Jump to content

Owain Cadwgan

Magisch Verbond
  • Content count

    79
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    4

Owain Cadwgan last won the day on November 19 2018

Owain Cadwgan had the most liked content!

About Owain Cadwgan

  • Rank
    Looks are important, but blood tells all

Profile Fields

Recent Profile Visitors

617 profile views
  1. [1838] Meet me on the battlefield

    Owain’s wenkbrauwen schoten in een uiting van milde verbazing omhoog toen Josephine hem vertelde dat zij hier op eigen naam aanwezig was, al deed het niets om de sceptische uitdrukking van woede in zijn grijze ogen te doen verminderen. Aan de ene kant zou hij niet hebben verwacht dat het meisje in dit soort plannen zou zijn meegegaan – het was een naïef soort halsstarrigheid waar hij haar op had uitgekozen, en het stelde hem toch wel teleur als Keane haar had kunnen overhalen zijn kant te kiezen. Aan de andere kant geloofde hij haar niet, maar er was te weinig ruimte om daar nu dieper op in te gaan. Op dat moment trok zijn kleinzoon namelijk zijn toverstaf en vuurde hij enkele vloeken op hem af. Owain pareerde met een simpele spreuk – niet omdat Keane’s spreuken per se zo zwak waren, maar toch wel zo verschrikkelijk voorspelbaar – terwijl een grijns zich rond zijn lippen krulde. Hij had ondertussen half door dat Lady Josephine de schouwers aan het oproepen was, maar liet dat gaan; uiteraard hadden zijn mensen de ruimte zo ingericht dat dat soort spreuken niet door de beschermende vervloekingen heen zouden komen… of niet op korte termijn, in ieder geval. “Dus je hebt eindelijk besloten jezelf te verdedigen, hm?” sprak de Graaf dreigend, terwijl hij zijn blik op het drietal liet hangen; Evangeline aan zijn rechterkant half verdoofd door de imperiusvloek, Josephine aan de linkerkant wit weggetrokken van angst en de held van het uur recht tegenover hem, een lichte blos op zijn bleke wangen terwijl de onzekerheid er klaarblijkelijk vanaf droop, als een soort puppy die met een zweem van trots weet dat hij iets stouts heeft gedaan. “Na al die jaren heb je het toch eindelijk gedurfd – bravo. Maar ik zal je eens wat vertellen…” Hij boog zich wat voorover, een duistere doch triomfantelijke blik in zijn donkergrijze ogen. “Dit is waar het eindigt. Als je goed luistert hoeft er niemand gewond te raken. Jullie laten je toverstokken vallen en komen rustig mee naar buiten, waar wij de Wegisweg per koets zullen verlaten. Op het moment dat wij – ah!” De spreuk schampte zijn achterhoofd en in een uitdrukking van woede draaide Owain zich om. Klaarblijkelijk hadden zijn mensen hem niet genoeg rugdekking gegeven, iets waar hij hen later wel voor zou straffen. Aan de andere kant van de ruimte ontwaarde hij een tovenaar waar hij nog wel een appeltje mee te schillen had, al had hij hem tot nu toe in het openbaar moeten negeren. Natuurlijk had hij geweten dat hij hier was, maar om de verrader dan ook echt hier aan te treffen… “Ontwapen hen en houd hen hier” gromde de Graaf tegen een willekeurig persoon, voordat hij mikte en een stroom vervloekingen richting de achterzijde van de ruimte vuurde. Als Daniel Bennett over de hoofden van hun personeel een duelleerwedstrijd wilde houden, dan was hij er niet één om daar veel moeite mee te hebben.
  2. [1838] Meet me on the battlefield

