Jump to content

Heaven Priest

Magisch Verbond
  • Content count

    332
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    6

Heaven Priest last won the day on February 26

Heaven Priest had the most liked content!

About Heaven Priest

Profile Fields

Recent Profile Visitors

931 profile views
  1. 9 september 1837 Voor iemand die zo vaak gehoord had hoe ze zich moest gedragen en nu nog preken van hier tot in Tokio kreeg als ze geen ~braaf kind~ was, was Heaven verbazingwekkend goed in dat allemaal het ene oor en het andere uit weer te laten gaan. Ook verbazingwekkend goed in zich thuis te voelen in andermans huis – al lag dat deels, deels aan het feit dat dit Bobbies woonst was en Bobbie niet goed was in Heaven het gevoel te geven dat ze zich iets moest aantrekken van nette omgangsvormen. Gewoon. Iets aan seks met degene die haar neergestoken had maakte het vrij moeilijk voor haar om zich niet een graad van familiair gedoe toe te kennen met een opgestoken neus en een gebrek aan schuldgevoel om uitgeschopte schoenen. En kijk, met een familaire Heaven kwam vooral gezeur over haar leven, want Heaven praatte graag over zichzelf en vooral over dingen die haar minder stiekem dan ze zou willen kwetsten en dan nog het liefst van al zonder de details die haar in een kwaad daglicht stelden. De wereld hoefde niet te weten dat Heaven haar eigen schuldenaar was voor alle schade in haar leven. ‘Ik had een tijd geleden wat met een man,’ zei Heaven, ‘ging nergens heen, maar was leuk.’ Ging nergens heen omdat meneer haar vader was, ook omdat hij dood was, maar Bobbie hoefde haar incestueuze necrofilie-uitstapje niet in de volle details te horen. Je weet wel. Precies waarom ze het uit de doeken deed tegenover iemand die vast heel geïnteresseerd was in haar turbulente liefdesleven voor ze hier beland was. Eigenlijk wist ze niet in welke mate Bobbie echt wat om haar gaf, in welke mate ze gemist zou worden (Heaven wilde altijd gemist worden, nodig zijn, de reden dat iemand niet kon slapen die nacht, ze wilde een gapend gat zijn in iemands leven zodra ze weg was, een brandmerk in haar vorm op iemand achterlaten – gewoon, omdat ze een vluchtige bries was en een aardbeving wilde zijn), maar daar kwam ze nog weleens achter. Misschien. Als ze leerde luisteren in plaats van de stilte te vullen met haar drama van de dag. ‘En nu is hij er met mijn moeder vandoor! Geloof je toch niet? En ze is zwanger en nu krijg ik een broer of zus van mijn ex en ew.’ Ze trok een gezicht. ‘En mijn vader weet het nog ook en het is echt heel gezellig thuis.’ OOC: Privé met Gianna! <3
  2. [1837/1838] Black Out Career Choices

