Jump to content

Eric Silvershore

Magisch Verbond
  • Content count

    486
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    10

Eric Silvershore last won the day on June 18

Eric Silvershore had the most liked content!

About Eric Silvershore

  • Rank
    Aan elke kust zit een zilveren randje.

OOC Profiel Informatie

  • Naam
    Annemarie

Profile Fields

  • IC Burgerlijke Staat
    My marriage is much better now that my wife is in a coma
  • Beroep
    An in-depth analysis of the law from both sides

Recent Profile Visitors

1,192 profile views
  1. [1838/1839] Reasons not to die

    Hij loog niet altijd! Hij loog veel... Maar hij probeerde tegen Felicia juist meestal eerlijk te zijn, had bij haar meestal ook geen reden om te liegen. Over veel dingen niet, tenminste. Hij kon haar meer vertellen over zijn leven en zijn plannen dan aan wie dan ook anders, wilde haar ook meer vertellen, omdat ze zo met zijn leven en zijn plannen vervlochten was. Hij zei alleen niets als het nodig was om niets te zeggen. Als ze het even niet kon hebben, bijvoorbeeld, omdat ze in Azkaban zat en daar al bijna aan onderdoorging en meer dan genoeg aan haar hoofd had. Maar toen had hij haar toch ook verteld dat hij haar moeder had gedood? Ze hadden daarom toch juist een uitstapje naar buiten de gevangenis gekregen. En over Lissa had hij haar ook verteld, toen ze weer thuis was en er weer iets mee kon... En hij liet haar in zijn hoofd, en hij gaf haar inkijkjes in zijn meest beschermde gedachten... Oké, hij loog over Isaac. Oké, hij loog over Seth – niet dat ze daar veel naar vroeg – en... goed, hij loog over zijn vader en hij verbloemde die elementen van zijn geschiedenis waarvan hij wist dat ze er met afschuw op zou reageren maar hij liet haar tussen de regels toch veel weten? Ze had een beter beeld van hoe hij was dan wie dan ook. Overigens, kon hij voor dit soort momenten niet zijn tweeling trainen dat ze iets van zich lieten horen zodat hij een excuus had om zich uit de voeten te maken? Dat ze reageerden op de scherpe stilte die nu was gevallen. Hij zuchtte, de spijt in zijn ogen te lezen maar niet in zijn uitdrukking per se. “Jij bent ook niet objectief, hij had je bijna vergiftigd.” Daarom was ze juist heel objectief, maar goed. “Ik kan... ik kan er niet mee leven, als jij hem doodt, Felicia. Als het moet, doe ik het zelf wel.” Want hij vond het minder belangrijk dat hij nog zou kunnen leven met zichzelf, dan met het meisje dat zich uit zijn armen had losgemaakt inmiddels.
  2. [1838/1839] Reasons not to die

    “Wat?” Hij maakte zich los, ging rechtop zitten, keek haar scherp aan. Ja, het was beter om er zo min mogelijk mensen bij te betrekken, maar Eric telde niet als ‘mensen’, en als ze hem ergens niet bij betrok dan ging het niet om dat argument. Dan ging het erom dat ze hem niet vertrouwde, zijn inschatting niet vertrouwde, en dat stak. Zijn vader die te overlijden kwam en hij die zich altijd af zou moeten vragen of dat aan zijn ‘vrouw’, aan zijn geliefde had gelegen? Dat zou ook steken. Dat kon hij niet aan. Op meerdere fronten. Want hij zou op die manier zijn vader verliezen, iets wat hij tot nog toe altijd schielijk gemeden had. Het zou zijn schuld zijn: hij had Felicia in leven gehouden. Hij had geen spijt, maar hij wilde dat ook nimmer krijgen. En hij durfde evenmin te wedden dat hij Felicia niet verliezen zou bovendien. Omdat wanneer zoiets tussen hen kwam... omdat hij niet wist of hij daarmee in het reine zou kunnen komen. Dus sprak hij woorden die hij tot aan dan toe nooit had gedacht tegen haar te zullen gebruiken. “Ik verbied het, Felicia.” Bam. Hij had er onmiddellijk spijt van. Wat was het punt van Felicia dingen verbieden? Gehoorzaam was ze niet. Maar hij had het gezegd.
  3. [1838/1839] Comitting the truth

