Jump to content

Owain Cadwgan

Magisch Verbond
  • Content count

    75
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    3

Owain Cadwgan last won the day on November 6

Owain Cadwgan had the most liked content!

About Owain Cadwgan

  • Rank
    Looks are important, but blood tells all

Profile Fields

Recent Profile Visitors

545 profile views
  1. [1837/1838][15+] The price for treason

    De Graaf keek hoe Lady Josephine naar zijn kleinzoon toesnelde en hem wat water toediende. Het meisje was in een lastige positie gebracht vandaag – een die bijna nog precairder was dan die van hemzelf, al zou de last op zijn eigen schouders vallen om de situatie tot een goed einde te brengen. Hij liet zijn blik voor een moment over haar heen glijden. Het zag ernaar uit dat ze had gehuild, al had ze het goed verborgen. Arm schaap. Aan Keane zou ze ook niet veel hebben vandaag (of op welke dag dan ook, eigenlijk). Dat betekende echter niet dat hij haar uitnodiging niet aan zou nemen; in tijden als dit moest zichtbaar zijn dat de familie bij elkaar bleef, in hoeverre er dan ook scheuren en barsten tussen hen zouden ontstaan. “Dat zou erg fijn zijn, dank u wel. Uw hulp wordt erg gewaardeerd” sprak Owain loom, en hij schonk haar een ondiepe buiging. “In tijden als deze zijn familiebanden belangrijker dan ooit – als we intern sterk zijn, zal er nooit een externe partij tussen kunnen komen.” Hij grimaste vriendelijk naar het meisje en knipte in zijn vingers om de huiself zijn mantel en hoed te laten halen. Uit Keane had hij vandaag toch niet meer kunnen trekken, zeker nu zijn schoondochter thuis was gekomen. Daarbij kon hij toch niet te lang van Cadwgan Castle wegblijven – er moest inderdaad nog veel gebeuren, en de Amfora’s zouden op hem wachten om volgende stappen in het regelen van Isabella’s begrafenis te ondernemen. Toch had hij het gevoel dat hij Lady Josephine nog een hart onder de riem diende te steken, want hij vertrouwde er niet op dat ze dat gevoel van haar echtgenoot zou ontvangen. Owain zette een stap dichterbij en legde in een gebaar van geruststelling een hand op haar bovenarm. “Wanhoop niet” sprak hij zachtjes, wetende dat zij zou begrijpen waar hij het over had, zijn grijze ogen op haar gericht. “Ik ben ermee bezig en zal u op de hoogte houden. Ik weet dat het lastig is, maar weet dat ik ons zal beschermen en achter u zal blijven staan. Over mijn lijk dat u uit de familie wordt gezet, my lady.” Owain sloeg vluchtig een kruis en boog. “U hoort van mij.” De Graaf van Radnor draaide zich om en liep met grote stappen de zitkamer uit. [OOC: Owain out~]
  2. Ah, ze gaf letterlijk toe dat ze zonder haar man beter af was – dat klonk zo.. bevrijdend, zeker als je uit cirkels kwam waar men doorgaans niet zei wat daadwerkelijk werd bedoeld. Het was uiteraard ook een tikkeltje gevaarlijk, maar omdat ze getrouwd was geweest met een dreuzel wellicht net geoorloofd. Owain gniffelde dan ook zachtjes en zette het theekopje neer waarvan hij zojuist een slok had genomen – om uiteraard het volgende moment een iets serieuzere blik op zijn gezicht te toveren. “Tragisch, tragisch” sprak hij hoofdschuddend. “Als je zo lang getrouwd bent, dan wordt zo iemand haast… meubilair”. Dat was een belediging aan het adres van zijn wijlen echtgenote Isabella uiteraard, ingepakt in zoete woordjes. Bijna glimlachte hij. Owain was geen moment treurig geweest om het verlies van Isabella, al was hij wel teleurgesteld geweest in zichzelf dat hij zich zo had laten gaan en baalde hij ervan dat haar dood een onnodige risicofactor vormde; natuurlijk was een niet-natuurlijk overlijden in zijn business soms… onoverkomelijk, maar zolang het verholpen kon worden was het niet de meest preferente optie. Isabella’s dood had zeker voorkomen konden worden. “Maar het geeft ook… mogelijkheden” voegde de Graaf eraan toe, terwijl hij Aria een berekenende blik schonk. “Vertel me, Aria…” Hij nam nog een slokje van zijn thee, haast nonchalant. “Heeft u er ooit aan gedacht om opnieuw te trouwen?”
  3. Ah, de kinderen vroegen naar hem – dat was een goed teken, al ging het alleen maar om de cadeautjes. Owain had gewild dat ze hem vanaf een vroeg stadium in hun leven hadden, dat hij er in ieder geval enig deel van uitmaakte, hoe klein dan ook. Dat was wat Keane niet had gehad, en dat was wellicht dan ook een reden waarom hij nu zoveel moeite had zijn kleinzoon in het gareel te houden. Nee… het was slim van hem geweest om aan een back-up te denken, en nog slimmer om er nog bij betrokken te zijn ook. En wat hij nu dan weer van plan was… nuja, dat was kortweg een meesterzet, al zei hij het zelf – mits Aria de zet accepteren zou, uiteraard. Klaarblijkelijk ingenomen met haar antwoord glimlachte de Graaf en liet hij zijn blik op haar hangen. “Dat doet mij deugd” sprak hij, ietwat overbodig. Hij knikte kortaf richting de bediende die hem zijn thee kwam brengen die hij eerder had besteld. “Het is een goed stel, uw kinderen. Een goede.. stamboom.” Hij leunde wat achterover. Hij moest haar vast overvallen met zijn vragen, maar door alle drukte en chaos was hij helaas niet in staat geweest om hier een middag of avond omheen te plannen. Uiteindelijk zou dat haar waarschijnlijk niet uitmaken, want als hij Mrs. Adler een beetje inschatte was ze haast net zo praktisch ingesteld als hijzelf. Desalniettemin wilde hij haar de beleefdheid doen toekomen om de tijd voor haar te nemen. Ook dat zou ze waarderen, zo schatte hij haar in. “En u?” vroeg Owain, redelijk vrijpostig voor zijn doen. Hij nam een slok thee zonder zijn blik van haar af te trekken. “Mist u uw man, als ik vragen mag?” Nu hij zijn eigen vrouw ook nog geen drie weken geleden had verloren, was dat vast een geaccepteerde vraag geworden. “Of was hij voor u ook geen stabiele basis?” Het was tenslotte een dreuzel geweest.
