Jump to content

Heaven Priest

Magisch Verbond
  • Content count

    376
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    8

Heaven Priest last won the day on August 21

Heaven Priest had the most liked content!

About Heaven Priest

Profile Fields

Recent Profile Visitors

1,051 profile views
  1. [1837/1838] Dreams of glitter and gloss

    Kende Heaven nog meer beroemdheden… Ze schudde haar hoofd. ‘Ik denk het niet? Weleens gezien, hoor, meestal vanop een afstandje, maar verder eigenlijk niet.’ Ze glimlachte toegeeflijk bij Maia’s idee van een beroemdheid – schattig kind, hoor, ze zou haar nichtje vaker moeten opzoeken, ze was heel anders, maar op een fijne manier – en knikte maar. ‘Een Zweinsteinse beroemdheid mag ook weleens, toch?’ Heaven zelf was ook wel redelijk populair geweest, maar dat was voornamelijk gekomen doordat Daniella haar erbij gewild had, en vandaar was het allemaal gewoon vanzelf gegaan. Gek hoe dat ging. Jaren en jaren kwam je niet door die bubbel en na een paar gesprekken zat je erin en vond het niemand meer vreemd dat je er altijd bij was. Werd je gezelschap ineens begeerd, was je simpelweg gegeerd. ‘Wat een sociale vlinder ben je ook weer,’ zei ze plagerig, ergens trots op Maia. Zweinstein was veel leuker als je mensen om je heen had die je oprecht tof vond – ze wilde niet beweren dat de tijd op Zweinstein bepalend was voor het verdere leven, dat was het niet, maar… ja, Zweinstein was gewoon zoveel gemakkelijker als je je niet elke seconde eenzaam voelde, uit de toon en al die zooi. ‘Ach, wat is veel?’ Ze stuurde Maia even naar een binnenweg om net vier seconden sneller in Zweinsveld aan te kunnen komen. ‘Wat, je hebt echt nog nooit strafwerk gehad?’ vroeg ze verbaasd. ‘Hoe dóé je dat? Dat geheim moet je me vertellen, hoor. Ik hing er constant aan.’ Ze trok een gezicht. ‘Volgens mij had ik echt veel pech. Het is een wonder dat ze me nog tot klassenoudste hebben benoemd – maar tussen ons gezegd en gezwegen, de rest van mijn jaar was er even erg aan toe, dus misschien hadden ze gewoon niets beters.’
  2. [1836/1837] A brand new war begins

