen. De Club, zwerkbal, uitgaan… maar Keane miste zijn muziek en zijn vingers jeukten om iets productiefs en moois de wereld in te zenden. Nadat Josephine dat enorme schilderij van haar broer en jongere zusje in hun muziekkamer thuis had gehangen, nog gemaakt door Evangeline ook, had hij de ruimte angstvallig omzeild en zijn cello niet meer aangeraakt. Maar nu, hier…. nu had hij plotseling de muziekruimte van de Universiteit gevonden, en het was er stil en rustig. Er was weliswaar geen cello, maar wel een klavier, en Keane zakte stilzwijgend op de kruk, als vanzelfsprekend aangetrokken door het magnifieke instrument. Zijn moeder had hem het leren spelen, lang geleden. Al ging zijn aandacht liever uit naar zijn cello; toch kon hij ook aardig overweg met de witte en zwarte ivoren toetsen. Hij had half in gedachten een stuk voor Josephine te schrijven, en had perkament, veer en inkt reeds uit zijn tas gehaald. In gedachten verzonken noteerde hij wat aantekeningen omtrent de toonsoort en maten. Het jubileum van hun verloving zat er bijna aan te komen, en wellicht verwachtte ze iets. Maar het tweejarig jubileum betekende ook dat hij nu officieel twee jaar met Evangeline uit elkaar was, en toen hij zijn vingers op de toetsen plaatsten begon het wellicht vrolijk, maar veranderde de klanken in iets heel anders dan hij oorspronkelijk in gedachten had gehad. Hij had ooit een wijsje voor Eva geschreven op cello, doch het haar nooit laten luisteren… en nu vonden zijn vingers dezelfde tonen, speelden ze eenzelfde melodie. Het was verdrietig, verdrietiger dan hij eigenlijk bedoelde – maar het was alsof hij al die opgekropte gevoelens, al die onuitgesproken woorden nu eindelijk kwijt kon. Het klonk hartverscheurend, de zachte akkoorden die hij door de grote ruimte deed klinken, door de deur die hij op een kier open had laten staan, de lege gangen van het weelderige universiteitsgebouw in. Het klonk naar eenzaamheid, naar het verlangen, naar de pijn. En het klonk blijkbaar zo, dat het ongenode bezoekers aantrok. Hij hoorde de voetstappen te laat, zo vol zat hij in het stuk. Maar toen ze dichterbij kwamen schrok hij plotseling, speelde hij een vals akkoord en sloot hij even zijn ogen om zichzelf wat te bedaren. Er was niet echt een reden dat hij zo hoefde te schrikken; behalve dan dat het voelde alsof hij iets slechts deed, door aan Eva te denken, zijn gevoelens te uiten… In een poging tot onverschilligheid draaide hij zich nonchalant om en keek hij zijn nieuwe gast aan, een mild verraste uitdrukking op zijn gezicht. OOC: Prive met Margaux!
  3. December 1836 Het was begonnen op het zomerkamp. Elara had zijn nabijheid weer getolereerd en ze waren weer aan de praat geraakt. Echt spannende dingen waren er niet gebeurd. Dat had misschien ook te maken met het feit dat Summer overal met haar kleine neusje bovenop zat en zich overal, maar dan ook echt overal, mee bemoeide. Soms had Raine zijn zusje aan een boom willen vastbinden, als een ongewenste puppy, en achterlaten in het bos. Maar ja, dat deed je nu eenmaal niet als je door de familie Silvershore terug werd verwacht n Augustus. En natuurlijk deed je dat niet, omdat het je kleine zusje was, maar details. Terug op school was de vriendschap verder hersteld, leek het. Ze spraken met elkaar. Elara nam hem ook wel weer in vertrouwen over gebeurtenissen, zoals wat er in de zomer met Dante was gebeurd en over hoe vervelend ze het vond dat James schoolinspecteur was geworden. Ze hadden dit soort gesprekken ook voornamelijk tijdens lessen of de kortstondige momenten dat er niemand in de buurt was (lees: geen James, en geen jongere siblings, want Galahad Graham was feitelijk ook een snitch). Nu was het alweer december. Raine wist heel zeker dat hij nog steeds gevoelens had voor Elara. Hij was het ook zat dat het allemaal zo stroef en langzaam ging. Dus hij moest het heft even in eigen handen nemen en dankzij zijn ex wist Raine een hele goede plek waar je je even privé terug kon trekken en waar geen enkel familielid hen zou kunnen vinden. Het sneeuwde buiten. Dat was op zich weinig helpend. Dan kon Elara alsnog overal zijn: buiten in het Bos, of in de kassen, of ergens aan het studeren, of in de bibliotheek… genoeg opties. Hij besloot maar eerst buiten te gaan zoeken, maar geluk was aan zijn zijde, want hij trof haar in de gang op weg naar buiten. “Hey! Elara! Ik was nét naar je op zoek.” Hij grijnsde en stak zijn handen in zijn zakken. “Wanna hang out? Ik weet de perfecte plek. Geen James, Summer of Glahad om ons zorgen over te maken.” Hij knikte naar de HM-badge op zijn mantel. “Heeft zo zijn voordelen, hm.” [OOC: Privé met San!]
  4. December 1836 De vakantie was voorbijgevlogen. Yara had allerlei verplichtingen gehad in juni, daarna waren ze in juli op vakantie geweest naar Canada. In augustus was ze wat meer bij haar ouders geweest en natuurlijk had ze ook geholpen toen Igraine hoogzwanger was, want dat was wel het minste wat van Yara verwacht kon worden nadat haar zus haar maanden verzorgd had, toen Yara met de longontsteking kampte. Daarna was school weer begonnen. Het was het examenjaar en Yara wilde de helersopleiding gaan doen; dus het was belangrijk dat ze haar best deed en hoge cijfers zou halen. Daarbij was ze, detail, ook nog eens getrouwd met een leraar en dan kon je het ook niet helemaal maken om met iets later dan een B aan te komen zetten. Niet dat ze dat zelf wilde, overigens, ze was behoorlijk trots op haar intelligentie en hoge cijfers. Natuurlijk ging Yara veel om met Daniel, ze waren al close, maar dat was na de maand Canada nog meer versterkt. Toch bleef Aelin ook zeker haar beste vriendin. Er was wat weinig tijd geweest om echt toffe dingen te doen samen, maar nu in december was er eindelijk een moment gevonden. Irwin was vanavond in Cambridge vanwege een naderende deadline voor zijn studenten en die konden dan nu in de laatste week ervoor ook in de avond om advies en hulp vragen. Hij had er erg veel zin in gehad, not. Hoe dan ook… Yara kon zonder zich ook maar op een manier te hoeven verantwoorden -haar bediende Cassidy beloofde immers ook haar mond te houden- een avondje de hort op. Zweinsveld was te makkelijk en niet meer al te spannend voor zevendejaars. Aelin en zij konden ook Verschijnselen. Dus ze zouden wel een stukje naar Zweinsveld lopen, maar zodra ze uit de 'anti-Verschijnsel-zone' waren, zouden ze naar Edinburgh gaan. Zo bedacht, zo gedaan. “Ik was hier een tijdje terug met Daniel ook. Er zijn echt heel erg veel leuke pubs. Ook een paar waar we beter niet kunnen komen, omdat we er te Brits uitzien.” Yara had in ieder geval een veel te hoog Brits accent. “Wil je whisky, whisky of whisky?” Ze keek rond en probeerde zich te oriënteren. “Volgens mij moeten we die kant op.” [OOC: Privé met San]
  5. December 1836, de vrijdag voor de kerstvakantie Huis van Keane & Josephine Cadwgan Sneeuw dwarrelde in grote vlokken naar beneden. Het bedekte alles en eenieder; de tuin, de beelden in het park voor hun huis, het bankje waar Evangeline – voor zijn gevoel – nu alweer eeuwen geleden op had plaatsgenomen... Keane Cadwgan zat in de vensterbank van zijn luxueuze woning op de campus van de Magische Universiteit van Cambridge, een zilveren aansteker in zijn hand waarmee hij de sigaret aanstak die hij reeds tussen zijn lippen had geklemd. Het was te koud om buiten te roken – hell, het was te koud om naar college te gaan, vandaar dat hij die maar had geskipt. Zijn poging was gelukt en hij nam een trekje, terwijl hij zijn hoofd comfortabel tegen het houtwerk achter hem liet leunen, zijn benen nonchalant zo ver als de vensterbank dat toeliet voor hem uitgestoken. Het werkte op de een of andere manier kalmerend om naar de sneeuw te staren, de grote suikerspin-achtige vlokken te volgen totdat ze neerdwarrelden tussen hun soortgenoten en onherkenbaar werden toegedekt door een haast onuitputtende toevoer uit de grijze hemel. Ja – het was rustgevend om ernaar te kijken, wetende dat je toch nergens naartoe hoefde, dat het brandende haardvuur hem warm zou houden met een comfortabele hoeveelheid dikke mantels om zich heen. Het was wellicht de koudste winter in jaren, maar hij en zijn echtgenote zouden er niet onder lijden – daar konden ze wel zeker van zijn. Ach, zijn echtgenote… Keane’s gedachten werden naar Josephine getrokken toen de tokkelende klanken van haar harp plotseling door de kamer begonnen te fluisteren, iets wat vreemdsoortig goed paste bij de sneeuwvlokken uit de donkere hemel. Ze speelde niet heel erg vaak wanneer hij thuis was – maar nu was hij ook niet heel erg vaak thuis. Als hij er was hadden ze vaak genoeg te bespreken, genoeg te doen; mocht dat niet zo zijn, konden ze altijd nog in een opgelaten stilte naar elkaar staren. Nee, hij was nog steeds niet geheel gewend aan de ring om zijn vinger, struikelde nog steeds over de woorden ‘mijn vrouw’ – maar toch kon hij niet zeggen dat hun huwelijk werkelijk verschrikkelijk was. Ze deed haar best, en hij deed zijn