Jump to content

Heaven Priest

Magisch Verbond
  • Content count

    400
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    8

Heaven Priest last won the day on August 21 2018

Heaven Priest had the most liked content!

About Heaven Priest

Profile Fields

Recent Profile Visitors

1,182 profile views
  1. [1838/1839] Overgrown

    ‘Met mij is alles goed!’ zei Heaven vrolijk, en dat meende ze eigenlijk wel. Oké, Heaven was Heaven, oké, onderhuids loensten genoeg innerlijke problemen op zoek naar een ontsnappingsroute om alles weer zo oneindig gecompliceerd te maken zoals alleen Heaven dat kon (sorry, vrienden, dacht ze, ergens, sorry, Jupiter, sorry, papa, sorry, liefste zelf), oké, drie maanden was wellicht niet lang genoeg om iemand al lang en breed tot De Ware te hebben bekroond, maar geen van die dingen maakte uit, vond ze. Het ging goed. Was dat niet het enige wat ertoe deed? Het feit dat ze er later anders over zou kunnen denken, zou alleen maar dat bedrijvige stukje geluk van nu tot stilte manen. Ze wierp een verliefde blik in de algehele richting waar Jupiter naartoe was verdwenen, net alsof ze hem in de menigte nog kon zien. ‘Ja, Jupiter! Nog niet zo heel lang… Maar het gaat wel heel goed.’ Nu ja. Lang genoeg om als zijn date hier te kunnen koketteren en lang genoeg om niet meer in slaapkamers verborgen te worden, dus wat haar betrof was dit een geweldig teken en kon ze er prima vanuit gaan dat Jupiter daar precies hetzelfde over dacht. Hoefde ze het vast niet met hem over te hebben. ‘Je werkt voor Caspian Thwaite?’ herhaalde Heaven verbaasd. Niet per se dat Agatha werkte, hoor, Agatha leek haar altijd het type dat continu productief bezig was (in tegenstelling tot, wel, zijzelf, die het halverwege opgaf en een cocktail maken productief noemde om haar eigen ego te sparen), maar… wauw, Caspian Thwaite. Hem kende ze wel, hoor. ‘Wat doe je dan voor hem? En hoelang werk je al voor hem?’ Ze dacht niet dat ze zelf echt zin zou hebben om voor hem te werken. ‘Ik heb hem niet gezien, nee. Ben je zeker dat hij hier is?’
  2. [1837/1838][15+] We're howling, forever

    Heaven was niet het type dat cijfers gaf, niet het type dat heelder essays schreef over wat mensen beter moesten doen – Heaven was het type dat zodra mensen vervelende vragen stelden, voluit voor een lawine aan complimentjes ging, zodat ze ermee ophielden, zodat ze haar leuker vonden dan ze het werkelijke antwoord ongetwijfeld hadden gevonden (“eh, weet ik niet, moet ik echt een cijfer bedenken?” of een “Nja, ik kom uit een arrangement met iemand die dit voornamelijk deed en al een stuk langer, denk niet dat je daarmee wil concurreren”), een zoete inval als wapen en tegelijkertijd ook niet. Heaven, Heaven was niet per se behaagziek, niet per se het type dat het beste wilde zijn voor alles en iedereen. Ze was wel het type dat van de juiste mensen wilde horen dat alles wat ze deed goed was, perfect liever, foutloos, even onmogelijk om te bekritiseren als ze in haar dromen was, en om dat te bereiken duwde ze die mensen met alle liefde in een bad van complimenten, alsof ze achteraf die mantel van liefde zouden draperen over alles wat moeilijk goed te praten zou zijn. In principe was er veel dat moeilijk goed te praten was. Heaven had haar gebreken, en Heaven had de neiging om alles zodanig groots te doen dat haar kleine kantjes ravijnen waren in de wereld die ze om zichzelf gesponnen had. Tja. ‘Niets anders dan een tien,’ verklaarde ze met een giechel, het onderwerp snel, snel aan de kant duwend, terwijl ze zichzelf iets rechter zette, alsof ze zo een rustig gesprek kon voeren. Ze voelde zich moe, ergens, niet per se op een slechte manier, maar tegelijkertijd kon ze zichzelf niet voorstellen dat ze nu echt in slaap zou kunnen vallen, een hele nacht met hem en zijn punten. Nu ja. Zolang hij haar maar niet terugstuurde naar het feest. Serieus, wat ging ze daar zelfs doen? Ze zag er nu echt niet meer op haar best uit. Hij schopte haar wellicht daarna toch buiten, maar ach, hij kwam haar nog weleens tegen. OOC: Uitgeschreven! <3
  3. [1838/1839] Go astray with me