    Waarom, waarom vroegen mensen altijd wat Heaven wilde? Wist zij veel! Ze wilde alles! De wereld aan haar voeten, een officieuze harem, het gevoel dat ze beter was dan iedereen op wie haar kleinzerige aard ooit jaloers op was geweest! Meer wijn, meer muziek, meer dans in haar leven en wat sneller, graag! Ze wilde rondgedraaid worden en lachen en dan verbaasd zijn dat niemand haar volgen kon! Ze wilde verdwijnen en de Melkweg volgen en ze wilde net zo goed te aanwezig zijn om ooit te kunnen verdwijnen, immer gevolgd door blikken die zelf bijna niet beseften dat ze naar haar keken, te verbijsterd dat ze echt was! Ze wilde een heel leven volproppen met alles wat ze hebben kon, ze wilde overnieuw beginnen, in die koppige hoogmoed dat ze het dan beter zou kunnen doen, ze wilde met iedereen bevriend worden en ze wilde iedereen net zo goed vertellen welk gal haar aderen soms verstoppen deed. Ze wilde… wist zij veel. Teveel om te weten wat überhaupt een optie was. ‘Wat een moeilijke vraag ook weer!’ antwoordde ze plagerig. ”Wat wil je van het leven?”, kon er ook nog wel even bij. ‘Zoveel.’ Eigenlijk was het best hypocriet om te gaan zeuren over het type dat nooit ergens tevreden over was, net alsof Heaven de minuscule foutjes nog niet zou gaan opzoeken als ze in een sprookjeswereld zou belanden. Goh. Geweldig stel, hoor, twee hypocrieten bijeen, allebei op zoek naar veel meer dan ze bereid waren om elkaar te bieden. ‘Maar vanavond…’ Vanavond wilde ze beste avond van haar leven, net zoals ze dat elke avond wilde, maar nu was het Leon Marks die haar aangesproken had en ze zou bij God niet weten of hij dat te bieden had. En dat wist ze van niemand anders, dus… tja. ‘Vanavond wil ik goed afsluiten.’ Wat vaag ook weer. Maar hé, dan moest hij maar niet zo’n ingewikkelde vragen gaan stellen. Ze glimlachte liefjes naar hem. ‘Wat wil jij?’
  3. Ha. Ja, een ouder hoorde er vast van te walgen, maar Heaven zou liever hebben als Olyvar niet walgde van het idee dat Heaven seks had met mensen, met hém in het bijzonder, en ze zou sowieso willen dat hij niet zo walgde van háár. Maar dat deed hij wel. En die eenvoudige mening had alles verpest en ze wilde hem haten en tegelijkertijd kreeg ze het verdomme niet voor elkaar om hem te haten zoals ze zichzelf in haar razernijen voorhield. Gek hoe dat ging eigenlijk. ‘Ik wil echt geen kinderen,’ zei ze, en ze trok een gezicht. Nu ja. Aan de ene kant vond Heaven kinderen ontzettend schattig en had ze zichzelf altijd voorgesteld met de liefde van haar leven en een stel kinderen en alles en iedereen gelukkig en al dat soort onzin, maar aan de andere kant kon ze het zich nu… gewoon niet meer voorstellen. Had ze beseft dat ze niet per se een man wilde, later, als de enige liefde die haar hand een heel leven lang zou willen pakken. Was ze iets teveel van dat traditioneel ideaalbeeld verloren in het gevoel van Olyvars lippen op de hare. Wilde ze, ergens, eenvoudigweg leven, nu. En dat klonk simpel en dat klonk moeilijk en tot ze het uitgevogeld had, kwam ze er niet meer op terug. ‘Maar kleinkinderen zijn toch zoooooo belangrijk, dat weet je toch wel!’ aapte ze een karikatuur van de visie van haar ouders na, waarna ze om haar keel te smeren het glas wijn bijna leeg dronk. Je weet wel. Dat werkte. ‘Ik weet niet wat ik wil.’ Behalve wijn en Bobbie en de hele wereld in één keer. ‘Wat wil jíj?’
  4. [1837/1838] Dreams of glitter and gloss

    Goh, ja, in principe had Heaven hem boos gemáákt omdat ze er nooit tegen kon als mensen voor haar gingen bepalen hoe ze ergens mee om moest gaan, in casu een ontmoeting met een beroemdheid, en in theorie was Heaven heel goed in de Groupie™ uit te hangen, maar ze deed het niet op commando. Ze deed vrij weinig op commando. Nu ja, behalve als het haar vader betrof, voor hem deed ze genoeg omdat hij het simpelweg vroeg, zolang hij het met zachte stem vroeg en niet bulderde, zolang ze het gevoel had dat het de enige manier was om nog één ouder over te houden die haar graag zag. ‘Is hij ook,’ knikte Heaven. ‘Maar beroemdheden zijn wel vaker zo, denk ik. Veel te veel jaknikkers in de omgeving, snap je wel.’ Ja, Heaven, je kende er toch zo veel. ‘Zoiets,’ zei ze met een vagelijk wegwerpgebaar. Wist zij veel, eerlijk gezegd. Zelfs op Zweinstein had Heaven haar pet gegooid naar de structuur die haar opgelegd werd, wakker tot in de late uurtjes en ze had weleens door de vroege lessen geslapen, vergeten om huiswerk te maken, voor testen te leren en dan nog eens extrahard haar best doen, zodat het allemaal vooral inconsistent genoeg was naar haar smaak. Op de universiteit was het niet zo anders. Ze kreeg er alleen maar geen strafwerk meer voor. ‘Oh, dat is goed om te horen. Heb je wat vriendinnen hier? Je haalt maar echt alles uit Zweinstein als je een leuk groepje hebt.’ En in de grote boze buitenwereld was het net iets minder nodig om een vaste groep te hebben, of dat hoopte ze maar, want ze had het niet voor elkaar gekregen om iedereen te behouden. Ha. ‘Zijn er nog altijd zo veel feestjes hier? Ik was een keer op zo één waar we betrapt werden door een leraar en dat was zoooo gênant. We kregen toen allemaal strafwerk, maar ik bedoel, ik weet niet zo goed wat ze verwacht hadden toen ze de hele hoop in één nablijflokaal staken, maar dat was eigenlijk nog gezellig ook.’
  5. [1836/1837] A brand new war begins

