Jump to content

Heaven Priest

Magisch Verbond
  • Content count

    413
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    8

Heaven Priest last won the day on August 21 2018

Heaven Priest had the most liked content!

About Heaven Priest

Profile Fields

Recent Profile Visitors

1,308 profile views
  1. [1838/1839] Who wants dessert?

    Aan de ene kant had Heaven inderdaad eenvoudigweg de neiging om overal te laat te zijn overgeërfd van Olyvar (geen zorgen, ze haatte dat besef net zo goed als hij), maar aan de andere kant had ze ook absoluut haar best gedaan om duidelijk te maken dat ze niet had uitgekeken naar het moment dat ze Olyvar opnieuw zou zien en hij verplicht soortement van tevreden moest zijn met haar aanwezigheid omwille van haar moeder. Ze had alleen maar een extra uur besteed aan haar uiterlijk (maar dat was puur omdat Heaven zo ijdel was als maar kon zijn), was alleen maar van plan om zo stevig aan Jupiter te plakken dat het haast wansmakelijk was (maar puur omdat ze zo veel van hem hield!), en het feit dat ze Olyvar stijfjes begroette, was puur toevallig. Het had er allemaal geen kut mee te maken dat dat verraderlijk hartje van d’r met enig schuldgevoel opsprong zodra ze hem zag en vlak daarna weer in tachtigduizend stukjes brak toen ze herinnerd werd aan de laatste keer dat ze hem had gezien. Ze wilde totaal niet aan hem bewijzen dat ze hem niet nodig had, dat ze absoluut over hem heen was en dat Jupiter duizenden malen beter was dan hij ooit geweest was. Echt. Niet. ‘Dit is Jupiter,’ verkondigde ze, haar ogen van hem afscheurend en ze uitdrukkelijk op haar vriend (vriend, vriend, vriend, waar Heaven zichzelf altijd zo volledig in de warmte van zijn armen wilde verdrinken, was dit een onaangename herinnering aan hoe fijn de draad was waarop ze balanceerde en hoe diep de ravijn met al haar door elkaar gewikkelde gevoelens voor Olyvar) richtend. Haar lippen vormden zich tot een warme glimlach en snel duwde ze een kus op Jupiters kaak. ‘Mijn vriend.’ Vriend, vriend, vriend, en ergens hoopte ze dat het besef in Olyvars hoofd rondechode, vlak voor ze besefte dat ze niet zou moeten geven om wat Olyvar wilde. En toch. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. ‘Mama vond het prima.’ Mama had er niets van geweten, maar dat was Heavens probleem niet. Ondertussen kwam Martha kijken, door Olyvars benen heen kruipend om omhoog te staren naar de Grote Mensen die ze niet kende. Heaven nauwelijks, met hoe weinig ze langskwam, en Jupiter al helemaal niet. Waar ze niet verlegen was, knuffelde ze alsnog alleen maar Olyvars been. Op dat moment haatte ze Martha. Puur omdat ze had wat zíj had moeten hebben, opgroeide zoals zíj had moeten opgroeien. Resoluut keek ze weer omhoog, haar zus negerend. ‘We hebben niets gemist, toch?’
  2. [1837/1838] And here she comes, the storm

    Ach, het was maar goed dat Heaven geen gedachten kon lezen. Ze wilde niet iemand die “mogelijk” de complimenten meende die hij haar toedichtte, ze wilde iemand die met even grote ogen als zij zich in het diepe stortte — maar tegelijkertijd zag ze ook nooit wie uit dat hout gesneden was. Nu ja. Jupiter was een meester in de dingen zo voor te stellen dat ze alleen maar aan zijn lippen kon hangen, hopeloos en hopeloos verliefd, en zelfs als er tekenen waren geweest die ze niet zag, was ze die allemaal vergeten als hij dit soort dingen deed, als hij een spoor van kusjes achterliet in haar hals, slechts onderbroken om haar te vertellen dat hij niet genoeg van haar kon krijgen. Ze dacht niet dat ze het ooit op deze manier in een sprookje had gelezen, maar haar eigen sprookje schrijven met zijn woorden leek op dit soort momenten de gemakkelijkste taak ter wereld. Het was niet dat ze niet wilde, het was niet dat ze echt ging terugkrabbelen nu, maar het was wel dat het heel, heel belangrijk voelde om hem te vertellen hoe ze zich over hem, hen voelde. Was dat te vroeg? Zo lang hadden ze nog geen relatie, maar toch, toch, het voelde juist, goed, en ze kon zich niet herinneren dat alles ooit eerder precies op zijn plek had gestaan, alsof ze nu pas voor de eerste keer in haar leven een thuis kon vinden in de chaos die ze altijd voor zichzelf had veroorzaakt, als een giftig geschenkje. Met haar hand nam ze zijn pols vast, een moment lang, om het tegen te houden nog veel verder te gaan op zijn koers langs haar dijen. ‘Ik houd van je,’ zei ze, en ze glimlachte, glunderde, genietend van wat de waarheid nu geworden was, en zonder op een antwoord te wachten kuste ze hem, zijn pols loslatend. Daarna zou hij het vast wel terugzeggen.
  3. [1838/1839] Singing songs of yesterday

