Jump to content

Scott Evergreen-Silvershore

IC Schoolhoofd
  • Content count

    210
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    8

Scott Evergreen-Silvershore last won the day on April 21

Scott Evergreen-Silvershore had the most liked content!

1 Follower

About Scott Evergreen-Silvershore

  • Rank
    Got this job because of my writing skills. True story.

OOC Profiel Informatie

  • Membergroups
    HH
  • Naam
    Dails

Profile Fields

Recent Profile Visitors

1,974 profile views
  1. [1838/1839] A Different Cup of Tea

    Aangekomen in zijn kantoor liet hij Harold voorgaan, die richting het extravagante bureau sjokte maar daar niet plaatsnam, voordat hij zelf achter het bureau ging staan. Hij ging niet zitten; gaf Harold daar met een enkele hoofdknik wel toestemming toe, voordat hij naar de drankkast liep en daar voor zichzelf een vuurwhisky inschonk. Zijn evenbeeld, afgebeeld in het grote schilderij aan de muur, knikte hem zelfverzekerd toe, voordat Scott met eenzelfde glimlach terugliep richting Harold en daar nonchalant tegen zijn stoel leunde. “U moet weten, Mr. Silvershore” begon Scott, nadat hij enkele slokken had genomen. Hij genoot klaarblijkelijk van het spelletje; had er ook mee te maken dat hij eindelijk eens de overhand had, in plaats van dat rotjoch. “… dat mijn paarden mij erg geliefd zijn.” Hij was namelijk erg van hen afhankelijk, daar hij niet plachtte te verdwijnselen na het incident van ’12 – maar goed, dat hoefde Harold niet te weten. “Ik zou dus wel eens tot een nog veel ergere straf kunnen komen, dan die schamele punten die ik van uw nobele afdeling heb afgetrokken.” Even keek Scott hem opgewekt aan, voordat hij loom nog een slok nam. “Strafwerk, ligt wellicht voor de hand… of een degradatie, misschien.” Even liet hij zijn blik op de hoofdmonitor-badge hangen, die daar zo trots op de borst van de veertienjarige was gespeld. “Of… ik zou uw familie kunnen inlichten. Ik denk dat uw grootvader erg nieuwsgierig is naar het doen en laten van zijn jonge protegé.” Gracieus nam hij plaats op de stoel. “Maar, Mr. Silvershore, het hoeft niet per se zo te zijn.” Scott zette zijn glas neer en vouwde de topjes van zijn vingers tegen elkaar. “Tenminste, als u mocht instemmen met bepaalde… voorwaarden.” Ah, hij had gedacht dat het Schoolhoofd-schap hem niet zou bevallen – maar dat bleek toch niet geheel waar!
  2. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Hoe langer Lady Rhiannon sprak, hoe eigenaardiger de situatie leek te worden. Lady Josephine liep gevaar? En daarmee… zijn kleinkind? Verward liet Scott zijn olijfbruine ogen over Rhiann heenglijden. Er waren natuurlijk twee kleinkinderen in het spel, als ze die kant op zouden gaan - en hij had heus wel het nieuws gelezen! - doch het overduidelijk was dat ze er één vergat te noemen. Toch leek de bastaard nu niet belangrijk en speelde enkel de erfgenaam nog mee. Maar wat kon hij doen? Ze leek hem te vragen om dit met Zaira te bespreken, maar daarmee belandde hij bij dezelfde vraag – want wat kon Zaira doen? Bedoelde ze soms dat ze wilde dat híj dit kind zou opvoeden? Of dat hij wellicht iets kon betekenen voor Lady Josephine? Maar hij had al eerder een aanvaring gehad met Graaf Radnor, en dat was nu niet exact de meest prettige man die je je kon voorstellen! Och, hij wilde heus wel een poging doen zijn eigen kleinkind te beschermen hoor, als het alles hem niet al teveel moeite zou kosten. Maar om te riskeren Owain Cadwgan boos te maken? Nuja… daar vroeg ze toch wat, voorgeschiedenis of niet. Twijfelend liet hij zijn blik op Rhiannon hangen. Ze had hem geen antwoord gegeven op zijn vraag, al leek alles aan haar houding erop te wijzen dat zijzelf wél vond dat ze aan haar verplichtingen had voldaan. Had hij soms iets gemist? Scott wilde juist zijn mond opendoen om iets te zeggen, toen een onverwacht geluid zijn blik naar het gordijn deed schieten. Gealarmeerd stond hij op, toen plotseling… “Zaira! Ik dacht dat… Ik… Welkom!” Ietwat ongemakkelijk stapte Scott opzij, zodat zijn verloofde toegang had tot een van de vrije stoelen. Hij wierp vlug een blik