  4. Owain wierp Aria een ietwat schalkse blik toe, zeldzaam in die zin omdat zelfspot niet iets was wat vaak met de Graaf werd geaffilieerd. Maar hij voelde zich op zijn gemak bij Aria; de laatste maanden was hij best gesteld geraakt op haar gezelschap, welke hij opzocht onder het mom van de kinderen – uiteraard. Het bleek maar weer dat je nooit genoeg back up erfgenamen kon hebben. “Een dieper dal dan de huidige situatie lijkt me haast onvoorstelbaar” sprak hij, op een toon die bij de eerdergenoemde blik hoorde. Zijn vrouw lag nog geen twee weken koud in haar graf en Lennox’ brief domineerde nog steeds in de kranten en danszalen in het gehele Verenigd Koninkrijk. Heel veel slechter nieuws dan dat zou hij niet kunnen verdragen. Ook hij zakte neer in een fauteuil tegenover de vrouw en hij keek haar aan, een schattende blik op zijn gezicht. “Mrs. Adler – Aria…” Hij leunde wat voorover, zodat hij ongemerkt wat dichterbij zat. “Ik heb een vraag voor u… een voorstel, eigenlijk. Ik kom daar zo op terug. Eerst…” Een vraag als dit had toch wat inleiding nodig. “Hoe zijn de kinderen? Ik vroeg me eigenlijk af…” Owain glimlachte ietwat sinister. “Vragen ze ooit nog naar hun vader?” Ze had vast wel door dat hij het niet over Daniella had.
  5. 14 februari 1838 – Valentijnsdag Londen Dat Owain Cadwgan was overvallen door het slechte nieuws van Evangeline’s claim op de ring aan de vinger van zijn kleinzoon en dit zelfs in de Ochtendprofeet had moeten lezen, betekende niet dat hij de afgelopen weken stil had gezeten. Isabella, zijn echtgenote die het helaas met haar leven had moeten bekopen omdat ze niet alleen bij de ontdekking van het kwaad in de krant was geweest, maar er ook nog eens meer dan 24 uur voor het drukken van de krant vanaf had geweten maar dit in blinde paniek niet aan hem had door gecommuniceerd, lag ondertussen allang en breed in haar grafkist onder de grond. Owain had haar groots begraven, in het bijzijn van Keane, zijn schoondochter Josephine en het kersverse baby’tje die hij naamgenoot noemen kon, alles om maar te laten zien dat ze één waren; dat er in deze tijden niets sterker was dan familie (en er toch echt reeds een prille erfgenaam tot het Cadwgan fortuin bestond). Maar daarnaast had hij ook veel tijd besteed aan het uiteen zetten van zijn plannen. Hij had geconformeerd dat Evangeline Lennox zich inderdaad bij zijn dochter Rhiann bevond; en dit was zulks heugelijk nieuws dat het al het andere toch wel had overschaduwd. Daarnaast had hij de twee vrouwen extra laten beveiligen – uiteraard niet alleen voor hun eigen veiligheid, maar voornamelijk zodat hij ongemerkt hun doen en laten kon achterhalen. Hij wist met wie ze contact hadden, hij wist wanneer zie met wie contact hadden, en hij wist dat ze voorlopig ondergedoken zouden blijven in Clearwen Valley tot zich een duidelijker plan had gevormd. De twee dachten overduidelijk dat ze veilig waren in het Welshe dreuzeldorp, maar als Rhiann toch daadwerkelijk haar hersenen zou gebruiken, zou ze weten dat ze nooit veilig zou zijn voor een man als haar vader. Ook had hij eens goed nagedacht over zijn huidige positie. Het was niet goed voor een man van zijn stand om te lang alleen te blijven, zeker nu de familienaam zulke beschuldigingen te verduren kreeg – en hoewel het een risico was, hij zeker ook andere opties had overwogen en er niet geheel zeker van was om er goed aan te doen, was er toch wel één vrouw waar hij in zijn keuzemogelijkheden steeds weer op terugviel. Ze was perfect omdat ze een spil leek te zijn in de stromen die zich tegen hem leken te werken, namelijk zijn eigen dochter en een zekere Daniel Bennett. Owain kende Daniel uiteraard goed, had vele jaren zaken met hem gedaan; en eerlijk gezegd was dit verraad hem slechter gevallen dan hij van te voren had kunnen bedenken. Natuurlijk kon je zulks een Bennett niet vertrouwen, maar ze hadden toch al die jaren een goede, professionele relatie met elkaar gehad. Een stap als dit was ronduit… jammer. Maar goed, een rationele man als de Graaf van Radnor zou zulke emoties natuurlijk nooit openlijk naar boven brengen, en hij had er vanaf gezien om Mr. Bennett publiekelijk of in het privé te confronteren, op zijn hoede voor wat er naar buiten gebracht zou worden. Nee; Owain had zo zijn eigen methodes om voor elkaar te krijgen wat hij wilde, en in dit geval had dat ook nog eens te maken met het feit dat hij zijn bloedverwante kinderen veilig wilde stellen en Aria Adler gewoonweg een bloedmooie vrouw was. Wellicht een nadeel? Dat hij zich jaren geleden had voorgenomen toch immer met volgzame vrouwen te trouwen. En Aria was veel, maar dat toch niet geheel. Daarnaast had hij ook weinig zin om met types al Mrs. Daniella Ingram opgescheept te zitten; aan één recalcitrante dochter had hij dan toch wel genoeg, laat staan een ander die zich moedwillig in de meest schaamteloze situaties stortte. En toch, na al zijn rationele overpeinzingen, stond hij hier voor haar deur en liet hij zijn bediende voor hem aankloppen, zodat haar bediende aan haar kon doorgeven dat hij was gearriveerd. Hij had uiteraard een uur geleden zijn aankomst aangekondigd, zodat ze zich kon voorbereiden op zijn komst. Aangekomen in de zitkamer hoefde hij dan ook niet lang te wachten en hij glimlachte onwillekeurig, ondanks zichzelf. “Mrs. Adler” sprak hij loom, terwijl hij boog en haar hand kuste. “Het is zoals altijd een genoegen. Ik hoop dat ik u niet stoor? Het spijt me dat mijn aankondiging u op de valreep heeft bereikt…” Hij knikte haar toe, zijn grijze ogen op haar gericht. “Maar ik had niet het idee dat dit tot morgen kon wachten.” OOC: Prive met Lily!
  6. [1837/1838][15+] The price for treason