    Wilde Heaven het niet horen… God, aan de ene kant was Heaven altijd nieuwsgierig, wilde ze graag alles horen en was ze net zo goed naïef genoeg om er niets achter te zoeken, om er simpelweg vanuit te gaan dat Leon Marks iets op zijn lever had en aan de andere kant wist ze nog altijd niet zo goed wat haar standpunt nu precies was. Moeilijk, hoor. Benaderd worden hield altijd zo’n waardeoordeel verzinnen in, en Heaven had niet altijd zin in nadenken en Leon Marks maakte het lastig, hoor. Meneer had een vrouw en kwam daarvoor uit en daarna kwam er een verhaal over hoe Zwaar™ het getrouwde leven wel niet was en uuuuuh, aan wiens kant moest ze nu zelfs staan, aan die van Leon omdat hij hier was en in een huwelijk dat hij niet gewild had gedwongen was, of aan die van zijn vrouw die hier wel een man had die vrolijk om ~lichaamsbeweging~ vroeg. ‘Oh, echt? Wat naar.’ Kijk, heel diplomatiek! En dan nu de aartsmoeilijke vraag of ze het wilde horen of niet, net alsof Heaven niet een klein beetje een ramptoerist was op dat vlak. ‘Als het eruit moet, moet het eruit, toch?’ En ze was echt heel lief, echt waar, uhu. ‘Mensen voor wie nooit wat goed genoeg is, zijn zó vermoeiend.’ @haar ouders.
  6. Toen Heaven ging slapen, was alles perfect geweest op de meest perverse manier die ze had kunnen bedenken. Juist, gewoon juist en daarom des te verkeerder. Olyvar had haar net zo erg gewild als zij hem wilde, een moeilijk te benoemen begeerte, enkel te verslaan door eraan toe te geven en zodra ze zijn toegevingen op haar huid gevoeld had, wilde ze het niet meer verslaan, wilde ze alleen maar in die oase van dwalingen en zwaktes bestaan en even, heel even had ze zichzelf kunnen voorhouden dat Olyvar dat ook wilde. Dat hij haar bij zich had gewild. Dat ze een thuis kon vinden in zijn armen en dat ze de taal kon leren die verborgen lag in het gevoel van zijn lippen op de hare. En toen ze wakker werd, moest ze zichzelf eraan herinneren dat het echt gebeurd was, want Olyvar was er verdomme niet meer om het te bewijzen. Ze hield een zucht in, net alsof het allemaal echter zou worden als ze het zichzelf zou toestaan, en verdronk zichzelf in de verdoving die het besef met zich meebracht, voor ze opstond en de sporen van haar aanwezigheid hier uitwiste. Dat was wat hij wilde, toch? Haar was het in elk geval niet. Misschien haar lichaam, dat wel, misschien was dat het enige wat mensen ooit van haar wilden, misschien was dat het enige wat er te willen viel. Misschien moest ze dat gewoon leren te accepteren. In plaats van constant, constant, constant te vechten tegen die realiteit en zo wanhopig te proberen te bewijzen dat ze meer was dan dat, net alsof ze niet opnieuw en opnieuw geconfronteerd werd met het volgende bewijs dat het er niet inzat. Het was pas nadat ze haar haren gefatsoeneerd had in het kleine spiegeltje dat Heaven altijd bij zich droeg dat ze een briefje zag liggen waar ze even geleden nog gelegen had. Toen ze het gelezen had, verbrandde ze het, zonder ook maar te knipperen, want er stond niets nieuws in. Hij wilde haar niet meer zien, hij hield niet van haar, het speet hem als hij haar het idee had gegeven dat hij dat wel deed en ze moest wellicht niet meer terugkomen naar Zweinstein. Ergens, ergens wilde ze dat ze elk woord uit haar hoofd kon branden, maar tegelijkertijd ook weer niet. Ze had de waarheid nu tenslotte. Heaven haatte de waarheid. De waarheid kwam er toch maar constant op neer dat ze van iedereen hield die haar het licht in de ogen niet gunde. Maar de waarheid was het enige wat ze had, telkens weer, dus misschien moest ze maar eens leren de meerwaarde ervan in te zien. OOC: Uitgeschreven! <3