    Het ging om het principe. Het principe. Het was zo’n soort vrouw. Meisje, eigenlijk, want een kind in de tienerjaren en een baan op het Ministerie en het feit dat ze ouder was dan hij deden er allemaal niets aan af dat ze op deze manier, met deze naieve gedachten, in zijn hoofd altijd een meisje zou blijven. Vrouwen hadden tenminste over het algemeen nog het instinct om hun naïeve gedachten als naïeve gedachten te laten. Goed, af en toe misschien een klein beetje dingen voor goede doelen doen zoals fundraisers en diners en mandjes verkopen en wat het verder allemaal al niet meer was, maar over het algemeen geen dingen die hen een strafblad op konden leveren. “Ja. Het principe in kwestie is, denk ik, iets als ‘staatsgeheim’. Klinkt dat bekend? Ik weet zeker dat er boeken over beschikbaar zijn. De meesten niet eens illegaal.” Hij haalde een hand door zijn haar. “Maar je doet het niet slecht. Met een beetje extra moeite, kunnen we er denk ik voor zorgen dat niemand erachter komt. Niemand anders, tenminste...” Hij trok een mondhoek op. “Maar ik zou het zo vergeten, als je ze gewoon naar mij doorstuurt.”
  4. [1838/1839] Reasons not to die

    “Die kans valt heus mee,” voerde Eric rustig aan. “Het lijkt voor ons duidelijker, omdat we weten dat er iets is, omdat we weten wat er is. Eigenlijk, uiterlijk, zonder die voorkennis, merk je echt niets aan ons, hoor.” Ook al had hij Felicia’s conclusies inmiddels wat af weten te zwakken, desondanks wilde hij hierin wederom geen risico nemen. Beter om alle argumenten aan te voeren die hij had, dan ook maar een kansje te laten dat ze zou blijven denken dat dit toch echt het beste idee was. Zou ze toch wel, ze was ontzettend eigenwijs, Ravenklauwers waren altijd overtuigd van hun eigen gelijk. Maar dan had ze in elk geval alles ertegen gehoord wat hij tegen haar in kon brengen en misschien dat er iets bleef hangen. “Er zijn altijd zoveel dingen waar hij enige stress aan kan wijten - ons waardeloze huwelijk enzo...” Wat dat betreft erg handig, nietwaar, al had hij gewild dat hij of vooral Lissa daar destijds wat minder demonstratief in was geweest: het was nu vermoeiend om het soms geloofwaardig vol te houden. Vaak vermakelijk ook wel... maar soms ook gewoon teveel. Hij fronste, keek haar aan. “Verschrikkelijk... nee, natuurlijk niet.” Hij haalde zijn schouders op. “Zou ik in jouw positie ook doen.” Maar cruciaal, hij zat niet in haar positie. “Je kent hem niet zoals ik hem ken...” Voorzover Eric zijn vader kende. Had ze gelijk? Dat wilde hij niet weten. “Je zou het me wel zeggen, toch? Als je zoiets ging doen?”
  5. [1838/1839] Comitting the truth

    Hij glimlachte half. Ah, het was altijd irritant als dit niet makkelijk ging, als je mensen eerst moest overtuigen van het feit dat je ze in de tang had. Waarom zou hij dit zeggen, waarom zou hij haar aanspreken, als dat niet zo was? Maar ja, vanaf haar kant bezien was het misschien niet compleet bizar dat ze wilde kijken of hij niet blufte. Ze kon niet weten dat hij nooit blufte. “Ik weet wat erin staat. De grote lijnen althans. Ik weet niet wat jij er interessant aan zou vinden,” wees hij haar rustig op die nuance in zijn woorden. “Weet je dat je voor het mee naar huis nemen van zulke gevoelige informatie gevangenisstraf kan krijgen? Tot een jaar of drie, vijf misschien wel? Dus ik neem aan dat je een goede reden had om het risico te nemen.” En hij was benieuwd naar de reden, de motivatie, de alles. Ze had een kind, volgens haar dossier en verder geen connecties. Waar had ze allerlei diplomatenberichten voor nodig? Voor wie werkte ze? “Vertel. Of ik roep nu de beveiliging erbij, dat is de andere optie.”
  6. [1838/1839] Comitting the truth