    Owain liet zich wederom achterover zakken terwijl hij zijn slapen masseerde. Hij zou het toch niet snel toegeven, maar het uitoefenen van legilimentie leek een grotere impact op hem te hebben dan vroeger. Toch was dat nu niet van belang; hij moest een strategie kiezen, en snel ook want de tijd drong. Hij liet zijn blik over zijn kleinzoon glijden, die het bewustzijn leek te hebben verloren. Meer dan dit zou hij waarschijnlijk nu niet uit Keane kunnen krijgen, dus hier moest hij het mee doen. De stukjes herinneringen en emoties die zojuist de revue hadden gepasseerd waren een puzzel waar hij nog wat langer over zou moeten nadenken – iets met een huwelijk op een koude nacht in een duistere ruimte, waar hij Keane nog over zou moeten uithoren, maar ook iets met een onbreekbare eed. Maar het feit dat Lennox wist waar Rhiann was verklaarde veel – verklaarde zelfs waar ze zou kunnen zijn, aangezien hij vooralsnog niets had gehoord van de mannen die hij erop uit had gestuurd om haar te vinden en hij de herinnering had gezien waarin Keane haar zocht. Hij zou het moeten controleren natuurlijk, het was maar een theorie… maar wat als het meisje zich bij zijn dochter zou bevinden? Een oase van rust leek zich over hem uit te waaieren. Hij had Rhiann onder controle, en als Evangeline zich bij zijn dochter zou voegen, dan bevond hij zich voor het eerst sinds vanochtend weer met alle touwtjes in handen. Er was natuurlijk een kans dat ook Rhiannon zich tegen hem zou keren, maar daar had hij al jaren geleden op geanticipeerd; het enige wat hij zou hoeven te doen, was een van zijn spionnen naar het dorpje sturen om te bezien in hoeverre het waar zou zijn. Kordaat knipte de Graaf in zijn vingers. De huiself Minnie verscheen altijd wel snel als Keane of Josephine dat deden, maar voor haar ware meester deed ze natuurlijk het meest. Het wezen boog diep. “Twee glazen levenswater en een brok chocolade” sprak Owain tegen het beest, terwijl hij zijn koude, grijze ogen niet van zijn kleinzoon aftrok. “En snel, graag”. Hij stond kordaat op terwijl de huiself zich uit de voeten maakte en liep richting Keane. Lord Radnor bestudeerde zijn kleinzoon voor een moment en gaf de jongen vervolgens een welgemikte por in zijn middenrif, die veel weg had van een trap, waarna de jongen zijn ogen wat opende. “Drink op” beval hij zijn kleinzoon bars, waarna de huiself richting de jongen rende met een van de glazen en hij zich wederom omdraaide om zijn blik over het schilderij van Gordon Castle te laten gaan. “Ik…” Maar op dat moment hoorde hij de voordeur beneden zich openen en de stem van zijn schoondochter iets mompelen tegen het personeel. Er was geen tijd te verliezen… zeker nu was het van hoogstbelang dat hij zijn dekmantel tegenover zijn schoondochter op zou houden. Ruw trok hij Keane overeind en duwde hij hem op de stoel, voordat hij vlug zijn toverstaf wegstopte en met grote stappen de zitkamer doorkruiste. Owain was precies op tijd om in de deuropening een buiging te maken voor de Dame des Huizes. “Lady Josephine, zoals altijd een genoegen – zelfs in deze duistere en jammerlijk zware tijden” sprak Owain op een gepaste, rouwende toon; alsof hij zojuist in het geheel niet zijn kleinzoon had gemarteld en alle brokken informatie uit hem had gesleept die hij nodig had gehad. “Ik spreek namens mijn kleinzoon als ik zeg dat deze vervelende situatie mij uiterst spijt… ik doe er alles aan om deze vouwen weer glad te strijken.” Hij knikte medelevend, voordat zijn blik er een werd van volharding. “Als u wilt kan ik u natuurlijk nu van de stand van zaken op de hoogte brengen.. maar wellicht is een ander moment beter?” Hij wees achter zich. “Lord Radnor zelf is ook erg overstuur; en niet alleen vanwege de... situatie.” Even nam hij de tijd, alsof hij zichzelf wat bijeen moest rapen. "Er is daarnaast vanmorgen een ernstig.. ongeluk gebeurt, ziet u. Mijn echtgenote Isabella..." Hij zuchtte treurig. "Nu, ik wil u niet overvallen met slecht nieuws, maar bereid u voor op het ergste."
  7. [1837/1838][15+] The price for treason