  7. Ja, ja, je hoorde niet naar bed te gaan met je ouders, maar de rest van je ouders zou je in principe ook niet moeten behandelen alsof je lucht was, teveel om te verdragen, net alsof ze ook maar íéts gedaan had waar ze dat aan verdiende (nu ja, in zoverre haar moeder wist in elk geval), dus wat zei het in vredesnaam wat ze zoal hoorde te doen? En Bobbie’s idee van het moederschap sloeg ook nergens op. Ze had geen behoefte aan iemand die haar vertelde vooral genoeg groenten te eten (deed ze heus wel) (als ze eraan dacht), ze had behoefte aan een thuis, verdomme, en iemand die het niet erg vond als ze langskwam. Goh, misschien had ze dan niet per se een adoptiemoeder nodig. Maar ugh. Ze wilde gewoon iemand op wie ze kon bouwen. Op zichzelf kon ze dat toch niet – te instabiele ondergrond. Ze nam nog een slok van de wijn, zette het toen veilig neer en nestelde zich wat tegen Bobbie aan. ‘Ik ben oud genoeg dat dat niet meer hoeft, hoor,’ antwoordde ze, enigszins bitter om het algehele excuus dat oud genoeg inhield dat ze oud genoeg was om niet meer Susannah Priests probleem te zijn, maar goh, nu was ze vast veel te dramatisch bezig en al die onzin. Je weet wel. De smoes die iedereen gebruikte als ze je gewoon niet meer wilden horen. ‘Nu moet je klagen dat ik nog niet getrouwd ben en nog geen kleinkind voor je heb.’ Was niet haar schuld dat Olyvar op dat punt zijn best niet zo had gedaan. En van Bobbie zou het niet komen. ‘Daar kan je vast genoeg varianten op verzinnen dat het niet meer saai is.’
  8. Heaven giechelde en beaamde dat, ja, inderdaad, Bobbie een beloning verdiende voor al haar harde werk en wie beter dan zij om haar die te geven? En dat was allemaal heel leuk en geweldig, maar helaas niet genoeg om een hele tijd later niet met een te vol ingeschonken wijnglas in haar hand en een frons op haar gezicht op de rand van een tafel te zitten met het laatste gezeur, ontstaan na een slecht verwoorde opmerking van haar moeder en een slechter verwoord antwoord van Olyvar. Het zou haar wellicht niet zo moeten raken, ze zou misschien ooit eens moeten leren om niet gekwetst te raken na elke misstap van een ander, maar dat was zo verdomme moeilijk als het voelde alsof ze de enige was bij wie ze zo nonchalant met haar hart omgingen. Ze wilde gewoon… wist zij veel, echt, iemand zijn voor wie ze haar best deden, maar dat was ook weer te veel moeite, naar het schijnt. Goed, ze was niet gemakkelijk, maar… ugh. Moest ze per se gemakkelijk zijn om niet afgedankt te worden als te veel? En kijk, dat had geen enkel lid van haar ouderlijk paar haar ooit gezegd. Maar zo voelde het wel. En dan was het bij deze de waarheid, zwart op wit, en Bobbie had er last van, want als ze bij Bobbie was, had ze altijd het gevoel dat niemand haar kon vinden en dat was fijner dan ze wilde toegeven en al helemaal op momenten als dit. ‘Sinds wannéér is het te veel moeite om niet even te bepalen dat ik niet meer tegen m’n moeder mag praten omdat ik haar “te veel stress” geef? Ik kom één keer langs en dan dat.’ Chagrijnig sloeg ze een iets te grote slok achterover. ‘En ons Olyvar stuurde me meteen weg, hoor, net alsof hij niets liever deed.’ Dat had ze een paar maanden geleden toch echt niet gehad, hoor, toen had hij haar prima dicht in de buurt. Maar nu niet meer! Zo gingen die dingen. Blijkbaar. ‘Heb je zin om me te adopteren?’ informeerde ze klaaglijk. ‘Lijkt me veel leuker.’
  9. [1836/1837] Why?

