Jump to content

Scott Evergreen

Afdelingshoofd Zwadderich
  • Content count

    159
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    3

Scott Evergreen last won the day on January 22

Scott Evergreen had the most liked content!

About Scott Evergreen

  • Rank
    You don't know me? Just... I'm really famous, okay?

OOC Profiel Informatie

  • Membergroups
    HH
  • Naam
    Dails

Profile Fields

Recent Profile Visitors

  1. [1837/1838] The smallest handcuffs in the world

    Scott had nog nooit zo graag ‘Driehonderdduizendmiljoen punten aftrek voor Griffoendor!’ willen roepen, maar hield deze ietwat kinderachtige neiging in en wierp slechts een nijdige blik richting de twaalfjarige. Oh, hij kreeg ‘m nog wel. Vervolgens gaf Zaira hem echter een standje en ietwat uit het veld geslagen staarde Scott haar aan. Pardon?? Lafheid? Ontduiken van verantwoordelijkheden? Wat deed hij hier anders, dan juist die verantwoordelijkheden opeisen! Hij had niet om deze gevoelens gevraagd! En dus, toen Zaira hem zo voor het blok zette, verergerd door de aanwezigheid van haar neefje, twijfelde hij daadwerkelijk voor een moment of hij dit echt wel wilde, welke glinstering vast in zijn olijfgroene ogen zichtbaar was. Scott hield er niet van rond te worden gecommandeerd of uit te worden gemaakt voor zaken waarvan het Zwadderich waarvan hij Afdelingshoofd was in uitblonk. Hij was een beroemde schrijver, een Professor, een kult-symbool en genoot ervan op die manier behandeld te worden. Er waren vele vrouwen die hij zou kunnen krijgen, thank you very much, maar het was deze die hij wilde – toch? Dat was waarom hij hierheen was gekomen, naar dit veels te grote en mooie pand waar hij zich nooit thuis zou kunnen voelen. Het was Zaira die hij had gewild, Zaira die hij nog steeds wilde… een zachtere uitdrukking nam de plaats in van de harde, en zijn vingers gleden over het gladde doosje in de zak van zijn gewaad. Hij had al niet zo goed geweten hoe hij dit moest doen, enkel en alleen in aanwezigheid van de dame zelf – laat staan in gezelschap. Maar goed, er zat klaarblijkelijk niets anders op. Daarnaast deed Scott Evergreen niet aan halfverrichte zaken, dat was slecht voor zijn reputatie, dus als hij het zou doen dan zou hij het goed doen ook. Scott schraapte zijn keel en zette wederom enkele passen richting Zaira, in een hoek waarin hij Harold iets minder goed kon zien, en pakte haar hand. Een tinteling gleed door zijn lichaam en hij keek haar half grinnikend aan, er deels van overtuigd dat zij het ook had gevoeld. “U zult erop moeten vertrouwen dat als ik ook maar een greintje lafheid bezat, ik deze daad in het geheel niet zou kunnen uitspreken” sprak hij zacht, maar hij meende het heus niet zo – want nu hij eenmaal haar hand vast had leek hij de wereld weer aan te kunnen. “Lieve Zaira” begon hij, en hij keek haar aan, zijn olijfgroene ogen brandend in de hare. “De omstandigheden zijn verre van perfect – liever had ik je temidden van een enorme rozentuin gevraagd, of nog beter; in een halfduistere grot, gevuld met water en bloemen. Maar dit zal voor nu moeten volstaan…” Hij hield zich met alle macht in niet nog een boze blik richting Harold te werpen. Nu hij hier eenmaal stond was het maar beter zich niet door de twaalfjarige te laten afleiden, er geen doekjes meer omheen te winden en het gewoon te doen. “Mocht je mij zulk geluk toestaan, dan zal ik je een andere keer naar die plekken meenemen, maar dan als mijn verloofde, of nog beter; mijn vrouw.” En dan alleen, zonder dat ook maar enige andere Silvershore zich ermee zou bemoeien. Gracieus zakte hij door één knie, haalde hij het kleine doosje uit zijn gewaad en opende hij deze. Erin zat een prachtige ring, gelegen op een bed van zachte, roomwitte zijde. Het was een schitterend stukje smeedwerk; een delicate, minuscule gouden bloem, waarvan de bloemblaadjes zich om een zuivere diamant vouwden. Eerlijk gezegd was het het enige van waarde wat hij als erfgenaam van de Evergreens ooit had verkregen, al had de ring de afgelopen jaren in Frankrijk bij zijn ex-vrouw doorgebracht. ’s Nachts zou de bloem gesloten zijn; maar nu was het overdag en glinsterde het gepoetste goud als nooit te voren. “Miss Silvershore, Zaira...” sprak Scott, en hij glimlachte zijn tandpastawitte-glimlach. Maar naar haar was die lach gemeend, was het echt – want zijn liefde voor haar was echt. “Jij bent degene met wie ik de rest van mijn leven wil spenderen, alles wat ik heb opgebouwd zal nooit compleet zijn zonder jou aan mijn zijde." Hij kneep zachtjes in haar hand, opkijkend in haar prachtige grijze ogen. "Wil je met me trouwen?”
  2. [1837/1838] The smallest handcuffs in the world

