Jump to content

Keane Cadwgan

Magisch Verbond
  • Content count

    973
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    64

Keane Cadwgan last won the day on January 11

Keane Cadwgan had the most liked content!

About Keane Cadwgan

  • Rank
    I lost my present to my past

OOC Profiel Informatie

  • Naam
    Dails

Profile Fields

Recent Profile Visitors

4,994 profile views
  1. “Hmm… ik weet het niet zo goed” sprak Keane duister, terwijl hij halfautomatisch de helft van zijn drankje door het rietje naar binnen zoog. “Hij is klaarblijkelijk met jouw moeder vreemd gegaan, daar hebben we levend bewijs van…” Keane doelde natuurlijk op Gabriel en Clementine, de tweeling van Aria die officieel dezelfde vader als Daniella had – als je met officieel iets wettelijks bedoelde. “Maar ik denk niet echt dat nog méér schandalen de Cadwgans zouden helpen.” Ietwat schuldbewust keek hij naar Dani op, al was hij ondertussen al zodanig aangeschoten dat het allemaal wel wat minder erg begon te lijken. Desalniettemin zou het slim zijn om Dani van dit pad af te brengen, want als ze eenmaal iets in haar hoofd had (vooral iets waar hij pertinent tegen zou zijn) zou ze zich met haar gehele hebben en houden aan dat ene kleine puntje vastklampen. “Al zou het fijn zijn eens niet in de spotlight te staan.” Maar het moment dat hij zich in de schaduwen zou kunnen bewegen, zou zijn grootvader er wel voor zorgen dat al het licht in het geheel doven zou. Misschien was dat toch ook weer niet de beste oplossing. “Een weddenschap?” Keane grijnsde en klapte met zijn vlakke hand Daniella’s galjoen plat op tafel, die voor een moment met een tinkelend geluid had rondgetold. De burggraaf liet de munt voor een moment door zijn vingers glijden, voordat hij deze in het midden tussen hen neerlegde. Weddenschappen met Daniella waren altijd gevaarlijk – maar dat had hem er nog nooit van weerhouden. “Goud… ik had toch meer van je verwacht, Daan” sprak de jongen achteloos, terwijl hij een greep uit zijn buidel deed en een tweede galjoen er netjes bovenop stapelde. “Maar er is wel iets wat mijn interesse heeft, naast financieel gewin…” Hij boog zich wat naar haar toe. “Ik wed op langer dan een jaar – en mocht ik winnen, garandeer mij dan een gunst bij je moeder. Ik hoef geen garanties, slechts… een goed woordje en een geopende deur.” Natuurlijk was er een kans dat zijn nieuwe schoon-grootmoeder ook haar verbintenis met Graaf Radnor niet zou overleven – maar het kwam hem toch voor dat er ook een mogelijkheid zou moeten zijn dat de kaarten de andere kant opvielen. “Maar als jij wint…” Hij grijnsde, liet zijn blik nogmaals over de galjoenen glijden en keek haar toen uitdagend aan. “Dan zal ik de deur openzetten voor een gunst van mijn grootvader. Ik kan natuurlijk niets beloven, maar ik zal hem ertoe bereid maken in ieder geval te luisteren.” Een onderonsje met Owain Cadwgan – dat trok vast wel haar interesse.
  2. Zitten blijven en andere Zweinstein-dingen

    @Abigail Carrington gaat over! En.. dat was het, want ik heb gewoon niet zoveel karakters oke! Ik houd dit al niet bij, haha.
  3. [1838] Meet me on the battlefield

    Keane had bijna zijn toverstok laten vallen en de hoop opgegeven toen zijn grootvader zijn spreuken zo gemakkelijk pareerde. Het had hem zoveel wilskracht gekost, zoveel planning, al die lessen met Felicia en geheimzinnig gedoe… en nu leek er alsnog niets van zijn plannen terecht te zijn gekomen. Het was allemaal zinloos; ze waren hopeloos verloren. Hij zou Eva verliezen, ditmaal waarschijnlijk voor altijd, en hij zou terug naar Josephine moeten en alles moeten vergeten; en het zou allemaal zijn schuld zijn, zijn last om te dragen in al die lange jaren die nog komen moesten, zijn geweten en verdriet om het meisje en ongeboren kind wat hij zou zijn verloren – als zijn grootvader hem al zou laten leven. Maar toen werd de Graaf plotseling afgeleid en plotseling leek er een minuscuul klein kansje (al leek het een kans van niets) dat er toch nog hoop was – en Keane klampte zich aan de kans vast alsof zijn allerlaatste redmiddel hem zojuist was voorgehouden. Nu had de Graaf zich wellicht omgedraaid, maar Evangeline dacht klaarblijkelijk anders over zijn vluchtplannen en Josephine, die uiteraard van niets van dit alles op de hoogte was geweest, zag eruit alsof ze ieder moment kon gaan flauwvallen. Één barre seconde lang staarde Keane naar de situatie, voordat hij met zijn ene hand Eva’s toverstok van tafel griste en met de ander ruw haar handen van de stoel lostrok waar ze zich zo wanhopig aan had vastgeklemd. Normaal gesproken zou hij natuurlijk nooit zo hard tegen haar zijn, zeker in haar toestand – maar er zat niets anders op. “Eva, kom mee!” gromde hij tegen het roodharige meisje, voordat hij haar hardhandig begon mee te trekken. “En jij.. Josephine, kom! We moeten hier weg!” Hij klemde Josephine met zijn andere hand vast, waarin hij ook al twee toverstokken vasthield, en begon haar aan haar bovenarm richting de uitgang te slepen. Natuurlijk waren ze nog geen 30 centimeter in de richting van de deur vertrokken, voordat een groep tovenaars hen de weg versperde. “Laat ons-“ begon Keane, maar op dat moment stortte een tweede groep een heel arsenaal van flitsende groene en rode spreuken op de eerste groep. Deze lieten het daar niet bij zitten en pareerden, duelleerden, hun toverstokbewegingen zo snel en de flitsen zo hard dat sommige gemiste spreuken sissende brandplekken achterlieten op de houten tafeltjes. Paniekerig keek Keane door het geflits naar de deur, hier en daar wegduikend en zichzelf vervloekend dat dit allemaal zo uit de hand was gelopen. Dit was niet wat hij had gewild! Natuurlijk kon hij zich nu ook in dit geweld storten, maar eerlijk gezegd had hij geen idee wie hij precies moest verslaan om hierdoor heen te komen en als ze niet opschoten zou zijn grootvader hen allen gemakkelijk aan hun kraag uit dit gevecht kunnen trekken en straffen voor wat ze hadden gedaan. Gejaagd gleden zijn ogen door de ruimte. Wat zou Felicia doen… ze moesten hier nu weg! Gealarmeerd richtte hij zijn blik plotseling op het grote etalageraam. Op zich was er meer dan één uitgang… het kostte alleen wat moeite. Hij liet Josephine los en richtte zijn staf op het raam. “Finestra!” Het enorme raam explodeerde in tienduizend stukjes uiteen. Voor één seconde, die wel uren leek te duren, was het helemaal stil – voordat iedereen plotseling heel erg vlug in beweging kwam. Er werden bevelen door elkaar geroepen, de vervloekingen vlogen hen om de oren... een olielamp spatte na een spreuk uit elkaar en leek een klein brandje te veroorzaken ergens in een hoek. “Snel, naar buiten!” schreeuwde Keane, maar zijn stem ging verloren in het kabaal.
  4. [1838] Meet me on the battlefield