    Heaven hoopte dat ze met Jupiter zou gaan trouwen, ja. Natuurlijk deed ze dat! Heaven deed niet aan mensen maar een beetje daten, Heaven werd smoorverliefd en zag alvast een hele toekomst voor zich zonder de ander te consulteren. Ja, ja, ze wist best dat ze snel ging, dat ze ook heel snel wilde gaan, en dat Jupiter niet zo was. Jupiter ging traag, liet het achterste van zijn tong niet zijn en leek de kat uit de boom te kijken, maar wat zou het! Ze hadden tijd. Voor hem wilde ze heus wel wachten, naast hem staan tot hij klaar was om alle stappen te zetten die ze al zovele weken eerder had willen zetten. Maar echt, als Heaven uiteindelijk helemaal alleen zou overblijven, wist ze niet wat ze zou moeten doen. Nooit meer met al haar getrouwde vriendinnen spreken, nam ze aan. ‘Een diepe rug?’ suggereerde ze, terwijl ze een aantal jurken eruit pikte en voor Andromache hield. De helft ervan ging onverbiddelijk terug in het rek, maar goed, shoppen was nu eenmaal de moeilijkste job ter wereld. ‘Of deze? Hier zijn de zijkanten uitgesneden…’ Hm. ‘Nee, die kleur flatteert je niet, vind ik,’ zei ze, na een kritische blik op de jurk die Andy voor zich hield. ‘Goh, dat weet ik niet…’ Jazeker. Hoefde ze niet over na te denken. Hij hoefde maar te zeggen dat hij het overwoog en ze stopte al — nu ja, dat was Jupiters ding vast niet, dus dan weer niet, maar kom op, natuurlijk zou ze dat willen. ‘Ik denk niet dat Jupiter me snel ten huwelijk gaat vragen, hij wil alles traag doen, dus volgens mij ben ik sowieso al afgestudeerd vooraleer hij het vraagt.’ Uuuugh. ‘Is Hector dan nooit ongerust als je op van die missies gaat?’
  4. [1838/1839] Go astray with me

    Heaven kon niet om met Jupiters versie van ruzie maken. Heaven was goed in naar elkaar schreeuwen en met spullen gooien, hem vergeven zonder reden, zonder rede, zich in armen van momentele razernij gooien en even vlug in de zijne. Heaven was de personificatie van emotie zonder te weten waarom – ze had het nooit op een andere manier geleerd. Als ze te ver ging, was ze altijd zonder al te veel genade tot een hulp geroepen, zo eenvoudig als maar kon. Gil tot je merkt dat je op een muur botst. Jupiter was… kil. Geen muur. Een poort van doornen waar je doorheen mocht gaan als je wilde, maar jij was degene die thuis zou komen met gapende wonden en hij zou er niets van merken. Ergens haatte ze dat. Hij had alles in handen, puur omdat zij degene was die zo onnadenkend alles van zichzelf aan hem gaf en niet keek naar wat ze terugkreeg. Maar was dat echt verkeerd? Ze hield van hem. En later zou ze elk woord dat hij haar met die achteloze rigiditeit haar toewierp analyseren tot ze bewijs vond dat hij eveneens van haar hield. Een moment lang staarde ze hem aan, haar mond vol tanden. Best, als hij dat per se wilde, kon ze prima hem het voordeel van de twijfel geven, al zei dat verdomme niets in Heavens woestenij van een brein. Ze kon zichzelf niet tegenhouden om alles overmatig te analyseren tot ze een twintigtal antwoorden had, maar ze kon het heus wel binnenhouden. En nu? Dit was net een standje. Nu ja. Op zich was Jupiter wel het type dat haar een koude preek zou geven – maar dit was het niet, nog net niet, dit was zijn ergernis jegens haar gedrag en om de een of andere reden voelde dat als tien keer beschamender. ‘Het is niet altijd even gemakkelijk om geen conclusie te trekken als ik je pas vijf dagen later kan spreken,’ antwoordde ze, in een dappere poging even koeltjes te klinken als hij. Daar was ze nooit goed in. Ze werd er onhandig van, ze struikelde over haar eigen woorden en ze wilde vooral weg. Er was geen enkel aspect van haar bestaan waarin ze niet warmbloedig was. ‘Wat verwacht je van me?’
  5. [1838/1839] Overgrown

