Jump to content

Noah Azarola

Huffelpuf Zesdejaars
  • Content count

    354
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    10

Noah Azarola last won the day on May 7

Noah Azarola had the most liked content!

About Noah Azarola

  • Rank
    What can't we face if we're together?

Profile Fields

Recent Profile Visitors

2,018 profile views
  1. 5 maart 1838 Noah wist onderhand al wel hoe hij succesvol met een rolstoel moest rijden – vroemvroem, hij was een expert – maar Noah was ook Noah en, eh, niet oplettend, dus waar hij zonder probleem het hele kasteel van Zweinstein doorcrosste, elke gang en elke krocht die zijn alziend oog vinden kon, was hij ook bijzonder getalenteerd in dat vooral ieders probleem maken. Goh, ja, die deur was nogal smal, maar erdoorheen rijden zou best kunnen, toch? En als hij vast stak, ach, dat raakte wel weer opgelost. En dat iets van tien keer, elke dag – en op zich, op zich kwam het ook telkens goed, dus op zich, op zich hoefde hij niet plots saaie lessen in de trant van “haast en spoed is zelden goed” en “misschien is het in principe wel een goed idee om verder te kijken dan je neus lang is, niet om naar te zijn of zo” te leren. Je had alleen het punt dat niet iedereen die hij aanreed even vergevingsgezind was als Noah naar zichzelf toe. Ja, dat vond hij zelf ook heel onredelijk, maar ach. Professor Damarcus was vast heel erg vergevingsgezind. Hij zag er een beetje permanent chagrijnig uit, net alsof de wereld hem elke dag wakker maakte om half zes met een kopstoot en een oorverdovend gerochel, net alsof dat de schuld was hem in het bijzonder. En hij had een beetje weinig geduld in de les. Maar dat was oké! Hij was vast simpelweg verlegen of iets in die aard, had niet zo goed door hoe hij overkwam, blablabla, al die onzin dat je vergoelijkend kon verzinnen over iemand die je niet per se onaardig wilde vinden. En als hij het mis had, was dat ook niet zo erg. Op een vliegende rolstoel kon je betrekkelijk snel maken dat je weg kwam. Dus. Dat. ‘Sorry, professor Damarcus!’ zei hij, te monter om oprecht te klinken, een tel nadat hij frontaal was opgebotst tegen zijn professor en vergeten was waar zijn rem ook alweer zat (een centimeter of drie van waarnaar hij aan het grijpen was, goh, toevallig). ‘Sorry als ik u pijn heb gedaan!’ Zullen we nu over het weer praten, meneer? OOC: Privé met Lisa! <3
  2. [1837/1838] Cascading, over and over

    ‘Ja ! Vijf dagen geleden geworden,’ vertelde hij, met enige trots. Nee, verjaren, op zich, was geen prestatie, dat was de eenvoudige gang van zaken, één van de weinige dingen ter wereld waar je niets voor hoefde te doen, het verlopen van tijd, maar hij was ergens alsnog trots op zichzelf. Hij was zomaar even zeventien geworden! En waar zijn leven alles geworden was waar hij nooit gerekend op had, kon hij niet zeggen dat hij dat erg vond. Of zo. Tovenaar zijn was leuk, naar Zweinstein gaan was leuk en hij wist nog niet of geadopteerd worden ook leuk was, maar Bobbie was tof en dus was ze vast eveneens tof als adoptiemoeder. Waarom zou ze dat niet zijn, tenslotte? Noah, je kent Bobbie voor geen meter. Hij tekende de papieren zonder ze te lezen (Noah wist niet wat de kleine lettertjes lezen inhield, oké) en keek zijn nieuwe adoptiemoeder nieuwsgierig aan. ‘Heb je verder nog familie?’ vroeg hij, de nieuwe vuurwhiskey aannemend. ‘Wanneer kan ik ze ontmoeten?’
  3. [1837/1838] Openingsfeest: watch the queen conquer

