Jump to content

Keane Cadwgan

Magisch Verbond
  • Content count

    912
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    48

Keane Cadwgan last won the day on July 6

Keane Cadwgan had the most liked content!

About Keane Cadwgan

  • Rank
    Flowers will die, but diamonds are forever

OOC Profiel Informatie

  • Naam
    Dails

Profile Fields

Recent Profile Visitors

4,260 profile views
  1. Toen Eva zich uit zijn armen draaide voelde hij zich plotseling koud, alleen – maar dat kon ook te maken hebben met het ijzige gevoel dat zich vanuit zijn onderbuik door zijn aderen verspreidde door de bewegingen achter het schuifpaneel. Voor een moment was hij van slag en wist hij even niet wat te doen, maar toen Evangeline hem vanaf de deur paniekerig aanstaarde schudde hij zijn hoofd en griste hij met zijn ene hand zijn trouwring van het bureau en met de andere zijn toverstaf van het dikke tapijt. De lamp, de rotzooi… het zou maar moeten blijven liggen, zou maar moeten worden ontdekt. De ring voelde koud aan en hij kreeg het goud nauwelijks om zijn vinger, alsof het ding tegensputterde om in deze toestand wederom met zijn rechtmatige eigenaar te worden herenigd. “Kom op…” mompelde Keane tegen zichzelf, waarbij hij het knellende kleinood met kracht om zijn ringvinger duwde en vervolgens zijn staf op de deur legde. Het was een ingewikkeld spreukje, welke hij van Felicia had geleerd, hem enkele lessen had gekost om onder de knie te krijgen en geen overbodige luxe was gebleken. Er was nauwelijks twijfel over mogelijk wie zich met zoveel moeite toegang tot de ruimte wilde verschaffen – des te meer omdat ze zich in een huis bevonden wat aan dreuzels toebehoorden en hij wist dat de magische spreuk niet makkelijk te doorbreken was - en gehaast mompelde hij verder, het paniekerige gevoel echoënd in zijn borst. Hij wist niet zo goed wát er zou gebeuren als zijn grootvader hem hier met Evangeline zou ontdekken, maar het zou vast niet veel goeds betekenen. Voordat hij klaar was de spreuk op te heffen, voelde hij deze plotseling al onder zijn vingers verdwijnen. Zonder hier al teveel vraagtekens bij te zetten trok hij de deur open en sleurde hij Evangeline mee naar buiten, waarna hij het houtwerk met een klap dichtgooide en vlug “Colloportus!” over zijn schouder riep. De verzegeling was niets vergeleken met het stukje (ietwat) duistere magie en zou zijn grootvader uiteraard niet tegenhouden, maar was in ieder geval beter dan niets. Wild en buiten adem staarde hij de gang op en neer, welke gelukkig was ontdaan van personeel of gasten, voordat hij de grote en deftige trappen negeerde en Eva een (andere) geheime gang in trok. Hij had vorig jaar heel wat tijd op Gordon Castle besteed en gemerkt dat juist door het missen van magie dreuzels toch wel inventief werden in andere zaken. Met zijn hand in de hare en biddende dat niemand hen zou zien, trok hij haar door een klein kamertje en vervolgens een lange, smalle wenteltrap af waarvan hij wist dat deze hen toegang zou verschaffen tot de enorme tuin. “Ga jij maar eerst” sprak Keane hijgend, terwijl hij zich richting Evangeline draaide en haar in het duister aankeek, haar bruine ogen glanzend in het weinige licht. “Volgens mij is linksaf de kortste route… doe rustig aan, alsof je gewoon een ommetje maakt. Ik zal twee minuten wachten en dan ga ik rechtsaf, dan ben ik misschien vijf of tien minuten later dan jij weer binnen.” Hij moest haar loslaten, wilde haar loslaten, maar zijn vingers waren door de hare verstrengeld – en het was zo’n lang jaar geweest, zo’n pijnlijk gemis. Hij boog zich naar voren en kuste zachtjes haar voorhoofd, alsof het de laatste keer was dat hij daartoe de kans zou hebben. “Ik zie je zo” fluisterde hij zachtjes, maar het zou natuurlijk niet hetzelfde zijn. Ze zouden wellicht een oogopslag delen, een schuine glimlach, maar daar zou het bij blijven – want ze behoorde nu toe aan Charlemagne Gordon-Lennox, niet aan hem: en ieder gestolen moment was in de familierelatie die ze vanaf nu zouden delen, er één teveel.