    Owain had met veel dingen rekening gehouden; met verzet van Keane’s zijde, met een nieuwe poging zijn wensen te ondermijnen… hij benaderde de legilimentie dan wellicht ook met ietwat teveel nadruk en was niet in staat zijn ondertoon van woede erbuiten te laten. Aan de ene kant had hij zich niet voorbereid op hoe gemakkelijk hij Keane’s gedachten kon infiltreren, al had hij dat natuurlijk kunnen weten – uiteraard had hij zijn kleinzoon ver van alles gehouden dat hem ook maar enigszins zou kunnen voorbereiden op legilimentie, tot het moment dat hij daadwerkelijk zou weten dat hij de jongen kon vertrouwen (en zoals het er nu uit zag, zou dat moment nooit komen). Maar daarnaast was hij niet geheel voorbereid op de stroom van gedachten, wellicht omdat zijn pure legilimentiekunsten een tikkeltje roestig waren (oke, hij was misschien van ietwat gemixte zeden, maar dat betekende niet dat hij ieder weekend tieners martelde) maar ook omdat zijn kleinzoon emoties had die hij gewoonweg niet begreep en die hem ietwat deden duizelen. Voordat Owain daadwerkelijk snapte waar een scene over ging waren ze alweer naar de volgende doorgesneld, maar Owain wist goed hoe hij moest bluffen en dwong zowel zichzelf als Keane om nog meer emoties op te rakelen, om meer herinneringen voorbij te laten gaan en ze dan maar later te analyseren; en zodra hij er één met Evangeline had gevonden wilde hij ze allemaal en duwde hij de jongen in die richting. Hij zou precies te weten komen hoe het zat tussen die roodharige slet en zijn kleinzoon, en zou niet opgeven – of hij daar nou straks een scherpe migraine aan zou overhouden of niet. Owain dwong Keane om het hem te laten zien, hield zich voor dat het nodig was om te begrijpen (want dat deed hij nog steeds niet) terwijl hij tegelijkertijd merkte dat het sprankjes verzet bij de jongen op deed werpen, dat hij hem weg probeerde te duwen maar niet wist hoe. En dat was precies waar Owain tegengas gaf terwijl hij van Keane’s machteloosheid genoot – en hoe hij tegelijkertijd de stromen van informatie langs zich heen liet glijden, steeds bruikbaarder en bruikbaarder. Het was slechts een flits, datgeen wat nog het meest zijn aandacht trok; maar het deed hem zozeer schrikken dat hij de magie bijna verbrak. Even balanceerde hij op het randje, maar hij herstelde zich en leidde Keane af door hem een andere kant op te trekken met zijn herinneringen, naar iets geheel anders wat hij allang had vermoed en geweten; de scene op het huwelijksfeest waar hij toch zo dichtbij was geweest om te kunnen verhoeden. Maar nee, het was Rhiann welke nog het meest zijn aandacht had getrokken; zijn dochter had in het geheel niets te zoeken in de herinneringen van zijn kleinzoon van de afgelopen negen jaar, en toch had hij haar daar gezien in de deuropening van de Welshe boerderij die hij haar had geschonken, ergens tenmidden van het wijdse platteland. Er was geen enkele mogelijkheid dat er zaken door elkaar waren gelopen, want toen hij Keane bij zijn dochter weggehaalde had hij haar laten verhuizen, bang dat zijn kleinzoon haar wederom zou opzoeken; en het was dit nieuwe huis wat toch daadwerkelijk in Keane’s herinneringen was opgedoemd, en het roodharige kind wat hem erheen leek te hebben geleid. Om er zeker van te weten dat Keane zijn verrassing niet door zou hebben, maar toch ook om hem te straffen, liet hij de laatste herinnering doorlopen totdat hij zich overgaf aan Keane’s wensen en zich terugtrok, weg van de jongen en terug naar zijn eigen lichaam.
  8. [1837/1838][15+] The price for treason

