Jump to content

Megan Blossom

Vrijzinnige Tovenaarspartij
  • Content count

    389
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    21

Megan Blossom last won the day on November 16 2019

Megan Blossom had the most liked content!

About Megan Blossom

  • Rank
    Prinses van Huffelpufland

OOC Profiel Informatie

  • Naam
    Esther

Profile Fields

Recent Profile Visitors

3,668 profile views
  1. Bewapend met een doos peperpeppillen liep ze een zaal op. Het was hard winter aan het worden en dat was te merken. De afgelopen dagen was het erg koud geworden. Veel kinderen die opgenomen werden hadden naast de klachten waarvoor ze kwamen ook een flinke verkoudheid. Niets ernstigs, maar vervelend was het wel, en zeker als je toch al in het ziekenhuis lag kon je dat niet bij gebruiken. Ook bij het personeel was het te merken. Er waren wat meer afwezigen dan anders, de laatste dagen. Gelukkig was dat op haar afdeling niet echt het geval. Er was één verpleegster ziek, maar verder in ieder geval nu nog niemand, dus alles op de afdeling verliep prima. Genoeg mensen om de kinderen zich toch nog zo goed mogelijk te laten voelen. Met dank aan de peperpeppillen. “Hé, gaat het alweer wat beter met je?” vroeg ze aan het meisje in het eerste bed waar ze langs liep. Ze hurkte bij haar neer en het meisje knikte zwak. “Gelukkig maar,” zei ze glimlachend. “Ik heb nog een pilletje voor je, neem die maar snel, dan wordt het nog wat beter.’ Het meisje pakte het dankbaar aan en nadat ze het ingenomen had zag Megan meteen het gewenste resultaten. Geweldig, die pillen. Ze ging alle bedden langs en gaf iedereen met een verkoudheid die wakker was een pil, en maakte nog een kort een praatje met een van de andere kinderen. Met een voldaan gevoel, omdat ze zich allemaal redelijk goed leken te voelen, liep ze vervolgens de zaal weer af. Ze wilde meteen naar de volgende gaan om daar hetzelfde te kunnen doen, maar liep toen een collega van de kraamafdeling tegen het lijf, die haar aansprak. “Hallo Georgiana,” reageerde ze vriendelijk. “Zeg het maar hoor. Wat is er aan de hand?”
  2. Terwijl ze verder aten vroeg Pollux hoe het ging met haar en specifiek ook met haar familie. “Oh, met mij gaat het heel goed,” begon ze, om het tweede deel van de vraag nog maar even uit te stellen. “Ik ben gewoon heel blij dat ik dit werk kan doen, en verder zijn alle collega’s leuk en ik heb een paar vrienden, zowel in het ziekenhuis als daarbuiten, dus dat gaat allemaal prima. En mijn huisje is fijn, ik heb het er naar mijn zin, dus het volwassen leven bevalt me wel.” Ze glimlachte en dacht even na wat ze verder nog kon zeggen, maar ze vreesde nu toch echt door te moeten naar de andere vraag. “En met de familie is het ook prima,” zei ze, dit keer zonder hem aan te kijken. Ze aarzelde even wat ze zou vertellen. Het was niet dat Pollux hier niets over mocht weten, maar ze had het er gewoon liever niet over. Ze wilde niet herinnerd worden aan het feit dat dat mooie wat ze even had gehad, toch uiteindelijk weer iets minder mooi was geworden. “Het is soms lastig, na alles, je weet wel. Het is niet meer hetzelfde als eerst. Ik hou nog steeds van hen allemaal, hoor, absoluut. En ik zie ze ook nog gewoon natuurlijk. Alleen… Nou ja, het gaat in ieder geval goed met ze en dat is het belangrijkst.” Ze zweeg even kort, en vervolgde toen snel: “Maar hoe zit het bij jou? Ik hoor dat Castor nog gewoon, nou ja, zoals Castor is, maar hoe is het met de anderen? Je ouders? En zie je de rest van de familie nog veel? Of zijn die nu allemaal te druk met de sterren?”