    Wel, Heaven vond het heel leuk om alle aandacht te krijgen; zich genegeerd voelen vond Heaven één van de kutste gevoelens ooit (ja, hallo, ze was er! Waarom zou je niet naar haar kijken! Wat was het probleem! Ze was wel oké om naar te kijken! Ze had geen verschrikkelijke stem! Ze kon soortement van interessant zijn! Wat! Is! Je! Probleem!), en dus was het alleen maar logisch dat op een podium staan weleens op de verlanglijst had gestaan. Had je het probleem dat haar vader dat eigenlijk nooit zo’n top idee had gevonden en ze het heel spijtig opgeborgen had, dat nooit ver ontwikkelde dagdroompje. En tot deze tijd had niemand eigenlijk het weer opgegraven, haar zo prompt gevraagd of ze er ooit aan gedacht had en dus keek ze hem even verrast aan. ‘Zelf op toneel staan?’ Ze dacht even na, want GOH, ik heb zonet niet uiteengezet hoe Heaven hierover dacht, nuh-uh. ‘Op zich wel, maar nooit… de stap gezet of zo.’ Nee, echt. ‘Denk je dat ik dat goed zou doen?’ Ja, oké, hij kende haar niet, maar hé. Hij had de vraag gesteld, toch?
  3. Waarom, waarom zou Heaven, in godsnaam blij zijn met dat nieuws? Het was verdomme heel leuk voor hem dat hij over haar heen was, nooit opvliegers had bij het horen van haar naam, het was verdomme heel leuk voor hem dat hij nergens meer last van had, dat hij dit achter hem had kunnen laten, dat hij haar achter hem gelaten had en dat hij de “zaken rationeel kon bekijken”, maar zij was zo ver nog niet. Vergat soms dat ze zou moeten proberen om daar te raken. Dat ze er niet in moest blijven vaststeken, die eeuwige hoop dat het plots niet zo erg was allemaal niet zo stevig zou moeten vastgrijpen. ‘Natuurlijk ben ik niet blij,’ siste ze hem toe. Naïef, eigenlijk, om te denken van wel. ‘Ik was alleen maar een invaller voor haar, hè? Je gaf helemaal niets om me, ik lijk gewoon een beetje op mijn moeder en dat was goed genoeg voor je! En nu heb je haar terug en nu vind je mij niet meer boeiend.’ Jaaaa, dat was ook weer een conclusie die ze uit de mist in haar hoofd geplukt had zonder enige houvast, maar ze had nooit houvast gehad bij Olyvar. Hij was geen geest meer, maar hij was een fantoompijn, nog steeds, en doen alsof ze blij moest zijn voor zijn tweede leven veranderde daar geen zier aan. ‘Zou je ons veranderen?’ Zijn hele gedoe met Susannah zou hij niet veranderen, maar dat probeerde ze al niet meer te horen. Alsof haar moeder de enige juiste keuze in zijn leven was geweest – net alsof hij alles zou wissen wat hij ooit met haar gedaan had. En dat moest hij doen ook, wellicht, wellicht, het was niet juist, het hoorde niet, maar ze wilde gewoon… ze wilde gewoon de fout zijn die keer op keer zou begaan. Maar dat wilde hij niet eens. Ze haatte dat ze erom wilde huilen.
  4. [1836/1837] If you're a bird, I'm a bird

    ‘Een saffier is mooi,’ beaamde Heaven, terwijl ze zichzelf probeerde voor te stellen met een saffier. Droeg ze eigenlijk nooit. Niet omdat ze geen juwelen droeg – droeg ze wel, droeg ze zelfs nu, gewoon geen edelstenen, deels omdat haar vader daar soms ontzettend moeilijk kon doen (ja, hoor, humilitas was iets prachtigs, maar verdomme niet aan haar besteed), deels, uh, omdat ze er het geld niet voor had. Tja. Was ook weer zo’n ding. Ze was verre van arm, kon haar eigen stijl betalen (of hé, ze was in elk geval goed in om geld bedelen bij haar vader, ook al hield dat gezeur op haar ~overdreven stijl, wat is er gebeurd met mijn meisje, Heaven, vroeger was je met veel minder tevreden, heb je slechte vrienden~ in), maar… ja. Heaven wilde alles. Gewoon. Ze was slecht in dingen niet willen als ze de kans kreeg, was nog veel slechter in iets niet willen als ze er net niet aan kon. ‘Ik vind zilver mooier, maar goud staat me beter,’ gaf ze een heel leuk eenduidig antwoord, en ze trok er een dramatisch gezicht bij. ‘Het is heel tragisch, hoor.’ Ontzettend. ‘Wat vind jij mooier?’ Bij haar. Nee, goh, ze mocht best antwoorden over wat ze in het algemeen schoner vond, maar Heaven vond het concept van Over Haar een prima plan. ‘Vind je mijn kleren echt zo boeiend om over te praten?’ vroeg ze, meer nieuwsgierig dan iets anders. ‘Je hebt nog niet eens gezegd hoe het met je gaat.’
  5. [1836/1837] A brand new war begins

