Jump to content

Noah Azarola

Huffelpuf Zevendejaars
  • Content count

    371
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    10

Noah Azarola last won the day on May 7 2018

Noah Azarola had the most liked content!

About Noah Azarola

  • Rank
    What can't we face if we're together?

Profile Fields

Recent Profile Visitors

2,232 profile views
  1. [1838/1839] Opportunities in the skies

    Ja, ja, Noah moest dringend leren hoe hij de dingen aanpakte, maar veel succes had Bobbie nu ook weer niet (al kon hij niet zeggen dat hij het erg vond om zo snel het feestgebouw te ontdekken, vroemvroem en zo), dus tussen ons gezegd en gezwegen leerde hij absoluut geen hol. Nu ja. Was niet erg. Elizabeth zou nog weleens tevoorschijn komen, misschien zou ze zelfs opnieuw een bezoekje brengen aan Bobbie, je wist maar nooit, en in de tussentijd ontdekte hij de hapjes wel. Ja, wat, hij moest iets leren vandaag, niet dan? ‘Ze schaamt zich precies,’ meldde hij aan Bobbie, terwijl hij naar een bizar hapje reikte dat meer bewoog dan Noah van voedsel gewoon was, maar goed, rijke mensen hadden altijd zo hun rijke-mensen-rariteiten. ‘Denk je dat je haar nog gaat terugzien?’ informeerde hij, zijn mond vol. ‘Of vind je..’ Hij slikte even alles door. ‘...haar te vervelend hierdoor? Ze zag er wel mooi uit, vond ik.’ Noah had de neiging weinig erg te vinden van de mensen die hij schoon vond, deels doordat verhalen altijd zeiden dat dat een goede graadmeter was en Noah niet tussen de regels door las en deels omdat Noah niet goed was in wrokkig zijn en per definitie niet veel erg vond. Al helemaal dit soort gedoe niet. Dit was zo… niet zijn probleem. ‘Mensen kijken naar ons…’ Hij zwaaide naar iemand die redelijk indringend keek. Ze zwaaide niet terug.
  2. [1838/1839]Treat me better

    Meisjes waren zo raar. Goed, misschien was het gewoon Blanche wier innerlijke wereld niet op die van hem aansloot. Misschien was Blanche gewoon het type om iets van redelijkheid te vinden in de chaos die ze op hem afvuurde, van bitse woorden tot uitnodigingen en dan meteen terug naar scherp geschreeuw en dan een kus. Een moment lang wist hij niet goed hoe te reageren. Ja, hij had hier best eens over gedroomd – Noah was niet in veel goed, iets met slecht zijn in voldoende te focussen om dingen onder de knie te krijgen, maar hij was wel goed in dromen, in zich voorstellen hoe de dingen zouden zijn in een ideale wereld. Hoe het zou zijn als zijn familie geen afstand had gevoeld met hem nu ze wisten wie hij werkelijk was. Hoe het zou zijn als hij geen vrienden was kwijtgeraakt door de meanderende route van het leven. Hoe het zou zijn als Blanche hem niet zo haatte als ze deed, als ze met dezelfde dromerige blik naar hem zou kijken als hij naar haar. Maar eerlijk gezegd? Het was lastig om die dromen te vergelijken met hoe het echt was. Hij had nooit echt gedacht aan de geur die zou binnendringen, aan een ontsnapte kriebelende lok haar nabij zijn gezicht, precies hoe zacht haar lippen waren. De smaak van nog resterende alcohol drong door in de tel die hij nodig had om te beseffen dat dit niet één van die achteloze dromen was. Was het niet wonderlijk? Je kon ergens maanden en maanden over nadenken, je kon versteld staan om hoe lang je bij één en dezelfde persoon stilstaan kon (en toch, het had nooit echt verveeld – Blanche was een spektakel van dag tot dag) en dan gebeurde het echt en voelde het niet eens echt. Alsof hij plots niet meer wist wat echt was en wat niet. Haar terugkussen was één van de simpelste beslissingen die hij ooit genomen had. Je weet wel, dit was een betere gedachte bij elk ander, Noah vond beslissen nooit zo ingewikkeld, maar toch, het was zo eenvoudig. Nu wel. Alles aan Blanche was zo verdomde gecompliceerd en hij kon nooit volgen, zag haar gedachten wel springen van het een naar het ander, maar zag het pad niet dat ze volgde, begreep niet welke richting hij uit moest. Maar dit? Dit was A naar B. De hand die hij voorzichtig, ergens, alsof hij het niet helemaal geloofde, op Blanches kaak legde, zachtjes, was C. ‘Ik snap jou niet,’ mompelde hij tegen haar lippen aan. Dat was D.
  3. [1838/1839]Treat me better

