Jump to content

Heaven Priest

Magisch Verbond
  • Content count

    389
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    8

Heaven Priest last won the day on August 21

Heaven Priest had the most liked content!

About Heaven Priest

Profile Fields

Recent Profile Visitors

1,111 profile views
  1. [1837/1838] We're howling, forever

    Hè, hè, hij kwam eindelijk dichterbij. Van al die afstand voelde ze zich ook maar alleentjes, hoor. Goed, dit ging allemaal een beetje snel – maar ah, waarvoor was je student als je het allemaal niet snel liet gaan, alsof het leven voorbij was zodra je afstudeerde en je nooit meer terug naar de goede tijden zou kennen – en goed, ze kende Jupiter nauwelijks, net goed genoeg om te weten dat hij haar gewoonlijk type niet was (ja, wat, a. ze haatte hem niet, b. hij was niet iemand met wie ze volgens de consensus nóóít wat mee zou moeten doen en c. hij was tot nu toe nooit een risico voor haar gezondheid geweest, dus… statistisch gezien, wat deed ze hier zelfs) en goed, als ze poëtische manieren wilde om de laatste kleren die ze had op de grond achter te laten, moest ze hier niet zijn, naar het schijnt, maar was er een factor van die drie die uitmaakte? ‘Oh, ik houd niet van eenzaam zijn,’ pruilde ze, speels, voor ze besloot het heft in eigen handen te nemen (wat moest, dat moest) en zich in een vloeiende beweging op zijn schoot te zetten, alsof het een troon was waar ze niet vanaf zou willen donderen. Ze leunde naar voren, tot er nauwelijks afstand over was, en speelde een beetje met een knopje op zijn hemd. ‘Jij wel, soms?’ Nee, beter van niet, en zelfs als hij de eenzaamheid wel kon waarderen, zei hij het hopelijk voor een nacht gedag.
  2. [1837/1838] Black Out Career Choices

    Heaven draaide een rondje om haar eigen as om alles goed in zich op te nemen, nogmaals, voor ze vrolijk naar Raphael lachte bij zijn uitleg, het boekje aannam en snel op het podium stapte. Heaven had weinig, heel weinig ervaring met toneel, maar ze hoorde zichzelf graag praten, ze was altijd een expressief persoon geweest, dus ergens, ergens ging ze er wel vanuit dat ze dit kon. Een tikje dramatisch, misschien – maar ah, was dat niet juist een goede eigenschap op dit punt? In theorie zou ik een monoloog kunnen verzinnen, maar daar heb ik geen zin in, dus doen we dat, heel subtiel, niet! Het is niet dat ik het niet zou kunnen, hoor. Ik doe graag alsof ik alles kan wat ik niet doe, dat ik het eenvoudigweg niet doe uit een niet willen, uit de wens om zonder bewijs het geschenk te kunnen ontvangen van vertrouwen, zonder een retourneerbon te moeten meegeven. Waarom niet, tenslotte? Maatschappijen zijn gebouwd op vertrouwen, elke mens heeft zich van geboorte tot noodlottige dood gewikkeld in slingers van fiere naïviteit, alsof het een collier is, zonder slot, om de hals geknoopt (we hopen dat het geen strop rond onze strot is, we hopen, we hopen, hopen is het enige wat we doen), een halssnoer van kloppende harten en de bonzende aanname dat niemand ooit een hart breken zou. Waarom niet, tenslotte? Wat houdt ons tegen? Statistieken, misschien. Verhalen van gevaar en roddels vol horror. Dat wat de nieuwsgierige buurvrouw al eens gehoord heeft, van een vriendin, die het van een vriendin heeft gehoord. Eigen instincten, die we zo dikwijls onderdrukken om te glimlachen naar de onbekende passant. Waarom niet, tenslotte? We hebben nooit geleerd of het beter is om te glimlachen naar het risico van vlees en bloed of niet. We leren zo weinig. Niets wat ons werkelijk beschermen zal. Niets waar we iets aan hebben. Maar we vertellen onszelf van wel, we vertellen onszelf keer op keer dat we ons overal uit kunnen wringen, dat dat de aard van de mens is. Waarom niet, tenslotte? We sterven af zonder hoop. Of dat vertellen we onszelf maar. Waarom niet, tenslotte? We hebben nooit geleerd wat ons sterven anders tegenhoudt. Waarom niet, eigenlijk? Weten we waarom? Weten we iets? Of hopen we alleen maar? Kijk, ik zou het best kunnen. Ik doe het gewoon niet. Ha. Wat ga je eraan doen? Na de monoloog gebracht te hebben keek ze Raphael King verwachtingsvol aan. Dit, dit is ongetwijfeld één van de meest nutteloze posts die ik ooit heb geschreven, ik duw alles alleen maar Gianna’s richting uit, maar ah, zo gaan die dingen. En hoe de dingen ook gingen, was dat Heaven haar mond niet kon houden. ‘Wat vond je ervan?’ vroeg ze, nieuwsgierig, de “u” alweer vergetend. ‘Wat kan er beter?’ Kijk! Ze vroeg om feedback. Vooral voor de vorm, hoor, liefst van al hoorde ze dat alles perfect was.
  3. [1837/1838] Dreams of glitter and gloss