    Hóézo had hij geen idee waar ze het over had? Op zich had ze zijn verbaasde blik wel gezien, maar… ugh. Híj negeerde haar, híj gaf haar geen kus nu, net alsof hij vies van haar was, híj was bezig met cadeautjes voor andere meisjes te kopen in dezelfde winkels waar hij ze voor haar kocht. Moest ze er echt vanuit gaan dat dat allemaal per ongeluk was? Dat het er allemaal slechter uitzag dan het in feite was? Ja, boe-hoe, dat zeiden ze ook allemaal. Oh, nee, Heaven, dat je me betrapt terwijl ik aan het rollebollen ben met één of andere vriendin die ik nooit aan je heb voorgesteld, púúr toevallig, betekent heus niet dat ik vreemdga. Onredelijk dat je dat denkt, hoor. Teef. Doe eens niet zo moeilijk. Voor de rest ben jij wel een slet, hoor, want jij gaat met míj naar bed. Ew. Maar laten we het wel nog een keer doen. Zeg, Heaven, waarom behandel je me eigenlijk gewoon niet als een vader, nadat we samen naar bed zijn gegaan en ik je daarna weer heb gedumpt voor je moeder, want eigenlijk was seks het enige dat ik van je wilde, dus fijn dat je dat even hebt willen doen, maar nu ga ik weer verder kinnekes kopen met je moeder. Wil je babysitten? Rot op. Dacht hij echt dat ze dit nooit eerder had gedaan? Ze haatte dat hij zo rustig alles probeerde te weerleggen dat ze zei. Net alsof hij er voor geen meter om gaf dat ze overstuur was. Ha. Was waarschijnlijk ook zo. Om de één of andere reden vonden mensen het altijd lastig om er iets om te geven als zij zich niet goed voelde. ‘Oh, ja, bedankt, klinkt logisch, dat is waarom je me straal negeert als ik je zie, hè,’ snauwde ze, voor ze even snel van register switchte om met een lievige glimlach te bestellen. Op zich was zo’n theehuis niet de gemakkelijkste plek om ruzie te maken. ‘Hoe dom denk je dat ik ben?’
  4. [1837/1838] And here she comes, the storm

    Geen zorgen, Heaven vond het zo aantrekkelijk als maar mogelijk was dat Jupiter zich ergens volop instortte, al helemaal als dat zijn relatie met háár was. Heaven, Heaven deed alles intens, werd ondergedompeld in een tsunami of voelde kleine vleugeltjes op haar rug groeien op weg naar de zevende hemel, niets daartussenin. Ze kon niet naar zijn lach naar haar kijken en gewoon teruglachen; ze voelde er meteen een hoop kriebels in de buik bij en dat enigszins nerveuze gevoel, op de beste manier, dat wel, dat ze de kans van haar leven in haar nietsvermoedende schoot geworpen had gekregen. Ze wist niets van vuurtjes maken, had geen idee hoe droog takken moesten zijn om goed te kunnen branden. ‘Dat kan…’ zei ze, net alsof ze hier een gegronde mening over had en niet zomaar wat zei. Met een geconcentreerde beweging van haar stok toverde ze de takken droog en vervolgens gebaarde ze naar Jupiter. ‘Probeer nu nog eens?’ Buiten klonk de donder, vlak nadat ze uitgesproken was, en toen ze een blik wierp op de opening van de grot. zag ze dat het ondertussen alweer vrij donker was geworden. Blegh. Van slecht weer werd ze nooit goedgezind. Ze zette een stap richting Jupiter, al was het maar om meer in zijn buurt te zijn. Oké, nee, voor aandacht, want dat vuur kreeg meer dan zij en ew. Het was de bedoeling dat ze samen waren, niet dan? ‘Het is wel een originele date, dat moet ik toegeven,’ babbelde ze maar, meer om de stilte te vullen dan om iets anders. ‘Ik denk niet dat ik eerder eens op date ben geweest in een grot.’ Goh. ‘Raak je vaak in grotten terecht als je bergen gaat beklimmen of is dit ook een eerste keer voor jou?’
  5. [1838/1839] Go astray with me