    Dit was een bijzonder moment. Keane had natuurlijk wel eerder tegengeprutteld, had wel eens vaker niet willen doen waar de Graaf hem toe verplichtte – maar nooit eerder had hij in rebellie zijn staf getrokken en tegen zijn grootvader geheven. Eerlijk gezegd had Owain op het moment gewacht, er een tikkeltje naar uitgekeken zelfs; het moment waarop zijn kleinzoon eindelijk de moed zou hebben gevonden; de zwakkeling, het ondankbare misbaksel dat alles in zijn leven aan hem was verschuldigd en alsnog zijn eigen weg ging, zo verwaand en halsstarrig dat hij blind de wensen van zijn meerdere negeerde en daarbij precies de fouten maakte waar hij voor was gewaarschuwd. Ja – Owain had ernaar uitgekeken, en dat was waarschijnlijk ook wel op zijn gezicht te lezen terwijl hij van een afstandje op zijn kleinzoon neerkeek, het theekopje in zijn handen en zijn staf losjes in de aanslag. Het was typisch dat de jongen na de vloek in een smeekbede uitbarstte, dat hij geen verantwoording nam voor zijn daden maar slechts vergiffenis zocht. Het deed de Graaf twijfelen aan zijn keuzes - qua erfgenaam, voor waar hij zijn kaarten op had ingezet. Maar voor nu moest hij slechts een noodoplossing vinden, moest hij zichzelf voorzien van de informatie die hij nodig had om het kwaad weer wat te doen wegebben. Met een simpele beweging van zijn staf pareerde hij Keane’s beschermingsspreuk en ontwapenende hij de jongen. Het zou hem al niet erg lastig zijn afgegaan een werkelijk duel met zijn kleinzoon te voeren, laat staan als die gemarteld lag weg te kwijnen op een mahonie houten vloer. Desalniettemin, al had hij erop gewacht, toch kon hij dit rebellieuze moment niet zomaar aan zich voorbij laten gaan - straf was het antwoord op iedere vorm van verzet. Owain wees zijn staf opnieuw richting de jongen. Hij vroeg zich af wanneer zijn kleinzoon zou breken. Snel, was vast het antwoord. “Crucio!” Het kwam er scherp uit, en toch een tikkeltje achteloos – maar hij meende het met elke vezel van zijn bestaan. Zijn haat voor Evangeline, zijn minachting voor de jongen – maar vooral zijn woestheid dat hij hierdoor Isabella had vermoord, dat hij een fout had gemaakt die bij Keane's schuld lag, dat hij zich zozeer had laten gaan. Voor een moment aanschouwde hij het gegil, het gekonkel… Hij wist hoeveel pijn het deed. Zijn vader had de vloek ook op hem uitgeoefend, zoals zijn vader daarvoor. Het was een familietraditie, om het zo te noemen. Maar hij dacht niet dat iemand er ooit zo heftig op had gereageerd als zijn kleinzoon op dit moment, alsof de jongen zich niet eens schaamde om de emotie pijn te voelen, om het uit te gillen als een speenvarken dat klaar was voor de slacht. Maar ach, zijn kleinzoon was dan ook niet van zuiver bloed. Veel meer kon je niet verwachten. Owain verbrak wederom de vloek, dronk de rest van zijn thee op en doorkruiste vervolgens de kamer. Hij schoof een aangename fauteuil tot naast de jongen, die piepend en hijgend plat op de vloer lag, ineengekrompen bij het plotselinge geluid. Voor een moment positioneerde de Graaf zichzelf, sloot hij zijn ogen en leunde hij wat achterover in de comfortabele kussens. Legilimentie was iets wat hij haast dagelijks beoefende, maar meestal zonder dat hij wilde dat de persoon in kwestie erachter kwam – hij gebruikte legilimentie stiekem, vluchtig, oppervlakkig. Maar nee, nu wilde hij alles. Hij wilde de tijd nemen, graven naar wat hij nodig had en pas stoppen als hij al het bruikbare had verzameld. Maar met legilimentie was het niet alsof je gemakkelijk de brokjes informatie uit de lucht kon plukken die je nodig had. Nee… het was alsof je je door een ruimte vol wankelige kasten en schots en scheef liggende boeken bewoog waarbij je voorzichtig moest zijn geen stapels om te stoten terwijl je kastje na kastje afzocht naar iets bruikbaars, bang dat alles zou instorten en zou bedekken wat je nodig had. Owain opende zijn grijze ogen en richtte zijn staf op Keane, een sluwe blik op zijn gezicht. De omstandigheden konden haast niet perfecter zijn, en dat sterkte zijn vertrouwen dat dit hem ging lukken zonder de jongen geheel te moeten afbreken. “Legilimens!”
  9. [1837/1838][15+] The price for treason

