Jump to content

Megan Blossom

Vrijzinnige Tovenaarspartij
  • Content count

    351
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    20

Megan Blossom last won the day on September 29

Megan Blossom had the most liked content!

About Megan Blossom

  • Rank
    Prinses van Huffelpufland

OOC Profiel Informatie

  • Naam
    Esther

Profile Fields

Recent Profile Visitors

3,548 profile views
  1. Ze knikte enthousiast toen hij de pizza voorstelde. Het klonk goed, en als hij het uitkoos was het dat vast ook. Voor ze er verder op kon reageren, was Pollux echter verwikkeld in een verhaal. Ze luisterde aandachtig, en dat was ook wel nodig want hij gebruikte in zijn enthousiasme om het te vertellen nogal wat tangconstructies en weinig punten. Ze lachte een beetje om wat hij zei, zeker omdat het over Caster en Pollux en hun wisseltrucs ging, waar ze zelf genoeg ervaring mee had. Ondertussen zag ze dat de ober aan kwam lopen. Ze hoopte maar dat hij het ook zag, want anders zou hij waarschijnlijk niet stil worden en kon de arme man daar nog wel even staan. Gelukkig staakte Pollux zijn verhaal heel even en gaf hij op hetzelfde snelle tempo hun bestelling door. Ze deed haar mond open om ‘bedankt’ te zeggen, maar nog voor de eerste letter eruit kwam vertelde haar vriend alweer verder over zaterdagavond en invallen tijdens het avondeten. Ze glimlachte dus maar verontschuldigend naar de man, want het zou ook onbeleefd zijn om Pollux nu te onderbreken. “Ja, raar…” knikte ze toen die klaar was met zijn verhaal, en ze probeerde nog even te verwerken wat ze allemaal gehoord had. Zeker vijfenzeventig procent daarvan was haar duidelijk, dus dat was best een mooie score vond ze zelf! Ze hoefde er niet gelijk verder op te reageren, want hij begon ondertussen over dat hij onbeleefd was geweest tegen de ober. Ze grinnikte. “Ach, misschien een beetje. Maar je was in ieder geval gepassioneerd over wat je vertelde, dat is ook wat, hè?” Ze glimlachte naar hem en hoopte ondertussen dat de ober er ook zo over zou denken. “Maar goed, je hebt dus geen idee wat er zaterdagavond is? Dat lijkt me best onhandig voorbereiden, en volgens mij is voorbereiding toch wel cruciaal om zo’n actie van jullie enige kans van slagen te geven. Dan ehm… zoen je niet de verkeerde, bijvoorbeeld.”
  2. [1839]We are old now!