    Agatha’s enthousiasme was zo schattig! Ergens vond Heaven het jammer dat ze er niet meer achter had gezeten, dat ze Agatha een beetje uit het oog verloren was. Ja, dat soort dingen gebeurden nu eenmaal, daar viel weinig aan te doen, zeker als je qua leeftijd wat verschilde, maar ah, Agatha was zo’n lief ding dat meer verdiende dan ze zelf leek te geloven. Ze lachte zachtjes bij haar interpretatie. ‘Zo klinkt het inderdaad heel romantisch, ja!’ Een fijne gedachte, vond ze, één die ze hengelend naar liefdevolle beloften ongetwijfeld een keer aan hem voorleggen zou. ‘Al had ik het niet erg gevonden als ik hem wat eerder had gekend!’ lachte ze wat. Als Jupiter eens verschijnen kon met die glazen champagne, had ze een kokette slok genomen, maar nee, hoor. ‘Een thuisstudie waarvoor?’ vroeg ze nieuwsgierig. ‘Je hoort eigenlijk niet zo vaak dat mensen thuisstudies gaan doen, maar volgens mij komt dat veel meer voor dan gedacht… Denk je niet? Mensen komen er gewoon niet zo graag voor uit, denk ik, ook al slaat dat natuurlijk nergens op. Zweinstein is niet de end all, be all.’ Agatha had veel behoefte aan Heavens tegeltjeswijsheden. En verder viel het niet op dat Heaven een hekel had aan studeren en enkel het wereldje leuk vond, nuh-uh. ‘Heb je graag dat ik een date voor je arrangeer?’ vroeg ze, half serieus, half plagend. ‘Zo veel tijd kost één date nu ook weer niet en ik bedoel…’ Ostentatief nam ze Agatha van top tot teen in zich op. ‘Iedereen zou blij met je zijn! Het verbaast me dat je de mannen niet van je af moet slaan.’ Al zou ze haar niet op date sturen met Raine. Sorry, lieverd. Ze wilde wel toelichten waarom ze beter verdiende dan iemand die zijn exen een zak stront stuurde als verjaardagscadeau?
  6. [1838/1839] Go astray with me