  3. Pollux gaf haar gelukkig gelijk over de suikerwijn, met de legandarische woorden die ze na één seconde al niet meer kon herhalen. Ze keek hem half verbaasd, half lachend aan. Na wat rare bewegingen sloot hij af met een nieuw rijmpje waarin hij haar bedankte, en daar lachte ze hardop om. Rare jongen was het, maar ja, dat kon ze wel waarderen. Anders zouden er ook geen drie topics per maand zijn met die rare jongen, maar dat terzijde. “Graag gedaan, ik bestel graag fatsoenlijk drinken voor je,” zei ze glimlachend. “En je grapjes zijn natuurlijk meesterlijk. Ik zou een cultuurbarbaar zijn als ik dáár niet om zou lachen.” Haar tafelgenoot wees haar erop dat de pizza eraan kwam, en toen ze keek zag ze inderdaad dat de ober op hen afliep. In één hand droeg hij een erg grote bord - ze was blij dat ze met zijn tweeën zouden delen - met daarop de pizza, die aan de rook die eraf kwam te zien nog goed heet was. Ondanks het grote bord op die ene hand, dat zo makkelijk kon vallen, belandde het ding netjes tussen hen in op tafel, en kreeg Pollux zijn glas pompoensap. “Bedankt, het ziet er heel lekker uit!” zei ze nog tegen de ober, en die liep weg. Pollux pakte een punt op met zijn hand en zei dat het zo hoorde. Ze twijfelde even, want ze wist niet of hij een goede bron was op het gebied van ‘je goed gedragen’. Niet dat zij dat zo belangrijk vond, maar dit was wel een restaurant, en ze wilde het die arme ober ook niet nog zwaarder maken dan hij het al had. Om haar heen zag ze echter aan andere tafeltjes hetzelfde gebeuren, en dus pakte ze ook een stuk en nam een hap. Het smaakte erg goed, ze begreep wel dat Pollux hiervoor had gekozen. “Dat zeker!” reageerde ze op Pollux. “En het is heel lekker. Dat heb je goed uitgekozen! Dit wil ik nog wel eens vaker eten denk ik.”
  4. Gekerm in een kast. Wat moest ze daarvan denken? Was het normaal? Megan minderde vaart toen ze het hoorde, en voerde ondertussen een innerlijke strijd. Natuurlijk moest ze gewoon even de deur opentrekken en kijken of er iets aan de hand was. Misschien hielp ze daar iemand mee, en anders kon het geen kwaad. Maar Megan bleef Megan, en hoewel ze nu volwassen was en het een stuk beter met haar ging dan vroeger, was ze nog altijd niet het type dat in de kast zou kijken. In haar jaren op Zweinstein had ze wel eens doodsangsten uitgestaan omdat ze had gedacht dat er een monster in een kast zat en hoewel ze nu rationeel wel wist dat dat waarschijnlijk niet het geval was, voelde ze zich er toch niet prettig bij. Maar ja, ze had hier toch een verantwoordelijkheid… Ondertussen was ze de kast voorbij, omdat ze niet wilde opvallen door er naast stil te gaan staan, en liep ze haar kamer binnen. Ze nam plaats aan haar bureau, maar in plaats van aan het werk te gaan, bleef ze de situatie overdenken. Nu ze hier veilig zat en het niet meer hoorde, was ze iets minder angstig. Maar er was daar iets aan de hand, dat wist ze, en zij had het gehoord, en ze kon het niet maken om er niets mee te doen. Wie weet was het een patiënt, die hard hulp nodig had, of een dier dat vast zat… Geen monster, natuurlijk niet, wat dacht ze wel niet. En zelfs als dat wel zo was, ze kende ondertussen voldoende spreuken om dat aan te kunnen, en bovendien was het dan beter dat zij het zou ontdekken dan een van de kinderen. Het was belachelijk dat ze hier nog zat, en niet gewoon meteen even haar werk deed en controleerde of haar hulp daar nodig was. Ze stond op zonder nog verder te twijfelen en liep terug de gang op. Al snel was ze bij de kast. Daar pakte ze haar toverstok stevig beet, aarzelde nog heel even, en opende toen de deur. Het was geen monster, maar ook geen patiënt of dier. Het was een collega. “Pollux?” vroeg ze verbaasd. “Wat doe jij hier?” Toen zag ze dat hij huilde, en ze knielde voor hem neer. “Oh nee, Pollux… Wat is er aan de hand? Kan ik iets voor je doen?”