    Alleen Huffelpufkoekjes waren goed voor regenboogschapen, zei hij. Uhu. Ze knikte en grinnikte. Hij was hier de diëtist, dus als hij een dieet bestaande uit niets meer dan Huffelpufkoekjes aanraadde, dan zat er niets anders op dan hem te geloven. Het was niet alsof je bij heelkunde iets leerde over gezonde voeding of zo. Snel, voordat hij de hele trommel leeg had, pakte ze ook een koekje, dat ze tevreden opat terwijl hij er nog twee voor onderweg pakte. “Ja, we spreken elkaar! En jij zit dus op de vierde verdieping? Dan kom ik snel eens kijken daar.” “Het was leuk je even gezien te hebben. En ik zal meer koekjes bakken hoor. Wil je me anders niet meer zien?” Ze lachte. “Ik zal ze sowieso meer moeten gaan bakken, want ik denk dat mijn voorraad er voortaan wat sneller doorheen zal gaan. Neem er anders nog een. Je zal wel honger hebben na je afspraak.” Ze liep nog even naar de kast om voor de zekerheid een kalmerend drankje te pakken voor de man die ze net al die skelettine had laten drinken en liep toen met Pollux mee naar de deur. Ze omhelsde hem ter afscheid. “Nou, tot snel. Je mag altijd koekjes komen eten. Of iets anders. Of gewoon voor de gezelligheid komen, desnoods.” Ze deed de deur open, glimlachte nog even naar hem en draaide zich toen om en liep de gang in, verder de afdeling op, terwijl hij juist de afdeling af moest. “Doei Polo!” riep ze nog, lachend om die oude bijnaam. De patiënten wachtten. Snel weer aan het werk.
  3. Pollux grapte dat hij inderdaad maar terug moest gaan naar zijn oude baan en ze grinnikte. Toen vroeg hij bezorgd of ze het koud had. Ze glimlachte, vertederd dat hij zich daar druk om maakte. "Niet echt, hoor. Een beetje fris, maar het is niet erg. En binnen zal dat snel over zijn." Het was binnen inderdaad van aangename temperatuur, en hoewel ze haar jas nog even aanhield begon ze al snel lekker op te warmen. Ondertussen begon Pollux allerlei gerechten aan te wijzen. Ze luisterde geboeid wat hij allemaal opnoemde. Pizza of pasta met al dan niet romige saus... Als het zo smaakte als het hier rook, zou het vast lekker zijn, maar wat het lekkerst was? Ze had wel eens mensen gehoord over dit soort gerechten, maar wist er verder eigenlijk niets van. Gelukkig had ze Pollux om haar goed te adviseren, en al die dingen die hij nu opgenoemd had waren het vast waard om te bestellen. Hij wijdde even uit naar de drankkaart, om daar eerst iets van uit te kiezen. "Als jij wijn wil, doe ik wel mee," antwoordde ze. "Maar iets anders vind ik ook prima, een of andere sap of zo." Het nadeel van uit eten gaan in dreuzelgelegenheden was toch wel dat er qua drank een stuk minder keus was. Dreuzels dronken vooral veel koffie, bier en water en zo, voor zover ze wist, en wat zij bijvoorbeeld vaak dronk, pompoensap, had ze er nog nooit op de kaart zien staan. Maar ja, in een restaurant hadden ook dreuzels natuurlijk wat meer dan alleen die standaard drankjes, dus er zat vast iets voor haar tussen. En wijn was natuurlijk altijd een optie, want dat vond ze op zijn tijd best lekker, en dat dronk ze graag als haar gezelschap er ook zin in had. Ze gingen weer terug naar de hoofdgerechten en Pollux stelde voor samen een pizza te nemen. Ze stemde enthousiast in. Het zou vast lekker zijn. Op de kaart stonden een heleboel verschillende soorten en daar keek ze even naar. "Ik heb wel zin in iets met wat groente in ieder geval, denk ik. Maar kies jij vooral wat je het lekkerst vindt, ik weet natuurlijk niet wat bij zo'n pizza het best smaakt. En dan kunnen we wel bestellen, denk ik." Ze wenkte alvast een ober, die liet merken bijna te komen. Gelukkig, dan hadden ze nog heel even de tijd om hun keuze te maken.
  4. [1839]We are old now!