op Lady Rhiannon, die hier aan de ene kan niet bepaald van gediend leek. Aan de andere kant dacht hij iets van interesse in die ondoordringbare blik te zien – maar goed, het was niet dat hij nu nog iets aan de situatie kon doen. Ondanks dat Rhiannon had gezegd dat hij de kwestie met zijn verloofde mocht bespreken, twijfelde Scott nu plotseling. Dat de vrouw van een van zijn bastaarden hem had gevraagd iets te doen, betekende niet dat híj dat ook wilde doen. Natuurlijk had hij Zaira er op enig moment van op de hoogte moeten stellen dat hij tenminste één bastaard had, en ze was er beter mee omgegaan dan hij van tevoren had gedacht – maar dat betekende niet dat het ook in zijn belang was om dit, thans en op dit moment, met haar te delen. Aan de andere kant wist Zaira niets van deze voorgeschiedenis en zou de naam wellicht enige belletjes doen rinkelen, maar niet de alarmbellen die het verdiende. Ietwat onbeholpen staarde hij van de een naar de ander, terwijl de temperatuur in de ruimte met de wegtikkende seconden voelbaar enkele graden zakte. “Dit is… eh…” De dame knikte eenmaal, en gesterkt door deze toestemming vervolgde Scott zijn woorden. “…Lady Rhiannon.” Ietwat nerveus verplaatste hij zijn gewicht van zijn ene been naar zijn andere. “Lady Rhiannon, als ik u mag voorstellen… Miss Zaira Silvershore.” @Zaira Evergreen-Silvershore
  3. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Keane Cadwgan was naar Frankrijk vertrokken – dat had in alle kranten gestaan. Het was wederom iets wat hem aan zichzelf deed denken, al deed veel dat in zijn huidige leven; maar ook híj was naar Frankrijk vertrokken en was pas jaren later met een gebroken hart en hangende pootjes teruggekropen naar zijn land van oorsprong. Misschien was het goed voor Keane om weg te zijn van dit leven hier, van de, excuses, rotzooi die hij ervan had gemaakt. Er waren genoeg mooie vrouwen in Frankrijk om er goed genoeg bovenop te komen! En ja, het zou kunnen betekenen dat zijn grootvader hem zou onterven, Scott had heus wel tussen de lijntjes gelezen; maar zulks een pretty boy with a pretty face zou het vast niet al te moeilijk hebben in dit leven om zijn kop boven water te houden. En mocht Owain Cadwgan hem wel onterven, dan stond er weinig meer tussen hen en zijn zoon in om zichzelf wel kenbaar te maken, hm? Maar dat was toch niet de boodschap die m’Lady hem vandaag gaf. In plaats daarvan leunde Scott achterover, shock en argwaan duidelijk leesbaar in zijn olijfgroene ogen - hij was geen goede pokerspeler, dat had zojuist ook maar bewezen. Hij had zich nooit werkelijk ingelaten met de rijkste van de tovenaarfamilies, met diegenen van stand. Voor Zaira koos hij er voorzichtig voor om zich in iets andere lagen van de bevolking te mengen. Toch was het nieuws uit de Ochtendprofeet, als je nauwkeurig las, in combinatie met zijn eigen ervaringen met de familie, voldoende om toch tenminste enkel wantrouwen te kweken. Mensen die hun eigen kinderen zouden verbannen; nu, daar was toch wel het een en ander over te zeggen. Dat gold des te meer als het ging om familie-eer. Het duurde even voordat hij een antwoord klaar had – al was het antwoord wat hij haar gaf er niet per se een die hij zou inlijsten. Ze overviel hem, maar zoveel moest zij toch ook wel weten. “Lady Rhiannon… Het spijt mij, dat u zoveel leed in uw leven moet meemaken.” Hij keek haar aan, doch hij het lastig vond haar op dit moment geheel in de ogen te kijken, en reikte met de vingers van zijn rechterhand richting de hare – maar ze trok haar hand vlug weg, en in plaats daarvan liet hij zijn hand daar at ongemakkelijk op tafel liggen terwijl hij de rest van haar woorden overdacht. Haar vader, hm? Die Graaf, die dacht dat hij de wereld in zijn bezit had. Ook hij nam zijn whisky op. “Uw geheim is veilig bij mij, als u dat is wat u wenst” sprak Scott uiteindelijk, zijn blik op de plek gericht waar haar hand zojuist nog had gelegen. “Maar waarom…” Hij keek op. Enkele lijnen in haar gezicht, die hij zojuist nog niet echt had gezien, vielen hem nu pas op. “Waarom vertelt u mij dit?”
  4. [1838/1839] A Different Cup of Tea