    De glimlach was klein, maar het was er één en dus was Noah meteen blij dat hij het gedaan had. Het was niet zo dat Blanches glimlachjes per se zeldzaam waren, ze waren het alleen maar naar hém en dus wilde hij elk exemplaar dat hij zomaar in de schoot geworpen kreeg koesteren, de eerste rijkdom die hij in zijn schatkist steken kon. Hij had geen schatkist, niet echt, had nooit het geld gehad om zo’n mooie kist te kopen en niets om in zoiets te steken, afgezien van ervaringen en verhalen en dat soort dingen dat hij voor gratis en voor niets op zijn rekening kon zetten, maar als Blanche nog één keer naar hem glimlachte, wilde hij er wel één. Gewoon. Om iets tastbaars te hebben om dat warme gevoel aan vast te kunnen koppelen. Zodat hij het nooit meer vergat. Hij schudde zijn hoofd. ‘Nee…’ Zeker niet het type feestje dat Blanche vast gewend was. Die kritische blik verdiende hij wel, hoor, hij had geen idee hoe hij zijn eigen ideeën moest aanpakken en hoe je er überhaupt op zo’n korte tijd aan begon – maar het was het eerste waarop hij kon komen en het was gewoon zo rot voor Blanche dat ze nooit een fijne verjaardag had. Terwijl je verjaardag echt jóúw dag was! Of dat in ieder geval moest zijn. ‘Wat moet je er dan zoal voor doen?’ Hij kon het vast wel, hoor. ‘Het moet natuurlijk wel goed zijn!’ Kijk eens hoe toegewijd hij was.
  4. [1837/1838] Back Home

    ‘Bloemen… Ja, dat kan ik wel doen, denk ik!’ zei hij, iets enthousiaster bij het vooruitzicht dat meisjes volgens Happiness bloemen altijd leuk vonden en dat bloemen kopen wel iets doenbaars was. Chocolade was zo dúúr. Maar misschien was dat ook het punt, misschien moest hij bewijzen dat hij dat kon of zo voor Blanche hem een blik waardig keuren zou (had je nog het punt dat hij dat helemaal niet kon bewijzen, want uh, hij had dat geld simpelweg niet) en misschien vond zij hem daarom gewoon niet leuk. Dat kon. ‘Blanche is…’ Hoe legde hij het wezen Blanche uit? ‘Ze is één van de populairste meisjes op Zweinstein,’ zei hij, maar bij het simpelste beginnend. ‘Iedereen vindt haar leuk en zo en ze wil heel graag overal goed in zijn en ze lacht altijd heel mooi als ze haar doel bereikt.’ Ambitieus, het type dat de wereld in haar achterzak wilde hebben en dat door dat eenvoudigweg te willen al half had – en hij bewonderde dat, echt waar, maar het meest van al vond hij het gewoon… mooi. Haar zo zien gaan. Wensen dat hij mee mocht gaan als ze wegging om alles te doen waar ze op kon komen. ‘Ze ziet me niet echt staan, geloof ik.’ Of wel, of wel, maar dan wilde ze hem gewoon niet zien. Heel cliché allemaal. Hij haalde zijn schouders op. ‘Ben jij eens verliefd geweest?’
  5. [1837/1838] Cascading, over and over