    Uiteraard had Pollux nog tijd voor het koekjes, zoals ze wel verwacht had. Hij acteerde overdreven dat het verschrikkelijk zou zijn om zonder koekje te vertrekken en ze lachte. "Oh, sorry, ik dacht dat je zo'n haast had. Ik wilde natuurlijk niet dat je alleen voor mij zou blijven, terwijl je eigenlijk geen tijd hebt. Maar goed, als het geen probleem voor je is, dan moet je die gele trommel er maar even bij pakken denk ik. Misschien dat daar wat in zit." Ze wees naar de koektrommel op haar bureau. Ze had uiteraard niets aan het recept veranderd, dat kon niet zomaar, en op Zweinstein waren ze altijd goed in de smaak gevallen, dus met de inhoud van die trommel zou hij vast wel tevreden zijn. Ondertussen zag ze dat Pollux een beetje op en neer stond te hupsen. Nou was dat niet raar, maar het leek een beetje een zenuwachtig sprongetje dit keer, wat ze wat minder van hem gewend was. Zat hij ergens mee? Vond hij het niet leuk hier of zo? Deed zei iets fout? Uiteindelijk kwam er een beetje moeizaam uit dat hij vaker samen koekjes wilde eten. Ze haalde opgelucht adem en glimlachte. "Natuurlijk Pollux! Ik heb wel leuke collega's, maar ik zou een gezonde dosis Pollux Ó Rinn in mijn pauzes niet willen missen! Maar koekjes? Lijken wortels je niet verstandiger? Of prei?" Even zweeg ze, en ze probeerde haar gezicht in de plooi te houden zodat hij het zou geloven, maar niet veel later vervolgde ze: "Nee hoor, koekjes lijken me perfect. Huffelpufkoekjes, tenminste. Die zijn heel gezond, vele heilzame effecten. Echt een wondermiddel."
  5. Toen ze de zaal op liep, hoorde ze luid gegiechel vanaf bijna alle bedden. Ze glimlachten. Haar patiënten hadden hun rust wel hard nodig om beter te worden, maar ze was blij dat ze het ook nog een beetje naar hun zin hadden. Anders zou dat het herstelproces ook niet ten goede komen. Ze liep naar het bed van het meisje waarvoor ze kwam en gaf haar de drank die ze nodig had. Ze dronk het braaf op. "Probeer nu maar even te gaan slapen," zei ze zacht. "Dan ga je je een stuk beter voelen straks. Neem even je rust." Ze keerde zich tot de rest van de zaal. Hoe leuk ze het ook kennelijk hadden, - al begreep ze nog niet waarom - als het er zo aan toe ging zou niemand kunnen slapen of rusten. "Ik ben blij dat jullie het zo naar je zin hebben, maar ik denk dat het voor iedereen goed is om even een beetje te rusten. En als je dat al voor jezelf niet nodig vindt, doe het dan voor anderen die dat wel willen proberen." Ze knikten en het werd stil. Ze zei hen gedag en liep naar de deur. Nog voor ze de zaal had kunnen verlaten, hoorde ze het gegiechel alweer beginnen. Ze draaide zich om, klaar om ze op het hart te drukken dat het écht belangrijk was wat ze zei. Een paar keken haar schuldbewust aan, maar leken niet te kunnen stoppen met lachen. De rest keek allemaal naar dezelfde hoek van de kamer. Ze volgde hun blik, net op tijd om iets gekleurds snel weg te zien vliegen. Ze zuchtte. Het zou niet de eerste keer zijn dat een bezoeker stiekem het huisdier van een van de kinderen had meegenomen. "Van wie is die?" vroeg ze. Niemand gaf antwoord. Ze had wel een vermoeden, want er was er één die net bezoek had gehad, maar ze besloot hem niet te confronteren. "Ik snap dat het leuk is dat hij er is, maar ik ga hem wel weghalen nu, want zo gaat het natuurlijk niet." Sommige kinderen keken teleurgesteld, anderen knikten. Eentje was opgelucht, zag ze. Die had het gezelschap van hun nieuwe rondvliegende zaalgenoot kennelijk minder op prijs gesteld. Nadat ze had aangekondigd de vogel weg te halen, wilde ze meteen de daad bij het woord voegen, maar toen realiseerde ze zich dat ze eigenlijk niet wist hoe. Het was wel een huisdier, dus ze moest hoe dan ook zorgen dat hij er goed vanaf zou komen. Bovendien vloog het beest zo veel in het rond, dat het moeilijk zijn het überhaupt te pakken te krijgen. Ze pakte haar toverstok en probeerde die te richten, wat niet lukte, niet wetende welke spreuk ze zou gebruiken als het wel zou lukken. Ze deed de deur opende en seinde naar de eerste de beste collega die ze zag. "Sorry, kan je me even helpen? Er vliegt hier een vogel los rond en het lukt me niet hem te vangen. En ik wil dat de kinderen zo snel mogelijk kunnen gaan rusten." @Jonathan Bell
  6. [1839]We are old now!

    En Megan wist niet dat haar schrijfster de voorgaande post eigenlijk heel geslaagd vond, en dacht dat die van haar veel minder zou worden. Maar ja, daar zou de schrijfster van Pollux wel weer op antwoorden dat ze zich niet zo'n zorgen moest maken of zo. Wat Megan wel wist, was dat ze samen de kast inruimden en dat het lekker snel ging. Pollux gaf alles aan en zij stapelde het op op de plank. Ondertussen uitte hij nogmaals zijn verwondering over het feit dat zij een eigen kamer had. Ze lachte. "Ja, ik heb hem ook wel vaak nodig, en ik heb hier natuurlijk ook al mijn eigen spullen. Mis jij het eigenlijk, of is het wel prima om er een te delen?" Ze keek hem vragend aan. Misschien werkte hij wel minder dagen of zo, en had hij het daarom minder hard nodig? Zij werkte vijf dagen en hoewel ze vaak op de zaal was, was ze ook vaak op haar kamer. Hopelijk was het voor Pollux in ieder geval geen probleem, want anders was het eigenlijk best wel oneerlijk geregeld. Plotseling leek Pollux te beseffen dat hij op zijn werk was en ook nog dingen te doen had. Ze grinnikte. Hij had nog tien minuten zei hij, dus stress was op zich nog niet nodig, maar ze begreep wel dat hij even schrok. Zelf had ze in de tijd dat ze bij hem was geweest ook niet echt gedacht aan werk - behalve dan de doosjes - en gelukkig had ze ook niet binnenkort afspraken staan, maar anders was ze bij die plotselinge realisatie waarschijnlijk ook wel even wat minder ontspannen geweest. Ze had trouwens wel gewoon patiënten op de zalen waar ze even langs wilde en ze moest nog wat medicijnen klaarmaken voor vanmiddag, dus het was ook wel belangrijk dat ze zo weer eens doorging met werken. Ze dacht aan de patiënt die ze twintig minuten geleden achtergelaten had in helse pijn. Ze moest zo eerst maar eens bij hem gaan kijken hoe het nu ging. "Tien minuten lijkt me perfect," zei ze tegen Pollux. "Ik moet nog wat botten laten terug groeien, dus langer kan ik ook niet nemen." Terwijl ze dat zei, zette ze het laatste doosje op de plank en sloot ze de kast. "Dankjewel voor het helpen! Het was een stuk makkelijker en leuker zo. Maar ja... Voor dat koekje heb je nu geen tijd meer, zeker? Je kan beter gaan inderdaad, patiënten gaan voor." Ze grijnsde. Hij had vast wel door dat ze hem maar plaagde. Natuurlijk gingen patiënten voor, maar dit was Pollux, en Pollux kon altijd wel tijd maken voor een koekje. En zeker als het een Huffelpufkoekje betrof.
  7. [1839]We are old now!

