Jump to content

Keane Cadwgan

Magisch Verbond
  • Content count

    1,005
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    65

Keane Cadwgan last won the day on February 22

Keane Cadwgan had the most liked content!

About Keane Cadwgan

  • Rank
    I didn't fool you but I failed you

OOC Profiel Informatie

  • Naam
    Dails

Profile Fields

Recent Profile Visitors

5,381 profile views
  1. [1838] Dungeons and Dragons

    Toen Evangeline zei dat de baby kwam, zette Keane onwillekeurig een stapje (of een trede) achteruit. De.. baby? Maar hij had niets met bevallingen! En ze waren nu aan het ontsnappen! Dit was echt de slechtste timing ooit. “Eh.. kan je ‘m niet gewoon tegenhouden, ofzo?” vroeg hij halsstarrig, terwijl hij naar haar buik staarde alsof hij daarmee de baby kon verhinderen eruit te komen. “Ik heb geleerd dat je streng moet zijn tegen kinderen. Soms is het gewoon even… geen goed moment! Zoals nu.” Maar in dat geval riep hij altijd de huiself en gaf hij Owen weg aan dat beest, die er dan maar weer wat leuks mee moest gaan doen. Maarja, dit kind was dus nog niet eens geboren! Al deed het daar dus wel een erg koppige poging toe… “Want ik denk echt dat we nu moeten ontsnappen. Er is nu ruimte en ik heb die toverstaf, en…” Ietwat wanhopig staarde hij haar aan. Prioriteiten, oke!! Ook Keane verplaatste zijn blik naar boven toen een zacht en laag gegrom hun oren bereikte en even slikte hij ietwat benauwd. “Draken eten wel eens baby’s op” zei hij nutteloos, meer omdat het een feitje was waarvan hij altijd trots was geweest dat hij het had geweten en welke hij in de kroeg aan zijn vrienden had kunnen vertellen – behalve dat het nu meer beklemmend werkte dan luchtig. Maar ja, des te meer reden om te ontsnappen! “Gaat het eh... echt niet lukken, denk je?” Ja, hij kon haar lastig gaan tillen, met die buik!
  2. [1838] Dungeons and Dragons

    Ze zei dat ze er klaar voor was, maar ze zag er niet echt klaar uit – ze was zelfs wat bleekjes, haar gezicht wit weggetrokken. Misschien was het omdat ze zo slecht hadden gegeten de laatste paar weken? Oke, die ene avond was hen hertenbiefstuk voorgeschoteld, maar het voorgerecht en toetje hadden de meeste avonden gemist, en die ene keer dat ze wel op een dessert hadden mogen rekenen was het alleen een bakje vla geweest! Daar kon een mens toch niet op leven – en al helemaal niet als je voor twee moest eten, zoals Eva deed… Ietwat nerveus keek Keane omhoog toen ze halverwege de trap stopte, voordat hij zijn blik terug naar Evangeline verplaatste. Kijk, die twee minuten… die had hij wel kunnen nemen, omdat het maar twee minuten waren geweest. Maar nu ze die minuten hadden gebruikt betekende dat niet dat ze nóg meer tijd konden nemen! En het was maar een trap, zo uitgemergeld kon ze toch niet zijn? Ze zag er in ieder geval verre van hongerig uit, met die dikke buik… “We zijn er bijna” beloofde hij, al was het natuurlijk verre van waar. “Maar we moeten wel een beetje opschieten…” Keane trok haar nog enkele treden omhoog. Toen hij terugkeek om te kijken hoe het met haar ging viel zijn oog op datgeen wat ze zojuist hadden afgelegd. “Eh, Eva?” sprak hij, ietwat terughoudend – want dit waren private dingen, maar details als dit konden nog wel eens significant zijn als je een vluchtpoging aan het ondernemen was. “Er is hier ofwel een lekkage, of eh…. Je lekt..” Beter was het een lekkage.
  3. [1838] Dungeons and Dragons