  2. Of dat was wat hij wilde? – nuja, het was natuurlijk niet het beste scenario. Hij had met Evangeline willen trouwen, had haar zijn aanzoek gedaan en gniffelend van spanning, ladderzat van de drank waren ze die koude winternacht naar Schotland verdwijnseld; als dat was waar ze inderdaad waren geweest. Hij had haar in die duistere smederij zijn ja-woord gegeven en was bereid geweest de rest van zijn leven met haar door te brengen. En toen, nadat zijn grootvader met de onvergeeflijke vloek zo’n lelijk einde aan die mooie droom had toegebracht, toen zijn verloving met Josephine zo dringend was geworden dat hij nog maar enkele dagen had gehad voordat hij zich aan zijn huidige echtgenote verbinden moest… toen had hij met Evangeline willen vluchten, had hij naar Frankrijk willen vertrekken en daar, ontdaan van geld en titel, een leven met haar willen opbouwen. Dit scenario, hetgeen wat hij nu even uit de losse pols had geschetst, was natuurlijk verre van ideaal. Het zou lastig worden om in het openbaar de schijn van afstandelijkheid tegenover Evangeline op te houden waar het zijn zwager en echtgenote betrof. Het zou moeilijk zijn, hij zou constant op zijn tenen moeten lopen – en het zou niet uitmaken, want het was Eva. Ze was alles wat hij wilde; alles wat hij nodig had. “Ja, dat is wat ik wil” sprak Keane zachtjes, zijn toon ontdaan van het gegrinnik – hij was bloedserieus. Zijn vingers gleden over de dikke, dure stof van haar jurk en hij trok haar nog wat dichterbij. “En ik weet zeker dat…” Maar zijn stem stokte in zijn keel, want hij had zojuist iets horen schuiven achter een wandpaneel waarvan hij plotseling redelijk zeker was dat het eigenlijk een geheime deur was. Knipperend met zijn ogen liet hij Evangeline los en ietwat van slag keek hij haar aan, zijn stem ineens verworden tot een ietwat paniekerig gefluister. “Hoorde jij dat ook?”
  3. Keane sloot zijn ogen en sloeg zijn armen om Evangeline heen terwijl hij haar hoofd kuste, haar rode haren lichtjes kriebelend in zijn neus. Ja, buiten klonken er stemmen, gelach en muziek, buiten rees het geluid van voetstappen en paardenhoeven over knisperend grint. Maar hierbinnen waren ze met z’n tweeën en klonk slechts het geluid van hun wilde ademhaling die langzaam de normale cadans terugvond. Keane was nog niet geheel bereid hun dun gesponnen cocon bestaande uit een vals gevoel van veiligheid kapot te trekken en terug te keren naar het feest; niet nu hij nog steeds haar zachte huid door de dunne stof onder zijn vingers kon voelen, haar smaak nog op zijn tong. Met tegenzin liet hij haar los en keek hij haar aan, een zachte blik in zijn groene ogen. Ze zag er zo lieflijk uit, haar rode haar een beetje wild, haar wangen bedekt met rossige blosjes, haar chocoladebruine ogen helder en sprankelend, dat hij bijna zijn mond opende om de woorden als een waterval over zijn tong te laten glijden. Het waren woorden die hij tot een jaar geleden in de spaarzame momenten die ze samen kunnen vinden gewend was tegen haar te uiten; woorden die hij in de tussentijd niet meer had gezegd. Voor één luttele seconde leek er ruimte voor zijn ‘ik hou van je’, maar ze draaide zich om in de zoektocht naar haar jurken en Keane sloot zijn mond en beet op zijn tong. Er waren dingen die je kon zeggen en dingen die onmogelijk waren, en voor nu leek de zin te eindigen in de laatste categorie. Desalniettemin zou hij zich niet zo gemakkelijk laten afschepen. Hij wist dat een moment als dit niet snel weer zou komen en zodra ze de deur uitstapten moest iedere schijn van wat zich in deze kamer had afgespeeld direct zijn verdwenen - en eerlijk gezegd had hij daar verre van zin in. Keane hees zijn broek omhoog, knoopte zijn overhemd weer dicht en deed het strakke jasje weer aan, maar liet het achteloos openhangen en deed geen moeite zijn trouwring of toverstaf weer te vinden – noch de kamer op te ruimen. De Burggraaf overbrugde de enkele stappen richting Eva en zijn vingers zochten de touwtjes en knoopjes van haar jurk terwijl hij achter haar ging staan, zijn warme adem in haar blote nek. “Ik weet niet waar hij het aan heeft verdiend, maar Charlemagne Gordon-Lennox moet toch wel de gelukkigste man op aarde zijn” sprak hij ietwat schor na een klein moment van stilte, waarbij hij zijn aandacht nodig had om een knoop in de linten van haar tweede onderjurk uiteen te rafelen. Keane nam de tijd, maar zo ingewikkeld was het allemaal niet en met de bovenkant van de jurk weer dichtgeknoopt in een mooie lus boog hij zich naar voren om haar nogmaals in haar nek te kussen. Ze moest nog één jurk maar oh- hij wilde niet weg. “Is dit hoe alle familiefeestjes in het vervolg zullen lopen?” vroeg hij met een ietwat schunnige grijns, terwijl hij keek hoe ze in de laatste jurk stapte en hij met tegenzin ook deze lusjes en touwtjes bij elkaar begon te verzamelen. Zijn vingers gleden over haar met stof bedekte huid en bleven op sommige plekken soms iets te lang hangen, zijn tegenzin merkbaar in al zijn handelingen. “Want dan moet ik zeggen dat ik er in dat geval toch iets minder tegenop zal zien.”
  4. [1837/1838]Keane's going to be a great papa. If he's not clubbing