    Ooooooh. Kijk, nu kon Noah volgen! Het had even geduurd, maar hij had het nu en dan kon hij nu goed nadenken over of hij Noah Leadley of Noah Azarola beter vond klinken. Nu ja, op zich, op zich had Noah geen enkele band meer met de achternaam Leadley en Azarola klonk inderdaad wel cool. Iets nieuws. Magischer, ergens. En het was een nieuwe start, en waar Noah elke dag praktisch als een nieuwe start zag, was dit er écht één. ‘Dat klinkt wel leuk!’ antwoordde hij opgewekt. ‘Is je moeder lief?’ Zijn eigen moeder was wel lief geweest. Nu ja, niet lief genoeg om hem altijd te willen beschermen, maar wel… behulpzaam. Het type waar iedereen naartoe ging omdat ze wisten dat ze geen nee kon zeggen, in die eeuwige behoefte de hele wereld van hun lasten te verlichten. ‘Ik denk dat ik dan graag Noah Azarola zou heten,’ besloot hij. Kijk! Noah is goed in beslissingen maken.
  6. Nah, Noah lette niet op, Noah lette nooit op, alleen op de persoon met wie hij op dat moment toevallig een gesprek onderhield, en dus ging die stok tegen de grond en kwam Noah er op dat moment achter dat er überhaupt een stok was. En ook dat dít de kast was waarbij je moest opletten. Hij voelde even aan de deur en probeerde of hij hem openkrijgen kon (het antwoord was nee, verbazingwekkend genoeg), waarna hij maar schaapachtig zijn toverstok nam om toch iets van licht te maken. Het was gek, eigenlijk, hoe Blanche er zelfs in dit soort schaars licht nog mooi uitzag. Maar misschien was dat gewoon het punt met mooie mensen – iedereen kon er mooi uitzien, uiteindelijk, maar mensen bij wie het zo inherent was als bij Blanche, kregen het niet voor elkaar om er nooit lelijk uit te zien. Of misschien lag het aan hem, was hij simpelweg degene die het niet voor elkaar kreeg om haar als iets anders dan dat te zien. ‘En nu?’ vroeg hij aan Blanche, want Blanche scheen beter te weten hoe dit allemaal werkte dan hij. Op zich was dat niet zo gek – Noah was te verstrooid om dikwijls te weten hoe de dingen in elkaar staken, maar Blanche was gelukkig heel anders dan hij. En wist uit haar hoofd welke deuren je, naar het schijnt, niet meer open kreeg. ‘Krijg je die deur van buitenaf wel open?’ vroeg hij, in de volle verwachting dat zij dit allemaal wist. ‘Misschien moeten we dan gewoon geluid maken als er iemand voorbij komt!’ Hoe bedoelde je, het was laat, dus wie weet hoeveel man er hier nu nog voorbij kwam?
  7. [1837/1838] Back Home

    Noahs wangen kleurden rood, lichtjes. Blanche was anders dan Olivia geweest was, Agatha, al wist hij niet zo goed waarom. Ze vond hem niet leuk, wilde hem niet in de buurt zoals zij hadden gedaan, ze trok een vies gezicht als zijn lippen per ongeluk die van haar raakten door een foutje in de bibliotheek, ze keek hem afwijzend aan en zei soms nare dingen zonder dat hij goed wist waarom, maar er waren ook momenten dat ze naar hem glimlachte en dan… Dan was alles goed. Hij kreeg het nooit voor elkaar om weg te kijken, dan, net alsof hij, ergens, bang was om ook maar een seconde van het moment te missen, maar tegelijkertijd kon hij dat ook niet zo erg vinden. Omdat het het waard was. Zeg maar. ‘Ik denk het wel,’ gaf hij maar toe. Hij had het kunnen ontkennen, op zich, maar hij was daar nooit goed in. Plus, misschien kon Nessie hem wel helpen. Haar naam was Happiness – ze wist vast heel goed hoe ze dat moest bereiken. ‘Maar ik denk niet dat zij mij leuk-leuk vindt.’ Want ze vond hem niet eens gewóón leuk. Dan werd het vast niet meer dan dat. En toch… Nieuwsgierig keek hij haar aan. ‘Wat vinden meisjes eigenlijk… leuk?’ Ja, sorry, hoor, hij wist het niet, want anders had Blanche hem wel leuk gevonden. En had Agatha niet iemand anders gekust. Misschien moest hij eens vragen wie dat precies was geweest… Die jongen wist het vast beter dan hij.
  8. [1837/1838] Cascading, over and over