    Pardon, kon iemand het hem kwalijk nemen dat hij even de tijd nam om zijn vriendinnetje gedag te zeggen wiens aanraking hij maanden en maanden had moeten missen? Ja, natuurlijk, prioriteiten enzo, ze moesten ontsnappen, ze was hoogzwanger… maar die twee minuten konden er echt wel vanaf! “Ja, ja..” mompelde Keane, die haar met moeite losliet, een warme en verlangende blik in zijn groene ogen. Oke. Dit kon hij. Al het andere was gepland geweest, maar dit was spontaan – en dat maakte het misschien alleen maar beter. Spontaan was lastig te voorspellen, en voorspelbaarheid was vast het probleem geweest bij al die andere pogingen om met Eva te ontsnappen aan zijn grootvader, Josephine en Cadwgan Castle. Het was te orchestreerd geweest, te doordacht (al had dat op die momenten zelf wel meegevallen geleken). Nee… nu zouden ze gewoon gaan, het maakte niet uit hoe en wat. “Oke, kom...” fluisterde hij zachtjes terwijl hij Evangeline’s ongemakken negeerde, te erg gefocust op zichzelf en wat ze moesten bereiken. Daarbij maakten zwangere vrouwen wel meer van dat soort geluiden, dat hoorde er nou eenmaal een beetje bij. Hij vervlocht zijn vingers met die van Evangeline en begon haar de cel uit te trekken, richting de trap aan het einde van de gang. Hoe zachtjes hij ook probeerde te doen, toch leken hun holle voetstappen onheilspellend te weergalmen door de vochtige, muffe kerkers. Bij de trap aangekomen keek hij Eva aan, een bleke blos op zijn wangen. Als ze werden betrapt… maar kon het nog erger dan dit? Wat kon zijn grootvader hen nog aandoen wat ze niet reeds hadden ondergaan? Véél, sprak een vervelend stemmetje in zijn achterhoofd dat verrassend veel weg had van Felicia. Hij onderdrukte die gedachte. “We moeten heel erg voorzichtig zijn” fluisterde hij zachtjes, terwijl hij zijn blik omhoog liet gaan en even op een toorts aan de wand liet hangen. “Ik denk dat er ongeveer veertig treden zijn voordat je bij de draak komt. We moeten daar schuin langs, richting de gang aan de oostzijde. Dan wordt het spannend, want we zullen een van de gewone hallen moeten oversteken om vervolgens achter dat wandtapijt van Sir Cadogan (met die draak, weetjewel! En die pony…) een personeelsgang te nemen. Volgens mij cirkelt die gang eerst naar het zuiden, waarna hij via een boven- en onderroute uitkomt op een deur naar de rozentuin die bijna nooit wordt gebruikt.” De rozentuin was vast doornig en overgroeid, want dat was elke winter zo geweest, maar dat zouden ze wel weer zien als ze daar kwamen. Wat schrammen waren niets met wat draken of de Graaf hen aan zou kunnen doen. Even kneep hij in haar hand om hen beiden wat moed in te spreken. Als dit lukte… het leek bijna onmogelijk, maar als het lukte… “Ben je er klaar voor?”
  4. Dit was zo typisch Daniella. Zo… spannend en verleidelijk en zo alles wat Josephine nooit zou zijn. Het probleem was natuurlijk dat ze geen grenzen kende. Dat hij haar nu wel kon gaan vertellen dat dit geen goed idee was, vooral omdat ze in haar nachtclub waren die ze samen met haar echtgenoot runde die óók nog eens met hem in de Club zat en dat Valentine hem waarschijnlijk zou vermoorden als hij dit zag (en Keane niet eens wist hoe letterlijk dat zou kunnen zijn) – nog niet eens te praten over hoe semi-openbaar ze hier waren (nuja, het was wel de VIP ruimte..), zijn huwelijk met Josephine en de claim die Evangeline in een openbare rechtszaak de media in had gebracht… Helaas was hij nooit goed geweest in het aangeven van grenzen bij Daniella, en al helemaal niet als hij ze eigenlijk ook niet omhoog wilde houden. Keane keek haar aan en schonk haar een schuine grijns, voordat hij haar hand vastpakte en even haar vingers bestudeerde. “We moeten natuurlijk wel wat overhebben voor ons slachtoffer” sprak hij loom, terwijl hij zich naar voren boog om zijn tong om haar wijsvinger te laten glijden. “Aardbei…” Hij pakte haar tweede vinger en zoog er even zachtjes aan, een uitdagende blik in zijn groene ogen die hij op haar hield gericht. “Framboos…” Hij sloot zijn mond om haar ringvinger en kon het niet laten er even speels in te bijten. “Chocolade… Hmm…” Hij draaide haar hand om en drukte een lome kus aan de binnenkant, voordat hij zijn rug wederom wat rechtte. “Ik denk dat ik moet gaan voor die laatste” deelde hij haar mee. Hij goot een deel van de fles leeg in de ketel maar zette de rest wederom op de bar. Het zou toch zonde zijn zich nu al in het geheel van de siroop te ontdoen. "Moest er soms nog meer... getest worden? Of is dit het?"
  5. [1838] Dungeons and Dragons