    Keane staarde naar het bundeltje in haar armen, een waas van twijfel in zijn ogen, voordat hij voorzichtig enkele stappen richting zijn echtgenote zette. “Het is een Cadwgan – natuurlijk is ie niet gemiddeld" sprak hij, met iets van trots in zijn stem – maar toch ook hoorbaar onder de indruk. Hij overbrugde de laatste stappen en zakte naast Josephine op zijn bed neer, nog steeds een stukje van haar af en behoedzaam in zijn bewegingen, alsof hij de baby met te plotselinge bewegingen zou laten schrikken. Zijn blik gleed over het kindje, over de zachtroze huid en rode wangetjes, de kleine armpjes die met schokkerige bewegingen net boven de zachte doeken uitstaken. Een baby, het was een baby – het was zijn zoon. En een erfgenaam, de enige echte; wat zou zijn opa blij zijn. Het verbaasde hem zelfs half dat Owain Cadwgan nog niet op de stoep stond en voor een ijzingwekkend moment, welke al zijn haren overeind liet staan, kwam de gedachte omhoogdrijven; wat als hij reeds was geweest? Wat als de grootvader kennis had gemaakt met zijn kleine naamgenoot en door had gehad dat de gelukkige vader in Londen aan het feesten was? Een koud gevoel verspreidde zich door zijn onderbuik. Nuja.. in ieder geval had hij een alibi. In ieder geval was hij in aanwezigheid van de jongens van de Club geweest, zou niemand hem ervan verdenken in de buurt te zijn gekomen van Evangeline… Eigenlijk wist Keane niet zo zeker of hij de kleine Owen wel wilde vasthouden. Hij kreeg een halve flashback naar een tijd dat Samuel en hij voor een baby hadden moeten zorgen op Zweinstein, en dat was eh.. niet zo goed verlopen. In plaats daarvan liet hij zijn blik voor een moment over Josephine glijden. Ze zag er moe uit, maar gelukkig genoeg. “Je bent mooi” sprak Keane plotseling, en hij glimlachte oprecht. Het was waar; het plaatje zag er perfect uit. De jonge moeder met het baby’tje in de armen, de gelukkige vader naast haar gezeteld op het bed. Onbedoeld, zoals de laatste tijd wel vaker op dit soort onbewaakte momenten, besprong hem het beeld van Evangeline’s volle lippen op de zijne, haar met sproeten bedekte huid warm onder zijn aanraking. Ietwat ongemakkelijk schudde hij het beeld van zich af. Alsof hij hiervoor moest compenseren, boog hij zich naar voren en veegde hij een loszittende, blonde pluk achter Josephine's oor, voordat hij haar zachtjes op haar wang kuste. “Hoe voel je je?” vroeg hij meelevend, voordat hij zijn hand naar beneden liet zakken en op haar knie liet rusten. Het baby’tje zag zijn kans schoon om zijn duim vast te pakken, en geamuseerd keek Keane naar het kleine hummeltje. “Ah, hij is sterk!” sprak Keane verbaasd, en voorzichtig bood hij ook zijn andere vingers aan het kleine handje aan. Hij schoof nog wat dichter naar Josephine toe, maar hield zijn blik voorzichtig van haar afgewend bij zijn volgende vraag. “Mijn eh.. grootvader is nog niet langs geweest, toch?”
  5. 15+ “Hmmm” mompelde Keane, terwijl zijn lippen een weg naar beneden zochten richting de ronding van haar borst. Ze had haar korset en onderjurk nog aan, maar zo gemakkelijk zou hij zich niet laten weerhouden. Speels pakte hij de dikke stof met zijn tanden vast en duwde hij deze een beetje opzij, zodat de witte huid vlak boven haar tepel werd onthuld. Hij wilde iets bij haar achterlaten; iets zichtbaars, iets intiems, iets waar ze morgenochtend blozend haar jurken over zou gladstrijken. Maar bovenal wilde hij iets doen om haar te markeren als de zijne, al zou ze daar straks naast Charlemagne glimlachend de gasten vaarwel moeten zwaaien. Dat was ze natuurlijk niet – ze was onbereikbaarder dan ooit (formeel gesproken, dan) nu haar verloving officieel was gemaakt en zijn huwelijk de 365-dagen grens had bereikt; en daarom leek het des te belangrijker. Vastberaden zette hij zijn lippen op haar dunne huid, wetende dat een zuigzoen een tikkeltje pijn kon doen – en daarom begon hij wederom met bewegen, ditmaal wat langzamer, wat dieper, haar benen om zijn heupen geklemd. Met een haast dronken gevoel van trots kuste hij de donkerblauwe, haast paarse plek van de zuigzoen die hij op haar borst had achtergelaten, voordat zijn lippen wederom een pad naar boven zochten. Hongerig kuste hij haar, verlangend naar haar lippen, zijn hete adem vermengend met de hare. “Het zou me momenteel nog minder kunnen schelen als de Duivel de wereld in vuur en vlam had gezet” sprak Keane hijgend, zijn handen rond haar billen gevouwen om haar iets op te tillen zodat hij haar nóg wat dichterbij kon trekken, nog wat dieper kon gaan. Oh- hij had haar zo gemist. Hij had dit zo gemist. Het bureau rammelde en trilde onder hun impact, voordat hij voelde dat ze haar hoogtepunt bereikte en ook hij zich zachtjes kreunend overgaf aan het gevoel van totale euforie.
  6. [1837/1838] The show must go on