    Geen kus, geen kus, geen kus, gewoon op zijn stoel gaan zitten en iets aan dat gebaar maakte dat Heaven in tranen wilde uitbarsten, al was het maar omdat het zo duidelijk leek dat ze voor de zoveelste keer in haar leven weer die kutpersoon was geweest die zich haast onmiddellijk aan iemand had gehecht die totaal had gedacht dat het überhaupt een optie was om zich eveneens aan haar te hechten. Waarom was dat altijd zo’n ding? Waarom kreeg ze het nooit voor elkaar om dit kalm te doen, waarom hield ze altijd zo verdomde veel van iedereen die haar enigszins het gevoel gaf dat ze iemand was van wie eventueel ooit iemand gehouden kon worden? ‘Natúúrlijk is niet alles goed!’ Dat was toch duidelijk? Alles, alles, alles zou verpest worden, alweer, een instortende brug, en hij zou de overkant nog bereiken, maar zij niet, want zo gingen die dingen – Heaven was altijd traag, zoveel trager dan ze zou willen. Heaven begreep het nooit als ze moest maken dat ze wegkwam. ‘Waarom schaam je je voor me?’ Was ze zo beschamend? Had ze iets verkeerds gedaan de laatste keer dat ze zijn vrienden had gezien? ‘Wil je dat ik je niet meer aanspreek als ik je in het openbaar zie en we niet hebben afgesproken of zo?’ Was dat het? Ze dacht wel dat ze dat zou kunnen, wellicht, maar dat wílde ze niet. Ze wilde gewoon… leven in elke dagdroom die ze ooit bedacht had met hem in de hoofdrol. ‘Wat heb ik verkéérd gedaan?’
  6. [1838/1839] Overgrown

    Heaven hield van dit soort feestjes, had ze ontdekt. Ze hield van er op haar best uitzien, ze hield van aan Jupiters arm hangen en van met jan en alleman babbelen, ieder een luisterend oor voor het laatste verhaal, ze hield van de muziek die telkens weer doorheen de zaal voortkabbelde, enigszins op de achtergrond en enigszins vooraan zodra ze het wilde horen, ze hield van de champagne die werd uitgeschonken, van het besef dat ze die champagne wellicht wel zou kunnen kopen als ze dat wilde en als ze daar het geld voor bijeen zou kunnen schrapen, ergens tussen haar slechte geldmanagementgewoontes door, maar dat ze dat eigenlijk niet wilde, puur omdat het zo de balchampagne was, als het ware. Ze hield van hoe mooi de balzaal versierd was, ze hield van verwonderd rondkijken om alle details te ontwaren, ze hield van weten dat ze ongetwijfeld niet alles gezien had. Maar bovenal hield ze ervan om oude bekenden tegen te komen, want hoewel Heaven het nooit erg vond om honderd nieuwe mensen op een dag te zien, was het altijd wel fijn om een gekend gezicht te kunnen begroeten. Agatha was iemand die ze al even eigenlijk niet meer gesproken had, maar ach, des te meer reden om er nu terug aan te beginnen, niet? Jupiter koos het hazenpad rapper dan ze iets tegen hem zou kunnen zeggen, maar dan draaide ze zich wel rechtstreeks naar haar vriendin. ‘Bedankt!’ zei ze vrolijk, altijd tien keer betergezind als ze complimentjes aanhoren mocht. ‘Wat leuk om je nog eens te zien — dat is echt véél te lang geleden. Hoe is het? Oh, en je haar ziet er echt leuk uit als je het zo doet, moet je vaker doen.’ Agatha had altijd mooi haar gehad, vond ze. ‘Ben je hier met iemand?’
  7. [1837/1838] And here she comes, the storm

