Jump to content

Noah Leadley

Huffelpuf Zesdejaars
  • Content count

    336
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    10

Noah Leadley last won the day on May 7

Noah Leadley had the most liked content!

About Noah Leadley

  • Rank
    What can't we face if we're together?

Profile Fields

Recent Profile Visitors

1,916 profile views
  1. [1837/1838] Openingsfeest: watch the queen conquer

    Hallo, hallo, Noah was net zo goed van de partij en dit keer in één of ander kleed dat hij toevallig mooi had gevonden en ook vanwege een weddenschap die een willekeurige persoon mag opeisen bij deze (de correcte volgorde daarvan was: hij was een weddenschap verloren, maar hij vond het niet zo erg, want hij vond dit kleed best mooi en daarnaast vond hij altijd dat niemand echt keek naar zijn kleren zo in een rolstoel) en dit kleed was puur per accident precies hetzelfde als dat van Blanche. Kijk eens aan. Enthousiast zwaaide hij naar Blanche. ‘Hé! Mooi kleed heb je aan,’ zei hij, toen hij even langs haar heen rolde. Ja, nee, Noah bleef nooit op zijn plaats zitten, want a. dat vond hij saai, hij had de tafel van Huffelpuf onderhand al wel gezien, b. technisch gezien zat hij altijd op zijn plaats, want hij zat altijd op zijn gat (haha, het was niet zo haha, maar het was gemakkelijker om te doen alsof een verholen plekje binnenin hem niet bitter was om alle kansen die één slecht ritueel voor zijn neus verbrand had), dus dit was vast wel geoorloofd. ‘Staat mij wel beter, hoor.’ Dat was een grapje overigens. Noah twijfelde eraan of er veel mensen zouden zijn die beter met dingen stonden dan Blanche, maar hé, hij had er heus wel het lichaam voor. Soort van. Hij had in ieder geval een frêle frame.
  2. [1837/1838] Back Home

    Noah schudde zijn hoofd toen ze vroeg of hij ze kende (hij had ze misschien wel geleerd op school, maar… tjaaaa, hier komt de bekentenis die iedereen ziet aankomen dat Noah eigenlijk helemaal niet zo’n ster is in schoolse dingen onthouden), maar hij nam wel heel beleefd de servetjes aan om de vlek een beetje te deppen. ‘Oh, dat!’ Hij rolde zichzelf wat naar de zijkant. Hij vond hulp altijd wel tof en zo, maar als hij het zelfstandig afkon, hoefde het niet. Je weet wel. Behulpzame hulp was leuk; nutteloze hulp was gewoon… nutteloos. ‘Zit jij eigenlijk ook op Zweinstein?’ vroeg hij nieuwsgierig. ‘Of niet? Ik denk niet dat ik je daar al gezien heb…’ Maar! Ze zag er wel uit alsof ze de leeftijd ervoor had, dus? ‘Of ben je net zoals Emily?’ Ja, ze kende vast Emily als hij zomaar even een normale naam in het gesprek gooide. ‘Zij zit ook niet op Zweinstein, namelijk, maar ik weet niet zo goed waarom. Het is niet zo dat ze het niet ~kan~ of zo. Ik zou het eens moeten vragen…’ Ja, misschien wel. ‘Ik ben Noah trouwens!’
  3. [1836/1837]Ever noticed the word dying in studying?

    Wat er eigenlijk gebeurde, was dat Blanche, heel handig allemaal, de knop om vooruit te gaan had gevonden en omdat je die eigenlijk langer moest indrukken om, wel, langer vooruit te gaan, kwam hij met een schok vooruit, net ver genoeg om Blanche aan te stoten en kijk toch, toen kon hij succesvol zijn mond voor andere dingen gebruiken. Yay! Behalve dan dat het niet yay was, want Blanche was dan wel heel mooi en zo (ja, wat, hij was niet blind) en op de momenten dat ze hem niet haatte, was ze op zich wel tof (wat niet zo heel vaak was, want Blanche haatte hem iets van 23/7), was dit heel erg niet de bedoeling geweest langs beide kanten. Ten eerste wilde hij niet weg en mocht Blanche in het vervolg van zijn rolstoel afblijven. Ten tweede vond Blanche het vast niet zo leuk dat hun monden elkander zonet per ongeluk geraakt hadden, want ze wilde hem juist weg en als ze al een probleem had met zijn ademhalingsstelsel, hoefde ze het vast niet van dichtbij onderzoeken. Maar gelukkig, tot slot, trok hij zelf, net zo goed, met een schok terug en ew. ‘Blijf van mijn rolstoel af!’ Zo beëindigde je dit soort voorvallen, toch?
  4. [1837/1838] All Directions