    Ah, Vasilisa Silvershore. Al zou zijn grootvader zich nooit openlijk uitlaten over de familie Silvershore (of dat nou op goede of slechte wijze zou zijn), toch voelde Keane zich altijd een beetje nerveus worden rond familieleden van de machtige tovenaarsfamilie. Dat lag niet per se aan hen – hij had altijd al een beetje zijn afstand gehouden, had geen leden van de familie op Zweinstein in zijn jaar gehad en kende de Silvershores daardoor persoonlijk niet goed, maar ze zagen er ietwat koeltjes, doch vriendelijk genoeg uit. Daarnaast hadden ze Felicia in huis genomen en haar niet afgestoten toen ze in Azkaban belandde, en dat telde toch wel voor… iets. (Al bleven de beweegredenen daarachter voor hem onbekend en móest er toch wel een verhaal achter zitten). Het was meer dat hij niet wist of hij in de harde, grijze ogen van zijn grootvader het juiste zou doen. De Graaf leek altijd een beetje te verstarren wanneer het gespreksonderwerp naar de andere machtige tovenaarsfamilie in Wales werd gebracht, en dat was voor Keane genoeg om te weten dat hij zich op glad ijs zou bevinden door zichzelf te dichtbij de familie te positioneren. Wat als hij teveel zei? Of juist niet genoeg? Het was doorgaans beter te vermijden zich in het geheel in die positie te manoeuvreren, zeker nu hij andere gevoelige onderwerpen wilde ontwijken waar het zijn grootvader betrof. Desalniettemin toverde hij een beleefde uitdrukking op zijn gezicht en glimlachte hij de vrouw van Mr. Eric Silvershore vriendelijk toe. Hij had uiteraard geweten dat ze zich in het damesclubje van Josephine bevond, al gingen die subtiliteiten waarschijnlijk aan zijn echtgenote voorbij. “Wanneer het kon, bevonden we ons in elkaars gezelschap – vooral de laatste jaren van haar onfortuinlijke leven” sprak Keane dramatisch, die Vasilisa een kort knikje toeboog en zijn blik toen wederom op het schilderij liet hangen. Maar toen ze haar volgende vraag stelde, twijfelde Keane voor een moment zichtbaar terwijl hij zijn gewicht ongemakkelijk van zijn ene been naar zijn andere verplaatste. Dit waren precies van die dingen waarvan hij wist dat hij ze later door zijn grootvader in zijn schoot geworpen kon krijgen; de Silvershores waren op zijn bruiloft met Josephine geweest, waar Eva als bruidsmeisje op het altaar had gestaan, dus zo vreemd was het niet als hij nu haar naam zou uiten. Aan de andere kant was zijn relatie met Evangeline openbaar geweest (in ieder geval op Zweinstein, maar hij had zich ook publiekelijk met Eva in Bath op feesten begeven) en had hij vermeden aan de groep te vertellen wie de manager van zijn theater precies was over wie hij het zoveel had – maar ook dat zou gemakkelijk te achterhalen zijn, uiteraard. Toch had het weinig zin om hierover te gaan liegen; dat zou hem uiteindelijk waarschijnlijk alleen maar meer in de problemen storten en daarbij was het misschien een vraag uit pure interesse die Evangeline nog een schilderij voor bij de Silvershores zou opleveren. Haar reputatie als schilder was uiteindelijk wat hem overstag haalde. “Miss Lennox heeft het geschilderd en het schilderij aan het theater geschonken als gift” sprak Keane uiteindelijk, ietwat behoedzaam. “Mocht u die wens koesteren, dan weet ik weet zeker dat ze ook bereid zou zijn een schilderij voor u te maken, om haar nagedachtenis te eren.” Hij knikte ietwat trots, blij dat hij zichzelf er zo uit kon kletsen. Eerlijk gezegd wist zijn opa nog niet dat dit schilderij hier hing (en het van Eva’s hand was) en dat zou hem waarschijnlijk de komende dagen pijnlijk in de staart gaan bijten, maar ach. “Het is wel.. lastig” gaf hij eerlijk toe op haar volgende opmerking, terwijl hij zich half richting Vasilisa draaide en zijn heldergroene ogen over haar heen liet glijden. Over onderwerpen als Evangeline Lennox sprak hij op het moment liever niet, maar over Felicia Harding wilde hij maar al te graag uitweiden. Er waren maar weinig mensen bij wie hij zijn verhaal kwijt kon. “Ik mis haar meer dan ik zou durven toegeven.” Hij zuchtte een beetje ongelukkig. “Soms wens ik dat ik behoorlijk afscheid van haar had kunnen nemen… of in ieder geval nog één keer met haar zou kunnen praten!”
  7. 15+ Eva was… ze was overal. Al zijn zintuigen stonden op scherp en tegelijkertijd was zij de enige die hij nog rook, haar lichte, bloemachtige geur klevend aan haar met sproeten bedekte huid; ze was de enige die hij nog proefde, zijn lippen op de hare, een lichte smaak van whisky en wijn op haar tong; ze was de enige die hij nog hoorde, haar snelle ademhaling, soms plotseling ingehouden of juist zacht verlangend in zijn oor; maar boven alles was ze de enige die hij nog voelde, het bloed in zijn aderen tintelend van het alles verzengende verlangen en langdurige gemis. In haar gezelschap was er nooit ergens een betere plek geweest om zich op dat moment te bevinden en het gebruikte voorzetsel maakte daarbij niet uit; of dat nu met haar, in haar of bovenop haar was. Op dit moment was het van alles een