Jump to content

Meghan Cotterell

Wij voor Witchcraft
  • Content count

    66
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    3
  1. [1838/1839] Already choking on my pride

    Hij was zijn vader. Goed prima. Maar hoeveel zei dat nu eigenlijk. Het was niet alsof hij eerder een vader voor Austen was geweest. (Ja, dat was haar schuld. Ze had het toen oprecht vanuit een goed bedoeld idee niet gezegd. Naderhand was het eigenbelang, ze wilde Austen niet delen). Het was niet alsof hij iets gemist had in zijn leven toch? Ja er waren vragen geweest, toen haar zoon door had dat de meeste mensen in zijn leven een vader hadden, maar ze hadden het altijd wel gered. Hij en zij tegen de wereld. En daar wilde ze David, simpelweg, niet bijhebben. Bovendien. Zij had een vader gehad. En haar vader had Austen nooit willen accepteren. Je had niks aan vaders, “Ik heb hem niks ontnomen”, gilde ze nu nog kwader, haar ogen paniekerig zoekend naar iets nieuws om naar zijn hoofd te gooien. “Austen is nooit wat tekort gekomen. Jij had geen goede vader kunnen zijn”, niet op dat moment. Niet toen een van de dingen die ze van hun nacht herinnerde vooral was hoe hij zijn vrouw miste. “Ik heb gedaan wat het beste voor hem was. En je hebt hem gemanipuleerd toen ik weg was! Dat kan niet anders”. Waarom zou haar zoon anders voor David kiezen?
  2. Eind Januari - 1839 Ze had niet verwacht dat thuiskomen makkelijk zou zijn. Tuurlijk niet, ze was misschien impulsief, koppig tot op het destructieve af, maar ze was niet naïef. Ze had elke stap die ze tot nu toe had genomen overwogen dat er gevolgen zouden zijn. Had zelfs ver in haar gedachten inderdaad de gevangenis als optie gezien. Had de brief met die definitieve boodschap, over vaderschap, geoefend tot ze de juiste woorden had kunnen vinden. Gewoon, zodat ze zeker wist dat Austen een thuis had in de tijd dat ze er niet kon zijn. En ze had ook wel verwacht dat het moeilijk zou zijn na vrijkomst. De angst voor de controles die mogelijk kwamen, de weet dat ze niet een twee drie weer kon instappen in wat ze altijd met zoveel liefde had gedaan. (En ook de weet dat ze het nooit los zou kunnen laten, wat mensen ook zouden. zeggen). Ze had verwacht dat ze moeite had met alleen zijn, met krappe muren, met deuren die op slot zaten. Hoewel ze het niet verwacht had begreep ze dat een deur die ineens niet meer open ging, gewoon omdat deze klemde, haar compleet de adem benam. Want was als ze ineens niet meer naar buiten kon. Ze had zelfs vrede met het feit dat ze op sommige momenten niet wist wat ze met al deze vrijheid moest. Dat ze zich in een compleet nieuwe wereld begaf. Zelfs al leek het voor iedereen alsof ze gewoon weer buiten gezet was in de wereld waar ze enkele maanden niet aan deel had mogen nemen. Maar dat David zo met haar nieuws zou omgaan. Dat hij Austen zou proberen toe te eigenen. Dat Austen daar mee in zou stemmen, anders had het niet gekund toch? Dat haar zoon, de enige factor in haar leven waar ze altijd op gerekend had. Die ze altijd vertrouwd had. Waar ze alles, alles voor zou doen. Waaromheen ze zich compleet opnieuw had moeten vormen. Dat die factor ineens net zo onstabiel was als, alle andere factoren, als haar emotionele staat, als haar voeten in een kleedkamer het moment dat de deurklink niet meewerkte. Dat wat zij en Austen altijd waren geweest ineens op zijn meest wankele poten stond. Dat had ze niet verwacht. En daar kon ze niet mee omgaan. Dus in plaats van hem te bedanken voor alles wat hij vast goed gedaan had, iets wat ze in een andere omstandigheid vast had gedaan. (En hoe dan ook zeker had moeten doen). Begroette ze David Appeleby met een agressie die haar, als hij een klein beetje overdreef en zijn best deed, misschien wel weer achter slot en grendel zou laten belanden. “Wie denk je wel niet dat je bent! Zomaar mijn zoon stelen als ik er niks aan kan doen? Heb je aan je eigen zoon niet genoeg? Dacht je dit is wel een goede manier om Meghan een loer te draaien? Wat bezielde je”, gilde ze kwaad. Terwijl ze zijn vertrek inliep zonder te kloppen en het laatste beetje wijn dat in haar glas zat naar achter tikte voor ze dit glas woedend tegen de muur smeet. Ergens was dit ook wel.. therapeutisch. Ze had in de bak immers niet kwaad kunnen zijn zonder meteen gevolgen te voelen.
  3. [1838/1839]You happy?