    Eerlijk gezegd had Scott niet verwacht dat Harold zou toegeven dat hij de schuldige was, of dat nu de waarheid was of niet. Natuurlijk was hij een Griffoendor, en het was wel typisch iets van Griffoendors om de schuld op zich te nemen - zeker nu zijn goede vriendin Miss Carrington klaarblijkelijk een tikkeltje overstuur was. Desalniettemin leek het gewoonweg niet iets wat de Harold zou doen die híj had leren kennen; maar dat betekende niet dat hij deze situatie niet in zijn voordeel zou kunnen gebruiken. Scott staarde zijn neefje-in-spe voor een moment aan, voordat hij langzaam zijn armen over elkaar vouwde. “Twintig punten aftrek voor Griffoendor” sprak het Schoolhoofd loom, een afkeurende blik in zijn olijfgroene ogen. “Al moet ik u mijn complimenten aanbieden voor uw woorden van zojuist.” Hij bleef de vierdejaars aankijken. Strafwerk… ach. Nu het alleen Harold bleek te zijn, waren er misschien betere manieren om deze situatie op te lossen. “Mr. Silvershore, waarom loopt u niet even mee naar mijn kantoor. En Miss Carrington… als u nu even op de deur klopt van de terreinknecht, dan kan die ervoor zorgen dat mijn paard weer veilig wordt vastgezet.” Ter afscheid gaf hij Illithia nog een klopje op haar hals, voordat hij richting de Klassenoudste knikte en de Hoofdmonitor met een ietwat bruusk hoofdgebaar meevroeg richting het kasteel.
  5. [1838/1839] A Different Cup of Tea