    Ja, Heaven had best wel wat meer tijd dan Leon. In principe kon ze die tijd vast vullen met studeren en ervoor zorgen dat haar cv nog enigszins acceptabel was, maar dat was saai en bovendien kon ze veel interessantere dingen bedenken om te doen. En zelfs als ze dat niet kon, was er vast wel iemand anders met goede ideeën. ‘Weleens,’ zei ze, met een glimlachje. ‘Ik moet mijn vriendinnen natuurlijk wel steunen.’ Ja, dat was precies waarom ze hier rondhing. Niet omdat ze uitgaan leuk vond, niet omdat ze beslissingen maken die ze niet zou maken als ze a. wat meer gezond verstand had en b. wat minder alcohol op had leuk vond, niet omdat ze het best wel kon smaken dat ze een cocktail naar haar vernoemd had hier in haar handen gedrukt kon krijgen en vervolgens vragen moest beantwoorden of de smaak die van haar evenaarde. Nah. Gewoon. Girl code. En zo. ‘Oh, ja, ik dans heel graag.’ Er waren meer getalenteerde dansers, een stuk meer mensen met meer elegantie in hun botten en meer nuances in de bewegingen die ze konden maken, maar Heaven vond het leuker om te doen dan al die mensen bijeen en dus kon niemand zeuren. Ze kon het best. ‘En jij?’ vroeg ze, want het terug vragen was vast beleefd. ‘Of doe je het alleen maar als erom gevraagd wordt.’ Met een plagerig lachje erbij kon hij er vast wel eerlijk over zijn. Ze was gewoon nieuwsgierig, oké.
  6. [1836/1837] Parks and playgrounds are the soul of a city.

