Jump to content

Ovid de Haviland

Ravenklauw Klassenoudste
  • Content count

    68
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    2

Ovid de Haviland last won the day on January 6 2018

Ovid de Haviland had the most liked content!

About Ovid de Haviland

OOC Profiel Informatie

  • Membergroups
    Zevendejaars Ravenklauw

Recent Profile Visitors

682 profile views
  1. [1836/1837] But Grandmother! What big eyes you have

    Een oplossing, alsof hij daar zelf niet achter had gezocht. Zijn vader bracht elk boek mee over weerwolven dat hij te pakken kon krijgen. Het was niet bepaald veelbelovend, noch hoop gevend. Er waren weleens pogingen gedaan tot een geneesmiddel, tevergeefs. Telkens klonk het unaniem, wilde je van een weerwolf af geraken dan moest je hem doden. Natuurlijk herbergde de bibliotheek van Zweinstein een gigantische bron aan kennis. Wie weet zou hij daar wel dat ene boek vinden, de oplossing. Was het het waard? Wat als Ostrovsky het heft in eigen handen zou nemen en ter plekke een einde aan hem zou maken. Een weerwolf was je beter kwijt dan rijk. Hij zou er over moeten nadenken, de voordelen afwegen tegen de nadelen, de juiste manier moeten vinden om dit te benaderen. "Wacht?" dus zo zat het. Alsof Elise ooit uit medeleven een andere student op zou zoeken. "Je bent hier enkel heen gekomen, omdat je onderdak nodig hebt." Ovid lachte mistroostig. "Komt dat jou even goed uit he. Nu heb je meteen chantage-materiaal. "Een deal alsof er langs mijn kant ook maar iets te winnen valt."
  2. [1837/1838] A brief history of chairs

    Damarcus, ja dat was een ander paar mouwen. Ostrovsky zou misschien beginnen roepen dat ze hem met rust moesten laten en de deur in hun gezicht dichtgooien, maar Damarcus, daarbij wist je nooit hoe het zou verlopen. Het hield risico's in. Wie weet hoe het zou aflopen. Langs de andere kant kon het zoveel erger zijn wat hij elke maand meemaakte. Ergens maakte zijn weerwolf zijn hem overmoedig. Het leek wel alsof er niets erger bestond in de wereld dan de pijn, de bloedlust. "Wel ik begeleid je met plezier naar zijn kantoor. Hij gaat het vast en zeker appreciëren, gestoord worden voor een stoel." met een zwierig armgebaar liet hij Gemma voorgaan naar de deur van de leerlingenkamer.
  3. [1837/1838] A brief history of chairs

    Op enig ander moment zouden haar tranen hem wellicht tot medeleven hebben gedreven. Echter hij was haar geklaag, haar venijnige opmerkingen zo zat. Het zou hem worst wezen wat er met die stoel was gebeurd. Hij had er zo'n genoeg van dat hij begon te lachen. "Denk je nu echt dat wat geklaag bij Whitley mij ook maar iets kan schelen?" Hun klassenoudste was nog minder krachtdadig dan hijzelf. Het zou vast jaren duren voor hij de moed had verzameld hem hiervoor te sanctioneren. Tegen die tijd was Ovid hier al lang weg. "Denk je nu echt dat ik mij slecht ga voelen omdat een meisje met een vreemde obsessie voor stoelen mij verschrikkelijk vindt? Ha, Gemma, Gemma jij hebt duidelijk geen flauw idee van de hel die mijn leven is. Als je dan toch zo graag wraak wilt nemen voor je stoel, kom dan alsjeblieft met iets origineler." Gaan klagen alsof dat ook maar iets voorstelde bij de problemen die hij dagdagelijks doormaakte.
  4. [1837/1838] A brief history of chairs

