Jump to content

Search the Community

Showing results for tags 'prive'.



More search options

  • Search By Tags

    Type tags separated by commas.
  • Search By Author

Content Type


Forums

  • Algemene Informatie
    • Informatie voor nieuwe leden
    • Mededelingen
    • Belangrijke Informatie
    • Personagedossiers
    • Archief
  • Het Hippe Gedeelte
    • Het Stationscafe
    • Het RPG-cafe
  • Zweinstein
    • De Kerkers
    • Het Terrein
    • Het Zwerkbalstadion
    • De Grote Hal
    • Eerste t/m Vierde Verdieping
    • Vijfde t/m Zevende Verdieping
    • Torens
  • Buitenwereld
    • Zweinsveld
    • Londen
    • De Universiteit
    • Engeland en Omstreken
  • Andere Boards
    • Zottenboard

Calendars

  • OOC Kalender

Group


Website link


Skype


Membergroups


Naam


Personagedossier


IC leeftijd


IC Burgerlijke Staat


Beroep


Basisvakken


Keuzevakken


Zwerkbalpositie

Found 325 results

  1. She is nothing but trouble "Trouble yes," he nodded. "But not nothing not nothing." _____________________________________________ Als Keane Cadwgan zijn overname van de Augury Conert Hall knallend in had willen luiden, dan was dat in ieder geval gelukt. Het champagnevoorval had een iets langere nasleep dan Evangeline oorspronkelijk had gedacht, wat vooral de schuld was van de Ochtendprofeet, die het blijkbaar de moeite waard vond om het te vermelden in een artikel. Gelukkig werd haar naam er niet in genoemd, maar in het theater was het voor een aantal dagen het gesprek van de dag. Echter zoals dat ging met alle nieuwtjes, waaide het uiteindelijk ook weer over en maakte plaats voor ander nieuws. Het leven ging door en na een week was het net alsof er nooit iets was gebeurd. Behalve dat de overname nog steeds een feit was, natuurlijk. Het was een drukke, lichtelijk chaotische week die daarop volgde, maar uiteindelijk had ze het decorstuk waarvan Keane wilde dat ze het zou overschilderen en waar blijkbaar haar toekomst in dit theater lichtjes van afhing, op tijd af voor de première van hun laatste opera. Het was mooier geworden, daar was ze zeker van en als Keane nog steeds dezelfde smaak had als vroeger, dan zou het hem vast wel bevallen wat ze er van had gemaakt. Het decorstuk was in ieder geval goed genoeg om te worden gebruikt voor het stuk. Of het ook goed genoeg was voor meer dan dat? Ze had geen idee, want op dat moment zei hij er niet echt iets over en Eva wist niet zeker of ze dat als een goed of slecht tegen op moest vatten. Na die deadline viel er voor Evangeline niet zoveel meer te doen in het theater. Met de geplande verbouwingen die zouden beginnen in mei en een nieuw programma dat moest worden samengesteld, waren er nog niet echt stukken waar iets voor geschilderd moest worden. Die vrije tijd die ze er aan overhield kwam eigenlijk wel goed van pas, dan kon ze eindelijk al haar achtergestelde huiswerk inhalen en bovendien was er, zoals Keane al had gezegd, genoeg stof om over na te denken. Vooral toen die grote envelop op de deurmat viel. De brief die er in zat was afstandelijk en professioneel, zonder enkele aanwijzing dat ze ooit brieven naar elkaar hadden geschreven die zoveel diepgaander waren dan dit. En bijgevoegd, haar nieuwe contract. Tenminste, als ze het wilde natuurlijk. Ergens voelde het onwerkelijk dat hij echt op haar voorstel in was gegaan, dat hij haar ondanks haar gedrag en dat krantenartikel dat vast niet zoveel goed had gedaan, toch een promotie aanbood, de mogelijkheid om samen ergens aan te werken. Het was nog steeds een raar idee dat ze dan onder hem zou werken, maar het was beter dan niets, het was beter dan haar huidige functie. Aan de andere kant zou het veel van haar tijd gaan opslokken en misschien, misschien had Keane die dag wel een punt gehad dat het mogelijk niet de beste beslissing was, dat ze zich af moesten vragen of ze dit wel konden. En toch kon Eva het niet laten om er nieuwsgierig naar te zijn... en zoals elke Griffoendor liet ze zich graag door haar nieuwsgierigheid verleiden. Het is beter om spijt te hebben van dingen die je hebt gedaan, dan van dingen die je niet hebt geprobeerd, had iemand wel eens tegen haar gezegd. Dat was waar. Dat wist ze nu, die fout had ze al eens gemaakt en knaagde nog steeds, elke keer dat ze Keane zag en elk moment dat iemand het woord Frankrijk in de mond nam. Dus na een week twijfelen en naar het contract staren alsof het toch nog elk moment in rook op kon gaan, besloot ze er uiteindelijk toch voor te gaan. Ze hoefde alleen maar te tekenen. Hier en hier.... en hier. OOC: Vervolg op Baby you look happier you do
  2. Dinsdag 14 maart 1837 Silvershore mansion in London, iets na twaalven. Het was nacht. Het was nog niet echt heel erg laat; het was meer dat Scott Evergreen al redelijk vroeg begonnen was met drinken. Niet dat hij dronken was – wel wat aangeschoten wellicht, net genoeg om dat beetje voorzichtigheid dat zijn karakter kende met een redelijke directheid uit de deur te gooien. Het was meer dat hij altijd zo druk was, constant bezig met reizen tussen Zweinstein, Cambridge, zijn huis in Londen en Knighton, altijd maar aan het werk om zijn lessen voor te bereiden, bijzondere planten te verzorgen, zijn manuscript verder te schrijven en zijn fanmail te beantwoorden – voornamelijk dit laatste had natuurlijk prioriteit – dat hij zijn vrienden, familie, zijn liefje, nauwelijks zag. Maar vandaag had een van zijn beste jeugdvrienden een langverwachte promotie gekregen bij de Ochtendprofeet, en dus had hij zichzelf plotseling om twee uur ’s middags in een bar bevonden. Nu kon Scott wel wat hebben, had wellicht wat weg van een ‘professioneel alcoholist’ als dat een welbegeerde titel zou zijn, maar het