beetje, zij op dat rammelende bureau met haar wilde rode haren, haar amberkleurige ogen smeltend onder zijn blik. En hij wist dat hij nooit was gestopt met van haar te houden, al had hij het zo geprobeerd. Hij had zichzelf gemaand haar te vergeten, had haar bewust de rug toegedraaid en had willen doorgaan met een leven bestaande uit zijn echtgenote, die ene die op dit moment met haar dikke buik zijn erfgenaam droeg. Maar het was altijd Evangeline geweest; zou ook altijd Evangeline zijn. Hij hield van haar, hij smachtte naar haar, hij wilde haar. En op dit moment hád hij haar in de meest brede zin van het woord, waren ze samen één. Keane zou zich voor het moment niet heel erg veel minder van de buitenwereld willen aantrekken al vlogen er groene marsmannetjes de kamer binnen, maar blijkbaar had Eva een geluid bij de deur gehoord en ietwat vijandig keek Keane op, alsof iemand het durfde te wagen hen te storen. “Ik hoor helemaal ni-“ begon hij, maar op dat moment greep Eva naar zijn toverstaf (die ene waar hij nu helemaal aan niet wilde denken!) maar miste en liet vervolgens een lamp en het ding zelf in een wolk van kabaal en stof van het bureau af rollen. Even verstijfde Keane, een bezorgde blik op de deur, voordat hij zich herinnerde dat er helemaal niks aan de hand kon zijn – hij had zo zijn voorzorgmaatregelen genomen, niet waar? “Ssshht” suste hij zachtjes, waarbij hij zijn ogen sloot en haar teder op haar hoofd kuste. “Ik heb de deur verzegeld en er een spreuk over uitgesproken waardoor je ons niet kan horen… er is niets aan de hand.” Nog lichtjes hijgend glimlachte hij en drukte hij een kusje op haar neus. “Als er al iemand wilt binnenkomen, dan gaat dat niet door die deur” Hij vond haar wang en liet zachtjes een spoor afbuigen naar haar ranke hals, haar ontblote schouder. “Tenzij ze ‘m opblazen, ofzo…”
  8. [Let op: 15+ [seks] omdat ik niet zo goed wist hoe ik m'n post anders moest eindigen xD] Eerlijk gezegd had Keane er totaal geen problemen mee om zijn trouwring af te staan – hell, als het de huidige situatie ten goede zou komen zou hij Evangeline nog zijn hertenlerenlaarzen toevertrouwen. Hij was sowieso niet bepaald gehecht aan de gouden ring, die hij toch wel met enige tegenzin door het leven sleurde, en was er evenmin (zelfs na dat lange jaar) aan gewend. Het glanzende edelmetaal trok op een willekeurige dag vaker zijn aandacht dan hij zou willen en verpeste daarmee ook nog eens zijn humeur – het ding voelde als een blok aan z’n been, maar zat dan op een andere plek. Daarbij vertrouwde hij het kleinood niet, en had hij wel vaker gedacht dat zijn grootvader (of Josephine zelf, maar dat kon hij zich toch niet voorstellen) er iets mee had uitgespookt. Goud hoorde je lichaamstemperatuur aan te meten, maar de ring voelde meer dan eens plotseling koud of warm aan, en zeker wanneer hij was weggezonken in gedachten omtrent een ander dan zijn echtgenote leek het ding strakker om zijn vinger te zitten dan voorheen. Al was dat wellicht alleen zijn fantasie, maar toch… In ieder geval, nee – hij was het ding liever kwijt dan rijk. Hetzelfde gold echter blijkbaar niet voor Eva, van wie hij een impliciet standje kreeg toen hij per ongeluk haar verlovingsring uit het raam had gegooid. Alsof hij dat expres had gedaan! Aan de andere kant, wat voor zijn trouwring gold, gold ook in mindere mate voor zijn toverstaf (als in: wanneer Evangeline die wilde lenen terwijl ze haar benen om zijn heupen had geklemd, dan zou hij toch niet de eerste zijn die zou klagen). Terwijl Eva probeerde de ring te sommeren, ontfermde Keane zich zorgeloos over een ingewikkelde tweede rij knoopjes en het was pas ongeveer toen Evangeline ook daadwerkelijk haar ring terug had dat Keane zich met een even triomfantelijke grijns in haar richting boog, want ook hem was zijn kleine mini-missie gelukt. “Ik weet dat je hele magische dingen kan doen met mijn… toverstok” antwoordde hij haar wollig, terwijl hij met zijn ene hand speels zijn staf (eh, die van hout) uit haar handen trok en deze op veilig afstand van hen op het bureau neerlegde. Hij voelde hoe ze haar benen steviger om hem heen klemde en in een handige beweging tilde hij haar op, om de twee lagen dikke stof richting haar knieën te duwen. Keane zette haar weer neer en bevrijdde haar van de jurken, voordat hij zijn blik dorstig over haar heen liet glijden. Ze zat nu nog enkel in haar laatste onderjurk met daaroverheen haar korset, en dat waren lagen waarvan hij toch echt wel wist wat hij ermee aan moest. Zijn hart bonkte dreunend in zijn borstkas en ook hij voelde zich dronken, dronken van de vele glazen whisky en van haar. Verlangend beet hij op haar onderlip, voordat hij zijn vingers plagend over de blote huid van haar onderbeen omhoog liet kruipen. “Ik weet wel iets om het goed te maken…” fluisterde hij zachtjes tegen haar lippen, en zonder verdere waarschuwing gleden zijn vingers bij haar naar binnen.
  9. [1837/1838]Keane's going to be a great papa. If he's not clubbing