deel en ontliep het huis voor het overige. En het werkte… redelijk. Nuja, voor het gedeelte dat het schrijnende gat in zijn hart negeerde, het pijnlijke en misselijkmakende gevoel van het verlies van de liefde van zijn leven en de wetenschap dat hij haar nooit meer terug zou krijgen. Keane schudde zijn hoofd en stond op – hij wilde niet aan Eva denken, wat het ook kostte, al waren er zoveel dingen die hem dagelijks aan haar herinnerde… laat staan haar persoonlijke aanwezigheid die hij lastig ontlopen kon op bepaalde momenten – en probeerde zichzelf af te leiden terwijl hij een rondje door de kamer liep en vervolgens richting de muziekkamer slenterde, als vanzelf aangetrokken door de muziek. Hij bleef in de deuropening staan luisteren, sigaret in zijn hand, terwijl zijn blik iets verzachtte terwijl hij deze op Josephine liet rusten. Haar olijfgroene ogen waren geconcentreerd gericht op de bladmuziek, haar vingers maakten de vlugge bewegingen die het snaarinstrument van haar vroeg. Hij kende de muziek die ze speelde en kon zichzelf na even te hebben geluisterd nauwelijks bedwingen. De jonge Burggraaf stapte de muziekkamer in en knikte haar toe toen ze opkeek, als teken dat ze gewoon kon doorspelen. Dat deed ze; alhoewel wellicht wat twijfelachtiger dan eerst. Keane doorkruiste de ruimte richting het klavier en opende de klep, maar nam niet plaats op de kruk; in plaats daarvan speelde hij staand met zijn rechterhand de akkoorden onder haar stuk, zo goed als hij zich die herinneren kon. En daar waar hij ze zich niet kon herinneren bedacht hij zelf iets – al was het wellicht wat minder conventioneel dan Bach zelf zou hebben geschreven. “Joos -sephine” sprak Keane ongeveer tien minuten later, toen het stuk was geëindigd en de stilte wederom was neergedaald. Hij had het koosnaampje voor haar bedacht, maar durfde het toch niet helemaal aan met betrekking tot wat komen ging; Hij had de afgelopen minuten zijn zinnen op iets gezet, en nu hij het eenmaal in zijn hoofd had was het lastig los te laten. “We moeten praten.” Hij klapte het deksel van het klavier wederom dicht, wellicht iets harder dan hij had bedoeld. “Het gaat om.. nou…” Ugh, hij wilde er niet naar kijken. Hij hield zijn blik op haar gericht, maar wierp een achteloos hoofdknikje in de richting van het verschrikkelijke schilderij – eh, sorry Eva – van haar oudste broer en kleine zusje. “… dat schilderij, daar.” OOC: Prive met Ann!
  6. Maandag 8 augustus 1836, net voor zonsondergang Ergens buiten Marseille, Frankrijk Het voelde surreëel. Hij was licht in zijn hoofd, voelde zich alsof de dag was verlopen met een nare kater – terwijl hij in werkelijkheid in ieder geval vandaag niet zoveel had gedronken – en iedere keer als zijn blik naar beneden afdwaalde en over de zware gouden ring aan zijn vinger gleed, voelde hij zich misselijk en nog draaieriger dan eerst. Hij was de gehele reis redelijk stil geweest terwijl hij met zijn jonge bruid eerst naar Londen was verdwijnseld, weg van Gordon Castle en zijn vrienden, weg van zijn grootvader, weg van Evangeline. Daar hadden ze een viavia genomen naar Parijs, vanaf waar ze richting het zonovergoten Marseille waren verdwijnseld. En daar hadden ze een koets genomen, omdat Keane de huwelijksreis samen met zijn beste vriend Samuel had gepland maar niet precies had geweten op welke grond zijn voeten landen zouden moeten. De koetsier had zijn instructies al eerder die week ontvangen en Keane staarde door het kleine raampje van de hobbelige koets naar buiten, wetende dat dit de eerste dag van de rest van zijn leven was. Zijn leven, welke vanaf nu werkelijk alleen nog zou bestaan uit Josephine. Hij wist dat hij iets moest zeggen, maar hij had moeite om zijn trage brein, welke nog steeds de gebeurtenissen van vandaag (en de afgelopen dagen!) aan het verwerken was, aan te sporen coherente woorden en zinnen te vormen. Hij wist niet eens of ze boos was omtrent wat er aan het altaar was gebeurd, of onwetend. Ergens wist hij dat het nu zijn taak was om hierachter te komen en hij had het idee dat hij zichzelf op dit punt moest aansporen, ware het niet dat het al zijn energie kostte om op dit moment nog rechtop te blijven zitten en een kleine poging te doen er te proberen eruit te zien alsof hij het een beetje naar zijn zin had. Hij was doodop en zou zichzelf het liefst bij aankomst onder de dekens kruipen, afgeschermd van de gebeurtenissen en de boze buitenwereld. Maar zijn grootvader, die eeuwige schaduw die hem in duisternis hulde, had hem aangemaand het huwelijk direct te consumeren zoals het hoorde – en niet te schromen een erfgenaam te verwekken in het proces. Hij had geen idee wat Josephine’s standpunt hierover was, maar dat zou vanavond waarschijnlijk minder uitmaken – zoals alles minder uitmaakte dan datgeen wat de Graaf de wereld opdroeg. De koets kwam tot stilstand en Keane haalde diep adem toen hij merkte dat het gehobbel over de puntige stenen eindelijk was opgehouden. Het luxueuze huisje wat hij had mogen lenen was misschien ver weg, maar Samuel had het via via gevonden en het had fantastisch geklonken, met een eigen privestrand en bubbelbad. Het was ook wel weer erg… afgesloten van de buitenwereld, benauwd. Maar iedereen bleef hen maar vertellen dat ze gewoon even aan elkaar moesten wennen, en wie weet kwam deze plek hen in dat geval alleen maar ten goede. Wie weet. Keane probeerde het beknellende gevoel in zijn borst te negeren terwijl hij ietwat schuchter zijn hand aanbood aan zijn jonge vrouw en haar een waterige glimlach schonk. “We zijn er. Zullen we?” OOC: Dit topic is het vervolg op Speak now... or Forever Hold your Peace en is de huwelijksreis van Keane en Josie~ Prive met Annemarie!
  7. [1835/1836] Did you lose your mind?

    2 mei 1836 -The Redgrave Hotel 's avonds laat, een avond voor het huwelijk tussen April en Kieran. Dit was krankzinnig. Zijn zus was krankzinnig. April was prima getrouwd met een niet al te boeiende kerel, maar die kerel had wel geld en status en zorgde er dus voor dat April ook kon hebben wat haar hartje begeerde en dat ze een goede status en reputatie had. Toen ging ze scheiden. Dat was al wat lichtelijk problematisch, want daarmee ruïneerde je eigenlijk alles wat je had als vrouw. Nu had April het geluk dat haar familie - en zeker Liam niet- haar niet lieten vallen, maar dat was een lot wat ze heel goed had kunnen hebben. Dit zorgde er wel voor dat Liam een tikkeltje begon te twijfelen aan hoe goed het ging in de bovenkamer van zijn zus. Momenteel twijfelde hij niet meer, want April ging trouwen met Kieran. Ha. Kieran was een beste kerel hoor, je moest hem niet verkeerd begrijpen, maar no way dat die zakkenwasser goed genoeg was voor April! Die vent was hartstikke arm, hij had geen goede familie, geen goede smaak -ja, op die gelukstreffer met zijn zus na- en hij had absoluut geen boeiend leven. Wat moest April me zó iemand. Ze kon veel beter krijgen, zelfs nu nog. Anders zou Liam haar desnoods aan een van de spelers uit zijn team voorstellen en dan kon ze daar gelukkig mee worden. Van dit huwelijk kon ze niet gelukkig worden. Het zou haar alleen maar beperken. Dat was dan ook de reden dat Kieran in Aprils hotelkamer verscheen, de avond voor haar trouwen. Een paar muntjes hier en daar en je kreeg met het grootste gemak de sleutel tot de kamer naar wens. Geld had Liam genoeg. Dus het kostte hem weinig moeite om bij zijn zus naar binnen te stormen. Met enige bombarie gooide hij de deur open en keek hij April indringend aan. "Ben jij wel helemaal lekker in die bovenkamer van je?!" Ja, het is een schatje. "Je gaat toch niet serieus met die kneus trouwen? Hij is leuk hoor, als speeltje, maar kom op schat... Zo'n toekomst is toch niet voor je weggelegd?" [ooc]Prive met Lily[/ooc]
  8. 29 augustus 1836, Dunfermline. Irwins 28ste verjaardag. Het waren de laatste dagen van de vakantie. Nog een en Yara zou beginnen aan haar zevende en laatste jaar van Zweinstein. Ze keek er naar uit. Ze was eraan toe om te gaan studeren, om meer vrijheid te krijgen, om meer de diepte in te kunnen. Ze kon niet op kamers over een jaar, zoals haar zuster Myra, maar zou waarschijnlijk gewoon meereizen met Irwin als hij ging lesgeven of zelf reizen als dat beter uitkwam. Het was te hopen dat ze er een beetje onderuit kon komen niet te vaak bij haar schoonfamilie te hoeven logeren. Maar dat waren allemaal zorgen voor later. Vandaag was Irwin jarig. Yara had Cassidy een taart laten bakken en nu liep ze met een stuk taart en haar cadeautjes -twee kaartjes voor de nieuwst camera obscura- zijn studeerkamer binnen. De jonge vrouw keek met een lachje naar hem en begon een verjaardagsliedje te zingen toen ze binnenkwam, wat ze mooi timede met trage stappen zijn kant op. Toen de laatste klanken wegstierven, stond ze naast zijn stoel en zette ze het stuk taart voor hem op het bureau. "Gefeliciteerd, teddybeer." Vervolgens vleide ze zich op zijn schoot, sloeg ze haar armen rond zijn hals en kuste ze hem zachtjes. Verrassing!