    Waarom was hij er niet… Een beetje onwillig haalde hij zijn schouders op. Zo ondervraagd worden was eigenlijk echt niet tof, al was het dan door Blanche en ook al was hij vast zijn quota van Blanches aandacht al aan het opmaken voor de rest van het jaar, maar kom op. ‘Je praat nooit tegen me, waarom zou ik dan op je feestje komen? Om een hele treinreis genegeerd te worden? Alsjeblieft zeg.’ Oh, ja, zo kon hij het ook noemen. Maar… serieus, moest dit echt zo? Was sorry zeggen niet genoeg? Moest ze hem echt gaan afkappen op zijn excuusidee? Hij wilde gewoon zijn best doen! Ergens een tijdverdrijver vandaan halen om het allemaal op te lossen was zo één, twee, drie geen optie. ‘Nee, ik snap het niet.’ Dat was gewoon zo. Wat was er nu weer slecht aan je vrienden nog eens zien? Was het niet “cool” genoeg om enthousiast te zijn of wat was het nu zelfs? ‘Wil je je vrienden niet meer zien vandaag of zo?’ Waren ze dan haar vrienden? Huh? Noah wist best dat hij een buitenstaander was en zo bij Blanches kring, maar man, zíjn vrienden deden allemaal niet zo moeilijk. Hij ging naar ze toe als hij ze wilde zien, wat over het algemeen wel zo was, niemand vond het sociale zelfmoord om tweemaal op een dag een ander te zien en… ja, nee, hij snapte het inderdaad niet. Hij snapte niet waarom Blanche zo boos was op hem, hij snapte niet waar ze zo’n groot probleem van maakte en hij snapte al helemaal niet wat hij in vredesnaam voor haar moest doen. ‘Wat wíl je nu van me?’
  4. Jup, er waren beperkingen aan hoeveel de magische wereld kon oplossen. Heel eerlijk? Noah was daar een stuk minder verbaasd over dan Blanche. Hij was nooit opgegroeid met magie, maar kom op, als magie alles als bij toverslag oplossen kon, had hij geen grote klassenverschillen gezien, niet het schrijnende verschil in kansen dat zelfs op Zweinstein in sterk gedistilleerde versie te ontwaren was. En de helers? Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik heb niet echt iets… “gedaan” om verlamd te raken of zo, de helers zeggen dat het een vloek is die ze niet ongedaan kunnen maken.’ Wat een hoop ingewikkelde implicaties had die hij niet helemaal kon volgen met betrekking tot wat hij wel en niet nog kon. Voor hem was het het belangrijkste om te weten wat wel en waarvoor hij hulp nodig had en de theoretische achtergrond was zo… vervelend. Drukte zijn neus op de feiten. Herinnerde hem eraan dat niemand echt wist wat er verder zou gebeuren. Of het erger zou worden of slechter. Zo nu en dan bezocht hij nog eens een heler, maar hoe meer hij aanhoorde dat hij nog maar eens moest langskomen als hij verschil opmerkte, hoe meer hij het “vergat”. ‘Het is begonnen na een of ander ritueel van iemand hier op Zweinstein,’ lichtte hij toe. ‘Ging verkeerd. Ta-da!’ Meer was er niet aan, niet echt. Eén stomme beslissing om mee te doen en huppakee, veroordeeld tot de rolstoel om toch nog enige mobiliteit te hebben. Begrijp hem niet verkeerd, hij was blij dat hij het ding had, al helemaal nu Bobbie hem een degelijk exemplaar had gegeven dat hem toeliet nog veel meer te doen dan met de rolstoel die hij uit eigen zak had kunnen betalen, maar het was toch anders. Hij kon snel aan dingen wennen, dat zeker, maar zelfs dit was zoiets waarbij hij hoopvol naar de fantoompijnen keek, alsof die werkelijk iets góéds betekenden. ‘Oh, ja, Astoria is echt moeilijk,’ knikte hij. Noah was niet zo geweldig in toverdranken, iets met dat het zo veel tijd kostte altijd, en als iets meer dan vijf minuten in beslag nam, was het al een wonder als er geen ongelukjes gebeurden, maar dat betekende niet dat hij het verschil niet had gemerkt tussen Astoria en de vorige. Serieus, hij mocht een ketel onderhand al niet meer aanraken! Pfft. Zo leerde hij echt niets bij. ‘Als we hieruit kunnen komen, lukt het je vast!’ antwoordde hij monter. Hè, wacht, Agatha had hem een zakmes gegeven indertijd — ja, ontzettend romantisch. Maar goed, tijd om een zakmes in een schroevendraaier te toveren, de scharnieren eruit te draaien en Blanche als een ware prinses om klokslag middernacht naar haar ware aard te laten gaan, in plaats van hier haar schoon snoetje te verdoen. ‘Pakt dat magische deuren niet zo anders zijn dan de dreuzelse…’
  5. [1837/1838] Homerun a way to my heart