    Kijk, als je vrouw begon met bevallen, dan was dat tijd voor een feestje – toch? En wat was een feestje zonder drank? Was het echt zo raar dat toen hij hoorde dat de weeën waren begonnen hij al zijn vrienden van de Club had uitgenodigd, de huiself op pad had gestuurd om als de wiederweerga het huis te versieren en voor de benodigde drank te zorgen en ze vervolgens los waren gegaan op chille deuntjes? Het was niet alsof híj iets betreffende die baby kon doen – het kwam uiteindelijk toch echt op Josephine aan. En tsja, toen het personeel hem eindelijk uit zijn eigen huis zette was hij eigenlijk al te ver heen om werkelijk te protesteren – of te bedenken waarvoor dit feestje ook alweer werd gehouden. Daarbij was het niet erg, zijn thuis diende wel vaker als pre-party, en daarna waren ze naar de Club gegaan en hadden ze hier en daar nog op straat gehangen, baldadig in hun doen en laten; want als de jongens van de Club bij elkaar waren en voldoende alcohol door hun aderen lieten vloeien waren ze de beste vrienden en Heer & Meester over de gehele wereld – of in ieder geval van Cambridge. Ze waren echter, zoals wel vaker, geëindigd in de nachtclub van Dani en Val. Het was ietwat gevaarlijk richting Londen te verdwijnselen met die hoeveelheid drank, maar een beetje gevaar had hem nog nooit tegengehouden en daarbij was hij nog nooit versprokkeld – dus datgeen wat in het verleden had plaatsgevonden zou ook nu vast niet gebeuren. Valentine had later op de avond aangeboden dat hij wel bij hen kon slapen, maar met zijn dronken kop had Keane zich bedacht dat er toch wel iets was waarvoor hij naar huis moest – al was de precieze aanleiding hem onduidelijk. Heel veel meer kon hij zich daarna niet herinneren, behalve dat hij de volgende ochtend wakker werd in een van de gastenkamers van zijn eigen huis en knallende koppijn had. Het eerste wat hij deed, het eerste wat hij altijd deed in zo’n situatie, was voelen of hij toch niet toevallig iets had versprokkeld, maar na deze eerste check was het in zijn vingers knippen en de huiself dirigeren naar een glas water en wat ontbijt toch wel een nauwe tweede. Het was pas na zijn derde mok koffie, een overheerlijke tosti in zijn rechterhand (ah, door Evangeline wist hij nu ook hoe hij dat zelf moest maken, maar als een ander het deed smaakte het toch nog zoveel beter!) dat babygehuil door de muren begon te echoën. Voor een moment – een kort moment, maar desalniettemin een moment – vroeg de Burggraaf zich af of de buren soms een baby hadden gekregen… voordat het besef wat begon in te dalen (haha, snap je ‘m) en hij verwonderd naar de huiself staarde. “Is dat…” begon hij, maar hij wist niet zo goed wat hij moest zeggen, dus hield hij het daar maar bij, een schaapachtige blik in zijn groene ogen. “Master Owen is gisterenavond om dertien minuten over één geboren!” piepte de huiself opgetogen, alsof ze zich bijna niet had kunnen inhouden om erover te beginnen. “Wilt Master Keane hem zien? Maar….” De huiself kwam iets dichterbij terwijl de oren ietwat rood werden. “Mistress Josephine heeft gezegd dat Master Keane alleen mocht komen kijken als Master Keane zich heeft gewassen en geschoren.” De huiself keek hem ietwat schuldbewust aan, terwijl ze nog wat dichterbij schuifelde, haar stem nu zacht en ietwat bevend. “Mistress Josephine zei dat.. zei dat als Master Keane niet gewassen en geschoren zou zijn, dat ze hem dan de deur zou uitgooien!” Even twijfelde Minnie, alsof ze niet zeker wist of ze het volgende er wel aan wilde toevoegen. “Of… erger” besloot ze, en ze staarde haar meester aan, de grote tennisbalvormige ogen gericht op de jonge burggraaf. Even staarde Keane terug, voordat hij in gegrinnik uitbarstte. Ha! Dat was nog eens een grap. Eerst werd hij zijn eigen huis uitgezet en vervolgens had ze nog opdrachten ook! Desalniettemin wist hij wel beter dan haar wensen te negeren, en zonder iets te zeggen wierp hij achteloos zijn dekens aan de kant en stapte hij uit, de huiself vlug naar achteren krabbelende. Ongeveer twintig minuten later stond hij voor zijn eigen slaapkamerdeur en klopte hij aan, zijn donkere haar nat maar wel gewassen, zijn ogen ietwat rood maar wel uitgeslapen en maar een klein beetje draaierig. Een grijs shirt benadrukte precies op de juiste plekken zijn spieren, al had hij het afgelopen jaar niet echt het idee gekregen dat dat nou veel voor zijn echtgenote deed. “Goedemorgen… middag” sprak Keane, toch wel ietwat schuldbewust terwijl hij de deur achter zich sloot en naar binnen schuifelde. Hij staarde naar het kleine, verfrommelde hummeltje in haar armen en bleef op een afstandje staan, alsof hij bang was dichterbij te komen. “Is eh.. is dat ‘m?”
  10. Een tinteling gleed over zijn rug toen hij haar lippen in zijn nek voelde en voegde zich bij de rest van de tintelingen, bij het zengende, wild om zich heen slaande vuur van verlangen wat woedde in zijn onderbuik. Keane schudde zichzelf uit het strakke, dure jasje en maakte direct van de gelegenheid gebruik om ook zijn kravatte af te trekken, want de stof om zijn nek beknelde hem en hij wilde vrij zijn, wilde niet langer de netheid en adellijke hoogheid ophouden, maar wilde háár. Zijn vingers haakten zich handig om de knoopjes op haar rug en met een wilde grijns op zijn gezicht liet hij de jurk ietwat van haar schouders glijden, zoveel als dat kon terwijl haar benen nog half om zijn heupen zaten geklemd en tussen de paperassen en potten inkt op het bureau van hun (aanstaande) schoonvader. “Hmmm.. bazig” grinnikte Keane zachtjes, terwijl hij met een glans van goedkeuring in zijn groene ogen zachtjes op haar onderlip beet. Hij ontspande zijn hand en stond haar toe haar vingers over zijn huid te laten glijden, totdat ze de zware gouden ring hadden gevonden en ze deze van zijn hand kon verwijderen. Keane gebruikte zijn vrije hand, ontdaan van zijn ring, om deze in Eva’s rode haren te vlechten en haar kapsel ietwat te verfomfaaien. Zijn lippen vonden haar oor, haar nek, en verlangend kuste hij haar blanke huid terwijl zijn andere hand de hare zocht. “Oog om oog, tand om tand” fluisterde hij grijnzend, voordat hij de gouden verlovingsring met flonkerende diamant van haar vinger trok en deze voor een moment weinig geïnteresseerd bestudeerde. Charlie had er in ieder geval geld aan besteed – dat was wel te zien, doch slechts enkel voor het getraind oog. Het was geen grote diamant, geen schreeuwerig ding; maar aan de hoeveelheid schitteringen te zien was hij behoorlijk zuiver. “Die heb je nu even niet nodig” sprak hij vurig, en met een enthousiasme wat hij heus wel een beetje had mogen temperen gooide hij de ring achteloos over zijn schouder – welke met een tinkelend geluid tegen het bovenste raam aan knalde en vervolgens door het openstaande raampje eronder naar buiten gleed. Keane keek ietwat beteuterd om, voordat hij zijn schouders ophaalde en Eva voor een moment wat schuldbewust aan keek, al bleek uit zijn grijns dat het hem ook weer niet zóveel kon schelen. “Oeps” ademde hij grinnikend in haar oor, voordat zijn vingers wederom richting haar bovenbenen kropen om haar onderjurk op te tillen en zijn lippen verlangend de hare zochten, niet in staat stil te blijven staan bij triviale omstandigheden zoals verlovingsringen die per ongeluk de kamer verlieten waarin de eigenaresse zich bevond.
  11. Damesclub De Gouden Roos