    Misschien was het inderdaad te mooi om waar te zijn. Maar moest je kansen niet gewoon pakken als ze kwamen? Het hoefde geen val te zijn – toch? Niet alles was zo ingewikkeld. Het was onbeschrijflijk hoe goed haar lippen tegen de zijne voelden. Buiten adem liet hij zijn voorhoofd tegen die van Evangeline rusten, terwijl hij met zijn duimen zachtjes haar tranen wegveegde. “Ik kan niet geloven dat we dit allemaal moeten doorstaan” mompelde Keane hees, terwijl hij even zijn ogen sloot van genot. Haar buik zat ietwat onhandig tussen hen in en voor een moment (een kort moment!) deed het hem denken aan Josephine. Gauw drukte hij die gedachte weg. “Hoe snel kan je lopen, denk je?” Maar hij wilde haar niet loslaten, niet nu hij haar na zo’n lange tijd eindelijk weer op deze manier had gevonden. En dus vlocht hij zijn handen door Evangeline’s lange, rode haren en trok hij verlangend haar lippen wederom op de zijne. Hij had geen plan. Hij wist niet waar ze heen moesten. Hij wist dat ze wegkonden en dat ze die kans moesten pakken, links of rechtsom. Maar waar hij vooral van op de hoogte was, was dat hij van haar hield en haar verschrikkelijk had gemist. OOC: Yaaay post 1001~
  6. [1838] Dungeons and Dragons

    Keane had niet willen gaan, die eerste keer. Hij had geweigerd om Evangeline te verlaten, bang dat ze iets met haar zouden doen terwijl hij weg was. Hij had het gewoon niet vertrouwd – vertrouwde niemand meer. Maar er had niets anders opgezeten. John, de butler van zijn grootvader, kende heus zijn vervloekingen wel en het had de man weinig kunnen schelen of hij de Imperiusvloek zou moeten gebruiken om de kleinzoon van de Graaf zijn wensen te laten uitvoeren. En dus had hij wel gemoeten, inwendig vloekend en tierend. Maar hij had weer mogen terugkomen. En met Evangeline was niets gebeurd. Zo waren de dagen voorbijgekropen. Die eerste dag had hij Josephine onder ogen moeten komen na een ochtend met een verplicht warm bad en nieuwe kleding waar hij geen nee tegen had kunnen zeggen. Daarna kwamen er nog veel van zulke ochtenden. Iedere dag besteedde hij een uurtje met Josephine en Owen, waarna hij klusjes moest uitvoeren voor zijn grootvader. Hij zag de Graaf zelf sporadisch en alleen van een afstand. De klusjes waren duidelijk een straf, al probeerde Keane het zo gemakkelijk als mogelijk van zich af te laten glijden. Hij wilde niet laten zien dat het iets met hem deed, dat zijn grootvader enige invloed op hem had – al was dat natuurlijk verre van waar. Soms moest hij op de kinderen van Aria passen of wat administratief werk voor het theater verrichten, waarvan zijn grootvader de meeste taken op zich had genomen. Maar het grootste gedeelte van de tijd besteedde hij op het landgoed, in een weggemoffeld gebouw wat Charlemagne Gordon-Lennox eens had gevonden – en bijna niet meer levend had verlaten. De Graaf had een nieuwe lading drakeneieren uit Oost-Europa binnengekregen die weg zouden moeten zijn voordat ze uit zouden komen. Desalniettemin moesten de vuren hoog worden gehouden om de eieren te verwarmen en iedere avond kwam Keane uitgeput terug in de Kerkers, onder het roet van plakkerig steenkool en zijn kleding doordrongen van de geur van vuur en as. En iedere ochtend kreeg hij weer dat bad, zag hij Josephine… Het was bijna een routine geworden – totdat het op een dag… anders was. Hij was de telling onderhand kwijtgeraakt, al probeerden Evangeline en hij er nog enigszins grip op te houden zodat ze wisten hoeveel tijd ze hadden voordat ze bevallen zou. Maar plotseling was het mei en was hij jarig. Ze hadden hem aan een tafeltje gezet met adelaarsveer, inkt en een stapel perkament, waar hij werd geacht de brieven en verjaardagskaarten te beantwoorden die men hem had gestuurd. Hij moest afzenders wel vaker vertellen dat hij het voor het moment wat rustiger aan deed, zodat zijn afwezigheid niet al te veel zou opvallen. De stapel kaarten was dit jaar opvallend dunner dan de afgelopen jaren, al kon hij het zijn kennissen gezien de omstandigheden niet echt kwalijk nemen. Keane zat in de studeerkamer en bestudeerde aandachtig een krullerige hoofdletter H, zich afvragend of zijn grootvader deze H iets te krullerig zou vinden of juist niet krullerig genoeg – beter besteedde hij zoveel als mogelijk tijd aan deze brieven, zodat hij niet terug hoefde naar die vervloekte eieren of de zoveelste verplichte picknick met Josephine – toen het hem plotseling opviel dat Lia, het kindermeisje van Clementine en Gabriel, haar toverstok had getrokken om tot vermaak van de vierjarigen grote zeepbubbels door de ruimte te laten stuiteren. Eens had hij misschien getwijfeld. Eens was het niet eens bij hem opgekomen, om… maar nu wist hij dat hij geen andere kans ging krijgen, dat dit het was en anders niet. En niets van kind-onvriendelijkheid hoor! Hij had de tweeling in hun box gezet en Lia eraan vastgebonden, haar mond gesnoerd en de ruimte gevuld met zoveel zeepbellen als de kleine Clementine en Gabriel maar wilden. Onderhand wist hij precies waar hij en Evangeline in het tochtige kasteel zaten opgesloten en wist hij er via de binnendoor route vrij ongezien te komen. De draak werd overdag gevoerd en dus kon hij op zijn tenen langs het blinde en tandloze vrouwtje sluipen, die ondanks haar onschuldigheid toch nog naar kon uithalen met haar klauwen. Keane durfde nauwelijks iets te zeggen terwijl hij naar Evangeline’s gedeelte van de kerker liep en met de vreemde staf enkele spreuken probeerde toen een simpele ‘alohomora’ niet voldoende bleek. Hij keek Evangeline pas aan toen het lukte, een hoopvolle schittering in zijn groene ogen en de schaduw van een triomfantelijke grijns op zijn gezicht. “Ik heb een toverstaf kunnen bemachtigen!” fluisterde hij, bang dat iemand hen zou horen. Hij duwde de betraliede deur open en zette enkele stappen naar binnen. “Eef… ik denk dat ik weet hoe we kunnen ontsnappen.” Misschien was het niet het moment. Misschien was het nooit het moment geweest, hadden ze het altijd geprobeerd tegen beter weten in. Maar hij was maanden van haar verwijderd geweest en nu was ze plotseling zo dichtbij. En dus, ondanks het risico dat iemand hem vast heel gauw ging missen, dat Lia toch iemand zou kunnen waarschuwen of Clementine het op een krijsen zou zetten omdat een van de mooie bubbels was gebarsten, stapte Keane op Evangeline af en kuste hij haar vol rauw verlangen op haar zachte lippen. OOC: Sorry voor de lengte, maar het issss... post 1000!!
  7. [1838][15+] Erasing bad memories