    Ja, hoor, het was simpel om vrienden te maken op de universiteit. Overal waren er mensen van jouw leeftijd, niet? En er werd altijd wel iets georganiseerd waar je nieuwe mensen kon leren kennen, dus gelegenheden genoeg! Goed, Heaven had het altijd wel vrij gemakkelijk gevonden om vrienden te maken, voor haar had de vraag meer betrekking op hoe snel je mensen leerde kennen dan op hoe open mensen precies stonden voor nieuwe vrienden. En dus gaat Heaven nu precies zeggen wat ik hier een alinea lang zit te lullen, want iedereen houdt van samenvattingen en nog meer mensen houden van eenvoudige redeneringen: Heaven dacht dit en dat leidde naar dat ze precies hetzelfde zei. Hoezee! ‘Oh, ja, dat gaat heel gemakkelijk. Ik bedoel, je kent een heel deel van de mensen natuurlijk al, want de meeste mensen van je klas gaan gewoon mee, maar je vindt overal wel mensen met dezelfde interesses.’ Ze glimlachte naar Maia. ‘Ik heb er zelf nog niet naar gezocht, maar er is vast ook wel een boekenclub waar jij je hartje aan kan ophalen.’ Kijk, zo goed kende ze haar nichtje heus wel. Nu ja, op zich was het niet zo moeilijk. Heaven had genoeg aandacht voor de mensen om wie ze gaf, en ze gaf genoeg om haar familie. Ook al, eh, lagen de verhoudingen soms wat scheef. En ha, ook al waren Maia en zij niet eens biologische familie. Maakte niet uit, toch? ‘Huh? Waarom zouden mensen een hekel aan me hebben dan? Er zijn massa’s mensen die punten kwijtraken.’ Ze haalde haar schouders op, waarna ze Maia de hoek om stuurde, op weg naar de tearoom die ze graag wilde bezoeken. ‘Ik babbelde altijd teveel in de les,’ vertrouwde ze Maia toe. ‘Maar ik vond het systeem dan altijd zo stom – ik bedoel, dan moet je samen nablijven, maar als je de klassenoudste die toezicht hield een beetje kende, dan was je een uur of twee gewoon met z’n drie aan het babbelen? Sloeg echt nergens op.’ Ze had het nooit erg gevonden dat het zo in elkaar had gestoken, maar ah. ‘Als ik het echt te bont maakte, gaf ik Zwadderich gewoon zelf punten, yo, de leraren kijken dat echt niet na.’ Ze opende de deur naar de tearoom, eenmaal ze daar aangekomen waren, en besliste meteen even dat ze een tafel aan het venster wilden (of tenminste, Heaven zat het liefst van al aan het venster en nog het liefst op het dikste kussen en dus keek ze pijlsnel de dikte van de kussens op de stoelen na voor ze ging zitten, in de aanname dat Maia geen specifieke voorkeuren had, nah, vast niet, Heaven was vast het enige Lastig Geval hier) voor ze met een kritisch oog naar de kaart keek. ‘Ik heb zó’n hekel aan theehuizen die cryptische namen voor hun dingen bedenken. Hoe moet ik nu weer weten wat ze bedoelen als ze alles naar een spreuk vernoemen?’ Ze klakte met haar tong. ‘Minpunten, hoor.’
  4. [1837/1838] We're howling, forever

