Jump to content

Noah Leadley

Huffelpuf Zesdejaars
  • Content count

    344
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    10

Noah Leadley last won the day on May 7

Noah Leadley had the most liked content!

About Noah Leadley

  • Rank
    What can't we face if we're together?

Profile Fields

Recent Profile Visitors

1,957 profile views
  1. [1837/1838] Openingsfeest: watch the queen conquer

    Hm. Nadenkend keek Noah naar het kleed dat hij aanhad. Hij wilde Blanches verjaardag helemaal niet verpesten, en hoewel hij niet zo goed snapte waarom ze dit zo’n probleem vond, was het wel duidelijk dat zij het niet tof vond en op haar verjaardag zou het een beetje gemeen zijn als hij dan iets bleef doen waar zij verdrietig van werd. En hij kon niet zo snel van kleding wisselen hier, maar hij kon wel zijn toverstok op het ding richten en de kleur en vorm wat aanpassen zodat het helemaal niet meer op Blanches jurk leek. ‘Kijk! Nu is het niet meer hetzelfde,’ zei hij, enigszins tevreden met zijn idee. Nu was de verjaardag alweer ietsje beter, toch? Misschien niet zo veel, maar… toch. Een paar punten erbij op een schaal van één tot honderd. Noahs verjaardag leed niet zozeer aan dezelfde kwaal – het viel in de advent, ja, maar verder… nah, er gebeurde niets op twaalf december – maar hij kon zich heus wel voorstellen dat het rot was. Nu… Noah was niet goed in dingen simpelweg rot vinden voor een ander als hij ergens in zijn hoofd van twintig gedachten tegelijkertijd en geen enkele van belang het plan opvatte om het allemaal beter te maken. Op de één of andere manier. Kon hij vast. Noah was er, ergens, van overtuigd dat hij alles wel kon, en als hij het niet kon, dan kon hij ongetwijfeld leren om het wel te kunnen. En dat rotsvaste vertrouwen had een deuk gekregen nu zijn benen het niet meer deden, maar hé, er was geen reden om er blijvend vanuit te gaan dat hij nooit meer wat zou kunnen. Dus. Hij had geen conclusie, niet echt, maar dat had Noah nooit tegengehouden. ‘Zal ik een feestje voor je hierna organiseren?’ stelde hij enthousiast voor. ‘Met je lievelingstaart en iedereen die je wil dat er langskomt en we houden hetzelfde thema, maar dit keer alleen met jou als koningin!’ Hij wist niet zo goed of dat echt zou lukken, hoeveel tijd je eigenlijk nodig had om een feestje te organiseren, maar niemand ging na het openingsfeest rechtstreeks naar bed, toch? Hoe moeilijk kon het zijn om mensen ergens te verzamelen en ze klaar te krijgen voor Blanches verjaardag? ‘En dan is iedereen met jóú bezig!’ Kon hij even doen alsof hij dat niet sowieso deed.
  2. [1835/1836][slow] Mmm, whatcha say?

    ‘Eén of ander ritueel of zo.’ Noah haalde zijn schouders op. ‘De helers zeggen dat er niets aan te doen is, dus jaaa.’ Dan was dat gewoon zo. Noah was te pragmatisch om er zich nu al te veel druk om te maken – of nee, dat was niet zo, hij maakte zich er wel druk om, maar dat was eng, dit hele gedoe vond hij enger dan hij wilde toegeven, maar hij wist ook niet zo goed wat hij er aan zou moeten doen. Er waren praktische problemen, en daar kon hij wat mee, maar hij kon niet om met dat abstracte begrip van een toekomst en met alle hypothetische problemen die te snel niet meer hypothetisch zouden zijn. ‘Is dat zo? Maar misschien zijn er wel speciale bezems ervoor! Ik heb dat nooit nagekeken, maar de magische wereld heeft toch alles.’ Toch? Hij hoopte er maar op, eerlijk gezegd. Leek hem wel tof. Als hij gewoon erop kon vertrouwen dat de magische wereld zelfs alles voor hem zou oplossen, ah, dan hoefde hij zich, heel eenvoudig allemaal, gewoon nergens meer druk om te maken. ‘En hoe is het met jou?’ ging hij monter door. Ze hadden echt al genoeg gepraat over zijn verlamming, hoor.
  3. [1837/1838] Back Home