    Ha, dingen vasthouden, dat kon hij! Als ze had willen weten hoe ze überhaupt harder had kunnen slaan (negen van de tien keer had dat met houding te maken, maar goh, niet altijd de eenvoudigste kunst om uit te leggen, al helemaal omdat Noah de dingen nu gewoon anders deed), was het een pak lastiger geweest om te tonen, maar dit was een greep en zijn handen werkten nog altijd even levendig als ze altijd gedaan hadden. Helpen vond hij sowieso nooit erg. Hij kende Lyre Lennox niet zo heel goed, maar ‘t was een lief ding, immer goedgemutst, en het was niet de eerste keer dat hij haar hier op het veld zag. Als hij nu echt veel meer aandacht aan haar had besteed, was de kloof tussen haar normale prestaties en nu hem misschien opgevallen, maar… ja, kijk, zelfs als hij de link gelegd had, waarom zou ze ooit liegen? Wat haalde ze eruit? Zoiets. Maar goed, Noahs hoofd werkte niet zodanig complex dat hij daar zelfs over nadacht. Nee, hij sommeerde een niet door de spelers gebruikt slaghout, verhinderde net dat dat ding de lieftallige Lyre de modder inknuppelde (hij moest echt werken aan zijn sommeerspreuken) en deed zijn grip een beetje voor. Maar daar had ze niets aan, toch? Je kon zoveel kijken als je wilde, om iets te doen moest je het zelf doen. ‘Echt hard slaan is niet zo eenvoudig, hoor, laat het niet aan je hart komen,’ gaf hij nog heel wijs mee, voor hij de slagplank aan haar doorgaf om haar te doen proberen. Toen hij zag dat ze het niet helemaal deed zoals hij, nam hij de vrijheid om de precieze grip te corrigeren. Hij riep even aan een ander om hem een bal toe te gooien. ‘Wil je het proberen?’
  6. [1838/1839]Treat me better

    Oh. Feestje. Ze was boos dat hij niet gekomen was. Ze was boos dat hij niet gekomen was? Ergens had hij gedacht dat ze het naar een andere Noah had gestuurd (nee, hij kende ook geen andere Noah, maar Blanche vast wel, Blanche had jaren in een ander milieu gezeten dan hij, hij kon zich niet voorstellen dat ze geen legers aan deftige dames en keurige heren kende die ze op haar feestje had willen hebben), maar nee, blijkbaar had ze hém op haar feestje gemist. Had hij moeten komen. Je weet wel, in plaats van het stomweg te vergeten en het sowieso iets te veel moeite te vinden om zich door het smalle gangpad van de trein te manoeuvreren om bij haar te geraken. ‘Oh,’ zei hij, wat verbaasd, en daarna kon hij een stompzinnig lachje niet onderdrukken, want ze had hem op haar verjaardag gewild en ja, oké, ze zag er niet zo heel blij uit, maar dat negeerde hij maar, want ze had hem op haar feestje gemist. ‘Sorry.’ Kijk! Hij kon zijn excuses wel aanbieden, zo nu en dan, al had hij vaak genoeg niet door dat dat moest. Maar nu wel, nu wel, en ondanks dat hij het fijn vond dat ze hem er wel bij had gewild, wilde hij niet dat ze verdrietig was dat hij… je weet wel, Noah-achtig was en alles vergat wat niet recht voor zijn neus gebeurde. ‘Natuurlijk had ik wel willen komen!’ riep hij uit, verrast dat dat haar conclusie was. Ja, waarom had hij het dan niet gedaan, hè? Ehhh. ‘Weet je wat, we doen nog een feestje — twee verjaardagfeestjes vind je niet erg, toch? Dan kan ik het goedmaken!’
  7. [1838/1839] Opportunities in the skies