    Tweeëntwintig minuten en vijfendertig seconden lang was Owain Cadwgan, Graaf van Radnor, weduwnaar van twee vrouwen, echtgenoot van Aria Cadwgan-Bennett en grootvader van de meest grote lastpak van dit westelijk halfrond, zich al dood aan het ergeren aan de oetlul die hij toch ooit had aangenomen als zijn erfgenaam. Het was allemaal een grote fout geweest en dat had hij ongeveer drie seconden nadat Keane aan het tafeltje had plaatsgenomen en Evangeline Lennox met haar grote buik als een soort zeekoe naar binnen was gestampt kunnen weten. Al die jaren had hij toch gehoopt dat hij zijn kleinzoon zou kunnen vertrouwen, dat de jongen wellicht wat zou tegensputteren (maar dat toonde karakter!) en dan toch uiteindelijk zou handelen naar wat hem was opgdragen. Eerlijk gezegd had hij hier een hard hoofd in gehad in de periode dat de jongen bezig was met afstuderen van Zweinstein – maar toen had hij uiteindelijk toch Lady Josephine’s hand geaccepteerd, hij had gedaan wat hem was opgedragen, zelfs voor een opvolger gezorgd en die naar hemzelf vernoemd; en toen had het er toch even op geleken dat het toch nog allemaal goed zou komen. Uiteraard had hij de jongen rijkelijk beloond; hij had hem van studie laten switchen, van magische Economie naar magisch Recht, en had de jongen zelfs voorzien in zijn verschrikkelijke fascinatie met muziek en hem het theater geschonken waar hij kon doen en laten wat hij wilde, zolang hij er maar voor zorgde dat het niet allemaal naar de knoppen ging. Het enige wat de Graaf ervoor terug had gewild, was dat de familienaam niet werd bezoedeld en dat de jongen zijn uitgestippelde pad toch wel zo ongeveer zou volgen. En dat alles was klaarblijkelijk teveel gevraagd. Want hij had het grut heus wel met arendsogen in de gaten gehouden, en het moment dat de jongen die roodharige hoer in zijn gezichtsveld had gekregen wist Owain dat het vandaag niet zou lopen zoals hij had gewild – ondanks alle aanmaningen dat dat toch wel precies was wat hij van zijn kleinzoon had geëist. Misschien had hij zijn ogen gesloten omdat het Rhiann’s zoon was en hij niet alleen hem, maar ook haar nog een kans had willen geven – maar dat alles wat fout geweest, en nu zou hij ervoor moeten boeten. Nuja, hij zou de jongen ervoor laten boeten, uiteraard; maar dat betekende voor nu dat hij zo te werk zou moeten gaan dat de juiste kaarten uiteindelijk toch in zijn handen zouden vallen. En dat betekende; geduld. Nu was dit een kwaliteit die Owain doorgaans bezat, maar het was toch wel wat veel dat hij moest aanzien hoe Keane zich verdronk in de blik van het meisje, hoe zoetsappig hun handen in elkaar gleden – en toen Lennox ook nog naar voren boog en het lef had om het gezicht van zijn erfgenaam op die manier aan te raken had hij toch bijna zichzelf vergeten en het liefst alles opgeblazen om maar van het gedoe af te zijn. Maar dat zou hij nooit doen. Zulks een explosie zou toch wel wat lastig uit te leggen zijn, zeker nu hij wist dat de Bennetts en al die anderen erbij betrokken waren. Dus hij had zich ingehouden; maar toen kwam het moment dat hij erachter moest komen dat zelfs zijn schoondochter bij deze plannen betrokken was, en woede vlamde op in zijn onderbuik. Hij had het meisje er nimmer bij betrokken, haar vertrouwende dat ze nooit zou meewerken aan plannen van Keane om hemzelf omver te werpen (als de jongen al gedurfd had zoiets te uiten). Maar dat het dan toch zover was gekomen, dat Keane hem dit daadwerkelijk flikte terwijl hij toch zo zijn best had gedaan om alles tot in de puntjes te regelen zodat Evangeline Lennox in zijn klauwen zou vallen en hij de macht over hen beiden zou hebben; dat was laag. En al was het rationeel gezien wellicht beter geweest om te wachten (en daar was toch over te twijfelen, want wat zou nog een beter moment zijn?) wist Owain Cadwgan dat dit het moment was om te handelen. Een groot deel van de mensen in deze kroeg waren zijn mensen, die wel wisten hoe ze een schandaal in een doofpot zouden moeten stoppen; het overgrote gedeelte van de goede kaarten lag bij hemzelf. Deze absurde situatie moest tot een einde worden gebracht. “Lady Josephine, Miss Lennox… Keane.” Neerbuigend keek hij op zijn kleinzoon neer, zoveel minachting in zijn blik dat hij de woorden 'Lord' niet eens over zijn lippen wilde krijgen. “Wat hebben jullie hier een fijn onderonsje gecreëerd. Zo’n gezellig… drietal. Maar ik denk dat dit wel voldoende is voor ons poppenspel, hm? Het heeft weinig zin om nog te wachten welk verrassend einde jullie voor ons in petto hebben.” Owain glimlachte onheilspellend – een glimlach die zijn grijze ogen niet bereikte. “Ik heb een dringend verzoek voor Miss Lennox om zich bij mij te voegen en het gelukkig huwelijkskoppel toch wat privacy te gunnen – ze hebben vast zoveel te bespreken; al is er klaarblijkelijk al zoveel gezegd.” Zijn blik, vertrokken van koude woede, veranderde niet terwijl hij zijn toverstaf trok. “En ik ben bang dat ik geen nee accepteer.” Loom richtte hij zijn staf op Evangeline. “Imperio.”
  3. Les liaisons dangereuses