    “Oh ja, dat klinkt een stuk minder. Lijkt me wel heftig, soms…” Ze zweeg. Wat stom voor Pollux dat zijn eerste echte baan in zijn nieuwe vakgebied zo tegen was gevallen… Zijn stem klonk ook echt een beetje somber en hij zag er nu niet meer zo vrolijk uit, dus het was echt niet leuk geweest. En dat had hij dan meer dan een half jaar gedaan. Zij had geluk gehad, dat ze meteen hier terecht had gekund en nu zo op haar plek was, maar als je eerste werkplek helemaal niet leuk was moest dat vast een enorme domper zijn en ook je motivatie verlagen. Ze glimlachte toen hij er toch een positieve draai aan gaf en weer begon te springen, zoals ze hem kende. “Ja, dat is toch het belangrijkst. En ik ben heel blij dat je hier nu bent!” Ondertussen waren ze aangekomen op de afdeling. Ze ging Pollux voor naar haar kamer. “Hier is het!” zei ze terwijl ze onhandig de deur opendeed. Snel liep ze naar haar bureau en zette ze haar stapel doosjes daar neer. De kast zat nog op slot, omdat ze een tijdje niet op haar kamer was geweest en het niet zo handig was als zomaar iedereen bij alle medicijnen kon. Ze maakt hem open en begon alle doosjes erin te leggen. “Hier moeten ze liggen,” zei ze, wijzend naar de lege plek. “Als je daar nog even mee kan helpen, krijg je daarna een Huffelpufkoekje. Deal?” Want ja, Megan had dan geen snoep- of suikerverslaving, maar ze was wel nog steeds prinses van Huffelpufland en had nog altijd alle Huffelpuffers in kooitjes in haar hart, dus dan kon een trommel met Huffelpufkoekjes op je bureau toch echt niet ontbreken.
  8. “Goh, wat naar voor je,” zei ze lachend. “Misschien moet je dan maar terug naar je oude baan? Serieuze oude mannen bij wie er geen glimlach af kan zorgen vast niet voor veel afleiding. Klinkt als een prachtige combinatie!” Ze glimlachte naar hem. Gelukkig wist ze dat dat er zeker niet in zou zitten. Ze hadden het al meerdere keren gehad over zijn vorige werkplek en hij was steeds niet bepaald positief over. “Maar eigenlijk, Pollux, denk ik dat je hier toch stiekem beter tot je recht komt. En dat ik je niet kan missen in de koffiekamer. Dus ja, neem dat maar mee in deze ongelooflijk moeilijke overweging.” Ze dacht even na over zijn vraag of ze binnen of buiten wilde zitten. Het was fijn om in de frisse buitenlucht te zijn, zeker na zo’n hele dag binnen, maar ze begon het eigenlijk al een beetje koud te krijgen. Ze had het sowieso snel koud en nu ze moe was nog meer. Ze zouden stil zitten en het werd avond en dus minder warm. Als ze nu koos voor buiten zitten zou ze daar binnen een half uur spijt van hebben, vreesde ze. “Liever binnen, het begint een beetje fris te worden en dat kan ik niet zo goed hebben als ik moe ben. Als jij dat ook goed vind, natuurlijk!” Ze liepen naar een tafeltje en gingen zitten. Megan keek om zich heen. Het zag er gezellig uit, niet al te groot en niet al te druk. De tafels waren mooi gedekt en aan de muren hingen wat Italiaanse afbeeldingen. Bovenal rook het er heerlijk. “Ik denk dat je dit goed uitgekozen hebt, Pollux,” zei ze tevreden. “Jij bent er al vaker geweest, toch? Wat vind je lekker? IK heb nog nooit zoiets gegeten, eerlijk gezegd, dus ik zou niet weten wat ik moet kiezen.”
  9. [1839]We are old now!