    Ach, Noah vond over het algemeen gesproken dat hij het nog wel oké deed. Was de rest van de wereld het daarmee eens? Geen idee! ‘t Maakte hem over het algemeen ook zowat niet uit, eerlijk gezegd, want zolang genoeg mensen aardig tegen hem waren en hij het naar zijn zin had, vond hij het allemaal best. Plus, mensen waren een stuk vriendelijker tegen hem nu hij dure kleren droeg in plaats van de sjofele, ofwel iets te grote ofwel iets te kleine truien en broeken van weleer. Zo nu en dan had hij geprobeerd om het op te lossen met magie, maar dat was eigenlijk nooit zo spectaculair verlopen. Nu, nu was het echter totaal geen ding meer. Vreemd gevoel. En ook niet. Noah wende aan alles binnen de vijf seconden, zag alle plaatsen als zijn tweede thuis. Dwalen was niet meer en niet minder dan een langere weg nemen dan normaal. ‘Oh! Geen idee…’ Bobbie had de neiging nogal experimenteel te zijn, had hij het idee, en niet zodanig veel bezig te zijn met huwelijken en dergelijke, maar eerlijk gezegd… ‘Als ze het leuk vindt, waarom zeg je het dan niet tegen hem?’ suggereerde hij. ‘Misschien dat hun huwelijk dan verbetert!’ Ja, wat, dat was alleen maar vriendelijk, toch? Als je toch al buiten je huwelijk met mensen naar bed ging, leek het hem alleen maar beleefd om als buitenstaander behulpzaam te zijn. Ja, oké, hij had het niet zo geweldig gevonden toen Agatha per se een andere jongen moest zoenen, maar ah, beter om het te weten, toch? Al helemaal als je wist wat je dan beter doen kon. Dus.
  8. [1838/1839]Treat me better

    Eh. Waar hij in de vakantie had uitgehangen, had hij best kunnen toelichten (Egypte! Met Bobbie, het was verbazingwekkend waar je zoal terechtkwam als je centen had en nog verbazingwekkender was het geweest om in een land te zijn waar hij nog nooit eerder van had gehoord), waar hij nú uithing, was Zweinstein. Dat zag ze ook wel. En de trein… wel, ja, de trein. Er waren vrij weinig plaatsen waar je kon zijn in een trein. ‘Huh? Gewoon, bij mijn vrienden.’ Die had hij wel, hoor. ‘Ik weet niet precies welke coupé, ergens aan het eind. Hoezo?’ Langzaamaan begon het te dagen toen ze het over haar verjaardag had, maar ook maar half. Sorry, oké. Hij snapte geen hints. ‘Oh! Gelukkige verjaardag! Zeventien?’ zei hij, wat enthousiaster, nu ze wat minder kwaad klonk. Noah ging niet graag om met andermans boosheid, eerlijk gezegd. Dan kreeg hij toch nooit wat nuttigs gezegd, waar hij het wel over wilde hebben, ging het ene oor in en het andere weer uit, en oh, ja, je had ook nog dat dingetje dat Noah nooit zo goed kon onthouden waar de initiële woede vandaan was gekomen. Half en half herinnerde hij zich een uitnodiging, dat treinfeestje van Blanche, maar Blanche mocht hem niet eens zo erg, dus waarom zou ze hem over zijn whereabouts ondervragen? Het klonk net alsof hij van één of andere misdaad verdacht werd of zo en hij dringend met een goed alibi moest komen. Jammer, hoor. Hij had geen alibi. Hij was het gewoon vergeten, dat feestje, haar niet — zelfs met zijn geheugen als een zeef was het moeilijk, zo niet onmogelijk, om Blanche uit zijn hoofd te zetten — maar nu stond ze ravissant voor hem, als een in steen gebeitelde herinnering aan alles dat hij nooit vergeten mocht. ‘Ja,’ bevestigde hij zonder er ook maar een seconde over na te moeten denken. ‘Je ziet er mooi uit.’ Dat was gewoon zo, was zijn schuld niet, maar als ze nu weer boos werd zoals in die kast, rolde hij gewoon weer weg, hoor. Mensen die niet om konden gaan met de waarheid, waren vermoeiend. Of ze nu Blanche Ingram waren of niet. ‘Heb je tot nu toe een leuke verjaardag gehad?’
  9. [1838/1839]Treat me better