    Ah, standaarden. Ja, die waren misschien niet zijn sterkste punt. Niet omdat hij zich niet aan allerlei stomme regeltjes zou kunnen houden, maar simpelweg omdat hij het niet wilde. Scott hield van zijn vrijheid, hield ervan te kunnen gaan en staan waar hij wilde, en de rijke bovenlaag van de magische bevolking had hem toch altijd een strakkere omgeving geleken dan het boerenvolk waar hij zich thuis voelde. Het waren de vrouwen die hem toch dat keurslijf injoegen; eerst Michelle, met haar lichtblauwe ogen en zijdezachte blonde haar. En nu Zaira, die zoveel op zijn eerste vrouw leek als de nacht vergeleken moest worden met de dag. Haar donkere haren, haar speelse oogopslag, die prachtige, welgevormde lippen… Ja, hij hield van zijn vrijheid, maar hij hield ook van haar – en nu hij eenmaal tot dat besef was gekomen, wilde hij het wel van de daken schreeuwen; doch het Silvershore huis daar wellicht iets minder voor geschikt was en een van kleinste opdonders van de familie hem in de weg stond. “Ik kan u zeggen dat ik de kwaliteiten die tot die standaarden leiden, heus wel bezit” sprak Scott, die zijn blik van Harold aftrok en deze op Zaira vestigde, waarmee hij haast automatisch wederom een stapje in haar richting deed. “Al is het u misschien voorgekomen dat de schijn der werkelijkheid een andere kant op wees, de afgelopen tijd.” Hij glimlachte schuldbewust en boog zijn hoofd. “En daar ben ik u dan ook, wellicht op deze plaats, een excuses verontschuldigd." Hij hief zijn hoofd een stukje op, zijn olijfgroene ogen glinsterend met een lichte tint van humor door hun toneelspelletje terwijl hij naar haar opkeek. “Mocht u het in uw hart vinden mij te vergeven, dan heb ik u een vraag te stellen – dat wist u natuurlijk, want mij is reeds duidelijk gemaakt dat ik dit huis niet zou mogen betreden zonder een eh.. toegangsbewijs, om het zo maar uit te drukken.” Hij grinnikte ietwat gespannen, want hij besefte ook wel dat zolang Zaira nog geen ja had gezegd, het ook nog steeds een nee kon worden. “En Mr. Silvershore…” Hij verhief zijn stem iets, maar kon zijn blik maar met moeite van haar aftrekken. “Die toets geldt evenwel voor u, als u zich nu niet heel snel uit deze kamer verwijderd!”
  3. [1837/1838] The smallest handcuffs in the world

    Scott slikte zijn laatste woorden in terwijl hij zijn blik op Zaira gericht hield, afwachtend wat ze wilde zeggen, hoe ze had willen reageren. Hij kreeg steeds sterker het idee dat ze hem toch niet zo gemakkelijk af zou wijzen, dat hij wellicht nog een kans had gehad – maar blijkbaar was het binnenvallen van Silvershore-familieleden op momenten zoals deze een terugkerend thema aan het worden. Met enige moeite trok de professor zijn blik van haar los en richtte deze op de sfeer-verpester van deze middag; Harold Silvershore. Nu had het Afdelingshoofd van Zwadderich niet zoveel op met elf- en twaalfjarigen, maar als er een ding was waar hij wel zeker van was, was dat je de jonkies sowieso niet met de macht van een Klassenoudste-badge moest bezwaren of ze zouden naast hun schoenen gaan lopen. Nu dacht Prof. Montgomery daar blijkbaar anders over en had hij Mr. Silvershore hier tot KO benoemd, maar alles aan de jongen straalde toch uit dat een goede, strenge woordenwisseling hem goed zou doen. Terwijl Harold het zich gemakkelijk maakte op de bank flikkerde Scott’s blik voor een moment tussen Zaira en haar neefje, voordat Scott met zichtbaar enige tegenzin een klein stukje achteruit deinsde om de afstand tussen hem en de jonge vrouw tot een sociaal geaccepteerde afstand te vergroten. Hij rekte zich uit en legde zijn hand nonchalant op de rug van een van de rijkbewerkte stoelen, enkele millimeters van die van Zaira. Ugh, ze zag er zo verrukkelijk uit dat hij haar wel…. “Mr. Silvershore” sprak Scott stijfjes. “Ik heb al jaren een cottage in Knighton – dat is hier niet zóver vandaan.” Hij vroeg zich af of Zaira dat wist. Hij vroeg zich sowieso af wat ze precies over hem wist. Er zou genoeg informatie over hem te vinden zijn, als je het daadwerkelijk wilde weten… maar meer dan de helft waren leugens, en bij de andere helft ging de waarheid nog veel verder dan de gedrukte versie op papier. Hoeveel onderzoek zou ze hebben gedaan? “Uw tante en ik kennen elkaar al wat langer” voegde hij er ietwat luchtig aan toe, terwijl hij een van zijn vingers een klein stukje verschoof zodat deze nu tegen een van de hare aanlag, elkaar nauwelijks aanrakend. “Destijds klonk ze… geïnteresseerd in mijn kunsten. Voordat we enkele maanden geleden werden gestoord, had ik het plan opgevat uw tante van een zeer vergevorderde les in de bloemetjes en bijtjes te voorzien.” Hij grinnikte en schonk Zaira een ietwat schunnige, schuine blik. “Met haar toestemming, uiteraard. Maar nu…” Hij richtte zijn blik weer op Zaira, de ietwat behoedzame uitdrukking terug in zijn olijfgroene ogen. “Voor vandaag weet ik niet zo goed of ze nog steeds… geïnteresseerd is.”
  4. [1837/1838] Eerste & tweedejaars: Don't eat the plants