    Huh. Heaven kon best bluffen, maar ze raakte altijd haar grote mond kwijt als mensen er op deze manier in méé gingen. Moest hij zich niet beledigd voelen of zo, zodat ze het laatste woord had gehad en weg kon dartelen en zichzelf vooral heel erg zelfingenomen voelen? Nee? Ugh. ‘Je vergezellen naar je afspraak,’ herhaalde Heaven langzaam, in de tijd die ze daarvoor nodig had zichzelf dwingend om over haar verbazing heen te raken en zich vooral op haar missie om Het Laatste Woord te behalen te richten. Ja, ja, ze kon best nu hem in het gezicht spugen en snel weglopen (in se had ze nog nooit iemand in het gezicht gespuugd en leek dat haar echt heel goor, sorry, sorry, dus liever niet al te letterlijk), maar dan ~gaf ze het op~ en dat kon haar ego, fragiel als het was, niet aan. Ja, hoor, bij deze is het het fragiele ego van Heaven, want dat is mijn go-to-excuus in zowat 75% van de topics die ik met dit kind hier heb. Dat, en haar vagina. Ta-da! 327 posts samengevat met een strik eromheen. Waar heb ik zelfs al die moeite voor gedaan… Pfft. ‘Dat valt nog te bezien,’ verzuchtte ze maar, zijn arm aanpakkend. Kijk toch. Een arm. Nu moest ze vast in katzwijm vallen om de eer om een doodgewone arm vast te nemen, hoor, wauw – dat het nu toevallig een arm was die vastzat aan iemand die er goed genoeg mee kon werken om in de zwerkbalwereld te schoppen tot een positie waar zowat iedereen weleens van hem gehoord had en die een gezicht had dat gezien mocht worden. Meh. Niet eerlijk. ‘Wat een eer.’ Meeeeh. Ja, dit deed ze zichzelf aan, maar whatever. ‘Waar leidt de afspraak naartoe? Als het heel ver is, weet ik niet of ik niet voortijdig opbrand, hoor.’ Kon hij het nu opgeven en haar zelfvoldaan laten voelen, oké, top.
  7. 20 mei 1837 Zodra haar voeten de kille ondergrond van de Zweinsteinse gangen onder zich voelden, wist ze dat het een slecht idee was. Maar op haar kot zitten leren had net zo goed als een slecht idee gevoeld (alles was een slecht idee, want Heaven op zich was een slecht idee en ze haatte hoe ze dat steeds meer begon te voelen, steeds meer begon te merken dat haar ziel op een desastreuze manier aaneen gestikt was en het vast niet lang meer zou duren totdat de naden het begaven) en dus was ze hier, hier, hier, en ze wist precies wat ze ging doen. En dus deed ze dat. Stille stappen doorheen de gangen, net zoals ze vroeger gepatrouilleerd had, elke stap dichterbij haar plan. Ze had niet eens een plan, ze had enkel verlangens en een bonkende hartslag en de behoefte Olyvar te zien en de waarheid te eisen van Olyvar zodat hij haar hart voor eens en voor altijd kon breken en ze langer dan sociaal acceptabel was kon treuren om die verloren kansen die ze nooit had gehad, nooit echt, en de vervloekte scherven kon verbergen tussen de lakens van mensen die nooit aan hem zouden kunnen tippen ‘Olyvar?’ zei ze toen ze hem vond, haar stem onder dwang ontdaan van de trillingen die haar handen wel vertoonden. Toen hij zich omdraaide en haar in de ogen keek, toen ze hem in het gezicht kon zien, merkte ze pas hoe erg ze hem gemist had, hoe hard ze hem gewoon nodig had. Ze haatte hem, ze haatte hem om zijn affaire met haar moeder (ze wist niet of ze zich meer verraden voelde omdat hij het huwelijk van de mensen van wie ze dacht dat het haar twee ouders waren geweest verscheurd had of omdat ze hem gewoon voor zichzelf wilde), ze haatte hem omdat hij haar nooit was komen opzoeken, ze haatte hem omdat hij haar in zijn persoonlijke vergeetput gesmeten had, en ze haatte hem omdat die naargeestige naden het precies op dit moment begaven en ze een traan met een bijna agressief gebaar wegveegde. ‘Je krijgt een nieuw kind, heb ik gehoord,’ zei ze, het er bijna uit spugend. Een nieuw kind, een nieuw kind, een nieuw kind, ze haatte dat kind nu al. Ze wist niet eens waarom. Het was gewoon het bewijs van alles dat ze niet wilde weten en hij had haar sprookjeswereld verpest en ze haatte hem en ze haatte dat ze hem niet meer kon haten dan ze wilde dat hij van haar hield. ‘Je…’ Ze haatte dat ze niet emotieloos kon klinken, dat ze nooit geleerd had om simpelweg kil te klinken, dat elk woord een beschuldiging was met een brok in de keel en ze had zichzelf echt niet zo moeten opboeien vooraleer ze hier kwam. Maar ze was er nu en ze kon het niet aan om hem te zien. ‘Je gaat een nieuw kind krijgen en je gaat meer van dat kind houden dan van mij en…’ Ze haatte het. ‘En je gaat alles opnieuw doen, maar dan beter en je gaat er voor die baby zijn zoals je er nooit voor mij bent geweest en…’ Ze wilde niet dat hij er voor haar geweest was, ze wilde hem verdomme gewoon nu. ‘Waarom ben je terug bij haar?’ mompelde ze, een punt achter haar klaagzang zettend. Meer omdat ze haar woorden kwijt was dan om wat anders. OOC: Privé met Renée <3
  8. Ze haatte dagen zoals deze. Dagen waarop haar moeder deed alsof ze ook maar iets wist, net alsof ze in haar ogen kon kijken en de waarheid eruit kon plukken zoals haar vader dat deed. Dagen waarop haar moeder hoopte dat een vriendelijke toon het gif dat Heavens ziel al een hele tijd geleden bereikt had eruit kon halen, net alsof dat het enige geneesmiddel was dat ze ooit nodig zou hebben in haar leven. Dagen waarop ze alleen maar meer en meer en meer en meer en meer besefte dat haar vader de enige ouder was op wie ze kon rekenen, want haar moeder begreep haar niet en haar eigenlijke vader wilde ze aanbidden op manieren die God niet zou goedkeuren. Ze haatte dagen zoals deze. Ze stuurde haar moeder na een hoop bitse woorden en gesis weg, weg, weg, en ze haatte zichzelf meer dan ooit.
  9. De eerste keer dat ze haar moeder zag sinds dat ze het wist, was ten eerste veel te laat (ze sprak haar moeder echt nooit meer) en ten tweede een ontmoeting waarover ze niet wilde nadenken. Het eerste wat ze zag, was haar buik, de buik waarin zij gegroeid was en Valor en de rest, en ze haatte die buik en ze kon het niet haten, maar ze haatte het alsnog. Het was niet eens dat het zo ontzettend te zien was, het was niet zo dat iedereen meteen zou weten dat Susannah Priest een zesde kind verwachtte, want zo ver was ze nog niet eens. Zij wist het gewoon en ze haatte het. ‘Oh, hey,’ zei ze, zich ergens afvragend sinds wanneer Susannah Priest in vredesnaam in haar kot op de unief langskwam. ‘James zei me dat hij het je verteld had.’ Ah, natuurlijk. Hoe het met haar ging, deed er niet toe; hoe het op school was, nog veel minder. Nee, ze moesten linea recta naar de feiten, ook al hadden ze elkander sinds de kerstvakantie niet meer gesproken. Wat boeide dat eerste kind van haar toch ook? Hè? Had alleen maar haar relatie met Olyvar verpest. ‘Ja, wat? Je hebt vijf andere kinderen, weet je nog wel? Die mogen best weten dat er een zesde aankomt?’ Giftig keek ze haar moeder aan. ‘Of wil je ons gewoon achter je laten om je nieuw leven te gaan beginnen met je nieuwe vlam? Hm?’ ‘Heaven…’ ‘Ga weg.’ ‘Nee, Heaven, ik ga niet weg. Je gaat me al maanden uit de weg – best. Je wil alles geloven wat James je vertelt zonder ooit iets aan mij te vragen – best. Je wil er heel graag vanuit gaan dat ik je wil ontlopen, maar dat is niet zo en ik ga niet weg voor je naar me luistert.’ Ze snoof. ‘Sorry, hoor. Het is niet alsof jij zoveel met míj praat dat ik een ander idee krijg.’ Susannah staarde haar aan. ‘Wat wil je van me, Heaven? Ik kan niet veranderen wie je vader is. Ik had het je op een andere manier moeten vertellen, maar ik kan het nu niet meer veranderen.’ ‘Ik wil geen broer of zus.’ ‘Je hebt er al vier.’ ‘Je weet wat ik bedoel.’ ‘Waarom haat je Olyvar zo? Ik dacht dat jullie vrienden waren…’ Dat wilde ze niet weten.
  10. Ze had een hekel aan avonden zoals deze. Avonden waarop ze zich realiseerde dat Olyvar niet meer met haar bezig was, verder gegaan was. Met haar moeder. En niet met haar. Avonden waarop het besef dat Olyvar haar als substituut voor haar moeder had gebruikt doorheen haar hoofd bonkte, op hetzelfde ritme als haar hart (dat meer voor Olyvar bonsde dan ze ooit toegeven zou, maar het deed het wel, het deed het verdomme wel en ze wist niet hoe ze dat uit moest zetten). Dat ze een ersatz-Susannah voor hem was geweest, niet Heaven, niet echt Heaven, gewoon het eerste wat hij kon vinden en dat hem soort van aan haar had doen denken. Ze had een hekel aan avonden zoals deze. Ze had een hekel aan hoe haar vader haar één keer aankeek en meteen wist wat ze dacht, ze had een hekel aan dat hij het scheen te weten, op de één of andere manier, aan dat hij zijn toon van verbitterd dat zijn vrouw niet trouw aan hem bleef was naar zachter verhuisde. Aan dat hij naast haar kwam zitten en haar troostte in geheimtaal die alleen zij twee begrepen (dat het oké was, wel voor hem, dat Susannah en Olyvar haar dit niet zomaar even aan konden doen, dat ze beter verdiende dan die eeuwige uitholling in haar hart waar ze hem wilde zetten). Ze had een hekel aan avonden zoals deze. Ze had ook een hekel aan hoe stevig ze zich in de woorden van haar vader verborg.
  11. Ze had een hekel aan studeren. Het was haar ding niet, eerlijk gezegd, ze had het geduld er niet voor en ze was niet op de goede manier nieuwsgierig en ze had er gewoon een hekel aan. Er waren twintigduizend dingen die ze liever wilde doen nu en als Heaven beter was in zichzelf ertoe dwingen dingen te doen die ze moest doen, zou ze simpelweg verder doen, maar ze was er niet goed in en dus verschijnselde ze naar huis, waar haar vader heel erg niet onder de indruk naar haar komst keek. Tja. ‘Dit is het moment dat je toegeeft hoe erg je me gemist hebt,’ lichtte Heaven toe, op de zetel neerploffend. ‘Ik geloof dat dit het moment is dat jij me geruststelt dat je absoluut geen schoolwerk moet inleveren,’ wees James Priest (niethaarvaderniethaarvaderniethaarvaderzehaattehoebewustzezichdaarvanwas) haar terecht, maar er school een kleine glimlach in zijn stem, alsof hij niet kon onderdrukken dat hij dit onverbeterbaar uitstelgedrag herkende uit zijn eigen studententijd. ‘Wel, vader,’ zei ze op een dramatische toon, ‘ik heb absoluut geen werk te doen, mijn hele agenda is leeg en ik heb iets nodig om te doen.’ ‘Ik geloof het bijna.’ ‘Ik zou actrice moeten worden.’ ‘Dat,’ zei hij laatdunkend, ‘is precies wat je niet moet worden.’ Ze stak haar tong naar hem uit. ‘Heb ik nog wat gemist hier?’ ‘In de anderhalve week dat ik je niet gezien heb, bedoel je?’ ‘Wanneer anders?’ vroeg ze, deels sarcastisch, deels oprecht nieuwsgierig. Hij maakte een geërgerd wegwerpgebaar. ‘Je weet wat ik bedoel. En er is wel wat.’ ‘Hm?’ ‘Je krijgt er een broer of zus bij.’ ‘Huh?’ ‘Je moeder is zwanger.’ …Oké. ‘Zijn jullie niet veel te oud om nog kinderen te krijgen?’ vroeg ze, haar schoenen op de vloer zettend om zich in kleermakerszit te kunnen installeren zonder een preek. ‘Hé, ik ben heus niet zo oud.’ Ze trok haar wenkbrauw op. ‘Daarbij, dat kind is niet eens van mij.’ Ze had geen lach willen uitstoten, maar ze deed het toch, kort en bitter. ‘Krijg ik er een broer of zus bij of de rest ook?’ ‘Vooral jij.’
  12. But the rain never came Heaven had een hekel aan nachten zoals deze. Nachten waarop elk aspect van de nacht teveel was en tegelijkertijd te weinig, nachten waarop ze in elke prikkel van buitenaf wilde verdrinken en tegelijkertijd al lang en breed in het drijfzand van haar eigen bestaan vast zat, nachten waarop haar gedachten vast bleven zitten op één naam en ze zich tegelijkertijd niet kon concentreren op wat dan ook, elke gedachte een vallende ster in haar hoofd – ze zag ze nu pas, maar ze waren al jaren dood, maar ze zag ze en ze zag ze allemaal tegelijkertijd, een regen van schone dingen die de waarheid een stuk lelijker maakte. Ze had een hekel aan nachten zoals deze. Nachten waarop ze in clubs rondhing en lachte met mensen die ze niet eens zo geweldig vond en meer dronk dan haar lever zou appreciëren en het alsnog niet genoeg was. Nachten waarop niets genoeg was. Ze had een hekel aan nachten zoals deze. Nachten waarop haar blik doorheen zeeën van mensen dreef totdat ze iemand vond die haar aan hem deed denken. Ze deed er zelden wat mee, sloeg een babbeltje met de man in kwestie en raakte telkens weer gefrustreerd dat het niet degene was die ze wilde hebben. Soms gefrustreerd genoeg om het snel af te kappen en terug te dwalen naar mensen die ze kende, soms niet gefrustreerd genoeg om er niet mee te flirten, maar ze kreeg het nooit gedaan om haar verlangen naar hem te stillen door de aanraking van een ander en dus deed ze dat niet. Ze had een hekel aan hoe hard ze hem wilde op deze bewolkte nacht. Ze haatte hoe ze niet eens het uitzicht op een sterrenhemel nodig had om te dromen van hem, hem, hem, ze haatte zichzelf en ze haatte hem en ze hield van hem en ze wilde hem meer dan ze kon uitleggen en ze haatte alles en iedereen. Ze sloeg haar bier achterover. (Ze haatte nachten zoals deze.)
  13. [1837/1838] Midzomernacht 3.0