    OOC: 15+ voor marteling. Owain zwiepte plotseling met zijn toverstaf, zodat deze niet meer door Keane’s donkere haren gleed maar gericht was op de dunne huid van Keane’s keel. “Ik zal haar noemen zoals ik wens – en in dit geval benoem ik het beestje bij de naam” siste hij richting zijn kleinzoon, zijn gezicht nu slechts enkele centimeters verwijderd van die van de jongen. Hij liet de punt van de toverstok langzaam over de hals van zijn erfgenaam glijden, waarbij diepe en rode striemen de aanraking van zijn staf volgden. Hij zag dat de jongen zich schrap zette en zich stil probeerde te houden, en de poging om zich sterk te houden vleide hem – ach, hij probeerde het, probeerde dan toch een man te zijn, te doen alsof hij daadwerkelijk een volwaardig opvolger vormde. Het was haast aandoenlijk. “Vorige keer heb ik je er te gemakkelijk vanaf laten komen” sprak Owain loom, nu Keane niet verder ging. “Het is fijn dat je me het verhaal wilt vertellen, Keane. Ik waardeer het, heus waar.” Hij glimlachte, een lach die zijn ogen niet bereikte. “Maar deze keer heb ik niet het geduld om je leugens aan te horen…. nee.” Hij drukte zijn staf nog wat steviger tegen Keane’s keel, genoot ervan dat het ditmaal wel een hoorbaar resultaat ten gevolg had. “Ik heb een andere manier van op de hoogte brengen in gedachten. Maar daarvoor zal ik je eerst wat weerbaarder moeten maken.” Hij knikte berekenend, een koude blik in zijn grijze ogen. “Crucio.”
  10. [1837/1838][15+] The price for treason

    Als hij niet voldoende overtuigend bewijs had om te weten dat dit daadwerkelijk Rhiann’s zoon was, dan was Owain nu linea recta bij de dichtsbijzijnste notaris naar binnen gestormd en dan had hij de jongen onterft, er zeker van dat dit geen familie van hem kon zijn. Niet alleen zijn falen in zijn levenslessen richting zijn vrouw, maar ook richting zijn kleinzoon werd hem nu pijnlijk duidelijk – en uitte zich in een zweem van alles verblindende woede. Het was de jongen in ieder geval helder dat hij een fout had gemaakt en dat was dan toch tenminste een goed begin. De jongen had klaarblijkelijk van het probleem af geweten, had geprobeerd het zelf op te lossen, had het vervolgens opgegeven… en nu wilde hij gewoon maar zien wat er gebeurde? Bezat zijn kleinzoon dan geen enkel greintje van realisme, van begrip over wereldzaken? Owain klemde zijn kaken op elkaar en sloot voor een moment zijn ogen, proberend zijn laatste strohalmen geduld te bewaren. “Je denkt.. dat dit wel weer overwaait” sprak hij, zo zacht dat het nauwelijks verstaanbaar was. “Je denkt dat zij het verhaal heeft gelekt naar de Ochtendprofeet, het verhaal waarin ze je beschuldigt van zaken die niet alleen jouw reputatie, maar die van onze hele familie – inclusief die van je vrouw en die van je pasgeboren zoon – met modder besmeurt uit het niets weer zal verdwijnen?” Owain staarde de jongen aan, een harde blik in zijn ogen. “Je bent nog naïever dan die slet van je, als dat is wat je denkt” spuugde de Graaf in de richting van de jongen, een blik van walging op zijn gezicht. “Het is zoals ik altijd al had gedacht, Keane – ze wilde slechts geld en macht. En dat is precies wat jij haar hebt gegeven. Jij hebt ons in deze problemen gewerkt, je hebt genegeerd wat ik je al jaren probeerde te vertellen en nu heb je al dit ongeluk over ons uitgestrooid.” Owain had enkele stappen richting Keane gezet, een diepe en woedende blik in zijn grijze ogen. Hij had zijn toverstaf getrokken, zijn vingers licht trillend van boosheid. “Maar het zal goedkomen. Ik zal zorgen dat het goedkomt. Die zwangere teef zal weten welke familie ze tot vijand heeft gemaakt.” Hij was nu zo dichtbij dat hij Keane zou kunnen aanraken. In plaats daarvan hief hij zijn toverstaf op en met de punt van de staf veegde hij het donkere haar uit Keane’s ogen, het gebaar qua uiterlijke verschijningsvorm plotseling onkarakteristiek liefdevol. “Maar eerst zal je me op de hoogte moeten brengen van wat er precies tussen jullie is gebeurd – en waarom je dacht dat het een goed idee was om mijn wensen naast je neer te leggen.”
  11. [1837/1838][15+] The price for treason

    “Het… spijt je?” vroeg de Graaf zachtjes, terwijl hij het papierwerk wat liet zakken en achteloos op een tafeltje neerlegde. Hij zette een stap richting Keane, zijn stem geworden tot gefluister. Hij had het misschien zes hele minuten volgehouden om zijn koude boosheid onder controle te houden, maar het spatte er nu met dezelfde kracht af die hem vanochtend zover had gekregen Isabella te doen wankelen, achteruit de trap af. Het was te lezen in zijn ogen, de kleur van een woeste zee. “Het is zij die achter dit alles zit, Keane. Die slet van je heeft achter mijn rug om brieven naar mijn vrouw geschreven en haalt onze naam door het slijk. En jij hebt slechts uit te brengen dat het je spijt?” Ietwat buiten adem staarde Owain zijn kleinzoon aan, deed nog een stap in zijn richting. Hij hoefde niet veel dichterbij te komen als hij de jongen wat aan wilde doen, maar hij wilde dat Keane zijn aanwezigheid voelde, dat de ernst van de situatie eindelijk tot hem zou doordringen. “Nee.” Hij blafte het woord bars richting de jongen en sloeg zijn armen over elkaar. “Probeer dat nog maar een keer. Je bent me meer uitleg verschuldigd dan dat.”
  12. [1837/1838][15+] The price for treason