    ‘Een beetje wel,’ gaf hij eerlijk toe, waarna hij zijn schouders ophaalde. Hij deed wel vaker domme dingen. En dat was nooit leuk, nooit echt, maar het was ook zelden een gigantisch probleem, dus heel erg zat hij er eigenlijk niet mee. Nu ja, dit was, op zich, wel een vrij groot probleem, niet kunnen gaan en staan was vrij lastig, maar hij vond het leuker om het gewoon te accepteren dan om erover na te denken. En alles draaide om wat hij toevallig leuker vond om te doen, toch? ‘Nee…’ gaf hij toe, haar verrast aankijkend. Waar kwam dat zelfs vandaan? ‘Ik heb niet zoveel geld.’ Tja. Kwam ervan als je uitsluitend parasiteerde op rijkere vrienden en zelf geen spaarpot kon volhouden. ‘Hoezo?’ Behalve dan dat zijn rolstoel lelijk was. ‘Ik kan helemaal niet wandelen.’ De rest kon hij wel; hij voelde zijn benen minder, maar hij voelde haar wandelstok wel en stootte een au! uit. Voor de rest… goh, had hij vrij weinig bijwerkingen eigenlijk. Gewoon niet meer stappen. Verlamd, en ze voelden permanent verdoofd aan, alsof elke prikkel later doorkwam dan hij ze binnenkreeg, en vooral alsof de verbinding van zijn hersenen naar zijn benen onderbroken was. Niet andersom, hoor. Irritant gedoe. ‘Dat was niet nodig!’
  5. [1836/1837] Spinning Wheels

    Uh. Ja. Daarover. ‘Agatha heeft het al maanden geleden uitgemaakt,’ vertrouwde Noah Ayden maar toe. Hij wist eigenlijk niet of iemand daarover een mededeling had moeten maken – “dames en heren, Agatha Moore en Noah Leadley zijn ter dezer dagen niet meer bijeen, iets met een ander zoenen (bijkomende informatie: De Andere Jongen™ kan wel stappen en daar pint Leadley zich iets te hard op vast, maar dat is een ander verhaal), bedankt voor uw aandacht” – maar hé, blijkbaar ging het nieuws niet zó ontzettend snel de ronde. Ergens vond hij dat wel fijn. Gewoon. Was het iets meer een ding van hen twee in plaats van de rest die het leuk vonden zich ermee te bemoeien. Op zich was dat hypocriet – Noah bemoeide zich met alle liefde met alles, zag de wereld als zijn wereld, op die kinderlijke manier die hij nooit verleerd had – maar ach. ‘Ik denk dat de ziekenzaal het een stuk beter zou kunnen doen als datesetting,’ vervolgde hij, luchtiger, ‘iets minder pottenkijkers bijvoorbeeld, en wat minder kil licht misschien.’ Kijk! Hij was romantisch! Niet echt! Maar hé! Het kon erger! Niet dat iemand daar nu last van had! Oké, nee, het was al wel een hele tijd geleden nu en het was niet zo dat hij elke dag aan het huilen was erom, maar hé, het punt dat niemand last had van hoe hij als vriendje was, was wel waar. Niet dat dat erg was of zo. Noah vond het leuker als er van alles en nog wat Niet Erg™ was. ‘En hoe zit het bij jou?’ vroeg hij, terwijl hij Aydens instructies probeerde op te volgen en zijn racerolstoel-met-plaats-voor-een-lief-dat-er-nu-niet-was probeerde te vervolledigen.
  6. [1836/1837] Spinning Wheels