    Scott hield zich meestal afzijdig als het om de elf- en twaalfjarigen ging, maar nu gingen ze naar een tuin en om de een of andere bizarre reden betekende dat, dat de aanwezigheid van een Kruidenkunde professor niet kon achterblijven. Nu was het altijd slim om de meest giftige planten nog even te ontwijken als je met een stel kinderen zat die nog nergens wat van af wist – maar nu zaten ze met een stel kinderen die werkelijk nergens ook maar iets van afwisten, want vandaag was hun allereerste dag, en was het blijkbaar toch een goed idee geweest een tuin met de meest giftige magische (en non-magische) planten te bezoeken die er bestond. “Laten we de secties 3A, 8C en vooral geheel 9 maar ontwijken” sprak de docent loom, die zijn bril had opgezet om het kaartje van de tuin wat beter te bekijken en vervolgens zijn collega ietwat kritisch aankeek. Die docenten werden elk jaar jonger! Deze had z’n verloofde wel kunnen zijn – auwtsj. “Als er iets is wat je niet wilt, is dat de Magische Bulbausiar een van die kinderen opeet.” Vooral als het een Silvershore zou zijn.. even huiverde hij. “Hebben jullie trouwens al.. HEY!” Hij graaide naar voren en tilde er eentje aan z’n nekvel omhoog, die bezig was geweest een of andere plant te likken. “Wat hebben we net gezegd?! Geen planten likken!” Ugh. Eerste - en tweedejaars.
  5. [1837/1838] The smallest handcuffs in the world

    Ondanks dat Scott het had geprobeerd, had hij nog steeds niet heel veel hoogte gekregen van deze tak van de Silvershores. Hij kende Hunter, uiteraard – ook na Zweinstein was hij in contact gebleven met zijn oud-Hoofdmonitor en befaamde zwerkbalster. Maar Eric was ook als Klassenoudste altijd al meer gesloten geweest dan zijn oudere neef, en toen Scott subtiel de afgelopen maande toch wat informatie had willen inwinnen over de familie waarin hij dan een aanzoek zou moeten doen stapte hij op veel dode eindjes. Rijk, succesvol, hoofd van de Magische Wetsraad, lid van het Magisch Verbond en bezig met een gooi naar het premierschap… Ja. Dat was het wel zo’n beetje. Een juridische familie; een hooggeschoolde familie. In ieder geval geen familie die de hele dag met hun handen in de aarde zaten te wroeten. En ook Zaira, terwijl die hier zo elegant op hem afstapte, haar blik koel en afwachtend in dit enorme huis met de enorme tuin waarvan zijn ouders blij waren geweest als ze deze hadden mochten onderhouden naast hun boerenbedrijf… was dat waar hij zich in wilde mengen? Scott zou wellicht het geld kunnen hebben om zich qua uiterlijke schijn voor te doen als een van deze mensen, maar had er niet de intentie of mindset toe. Hij hield van schaamteloze streekfeesten met veel luid gedrink en gedans – niet van nette bals waarin je jasje-dasje aan moest komen draven. Och, hij zou zo’n bal eens op zijn tijd moeten bezoeken – het was goed je ook in de hogere kringen te begeven en ook een deel van zijn lezers begaf zich daar. Maar het waren niet de kringen waarin hij was opgevoed; niet waarin hij zich werkelijk ooit geheel op zijn gemak zou voelen. Maar toen kruiste zijn blik die van Zaira, haar stem een tikje schor, en plotseling vroeg hij zich af in hoeverre deze gesloten Silvershore-mantel ook daadwerkelijk de waarheid verhulde. Hij zag nu dat hij haar van slag had gemaakt; ze had gewild dat hij was teruggekomen, en hij had daarin gefaald. Kijk, voor Scott was het duidelijk geweest dat Eric de afgelopen drie maanden op haar zou hebben ingepraat en dat mocht hij nog terugkomen, ze hem in de regel zou moeten afwijzen; maar nu hij hier zo stond, een meter van haar af, een muur van onuitgesproken woorden tussen hen in, was hij daar plots niet meer zo zeker van. Hij verbrak dan ook niet hun oogcontact, een lichte frons op zijn gezicht terwijl hij zijn woorden afwoog en zijn hart steeds luider in zijn borstkas begon te kloppen. “Rood – de kleur van liefde” gaf Scott uiteindelijk toe, zijn stem even zacht en schor als de hare. “En.. gevaar, zoals je wilt. Ik heb het idee dat die twee altijd wel een beetje samen gaan.” Ondanks dat hij de waarheid sprak, moest hij zichzelf dwingen de woorden uit te spreken. Het lag doorgaans niet in zijn karakter om achter een ander aan te lopen, om zichzelf in die kwetsbare positie te zetten. Maar dit was geen willekeurige ander; dit was Zaira, en onbewust boog hij zich enkele centimeters dichter naar haar toe, aangetrokken door haar prachtige grijze ogen en welgevormde lippen. “Het spijt me dat ik… er waren kwesties waar ik over na moest denken. Niet alleen met betrekking tot jou en deze situatie. Voornamelijk met betrekking tot… mij.” Hij wachtte tot ze iets zou zeggen, maar dat deed ze niet – en dus was hij gedwongen door te spreken. “Ik weet niet of ik een man bent die jou verdient, Zaira.” Hij sprak zachtjes, ingetogen, niet zijn normale joviale en charmante manier van doen. “Ik heb een verleden – en nog niet eens de helft daarvan is terug te vinden in Heks & Haard. Ik heb een leven opgebouwd met scherpe randjes en wanneer ik mijzelf de rest van mijn leven in een klooster zou opsluiten zou het waarschijnlijk nog niet voldoende genoegdoening zijn. Ik ben al een keer getrouwd geweest. Ik…” Hij keek haar aan, een ietwat verloren uitdrukking op zijn gezicht. Zijn stem, toen hij deze weer had gevonden, was wollig en hees, zijn tempo langzamer dan voorheen. “En als dit goed had gespeeld, had ik ons beiden een plezier gedaan en was ik voorgoed uit je leven vertrokken.” Ze was plotseling dichtbij, hij was ongemerkt in geleund en nu waren haar lippen nog maar tientallen centimeters van de zijne verwijderd, zijn ademhaling oppervlakkig. “Maar daar kon ik mijzelf niet tot brengen… Zaira, ik hou-“ Ja, en toen kwam er iemand binnen.
  6. [Zomer 1837] Engagementring - Weddingring - Suffering. Or.. not?