    ‘Durf je dat aan?’ vroeg Heaven plagend. Graag, hoor, ze hield van winkelen, ze hield van uren en uren op zoek gaan naar de juiste jurk, maar ze vond het ook altijd lief als mensen kleren voor haar kochten. Om te zien wat ze mooi bij haar vonden staan, bij welke stukken ze aan haar moesten dachten, vond ze zoveel over hen zeggen, maar misschien lag dat aan haar neiging overal een boekwerk van de waarheid in te zien. Of het nu dingen waren die ze zelf zou hebben gekocht of juist absoluut niet, ze vond het altijd wel léúk en deed altijd haar best om het ostentatief genoeg te dragen als ze ze nog eens zag. Maar Jupiter was ook zo het type om niet zomaar wat te kopen, Jupiter was het type om het beste cadeautje ooit te willen kopen, puur omdat hij het op zijn innerlijk cv wilde zetten dat hij het beste cadeau voor haar had kunnen kopen, en haar eigen koopproces omvatte zo veel lagen dat ze het hem ergens niet aan durfde te doen. Nu ja. Als hij uren met haar wilde doorbrengen in winkels, ging ze niet klagen. Met alle liefde nam ze hem mee. Later zou ze zijn geduld wel belonen, hoor. Oh, nee, ze konden prima naar huis en Heaven miste de geborgenheid van de stad heel erg op het moment, maar iets aan Jupiters stem zorgde ervoor dat ze een optimistisch lachje op haar gelaat geplakt hield, alsof dit een test was om een goede vriendin te zijn. Ik blijf bij je als je een berg wil beklimmen tijdens een storm, blijf alsjeblieft ook bij mij tijdens míjn stormen. ‘Het voordeel hieraan,’ antwoordde ze dus, monter, ‘is dat iedereen vast wel weggaat en we het pad straks voor ons alleen hebben! Dan stapt er niemand in de weg.’ Was het niet geweldig? Blegh. Bergen beklimmen. De volgende keer deed ze dat wel figuurlijk. ‘Een vuurtje zou wel warm zijn… Daarnet had ik het niet koud of zo, doordat we in beweging bleven, maar met die regen is het nu toch wel frisjes, vind je niet?’
  8. [1838/1839] Go astray with me

    9 juni 1838 Heaven vond zichzelf, eerlijk gezegd, niet echt irrationeel jaloers, niet eens enigszins paranoïde, vond eigenlijk evenmin dat ze veel te snel conclusies trok – ze kon gewoon dingen bij elkaar optellen, oké, ‘t was niet haar schuld dat anderen vonden dat je op uitleg moest wachten vooraleer je alvast in een spiraal sprong die begon aan “goh, mijn lief heeft een leven buiten mij” en ergens eindigde bij “wauw, het universum is gemaakt om mij en alleen mij te bespotten en er is absoluut niemand in de hele wereld die ooit oprecht om mij gegeven heeft, deze hypothese is gestaafd met 148.5 argumenten en ik kan ze in omstreeks vier uur uitleggen” – maar nu ze wachtte op Jupiter om te arriveren, drie minuten voor het afgesproken uur, bedacht ze zich dat het feit dat hij niet te vroeg was wanneer zij dat was niet één van de 148.5 argumenten was. Kijk! Ze was heel redelijk. Maar het gaf wel aan dat hij niet overmatig veel om haar gaf, hoor, hij zat duidelijk niet de godganse dag te wachten om zijn tijd met haar door te brengen. Tragisch. Maar ze vergaf het hem. Zo lang waren ze nu ook weer niet samen. Hij kwam aan, echter, op tijd, in het theesalon waar zij zo graag naartoe had gewild (was dat het? Duwde ze te veel haar eigen wil door? Luisterde ze niet genoeg naar wat hij wilde? Had hij liever dat ze mak was, tam, grote ogen en een gesloten mond, moest ze dat oefenen om hem haar kant op te blijven lokken?) en bij deze had ze twee mogelijkheden. Ten eerste kon ze normaal doen, door de zure appel heen bijten en halverwege wellicht vergeten dat hem een cadeautje voor een ander zien kopen, een paar dagen geleden, haar straal negerend toen ze hem had proberen te begroeten, een zure smaak had nagelaten in haar mond. En ten tweede… ‘Hey,’ zei ze koeltjes, haar armen over elkaar slaand, als was het om met zichzelf één front tegen hem te vormen, ‘Krijg ik nog eens de eer om jou te zien, ja? Of verzin je over vijf minuten alweer een excuus om weg te moeten?’ OOC: Privé met Gianna! <3
  9. [1837/1838][15+] We're howling, forever