    Ze wilde al naar beneden gaan om op te ruimen maar voordat ze kon beginnen zei Pollux dat ze moest wachten en begon hij alles voor haar op te rapen. “Ik kan wel helpen hoor!” zei ze nog, maar hij deed het allemaal snel en handig, dus ze dacht niet dat het heel veel zin zou hebben. Bovendien deed hij het kennelijk graag, want ze had nergens om gevraagd. “Dankjewel!” zei ze lachend toen hij met alles in zijn armen weer naar haar toe kwam. “Zal ik weer wat overnemen? Dit lijkt me nogal lastig.” Ze hield haar armen op. Zelf had ze net nog met één doosje meer gelopen - die ene die zij nu nog wel droeg - maar dat was niet bepaald makkelijk en ze waren toch met twee. Bovendien zag ze nu hoe wankel dat eruit zag, en het zou nogal onredelijk zijn als hij alles zou dragen, terwijl het van haar was, toch? Bovendien vergrootte dat de kans op vallen alleen maar. Ze lachte toen hij vroeg of er iets gebroken zou zijn. “Ik denk dat dat wel meevalt hoor, het zijn maar pillen. Dat breekt niet zo snel door een val. Zeker niet in de verpakking.” Ze reageerde verder niet op zijn opmerking over haar kamer. Zij had die voor haar werk gewoon nodig, maar ze realiseerde zich nu dat de voedingsdeskundigen vaak met meerderen een kamer moesten delen. Hopelijk was hij niet jaloers… “Maar vond je het dan helemaal niet leuk in die privékliniek?” kwam ze terug op het onderwerp van vóór het doosjesintermezzo, waar ze nog helemaal niet op had kunnen reageren. "Het lijkt me ook wel een uitdaging, voor zo iemand kun je echt veel verschil maken. Gaf dat niet ook voldoening?” Ze kon zich voorstellen dat ze het, als ze zijn opleiding had gedaan, best mooi werk zou vinden, maar het was waarschijnlijk ook erg zwaar en soms emotioneel. Misschien was dat minder iets voor Pollux. In ieder geval was ze blij dat hij hier kennelijk wel goed op zijn plek zat.
  10. Terwijl ze de straat inliepen luisterde ze geboeid wat Pollux vertelde en er verscheen een glimlach op haar gezicht. “Wat fijn! Ik kan me voorstellen dat dat heel prettig is ja, die variatie. Dat ken ik maar al te goed.” Ze was heel blij voor hem dat hij het zo naar zijn zin had bij deze baan. Dat was hem zo gegund! Voor haar was het trouwens ook heel goed, want dat betekende dat ze haar nieuwe collega waarschijnlijk voorlopig niet kwijt zou raken, en dat was een zeer goed vooruitzicht. Ze pakte het dropje dankbaar van hem aan - ja, honger he, daar hielp die drop vast goed tegen - en lachte om zijn volgende opmerking. Eerst wilde ze er tegenin gaan. Ze hield van haar werk. Elke dag mocht ze mensen helpen, zorgen dat ze zich beter voelden, dat was fantastisch! Het contact dat ze had met haar patiënten, de steun die ze hen kon geven… Maar ze bedacht zich en speelde het spelletje mee. Pollux wist heus wel dat ze deze baan geweldig vond, dat hoefde ze hem heus niet uit te leggen. Zeker niet omdat hij natuurlijk deels hetzelfde had met die van hem. “Natuurlijk, Pollux. Al die jaren vond ik er niets aan, maar ik wachtte gewoon op het moment dat jij mijn collega zou worden. Ik ben alleen maar heelkunde gaan doen, omdat ik altijd geweten heb dat jij ooit als voedingsdeskundige op het Sint Holisto’s zou komen werken. Dat wist je toch? Maar voor jou is het een tegenvaller, neem ik aan? Ik leidt je natuurlijk alleen maar af van je werk, en dat kan je vast niet gebruiken.”
  11. Ze had eerlijk gezegd niet zeker meer geweten of ze inderdaad hadden afgesproken dat hij het restaurant uit zou kiezen, maar gelukkig kwam hij meteen met twee opties. “Die eerste klinkt wel goed, hoor,” zei ze. Ze had niet echt ervaring met Italiaans eten, maar op dit gebied was Pollux de expert en ze kon op zijn mening wel vertrouwen. Het enige wat ze minder zou hebben gevonden was als hij haar voor het avondeten mee zou nemen naar een snoepwinkel, maar voor zover ze wist was ‘pasta’ geen codetaal voor ‘snoep’, dus dit zou helemaal goedkomen. Omdat Pollux opgesprongen was en de beslissing voor het restaurant nu ook genomen was, stond ze ook op. Zij had ook honger, dus ze wilde wel gaan, maar ze had ook nog wel even willen bijkomen. Het was een lange, drukke dag geweest en die korte tijd dat ze even bij had kunnen komen op een stoel was erg welkom geweest. Maar ja, straks in het restaurant kon ze zitten én eten, en het zou ook een fantastische avond worden met Pollux, dus ze kon zeker niet klagen. In een rustig tempo - hopend dat de stuiterbal naast haar dat tempo ook zou kunnen aanhouden - liep ze de hoofdingang uit. Even bleef ze staan en ademde ze tevreden de buitenlucht in. Ze had haar laatste pauze van vandaag ook moeten opofferen en normaal zou ze daarin even naar buiten zijn gegaan, dus dit was nu alweer veel te lang geleden. Toen liep ze door. Het was de hoogste tijd om over te schakelen van de stand ‘eindelijk thuis na een lange dag werk’ naar ‘uit eten met je beste vriend’. “Hoe was jouw dag?” vroeg ze aan hem. “Bevalt je werk hier nog steeds? Oh, en waar moeten we eigenlijk heen?”
  12. “Bracchium emmendo.” Ze voelde aan de arm. De breuk leek genezen. Zweren antidote op beide armen, elixer van essenkruid op het been, daarna murtlapextract eroverheen tegen de pijn… Die enkel zag er niet goed uit. Ze voelde. Ook gebroken. “Bracchium emmendo.” Terwijl ze voelde dat het gelukt was scande ze de rest van het lichaam. Nog een paar zweren in de nek, en ze moest de patiënt ook nog omdraaien natuurlijk. Zijn achterkant was vast niet ongedeerd gebleven. Ze bleef in de weer met al haar elixers en extracten, niet te snel, want ze moest het wel goed doen. Maar ook niet te langzaam, want ze was vrij en Pollux wachtte. Wie viel er dan ook in een kooi met agressieve fabeldieren, vlak voordat zij met haar vriend uit eten ging? Nou ja, dat mocht ze niet denken. Hij had dit ook niet zo gepland, en had het waarschijnlijk zelf ook wel liever anders gezien. Ze keek nog één keer goed en draaide de man weer op zijn buik. Meer kon ze nu niet doen. Morgen, na een goede nacht slaap en als het effect van deze behandeling hopelijk al goed doorgewerkt was, moest ze maar verder kijken. “Renervatio.” Gelukkig ontwaakte hij meteen uit zijn bewusteloosheid. “Goedemiddag, meneer. Kunt u uw rechterarm en -enkel voor mij bewegen?” Hij deed het probleemloos. Nadat ze gecontroleerd had of er niets met zijn geheugen mis was gegaan door de val - gelukkig niet - gaf ze hem de slaapdrank. Het werkte meteen, en toen ging ze eindelijk naar haar kamer, deed ze haar lindegroene gewaad uit, pakte ze haar spullen en liep ze met grote passen naar beneden. “Sorry, sorry!” riep ze toen ze Pollux een eind verder zag zitten spelen met een jojo. Ze liep op hem af. “Sorry Pollux! Ik wilde echt zo snel mogelijk komen, maar dat ging niet.” Ze ging ook even zitten, want dit spoedgeval dat ze haastig af had gewerkt had haar wel wat energie ontnomen. “Tip: val niet van hoog in een kooi met wilde fabeldieren. Iets met veel zweren en botbreuken en een pijnlijke nacht. Echt, ik zou er niet aan beginnen.” Ze grinnikte. “Maar goed, had jij nou uitgezocht waar we gingen eten?”
  13. [1839]We are old now!