    Proberen voordat hij er later spijt van kreeg? Scott knikte het meisje vriendelijk toe en keek haar na terwijl ze hand in hand met haar zus van de ene steen naar de andere sprong, met haar elf jaar nog steeds wat kinderlijk in haar doen en laten. Hij dacht dat deze Caroline hem wel eens was opgevallen op een feest.. Ja, Caroline Carrington, dat klonk redelijk bekend. Ach ja, alle feesten en partijen, alle dames en heren, allemaal in hun nette gewaden en gekamde haren. Alle mogelijkheden om nieuwe mensen te leren kennen, om nieuwe avonturen te ontdekken, om zich vrij door de menigte te bewegen en te weten dat hij aan niemand verantwoording schuldig zou zijn. Zijn mond voelde droog aan terwijl hij opstond en zijn kleding wat rechter trok. Hij wilde die avonturen niet meer. Hij wilde niet meer alleen zijn. Hij wilde niet meer aan niemand verantwoording afleggen – of tenminste niet nu, op dit moment, of dat hem nu tot gek zou moeten verklaren of niet. En nerveus, alsof hij zich plotseling gedwongen voelde om dit te doen, alsof hij zichzelf ineens dwong het te doen – al had hij al die lange maanden gewacht… liep hij richting de stallen op de Wegisweg om zijn paard op te halen en richting het landgoed van de Silvershores te vliegen, nu zijn eerste poging in Londen was mislukt. Hij zou Zaira gaan zien. En hij zou, mocht hij daar de gelegenheid toe krijgen, op één knie zakken en haar de ring aanbieden – welk antwoord ze dan ook voor hem zou koesteren en wat de uitkomst dan ook zou zijn. Scott had nooit gedacht dat hij het advies van een elfjarige zou opvolgen; maar hij zou het proberen voordat hij er later spijt van kreeg. - Scott uitgeschreven!
  7. Woensdag 7 juni 1837, rond theetijd Het Silvershore landgoed in Wales Het Silvershore landgoed is lastig te beschrijven, aangezien niemand in de eerste plaats wist dat het in Wales lag (behalve Joke waarschijnlijk) en Gianna daarnaast zelfs niet weet waar Harold momenteel woont dus eh.. ja. Dat. Maar als ik het me moet voorstellen - en ik stel het me voor door de olijfgroene ogen van Scott Evergreen, die sowieso al een tikkeltje bang was om het landgoed te betreden – dan stel ik me iets groots en imponerends voor, doch van buiten wellicht vriendelijk ogend met een fraaie poort, een oprit met klaterende fontein en uitzicht op een prachtige tuin, en van binnen functioneel ingericht, met een lichte sprong naar weldadigheid op de gepaste plekken. Dit alles zonder de oude, tochtige gangen waar een landgoed als Cadwgan Castle onder zou lijden, enkele tientallen kilometers verderop – doch in de kern bewoond door een toch tenminste even imponerende familie – en misschien nog wel meer, al was het alleen al in getal. Scott, die zelf in Wales was geboren en getogen (doch nog nooit in deze contreien was geweest) wist dat hij een fout had gemaakt en een koets had moeten huren op het moment dat zijn gevleugelde paard bij de landing haar galopperende hoeven op de onverharde weg buiten het landgoed had geplaatst. Bij dit soort huizen hoorde je niet op de rug van je paard aan te komen, maar stond een koets (met koetsier, als het even kon) toch wat netter – en de eerste indrukken van vandaag waren alles wat hij nog over had, zeker na de laatste keer dat hij een huis was betreden wat toebehoorde aan de familie Silvershore. Nu beschikte hij zelf niet over een koets noch koetsier, want hij hield van rijden en zag er het nut niet van in om daar zijn geld aan te besteden, maar zeker toen hij het pand zag zakte de moed hem toch wel een beetje in de schoenen. Met een koetsier was het lastiger geweest om zijn paard om te draaien en vlug terug te gaan naar Londen, en daarnaast had het wat minder stof op zijn gewaad doen waaien. Maar voordat hij kon bedenken dat het misschien dan toch beter was een andere keer terug te komen, voordat hij de woorden van dat kleine meisje geheel uit zijn hoofd kon zetten en zich kon bedenken, had een van de bediendes hem al vriendelijk toegeknikt, gevraagd wat hij hier kwam doen, voor wie hij kwam en of hij een uitnodiging had, en zijn gevleugelde schimmel bij het hoofdstel vastgepakt zodat hij af kon stappen en het dier van de gastvrijheid van de stallen gebruik kon maken. En zijn uitnodiging; die had hij in zijn zak, in de vorm van het kleine doosje met de zilveren verlovingsring die nog van zijn grootmoeder was geweest. Ietwat nerveus had hij plaatsgenomen op een sofa in de zitkamer, waar een klok in de ruimte zo hard tikte dat het leek alsof de seconden en minuten hem uitlachten terwijl hij wachtte. En hoewel de bediende had gezegd dat ze eraan kwam en dat hij zou doorgeven dat Mr. Evergreen voor Miss Silvershore was gekomen, moest hij lang wachten. Hij vroeg zich af of ze het expres deed, vroeg zich af of dit de voorbode van de afwijzing was die hij te horen zou krijgen, maar weigerde op te staan om zenuwachtig door de kamer te ijsberen. In plaats daarvan staarde hij naar een schilderij van een weiland met een stel koeien, terwijl hij zich afvroeg of het nu een magisch schilderij was of niet. Juist toen hij dacht een van de koeien met zijn staart te zien bewegen om lui een vlieg weg te slaan, hoorde hij voetstappen en vlug stond hij op. “Zaira – Miss Silvershore” sprak hij, half buiten adem toen hij haar zag. Want ze was mooi, nog mooier dan hij zich kon herinneren, en plotseling klopte zijn hart in zijn keel en voelde hij pas echt hoeveel hij haar had gemist. Scott maakte een buiging en keek haar aan, ietwat ongemakkelijk, niet zo goed wetende waar hij moest beginnen… voordat hij zich de bloemen herinnerde die hij voor haar had meegenomen. Behoedzaam zette hij enkele passen naar voren en op ongeveer een meter afstand bleef hij staan, terwijl hij zijn arm uitstrekte en haar de bos overhandigde. “Ze komen van de boerderij die aan mijn ouders heeft toebehoort. Mijn oudste zus woont er nu” sprak hij, ietwat schor en opgelaten. Wauw, dit was nog veel ongemakkelijker dan hij van te voren had gedacht. Hoe ging hij ooit op deze manier een aanzoek doen! Als hij dat nog wilde doen… maar had hij niet alleen terug mogen komen op één knie? Er zat nu bijna niets meer anders op. “Als je de rozen schudt veranderen ze van kleur.” Scott keek haar schuin aan, probeerde haar gemoedstoestand een beetje in te schatten. “Al ben ik deze keer voor de kleur rood gegaan - met uw.. je toestemming.” OOC: Dit topic speelt zich af na Engagementring - Weddingring - Suffering... or not? en In a Silvershore world, every small mistake will have big consequences. Prive met in ieder geval Kelly!
  8. [Zomer 1837] Engagementring - Weddingring - Suffering. Or.. not?