    ‘Hoezo niet?’ vroeg Noah benieuwd. Wat was veel mensen kennen? Hij kende overal wel iemand, maar hij wist nooit of dat veel mensen kennen was. Hij sprak mensen gewoon graag, leerde snel namen en dan huppelde hij weer weg (nu ja, rolde) en vergat hij ze niet en ta-daaaaa, dan kende hij plots weer iemand. ‘Is het eigenlijk niet saai om niet veel mensen te kennen?’ Ja, wat. Noah kon zich niet voorstellen hoe het was om jezelf bezig te houden, oké. ‘Oh, ja, ik heb heel leuke vrienden,’ zei hij enthousiast. ‘En er is Blanche, maar Blanche vindt me niet zo leuk, maar ik vind haar wel leuk. Telt dat als vriendschap?’ Ze deed alvast niet alsof ze hem haatte. ‘Zal ik je aan ze voorstellen? Je mag ze vast!’ Niet dat hij wist waar ze nu allemaal zaten. Maar hoe moeilijk kon het zijn om er één te vinden?
  4. [1837/1838] All Directions

    ‘Dat weet ik niet…’ Zo goed had Noah nu ook weer niet opgelet. Hij was wel een paar keer onderzocht geweest en de helers hadden gezegd dat het op een vloek leek en ze wisten niet hoe ze ‘m eraf moesten krijgen, sorry, jongen, en dat was dan dat geweest. Nu ja, ze hadden vast wat meer gezegd, maar ugh, het was allemaal zo langdradig geweest en saai en als er geen oplossing voor was, wilde hij het niet horen ook. ‘Dat hebben ze niet gezegd volgens mij.’ Of wel, maar had hij dat niet begrepen omdat ze allemaal zo moeilijk praatten. Niet iedereen kende het woordenboek uit z’n hoofd, oké! Niet iedereen vond het leuk om wetenschappelijke begrippen uit het hoofd te leren! Sommige mensen wilden alleen maar weten of ze moesten hopen op een oplossing of een verlamming in hun leven moesten bouwen! Oké! Kijk, dat was zijn hele houding indertijd ook geweest. Oké! Ik snap het! Kunnen we door! Ik wil verder! Ik wil iets doen dat niet hier zitten en aangestaard worden alsof mijn hele leven nu voorbij is! ‘Ik spreek mijn ouders niet meer…’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Ze hadden geen geld voor…’ Hij gebaarde wat naar zijn benen. ‘Dus ik slaap nu bij een vriend.’ En Darius vond dat niet erg omdat Darius nooit wat erg scheen te vinden en dus was het allemaal prima. Ergens, ergens wist Noah best dat dit geen permanente oplossing kon zijn – zelfs met hoe… niet-getrouwd Evangeline en Darius zich leken te gedragen, was het vast geen zicht als hij eeuwig bij ze rondhing – maar dat was dan weer een probleem voor een andere keer. ‘Niet zo erg, hoor. Ik mis ze niet per se.’ Moest hij misschien wel doen. Maar goh. Waarom mensen missen die je toch niet meer wilden zien?
  5. [1836/1837]Ever noticed the word dying in studying?

    Noah staarde enigszins beduusd naar Blanche. Aan de ene kant was hij het gevoel van haar lippen op de zijne niet vergeten (Blanche was niet iemand die je snel vergat, oké, een iets te fel licht dat even op je netvlies achterbleef als je haar in de ogen keek), maar aan de andere kant wist hij ook niet zo goed wat hij moest zeggen nu. ‘Maar… ik moet toch ook vooruit gaan?!’ Was dat zo onlogisch dan… ‘Alleen maar achteruit gaan is stom.’ Dacht hij tenminste. Hij had het, eerlijk gezegd, nooit uitgeprobeerd, dus wie weet was het wel het leukste ooit. Behulpzaam tuurde hij vervolgens rond de bibliotheek. ‘Ik denk van niet.’ Behalve… ‘Daar zijn er twee die naar ons kijken, denk ik. Ze lachen, zie je?’ Dus misschien wel, was het niet zo verborgen als het gevoeld had. Maar misschien lag dat ook gewoon aan dat het vrij eenvoudig was om de rest in het niet te laten vallen. Omdat het Noah was, snap je. En hij zich moeilijk op meer dan één ding kon concentreren. Dat had absoluut niets met Blanche zelf te maken. Totaal niet. Het was Blanche. Ew.
  6. [1837/1838] Openingsfeest: watch the queen conquer