    Hij kreeg geen beschrijving van het paard. Wat hij wel kreeg was een warrig verhaal over een kat en de stallen, waarbij het paard ineens zou zijn ontsnapt. Gebeurde dat wel eens? Dat paarden dagenlang in een stal stonden, maar dat twee tieners langskwamen en plotseling een paard weg was? Zo’n toeval maakte uiteraard dat dit als lariekoek moest worden bestempeld, natuurlijk – zeker nu de twee het op zich hadden genomen om het paard ook nog eens te gaan zoeken. Waar Zwadderaars zich waarschijnlijk direct uit de voeten zouden hebben gemaakt, toonde dit toch wel van enig schuldgevoel. Achterdochtig liet Scott zijn blik op Harold hangen, voordat hij zijn vingers naar zijn mond bracht en tweemaal floot. Er stonden wel meer paarden in de stallen, al behoorden er twee aan hem toe. Illithia was zijn enorme Granische Grijze, een lievertje maar soms wat lomp. Dandellion was iets autoritairder en had een wat hardere hand nodig, al kreeg hij het paard altijd wel redelijk goed in de richting die hij wilde. Voor een moment gebeurde er niets, en even was hij zelfs opgelucht - totdat het geluid van hoeven plotseling roffelend dichterbij kwam. Illithia zag eruit als een spook wat op hen af racete in de toenemende duisternis, maar stopte gelukkig precies op tijd en hinnikte eens luid. Ze sloeg even met haar grote vleugels, voordat ze haar hoofd zachtjes tegen hem aanduwde en brieste. Met zijn blik nog steeds op Harold aaide Scott zijn paard eenmaal over de neus, voordat hij eens met zijn tong klakte. “Mr. Silvershore, Miss Carrington… ik ga er voor het gemak maar even vanuit dat door uw handelen enige staldeur is opengezet. Opzet of niet, ik had toch wel beter verwacht van een Hoofdmonitor en een Klassenoudste.” Het Schoolhoofd gaf zijn paard een goedkeurend klopje op de hals, voordat hij het stel streng aankeek. “Tenzij jullie nu met een goed verhaal komen, moeten jullie weten dat mij niet iets anders rest dan één ding…” Och, Eagle zou trots op hem zijn. "Puntenaftrek en strafwerk!”
  6. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Eenmaal binnen liet Scott zijn olijfgroene ogen over de groezelige muren glijden. Soms ging hij hier met Zaira heen om in het geheim met haar te kunnen zoenen (helaas stond ze hem niet toe om verder te gaan, want dan moesten ze eerst zijn getrouwd), maar de ruimtes leken toch vooral ontworpen om aangaande bepaalde… transacties buiten het oog van de buitenwereld de gang te kunnen gaan. Ach, zelf zat hij niet echt in die business, al was het soms de enige manier om aan bepaalde zeldzame of gevaarlijke planten te komen. Het was in ieder geval nuttig om hier en daar contacten te hebben. Al was de familie Cadwgan een contact wat hij toch liever meed. Toch vroeg hij zich af wat het kon zijn. Had het misschien met Zaira en hun aanstaande huwelijk te maken? Had die Graaf, Lord Radnor, daar soms problemen mee? Want híj had zich toch echt aan alle afspraken gehouden, hoor! En al ging hij liever niet naar Thomas, als dát het was dan zou het misschien toch wel moeten… al zou het hem vast op een uitbrander van de Silvershores komen te staan. Zaira mocht hem zijn verleden dan hebben vergeven, maar Mr. Thomas Silvershore leek daar toch iets meer moeite mee te hebben. Zuchtend had hij lichtelijk verveeld zijn notitieboekje uit de zak van zijn smaragdgroene gewaad gegrepen, om wellicht nog wat aantekeningen te maken voor zijn nieuwe boek (‘Hoe de Cadwgans te ontwijken – en meer nuttige tips’ – nee? Toch niet?) toen zijn Ongenode Brenger van Slecht Nieuws (zo had hij haar in elk geval in zijn hoofd bestempeld) het tijd vond om nog eens haar verschijning te maken. Scott ging nog wat meer rechtop zitten en veegde zijn donkere haar naar achteren. Okee dan. Het was…. Nu…. “Lady Rhiannon!” sprak Scott zo luid dat hij een beetje van zichzelf schrok, voordat hij opsprong. Toen hij eenmaal stond wist hij eigenlijk niet zo goed wat hij daar deed, zodat hij maar een ongemakkelijke buiging maakte en wederom plaatsnam. “Ik… u… oke dan! Oke dan. Oke. Ik.. ik zal wat zachter praten, al zit er een geluidsdichte spreuk op deze ruimte. Oke dan.” Even keek Scott haar aan. Sommige vrouwen bleven altijd meisjes – anderen waren nooit meisjes geweest. Reeds met zestien jaar, toen hij haar had leren kennen als leerling in zijn klas, was Rhiannon Cadwgan een vrouw geweest. Hij had veel vrouwen gekend in zijn leven, maar dit was er niet een die iemand snel zou vergeten. Een waterval van emotie was zichtbaar in haar koele, grijze ogen, maar Rhiannon was zo’n vrouw waarbij het jaren zou duren voordat iemand die peilloze vaarwateren daarvan had doorgrond. Hij kende haar niet goed genoeg om er ook maar iets oppervlakkigs over te zeggen, al wist hij wel dat iets uit het scala hem ergens een beetje onrustig gevoel gaf. Even twijfelde hij wel – had hij niet eens beloofd bepaalde zaken met Zaira te delen? Die Silvershores leken redelijk zwaar te hangen aan beloftes – maar… “Mijn verloofde zal zo op mij wachten” begon hij, ietwat afhoudend. “Maar het lijkt erop dat mij geen andere keuze rest.” En was hij niet dit ene aan haar verschuldigd? “U heeft mijn woord. Naar mijn eer en geweten is alles aan deze ruimte veilig.” Het zou bij hem natuurlijk nooit opkomen dat iemand aan zíjn eer en geweten zou twijfelen!
  7. [1838/1839] A Different Cup of Tea