  9. Zaterdag 4 juni 1836 - Landgoed Catsfield De vakantie van Zweinstein was begonnen. Dat betekende dat haar nichtje, Evangeline, weer tijd had voor sociale evenementen met personen boven de achttien, maximaal negentien jaar oud. Leraren telden immers niet werkelijk mee als sociale connectie, die waren er immers om je iets te leren en niet om bevriend mee te raken. Toch kon je, als je het goed deed, toch hier en daar wat connecties op doen, die je in de toekomst zouden kunnen helpen. Nu gold dat vooral voor de universiteit, waar Eva -Als Thomasin het goed had begrepen- na de zomervakantie zou beginnen aan de opleiding tot schouwer. Hoe dan ook had Thomasin zich als meer dan vrijwillig opgeofferd om wat tijd door te brengen met haar lieftallig nichtje, die ze in geen tijden meer had gezien. Ze hadden immers toch het een en ander om over bij te praten. "Evangeline, wat goed om je te zien. Hoe gaat het met je?", begroette Thomasin haar nichtje hartelijk. "Kom, ga zitten. Thee?" Dat was een retorische vraag. Eerst werd de melk in het kopje geschonken en daarna pas de thee erbovenop. "Er zijn ook scones." En uiteraard room en jam, maar dat sprak voor zichzelf. De salon keek uit over het landgoed van Catsfield. Momenteel was de tuinman bezig met de laatste loodjes te leggen aan het maaien van het gras, want daar zouden Thomasin en Evangeline zo dadelijk aanvangen met een potje schermen. Uiteraard niet meteen, want er moest eerst bijgepraat worden en thee gedronken. Je kon gasten immers niet op een lege maag het druilerige Engelse weer buiten laten trotseren. Uiteraard had Thomasin ook binnenshuis een zaal om te schermen, maar buiten gaf toch altijd een extra element, een extra sfeer aan de bezigheid. "Heb je je eigen spullen bij je? Of wil je van mij lenen." div.ooc_bbc { display:block; width:100%; background-color:rgba(255, 255, 255, 0.7); padding:4px; } div.ooc_bbc span.ooc_bbc_titel { color:#666; font-family:Courier New, Courier, monospace; padding:1px 5px; } OOC:Privé met Ann
  10. Een vrijdag in begin juli 1836, een week na Armands en Thomasins laatste date. Landgoed Ninsfield, het landgoed van Heer en Lady Hastings, de ouders van Thomasin. Er was een week voorbij gegaan sinds Thomasin door Armand ten huwelijk was gevraagd. Het was een enorme verrassing geweest en zonder twijfel het juiste om te doen. Het voelde echter heel impulsief en alsof hij het ter plekke had bedacht en haar zelfs gewoon een sieraad had gegeven wat hij toevallig nog had liggen. En dat stak ergens een beetje in haar trots. Ze wilde immers dat, als iemand dan voor haar op zijn knie ging, dat het wel na goede overweging was en dat iemand het echt zou willen en dat het goed was voorbereid en weloverwogen. Daarbij hoorde iemand dan ook eerst toestemming te hebben gekregen van haar ouders. Verder hadden ze natuurlijk álles in de verkeerde volgorde gedaan. Hij bracht het slechtste in haar naar boven en bij hem week ze blijkbaar af van al haar zo zorgvuldig bedachte principes, plichten en richtlijnen. En dan nog, stel dat alles goed was gegaan… Zou ze dan op zijn aanbod zijn ingegaan? Ze moest toegeven dat ze veel aan hem dacht, dat hij het eerste was wat door haar hoofd speelde wanneer ze opstond, dat ze zich betrapte op een glimlach bij de herinnering aan hoe hij haar haar deed of liefkozend haar wang streelde. Alleen trouwen zou betekenen dat hij het voor het zeggen kreeg, dat hij kon beslissen over wat er gebeurde in Catsfield. Ze zou dan vast niet meer kunnen werken en ze zou allerhande nieuwe verplichtingen krijgen, waarvan ze nog niet wist of ze zich daar wel met hart en ziel wilde inleggen. Ze was er nog niet klaar voor om een man met haar hart en ziel te dienen en haar leven in het teken van zijn geluk te stellen. Ze wilde nog zoveel zelf doen, alleen doen, voor zichzelf doen. Haar leven als vrije oudste en enige dochter, de erfgename, zou dan ophouden te bestaan en ze zou in zijn schaduw komen te staan. Het was een lot waarvan ze wist dat ze er niet aan kon ontkomen en ze was al zesentwintig, best oud voor een ongetrouwde vrouw die ooit nog moest trouwen, maar aan de andere kant… ze was pas zesentwintig. En nu was ze ten huwelijk gevraagd, door iemand die ze eigenlijk helemaal niet verschrikkelijk vond. Was hij dan haar beste kans? Zou hem afwijzen niet zeggen dat de kans op dat ze een man moest gaan trouwen, die ze ook nog eens verschrikkelijk vond, groter werd? Maar hij was een Foulkes-Davenport en dat kon toch maar weinig goeds beloven. Waarschijnlijk was dit de belofte van een prachtige groene weide, maar zat er niet één, maar een hele berg met addertjes onder het gras. Maar vanavond hoefde ze voor even niet na te denken. Ze zou bij haar ouders gaan eten en afleiding hebben. Ze moest natuurlijk op den duur wel een beslissing gaan maken en als ze er niet uitkwam, kon ze altijd nog zeggen dat hij ook eerst haar ouders om toestemming moest gaan vragen, maar vanavond niet. Vanavond zou ze hopelijk even haar piekerende hoofd tot stilte manen. Dat was natuurlijk te mooi om waar te kunnen zijn. Bij haar ouders werd ze enthousiast ontvangen door haar moeder, die beantwoordde normaal nooit de deur, en naar de salon geleid. Haar moeder babbelde enthousiast over het feestje van een vriendin dat morgen zou plaatsvinden. Toen ze de hoek omkwamen van de salon, pauzeerde haar moeder echter in haar verhaal en glimlachte breed. ‘Verrassing.’ In de salon stond haar vader te praten met… Armand. Thomasin stond stokstijf stil en keek van de één naar de ander. Ze voelde het bloed uit haar gezicht wegtrekken. Haar vader keek op en keek haar met een brede lach aan. ‘Ah, Thomasin, je bent er! Wat goed je te zien, lieve dochter. We hebben fantastisch nieuws. Ach, Armand, aan u de eer om het te vertellen.” Oh Merlijn!