    Ja, Heaven was groot fan van gewoon doen waar ze zin in had en in dit geval iemand anders laten doen waar zij zin in had en net iets minder fan van eruit geschopt worden in plaats van zelf gewoon te kiezen wanneer ze de achterdeur verkoos boven iemands aangezicht. Altijd fijn als mensen daar niet zo moeilijk over deden. Dat het maakte dat Heaven bezwaarlijk iemands rots in de branding kon zijn, ook al was ze ergens altijd wel op zoek naar iemand die haar een dergelijk belang zou toekennen, maakte niet uit. Zichzelf dwingen iemand anders te zijn ging toch niet half zo vlot als mensen geobsedeerd met zelfverbetering en al die blabla haar zo nu en dan probeerden te verkopen. ‘Een cijfer?’ Laat dat gedoe maar dat ze zelf wel besloot — als ze overvallen werd met de vraag welk cijfer ze iemand moest geven, ging ze een tel lang beduusd kijken en zich afvragen of ze misschien niet echt door had moeten gaan. Hoewel. Misschien ging hij straks vragen of ze een recensie schrijven over het eten dat hij alternatief voor haar had gemaakt. Anders gezegd was haar denkvermogen niet op z’n best op het moment en was dit een vraag uit het niets. Cijfers, cijfers, ze was haar moeder niet, ze was geen lerares, ze was niet het type om allerlei criteria te bedenken om een eerlijk cijfer te kunnen uitdelen tien seconden na seks, maar ah, hij ging vast niet vragen naar de precieze gedachtegang. Ze kon vast simpelweg giechelen en zich iets rechter positioneren zodat ze in ieder geval naar hem kon kijken en zeggen: ‘Wat is het maximum dat ik kan geven?’
  10. [1837/1838] And here she comes, the storm

    Dit was niet Heavens type date, nee. Heaven ging uit zichzelf nooit bergen beklimmen, al helemaal niet als er onweer op komst was (al was ze evenmin het type om ook maar ooit in haar leven te bedenken wat het weer was, sorry, hoor), maar ze was dan wel weer het type dat zonder erover na te denken wel gewoon meeging als iemand het fan-tas-tische plan had om precies dat te doen. Het viel ferm tegen, eerlijk gezegd, al was ze iets te trots om dat echt toe te geven aan Jupiter. Ook al deden haar voeten pijn. Ook al zat er een scheur in haar jurk, waar ze beteuterd naar fronste elke keer dat ze het zag. Ook al was ze een tijdje geleden de woorden kwijt geraakt om deze kutwandeling vol te babbelen en er toch nog iets van zichzelf in te steken. Maar kijk! Ze was lief en bleef Jupiter volgen en klaagde zelfs niet. Nu ja. Niet luidop. Goed genoeg. Toen Jupiter haar in een grot trok om voor het onweer te schuilen, wilde ze wel klagen, eerlijk gezegd, klagen over elk aspect van vandaag – maar ze zweeg en forceerde een glimlachje terug toen hij zich verontschuldigde. ‘Jij kon ook niet weten dat het weer zo ging omslaan,’ antwoordde ze, zijn eigenlijke vraag wijselijk negerend, want ja, dit was eigenlijk inderdaad de slechtste date waar ze ooit op was geweest. Ze had wel meer slechte dates gehad, hoor, daar niet van, maar dat was toch altijd… anders geweest. Dat had zo vaak meer te maken gehad met degene met wie ze op date was, terwijl ze Jupiter wél leuk vond. Leuker dan ze nu al wilde toegeven, leuk genoeg om nu niet meteen te verdwijnselen en hem nooit meer te spreken, leuk genoeg om nog altijd te willen dat ze op de één of andere manier indruk op hem maakte. Ze wist niet hoe, niet in deze situatie, maar… toch. Ze wilde het wel. Ze haalde haar toverstok tevoorschijn om een poging te doen haar jurk te repareren. ‘Er is echt altijd wat met mijn jurken met jou in de buurt, hè?’ vervolgde ze, luchtig, plagerig, dit hele gesprek wegsturend van de vraag of Heaven het naar haar zin had hier. Had ze niet. Ze kon zich niet voorstellen dat ze dit opnieuw zou willen. Ergens wilde ze het liefst van al gewoon naar huis, al was het maar omdat ze zich niet kon voorstellen dat ze zich in deze grot niet ellendig zou blijven voelen. Maar meer dan dat wilde ze dat Jupiter haar hierna nog wilde zien, en ze hadden nog geen enkel degelijk gesprek hierover gehad en het voelde gewoon… fragiel, ergens, alsof ze het nu goed moest doen of het was er niet meer. Of zo. Misschien dacht ze er gewoon teveel over na. Ze duwde een doornatte lok haar achter haar oor. ‘Misschien dat we straks alsnog naar de top kunnen gaan als het wat opklaart? Misschien duurt het niet zo lang…’
  11. [1837/1838][15+] We're howling, forever