gepraat en gelach met zijn vrienden over vroeger had zijn gedachten doen afdwalen naar heden en toekomst; en dat liefje, die daar op het voorgenoemde lijstje had gestaan. Vroeger had hij er vele liefjes op nagehouden, ook naast zijn huwelijk, maar als hij het aan zichzelf zou moeten toegeven was er tegenwoordig maar één in zijn gedachten. Het was wellicht omdat ze zichzelf niet geheel prijsgaf, zowel in woorden als in daden, dat hij zo naar haar verlangde. Maar het waren ook andere kwaliteiten die Zaira Silvershore zo aantrekkelijk maakten. Haar betoverende lach; de uitdagende schittering in haar ogen; dat begeerlijke lichaam.. en ook een vleugje van iets dat hij niet geheel kon verklaren. Iets wat hem op zijn gemak deed voelen, wat zijn dag spontaan beter maakte als hij haar zag… Maar dat laatste was het probleem, want hij had Zaira alweer enkele weken niet gezien. Och, ze schreven, en dat ging er soms redelijk pikant aan toe. Maar ze had natuurlijk haar reputatie om aan te denken, en ze konden niet al teveel samen en public worden gezien. Mocht Scott die extra paar glazen vuurwhisky niet hebben gedronken, dan had hij het ook nooit aangedurfd om het risico te nemen haar onaangekondigd op te zoeken. Maar zoals dit verhaal loopt, had hij die glazen echter wel gedronken, en bevond hij zich op dit moment op het imposante plein in Londen waar een van de huizen van de Silvershores aan was gevestigd. Zaira had hem tussen de regels door in een van haar brieven verteld waar haar kamer ongeveer was, net zoals ze hem had verteld dat ze dit tripje naar de stad met slechts een klein deel van haar familie zou ondernemen – en dus liep Scott, wellicht een tikkeltje onvast, richting het pand, zijn olijfgroene ogen omhoog gericht. Er leek in enkele van de kamers een zwak licht te branden, wellicht van een haardvuur of andersinds, maar voor de rest was het grote pand van binnen donker. Vorige keer dat hij hier was geweest had hij gewoonweg aangeklopt en was hij door iemand van het personeel binnengelaten, maar gelukkig was hij helder genoeg om te bedenken dat dit op dit uur waarschijnlijk wel anders zou zijn. Nee; in plaats daarvan keek hij voor een moment om zich heen, voordat hij zich bukte om een handvol keitjes van de met grind bezaaide oprijlaan op te rapen. Voor een moment kneep hij zijn ogen tot spleetjes terwijl hij de afstand inschatte, iets wat altijd ietsje moeilijker ging als je al wat had gedronken, voordat hij met gestrekte arm het eerste kiezeltje tegen het raam gooide waarvan hij dacht dat het de goede moest zijn. Tik. Hij had niet zo hard gegooid dat het raam was gebroken gelukkig, maar had na eventjes wachten ook niet het gewenste resultaat. Misschien was ze toch niet thuis – dat kon – of wellicht werd hij zo gearresteerd omdat hij midden in de nacht stenen op het slaapkamerraam van de voorzitter van het Magisch Verbond aan het gooien was. Om de een of andere manier kwam hem dat zo grappig voor dat hij even hardop moest grinniken. Tik. Tik-tik. OOC: Met Kelly e.a. <3
  3. Tweede helft mei, na de examens - bij de leegstaande studentenhuizen - Cambridge - Vlak na de lunch. “The natural state of the sentient adult is a qualified unhappiness.” Hoe het er precies op was uitgedraaid dat Irwin en Yara dit moesten doen, wist Yara niet meer, maar vandaag waren zij en haar plus één in Cambridge om een huis uit te zoeken waar Daniel en Elaine het komende jaar zouden gaan wonen. Waarschijnlijk had het ermee te maken dat Daniel 'te ziek' was. Oh, hij was ook wel ziek, maar het was vast een kaart die hij zonder schaamte speelde als hij ergens geen zin in had. Daarnaast hadden Elaine en Daniel al 'teveel aan hun hoofd' vanwege het naderende huwelijk, en het was niet onbekend dat Elaine geen keuzes kon maken. En dus was Yara op campus een studentenhuis aan het uitzoeken, waar ze zelf nooit zou wonen. Zij ging immers met Irwin op Dunfermline wonen. Ze vond het niet erg; Dunfermline had de meest prachtige en uitgebreide privé-bibliotheek ooit, het was er rustig en midden in de natuur en daar had ze alle ruimte voor zichzelf en zou ze vrijelijk haar gang kunnen gaan. Ook had ze vast en zeker een vast logeeradresje bij Daniel voor die keer dat ze wel een keer op campus wilde overnachten, bijvoorbeeld na een feestje. De twee hadden net geluncht in het theehuis van Cambridge, waarbij ze heel gezellig een boek erbij op tafel hadden liggen. Nee, oprecht, het was gezellig geweest. Ze hadden wat gezegd als ze wat wilden zeggen en verder was er een ontspannen stilte geweest. Veel mensen zouden vast de waarde van een dergelijke eensgezinde stilte onderschatten; dat zoiets kon zonder dat het als ongemakkelijk of falen werd opgevat, dat geen van twee dacht dat de ander zich aan het vervelen was of liever iets anders zou doen. Nou ja, misschien zat Irwin nu ook liever thuis dan een huis voor zijn zus uit te zoeken, maar dat had dan weer niets met Yara te maken. "Ah, hier is nummer zeven. Daar hadden we als eerste een afspraak toch?" Yara rolde ter controle nog eens het perkament uit. Ja, ze hadden om half twee een bezichtiging bij nummer zeven, om twee uur bij nummer twintig en om half drie bij nummer vier. Yara had van tevoren voor zichzelf maar een lijstje gemaakt waar ze op moesten letten en deze ook aan Irwin gegeven, want ze zag het ander al gebeuren dat ze straks in haar eentje moest gaan beslissen welk huis ze zouden kiezen. "Nou deze is in ieder geval al op de begane grond en heeft een klein tuintje. Dat vindt Elaine wel leuk, toch?" Dan kon ze onder een parasol buiten zitten met een drankje, niet omdat het meisje overkwam alsof ze zo graag tuinierde. [OOC: Privé met Ann]
  4. ['37][18+]On the edge of the stars