    Heaven verslikte zich heel even in haar thee toen Elena de opties afging. Het was niet zo dat Heaven zichzelf ooit strenge regels had opgelegd over wat kon en wat niet op amoureus vlak, wat de maximumleeftijd was waarnaar ze mocht lonken, maar het werd een beetje pijnlijk als haar opties werden gedecimeerd tot Scott Evergreen en de vrienden van Elena’s vader. Zo ongewenst was ze heus nog niet door haar leeftijdsgenoten… Dacht ze. Wist zij veel. Ze vonden haar misschien niet leuk genoeg om mee te trouwen, maar ze nodigden haar wel consistent uit voor feestjes. Dus. Ze was vast wel gewenst. ‘Jammer,’ besloot ze, dit hoofdstuk in hun conversatie snel afsluitend. ‘Stom van ze dat die vrienden je zomaar negeren… ‘ OOC: Uitgeschreven! <3
  10. 13 januari 1838 Ze hadden het een winterfeest genoemd, en Heaven was meteen geïnteresseerd geweest. Feestjes waren leuk, en hoewel ze zo nu en dan weleens een preek te horen kreeg van dat ze toch echt teveel van gelegenheid naar gelegenheid leefde (was niet zo, overigens. Nu ja. Wás het maar waar, het leek haar best een fijne levensstijl), had dat haar nooit tegengehouden om alsnog op te komen dagen. En al helemaal niet als ze erbij vertelden dat het winterfeest in kwestie verwarmd was, ook al was het dan buiten. Zonder het koud te hebben buiten zitten had haar best goed in de oren geklonken, en dus was ze vrolijk komen opdagen. Om er in elk geval achter te komen dat je niet alles moest geloven wat ze je zoal vertelden, want het was echt stervenskoud. In volle zelfmedelijden had ze alvast de wijn aangevallen, maar vreemd genoeg loste dat niet alles op. Klappertandend probeerde ze zichzelf te vertellen dat het hier in ieder geval wel heel mooi was, met de magische fonkellichtjes en de dwarrelende sneeuwvlokjes en de kraampjes. Maar. Ugh. Koud. Ze luisterde nooit meer naar iemand die beweerde dat het heus wel verwarmd was en ze de twintig jassen die ze normaliter droeg (oké, nee, dat was lelijk en ze was te ijdel om zichzelf zulke excessen toe te staan, maar het ging om het principe) voor een avond achter zich kon laten. Stelletje verraders. ‘Proberen ze het zelfs op te lossen?’ piepte ze zeurderig, terwijl ze een nieuw glas uitzocht ~om haar op te warmen~ en ze het niet wonderbaarlijk warmer kreeg. ‘Ik bevries echt…’ En ze pruilde, want ze moest het benadrukken en ze wilde ook heel graag dat iemand haar jammerlijke problemen voor haar ging oplossen. Oh, en ze wilde ook niet horen dat ze zich dan maar wat warmer had moeten aankleden. OOC: Open topic voor BW! <3
  11. Ze zou niet zelfvoldaan moeten kijken naar de scherven op de grond en al helemaal niet naar de scherven van zijn emotionele stabiliteit, de scherven van gevoelens die ze uit een opgepoetste spiegel had geramd tot hij net zozeer een wrak was als zij. Ze zou die overgangen, die wervelwind van uitersten geen opluchting moeten vinden, ze zou het niet geruststellend moeten vinden, ze zou er niet nu al een thuis in kerven, een oase van niet weten hoe en wat, al was het maar omdat ze er niet meer alleen in was, niet meer, want nu was Olyvar er ook. En met Olyvar aan haar zij voelde een orkaan als een briesje. Ze zou niet moeten, maar ze deed het toch. Ze zou niet moeten glimlachen bij zijn woorden (alles wordt sterker als je er niet naar kijkt, alles wordt sterker als je er de grip op verliest, zolang je het vasthoudt, kan je het in een kooi van rede opsluiten, maar zodra het ontsnapt, ben jij het die in de kooi zit, maar dat is oké, echt, zolang we samen in een kooi zitten, vind ik alles best), maar ze deed het toch. Ze zou geen last van haar schouders moeten voelen vallen toen hij toegaf wat ze alleen aan zichzelf toegaf als ze dronken en alleen genoeg was om het te voelen, om het te durven voelen, maar ze deed het toch. Ze zou niet naar zijn aanraking moeten hongeren, maar ze deed het toch. Ze zou niet meer moeten willen dan zijn handen om haar gezicht, ze zou niet voor zichzelf moeten ontkennen dat het duidelijk genoeg was dat Olyvar haar moeder teruggevonden had en daarmee alles wat ze voor haar intrede in de wereld betekend hadden, ze zou haar ogen niet in de zijne moeten boren op een wanhopige zoektocht naar een stilzwijgend akkoord over wat ze wilde, maar ze deed het toch. Ze zou haar lippen niet impulsief op de zijne moeten drukken, maar ze deed het toch. En ze zou er niet van moeten genieten, maar ze deed het toch.
  12. [1836/1837] A brand new war begins