    Keane verstijfde, zijn hand nog om de mestbommen in zijn zak geklemd, voordat hij het doosje voorzichtig losliet en zijn vrije hand vlak op tafel legde. Meer problematisch was zijn andere hand, die hij toch zo knusjes met die van Eva had vervlochten, en heel langzaam liet hij het meisje los en leunde hij wat achterover. Bij het zien van Josephine was zijn eerste ingeving geweest om op te springen (en waarschijnlijk de ruimte dan maar op eigen houtje te verlaten, hoe laf dat ook klonk) maar hij wist dat die beweging beide dames, inclusief hemzelf en de baby, waarschijnlijk in levensgevaar had kunnen brengen door de vele goedbewapende tovenaars aan de tafeltjes om hen heen. Zijn grootvader zou hem niet toestaan het pand zonder enige vorm van afleidingsmanoeuvre op eigen houtje te verlaten – met of zonder Evangeline. In plaats daarvan bleef hij zitten en probeerde zijn zwakjes tegenstribbelende brein ertoe te zetten uit te vogelen hoe zijn echtgenote had geweten dat hij precies hier was, van alle plaatsen, en wat ze daarnaast van hem zou willen. Hij had haar via de brief verteld dat hij haar zou achterlaten, met genoeg geld voor haar en Owen om hem groot te brengen… was dat niet het betere scenario voor haar? Wat kon ze nog meer willen? Dacht ze dat het haar zou lukken hem van gedachten te doen veranderen – en waarom? In ieder geval was er wel een ander die zijn plannen graag zou doorkruisen; bij het aanzien van de Graaf, hoewel het een mindere verrassing was dan de aanwezigheid van zijn echtgenote (want van die eerste had hij tenminste geweten dat die in zijn nek hijgde) verstarde Keane opnieuw, ditmaal als een soort hert die zich gevangen weet in de koplampen van een toesnellende auto, voordat hij de adrenaline voelde opkomen. Hij was in paniek; maar dit was geen moment om te blijven stilstaan. Voorzichtig liet hij zijn rechterhand naar het handvat van zijn toverstaf afglijden, welke zich in de zak van zijn gewaad bevond. Hij voelde dat Eva meer zijn kant op schoof en pakte beschermend haar pols, waarbij het hem ditmaal niet kon schelen of Josephine dat nou zag of niet. Hij had zijn keuze gemaakt. Het was niet Josephine’s schuld dat ze hier de dupe van werd, het was dom dat hij haar had kunnen toestaan hier te komen en hij was het haar waarschijnlijk ook verschuldigd te proberen haar hier uit te krijgen – maar hij zou met Evangeline vluchten, hoe dan ook. Maar toen durfde zijn grootvader zo nonchalant Evangeline onder de imperiusvloek te brengen, alsof het iets was wat hij dagelijks deed, en met een klap waren al zijn zorgvuldig gemaakte plannen klaarblijkelijk te gronde gericht. En Keane, die alles op alles had gezet om deze middag te doen slagen, die het allemaal zo alleen in elkaar had moeten puzzelen, zonder ook maar iemand om zijn ideeën mee door te bespreken (behalve dan Helena Lennox, in het prille begin), verloor door die handelswijze een beetje zichzelf – en daarmee ging alle voorzichtigheid ook overboord. Hij haatte zijn grootvader, hij haatte hem om wie de man was, wie hij altijd zou zijn, en wat de Graaf hem, Evangeline, Josephine en zijn moeder had aangedaan. Hij haatte hem omdat hij in zijn aanwezigheid nooit zichzelf had mogen zijn, maar altijd had moeten opleven naar een ander; naar de vervloekte erfgenaam van het Cadwgan fortuin. De jongen wist, zoals hij altijd had geweten, dat als hij zijn hand in woede tegen de Graaf zou heffen het zijn dood zou betekenen; wellicht niet op dit moment, tussen al deze mensen van de advocaat, maar later – één vloek, en het was gedaan. Maar zijn grootvader had zoveel meer vloeken op hem afgevuurd, had hem zoveel meer pijn gedaan, dat de consequenties van zijn daden na vandaag hem niet meer konden schelen; niet meer als het betekende dat hij Evangeline opnieuw zou kwijtraken, inclusief zijn kindje. “Nee!” schreeuwde hij dan ook luid, en dat leek wel het startsein te zijn voor het tumult; mensen stonden op en toverstokken glommen in het gelige licht van de olielampen. Keane trok Eva naar zich toe, alsof hij daarmee de onvergeeflijke vloek zou kunnen verbreken. Het liefst zou hij Josephine nu achter zich hebben staan, maar hij had geen manier om haar omhoog te trekken terwijl hij een tegenstribbelende Eva vasthield en zijn toverstaf op zijn grootvader gericht hield, een vastberaden uitdrukking op zijn gezicht – maar de angst duidelijk te lezen in zijn groene ogen. “Laat haar gaan! Dit is waar het eindigt. Ze hoort bij mij.” En hij zwiepte zijn staf naar achteren, precies zoals Felicia hem had geleerd. “Expelliarmus! Paralitis!”
  5. [1838] Meet me on the battlefield