    Vrouwen. Dit ging waarlijk iedere logica te boven. Niet alleen wilde ze haar rechtmatige plek opgeven, maar ze wilde het enkel en alleen omdat hij de keuze had gemaakt haar te verlaten. So what? Hij was hier nu toch? Hij zorgde toch voor hun kind? Ietwat moedeloos suste hij de krijsende baby wat in zijn armen. Hij wist niet zo goed wat hij wilde. Hij wilde weg, wilde dat het stopte (dat alles stopte), wilde dat iemand anders dit zou oplossen dan hijzelf… en ondertussen was er niemand die dat kon. Er was een onzekere uitweg die waarschijnlijk geen uitweg was en er was de mogelijkheid dat hij dit zou oplossen zoals zijn grootvader het wilde. Plotseling wenste hij terug te zijn in de donkere kerker onder het kasteel, met in ieder geval Evangeline om tegen te praten en niet gek van te worden. Het was daar beter dan hier. Hij haatte zichzelf toen hij ervoor koos weer op het bed te zitten en zwijgend het kindje aan zijn echtgenote te overhandigden. Het was een gebrek aan daadwerkelijke keuzes die hem ertoe maanden. “Je snapt het niet” sprak hij koel, terwijl hij haar niet aankeek maar zijn blik op de muur richtte, haast alsof het om een staarwedstrijd ging. “Ik wil niet scheiden. Ik wil Evangeline er niet bijhalen. Ik wil niks regelen – voor Owen, of niet voor Owen. Ik wil dat je dit voorval laat gaan en mijn vrouw bent en doet wat ik zeg.” Keane draaide zijn hoofd richting Josephine, een harde blik in zijn groene ogen. “Begrijp je dat?” OOC: Post 999!
  8. Keane’s blik gleed naar haar hand op zijn schouder terwijl hij grinnikte, een plotselinge flikkering van verlangen in zijn groene ogen. Het was een hunkering naar iets luchtigs, naar iets spannends, naar iets van vroeger en iets van nu, nu het nog kon… en vooral iets wat zo ver als mogelijk van Josephine en de krijsende baby was verwijderd. “Hmm.. dat klinkt als een goed plan” sprak hij loom, terwijl hij Daniella toestond dat in zijn oor te fluisteren. “Ze is vast een.. gewillig slachtoffer.” Even gleed hij met de rug van zijn hand over de binnenkant van haar bovenarm, voordat hij zich bedacht waar ze precies waren. Met iets van tegenzin rechtte hij zijn rug en verplaatste hij zijn blik naar de plank. “Wat voor siroop zullen we doen? Er staat hier frambozen, aardbeien, chocolade…” Je kon ook andere leuke dingen met siroop doen.
  9. PD's nakijken