    18+ waarschuwing: poging om het einde van het leven te bespoedigen. 28 juli 1837 - de Astronomie toren op CU - 1:13 's nachts Een zachte bries blies kleine stofdeeltjes en boomblaadjes in sierlijke cirkels over de grond en in de lucht. De lucht was klam en warm, maar toch zwoel en verkoelend na de warme zomerdag die achter de rug was. De zon had ruim geschenen, in al haar volle glorie, haar zonnestralen strelend over de wereld. Over de bomen, de dieren en de mensen. De donkere huiden, de lichte. Het geruis van de wind werd luider naarmate de hoogte zich vanaf de grond vergrootte. Voorzichtige voetstappen weerklonken op de traptreden van de Astronomietoren aan de Cambridge Universiteit. De schoenen die de traptreden beklommen glommen in het licht van de sterren en de maan. Het was een prachtige, heldere nacht. Zuiver en schoon van wolken en mist. Gestrikte veters, met een dubbele knoop. Bruine broekspijpen die in het licht van de nacht juist grijs en grauw leken te zijn. De zon was nog niet zo lang geleden ondergegaan, maar in de zomerse nachten was de transformatie van dag tot nacht slechts een wisseling van enkele minuten. Waar de zon enkele minuten geleden nog zo helder scheen, was nu een kille duisternis ontstaan, als een schaduw op klaarlichte dag. De voetstappen kwamen boven, de laatste trede achter zich latend en de stenen van de op een na hoogste ruimte begroetend. Samuel wierp een voorzichtige blik naar beneden vanuit het grote raam. De grond was ver beneden zijn voeten, maar leek toch zo dichtbij. Geruisloos klom hij naar het laatst mogelijke, hoge plekje op de toren. Het dak, met de daarop aansluitende observatieplaats. Met een zachte glimlach begroette hij de zachte zomerbries op zijn gezicht. De lucht hierboven leek altijd frisser, schoner dan beneden. Ze veegde zich langs zijn gelaat, zijn armen, door de luchtige stof van zijn blouse en door zijn schoongewassen haren. Zachtjes sloot hij zijn ogen en genoot van het rustgevende moment. Eindelijk... een moment van rust. Zo veel drukte, zo veel geruis en geluiden van de dag. De nacht was zijn favoriete fase van de dag, door de serene rust, die de drukke geluidsmuur van de dag deed wegzakken in een diepe slaap. Niemand had door dat hij hier zat en dat was maar goed ook. Dit was zijn favoriete rustplek, een ruimte, of eerder een dakloze, muurvrije ruimte van stilte. Een diepe zucht. Langzaam liet de jongen zich zakken, tot hij zijn achterwerk had geplant op het houten plateau, dat net buiten de observatieruimte viel. Hij kon langs de neuzen van zijn schoenen de diepte in kijken, naar de wereld beneden zijn voeten. De enkele studenten en professoren die hadden besloten om de zomervakantie hier door te brengen lieten zich zo nu en dan zien, in de weerspiegeling van de ramen, of in een deuropening nabij de bibliotheek. Het café waar Paige werkte was verlicht, maar leek vanaf hier uitgestorven. De meeste mensen waren naar huis, om de vakantie door te brengen bij hun geliefde familie en vrienden. Samuel was net terug van weggeweest. Hij had zijn familie weer gezien, George geholpen met het werk op de hoeve, Siobhan uitgebreid geknuffeld en bedankt voor haar heerlijke maaltijden en de schoongewassen lakens op zijn bed. Zijn oudere broers en zussen, die op bezoek waren gekomen. James, zijn kat, die ook mee was gegaan en daar op Samuel's wens was gebleven. Het was goed voor hem om heerlijk op de hoeve rond te struinen, zoals hij iedere vakantie gewend was. Hij zou hem in september, aan het begin van het schooljaar weer ophalen had hij gezegd. Hij had zijn broers en zussen geknuffeld, George, Siobhan... En hij had ze bedankt voor hun steun en hun liefde. Tot gauw, had hij gezegd. En nu was hij weer hier. Zijn blik verschoof zich over de ruim uitspreidende daken van de universiteit en even verscheen een glimlach op zijn gezicht. Er was gewoon iets met daken, waar hij altijd even om moest grinniken. Zijn gedachten gingen voor een moment uit naar Felicia en haar begrafenis van enkele weken geleden. Wat had hij graag nog een keer gepicknickt met haar op een dak. Of met Eva. Met Keane. Met Paige. Met Kathryn. Maar ergens ook niet. Het was iets van hun geweest, iets wat hij koesterde en het liefst in een klein doosje had willen doen. Zijn mondhoeken gleden voor een moment iets hoger. Wat had hij tot nu toe een mooie momenten beleefd. Zo veel vreugde, zo veel blijdschap... Ook dat had hij het liefst in een doosje willen doen, eentje met een heel goed slot, zodat hij het nooit meer kwijt zou raken. Maar daar was het al te laat voor. Het doosje had niet goed op slot gezeten en met de tijd mee was de blijdschap en de vreugde ontsnapt. Zo tussen zijn vingers door weggeglipt. Niet in een oogwenk, maar langzaam. Druppel voor druppel, zucht voor zucht. Zijn mondhoeken gleden iets omlaag. Alle verhalen, alle belevenissen, alle ervaringen in hun glooiende, warme kleuren vervaagden en werden kil en grauw. een duister randje omringde zijn herinneringen, alsof de blijdschap met iedere ademhaling verdween. Hij wilde wel blij zijn, maar hij wist niet meer hoe. Hij kon zichzelf er niet meer toe krijgen om blij te zijn, zich blij te voelen. Blij bestond niet meer. Geluk was verdwenen en liefde was een leugen, gemaakt door onze eigen, euforische en optimistische hersenspinsels. Het echte, rauwe bestaan was enkel overleven tot de dag dat je zou sterven. Inmiddels was zijn gedachte daarover bijgesteld; liever vandaag dan morgen. Nee, hij zou niet gauw terugkeren naar de hoeve, naar Siobhan, George en James. Hij zou James dan ook niet meer ophalen. Hij zou geen whiskeyavondjes meer houden met Keane, of theatervoorstellingen bekijken met Eva. Hij zou geen ontbijt meer eten met Paige, op zondagmorgen, met haar eigengemaakte homemade roast. Hij zou Kathryn niet meer zien, evenals de mensen van de universiteit, zijn oude Zweinstein vrienden... Hij zou niemand meer zien, niet tot zij dezelfde weg zouden volgen als hij nu deed. Het was genoeg geweest. De ellende had hem zo ver in zijn eigen duisternis gedreven, dat hij verdwaald was geraakt en weg niet meer terug wist. Zelfs niet voor het kleinste beetje. Hij had de hoop opgegeven, wat hem naar een nieuwe weg had gebracht, eentje die uiteindelijk dood zou lopen, maar pas op het allerlaatste einde. Hij had alles en iedereen nog eens in zijn hoofd herhaald. Of het echt zin had wist hij niet, want waarschijnlijk dachten ze niet aan hem. Hij was niet zo belangrijk voor Keane als Keane voor hem. Keane was rijk en machtig. Had de wereld aan zijn voeten liggen. Plus, dat hij over niet zo'n lange tijd vader zou worden en dus hoofd van zijn eigen gezin. Evangeline zou hem niet missen. Ze had een goede stap gemaakt op haar werk, genoot van haar werk en deed hard haar best voor haar studie. Plus dat ze een relatie had, iemand die beter was dan hij en waar ze echt haar hart aan kon geven na al het gedoe met Keane... Hem was dat niet gelukt en hij wist nu waarom; ze was te goed voor hem. Felicia was gestorven... Sebastian en Lillian hadden hun eigen huwelijk om te plannen en geen tijd voor Sam. George en Siobhan waren druk op de hoeve en James... zijn lieve kater James was de enige die hem op dit moment echt zou kunnen missen. De gedachte aan de luie kat die in de zon lag te spinnen van genot gaf hem een klein glimlachje. Een seconde. En toen was hij weer weg. George en Siobhan waren dol op James en zouden net zo goed, of misschien zelfs nog beter, voor hem zorgen met alle liefde die ze het dier ook maar konden geven... Het was genoeg zo. Het was op. Hij was op. Uiteindelijk klom hij dus over die reling, de laatste stappen zettend. Zijn laatste klim, tot hij eindelijk mocht loslaten. De toppen van zijn tenen hielden hem op het plateau, terwijl zijn handen langzaam een weg zochten om zijn hele gelaat om te kunnen draaien. Stap voor stap keerde hij zich met zijn gezicht naar de buitenwereld, naar de sterren en de maan. Zijn handen hielden zich vast aan de reling, terwijl hij zich steeds een stukje meer naar voren boog, zijn blik starend naar de wereld van beneden. Zijn ogen gleden voor een moment omhoog, zoekend naar een bekend gezicht. In zijn gedachten verschenen Felicia, zijn vader, zijn moeder... In gedachten groette hij ze en zei hij hen dat het niet lang meer zou duren. Hij was klaar om op reis te gaan, aan de andere kant te staan. Hij sloot zijn ogen, voor alles wat was geweest en wat nog zou komen, in die laatste ogenblikken van zijn bestaan.
  5. ['37] Icecream and fingernails