    Ja, vast, haar jurk was vast al eeuwen schoon — in alle eerlijkheid dacht Heaven dat dat ding al klaar was geweest vóór ze überhaupt in dit bed waren gestommeld, ze hadden nog wel even gepraat, immers, maar ach, wie was zij om moeilijk te gaan doen — maar Heaven had nog niet echt zin om haar kleed terug aan te doen. Ja, sorry, hoor, Jupiter was leuk en iets aan de manier waarop hij haar kuste, zorgde ervoor dat ze alleen maar meer wilde en dit was net iets te snel naar haar zin overgewaaid. Plus, ze wilde gewoon nog niet weg, nog niet geconfronteerd worden met de idee dat er een kans bestond dat ze Jupiter hierna weer enkel sporadisch op een feestje zou zien met een gegeneerde blik in zijn ogen zodra ze hem groette. Maar jongens, haar jurk was klaar, hoor. De toppen van haar vingers volgden een onzichtbaar patroon op zijn borstkas toen ze onwillig het dilemma aanhoorde. Terug naar het feestje of ~eenzaam~ ergens zitten terwijl hij kookte. Pfft. ‘Hmm…’ Wat een advocaat ook weer, kies één van deze twee opties, ook al zijn er nog duizend andere mogelijkheden en wil je er daar één van, nee, kies dit of dit, want dat past in mijn visie. ‘We kunnen straks wel terug?’ Als ze íéts moest kiezen. ‘Subtiel ook weer, naar iedereen daar toe.’ Oh, nee, reputatie. ‘Maar ik wil eigenlijk nog niet terug,’ gaf ze toe, goudeerlijk, terwijl ze zijn blik probeerde te vangen, voor ze zich iets uit zijn armen bewoog om hem te zoenen.
  12. [1837/1838][15+] We're howling, forever

    Hè, hè, hij kwam eindelijk dichterbij. Van al die afstand voelde ze zich ook maar alleentjes, hoor. Goed, dit ging allemaal een beetje snel – maar ah, waarvoor was je student als je het allemaal niet snel liet gaan, alsof het leven voorbij was zodra je afstudeerde en je nooit meer terug naar de goede tijden zou kennen – en goed, ze kende Jupiter nauwelijks, net goed genoeg om te weten dat hij haar gewoonlijk type niet was (ja, wat, a. ze haatte hem niet, b. hij was niet iemand met wie ze volgens de consensus nóóít wat mee zou moeten doen en c. hij was tot nu toe nooit een risico voor haar gezondheid geweest, dus… statistisch gezien, wat deed ze hier zelfs) en goed, als ze poëtische manieren wilde om de laatste kleren die ze had op de grond achter te laten, moest ze hier niet zijn, naar het schijnt, maar was er een factor van die drie die uitmaakte? ‘Oh, ik houd niet van eenzaam zijn,’ pruilde ze, speels, voor ze besloot het heft in eigen handen te nemen (wat moest, dat moest) en zich in een vloeiende beweging op zijn schoot te zetten, alsof het een troon was waar ze niet vanaf zou willen donderen. Ze leunde naar voren, tot er nauwelijks afstand over was, en speelde een beetje met een knopje op zijn hemd. ‘Jij wel, soms?’ Nee, beter van niet, en zelfs als hij de eenzaamheid wel kon waarderen, zei hij het hopelijk voor een nacht gedag.
  13. [1837/1838] Black Out Career Choices