    Oh. Maar… ugh. ‘Oh, ben je er zeker van dat je me mee wil?’ informeerde ze, scherp. ‘Dat is ook voor het eerst.’ Ja, ja, ze was nu te hard voor hem, ja, dat zij hem naar al haar vrienden had meegesleurd, de behoefte voelde om hem bij iedereen te introduceren, iedereen te tonen op wie ze verliefd was, betekende niet dat hij dit soort gedoe niet op zijn eigen tempo mocht doen. Maar… toch. Ze voelde zich verstopt, achter het behang geplakt, en ze haatte het en ze haatte dat Jupiter niet alles zei wat ze horen wilde zoals hij normaliter altijd deed en ze haatte net zo goed dat hij niet gewoon boos op haar werd en tegen haar begon te schreeuwen, want dan had ze in elk geval een reactie gehad. Dan konden ze ruzie maken en het bijleggen en dan was er iets van gekomen, had ze geweten hoe het zat in plaats van dít, dit hele gesprek waarin ze zich schuldig begon te voelen en als er iets was waar ze niet mee om kon, was het schuldgevoel. Schuldgevoel impliceerde dat ze dingen verkeerd aan het doen was en zulke misstappen impliceerden dat ze een slecht persoon was en niet gewenst en ze wist nooit hoe ver vergiffenis reiken kon. Niet in Jupiters geval. Hij was nooit zodanig boos geweest dat ze wist hoever ze kon gaan. Maar dat was het vervelende aan Jupiter, niet? Hij zou haar niet op de hoogte stellen als ze te ver ging, hij zou haar gewoon laten vallen. Iemand anders vinden. En dat zou tien keer meer zeer doen. ‘Je hebt nooit tijd voor me,’ mompelde ze, wat verveeld met dat ze haar “echte” grieven aanhalen moest. Heaven was niet gewend aan mensen die doorvroegen in plaats van haar lokaas aan te halen om eigen verholen klachten te uiten, en ergens keek ze er wat argwanend naar. Hoelang zou het duren voor het er écht uitkwam? Voor hij dat schijnbaar grenzeloze geduld verloor en ze zou horen wat er allemaal op zijn lever lag? ‘Je snapt hoe het overkomt als je zweert dat je geen tijd hebt om af te spreken en ik je dan zie in een winkel en je me dan straal negeert, toch?’ Ze keek naar de hand die hij op de hare had gelegd, probeerde de aanraking in haar geheugen te prenten, op haar netvlies te branden, alsof het een teken was dat ze niet negeren mocht.
  7. [1838/1839] Singing songs of yesterday

    Heaven beantwoordde hartelijk de omhelzing van Andromache en lachte naar haar. Het verhaal was een tikje… anders dan normaal, maar ah, Heaven zou je er niet over horen oordelen. Ze was alleen maar blij voor haar vriendin dat ze iemand gevonden had en zolang Hector Moyle haar maar goed behandelde, was het niet erg, toch? Pseudo-incest was een pseudo-argument. Verwonderd keek ze naar de ring om Andromaches vinger. ‘Oooh, die is echt fenomenaal! En dat is nog maar de verlovingsring?! Wat moet die trouwring dan wel worden…’ Wat een sprookje ook weer. Misschien moest ze Jupiter inlichten over dat ál haar vriendinnen aan huwelijken waren begonnen. Oké, niet allemaal, verre van allemaal, maar kom op, moest ze echt wachten tot ze de laatste was?! Ze nam twee glazen champagne en gaf er met enige flair een aan Andy. ‘Oh, mijn les was ‘s ochtends, nu ben ik vrij. Maar kom op, je jurk uitkiezen wil ik toch niet missen?! Dit is het belangrijkste kleed van je leven!’ Nee, dat was niet overdreven, ga weg. ‘Wat voor iets wil je graag? Veel franjes, eerder klassiek en sober, of wil je iets totaal onverwachts proberen?’ Kritisch bekeek ze Andy van top tot teen. ‘Jij komt echt met alles weg, dus alles ligt open!’ In feite was Andromache een lastige om kleren voor te kiezen, hoor, er was zo weinig dat haar niet stond. Geld om dingen op maat te maken hielp natuurlijk altijd, maar ah, geld kon niet alles regelen. ‘Ga je nog verder studeren na de trouw?’ vroeg ze, nieuwsgierig. ‘Je hoort weleens dat mensen dan stoppen…’
  8. [1837/1838] And here she comes, the storm