    25 Maart 1838 Cadwgan Castle, Wales Geachte Rhiannon, [De inhoud van deze brief wordt vooralsnog vanwege plotredenen niet gedeeld] Met vriendelijke groet, Lord Radnor
  4. Les liaisons dangereuses

    20 maart 1838 Cadwgan Castle, Wales Keane, Je begrijpt natuurlijk wel dat ik je normaalgesproken van mijn leven niet zoiets zou laten versturen naar dat wicht, maar omdat ik vrees dat er geen andere keuze is omdat ze wederom zal weigeren zal ik het voor deze keer door de vingers zien. Weet echter dat dingen zoals dit tegen ons kunnen worden gebruikt in de rechtszaak, dus ik druk je op je hart om op te passen wat je tegen haar zegt – zeker in papieren vorm! Zie in de bijlage mijn wijzigingen tegemoet. Tot morgen. Ik neem aan dat je hier in de vroege ochtenduren voor ons huwelijk zal zijn, al vind ik het nog steeds vreemd dat je Lady Josephine en Owen eerder hebt laten komen. Mijn verloofde Aria en ik verwachten je. [de brief is niet ondertekend, maar bevat enkel het zegel van de Cadwgans]
  5. Les liaisons dangereuses

    17 maart 1838 Londen, Aria’s huis Keane, Je hebt haar verdomme overtuigd na al die tijd dat je getrouwd bent geweest met Lady Josephine nog een kind van je te willen, dus je zal haar nu ook maar moeten overtuigen. Schrijf wat je niet laten kunt en ik zal zien of het iets acceptabels oplevert. Daarnaast heb ik gezien dat haar felicitaties met betrekking tot mijn huwelijk missen. Ik zal het onthouden. Met vriendelijke groet, De Graaf van Radnor
  6. Natuurlijk wilde ze met hem trouwen – zij zei het, hij dacht het. Owain had het uiteraard niet aan haar gevraagd als hij ook maar had getwijfeld over haar antwoord, en als ze iemand was geweest die zou twijfelen wanneer een Graaf om haar hand vroeg dan was ze hem nooit waard geweest. Nee – trouwen, dat soort zaken; dat was business, en daarmee iets wat Keane nooit leek te kunnen begrijpen. Maar aan de andere kant was het verre van een verschrikking om met Aria te trouwen, was hij er zelfs verheugd om, en zette het de eerste stappen van zijn plan in werking; de Cadwgans moesten weer heel worden en de uiterlijke verschijningsvorm terugkrijgen van één grote en blije familie. Met Aria als zijn madre familias zou dat wel goed komen. De Graaf haalde een donkerblauw, fluwelen doosje uit zijn jaszak en tikte er eenmaal op met zijn toverstaf. Het doosje opende zich en verhulde een prachtige, zilveren ring met enorme diamant, gedragen door een klein, charmant gesmeden drakenkop – het wapen van de Cadwgans. Owain pakte de ring voorzichtig op en schoof deze aan Aria’s vinger, waarna hij opstond en haar mee naar boven trok. “Mijn bruid” sprak hij, een noot van trots in zijn stem, voordat hij zich naar haar toeboog en de voorlopige verbintenis met een kus verzegelde. “Ik wil wel iets langer wachten dan de wettelijke termijn van drie weken” sprak Owain, toen hij haar had losgelaten. “Maar het liefst ook niet te lang – als dat u zindt, uiteraard. Och, er is zoveel te doen! Maar gelukkig staat mijn personeel voor ons klaar. Heeft u nog specifieke wensen voor de bruiloft?” Hij wist alleen niet goed wat hij ervan vond als haar broer zou komen opdagen – aan de andere kant, laat hem maar komen. Owain zou hem wel eens laten zien wat zijn juridisch tegenstanders daadwerkelijk waard waren en waar Daniel Bennett zichzelf had ingestort.
  7. Les liaisons dangereuses