    Toen ze in zijn hand kneep gonsden voor een moment de vlinders in zijn buik en Keane moest moeite doen om zich niet in haar blik te verliezen. Gelukkig waren er genoeg andere prikkels om hem bij de les te houden… de brandende ogen van zijn grootvader in zijn nek bijvoorbeeld, die hij wellicht niet kon zien maar wel kon voelen. Hij liet zijn vingers over de rug van haar hand glijden en knikte. Ja, zijn grootvader vroeg veel. Hij kreeg er weelde voor terug, goud en aanzien, overweldadige luxe die zich uitstrekte van appartementen, theaters en zijn universitaire studie tot de hertenlerenlaarzen aan zijn voeten – de wereld lag binnen zijn handbereik. Maar uiteindelijk, als je er echt diep over nadacht, gedwongen door barre weemoed…. dan vroeg de man teveel, waren zijn eisen te hoog. Een tinteling liep over zijn rug en hij wist dat zijn grootvader het niet zou dulden, maar hij stond haar toe haar duim over zijn wang te laten glijden. Loom ving hij haar hand en hij moest zich inhouden om er geen kus op te drukken. Deze gevoelens waren hier totaal niet op zijn plek, behoorden heel ergens anders thuis… maar ze waren lastig uit te schakelen, zeker nu hij haar zo lang niet had gezien. Toch wist hij met moeite zijn blik van haar af te trekken en voor een moment gleden zijn groene ogen nerveus over de mensen aan de tafeltjes om hen heen. Hij zou niet kunnen zeggen welke de Graaf had omgekocht en welke tot de advocaat behoorden, al had zijn grootvader hem toevertrouwd dat hij toch wel het grootste aandeel in het café had kunnen bemachtigen. “We moeten naar de deur” fluisterde hij, een gejaagde noot in zijn fluisterende stem. “En we moeten verdwijnselen. Ik weet dat dat lastig kan zijn… met je buik.” Hij knikte, waarbij hij moeite deed om zijn gezicht zo emotie loos mogelijk te houden voor het geval dat zijn grootvader daar wel zicht op had. “Maar het is de enige manier, vrees ik.” Gespannen keek hij haar aan. Maar er was niets meer te zeggen, er was niet meer voorbereidingstijd dan dit. Hij zou het verhaaltje nog even op kunnen houden, maar dan zou iedere vorm van verrassing eraf zijn – en elk verrassingselement wat ze konden krijgen hadden ze nodig. Hij had een brok in zijn keel en moest moeite doen de volgende woorden uit zijn strot te krijgen. “Ik zal aftellen en dan lopen we zo snel als mogelijk naar de deur. Ik heb iets om ze af te leiden - Drie… twee… een…” Maar Keane kreeg niet de kans om de mestbommen in zijn zak in het cafe te laten afgaan, want op dat moment klingelde het belletje van de deur opnieuw en stapte er iemand naar binnen. En niet zomaar iemand.
  6. [1837/1838]It's never too late to get your shit together