    18 juli 1837 - De Wegisweg - 's middags ergens rond een uurtje of twee ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ De zomervakantie was al weer enkele weken geleden van start gegaan en de rust was meer dan behaaglijk. Tot in de late ochtenduurtjes uitslapen, je nog eens omrollen om vervolgens weer even in slaap te vallen, met je hoofd op je donzen kussen, gehuld in de geur van thuis. Met een glimlach op het gezicht had ze de geur opgesnoven, iedere morgen weer sinds ze thuis was gekomen. Thuis was gewoon haar favoriete plek, nog favorieter dan Zweinstein, maar het scheelde niet veel! Lyre genoot van Zweinstein, maar niets kon het gevoel van thuiskomen verslaan. Oké, misschien nog een andere gedaagde mededinger; plezier maken met Desmond. Dat was ook altijd geweldig en dat was ook een van haar meest favoriete dingen om te doen. Vandaag hadden ze afgesproken op de Wegisweg, om alvast wat inkopen te doen voor hun vierde schooljaar. Geweldig! Ze moest sowieso nog een nieuwe set handschoenen halen voor Kruidenkunde en ze moest een nieuwe tinnen ketel hebben, of eerder een tweedehandsje die er nog een beetje fatsoenlijk uit zag. Haar eerste ketel was... kapot. En dat was understated. Misschien hadden ze nog wat uitverkoopitems bij de boekenwinkel, ze moest nog wat inktveren en inkt hebben... En dan was haar spaargeld al weer op... Hoewel? Er kon misschien nog wel één ijsje van af. Braaf wachtte ze op Desmond, bij de ijssalon natuurlijk. Want daar kon ze alvast een ijssmaak uitzoeken die ze straks zou halen!
  6. Juli 1837 - Frankrijk - Marseilles - op het zonnig terrasje van een magisch hotel. “You don't love someone because they're perfect, you love them in spite of the fact that they're not.” Op de kermis hadden ze weer voor het eerst gezoend, heimelijk, en met een behoorlijke lading schuldgevoel in de richting van Lydia. Althans, daar had Pearl last van gehad. Sindsdien was het langzaam steeds weer een beetje meer geworden. Vanaf wanneer precies, kon Pearl niet exact aanraden, maar op dit moment kon ze wel met zekerheid zeggen dat Lawrence en zij een relatie hadden. Een affaire, want hij was natuurlijk al getrouwd, met Lydia... haar beste vriendin, om het allemaal maar lekker ingewikkeld te maken. En ze woonde daar in huis, maar het was beter als het personeel het niet wist. Heel gecompliceerd. Ja. Maar ze was verliefd. Op dit moment kon ze dat heerlijke gevoel helemaal vrij laten, laten gaan, er gehoor aan geven. Ze waren in Frankrijk, samen, weg van alles en iedereen en alle mogelijke complicaties. - Nu rekende Pearl Lydia overigens niet als complicatie, want de vrouw had altijd zoveel afspraken staan dat ze er heel vaak niet was als Lawrence en Pearl thuis waren. Daarbij was Pearl een complicatie voor Lydia en niet andersom. Nooit niet. Nee. Wist Lydia dan alleen weer niet, dacht Pearl-. Ze zaten op een terrasje. Pearl droeg een grote zonnehoed, om haar ogen te beschermen tegen het felle licht van de zon en ook haar huid een beetje, want de blanke Engelse teint werd al snel zo rood als de schalen van een kreeft. "Het is echt zo warm... alsof de lucht je aan het knuffelen is, vind je niet?", vroeg Pearl opgewekt aan Lawrence. "Ik stel voor dat we hier een ijskoffie drinken, en dan de verkoeling opzoeken in het water. Dit keer heb ik wel zelf een badpak meegenomen." Dit keer had ze namelijk geweten waar ze heen gingen. Dit keer zouden ze ook zelfs een nachtje blijven in het hotel, want Lydia had een over ander evenement met een theeproeverij met vriendinnen dat het hele weekend zou duren. Dus ach, dan konden Pearl en Lawrence samen ook even weg, niet waar? "Oh, trouwens, ik had gezien dat er in het museum hier een tentoonstelling is met allemaal werken van Delacroix en ook magische schilders in vergelijkbare stijl. Daar wilde ik graag heen." Over het algemeen ging Lawrence wel akkoord met wat Pearl voorstelde, maar ze keek hem toch even vragend aan, want ze wilde nu ook weer niet overkomen alsof ze de baas van hen twee was. "Het is allemaal kunst met emotie en gevoel," en dat was eigenlijk wel heel interessant om dat juist met Lawrence te gaan bekijken. Hij had immers verteld dat hij minder emoties kon voelen en dat hij daar moeite mee had -zoals elke man-. Dus ze was dan wel benieuwd hoe verschillend zij de verschillende schilderijen zouden interpreteren. [Privé met Ann <3]
  7. Zaterdag 15 april 1837 – Cornwall toren, appartement van Irwin en Yara. “We all look for happiness, but without knowing where to find it: like drunkards who look for their house, knowing dimly that they have one.” Zaterdagavond betekende over het algemeen dat Daniel en Yara samen op stap waren geweest. De ene keer betrof het een tripje naar Edinburgh, maar dit keer was het ordinair, net als de rest van het gepeupel op Zweinstein, in Zweinsveld geweest. Sinds Daniel ziek was, konden ze het risico immers niet nemen om op al te onbekende plaatsen alcohol naar binnen te gieten. Als twee dronken droppies hadden ze de wandeling terug naar het kasteel gemaakt. Vlak na de ingang hadden ze afscheid genomen, want Daniel moest terug naar de kelders en Yara moest aardig wat trappen op de toren in. Normaal bracht Daniel haar wel weg, maar wederom vanwege zijn gezondheid stond ze het hem toe deze plicht te verzaken. Het was niet alsof ze nou zoveel risico liep binnen in het kasteel. –Dan negeren we maar even dat er types als Hawk rondlopen.- Vrolijk neuriënd kwam Yara het appartement binnen, waar Irwin met een boek op schoot op de bank zat te lezen. Ze kon haar echtgenoot op die manier bijna uittekenen, maar dat maakte niet uit. Dat maakte nu allemaal niet uit. Ze was veel te vrolijk om zich ergens zorgen om te maken. “Hallooo,” groette ze hem joviaal, de deur achter zich dichtdoend. Niet geheel stabiel maakte ze de overtocht van deur naar bank, waar ze zich, eenmaal op beoogde locatie aangekomen, zich voorover op de bank liet vallen. “Heeeeel misschien heb ik straks je hulp nodig om weer op te staan,” zei ze met een guitige blik in haar ogen. “En weetje,” op het moment vond ze zichzelf echt buitengewoon briljant, “wij zien elkaar niet zoveel hè?” Ze glimlachte schaapachtig. “Dus dan kom je vast heeeeeel veeeeel aandacht tekort.” Dat was een feit. Ze giechelde een beetje. “En ik heb een oplossing bedacht.” Want zo geniaal was ze. Ze kroop op de bank een beetje naar hem toe, viel in het proces nog half om in de zachte kussens. Yara haalde het boek uit Irwins handen en ging bij hem op schoot zitten. “Dit is héél serieus.” Ze sloeg haar armen om zijn hals. “Kijk…” En toen zoende ze hem innig op de mond met de smaak van whisky nog op haar lippen. [OOC: Privé met Ann]
  8. Zondag 26 maart 1837 - Cornwall toren, Irwin en Yara's appartement - in de middag. “There was a mood of magic and frenzy to the room. Crystalline swirls of sugar and flour still lingered in the air like kite tails. And then there was the smell -the smell of hope, the kind of smell that brought people home.” De afgelopen had Cassidy het ietsje rustiger gekregen. Na haar ontmoeting in januari met Daniel was ze namelijk gestopt met haar baantje in The Redgrave Hotel. Dat was zowel beter voor haar energie, want ze kwam met al haar taken en baantjes maar net toe aan vijf uurtjes slaap per nacht. En dat was structureel geweest, niet incidenteel. Ook was het een stuk beter voor haar gemoedsrust, want de policy van het hotel dat je geen nee mocht verkopen aan klanten, leek iets teveel op het effect van de imperius-vloek. Dus dat was erg onprettig. Daarbij waren er ook op het thuisfront wat verbeteringen, namelijk dat Irwin haar een tijdje terug, ook in januari, gered van een onaangename jongeman en toen had ze gemerkt dat ze hem toch af en toe ook kon begrijpen als hij geen bevelen naar haar toe uitsprak. En vanaf maart nam Irwin haar opeens vaker mee samen ergens naartoe. Ze wist niet precies waarom, maar misschien wel omdat ze had aangegeven zich alleen te voelen? Hoe dan ook waardeerde ze het en deed ze haar best om in hun tijd samen een zo goed mogelijke bediende voor hem te zijn en zo min mogelijk tot last te zijn. Vandaag waren Yara en Irwin op stap en ze zouden aan het einde van de middag weer terug zijn. Cassy had besloten wat koekjes en een cake te bakken, om haar meester en meesteres een beetje te verwennen bij de koffie. Dat was vooral ook een goed excuus, om zo iets te kunnen doen wat ze leuk vond. Ze had vast geen echt goed doordacht excuus nodig, maar ach, zo was elke mogelijkheid tot schuldgevoelens ontnomen. Het was nog het begin van de middag, toen er op de deur van het appartement werd geklopt. Cassidy veegde haar handen af aan het schortje dat ze droeg en bond snel haar haren opnieuw wat naar achteren, daarmee een licht spoortje bloem op haar wang achterlatend. Het was Daniel. Met een glimlach groette ze de jongen. "Hey Daniel," ze was al zover dat ze hem bij zijn voornaam aansprak. De naam ook nog af te korten, ging haar voorlopig nog even te ver. "Yara is vandaag met Irwin naar een museum in Fort William, als ik me niet vergis. Dus die zullen voorlopig nog niet terug komen." Waarschijnlijk zouden ze pas rond sluitingstijd het museum verlaten. "Maar ik ben koekjes en cake aan het bakken... Dus als je het leuk vindt..." Dan was hij van harte welkom om aan te schuiven. Hij mocht helpen, hij mocht kijken en hij uiteraard mocht hij ook wat van het eindresultaat proeven. Nu snapte ze het ook wel als hij andere of betere dingen te doen had, maar ze hadden het er een tijdje geleden over gehad; dat was overigens ook de enige reden dat ze het durfde voor te stellen. [OOC: Privé]