    25 februari 1838 Cadwgan Castle Beste Keane, Ik vroeg je een afspraak met Miss Lennox in te plannen met het doel haar te laten instemmen, niet om haar een formele brief over uilen te sturen. Wacht haar antwoord maar af, anders mag je het nogmaals proberen. Je doet er daarnaast goed aan om te weten dat ik de kleine veranderingen in jouw kopie van de brief en het origineel heb opgemerkt. Ik zal ze ditmaal door de vingers zien omdat het slechts grammaticale verbeteringen betreft. Weet dat ik al jouw en haar brievenconversaties controleer. Met vriendelijke groet, Lord Radnor
  8. Les liaisons dangereuses

    15 februari 1838 Cadwgan Castle Beste Keane, Naar aanleiding van ons laatste gesprek breng ik je graag schriftelijk op de hoogte van het feit dat het mijn wens is dat je Miss Lennox vraagt ons beiden in persoon te ontmoeten. Nu Isabella haar laatste rustplaats heeft gevonden en de gemoederen wat zijn bedaard, denk ik dat het een goed idee is om voor deze lastige situatie als volwassen mensen een passende oplossing te vinden. De onzekerheid heeft ondertussen lang genoeg geduurd, en dit kan voor alle betrokken partijen enkel vervelende consequenties tot gevolg hebben. Ik zal Mr. Bennett ook inlichten wat betreft deze wens. Laat me weten wanneer je de brief hebt gestuurd. Streef voor een datum begin april; dat geeft ons voldoende voorbereidingstijd. Daarnaast zal er binnenkort naast al het verdrietige nieuws ook iets heugelijks te vieren zijn; gisterenmiddag heb ik Mrs. Adler tot mijn echtgenote gevraagd en ik kan je mededelen dat zij heeft ingestemd met mijn verzoek. Wij zullen aanstaande woensdag 21 maart met elkander in het huwelijk treden, waarbij zij zal verworden tot Lady Radnor, Gravin van Radnor. Ik verwacht uiteraard dat jij en Lady Josephine er zullen zijn en dat je zult optreden als getuige en ringdrager. Laat Lady Josephine Owen meenemen. Ik zal ervoor zorgen dat ze zich daarnaast zal kunnen ontfermen over de kinderen van Mrs. Adler. Er gaat vanavond een bericht uit naar de Avondprofeet. Met vriendelijke groet, Lord Radnor
  9. IC Buitenwereld Mededelingen

    Vrijdag 15 februari 1838 De Edelachtbare de Graaf van Radnor verzoekt met vreugde uw aanwezigheid op de bruiloft van: Aria Narcissa Adler-Bennett en Owain Charles Edward Cadwgan Op 21 maart 1838. De gehele familie (alleen mensen die er daadwerkelijk bijhoren) zullen bij deze feestelijke gebeurtenis aanwezig zijn.
  10. Owain glimlachte sluw. “Aria…” Galant pakte hij haar hand en legde hij zijn andere, vrije hand losjes op de hare, een twinkeling in zijn grijze ogen. “U bent een vrouw van mijn hart, als ik zo vrij mag zijn om dat te zeggen. Soms zijn contracten aan verlenging toe, en soms…” Zachtjes kneep hij in haar hand. “Soms is een eenzijdige opzegging meer op zijn plaats.” Of hij insinueerde dat ze iets met de dood van haar man te maken had? Wellicht. Zeker weten wist hij het niet, maar het leek toch een logische stap. “Natuurlijk zal er een adequate tijdsspanne moeten worden aangenomen, maar…” Het was de vierde keer in zijn leven dat hij op zijn ene knie zakte, en geoefend keek hij haar aan. Normaalgesproken was driemaal scheepsrecht, en het zou inderdaad de derde keer zijn dat hij bij het altaar aan zou komen met een toekomstige echtgenote aan zijn zijde. De tweede en derde keer had hij minder gevoeld dan nu, had hij zich gedreven gevoeld door zijn ouders en daarna door de kosten-baten analyse die hijzelf op zijn bruid had losgelaten. De eerste keer was hij daarentegen haast net zo dom geweest als zijn kleinzoon, al zou hij natuurlijk nooit dergelijke fouten hebben begaan. Maar met Aria was hij verheugder dan hij van zichzelf had verwacht, roerde ze gevoelens aan die hij allang niet meer had gevoeld. “Aria Adler-Bennett” sprak de Graaf, want het was beter om haar meisjesnaam te gebruiken dan die van de dreuzel. “Zou u mij het genoegen willen doen mijn hand te accepteren en met mij te trouwen?” Hij bracht de rug van haar hand naar zijn lippen en kuste deze loom. “U zou de mooiste Gravin zijn die Radnor ooit heeft gekend.”
  11. [1837/1838][15+] The price for treason