    ‘Oh, echt waar ?’ Het was niet zo dat Heaven het niet geloofde, hoor, ze had er gewoon… absoluut nog nooit over nagedacht. Hoe kwamen advocaten aan hun pleidooi? Geen idee! Wat haar betrof schudden ze die pakweg uit hun mouw als ze bezig waren, gewoon, toevallig. ‘Dat wist ik helemaal niet! Maar dat klinkt eigenlijk wel logisch…’ Wist zij veel. Maakte het uit? Uiteindelijk was ze hier niet om veel te leren, om een nieuwe fascinatie voor advocaten en hun pleidooien op te vatten – uiteindelijk was ze hier om haar jurk schoon te krijgen, met behulp van Jupiters wasmachine, en om zijn wijn te drinken en om met hem te praten en goh, het koud te hebben totdat hij ideeën kreeg om dat te veranderen. Of zo. Nee, in feite was ze hier niet eens voor iets specifieks. Had ze wel vaker, eerlijk gezegd. Heaven ging graag mee met jan en alleman als ze iets voorstelden, puur omdat ze nieuwsgierig was naar wat er zou gebeuren, porde in alles om een reactie te krijgen, om achteraf iets te vertellen te hebben. ’t Maakte allemaal niet zoveel uit, toch? Ze had haar toverstok, kon altijd verdwijnselen als het haar te heet onder de voeten werd, dus ah. ‘Ja, ik heb het wel een beetje koud,’ verklaarde ze, met een lachje, hem de clichématige zin vergevend. Net alsof ze het zelf niet constant deed, net alsof ze zelf ooit met iets anders dan clichés kwam aanzetten als ze iemand niet zo goed kende, net alsof er echt wat te vergeven viel. ‘Vanavond ben je echt de redder in nood qua zowat alles, hè?’ En Heaven, Heaven liet zich maar al te graag helpen, zich zoals altijd enigszins in de rol van jonkvrouw in nood duwend. Het was vreemd, ergens, hoe dol ze op die rol was, hoe geruststellend ze het vond om immer geholpen te worden en om iemand in de buurt te hebben die haar toch zo graag wilde helpen dit keer, en dat was voornamelijk vreemd omdat ze zich ergerde aan iedereen die suggereerde dat ze graag een jonkvrouwenjurk aanmat. Net alsof opportunisme beter werd als je er niet over sprak. ‘Hoe wilde je het graag verhelpen?’ vroeg ze liefjes
  5. [1837/1838] We're howling, forever