    Noah was een beetje in de war en keek Bobbie Azarola bijgevolg ietwat knullig aan. Was dat iets normaals? Dat je iemand één keer leerde kennen en dat ze je vervolgens hun achternaam aanboden? Misschien was dat iets typisch voor de magische wereld of zo. Kon nog wel. De tovenaarswereld was, zo leerde hij telkens opnieuw, een lappendeken van vreemde gebruiken die iedereen zodanig normaal achtte dat ze vergaten om de doorsnee dreuzelgeborene op de hoogte te stellen. Was oké, hoor. Hij was nooit te beroerd om er gewoon naar te vragen. ‘Waarom zou ik jouw achternaam krijgen?’ informeerde hij, terwijl hij zijn hoofd schuin hield, net alsof al het verstand dat hij bezat zo naar één kant zou glijden en hij de brokjes informatie zo ineen zou kunnen puzzelen. ‘We zijn niet getrouwd, toch?’
  9. [1837/1838] Cascading, over and over

    Opgewekt zwaaide Noah naar Bobbie. Hij had het eigenlijk niet zo verwacht dat hij haar terug zou zien, het was geen doorsnee ontmoeting geweest, maar ook niet het type dat een vervolgverhaal inluidde. Het type dat je bijbleef, het type dat je aan mensen vertelde op een stil moment en je de stilte wilde doorbreken met wat dan ook en een verhaal over een vrouw met meer nieuwsgierige vragen dan jijzelf, zelfs, was snel genoeg uit de mond gerold. Verward keek hij haar aan, echter, na haar boodschap. Hij nam een nadenkende slok van de vuurwhiskey, alsof dat hem zou helpen bij… wat dit ook was. Nu ja. Ook omdat hij dit nog nooit geprobeerd had (ja, sorry, soms kreeg je dat voor elkaar op Zweinstein) en hij zich afvroeg of het zijn ding zou zijn. ‘Ik denk het wel?’ Met een schuin hoofd keek hij haar aan. ‘Welke achternaam zou ik anders hebben?’ Ingram? Wacht, nee.
  10. [1837/1838] Openingsfeest: watch the queen conquer

    Hm. Nadenkend keek Noah naar het kleed dat hij aanhad. Hij wilde Blanches verjaardag helemaal niet verpesten, en hoewel hij niet zo goed snapte waarom ze dit zo’n probleem vond, was het wel duidelijk dat zij het niet tof vond en op haar verjaardag zou het een beetje gemeen zijn als hij dan iets bleef doen waar zij verdrietig van werd. En hij kon niet zo snel van kleding wisselen hier, maar hij kon wel zijn toverstok op het ding richten en de kleur en vorm wat aanpassen zodat het helemaal niet meer op Blanches jurk leek. ‘Kijk! Nu is het niet meer hetzelfde,’ zei hij, enigszins tevreden met zijn idee. Nu was de verjaardag alweer ietsje beter, toch? Misschien niet zo veel, maar… toch. Een paar punten erbij op een schaal van één tot honderd. Noahs verjaardag leed niet zozeer aan dezelfde kwaal – het viel in de advent, ja, maar verder… nah, er gebeurde niets op twaalf december – maar hij kon zich heus wel voorstellen dat het rot was. Nu… Noah was niet goed in dingen simpelweg rot vinden voor een ander als hij ergens in zijn hoofd van twintig gedachten tegelijkertijd en geen enkele van belang het plan opvatte om het allemaal beter te maken. Op de één of andere manier. Kon hij vast. Noah was er, ergens, van overtuigd dat hij alles wel kon, en als hij het niet kon, dan kon hij ongetwijfeld leren om het wel te kunnen. En dat rotsvaste vertrouwen had een deuk gekregen nu zijn benen het niet meer deden, maar hé, er was geen reden om er blijvend vanuit te gaan dat hij nooit meer wat zou kunnen. Dus. Hij had geen conclusie, niet echt, maar dat had Noah nooit tegengehouden. ‘Zal ik een feestje voor je hierna organiseren?’ stelde hij enthousiast voor. ‘Met je lievelingstaart en iedereen die je wil dat er langskomt en we houden hetzelfde thema, maar dit keer alleen met jou als koningin!’ Hij wist niet zo goed of dat echt zou lukken, hoeveel tijd je eigenlijk nodig had om een feestje te organiseren, maar niemand ging na het openingsfeest rechtstreeks naar bed, toch? Hoe moeilijk kon het zijn om mensen ergens te verzamelen en ze klaar te krijgen voor Blanches verjaardag? ‘En dan is iedereen met jóú bezig!’ Kon hij even doen alsof hij dat niet sowieso deed.
  11. [1835/1836][slow] Mmm, whatcha say?