    Prima! Sorry, ik heb hier verder geen mening over, haha.
  10. Ondanks dat vanavond verre van onbeladen was, voelde Keane zich plotseling weer alsof het allemaal niet meer uitmaakte – alsof ze weer op Zweinstein zaten, of zelfs met z’n tweeën aan Beauxbatons studeerden, zij tegen de wereld. Grinnikend stond hij Dani toe het snoepje uit zijn hand te pakken, waarna hij de andere met iets teveel enthousiasme in hun toverdrank gooide. Voor een moment kleurde de drank feloranje, voordat het weer terugging naar een redelijk onschuldige amberkleur. Tevreden sloeg hij de rest van zijn drankje achterover en keek hoe Dani hun toverdrank aanvulde met suiker. “Heb je misschien ook nog iets van siroop?” vroeg hij, terwijl hij zijn lege glas op de bar zette en zichzelf en Daniella opnieuw inschonk. “Of misschien stroop! Dat is zoet én plakkerig!” En meer plakkerig was meer beter toch?” “Hmm…” Keane liet zijn blik over de mensen in de VIP lounge glijden en keek toen naar Daniella, een flirterige blik in zijn groene ogen. “Wil je het op iemand hier uitproberen of in het gewone gedeelte van de club?” Hij zette een stapje dichterbij en knikte richting een ietwat onzeker uitziend meisje met lang, stroblond haar, die al een tijdje alleen aan een tafeltje zat. Het leek erop alsof ze op iemand wachtte, maar het kon ook gemakkelijk dat haar date nooit meer komen zou. Twee lege cocktailglazen stonden op tafel, dus zo nuchter zou ze wel niet meer zijn. “Of gaat je voorkeur uit naar een wat… wilder type?” Hij grijnsde onschuldig en nam nog een grote slok. Ah... rum smaakte toch nog iets beter in het gezelschap van vrienden - en zeker met Daniella aan zijn zijde, of ze nu iemand aan het vergiftigen waren of niet. Zo erg zou het wel niet zijn, toch?
  11. [1838] Dungeons and Dragons