  9. Mei 1837 - Leerlingenkamer Huffelpuf - in de stoelen bij het haardvuur - in de avond. "A friend may be waiting behind a stranger's face." Het was de examenperiode. Het was erg stressvol. Welke examens je nu wel of niet zou behalen, waren de vakken die je wel of niet mee mocht nemen naar het zevende jaar. En dat bepaalde weer welke vervolgstudies je mogelijk kon doen. Dus het was wel een beetje belangrijk dat je in acht nam voor welke examens je meer moeite wilde doen en voor welke wat minder, of zelfs helemaal niet. Van sommige vakken was je soms alleen maar blij als je ze 'moest' laten vallen. Hoe dan ook, Sara plofte neer in een van de stoelen bij de haard. Het was, in haar ogen, namelijk de beste plek om te studeren. Je had genoeg licht, genoeg warmte, de stoelen zaten lekker en het had in haar ogen ook wel een beetje status als je het voor elkaar kreeg om in deze stoelen te mogen zitten, want niet elke stoel was zo comfortabel of zo uitmuntend gepositioneerd. En naast haar zat een jongen, hij zat een jaar -of twee, ze wist het eigenlijk niet precies- onder haar. Was hij wel iemand die het verdiende om in deze stoelen te zitten? En naast haar? Hoe populair was hij eigenlijk? Als hij nu populair was, dan wilde ze ook wel bevriend met hem worden, want dat was alleen maar positief voor haar. Maar voor hetzelfde geld was deze jongen een enorme kneus en dan wilde ze echt niet met hem geassocieerd worden. Hoe kwam je hier nu subtiel achter? "Hey, hoe heet jij?" Dat was een begin. Misschien zou zijn naam haar iets zeggen. Ze keek ook een beetje rond, naar hun afdelingsgenoten. Hoe keken ze naar hem? Hoe keken ze naar haar? Zou ze daar al iets aan af kunnen lezen? [OOC: Privé met Sonja] @Ayden March
  10. Op 12 maart 1837 - Landgoed Montrose, United Kingdom - Eind van de middag. “Good bye may seem forever. Farewell is like the end, but in my heart is the memory and there you will always be.” In januari was Graham sr. tijdens de avondmaaltijd plots onwel geworden. Hij was een dreuzel, maar toch was hij bijgestaan door de vader van Igraine, Marcus Haviliard die Merlijn zij dank het hoofd was van de afdeling spoedeisende hulp en die dus wel vaker voor een stressvolle uitdaging stond. De resultaten van de testen waren goed geweest. Het was nog steeds niet helemaal duidelijk waar de man aan had geleden, het was nu gediagnosticeerd als vermoeidheid van het hart, maar aangezien de man aan de beterende hand was, durfde James langzaam weer te gaan hopen dat het allemaal weer goed zou komen. Toen de magische tak zijn deel had gedaan, kwam Graham sr. onder controle bij een dreuzelse arts. James had het liever bij Helers gehouden, maar de oude man was eigenwijs en die vond dat hele magische gebeuren veel te stressvol en die hield het dan weer liever bij wat hij kende. En vaders wil was wet. Dus zo geschiede dat de man naar zijn eigen arts ging. Zo ook vandaag. Graham sr. was tegen het einde van de ochtend, samen met zijn vrouw, per koets naar het dichtstbijzijnde dorp met een arts gereden; Brechin, een rit van ongeveer een uur. Het zou als het goed was een van de laatste controles zijn. James' vader was zo als weer de oude. Hij liep rond, had praatjes en duldde weer 0,0 tegenspraak. Lastig, maar na zijn ziekbed was het een zeer welkome terugkeer van een oud patroon. Zo wist iedereen tenminste dat de bejaarde man zich weer stukken beter voelde. Het liep inmiddels al tegen het einde van de middag. Ze waren nog steeds niet terug. Nu had James het druk met zaken regelen voor het landgoed en het kon maar zo dat zijn ouders nog een uitstapje hadden gemaakt. Daarom had de man zich nog geen zorgen gemaakt. De bel ging. Een wat pips uitziende bediende kwam hem halen. James liep mee naar de salon. Dat er wat aan de hand was, was duidelijk, maar wat? Ja, dat kon de bediende ook nog niet vertellen, maar het was ernstig. In de salon wachtte twee agenten op James. Het waren dreuzels. De agenten hadden hun hoed afgenomen en staarde wat treurig en ongemakkelijk naar de grond. Ze bogen vlug toen James de kamer binnenkwam. De bediende werd weggestuurd. Op zachte toon kreeg James het tragische nieuws te horen. Leeg. James wist niet hoeveel tijd er voorbij was gegaan. De agenten waren allang vertrokken, toen Igraine hem vond in de salon. Zittend in een stoel, starend naar een lege vuurplaats. Koud en leeg. Dat was het. Zo koud. Het voelde alsof een geest zijn ijzige hand door zijn borstkas had geduwd en in zijn hard geknepen tot het niet meer bloedde. Zelf was hij ook bleek, zijn blik op oneindig. Het was alsof er een deken van verdriet over hem heen was gevallen, de lucht voelde dik en verstikkend. Niet meteen reageerde hij op zijn vrouw. James keek pas op toen ze hem aanraakte, alsof dat nodig was om hem uit de verlammende trance te trekken. "Ze zijn dood," zei hij, fluisterend, alsof het hardop uitspreken het pas echt waarheid zou maken. Alsof hij het tot dit moment nog had willen ontkennen. "Mijn beide ouders zijn dood." "Een ongeluk." "Zomaar" "Dood" [OOC: Privé met Sandra]
  11. 28 april 1837 Over een aantal dagen zouden de eindexamens beginnen en dat betekende dat de meeste vijfde- en zevendejaars rond deze tijd alleen maar met hun neus in de boeken te vinden waren. Blanche was graag een uitzondering op regels, maar in dit geval kon ze niet anders dan meedoen met de grote groep. Als ze haar examens met vlag en wimpel wilde halen, dan moest ze toch echt tijd in het leren gaan steken. Ze had dan al wel het voordeel op haar broertje Christopher dat zij niet zo dom was geweest om een keer te blijven zitten en dit jaar al haar SLIJMBALlen mocht maken, maar het zou alsnog een afgang zijn als hij het volgend jaar beter zou doen dan haar. En dus moest ze de lat hoog leggen. Zo hoog dat hij er niet meer overheen kon. Blanche was daarom al vroeg naar de bibliotheek gegaan en had daar haar favoriete plekje veroverd. Een rustig hoekje, bij het raam met uitzicht op het zwerkbalveld -het deed haar altijd goed om te denken aan de overwinningen die ze daar had begaan- waar ze normaal altijd goed kon werken. Vandaag was echter alles anders. Naast haar had namelijk niemand minder dan Noah Leadley een stoel ingenomen. Leadley was één van de irritante vriendjes van haar broertje. Blanche refereerde ook wel eens naar hem als triest geval in een rolstoel en vond het vermakelijk om grapjes over benen en lopen te maken, soms ook gewoon in de klas waar hij bij was. Het stomme was dat Noah soms zelf om haar grapjes moest lachen en dan was het hele effect natuurlijk meteen weg. Het was niet eens dat Leadley iets deed. Hij zat daar gewoon, iets te lezen, zoals bijna iedereen hier deed. Maar er was iets aan de manier waarop hij dat deed dat haar om de een of andere reden mateloos irriteerde. Het lukte haar gewoon niet om zich te concentreren op haar eigen werk als hij daar zat. "Ugh," zuchtte ze opvallend en ze gluurde even opzij om te zien of dat zijn aandacht zou trekken. Deed het helaas niet. Dus zuchtte ze nog een keer, nog wat dieper en dramatischer."Leadley, siste ze gefrustreerd zijn kant uit. "Kun je dat alsjeblieft ergens anders gaan doen. Ik kan me niet concentreren als je zo ademt. Je besmet de lucht met je lege breincellen." En een beetje snel graag Dankjewel. Daag. OOC: Met Margaux <3