    Het voordeel aan nooit iets willen beginnen was dat het erop neerkwam dat Heaven altijd aangesproken werd in plaats van dat ze zelf mensen aansprak, maar gelukkig was Heaven precies het type dat het ook altijd wel leuk vond om aangesproken te worden en al helemaal door mooie meisjes met complimentjes en het voorstel samen wat te gaan doen. In dit geval de hogere sferen van Midzomernacht te ontdekken en hé, Heaven hield van alles wat hoog was, je weet wel, waarom zich op de aarde bevinden als je naam Heaven was, dat soort dingen, en dus kon ze niet zeggen dat ze enig woord gehoord had dat ze liever niet in haar dag gehad had. ‘Oh, bedankt!’ zei ze vrolijk, de jurk met een ijdele hand gladstrijkend. ‘Ik vind dit zó’n leuk thema, hè, alles is zo mooi.’ Een beetje dromerig keek ze om zich heen, vooraleer haar blauwe ogen – niet het blauw dat Eva aan gemakkelijkere tijden deed denken, echter, heel tragisch allemaal – zich weer op het gezicht van het meisje naast haar richtten. ‘Maar jij ziet er minstens net zo mooi uit! Als het al niet meer is.’ Was ook zo. Heaven had daar een geoefend oog voor. Zo kon je het ook noemen. Maar hé, Heaven had haar eigen sproetjes nooit zo enthousiast benaderd, maar bij haar stonden ze allemaal op precies de goede plek, een sterrenbeeld met orakelconnotaties. ‘Oh, ja, dat lijkt me echt leuk!’ zei ze enthousiast, en ze stond al meteen op, met haar hand die van Het Meisje vastnemend om haar vingers met de hare verstrengelen, want ze waren vriendinnen, bij deze, en het was hier druk genoeg om haar nieuwe vriendin niet kwijt te willen raken. ‘Was je hier eigenlijk met mensen of niet?’ vroeg ze nieuwsgierig. ‘Ik… had hier ergens een vriendin, maar die is, eh, bezig met… andere dingen.’
  14. [1836/1837] Why?