    “Josephine komt er vast wel weer bovenop” mompelde Keane, meer om zichzelf daarvan te overtuigen dan Evangeline. Even rilde hij terwijl hij dat ene beeld weer terughaalde voordat hij bewusteloos raakte in Liverpool, zijn echtgenote onder het bloed… “Ik weet niet zo goed wat er gebeurde toen wij verdwijnselden.” Hij sloot zijn ogen en gleed voor een moment met zijn handen door zijn donkere haar. Een bad zou fijn zijn – maar dat hoorde vast niet bij de services die je werden aangeboden als je was opgesloten in de Kerkers. “Ik denk dat mijn grootvader ons uit elkaar trok, maar ik weet het niet zeker.” Keane zuchtte en luisterde naar Eva. Eerlijk gezegd was het horen van haar stem alleen al fijn, al waren de dingen die ze zei… zorgelijk. Twee weken was niets - en daarbij kon het zoveel langer of korter duren. Misschien, als het kindje een beetje op hem leek, dat het dan zolang als mogelijk zou blijven zitten. Wie wilde er nu in deze harde en nare wereld geboren worden? Hij zocht Evangeline’s blik en glimlachte onwillekeurig toen ze zo naar hem keek, een klein sprankje hoop en vechtlust in hem ontwakende. Hij wilde niet gaan liggen omdat hij niet wist hoe lang ze hadden, overgeleverd als ze waren aan de grillen van zijn grootvader – en dus probeerde haar maar te herinneren zoals ze daar nu zat.. zodat hij in ieder geval dat had om voor te vechten, hoe lang ze dan ook hierna weer uit elkaar zouden zijn. Haar koperkleurige haar, glanzend in het weinige licht. Haar blanke, met sproetjes bedekte huid, haar ronde vormen… “Er was een tijd dat dromen wel iets betekenden” sprak Keane zachtjes, nadat hij haar woorden voor een moment op hem had laten inwerken. Een jongen… hij had geen idee hoe nauwkeurig vrouwen het geslacht van hun baby’s konden voorspellen, maar Eva’s zus was een ziener – niet? Nog een zoon zou het erfgenaamschap van zijn eerste, van Owen, in gevaar kunnen brengen. Dat was een reden waarom zijn grootvader van dit kindje af zou willen… of hem juist achter de hand zou willen houden. Een jongen zou in ieder geval de interesse van zijn grootvader wekken. Of dat beter was dan de onverschilligheid die een meisje met zich meebracht was lastig te raden. Daarbij had Evangeline had nog steeds niet gezegd of ze de baby nu al had gevoeld, en verdwijnselen met nog twee weken te gaan… hij wist van te voren al dat het niet goed was geweest voor de baby, maar als het plan was gelukt was het het risico in ieder geval nog enigszins waard geweest. Maar nu… Hierover nadenken gaf hem hoofdpijn. Niets was zeker van de toekomst, hij had niets te willen en er was niets dat hij op dit moment kon veranderen. Het was te laat, te beladen. Er was alleen de tochtige stilte van de kerkers, doorbroken door het zacht knapperende haardvuur en hun ademhaling. En dus zweeg hij, daar op die koude plek bij de grond, zo dichtbij Eva en toch zo ver weg. Plotseling kwamen de woorden van een oud liedje bij hem bovendrijven dat zijn moeder vroeger wel eens voor hem had gezongen. Hij sloeg zijn mantel nog wat dichter om hem heen tegen de kou en dacht even na. De Welshe woorden leken wat ver weg, maar toen hij eenmaal begon te zingen kwam het wel weer terug. Hij wist niet zo goed waarom, maar het was beter dan de koude stilte van deze lange, donkere nacht. Holl amrantau'r ser ddywedant, ar hyd y nos Dyma'r ffordd i fro gogoniant, ar hyd y nos Golau arall yw tywyllwch I arddangos gwir brydferthwch Teulu'r nefoedd mewn tawelwch, ar hyd y nos
  12. [1838] Dungeons and Dragons

    “Ik denk dat ik een hersenschudding heb” mompelde Keane, meer tegen zichzelf dan tegen Eva. Onhandig, zijn vingers om de roestige en afbladderende tralies geklemd, liet hij zichzelf terugzakken op de harstenen bodem en zocht hij de buil op zijn hoofd. Hij voelde zich misselijk en plotseling moe. Het enige wat hij wilde was Eva tegen zich aandrukken en doen alsof alles gewoon goed was, doen alsof ze niet verschrikkelijk diep in de problemen zaten. Maar zelfs dat was geen mogelijkheid, met haar helemaal daar en hem helemaal hier. “Evangeline…” sprak hij zachtjes. Hij wilde tot haar doordringen, maar wist niet precies hoe. “Lief, ik… ik denk dat we hier inderdaad even over moeten nadenken.” Het was vreemd om haar dat koosnaampje te noemen wat hij eens vrijelijk had kunnen gebruiken. Josephine had hij nooit zo genoemd. “Overhaaste beslissingen zouden ons meer kunnen kosten dan het afstaan van de baby. Ik... ik wil je niet kwijt. Vandaag was echt op het nippertje.” Ze hadden zoveel verloren, maar ze zouden nog zoveel meer kunnen verliezen. “Voordat we een plan kunnen maken hebben we meer informatie nodig. De Graaf heeft ons precies waar hij ons wilt hebben en hij zal ons niet gemakkelijk weer laten gaan.” En hun enige kans had hij verspild… of, als je er anders naar keek, had Josephine doorkruist. Even hield hij stil, terwijl hij nadacht. “Hoelang hebben we? Ik bedoel.. wanneer ben je uitgerekend?” Hij haalde diep adem en keek in haar richting, naar de bolling van haar buik. “En heb je enig idee of het een jongen of een meisje is? Want als het een jongen is…” Een jongen was een bedreiging; een meisje was niets. Hij wist niet wat zijn grootvader liever zou hebben. Hij wist niet wat hij liever had. Hij kon zichzelf en Evangeline al nauwelijks beschermen; hoe moest hij zich sowieso voor nog een kind werpen?
  13. [1838] Dungeons and Dragons