    Scott Evergreen had gedacht dat hij een rustig avondje tegemoet ging. Hij moest nog wat huiswerk nakijken en had zich klaargemaakt om dat met een whisky in zijn hand te gaan doen, totdat hij er tot zijn grote schrik achter kwam dat al zijn drank op was. Hij wist niet precies hoe dat kon, al waren er twee opties; 1) hij had zelf alles opgedronken, of; 2) iemand had ingebroken, zijn drankkast leeggehaald... en vervolgens alles opgedronken. Het probleem was, dat hij niet wist welke van de twee scenario’s meer voor de hand lag. Spijtig genoeg zouden ze alletwee juist kunnen zijn (hoe vaak controleerde hij zijn drankkast? Hij was altijd vol dus dat hoefde nooit!). Uiteindelijk had hij besloten dat het niet zoveel uitmaakte, had hij zijn mantel van de haak genomen en had hij koers gezet richting de stallen. Als hij onderweg een stel dronken leerlingen (of leraren!!) zou tegenkomen; des te beter. Klassenoudsten of hoofdmonitoren ook, want dan kon hij hen instrueren waar alle aandacht vanavond naar uit zou moeten gaan. Maar in de tussentijd zou hij wel even naar Zweinsveld rijden om een doosje nieuwe flessen te halen. Huiswerk maken zonder een straffe whiskey in zijn hand? Dat was toch wel… echt een uitdaging. In elk geval, het was buiten ijziger en kouder dan het de afgelopen dagen was geweest (alleen maar meer bewijs dat hij die whisky nodig had!) en daarom verbaasde het hem eigenlijk ook wel toen hij onderweg plotseling twee figuren tegenkwam. Dichterbij gekomen bleken het de Hoofdmonitor en Klassenoudste van Griffoendor te zijn – waarbij hij de een natuurlijk binnenkort zijn neefje zou kunnen noemen. Al was Harold Silvershore altijd een beetje… nuja… “Mr. Silvershore, Miss Carrington” sprak het Schoolhoofd, toen hij dichtbij genoeg was om de paden van de derde- en vierdejaars toevallig te kruisen. Hij keek hen aan, wilde eigenlijk zijn weg vervolgen – wie had hier nu tijd voor? - en toch… “’Hey’?” nam hij afkeurend de woorden in de mond, die Harold zojuist naar hem had geroepen. “Is dat hoe we tegenwoordig een Schoolhoofd aanspreken?” Ietwat achterdochtig liet hij zijn blik over het meisje gaan, die plotseling een wel erg roze blos op haar wangetjes had gekregen, voordat hij terugkeek naar zijn neefje-in-spé. En waarom hadden ze hooi vast? “Ik heb geen paard gezien, Mr. Silvershore. Heeft u wellicht een beschrijving van dit paard? Wat was dat voor een naam, die ik u net hoorde roepen?” Want dat had toch wel een beetje geklonken als zijn paard.
  8. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Het was een avond zoals alle andere, totdat het dat niet meer was. Scott Evergreen had zojuist lesgegeven op de Magische Universiteit van Cambridge, en zoals hij wel vaker deed op een avond zoals dit, bracht hij een paar uur door in een Londense kroeg totdat Zaira zich bij hem zou voegen en ze elkaar nog heel even konden zien, voordat zij wederom haar weg naar huis zou maken. Hij zou vervolgens ofwel in zijn appartement aan de Wegisweg blijven, ofwel terugvliegen op zijn gevleugde paard naar Schotland – al was dat een reis die hij liever niet op donkere, koude nachten zoals deze ondernam. Helaas had hij zojuist zijn spelletje poker verloren (hij wist ook wel dat hij eigenlijk niet moest spelen met kobolden!) en nu was het zijn beurt om een rondje te halen, al was dat vooral om de overige spelers wat te plezieren – als het zo doorging, dan zou hij ongeveer een galjoen in de min staan, helaas. Was hij iets roekelozer geworden sinds de bruiloft van hem en Zaira Silvershore vastere vormen had aangenomen? Nuja… wellicht. Het was niet erg ongebruikelijk dat hij bij de bar werd aangesproken. Ondanks dat dit een van de meer groezelige kroegen van de Wegisweg was, had Scott een brede schare aan fans; en ja, ook zeker die, die zich in een café als dit zouden begeven. Deze vrouw, want dat leek ze toch onder die sluiers te zijn, leek echter niet zozeer een fan – en het moment dat ze haar mond opentrok, was het al helemaal duidelijk dat het menes was. Scott draaide zich half om, voor een moment zijn