    Owain tikte met het zilveren lepeltje op de rand van het porseleinen kopje, om de druppeltjes thee die er nog op zaten van het doorroeren van de melk ervan af te laten glijden. Het tinkelende geluid weergalmde door de kamer en terwijl hij wachtte liet hij zijn grijze ogen op de schilderijen aan de wand rusten; en als laatste op een schilderij wat ergens weggestopt in een hoek hing, waar Gordon Castle en de kinderen van de dreuzel-Hertogen van Richmond op waren afgebeeld. Hij dacht te hebben opgevangen dat dit schilderij was gemaakt door de hand van Evangeline Lennox, en met het luxe serviesgoed in handen liep hij naar het doek, waar hij zijn lome, kritische blik overheen liet glijden. Hij had in Cadwgan Castle ook een schilderij van Keane van haar hangen, en ook daar had hij vanochtend nog een tijdje voorgestaan. Hij had Miss Lennox nog nooit als een serieuze tegenstander beschouwd, maar nu had ze hem geen andere kans gelaten – en dat betekende dat hij meer over haar te weten moest komen, dat hij haar moest kennen als geen ander. Het was werkelijk onder zijn stand om zo’n onderzoek naar zulks een laaggeboren meisje te verrichten, en toch was de dreiging voor de Cadwgan-naam nu zo groot dat het van het uiterste belang was dat dit doortastend gebeuren zou. En daar had hij Keane voor nodig; alles wat hier was gebeurd was de fout van zijn kleinzoon en hij was degene die hen in zulks roerig vaarwater had gebracht, als wel dat hij tegelijkertijd de opening naar de tegenstander vormde die zo snel als mogelijk geëlimineerd zou moeten worden. Hij zou haar vermorzelen, vertrappen, haar boete laten doen voor de zaken die ze beweerde en op hem reflecteerden…. Hij hoorde voetstappen maar bleef staan, nam een slokje thee, keek naar de vrolijke gezichten van Lord March en zijn zusjes die daar poseerden en lachten in het hoge gras voor het Schotse kasteel. Ook Josephine stond erop, haar blonde haren perfect omhoog gestoken, haar groene ogen gevuld met een zweem van geluk. Het was vast een marteling voor Evangeline geweest om zijn schoondochter zo te moeten schilderen. Het was jammer geweest dat hij niet nog een schilderij bij het meisje had besteld. “Keane” sprak hij, zijn zware stem galmend door de ruimte toen hij zijn kleinzoon achter zich de zitkamer hoorde betreden. “Ik neem aan dat je reeds op de hoogte bent gebracht.” Het was geen vraag. Owain maande zichzelf tot kalmte maar wist dat dat niet iets was wat hij lang volhouden zou. Maar voor nu; hoe lang mogelijk hij dat zou kunnen rekken… er waren belangrijke zaken te bespreken. Hij moest Keane van enkele dingen op de hoogte stellen, en daarna was het tijd dat Keane hem van een aantal zaken op de hoogte zou brengen – en die tijd had een verwijtbaar, achterstallig karakter. Owain draaide zich langzaam om, zijn toverstaf in zijn handen, en verzegelde met een plotselinge, scherpe beweging de deur. Hij was nu alleen in de ruimte met de jongen, een gekooide tijger met zijn prooi. Voor nu bleef hij staan, dronk hij zijn thee. “Er zal opheldering moeten komen” merkte hij op, toen zijn kleinzoon bleef zwijgen. Hij herkende de blik van verschrikking op het gezicht van de jongen, de uitdrukking van blinde angst, en registreerde het als een vroege overwinning – want Keane deed er goed aan om angstig te zijn voor wat komen zou. “Maar misschien eerst een mededeling; je grootmoeder Isabella is vanochtend pijnlijk ten val gekomen en overleden.” Zijn stem klonk wellicht een tikje achteloos en tegelijkertijd was het geen leugen, niets aan hem sprak dan ook de woorden tegen. Met zijn blik op zijn kleinzoon gericht greep hij naar de binnenzak van zijn bontmantel en haalde daar twee zaken uit; de Ochtendprofeet van vanochtend en de brief die hij vlak na het lezen van de krant in Isabella’s bezit had aangetroffen. Een van de randen van de brief was onheilspellend rood gekleurd – zijn overleden vrouw had het papierwerk in haar handen gehad toen ze achterover van de trap was gevallen en haar hoofd een van de spijlen had geraakt, haar schedel opengespleten op het witte marmer. “Je kent in ieder geval één van deze objecten” sprak Owain, die zijn thee op een klein bijzettafeltje neerzette en enkele stappen richting zijn kleinzoon deed. “En met betrekking tot de ander is het van belang dat ik een antwoord van je krijg.” Hij hield de brief omhoog, Evangeline’s handschrift glimmend in het daglicht dat door de grote, hoge ramen viel. Zijn stem was vervallen tot een gefluister, de opeengehoopte spanning en woede plotseling hoorbaar. “Keane… was jij op de hoogte van deze brief?”