    Eh. Ze had inderdaad nog altijd niet kunnen bedenken wat ze nu écht wilde doen, maar in alle eerlijkheid was Heaven ook ergens in het immer drukke studentenleven vergeten dat dat een optie was. Dat ze ook een studie kon volgen die ze effectief graag wilde doen (al zou Heaven niet weten welke, nog altijd niet, en het was niet zo dat ze kunstgeschiedenis vreselijk vond of zo, ze had alleen maar niet de passie ervoor die ze soms bij haar medestudenten wel zag) in plaats van de precieze inhoud van de lessen haast als bijzaak te zien. Maar uiteindelijk… maakte het zoveel uit? Had je niet een duidelijk beeld nodig van wat je wilde worden, later, als je het type wilde zijn dat zich voor de honderd procent in een job smeet in plaats van de uren te doen en weg te zijn om je échte leven te gaan leiden? Heaven kon zich niet voorstellen dat ze ooit wat anders zou doen dan het laatste… Of was dat de ambitieloos? Zo wilde ze niet overkomen, niet per se. Heaven was gewoon... niet het type om een groots uitgewerkte toekomst te hebben. Gewoon. De plannen die ze had gemaakt, vroeger, waren stuk voor stuk ineengestort als een kaartenhuis wier ondergrond abrupt weggehaald werd en ze had nooit de moeite gedaan om er een nieuwe te maken. Moest dat? Ze had nog niet eens ergens een nieuwe stabiele basis kunnen vinden. ‘Oh, strafrecht?’ Rechten had haar altijd ingewikkeld in de oren geklonken… Moest je dan niet heel veel par coeur kennen? ‘Wat knap! Dus over een paar jaar ben jij de beste strafpleiter van Engeland?’ Ze glimlachte hem toe, monter, voor ze een slok van de rode wijn nam. In alle eerlijkheid kende ze echt niets van wijn, zou ze er niets nuttigs over kunnen zeggen, maar ze vond hem lekker, en ah, wat de rest betrof mocht Jupiter haar heus wel onderwijzen als hij daar zin in had. ‘Tussen ons gezegd en gezwegen,’ zei ze, iets vooruit leunend om haar glas veilig op de salontafel te zetten, ‘ik denk niet dat ik er echt de rest van mijn leven bezig wil zijn en ik denk nog veel minder dat ik er überhaupt een job in kan vinden, maar dat zeggen we braafjes niet tegen ons vader die toch zo blij is dat ik in zijn voetsporen wilde treden.’ Jupiter wilde haar geheimpjes vast voor zich houden, niet? ‘Maar ik zou echt niet weten wat ik voor de rest zou willen doen, dus pakt dat dat wel goed zit. Geen rechten, denk ik, ik zou daar echt heel slecht in zijn. Ik kan me ook totaal niet voorstellen dat ik zou kunnen pleiten of zo. Of is het toevallig veel gemakkelijker dan het lijkt?’
  6. [1837/1838] We're howling, forever

    Hij was zo… aardig. Op zich was dat niet eens zo raar, aardige mensen bestonden en Heaven was er graag bij in de buurt, al helemaal als ze haar stem fijn genoeg vonden om naar te luisteren als ze het had over kledingsluitingen (maar hé, het was helemaal niet oppervlakkig! Heel boeiende materie, echt waar, ook al kreeg je dat bij pretentieuze rechtenstudenten er niet in, maar dat was sowieso een moeilijk publiek), maar het viel gewoon… op. Er waren massa’s mensen die dat niet zo hadden, die iets méér terugverwachtten dan een diner bij wijze van bedankje, die de hulp niet hadden aangeboden, simpelweg zich geëxcuseerd hadden, dat soort dingen, en dat maakten van hen geen slechte mensen. Niet per se. Maar Jupiter kwam er in de vergelijking wel een stuk beter uit. En dus glimlachte ze, net niet stralend. ‘Graag,’ zei ze toe, niet helemaal zeker of ze nu zelf moest gaan koken of niet, maar verbazingwekkend genoeg kon ze heus wel iets eetbaars klaarmaken, dus hé. Liefde van de man ging door de maag, niet? ‘Oh, wauw, het laatste al? Welke richting?’ vroeg ze nieuwsgierig. ‘Ik zit in het tweede jaar nu! Kunstgeschiedenis. Mijn vader is professor en heeft dat ook gestudeerd en ik ben hem een beetje gevolgd.’ Ja, goh, Heaven was nooit kort en bondig. ‘Het is veel meer zijn ding dan dat van mij, maar toen ik klaar was met Zweinstein, had ik echt géén idee wat ik wilde gaan doen. Jij wel? Heb jij echt je roeping gevonden?’ En met die woorden stal ze een druif.
  7. [1837/1838] We're howling, forever