    Hm, Heaven hield best van dingen uitzoeken, vond het leuk om te snuisteren, maar ze glimlachte enkel naar Elena en vroeg zich stiekem een beetje af hoe Valor erop was gekomen om verliefd te worden op Elena. Niets tegen haar, hoor! Gewoon… heel anders dan Valor. Heel erg niet het type meisje dat ze bij hem voor zich had gezien. Maar hé, de liefde had ook zo zijn vreemde kronkels – haha, zat in de familie, zeker – dus ze ging er niet over oordelen. Oké, wel. Maar dat ging ze niet tegen Valor zeggen. ‘Oh, een theater? Wat tof!’ Ze kon zichzelf er niet echt in zien werken, had niet het idee dat ze goed zou zijn in achter de schermen zo’n theater in leven houden – ze zei met alle liefde wat iedereen moest doen, gaf heel graag enigszins ongevraagd advies, maar ew, echt dingen runnen… - maar theaters waren wel fantastische uitvindingen. ‘Als je dat theater overneemt, moet je me wat laten weten, hoor, ik ben dol op theaters.’ En kijk toch, daar hebben we al een ander topic over! Jongens, Gianna en ik zijn de meest creatieve mensen OOIT. Ze grinnikte. ‘Waarom doe je het niet allebei? Niets dat je tegenhoudt. Zeg eens, wat is je droom om mee te trouwen?’ Eens horen in hoeverre Valor daaraan voldeed.
  15. [1836/1837] Coming up for air