    Uh. Verbaasd keek Noah Blanches hele gemoedsverschuiving aan, want het was alleen aardig bedoeld, luchtig en vriendschappelijk, en dat ze plots zo verdrietig klonk, was zo… gek. Hij had het helemaal niet zo bedoeld! Het was gewoon een grappig toeval, toch? Niet zo goed wetend wat hij moest doen staarde hij haar even, heel even aan, een mond vol tanden en een verstand heel even op stand-by. Goh. En nu? ‘Nee…’ Hij sprak Christopher eigenlijk niet zo vaak meer – die was ergens weg met Dream en draken en hij was hier, evengoed in een rolstoel, maar met een minder stoer verhaal. ‘Het was een weddenschap, met Fanny, en ik vond dit kleed eigenlijk gewoon mooi.’ Dat klonk niet bijzonder, en dat was het ook niet, en hij had het al helemaal niet bijzonder vervelend bedoeld. ‘Ik wist niet dat jij hetzelfde zou dragen.’ Hij keek weleens naar Blanche, naar hoe ze eruitzag, en op de één of andere manier leek alles wat ze droeg zo bij haar te passen, alsof ze zich aanpasten aan wie zij was en aan wie zij wilde zijn, wat ze wilde betekenen in de wereld, maar jurken herkennen? Nah. Plus, het was eigenlijk puur toeval dat hij het hier gemerkt had. Gewoon. Omdat het bij hem een kleed was en bij Blanche háár kleed. ‘Hoezo is je verjaardag nu verpest?’ vroeg hij. ‘Het is maar een kleed…’ En dat was niet het belangrijkste, toch? Het was belangrijker dat ze een fijne dag had, een dag waar ze naar huis over zou kunnen schrijven, en dan was één jurk vast niet zo belangrijk. ‘Heb je al een taart gehad?’
  7. [1837/1838] Back Home

    ‘Emily Waterford!’ En Emily was leuk en aardig en ja, hoor, zo ontzettend lang kende hij haar nog niet, maar het voelde wel zo, eerlijk gezegd. En daarmee hand in hand kwam dat hij vond dat Emily iedereens vriendin zou kunnen zijn en dan bij deze ook die van Nessie. Want. Dat vond hij een goed idee. Ze mochten elkaar vast. ‘Kennen jullie elkaar niet?’ Gek. Noah had ergens gedacht dat iedereen die niet op Zweinstein zat elkaar kende. Maar zo zag je maar weer. ‘Is het leuk om thuis les te krijgen?’ vroeg hij nieuwsgierig. Hij kon zich helemaal niet voorstellen hoe dat was. ‘Ben je dan niet constant alleen?’ Alleen zijn was saai.
  8. [1837/1838] All Directions

    Noah keek naar zijn benen, alsof het precieze antwoord erin zou liggen. ‘De helers zeggen dat het een vloek is en dat ze er eigenlijk niets tegen kunnen doen.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Best stom.’ Goh. Stiekem hoopte hij dat ergens, ergens, ergens de vloek verbroken zou kunnen worden, maar ze zeiden altijd van niet – en Noah was heel slecht in teleurstelling, eigenlijk, verwerkte het nauwelijks, en dus had hij het een beetje laten liggen. Beduusd ving hij de knoet op. ‘Ik was niet aan het bedelen,’ meldde hij. Gewoon. Voor het geval ze had gedacht van wel.
  9. [1837/1838] Openingsfeest: watch the queen conquer

    Hallo, hallo, Noah was net zo goed van de partij en dit keer in één of ander kleed dat hij toevallig mooi had gevonden en ook vanwege een weddenschap die een willekeurige persoon mag opeisen bij deze (de correcte volgorde daarvan was: hij was een weddenschap verloren, maar hij vond het niet zo erg, want hij vond dit kleed best mooi en daarnaast vond hij altijd dat niemand echt keek naar zijn kleren zo in een rolstoel) en dit kleed was puur per accident precies hetzelfde als dat van Blanche. Kijk eens aan. Enthousiast zwaaide hij naar Blanche. ‘Hé! Mooi kleed heb je aan,’ zei hij, toen hij even langs haar heen rolde. Ja, nee, Noah bleef nooit op zijn plaats zitten, want a. dat vond hij saai, hij had de tafel van Huffelpuf onderhand al wel gezien, b. technisch gezien zat hij altijd op zijn plaats, want hij zat altijd op zijn gat (haha, het was niet zo haha, maar het was gemakkelijker om te doen alsof een verholen plekje binnenin hem niet bitter was om alle kansen die één slecht ritueel voor zijn neus verbrand had), dus dit was vast wel geoorloofd. ‘Staat mij wel beter, hoor.’ Dat was een grapje overigens. Noah twijfelde eraan of er veel mensen zouden zijn die beter met dingen stonden dan Blanche, maar hé, hij had er heus wel het lichaam voor. Soort van. Hij had in ieder geval een frêle frame.
  10. [1837/1838] Back Home