  12. Maart 1837 - Midden op de dag- Stadspark van Magisch Londen. “I find peace where the sun kissed leaves dance in the melody of the cool breeze that floats through the air.” Als er iets was waar Liam een hekel aan had, dan was het wel iets moeten. En zeker als het dan ook nog een keer iets heel erg onzinnigs was en bedacht door zijn oudere broer. Hallo, Liam kon echt wel tien dingen bedenken die zinniger waren dan het afleveren van een aangetekende brief aan een handelsrelatie. Isaiah had iets gezegd over dat het belangrijk was dat Liam liet zien dat hij volwassen was, met verantwoordelijkheden om kon gaan en ook een bijdrage leverde aan het familiebedrijf en dat kon allemaal wel zo zijn, maar.... een brief afleveren?! Hij zou nu toch ook een nieuwe bontjas kunnen uitzoeken, of naar de kapper kunnen gaan, nieuwe leren laarzen kunnen uitzoeken of desnoods zou hij zijn fanmail kunnen beantwoorden. Alles liever dan dit stomme rotklusje, wat Izzie ook door de huiself had kunnen laten doen. Waarvoor hadden ze die sloeber anders in hun huis rondlopen? Drie keer raden wie de discussie had gewonnen? Niet Liam. Nee, Liam liep nu 'braaf' met de aangetekende brief in zijn binnenzak door het centrum van magisch Londen. Hij maakte totaal geen haast, want hij moest toch op een bepaalde manier blijven laten zien dat hij het hier niet mee eens was. En dus nam hij de toeristische route door het park. Misschien zou hij wel door fans worden herkend en dan zou vast van het een wel het ander komen en dan 'oeps' zou hij die brief glad vergeten zijn en dan dacht Isaiah de volgende keer wel drie keer na, voordat hij Liam met zo iets onbenulligs kwam storen. En kijk eens aan... Wat zag hij daar? Zijn afleiding kwam drie, twee, één, gewoon aangelopen. Liam grijnsde een beetje, wachtte tot de schone jongedame langs hem heen liep. Hij haalde een hand door zijn haar en kuchte even. "Ik zag je wel kijken hoor. Je hoeft je niet verlegen te voelen om me aan te spreken. Jep. Het is je geluksdag. Ik ben het echt." Het zou vast nog enkele seconden duren en dan werd dit meisje uitzinnig van vreugde dat ze haar idool tegen het lijf was gelopen. [OOC: Privé met Margaux!]
  13. Mei 1837 - In de bibliotheek - namiddag - Een tafeltje en wat luxe stoelen achterin de bibliotheek bij het lees- en studiegedeelte. "If you have good friends, no matter how much life is sucking , they can make you laugh." Plots was Maia weer verloofd geweest. Ze had nog maar net verwerkt dat Benedict niet meer in haar leven zou zijn. Het was een afscheid van een levend persoon, maar mogelijk nog steeds voor altijd, en dat was moeilijk te verkroppen. Ze had echter ook direct ruimte moeten maken om een nieuwe verloofde toe te laten. En daar was Maia niet zo heel erg goed in. Ze was helemaal niet zo goed in de omgang met jongens eigenlijk. Op Benedict was ze verliefd geweest en ze wist pas dat dat wederzijds was toen hij haar een kus gaf bij hun afscheid... Hoe wist je dat iemand verliefd op je was? Wat moest je doen als je een vriendje had? Telde een verloofde eigenlijk wel als een vriendje? Wat voor dingen werden er eigenlijk van haar verwacht? Want Henry leek wel allemaal verwachtingen van haar te hebben, iets wat ben dan weer nooit zo had gehad? De antwoorden op deze vragen waren echter niet in een boek te vinden, maar gelukkig had Maia een goede vriendin die heel wat meer ervaring en kennis had van deze zaken; Agatha. Agatha had al twee vriendjes gehad! En ze had al met meerdere jongens gezoend! Raine en Noah en in ieder geval. En ik weet niet of Agatha Maia ooit heeft verteld over Ant, maar ik doe voor nu maar even van niet, want Maia krijgt dat soort dingen toch niet mee en zal er -tot nu toe- ook nooit naar gevraagd hebben. Een tijdje zaten de meisjes gewoon met elkaar te kletsen, een beetje te mopperen over de examens en de oneindige lijsten aan huiswerk die ze hadden gekregen ter voorbereiding op de toetsen, toen Maia even stil viel, een beetje rood werd... Ze werd namelijk een beetje zenuwachtig nu ze eindelijk durfde te vragen waar ze al een tijdje mee zat. "Agatha? Mag ik iets vragen?," vroeg ze zachtjes, "Heb je wat advies voor me? Voor... hoe om te gaan met mijn verloofde? Henry? Ik snap helemaal niets van hem en volgens mij doe ik echt alles fout." Ze zuchtte lichtjes. "En jij hebt vriendjes gehad. Dus ik dacht... Jij weet vast beter wat jongens verwachten en leuk vinden?" [OOC: Privé met G, topic op verzoek van Margaux]
  14. Vrijdag 26 mei - Kraamafdeling van het st. Holisto Wellicht dat als je dit leest je je afvraagt of Evangeline de laatste tijd nog iets anders deed dan werken en het antwoord op die vraag was eigenlijk eh, nou nee. Gelukkig zou dat binnenkort weer wat veranderen. Nu was het nog even druk, met de afronding van het studiejaar, de laatste opdrachten die moesten worden ingeleverd, de laatste uren op stage die moesten worden uitgevoerd, de laatste tentamens die nog moesten worden gemaakt. Nog even en dan had ze haar eerste jaar op de Universiteit goed afgesloten en kreeg ze haar welverdiende vakantie. Wat voor de maand juni voornamelijk betekende dat ze zich bezig kon houden met de verbouwingen van de Augury Concert Hall, maar in ieder geval hoefde ze dan tussendoor geen schoolopdrachten meer in te leveren! Nou kreeg ik net te horen dat Keane de hele planning weer overhoop ging gooien, maar dat wist Evangeline gelukkig op dit moment nog niet! Vandaag was het theater echter ver verwijderd uit haar gedachten, want het was een drukke dag geweest in het st. Holisto. De befaamde gratis controle- en vragenuren die wel eens werden gehouden aan het einde van de week in het ziekenhuis werden altijd goed bezocht en ook vandaag had de wachtkamer enorm vol gezeten met aanstaande moeders en huilende baby's. Gelukkig kwam het einde van de dag in zicht en daarmee ook steeds meer lege stoelen in de wachtkamer. Nog een uurtje en dan was haar shift voorbij. Nog een uurtje en dan mocht ze ook naar huis. Evangeline propte gefrustreerd voor de tiende keer die dag een losgeslagen krul onder haar kapje en vervloekte voor de zoveelste keer de persoon die had bedacht dat ze dit moesten dragen en vast nog nooit iemand met krullen had gezien in zijn leven. Haar voeten deden pijn van de hele dag heen en weer lopen, maar daar klaagde je nou eenmaal niet over en als iemand een formulier in je handen duwde en zei dat je de volgende persoon mocht halen, dan deed je dat gewoon. Dus plakte Eva haar vriendelijke glimlach op haar gezicht, paradeerde de wachtkamer in en wierp een schuine blik op haar lijst. "Miss Alastor," dreunde ze op, zonder zich te realiseren wie er bij die naam hoorde. Het was een lange dag geweest, oke?
  15. Februari 1836 Er was niet één bepaald moment aan te duiden waarop Keane had besloten dat hij Azkaban wilde bezoeken. Het was eerder een geleidelijk proces geweest, een combinatie van factoren. Eerlijk gezegd was het voor hem best een shock geweest toen Felicia Harding werd opgepakt, voornamelijk omdat hij het niet had zien aankomen. Ja, hij kon zich best voorstellen dat ze in staat zou zijn het feit te plegen waarvoor ze nu (voorlopig) vast zat – het was eerder dat hij zich niet had kunnen voorzien dat ze ook daadwerkelijk gepakt zou worden. En daarnaast, als ze dan het risico zou nemen om gearresteerd te worden voor zo’n feit, dan had hij zich voorgesteld dat het iets groots zou zijn, iets wat met een of ander politiek of crimineel plot te maken zou hebben waar ze zich op de een of andere manier mee bezig hield. Wellicht als het was gegaan om de Minister van Toverkunst of de vice-voorzitter van de Magische Wikenweegschaal of… zijn grootvader. Nu was er uiteraard een kans dat de zus van Valentine inderdaad iets had gedaan, iets had gezien of iets had geweten dat iemand tegen stond, dat Felicia daarom was gedwongen of overgehaald zich daaraan te wagen - maar ze was altijd goede vriendinnen geweest met Daniella, en Dani was nu getrouwd met Valentine, en… Nuja, ook daar wrong het. Als hij Daniella ook maar een beetje kende, dan zou de moord op haar schoonzus wellicht erg zijn, maar het feit dat Felicia ervoor vast zat ook. Maar Dani gaf blijk van een houding die sprak dat ze Harding liever kwijt dan rijk was en de Ravenklauwer voor haar part in de tovenaarsgevangenis mocht wegrotten. En daarnaast kreeg hij zo weinig informatie uit Dani dat het ook daar leek alsof ze iets achterhield. Nu wist hij ook niet zeker of hij de details van haar kant wel weten wilde, bang om ook zelf in dit proces getrokken te worden… maar ergens, voor zijn gevoel, schortte de situatie aan alle kanten en miste er een link.
  16. ['37][Standalone] Oh, mother