charmante glimlach op zijn gezicht die zijn witte tanden deed glinsteren in het doffe kaarslicht, voordat deze hem toch wat verging. De Cadwgans? Het was duidelijk dat hij zich enkele seconden geen raad wist, voordat hij zwijgzaam knikte, langzaam opstond en vervolgens naar het groepje toeliep. Het was jammer om er nu uit te stappen, maar het verlies was vast een andere keer goed te maken – en dit was geen informatie die men gezellig aan een bar kon gaan bespreken. Tenminste… niet hier. Niet op een moment als dit. En waren VIP lounges niet wél voor momenten als dit gemaakt? Nuja... voor zover je die ruimtes in een duistere kroeg als dit zo kon noemen. Klonk wellicht iets te fancy. Nadat hij de zilveren munten onder de ietwat wantrouwende blikken op tafel had geworpen, draaide de man zich resoluut om en mompelde hij iets tegen de barman. Deze knikte en opende een deur, en met een laatste blik op zijn ongenode gast verdween Scott achter de verduisterende gordijnen.
  9. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Maar het had anders kunnen zijn. In de ochtend- en avondprofeet bleven zijn olijfgroene ogen steken op het nieuws over de Cadwgans. Hij wist van de rechtszaak, van het ene kind, het andere. Had hij een waarschuwing kunnen doen uitgaan? Had hij nog een bastaard kunnen voorkomen? Aan de andere kant was Keane toch nauwelijks alleen in zijn bastaardschap. Waarschijnlijk had hij toch ook wel meer kunnen betekenen voor die andere vrouwen, voor die andere kinderen. En tja, dat Lady Rhiannon’s verhaal het schrijnends was, betekende niet dat het in die zin meer waard was. Toch?
  10. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Met de gedachten die hij besteedde aan de jongen, dacht hij ook wel eens aan degene met wie het allemaal was begonnen. Het meisje had in haar een-na-laatste jaar gezeten toen hij begon met lesgeven, toen er nog maar enkele maanden tussen hem en zijn echtgenote hadden gestaan. Hij was teruggekeerd naar het Verenigd-Koninkrijk met zijn trouwring bungelend aan een touwtje om zijn nek, bruin, gespierd en op zoek naar een baan; en Zweinstein had juist een positie voor hem gehad. Dat was zelfs voordat hij zijn eerste boek had uitgebracht. Lady Rhiannon was hem opgevallen, zoals wel meer vrouwelijke leerlingen dat hadden gedaan – en niet alleen omdat hij de familie kende uit zijn jeugd in Wales. Maar wie zou er zo ver gaan, als om zijn vingers te branden aan een dame van stand? Toegegeven, dat soort dingen maakten hem nu een schrijntje meer uit dan vroeger. Zij was degene die haar vingers had gebrand, uiteindelijk. Voor hem liep het af met een sisser. Zij wist dat hij wist welk lot haar was toegevallen, welke schuld er aan zijn handen kleefde. Het was een schuld die het gemakkelijkst was om te vergeten, want wat kon je er anders mee? Dus dat was precies wat hij had gedaan.
  11. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Aan de andere kant had Zaira waarschijnlijk wel iets meer doorgedrukt, als ze had geweten hoe vaak dit kind eigenlijk door zijn gedachten vloog. Och, hij had werkelijk jaren niet meer aan het ongelukkige stel gedacht, maar dat veranderde wel toen hij de jongen op elfjarige leeftijd de Grote Zaal zag binnenstappen. Het was fascinerend geweest hoe anderen het nooit was opgevallen (en hoe kon het ook, als ze van niets wisten!); maar voor Scott zelf waren de gelijkenissen tussen hem en zijn bastaardzoon als twee druppels water. Daarbij had hij talent in Kruidenkunde. Toegegeven, Scott had zich wel eens afgevraagd of hij de jongen op dat vlak teveel lof in de schoenen schoof (wellicht!) maar het leek toch wel waar. Ook kon hij best aardig vliegen. Scott had hem wel eens laten nablijven, enkel om wat meer tijd met hem door te brengen. Maakte dat hem een slecht persoon? Och… Hij had het niet geheel van zichzelf verwacht, maar hij had in die periode wel eens gehoopt dat hij alsnog meer had kunnen doen. En wellicht... wellicht had hij ook meer kunnen doen. OOC: Post 200! <3
  12. [1839] When no-one else was looking, the present erased our past