  5. Megan had zeer warme herinneringen aan de leerlingenkamer van Huffelpuf. Megan hield dan ook zielsveel van Huffelpuf, nog steeds. Huffelpuf was haar familie geweest en de afdeling waar haar hart lag, en het was altijd geweldig geweest om daarbij te mogen horen, zelfs in mindere tijdens als ze er bijvoorbeeld gedegradeerd of ontslagen was en tijdens het regime van dat vreselijke afdelingshoofd op het terrein. De leerlingenkamer was zo’n fijne plek geweest, die ze echt wel had gemist nadat ze van school was gegaan, en soms verlangde ze ernaar er weer te zijn. Maar nee, toen Pollux had voorgesteld één van haar zalen om te toveren tot Huffelpuf leerlingenkamer, had ze er niet mee ingestemd. Op die zalen kwamen kinderen om in alle rust te genezen. Ze was er helemaal voor dat ze er leuk uitzagen, en bij sommigen kon dat wel iets beter, maar niet op de manier die Pollux voor ogen had. Niet iedereen kon goed uitrusten in een ruimte met knalgele muren en gele slingers, een aquarium vol regenboogvissen en een keukentje waar de hele dag de walmen van Huffelpufkoekjes hingen. Nee, geen goed idee. Toen hij haar niet had kunnen ompraten of -kopen, had Pollux zijn zinnen gezet op de koffiekamer. Dat had ze wel een goed idee gevonden, en nadat ze ook even besproken hadden met andere collega’s, hadden ze dit plan gemaakt. Vandaag was het zover, en dus stond ze nu met Pollux en twee grote dozen in de ruimte. Hij begon met het aquarium en zij opende de eerste doos. Bovenop lag een mooie gele slinger, en die pakte ze op om op te hangen. Ze liep naar de hoek van de kamer en richtte haar toverstok op het uiteinde van de slinger, dat vanzelf omhoog kwam en zich vastmaakte aan een haakje aan het plafond. Top, dan hoefde ze tenminste niet moeilijk te doen door op een stoel te klimmen, en zo’n magische knoop was vast ook lekker stevig. Tevreden liep ze naar de andere kant van de ruimte. Daar zag ze dat Pollux het aquarium, één van de belangrijkste dingen, inclusief vissen al had staan, en dat nu ging decoreren. “Zo leuk dat de vissen er weer zijn!” riep ze enthousiast. “En heel goed dat jij nog wat van de originele hebt kunnen regelen. Ik denk namelijk niet dat het me nog zou lukken om zo slecht te toveren dat ik per ongeluk regenboogvisjes laat verschijnen.” Ze lachte. Dertien jaar geleden was ze wanhopig spreuken aan het oefenen geweest en was ze al haar vertrouwen daarin kwijt geweest, toen ineens deze diertjes waren verschenen. Ze had nooit kunnen denken dat haar gebrekkige toverkunsten van toen zoveel teweeg zouden brengen, maar dat was wel gebeurd. Haar hele Zweinsteincarrière lang hadden ze in de leerlingenkamer gestaan en waren ze ze met een grote groep Huffelpuffers blijven verzorgen. Voor haar zou een Huffelpuf leerlingenkamer nooit compleet kunnen zijn zonder Blub veel tot en met nog meer. Terwijl ze het andere uiteinde van de slinger zichzelf liet vastmaken, begon Pollux over Huffelpufkoekjes te praten. Haar glimlach werd nog breder toen ze daaraan dacht. Ze bakte nog vaak Huffelpufkoekjes en had ook meestal een trommeltje staan op haar werkkamer, maar het werd alleen maar beter als ze nu ook hier gebakken zouden worden. “Kom je mij dan af en toe een verse brengen, als ik lange dienst heb?” vroeg ze lachend. “Daar ga ik vast beter van werken. Of we delen ze een keer uit aan de kinderen! Dan krijgen ze toch nog een beetje Huffelpuf. Zou dat een goed dieet zijn?”