  11. Maandag 28 december - 20.00 - Claerwen Valley, Wales Een jaar geleden was Evangeline waarschijnlijk het gelukkigste meisje van heel Wales geweest. Een jaar geleden had ze in een smoezelige smederij haar ja-woord gegeven aan de jongen waar ze van hield. Maar vandaag werd ze zoals alle dagen alleen wakker in haar eigen bed, leefde ze haar dag in haar ouderlijk huis en was het net alsof er die dag niets gebeurd was. Beneden klonk het zachte stemgeluid van haar familieleden, door de dunne muren van het huis. Eva zat op de rand van haar bed en draaide de bobbelige gouden munt rond in haar hand. Ooit was het een mooie galjoen geweest en toen, voor een dag, haar trouwring. Nu was hij vervaagd en misvormd. Was er niets meer over van de gladde randjes en de mooie gegraveerde tekening, net zoals er niets meer over was van haar eigen sprookje. Want het was allang haar sprookje niet meer. Of dat was de wereld haar wilde laten geloven. En toch speelde ze nog steeds dezelfde rol als alle jaren, ondanks dat haar leven stil leek te staan op de plek waar die van anderen doorging. Over vier dagen was de bruiloft van haar broer. Na haar zussen was het nu zijn beurt. Het was geen huwelijk uit liefde -de consequenties die hoorden bij een iets te wilde nacht- maar er was vriendschap en er waren geen gebroken harten die achter bleven. Het was niet perfect, het was niet gepland, maar het was eigenlijk ook niet heel verkeerd. En het liet haar wel eens twijfelen of ze misschien teveel verwachtte uit het leven. Maar Eva had altijd veel verwacht uit het leven en niemand had haar ooit beroofd van die dromen. Want wat konden dromen voor kwaad? Zolang je maar realiseerde dat ze niet voor jou gemaakt waren. Dat was waarschijnlijk waar het fout was gegaan. Niemand had haar ooit verteld dat haar dromen niet voor haar waren, dat haar visie op de wereld er niet eentje was die aan haar besteed was, of ook maar aan alle mensen in haar omgeving en nu was ze te kritisch op elke vorm van commentaar. Het ging niet alleen om liefde. Het ging om veel meer dan dat. Om alles er fout was in deze hele wereld en dat niet zo hoorde te zijn. Het leven zou nooit perfect zijn, zelfs meisjes met hoge verwachtingen wisten dat, maar dit was gewoon fout. Je kon mensen niet zo behandelen, ze wegstoppen of martelen wanneer het jou uitkwam. Ze had een deal met Owain Cadwgan gemaakt die ze nooit had moeten sluiten. Want ze kon hem niet houden. Het dreef tegen elke vorm van haar normen en waarden in en in plaats van dat het iets oploste, gaf het de verkeerde personen alleen maar meer macht en Keane een reden om weg te blijven. Het moest ophouden en de enige manier om een vicieuze cirkel te doorbreken, was om er uit te stappen en er iets aan te doen. Maar uiteraard, was ze niet van plan om dat volledig alleen te doen. Het was nu of nooit. Ze had afgelopen zomer al moeten gaan, maar dat had ze niet gedaan en nu had ze daar spijt van, maar misschien was er nog genoeg tijd om het goed te maken. OOC: Prive
  12. Vrijdagavond 17 juni - Ergens in Londen High society feestje in Huize 'belangrijke volbloedfamilie'. Het feest vorige week was een succes geweest. De enige kleine smet op de festiviteit was haar encounter met de heer Foulkes-Davenport geweest. Daar had ze zich niet werkelijk genoeg in de hand gehouden om haar eigen perfecte beleefde zelf te kunnen zijn. Gelukkig was het niemand anders opgevallen dan henzelf. Thomasin wist het natuurlijk van zichzelf en het zou de man vast ook niet zijn ontgaan. Ze had even gedacht dat ze de man vast voldoende had afgeschrikt en dat ze vanaf nu van hem af zou zijn. Welke weldenkende man zou immers nogmaals willen afspreken met een vrouw, die haast onbeleefd was geweest? Die zo gereserveerd was geweest? Mensen voelden zich niet aangetrokken tot afstandelijke vrouwen. Dat was immers wat er nu voor had gezorgd dat ze nog altijd niet had hoeven trouwen. Geen man had het volgehouden en allen waren met de staart tussen de benen terug in de bosjes gekropen. Wat Thomasin hoopte was dat de man geen onvertogen woord over haar gedrag tegen haar ouders zou zeggen. Dat zou immers de nodige ellende en preken met zich meebrengen. Het was echter dat ze met verbazing een zeer enthousiaste moeder in Catsfield ontving. Het bleek dat Armand Thomasin als zijn date voor het volgende feest had gevraagd. Haar ouders, en met name haar moeder, waren in de gloria. Het verheugde ze dat er een man was, die zich niet had laten intimideren door Thomasins act van hagel en ijs. Natuurlijk kreeg ze nu dan ook niet de ruimte om het verzoek van de man te weigeren, want haar ouders hadden al toegezegd en ze kon haar ouders toch niet voor schut zetten? Nee, dat kon ze niet, niet om zoiets: gezamenlijk naar een feest gaan, was immers nog relatief onschuldig. Het ergerde haar wel dat haar ouders de man dus met meer of minder woorden toestemming hadden gegeven haar het hof te maken en met haar af te spreken. Dat hadden ze toch op zijn minst kunnen overleggen? Nee, Thomasin, het is 1836 en omdat je enigst kind bent en lieve ouders hebt, mag je een hele hoop, maar hier heb je niet zoveel over in te brengen, niet meer. Je bent inmiddels van dusdanige leeftijd dat je ouders de beslissingen niet meer volledig aan je wensen overlaten. Een dienstmeisje, genaamd Rosie, deed met een glimlach de voordeur open toen het heerschap had aangebeld. Ze maakte een haastige knix en nodigde hem binnen uit. Ze liet haar blik wel even over zijn beetje vreemde kleding gaan, maar ze zei geen woord erover. 'Lady Hastings is bijna klaar. Als u hier even wilt wachten?' Ze glimlachte nog eens en liep toen snel naar de salon. In een feestelijke jurk -wel in dreuzelse stijl, maar dat zou ze straks transfigureren naar een feestelijk gewaad- kwam Thomasin uit de salon gelopen. Haar kapsel was keurig opgestoken, maar ze droeg ook een witte roos tussen haar haren. Het maakte het geheel al met al net iets minder stijfjes. Ze maakte een keurige reverence voor de man. "Heer Foulkes-Davenport, wat een onverwacht genoegen om u weer te zien." Ze deed haar best te glimlachen. Rosie liep in Thomasins kielzog en gaf haar haar mantel en hoed aan en opende daarna de deur voor het tweetal. "Dank je, Rosie, je hoeft niet op te blijven." Het meisje knikte vlug en boog toen haar hoofd wat om niet al te veel naar de man zijn rare kleding te gaan staren. Buiten gehoorafstand van het hoofd draaide Thomasin haar hoofd in de richting van Armand. "Ik heb enkel dreuzelpersoneel. Dus Verschijnselen kan pas verderop. Ze denken nu dat uw koets verderop de oprijlaan staat en dat u het laatste stukje bent komen lopen, omdat dat bij een eerste afspraakje wel zo beleefd is." Het was niet alsof Thomasin normaliter dates had. Dus het was vrij gemakkelijk om haar personeel dat wijs te maken, want die hielden zich toch niet bezig met alle gekke fratsen van high society. "Mag ik mijn verbazing uitdrukken dat uw keuze op mij is gevallen als gezelschap voor het feest van vanavond?" Want het was niet alsof ze toen een heel gezellig, vlot lopend, gesprekje hadden gehad. OOC: Privé met Ann
  13. [1835/1836] Work hard, play hard.

    Vrijdag 8 april, 's avonds Dani & Keane's persoonlijke indrinkparty voor een feestje Het was alweer april. Met het verstrijken van ieder uur, van iedere dag, kwam zijn huwelijk met Josephine Gordon-Lennox een stukje dichterbij. Gelukkig was dit niet iets waar hij zich fulltime mee kon bezig houden. De examens, zwerkbal, zijn hoofdmonitorschap, het plannen van die bruiloft, zijn lessen met Felicia en zijn geheime afspraakjes met Evangeline slokten werkelijk al zijn tijd op, zodat hij vaak aan het einde van de week alweer kwijt was wat hij nu precies al die dagen had gedaan. Nu was gelukkig niet alles work en was er genoeg tijd over voor play. Feestjes waren er genoeg, en al had Daniella het druk genoeg met haar eigen tijdsschema – al wilde Keane niet eens precies weten waarmee – alsnog waren er genoeg gelegenheden om tijd te maken voor oude vrienden. “Adler!” Uitbundig liet Keane de deur naar het zwembad op het dak openvliegen, waarna hij haar een brede glimlach schonk en flessen van verschillende grootte uit zijn binnenzak begon te halen. “Kijk eens wat ik allemaal heb kunnen regelen, het is werkelijk fantastisch.” Hij zette de flessen neer op de rand van het zwembad en begon zich vervolgens al kletsend te ontdoen van zijn dure, zware mantel, zijn overhemd, bretels en dergelijke, totdat hij slechts nog in zijn zwembroek stond. “Ik heb zelfs je lievelingswhisky gevonden!” En nee, Lily, deze fles bevatte niet het bloed van haar enemies. Keane dook met een elegante duik in het water, zwom terug naar de rand en nam een grote teug uit een donkerbruine fles, wat volgens het etiket iets van rum moest bevatten. “Kom je er ook bij?” Hij liet zichzelf op zijn rug drijven en nam loom nog een slok. “Het feestje is straks in de astronomietoren, toch? Ik ben echt benieuwd..” Hij nam nog een slok, verslikte zich half en kwam kuchend wat overeind in het magisch verwarmde water. “Was er bij het vorige feestje daar niet iemand bijna naar beneden gevallen? Echt, derdejaars die hun alcohol niet kunnen houden… het zou verboden moeten worden.” div.ooc_bbc { display:block; width:100%; background-color:rgba(255, 255, 255, 0.7); padding:4px; } div.ooc_bbc span.ooc_bbc_titel { color:#666; font-family:Courier New, Courier, monospace; padding:1px 5px; } OOC:Prive met Lily!