    Ja, Noah had die uitnodiging wel gehad en ja, hij was er eigenlijk best verbaasd door geweest, want waar zijn blik altijd een tel te lang op Blanche bleef rusten, had hij nu niet meteen de indruk dat ze hem erg mocht, maar nee, hij was er inderdaad niet naartoe gegaan. En hij had er niet echt een goede reden voor, oeps, sorry, hij was alleen maar glad vergeten dat Blanche hem uitgenodigd had en was bij zijn (onuitgenodigde) vrienden gebleven. Had hij er echt op moeten rekenen dat het haar zou boeien? Maar oké, dat deed het blijkbaar wel, al had hij niet zo één, twee, drie door dat er tegen hem geroepen werd en evenmin waar Blanche het over had. Hallo, hij was gewoon door een gang aan het rollen — wat voor onbeschrijfelijke misdaad was het deze keer? Had hij tijdens het feest niet naar haar mogen kijken? Stond hij in de weg? Of wat? ‘Waar was ik wanneer?’ vroeg hij. Ja, nee, Noah voelde zich ergens wel aangevallen omdat ze hem… gewoon, overviel en aanviel, zo midden op de gang, maar hij was gelukkig net efficiënt genoeg om geen conclusies te trekken. Of… nu ja. Noah trok niet zo vaak conclusies, om eerlijk te zijn, hij verzamelde de gegevens en liet ze voor de rest maar sudderen, want er waren andere dingen om zich mee bezig te houden. Zo jeukte zijn trui een beetje. En zag Blanche er mooi uit, zoals gewoonlijk, maar nu toch… anders, aandoenlijk, rode wangen en warrige haren en een iets minder vaste tred dan hij gewoon was van haar. Als ze niet zo boos zag, had hij het gezegd, maar… ja. Kijk. Dat dacht hij ook weer elke keer. Blanche was verbazingwekkend vaak boos op hem. ‘In de vakantie?’ Wist hij veel. Hij keek met een schuin hoofd naar de tiara. ‘Waarom draag je een kroon?’
  10. Meisjes waren raar, besloot Noah, maar vooral Blanche. Noah wist best wat liegen was, maar ten eerste was het stom dat ze er gewoon maar vanuit ging dat hij loog zodra hij iets zei (hier had Happiness hem niet op voorbereid en een tel lang voelde hij de bereidheid om Blanche haar gelijk te geven en haar voor de rest te laten rusten) en ten tweede had hij gewoon… niet gelogen. Hij had haar een compliment willen geven. Had gehoopt dat het tegen haar negatieve optiek jegens de hele godvergeten wereld zou opwegen, in elk geval tegen degene jegens hém. Meer, meer had er allemaal niet achtergezeten. Als dat had gemoeten, mocht ze dat nu heel vriendelijk uitleggen en zou hij het meenemen naar de volgende keer, werkelijk waar. ‘Nee, dat dacht ik niet,’ gaf hij keurig aan, want zo eerlijk was hij ook wel weer gewoon. Waarom zou hij níét? Hij zou niets uit tegen Blanche liegen over of hij haar slim vond of niet halen. Ze was slim, dat wist ze zelf ook, en Noah vond zichzelf niet per se de domste persoon ter wereld, maar hij bezat zelfkennis genoeg om te weten dat hij dat op dat vlak niet meteen veel gewicht in de schaal legde naast Blanche. Was oké. Als iedereen slimmer dan gemiddeld zou zijn, was er ook weer niets aan. ‘Het is ook saai,’ gaf hij toe, zijn schouders ophalend. Hij was ook niet goed in stilzitten, had er ook nooit zo geweldig goed tegen gekund om vast te zitten en goh, kijk toch eens waar zijn levensloop hem had gebracht, maar tegelijkertijd viel er niet veel aan te doen. Het was zo. Volgens de helers moest hij niet op meer weten. Moest hij blij zijn dat het niet erger was. Ook toen had hij zijn schouders opgehaald — hij had geen boodschap aan hypothetische situaties die nu erger of beter waren. Hij had iets aan de realiteit. ‘Maar ik kom er niet meer uit, zeggen ze, dus…’ Wat maakte het uit, waarom zou hij zich zorgen maken over of Blanche hem beledigde of niet, wat maakte het úít? ‘Zolang we hier maar uitkomen.’ Hij dwong zichzelf om niet opnieuw zijn schouders op te halen. ‘Iets halen,’ antwoordde hij, terwijl hij zich iets naar voren zette en zich op het slot richtte. Voor Bobbie langsgekomen was, in dat vorige dreuzelse leven had hij nog geleerd hoe sloten open te breken waren, maar die kennis kwam zelden van pas in de magische wereld. Hier hadden ze allemaal andere manieren om ongewenste bezoekers af te wenden, manieren waarvan hij het mechanisme nog altijd niet volledig begreep. Maar ah, hij kon het proberen, hij moest íéts doen terwijl hij koppig probeerde te negeren dat Blanche zijn manier om Happiness’ advies op te volgen als een belediging opvatte en, wist hij veel, misschien dat het indruk op haar zou maken. Oké, vast niet. ‘Maar ik weet niet meer wat.’ Tijdelijke amnesie door omstandigheden en het feit dat Blanche zijn hersencapaciteit in beslag nam, sorry, sorry, hij herinnerde zich later wel weer wat hij nodig had gehad. ‘En jij? Ik ga er niet vanuit dat dat feest hier in de buurt was?’ Anders had hij vast meer stemmen gehoord.
  11. [1837/1838] Well, I'd love it if we made it