    Scott Evergreen had nooit werkelijk problemen gehad om leugens over zijn volprezen tong te laten glijden, en aldus had hij het zijn verloofde, zijn honingbijtje, zijn allerliefste Zaira niet verteld toen hij daar de kans toe had; had ’t wel gemoeten, dan? In plaats daarvan had hij een halve waarheid verteld, door hij simpelweg het overige achterwege te laten. Hij was nog steeds verbaasd dat hij daarmee was weggekomen, maar Zaira was er niet meer over begonnen. Zaira had die vader echter nooit ontmoet. Had ze dat wel gedaan, dan had ze waarschijnlijk wel iets beter gesnapt waarom hij zijn mond had gehouden.
  13. IC Afdelingspunten en Zwerkbal

    Halloo! We hebben het hier een tijdje geleden over gehad, maar het was weer even weggezakt. Maar ik had het er net met Gianna over, en het lijkt mij leuk als we een systeem van IC afdelingspunten weer in het leven roepen! In dat geval kunnen IC leraren, IC Hoofdmonitoren en IC Klassenoudsten dus punten toekennen en aftrekken. Volgens mij is het zo dat in de boeken IC Klassenoudsten alleen punten kunnen toekennen aan/aftrekken van hun eigen afdeling... maar dat weet ik eigenlijk niet zeker. In dat geval krijgen de HM's/KO's ook weer een iets grotere rol en zijn de lessen misschien ook weer iets interessanter door het toekennen (en aftrekken) van punten! Nu lijkt het mij een goed plan als we dit laten samenvallen met het 'loten' van de Zwerkbaluitslagen. Voor zwerkbal worden er ook afdelingspunten toegekend en omdat de Snaai zoveel waard is, maakt dat het minder makkelijk om negatief te komen te staan (wat in het verleden wel vaak gebeurde, haha, en wat ook niet zo'n groot probleem is, maar iets meer punten plus dan honderden punten in de min is misschien wel leuker). Op deze manier kan je ook IC verwerken hoe een zwerkbalteam het doet, en omdat er best veel animo was voor het opgeven voor IC zwerkbalteams (het staat eenieder natuurlijk vrij daar topics over te maken!) is dat misschien ook wel leuk. We zouden zelfs bijvoorbeeld de (semi-)finale ronde zelfs IC kunnen uitspelen (met het reeds vaststaan van de uitslag), misschien ook wel weer eens leuk. Dus! Eens? Zo ja, dan moeten we misschien een systeem verzinnen met hoe we de zwerkbaluitslagen loten en wie de loting op zich wilt (willen) nemen. En hetzelfde voor het toekennen van punten, hoe we dat bijhouden en waar de afdelingspunten te vinden zijn. Liefssss. Edit: Zie hier een lijstje van Gianna wat ooit is opgesteld over de IC bevoegdheden omtrent strafmaatregelen!
  14. [1839-1840] De politiek heeft heus geen invloed op het onderwijs, beloofd!