    ‘Ja, hoor, gaat wel,’ antwoordde Noah vanaf de grond. Op zich vond hij het niet zo erg om hier te zitten. Hij voelde zich een beetje klein (maar hé, hij was sowieso niet de langste persoon ooit), maar dat vond hij niet zo erg en bovendien was op de vloer zitten ook weer eens iets anders dan op zijn rolstoel. Je weet wel. Verandering van spijs deed eten, zoiets, net alsof hij straks extra blij zou zijn om in een rolstoel van hot naar her te gaan omdat hij tien minuten op de grond had gezeten. Zo gingen die dingen. En als ze dat niet deden, hoefden ze daar Noah niet mee lastig te vallen, want hij zou het wel grappig vinden als het zo werkte en dus werkte het vanaf nu zo. Noah was een groot fan van individueel revisionisme. ‘Een extra wiel?’ herhaalde hij, en hij grijnsde. Ja, hij ging écht een racerolstoel krijgen. Hij schoof zichzelf wat dichterbij, zodat hij het hele gebeuren beter kon bekijken. ‘Hoe zit die stoel hier aan dat wiel?’ vroeg hij zichzelf af, luidop, waarna hij eens naar zijn rolstoel keek en soortement van besloot dat het Op Deze Manier was en dat probeerde na te doen bij het nieuwe wiel en de tweede zitting. Kijk, dat was ook weer bij benadering. ‘Denk je dat het lager of op dezelfde hoogte als deze zit hier moet?’
  7. [1837/1838] Back Home

    Als je in een rolstoel zat, was je eigenlijk per definitie een doelwit voor de verstrooide mensen van de maatschappij. Daar was Noah al wel even geleden achtergekomen, maar telkens het opnieuw gebeurde, was hij weer verbaasd en al helemaal nu hij plots een paar bollen ijs op zijn schoot kreeg. En ja, dat was helemaal niet leuk, had echt niet gehoeven eigenlijk, maar het was nu gebeurd en Noah was niet het type om er al te boos om te worden en dus schudde hij vriendelijk zijn hoofd en zei hij: ‘Niet erg, hoor. Is alleen maar een beetje koud.’ Haha. ‘Zou daar echt geen spreuk voor zijn?’ vroeg hij zich luidop af. Je zou denken van wel, toch… Op Zweinstein leerde hij constant van die veel te specifieke spreuken, hij kon zich niet voorstellen dat er nooit een tovenaar was geweest met ijs op zijn broek die geen zin had gehad om het op dreuzelse wijze op te lossen. Daar waren tovenaars veel te lui voor. ‘Vlekken maken niet zoveel uit, toch?’ Ja, wat, vlekken deden niemand kwaad.
  8. [1837/1838] All Directions

    De rolstoel schommelde een beetje toen ze ertegen schopte en niet op een heel toffe manier, maar gelukkig was het niet zo gammel dat het in stukken brak – zo erg was het gepruts van Ayden en hem eraan nog niet geweest, yay. Maar het was stom dat het gammel was, dat wel, en het was ook stom dat hij eigenlijk geen nieuwe kon veroorloven en het was nog stommer dat het niet 100% geaccepteerd was dat hij bij iedereen ging parasiteren. Hallo, alsof hij wat anders kon dan dat. ‘Ik heb een ritueel gedaan,’ gaf hij eerlijk toe. ‘En ik had eigenlijk voor iets compleet anders gewenst, maar ik kreeg eigenlijk alleen maar dat ik niet meer kan stappen.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Stomme verrassing.’ Ja, dat was ook een manier om het te zeggen. ‘Wie ben jij?’ vroeg hij vervolgens, want Noah wist graag met wie hij sprak. Niet uit verlegenheid, niet omdat hij een namenfetisj had, gewoon omdat mensen leuk waren en ze kennen leuker was. ‘Ik ben Noah.’
  9. [1836/1837]Ever noticed the word dying in studying?

    ‘En jij bent een slechte griffoendor,’ gooide Noah terug, want hij was heel goed in zelf dingen verzinnen. ‘Griffoendors moeten ridderlijk zijn, weet je nog wel?’ Kijk, jongens, op dat deel was hij zowaar zelf opgekomen. Maar hé, Blanche was heel erg Niet Ridderlijk en ze was vast wel dapper, hij had Blanche nog nooit zien aarzelen, was best wel bewonderenswaardig, maar ugh. En hoezo durfden mensen niets tegen hem te zeggen?! Zij had daar dan toch nooit last van gehad! Noah was het eigenlijk nooit tegengekomen dat mensen hem niet durfden aan te spreken (50% omdat Noah zelf iedereen aansprak, 50% omdat het hem bij God niet zou opvallen) en dus fronste hij. Hij hield niet van fronsen, maar speciaal voor Blanche haalde hij het nog eens uit die stoffige la van ongeliefde gezichtsuitdrukkingen. ‘Dat is niet waar!’ Vond hij. En dus was het niet waar, klaar. Blanche verzon het allemaal bij elkaar, einde verhaal. ‘Dat is niet eerlijk,’ zei hij boos. ‘Je mag je positie niet misbruiken omdat ik adem!’
  10. [1836/1837] Spinning Wheels