    Hm. Noah wilde liever niet rondkruipen zonder rolstoel – dat zou namelijk heel veel tijd kosten en hij kwam nu al geregeld te laat – maar hij had ook geen zin om zich zo te laten koeioneren. Goed, goed, dit was zijn schoolhoofd, een schoolhoofd met een temperament om u tegen te zeggen, maar tegelijkertijd was het een vent van kust-m’n-kloten en raakte Noah niet snel onder de indruk van geschreeuw. Ah, dat zou hij wellicht wel moeten doen, maar… ach. Plus, Bobbie als adoptieouder hielp niet. Hij kreeg nu nog minder mee dat hij iets anders moest doen dan wat hij maar wilde. Maar goed, hij was niet dom. Vond hij zelf. En dus haalde hij zijn schouders op en hij knikte. ‘Ja, hoor, begrepen.’ Het algehele concept dat zijn lieftallige schoolhoofd had willen overbrengen, had hij prima begrepen, ja, het was ook niet zo lastig om te verstaan, maar er zat een wereld van verschil tussen wat Noah op rationeel niveau begreep en waar hij aan dacht als hij, goh, elke beslissing in zijn leven maakte. ‘Maar zo erg is het nu ook weer allemaal niet.’ Het was gewoon een stom ongelukje geweest, echt. Doe normaal, schoolhoofd. Had hij nooit eerder in een gang gewandeld of zo? ‘U doet nogal dramatisch, hoor.’
  12. Oh, was hij niet uitgenodigd? Jammer. Gelukkig had Noah nog wel andere vrienden, andere feestjes om naartoe te gaan, ook al wilde hij ergens heel graag met Blanche naar zo’n feestje, al was het maar als excuus om haar te zien schitteren zoals ze altijd deed als ze wist dat ze in haar element was (niet dat dat hem ooit was opgevallen, nuhuh). Het was niet zo dat het Noah nooit was opgevallen dat sommige mensen met iets meer ontzag werden behandeld dan anderen, dat populariteit er tot op zekere hoogte toe deed, maar… waarom had hij erom moeten geven? Mensen waren maar mensen, iedereen was uiteindelijk ook maar iemand. En als het iemand als Blanche Ingram betrof, was het gemakkelijk om dat even te vergeten, om haar hoger op de ladder te plaatsen dan elk ander (maar was dat niet half en half omdat ze zelf de ladder zou beklimmen als hij het niet voor haar had gedaan? Blanche scheen nooit genoegen te nemen met de bodem als ze de sterren in het vizier had), maar God, de feestjes zelf konden hem niet bommen. Zolang hij maar goede mensen om zich heen had. Zolang hij maar een rolstoel had om zichzelf mee rond te koersen. Zolang hij maar zichzelf had om zijn weg mee verder te zetten. Oh, en je weet wel, zolang Blanche over hem heen zat gebogen, ging hij ook nergens over klagen. Ja, sorry, hoor. Hij had het niet expres gedaan, maar eerlijk gezegd had hij tot nu toe geen slechte kant van deze situatie gezien. Nu ja, afgezien van het jammerlijke feit dat Blanche iets helemaal anders hoorde dan hij feitelijk zei en dat ze sowieso niet heel blij met zijn stralende aanwezigheid hier scheen te zijn. Bracht ook weer veel hoop. Gelukkig was Noah niet het type om zich heel veel aan te trekken van het algehele concept dat mensen die nooit op leken te lichten bij je binnenkomst hoogstwaarschijnlijk niet zó dol op je waren. Had ook gewerkt bij Agatha. ‘Dat zeg ik toch helemaal niet?’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Jíj bent degene die hier zo dringend weg moet.’ Hij vond het niet zo’n hel om in Blanches buurt te moeten zitten, hoor. ‘Gaat gewoon open toveren eigenlijk niet?’ Hij dacht niet zo moeilijk.
  13. [1837/1838] Homerun a way to my heart

