Jump to content

Keane Cadwgan

Magisch Verbond
  • Content count

    1,046
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    69

Keane Cadwgan last won the day on June 25

Keane Cadwgan had the most liked content!

About Keane Cadwgan

  • Rank
    I didn't fool you but I failed you

OOC Profiel Informatie

  • Naam
    Dails

Profile Fields

Recent Profile Visitors

5,945 profile views
  1. Hij wilde Eva niet loslaten. Even leek het alsof hij het ook niet zou kunnen, alsof zij degene was die hem bijeenhield zodat hij niet in duizend stukjes uiteen zou knappen alsof zijn gehele voorkomen bijeen was geraapt en samenkwam in één kwetsbare, glazen bal. Hij wist dat zodra hij een voet buiten de toren zou zetten, de realiteit hem in zijn gezicht zou klappen. Hij had niet willen denken aan de directe gevolgen van zijn handelingen, maar nu die toch met rasse schreden naderden zat er plotseling niets anders op. Hij was dapper geweest omdat hij een doel had gehad, maar nu hij daarin had gefaald en had gezien waarvoor hij het deed, voor wie hij het zou doen… dat alles had gemaakt dat hij niet meer terug wilde, dat hij het niet meer kon. De kerkers waren te duister, te eenzaam, te koud en verlaten met als enige geluid het gedrup van zwijgend water. Een trilling resoneerde door zijn lichaam toen de stem hem buiten nogmaals riep, née, sommeerde naar buiten te komen. Keane keek op naar zijn moeder en liet Eva een beetje los, alleen omdat zij het hem gebood. Zat er niets anders op? Was dat werkelijk zo? Was hij verloren, vervloekt als Cadwgan, verdoemd om het Plan uit te voeren zonder dat iemand het wist en zijn grootvader’s wraak naakt zonder toverstaf tegemoet te treden? De dikke brok in zijn keel maakte dat hij nauwelijks iets kon uitbrengen – mocht hij ook nog maar iets willen zeggen, dan had het nu ook niet meer gekund. Ondertussen klopte zijn hart paniekerig in zijn borstkas terwijl hij met trillerige vingers Eva naar zich toetrok en een laatste kus op haar lippen plantte. De voorlopig laatste, met het meeste geluk van de wereld. De allerlaatste, met ook maar een flintertje pech. “Ik hou van jou” fluisterde hij, half onverstaanbaar, voordat hij haar losliet. Het voelde koud en leeg - nu al, als voorbode op wat zou komen. Even keek hij op naar zijn moeder, voordat hij op haar af stapte en een kus op haar wang drukte. Haar grijze ogen leken wel door hem heen te branden en hij vond het lastig haar aan te kijken, alsof hij zich plotseling moest schamen voor zijn tranen, voor zijn houding, voor alles wat hij nog representeerde. In plaats daarvan liet hij zijn blik over het kleine baby’tje in haar armen gaan en voor het eerst vermande hij zich wat. Griffith had hem nodig. Hij wist niet zo goed wat er met zijn zoontje zou gebeuren, maar hij kon zich nauwelijks voorstellen dat de jongen het leven zou krijgen wat zijn grootvader voor Owen had uitgestippeld. Keane trok het zachte baby mutsje van het kleine hoofdje, daar gelegen in de armen van zijn eigen moeder, en kuste het kindje op zijn rode haartjes. Giechelend, alsof de buitenwereld hem toch niets deed, pakte Griffith een van zijn vingers vast en voor de tweede keer verbaasde Keane zich hoe sterk het jongetje was. Even bleef hij naar zijn zoon kijken, voordat de burggraaf zijn rug wat rechtte, zijn tranen droogde en zijn vette, donkere haar uit zijn gezicht veegde. Buiten klonk de derde sommatie. “Ik… ik zal gaan” sprak hij zachtjes, zijn stem wat hervonden. Treurig keek hij de twee vrouwen aan, zijn hart voor de zoveelste keer gebroken door de verplichtingen die zijn grootvader op hem legde. “Wees voorzichtig. Maak je…” Hij haalde diep adem. Het koste hem alles wat hij had om de volgende woorden te spreken, achteloos als ze klonken, alsof het niets was. “Maak je niet al teveel zorgen over mij.” Keane glimlachte waterig en zette enkele stappen richting de uitgang, voordat hij zich plotseling omdraaide. Er was een betere afsluiting dan dat – of het nu echt het laatste afscheid zou zijn, of niet. “Lady Rhiannon, Mr. Griffith… Mi - Lady Evangeline...” Vragend om hun aandacht keek hij hen aan, voordat hij plotseling formeel voor hen boog. “Wat er ook gebeurt… het was mij waarlijk een genoegen.”
  2. Hij had een kans om het haar te zeggen. Het alarm ging af, maar so what? Hij had geweten dat de alarmen af zouden gaan. Het was niet alsof zijn afwezigheid voor altijd onopgemerkt zou blijven – eigenlijk had hij nog behoorlijk wat tijd gekregen. Dit betekende gewoonweg dat Josephine niet had doorgevraagd, dat ze zoetjes aan op hem wachtte of juist ongemerkt was verdwenen… of wellicht was er iets anders gebeurd, hadden ze haar iets verteld, of… Nuja, het hoe maakte momenteel niet uit, maar dat het zou gaan gebeuren stond vast. Maar nu, nu hij het Evangeline wilde zeggen, nu was juist het moment dat zij hem zo nodig leek te hebben - en verstijfd als zij leek te zijn van angst zo kreeg hij de woorden niet meer over zijn lippen. Voor een moment twijfelde hij nog, maar door het accepteren van haar aanraking accepteerde hij ook het feit dat hij het haar niet zou vertellen. Dat zou in de toekomst wellicht problematisch worden. Hij duwde de gedachte weg. Met een beetje pech aan zijn kant was er waarschijnlijk niet eens een toekomst. In plaats daarvan sloeg ook hij zijn armen om haar heen. Het voelde zo fijn dat het haast ongeloofwaardig leek, de minuten bestempeld met een vorm van tijd welke door zijn vingers glipte alsof het zacht zand was. “Je hebt alles gedaan wat je kon doen” mompelde Keane, zijn keel dik terwijl tranen zich wederom opstapelden in zijn groene ogen. Hij wilde niet meer huilen; niet nu er nog zo weinig tijd was. Maar in plaats daarvan huilde hij om het lot van haar, om het lot van de kleine Griffith en om het lot van zichzelf. Eva zou hen beiden moeten achterlaten terwijl hij haar niet wilde laten weten hoe finaal deze minuten voor hem zouden kunnen zijn. Hij huilde om wat had kunnen zijn, maar wat ze niet hadden kunnen realiseren. Hij huilde omdat dit de laatste keer zou zijn dat hij dat zou kunnen doen, voordat hij zich wederom in de klamme kelder zou bevinden en er niets anders op zat dan zich verbijten en het lot accepteren dat hij door middel van het Plan had gevormd. Maar nu, met haar warme armen om hem heen, nu ze zich naar hem toe boog om zijn lippen te kussen, nu zat er niets anders op dan om haar vol zout verlangen tegen zich aan te drukken en haar emoties te beantwoorden. Het zou de laatste keer kunnen zijn. En de hoeveelste van die laatste keren was het ondertussen al? Hij verloor de tijd met haar in zijn armen. Het was dat de magisch versterkte stem die hem buiten bij zijn naam riep weer terugbracht naar het hier en nu.