    Heaven grinnikte. ‘Ja, dat is wel zo,’ gaf ze toe – mannenkleding was net iets gemakkelijker om uit te krijgen dan vrouwenkleding, zelf of bij een ander, maar hé, het was het heus wel waard. Ze wilde met alle liefde wat doen om er goed uit te zien in de kleren die ze besloot te dragen, of ze nu praktisch waren of niet. Sowieso geloofde ze daar niet in, dat hele “pragmatisch comfort boven esthetisch genot”-gedoe. Klonk allemaal maar als een excuus om geen moeite te doen, hoor. ‘Maar dit kleedje valt nog wel mee, hoor. Ik heb er een paar die qua sluitingen echt minstens dubbel het gedoe zijn.’ Dat wilde hij vast weten! Toch? En zo nee moest hij het toch horen, want ze praatte graag over kleren. ‘Oh, ik houd juist van rode wijn! Ik ken veel mensen die het niet zo lekker vinden, maar fijn dat jij daar niet bij hoort.’ Ze glimlachte, terwijl ze zitten ging en het glas uit de lucht plukte. Ergens was ze verwonderd dat hij een hele catering verzorgde. Niet dat ze zich erover beklaagde of zo, het was gewoon zo… vriendelijk. En zij zat hier halfnaakt. Ha. De hoer van Babylon, en de engel die haar aankomst verkondigen kwam. ‘Wat een verwennerij hier zoal,’ zei ze luchtig. Ofwel ging ze om met het laagste van het laagste, ofwel was Jupiter een uitzondering, maar meestal had ze het niet zo voor, hoor. Meestal, meestal zou een glas het enige zijn wat ze kreeg, als was het een manier om het te verantwoorden, voor de werkelijke reden dat ze hier waren ongegeneerd aanvaard werd. Maar hé, dit was anders, nam ze aan. De reden was de tragische romance tussen haar jurk en een wijnvlek, en hij had willen helpen. En zij wilde iets anders eveneens, want zo was Heaven, was het niet geweldig, waarom het op één ding houden als ze alles in handen krijgen kon immers? Waarom één als twee ook kon? Of meer? ‘Heb ik je hiervoor al bedankt eigenlijk? Zo nee wil ik dat graag nu doen.’ Wat lief. ‘Ik moet zeggen, je bent de eerste die zoveel wil helpen.’ Wat was hij toch lief. ‘Kan ik iets voor je terug doen? Als bedankje?’
  8. [1837/1838] Black Out Career Choices

    ‘Het toneel!’ De kleedkamers wilde ze later wel zien, hoor, geen probleem, maar Heaven was altijd een beetje gehypnotiseerd door zo’n toneel, door het podium en de gordijnen en de sfeer die er hing, in staat om iedereen aan de gebeurtenissen op het podium te kluisteren. Was dat niet fantastisch? Magie op zich? Ze keek Raphael even stralend aan, voor ze de zaal in zich opnam. ‘Zo leeg ziet het er echt heel anders uit…’ Gek hoe dat kon. Nu ja. ‘Maar voor jou is het waarschijnlijk doodgewoon?’ Vast. Als het zijn theater was, had hij het wellicht in elke staat ooit gezien. Bij die gedachte voelde Heaven zich, heimelijk, jaloers. Ze was er niet de persoon voor, zou het zelf nooit kunnen, maar ergens wilde ze het wel graag, zoiets als dit, zo’n drukbezocht en beeldschoon theater kunnen runnen en alles erover weten en het op haar duimpje kennen. Ze twijfelde er niet aan dat ze het zich te idyllisch voorstelde, echt niet, zo naïef was ze nu ook weer niet, maar… toch. ‘Wat moet ik nu eigenlijk doen? Iets verzinnen of ga je me een tekst geven of…?’ Ze kende hier echt niets van, sorry, Raphael.
  9. [1837/1838] We're howling, forever