    Het enige wat hij voor dit meisje zou kunnen hopen, zou zijn dat ze daadwerkelijk een prins zou tegenkomen – want anders zou de sprong naar de realiteit op enig moment toch wel erg hard aankomen. Scott glimlachte en klapte het doosje dicht, waarna hij het wederom opende en twijfelend naar de schitterende diamanten keek. Liefde.. ja het kon goed zijn dan liefde alles overwon, maar dat was juist de grote vraag in dit verhaal. Hield hij van Zaira? Waren zijn gevoelens alle poespas waard? Hij was in zijn leven maar drie keer verliefd geweest; eenmaal op Zweinstein, op het mooiste meisje van de klas. Eenmaal in Parijs, toen hij Michelle ontmoette. En.. nu, als hij dat mee moest tellen. Maar zijn tienerjaren waren lang geleden en met Michelle.. nuja, dat ze halfglamorgana was had nooit echt goed gewerkt om zijn hersens erbij te houden en voor je het weet zat je dan op één knie in een of andere rozentuin die ze samen hadden bezocht. Het was gemakkelijker en dom en jong en onbezonnen te zijn, dan om dom en onbezonnen verliefd te worden op een jong meisje die tot een of andere onmogelijke familie behoorde. En toch. Hij kreeg Zaira maar niet uit zijn hoofd, haar fonkelende ogen, haar glanzende haren, haar warme mond op de zijne… De uitdagende blik die ze hem vanaf de andere kant van een dansvloer toewierp, alleen bedoeld voor hem… En het leek meer dan enkel verlangen dat hij voor haar koesterde. Hij merkte het vooral als hij bedacht wat ze nu aan het doen zou zijn, aan hoe zijn jaloezie aan hem vrat bij het idee dat ze nu thee zou kunnen drinken met een stel nette jongemannen die haar broer zou hebben uitgezocht als potentiele huwelijkspartners van gegoede stand. Het was zo’n sterk gevoel dat hij bereid zou kunnen zijn om nu direct naar het landgoed van de Silvershores te vertrekken om verhaal te halen, om haar op te eisen… en was dat niet precies wat een huwelijksaanzoek zou doen? Maar hij was bang; bang voor de gevolgen, bang dat ze hem nu zou afwijzen en vooral bang voor de toekomst. Zijn huwelijk met Michelle was zo verschrikkelijk misgelopen, wat als hij Zaira hetzelfde aan zou doen? Misschien hield hij nu van haar – maar wat als dat gevoel over ging? Wat als hij over een paar jaar niet meer van haar hield, of zij van hem, en de geschiedenis zich zou herhalen en hij haar uiteindelijk in bed zou vinden met een of andere jongere man, net zoals Michelle hem had geflikt? Al dat gedoe was het niet waard – niet voor hem en niet voor haar. Daarnaast had Scott nooit in ware liefde geloofd. Er waren zoveel zielen op de wereld, hoe klein was de kans dat je de juiste tegen het lijf zou lopen? “Maar soms..” begon Scott dan ook voorzichtig, want hij wilde haar droom niet geheel kapot maken. “… is lang en gelukkig wel erg lang – en niet zo gelukkig. En het probleem is dat je van te voren niet weet hoe lang, en hoe gelukkig je gaat zijn.” Hij deed een poging tot een glimlach en klapte het doosje wederom dicht. “Maar wees niet bang, daar hoef jij je gelukkig nog geen zorgen over te maken!”
  9. Toen Zaira de badkamerdeur met een klap achter zich dichttrok, bleef Scott ietwat gedesillusioneerd achter. Voor een moment staarde hij naar de dichte deur waar ze achter was verdwenen, slikte hij en haalde hij van slag een hand door zijn donkere haar, voordat hij zonder Eric aan te kijken opstond en zijn toverstaf van de vloer griste. Hij stopte deze in de binnenzak van zijn gewaad en richtte zich op tot zijn volledige lengte, in een poging tenminste nog iets van zijn waardigheid terug te krijgen – al was dat vast een verloren zaak. Hij voelde zich schuldig omtrent Zaira’s voorkomen, omtrent het feit dat haar stem was gebroken en ze eruit zag alsof ze op ieder moment had kunnen huilen. Al moest hij zeggen… was dat werkelijk geheel zijn schuld? Was het ook niet gedeeltelijk schrik van Eric’s binnentreden, moest al die droefheid hem daadwerkelijk worden aangerekend? Nuja. Als hij Eric Silvershore zo moest inschatten, dan was híj inderdaad vast degene die het had gedaan. “U heeft de dame gehoord – ik hoef niet door het raam” sprak Scott ietwat grimmig terwijl hij naar de deur paradeerde die vast naar de uitgang leidde en daar voor bleef staan; hij zou niet nogmaals het risico nemen tegen het plafond te worden geplakt. “Dus als u zo vriendelijk wilt zijn…” Op dit moment wilde hij niets liever dan enkele kilometers tussen hem en de familie Silvershore brengen, voordat hij ook maar kon beginnen met nadenken wat hij nu wilde doen. Hield hij van Zaira? Hij wist het niet. Maar opnieuw trouwen, zich opnieuw verbinden, zich inlaten met een familie waar hij niets van wist – dat was niet iets waar zelfs Scott Evergreen zich halsoverkop in zou storten, of hij nu gevoelens voor het meisje koesterde of niet.
  10. Persoonlijk Topic Dump