    Noah schudde zijn hoofd toen ze vroeg of hij ze kende (hij had ze misschien wel geleerd op school, maar… tjaaaa, hier komt de bekentenis die iedereen ziet aankomen dat Noah eigenlijk helemaal niet zo’n ster is in schoolse dingen onthouden), maar hij nam wel heel beleefd de servetjes aan om de vlek een beetje te deppen. ‘Oh, dat!’ Hij rolde zichzelf wat naar de zijkant. Hij vond hulp altijd wel tof en zo, maar als hij het zelfstandig afkon, hoefde het niet. Je weet wel. Behulpzame hulp was leuk; nutteloze hulp was gewoon… nutteloos. ‘Zit jij eigenlijk ook op Zweinstein?’ vroeg hij nieuwsgierig. ‘Of niet? Ik denk niet dat ik je daar al gezien heb…’ Maar! Ze zag er wel uit alsof ze de leeftijd ervoor had, dus? ‘Of ben je net zoals Emily?’ Ja, ze kende vast Emily als hij zomaar even een normale naam in het gesprek gooide. ‘Zij zit ook niet op Zweinstein, namelijk, maar ik weet niet zo goed waarom. Het is niet zo dat ze het niet ~kan~ of zo. Ik zou het eens moeten vragen…’ Ja, misschien wel. ‘Ik ben Noah trouwens!’
  11. [1836/1837]Ever noticed the word dying in studying?

    Wat er eigenlijk gebeurde, was dat Blanche, heel handig allemaal, de knop om vooruit te gaan had gevonden en omdat je die eigenlijk langer moest indrukken om, wel, langer vooruit te gaan, kwam hij met een schok vooruit, net ver genoeg om Blanche aan te stoten en kijk toch, toen kon hij succesvol zijn mond voor andere dingen gebruiken. Yay! Behalve dan dat het niet yay was, want Blanche was dan wel heel mooi en zo (ja, wat, hij was niet blind) en op de momenten dat ze hem niet haatte, was ze op zich wel tof (wat niet zo heel vaak was, want Blanche haatte hem iets van 23/7), was dit heel erg niet de bedoeling geweest langs beide kanten. Ten eerste wilde hij niet weg en mocht Blanche in het vervolg van zijn rolstoel afblijven. Ten tweede vond Blanche het vast niet zo leuk dat hun monden elkander zonet per ongeluk geraakt hadden, want ze wilde hem juist weg en als ze al een probleem had met zijn ademhalingsstelsel, hoefde ze het vast niet van dichtbij onderzoeken. Maar gelukkig, tot slot, trok hij zelf, net zo goed, met een schok terug en ew. ‘Blijf van mijn rolstoel af!’ Zo beëindigde je dit soort voorvallen, toch?
  12. [1837/1838] All Directions

    ‘Een beetje wel,’ gaf hij eerlijk toe, waarna hij zijn schouders ophaalde. Hij deed wel vaker domme dingen. En dat was nooit leuk, nooit echt, maar het was ook zelden een gigantisch probleem, dus heel erg zat hij er eigenlijk niet mee. Nu ja, dit was, op zich, wel een vrij groot probleem, niet kunnen gaan en staan was vrij lastig, maar hij vond het leuker om het gewoon te accepteren dan om erover na te denken. En alles draaide om wat hij toevallig leuker vond om te doen, toch? ‘Nee…’ gaf hij toe, haar verrast aankijkend. Waar kwam dat zelfs vandaan? ‘Ik heb niet zoveel geld.’ Tja. Kwam ervan als je uitsluitend parasiteerde op rijkere vrienden en zelf geen spaarpot kon volhouden. ‘Hoezo?’ Behalve dan dat zijn rolstoel lelijk was. ‘Ik kan helemaal niet wandelen.’ De rest kon hij wel; hij voelde zijn benen minder, maar hij voelde haar wandelstok wel en stootte een au! uit. Voor de rest… goh, had hij vrij weinig bijwerkingen eigenlijk. Gewoon niet meer stappen. Verlamd, en ze voelden permanent verdoofd aan, alsof elke prikkel later doorkwam dan hij ze binnenkreeg, en vooral alsof de verbinding van zijn hersenen naar zijn benen onderbroken was. Niet andersom, hoor. Irritant gedoe. ‘Dat was niet nodig!’
  13. [1836/1837] Spinning Wheels