    Eric hield altijd redelijk goed in de gaten wat er op zijn werk zoal allemaal gebeurde. Dat was waarschijnlijk niet verrassend, want Eric hield altijd alles nogal goed in de gaten, zie je. Hij was te paranoide om wat dan ook aan het toeval over te laten en hij was het zo gewoon dat het inmiddels ook gewoon automatisch ging. Enfin, het had hem ook nog nooit windeieren gelegd. Kennis was wederom macht, ook in deze setting en weten wat iedereen aan het doen was gaf je macht over hen. Dat kon zijn omdat je op het geschikte moment ze de juiste informatie kon geven en een helpende hand kon bieden, maar het kon ook wat drastischer zijn, dat je in iemands vaarwater kon gaan zitten, per ongeluk. Of, zoals nu, simpelweg chantage. “Goedenavond,” groette hij Meghan met een halve glimlach. “We zijn volgens mij nog niet formeel aan elkaar voorgesteld - Eric Silvershore, aangenaam.” Hij boog lichtjes. Ze was zo erg met haar werk bezig geweest dat ze hem nauwelijks op tijd had gezien. Muts. “We kunnen hier een tijdje omheen dansen, maar dan loopt dit alleen maar uit en ik heb nog een andere afspraak... dus, ik weet dat je documenten mee naar huis hebt genomen. Dat je hier bent voor informatie. Iets interessants gevonden tot zover?”
  7. [1838/1839] Reasons not to die

    Ha, kijk, dit argument werkte beter. Hij kroelde haar een beetje, aaide over haar rug en stond er maar weer eens versteld van hoeveel ze eigenlijk van hem hield. Want dat was natuurlijk de reden dat dit argument wel werkte en ‘ik ben nogal dol op mijn vader’ niet: de negatieve consequenties voor hem bij dit voorstel werden nu duidelijk en voorstelbaar en rationeel, en die woog ze dan op tegen haar eigen problemen en dan had hij vastere grond onder zijn voeten. Terwijl hij de consequenties in eerste instantie eigenlijk groter vond of erger vond. Hij had al meerdere kansen gehad om te doen wat hij volgens Felicia moest doen wat betreft zijn vader. Om hem te doden of tenminste om niet zijn leven te redden. Maar hij was voor dat laatste gegaan, telkens weer, omdat hij niet klaar was voor het alternatief en dat misschien nooit zou zijn. “Misschien vind hij het over een tijdje minder erg?” opperde hij schouderophalend. “Het zou niet meer zoveel uit moeten maken – we hebben het verborgen, dus David is gestraft, en het was een ongeluk.” Met Vasilisa. Ja, desondanks ging Thomas het verschrikkelijk vinden. Verraad. Was het ook. En bovendien zou het duidelijk maken dat Eric dingen voor hem kon verstoppen. Die confrontatie zou niet goed gaan. “Maar hoezo kun je je niet voorstellen dat hij er nooit achterkomt? We hebben nauwelijks sporen achtergelaten en hij let nou ook weer niet zo goed op je.” Want hij is sexistisch en allang tevreden met je, want, babies en manieren.
  8. [1838/1839] Reasons not to die

    Ugh! Ja, het is ook nooit goed, Eric, dan weer vind je je vrouw te dom voor woorden, dan weer wen sje dat ze net iets minder snugger was. Het lag er waarschijnlijk aan dat een dom persoon hem irriteerde en een slim persoon toch altijd tegen zijn verwachtingen indruiste – omdat hij eigenlijk, stiekem, wel heel erg met het idee was opgegroeid dat de vrouw deed wat de man zei en daar geen vraagtekens bij plaatste. Zijn moeder zou nimmer op deze manier tegen zijn vader ingaan. Ze zou misschien het oorspronkelijke punt hebben gemaakt, nu ja, niet dit oorspronkelijke punt maar in een normale discussie waar ze het niet eens waren. Waarschijnlijk niet, waarschijnlijk zou ze vanaf de start de leiding aan Thomas hebben gegeven, maar goed. Als ze haar eerste punt had gemaakt, en haar man gaf de indruk dat hij het er niet mee eens was, dan zou ze er meteen weer mee zijn gestopt en dat was natuurlijk niet keurig enzo. Maar het was wel makkelijk. En als het ging over de mogelijke dood van zijn vader, dan gaf hij misschien wel een beetje de voorkeur aan makkelijk. “Het is niet hetzelfde,” zei hij kalm. “Iedereen is gevaarlijk, iedereen die ergens toe in staat is. Ik dood niet iedereen die gevaarlijk is, ik zou nooit meer thuiskomen.” Hij glimlachte, streelde langs haar wang, want hij was wel thuis nu en konden ze daar niet gewoon op focusen? Nee he, niet echt. “Maar we hebben mijn vader nodig. Anders komt het hele Silvershore imperium bij mij terecht, en daar heb ik ronduit geen zin in.” Zou dat argument dan beter werken?
  9. [1838/1839] Reasons not to die