  6. Ze was opgelucht dat Jonathan Bell meteen aan kwam lopen en knikte bevestigend op zijn vraag, terwijl ze de deur snel achter hem sloot. Ze wachtte kort terwijl hij het probleem bekeek, en luisterde toen naar zijn voorstel om er een soort zwerkbalwedstrijd van te maken. Daar hoefde ze niet heel lang over na te denken. Ja, ze wilde dat de patiënten rust kregen, maar dat ging toch niet gebeuren tot het beest weg was, en dan konden ze er tot die tijd maar beter iets leuks van maken. Als ze nu om zich heen keek, zag ze allemaal enthousiaste, hoopvolle gezichten. Bijna alle kinderen zagen het helemaal zitten om twee van hun helers in strijd te zien met deze vogel. Ze grinnikte. “Laten we dat maar doen. Die wachterskills zal ik vast niet helemaal verleerd zijn.” Als wachter was het wel het idee dat de slurk redelijk in jouw richting vloog, in tegenstelling tot wat een snaai of een vogel deed, maar goed, ze had jarenlang in het team van Huffelpuf gezeten. Tijdens trainingen waren alle posities wel geoefend en ze had in ieder geval gewoon goed leren vangen. Als je het zo bekeek, dan moest dit echt wel lukken, zeker met de voormalig zoeker van Ravenklauw. Ze keek om zich heen en had de felgekleurde vogel al gauw weer in het vizier. Met een redelijk tempo, maar wel proberend rustig over te komen, liep ze erheen. Deze snaai moest wel met enige voorzichtigheid benaderd worden, wilde je hem niet afschrikken. Op ongeveer een halve meter afstand stak ze snel haar armen in de lucht, maar nog voor ze halverwege waren was het dier weggevlogen, naar de andere kant van de zaal. Typisch een snaai, liet zich niet graag vangen. De kinderen lachten, en zij lachte mee, blij dat ze hun tijd in het ziekenhuis zo iets leuker kon maken. Nu maar hopen dat de zoeker hier iets meer geluk zou hebben. @Jonathan Bell
  7. [1839] Castor en Castor hebben ruzie

    Betsy, ik geniet van dit topic en ik vind je sig te lang, maar dat gun ik je van harte. En zo’n prachtige EBM-sig maakt het ook wel helemaal goed. Gelukkig nam Pollux het haar niet heel erg kwalijk dat ze hem niet had herkend, wat haar enigszins gerust stelde, al bleef ze zich ook wel schuldig voelen. Op zijn vraag of ze snoep voor hem had wilde ze dan ook heel graag ‘ja’ zeggen, om het een beetje goed te maken, maar helaas, ze had niets. “Sorry, ik heb niets bij me, ik ben heel snel vertrokken…” Dom ook. Ze was naar Pollux gegaan, en ze had geweten of in ieder geval sterk vermoed dat hij in de problemen zat, en toch had ze geen snoep meegenomen, voor hem het beste medicijn. Behalve als er echt iets was natuurlijk, dan ging heelkunde toch écht boven snoep, wat hij ook zei, maar in dit geval moest ze toegeven dat het hem waarschijnlijk het beste zou helpen. Aan de andere kant, ze had gedacht dat hij in gevaar was, dat hij zo snel mogelijk een ander soort hulp nodig had, dus logisch dat ze snel zonder snoep vertrokken was. Maar goed, hoe dan ook kon ze hem nu niet bieden wat hij wilde, terwijl ze het zo graag goed wilde maken. Toen hij haar vroeg de snoeppot van boven te pakken, stond ze snel op. “Ik ga hem nu halen, ik kom zo snel mogelijk terug,” zei ze nog vriendelijk tegen hem, en toen liep ze snel richting de trap om naar boven te gaan. Na drie traptreden realiseerde ze zich dat ze wist waar het snoep lag en het dus gewoon kon sommeren. Als ze dat meteen had bedacht, had ze gewoon bij hem kunnen blijven, wat waarschijnlijk het belangrijkst was voor hem. Goh, wat was ze toch goed bezig vandaag. “Accio snoeppot,” zei ze snel, en de pot kwam meteen aanvliegen en ze ving hem op. Snel liep ze terug en ging ze weer naast hem zitten. “Alsjeblieft, eet maar wat,” zei ze terwijl ze hem het snoep overhandigde. “Maar ik zou ook even je water opdrinken, dat helpt. En gewoon praten is het best denk ik, ook al is dat misschien moeilijk. Hoe voel je je er nu bij?”