  3. Felicia Harding had hem eens verteld dat er altijd een keuze was. Keane had haar nooit willen geloven. Was er waarlijk een keuze, als je moest kiezen tussen Leven en Dood? Misschien als je de vraag theoretisch stelde aan een groep Griffoendors, dat die je zouden vertellen dat die afweging inderdaad een keuze zou opleveren; dat de Dood een waardige optie kon zijn, als het ging om het redden van je eigen eer of andermans leven. Maar hij vroeg zich af of zelfs een groep als dat, met hun overdreven altruïstische kiespatroon, of die waarlijk henzelf zouden opgeven als ze echt voor die beslissing stonden. Hij had niet gedacht dat het mogelijk was. Keane had enkele weken geleden voor zichzelf een keuze gemaakt die geen van beiden zou inhouden, een gevaarlijk traject waar hij nog steeds niet helemaal zeker van was. Hij moest Eva hieromtrent inlichten, of daar was hij van overtuigd geweest; totdat hem plotseling een ander plan op een zilveren dienblaadje werd aangereikt, een nieuw plan welke zijn onmiddellijke vrijheid betekenen zou. Hij had veel voor die vrijheid over – dat zou het (oude) Plan hem ook wel duidelijk maken, hoeveel hij daarvoor over zou moeten hebben – maar hoeveel beter zou het zijn om nu te gaan? Om niet terug te moeten naar de kerker, om weer in staat te zijn te doen wat hij wilde, te zien wie hij wilde, zich te kleden zoals hij wilde, te eten wat hij wilde… (aardbeientaartjes!). Maar wat Eva hier leek te doen was het overdreven altruïstische kiespatroon bevestigen, als de Griffoendor die ze van binnen altijd al was geweest. Want het leek alsof ze hem alleen wilde laten gaan met Griffith – wat zou betekenen dat Eva en zijn moeder hier zouden achterblijven. Het was op het eerste zicht verleidelijk geweest, zo verleidelijk dat iets van binnen bijna begon te gillen als hij erover nadacht dat hij terug zou moeten naar de Kerker, iets dat hem zei dat het nu genoeg was, dat het een fout was dat hij eerder nooit was ontsnapt en dat het een fout was dat ze ooit in deze situatie terecht waren gekomen. Maar was er waarlijk een manier om aan zijn grootvader te ontsnappen in de boze buitenwereld, anders dan het Plan? En belangrijker nog; wat zou de Graaf met Evangeline en zijn moeder doen, die hij hier zonder bescherming zou achterlaten? Keane beet op zijn lip en schudde zijn hoofd. “Eva..” sprak hij zachtjes, voordat hij in haar hand kneep. Hij zat trouwens gewoon hier, ze hoefden niet over hem te spreken alsof hij plotseling onzichtbaar was geworden! Een brok vormde zich in zijn keel. “Denk er even over na. Is het waarlijk een kans? De risico’s… Het liefst zou ik gewoonweg met ons drietjes vertrekken en nooit meer omkijken, of nuja…” Drie werd al lastig op de bezem, maar vier was onmogelijk. En hoe kon hij ooit als enige zijn moeder achterlaten? Vroeger, toen hij enkele jaren bij zijn grootvader had doorgebracht (en misschien stiekem ook nog wel een tijdje daarna) had hij een gekwetst gevoel van wrok nauwelijks kunnen onderdrukken omdat ze hem ooit had afgestaan. Maar het was natuurlijk zijn grootvader… de man dwong mensen die van elkaar hielden van elkaar te scheiden, om alles uit elkaar te trekken totdat alles ging zodat hij dat zou wensen. Keane haalde diep adem en keek weg, voornamelijk om zijn tranen ietwat te verbergen terwijl de zin ‘ik wil niet terug…. ik wil niet terug…’ als een soort mantra door zijn hoofd bonsde. Misschien moesten ze maar gewoon beseffen dat er geen andere uitweg was. "Eef.. ik.. als ik straks terug ben, als dit allemaal is afgelopen, dan gaat mijn grootvader mij willen straffen. Maar wat je ook hoort, ik ben..." Plotseling keek Keane op. Ergens in de verte was er een alarm afgegaan. Ergens.. in de richting van Cadwgan Castle.
  4. Het was nu zelfs voor Keane Cadwgan onmogelijk om de lichte spanning tussen de twee vrouwen niet op te merken – of hij nu maanden in de kerkers had verkeerd of niet. Klaarblijkelijk vond Evangeline dat hij iets verkeerd had gedaan door de baby aan zijn moeder te overhandigen en de Burggraaf stond alweer half op om dat recht te zetten, om het jongetje weer in zijn armen te nemen, toen duizeligheid en misselijkheid hem bijna voorover deden klappen en hij nog bleker dan voorheen weer terugzakte op de stoel. Met zijn ene hand tegen zijn hoofd, het andere geklemd om het glas water staarde hij voor zich uit totdat het gevoel weer wat was gezakt. Misschien was het puur en alleen adrenaline geweest waarop hij zojuist al die handelingen had verricht. Al zou hij er wellicht later spijt van hebben, misschien was het niet het beste idee nu een baby in zijn armen te nemen. Keane nam een slokje water, wat hem op zich wel goed deed maar waarvan hij zeker wist dat hij niet meer dan een slokje zou kunnen binnenhouden, waarna hij Eva’s hand zocht en er even in kneep. “Imperiusvloek” mompelde hij, haast onverstaanbaar. “En daarna.. nuja…” Hij haalde zijn schouders op, een schokkerige beweging die meer zei dan zijn woorden. Het was misschien ook niet zo slim geweest om Josephine zo te tarten nadat hij zich uit de Onvergeeflijke Vloek had gebroken – wellicht