    Nou zeg. Alsof hij Felicia het ooit eerder alleen had laten uitzoeken. Ja, dit was het plan B, maar het was een verdomd goed plan B, nietwaar? Plan A was geweest dat zij zich daadwerkelijk in een kist onder de grond bevond op dit moment! Hij had haar nu toch al vaak genoeg uit de problemen gehaald – een vuurwapengevecht, bijvoorbeeld, dat akkefietje met zijn pa en oh ja, Azkaban – dat ze hem een beetje zou moeten vertrouwen? Er althans niet bij voorbaat van uit moest gaan dat hij zijn zaken niet op orde had, wanneer die zaken nu juist haar veiligheid en geluk en gezondheid aangingen? Hij vond dat hij dat dan desondanks toch wel een beetje had verdiend. Bovendien, natuurlijk had hij andere plannen. Hij had haar toch al af en toe op een romantische tour van zijn safehouses meegenomen. Ze wist dat er sommige waren van welke zijn vader niets af wist. Plan B was er wel. Het luidde alleen niet ‘dood aan papa’. Was dat zo erg? Kennelijk, want vervolgens werd het nog een klein beetje erger, wat je kon horen aan haar toon voordat je het waar dan ook aan merkte. Eric fronste, want hoewel hij Felicia niet graag kwaad maakte (en hij stiekem misschien een beetje had gehoopt dat ze ook minder kwaad zou zijn nu ze niet langer een zwangere emotiebom was, maar hey, Eric, wat als het niet aan de hormonen had gelegen en gewoon ligt aan hoe jij bent om mee samen te wonen, he?) vond hij wederom niet helemaal dat ze hem recht deed hier. “Ja, maar dat vond je niet erg,” wees hij haar fijntjes. “Je moeder hield niet van je en dat was geheel wederzijds.” Bij Thomas lagen de zaken verre van zo simpel. “Bovendien had niemand iets aan je moeder, oke. Ze was geschift.” Zo. Je kon het maar gezegd hebben.
  10. [1838/1839] Reasons not to die

    Of hij daar nooit over na had gedacht? Natuurlijk had hij erover nagedacht. Sinds hoe lang, dat kon hij eigenlijk niet precies zeggen. Het was niet vanaf zijn tiende of vijftiende precies, het had niets te maken met hoeveel hij meegenomen werd in het familiebedrijf of in Occlumentielessen en het was misschien ook niet iets wat hij enigszins precies aan zou kunnen geven. Het was meer een besef wat langzaam opkwam, in de hoekjes van je gedachten die je altijd negeerde, waar het donker was, waar je nooit naar keek. Terwijl je bezig was met meer dingen die je op die plekken zou stoppen, herinneringen waar je ook geen behoefte aan had, om je vader ermee van dienst te zijn. Later, met zijn broer, je afvragen of hij diezelfde gedachten kende, of niet, of juist erger – hij was de oudste, Robin, en dat betekende een andere motivatie, nietwaar... En toen was hij de oudste geweest en niet daarom maar om Robin’s einde was het een nog duidelijker gedachte geworden. Een onvermijdelijke. Maar wanneer hij eraan gedacht had, had hij precies eraan gedacht hoe hij het kon vermijden. Want hij wilde het niet. Echt niet. Hij wilde die herinnering niet weg hoeven te bergen in zijn geheugen. Hij humde. “Beetje lastig, he? Met het hele legilimentie-stukje?” Niemand las Felicia’s gedachten aan het ontbijt, dan zou ze nog wel eens merken hoe onhandig het was om dit soort gedachten op te laten bloeien, uit te spreken, om ze concreet genoeg te maken om te kunnen identificeren in de schaduwen van je zijn. “Plus, het is m’n vader.”
  11. [1838/1839] Reasons not to die