  14. 20 december 1835 - Ravenklauw leerlingenkamer - uurtje of 2 's nachts ​div.ooc_bbc { display:block; width:100%; background-color:rgba(255, 255, 255, 0.7); padding:4px; } div.ooc_bbc span.ooc_bbc_titel { color:#666; font-family:Courier New, Courier, monospace; padding:1px 5px; } OOC:Rated 15+ voor (waarschijnlijk) seksuele inhoud, just to be sure. De meeste mensen zouden gewoon slapen rond dit tijdstip. Het was een fatsoenlijk tijdstip om je in dromenland te bevinden en zeker gezien de aankomende vakantie. Samuel niet. Samuel was deze avond teruggekeerd vanuit Rusland en had zojuist zijn koffer op zijn bed gegooid, om vervolgens na een hete douche in de leerlingenkamer bij te komen van zijn reis. Wat was de eerste periode ontzettend gaaf geweest. Hij had zoveel geleerd, zoveel gezien, zulke koude tenen gehad... Maar nu gelukkig niet meer. In zijn ontspanningskledij hing hij onderuit bij de open haard, nagenietend van de spannende tijd die nu achter hem lag. De toon was gezet en zijn eerste stappen richting zijn droomberoep waren te zien in de aarde achter hem. Heerlijk. De vlammen likten aan de hete, smeulende haardblokken in de haard en zo nu en dan klonk een luid geknetter in de stilte van de ruimte. Er was werkelijk geen kip te bekennen, terwijl normaal gesproken er wel wat mensen uit bed waren om een glaasje melk te drinken, of om nog een opstel af te schrijven. Waarom was het nu dan zo eigenaardig stil? Het bleef echter niet lang stil. Het gekraak van een opengaande deur klonk en het geklik van hakjes onder schoenen klonk over de houten vloer. Samuel draaide zijn hoofd schuin op de rugleuning van de bank en glimlachte als een lief, klein jongetje. "Ahhhh, heb je me zo gemist, dat je even langs komt? Ik dacht dat je mijn uitnodiging nooit zou accepteren."
  15. Ergens halverwege januari, de avond na deze gebeurtenis in dit topic, rond 20.30u 's avonds Hoe langer de dag duurde, hoe zekerder Keane Cadwgan zich voelde dat er zojuist iets faliekant mis was gegaan - en hoe meer zorgen hij zich daarover maakte. Zijn wekelijkse bruiloftsbespreking met Josephine was zojuist een vreemde kant op gegaan, een kant die hij geheel niet had gewild, en al lag het niet in zijn natuur om daar zichzelf in de eerste plaats de schuld van te geven - toch kon hij bij het afspelen van het voorval in zijn hoofd het gevoel niet helemaal van zich afschudden dat hij het was die het verkeerde had gedaan. Dit kwam vooral omdat hij in de leerlingenkamer van Zwadderich had zitten mokken totdat het scenario dat Josephine op dit moment een brief aan haar ouders aan het schrijven waarin ze de verloving verbrak en de wraak van zijn grootvader over hem en Eva werd uitgestort geheel plausibel was geworden en hij het stil zitten en voor zich uitstaren niet meer aan kon. Het probleem was echter dat hij niet zo goed wist wat hij hieraan moest doen en er niet heel veel vrienden waren bij wie hij voor advies kon aankloppen. Er was sowieso maar een handjevol mensen die werkelijk van zijn precaire situatie afwisten, en daarbij kon hij de meesten niet hiermee storen. Daniella zou hem uitlachen of afsnauwen, bij Eva voelde hij zich te opgelaten om ook maar het woord Josephine te laten vallen en dan was er natuurlijk nog Samuel... maar hoewel hij wist dat zijn beste vriend altijd voor hem klaar stond zaten ze in het zevende jaar, midden in de P.U.I.S.T.-examen periode en het schoolwerk was drukker dan ooit. Keane had daarom een tijdje geleden besloten om alleen voor noodgevallen bij Everett aan te kloppen, anders stond hij waarschijnlijk iedere dag aan de deur van zijn beste vriend. Als er zich al ooit een noodgeval had voorgedaan was het waarschijnlijk nog nooit zo groot geweest als deze, of zo kwam het in ieder geval op dit moment aan Keane over, en dus was de Zwadderaar opgestaan van zijn bed en richting de Ravenklauw leerlingenkamer vertrokken, waar hij Sam waarschijnlijk op dit tijdstip wel zou kunnen vinden. Omdat hij het avondeten had overgeslagen had hij eerst een tripje langs de Keukens gemaakt, waar de huiselven hem hadden voorzien in een voortreffelijke maaltijd, voordat hij een fles drank uit zijn persoonlijke voorraad had opgehaald en hiermee onder de arm de trappen van het kasteel trotseerde. Hij kwam er pas halverwege achter dat hij zijn jasje en mantel in zijn slaapzaal had laten liggen en nu slechts in een ietwat gekreukt overhemd en bretels zijn beste vriend opzocht. Normaal gesproken was dit een doodzonde, want Keane zag er doorgaans strak en verzorgd uit, maar aangezien het toch al een tikkeltje laat was en de meeste van zijn jaargenoten in hun leerlingenkamers of in de bibliotheek zaten te studeren haalde Keane zijn schouders op en begon hij aan de laatste, hoge klim op een zilverkleurige ladder. Als je aan hem zou vragen wiens leerlingenkamers op een redelijk normale, goed toegankelijke plek in het kasteel zouden zitten, dan had Salazar het zeker bij het rechte eind gehad. De zeventienjarige burggraaf pakte de zware, adelaarvormige deurklopper en liet deze eenmaal neerkomen op de bronskleurige deur. Hij was wel eerder in de leerlingenkamer van Ravenklauw geweest, maar nooit alleen en hij had nooit precies opgelet hoe je nou precies naar binnen moest. Het enige wat hij wist was dat ze geen wachtwoord hanteerden, iets wat hij maar vreemd vond als je werkelijk mensen van andere afdelingen buiten de leerlingenkamer wilde houden. Er klonk een melodieuze toon en enigszins nieuwsgierig richtte Keane zijn groene ogen op de adelaar. "Op welke vraag kan men nooit geheel eerlijk 'ja' antwoorden?" Keane staarde de bronzen vogel aan. "Eh... wat?" vroeg hij uiteindelijk, een fronsende blik op zijn gezicht. De vogel herhaalde zijn vraag. Keane wachtte tot er iets zou gebeuren, tot iemand zou zeggen 'oh, grapje, kom maar binnen!' maar er gebeurde niets. "Ik heb geen idee" sprak hij kortaf, maar de vogel zweeg en de deur klikte niet open. Geïrriteerd bewoog Keane zijn gewicht van zijn ene naar zijn andere voet. Moest hij nu ook nog werkelijk een raadsel gaan oplossen? Wat een straf! En daarbij, het antwoord... er waren zoveel vragen waar hij geen geheel eerlijk antwoord op zou kunnen geven, en daar behoorde zelfs de grote ja-vraag op zijn grote dag toe. Hij probeerde wat dingen uit maar gaf het al snel op, en besloot te wachten tot de eerste de beste Ravenklauwer in of uit hun eigen leerlingenkamer zou stappen. Langer dan tien minuten hoefde hij niet te wachten, toen voetstappen hem plotseling achter zich ter ore kwamen. Keane drukte zijn sigaret uit op de marmeren vloer, stond open veegde vlug nog even zijn hand door zijn ietwat wilde, donkere haar. Zijn vriendelijke, afwachtende blik veranderde in een iets donkerdere toen hij de afzender van de voetstappen herkende, maar ach - ze gingen tegenwoordig op betere voet met elkaar om, toch? Al betekende dat vooral dat ze om de zoveel weken met wederzijdse instemming vervloekingen naar elkaars hoofd toe stuurden. "Harding" Keane deed ondanks zijn gestresste situatie een poging tot een charmante grijs. "Wat een toeval. Die kip op jullie deur wil me geen toegang verschaffen. Zou jij zo vriendelijk willen zijn de deur te openen?" En, omdat hij echt wat van haar moest en geen zin had hier nog drie uur te staan wachten, voegde hij er poeslief het magische woord aan toe. "Alsjeblieft?" @@Felicia Harding