    Ze haalde opgelucht adem toen Pollux vertelde over de positieve kanten aan zijn studietijd. Gelukkig, ze had het toch in haar hoofd wat groter gemaakt dan het daadwerkelijk was. Maar ja, dat was dan ook één van haar specialiteiten. Haar patiënten kon ze dan wel altijd vertellen dat alles goed zou komen en zou en daar geloofde ze ook te volste in, maar ze was toch nog steeds erg goed in doemdenken en haar bezorgdheid kon soms groot zijn. En nu was het weer eens onterecht gebleken, want Pollux had gewoon met Castor samen gestudeerd. Ze probeerde zich voor te stellen hoe dat was. In het beeld dat ze voor zich zag kwam een combinatie voor van veel sla en veel snoep, een sterrenkijker, veel boeken en veel Polluxpasjes… Het moest er daar vast bijzonder aan toe zijn gegaan, want voor zover ze wist lagen Pollux en haar tweelingbroer niet echt op één lijn als het ging om studeren. Maar gezellig was het vast geweest, en hij had er zijn studie mee gehaald, dus het was alleen maar een prettige gedachte. “Ze moeten naar mijn werkkamer,” reageerde ze even later op zijn vraag, een beetje gevlijd door het compliment dat hij haar vlak daarvoor gegeven had. “Er heerst een verkoudheidsempidemie op een van mijn zalen, dus ik gebruik er de laatste tijd nogal veel, snap je? Het is nog één verdieping hoger.” Ze liepen de gang uit, richting de trap. “Wat heb jij hiervoor eigenlijk gedaan? Want je bent nu al een tijdje afgestudeerd, toch? Heb je gewerkt, of iets anders?” Ze keek hem nieuwsgierig aan. Uit de brieven die ze naar elkaar gestuurd hadden herinnerde ze zich niets over een baan of zo, alleen nog over zijn afstuderen. Ze hoopte maar niet dat hij het haar gewoon geschreven had, maar dat die brief haar in een drukke periode was ontschoten of zo. Maar goed, dan nog, hij zou dat vast niet erg vinden. Hij had natuurlijk ook niet alles van haar onthouden. Ze was bijna bovenaan de trap toen ze ineens werd tegengehouden door een trede. Ze had haar voet om de een of andere reden niet hoog genoeg opgetild en was bijna gestruikeld. Ze had zichzelf nog net op kunnen vangen, maar in haar hand had ze nog maar één doosje pillen. De rest lag verspreid over de trap. “Oeps,” zei ze geschrokken maar lachend. “Misschien moet ik er de volgende keer iets minder nemen.” Ja, misschien was dat wel handig. Zeker als je bedacht dat Pollux al meer dan de helft van haar had overgenomen, en dat het kennelijk toch nog te veel was voor haar om fatsoenlijk te kunnen dragen.
  14. [1839]We are old now!