waren de gevolgen half zijn eigen schuld geweest. Maar hij had er gewoonweg niet meer tegen gekund. Eindeloze theepartijtjes terwijl hij vrolijk moest glimlachen naar zijn zogenaamde vrouw waarna hij de rest van de tijd lag te creperen in de kelder? Hij zou niet zeggen dat hij het ooit had gedacht, maar hij verkoos toch bijna nog liever het laatste. Een tintelend gevoel verspreidde zich door zijn enkel, waarna het gekraak van enige botten volgde. Keane keek op terwijl het misselijke gevoel langzaam wegtrok en testte zijn voet. Beter. “Dankjewel” sprak hij zachtjes, en hij glimlachte richting zijn meisje. Ja, zijn wonden konden helen… niet alleen de gebroken enkel, maar ook de diepe, pulserende kras over zijn kaaklijn en borst die hem na het gebeuren met Josephine was toegediend, de afdrukken van de touwen waarmee zijn polsen iedere dag weer strak werden vastgebonden, het blauwe oog wat hij had opgelopen toen ze hem nog blind van het felle licht in de duistere kerker hadden gegooid en hij tegen een van de pilaren was opgelopen… nee, het waren eerder de striemen op zijn ziel waar hij zich zorgen over maakte. Hij was het zilveren kruisje om zijn nek kwijtgeraakt, die hij van zijn moeder had gekregen en had gedragen sinds hij 8 was. Dat hij zich nu waarlijk van God los bewoog beangstigende hem meer dan waarschijnlijk zou moeten – wanneer was de laatste keer dat hij zich gelovig had opgesteld? Bij Evangeline’s laatste woorden wierp hij echter een korte, haast zenuwachtige blik op zijn moeder. “Ik denk… ik denk dat de bezem mij wel weer terug kan brengen” sprak Keane, want dat was werkelijk wat hij van plan was geweest! Hoewel, als er natuurlijk een manier was om hier weg te komen dan zou hij die liever nemen. De Kerkers beangstigden hem en hij had het plan opgevat om te ontsnappen, maar als het nu zou kunnen, zonder de risico's van zijn plan te moeten ondergaan... eerlijk gezegd had hij al getwijfeld of het hem zou lukken zover te komen als hij nu was, maar dit was ook gelukt. “Of denk je dat ik… met Griffith…” Een sprankje hoop deed zijn stem opleven. Zijn grootvader leek ver te willen gaan om de bastaard te behouden – zoals de Graaf ook eens met hém had gedaan, overigens, alsof Owain Cadwgan met zijn bastaard familieleden omging alsware zij delen uit een kostbare verzameling ,die gepreserveerd moesten worden. Misschien als hij met Griffith ontsnapte… misschien zou zijn grootvader hem niet uit de lucht schieten - al zou hij daarbij wel moeten gokken op het leven van zijn kindje. Keane slikte en hij kneep zachtjes in Evangeline’s hand. “Eva, ik.. ik moet je echt nog iets vertellen.”
  5. Misschien kwam het omdat hij zolang in een donkere kerker opgesloten was geweest, maar het voelde voor Keane alsof hij in een soort draaikolk van emoties terecht was gekomen vanaf het moment dat hij op de bezem was gestapt. Natuurlijk was het constante duister verschrikkelijk geweest en had hij zijn diepste momenten moeten ondergaan terwijl het enkele geluid van druppelend water hem volkomen gek had gemaakt, maar als je gedwongen werd het vol te houden in zo’n situatie dan zat er niets anders op dan dat ook gewoonweg doen. Dit… Evangeline die hem huilend in zijn armen viel, de eerste kennismaking met de prachtige, kleine baby die hij zijn zoon noemen mocht, de Onbreekbare Eed die Eva zou moeten sluiten en waarbij ze hun zoon opgaf, waarna ze hem vroeg of hij ervoor zou zorgen dat het kindje voor altijd veilig zou zijn... En dat terwijl hij was getrouwd met Josephine, terwijl hij dit kindje een bastaard moest noemen en terwijl hij het Plan had opgevat en dat hij nog steeds niet aan haar had kunnen vertellen… nu, dat kwam toch alleen al als een shock in vergelijking met de eenzaamheid die al die lange maanden op hem had gedrukt. Maar dat ook nog zijn moeder daarbij in het spel was, dat die hier gewoonweg binnenviel alsof het de normaalste zaak van de wereld was… dat spande toch wel echt de kroon. En dat er zich ondertussen enkele onderhuidse spanningen afspeelden – nuja, dat ontging hem dan juist weer. Had meer te maken met zijn karakter dan met het feit dat hij maanden in een kerker had gezeten, overigens. “Moeder…” sprak hij nogmaals, voordat hij zich moeizaam langs Evangeline heenwurmde en enkele stappen richting de eerste vrouw zetten waar hij ooit op harde wijze van was gescheiden. “Ik kan niet geloven dat.. dat u.. dat dit echt… Ik… ik hoorde wel iets, maar…” Ietwat ongemakkelijk strompelde hij nog iets dichterbij, waarna hij op ongeveer een meter afstand bleef staan. Griffith maakte een zacht brabbelgeluidje in zijn armen en pakte zijn shirt vast. Keane liet zijn blik afglijden naar het kleine bundeltje en lachte even ietwat vertederd, voordat hij terug opkeek richting zijn moeder. Zijn glimlach verwaterde iets bij het besef hoe vluchtig dit korte moment eigenlijk was, maar hij probeerde die gedachten te verdrukken omdat ze het moment alleen maar vluchtiger zouden maken. “Mijn enkel is… het is niets” antwoordde Keane, een schaduw van opgedroogde trots in zijn stem. Zijn enkel was nu klaarblijkelijk niet iets van belang. “Ik ben hier gekomen voor Evangeline. Ik hoorde van de Onbreekbare Eed, en…” Hij kon de brok in zijn keel voor de zoveelste keer nauwelijks bedwingen. Oh, hadden ze maar dagen om bij te praten! “Ik... ik moest wel ontsnappen, moeder” voegde hij er zachtjes aan toe, plotseling een nagenoeg schuldbewuste toon in zijn stem - alsof het zijn moeder was aan wie hij verantwoording afleggen moest! - terwijl hij de vrouw aankeek en enkele tranen wederom over zijn wangen begonnen te rollen. Ze zag er grotendeels uit hoe hij haar had herinnerd, al waren er enkele lijnen in haar gezicht die er die ene keer dat hij haar had kunnen zien nog niet zaten. Griffith merkte zijn ongemak en begon een beetje onrustig te bewegen. “Anders had ik haar misschien wel nooit meer gezien..”
  6. What Happened Last Night