    Ja, Thomas zou zijn secretaresse uitpluizen voor, na en tijdens het vertellen van vertrouwelijke informatie, als hij haar uberhaupt al vertrouwelijke informatie zou vertellen, wat Eric eerlijk gezegd betwijfelde. Hij wist hoe zijn vader werkte. Secretaresses kregen toegang tot zijn agenda en niets anders, alle informatie was op een need to know basis, want informatie was macht en macht gaf je niet aan anderen. Geen enkel moment zou Thomas macht afstaan. Informatie die hij afstond was over het algemeen informatie over welke hij zijn macht behield, op de een of andere manier. Als dat niet kon, dan zou hij informatie liever voor zich houden. In zijn eigen hersenpan stoppen zodat zijn hoofd niet te vol zou raken. Zelfs Eric vertelde hij alleen wat hij moest weten, net genoeg om te weten hoe te beginnen als hij het over moest nemen op termijn, te weinig om dat overnemen ooit makkelijk of goed mogelijk te maken. Een secretaresse, een meisje... Hij humde, wilde iets toevoegen, maar Felicia’s woorden toen ze in zijn armen kwam liggen maakte dat hij ogenblikkelijk niet meer wilde zeggen. Juist minder. Want informatie was macht en hij wist niet op dit moment of hij haar macht over zijn vader wilde geven. “Toeslaan?” vroeg hij zachtjes, voorlopig nog redelijk loom, voorlopig nog niet van plan om te laten merken hoezeer hij geschrokken was. “Je doet het klinken alsof dit oorlog wordt. Het is m’n vader. Het gaat toch prima zo?” Ha. Ha. Ha.
  12. [1838/1839] Reasons not to die

    Eric vond het ook prettiger als Felicia eruit zag als Felicia, als ze niet langer hem er zowel aan aan herinnerde dat hij een ontzettende hekel had gehad aan zijn vrouw en dat die vrouw op dit moment nog altijd levenloos in zijn kelder lag. Hij zette tegenwoordig bloemen in de vaas naast haar bed. Het was stom, natuurlijk was het stom, het schoot niet op. Het maakte niets goed, zou nooit iets goedmaken, nu niet en nooit niet en sowieso kon iemand als Eric beter niet beginnen met dingen goed willen maken. Hij had teveel gedaan, hij zou teveel blijven doen, omdat dat de enige manier was om te blijven leven en om Felicia gelukkig en gezond te houden en om zijn vader te helpen. Eric was geen persoon die dingen recht kon zetten. Hij kon niets met een geweten, hij kon maar beter zonder verder. En toch zette hij die bloemen neer en verving ze af en toe. In de volle wetenschap dat Lissa als ze wakker was niet eens zou appreciëren. Zouden vast de verkeerde soort bloemen zijn, ofzo. “Oh, goed zo,” glimlachte hij. “Blij voor je.” Was hij ook, en hij vond het ook best prima wat ze aan het doen was. Het zou goed staan, Vasilisa’s finishing school, en zijn vrouw had altijd zoveel commentaar gehad op het Britse schoolsysteem, waar hij patriottisch knettergek van was geworden tussen twee haakjes, dus het was ook heel geloofwaardig. Bovendien was het een elegante manier van informatie verkrijgen, een waaraan zijn toch wel seksistische vader nooit zou hebben gedacht. Dames hoorden wat hem betrof niet in spionage. Ha. Hij kon gedachten van mensen lezen... hij zou toch beter moeten weten. Maar Eric ging hem niet corrigeren. Ging gewoon dit stilletjes op zijn eigen manier anders doen. Zijn vader zou er alleen maar profijt van hebben. Of tenminste, dat had hij toch gedacht. “Bij mijn vader?” vroeg hij verward, en hij ging alvast in bed liggen. “Ik... dat lijkt me wel een erg onveilige plek. Dan moet je ze ook Occlumentie leren.”
  13. A Silvershore by any other name