  11. [Zomer 1837] Engagementring - Weddingring - Suffering. Or.. not?

    Scott grinnikte zachtjes bij haar opmerking, want dat zou toch wel een beetje sneu zijn als hij daarover in zou zitten – oh nee, het was destijds leuk geweest om afdelingshoofd van Griffoendor te zijn, maar Zwadderich was toch wel meer zijn afdeling. Hoewel het altijd lastig bleef je Klassenoudsten en Hoofdmonitoren in één lijn te houden; maar dat was niet per se gebonden aan een bepaalde afdeling, meer aan Zweinstein in het algemeen. “Nee, ik.. eh..” Ging hij nu daadwerkelijk een elfjarige betrekken bij zijn problemen? Aan de andere kant – ach. Wat maakte het ook uit. Scott zocht in zijn zak naar het kleine doosje en haalde het tevoorschijn, waarna hij het dekseltje met zijn duimnagel open klikte. “Ik ben voor de keuze gesteld om een dame ofwel nooit meer te zien, ofwel haar ten huwelijk te vragen” sprak hij zachtjes, terwijl hij nogmaals diep zuchtte en zijn olijfgroene ogen over de zilveren ring liet glijden. Het was een prachtige verlovingsring die nog van zijn oma was geweest – een van de weinige erfstukken die de familie Evergreen kende. Vier kleine diamanten omcirkelden een grotere diamant, en de zon wierp zijn warme stralen op de schitterende briljantjes, die fonkelden in het felle licht. Hij had Michelle nogmaals geschreven en de situatie uitgelegd, uiteindelijk – en hoewel hij geen brief terug had ontvangen, was de uil enkele weken later met een zakje en twee ringen aan de poot in zijn raam geland. De ene was deze verlovingsring – de andere de trouwring die zoveel jaren om haar vinger had gepronkt. Het was dan toch echt over, bleek. “Maar nu heb ik maanden gewacht, en ik ben bang dat ze me zal afwijzen als ik alsnog aan haar deur kom.” Scott keek het kleine meisje aan, die met open mond naar de verlovingsring staarde. Ahja, vrouwen en ringen – was dat niet waar de wereld voor hen om draaide? Maar niet voor Zaira; niet voordat haar broer hen had betrapt en alles was veranderd. “En ik vrees, Miss Abigail Carrington” ... die achternaam had overigens iets met die koetsen te maken, hij wist het eigenlijk wel zeker. Rijke familie, waarschijnlijk “… dat al had ik de beschikking over duizend ijsjes, dat dat haar hart niet zal doen smelten.” OOC: Post 150 :'D
  12. [Zomer 1837] Engagementring - Weddingring - Suffering. Or.. not?