    Scott Evergreen was uiteraard altijd al een trotse man geweest maar – oh, vandaag, de dag dat hij het Schoolhoofdenkantoor mocht betrekken wat hij samen met Eagle zou delen, vandaag was hij wel extra trots! En dat mocht natuurlijk ook wel. Al zijn dromen waren uitgekomen! Hij was rijk, hij was beroemd, hij was twee keer getrouwd (geweest) met de mooiste vrouw ter wereld – waarbij de tweede uiteraard de eerste op elk vlak overtrof! – en vandaag was hij ook nog Schoolhoofd van de magische toverschool geworden waar hij al die jaren had geploeterd als Kruidenkunde docent en Afdelingshoofd van Griffoendor en, later, van Zwadderich. Ja, het was een mooie stap, een logische stap ook – en dat iemand anders zijn wil wellicht daaromtrent wat had bijgebogen zou toch geen moment in Scott opkomen. Dus ja, hij verkeerde in alle staten van exuberantie, al was dat toch vooral omdat hij het grote portret wat hij eens had gebruikt als toegangspoort voor de leerlingenkamer van Griffoendor (en wat ze direct hadden verwijderd toen hij geen afdelingshoofd was, zo onbeleefd!) uit een of andere kelder opgehaald. De andere docenten maakten altijd grapjes dat je moest oppassen daar geen basilisken die toebehoorden aan Salazar Zwadderich daar tegen te komen, en al wist hij heus wel dat dat geen mogelijkheid kon zijn – ten eerste was hij zelf een Zwadderaar geweest! En ten tweede was dat een fabel – toch was hij altijd opgelucht als hij heelhuids weer boven de aarde kwam. En ditmaal; met het schilderij. Dat hij onderhand iets ouder was geworden viel vast niemand op. En mocht het ze wel opvallen, dan mochten ze hun mond houden – wat hij zou kunnen afdwingen, want hij was nu Schoolhoofd! Maar goed. Scott’s tovenaarskunsten waren al nooit echt zo zeker geweest, en toen hij met enige moeite het schilderij helemaal naar de torens had gesommeerd zonder het al te erg te beschadigen (ja, er was een hoekje van de lijst afgebroken, maar in ieder geval was de verf niet beschadigd!) was hij juist bezig het recht te hangen, om ervoor te zorgen dat het op een perfecte plek kwam, en… KrrrtsBAM. Merlijns baard, hij had toch wel gedacht dat mensen zich zouden aankondigen aan een van de Schoolhoofden! Maar goed, van alle mensen die zich dienden aan te kondigen, waren er enkele die dat klaarblijkelijk niet hoefden te doen… en een ervan was de Minister van Toverkunst zelf. Die eh, oh zo toevallig, eveneens zijn schoonvader was. Zo fijn. “Mr. Thomas Silvershore!” sprak Scott, die zich omdraaide in een wervelwind van lila (dat was gewoon dé kleur dit seizoen, oke) en vlug voor het schilderij ging staan. Het leek niet echt kapot. Eagle kon het vast wel voor hem maken. Hij probeerde zoveel mogelijk enthousiasme in zijn stem te stoppen als mogelijk, maar dat bleek toch eh.. lastig. “Wat een verrassing! En wat leuk, een schilderij van Phyllida! Ik heb nog les van haar gehad op de universiteit. Dat was natuurlijk voor het ongeluk...” Gebeten worden door een Hondsdolle Hortensia was geen pretje, en Professor Spore was er met haar 121 jaar nooit echt overheen gekomen. Zich van geen kwaad bewust pakte Scott het schilderij op en hing het maar direct aan een lege spijker aan de muur. Zo. Daadkracht. Dat was wat de Silvershores waardeerden, toch? En ergens was deze grootte ook wel mooi… misschien was dat schilderij van hemzelf toch wat aan de grote kant. Maar die schilder had bij de intake zo vaak ‘levensgroot is levensecht!!’ geroepen dat hij er uiteindelijk maar in mee was gegaan. “Wauw, de verrassingen blijven maar doorgaan. Dankuwel, dankuwel.” Hij vroeg zich even af of het tactloos zou zijn om Thomas nu een glas van de bailiu aan te bieden – maar aangezien het pas half twaalf 's ochtends was, zag hij daar toch maar vanaf. “Mijn nieuwe functie is uiteraard geweldig. Ja, het is veel papierwerk, natuurlijk…” En eigenlijk had hij een hekel aan papierwerk! “En ja, bij tijden is het nu al veel geklaag van docenten en leerlingen…” En eigenlijk hield hij helemaal niet van geklaag! Zeker als het afkomstig was van leerlingen..."Maar daar zult u in uw dagelijkse praktijk toch ook wel mee te maken hebben, in de een of andere vorm.” De schrijver glimlachte opgewekt, zijn witte tanden glinsterend in het zonlicht dat door de hoge ramen naar binnen viel. “Hoe is het met u? Staat het Ministerie nog overeind?” Hopelijk wel, anders had hij het wel gehoord – toch?
  15. IC Zweinstein Mededelingen

    Dank, dank, dankjulliewel voor de steun! Ik ben vereerd om mij vanaf september 1839 jullie nieuwe schoolhoofd te noemen. Ik wil graag heel Zwadderich bedanken, waar ik natuurlijk jaren afdelingshoofd ben geweest, en dank aan Griffoendor, bij wie ik ooit mijn prille afdelingshoofd-schap ben begonnen! Daarnaast gaat natuurlijk al mijn dank uit naar mijn collega’s, die vast allemaal op mij hebben gestemd en alle Silvershores, want eh, name-branding is natuurlijk ook een ding. Zoals jullie vast hebben gezien, heb ik om mijn blijdschap uit te spreken dit jaar niet één, maar drie van mijn boeken verplicht voorgeschreven! En natuurlijk niet gratis, want eh, schoolhoofden moeten ook eten (en whisky drinken). Om te compenseren zal ik de hele eerste week op Zweinstein wel een gratis handtekeningenuurtje houden tijdens de lunchpauze. Ik verwacht jullie daar uiteraard in grote getale te zien. Toedels!
×