    Heaven had geen vriendje en was ook niet echt op zoek (ze wist in principe wie ze in het meest verborgen plekje van haar ziel hebben wilde, maar dat wilde ze niet weten en het merendeel van de tijd weigerde ze koppig het bestaan ervan te erkennen), en dus kon Bobbie de wereld inderdaad feliciteren als ze daar zin in had. Het viel te betwijfelen in welke mate dat terecht was – Heaven wist van zichzelf dat ze er best mocht wezen, hield van hoe mensen haar aanspraken erom, maar Heaven had ook een hele hoop gebreken en al helemaal op amoureus vlak – maar daar hoefde ze het niet over te hebben, niet nu. Het ging er niet eens over. Het ging over dat de wereld een kans maakte en Bobbie zelf ook. En Bobbie zou geen kans moeten maken, want Bobbie had haar neergestoken, maar het deed geen pijn meer en hé, ze had haar geholpen en nu was alles opgelost. Dat was een logica die ze zelden hanteerde, besefte ze, een flits van een gedachte, eentje die twee irritante dingen over haar insinueerde, maar flitsen waren ook weer snel voorbij en dus glimlachte ze, enkel, haar blik over Bobbie dwalend toen ze wat dichterbij kwam. ‘Alleen maar feliciteren?’ Ze pruilde even. ‘Als je een kans hebt, moet je ‘m grijpen, toch?’ Ja, wauw, dit was ook weer ontzettend subtiel, maar ugh, Bobbie was knap en mysterieus op zowel een goede als een slechte manier en Heaven begreep haar niet, maar ze wilde ook niet alles begrijpen en ze wilde haar niet begrijpen. Gewoon. Ze voelde zich roekeloos, het type roekeloos dat maakte dat ze tegen de muur van een ziekenhuisgang stond en zichzelf op een dienblad aanbood (omdat ze iets wilde voelen, een steek in haar buik en de kriebels vlak voor iets doen waarvan ze de beweegredenen morgen al niet meer zou vatten) en ze wilde zoveel en nu vooral gewild worden en iemand willen. Dus.
×