    “In Zwadderich” sprak Scott, die normaalgesproken toch niet de moeite zou doen zo uitgebreid met elfjarige meisjes te spreken – doch moest toegeven dat de ervaring niet daadwerkelijk vervelend te noemen was. Het leidde hem in ieder geval even van andere lastigheden af. “Ik ben een tijdje afdelingshoofd van Griffoendor geweest, maar afgelopen jaar ben ik tot afdelingshoofd van Zwadderich benoemd! Dus mocht je daar gesorteerd worden, dan kom je straks in mijn afdeling.” Al deed ze hem niet echt voorkomen als een Zwadderaar – daar was ze waarschijnlijk iets te vrolijk en nieuwsgierig voor. Zwadderaars waren in zijn optiek meestal meer op zichzelf, minder uitbundig in die zin. Maar je wist nooit welke rare sprongen de sorteerhoed zou maken. Scott wierp een blik op zijn zakhorloge en zuchtte voor een moment. Lunchtijd. Als hij nog langs de Silvershores zou gaan vandaag, zou hij moeten wachten tot erna, misschien rond het tijdstip van de afternoon tea. Als hij nog zou gaan..
  13. [Zomer 1837] Engagementring - Weddingring - Suffering. Or.. not?

    Ah, gelukkig – ze was niet alleen. Scott glimlachte flauwtjes – iets anders kon je niet echt doen rond dit meisje, terwijl hij mentaal over zijn eerste- en tweedejaars leerlingen ging. Hij wist eigenlijk wel zeker dat dit meisje er niet tussen zat, wat waarschijnlijk betekende dat ze aankomend jaar of erna met Zweinstein zou beginnen. Het was erg lastig om leeftijden in te schatten, en daarbij leken ze toch nog steeds ieder jaar jonger! “Ah, dat heb je soms met vrouwen” sprak Scott grinnikend, terwijl hij de blik van het meisje volgde naar de winkel, en deze vervolgens nogmaals onderzoekend over haar heen liet gljden. Ach, hij was zo slecht met namen. Hij kon zich niet echt een Caroline herinneren.. maarja, hij kon zich de andere helft van de namen ook niet herinneren. “Ik heb helaas geen oudere broer – en mijn zussen zijn iets te oud om vervelend tegen mij te doen” voegde hij eraan toe, terwijl hij haar een knipoog gaf. “Hoewel je je soms afvraagt of ze daar ooit te oud voor zijn.” Hij zuchtte even. “En je mag Professor Evergreen zeggen als je wilt, aangenaam. Ik geef onder andere Kruidenkunde op Zweinstein." Hij stak zijn hand uit om deze beleefd met die van haar te schudden - dat leek het meisje wel te passen. "Met wie heb ik het genoegen?”
  14. [Zomer 1837] Engagementring - Weddingring - Suffering. Or.. not?

