Jump to content

Seneca Damarcus

IC Schoolhoofd
  • Content count

    27
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    5

Seneca Damarcus last won the day on December 2

Seneca Damarcus had the most liked content!

About Seneca Damarcus

OOC Profiel Informatie

  • Membergroups
    MV
  • Naam
    Lisa

Profile Fields

Recent Profile Visitors

154 profile views
  1. Here's to you, you old wreck.

    Hij grinnikte. Nee, hij was nooit gelovig geweest, hield ook niet van dat soort nonsens. Het was bijzonder in deze tijd om niet gelovig te zijn in hogere machten, maar de enige hogere macht die hij ooit had gekend was zijn vader – met zijn broer Saphir om in die voetstappen te treden. De familie Damarcus was een bepaalde religie op zichzelf, een soort geloof waar de middelmatige Seneca de judas was in het verhaal. Hij had zelden contact met het resterende van zijn familie, maar droeg de naam nog met trots. Gewoon, omdat het macht uitstraalde. ‘Nee, ik persoonlijk zie het als hersenspinsels. Verzonnen door de mensheid zelf om te voorkomen dat de schuld van onze zonden bij onszelf komen te liggen.’ Seneca was wel een wijs man, echt waar. Het kwam alleen niet vaak voor dat hij een persoonlijk gesprek had waar hij deze innerlijke wijsheid kon uiten. Ze mocht zich vereerd voelen, mevrouw Saint. Wellicht bestaan gevallen engelen dan toch echt. Het was alleen zo jammer dat ze het niet meende, dat ze hem gebruikte voor eigen doeleinden – hij was heus niet achterlijk. De complimentjes die na haar vraag over religie volgden bewees namelijk zijn gelijk en daarom besloot maar weer zijn mond te houden. ‘L’Orfeo, een Italiaanse opera waarbij een prachtige vrouw gered wordt van de onderwereld, nadat ze gebeten is door een slang.’ Het klonk als een prachtig verhaal, al zei hij het zelf. Gelukkig wist de jongedame voor hem niet dat hij zichzelf vooral associeerde met de slang in het verhaal en niet de held Orpheus. Hij had ook expres enkel gereageerd op de laatste vraag, want in de rest van haar woorden lag simpelweg zijn interesse niet. Als ze nou eens gewoon stopte met dat door ratelen, dan zou het een veel fijner gesprek zijn. Hij hield niet van dat raaskallen, dus kon mevrouw Saint daar alstublieft mee stoppen? Het verpestte zijn humeur. Goed, ze was gewillig met hem meegegaan en tot nu toe verliep zijn plannetje geheel zoals hij wilde. Ze bleef tenminste niet meer doorpraten over toneel, opera en religie – dat scheelde al een hoop. Ze lag in zijn armen, dicht tegen hem aan gedrukt en hij kon de zoetheid van haar bruine lokken opsnuiven, als een soort drug waar hij euforisch van werd. ‘Ik dans als engelen zoals u dat toelaten.’ Een tedere fluistering. Ach, als ze dan toch gelovig was kon hij dat net zo goed in zijn voordeel laten werken. ‘U bent een prachtige verschijning, Sara.’ Het was de eerste keer dat hij haar bij haar voornaam noemde, om de afstand tussen hen te verbreken. Met haar rechterhand kamde hij delicaat haar bruine haren, terwijl hij haar hoofd iets dichter tegen hem aandrukte als een innige knuffel. En zo wiegden ze samen op de muziek tot deze stopte. Pas toen dat gebeurde pakte hij haar met wijsvinger en duim toegenegen bij haar kin en kantelde haar gezicht naar hem toe. Hij moest liefdevol zijn bij Sara en haar het gevoel geven dat zij de touwtjes in handen had. Lieflijk staarde hij in haar ogen, bedwelmd door alcohol en euforie. Het was nu aan haar of ze het echt wilde – en oh, wat hoopte hij dat ze het wilde, want dan had hij haar gewonnen en kon ze als pronkstuk in zijn collectie dienen. Wat was de heer Damarcus toch een edele gentleman.
  2. Dit was wat hij wilde. Haar lichaam, de mooie vormen van de zoete jeugd en het jonge vlees. Hij nam elk detail van haar slanke postuur in zich op en dat resulteerde in een smalende glimlach van zijn kant. Het meisje had zichzelf aangeboden op een presenteerblaadje, terwijl hij nog nooit eerder woorden met haar had gewisseld. Er was geen god waar hij in geloofde, maar toch begon hij te twijfelen bij het aanzien van dit geschenk. Hoe oud zou ze zijn? 16? 17? Dat werd nog wel gedoogd toch? In ieder geval zag ze er prachtig uit en moest hij haar gewoon goed intimideren om het niet verder te vertellen. Een schoolhoofd dat naar bed ging met al zijn leerlingen was nou niet bepaald iemand om over naar huis te schrijven. Nee, hij was nog niet klaar voor Azkaban. Christus, wat had ze een goddelijk lichaam. Hij wilde zijn nagels in haar prachtige egale huid zetten en de warmte van haar lichaam tegen zich aan hebben. En de frisheid van zijn kantoor maakte het hele sprookje compleet, want haar tepels waren stijf en haar pronkende borsten stonden vol. ‘Neem gerust nog wat drinken, liefje.’ Zijn stem klonk kalm en beheerst, terwijl hij nog even naar haar bleef kijken. Seneca was een man die graag zijn dominantie kon uiten in zijn seksuele handelingen. Het maakte hem machtig, vond hij zelf. Langzaam kwam hij uit zijn stoel overeind en liep naar Gemma toe. Met zijn rechterhand greep hij haar hardhandig in haar nek en drukte zijn lippen fel op de hare. De kus duurde misschien enkele seconden, waarna hij zijn lippen zachtjes tegen haar oorlel drukte. ‘Nu gaat u op uw knieën zitten en mag u mijn pantalon uit doen.’ Seneca siste zachtjes, terwijl hij met zijn rechterhand nog even subtiel aan haar lokken trok. Hij had in de jaren die hij vluchtend doorbracht veel andere culturen leren kennen. Niet alleen heeft hij veel dingen gezien, maar ook met vele mensen het bed gedeeld die hem enkele trucjes konden leren. En als hij deze trucjes niet kon onderwijzen aan Gemma, dan was hij geen goed schoolhoofd, toch?
  3. Cold and self-involved