    Mothersday 1837 - The Holy Angels Cemetery Oh Mother, sweet, sweet mother of mine. Your hair so golden, like halo's glowing shine. Oh Mother, glorious woman, so pure and devine. Your eyes so gentle, so subtle and fine. The touch of your hand on my cheek, a feeling like silk so sleek. The touch of your hand om my cheek, a feeling like silk so sleek. It makes my heart feel heavy and weak. Oh Mother, how I miss your smile and laugh. the thought of it makes my heart break in half. Oh Mother, what I would pay to gaze upon you again, this mask of strenght is so hard to maintain. The touch of your hand on my cheek, a feeling like silk so sleek. The touch of your hand om my cheek, a feeling like silk so sleek. It makes my heart feel heavy and weak. Oh Mother, my love for you still grows every day, more than hundreds of thousands words can say. Oh Mother, sweet, sweet mother of mine. I know you're waiting for me at the long awaited finish line. I'll see you there, everything will be fine. The bouquet of white roses he held in his hands found their way to the grave where his mother lay. A tear rolling from his cheek, an ache in his heart. Slow footsteps backed away from this place of serenity. Back to the place of insanity. OOC: dedicated to my grandmother, never known, but so incredibly loved <3.
  17. Dinsdag 14 februari 1837 - Valentijnsdag Ergens in Schotland bij Gordon Castle (landgoed van de Gordon-Lennoxen) of net daarbuiten Had ze er ooit lieflijker uitgezien? Haar rode krullen vielen zachtjes pluizend langs haar ietwat rozige wangen, bedekt met lichte wintersproetjes. De dikke, met bont afgezette mantel die ze van Josephine had geleend paste haar perfect en accentueerde precies de juiste plekken. Maar het was vooral Evangeline zelf – ze zag er beter uit dan hij haar in maanden had gezien, tenminste op die sporadische momenten dat ze elkaar niet ontwijken konden. Ondanks de kou had ze weer wat kleur op haar wangen, lachte ze op momenten waarin ze even zichzelf leek te zijn en niet zo op haar omgeving lette. Het was dat ze Charlemagne als gesprekspartner had, wat moest verklaren waarom ze soms ietwat nerveus op de bank heen en weer schoof, maarja, dat had ze aan zichzelf te danken. Als ze niet zo koppig was geweest, als ze hem niet had willen straffen voor het feit dat hij was doorgegaan met het huwelijk met Josephine – want van alle mensen in de wereld, werkelijk allemaal, moest zij net diegene kiezen waar hij een gruwelijke hekel aan had en die er ook nog eens voor zorgde dat ze nu, vandaag, met z’n vieren moesten doorbrengen, en – “Keane, kijk uit!” Het was dat Josephine’s gealarmeerde uitroep hem weer op de witte, besneeuwde weg deed letten, zodat hij op het laatste moment kon verhinderen dat de slee met vier ingezetenen tegen een boom aan knalde. Hij trok de paarden in de plotselinge reflex hard naar rechts, zodat de twee dames in de slee naar binnen werden gegooid. Hij hoopte dat Charlie de slee uit was geslingerd, maar wat gehijg vertelde hem dat zijn zwager zich er helaas ook nog in bevond. Keane onderdrukte de neiging om zich wederom naar Eva om te draaien om te vragen hoe het met haar was, en sloeg in plaats daarvan zijn arm om zijn echtgenote en toverde zijn meest bezorgde blik tevoorschijn. “Sorry lief, ik lette even niet op! Zonder jou waren we tegen die boom geknald!”. Ietwat buiten adem na die valide uitspraak kuste hij haar goudkleurige haren en nam haar handen in de zijne, waarbij hij de teugels nonchalant losliet. “Gaat het met je? Heb je je bezeerd?” Ugh, waarom was Josephine ooit met dit idee gekomen! Waarom moesten ze, van alle uitjes die je ook maar kon bedenken op Valentijnsdag, juist op deze vervloekte dag de Schotse sneeuw in met het slechts gezelschap dat iemand ooit maar samen zou kunnen stellen? Hij op de bok met Josephine aan zijn zijde, en Charlemagne achter hen, die mee moest omdat Josephine hem zo graag mee had gewild, en hijzelf die had ingestemd – mede vanwege dat hele schilderijen debakel, en dan had zijn zwager ook nog, als date, met Valentijn… Ja, het kon niet anders dan dat Eva hem had willen straffen. Want waarom zou ze anders ooit instemmen met Charlie uit te gaan? En nee, hij zou zichzelf niet voorhouden dat het om het geld zou zijn – hij zou haar liever honderddduizend galjoenen geven, dan haar aan Charlemagne's zijde te zien! Ondanks dat zijn grootvader daar waarschijnlijk wel andere ideeen over had, ahem. Maar goed. Nu waren ze hier, in die vervloekte slee, en nu had hij het ook nog eens bijna verpest door ze te laten verongelukken. “Sorry!” riep hij vrij algemeen naar achteren, ditmaal zonder zich nogmaals om te draaien, want hij wilde niet zien hoe Charlie Eva zou troosten door datgeen wat hij had gedaan, en hij trok Josephine ietwat uit zijn hum nog wat dichter tegen zich aan. Als zijn ex het kon spelen, dan kon hij het ook. Met zijn andere hand pakte Keane de teugels wederom op en liet hij de paarden weer tot een drafje komen. “Heb je het koud?” vroeg hij extra zorgzaam aan Josephine. Hij trok de deken weer over hun knieën en kuste haar lippen – wellicht een tikje te lang, waardoor het scenario van zojuist zich bijna weer herhaalde. Normaalgesproken was hij wel goed met alles wat met paarden te maken had, maar vandaag leek het niet zo te lukken. Dit zou er waarschijnlijk echter wel voor zorgen dat hij zowel Eva als Charlie mooi zou kunnen ergeren, en dat maakte het missie dan toch geslaagd. “Anders heb ik denk ik achterin nog wel een deken voor je - of moet ik soms een andere manier verzinnen om je op te warmen?" Hij grijnsde en beet zachtjes in haar oor. OOC: Prive met Ann, Irene en Milou!
  18. Dinsdag 13 december 1836 Hij had de muziekruimte per toeval gevonden. Hij was verdwaald geraakt in de pauze van zijn college op zoek naar een goede kop koffie, en had niet de moeite genomen om zijn weg terug te vinden toen hij eenmaal de wirwar van gangen had getrotseerd. De vele bewegende grafieken, cijfers en sommen deden zijn hoofd zweven en snakken naar andere stof, ondanks dat hij – als hij zich er werkelijk in verdiepte – zijn studie Magische Economie heus wel leuk vond. Maar de jonge Burggraaf kreeg er hoofdpijn van als hij niet de moeite nam zich in te lezen voordat de collegereeksen begonnen, want dan snapte hij de helft van de stof niet en voelde hij zich voor de overige helft schuldig dat hij zijn studie liet lopen, wat hem weer schuldig deed voelen over andere dingen, wat niet bepaald hielp in de grand scheme of things. Het was niet dat hij niet genoeg hobby’s had zodat hij het huis kon ontlopen. De Club, zwerkbal, uitgaan… maar Keane miste zijn muziek en zijn vingers jeukten om iets productiefs en moois de wereld in te zenden. Nadat Josephine dat enorme schilderij van haar broer en jongere zusje in hun muziekkamer thuis had gehangen, nog gemaakt door Evangeline ook, had hij de ruimte angstvallig omzeild en zijn cello niet meer aangeraakt. Maar nu, hier…. nu had hij plotseling de muziekruimte van de Universiteit gevonden, en het was er stil en rustig. Er was weliswaar geen cello, maar wel een klavier, en Keane zakte stilzwijgend op de kruk, als vanzelfsprekend aangetrokken door het magnifieke instrument. Zijn moeder had hem het leren spelen, lang geleden. Al ging zijn aandacht liever uit naar zijn cello; toch kon hij ook aardig overweg met de witte en zwarte ivoren toetsen. Hij had half in gedachten een stuk voor Josephine te schrijven, en had perkament, veer en inkt reeds uit zijn tas gehaald. In gedachten verzonken noteerde hij wat aantekeningen omtrent de toonsoort en maten. Het jubileum van hun verloving zat er bijna aan te komen, en wellicht verwachtte ze iets. Maar het tweejarig jubileum betekende ook dat hij nu officieel twee jaar met Evangeline uit elkaar was, en toen hij zijn vingers op de toetsen plaatsten begon het wellicht vrolijk, maar veranderde de klanken in iets heel anders dan hij oorspronkelijk in gedachten had gehad. Hij had ooit een wijsje voor Eva geschreven op cello, doch het haar nooit laten luisteren… en nu vonden zijn vingers dezelfde tonen, speelden ze eenzelfde melodie. Het was verdrietig, verdrietiger dan hij eigenlijk bedoelde – maar het was alsof hij al die opgekropte gevoelens, al die onuitgesproken woorden nu eindelijk kwijt kon. Het klonk hartverscheurend, de zachte akkoorden die hij door de grote ruimte deed klinken, door de deur die hij op een kier open had laten staan, de lege gangen van het weelderige universiteitsgebouw in. Het klonk naar eenzaamheid, naar het verlangen, naar de pijn. En het klonk blijkbaar zo, dat het ongenode bezoekers aantrok. Hij hoorde de voetstappen te laat, zo vol zat hij in het stuk. Maar toen ze dichterbij kwamen schrok hij plotseling, speelde hij een vals akkoord en sloot hij even zijn ogen om zichzelf wat te bedaren. Er was niet echt een reden dat hij zo hoefde te schrikken; behalve dan dat het voelde alsof hij iets slechts deed, door aan Eva te denken, zijn gevoelens te uiten… In een poging tot onverschilligheid draaide hij zich nonchalant om en keek hij zijn nieuwe gast aan, een mild verraste uitdrukking op zijn gezicht. OOC: Prive met Margaux!
  19. Was hij vervelend geweest? Betweterig? Had hij iets gezegd op momenten waarop hij stil had moeten zijn? Was hij brutaal of onrespectvol geweest zonder het te beseffen? Dat was lastig te zeggen, want hij was eenmaal geen Ziener. Tenminste, niet dat hij wist, ook al prijkte er boven ieder proefwerk een U. Ayden dankte zulke goede resultaten aan kennis, want zijn moeder was Waarzegster bij het circus van zijn vader. Dan wist je dat soort dingen nu eenmaal. Het feit was dat hij moest nablijven. De jonge professor Evans had tegen de klas gezegd dat iedereen mocht gaan, behalve hij. Verbaasd had hij haar blik gezocht, maar niet gevonden, en moest zich inhouden om niet heel hard ‘Waarom?’ door de klas te schreeuwen. Hij baalde er wel van. Nablijven was raar; het was zijn eerste keer ook, en dat terwijl hij niet de braafste leerling van de school was. Toen de laatste leerling vertrokken was, kon hij het niet laten om gelijk van wal te steken. “Professor, het spijt me!” Wat hem precies moest spijten wist hij niet, maar misschien leidde het ertoe dat hij eerder weg mocht. “Ik eh…” Welk excuus zou hij even verzinnen? “Ik heb in de glazen bol gezien dat ik nu toch echt wel moet gaan! Want u eh… moet hoognodig theebladeren checken. Echt!” Zou ze erin tuinen? Hij hoopte het maar. (ooc: privé met Gabriella Evans)
  20. [1836/1837] Dwalen over de wegisweg