    “Vriendinnen, hm? Je bedoelt die meiden die je alleen lieten in mijn gezelschap zodra ze erachter kwamen wat de rest van de Club hen te bieden had?” Dat was wellicht niet geheel waar – ze waren met een grote groep geweest, maar er was op de een of andere manier iets gebeurd waardoor Felicia en hij uiteindelijk samen achter waren gebleven. Of dat geheel opzettelijk geïnitieerd was door (een van) hen beiden kon hij zich bij Merlijns gestippelde onderbroek toch niet meer herinneren. Hij wenste plotseling in bezit te zijn van een gestippelde onderbroek – hoewel, bij voorkeur niet een die aan Merlijn had toebehoord. En ook niet gestippeld, eigenlijk. Keane draaide zich niet om, maar verplaatste zijn blik naar de deur toen een van de huiselven deze behoedzaam opende. “Lord Radnor?” piepte het wezentje, waarna ze diep boog. Het verplaatste de grote, groene tennisbalvormige ogen naar de overige aanwezige in de ruimte. “En… Miss…” “Dat doet er niet toe” mompelde Keane vlug, die enkele stappen richting het wezentje deed en toen weer twijfelend stil bleef staan, zijn ene hand tegen zijn hoofd gedrukt vanwege de knallende koppijn. Het laatste wat hij nodig had waren roddels over met wie hij de nacht had doorgebracht - al was de kans groot dat het kwaad reeds was geschied. “Koffie, dat is wat nu nodig is. En… mijn gewoonlijke ontbijt. En zo’n drankje. Je weet wel. Eh…” Zijn onsamenhangende bewoordingen waren klaarblijkelijk voldoende duidelijk voor de huiself, want het enige wat ze deed was buigen en de deur wederom sluiten. Keane draaide zich weer richting het met slechts een laken bedekte lichaam van Felicia, wat wederom een lichtroze blos over zijn wangen liet glijden. “Iedereen weet dat de regels van drankspelletjes er zijn om gebroken te worden!” vervolgde hij koppig, alsof er zojuist geen huiself hun gesprek had onderbroken. “Dat is juist het doel van een drankspelletje!” Nuja, het doel was waarschijnlijk om heel erg dronken te worden, maar goed. “En iedereen weet dat de Club op donderdag altijd in de Blaffende Eenhoorn vergadert. Natuurlijk moesten wij ons wel over jullie ontfermen, toen jullie ons daar eenmaal hadden opgezocht! Het is nu niet per se de meest…” Hij zocht naar een woord. “Schone plek!” Zijn wangen kleurden nog iets meer roze door de blik die ze hem gaf, weerspiegeld in haar ijskleurige ogen. “Je weetwel, beetje duister, spinnenwebben enzo….” Oke, misschien ging dit niet helemaal zoals hij het had gewild. Het onderwerp wat veranderen was waarschijnlijk het beste. “Ik dacht dat je in Ravenklauw had gezeten, Harding. Dat betekent dat je dingen die iedereen weet, ook wel zou moeten weten.”
  7. Afwezigheidstopic