  13. OOC: Als Irene terug is, zal ik haar wel het topicoverzicht van het Kevangeline plot laten updaten voor diegenen die het niet meer snappen (wij snappen het ook alleen nog maar door ons planningoverzicht, haha). Dit topic is in ieder geval een gevolg op She enclosed Death's whisper within the sealed enveloppe en dit Ochtendprofeet artikel! 26 januari 1838 Huis van Keane en Josephine, Cambridge Plotseling hing zijn wereld slechts nog door aaneengerijgde touwtjes aan elkaar. Zijn zo voorzichtig uitgezette plannen, de huwelijken, de erfgenamen, zijn vrouw… plotseling was alles aan het wankelen gebracht, was alles uit evenwicht. En het kwam allemaal door haar. Owain had diep in zijn hart altijd al geweten dat Evangeline Lennox roet in het eten zou willen smijten, maar hij had gedacht dat hij haar voldoende had vermorzeld dat ze wel weg zou blijven. En och, hij had het zo verdacht gevonden toen ze het plotseling aanmaakte met de broer van zijn schoon-kleindochter, maar toen was het eigenlijk al te laat geweest. Nee… achteraf had hij haar met ijzeren vuist moeten verbrijzelen toen hij daar de kans toe had, had hij haar nooit moeten toestaan te vertrekken nadat hij Keane had gemarteld tijdens het Kerstdiner drie jaar geleden. Maar het had toen te risicovol geleken om haar iets aan te doen – en hij had gedacht dat zijn bedreigingen aan zijn kleinzoon’s adres toch ook wel haar zouden weerhouden van verdere actie. Maar nee, zowel zijn oetlul van een kleinzoon als het meisje wat hij zo grondig haatte, het kind wat hij nu het liefst zijn vrouw achterna de trap af zou willen smijten, de roodharige hoer die het waagde publiekelijk leugens te verspreiden die de goede naam van zijn familie bezoedelden… het was dan te laat, maar zij zouden hiervoor boeten. Hij zou zijn genoegdoening krijgen waar het Miss Lennox betrof, zou haar laten zien dat een slag de oorlog nog niet won. Hij zou haar niet toestaan nog een dag langer de frisse buitenlucht in te ademen, zou haar boete laten doen, laten lijden… En om dat voor elkaar te krijgen, zou hij moeten beginnen met Keane. Het ‘ongeval’ met Isabella had meer tijd van zijn ochtend in beslag genomen dan hij van tevoren had ingeschat. Ondanks de diepbedroefde Amfora’s in zijn huis gaf de dood van zijn tweede vrouw hem in elk geval een voorwendsel om het verdrietige nieuws in persoon aan zijn kleinzoon te vertellen en daarmee het huis te ontkomen. Het was een onvoorziene factor, haar dood; en hij hield niet van onvoorziene factoren. Het was de eerste en grote fout die hij in lange tijd had gemaakt. Maar aan de andere kant ook een handige fout; het zou in ieder geval de aandacht afleiden van Lennox’ afgrijselijke kranten-lek. En wat het verder met hem deed? Och, hij zou haar herdenken, natuurlijk, zou wellicht zelfs een ingestudeerde traan laten bij haar begrafenis. Maar daar was het dan ook klaar mee. Er stonden dringender zaken op het programma. Isabella’s dood was in ieder geval een fout die hij niet een tweede keer zou maken; niet zonder de plannen eerst uit te denken, uiteraard. Het was zaak dat hij nu voor de buitenwereld alles volgens de regeltjes zou doen. En dus, in plaats van het huis van zijn erfgenaam in Cambridge onaangekondigd binnen te walsen, zoals zijn eerste inclinatie was geweest, stelde hij de huiself op de hoogte van zijn komst en nam hij plaats in de zitkamer. Voor de zekerheid plaatste hij alvast wat geluidsdichte spreuken op de kamer, voordat zijn grijze, koude ogen afgleden naar de deur. Er mochten geen fouten meer gemaakt worden; door niemand niet. Er moesten oplossingen worden gevonden die tot een zekere en finale conclusie zouden leiden. Het was tijd om dat aan zijn kleinzoon duidelijk te maken – op de hardhandige manier.
  14. Writing prompt challenge: deel II

    Oke het was een prompt van heel lang geleden oke! Maar ik had het topic ook al een tijd geleden geschreven. Volgens mij was het de allereerste prompt zelfs...
  15. IC Buitenwereld Mededelingen

    18 maart 1779 - 26 januari 1838 † Met pijn in ons hart laten wij u weten dat Lady Radnor, Isabella Joanna Magdalena Amfora-Cadwgan, op 26 januari 1838 door een noodlottig ongeval om het leven is gekomen. Lady Radnor zal volgende week in besloten kring worden begraven. Ze laat haar liefhebbende man (Graaf Radnor); kleinzoon (Lord Radnor), stiefkleindochter (Lady Josephine) en achterkleinzoon (Mr. Owen Cadwgan) na. Zie, niemand van deze personen draagt de naam Evangeline Lennox; die is dan ook geen familie D<. Isabella is 58 jaar geworden.
×