    ‘Jupiter is ook best speciaal, hoor,’ zei Heaven, met een glimlachje. ‘Maar ik heb het hebben van een bijzondere naam altijd wel leuk gevonden, denk ik. Dan vergeten mensen mijn naam niet zo snel.’ En Heaven wilde nooit vergeten worden, een vreemdsoortige fixatie, ergens, in de aanname dat haar eeuwige wens om niet verlaten te worden vervuld kon worden als ze op de één of andere manier aanwezig bleef in iemands hoofd. Of zo. Was vast onzin. Een bijzondere naam hebben was ook gewoon leuker dan een doorsnee Sarah zijn of iets dergelijks. Heaven vond zichzelf geen Sarah. ‘Ah, dat hoeft niet, hoor,’ zei ze liefjes. ‘Ik vind het al heel wat dat ik zomaar je wasmachine mag gebruiken.’ Uiteindelijk was het niet zó evident – ze hadden net pas hun namen uitgewisseld en meer dan dat wisten ze ook niet meteen over elkaar. Maar Heaven ging altijd snel in haar banden met anderen, dat wel, ze noemde zichzelf bevriend met iemand met wie ze een gesprek van een uur had gehad, en ergens was het fijn dat Jupiter daarin meeging. ‘Of vind je dat ongemakkelijk?’ Op zich vond Heaven het ongemakkelijk, over het algemeen – waar ze het merendeel van de preutsheid verloren was, ergens tussen Zweinstein en de manier waarop ze Olyvars vingerafdrukken had laten overschrijven, zo grondig als ze maar voor elkaar kon krijgen, en Bobbie in, maar enige schroom zou ze wellicht altijd behouden – maar hé, die schroom was ook snel weg te krijgen als je maar half om de wasmachine met iemand mee naar huis ging. Goh. ‘Zou je me trouwens even willen helpen met de sluiting?’ Of vroeg ze nu heel veel? Nu ja. Als hij het erg vond, zette hij haar wel gewoon buiten en dan zag ze vanaf daar wel weer. ‘Oh, een glas wijn mag altijd.’ Wauw, ze klonk nog net niet als een wine mom. ‘Maar alleen als je meedrinkt.’
  10. [1837/1838] We're howling, forever

    Goh, op zich woonde Heaven dichtbij, ja, haar kot was niet zo heel ver van hier, maar ten eerste had Heaven er geen wasmachine staan en ten tweede liet ze met alle liefde een paar leugens van haar lippen rollen als het haar een open deur naar meneer zijn huis schonk. Ze glimlachte hem toe, bij het voorstel, en probeerde zich ergens, ergens te herinneren of ze ooit eerder mee naar huis was gelokt met de belofte van een wasmachine, maar ah, op zich maakte dat niet uit. De jurk was nieuw, zelfs als hij zo saai als maar kon zijn bleek, was haar kleed in ieder geval gered en op meer hoopte ze echt niet. Wat zou er gebeuren, immers? Ofwel klikte het, ofwel deed het dat niet; ofwel werd haar kleed gered uit de wijnbevlekte verdoemenis, ofwel niet; ofwel onthield ze zijn naam, ofwel deed ze dat niet. Het leven was een telraam met kralen van giswerk, en God, dat was soms zo, zo onheilspellend en beangstigend, maar daarmee des te meer bevrijdend. ‘Oh, dat zou echt fijn zijn,’ antwoordde ze, nog een blik werpend op haar gespreksonderwerp van nu. ‘Mijn naam is Heaven, trouwens,’ stelde ze zichzelf voor. Als ze echt haar jurk in zijn wasmachine ging stoppen, was dat wel het minste wat ze kon aangeven. Plus, ergens, ergens wilde ze simpelweg geen vreemdeling zijn voor hem. ‘Je bent een redder in nood, hoor.’ Ze nam zijn arm aan toen hij die aanbood, keek vervolgens weer op naar hem. Redder, de reden dat er gered diende te worden, ah, dat lag allemaal zo dicht bijeen. ‘Ik heb je feestje toch niet verpest, hè?’ Ze wilde het wel goed maken, hoor, als hij het erg vond dat hij alweer weg moest.
  11. [1837/1838] We're howling, forever

    Geen zorgen, Heaven was vast beginnen schreeuwen als haar ogen niet tijdig hadden gedetecteerd dat het iemand was bij wie ze haar jurk niet per se prioritair vond. Oké, dat klonk ook weer heel slecht van haar. Sorry, sorry. Ze kon zichzelf ook wel gaan voorhouden dat ze het niet zo erg vond omdat hij meteen aanbood om te helpen, of omdat ze haar jurk stiekem niet zó mooi vond, of omdat ze net iets te veel op had om nog te geven om dat soort zaken. Het wonderbaarlijke aan alcohol was het vreemdsoortige relativeringsvermogen dat je erdoor kreeg. Of zoiets. Klonk dat nu als een betere reden? ‘Misschien moeten we er gewoon een rode jurk van maken?’ stelde ze voor, ergens wel genietend van de geconcentreerde blik op háár. ‘Of denk je dat dat de vloek alleen maar erger maakt?’ God, dat was schaamteloos bedelen, maar ah, niet geschoten was altijd mis. ‘Ja, hè? Maar gelukkig ben jij er om ze te redden.’ En ze glimlachte, liefjes.
  12. [1837/1838] We're howling, forever