  8. 12 juni 1839 Terwijl ze haar collega nog de laatste belangrijke informatie gaf over de patiënten die zij over zou nemen, pakte ze van haar kamer het cadeau. “Oké, dat gaat lukken. Veel plezier met je feestje!” “Bedankt.” Ze glimlachte. “En nogmaals bedankt dat je dit wil doen!” “Geen probleem!” Ze zeiden elkaar gedag en Megan verliet de afdeling, terwijl haar collega, die eigenlijk pauze zou hebben nu, daar bleef. Met bonzend hart liep ze richter de kamers van de voedingsdeskundigen. Ze had dit plan twee dagen geleden bedacht en ze had er zin in, maar ze was ook doodzenuwachtig. Niemand wist wat ze ging doen. Haar collega had ze verteld dat ze even een uurtje de verjaardag van een vriend ging vieren, maar niet dat het ging om iemand die hier werkte, en nu nog helemaal geen pauze had… Oh, echt niemand mocht doorhebben waar ze mee bezig was. Misschien zou het haar baan wel kosten, of die van Pollux, of beide… Nee Megan, niet zo denken. Het ging maar om een half uurtje, ze had het goed geregeld en sowieso zou vast niemand iets doorhebben. Toch? Ze ging de deur door en zag de kamer waar hij nu zou zijn. Het was iets voor twaalven. Om half één begon voor hen beide hun pauze, vanaf dan waren ze sowieso veilig. Nu had hij nog één patiënt te gaan. Zij. Of nou ja, Siana Argall. Ze had een afspraak gemaakt onder een andere naam. Eigenlijk ook haar naam, maar Pollux had haar nog niet gekend toen ze de naam van haar biologische vader nog had gehad. Al aan het eind van het eerste jaar had ze de naam van haar adoptiefamilie aangenomen, en onder die naam kende hij haar dus ook. Siana was natuurlijk nog steeds haar tweede naam en dat had ze hem vast wel eens verteld, maar hij vergat wel eens wat en dit was vast zoiets. Nee, hij zou de link tussen haar en deze Siana Argall vast niet gelegd hebben. Eén minuut voor twaalf. Nog even herhalen wat haar plan was in geval van nood. Als hij met iemand anders in de kamer zat, een collega, dan deed ze alsof ze even wat met hem moest overleggen. Het kwam vaak genoeg voor dat ze daadwerkelijk een voedingskundige moest spreken, dus ze kon best doen alsof. Als hij er onverhoopt nog met een cliënt was, deed ze alsof het om een noodgeval ging. Vervolgens zou ze hem natuurlijk wel snel terug laten gaan naar de cliënt, maar ze moest nou eenmaal een excuus hebben, want als iemand door zou hebben wat ze daadwerkelijk van plan was… Oh nee, daar mocht ze het niet over hebben. Ze liep naar de deur. Het was nu twaalf uur, dus ze kon er vanuit gaan dat hij daar nu alleen zat. Even bleef ze voor de deur staan, aarzelend of ze het wel durfde, maar ze wilde het doen en het zou alleen maar meer opvallen als ze hier bleef staan. Ze telde in haar hoofd tot drie en zwaaide de deur open. Snel keek ze om zich heen en tot haar grote opluchting zag ze alleen Pollux zitten. Ze zwaaide snel met haar toverstok en er kwamen gele slingers met het getal vijfentwintig erop te hangen in de kamer. Vervolgens trok ze snel de deur achter hem dicht. “Gefeliciteerd Pollux!” riep ze, en ze liep op hem af om hem te omhelzen.
  9. Ze proostten en namen allebei een slokje. Het was prima wijn, vond zij, maar het gezicht van Pollux straalde dat niet uit. Hij vroeg al gauw waarom het besteld was, en ze voelde zich een beetje schuldig. Was het vanwege haar? Dat had ze helemaal niet door gehad. “Ik zou het niet…” …doen. Ze had hem willen tegenhouden, zodat hij géén snoep door zijn wijn zou mengen, maar het was al gebeurd voor ze haar zin had kunnen afmaken. Nu keek Megan een beetje vies, terwijl hij er een slok van nam. Kijk, dat Esther in de eenentwintigste eeuw een marshmallow door haar eerste glas wijn had geroerd om het te leren drinken, wilde niet zeggen dat onze heler dat óók een goed idee vond. Het leek haar bepaald niet lekker, – maar zij vond de drank op zich dan ook niet vies – maar bovendien stond zowel het tegen zijn zin drink van alcohol als het wéér toevoegen van al die suiker haar tegen. Hij had gewoon iets kunnen bestellen dat van zichzelf beter én lekkerder was, waar geen snoep aan te pas hoefde te komen, maar nu zat hij hier aan de suikerbommenwijn. En hij vond het nog lekker ook, kennelijk. “Nee dank je,” antwoordde ze snel toen hij haar aanbood hetzelfde met háár wijn te doen. “Ik vind het best lekker zo. Maar ik dacht dat jij dit wilde? Anders had je toch gewoon iets anders kunnen nemen, mij had het echt niet uitgemaakt hoor!” Ze dacht even na, maar wenkte toen de ober. Die kwam aanlopen, niet van harte, en dus nam zij snel het woord zodat hij niet nog meer getraumatiseerd zou worden door de regenboogschaapse bijzonderheid die hij kennelijk niet aankon. “Hoi, kunnen we nog een glas sap bestellen?” vroeg ze vriendelijk. Ze probeerde zich te herinneren wat de keuze was, maar ze had de kaart echt niet goed genoeg bekeken om het specifieker te maken. “Het maakt niet uit welke soort, doe maar gewoon iets lekkers. Iets zoets. Maar niet té zoet.” Zeg maar precies zo zoet dat een snoepverslaafd regenboogschaap het zou lusten, maar ook zou ervaren dat iets niet mierzoet hoefde te zijn om lekker te zijn. De ober keek even verbaasd, maar knikte toen en liep snel weg. “Ik zou dat maar laten staan,” zei ze vervolgens glimlachend tegen Pollux. “Ik denk dat er iets lekkerders komt.”