    De Graaf keek hoe Lady Josephine naar zijn kleinzoon toesnelde en hem wat water toediende. Het meisje was in een lastige positie gebracht vandaag – een die bijna nog precairder was dan die van hemzelf, al zou de last op zijn eigen schouders vallen om de situatie tot een goed einde te brengen. Hij liet zijn blik voor een moment over haar heen glijden. Het zag ernaar uit dat ze had gehuild, al had ze het goed verborgen. Arm schaap. Aan Keane zou ze ook niet veel hebben vandaag (of op welke dag dan ook, eigenlijk). Dat betekende echter niet dat hij haar uitnodiging niet aan zou nemen; in tijden als dit moest zichtbaar zijn dat de familie bij elkaar bleef, in hoeverre er dan ook scheuren en barsten tussen hen zouden ontstaan. “Dat zou erg fijn zijn, dank u wel. Uw hulp wordt erg gewaardeerd” sprak Owain loom, en hij schonk haar een ondiepe buiging. “In tijden als deze zijn familiebanden belangrijker dan ooit – als we intern sterk zijn, zal er nooit een externe partij tussen kunnen komen.” Hij grimaste vriendelijk naar het meisje en knipte in zijn vingers om de huiself zijn mantel en hoed te laten halen. Uit Keane had hij vandaag toch niet meer kunnen trekken, zeker nu zijn schoondochter thuis was gekomen. Daarbij kon hij toch niet te lang van Cadwgan Castle wegblijven – er moest inderdaad nog veel gebeuren, en de Amfora’s zouden op hem wachten om volgende stappen in het regelen van Isabella’s begrafenis te ondernemen. Toch had hij het gevoel dat hij Lady Josephine nog een hart onder de riem diende te steken, want hij vertrouwde er niet op dat ze dat gevoel van haar echtgenoot zou ontvangen. Owain zette een stap dichterbij en legde in een gebaar van geruststelling een hand op haar bovenarm. “Wanhoop niet” sprak hij zachtjes, wetende dat zij zou begrijpen waar hij het over had, zijn grijze ogen op haar gericht. “Ik ben ermee bezig en zal u op de hoogte houden. Ik weet dat het lastig is, maar weet dat ik ons zal beschermen en achter u zal blijven staan. Over mijn lijk dat u uit de familie wordt gezet, my lady.” Owain sloeg vluchtig een kruis en boog. “U hoort van mij.” De Graaf van Radnor draaide zich om en liep met grote stappen de zitkamer uit. [OOC: Owain out~]
  12. Ah, ze gaf letterlijk toe dat ze zonder haar man beter af was – dat klonk zo.. bevrijdend, zeker als je uit cirkels kwam waar men doorgaans niet zei wat daadwerkelijk werd bedoeld. Het was uiteraard ook een tikkeltje gevaarlijk, maar omdat ze getrouwd was geweest met een dreuzel wellicht net geoorloofd. Owain gniffelde dan ook zachtjes en zette het theekopje neer waarvan hij zojuist een slok had genomen – om uiteraard het volgende moment een iets serieuzere blik op zijn gezicht te toveren. “Tragisch, tragisch” sprak hij hoofdschuddend. “Als je zo lang getrouwd bent, dan wordt zo iemand haast… meubilair”. Dat was een belediging aan het adres van zijn wijlen echtgenote Isabella uiteraard, ingepakt in zoete woordjes. Bijna glimlachte hij. Owain was geen moment treurig geweest om het verlies van Isabella, al was hij wel teleurgesteld geweest in zichzelf dat hij zich zo had laten gaan en baalde hij ervan dat haar dood een onnodige risicofactor vormde; natuurlijk was een niet-natuurlijk overlijden in zijn business soms… onoverkomelijk, maar zolang het verholpen kon worden was het niet de meest preferente optie. Isabella’s dood had zeker voorkomen konden worden. “Maar het geeft ook… mogelijkheden” voegde de Graaf eraan toe, terwijl hij Aria een berekenende blik schonk. “Vertel me, Aria…” Hij nam nog een slokje van zijn thee, haast nonchalant. “Heeft u er ooit aan gedacht om opnieuw te trouwen?”