    Scott zat in een diep dilemma – waarschijnlijk de diepste van zijn leven. Hij had Zaira Silvershore al maanden niet meer gezien, tenminste niet meer sinds die ene dag dat zijn oud-Klassenoudste hun nachtelijk plezier had verstoord en hij het huis uit was gezet met het dreigement dat hij slechts mocht terugkomen met een verlovingsring in handen. Uiteraard had hij dat in de eerste plaats bizar gevonden; vrijwillig nogmaals trouwen?? Na al die ellende met Michelle, na al dat gedoe wat zich over jaren had uitgespreid totdat hij zo mondjesmaat zijn eigen vrijheid terug had genomen dat zij naar Frankrijk was vertrokken en hij haar nooit meer had teruggezien? Dus hij had het enige gedaan waarvan hij wist dat het de veilige route was, waarvan hij het altijd deed; hij had zich voorgenomen Zaira te vergeten, dat boek te sluiten en een andere te openen. Er waren genoeg vrouwen op de wereld – er waren er voor hem immer genoeg geweest. En nadat hij had gemerkt dat dat niet werkte, dat hij die anderen niet wilde, dat ze niet aan zijn standaarden konden voldoen omdat ze simpelweg Zaira niet waren (ofwel toen had hij gemerkt dat hij diep in de problemen zat, maar dat niet aan zichzelf had willen toegeven): toen had hij bedacht een andere koers in te zetten. Natuurlijk had hij les moeten geven, zowel aan Zweinstein als sporadisch aan Cambridge, maar voor de rest had hij zich volledig op zijn boek gestort. Dagen en nachten had hij geschreven, iedere keer als het beeld van Zaira bij hem kwam bovendrijven, iedermaal als hij perkament en inkt al klaar had gezet en haar naam bovenaan een vers vel had willen schrijven. Voor het slapengaan en in de vroege ochtenden speurde hij halfautomatisch de hemelen voor een brief van haar, zoals hij de afgelopen maanden voor het voorval ook had gedaan – maar er kwamen geen brieven meer. Hij had zichzelf verboden zich op de feestjes te begeven waar er ook maar een kans was dat zij zou zijn. Maar al was het lastiger zichzelf geheel van het geroddel af te sluiten, toch hoorde hij haar naam niet vaak vallen; wat een teken kon zijn dat ook zij die feesten ontweek. En uiteindelijk, toen zijn boek af was en bij zijn uitgever lag, toen Zweinstein was afgelopen en hij ook op Cambridge niet veel meer hoefde te zijn; ofwel toen hij zichzelf uiteindelijk aan moest kijken in de spiegel en zijn rooddoorlopen ogen hem opvielen door het gebrek aan slaap en zijn onderbuik pijn deed van verlangen, toen gaf hij eindelijk aan zichzelf toe dat hij haar miste, niet zonder haar kon en er alles aan wilde doen om haar terug te krijgen, om haar te zien. Maar toen hij uiteindelijk, na al die lange maanden, bij het huis van de Silvershore’s in Londen was aangekomen bleek dat de familie voor de zomer naar het landgoed in Wales was vertrokken, en vervolgens was hem wederom de moed in de schoenen gezonken. Dus nu zat hij hier. Op een bankje. En kwam er ineens een of ander kind met hem praten. Hij wilde zeggen dat ze weg moest gaan, maar de snotneus zag er ook nog eens schattig uit – dus daar kon hij eigenlijk geen nee tegen zeggen. Daarbij wist je nooit of je dit soort kinderen volgend jaar les moest geven en uit wat voor familie ze kwamen, dus misschien kon hij maar beter voorzichtig zijn. Wie weet was het wel een Silvershore, wist hij veel. “Eh, nee dankje” sprak Scott, in een poging om niet onvriendelijk over te komen. “Maar dat is aardig van je aangeboden. Wie is Caroline? Je bent hier niet alleen, toch?” Dan moest hij straks ook nog een of andere ouder gaan zoeken. Had hij weer.
  15. Dit was niet de eerste keer dat Scott Evergreen met een dame was betrapt – en hij had eigenlijk ook niet per se verwacht dat het de laatste zou zijn. Och, ja, door de jaren heen hadden de Ontdekkers van het Kwaad vele vormen aangenomen; achternichten, kleine broertjes en grote zussen, tantes en stiefkinderen. Echtgenoten waren niet het ellendigst, want die wilden vaak slechts hun boosheid uiten. Het ergst waren de vaders, die eisten dat hij met hun dochters zou trouwen, die zelfs overgingen tot het uitspreken van verbanning en ellende bij het zien van de reeds aanwezige ring om zijn vinger. Grote broers hadden wellicht wat weg van zo’n vaderfiguur, maar alsnog – mochten zusjes geen lol hebben voordat ze gingen trouwen? Was het geen (ietwat schandevol) onderonsje, konden ze het hier niet gewoon bij laten? Ofwel; waarom was het zulks een big deal? En ook een big deal die wel heel erg snel escaleerde, en wel tot een keuze die geen goed antwoord hebben kon. Hoe hij er al die andere keren vanaf gekomen was? Geluk, soms. Een goed gemikte vergeetspreuk kwam toch ook wel ver. Of gewoonweg de benen nemen en alle correspondentie stopzetten – ook dat was zeker een optie. Zaira was anders en ja hij had willen rennen; maar dat betekende niet dat hij haar nooit meer had willen zien! Nee, misschien had hij even een paar weken gewacht (of liever gezegd dagen, want hij dacht eigenlijk niet dat hij wéken zou kunnen wachten) maar daarna had hij toch wel weer het contact opgenomen… al was dat, aan de blik op haar gezicht gezien, waarschijnlijk niet bepaald het beste idee geweest. En nu, nu lag hij wederom met zijn verzekerde neusje op het dikke, blauwe Silvershore-tapijt, de vluchtwegen beheerd door Eric aan de ene kant en die aanlokkelijke uitgang aan de andere, wiens deur open stond maar waarvan de spreuk hem toch steeds weer tegen het plafond zou plakken (en vervolgens waarschijnlijk zo het raam uit, als hij Eric mocht geloven). Scott hief zichzelf op maar bleef zitten, om ditmaal de schijn van ontsnapping te minimaliseren (want daar waren die Silvershores blijkbaar erg gevoelig omtrent) en keek de broer en zus aan, een ietwat onleesbare uitdrukking op zijn gezicht. “Een huwelijk?” sputterde de Kruidenkunde Professor, die alleen al moeite had het woord uit te spreken. “Maar ik ben getrouwd – dat weet iedereen!” Of nuja, iedereen die Heks en Haard las. “Hoewel..” voegde hij er haastig aan toe, toen hij zag dat Zaira daadwerkelijk op ontploffen stond. “… Ik heb Michelle al twaalf, dertien jaar niet gezien. Ze is ooit naar Frankrijk vertrokken en nooit meer teruggekomen – misschien is ze wel dood.” Hij had niet het idee dat ze was overleden… nee, dan was hij wel door haar familie op de hoogte gesteld. Maar hij had wel het idee dat ze nooit meer bij hem terug zou komen. Maar om nog een keer te trouwen? Om zich wederom in de echt te verbinden? Maar anders; om Zaira nooit meer te zien? Of moest hij die bedreiging ruimer nemen en was het ofwel met Zaira trouwen, ofwel eh.. helemaal niks meer? Hij had zich eerder met een machtige tovenaarsfamilie ingelaten en dat was zacht gezegd op bijna eenzelfde manier verlopen… moest hij ditmaal niet smekend op zijn knieën voor Owain Cadwgan, maar op één knie voor Thomas Silvershore? Wat voor familie was dit eigenlijk? “Zaira…” mompelde Scott, die lichtelijk werd overrompeld door de boze blikken en plotselinge situatie, en het liefst dit gewoon even alleen met haar zou bespreken. Hij schoof wat dichter naar het bed toe, maar ving Eric’s blik en besloot dat het waarschijnlijk verstandig was zijn kweeste te staken. “Zaira, ik... ik wil je niet kwijt. Ik h-.." Maar hij kreeg het niet over zijn lippen; had het al weinig over zijn lippen gekregen toen hij wel getrouwd was, en zeker onder de blik van Eric Silvershore durfde hij het niet aan. "Maar vraag je mij of ik met je wil trouwen? Is dat wat je wilt?” Voordat hij ook maar kon beginnen met een antwoord geven, moest hij dat eerst weten. “Meestal is het de man die het vraagt” sprak hij er ietwat grappend achteraan, in een poging de situatie wat te verlichten – al had hij daar eigenlijk direct alweer spijt van toen hij Eric’s blik zag. Wat voor familie de Silvershores ook waren - het was er in ieder geval een zonder humor.
×