    Noah had altijd energie voor tien gehad. Als kind had hij nooit stilgezeten, als tiener net zo min eigenlijk, en nu moest hij dan wel zitten omdat er niet veel anders opzat, maar dat betekende niet dat het stil moest zijn. Sinds Bobbie hem geadopteerd had, was het een stuk eenvoudiger om aan allerlei magische snufjes te komen die het gemakkelijker maakten om toch nog actief te blijven, ondanks het jammerlijke feit dat zijn benen niet meer werkten, nog steeds gevangen in de greep van een mislukt ritueel. Maar hij was het type niet om daarin te blijven hangen — hij was meer het type om andere wegen te zoeken naar zijn bestemming (soms letterlijk — echt heel vervelend, al die trappen op Zweinstein en smalle gangetjes waar zijn rolstoel helemaal niet doorheen kon), of het hem nu een beetje meer tijd kostte of niet. Zijn energie nu kwijtraken was iets, iets lastiger, maar omringd met de juiste mensen die enige flexibiliteit bezaten, lukte het heus wel. Niemand die zei dat je moest stoppen met oude hobby’s, puur omdat je in een rolstoel was beland, toch? De mogelijkheden waren eindeloos. Al helemaal voor dreuzelkinderen die nog altijd enigszins verbouwereerd stonden te kijken bij wat er allemaal mogelijk was. Een beetje jammer dat iemand een beetje uitlachen om hoe ze sloeg ook tot die mogelijkheden behoorde, maar hé, het leren en het zo oplossen was ook één van die mogelijkheden, dus zo kwam het vast alsnog weer goed. Hij was vast een geweldige leraar. Hij glimlachte naar haar, vrolijk – hij kende haar niet goed, maar dat had hij ook niet nodig, ze leek hem lief en dat betekende vast dat ze dat ook gewoon was. Onaardige mensen konden het nooit zo goed verbergen, vond hij. ‘Natuurlijk wel!’ Waarom zou hij niet? ‘Heb je een slechte dag vandaag?’ vroeg hij een beetje plagend, voor hij zich naast haar manoeuvreerde. ‘Hoe kan ik helpen?’
  14. [1837/1838] Back Home