    De beste manier om een plaatsje in Heavens hart te veroveren (afgezien van de geheel arbitraire procedure die praktisch gezien neerkwam op persoon-die-niets-met-mij-te-maken-wil-hebben, maar goed, Jupiter haatte haar niet uit de grond van zijn hart en was haar vader ook niet, dus daar was hij toch niet doorgekomen) was door haar onder te dompelen in complimentjes, gegrond of niet. En Jupiter was er goed in, Jupiter wist precies hoe hij met slechts een paar woorden haar zover te krijgen dat ze, als puntje bij paaltje kwam, zowat alles zou willen doen met hem. Gewoon. Omdat ze zich geliefd voelde. Haar gezelschap gegeerd. Begeerd. En Jupiter was sowieso een ster in alles geloofwaardig doen klinken, maar Heaven wilde zo graag in zijn woorden verdrinken dat hij het allemaal op de meest neutrale toon had kunnen zeggen en ze er alsnog blij was geweest. Al hoefde hij dat niet uit te proberen. 50% kans dat ze het inderdaad als lof ontving, 50% kans dat ze huilde om hoe ongeïnteresseerd hij was. ‘Denk je dat echt?’ hengelde ze naar meer, altijd meer. Maar dat mocht, niet dan? Met zijn lippen in haar nek, gezeten op zijn schoot, zijn handen aan de zoom van haar eerder nog doorweekte kleed. Gewillig vergemakkelijkte ze zijn missie wat dat betrof, nog snel een blik werpend op de opening van de grot om na te kijken of ze nog steeds slechts met z’n twee waren. Waren ze. Nam ze aan, ze zag niemand en ergens wilde ze ook gewoon dat hij verder ging.
  9. [1838/1839] Overgrown

    Jaaa, hoe Jupiter en zij elkaar ontmoet hadden, was eigenlijk helemaal niet zo romantisch. Aangeschoten seks kon niet meteen op tegen de sprookjesverhalen die ze soms bij vriendinnen hoorde, al het manelicht, verregende kussen en boeketten vol rozen in de lievelingstint van dienst, maar dapper giebelde ze er met ze allemaal over en ah, hoe Jupiter en zij nú waren, was het belangrijkste, toch? Ze was vaardig genoeg in de waarheid verdraaien tot het als iets klonk. ‘Op een feestje van de universiteit,’ vertelde ze, sereen de details weglatend. Als ze niet op een bal als dit was geweest, als ze Agatha vaker zag in plaats van hier en daar, had ze de rest misschien verteld, maar ah. Niet zo. ‘Hij is dit jaar afgestudeerd! Maar hij is de neef van een vriend van me, dus eigenlijk hadden we elkaar veel vroeger kunnen kennen… Kleine wereld, toch?’ Ja, George, hoezo had je ze niet aan elkaar voorgesteld?! Had je de ware liefde niet kunnen ruiken of zo! ‘Is het zomerwerk of…?’ vroeg ze. Agatha was nog niet afgestudeerd, toch? Of ging de tijd zo snel… Het was vreemd hoe moeilijk het was om zulke dingen bij te houden zodra je Zweinstein gedag zei, alsof alle jaren in elkaar overvloeiden totdat “alweer een jaar!” de waarheid benaderde in plaats van slechts een vreemdsoortige platitude in kinderoren te zijn. ‘Vind je het leuk om te doen? Ik denk niet dat het iets voor mij zou zijn eigenlijk…’ Je weet wel. In zoverre werken tout court iets voor Heaven was, want… ew. Nogmaals keek ze om zich heen, alsof ze nu Caspian Thwaite ineens naast haar zou zien verschijnen. ‘Hij komt dan vast nog wel…’ Ze glimlachte een beetje geruststellend naar Agatha. ‘Als hij een assistente nodig heeft, heeft hij het vast zo druk dat hij overal tegelijkertijd moet zijn, niet? En zo lang is het hier nog niet aan de gang, geloof ik.’ Kijk! Lege woorden der bemoediging kon ze altijd kwijt. En nog belangrijker: ‘Hoe is het nu met jouw liefdesleven gesteld trouwens?’ Zeg alsjeblieft dat je een beter vriendje hebt gevonden dan… eerdere keuzes. En zeg alsjeblieft dat je Caspian Thwaite niet zó persoonlijk assisteert.
  10. [1837/1838] And here she comes, the storm