    Ja… tja… over die kinderen, he, papa – het was dat Thomas het niet wist en nooit zou weten, maar bij Robert en Natalia miste er ook een tamelijk belangrijke schakel. Niet de belangrijkste schakel, niet zoals bij Stephen en Harold, want het was niet de vader en niet de Silvershore... maar aan de andere kant zou waarschijnlijk, als Thomas erachter kwam wat er miste bij Robert en Natalia, de ‘vader’ schakel spoedig ook ontbreken. Want het was nogal was, dat je zoon pal onder je neus zijn vrouw had verwisseld met het meisje dat jij hem bevolen had om te vermoorden, en vervolgens met haar kinderen gekregen had; was nogal wat dat hij kinderen had gekregen voornamelijk om lang genoeg de tijd te hebben om Felicia Occlumentie te leren voordat zijn vader het ooit op haar proberen zou en omdat enkele gedragsveranderingen of veranderingen in haar karakter dan aan een logische oorzaak toegeschreven zouden kunnen worden; was nogal wat dat Eric op dit moment meer geheimen voor zijn vader had dan al die gefaalde Silvershores bij elkaar opgeteld. Oeps. “Ja, ze zijn klaar,” glimlachte hij naar zijn vader en hij keek even naar de kleintjes in hun sierlijke box terwijl hij bij ‘Vasilisa’ ging staan. Hij sloeg geen arm om haar heen, want in publiek liet hij geen affectie blijken voor de vrouw aan wie hij officieel stiekem nogal een hekel had. “Het hele feest zullen ze het niet volhouden, maar de ceremonie moet prima gaan.” Robert lag met grote ogen om zich heen te kijken, Natalia, weinig onder de indruk van wachten en minder onder de indruk van een omgeving die, hoewel misschien erg prachtig allemaal, weinig bewegende plaatjes voor haar had, lag een beetje te suffen, net geen slaap. Ze waren tenminste allebei stil. Hij wist ook niet hoe ze ‘klaar’ zouden moeten zijn per se. Zij hoefden niets te doen, toch? Ze konden nog niet bijster veel doen. Er moest nog enthousiast geapplaudisseerd worden wanneer ze zonder enige motorische uitdagingen erin slaagden om te rollen. Oh, Eric, wat ben je toch een goede vader. Maar de vraag was natuurlijk of hij beter was dan de zijne.
  14. [1837/1838] Ice, Ice, Baby

    Ja, hoor, zusje, als je Eric erbij riep, als je een noodsignaal stuurde, dan zou Eric heus binnenkort wel komen. En als hij eenmaal de hoeveelheid en indrukwekkende proporties van de schade surveilleerde, wanneer hij aankwam op de plaats potentieel delict, dan zou hij zich ook heus wel even zorgen om je maken en niet eens echt hopen dat je Scott onder die bergen sneeuw was verloren. Nee hoor. Het was niet Erics ding, om mensen dood te wensen. Het ging hem doorgaans te ver. Dat hij het nut van een persoon niet inzag betekende niet dat ze moesten stoppen te bestaan. En op het moment dat hij vond dat mensen moesten stoppen te bestaan, welnu, dan deden ze dat doorgaans ook, want zo was hij dan weer wel. Hij hoefde het niet te wensen. Enfin. Eenmaal zich losgemaakt van Harold en naar Zaira’s grot afgereisd, had hij zich binnen afzienbare tijd meester gemaakt van de omgeving en klom hij, met magische haken in het ijs, de steile wand omhoog. Ondertussen smolt hij hier en daar, met beleid, bevroor hij hier en daar ook verder, zorgde hij dat het ijs beter aan elkaar bleef kleven, totdat hij aan de top stond en naar beneden kijken kon, naar een verfomfaaide Zaira en een veel meer verfomfaaide fiancé van Zaira. Daar landde hij vervolgens maar netjes naast en hij rolde een prachtig bewerkt maar ingetogen tapijtje uit. “Jullie hadden een lift nodig? Zijn jullie gewond?” Hij keek eigenlijk alleen naar Zaira. Wat? Scott leek niet in levensgevaar... verder was het toch niet zo nodig.
  15. [1837/1838][EN] These feelings, they come and go fast

    She looked so tragically funny, tears and grapes mingling in action, that Eric could barely stop himself from laughing: as it was, a small snort did in fact erupt. It wasn’t that he was glad that she was having such a hard time of it, of course not, but, you know... to someone not riddled with hormones at the moment, it was all a little bit of a laugh. Because none of it did in fact make any sense, and it was just so bizarre to innocent bystanders - insofar as that word could ever apply to Eric Silvershore. Even here, you know, he was the dad, so far from innocent in the scenario. Yeah, bad luck. Or not. Innocence also wasn’t really one of his ambitions. That was why he’d always preferred tragicomedy over comedy alone, wasn’t it. “Oh, honey,” he said, taking her into his arms - but cautiously, because she had a wicked jinx and that might have followed as easily from this contact as might anything else, which meant that he also let her go again quite quickly - “don’t be silly... you’re not the most awful person in the world, not by a long shot, and I’m definitely in the list above you. Also, you’re always, always, going to be my favourite wife?” Low blow at the woman in a coma, check. He actually felt bad. It was more than even the smallest bit true, it was completely true, but even so, he probably shouldn’t have said it. Well, you know, it wasn’t like Vasilisa would be able to really take offence, or even get her feelings hurt. Ugh. “Can I do anything for you? Um, besides yelling at you?”
×