    Uitje naar Keane's theater!
  12. IC Buitenwereld Mededelingen

    9 oktober 1937 Keane en Josephine Cadwgan kondigen de geboorte aan van hun zoon: Owen Percival Cadwgan Moeder en zoon maken het waarschijnlijk goed, maar Keane zou het nog niet weten want hij mocht pas in nuchtere staat terug naar huis komen.
  13. Eigenlijk schrok Keane net zoveel van zijn eigen acties als Evangeline dat deed. Hij had zich laten meeslepen door het moment, door haar nabijheid, door de plotseling vlammende spanning. Het was pas toen hij zijn lippen op die van Evangeline had gedrukt dat er enige rationele gedachtes door zijn hoofd begonnen te fladderen. Dit was natuurlijk gekkenwerk. Hij was getrouwd. Hij had Josephine’s ring om zijn vinger, het zware edelmetaal brandend in zijn hand. En al wilde hij het niet weten; Eva was verloofd. Daarbij was hun eigen feest beneden aan de gang, de muziek zwakjes hoorbaar door de vloer en muren van het kantoor van zijn schoonvader. Maar het ergste was misschien nog wel dat Eva hem niet terug zoende – en voor een moment voelde Keane zich een verschrikkelijke lul die één stomme verkeerde keuze had gemaakt en nu alles had verpest. Wie weet wilde Eva nu niet eens meer met hem samenwerken, wie weet zou ze nu uit zichzelf wel de biezen pakken en haar ontslag als manager van zijn theater bij hem indienen. Hij wist niet eens of hij geheel serieus was geweest omtrent het feit dat hij haar niet meer als zijn werknemer zou willen zodra haar verbintenis met Charlemagne officieel was geworden. Misschien zou het wel lastig worden met haar – maar nog veel lastiger zonder. Had hij dat niet enkele maanden geprobeerd en gefaald? Werd hij niet alsnog naar haar toegetrokken – en zou het niet erger zijn als hij haar inderdaad alleen nog maar op die spaarzame familiefeestjes zag, met steeds meer kinderen om zich heen verzameld, blonde en rode haren door elkaar? Maar toen… toen zoende Eva hem terug, en het was alsof al die gedachten met een drijversknuppel in één slag uit zijn hoofd werden gemept. Het was alsof de dam die zijn gevoelens nog enigszins in toom hield met een klap was verdwenen en de golf van verlangen, van gemis, van geheime gevoelens die hij zo lang had ingehouden werd losgelaten en zodanig over hem heen spoelde dat de grond onder zijn voeten vandaan werd geslagen. Een haast pijnlijk gevoel van lust nestelde zich in zijn onderbuik, in zijn borst, in zijn aderen en hij kuste haar diep, alsof hij zijn dorst in één teug zou kunnen lessen. Buiten adem verbrak Keane de kus en licht hijgend liet hij zijn voorhoofd tegen die van haar rusten. “Eva…” sprak hij hees, het verlangen dik in zijn stem. Hij rechtte ietwat zijn rug en zocht haar blik, zocht die prachtige chocoladebruine ogen waar hij zo in kon verdrinken. Hij wilde geen sorry zeggen, hij wilde geen afstand nemen – en in haar blik vond hij alles wat hij nodig had. Hij zag een zweem van dezelfde weerspiegelende honger, dezelfde lust en het was voldoende om zich in het geraas van zijn hart naar voren te buigen en haar opnieuw te zoenen. Maar hij wilde meer. Ditmaal gleden zijn handen over haar rug naar beneden richting haar ronde billen en haar bovenbenen, waarna hij haar met nauwelijks enige moeite optilde, haar benen rond zijn heupen vouwde en haar op het bureau van zijn schoonvader neerzette. Haar kus was afleidend, maar het gevoel van haar lichaam tegen de zijne, haar rondingen tegen zijn borstkas was fenomenaal – en voor het eerst in maanden, voor het eerst in een jaar, voelde hij zich weer heel. En alsnog wilde hij meer.
  14. [1837/1838] The show must go on