    Ehhhhhhh. Heaven glimlachte ongemakkelijk. Het was niet zo dat Heaven nooit iets met een bezet persoon zou doen, het was wel zo dat ze het liever vermeed dan dat ze zich meteen in de armen van een getrouwde man met, uh, bijbedoelingen smeet. Op zich had ze het overwogen – hij was knap en hij had interesse in haar en Heavens lat lag niet zo hoog dat ze een sonnet over haar wilde voor ze haar enkels liet zien (hoewel het wel geapprecieerd zou worden, eerlijk gezegd, waarom schreef er niemand over haar, hallo), maar ehhhhhhhhh. Had hij niet gewoon… niet kunnen vermelden dat hij een vrouw had of zo. Was het echt zo moeilijk voor mannen om een beetje tactvol op dat punt te zijn? Als ze de andere vrouw in het spel moest zijn, had ze graag wat meer dan dit. ‘Ze is vast heel aardig,’ zei ze luchtig, terwijl haar blik afdwaalde naar iemand anders om de volgende dans mee aan te gaan. ‘Anders was je er vast niet mee getrouwd.’ Ugh. Waarom was iedereen getrouwd…
  13. Kijk, Bobbie snapte het! Dat vond ze altijd fijn aan haar, eerlijk gezegd, die eenvoudige gewoonte van Bobbie om haar gelijk te geven (oké, ze had nog nooit ruzie gehad met haar, had enkel en alleen veel gezeurd over drama’s met mensen die Bobbie helemaal niet kende, dus wist zij veel hoe Bobbie was in een echte ruzie, maar dat maakte niet zoveel uit) en dus leunde ze tevreden met dat antwoord naar Bobbie toe en drukte ze een kus op haar wang, als uiting van dankbaarheid. Mensen waren zoveel leuker als ze niet constant hun best deden om jóúw fouten op te zoeken. Ja, ja, die waren er vast, maar dat zou niemands zaak moeten zijn behalve die van haar. ‘Ja, mannen zijn echt verschrikkelijk!’ beaamde ze. Was ook zo, stuk voor stuk, elk exemplaar — ‘t Was een beetje jammer dat ze er verliefd op werd en de slechte gewoonte had nooit de sprookjesprins uit te zoeken, maar als ze bij Bobbie was, maakte dat niet zoveel uit. ‘Maar gelukkig ben jij er,’ vervolgde ze monter. Ergens was het verbazingwekkend hoe snel ze van zeurbui hiernaartoe ging, maar aan de andere kant was het ook zo… voorspelbaar. Heaven liet nooit iets los, maar bleef zelden ergens in hangen. Waarom ergens blijven wachten als je later terug kon gaan? Ze drukte een kus op dit keer Bobbies lippen, minder uit dankbaarheid voor het gelijk, sorry, zo lang hield ze dat soort onzin niet vol, en glimlachte daarna. ‘Jij bent gelukkig niet zo.’
  14. [1837/1838] Dreams of glitter and gloss