    ‘Eén of ander ritueel of zo.’ Noah haalde zijn schouders op. ‘De helers zeggen dat er niets aan te doen is, dus jaaa.’ Dan was dat gewoon zo. Noah was te pragmatisch om er zich nu al te veel druk om te maken – of nee, dat was niet zo, hij maakte zich er wel druk om, maar dat was eng, dit hele gedoe vond hij enger dan hij wilde toegeven, maar hij wist ook niet zo goed wat hij er aan zou moeten doen. Er waren praktische problemen, en daar kon hij wat mee, maar hij kon niet om met dat abstracte begrip van een toekomst en met alle hypothetische problemen die te snel niet meer hypothetisch zouden zijn. ‘Is dat zo? Maar misschien zijn er wel speciale bezems ervoor! Ik heb dat nooit nagekeken, maar de magische wereld heeft toch alles.’ Toch? Hij hoopte er maar op, eerlijk gezegd. Leek hem wel tof. Als hij gewoon erop kon vertrouwen dat de magische wereld zelfs alles voor hem zou oplossen, ah, dan hoefde hij zich, heel eenvoudig allemaal, gewoon nergens meer druk om te maken. ‘En hoe is het met jou?’ ging hij monter door. Ze hadden echt al genoeg gepraat over zijn verlamming, hoor.
  12. [1837/1838] Back Home

    ‘Hoezo niet?’ vroeg Noah benieuwd. Wat was veel mensen kennen? Hij kende overal wel iemand, maar hij wist nooit of dat veel mensen kennen was. Hij sprak mensen gewoon graag, leerde snel namen en dan huppelde hij weer weg (nu ja, rolde) en vergat hij ze niet en ta-daaaaa, dan kende hij plots weer iemand. ‘Is het eigenlijk niet saai om niet veel mensen te kennen?’ Ja, wat. Noah kon zich niet voorstellen hoe het was om jezelf bezig te houden, oké. ‘Oh, ja, ik heb heel leuke vrienden,’ zei hij enthousiast. ‘En er is Blanche, maar Blanche vindt me niet zo leuk, maar ik vind haar wel leuk. Telt dat als vriendschap?’ Ze deed alvast niet alsof ze hem haatte. ‘Zal ik je aan ze voorstellen? Je mag ze vast!’ Niet dat hij wist waar ze nu allemaal zaten. Maar hoe moeilijk kon het zijn om er één te vinden?
  13. [1837/1838] All Directions

    ‘Dat weet ik niet…’ Zo goed had Noah nu ook weer niet opgelet. Hij was wel een paar keer onderzocht geweest en de helers hadden gezegd dat het op een vloek leek en ze wisten niet hoe ze ‘m eraf moesten krijgen, sorry, jongen, en dat was dan dat geweest. Nu ja, ze hadden vast wat meer gezegd, maar ugh, het was allemaal zo langdradig geweest en saai en als er geen oplossing voor was, wilde hij het niet horen ook. ‘Dat hebben ze niet gezegd volgens mij.’ Of wel, maar had hij dat niet begrepen omdat ze allemaal zo moeilijk praatten. Niet iedereen kende het woordenboek uit z’n hoofd, oké! Niet iedereen vond het leuk om wetenschappelijke begrippen uit het hoofd te leren! Sommige mensen wilden alleen maar weten of ze moesten hopen op een oplossing of een verlamming in hun leven moesten bouwen! Oké! Kijk, dat was zijn hele houding indertijd ook geweest. Oké! Ik snap het! Kunnen we door! Ik wil verder! Ik wil iets doen dat niet hier zitten en aangestaard worden alsof mijn hele leven nu voorbij is! ‘Ik spreek mijn ouders niet meer…’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Ze hadden geen geld voor…’ Hij gebaarde wat naar zijn benen. ‘Dus ik slaap nu bij een vriend.’ En Darius vond dat niet erg omdat Darius nooit wat erg scheen te vinden en dus was het allemaal prima. Ergens, ergens wist Noah best dat dit geen permanente oplossing kon zijn – zelfs met hoe… niet-getrouwd Evangeline en Darius zich leken te gedragen, was het vast geen zicht als hij eeuwig bij ze rondhing – maar dat was dan weer een probleem voor een andere keer. ‘Niet zo erg, hoor. Ik mis ze niet per se.’ Moest hij misschien wel doen. Maar goh. Waarom mensen missen die je toch niet meer wilden zien?
  14. [1836/1837]Ever noticed the word dying in studying?