    Ja… maar hij kon er ook niks aan doen dat Evangeline een potje van haar reputatie had gemaakt! Ze had gewoon bij Charlemagne kunnen blijven, kunnen doen alsof dat zijn kind was… hijzelf had dat natuurlijk verschrikkelijk gevonden maar in dat geval was tenminste nog de minste schade aan gedaan aan eenieders reputatie – aan dat van hem, van Eva, van Josie en Owen en het ongeboren kind zelf. Keane opende zijn mond om hier iets van te zeggen, maar kreeg het nogal benauwd door haar woorden en opende deze weer met een rode blos op zijn wangen. Hij trok zijn kravatte van zijn nek en liet de dure, zachte stof door zijn vingers glijden terwijl hij de vrouw met een vreemd soort blik aankeek, alsof de pretentie van hem af was gevallen en zijn levenslust voor een moment gedoofd. “Mrs. Lennox… ik geloof niet dat u de situatie begrijpt.” Hij zou haar natuurlijk kunnen wegsturen (het leek er vooralsnog op alsof ze alleen maar was gekomen om een zinloze discussie met hem aan te gaan) en de gedachte leek plotsklaps erg aanlokkelijk. “Wellicht had ook ik het inderdaad graag anders gezien, maar u zal ook wel kunnen begrijpen dat ik… beperkt ben in mijn handelsruimte.” Keane ging met zijn hand door zijn donkere haar. Hij begaf zich hier op glad ijs, door ook maar iets los te laten over het eventueel plaatsgevonden eerlijke huwelijk; het kon best dat dat de werkelijke reden was van Helena Lennox’ bezoek. Informatie die in de rechtszaak tegen hem gebruik zou kunnen worden was vast waardevol. “Mijn grootvader…” Hij zweeg en hield zich in, maar iets in zijn blik moest verraden hoe bang hij was, hoezeer hij vreesde iets verkeerds te zeggen. Vlug herpakte hij zichzelf. “Mijn grootvader is degene die zich bezig houdt met datgeen wat bedreigend is voor de familie. Zie het als een waarschuwing als ik u vraag… hij… hij zal niet stoppen als hij inziet dat het om een werkelijke bedreiging gaat.” Vlug stond hij op. Dit gesprek was over. Het werd te gevaarlijk, te specifiek. Als iemand hen zou afluisteren... “Sorry, maar ik denk niet dat ik u verder tot dienst kan zijn.”
  7. [1838] Meet me on the battlefield

    Keane’s wangen kleurden ietwat toen hij Evangeline’s blik plotseling op hem voelde branden. Het was waarschijnlijk het juiste geweest om haar te vertellen dat haar grootmoeder hierbij betrokken was, al leek ze niet echt te bedaren maar hem eerder vol nieuwsgierigheid aan te kijken. Hij beantwoordde haar blik niet maar nam een slokje thee, zijn handen licht trillend. Ze wist nu dat er in ieder geval iets te gebeuren stond, dus nu was het aan hem wanneer hij actie wilde ondernemen. Hij wist niet zo goed wat een goede timing kon zijn en met een plotseling jammerlijk gevoel moest hij aan Felicia denken, die hem daar vast over geïnstrueerd zou hebben. Het moest niet te vroeg… maar zeker ook niet te laat. Keane deed alsof hij zijn kravatte wat strakker trok terwijl hij een schuine blik op zijn zakhorloge wierp. Hoe kon hij aan Eva overbrengen dat ze zich schrap moest zetten voor iets wat zich tussen nu en ongeveer tien minuten zou kunnen afspelen? De burggraaf was zo gespannen dat hij zich niet kon inhouden bij Eva’s opmerking en hij hardop moest grinniken. Hopelijk had zijn opa ook dat niet gehoord. Maar zolang ze over de schikking zouden praten, zou er nog tijd zijn om aan zijn grootvader te ontkomen… en dat maakte het een veilig onderwerp. Hij boog zich naar voren en pakte haar hand, waarbij hij haar zachtjes toefluisterde. “Als ik het teken geef, hoe hard denk je dat je dan kan rennen?” Hier binnen konden ze niet verschijnselen, dus ze zouden zich toch echt naar buiten moeten begeven... Keane rechte zijn rug ietwat en liet zijn duim over de rug van haar hand glijden. “Hij wilt dat je je claim laat varen en de rechtszaak afblaast” sprak de jongen langzaam en luider dan te voren, alsof hij de informatie met tegenzin gaf – wat hij ook deed, want hij hoe meer hij zei, hoe minder tijd hij zou hebben. “Hij wilt dat je een document ondertekent, erkennende dat je fout zat en je op geen enkele wijze in de toekomst opnieuw zal zoeken wat je nu zoekt. “En hij wilt…” Hij hield zijn hoofd ietwat schuin, een schaduw van verdriet nu in zijn blik. “Hij wilt dat je het kindje bij mij vandaan houdt, dat je hem of haar nooit zal vertellen wie de vader is…” Hij nam voorzichtig nog een slokje thee en zette het kopje neer op het schoteltje, voordat hij haar plotseling recht aankeek. “En hij wilt het in de vorm van een onbreekbare eed.”
  8. [1838] Meet me on the battlefield