    Brb, hiking through the ‘wilderness’ of Ireland! Half augustus weer terug <3
  8. Inactievencontrole

    Eens met Margaux! Drie maanden voor 'gewone' karakters, één maand voor 'bijzondere'. Sorry. Niet heel veel meer toe te voegen, haha.
  9. Terwijl ze spraken vloeiden er verschillende emoties over hun beider gezichten – blijdschap en verdriet, angst en vreugde, verzwolgen in onbeantwoorde verlangens van liefde, haat en razernij. En langzaam begon het bij Keane te dagen dat ze te haastig door dit gesprek schoten, dat ze eigenlijk gewoonweg uren en dagen nodig zouden hebben om bij te praten, om op hetzelfde informatieniveau te komen, zodat ze oplossingen zouden kunnen bedenken die voor hen beiden zouden werken. Na maanden in de koude kerker (ik zou met dit weer best met hem willen ruilen! Of nuja… waarschijnlijk niet) had hij wat hij wist opgevangen van personeel wat hun grootste voorzichtigheid wat had laten varen en flarden van nutteloze informatie die Josephine met hem had gedeeld over hun tweewekelijkse theemomentjes. Hij had geen weet van wat zich tussen alle andere mensen had afgespeeld; van Evangeline, hun kind, haar familie, zijn moeder… hij wist niet zo heel veel meer dan dat er een onbreekbare eed in het spel was die betrekking had op de kinderen van Aria en datgeen wat Evangeline hem in de afgelopen minuten had verteld. Het enige wat hij had wat zijn eigen plan, wat hij nu onder zijn vingers zag verkruimelen. Natuurlijk wilde hij haar niet dood! Maar dit was de eerste maal dat hij haar zag, dat hij zich daadwerkelijk kon vergewissen van wat er speelde – en het enkele feit dat zij reeds door alle emoties was heengegaan en had moeten besluiten Griffith op te geven, betekende niet dat dat voor hem ook zo duidelijk was na een tiental van minuten. “Dat… dat wist ik niet” mompelde Keane dan ook ietwat verslagen, die zijn blik afwendde en enkele van Griffith haartjes afwezig uit het kleine gezichtje veegde. Het had hem veel gekost om hier te komen, om dit punt te bereiken – en Eva (of nuja, het was natuurlijk zijn grootvader) leek het alles gewoonweg met een enkele penseelstreek weg te vegen, alsof het niets was. “Natuurlijk wil ik niet dat je…. ik… het was alleen…” Het kostte hem alles wat hij had om niet nogmaals de tranen rijkelijk over zijn wangen te laten vloeien. Hij wilde oplossingen verzinnen, echt waar. Maar het was zo onmogelijk, zo onwerkelijk, hij voelde zich zo… gevangen. Zijn grootvader’s web had zich dicht om hen heen geweven en iedere keer als hij met alle moeite van de wereld enkele draden kon doorhakken, bleek hoeveel het er ook alweer waren. Eva’s armen om zijn nek, die hem altijd juist meer vrijheid hadden gegeven, voelden daarbij plotseling klam en verstrikkend. Zou het ooit stoppen? Zouden de mensen die hem omringenden hem ooit de ruimte geven om de dingen te doen die hij wilde, om zaken voor elkaar te krijgen die wel in zijn macht lagen? Hij had het gevoel dat hij constant werd gevraagd te presteren boven zijn kunnen, boven zijn macht. Want nee – hij kon dit niet beloven. Dat was juist het hele probleem. Hij kon zich koest houden en getrouwd zijn met Josephine en accepteren dat hij een Cadwgan was, van dezelfde naam die Evangeline zojuist zo minachtend had gebruikt om aan hem te vertellen aan wie ze haar kind moest afstaan… waarmee hij op Griffith kon proberen te letten, al zou zelfs dat waarschijnlijk onmogelijk zijn; of hij kon besluiten om te vechten, om over te gaan tot de grootste inspanning die hij ooit zou hebben geleverd met de hoop om vervolgens over te blijven met niets dan dit meisje aan zijn zijde. Natuurlijk had hij vroeger nooit die keuze willen maken – wat voor keuze was het? Strijden tot een waarschijnlijk vroege dood om geen rijkdom en titels te bezitten, om alles op te geven in de Naam der Liefde? Maar zelfs nu hij tot twee keer toe gewillig was gebleken om ook dat te doen, om zijn hele hebben en houden, zijn gehele identiteit zelfs, voor haar op te geven; ook dat was nu weer niet voldoende. Het redden van zichzelf en Evangeline had al onmogelijk gebleken nu zijn grootvader daar tegenstrijdige wensen had in getoond; laat staan van de kleine baby, die de Graaf toch klaarblijkelijk tot zijn bezit wilde rekenen. Maar met hun zoontje in zijn armen, die hem met grote groene ogen aanstaarde en even ondeugend lachte, klaarblijkelijk ongemoeid van wat zijn ouders besproken, schaamde hij zich tot het bot om dat toe te geven. En dus stokte hij en zei hij niets – maar als hij nog zou hebben gedurfd om zijn plan over haar uit te storten, wat toch zijn reden van komst was geweest, dan was dat wel degelijk het moment geweest. “Ik… Eef… ik…” Hij had zich losgemaakt en was wat van haar weggeschoven, terwijl hij even zijn enkel testte door er zachtjes op te gaan staan. Hij had ruimte nodig, wat stilte. Dat was een belachelijke uitspraak, gezien de ruimte en stilte die hij de afgelopen maanden had ervaren, en toch… Maar in plaats daarvan deed een plotseling geluid hem opkijken en zijn hart sprong op, al was dat door de vermoeidheid van emoties niet zo zichtbaar op zijn gezicht. “Moeder?”