    Een van de pijnlijkste dingen was dat hij vroeg of hij iets voor haar kon doen. In een andere situatie had ze daar geen problemen mee gehad, ze vroeg Austen vaak om haar hier en daar te helpen met dingen. Met dingen in hun kamers omdat het soms gewoon teveel werd, met klusjes voor haar werk omdat ze hem graag wilde betrekken in haar wereld, stiekem wilde dat hij er net zo zou van genieten als zij. Meghan hoefde geen opvolger, die wens was iets voor een ander soort mens, het soort mens dat ze achterliet toen ze uit huis vertrokken was, maar het zou wel en fijn gevoel zijn als ze iets wat zo fundamenteel belangrijk was, haar werk, kon delen met iemand die nog belangrijker was, haar zoon. Het probleem niet was dat hij haar wilde helpen, het probleem was dat ze hem zou moeten helpen. Hij had het misschien nog moeilijker dan zij, ze was zijn moeder en ze zou nu iets moeten zeggen om alle zorgen te kunnen wegnemen. Maar dat kon ze niet. Ze faalde in moeder zijn, zijn moeder zijn. En dat was juist iets waar ze al die tijd voor gevochten had om te kunnen doen. Goed te kunnen doen. “Nee lieverd, maak je geen zorgen”, ze aaide even door zijn haar, zoals ze vaker deed in stressvolle situaties. “Ik red me hier wel, ik denk dat ik in januari vast wel weer naar huis mag, dat is heus niet zo lang”. Het was niet onwaar. Het was vreselijk hier, ze zou er misschien niet helemaal hetzelfde meer uitkomen, maar ze kwam er wel uit, ze kwam er wel doorheen. Ze zou nooit wensen dat ze Austen niet had gehad, maar het enige waar ze tegenop zat was het feit dat ze niet de enige was die hier doorheen moest komen. Dat hij dat ook moest. “Beloof je.. , probeer je”, ze beet even op haar lip, ongemakkelijk zoekend naar woorden, iets waar ze normaal geen moeite mee had, “beloof je dat je probeert een fijne kerst te hebben? NIet teveel aan dit te denken? Het duurt echt niet lang en over een tijdje is dit alles gewoon maar een verhaaltje”. Konden ze doen alsof het niet gebeurd was.
  4. [1838/1839]You happy?

    “Oh vast, ik kan me niet herinneren dat ik me er heel druk om maakte maar..”, ze fronste even terwijl ze probeerde terug te denken aan haar examenperiode, Ze was zenuwachtig geweest omdat ze het goed had willen doen, maar het had nooit echt uitgemaakt of ze het goed zou doen. Ze had altijd geweten dat ze wel binnen zou komen, dat haar vader wel een docent kende op de uni die een goede referentie kende, dat haar familie wel ergens een donatie kon doen. En daarna toen dat niet zo was had het ook niet echt meer uitgemaakt. Uiteindelijk was ze nooit gaan studeren. En dat nam ze hem niet kwalijk. Ze zou hem nooit in zijn leven iets kwalijk nemen want hij was compleet haar eigen keuze geweest was. De belangrijkste die ze ooit gemaakt had. En het enige wat haar stak was dat door die keuzes hij zich nu zorgen moet maken om een beurs. Want zij kende geen docent aan de uni die wel een goed woordje kon doen. Ze verwachtte niet echt dat haar vader zijn nek daarvoor wilde uitsteken. Alhoewel een kinderachtig deel van haar graag een brief wilde sturen vanuit hier. (Het zou het eerste contact zijn wat ze in vijftien jaar zouden hebben. Ha) met de vraag of hij dat wel wilde doen. Gewoon om zijn reactie voor te kunnen stellen. “Ga je ook al naar open dagen? Of is dat alleen voor laatstejaars. Ik weet nog dat ik daar er pas achter kwam wat ik eigenlijk wilde gaan doen’ Ironisch eigenlijk. Dat was ook waar ze David ontmoet had. “Ik weet zeker dat je er wel uitkomt wat je wilt”, ze pakte voorzichtig zijn hand vast. “En wat je ook wilt ik zorg wel dat je die studie kan gaan doen”. Beurs of niet. Haar zoon zou gaan studeren als hij dat wilde.
  5. [1838/1839]You happy?