    Op het moment dat de woorden zijn mond verlieten had Keane er bijna gelijk spijt van dat hij ze had uitgesproken. Omdat Evangeline en hij altijd al geheimen hadden moeten delen en stiekeme momentjes samen moesten pakken, had hij verwacht dat ze hier wel enigszins met hem in mee zou gaan. In plaats daarvan kreeg hij een geschrokken blik van wantrouwen terwijl ze meer afstand tussen hen creëerde. Het was zijn grootvader, bedacht Keane terwijl hij half wanhopig een plan probeerde te bedenken wat hem zo snel mogelijk op het punt zou krijgen waar hij wilde uitkomen – en dat was niet in de klauwen van de afschuwelijke man, terwijl ze daar op deze manier wel op afstevenden. De Graaf had een kloof van afstand tussen hen in gewerkt en zette hen misschien zelfs tegen elkaar op. Hij rechtte zijn schouders en probeerde een kalmerende pose aan te nemen terwijl hij zich opnieuw naar haar hand uitstrekte. Het was van het uiterste belang dat Eva zou blijven zitten waar ze zat en rustig zou blijven, of anders zou alles in duigen vallen. Waarschijnlijk stond iedereen om hen heen op scherp, en als er ook maar twijfel was dat er iets mis zou gaan… “Sssshht” suste hij haar, zo zachtjes als hij kon terwijl hij zijn blik half op haar en half op zijn thee gefocust hield. Op deze manier zou het op een afstand minder duidelijk zijn dat hij tegen haar sprak. Plotseling was hij dankbaar voor het zachte geroezemoes om hem heen, welke de huurlingen van zijn grootvader moesten ophouden om geen aandacht naar zich toe te trekken – en wat hem de gelegenheid gaf in ieder geval iets in Evangeline’s richting te fluisteren. “Doe alsof alles normaal is.” Ook hij goot wat melk in zijn thee terwijl hij zijn ogen kortstondig op het meisje liet rusten. Een onzekere blik trok door haar chocoladebruine ogen, gemixt met iets waarmee ze hem niet vaak had aangekeken; achterdocht. Met kloppend hart boog de Burggraaf zich naar voren om de suikerpot naar zich toe te trekken. “Vertrouw me. Je oma, mrs. Helena Lennox heeft geholpen bij dit plan” siste hij in haar richting, de woorden zo zachtjes dat hij twijfelde of ze ze wel zou hebben gehoord. Meer durfde hij echter niet te zeggen en ook hij rechtte nu zijn rug, onzeker of dit nu allemaal wel de goede kant op ging. Keane schepte desalniettemin de suiker in zijn thee en roerde het geheel langzaam door. Waarom ze hier was? Daar waren waarschijnlijk wel twintig redenen voor, en eenieder die je het vragen zou die in deze ruimte aanwezig was zou meerdere antwoorden kunnen geven die allen van elkaar zouden afwijken. Voor nu was de meest voor de hand liggende reden echter dat zijn grootvader had gewild dat hij de rechtszaak zou bespreken dus… dat kon hij best doen. “De Graaf, Lord Radnor, wil graag dat ik jou de mogelijkheden van een schikking voorhoud” sprak Keane voorzichtig, ditmaal luid genoeg om de personen drie tafeltjes verderop de woorden te laten verstaan. Hij betwijfelde of dat daadwerkelijk nog een realistische optie voor zijn grootvader was, maar dit was hem nu eenmaal opgedragen dus wellicht was het het meest veilig om maar voor te stellen ook. Een berekenende houding maakte zich van hem meester. “Ik heb vernomen dat hij er een.. behoorlijk bedrag, voor zou over hebben.” Even glimlachte hij minzaam. Hij zou toch bijna teleurgesteld in Eva zijn als ze zich daarover zou doen laten overhalen, maar het zou enkele problemen wel wegnemen. “Kan ik aan hem doorgeven dat hierdoor je interesse is gewekt?”
  9. [1838] Meet me on the battlefield

    Ook Keane had bijna haar hand gepakt, maar toen ze haar volgende zin uitsprak snoof hij luid en was hij bijna opgevlogen van tafel. Hij wist zichzelf echter tot kalmte te manen door even kort zijn ogen te sluiten, zijn hand onder zijn mantel om zijn toverstaf geklemd. Hij moest rustig blijven – voor Eva, voor de baby, voor zichzelf. Niemand had er iets aan als hij nu door emotie het plan liet verpesten. En toch… “De eerste maand was ik dronken” mompelde hij duister, meer tegen zichzelf dan tegen haar. Het was waar; hij kon zich er bar weinig meer van herinneren. Wel hadden de brieven van Sam hem gevonden, die hem hadden gezegd Eva toch te ontmoeten. Hij had toen niet gewild, bang dat hij was voor de gevolgen… en nu zat hij hier, vijf maanden later met het gevoel dat er een bom onder hun tafel was geplaatst en zijn grootvader elk moment hun gezellige gesprek kon onderbreken – maar de tijd was niet meer terug te draaien. Keane knikte afwezig toen ze hem vertelde dat de baby was uitgerekend op zijn verjaardag. Ook hij had gerekend en was gekomen tot begin mei; maar het was toch wel anders om het uit de mond van Evangeline te horen. Nog een maand… de Burggraaf rechtte ietwat zijn rug toen Eva hem vertelde dat ze niet wist waar haar voorkeur naar uit ging. Na alle aanklachten en het gedoe had hij toch wel verwacht dat in ieder geval Evangeline op een jongen hopen zou – of het haar nu meer in gevaar zou brengen of niet. Gevaar liep ze toch al, met de claims die ze naar buiten had gebracht; maar het was blijkbaar aan hem om daar iets aan te doen en zich voor zijn martelende grootvader te werpen. Hij maakte zich daar bijna alweer boos om, toen ze plotseling zijn hand pakte en deze naar haar buik toe leidde. Hij wilde iets zeggen, maar alleen al het gevoel van haar vingers op zijn huid leek er wel een gat in te branden – laat staan toen ze zijn hand ook nog eens op haar buik legde en haar hand erover heen vouwde. Ietwat gespannen schoof hij zijn stoel wat dichterbij om zijn plotselinge nabije positie bij Evangeline wat te vergemakkelijken, toen ze hem die vraag stelde. Keane wierp vluchtig een blik om zich heen om te zien of ze ook daadwerkelijk in de gaten werden gehouden, al hoefde hij natuurlijk niet te kijken om dat te weten – zijn grootvader had hem zelf verteld dat hij zich moest houden aan zijn regels en niet wilde uitvinden wat er anders gebeuren zou. “Ik kan daar geen uitspraken over doen” sprak hij luid, zodat eenieder die hem wilde horen zou hoe politiek correct zijn antwoorden op dit soort vragen waren. “Ik…” Maar op dat moment voelde hij de baby bewegen en gefascineerd keek hij naar Evangeline op, het werkelijke antwoord op de vraag zichtbaar in zijn groene ogen. Al zou het beter zijn om het niet te geloven – hij kon niet anders dan Eva’s waarheid erop aannemen. Dat was echter ook het moment dat hij besefte dat hij haar vanuit deze positie wellicht ietwat kon voorbereiden op wat komen zou. “Eef – we worden in de gaten gehouden” siste hij zo zacht als mogelijk, terwijl hij deed alsof hij zich over Evangeline’s buik ontfermde. “Ik heb een plan. Doe straks precies wat ik zeg en het komt goed. Ik…” Maar hij werd opgeschrikt door de barvrouw, die met hun drankjes aan kwam zetten. Keane schoot overeind en schoof zijn stoel weer wat achteruit, wachtende tot ze de thee had neergezet en weer weg zou gaan – hopende, haast smekende dat ze hem niet had gehoord.
  10. [1838] Meet me on the battlefield