  16. Vrijdag 20 mei, 21:30 - Voor de ingang van de Zwadderich leerlingenkamer Oh Merlijn, ze was dronken. Of heel erg aangeschoten. Of ergens in het grensgebied daartussen, want wanneer ging het een nou precies over in het andere? Ze was in ieder geval in dusdanige staat dat nadelige gevolgen waren verdronken en ze alleen nog vaarde op de wens op Gideon te gaan vertellen wat ze voor hem voelde. Er was alleen één klein dingetje: waar was Gideon en hoe kwam ze bij hem? Haar grootste kans van slagen was immers hem te vinden in de leerlingenkamer van Zwadderich, maar wáár zat de ingang daar naartoe en wat was het wachtwoord? Wren wist dat de groene kamer onder het meer zat en dus dwaalde ze door de kerkers in de richting van wat zij dacht wat het meer was. Gelukkig trof ze halverwege haar verdwaling een behulpzame Huffelpuffer, die haar met een verbaasd lachje de goede kant op wees, zeker nadat ze zeer uitgebreid was begonnen met te vertellen dat ze vanavond iemand de liefde ging verklaren. Uiteindelijk wist ze dan, met ondersteuning van de muur en slechts een paar maal struikelend tegen de muur gevallen te zijn, te arriveren bij de groene leerlingenkamer. En nu? Ze vroeg gewoon aan elke leerling die langskwam of ze Gideon hadden gezien en of ze Gideon voor haar wilden halen, omdat het heeeeel belangrijk was. Heeeeel belangrijk. En die plechtige tekst werd dan afgesloten door wat dronken gegrijns en gegiebel. Ja, wie zou er niet moeten lachen als je je grote liefde ging vertellen dat je van hem hield. Uiteraard was dit daar het beste moment voor. Wanneer anders? Ze voelde zich nu geweldig en liefdevol en dat moest ze delen. Ze kon geen bezwaren meer bedenken om haar mond te houden. "Gideon!" Iemand had hem blijkbaar gevonden en naar buiten gestuurd. Of hij kwam zelf. Hij had vast aangevoeld dat ze hier op hem stond te wachten. Zo werkte dat met ware liefde. Wren deed een paar passen naar hem toe om de afstand te overbruggen en sloeg haar armen rond zijn nek en door haar wankele motoriek leunde ze ook direct maar tegen hem aan. Dat maakte alles een stuk makkelijker, weet je. "Hallo knapperd," grijnsde ze hem met een brede, dronken glimlach toe. OOC: privé met Lily
  17. Vrijdagavond 3 juni 1836 - Landgoed Bexhill Society feest in huize Hastings “There is a stubbornness about me that never can bear to be frightened at the will of others. My courage always rises at every attempt to intimidate me.” Het feestje was in volle gang. Thomasin was in mei gepromoveerd met haar onderzoek naar het effect van emoties op spreuken, de zon scheen weer in Engeland en haar ouders waren dertig jaar getrouwd eind mei: normaal was er minder reden nodig om een feestje te geven. Dit keer hadden haar ouders dan ook goed uitgepakt. Het dreuzelpersoneel had met zoveel magische gasten -uiteraard- een dagje vrij. Dus er was ruimte voor wat creativiteit en daarmee voor de familie Hastings ook een ongekende uitbundigheid. De zaal was versierd met alle mogelijke soorten bloemen en linten. Er waren Magische fonteinen in allerlei kleuren en verschillende gradaties van bubbels en glitters. Oh, en natuurlijk een chocolade fontein. Er was een buffet met allerlei verschillende hapjes, drankjes en spijzen: al dan niet met Magische effecten. Uiteraard was er muziek en een balzaal. De tuin was versierd met lichtjes, die leken te dansen als vuurvliegjes, en met rozige zeepbellen. Het plafond was een soort sterrenhemel en hing de subtiele geur van zomerbloemen en honing. Als de oudste dochter van haar ouders, ook het enige kind trouwens, was Thomasin de erfgename van deze tak van de familie Hastings. Daarmee voelde ze zich toch ook een beetje verantwoordelijk om met iedereen een praatje te maken en te zorgen dat er geen muurbloempjes ontstonden, omdat ze niet genoeg bij het feest betrokken waren. Ze zag het als een plicht, zeker, maar niet als een vervelende. Er was zojuist een dansronde afgelopen, waarbij Thomasin met een van de mannelijke gasten had gedanst -de man was net weduwnaar en wat verdrietig-, toen haar ouders op haar afstapten en wel met een voor haar nog onbekende gast in hun kielzog. Dat was vrij zeldzaam in de hechte Tovenaarsgemeenschap. Natuurlijk kende ze niet iedereen persoonlijk, maar van vrijwel iedereen van de betere kringen kende ze de naam en enkele verhalen -roddels-. 'Thomasin, we zouden je graag aan iemand voorstellen.' De jonge vrouw draaide zich om en zag in een ogenblik dat het ging om een man van haar leeftijd. Dat kon alleen maar ellende betekenen. "Maar natuurlijk." Ze draaide zich met een lach naar de onbekende gast en ze probeerde, in het bijzijn van haar ouders, geïnteresseerd over te komen. Anders kreeg ze vast weer commentaar dat ze niet eens probeerde haar best te doen om nieuwe mannen te leren kennen. 'Meneer Armand Foulkes-Davenport, graag stellen we u voor aan Lady Thomasin Hastings, onze dochter. Thomasin, dit is Armand Foulkes-Davenport. Hij komt uit Canada en is nu sinds enkele dagen in Londen.' Zoals het hoorde maakte Thomasin een keurige reverence en glimlachte ze beleefd naar de man. "Aangenaam kennis te maken, het is me een genoegen u te ontmoeten." Sarcasme? Dat was misschien wat subtiel aanwezig, maar in het bijzijn van haar ouders kon ze dat er niet te dik bovenop leggen. 'Oh, daar zijn de Farnboroughs. Sorry, lieverd, we moeten ons weer excuseren.' Ja, ja, heel subtiel. Nu moest Thomasin wel even met de man praten, want anders zou hij hier ook zo zielig en alleen staan. Dat kon ze als vice gastvrouw natuurlijk niet maken. Zucht. "Kunt u al een beetje wennen aan de Britten?", vroeg ze zo vriendelijk, doch afstandelijk, mogelijk als ze op kon brengen. Ze zou hem twee, misschien drie, vragen stellen en daarna weer proberen te lozen. Ze had geen zin om kennis te maken met mannen waar haar ouders enthousiast over waren. Daarbij was hij een Foulkes-Davenport. Ze was zeer goed bevriend met Irwin en dat was genoeg om toch enige afstand te willen bewaren van de rest van zijn familie. [ooc] Privé met Ann[/ooc]
  18. [1835/1836] Everyone says YES to pie.

    19 mei 1836 om 17:00 - Cornwall toren. Twee maandelijks jubileum van het huwelijk van Yara en Irwin. Taart. Er stond taart op de eettafel en een fles champagne met twee glazen, de randen van het glas gesuikerd. Het was duidelijk dat in zowel de taart als de aankleding van de tafel veel werk zat. Bij navraag bleek dat Cassidy, die inmiddels twee weken bij hen inwoonde in de Cornwall toren, de taart had gemaakt in opdracht van Irwin, maar dat zij verder de gelegenheid ook niet wist. Yara kon zich niet indenken dat het was omdat ze nu twee maanden getrouwd waren. De vorige keer had ze een knuffel gekregen als een soort geintje en leken ze beiden dit soort jubileummomenten niet zo heel erg belangrijk te vinden. En toch, nu was er taart en champagne? En zij had...niets... voor Irwin. De afgelopen drie weken waren apart geweest. Ze sliepen nu natuurlijk in één bed en dat zonder magische barrière. Eveneens hadden ze sinds twee weken opeens een bediende, een snul en nichtje van Irwin, in huis en hadden ze dus veel meer op hun tenen moeten lopen om niet verdacht over te komen. De eerste nachten waren wat onwennig geweest, maar Irwin was zijn belofte nagekomen en er was niet tussen hen veranderd en hij maakte nog steeds geen avances. Yara gebruikte hem wel iedere nacht als teddybeer. Dat had ze de eerste nachten, bij ontwaken, lastig gevonden, maar ook dat wende en dat was stiekem wel een beetje gezellig. Ook gebeurde er verder niets, behalve dat ze in zijn arm lag en dat ze iets meer vertrouwd raakte met hem aan te raken: wat essentieel was voor hun maand in Canada. Ongeduldig wachtte Yara op de bank met een boek, totdat Irwin thuis was. Hij had een vergadering en pas dan zou ze horen voor welke gelegenheid hij Cassy zo had laten uitpakken. En ze had gewoon trek in taart. Het was bijna vakantie, het weer was weer mooi, ze hadden nu al een tijdje geen ruzie gehad. Het ging gewoon even goed en dat leek zich door te zetten en Yara kon niet anders dan zich daar een beetje op verheugen. Een keer echt iets positiefs mocht ook wel voor de verandering. Eindelijk -eindelijk- kwam Irwin thuis. Waarschijnlijk was de vergadering uitgelopen, want...het was bijna het einde van het jaar. Dan was er vast een hoop te bespreken. Ze stond op om hem te begroeten met, jawel, een kus op zijn wang, want Cassy was in dezelfde ruimte bezig met het maken van kleding. Dat wist Yara, omdat Cassidy toestemming had gevraagd of ze een jurk mocht maken voor haar zusje. Dat had gemogen, maar nu was ze er dus wel. En dus kreeg Irwin een kus op zijn wang. Daarna was de aandacht al snel voor iets anders: de taart. "Je hebt een verrassing." Ze deed haar best om niet ongeduldig te klinken. "Vertel, vertel. Ik wacht al úren." div.ooc_bbc { display:block; width:100%; background-color:rgba(255, 255, 255, 0.7); padding:4px; } div.ooc_bbc span.ooc_bbc_titel { color:#666; font-family:Courier New, Courier, monospace; padding:1px 5px; } OOC:Privé met Ann!