    Noah staarde enigszins beduusd naar Blanche. Aan de ene kant was hij het gevoel van haar lippen op de zijne niet vergeten (Blanche was niet iemand die je snel vergat, oké, een iets te fel licht dat even op je netvlies achterbleef als je haar in de ogen keek), maar aan de andere kant wist hij ook niet zo goed wat hij moest zeggen nu. ‘Maar… ik moet toch ook vooruit gaan?!’ Was dat zo onlogisch dan… ‘Alleen maar achteruit gaan is stom.’ Dacht hij tenminste. Hij had het, eerlijk gezegd, nooit uitgeprobeerd, dus wie weet was het wel het leukste ooit. Behulpzaam tuurde hij vervolgens rond de bibliotheek. ‘Ik denk van niet.’ Behalve… ‘Daar zijn er twee die naar ons kijken, denk ik. Ze lachen, zie je?’ Dus misschien wel, was het niet zo verborgen als het gevoeld had. Maar misschien lag dat ook gewoon aan dat het vrij eenvoudig was om de rest in het niet te laten vallen. Omdat het Noah was, snap je. En hij zich moeilijk op meer dan één ding kon concentreren. Dat had absoluut niets met Blanche zelf te maken. Totaal niet. Het was Blanche. Ew.
  15. [1837/1838] Openingsfeest: watch the queen conquer

    Uh. Verbaasd keek Noah Blanches hele gemoedsverschuiving aan, want het was alleen aardig bedoeld, luchtig en vriendschappelijk, en dat ze plots zo verdrietig klonk, was zo… gek. Hij had het helemaal niet zo bedoeld! Het was gewoon een grappig toeval, toch? Niet zo goed wetend wat hij moest doen staarde hij haar even, heel even aan, een mond vol tanden en een verstand heel even op stand-by. Goh. En nu? ‘Nee…’ Hij sprak Christopher eigenlijk niet zo vaak meer – die was ergens weg met Dream en draken en hij was hier, evengoed in een rolstoel, maar met een minder stoer verhaal. ‘Het was een weddenschap, met Fanny, en ik vond dit kleed eigenlijk gewoon mooi.’ Dat klonk niet bijzonder, en dat was het ook niet, en hij had het al helemaal niet bijzonder vervelend bedoeld. ‘Ik wist niet dat jij hetzelfde zou dragen.’ Hij keek weleens naar Blanche, naar hoe ze eruitzag, en op de één of andere manier leek alles wat ze droeg zo bij haar te passen, alsof ze zich aanpasten aan wie zij was en aan wie zij wilde zijn, wat ze wilde betekenen in de wereld, maar jurken herkennen? Nah. Plus, het was eigenlijk puur toeval dat hij het hier gemerkt had. Gewoon. Omdat het bij hem een kleed was en bij Blanche háár kleed. ‘Hoezo is je verjaardag nu verpest?’ vroeg hij. ‘Het is maar een kleed…’ En dat was niet het belangrijkste, toch? Het was belangrijker dat ze een fijne dag had, een dag waar ze naar huis over zou kunnen schrijven, en dan was één jurk vast niet zo belangrijk. ‘Heb je al een taart gehad?’
×