    Keane had heus wel een beetje bedacht hoe dit gesprek zou gaan – hij had zich gewoon niet voorbereid op de achtbaan van emoties die Evangeline’s komst bij hem zou oproepen. En het probleem was dat Keane niet zo heel goed was in het omgaan met die emoties. Hij wist dat zijn grootvader hem had gemaand om het gesprek zo kort mogelijk te houden, om direct en op zakelijke toon te beginnen over de rechtszaak en hoe die gestopt moest worden en, als ze niet wilde meewerken, om haar dan te laten gaan en het de Graaf dan verder te laten afhandelen. Hoewel Keane bij het doorspreken van deze plannen ja en amen had geknikt, was hij nu echter verre van geneigd zijn plek op te geven. Hij voelde van alles en wilde daarmee van alles, maar wat hij niet wilde was dat Eva zelf zou opstaan en ze hem achter zou laten – als er iemand was die die eer toeviel, was het hijzelf toch wel. Daarnaast had hij een plan opgevat, en het zou toch wel erg onhandig zijn als Eva degene was die plotseling van hem zou wegrennen. In ieder geval was het goed om te horen dat ze veilig was (geweest). Dat was, ondanks al het andere, belangrijk. Desalniettemin was hij gekwetst dat hij klaarblijkelijk een risico werd bevonden, dat hij het niet waard was om een simpele uil naar te sturen terwijl hij haar had gezocht, zich zorgen om haar had gemaakt en vervolgens werd gemarteld om haar verblijfplaats bloot te geven. Hij gooide de emotie bij de overige stapel en probeerde er voor nu niet naar om te kijken, bang dat het hem teveel zou worden en hij zou knappen. “Mijn grootvader is hier heel erg kwaad om” sprak hij zachtjes, Eva’s blik ontwijkende. “Hij heeft…” Even rilde hij en hij sloeg zijn armen in een beschermend gebaar over elkaar, voordat hij besefte dat hij in die positie nooit snel genoeg zijn toverstaf zou kunnen bereiken en ze langzaam weer ontwarde. “Je hebt heel wat van mij gevraagd, voor iemand die zegt vertrouwen zo hoog op te vatten” voegde Keane eraan toe, een zekere spanning nu hoorbaar in zijn stem. “Al… deed je er waarschijnlijk juist aan om zo min mogelijk risico’s te nemen, tot op zekere hoogte.” Maar waarom moest hij daarvan de dupe worden? Had ze er niet over nagedacht dat zij wellicht veilig zou zijn, maar hij vervolgens alles over hem heen zou krijgen? Was het niet beter geweest daar gezamenlijk een beslissing over te nemen, in plaats van dat eenzijdig over hem uit te storten? Hij merkte dat hij trilde van ongenoegen en haalde eens diep adem, wetende dat hij dit voor nu moest en zou onderdrukken. Felicia had gezegd dat hij dit kon. Vasilisa had in hem geloofd. Mrs. Lennox… Zijn blik gleed af naar haar buik en hij voelde de woede wat plaats maken voor bezorgdheid. Ze had hem willen zien. En… de baby. Hun baby, wellicht. Nu ze hier zo zat geloofde hij het plotseling meer dan ooit tevoren. “Als het een jongen is…” Hij maakte zijn zin niet af. Een jongen zou haar claim versterken en zou zijn grootvaders wraak groter maken. Wellicht zou de Graaf haar met een meisje met rust laten, als hij haar zover kon krijgen de claim te laten vallen. Maar met een jongen… Owen zou, als alles waar bleek, dan niet de rechtmatige erfgenaam zijn. Dat leek hij al niet te zijn, en toch was het wellicht gemakkelijker vol te houden als Evangeline een meisje zou baren. “Heb je… heb je enig idee?” Waarschijnlijk niet. En toch moest hij het weten. Hij moest zich inhouden om zich niet naar voren te buigen en een hand op haar buik te leggen om zijn kind te voelen. Of om haar gewoon wild naar zich toe te trekken en zijn lippen op de hare te drukken, dat ook.
  11. [1838] Meet me on the battlefield