    Donderdag 28 september 1837, ergens in de namiddag Augury Concert Hall te Cambridge Eerlijk gezegd had hij wel andere dingen aan zijn hoofd gehad dan het bezoek van het Damesclubje van zijn echtgenote aan zijn theater - het was immers juist een teveel aan vrouwelijk schoon wat de laatste tijd problematisch op zijn gemoedsrust had gewerkt. Maar toen Josephine hem vorige week aan het bezoek herinnerde had hij het haar niet durven weigeren, ten eerste omdat dat misschien verdacht zou zijn (of zou níet weigeren verdacht zijn? Hoe reageerde hij normaal op dit soort dingen?) en ten tweede omdat hij wist dat het bezoek niet zonder goede reden afgeblazen zou kunnen worden zonder zijn echtgenote (en zichzelf) in een kwaad daglicht te plaatsen - en als er iets was wat hij momenteel kon gebruiken was dat het wel. Oh, en daarnaast was ze héél erg zwanger. Wat dat ermee te maken had wist hij niet precies, maar hij was blij dat mannen niet op die manier kinderen konden dragen als hij het allemaal zo zag. Keane had de dames die behoorden tot het clubje de Gouden Roos een tour gegeven door zijn theater, precies zoals hij had beloofd enkele maanden geleden toen de inkt op het koopcontract nog nat was en het geheel nog niet verbouwd. Nu was het af; de pas geverfde dakbalken glimmend in de nazomerende zon, de hardgelakte trapleuningen glanzend in het licht van de zachtzoemende olielampen die waren verspreid door het gehele theater, dikke en zachte rode tapijten die het geheel een luxe uitstraling gaven en de donkere vogels in de hal, de levende auguries, gebadderd en gepoetst. Hij had hen alles laten zien, van de naaiateliers op zolder waar de kostuums voor de opera’s en balletvoorstellingen werden gemaakt tot de coulissen op het podium en de decorstukken. Keane had expres een dag uitgekozen waarvan hij wist dat Evangeline in de hoedanigheid van zijn manager niet aanwezig zou zijn - al hadden ze elkaar de afgelopen weken de meeste tijd opgelaten genegeerd, en als ze daadwerkelijk iets hadden te bespreken was dat ietwat stroef en ongemakkelijk geweest, voorzichtig om hun blikken niet te laten kruizen. Desalniettemin had hij een zweem van trots gevoeld toen hij de decorstukken aan de dames liet zien waar hij zelf de afgelopen weken ver vanaf was gebleven en ze dus ook nog niet grondig had bestudeerd, Evangeline's oog voor detail onfeilbaar en nimmer teleurstellend. Maar de rondleiding was bijna afgelopen; de bar was om de hoek en ze waren terug waar ze waren begonnen. “Oh” sprak Keane, die hen was voorgegaan voordat zijn oog ineens op het schilderij was gevallen. “Als laatste dan: mijn goede vriendin Felicia Harding.” Hij wees met een ietwat dramatische zucht naar het schilderij op de muur, welke hij van Eva had gekregen. Het was werkelijk een subliem stukje werk, niet al te groot maar geschilderd met ietwat grove kwast in overwegend blauwe en zilvergrijze tinten. Felicia’s ijsblauwe ogen staarden, net zoals bij leven, vurig door haar houten frame de buitenwereld in. “Ze is helaas veels te vroeg uit ons midden gesleurd” verzuchtte Keane, een lichte noot van verdriet in zijn stem. “En wij waren tijdens haar leven nog wel onafscheidelijk. Beste vrienden vanaf jaar één. Helaas zijn Gods wegen ondoorgrondelijk!” Hij knikte droef en wees toen naar de bar, waar de barman hen opgewekt aankeek. “Iemand zin in een verkoelend drankje? Straks heb ik nog een kleine verrassing op het podium voor jullie in petto!” Maar hijzelf bleef voor het schilderij staan, voor een moment in gedachten verzonken. Iedere keer als hij het zag moest hij toch weer proberen te beseffen dat ze er écht niet meer was - en dat was op de een of andere manier zulks een vreemde gewaarwording dat hij er haast een brok in z’n keel van kreeg. OOC: Open topic voor de dames die bij de Gouden Roos horen, en in het bijzonder 'Lissa'~
  15. Even leek het te werken. Ondanks dat er in het grote plaatje niet zoveel te lachen viel, dat de pril geheelde wonden door haar verloving allemaal moeilijker en lastiger en ingewikkelder en pijnlijker leken te zijn geworden – toch lukte het hem die glimlach op haar gezicht te toveren en even leek dat hetgeen wat er het meest toe deed. Het volgende moment schoot Eva echter wederom hoorbaar lichtelijk in paniek en voor het eerst vroeg Keane zich af of ze eigenlijk wel had beseft waar ze zich in had geworpen toen ze instemde met het verlovingsaanbod van zijn zwager. Hij had gedacht dat ze een plan had gehad, een route om te volgen; maar zoals ze het bracht leek het haar meer te zijn overkomen. Niet dat dat de extravagante ring aan haar vinger excuseerde, uiteraard – ze had gewoon ‘nee’ kunnen zeggen en als dat aan hem lag dan was dat natuurlijk nog steeds de beste optie. Maar misschien moest ook zij de ware betekenis van die verbintenis nog laten doordringen, en ergens gaf hem dat toch ook wel weer steun. Keane knikte toen ze hem het schilderij van Felicia wilde geven en glimlachte een beetje treurig. Het was niet iets voor hier en nu, maar hij miste Harding; meer dan hij zou willen toegeven. Hij wist wel een plekje voor het schilderij in zijn theater, waar het mooi zou hangen en ze zou kunnen uitkijken (of, neerkijken) op zijn gasten. Keane's vingers gleden in kleine cirkels zachtjes over de met sproetjes bedekte huid van Evangeline’s arm en ook hij voelde zich een beetje wegzakken in het sussende, geruststellende gevoel. “Ik snap het” sprak hij zachtjes, al snapte hij haar keuze natuurlijk niet – maar wellicht wel de manier waarop het was gegaan. Hij wist dat hij zijn hand nu eigenlijk van haar arm moest aftrekken en moest voorstellen naar beneden te gaan, maar iets in hem hield hem tegen. Hij wilde niet terug naar het feest, waar hij zich wederom aan Josephine’s zijde moest scharen – maar het was vooral dat hij Eva niet naar Charlemagne wilde laten terugkeren. Natuurlijk wist hij dat er geen andere optie was – niet hier en nu, tenminste, niet op zijn huwelijks- en haar verlovingsfeest. Maar als hij dit moment nog even rekte, als hij hier nog even bleef staan… wellicht zou hij dan straks wel weer vriendelijk kunnen glimlachen en met achterneven en nichten gezellige gesprekjes over het weer te beginnen, zonder dat hij Eva uit zijn ooghoeken zou moeten volgen. Nee, nu… nu kon hij gewoon naar haar kijken, nu waren er geen belemmeringen of etiquetteregels of oplettende echtgenotes, zwagers en grootvaders die zijn algehele doen en laten in de gaten hielden. Nu kon hij opmerken hoe haar blik de zijne kruiste en de vertrouwde tintelingen in zijn onderbuik gonsden. Nu kon hij het heldere, blauwgrijze licht van de maan met de schaduwen van haar gezicht zien spelen, haar oogopslag half verhuld in het duister. “Dat weet ik wel” sprak hij schor, zo zacht dat het haast niet hoorbaar was. Hij had het wellicht geïnsinueerd, maar hij wist diep van binnen dat ze niet echt zo in elkaar zat. Maar het alternatief was bijna te pijnlijk om aan te kunnen; namelijk dat ze wel vrijwillig had ingestemd, dat ze daadwerkelijk gevoelens voor Charlemagne zou koesteren, dat ze echt met de jongen zou willen trouwen… Achteraf wist hij niet meer zo goed hoe het precies gebeurde. Hij deed nog wel zo voorzichtig; hield toch bijna altijd wel zijn afstand. Het waren haar flonkerende ogen, de harde woorden die ze naar elkaar hadden gegild, de zachte excuses die ze hadden gefluisterd. Het was de schrik, de aanraking, het halfduister, en vooral het almaar zinderende verlangen, altijd maar op de achtergrond genegeerd, weggestopt en immer aanwezig. Een jaar lang had hij het volgehouden; precies een jaar was hij met Josephine getrouwd en had hij zijn plichten als echtgenoot schoorvoetend vervuld. Maar nu, na dat jaar, zijn hartslag luid kloppend in zijn oren; nu, in een plotselinge opwelling van verlangen, van gemis, van verdriet en zelfs wat van jaloezie - alsof hij zich die claim kon permitteren… nu ze zo dichtbij stond, wat ingeleund naar hem en hij naar haar; nu, na al die lange dagen en weken en maanden dat hij zich wel had ingehouden en zijn afstand had bewaard, boog Keane zich naar voren, legde hij zijn vrije hand in haar nek en kuste hij haar vol op haar welgevormde lippen. OOC: Post 900, alsof het is getimed >D
×