    Uh. Ja. Daarover. ‘Agatha heeft het al maanden geleden uitgemaakt,’ vertrouwde Noah Ayden maar toe. Hij wist eigenlijk niet of iemand daarover een mededeling had moeten maken – “dames en heren, Agatha Moore en Noah Leadley zijn ter dezer dagen niet meer bijeen, iets met een ander zoenen (bijkomende informatie: De Andere Jongen™ kan wel stappen en daar pint Leadley zich iets te hard op vast, maar dat is een ander verhaal), bedankt voor uw aandacht” – maar hé, blijkbaar ging het nieuws niet zó ontzettend snel de ronde. Ergens vond hij dat wel fijn. Gewoon. Was het iets meer een ding van hen twee in plaats van de rest die het leuk vonden zich ermee te bemoeien. Op zich was dat hypocriet – Noah bemoeide zich met alle liefde met alles, zag de wereld als zijn wereld, op die kinderlijke manier die hij nooit verleerd had – maar ach. ‘Ik denk dat de ziekenzaal het een stuk beter zou kunnen doen als datesetting,’ vervolgde hij, luchtiger, ‘iets minder pottenkijkers bijvoorbeeld, en wat minder kil licht misschien.’ Kijk! Hij was romantisch! Niet echt! Maar hé! Het kon erger! Niet dat iemand daar nu last van had! Oké, nee, het was al wel een hele tijd geleden nu en het was niet zo dat hij elke dag aan het huilen was erom, maar hé, het punt dat niemand last had van hoe hij als vriendje was, was wel waar. Niet dat dat erg was of zo. Noah vond het leuker als er van alles en nog wat Niet Erg™ was. ‘En hoe zit het bij jou?’ vroeg hij, terwijl hij Aydens instructies probeerde op te volgen en zijn racerolstoel-met-plaats-voor-een-lief-dat-er-nu-niet-was probeerde te vervolledigen.
  14. [1836/1837] Spinning Wheels

    ‘Ja, hoor, gaat wel,’ antwoordde Noah vanaf de grond. Op zich vond hij het niet zo erg om hier te zitten. Hij voelde zich een beetje klein (maar hé, hij was sowieso niet de langste persoon ooit), maar dat vond hij niet zo erg en bovendien was op de vloer zitten ook weer eens iets anders dan op zijn rolstoel. Je weet wel. Verandering van spijs deed eten, zoiets, net alsof hij straks extra blij zou zijn om in een rolstoel van hot naar her te gaan omdat hij tien minuten op de grond had gezeten. Zo gingen die dingen. En als ze dat niet deden, hoefden ze daar Noah niet mee lastig te vallen, want hij zou het wel grappig vinden als het zo werkte en dus werkte het vanaf nu zo. Noah was een groot fan van individueel revisionisme. ‘Een extra wiel?’ herhaalde hij, en hij grijnsde. Ja, hij ging écht een racerolstoel krijgen. Hij schoof zichzelf wat dichterbij, zodat hij het hele gebeuren beter kon bekijken. ‘Hoe zit die stoel hier aan dat wiel?’ vroeg hij zichzelf af, luidop, waarna hij eens naar zijn rolstoel keek en soortement van besloot dat het Op Deze Manier was en dat probeerde na te doen bij het nieuwe wiel en de tweede zitting. Kijk, dat was ook weer bij benadering. ‘Denk je dat het lager of op dezelfde hoogte als deze zit hier moet?’
  15. [1837/1838] Back Home

    Als je in een rolstoel zat, was je eigenlijk per definitie een doelwit voor de verstrooide mensen van de maatschappij. Daar was Noah al wel even geleden achtergekomen, maar telkens het opnieuw gebeurde, was hij weer verbaasd en al helemaal nu hij plots een paar bollen ijs op zijn schoot kreeg. En ja, dat was helemaal niet leuk, had echt niet gehoeven eigenlijk, maar het was nu gebeurd en Noah was niet het type om er al te boos om te worden en dus schudde hij vriendelijk zijn hoofd en zei hij: ‘Niet erg, hoor. Is alleen maar een beetje koud.’ Haha. ‘Zou daar echt geen spreuk voor zijn?’ vroeg hij zich luidop af. Je zou denken van wel, toch… Op Zweinstein leerde hij constant van die veel te specifieke spreuken, hij kon zich niet voorstellen dat er nooit een tovenaar was geweest met ijs op zijn broek die geen zin had gehad om het op dreuzelse wijze op te lossen. Daar waren tovenaars veel te lui voor. ‘Vlekken maken niet zoveel uit, toch?’ Ja, wat, vlekken deden niemand kwaad.
×