  10. Keane zweeg terwijl hij Evangeline aanhoorde, zijn blik gericht op het bundeltje in zijn armen. Ondanks de geruchten die waren rondgegaan had hij niet alles gehoord, maar natuurlijk had hij wel zo zijn vermoedens gehad. Vermoedens, die nu maar al te pijnlijk waarheid leken te worden. Mrs. Helena Lennox had het er blijkbaar niet bij laten zitten, die ene keer dat ze hem was komen opzoeken in het theater – al was het blijkbaar Eva zelf geweest die haar er deze keer daadwerkelijk bij betrokken had. Maar wat er anders was gebeurd…. zijn vrije hand gleed naar die van Eva en hij verstrengelde deze met de hare, waarna hij er hard in kneep. Zijn grootvader wilde van Evangeline af, zoveel was al wel een tijd duidelijk. Daarnaast had hij er klaarblijkelijk een belang bij om Griffith te houden, anders had hij nooit ingestemd met de Eed. Hij vroeg zich plotseling af of de Graaf hem ooit had laten kennis maken met zijn zoon, als het anders was gelopen en het aan de man zelf had gelegen. Zijn vingers begonnen te trillen met iets van zijn oude gevoel van machteloosheid; alsof het beter was geweest nooit uit de Imperiusvloek te breken, alsof zijn lafheid eigenlijk altijd alleen maar werd beloond. Iets brak bij hem van binnen bij het zien van haar tranen, iets wat hem maande gewoonweg zijn armen om haar heen te slaan waarna ze konden verdrinken in hun verdriet. Maar een klein vlammetje in zijn borst, een die hem eigenlijk altijd met de stem van Felicia toesprak en hem er ook toe had aangezet zich vrij te vechten van de Imperiusvloek, wist toch nog met iets van moed de kop op te steken. Hij zou toch haast vergeten dat hij een plan had opgevat, al leek dat door dit alles toch wat op losse schroeven komen te staan. “En wat als je… niet instemt?” vroeg Keane schor, na een diepe stilte die enkel door wat brabbelgeluidjes van Griffith was doorbroken. Hij duwde zich wat overeind, niet bepaald van plan om de baby nog terug te geven, en keek haar aan. “Wat als je weigert? Als je grootmoeder erbij is betrokken, dan zal hij toch niet… dan is het voor hem onmogelijk, om…” Hij slikte, niet in staat om uit te spreken wat hij daar bedoelde. Dat was voor hen beiden vast duidelijk genoeg. Hij liet zijn groene ogen over haar gezicht glijden, zoekend naar haar vechtlust, naar een sprankeltje hoop. Was dat niet waar ze zolang op hadden geleefd, in een ver verleden? “Waar kan je daarbuiten nog heen? Je reputatie…” Was aan gort – zijn schuld, al had zij die rechtszaak heus niet zo groot en publiekelijk hoeven uitmeten. Ze zou hun kind zijn verloren en elke kans op een baan, een gewoon leven, een echtgenoot…. elke kans dat zijn grootvader hen ooit nog minder dan 20 meter bij elkaar in de buurt zou laten komen. Hij kon zich daarnaast nauwelijks voorstellen dat hij wel de beschikking zou hebben over de baby in zijn armen. Eva zou in leven blijven, maar het leven van verbanning wat de Graaf voor haar zou scheppen leek haast nog erger dan de dood. En hij? Kon hij zonder haar verder? Hij had zichzelf al eens moeten overtuigen dat hij dat kon. Hij zou zichzelf voor de gek houden als hij zou zeggen dat het een reële mogelijkheid was. En hij had dat plan… maar zoveel leek onzeker. Het zou het grootste risico zijn wat hij ooit zou hebben genomen en dat was dan zonder Griff nog ingecalculeerd. Zou Eva hem dat ooit vergeven?
  11. Hij had verwacht dat Evangeline zijn verzoek zou weigeren – waarom zou hij iets anders denken? Maandenlang was hem iedere wens ontzegd, was hem zelfs ontzegd om überhaupt wensen te hebben. Maar toen Eva instemde zwol er iets in zijn borst op van geluk, van trots, en halsreikend keek hij toe hoe ze nog dichterbij schoof en het kindje voorzichtig in zijn armen legde. Sinds Owen was hij niet bepaald heel veel beter geworden met baby’s – zoveel tijd had hij nu ook weer niet met zijn oudste zoon doorgebracht, want na een klein halfuurtje begon het hem al toch weer een beetje te vervelen en wenste hij tijd door te brengen met mensen die wel een gesprek van meer dan één lettergreep konden voeren. Desalniettemin vouwde hij zijn armen met iets van handigheid om het kleine bundeltje heen en wiegde hij hem zachtjes heen en weer. Het jongetje keek met grote, groene ogen naar hem op, duidelijk twijfelend of hij moest gaan huilen. Waarschijnlijk was het de eerste keer dat zijn zoon een man zag, en dan nog een harig exemplaar ook. Keane schoof nog wat dichterbij Evangeline, zijn blik gericht op zijn zoontje. “Kijk eens, hier is je mama, Griffith” sprak hij zachtjes, zijn stem nog steeds rauw en hees maar nu doordrongen met iets anders, iets dieps en oerouds. “Aangenaam kennis te maken, ik ben je papa.” Hij keek hoe het kindje met zijn vuistje zijn vinger vastpakte en glimlachte. “Hij is sterk. Onze… Griffith… Griff…” Hij probeerde de naam een aantal keer uit, voordat hij opkeek naar Eva. Het jongetje trappelde wat met zijn voetjes en maakte een zacht brabbel geluidje. “Het is een mooie naam, Eef. Je hebt goed gekozen.” Maar Keane’s gezicht vertrok wat toen hij de hare zag betrekken, en hij trok zijn vingers los uit de knuistjes van het kindje. Eerst verschoof hij iets, zodat hij zijn enkel wat kon ontlasten, voordat hij zijn arm om zijn meisje heen sloeg en zijn gezicht verborg in haar