  19. Henry woonde al een jaar bij oom William in huis. Dat was een hele prestatie! In het begin was het wat moeilijk geweest, maar nu ging dat al stukken beter. Oom William had zelfs Henry’s kledingmaten geleerd en had hem de afgelopen week bijna elke dag op tijd van school gehaald. Het was duidelijk dat ze beide erg vooruit gingen, en dat moest gevierd worden! Toen hij bij zijn vriendjes was had Henry een heel plan gemaakt voor een verrassingsfeest. Er zouden ballonnen zijn, en een taart en snoep en slingers en alles! Het was alleen wat moeilijk om alles klaar te maken voor het feest, omdat Oom William zo vaak thuis was. De enige oplossing die Henry kon bedenken was dat hij ‘s nachts alles moest klaarzetten. Het was donker en koud, en de helft van de spullen had hij niet kunnen regelen, want hij was pas acht. Maar dat was niet erg. Hij had slingers op de muren geverfd ballonnen getekend op papier en uitgeknipt.Henry was de hele nacht bezig geweest met kleuren en knippen, zo veel ballonnen had hij gemaakt. Het waren er wel honderd! (Eigenlijk waren het er maar 20). Maar het probleem was dat ze niet zweefden… Op de muren lijmen was een optie geweest, maar de lijm was op… Na een tijdje sip naar zijn papieren ballonnenstapel gekeken te hebben wist hij het ineens. Magie! Met magie kon je dingen laten zweven! Op zijn tenen sloop het jochie de trap op. Stiekem was hij best nerveus. Van oom William mocht hij nooit aan zijn toverstok komen, dus nu deed hij iets wat eigenlijk heel erg verboden was. Dit was zo spannend! Zachtjes deed hij de slaapkamerdeur van zijn oom open en sloop naar binnen.
  20. Donderdag 9 juli 1835 Blanche Ingram had niet zo heel veel vrienden. Dat was niet omdat ze een hele grote bitch was -eigenlijk wel- maar omdat ze nogal kieskeurig was als het om haar vrienden ging. Ze wilde alleen maar het beste van het beste. Iemand die zo min mogelijk loser-potentieel bevatte en haar pittige opmerkingen tenminste een beetje kon waarderen. Helaas waren dat er niet zoveel. Heel Huffelpuf viel al meteen af, een deel van haar jaargenootjes was een beetje bang voor Blanche en na-apers zoals Christabella hoefde ze ook niet te hebben. Ja, het leven was zwaar, maar na Daniella, Olivia en Claude was er nu eindelijk nog iemand met wie Blanche werkelijk goed overweg kon. Hij was ook nog eens ontzettend knap. Oh en hij had haar mee gevraagd voor een uitje naar het strand. Tot nu toe was het een erg warme dag die veel mensen naar de verkoelende noordzee had getrokken en Blanche had haar parasol nodig om niet teveel zonlicht te vangen, want een gezond kleurtje was prachtig, maar bruin worden was een absolute no-go. Tevreden bleef Blanche voor een momentje aan de rand van het strand staan en bekeek de mensen op hun kleedjes en de paar die zich er aan waagden om te zwemmen in de zee vandaag. "Zullen we daar gaan zitten?" stelde ze voor en ze wees naar een verhoogd stukje in het zand. "Ik denk dat we daar het perfecte uitzicht hebben." Oh niet het uitzicht over zee, want zij en de Zwadderaar hadden natuurlijk wel iets leukers te doen dan romantisch naar een zonsondergang staren. Glimlachend keek ze Graham aan en wachtte tot hij haar het strand op zou begeleiden. OOC: Prive
  21. [1835/1836] Reizen zit in ons bloed

    Valencia was op reis! Nu was dat geen wonder, ze was nu eenmaal van het reizende volk, maar wat wél bijzonder was, was dat ze buiten het Verenigd Koninkrijk was. Ze was op het vasteland geboren en had daar tot haar tweede jaar gewoond, maar kon zich daar niets van herinneren. Het zat namelijk zo: haar ouders dachten dat hun familie hen betoverde zodat ze steeds zwanger raakten en gingen er vandoor. Weg van hun huis, weg van hun haard, weg van het leven wat ze gekend hadden. Ze trokken de oceaan over met hun dertien kinderen en zouden nooit meer terugkomen. Hoe tragisch. Ze zouden óók niet terugkomen omdat ze elkaar vergiftigd hadden, vijf maanden na de geboorte van hun vijftiende kind. Deze gebeurtenis had ervoor gezorgd dat de twee oudste kinderen van Zweinstein getrokken werden en met hun jongere zusjes en broertjes moesten vluchten. Er was namelijk een dreuzeloverheid die het een goed idee vond om ze alle vijftien in een weeshuis te stoppen. Nou dát kon natuurlijk niet gebeuren! Zie je het voor je, de Bihari’s in een weeshuis? De Bihari’s, die al generaties rondtrokken en zongen en probeerden te overleven? Nee, dat zou niet gebeuren al werd het de dood van Emilian en Nikolett, de oudste twee kinderen. De twee maakten hun broertjes en zusjes wakker in de paasvakantie waar dit allemaal gebeurde en ze gingen er vandoor. De volgende vijf jaar trokken ze rond en ontweken ze Dreuzelse autoriteiten, want die wilden hen nog steeds in een weeshuis stoppen. Ze trokken vooral door de magische gebieden heen en deden daar wat ze altijd deden. Tien kinderen zongen, een ging rond met de hoed voor geld, twee gingen op rooftocht en de laatste twee zorgden voor de dieren en hun woonwagen, zodat er niets gestolen kon worden. Terwijl het hele dorp uitgelopen was om te kijken naar het zingende gezin konden zij rustig hun slag slaan. De twee kinderen of rooftocht gingen huizen binnen en stalen eten wat ze waarschijnlijk niet zouden missen, plus soms wat geld, een boek, kleding of schrijfgerei. Ze brachten alles naar de kinderen die bij de woonwagen bleven en gingen daarna weer verder naar het volgende huis. De zingende kinderen haalden daarnaast vaak wel redelijk wat op. Genoeg om de hoeveelheid eten aan te vullen. Diezelfde avond vertrokken ze dan weer, voordat mensen doorhadden dat ze eigenlijk dingen misten. Het gezin kon weer enkele dagen vooruit met het eten, maar al snel raakte het natuurlijk weer op en moesten ze hetzelfde circus opnieuw opvoeren.
  22. Zaterdag 19 september 1835 - 02.00 Het leven was een perfecte lijn van bergen en dalen. Er waren goede dagen. Dat waren de dagen waarop ze zich prima voelde, bijna haar oude zelf. Gewoon een tienermeisje met de normale problemen in plaats van een jong volwassene verstrikt in een web van geheimen en lastige beslissingen. Er waren steeds vaker van dat soort en dat stelde haar gerust. Er waren ook goede nachten. Nachten waarop ze droomde over de mooie dingen het leven, of onmogelijke scenario’s. Maar natuurlijk waren er, soms, ook de slechte dagen. Dagen waarop alles tegenzat en het allemaal net even harder aan kwam als het normaal zou doen. En er waren slechte nachten. Die waren het ergst. Want je had er geen controle over. De nare dromen vonden meestal plaats in de spiegelkamer. Spiegels aan de muur, op de vloer, aan het plafond. Er was geen raam in de kamer te bekennen en ook geen deur, alleen maar haar eigen spiegelbeeld dat haar van alle kanten aanstaarde, twee bruine ogen in een bleek gezichtje. Soms was er het bloed dat langs de randen van de spiegels naar beneden sijpelde in een eeuwige stroom. En er was de stem. De stem was niet afkomstig van iemand in de kamer, want er was verder niemand in de kamer. Maar het gleed tussen de spleten in de muren door en teisterde haar net zo lang tot ze er gillend gek van werd. Gelukkig kon je niet dood gaan in je dromen. Want dat betekende dat er altijd een manier was om wakker te worden. De dekens voelden klam en onprettig aan toen ze haar ogen opende en een stukje overeind schoot in haar bed. Het was nog steeds donker in de kamer van de zevendejaars meisjes, waar verder iedereen rustig sliep. Eva veegde wat tranen van haar wang met de rug van haar hand en wierp een blik op de dromenvanger boven haar bed die zachtjes heen en weer schommelde dankzij de frisse zomerwind die door het raam naar binnen kwam waaien. Misschien was het stom en naïef om te geloven dat dromenvangers echt werkten, maar het had geleken alsof ze dat wel hadden gedaan. Voor een lange tijd. Nu niet echt meer. Maar misschien lag het niet aan de dromenvanger. Misschien waren deze dromen gewoon anders. Ze waren immers niet gebaseerd op onrealistische angsten, het waren herinneringen uit de diepste groeven van haar brein. Het was onmogelijk om na de nachtmerrie nog in slaap te vallen, maar te vroeg in de nacht om wakker te blijven tot het weer licht werd, dus liet ze zich uiteindelijk haar bed uitglijden. In de badkamer gooide ze wat koud water in haar gezicht, maar zelfs het water kon haar gedachten niet opfrissen. Misschien moest ze even gaan wandelen. Frisse lucht kon wonderen doen en omdat iedereen lag te slapen, kon ze rustig alleen zijn. Ja, de nacht was goed om alleen te zijn. Behalve als je niet de enige was die niet in zijn bed lag. Evangeline wilde zich alweer bijna omdraaien en terug de trap op rennen naar de slaapkamers, maar ze hadden elkaar al gezien. Het was haar taak om te zorgen dat alle Griffoendors ’s nachts braaf in hun bed lagen, maar ze kon toch moeilijk nu de strenge Hoofdmonitor uit gaan hangen, terwijl ze zelf ongeoorloofd in de leerlingenkamer stond. En toch wist ze niet veel anders tegen hem te zeggen, want wat vroeg je anders aan een van je voormalige vrienden die je nu eigenlijk al maanden had genegeerd. “Wat doe jij hier?” Verlegen stopte ze een rode krul achter haar oor. Ze was nogal onaardig geweest tegen Charlie en de laatste tijd wist ze niet zo zeker meer of hij dat werkelijk verdiende. “Kon je ook niet slapen?” OOC: Privé met @@Charlemagne Gordon-Lennox