    Dit was zo vermoeiend en hij had zo geen zin in deze hele discussie, maar hij was nu al zover gekomen. Het was niet alsof hij anders veel autoriteit uitstraalde en het verliezen van dit opstootje zou daar niet bepaald bij helpen. "Ik ging je pas strafwerk geven, mocht je me hebben vervloekt. Best jammer dat je mensen niet kunt laten nablijven alleen omdat ze irritant zijn." Zijn uitspraak over de stoel verbranden, ging misschien een beetje ver. Hij wilde slechts voorkomen dat in de toekomst meer mensen het slachtoffer werden van Gemma's ziekelijke obsessie met deze stoel. Ook hij liet zijn toverstok zakken, enkel om hem niet langer op Gemma, maar op de stoel te richten. "Evanesco" Hij had niets kapot gemaakt, slechts laten verdwijnen.
  5. [1837/1838] A brief history of chairs

    Hoorde ze zelf wat voor onzin ze uitkraamde en dat alles voor een stoel? "Je houdt je toverstok op mij gericht. Wat ga je er anders mee doen? Proberen mijn ogen uit te steken?" Het was waarschijnlijk niet zo slim om haar andere suggesties te geven. In de staat waarop ze zich dit moment bevond zag hij haar nog proberen. "Ten eerste heb ik nog geen strafwerk gegeven. Ik insinueerde alleen dat dat wel het geval zou zijn moest je me vervloeken. Wat logisch is aangezien het vervloeken van een andere leerling tegen de schoolregels is." Dat hij haar dat zelfs moest uitleggen. "Oh ja hoor het is zo opwindend als iemand je tijd verspilt met haar irritante gezeur over een stoel." merkte hij sarcastisch op. "Weet je misschien moeten we gewoon voor eens en voor altijd een eind maken aan dit soort nutteloze discussies. Het vuur in de haard is wat zwakjes en wie zou er nu één stoel missen."
  6. [1836/1837] But Grandmother! What big eyes you have

    "Natuurlijk wil ik mijn SLIJMBALLEN wel halen, maar mocht het leven draaien om wat ik wilde was ik in de eerste plaats geen weerwolf geworden. Professor Ostrovsky zou op de hoogte moeten worden gebracht en eerlijk gezegd probeer ik het hele weerwolf zijn geheim te houden. Het zou niet lang duren voor leerlingen doorkrijgen dat ik eens in de maand verdwijn. Ze zullen hun conclusies trekken, maar dat is niet eens het ergste. Wat als iemand het in zijn hoofd haalt me te volgen? Wees eerlijk er zijn een hoop leerlingen dom genoeg om zoiets te doen. Wie denk je dat de schuld krijgt van hun dood? Denk je dat er ook maar enige aandacht aan zal worden besteed dat ze tegen alle regels ingingen door me te volgen?" Het vermoeide hem over zijn problemen door te blijven gaan. Je vergat haast dat andere mensen ook wel eens problemen hadden. Al was het een welkome afwisseling. "Kijk ik zal er over nadenken, op gesprek gaan bij Ostrovsky, maar ik beloof je niks. Dus waar heb je hulp mee nodig?" Eerlijk gezegd was Ovid best verwonderd dat Elise hem om hulp vroeg. Ze moest wel erg wanhopig zijn om haar toevlucht bij hem te nemen.
  7. [1837/1838] It's a sad occasion

    Ovid schudde zijn hoofd: "Nee ik kende haar niet zo goed, maar ik had haar graag beter leren kennen. Ze verdiende het niet zo vroeg te gaan." Zelfs de waarheid luchtte hem niet op. In stilte stond hij naast Elise. Op dit moment was dat het makkelijkste, stil zijn. Elke keer hij zijn mond opende vreesde Ovid dat de waarheid zou ontsnappen, de hele waarheid. Ovid kende haar niet goed, maar luisterend naar de eulogies van haar familie en vrienden maakte hij op dat ze een geweldig persoon was geweest, stralend, positief, geliefde door allen rondom haar. Van alle mensen die hij om het leven had kunnen brengen, waarom juist Daisy. Ze was nog maar een kind. Een enkele traan rolde over zijn wang. Snel veegde Ovid hem weg voor er anderen konden volgen. "Ik heb een paar bloemen mee, om op het graf te leggen. Daisy leek me het soort persoon dat zelfs schoonheid zag in deze wilde veldbloemen. Wil je ze misschien mee neer gaan leggen?"
  8. [1837/1838] Silence is golden