rode haren. Het was iets automatisch, alsof hij het al vele keren in vele jaren had gedaan, iets waarvan hij haast was vergeten dat hij het zo had gemist. Hij trok haar dicht tegen zich aan en hij voelde zich zoals hij zich altijd had gevoeld met haar in zijn armen; heel, alsof ze het missende puzzelstukje was in zijn bestaan. Hij hoopte maar dat het haar niet kon schelen dat hij twee weken in een kerker had geleefd zonder een gelegenheid zich op te frissen. “Ik had iets gehoord” sprak hij zachtjes, terwijl hij de baby wat heen en weer wiegde en de knuistjes wat probeerde te ontwijken, waarmee Griff probeerde de haren van zijn twee weken oude baard vast te grijpen. Hij haakte zijn vrije vingers in de stof van Evangeline's jurk, alsof hij daarmee een band zou kunnen smeden die hen niet meer zou kunnen scheiden. “Iets over een…” Het koste hem moeite de woorden over zijn lippen te krijgen. Hij wist niet hoe zijn grootvader haar zover had gekregen, maar... “Een… onbreekbare eed.”
  12. Keane verstijfde toen ze hem beval om te blijven zitten – niet per se omdat zij het zei, maar omdat hij de afgelopen maanden zo gewend was geworden bevelen op te volgen dat hij het zonder al teveel vragen zou doen. Desalniettemin draaide hij zijn hoofd om, een blik op zijn gezicht waarmee hij Evangeline half vragend, half beschuldigend aankeek. Toen het raam, nu gerepareerd door Eva’s spreuk, echter met een klap dichtviel veranderde zijn blik van beschuldigend naar bewapenend. Keane staarde enkele seconden naar zijn afgesloten vluchtweg, voordat hij de bezemsteel zocht en zich stilzwijgend, zo onopvallend als hij zich in zijn huidige conditie bewegen kon, wederom enkele centimeters terugbewoog richting het voorwerp. Even liet hij zijn blik door de ruimte gaan om te zien waar alternatieve ontsnappingsroutes zich zouden kunnen bevinden, voordat hij zijn groene ogen wederom op Eva vestigde. Ze had de baby in haar armen genomen, een liefdevolle blik op haar gezicht die niet geheel overeenkwam met de harde ondertoon waarmee ze hem zojuist had aangesproken. Zou het mogelijk zijn dat zijn grootvader ook haar onder de Imperiusvloek had gezet? Een lichte vorm ervan wellicht, die ervoor zou zorgen dat wanneer hij een ontsnappingspoging zou ondernemen zij hem hier zou houden, totdat ze in de gelegenheid zou zijn de Graaf te waarschuwen. Het kon best; ondertussen zou hij nergens meer van opkijken. Het was echter een scenario dat hij van tevoren niet had bedacht, en ergens kon hij zichzelf wel voor de kop slaan. Dat deed hij echter niet, want hij had ondertussen al genoeg verwondingen opgelopen. Zou het kind gevaar lopen, met haar in de buurt? Keane liet zijn blik naar de mollige baby glijden en glimlachte even onwillekeurig. Hij was precies zoals hij hun kind altijd al had voorgesteld; behalve dan het rode haar, misschien. In de totaal imperfectionistische omgeving waar ze zich in bevonden voelde dit plotseling perfect, het roodharige meisje dat hij nooit de zijne had mogen noemen met hun kindje in haar armen, een zoon waar hij alles behalve trots op zou mogen zijn. Toch voelde hij plotseling zoveel meer genegenheid voor dit kind dan hij ooit voor Owen had gevoeld, zijn oh-zo ‘perfecte’ erfgenaam van het familiefortuin. En ja, hij had al geweten dat het een jongen zou zijn – en niet omdat iemand hem dat had verteld. Maar bij een meisje zou Evangeline hier waarschijnlijk niet zitten, en zo was dit kindje ook nog eens de reden dat haar leven was gered. Tot nu dan. Keane’s gezicht vertrok een paar graden toen Evangeline hem mededeelde dat ze het kind zelf maar een naam had gegeven – want het was niet alsof hij een keuze had gehad om weg te blijven! En ze had hem heus wel een naam onder voorbehoud kunnen geven. Nu leek echter niet het moment om daarop in te haken. Want wat als zijn zoon niet veilig was? Hij had zelf weinig kans om daadwerkelijk te ontsnappen en een baby in zijn armen zou de situatie alles behalve veiliger maken. Maar als Eva onder de Imperiusvloek verkeerde… je wist nooit hoe de grillen van zijn grootvader zouden werken! Keane schuifelde nog wat dichterbij. “Mag ik… mag ik hem vasthouden?” vroeg hij zachtjes, haast smekend. Hij wist niet zeker of het hem daadwerkelijk zou lukken aan deze toren te ontsnappen, maar hij wilde in ieder geval toch van de tijd gebruik maken om zijn zoon voor de eerste keer in zijn armen te nemen.
  13. Pijn was iets waar je aan kon wennen. Hij kon zich niet herinneren dat hij de afgelopen maanden geen pijn had gehad. Hij leek altijd wel iets fout te doen, altijd wel voor een reden te zorgen om gestraft te worden. De rode, branderige striem op zijn borst die doorliep tot zijn hals was daar een voorbeeld van. Het was fijn geweest om weg te zakken in de dikke, fluwelen deken die de Imperiusvloek voor hem had opgeworpen – maar zelfs dan wisten bepaalde prikkelingen hem heus nog wel te bereiken. Hij had zijn ogen ervoor kunnen sluiten, tot het genoeg was en hij had bedacht dat het zo niet meer kon. Maar wat eigenlijk nog veel meer pijn deed, wat in hem brandde en hem dol-dwaas maakte tot hij uiteindelijk in had gegeven, was het gevoel van een gebroken hart; van eenzaamheid, onzekerheid, angst. Van