    Heaven hield hiervan. Niet van de grot, niet van de uitgekozen date, die hoefden voor haar niet per se te bestaan, maar ze hield van hoe Jupiter maar om zich heen hoefde te kijken om alles te verbeteren, hoe weinig moeite het hem leek te kosten om telkens opnieuw de zaken naar zijn hand te zetten. Alsof hij het met één oogopslag zag. Poef. Ze hield van op de schoot getrokken te worden, van zijn aandacht in het algemeen, en waar ze liever had dat hij van haar haren bleef, was het nu niet zo erg, want haar haren waren toch al verpest. Nu was het gewoon lief. ‘Het is toch moeilijk om me voor te stellen,’ antwoordde ze, terwijl ze zich iets meer tegen hem aan nestelde, half omdat ze altijd in zijn buurt wilde zijn, half omdat het warmer was en het hier echt fris was, oké. Pft, zomaar even in een grot wonen… Ze keek nog even om zich heen en kon weinig goede kanten eraan bedenken. ‘Dat moet een heel ander leven geweest zijn dan wij hebben, niet?’ Heaven was altijd meer een stadsmens geweest, misschien lag het daaraan, maar wat kon je hier zelfs doen? ‘Ik denk niet dat ik hier langer dan een dag zou kunnen overleven.’ Ze lachte een beetje, bij de gedachte eraan, en drukte een kus tegen zijn kaak. ‘Maar gelukkig ben jij erbij!’
  11. [1838/1839] Go astray with me

    Draaide het daar echt niet om? Heaven wist dat nooit echt goed. Of nu ja, ze had het ooit wel geweten, was ooit een stuk preutser geweest en ervan overtuigd dat ze alleen maar seks moest hebben met haar Ware Liefde, maar dat geloof was een beetje verloren gegaan rond de tijd dat haar vader de vrijpartij wel gewild had, maar haar daarna een keurig briefje had gegeven om haar te dumpen (goed, ze hadden niet per se iets samen gehad, niet echt, ze had een heel koninkrijk opgebouwd in haar hoofd van wie ze samen zouden zijn, maar als puntje bij paaltje kwam, was ze voor hem niet meer dan één nacht onder de sterren geweest, net alsof dat haar schijnheilige geloof in liefde in het algemeen niet verbrijzelen zou, ha), dus nu was ze op dit punt beland. Bereid om te geven wat hij ook maar hebben wilde zolang hij maar van haar hield. En als Heaven een gemakkelijk persoon was geweest, was het daar ook bij gebleven, maar jammer dan, Heaven gaf alles op haar eigen manier en ze wilde er bevestiging voor terug, meer dan Jupiter schijnbaar wilde geven. Ze roerde te lang met haar lepeltje in de thee die zonet aangebracht was, een luidruchtig klinken tegen het frêle kopje. ‘Een cadeautje voor wie?’ vroeg ze, wegkijkend naar elk ander in deze ruimte die voor geen meter op hen lette, te druk bezig met de persoon voor ze. Was zij niet ook altijd zo? Immer bezig met Jupiter en het idee alleen al dat hij zo hier en daar tijd voor haar vrijmaken kon? En toch, toch was ze hier zijn tijd aan het verkwisten omdat ze er verdomme niet tegen kon dat hij haar negeerde en op geen enkel moment de woorden vinden kon om haar onzekerheden het zwijgen op te leggen. Ha. Ergens, ergens voelde ze zich meer gefrustreerd met zichzelf dan met hem, puur omdat ze zichzelf niet zo ver kon krijgen om er de leuke dag van te maken waar hij om verzocht. ‘Je klinkt nu al alsof je me beu bent,’ klaagde ze, want dat zou er echt voor zorgen dat hij niet zo vermoeid klonk, uhu, zo werkten die dingen. ‘Wil je me weg?’ Kom op, Jupiter, kon je niet alles slechts even wegnemen? Een efforke doen en haar het gevoel geven dat de nonsensicale zorgen in haar hoofd haar schuld niet waren, maar dat er alsnog geen reden voor ze was? Alles oplossen, zoals ze uiteindelijk van je wilde? Nee, ze wist niet precies wat het probleem nu helemaal was, ze wist gewoon dat er íéts was en dat hij het oplossen moest.
  12. [1837/1838] And here she comes, the storm