    “Ik vind dat ik er naar omstandigheden nog best goed uit-zie, bedankt he”, probeerde ze maar te grappen zodat ze niet, niet, nog dieper om het concept ~hoe gaat het~ moest ingaan. (De reactie klopte op zich. Ze was altijd ijdel geweest. Hij klopte gewoon niet in context). Het ging niet en het ging elke dag nog een beetje minder. Maar dat wilde en kon ze hem gewoon niet vertellen. “Oh”, met een dankbaarheid waarvan ze zelf niet had geweten dat ze het kon voelen voor wat chocolade en een boek, nam ze de dingen aan. Ze wist nog niet hoe ze dat boek mee ging nemen, waarschijnlijk pakten ze het van haar af het moment dat haar zoon de deur uit was). Maar ze was ook vastbesloten het niet kwijt te raken. Dit boek, haar lievelingsboek, gekregen van haar zoon, was een nieuw houvast in de eindeloze dagen van constant maar vallen en denken dat je het dieptepunt bereikt had. Om er vervolgens achter te komen dat elke keer als je wakker werd en nog altijd in de cel zat er nieuw verdriet was waar je mee moest dealen. Om erachter te komen dat het niet uitmaakt of je alles bij elkaar schreeuwde en je zo hard mogelijk verzette, of dat je bang in het hoekje van de cel weg kroop als de etens luikjes open gingen en de bewakers met grote ogen aanstaarde. Als ze zin hadden om je net wat dieper te duwen dan deden ze dat. Eikels. Maar dit boek dit werd haar houvast, dan kon ze weer omhoog klimmen en dan zouden ze niet winnen. “Heb je al geleerd voor je Slijmballen”, probeerde lichtelijk streng, al was het maar zodat ze de rol van moeder nog een beetje kon behouden. Ze stopte een stukje chocolade in haar mond en wierp een vuile op de bewaker, die ook aan het genieten was van de chocolade. “Weet je eigenlijk al wat je straks na Zweinstein wilt doen liefje?” Want dit was echt de plek om dat soort gesprekken te hebben.
  6. [1838/1839]You happy?

    Meghan was het soort moeder dat eigenlijk altijd te eerlijk was tegen haar kind. Dat als Austen als kind ingewikkeld vragen stelden, en dat deed hij, gewoon een, zo uitgebreid mogelijk, eerlijk, antwoord gaf. (Vaak ging ze ook nog zoeken naar bronnen in haar eindeloze verzameling boeken). Dat deed ze bij alle vragen, zelfs als het antwoorden waren die je als kind misschien niet wilde weten. Meghan had nooit geloofd in het fenomeen dat je kinderen maar voor moest liegen, dingen niet moest vertellen, dingen mooier voor ze maken dan ze waren. Als ze erom vroegen dan wilden ze het weten. Er was een vraag die ze nooit beantwoord had. Dat was de vraag wie zijn vader was. Maar ze had nooit erover gelogen, altijd geantwoord dat hij dat niet hoefde te weten, dat het niet belangrijk was, altijd erom heen gepraat, het onderwerp veranderd. Maar nooit gezegd dat ze het niet wist. Dus toen hij vroeg hoe het ging, toen zij vervolgens door een geforceerde wankele glimlach zei dat het “Best goed”, ging, dat was het allereerste moment dat ze echt met opzet loog tegen haar zoon. Maar ze wilde graag dat het goed met haar ging. Ze wilde dat hij niet wist dat het slecht met haar ging. Ze wilde dat ondanks dat alles slecht ging ze dit moment konden koesteren als iets goeds. Want als dat niet zo was, misschien wilde hij dan wel niet meer komen. En ze had hem al zo gemist. “Hoe gaat het op school, heb je nog plannen voor de kerst”, vroeg ze hoopvol terug. Ze wist niet of ze wilde horen dat hij grote plannen had om alsnog een geweldige kerst te hebben of dat hij elke dag hier ging zijn. Ze wilde het beide en ook allebei niet.
  7. [1838/1839] Comitting the truth