    ‘Oh, ja, veel meer vrijheid,’ knikte Heaven, want… dat was ook zo, Heaven had tien keer meer vrijheid daar (vooral op academisch vlak, maar ook wel op, je weet wel, vlak van bedtijden en al dan niet naar de lessen gaan). Het punt was alleen dat Heaven voor geen meter met vrijheid omkon – maar hé, gelukkig werkte haar vader op de universiteit zodat er gezellig een oog op haar gehouden kon worden, heel erg bedankt, hoor. ‘Het is allemaal wat lastiger om in te plannen, hoor.’ Had er soort van mee te maken dat ze totaal niet kon plannen en te impulsief was om niet op elk plan van een vriendin ooit ja te zeggen en dan, goh, nergens meer tijd voor te hebben. En ja, ze had nu ook een aantal opdrachten liggen, maar dat kon ze vast wel op een avond afwerken! Als ze niet werd meegevraagd naar het één of ander dan. ‘Wat zou jij eigenlijk willen studeren?’ vroeg ze nieuwsgierig. Maia zou vast wel gaan studeren – als Heaven het deed, waarom dan niet iemand die van die Geïnteresseerde vragen stelde als “hoe zijn de vakken?”. Ze kon zich echt niet voorstellen dat zij zoiets zou vragen. Zei meer over haar dan over Maia, zei meer over Heavens visie op de universiteit dan de universiteit zelf en Maia’s idee van verder studeren, maar ah. ‘Liam Haysward, je weet wel, die ene zwerkballer,’ antwoordde Heaven, ergens blij dat Maia ernaar gevraagd had. Ze hield van dit soort verhalen vertellen, oké, al was het maar omdat het zo typisch wat voor haar was om ruzie te beginnen maken met het type beroemdheid waar de meeste mensen simpelweg starstruck bij zouden zijn. Gewoon. Het was fijn als er iets het label van typisch Heaven kon krijgen. Wist ze al een beetje beter wat “typisch Heaven” zou moeten inhouden. ‘Hij was raar. Eerst was hij boos op me zonder reden.’ Oké, ze was zelf bits geweest, maar dat maakte niet uit. Beroemdheden waren dat soort dingen vast wel gewend. ‘En toen sloeg hij om om de één of andere reden en wilde hij met me naar bed en toen ik niet meteen ja zei, ging hij maar weg.’ Ze klakte met haar tong. ‘Mannen, hoor. Niets mee aan te vangen!’ Ze volgde met alle liefde Maia richting de werkelijke richting (Zweinstein was écht veranderd, hoor, sinds wanneer moest ze langs hier… Of misschien was het gewoon dat ze veel meer in de kerkers had rondgehangen dan de moeite van al die trappen te doen, maar ugh) en probeerde de juiste woorden te vinden om te zeggen dat ze Zweinstein op zich niet miste, niet echt, Heaven ging graag verder, maar wel het leven, of zo, dat ze daar geleid had. De wereld waarin ze vertoefd had. Zoiets. Op Zweinstein was het iets simpeler geweest om te navigeren door alle leugens onder de mantel der liefde dan in de buitenwereld, waar ze plots volwassen genoeg werd geacht om met allerlei waarheden die ze niet wilde weten door te gaan. ‘Ehhh. Zweinstein was.. gemakkelijker?’ Maia mocht dat opvatten zoals ze zelf wilde. ‘Maar het is wel fijn om wat meer ruimte te hebben, zeg maar. Zit jíj graag op Zweinstein? Oh, ew, is het nu begonnen met regenen?’
  15. [1836/1837] Kinkshaming ur sleepattern Margaux

    ‘Waarom heb jij zo’n hekel aan gaan slapen?’ vroeg ze vermoeid, niet eens zeker of ze het wel wilde weten. Gewoon. Valor hield van de nacht en wilde nooit gaan slapen en later, later zou hij vast dolgelukkig worden van het nachtleven en haar achterna gaan op dat vlak, maar nu niet. Nu zorgde hij alleen maar voor grijze haren. En ze was te jong ervoor, dus dat mocht hij ook niet doen. ‘Heel even dan, oké? En later ga ik een sterrenhemel in je kamer maken, je weet wel, zoals ze op Zweinstein in de Grote Zaal hebben.’ Ze wist niet hoe, niet echt, maar ze zocht het wel uit en dan kon Valor vanuit zijn bed alle sterren zien en ging hij misschien wat eerder naar bed. ‘En daarna echt naar bed!’
×