    Nadat Pollux kort, grinnikend op haar vraag had gereageerd, zonder antwoord te geven, was hij even stil. Hij dacht duidelijk even na over het antwoord. Ze keek hem nieuwsgierig, maar ook weer een beetje bezorgd aan. Iemand die een prachtige studententijd had gehad en allemaal nieuwe vrienden had gemaakt, zou dat toch waarschijnlijk snel antwoorden op zo’n vraag. Had Pollux het slecht gehad? Ze hoopte maar van niet… Ze gunde hem juist zo’n mooie tijd. Uiteindelijk was zijn antwoord maar kort, en het klonk niet heel positief. “Oh, dat is jammer… Was het wel een leuke tijd uiteindelijk? En is het nu beter, nu je je diploma hebt?” Ze voelde zich een beetje schuldig ineens dat ze zo weinig contact hadden gehad. Natuurlijk was dat van twee kanten geweest, maar misschien dat hij wel behoefte had gehad aan meer initiatief van haar kant. Een beetje afleiding van de studie zou hem vast goed gedaan hebben, ook al was het nog zoveel werk. Hopelijk had hij het toch leuk gehad, en klopte het scenario wat ze zich in haar hoofd gevormd had niet helemaal. “Oh, ik heb een leuke tijd gehad hoor,” zei ze, opnieuw een beetje schuldbewust. Op sociaal vlak had ze het niet zo leuk gehad als meestal op Zweinstein, maar het was zeker niet verkeerd geweest. “De meeste van mijn studiegenoten waren aardig en ik heb ook wel een paar nieuwe vriendinnen gemaakt. Niet zulke goede als op Zweinstein,” ze glimlachte naar hem terwijl ze dat zei, want hij was daarin natuurlijk een belangrijk aandeel, “maar wel gewoon heel aardig en we zien elkaar nog steeds wel.” Ze was heel blij geweest met haar vriendinnen op de universiteit, want toen ze aan de studie begon kende ze de meesten niet, en ze was een beetje bang geweest dat ze geen aansluiting zou kunnen vinden. Gelukkig was dat niet gebleken. Net zoals ze jaren geleden op Zweinstein tegen haar verwachting in toch vrienden had gekregen, was dat ook hier gelukt, en ze had zich daardoor goed door de drukke - maar ook geweldige - studie heen gewerkt. “Maar ik had het ook wel druk, hoor,” voegde ze er niet veel later aan toe. “Ik had inderdaad niet zulke grote problemen om het te halen, maar ik wilde het wel echt heel goed doen, dus ik werkte er wel hard aan, misschien soms een beetje te hard.” Ze grinnikte. “Ik bedoel, niemand wil toch een heler die net op het nippertje geslaagd is? Het zou toch onhandig zijn als ik een krappe voldoende had gehaald voor mijn drankenkennis, en ik nu af en toe patiënten een mislukte flegmaflip geef, denk je niet? Dan vallen ze voor eeuwig in slaap, namelijk.”
  15. [1839]We are old now!