  10. Ze glimlachte toen Pollux zo blij reageerde op haar aanbod om hem te helpen met zijn haar. Ze had niet echt veel ervaring met het terug laten groeien van haar en ze was natuurlijk geen kapper die zulke dingen prachtig kon, maar ze wist dat er spreuken voor waren en het zou vast wel lukken. Ze was in ieder geval allang blij dat ze hem kon helpen hiermee, en dat hij het zo fijn vond. Als ze dan niet kon voorkomen dat hij dingen moest doen waar hij eigenlijk niet achter stond, kon ze op deze manier tenminste nog iets voor hem betekenen. “Ja natuurlijk, dat is geen probleem. Al hoop ik dat het niet alleen om de ledematen gaat, want in dat geval zou ik toch eens gaan leren om nee te zeggen.” Ze grinnikte, maar meende het wel. Natuurlijk was het heel goed dat Pollux zoiets voor zijn broer overhad, – al was het op zichzelf natuurlijk eigenlijk niet zo goed en in sommige gevallen zelfs tegen de regels, maar zo werkten tweelingen nou eenmaal – maar het moest niet zo zijn dat hij het echt puur deed omdat hij niet durfde te weigeren. “Als hij niet accepteert dat je iets niet wil, kom je maar bij mij schuilen. Dan hou je je ledematen én je haar. Maar laat je alsjeblieft nergens tegen je zin toe dwingen.” “De volgende dag lijkt me prima, dan doen we het gewoon gelijk,” zei ze toen. Vervolgens pakte ze het glas wijn, dat net voor haar was ingeschonken en waar ze op zich geen problemen mee had. “Nou, proost. Op je haar, of zo?”
  11. [1839] Castor en Castor hebben ruzie

    De jongen begon wat te vertellen, maar ze begreep er weinig van. Het was heel erg, zijn broer had hem iets aangedaan… Dat kon ze zich niet voorstellen eerlijk gezegd. Pollux Ó Rinn was een beetje raar, maar hij was de goedheid zelve. Waarom zou hij zijn tweelingbroer iets verschrikkelijks aandoen? Ze begreep er niets van. Castor was in ieder geval niet ziek, gelukkig voor hem, al maakte het de situatie een stuk complexer. Even zei de jongen niets en dronk hij van het water wat ze hem had gegeven. Dat gaf haar tijd om na te denken, maar dat leverde niet echt iets op. Ze kon niet bedenken wat er kon spelen, waarvoor hij ook nog eens met háár contact op zou nemen. Ze kon dus niet anders dan wachten tot hij zelf alles uit zou leggen, en hopen dat het gewoon mee zou vallen, want ze wilde niet geloven dat Pollux zijn broer écht kwaad had gedaan. Gelukkig leek hij een klein beetje tot rust te komen door het drinken en begon hij te vertellen. Bij de eerst zin begon het haar te dagen en ze werd rood van schaamte. Oh nee… Natuurlijk had ze dit kunnen weten. Het was de patronus van Pollux geweest, dit was het huis van Pollux, ze leken op elkaar als twee druppels water, op haar en kleren na, wat makkelijk aan te passen was. En hij had haar nota bene twee dagen geleden verteld dat Castor vanavond wilde ruilen! Kennelijk maakte dat spelen voor Castor hem al heel veel verdrietig, en dan trapte zij er ook nog eens in, terwijl dat zijn doel niet was. Haar beste vriend, en ze had hem niet eens herkend op het moment dat hij haar nodig was. Ze was een waardeloze vriendin. Ze wilde meteen haar excuses maken, maar Pollux vertelde zijn verhaal en ze wilde hem niet onderbreken. Ze luisterde dus aandachtig en met steeds meer ongeloof over dit verschrikkelijke idee van Castor, terwijl haar eigen schuldgevoel door haar hoofd bleef spoken. Het begon met een date, wat al niet echt iets was om aan je broer uit te besteden en zeker niet als die daar niets van wist. En het werd alleen maar erger. Pollux voelde zich schuldig omdat hij niet had willen zoenen met een onbekend meisje waar hij niets mee