    Heaven kon een glimlachje niet onderdrukken toen Jupiter zijn arm om haar heen sloeg. Ze hield van aangeraakt worden, in haar ogen kon een goede knuffel iets van 50% van haar slechte buien al oplossen (dat zei ze nu, nu ze niet overstuur was, want als ze dat wel was, was het proberen oftewel aanvaarden dat ze de komende drie dagen niet uit je armen zou komen en absoluut zou beginnen zeuren als je ook maar naar de wc wilde gaan zonder haar, want Heaven had enige afhankelijke trekjes, oftewel alles nog tien keer erger maken omdat je haar gevoelens niet ernstig genoeg nam of wat dan ook), maar nu was het fijn. Nee, het was de beste date ooit niet, verre van eigenlijk, maar Jupiter was er in elk geval. En zo nu en dan kon ze heus wel dingen doen voor haar lief die ze zelf niet geweldig vond, hoor. Ze lachte kort. ‘Ja, er valt hier precies niet veel te zien.’ Saai, hoor. ‘Van buitenaf leek het echt een stuk groter ook.’ Of nu ja, in haar hoofd, gevuld met verhalen van vrienden van vrienden van vrienden waren grotten altijd dieper dan ze leken vol nare ervaringen, maar deze grot was gewoon een tikje kil. ‘Ik dacht altijd dat grotten van die lange, nauwe gangen hadden die naar allemaal rare dingen leidden, maar dat valt hier precies goed mee.’ Nu ja. Dit was ook gewoon haar eerste keer in een grot, misschien was ze gewoon misleid door anekdotische beelden van grotten. Snel duwde ze een kus op zijn wang, nog een blik werpend op buiten, alsof ze de stromende regen niet hoorde klateren. ‘We gaan hier nog wel even zitten, vrees ik…’ Was ze niet lief dat ze nauwelijks nadacht over weggaan? Toonde dat niet dat ze bereid was om hem boven haarzelf te plaatsen? Kon ze elke belofte waarnaar ze smachtte nu uit zijn voorzichtig gearrangeerde kalmte wrikken? ‘Wat nu?’
  13. [1838/1839] Go astray with me

    Oh, ja, hij zou haar nooit negeren! Dat was ook weer zo’n laffe cop out van iemand die gewoon niet wilde toegeven in een verlate poging niemands gevoelens te kwetsen. Hij had haar al lang en breed genegeerd — wat was het nut van erover te liegen? Ze zou het hem heus wel vergeven, echt, Heaven vergaf mensen alles, alles, alles, zolang ze maar iets van spijt hoorde, een belofte van het niet meer te doen. Zo was ze opgevoed. Er was niets, níéts te heftig om iemand de kans op groei te ontnemen en wie was zij verdomme om daar anders over te denken? Maar dat betekende niet dat ze niet boos mocht zijn. Want dat was ze wel. Ze haatte het om zich ongeliefd te voelen en van alle mensen op aarde kwam het van hem het hardste aan en deze reactie maakte het allemaal alleen maar erger. Alsof het niet uitmaakte. Alsof ze simpelweg te dramatisch was, immer onredelijk, alsof ze alleen maar moeilijk aan het doen was zonder reden. Was dat echt hoe hij over haar dacht? ‘Oh, ja, je hebt me gewoon niet gezien en puur toevallig niet gehoord deze maandag, zeker? Kan iedereen overkomen.’ Serieus, hoe moest ze dat anders interpreteren dan negeren? ‘t Was écht niet zo dat Heaven zo stil was dat je haar gewoon niet hoorde. Ugh. Maar nee, hoor, het was allemaal een stom misverstand. Wist zij veel, toch? Wie was zij, anders dan zovele malen dommer en incompetenter dan Jupiter? Wist ze dan niet dat hij alles beter wist? ‘Als je liever niet hebt dat ik je in het openbaar aanspreek, mag je het ook zeggen, hoor,’ ging ze verder, ‘ik bedoel, dan weet ik in elk geval waar dit,’ ze gebaarde vaagjes naar hen allebei, ‘voor jou om draait. Ik heb liever dat je eerlijk tegen me bent.’ Net alsof ze dan niet nog erger ruzie zou gaan zoeken als hij nu even kwam zeggen dat, goh, ze gelijk had en hij geen relatie hoefde, geen Heaven met haar zo slecht getimede verwachtingen en verlangens en haar vreselijke neiging om van hem te houden, en enkel de seks die erbij kwam kijken. Zou ze vast toch nog doen. Ze geloofde graag dat iemand van haar begon te houden als ze hen gaf wat ze wilden. Dat werkte minder goed dan ze telkens hoopte, overigens.
  14. [1838/1839] Overgrown