  13. Ah, de kinderen vroegen naar hem – dat was een goed teken, al ging het alleen maar om de cadeautjes. Owain had gewild dat ze hem vanaf een vroeg stadium in hun leven hadden, dat hij er in ieder geval enig deel van uitmaakte, hoe klein dan ook. Dat was wat Keane niet had gehad, en dat was wellicht dan ook een reden waarom hij nu zoveel moeite had zijn kleinzoon in het gareel te houden. Nee… het was slim van hem geweest om aan een back-up te denken, en nog slimmer om er nog bij betrokken te zijn ook. En wat hij nu dan weer van plan was… nuja, dat was kortweg een meesterzet, al zei hij het zelf – mits Aria de zet accepteren zou, uiteraard. Klaarblijkelijk ingenomen met haar antwoord glimlachte de Graaf en liet hij zijn blik op haar hangen. “Dat doet mij deugd” sprak hij, ietwat overbodig. Hij knikte kortaf richting de bediende die hem zijn thee kwam brengen die hij eerder had besteld. “Het is een goed stel, uw kinderen. Een goede.. stamboom.” Hij leunde wat achterover. Hij moest haar vast overvallen met zijn vragen, maar door alle drukte en chaos was hij helaas niet in staat geweest om hier een middag of avond omheen te plannen. Uiteindelijk zou dat haar waarschijnlijk niet uitmaken, want als hij Mrs. Adler een beetje inschatte was ze haast net zo praktisch ingesteld als hijzelf. Desalniettemin wilde hij haar de beleefdheid doen toekomen om de tijd voor haar te nemen. Ook dat zou ze waarderen, zo schatte hij haar in. “En u?” vroeg Owain, redelijk vrijpostig voor zijn doen. Hij nam een slok thee zonder zijn blik van haar af te trekken. “Mist u uw man, als ik vragen mag?” Nu hij zijn eigen vrouw ook nog geen drie weken geleden had verloren, was dat vast een geaccepteerde vraag geworden. “Of was hij voor u ook geen stabiele basis?” Het was tenslotte een dreuzel geweest.
  14. Owain wierp Aria een ietwat schalkse blik toe, zeldzaam in die zin omdat zelfspot niet iets was wat vaak met de Graaf werd geaffilieerd. Maar hij voelde zich op zijn gemak bij Aria; de laatste maanden was hij best gesteld geraakt op haar gezelschap, welke hij opzocht onder het mom van de kinderen – uiteraard. Het bleek maar weer dat je nooit genoeg back up erfgenamen kon hebben. “Een dieper dal dan de huidige situatie lijkt me haast onvoorstelbaar” sprak hij, op een toon die bij de eerdergenoemde blik hoorde. Zijn vrouw lag nog geen twee weken koud in haar graf en Lennox’ brief domineerde nog steeds in de kranten en danszalen in het gehele Verenigd Koninkrijk. Heel veel slechter nieuws dan dat zou hij niet kunnen verdragen. Ook hij zakte neer in een fauteuil tegenover de vrouw en hij keek haar aan, een schattende blik op zijn gezicht. “Mrs. Adler – Aria…” Hij leunde wat voorover, zodat hij ongemerkt wat dichterbij zat. “Ik heb een vraag voor u… een voorstel, eigenlijk. Ik kom daar zo op terug. Eerst…” Een vraag als dit had toch wat inleiding nodig. “Hoe zijn de kinderen? Ik vroeg me eigenlijk af…” Owain glimlachte ietwat sinister. “Vragen ze ooit nog naar hun vader?” Ze had vast wel door dat hij het niet over Daniella had.
  15. 14 februari 1838 – Valentijnsdag Londen Dat Owain Cadwgan was overvallen door het slechte nieuws van Evangeline’s claim op de ring aan de vinger van zijn kleinzoon en dit zelfs in de Ochtendprofeet had moeten lezen, betekende niet dat hij de afgelopen weken stil had gezeten. Isabella, zijn echtgenote die het helaas met haar leven had moeten bekopen omdat ze niet alleen bij de ontdekking van het kwaad in de krant was geweest, maar er ook nog eens meer dan 24 uur voor het drukken van de krant vanaf had geweten maar dit in blinde paniek niet aan hem had door gecommuniceerd, lag ondertussen allang en breed in haar grafkist onder de grond. Owain had haar groots begraven, in het bijzijn van