    Een leugen verzinnen op zich was al niet simpel. Deze leugen blijven aanhouden, zorgen dat er geen gaten zaten in een reeds weinig overtuigende uitleg, dat was pas een echte uitdaging. Ovid draaide zich terug om, zijn hand stevig om de deurknop geklemd. Het hazenpad kiezen was zijn laatste optie. "Goh ik denk echt dat het beter is als ik alleen ga. Ziet u, ze was al te nerveus om zelf hierheen te komen. Ik denk niet dat het erg bevorderend gaat zijn mocht ze plots worden overvallen door een persoon van het ministerie aan haar deur, maar ik zal haar je woorden meedelen, dat ze niet beschaamd hoeft te zijn." Beschaamd, beschaamd, struikelen terwijl een groep leerlingen je zag, dat was beschamend. Een stuk spinazie tussen je tanden hebben zonder dat iemand er iets over durft te zeggen, dat is beschamend. Een weerwolf zijn, nee dat is niet beschamend, het is gruwelijk. Het verwoest je leven, elke droom of aspiratie voor de toekomst, beschamend was wel het minste dat je dat kon noemen. "Dus ik zal haar kalmeren en dan zal ze zelf wel hierheen komen als ze zich daar klaar voor voelt, dat lijkt me het beste voor iedereen. Wel dan ga ik maar eens." en dit keer zou hij ervoor zorgen dat hij de deur uit was nog voor de medewerker van het ministerie kon antwoorden.
  9. [1837/1838] A brief history of chairs

    Als ze het wat vriendelijker had gevraagd of ze in zijn stoel mocht zitten, had Ovid er waarschijnlijk niet eens een probleem van gemaakt. Hij had niet eens een favoriete stoel en zich even verplaatsen was een kleine moeite. Echter de manier waarop ze hem commandeerde stond hem niet aan. Richtte ze werkelijk haar toverstok op hem, voor een stoel? "Die zou ik maar snel terug wegsteken. Laat ik je herinneren dat ik je klassenoudste ben Gemma en dat er genoeg stoelen zijn in het nablijflokaal." Misbruikte hij zijn macht nu? Misschien een beetje, maar in zijn ogen zou hij haar ook een les in manieren leren. "Mij vervloeken voor een stoel, daarmee toon je enkel aan hoe zielig je zelf bent eerlijk gezegd."
  10. [1836/1837] But Grandmother! What big eyes you have

    Zijn dromen waren koortsachtig, de eerste nacht na de transformatie was steeds een herbeleving van wat hij in zijn monsterlijke vorm had meegemaakt. Het zien door de ogen van het beest was niet het ergste, nee het waren zijn gedachten, zijn gevoelens, de dorst naar vernieling en moord. Toen hij ontwaakte was hij niet bepaald uitgerust. Toch dwong hij zichzelf de badkamer in, waar reeds een fris bad op hem stond te wachten. Het koude water verdoofde de pijn, weekte de herinneringen weg. Zijn vuile kleding ruilde hij in voor een schone pyjama en nee hij was niet van plan die vandaag nog uit te doen. Net toen hij terug onder de dekens wilde kruipen werd er op de deur geklopt. Hij had wel een vermoede wie het was. Elise kon heus zelf wel binnenkomen, hij had het te druk met zichzelf in zijn bed te nestelen. Hij was diegene geweest die als eerste had voorgesteld om na wat slaap verder te praten. In feite had hij gehoopt dat Elise zich in die tijd had bedacht. Ze had ingezien dat Zweinstein niet langer een plaats voor hem was, dat hij wel degelijk een gevaar vormde. "Uitgerust, dat ben ik pas over twee dagen. Elise eerlijk waar ik begrijp niet waarom je hier nog bent. Jij hebt het gehoord, van alle mensen zou jij het beste moeten weten waarom Zweinstein niet langer een mogelijkheid is voor mij."
  11. [1837/1838] A brief history of chairs