    Lieve dingen voor Blanche doen… Hm. Interessant. Op zich vond Noah zichzelf best wel een lieve jongen, aardige knul, dat soort nietszeggende epitheta die je zo snel je kant opgeslingerd kreeg zodra je één ding voor een ander deed zonder meteen met open hand naar ze te reiken voor de betaling, maar het was moeilijk om zo één, twee, drie te bedenken wat voor lieve dingen hij voor Blanche moest gaan doen. Hij kon geen cadeautjes voor haar kopen, want hij was arm; hij kon moeilijk allerlei zoetigheden voor haar gaan bakken, want Blanche kende zelf veel meer van zoetigheid door haar vaders fabriek dan hij en dat was vast allemaal tien keer lekkerder dan wat hij kon maken; hij kon haar niet helpen bij haar huiswerk of zo, want ze was veel slimmer dan hij. Plus, Noah vergat altijd meteen dat hij huiswerk moest maken. Geen idee hoe hij door de SLIJMBALexamens was gekomen. Maakte niet uit. Kijk, hij dacht veel te snel “maakte niet uit” hiervoor. ‘Wat voor lieve dingen?’ vroeg hij, geïnteresseerd. ‘Wat zou jou zover krijgen dat je iemand ziet staan?’ Als meisje was ze de expert, niet? ‘We zitten bij elkaar in de klas! Dus dan probeer ik haar aan te spreken, maar ik bedoel, iedereen wil met haar praten en zo,’ hoe bedoelde je, niet iedereen was verliefd op Blanche, huh, ‘dus dat lukt niet altijd. Maar soms wel! Ze heeft me een keer geholpen met iets uitleggen dat ik niet snapte?’ Hij dacht even na. ‘Is dat goed? Of vindt ze me dan alleen maar dom?’
  15. ‘Oh, ik wist niet dat er een feestje was,’ gaf Noah toe, want wanneer gaf Noah dingen niet toe, wat was liegen, wat was verzwijgen, wat was trots, en nog belangrijker, wat zou ervoor zorgen dat Blanche niet meer zo boos klonk als ze tegen hem sprak? In se had Noah altijd wel een aantal vragen, maar ze maakten nooit echt deel uit van zijn dagelijks leven. Maar die laatste wel. Want Noah wilde heel graag dat Blanche naar hem glimlachte zoals hij soms zag dat ze deed naar anderen en niet geërgerd klinken was vast een goede eerste stap – en ah, tot die tijd kon hij het niet erg vinden dat zijn rolstoel een stormachtige affaire had gehad om deurklinken die hen hiertoe veroordeeld had, want in het donker kon hij heus wel doen alsof ze wel glimlachte, of ze nu zo klonk of niet. Zij vond het vast ver-schrik-ke-lijk hier, maar hij kon niet klagen. ‘De deur opblazen?’ herhaalde hij, terwijl hij met enige tegenzin een centimeter of drie aan de kant ging. Veel meer plaats was er hier niet. Misschien als hij geen rolstoel had gehad, maar goh, die had hij wel. Ha. Zonder was hij hier niet in verzeild geraakt, dat ook. Dus. Eh. Ja. ‘Kan je er zo aan?’ Als ze niet kon, kon ze er wel gemakkelijker bij op zijn schoot! Overigens! Gewoon! Voor de efficiëntie! Echt waar! Noah zou nooit bijbedoelingen ergens bij hebben! Of hij kon de stand aanzetten die de rolstoel opvouwde en maar als een zielig gevogelte op de grond zitten zodat hij haar niet in de weg zat, maar… nah. Mocht het? ‘De deur opblazen is wel slim,’ complimenteerde hij haar, Nessies woorden ter harte nemend. ‘Maar jij hebt altijd slimme ideeën.’ Want Blanche was slim, Blanche was altijd slim en zelfs als ze dat niet was, vond ze wel een manier om slim te ogen. Noah was niet zo; bij Noah zou het nog niet eens opkomen dat dat een optie was, slim lijken als hij het niet was, maar Blanche mocht het hem vast aanleren.
×