Keane, zijn schoondochter Josephine en het kersverse baby’tje die hij naamgenoot noemen kon, alles om maar te laten zien dat ze één waren; dat er in deze tijden niets sterker was dan familie (en er toch echt reeds een prille erfgenaam tot het Cadwgan fortuin bestond). Maar daarnaast had hij ook veel tijd besteed aan het uiteen zetten van zijn plannen. Hij had geconformeerd dat Evangeline Lennox zich inderdaad bij zijn dochter Rhiann bevond; en dit was zulks heugelijk nieuws dat het al het andere toch wel had overschaduwd. Daarnaast had hij de twee vrouwen extra laten beveiligen – uiteraard niet alleen voor hun eigen veiligheid, maar voornamelijk zodat hij ongemerkt hun doen en laten kon achterhalen. Hij wist met wie ze contact hadden, hij wist wanneer zie met wie contact hadden, en hij wist dat ze voorlopig ondergedoken zouden blijven in Clearwen Valley tot zich een duidelijker plan had gevormd. De twee dachten overduidelijk dat ze veilig waren in het Welshe dreuzeldorp, maar als Rhiann toch daadwerkelijk haar hersenen zou gebruiken, zou ze weten dat ze nooit veilig zou zijn voor een man als haar vader. Ook had hij eens goed nagedacht over zijn huidige positie. Het was niet goed voor een man van zijn stand om te lang alleen te blijven, zeker nu de familienaam zulke beschuldigingen te verduren kreeg – en hoewel het een risico was, hij zeker ook andere opties had overwogen en er niet geheel zeker van was om er goed aan te doen, was er toch wel één vrouw waar hij in zijn keuzemogelijkheden steeds weer op terugviel. Ze was perfect omdat ze een spil leek te zijn in de stromen die zich tegen hem leken te werken, namelijk zijn eigen dochter en een zekere Daniel Bennett. Owain kende Daniel uiteraard goed, had vele jaren zaken met hem gedaan; en eerlijk gezegd was dit verraad hem slechter gevallen dan hij van te voren had kunnen bedenken. Natuurlijk kon je zulks een Bennett niet vertrouwen, maar ze hadden toch al die jaren een goede, professionele relatie met elkaar gehad. Een stap als dit was ronduit… jammer. Maar goed, een rationele man als de Graaf van Radnor zou zulke emoties natuurlijk nooit openlijk naar boven brengen, en hij had er vanaf gezien om Mr. Bennett publiekelijk of in het privé te confronteren, op zijn hoede voor wat er naar buiten gebracht zou worden. Nee; Owain had zo zijn eigen methodes om voor elkaar te krijgen wat hij wilde, en in dit geval had dat ook nog eens te maken met het feit dat hij zijn bloedverwante kinderen veilig wilde stellen en Aria Adler gewoonweg een bloedmooie vrouw was. Wellicht een nadeel? Dat hij zich jaren geleden had voorgenomen toch immer met volgzame vrouwen te trouwen. En Aria was veel, maar dat toch niet geheel. Daarnaast had hij ook weinig zin om met types al Mrs. Daniella Ingram opgescheept te zitten; aan één recalcitrante dochter had hij dan toch wel genoeg, laat staan een ander die zich moedwillig in de meest schaamteloze situaties stortte. En toch, na al zijn rationele overpeinzingen, stond hij hier voor haar deur en liet hij zijn bediende voor hem aankloppen, zodat haar bediende aan haar kon doorgeven dat hij was gearriveerd. Hij had uiteraard een uur geleden zijn aankomst aangekondigd, zodat ze zich kon voorbereiden op zijn komst. Aangekomen in de zitkamer hoefde hij dan ook niet lang te wachten en hij glimlachte onwillekeurig, ondanks zichzelf. “Mrs. Adler” sprak hij loom, terwijl hij boog en haar hand kuste. “Het is zoals altijd een genoegen. Ik hoop dat ik u niet stoor? Het spijt me dat mijn aankondiging u op de valreep heeft bereikt…” Hij knikte haar toe, zijn grijze ogen op haar gericht. “Maar ik had niet het idee dat dit tot morgen kon wachten.” OOC: Prive met Lily!
×