    Goh, ja, Noah had soortement van iets opgevangen in de afgelopen jaren, heus, maar hij was eigenlijk nooit zo ontzettend vernieuwend geweest daarin. Gewoon, een gemiddelde tovenaar die soms heel snel met dingen weg was en soms niet, hing er maar vanaf hoelang het precies duurde om dingen te doen (spreuken? Geen probleem. Toverdranken? Met meer ingrediënten dan drie? Meh) en was, eh, zoals ik zowat elke post schrijf omdat ik Gewoon Zo Innovatief En Boeiend™ ben, niet zo’n ontzettende denker in de zin dat hij de spreuk onnadenkend uitsprak toen Ayden het suggereerde en dan wel zag. Hij hield niet van abstracte zaken, van denken wat er zou kúnnen gebeuren – hij hield van dingen proberen en vandaaruit wel zien en als hij het niet kon uitvogelen, dan was er altijd wel een ander die hem op het volgende spoor kon zetten. En sinds een bepaald ritueel was dat, ha, letterlijk genoeg. ‘Hm,’ zei hij, naar de gedupliceerde zitting kijkend. ‘Hoe denk je dat we deze er het best aan vastplakken? Gewoon ernaast of…’
  11. ‘Huh, welke boom? Oh, die!’ Noah grijnsde naar Emily en duikelde ervandoor. ‘Je bent al achterop!’ Hij hield van wedstrijdjes en van vrij zijn en van het gevoel hebben dat hij niet meer gebonden was aan een rolstoel en hij hield van dit, hij hield van bijna, bijna het gevoel hebben dat zijn benen weer reageerden op wat zijn hersenen als signaal doorstuurden en hij was vrij, hij was verdomme vrij en eerder had hij zich nooit écht bedacht hoezeer hij het gemist had, te druk bezig met alles te minimaliseren totdat het niets leek, een minimale hindernis, maar nu, nu kon hij pas echt voelen waar hij echt wilde staan in het leven. Trots en vrij en in de wetenschap dat niemand hem wat kon maken. En met Emily aan zijn zijde. Dat ook. Eenmaal bij de boom, en Lily mag bepalen wie gewonnen had, liet hij zichzelf een beetje naar boven vliegen, op één van de stevigste takken te gaan zitten, meer omdat hij even buiten adem was dan omdat hij echt wilde zitten. ‘Kunnen we hier altijd blijven?’ informeerde hij, vrolijker dan hij zich ooit eerder had gevoeld en dat zei nogal wat, ‘want ik zie dat wel zitten.’
  12. [1836/1837] Spinning Wheels

    Noah grinnikte. ‘Gewoon niet de eerste keer dat dit gebeurt.’ Hij trok even een schaapachtig gezicht. ‘Je zou denken dat ik er eens aan denk om mezelf in die stoel te houden, maar neeee.’ Nu ja, “zou denken”, Noah bedacht zich dit soort dingen alleen maar als hij er weer eens gerold was en dan nog versprong zijn brein makkelijk naar het volgende, dus eh. Wat daar ook weer van terecht kwam, bleef nog in het midden. Maar dat was niet erg, echt, want Noah had effectief een hoge pijngrens en kwam overal snel overheen (of hij dacht er in elk geval niet al te lang bij na en dat was zo hard hetzelfde, echt waar, hij had nooit ergens last van, uhu, zo werkten die dingen) en bijgevolg keek hij alweer omhoog, naar zijn toverstok tastend. Hij sprak een finite uit, precies zoals voorgesteld (zelf ideeën hebben was zo veel moeite, oké), maar hij had er eigenlijk niet zo goed bij stil gestaan dat die rolstoel, boem patat, recht naar beneden zou vallen. Stom misschien. Nu ja, “misschien” – wellicht. Maar hij kon wel grote ogen opzetten en ‘Kijk uit!’ roepen. Dat was iets, toch? Als hij eraan had gekund, had hij Ayden heel heroïsch weggeduwd. Maar… ja. ‘Gaat het?’
  13. [1836/1837]Ever noticed the word dying in studying?