    Ovid probeerde zijn leven stap per stap terug op te pakken. Hij ging naar de lessen, sprak af met vrienden en verdween eens per maand in het verboden bos. Hij had zich kunnen neerleggen bij het feit dat dit niet iets was waar hij vanaf zou komen. Hij moest leren zijn weerwolfstatus te accepteren, en nu de volle maan nog minstens een week verwijderd was, was het niet eens zo moeilijk om te genieten van al het menselijke rondom hem en zich te focussen op zijn testen. Hij zat rustig zijn notities van het vak geschiedenis van toverkunst door te nemen tot een stem hem uit zijn concentratie haalde. Een moment van rust, één luttel moment waarin hij niet werd lastiggevallen, was dat zoveel gevraagd. Tergend langzaam legde hij zijn perkament neer op de tafel en nam het meisje dat voor hem stond in zich op. "Wel misschien had je het nog niet gezien, maar ik zit hier momenteel Gemma" Natuurlijk kende hij haar naam, het was zijn taak als klassenoudste om alle leerlingen van zijn afdeling bij naam te kennen, zijn stoel aan hen afstaan dat behoorde daarentegen niet tot zijn takenpakket. "Er zijn nog genoeg andere vrije plaatsen. Ik snap niet waarom je per se hier zou willen zitten. Dus laat me nu alsjeblieft met rust ik probeer te studeren."
  12. [1837/1838] It's a sad occasion

    Die gevoelens van verbazing waren gedeeld. Ovid had nooit verwacht Elise hier te zien. Hij had het niet in zich om te liegen, een verhaal op te brengen over hoe Daisy verre familie was of een vriendin van in de lagere school. De waarheid vrat aan hem. Hij wilde het eruit gooien, aan alle aanwezigen verkondigen dat het zijn schuld was dat ze een begrafenis hielden, maar hij had er noch de moed, noch de kracht voor. Elke keer hij Elise zou zien. Elke keer ze bij hem in de klas zou zitten zou hij aan Daisy worden herinnerd. Hij verdiende het en na alle ellende die zich aaneensloot als zijn leven zou hij hebben kunnen weten dat hij hier vandaag een bekende zou aantreffen. "Kende je haar goed?" Iets zeggen voelde beter dan stilte. Wanneer het stil werd namen zijn gedachten de bovenhand, dan bevond hij zich opnieuw in het bos, zag hij de blik in haar ogen terwijl hij...het monster. Hoe langer het duurde hoe meer moeite hij had om hun twee uit elkaar te houden. Dat beest was een deel van hem, ooit zou hij zich daarbij moeten neerleggen.
  13. [1837/1838] Silence is golden

    Het was het moment dat het dossier onder zijn neus werd geschoven dat Ovid realiseerde dat dit weleens de grootste fout van zijn leven kon zijn. Weerwolven waren niet geliefd, wat als er plots teveel waren en het ministerie besliste het aantal wat te verminderen. Met zo'n registratie zouden ze hem meteen kunnen opsporen. Het was niet alsof dit hem echt vooruit zou helpen. Het ministerie had evenmin een geneesmiddel, zijn naam op papier, voor eeuwig bekend als weerwolf dat was het enige wat het hem zou opleveren. "Oh er moet een misverstand hebben plaatsgevonden. Ik ben hier namelijk niet voor mezelf, maar voor een goede vriend. Zie je, zelf vond ze het te beschamend en daarom dat ze mij heeft gestuurd." Gezien de situatie waarin hij zich bevond, leek het hem nog een best overtuigende leugen. Het was niet alsof hij iets beter dan dat kon verzinnen. Nerveus pulkte hij aan de kraag van zijn trui. "Maar ik realiseer me dat het waarschijnlijk niet mogelijk is iemand anders te registreren. Het zal hoe dan ook beter zijn mocht ze zelf komen, jullie geven waarschijnlijk zeer behulpzame tips over hoe omgaan met het weerwolf zijn, maar ach gelukkig heb ik die niet nodig." Afronden Ovid, aan één stuk door rammelen zou hem alleen meer minder geloofwaardig doen klinken. Hij moest zo snel mogelijk weg zien te raken, nu de beambte nog niet had ingeschat hoe te handelen in een situatie als deze. "Ik zal met haar gaan praten. Ik kan haar vast wel overtuigen om zelf langs te komen. Nog een fijne dag." Ovid stond op en wandelde zo snel als sociaal aanvaard was richting de deur.
  14. [1837/1838] Hate Date