    Het was lente en het weer was het er koppig niet mee eens, maar Heaven was koppiger en droeg vrolijk lichtgekleurde lentekleedjes naar feestjes, wat niet vermeld had moeten worden als Heaven haar rode wijn niet op tragische wijze op de lichte stof zag verdwijnen en ze bij deze haar onbevlekt kleedje rouwen kon. Ze vloekte, zachtjes, de schade in zich opnemend, voor ze haar aandacht verplaatste naar het monster dat haar dit aangedaan had – nu ja, waarschijnlijk had ze wel moeten raden dat rode wijn op feestjes vragen om problemen was – en glimlachte ze naar hem om de vloek te compenseren. Normaal vloekte ze niet, hoor. Echt niet. Ze zou niet durven. ‘Oh, zo erg is het niet, hoor.’ Nu ja, ze vond het wel erg, maar dat was ook weer zo naar om te zeggen. ‘Ben je toevallig heel goed in kuisspreuken?’ vroeg ze, en ze trok een gezicht. ‘Want… ik niet, en anders is dit vast permanente decoratie.’ Tragisch. Zo tragisch dat ze de wijn die nog braafjes in het bekertje was gebleven achterover sloeg en de lege beker op een nabij oppervlak deponeerde. ‘Dit gebeurt echt alleen maar als ik iets nieuws draag, hoor, volgens mij ben ik vervloekt.’ Tersluiks nam ze de dader in kwestie eens in zich op. Ze moest weten hoe boos ze kon worden zonder haar eigen ~kansen~ te verkloten, hoor. Niet zo heel boos, was het verdict, overigens. Als er íémand haar ging helpen met haar jurk, mocht hij het best zijn. Oké, sorry.
  13. Heaven was eerlijk gezegd best tevreden met Bobbies geweldige neiging om haar glas gevuld te houden, en dus nam ze dankbaar een slokje van de nieuwe wijn terwijl ze luisterde naar alles wat haar lieftallige vriendin haar zoal te vertellen had. Zelf, zelf zou ze geen antwoord kunnen formuleren. Alles waarvan ze wist dat ze het wilde, mocht ze niet willen. En als het wel mocht, had ze het niet, had ze het nooit, omdat ze het niet had en ze niet wist hoe ze ooit uit die staat zou komen. Tja. Bobbie was zelf niet zo, zo bleek. Bobbie nam wat ze wilde hebben. Ze vlijde zich tegen haar aan, net alsof er überhaupt nog veel afstand was geweest. Maakte niet uit. Ze wilde dichterbij, dichter en dichter, als was het Bobbies geur die die gegeerde lichthoofdigheid veroorzaakte. ‘Klinkt alsof je het allemaal voor elkaar hebt,’ mompelde ze, zich ergens afvragend of dat ook een mogelijkheid was voor haar. Nu ja. Vast. In theorie kon iedereen het, maar alleen als wat je wilde niet de toestemming van een ander verschafte. Wat jammer ook weer dat Heaven het zichzelf altijd zo lastig maakte, hoor, ’t kon allemaal een stuk simpeler. Maar op zich maakte dat ook niet zoveel uit. Eén van de redenen dat Heaven zo graag bij Bobbie rondhing, was dat Bobbie het zo gemakkelijk maakte om uit te doen schijnen dat ze alles allang in haar hand had als ze er maar naar durfde te grijpen. Ze zette haar glas neer en kuste Bobbie, voor ze haar hoofd op Bobbies schouder legde. ‘Moet je vaak iets in brand steken?’
  14. [1837/1838] Dreams of glitter and gloss