  23. 24th of December – Christmas Eve (or maybe we'll push it to another date if Joke wants to do something Silvershore-y :F As a young boy, Eric had been an avid fan of Christmas. What? Just because he was a serial killer now he had to have been a mess since childhood? Of course not. Or, if that was in fact the rule, it had been one of the first he’d broken. Because, yes, Christmas had been fun. It had meant staying up late, it had meant presents, and, as he was the youngest of his siblings by quite a bit, soon enough it had also meant that his brother and sister would be home from the mysterious castle in which they spent most of their time and about which they were annoyingly reticent. (Not really. Robin and Melinda had, at times, been fairly happy to regale him with the tales of their Scotland adventures. Eric had just been a curious child. And even then never quite certain that someone was telling him the whole story. Look, if you were still searching for resemblance, for an indication of his later character, there you go.) This in turn had meant that his mother would be cheerful – for someone who both loved her children so much, and had so little else to do, the magical society’s tradition of boarding school was pure hardship – and that the days preceding their arrival would be filled with Christmas decorations and the smell of baked goods. It was a happy picture, was it not? Almost too perfect. Nowadays, Eric tended to wonder how much of it had been correct and what parts of it he’d missed, either by being already asleep for them or by dint of the oblivious nature of kids, without which indubitably no Silvershore child would be able to achieve a truly happy memory. Nowadays, he no longer cared about Christmas so much – or at all, actually – and the present was the second in a row that he had diligently avoided. The first, he’d spent with Felicia, in America – a whole new motivation to feel kind-hearted towards the season – and now this second, well, this one he was spending in a mostly empty bar which was about as depressing during Christmas as you’d expect, the few attempts at decoration only serving to bring the interior down. And he would much rather be here than back at home with his family. Which actually made him the person best off by far in present company. For he was the only one at the table tonight for whom that was a choice. “Isaac, Esmé. Esmé, Isaac,” he introduced his ‘friends’ briskly. “Esmé’s staying at one of my places up north, she’s in a little trouble back home. Similar to yours.” And lots, actually, but Isaac had about the same measure of problems as did Eric himself: there was usually no need to elaborate, and understatement was key. Isaac, he didn’t bother to give any more details on. What could he say that would be both true and safe to own to? And necessary besides? Nah. He’d happily let them sort out for themselves to what extend they would like to get acquainted. “I’ll go grab us some drinks.” He returned, with three whisky’s – he knew it was Isaac’s preference, and hadn’t felt like doing anything else. “So, how’ve you been?” div.ooc_bbc { display:block; width:100%; background-color:rgba(255, 255, 255, 0.7); padding:4px; } div.ooc_bbc span.ooc_bbc_titel { color:#666; font-family:Courier New, Courier, monospace; padding:1px 5px; } OOC: prive
  24. Oudjaar - Londen - Rijke mensen thuis. “Gelukkig nieuwjaar, mylady. Moge je veel geld verdienen voor weinig moeite!” Middernacht was net gepasseerd, de mensen van een verdieping lager hadden dat duidelijk gemaakt door het aftellen en het geluid dat daarna was uitgebarsten. Hij stak zijn glas uit naar Lucinda FitzClarence, of dat dacht hij toch, want hij zag haar niet zitten. In de letterlijke zin van de betekenis. De kamer, waar ze nu zaten, was helemaal donker. Het laatste wat een van de beide wilden, was dat iemand er achter zou komen dat zij hier alleen zaten en dus moesten ze stil zijn en vooral in het donker voor zich staren. Het had misschien wel iets spannend, gratis dure champagne drinken en dan vervolgens niet doen waar hij betaald voor werd. De entertainment werd immers niet betaald om elkaar te plezieren, maar voor de gasten. Wacht, wat? —— Julian keek chagrijnig naar de naakte rug van Evelyne, de dochter van zijn werkgever. Niet dat het prinsesje dat nog maar kon zien, want haar gezicht keek verveeld naar de andere kant van de kamer. (En toegegeven, dat was de enige reden waarom hij zijn emoties niet verborg.) Hij ging recht zitten en gooide de lakens van zich af. “Je had het beloofd!” waarbij hij vooral probeerde te klinken alsof hij smeekte. Er was haast geen enkele manier om haar van gedachten te doen veranderen, maar smeken was misschien nog de meest efficiënte manier en dat had ook geen gevolgen voor later. Misschien was het niet eens zo’n grote leugen, want wanhopig was hij eigenlijk wel. Alleen had hij eerder de neiging om naar haar te brullen. De woorden achterbakse teef, leugenaar en andere fijne woorden zouden dan zeker vernoemd worden. “Niet waar,” verbeterde Everlyne hem en hij voelde hij ze dichter bij hem kwam zitten, haar armen rond zijn middel sloeg en een kusje in zijn nek plante. Ugh. Dat ook nog. “Ik had beloofd dat ik met Papa zou praten, maar ik heb niet gezegd waarover. Stop nu met zeuren, want van jou krijg ik hoofdpijn. Je gaat naar dat feestje. Doe je ene costume aan. De vrouwen gaan je ter plaatsen willen bespringen en ik wil een nieuw paar schoenen.” En dus was het zo dat hij enkele minuten na zeven uur verscheen op het feestje. Het waren mensen waar hij al vaker mee had samengewerkt en dat was iets waar Julian niet stond om te springen. Variatie was het enige wat hij vroeg aan zijn werkgever. Nu Yara in het beeld was, was dat iets wat hij eens zo belangrijk vond. Hij wilde niet een band dat nog maar enigszins in de verste verte enige kenmerken vertoonden van wat hij met zijn klasgenote had. “Een dubbele vuurwhiskey, alsjeblief.” Het was zoals hij het had voorgesteld; verschrikkelijk gezelschap, droge mensen en mensen die over het algemeen of dringend opium moesten roken of dringend een beurt nodig hadden. Het laatste het liefst door iemand anders verzorgd, want het waren doorgaans de mensen die huilden als ze eenmaal klaar waren en dat was het ergste soort. “Het is verwonderlijk wat voor uitschot ze tegenwoordig allemaal binnen laten op dit soort feestjes”, zei de blondine die naast hem aan de bar zat. Die stem kon hij niet vergeten, want het was er een die hij al vaker had gehoord. Een keer toen ze boven op hem zat en dat was de reden waarom ze altijd zo lief waren tegen elkaar, het feit dat ze de eerste keer gedwongen waren seks te hebben met elkaar. Het was een misplaatste vorm van haat, maar ze konden niemand anders haten buiten elkaar. Een grimas verscheen. “Hallo to you too.”
  25. [1835/1836] Check mate

    28 november 1835 - een van de tafels in de Grote Zaal - Huiswerkuur Daar zat hij dan. Het was weer eens tijd voor een middag waarin hij moest wachten tot hij een laat uur op de universiteit moest volgen. Gevorderde Astronomie was een vrij ingewikkeld vak, maar voor Samuel gesneden koek. Nadat hij zich er keurig op had voorbereid door te lezen en aantekeningen te maken voor het college, had hij nog een flinke scheut aan tijd over en moest hij zichzelf nog even vermaken. Lezen had hij al meer dan genoeg gedaan. Zijn vrienden waren of in de les, of ze bevonden zich ergens in het kasteel. Ze waren in ieder geval niet hier en op dit moment had Sam ook niet echt de behoefte om ze te gaan zoeken. Hij had het druk genoeg met het regelen van zijn Russische avontuur; dat kostte hem meer tijd dan hij vooraf had gedacht. Hij moest de taal leren, de geschiedenis van het land kennen, zich verdiepen in de gebruiken, normen en waarden... Een hele boel. Maar ook daar had Sam de laatste dagen genoeg tijd in gestoken. Het was tijd voor wat ontspanning. Een potje toverschaak bijvoorbeeld. Alleen... ja... Hij speelde het dus in zijn eentje. Niet omdat niemand met hem wilde schaken, maar gewoon omdat hij niet echt had rondgevraagd of iemand met hem mee wilde spelen. Hij was er eigenlijk van overtuigd dat hij zichzelf moest vermaken en wilde de rest van de studenten niet lastig vallen. Het was immers een huiswerkuur en dat betekende dus dat er huiswerk moest worden gemaakt. Wat Sam dacht was dat iedereen die hier was dat uur gebruikte om huiswerk te maken. Leefde Sam onder een steen? Wel nee, hij ging gewoon van het beste van mensen uit... Dus ging hij zelf verder. Wit was aan zet en met zijn wenkbrauwen in een diepe frons bekeek hij welke zet het meest gunstig zou zijn. Hij dacht diep, heel diep na... ...tot iemand hem onderbrak. div.ooc_bbc { display:block; width:100%; background-color:rgba(255, 255, 255, 0.7); padding:4px; } div.ooc_bbc span.ooc_bbc_titel { color:#666; font-family:Courier New, Courier, monospace; padding:1px 5px; } OOC:Privé.
×