    Catharina was al tien jaar. Helaas was ze nog te jong voor Zweinstein, maar ze was eigenlijk ook al te oud voor de basisschool. Althans, dat laatste vond zijzelf. Bovendien haar ouders hadden een deftig feest op een vliegend schip. En het was avond dus de school was toch al uit. Ze liep daarom wat rond over de Wegisweg. Ze had namelijk gen zin om alleen thuis te zitten. Haar ouders vonden haar nu oud genoeg om zonder oppas te kunnen, dus ze was echt alleen op een huiself na. Ze ging etalages kijken. Dat was altijd leuk en ze viel daar ook niemand mee lastig.
  21. Emely woonde alweer ruim drie jaar in het kleine huisje in het bos ergens in noord-Engeland bij haar broer en schoonzus, een snul. Het enige verschil met toen ze terug ging naar Zweinstein om haar toveropleiding af te maken was, dat toen Emely weer terug was na het afstuderen de huiselfen die ze hadden weer weg waren. Ze had haar schoonzus Morgana gevraagd waarom ze weg waren en de had geantwoord dat haar echtgenoot horendol werd van de piepstemmetjes van die wezentjes, en bovendien was het iets van de magische wereld waar hij eigenlijk niks van moest weten. Dat zijn zusje een heks was, op zweinstein zat en zijn vrouw een snul was al vreemd en magisch genoeg, daar kon hij echt niet ook nog eens een huiself of laat staan meerdere bij hebben. Verder was er niet veel veranderd. Er was ook geen zusje of broertje bijgekomen. Kon ook zijn omdat haar broer bang was dat al zijn kinderen magie zouden bezitten. Wat niet zo vreemd was aangezien hij een snul als vrouw had. Ook al kon zijzelf dan niet toveren, ze had wel magisch bloed in zich. Zijn schoonouders waren immers volbloed tovenaars, maar omdat hun middelste dochter een snul was en zij ook kinderen hadden die wel gewoon konden toveren waaronder ook een oudere en jongere dochter, hadden ze haar onterft en hadden ze geen contact meer met haar. Zeker niet meer sinds ze was getrouwd met de broer van Emely. Niet wetende dat Emely wel magische krachten bezat. Toen Emely zich verveelde ging ze de omgeving af om te kijken of ze iets te weten kon komen van de familie van haar schoonzus. Ze wist dat in een van de dorpjes aan de rand van het bos een magisch dorpje was. Haar broer meed het uiteraard of in dat dorpje een besmettelijke ziekte heerste, wat natuurlijk niet zo was, er hing magie in de lucht. Sinds ze weer in het huisje woonde kwam ze in dat dorpje regelmatig. Niet zo vaak als ze wilde natuurlijk, want doordat die huiselfen er niet meer waren, moest Emely weer voor het huishouden zorgen, al kreeg ze dan wel weer hulp van haar schoonzus, want dat vond ze niet meer dan logisch. Dat vond ze namelijk ook de taak van de echtgenote en niet voor het jongere zusje. Zij wilde niet hebben dat haar man Emely als dienstbode behandelde. Het was tenslotte zijn inwonende zus. Dus Emely had vandaag vrijaf gekregen van Morgana(Zonder dat haar man ervan wist aangezien hij naar de fabriek was) en was naar het magische dorpje gegaan om haar schoonfamilie te zoeken.
  22. Zaterdag 11 maart, rond 4 uur ’s ochtends Het huis van Keane & Josephine Cadwgan Om zijn huidige staat als dronken te beschrijven was een understatement – hij was lam. Dat, en heel erg giechelig. Nu was ‘giechelig’ niet per se een woord om Keane Cadwgan te beschrijven (normaal gesproken grinnikte hij, maar giechelen was toch wat meisjesachtiger) maar er was maar één persoon in de wereld die datgeen in hem naar boven haalde wat toch verdacht veel op giechelen leek, en dat was zijn beste vriend Samuel Everett. En op dit moment waren ze niet meer giechelig in de bar waar ze zojuist de hele avond hadden gezeten, en ook niet meer in het park waar ze voor ongeveer twintig minuten op een bankje waren neergezakt omdat ze niet meer konden lopen en Keane was vergeten dat hij per koets was gekomen. Nee, op dit moment stonden ze in het pikdonker van de muziekkamer in het huis wat hij met Josephine deelde en probeerde Keane de punt van zijn toverstaf van het handvat te onderscheiden voordat hij het ding gebruiken zou. Dit was namelijk al een keer eerder misgegaan, en dat had gevolgen gehad die hij niet snel nogmaals zou willen ondergaan – en ja, die gevolgen waren dermate verstrekkend geweest dat hij zelfs terwijl hij lam was dat kleine feitje nog wel had onthouden. “Ik weet niet waar ze het schilderij heeft verstopt!” sprak Keane veel te luid, die Samuel net kon onderscheiden door het licht wat de grote ramen opvingen van de lantaarnpalen buiten. Hij zette enkele stappen richting Sam, maar struikelde over de pianokruk en belandde met zijn ellenboog op de toetsen en met zijn andere half om Sam’s nek. Voor een moment stond hij stil, wachtende tot hij geluiden zou horen die erop zouden duiden dat Josephine wakker was geworden, voordat hij in lachen uitbarstte. “Ssssht, niet zo luid!” proestte hij luid, voordat hij zichzelf weer op zijn eigen voeten deponeerde. “Maar het moet hier ergens zijn… dit is de laatste plek waar ik het heb gezien!” Ehh. Drie maanden geleden. OOC: Prive met Denise! <3 En ohja, wellicht belangrijk: Dit topic is soort van een vervolg op "The sentence 'we need to talk' is never followed by something nice".
  23. 15+ voor depressieve uitspraken en gedachten. Winter 1836/1837 - Samuel's slaapkamer - Studentenkamer Evernox ----------------------------------------------------------------------------------------------------- So this is where we are... ...it's not where we had wanted to be. Verfrommelde proppen papier. Gezucht, gesteun en gemopper. Een gefrustreerde kreet van onmacht. Het lukt niet. Niets lukt. Ik ben een mislukking. "Stel je niet aan Everett, wees een vent. Grijp je zooi bij elkaar en maak er wat van!" Mopperend en morrend tegen zichzelf zette hij zich weer aan het werk, in de hoop dat er ook maar iets van deze duizend levenservaringen zou uitlopen op iets goeds... Voor heel even dacht hij te zijn verlost van alle negativiteit, die tijd in Rusland. Alleen, als een soort nieuw begin. Maar niets was minder waar, hij was dieper gezonken dan hij zich had voorgesteld.
  24. November 1836 t/m 24 maart 1837 – Catsfield – slaapkamer. "I'll love you forever, I'll like you for always, As long as I'm living, my baby you'll be." Achttien weken - november Armand en Thomasin hadden vandaag weer ruzie gehad. Over werk. Over Irwin. Irwin was namelijk bij hun thuis geweest met artikelen over nieuwere onderzoeken, waarin naar voren kwam dat vrouwen, mits hier en daar wat aangepast, wél konden werken. En dat een aantal dingen inderdaad verstandig en aan te raden waren, zoals het wat vaker in kleine beetjes eten, en indien nodig een middagdutje, maar het was allemaal geen verplichting. Daarbij vond Irwin de familieheler behoorlijk achterlopen qua kennis en had hij Thomasin een nieuwe, vrouwelijke, heler aangeraden; McGowan. Ze had zelf ook twee kinderen, werkte nog steeds en had duidelijk verstand van zaken. Dit trok Thomasin uiteraard allemaal wel. Het was immers haar zwangerschap, haar leven wat ze niet meer kon leiden en dit bood... perspectief. Als een goede echtgenote betaamde, ging ze dit uiteraard wel overleggen met haar man, die er niet zo blij mee was. Hij vond dat hij altijd maar moest opboksen tegen Irwin, dat het toch niet kon dat Thomasin risico's nam met het leven van hun kind, dat hij zich afvroeg wat haar prioriteiten waren. Of dat was in ieder geval wat Thomasin uit zijn woorden oppikte. De ruzie liep behoorlijk hoog op, totdat daar opeens een hard schopje was. Eerder had Thomasin wel eens wat gevoeld, wat haast kon lijken op een borreltje in je buik, of een soort vlindertje dat tegen je buikwand aan streelde, maar dit was een écht schopje, een fatsoenlijk schopje. Zonder na te denken, ondanks hun discussie, legde Thomasin Armands hand op haar buik. De ruzie, of wat het ook moest voorstellen, was direct over geweest. Er waren immers veel belangrijker dingen; samen genieten van het kleine leven dat over een aantal maanden zijn intrede zou doen in hun leven. [OOC: Privé met Ann. Eerste drie posts , inclusief deze, worden door mij gemaakt.]
  25. Maart 1837 - Het studentenstudiootje van Sam en Eva - 's Avonds laat Zacht geritsel van een inktveer, die zachte letters laat dansen op het perkament. De geschreven letters vormen woorden, de woorden vormen zinnen en na een aantal uren zonder eten, zonder drinken, zonder rust en zonder enig gezelschap werd de laatste punt gezet. Met een diepe zucht strekte Samuel zijn armen boven zijn hoofd en knakte zijn vingers. Een vermoeide geeuw volgde en met dichtgeknepen ogen liet hij zich even volledig overnemen door het oprechte teken van vermoeidheid. Hij had zo veel tijd en energie gestoken in dit werkverslag. Een compleet verhaal over de werking van sterrenstof op de menselijke geneeskracht. Het was uiteindelijk een boekwerk geworden, terwijl de vereisten zoals gewoonlijk weer veel lager waren dan de uiteindelijke uitwerking die Samuel altijd voortbracht. Een constante drang om iedereen maar trots te maken en iedereen maar te laten zien dat alles goed ging en goed was, die was hardnekkiger dan hij zelf dacht. Hij vond het altijd wel meevallen als iemand hem er weer eens op wees dat hij ook wel eens genoegen mocht nemen met minder, maar dat deed hij gewoon niet. Dat zat gewoon niet in zijn aard. Ooit was het vele malen minder geweest, maar dat kon hij zich haast niet meer herinneren... Dat was ook al zo lang geleden. Zijn bruine ogen flitsten van zijn bureauverlichting naar de deur, die gesloten in het slot zat. Zijn handen vouwde hij achter zijn nek en met twee korte draaibeweging kraakte hij ook deze los. Hm. Wat zou Evangeline aan het doen zijn? Zou ze rustig een boek lezen? Was ze een paper aan het schrijven? Was ze aan het oefenen met haar magische heelkunsten, of misschien wel met... Charlemange...? Oh ja, Sam was heus niet achterlijk, maar het liefst hield hij zich op dit gebied een beetje van de domme. Als hij het wist, dan MOEST hij dit nieuws met Keane delen, vooral omdat hij Sam vertrouwde en Sam hem had beloofd op Eva te letten... Het hoorde er dus ook bij dat hij hoorde op te letten welk gajes hun voordeur in en uit kwam en tja... Zolang Sam "van niets" wist, hoefde hij ook geen problemen te veroorzaken tussen Eva en Keane, want dat was momenteel het laatste wat ze konden gebruiken. De situatie was al teveel uit de voegen gesprongen. "Eva?" Geen respons. "Eva ben je er?" ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- OOC: Met Irene <3. @Evangeline Lennox
×