    Heaven draaide een rondje om haar eigen as om alles goed in zich op te nemen, nogmaals, voor ze vrolijk naar Raphael lachte bij zijn uitleg, het boekje aannam en snel op het podium stapte. Heaven had weinig, heel weinig ervaring met toneel, maar ze hoorde zichzelf graag praten, ze was altijd een expressief persoon geweest, dus ergens, ergens ging ze er wel vanuit dat ze dit kon. Een tikje dramatisch, misschien – maar ah, was dat niet juist een goede eigenschap op dit punt? In theorie zou ik een monoloog kunnen verzinnen, maar daar heb ik geen zin in, dus doen we dat, heel subtiel, niet! Het is niet dat ik het niet zou kunnen, hoor. Ik doe graag alsof ik alles kan wat ik niet doe, dat ik het eenvoudigweg niet doe uit een niet willen, uit de wens om zonder bewijs het geschenk te kunnen ontvangen van vertrouwen, zonder een retourneerbon te moeten meegeven. Waarom niet, tenslotte? Maatschappijen zijn gebouwd op vertrouwen, elke mens heeft zich van geboorte tot noodlottige dood gewikkeld in slingers van fiere naïviteit, alsof het een collier is, zonder slot, om de hals geknoopt (we hopen dat het geen strop rond onze strot is, we hopen, we hopen, hopen is het enige wat we doen), een halssnoer van kloppende harten en de bonzende aanname dat niemand ooit een hart breken zou. Waarom niet, tenslotte? Wat houdt ons tegen? Statistieken, misschien. Verhalen van gevaar en roddels vol horror. Dat wat de nieuwsgierige buurvrouw al eens gehoord heeft, van een vriendin, die het van een vriendin heeft gehoord. Eigen instincten, die we zo dikwijls onderdrukken om te glimlachen naar de onbekende passant. Waarom niet, tenslotte? We hebben nooit geleerd of het beter is om te glimlachen naar het risico van vlees en bloed of niet. We leren zo weinig. Niets wat ons werkelijk beschermen zal. Niets waar we iets aan hebben. Maar we vertellen onszelf van wel, we vertellen onszelf keer op keer dat we ons overal uit kunnen wringen, dat dat de aard van de mens is. Waarom niet, tenslotte? We sterven af zonder hoop. Of dat vertellen we onszelf maar. Waarom niet, tenslotte? We hebben nooit geleerd wat ons sterven anders tegenhoudt. Waarom niet, eigenlijk? Weten we waarom? Weten we iets? Of hopen we alleen maar? Kijk, ik zou het best kunnen. Ik doe het gewoon niet. Ha. Wat ga je eraan doen? Na de monoloog gebracht te hebben keek ze Raphael King verwachtingsvol aan. Dit, dit is ongetwijfeld één van de meest nutteloze posts die ik ooit heb geschreven, ik duw alles alleen maar Gianna’s richting uit, maar ah, zo gaan die dingen. En hoe de dingen ook gingen, was dat Heaven haar mond niet kon houden. ‘Wat vond je ervan?’ vroeg ze, nieuwsgierig, de “u” alweer vergetend. ‘Wat kan er beter?’ Kijk! Ze vroeg om feedback. Vooral voor de vorm, hoor, liefst van al hoorde ze dat alles perfect was.
  14. [1837/1838] Dreams of glitter and gloss