had! Dat was de omgekeerde wereld. Als iemand zich schuldig moest voelen, was dat Castor, niet haar beste vriend. De jongen daalde meteen nog wat in zijn achting, al zou ze dat niet toegeven, want het was wel zijn broer. Maar dit kon gewoon echt niet. Toen Pollux uitgepraat was stond ze op, ging ze naast hem zitten op de bank en sloeg ze een arm om hem heen. “Natuurlijk wilde je dat niet, Pollux…” zei ze geruststellend terwijl ze hem meelevend aankeek. “Ik vind het heel goed dat je het niet gedaan hebt, echt. Castor kan dat wel willen, maar het is gewoon niet normaal om jou te dwingen met iemand te zoenen. Dat kan echt niet. Voel je alsjeblieft niet schuldig! Castor moet gewoon zijn eigen liefdesleven regelen, en als hij dat niet snapt is dat jammer voor hem. Maar laat je alsjeblieft niet voor zoiets door hem gebruiken. Je hebt het goede gedaan door eerlijk te zijn tegen haar, echt waar.” Ze hoopte maar dat dat tot hem doordrong, want ze wilde absoluut voorkomen dat hij dit nog eens moest doormaken. Anders zou ze zelf wel een keer een hartig woordje met hem spreken. Al was een gesprek over de liefde met Castor Ò Rinn niet écht iets waar ze heel erg naar uitkeek. “En Polo, het spijt me echt heel erg dat ik je niet herkende…” zei ze zacht na een korte stilte. “Ik had meteen moeten weten dat jij het was, dat was heel dom van me. Echt, het spijt me, ik wilde je niet kwetsen. Sorry.” Hopelijk zou hij het haar ooit vergeven…
  12. Ze luisterde geïnteresseerd naar wat Pollux te vertellen had en was verbaasd over wat ze hoorde. Ze wist dat hij en Castor dit soort dingen wel een deden, dat was ook heel logisch als je een eeneiige tweeling was, maar dit ging behoorlijk ver. Je haren af moeten knippen om zoiets te doen… Als je dat voor je tweelingbroer over had, was dat natuurlijk alleen maar mooi en moest je dat helemaal zelf weten, maar een beetje uitleg kon daar toch wel tegenover staan, zodat je een overwogen keuze kon maken. Toch wel handig dat zij en Max twee-eiig waren, dat had hen toch mooi dit soort gedoe bespaard. Al was al het gedoe dat ze wel gehad hadden… Maar goed, daar dacht ze liever niet aan. “Zie je Castor nog voor zaterdag? Of in ieder geval zaterdag voordat je hem moet vervangen?” vroeg ze nieuwsgierig. “Want dan zou ik dit gewoon met hem bespreken. Het is heel lief als je het voor hem wil doen, maar je mag best zeggen dat je eerst uitleg wil of een soort compromis, met je eigen haar of zo. Of een jaarvoorraad snoep, als dat je echt het beste idee lijkt. En uiteindelijk is het gewoon jouw keuze, dus als hij daar niet mee akkoord gaat hoef je het niet te doen.” Dat was een lastig advies, dat wist ze maar al te goed. Je tweelingbroer teleurstellen was niet fijn om te doen, en als het voor ruzie zorgde kon dat nog heel lang naar blijven. Toch was het wel het verstandigst, dacht ze. Pollux moest zich niet laten gebruiken als hij écht niet wilde, en dan had je maar even ruzie. Of wat langer. Met haar was het ook goedgekomen, toch? Ze dacht even na over het probleem van het haar. Ze kon zich Pollux met het kapsel van Castor echt niet voorstellen, dat zou nergens op slaan. Het idee dat ze dan steeds moest samenwerken met iemand die ze niet meer herkende als haar beste vriend, maar als zijn tweelingbroer aan wie ze lichtelijke jeugdtrauma’s had overgehouden, was ook niet bepaald prettig. “Dat haar, daar moet toch iets aan te doen zijn?” zei ze dus nadenkend. “Dat kan je wel magisch wat langer laten groeien, neem ik aan. Dan zit je er tenminste niet langdurig mee. Ik kan je wel daarmee helpen, als je wil. Als je gaat, natuurlijk.”