gebroken vertrouwen – want hij had geweten dat zijn grootvader hiertoe in staat was! Maar om het ook daadwerkelijk te ondervinden…. en van zorgen, die hij had kunnen toedekken met de Imperiusvloek waar je jezelf alsware drijfzand in kon laten wegglijden. Hij was machteloos, maar had zichzelf ook machteloos gemaakt. Misschien had hij voor de Graaf ooit een papieren tijger gevormd, een gevaar met papieren tanden, maar het papier was door zijn grootvader verfrommeld terzijde geworpen, waarna deze hem achteloos had vermorzeld. En iedereen die hem ooit had kunnen helpen met zijn situatie was verdwenen, gevangen, overleden of – en die categorie was misschien nog wel het schrijnends – onverschillig. Keane probeerde zichzelf wat te stabiliseren toen Evangeline hem losliet. Terwijl hij haar blik op hem voelde branden wenste hij plotseling dat hij wel de tijd had gehad om zich wat op te frissen. Hij was zo gefocust geweest op zijn ontsnapping, dat hij niet echt had bedacht wat hij zou doen als hij hier was. Ze had er alle reden toe om achterdochtig te zijn. Hij vond het alleen maar fijn dat ze niet iedereen zou vertrouwen! Maar hij was niet iedereen... en er was iets gelegen in haar stem wat hem niet helemaal geruststelde. “Ik…. ik ben ontsnapt” sprak Keane aarzelend, zijn stem krakerig van ongebruik. Hij zocht naar het warme washandje dat op de grond was gevallen, en begon daar zijn gezicht mee af te deppen in een poging zich wat op te frissen. Een mix van tranen, vuil en bloed bleef op het dure, witte linnen achter. “Hij? Hij heeft mij niet gestuurd.” Hij keek haar scherp aan. Eigenlijk wilde hij haar niet vertellen over de Imperiusvloek. Hij schaamde zich dat hij er niet eerder uit had kunnen breken. Of nuja; kúnnen... “Twee keer per week is er een moment ingepland om Josephine te ontmoeten. Dan drinken we thee. In plaats daarvan ben ik naar mijn oude kamer geklommen en heb ik mijn bezem onder de vloer vandaan kunnen halen. Eef… ik moest je zien. Jou, en…” Bij het horen van wat gebrabbel keek hij op. In de box lag een kleine, mollige baby met rode haartjes. Keane probeerde zich overeind te duwen maar moest bijna overgeven door de pijn in zijn enkel. Desalniettemin begon hij zich onhandig door het gebroken glas richting de box te bewegen, een mix van stof en bloed achterlatende op de schone vloer. “Ik… ik weet niet hoeveel tijd we hebben. Maar ik ben ook gekomen om je iets te vertellen. Het is belangrijk.” Maar voor nu wilde hij niets liever dan hun kind zien. Wanneer je op de vlucht was, telde iedere seconde. En hij had al zoveel seconden, minuten en uren gemist.
  14. Het was gek, hoe hij van het ene werkelijke moment – en hij had geweten dat het écht was! Hij had de splinters van het hout van zijn bezem in zijn handen voelen branden, zijn hoofd het gevoel alsof die uit elkaar barste en een scherpe pijn in zijn enkel; of zou zijn grootvader hem toch ook pijn kunnen laten dromen? – in een van zijn diepe, terugkerende nachtmerries kon belanden. Hij liep door kerkers die meer weghadden van die op Zweinstein dan van Cadwgan Castle, maar dan een deel wat hij in die zeven jaar nooit had kunnen ontdekken. Water glinsterde in druppeltjes langs de donkere, mossige muren terwijl zijn voetstappen dof weergalmden in de lange, lage gang. Hij probeerde de stroperige, stinkende plassen te ontwijken terwijl hij voorzichtig, voetje voor voetje, richting het uiteinde sloop. De geur van eeuwenoude verrotting werd steeds sterker en was nauwelijks aan te ontkomen. Ondanks dat er muren aan weerszijden boven hem uittorende, had hij gevoel dat er zich iets verschool in de duisternis en naar hem staarde, wachtend om toe te slaan. Hij – “… je me horen?” Hij schrok van een hand op zijn wang, iets nats op zijn voorhoofd en iets verstikkends rond zijn nek. Keane kwam wild overeind, zijn hart kloppend in zijn keel, sloeg de hand ruw weg en staarde zijn aanvaller woest aan, onzeker over zijn vervolgstappen… voordat zijn blik afgleed naar de bezem, het gebroken glas in de ruimte en iemand die hem wel erg bekend voor kwam. Het duurde een tiental seconden, misschien net geen hele minuut, voordat de realisatie in het geheel tot hem was doorgedrongen. “Eef.. e… Eva…” sprak de jongen langzaam, alsof het de eerste keer was dat hij die woorden vrij uit mocht spreken. Hij duwde zichzelf wat overeind, de pijn negerend, en liet zijn vingers over haar arm heen glijden. Hij moest weten dat ze echt was, niet weer een verzinsel, een fata morgana voor iemand ander’s plezier. Nadat hij had vastgesteld dat ze corporaal genoeg leek, hief hij zich met iets wat wel zijn laatste krachten leken op. “Ik dacht dat hij… ik dacht dat je… ik hoorde dat…” Hij haalde diep en schokkerig adem. “Je leeft nog. Je bent nog hier.” En alsof hij zich maanden had moeten inhouden, alsof het hem alle kracht in de wereld had gekost om los te trekken uit de Imperiusvloek en zich aan haar zijde te begeven, trok hij haar tegen zich aan, niet in staat de tranen nog te bedwingen.
  15. Afwezigheidstopic

    Ik ben nu op festival, volgende week volgepland met scriptie etc. en volgend weekend is het ploegweekend wat ik organiseer, dus ben er even wat minder <3
×