    Ja, hoor, het was simpel om vrienden te maken op de universiteit. Overal waren er mensen van jouw leeftijd, niet? En er werd altijd wel iets georganiseerd waar je nieuwe mensen kon leren kennen, dus gelegenheden genoeg! Goed, Heaven had het altijd wel vrij gemakkelijk gevonden om vrienden te maken, voor haar had de vraag meer betrekking op hoe snel je mensen leerde kennen dan op hoe open mensen precies stonden voor nieuwe vrienden. En dus gaat Heaven nu precies zeggen wat ik hier een alinea lang zit te lullen, want iedereen houdt van samenvattingen en nog meer mensen houden van eenvoudige redeneringen: Heaven dacht dit en dat leidde naar dat ze precies hetzelfde zei. Hoezee! ‘Oh, ja, dat gaat heel gemakkelijk. Ik bedoel, je kent een heel deel van de mensen natuurlijk al, want de meeste mensen van je klas gaan gewoon mee, maar je vindt overal wel mensen met dezelfde interesses.’ Ze glimlachte naar Maia. ‘Ik heb er zelf nog niet naar gezocht, maar er is vast ook wel een boekenclub waar jij je hartje aan kan ophalen.’ Kijk, zo goed kende ze haar nichtje heus wel. Nu ja, op zich was het niet zo moeilijk. Heaven had genoeg aandacht voor de mensen om wie ze gaf, en ze gaf genoeg om haar familie. Ook al, eh, lagen de verhoudingen soms wat scheef. En ha, ook al waren Maia en zij niet eens biologische familie. Maakte niet uit, toch? ‘Huh? Waarom zouden mensen een hekel aan me hebben dan? Er zijn massa’s mensen die punten kwijtraken.’ Ze haalde haar schouders op, waarna ze Maia de hoek om stuurde, op weg naar de tearoom die ze graag wilde bezoeken. ‘Ik babbelde altijd teveel in de les,’ vertrouwde ze Maia toe. ‘Maar ik vond het systeem dan altijd zo stom – ik bedoel, dan moet je samen nablijven, maar als je de klassenoudste die toezicht hield een beetje kende, dan was je een uur of twee gewoon met z’n drie aan het babbelen? Sloeg echt nergens op.’ Ze had het nooit erg gevonden dat het zo in elkaar had gestoken, maar ah. ‘Als ik het echt te bont maakte, gaf ik Zwadderich gewoon zelf punten, yo, de leraren kijken dat echt niet na.’ Ze opende de deur naar de tearoom, eenmaal ze daar aangekomen waren, en besliste meteen even dat ze een tafel aan het venster wilden (of tenminste, Heaven zat het liefst van al aan het venster en nog het liefst op het dikste kussen en dus keek ze pijlsnel de dikte van de kussens op de stoelen na voor ze ging zitten, in de aanname dat Maia geen specifieke voorkeuren had, nah, vast niet, Heaven was vast het enige Lastig Geval hier) voor ze met een kritisch oog naar de kaart keek. ‘Ik heb zó’n hekel aan theehuizen die cryptische namen voor hun dingen bedenken. Hoe moet ik nu weer weten wat ze bedoelen als ze alles naar een spreuk vernoemen?’ Ze klakte met haar tong. ‘Minpunten, hoor.’
  15. [1837/1838][15+] We're howling, forever

    ‘Oh, echt waar ?’ Het was niet zo dat Heaven het niet geloofde, hoor, ze had er gewoon… absoluut nog nooit over nagedacht. Hoe kwamen advocaten aan hun pleidooi? Geen idee! Wat haar betrof schudden ze die pakweg uit hun mouw als ze bezig waren, gewoon, toevallig. ‘Dat wist ik helemaal niet! Maar dat klinkt eigenlijk wel logisch…’ Wist zij veel. Maakte het uit? Uiteindelijk was ze hier niet om veel te leren, om een nieuwe fascinatie voor advocaten en hun pleidooien op te vatten – uiteindelijk was ze hier om haar jurk schoon te krijgen, met behulp van Jupiters wasmachine, en om zijn wijn te drinken en om met hem te praten en goh, het koud te hebben totdat hij ideeën kreeg om dat te veranderen. Of zo. Nee, in feite was ze hier niet eens voor iets specifieks. Had ze wel vaker, eerlijk gezegd. Heaven ging graag mee met jan en alleman als ze iets voorstelden, puur omdat ze nieuwsgierig was naar wat er zou gebeuren, porde in alles om een reactie te krijgen, om achteraf iets te vertellen te hebben. ’t Maakte allemaal niet zoveel uit, toch? Ze had haar toverstok, kon altijd verdwijnselen als het haar te heet onder de voeten werd, dus ah. ‘Ja, ik heb het wel een beetje koud,’ verklaarde ze, met een lachje, hem de clichématige zin vergevend. Net alsof ze het zelf niet constant deed, net alsof ze zelf ooit met iets anders dan clichés kwam aanzetten als ze iemand niet zo goed kende, net alsof er echt wat te vergeven viel. ‘Vanavond ben je echt de redder in nood qua zowat alles, hè?’ En Heaven, Heaven liet zich maar al te graag helpen, zich zoals altijd enigszins in de rol van jonkvrouw in nood duwend. Het was vreemd, ergens, hoe dol ze op die rol was, hoe geruststellend ze het vond om immer geholpen te worden en om iemand in de buurt te hebben die haar toch zo graag wilde helpen dit keer, en dat was voornamelijk vreemd omdat ze zich ergerde aan iedereen die suggereerde dat ze graag een jonkvrouwenjurk aanmat. Net alsof opportunisme beter werd als je er niet over sprak. ‘Hoe wilde je het graag verhelpen?’ vroeg ze liefjes
×