    Ze wilde zo graag weten waar hij die papieren voor wilde hebben. (Waarschijnlijk niet om veilig terug te leggen, Meghan was misschien wel impulsief maar niet dom). Niet eens omdat ze perse interesse had in zich bemoeien met Ericś zaken, niet specifiek zijn zaken in elk geval. Maar dit was onverwacht en alles wat ze niet kon begrijpen wilde ze begrijpen. Een kinderlijke drang die ze nooit had losgelaten, of de moeite voor had gedaan om het los te laten. Maar hij leek niet echt open voor gesprek en Meghan was koppig maar ze wist wanneer ze zich gewonnen moest geven. (Nee, dat was een leugen eigenlijk. Maar als ze nu deze man tegen zich in het harnas jaagde dan kreeg ze er niks mee. De papieren inleveren, zodat hij zou zorgen dat ze haar niet konden verdenken en vervolgens de dingen die ze thuis had liggen zo snel mogelijk naar buiten brengen, dat was een klein offer voor een groter doel). Meghan stopte nooit haar strijd maar kon nog wel kiezen welke strijd ze voerde. “Het zei zo”, zuchtte ze gespeeld verslagen terwijl ze de papieren aan hem gaf. Om zich vervolgens zo snel mogelijk uit de voeten te maken zodat ze aan het werk kon. .. Ze had verwacht dat als hij eenmaal alles had weggestopt ze niet meer kon worden beschuldigt. Dat ze zichzel vrij spel cadeau had gedaan. (Je kon mensen immers niet beschuldigen zomaar toch, en hij zou zorgen dat niks naar haar toeging toch?). Helaas vertelden de beveiligers die haar de volgende ochtend uit bed kwamen lichten iets anders. Fuck. Topic done~
  8. [1838/1839] Comitting the truth

    MIsschien moest ze hem maar gewoon de beveiliging erbij laten roepen. Met dat soort mensen kon ze omgaan, mensen die gewoon maar orders opvolgden omdat hen dat bevolen werd. Mensen die zelf geen mening hadden over dingen. Mensen waar ze gewoon van weg kon rennen of ze kon vervloeken omdat ze gewoon..obstakels waren. Deze man met zijn dreigementen en interesse in waarom, hoezo leek niet het persoon die dingen deed omdat het nou eenmaal zo hoorde. En dat was altijd lastiger. Meer kans van slagen, meer kans van ergens nog onderuit komen. In interesse of afschuw lag immers nog altijd meer menselijk dan in gewoon maar orders opvolgen omdat het je werk was. Maar wel lastiger, omdat hoe menselijker mensen zich gedroegen hoe complexer ze werden. “Het gaat om het principe ” zei ze rustig. Want ergens was het fijn zichzelf te kunnen uitleggen. Eigelijk zocht ze wel naar mensen die het begrepen. Wie weet vond ze hem hier. “Het maakt niet uit of ik interesse heb in deze papieren, het gaat erom dat vast iemand interesse heeft en iedereen heeft recht om te weten wat en wie zich hier bevindt”. Ze kon een beetje uitdaging niet uit haar stem of handelingen houden, wist dat het niet slim was maar kon het gewoon niet helpen. “Ik denk dat heel veel mensen wel interesse zouden hebben als ze wisten wat hier was” Ze had al wat dingen thuis-liggen. Zelfs al zou hij haar nu alles afpakken dan had ze genoeg om mensen kwaad genoeg te maken. En dan zouden ze vanzelf eisen dat de gesloten poorten van de archieven werden opgebroken toch?
  9. [1838/1839] Comitting the truth