    Keane zweeg terwijl hij naar Evangeline luisterde, terwijl hij langzaam de paniek terug hoorde vloeien in haar stem omdat ze zich realiseerde wat de reden was van zijn tranen van zojuist. Hij had de situatie al langer vermoed – het was zelfs de reden geweest van de roekeloze actie, van de poging om toch aan het alles te ontsnappen. Met zijn handelingen had hij zijn lot aan dat van haar verbonden, maar het was het waard geweest om haar en de baby te kunnen redden. Maar nu was alles hopeloos verloren. Zij had datgeen gewild wat hij haar niet had kunnen geven; hij had gefaald op het moment dat ze hem het meest nodig had gehad. En nu waren hun mogelijkheden opgedroogd, ingesloten in de grip van Graaf Owain Cadwgan. Machteloos rammelde hij wat aan de tralies. “Ik… ik weet niet…” Hij keek om zich heen, trok zichzelf met enige moeite op tot een staande positie. Maar zijn knieën hielden hem nauwelijks, hij was duizelig en zijn hoofd bonkte; en dus was het slechts met enige moeite dat hij zichzelf staande hield. Keane probeerde de gang in te kijken, maar het was zo smal en duister dat dat nauwelijks ging. “Ik ben hier nog nooit geweest. Ik weet niet precies waar we zijn” sprak hij zachtjes, terwijl een ietwat rode blos naar zijn wangen trok. Hij schaamde zich voor zijn machteloosheid, wist dat zijn grootvader hem juist daarvoor hier had neergezet; om hem te breken, tezamen met haar. “Ik weet niet eens of we wel in Cadwgan Castle zelf zijn… misschien ergens op het landgoed.” Hij luisterde, maar alles was stil. “De… de draken” mompelde hij erachteraan, nauwelijks willen nadenken over de consequenties als ze zouden ontsnappen maar vervolgens zouden worden opgegeten door een loslopende draak. “Het spijt me, Eva. Het is… ik weet niet…” Hij keek haar aan en klemde zijn hand om de tralies. “Ik denk niet dat het mogelijk is om te ontsnappen."
  14. [1838][15+] Erasing bad memories

    Keane negeerde Josephine’s woorden over Owen. Hij wilde zijn zoon niet neerleggen. Het was zíjn kind en hij had ieder recht om het jongetje vast te blijven houden. Hij wilde niet dat ze zei wat hij moest doen en dat ze hem oplepelde wat hij verkeerd deed. Hij had alles al verkeerd gedaan – en geen van beide ‘echtgenotes’ in dat opzicht enigszins bevooroordeeld, overigens. Maar Josephine had gewoon de veilige optie kunnen nemen, had tot haar dood van zijn geld kunnen genieten en ervoor kunnen zorgen dat Owen opgroeide als erfgenaam van de Cadwgans, voorzien van alle luxe die hij ooit nodig zou hebben. Ze had het zelf verpest. Misschien kwam het omdat hij haar nooit had verteld wat voor verschrikkelijke man zijn grootvader was. Misschien was het dat hij die bubbel nooit had willen doorprikken, omdat ze te zwak leek om daadwerkelijk met die informatie om te kunnen gaan. Hij was bang dat ze zou zijn gevlucht, dat ze het aan haar eigen ouders had verteld en ze op die manier grote problemen had veroorzaakt. Maar misschien waren die problemen uiteindelijk wel meer te overzien geweest dan datgeen wat er nu was gebeurd, dan dat ze de waarheid afdeed als een fabeltje of boekenwijsheid. Nu was het te laat. “Je geeft het op?” In de uiting van paniek sloeg zijn stem enkele tonen over. Keane hield stil en zette toen enkele stappen naar haar toe, maar niet dichtbij genoeg dat ze Owen uit zijn armen zou kunnen trekken. Het jongetje greep snikkend de kraag van zijn overhemd met een sterk handje vast, wat Keane negeerde. Scheiden – het was iets waar hij eerlijk gezegd nog nooit over had nagedacht. Maar dat kwam omdat zijn grootvader dat niet zou willen, omdat het nooit een optie zou zijn. De dood? Zeker. Maar scheiden… En plotseling wist hij waarom hij hier was. Om dát te voorkomen, om het weer goed te maken – zolang deze brede scheuren nog gelijmd konden worden. En blijkbaar vertrouwde zijn grootvader hem daarbij dat hij geen gekke dingen zou doen. Misschien was dat wel de reden dat hij juist iets geks moest doen. “Je lijkt er zo… zeker van dat Evangeline de rechtszaak gaat winnen” sprak hij, op de meest neutrale toon die hij kon opbrengen. “Dat jíj degene bent die alles moet opgeven waar je voor staat.” Hij keek zijn echtgenote aan. Wat volgde was hetgeen waar hij daadwerkelijk in geloofde, al kwam het hem niet goed uit. Natuurlijk zou hij gelukkiger zijn met Evangeline als echtgenote – al zou zijn grootvader het nooit accepteren. Maar… “Het was een droom, Josephine. Het was niet echt. Als ik word opgeroepen tijdens het proces, is dat wat ik zal moeten vertellen. Ik ben met jou getrouwd, niet met haar.” Met een blik van minachting keek hij haar aan – hij had niet gedacht dat ze het zover zou laten komen dat ze daadwerkelijk zou opgeven. Ze had blijkbaar nog een zwakkere ruggengraad dan hij had gedacht. “Mijn grootvader zal nooit toestaan dat zij het proces wint. Afgezien van haar bewijsproblemen hebben wij het geld, de connecties en de juiste positie voor de rechtszaak.” Zijn grootvader was vicevoorzitter van de Wikenweegschaar! “Wil je echt zo graag van mij af dat je je eigen reputatie en die van Owen hiervoor ten gronde zou storten? Want als je denkt dat dít al erg is…” Dan werd de buitenwereld een nog veel grotere shock.
  15. [1838] Dungeons and Dragons