  13. Ze glimlachte toen hij zei dat hij ze lief was. Dat was fijn om te horen en het was extra prettig om te weten dat hij haar dus niet haatte nu ze hem van de trap had gegooid en voor deze hersenschudding had gezorgd. Nu maar hopen dat dat morgen, als hij weer helder was, nog steeds zo was, maar dat was een zorg voor later. Nu sliep hij in ieder geval, zag ze, en dus kon zij eindelijk ook naar bed. Ze begon opnieuw te zuilen met het matras en legde het op de eerste plek waar het paste. Uit een kast pakte ze een deken. Een kussen kon ze zo snel niet vinden, maar dat maakte niet uit. Ze was moe genoeg om binnen drie tellen in slaap te vallen, ondanks een gebrek aan comfort. En dat gebeurde dus ook. Eén, twee, drie. Doei. OOC: Uitgeschreven en nu ga ik ook slapen #joe #PoloenMegan4evajeweetzellufgap
  14. Pollux zei wat rare dingen, maar hij zei ook dat hij ging slapen dus dat was goed. Dat hij die dingen zei verbaasde haar niet, na zo’n klap op zijn hoofd. Dat drankje zou daar ook tegen helpen, maar dat was niet meteen. “Ja, dat lijkt me goed, welterusten Pollux.” Het bleef even stil en ze draaide zich om. Ze moest zelf ook nog gaan slapen, dus het was tijd om het extra matras op de kamer te leggen. Ze liep naar de hoek van de kamer waar het matras stond, en begon het mee te zeulen. Voordat ze het veel verder had gekregen, begon Pollux echter alweer te praten. Of het normaal was dat hij pijn had en duizelig was. Ze liep weer naar hem toe en hurkte naast het bed neer. “Ja, dat is niet gek, hoor. Dat zal morgen wel beter gaan, door dat drankje van net, maar het heeft gewoon even tijd nodig.” Ze grinnikte een beetje om de woorden die hij daarna uitkraamde. Ze had geen idee waar hij het precies over had, maar ze knikte maar mee. “Graag gedaan,” antwoordde ze op zijn bedankje. “Ik pak water voor je.” Ze nam het glas dat altijd op haar nachtkastje stond, spoot er met haar toverstok wat water in en gaf het hem. “Denk je dat het nu gaat lukken om te slapen?”
  15. Walrus? Wat nou walrus? Ik moet nog een post, hoor. Ze kreeg nog een laatste knuffel, en toen verschijnselde hij. Megan was veel te moe om dat van die laatste koekjes te zien, en zette de trommel blind terug in de kast, waarschijnlijk om zich morgen af te gaan vragen of ze zich vergiste dat ze net nieuwe koekjes had gepakt. Maar nu niet, want nu liep ze voor de derde keer deze nacht naar de trap om haar voet op de eerste trede te zetten. En deze keer raakte ze de eerste trede, en ook de tweede en derde en zelfs op de laatste trede was ze nog niet van slaap van de trap gevallen. Ze was zelfs in staat om naar haar kamer toe te lopen, haar schoenen en kleren uit te trekken en onder de dekens te gaan liggen. En daar stopt dit verhaal, want aan de slaap die toen volgde had Megan, helaas voor de trouwe lezer, geen herinneringen. Maar als de trouwe lezer nou heel teleurgesteld is, denk ik dat er nog wel een middernachtelijk topic voor deze persoon te vinden is. Oh ja, en er is dus nog steeds een vacature voor iemand die Pollux kan leren om niet zomaar in te breken, want Megan is dat dus niet echt helemaal gelukt. Dus wie wél in staat is een harde boodschap over te brengen kan zich melden. En mijn excuses voor de bedrieglijke titel. OOC: Uitgeschreven!
×