    - Uit reflex greep ze naar haar toverstok toen ze ineens de stem achter zich hoorde. Het was meer een schrik-reactie, omdat ze inderdaad verzonken was geweest in haar werk, dan iets anders. Meghan was nooit een uitblinker geweest in magie, nooit slecht gewoon… theorie was altijd makkelijker geweest. Ze zou de verstoorder dan ook hoogstwaarschijnlijk niet kunnen duelleren en had daar tevens geen behoefte aan. Je ging niet met spreuken gooien in een ruimte vol belangrijke waardevolle papieren, dat was gewoon zonde. Maar toch bood het handvat van haar staf een soort houvast in deze nieuwe situatie. “Genoeg”, zei ze kil maar niet onbeleefd. Een toon die ze zich aangeleerd had in een ver verleden, toen ze nog in kringen verkeerde waar die tone-of-voice er een was die je eigen moest maken om te overleven. In paniek viel ze dan toch altijd weer terug op dat soort gewoontes. Moest ze eens iets aan gaan doen, noteerde ze mentaal voor zichzelf. “ Als u weet dat ze missen, dan weet u vast ook wel wat er in staat. Dus dan kunnen we die vraag ook onder om dingen heen draaien plaatsen?”. Ze vroeg zich af of verschijnselen in het minsterie mogelijk was. Wist nog niet zeker of ze die gok durfde te wagen.
  10. [1838/1839] Comitting the truth

    Ze zich op deze beruchte avond laten insluiten in de archiefkamer. Zodat ze hele nacht had om precies te kijken welke dingen van nut waren voor wat ze wilde doen. Ze mee te nemen en daarna nooit meer terug te komen. Ze zou haar baan niet missen en het was niet alsof je na hoogtepunt nog door kon gaan als je een klokkenluider was. Niet op dezelfde plek in elk geval
  11. [1838/1839] Comitting the truth

    De truc van dingen magisch van uiterlijk laten veranderen werkte nog steeds. Ze had al aardig wat dingen thuis liggen. Niet al te veilig verstopt want Meghans waakzaamheid verviel het moment dat ze haar eigen veilige haven inliep. Daar moest ze misschien ooit iets aan gaan doen maar momenteel was het ook wel een verademing. Ze had al een hoop maar nu ze begonnen was wilde ze meer. Wilde ze verder.
  12. [1838/1839] Comitting the truth

    Het ging niet altijd goed. Zeker bij de wat waardevollere dingen moest ze soms een goede smoes verzinnen waarom het weg was. Of waren mensen gewoon meer op hun hoede. En zelfs die paar keer dat ze moest doen alsof iets per ongeluk in haar tas beland was omdat iemand het oprecht daar had gezien. Het maakte haar zenuwachtig, Maar ook meer gemotiveerd.
  13. [1838/1839] Comitting the truth

    Dus ze was begonnen met kijken of ze zo nu en dan een papier kon meenemen dat ze in het wild zag liggen. Gewoon om te kijken hoe snel het gemist zou worden. De inhoud maakte niet echt uit. En opzich, opzich viel dat wel mee hoe snel dat ging. In de molen van bureaucratie ging immers veel verloren zonder dat mensen het doorhadden.
  14. [1838/1839] Comitting the truth

    Oefening baart kunst dus ze had, hoe graag ze ook wilde, niet meteen de hoofdprijs gepakt. Met haar eigen werk, haar boekhandel (wat ze nog steeds deed, maar naast dit) was ook niet een - twee - drie begonnen. Dat was ook begonnen als kinderspel. De verboden bieb op Zweinstein, een boek toevallig op de verkeerde plek neerzetten (in de niet verboden afdeling) en dan aan die ene jongen in Zwadderich doorgeven op welke plank zijn boek stond, Het was een kaft vervangen en een van haar spreukenboeken terugzetten terwijl ze een boek over giffen aan haar slaapzaal-genootje doorschoof. Een boek dat ze makkelijk in publiek kon lezen omdat het van buiten gewoon een spreukenboek leek. Nu was het al iets groter. Maar dat had ook tijd gekost. Hoe vervelend ze het ook vond.
  15. [1838/1839] Comitting the truth

    Vrijdagavond /nacht 19 oktober Het was niet makkelijk geweest, moeilijker zelfs dan ze gedacht had. Deze baan was moeilijker dan ze gedacht had. En ze ging dat nooit hardop zeggen want ze gunde het Jupiter de Haviland niet dat hij dat misschien te horen kreeg. Ze had het makkelijker verwacht. Had verwacht ook dat het sneller lukte. Maar nu, nu was het eindelijk zover.
×