    Kende Heaven nog meer beroemdheden… Ze schudde haar hoofd. ‘Ik denk het niet? Weleens gezien, hoor, meestal vanop een afstandje, maar verder eigenlijk niet.’ Ze glimlachte toegeeflijk bij Maia’s idee van een beroemdheid – schattig kind, hoor, ze zou haar nichtje vaker moeten opzoeken, ze was heel anders, maar op een fijne manier – en knikte maar. ‘Een Zweinsteinse beroemdheid mag ook weleens, toch?’ Heaven zelf was ook wel redelijk populair geweest, maar dat was voornamelijk gekomen doordat Daniella haar erbij gewild had, en vandaar was het allemaal gewoon vanzelf gegaan. Gek hoe dat ging. Jaren en jaren kwam je niet door die bubbel en na een paar gesprekken zat je erin en vond het niemand meer vreemd dat je er altijd bij was. Werd je gezelschap ineens begeerd, was je simpelweg gegeerd. ‘Wat een sociale vlinder ben je ook weer,’ zei ze plagerig, ergens trots op Maia. Zweinstein was veel leuker als je mensen om je heen had die je oprecht tof vond – ze wilde niet beweren dat de tijd op Zweinstein bepalend was voor het verdere leven, dat was het niet, maar… ja, Zweinstein was gewoon zoveel gemakkelijker als je je niet elke seconde eenzaam voelde, uit de toon en al die zooi. ‘Ach, wat is veel?’ Ze stuurde Maia even naar een binnenweg om net vier seconden sneller in Zweinsveld aan te kunnen komen. ‘Wat, je hebt echt nog nooit strafwerk gehad?’ vroeg ze verbaasd. ‘Hoe dóé je dat? Dat geheim moet je me vertellen, hoor. Ik hing er constant aan.’ Ze trok een gezicht. ‘Volgens mij had ik echt veel pech. Het is een wonder dat ze me nog tot klassenoudste hebben benoemd – maar tussen ons gezegd en gezwegen, de rest van mijn jaar was er even erg aan toe, dus misschien hadden ze gewoon niets beters.’
  15. [1836/1837] A brand new war begins

    Waarom, waarom vroegen mensen altijd wat Heaven wilde? Wist zij veel! Ze wilde alles! De wereld aan haar voeten, een officieuze harem, het gevoel dat ze beter was dan iedereen op wie haar kleinzerige aard ooit jaloers op was geweest! Meer wijn, meer muziek, meer dans in haar leven en wat sneller, graag! Ze wilde rondgedraaid worden en lachen en dan verbaasd zijn dat niemand haar volgen kon! Ze wilde verdwijnen en de Melkweg volgen en ze wilde net zo goed te aanwezig zijn om ooit te kunnen verdwijnen, immer gevolgd door blikken die zelf bijna niet beseften dat ze naar haar keken, te verbijsterd dat ze echt was! Ze wilde een heel leven volproppen met alles wat ze hebben kon, ze wilde overnieuw beginnen, in die koppige hoogmoed dat ze het dan beter zou kunnen doen, ze wilde met iedereen bevriend worden en ze wilde iedereen net zo goed vertellen welk gal haar aderen soms verstoppen deed. Ze wilde… wist zij veel. Teveel om te weten wat überhaupt een optie was. ‘Wat een moeilijke vraag ook weer!’ antwoordde ze plagerig. ”Wat wil je van het leven?”, kon er ook nog wel even bij. ‘Zoveel.’ Eigenlijk was het best hypocriet om te gaan zeuren over het type dat nooit ergens tevreden over was, net alsof Heaven de minuscule foutjes nog niet zou gaan opzoeken als ze in een sprookjeswereld zou belanden. Goh. Geweldig stel, hoor, twee hypocrieten bijeen, allebei op zoek naar veel meer dan ze bereid waren om elkaar te bieden. ‘Maar vanavond…’ Vanavond wilde ze beste avond van haar leven, net zoals ze dat elke avond wilde, maar nu was het Leon Marks die haar aangesproken had en ze zou bij God niet weten of hij dat te bieden had. En dat wist ze van niemand anders, dus… tja. ‘Vanavond wil ik goed afsluiten.’ Wat vaag ook weer. Maar hé, dan moest hij maar niet zo’n ingewikkelde vragen gaan stellen. Ze glimlachte liefjes naar hem. ‘Wat wil jij?’
×