    Maar Noah wilde helemaal niet stoppen met ademen… Verbaasd keek hij op naar Blanche Ingram. Hij was vagelijk op de hoogte dat zij hem nog nooit als favoriete persoon van de dag bestempeld had, echt, zelfs Noah was niet zó oblivious, maar dit was ook weer zo onnodig. En eigenlijk had hij helemaal geen zin om ergens anders naartoe te gaan, want hij had nergens last van en de rest keek ook niet zo geïrriteerd om zijn ademhalingskanaal, dus… ‘Waarom ga jij nergens anders heen?’ vroeg hij, deels oprecht nieuwsgierig, deels geërgerd dat ze zo’n probleem met hem had. Hij deed nog niet eens wat! Ja, oké, hij ademde. Zij ook. Dus. ‘Niemand anders heeft er last van!’
  14. [1836/1837] Spinning Wheels

    Was Ayden zeker dat hij niets gedaan had? Noah vloog ervandoor en het was dat hij uit een zekere reflex zich goed vastgehouden had, anders was hij er vast uitgedonderd, zo scheef hangend. Hoewel. Hij wist eigenlijk niet zo goed of deze rolstoel ook alweer zoiets had waardoor je er niet uit kon vallen – dat, eh, hadden ze hem vast ooit uitgelegd, maar hij wist het niet meer, had ook niet echt geluisterd, indertijd, net iets te zeer bezig met het algehele concept dat hij niet echt meer kon stappen en dat hij zich wilde kunnen voortbewegen, wat boeiden de details hem nu weer – en eigenlijk maakte het ook niet uit, want hij bleef er netjes inzitten en probeerde de rem te vinden. En die vond hij! Uiteindelijk. Met een schok kwam hij halt, en toen maakte het plots wel uit of hij eruit kon vallen, want dat kon blijkbaar en toen bevond hij zich weer op de grond. Goh. Nog altijd kil, die ondergrond, zo bleek. Had hij echt heel graag zo willen ontdekken. Hij wreef over een zere plek op zijn hoofd en keek naar zijn rolstoel die boven hem een toertje rond de eigen as draaide. ‘Kan jij daaraan?’ vroeg hij, hoopvol, aan Ayden. Want hij kon dat zeg maar niet. En dat was nogal lastig. Je weet wel.
  15. Noah was niet echt bekend met het “aaaaaaaah mensen”-gevoel van Tim en dus keek hij hem vooral nieuwsgierig aan. ‘Moet je goed kunnen zingen dan?’ Hij dacht even na, zoals even nadenken bij Noah ging en hij met een matige observatie naar buiten kon komen die vast niet zo interessant was als hij hem zelf vond. ‘Ik zing wel graag! Maar ik weet niet zo goed of ik het goed kan, eigenlijk, voor mij klinkt het prima, maar ik denk dat anderen dat beter kunnen horen.’ Kijk, dat was heel wijs. Plus, Noah kende niets van zang en muziek en al die tralala, dus het was altijd leuk om het uiteindelijke oordeel naar een ander door te spelen. ‘Is het alleen voor Huffelpuf?’ vroeg hij. ‘Of mag de rest ook komen?’ Heel belangrijk. Noah had vast ook in andere afdelingen vrienden zitten (waar ik nu één, twee, drie niet op kan komen, dus SORRY als ik nu mensen pijn doe in hun al dan niet fragiel ego, het ligt niet aan jou, het ligt aan mij), dus dit was extrabelangrijk voor hem, al was hij wel tevreden met elk antwoord. ’t Was haar feest, tenslotte, en daarnaast was hij met iedereen blij. Dus. Echt, Noah, kom eens in de puberteit. Dit spel begint saai worden. ‘Ga je zelf bakken?’ Wauw. ‘Ik heb gehoord dat de huiselfen daar echt heel moeilijk over kunnen doen…’
×