    Elise werd dom van hem? Hoorde ze zichzelf eigenlijk wel praten? Wel waarschijnlijk kon je dit inderdaad niet zomaar ongedaan maken, maar hey hij kon toch altijd proberen, alles beter dan bij Elise in de buurt zijn. Daarom stond hij op van de tafel en wandelde richting de uitgang tot hij abrupt tegen een onzichtbare muur opbotste. Gefrustreerde probeerde hij nogmaals, maar de ruimte gaf niet mee. Hij zat vast aan Elise voor de rest van de dag. Het was een nachtmerrie die werkelijkheid was geworden. Luid zuchtend nam hij opnieuw tegenover haar plaats, zodat ze duidelijk wist dat dit nog erger was voor hem dan voor haar. "Kan ik een stuk van je krant hebben. Ik was hier niet bepaald op voorbereid. Of zouden we even naar de leerlingenkamer kunnen gaan zodat ik mijn opstel voor verzorging van fabeldieren kan afwerken." en daarna konden ze elkaar in vrede verder negeren. Het was best nog oké als je compromissen met je vijanden kon sluiten. Niet dat Elise echt een vijand was, gewoon onuitstaanbaar en op de een of andere manier veel te veel vermengd in zijn leven, maar het was zo erg nog niet. Zij lagen ten minste nog niet vechtend op een tafel.
  15. [1837/1838] It's a sad occasion

    Dit topic is een vervolg op het volgende topic: https://www.pumpkinsparchment.nl/topic/12521-blood-driving-me-insane-15-1837/?tab=comments#comment-285591 ____________________ Ovid stond aan de rand van de groep mensen die zich bijeen hadden verzameld. Zijn hoofd gebogen onder het gewicht van zijn schuldgevoel. Ze hadden haar gevonden, de weinige overblijfselen van haar lichaam, gescheurde kleren, botten. Hij kon zich de reactie van haar ouders niet voorstellen, hoeveel pijn dit hun deed, hoeveel pijn hij hen had aangedaan. Naar de begrafenis komen was het minste wat hij kon doen. Het maakte de dingen niet beter, loste niets op, maar hij voelde zich verplicht. Verplicht tegenover haar, tegenover haar familie en vrienden. Niemand maakte zich bedenkingen bij zijn aanwezigheid. Hij was vast een vriend van school. Ovid zag er niet uit als een moordenaar, maar dat was hij wel en enkel hij wist dat, alleen hij zou die last voor de rest van zijn leven met zich meedragen, diep verborgen. Weldra zou de kist in de aarde verdwijnen, een praktisch lege kist. De gedachte dat hij haar had gegeten, zich aan haar te goed had gedaan bracht telkens een nieuwe golf van misselijkheid en walging met zich mee. Niemand zou het ooit te weten komen, haar ouders zouden nooit antwoord krijgen op de vraag wie hun dochter om het leven had gebracht. Ovid haatte zichzelf, oh wat verachtte hij zichzelf en wenste hij dat hij het was in die kist en niet zij, daar zou iedereen vast gelukkiger van worden.
×