    Keane had zich op een aantal dingen kunnen voorbereiden, maar bij het zien van Evangeline was hij toch voor een moment uit het veld geslagen. Hij had de afgelopen weken toegeleefd naar deze dag. Daarbij was hij echter niet zozeer bezig geweest met het zien van Evangeline zelf, maar eerder met de persoonlijke verhoudingen van zichzelf en de mensen om zich heen in relatie tot Evangeline. Hij had gedacht aan de grote lijnen, aan waar hij zichzelf zag en wat er moest gebeuren om hem daar te krijgen… en aan de veiligheid, aan de bedreiging die zijn grootvader vormde. Niets had hem daarbij kunnen prepareren voor het opnieuw aanschouwen van Evangeline, voor het terugbrengen van de herinnering aan de aanklacht, het geld wat ze van hem op die toon had geëist, voor de problemen waar ze hem in had gebracht… en haar dikke, zwangere buik. Natuurlijk had hij geweten dat ze zwanger was; dat had ze hem zelf verteld. Maar om het ook echt te zien, na al die maanden… Bleekjes weggetrokken keek hij het roodharige meisje aan. Hij wilde haar tegelijkertijd zoenen alsook haar hier in haar eentje achterlaten en de deur achter zich dichtsmijten; hij wilde haar meenemen naar een privé kamertje om dingen met haar te doen die het daglicht niet konden verdragen, of ze nou zijn kind droeg of niet, en haar tegelijkertijd uitschelden. Hij wilde huilen maar ook lachen, wilde haar vertellen over wat er allemaal met hem was gebeurd en haar verhalen aanhoren, wilde alles over haar weten en tegelijkertijd helemaal niets. Hij wilde vijf maanden met zijn beste vriendin en grote liefde inhalen in twee minuten; en als hij zich kon beheersen, als hij zich aan het plan zou houden, dan zou hij de rest van zijn leven hebben om al het bovenstaande te kunnen doen. Maar plotseling wist hij niet zeker of het zijn grootvader zou zijn die een streep door zijn gesmede plannen zou zetten, zoals hij de afgelopen weken had gevreesd, of hijzelf. “Miss Lennox” knikte hij haar toe, maar hij kreeg de formaliteiten nauwelijks door zijn strot en plotseling kon het hem toch wat minder schelen dan hij had gedacht dat zijn grootvader waarschijnlijk elk woord meeluisteren zou. Overigens moest hij toch de kans nemen dat de Graaf niet alles zou horen, want hij zou haar toch wel enige waarschuwing moeten geven voordat zijn plannen in actie gezet zouden worden – als hij dat nog wilde. “Evangeline” voegde hij er op iets zachtere toon aan toe. Ietwat opgelaten rechtte hij zijn rug, alsof dat teken van autoriteit hem meer grip op de situatie zou geven. “Het gaat… goed.” Dat laatste perste hij eruit, het maatschappelijk geaccepteerde antwoord, omdat de waarheid veel te ingewikkeld was voor een moment als dit. Zou ze weten hoeveel risico ze liepen? Zou ze het zien op zijn gezicht? “Hoe gaat het met jou? Je ziet er goed uit.” Het ‘wel een beetje opgeblazen’ liet hij maar achterwege - dat had hij wel geleerd van Josephine’s zwangerschap. En daarbij zag ze er ook daadwerkelijk goed uit… ze had kleur op haar wangen, een heldere oogopslag, haar rode haar krulde lieflijk langs haar gezicht… Hij voelde de vlinders in zijn maag een sprong maken die hij allang niet had gevoeld. “Ben je de afgelopen maanden veilig geweest? Ik heb je gezocht.” Dat laatste kwam er iets beschuldigende uit dan hij had gewild – maar hij had dan ook wel echt stad en land naar haar afgezocht; en haar niet gevonden. Dat betekende waarschijnlijk dat de Graaf haar ook niet had gevonden en dat ze hier daarom nog ongeschonden zat, maar van alle mensen was hij toch wel graag van haar werkelijke verblijfplaats op de hoogte geweest. Keane haalde diep adem, liet zijn groene ogen voor een moment over de mensen aan tafeltjes om hen heen glijden voordat hij Eva's blik ontmoette. De burggraaf boog zich ietwat naar haar toe en sprak zachtjes, een oprechte ondertoon in zijn stem. "Maar ik ben blij dat je mij vandaag hier wilde ontmoeten."
  12. [1838] Meet me on the battlefield

    Ongeveer drie kwartier later Cafe the Roasted Bean, aan een van de zijstraten van de Wegisweg Keane leunde achterover in zijn stoel, ietwat ongemakkelijk aan het wankele tafeltje gezeten. Zijn blik gleed af naar de ingang, en voor een moment stelde hij zich voor hoe hij vanuit deze plaats zou moeten opspringen en naar de uitgang zou moeten sprinten – je kon nu eenmaal niet verdwijnselen binnen de winkeltjes aan de Wegisweg. Vlug wiste hij de gedachte weer uit zijn hoofd, bang dat zijn grootvader deze lezen zou (al was de man voor zover hij het wist momenteel niet in de ruimte); maar niet voordat hij opmerkte hoe dicht de tafeltjes eigenlijk op elkaar stonden en hoeveel krukjes er waren om over te struikelen. Hij verstijfde toen een stem hem plotseling uit zijn vluchtplannen liet opschrikken. “Wilt u iets te drinken, my lord?” Het was de barvrouw. Keane keek op naar haar ietwat lege blik en met een schok besefte hij plotseling dat ze hoogstwaarschijnlijk onder een Imperiusvloek verkeerde. Hij had de uitwerking ervan nog nooit gezien, maar er bij Verweer tegen de Zwarte Kunsten wel over moeten lezen. Een rilling gleed over zijn rug, en voor een moment bewoog hij ietwat in zijn stoel zodat hij er zeker van was dat hij zijn toverstaf in de binnenzak van zijn mantel kon voelen. “Nee, nee, dankuwel” mompelde hij vluchtig, terwijl hij zijn blik van de barvrouw aftrok en deze wederom op de deur richtte. “Ik… wacht nog, op iemand.” Hij hoorde haar schuifelende voetstappen zich van hem verwijderen en haalde diep adem, voordat zijn aandacht werd getrokken door de rinkelende deur en twee personen een tafeltje uitzochten vlakbij zijn vluchtroute. Ietwat verstijfd liet hij de informatie over zich heen stromen. Dit zou zijn vluchtplannen toch wel ietwat bemoeilijken… zouden deze personen bij de plannen van zijn grootvader horen, of was er nog een andere partij in het spel? Maar op dat moment rinkelde het belletje bij de deur opnieuw en werd deze geopend door iemand die hij bijna vijf maanden niet had gezien – en even stond zijn hart stil.
  13. [1838] Meet me on the battlefield