    “Ah…” sprak Keane, die Evangeline’s woorden voor een moment liet bezinken. Hij had altijd wel geweten dat de zaken waar zijn grootvader zich in verwikkelde verre van simpel waren, maar hij had tot nu toe nooit daadwerkelijk begrepen hoe ingewikkeld het worden kon. Een illegale handel in drakeneieren, geïmporteerd uit Oost-Europa en verspreid over het Verenigd Koninkrijk en de rest van de wereld… nu, dat was al wat ingewikkelder dan het theater wat hij had gekregen om te kunnen managen. Maar dat er ook oud zeer tussen de Bennetts en Cadwgans werd uitgevochten over de huwelijksperikelen van hemzelf en Evangeline was een heel ander verhaal. Het voelde plotseling allemaal een beetje als teveel, alsof hij geen idee had waar hij zijn vingers aan had gebrand. Mrs. Helena Lennox was hier wellicht niet van op de hoogte geweest, maar had misschien wel al zoveel vermoed. Hij was haar plotseling dankbaarder dan hij vooralsnog was geweest – ze had zich blijkbaar (achteraf) toch opgesteld als hun bondgenoot, en als je vast zat in de kerkers van Cadwgan Castle met je bondgenoten te tellen op één hand met wat missende vingers, dan telde iedere toch zwaar mee – in welke vorm of gedaante ze dan ook kwamen. “En Mr. Bennett wilde er echt niks voor terug?” Misschien, als hij echt de reputatie van de Cadwgans een behoorlijke deuk kon toebrengen, dat dat het waard zou zijn… maar zijn moeder was erbij betrokken! Zou ze er echt mee instemmen die mate van schade haar vader aan te doen? Keane had de relatie tussen zijn moeder en zijn grootvader ook altijd lastig gevonden, als was hij te jong geweest om er echt iets hardop over te kunnen zeggen toen hij haar moest verlaten. “Ik…” Het was niet zijn plaats om zich uit te laten over wat Evangeline zei – het kon namelijk goed waar zijn. De Graaf zou iedereen erbuiten willen laten die niets te maken had met hun geschil, maar als familieleden van Eva zich vrijwillig begonnen te melden om ook hun zegje te doen was Owain Cadwgan er wel een om vijanden te maken. Toch trok hij zijn mond open. “Ik snap wat je bedoelt. Al denk ik dat Mrs. Helena Lennox zich best wel goed kan verdedigen - verbaal, in ieder geval.” Even hield Keane stil. “Ik weet niet hoeveel wij nog te willen hebben” voegde hij er uiteindelijk zachtjes aan toe, zijn vingers om de tralies geklemd. “Eef ik… ik denk dat mijn grootvader uit is op de-“ Nee. “Onze baby. Het is de enige reden die ik kan bedenken waarom hij wilde dat het zo is gegaan en wij hier nu zitten.” Hij zuchtte ietwat paniekerig en liet zijn voorhoofd tegen het roestige ijzer rusten. De 'en nu wat' was echter lastig. "Het was allemaal een val..."
×