    ‘Met mij is alles goed!’ zei Heaven vrolijk, en dat meende ze eigenlijk wel. Oké, Heaven was Heaven, oké, onderhuids loensten genoeg innerlijke problemen op zoek naar een ontsnappingsroute om alles weer zo oneindig gecompliceerd te maken zoals alleen Heaven dat kon (sorry, vrienden, dacht ze, ergens, sorry, Jupiter, sorry, papa, sorry, liefste zelf), oké, drie maanden was wellicht niet lang genoeg om iemand al lang en breed tot De Ware te hebben bekroond, maar geen van die dingen maakte uit, vond ze. Het ging goed. Was dat niet het enige wat ertoe deed? Het feit dat ze er later anders over zou kunnen denken, zou alleen maar dat bedrijvige stukje geluk van nu tot stilte manen. Ze wierp een verliefde blik in de algehele richting waar Jupiter naartoe was verdwenen, net alsof ze hem in de menigte nog kon zien. ‘Ja, Jupiter! Nog niet zo heel lang… Maar het gaat wel heel goed.’ Nu ja. Lang genoeg om als zijn date hier te kunnen koketteren en lang genoeg om niet meer in slaapkamers verborgen te worden, dus wat haar betrof was dit een geweldig teken en kon ze er prima vanuit gaan dat Jupiter daar precies hetzelfde over dacht. Hoefde ze het vast niet met hem over te hebben. ‘Je werkt voor Caspian Thwaite?’ herhaalde Heaven verbaasd. Niet per se dat Agatha werkte, hoor, Agatha leek haar altijd het type dat continu productief bezig was (in tegenstelling tot, wel, zijzelf, die het halverwege opgaf en een cocktail maken productief noemde om haar eigen ego te sparen), maar… wauw, Caspian Thwaite. Hem kende ze wel, hoor. ‘Wat doe je dan voor hem? En hoelang werk je al voor hem?’ Ze dacht niet dat ze zelf echt zin zou hebben om voor hem te werken. ‘Ik heb hem niet gezien, nee. Ben je zeker dat hij hier is?’
  15. [1837/1838][15+] We're howling, forever

    Heaven was niet het type dat cijfers gaf, niet het type dat heelder essays schreef over wat mensen beter moesten doen – Heaven was het type dat zodra mensen vervelende vragen stelden, voluit voor een lawine aan complimentjes ging, zodat ze ermee ophielden, zodat ze haar leuker vonden dan ze het werkelijke antwoord ongetwijfeld hadden gevonden (“eh, weet ik niet, moet ik echt een cijfer bedenken?” of een “Nja, ik kom uit een arrangement met iemand die dit voornamelijk deed en al een stuk langer, denk niet dat je daarmee wil concurreren”), een zoete inval als wapen en tegelijkertijd ook niet. Heaven, Heaven was niet per se behaagziek, niet per se het type dat het beste wilde zijn voor alles en iedereen. Ze was wel het type dat van de juiste mensen wilde horen dat alles wat ze deed goed was, perfect liever, foutloos, even onmogelijk om te bekritiseren als ze in haar dromen was, en om dat te bereiken duwde ze die mensen met alle liefde in een bad van complimenten, alsof ze achteraf die mantel van liefde zouden draperen over alles wat moeilijk goed te praten zou zijn. In principe was er veel dat moeilijk goed te praten was. Heaven had haar gebreken, en Heaven had de neiging om alles zodanig groots te doen dat haar kleine kantjes ravijnen waren in de wereld die ze om zichzelf gesponnen had. Tja. ‘Niets anders dan een tien,’ verklaarde ze met een giechel, het onderwerp snel, snel aan de kant duwend, terwijl ze zichzelf iets rechter zette, alsof ze zo een rustig gesprek kon voeren. Ze voelde zich moe, ergens, niet per se op een slechte manier, maar tegelijkertijd kon ze zichzelf niet voorstellen dat ze nu echt in slaap zou kunnen vallen, een hele nacht met hem en zijn punten. Nu ja. Zolang hij haar maar niet terugstuurde naar het feest. Serieus, wat ging ze daar zelfs doen? Ze zag er nu echt niet meer op haar best uit. Hij schopte haar wellicht daarna toch buiten, maar ach, hij kwam haar nog weleens tegen. OOC: Uitgeschreven! <3
×