    “Dankje,” zei ze glimlachend toen Pollux de last iets verlichtte en een boel doosjes van haar overnam. Even zwegen ze. Ze keek naar hem maar hij leek in gedachten verzonken, dus ze liet hem maar even. Toen keek hij weer naar haar, en vroeg hij naar Léon. Ze keek hem verbaasd aan. “Pollux, met Léon ging het al in ons zevende jaar uit, weet je dat niet meer?” Ze was daar, als onzekere scholier, heel verdrietig over geweest, zeker omdat ze in die periode ook gedegradeerd was naar klassenoudste en later zelfs ontslagen, net als haar vrienden voor haar één voor één ontslagen waren. Als klap op de vuurpijl was haar relatie met haar tweelingbroer Max in die periode belabberd geweest - ze dacht daar liever niet aan terug - dus dit ene probleem uit velen was haar vriend waarschijnlijk even ontschoten. “Ik ben toen zelfs nog met Castor naar het Valentijnsbal gegaan, dankzij jou!” zei ze om zijn geheugen op te frissen. Ze grinnikte bij de gedachte aan Pollux’ rare tweelingbroer. Raar eigenlijk, om iemand raar te noemen in vergelijking met Pollux Ó Rinn, maar Megan vond hem toch vele malen normaler dan Castor. Die had nooit echt een goede indruk op haar gemaakt. “Ik heb daarna wel heel snel tegen hem gezegd dat het weer aan was met Léon, maar toch niet aan jou voor zover ik weet, want dat is dus niet waar. Maar goed, daar ben ik wel overheen hoor. Het is al zolang geleden.” Pollux begon toen te vertellen over zijn relatie met Xati, die ook uit was. Ze knikte meelevend. Hij en Xati hadden zelfs samengewoond, ze was toen zo blij voor hen geweest, maar kennelijk was ook dat niets geworden. “Jij, niet serieus genoeg? Daar kan ik me nou niets bij voorstellen.” Ze grijnsde, maar haar vriend leek een beetje sip dus ze vervolgde: “Zit je er nog erg mee? Je vindt wel iemand, hoor. Iemand die je wel gewoon neemt zoals je bent. Wie wil er nou een serieus vriendje?” Ze glimlachte flauwtjes. Advies geven wat ze zelf niet zou durven op volgen, of waar ze zelf niet in geloofde, daar was ze goed in. Ze was wel gegroeid de afgelopen jaren natuurlijk, ze was nu een volwassen vrouw, een heler, en in die ontwikkeling was ze emotioneel echt sterker gevonden. Ze had echter niet op magische wijze die onzekerheid helemaal kunnen laten verdwijnen, dat hoorde bij haar. Ze kon zich dan ook moeilijk voorstellen dat zij weer een relatie zou krijgen. Behalve Léon was er voor zover ze wist nooit iemand echt verliefd op haar geweest. Ja, Max, maar dat was wel hele ongezonde liefde geweest. Op dit moment was ze tevreden als vrijgezel, dat wel, maar dat wilde ze ook niet voor altijd. Die gedachte maakte haar wel eens verdrietig… Maar goed, nu ging het over Pollux, en voor hem geloofde ze er wel in. Er moest toch wel iemand op de wereld rondlopen waarvoor hij de ware was? Dat kon niet anders. “Waren er geen leuke meisjes op je studie?” vroeg ze ondeugend. “Of überhaupt leuke mensen? Heb je veel nieuwe vrienden gemaakt?”
×