    Woensdag 18 april 1838, net voor het middaguur Verdonkeremaansteeg, Londen Het was drie dagen na Pasen, iets na elven; en het was stil in het kleine zijstraatje van de Wegisweg. Keane Cadwgan haalde nog eens diep adem en wierp een blik op zijn gouden zakhorloge. Het magische horloge mompelde slaperig de tijd en Keane klapte het weer dicht, waarbij hij haast schrok van de luide klik in zijn duistere alcove. Hij had zijn grootvader beloofd dat hij hier zou wachten terwijl de Graaf het café ‘klaar maakte’. Hoewel Keane wist dat daarmee werd bedoeld dat er enkele spionnen zouden worden geïnstalleerd, mensen die afwisten van het zorgvuldig voor de schouwers verborgen gehouden plan (volgens zijn grootvader nodig om zijn eigen veiligheid te garanderen), was hij er verre van zeker van dat de man geen geheime agenda hanteerde. Dit zou één grote valstrik kunnen zijn waarmee de Graaf door van hem gebruik te maken Evangeline in de val zou laten lopen. En misschien niet eens alleen Evangeline – wellicht liep hijzelf ook wel gevaar door hieraan mee te werken, en daarmee ook Josephine… en Owen. En er was nog iemand, al had hij die nog niet ontmoet; maar ook het ongeboren kindje van Eva zou zijn overgeleverd aan de grillen van de Graaf – als zijn plan fout ging. Zijn gehele familie, zijn gewilde en ongewilde, zijn hebben en houden stonden vandaag op het spel. Daarom was het des te belangrijker dat hij zou vechten. Felicia Harding had in hem geloofd, tot op zekere hoogte. Vasilisa Silvershore had hem verteld dat het mogelijk zou moeten zijn. En Helena Lennox… die had hem gezegd dat er geen andere optie was, dat het lukken móest. En dat bracht hem hier, vastgeroest tussen de woorden van vrouwen die vervolgens niet meer voor hem hadden kunnen betekenen dan loze beloftes en aanmaningen betreffende zijn kunnen. Keane greep zijn toverstaf nog eens wat steviger vast en kroop wat dieper weg in zijn dure, met bont afgezette mantel. In de donkere straten zoals de Verdonkeremaansteeg leek het altijd wel wat koeler te zijn dan waar geen duistere magie leek te heersen. Hij had de hoop weer wat hervonden, tot op zekere hoogte. Hij had, achter de rug van zijn grootvader om, afspraken gemaakt en regelingen getroffen. Zijn geldbuidel liep haast over van het goud – een van de redenen, overigens, dat de Verdonkeremaansteeg en de reputatie daarvan hem nerveus maakte; wat als het hem zou worden afgenomen voordat hij ook maar een kans had zijn grootvader te tarten? – en hij leek er in alle aspecten klaar voor te zijn. Het enige gat in zijn plan was natuurlijk de ontsnappingsroute zelf; en dat leek toch wel zo problematisch dat als het aan enkel hemzelf had gelegen, het hele plan niet door was gegaan. Als hij er alleen al aan dacht kreeg hij weer een knoop in zijn onderbuik, wilde hij het liefst alles afblazen… Maar nee; het was het beste wat hij had kunnen bedenken en Felicia, Vasilissa en Mrs. Lennox hadden hem in de loop der tijd toch gemaand dat hij dit kon, dat het mogelijk was de Graaf te verslaan. En al had hij terug gewild dan kon dat toch niet meer; hij had het briefje voor Josephine achtergelaten, en op dit uur had ze het vast al gevonden. Keane haalde een diepe teug lucht en zijn adem kwam naar buiten in parelmoerachtige wolkjes. Nog even. Hij zou zijn geduld nog even moeten opbrengen. Nog even en dan was het tijd om kleur te bekennen. OOC: Prive!
  14. Les liaisons dangereuses

    - Achtergelaten op tafel, geschreven in een net en zorgzaam handschrift en tezamen met een klein zilveren sleuteltje dat kan worden herkend afkomstig te zijn van een kluis in Goudgrijp - 14 april 1838 Cambridge Beste Josephine, Het spijt mij. Het spijt mij van de lange, zorgelijke dagen en slapeloze nachten. Het spijt mij dat je dit hebt moeten doormaken. Dit had ik nooit gewild. Ik heb er lang over nagedacht, maar ik denk dat het beter is als ik wegga. Ik zal een gedeelte uit onze kluis halen maar de rest van het geld is voor jou en Owen; zie bijgaand de tweede sleutel. Het zal genoeg zijn om hem tenminste tot zijn zeventiende levensjaar van onderhoud te voorzien. Ik wens jullie nog een gelukkig leven toe. Best regards, Keane Cadwgan - eronder gekrabbeld, in vluchtige hanenpoten – PS: Zeg Owen dat ik van hem houd.
  15. Les liaisons dangereuses

    30 maart 1838 Cambridge Beste Evangeline, Er is over jouw voorwaarden gesproken door de daartoe bevoegde personen – je weet wie ik bedoel – het doet mij deugd om je te kunnen mededelen dat deze zijn goedgekeurd. Ik zie er naar uit om je te zien. Ik herhaal; zeg mij waar en wanneer, en ik zal er zijn. Yours sincerely, Keane
×