    Een lieve man die cadeautjes gaf, was hij zeker niet. Het grappige van rijke mensen was vooral dat ze erg gierig konden zijn en dat was dan ook de reden waarom ze hun rijkdom behielden. Hij zou hooguit wat drankjes voor het meisje betalen, maar hij zou nooit haar verleiden met cadeautjes – dan zocht hij wel een ander slachtoffer. Niet dat hij wist dat zij dat misschien hoopte, maar goed, aandacht kon hij genoeg bieden. Echt waar! Hij had niet zo’n serieus pruilerig antwoord nodig, heus niet. Hij was de dronken en oude man die neerslachtig mocht praten over het leven, maar dat gaf haar niet de privilege om er ook daadwerkelijk op in te gaan. Iedereen wist toch dat je oude mensen moest laten lullen en vooral niet al te veel moest reageren op hun melancholieke taal? Nu moest hij hier ook weer antwoord op geven, verdomme. ‘Dat is ook zo.’ Hij wilde er een vraag van maken, maar dan kwam hij nooit van het onderwerp af. Dus een bevestiging van wat het knappe dametje zei was beter. Hij had haar weer even naar haar omgedraaid en kon meteen haar gekantelde hoofd opvatten als een kleine poging om avances te maken. De vraag die daarna kwam was het juiste stapje in de goede richting om hem te overtuigen. Ja, hij zou het meisje naast hem in zijn klauwen willen hebben. Hij wilde zijn scherpe tanden in haar tere huidje zetten en zijn slangachtige gif in haar spuiten. Het was haar eigen schuld, want zodra ze haar hand op zijn arm neerlegde was er helaas geen weg meer terug. ‘Oh honey, I would love some distraction from my empty and pathetic little life.’ Het was zijn beurt om een pruillipje te vormen, waarna hij nog een grote slok nam van zijn drankje. Hij boog even voorover, iets meer naar haar toe en hief vervolgens zijn linkerhand richting haar zachte en licht blozende wangen. ‘En hoe ziet u die afleiding voor zich?’ Een liefdevolle glimlach, om de poppenkast compleet te maken. Ze maakte het hem zo makkelijk.
  4. Ach, het arme ding. Het was een genot voor hem om haar zo te zien. Ze daagde hem uit, maar ook wel op een manier dat ze zelf misschien wel twijfelde aan haar eigen wijze om hem te provoceren. Hij zou haar gemakkelijk aankunnen en hij had immers toch niets te doen. Daarom liep hij maar naar de andere kant van zijn bureau voor ze antwoord had gegeven op zijn vraag die ze eigenlijk niet had hoeven te antwoorden. Hij pakte uit zijn lade een boekje, met daarin wel meer dan vijfhonderd lijfstraffen beschreven. Ja, het was misschien wel één van zijn meest favoriete literatuur dat hij bezat. Ja, het was niet slim van haar om zo brutaal te zijn tegen iemand die ze niet kende en ook nog eens een oudere en machtigere man was. Eigenlijk deed hij haar gewoon een plezier om haar te leren dat ze niet zomaar menig mens kan vertrouwen. Wat was hij toch weer een subliem heerschap, al zei hij het zelf. Toen hij het boekje open sloeg en erin bladerde gaf het meisje het meest debiele antwoord die hij ooit eerder had gehoord. Regels overschrijven en nablijven? In de hoek staan? Het was niet zo dat ze een paar punten en komma’s was vergeten bij haar huiswerk, ze had verdomme gewoon tegen de schenen aan geschopt van het schoolhoofd! Hoe durfde ze te denken dat ze er zo makkelijk van af zou kunnen komen? Lachwekkend was het - en de bijpassende schaterlach kon hij dan dus ook niet onderdrukken. Hij had tijdens het lachen niet eens meer haar aangekeken, maar bladerde door het boekje heen. ‘Ach lieverd, die regels kunt u op uw buik schrijven, want zo ga ik niet te werk.’ Hij keek even op nadat hij was blijven haken op een bepaalde bladzijde. ‘U heeft de verkeerde man uitgekafferd en dat zal u nu gaan voelen ook-’ Hij hield een korte pauze en maakte zijn lippen nat. ‘-Liefje.’ Hij stapte naar de eikenhouten kast in de hoek en toverde met een kleine draai een stuk touw tevoorschijn die hij met een ingewikkelde knoop vastbond aan de bovenkant van de kastdeur. Vervolgens liep hij naar Elena met een smalende glimlach om zijn lippen en greep haar weer aan haar bovenarm. ‘Ik heb hele leuke ideeën voor ons samenzijn.’ Hij klonk enthousiast, alsof hij als peuter aan zijn ouders het nieuwe trucje kon laten zien die hij had geleerd. Seneca greep het touw vast en hing het kleine meisje aan haar polsen aan de kast, met haar gezicht richting de kast gericht. ‘Ik hoop dat u hier van gaat leren, popje. Het is namelijk voor uw eigen bestwil.’ Siste hij zachtjes in haar oor, terwijl zijn gezicht heel dicht bij de hare kwam. Na deze woorden bukte hij om haar rok teder naar beneden te trekken, waarna haar ondergoed zichtbaar werd. Voorzichtig trok hij de achterkant van dit ondergoed bij haar billen ook naar beneden, zonder de voorkant mee te nemen. Het ging hem nu niet om zijn begeertes, maar om de straf die hij haar wilde bieden. Hij hoefde haar niet op seksueel vlak te gaan benaderen, dat was zijn bedoeling helemaal niet zelfs. Hij had voor dit tafereel alleen nog maar zijn zweep nodig en die lag natuurlijk als een gewoon dagelijks gebruiksvoorwerp in zijn andere bureaulade. Toen hij deze eenmaal had ging hij achter haar staan, deed zijn arm omhoog en sloeg vervolgens met een ferme klap tegen haar billen. ‘Dit lijkt meer op een straf, hé schatje?’ En Seneca? Die was overspoeld met triomf.
  5. Hij voelde zich eenzaam. Het was alweer een tijd geleden dat hij Zweinstein had verlaten of dat er iemand op het late uur zijn kamertje binnen was gewandeld. Deze activiteiten maakten zijn leven wat interessanter. En met activiteiten bedoelde hij natuurlijk de jonge meisjes van de nacht. Niet dat hij zijn leerlingen als hoeren bestempelde, maar die kindertjes van het vrouwelijke geslacht waren altijd aan het spoken op dit uur van de avond. En op één of andere manier vonden ze het leuk om dan even bij hem langs te komen. Wellicht was het zijn grandioze wijncollectie, zijn bittere macht of hadden de puberale meisjes gewoon bepaalde behoeften die alleen een wijs man kon stillen – hij wist het helaas niet precies, wat hem zo aanlokkelijk maakte. Nadat hij de dure fles bordeaux had leeggedronken was hij van plan om toch maar zijn avond te vervolgen onder het genot van goedkope drankjes in kroegen. Eenmaal toen hij opstond klopte er iemand op de deur. ‘If you are a bloody moron, I will fucking kill you.’ Siste hij in zichzelf en dat meende hij. Hij had geen behoefte aan één van die idioten die kwamen bedelen voor een hoger cijfer. Die jongens dachten wel dat ze het voor elkaar konden krijgen bij die bittere professor Damarcus. Well, fuck off! ‘Come in.’ Zijn ogen waren spleetjes, terwijl hij zijn zicht focuste op de persoon die binnen kwam. Het duurde enkele seconden tot hij besefte dat het niet zo’n idiote rat was, maar een mooi pronkstuk die hij weldegelijk kon bestempelen als één van de meisjes van de nacht. Hij moest ze eigenlijk op gaan schrijven in een soort dagboek. Hun foto’s erbij plakken en als herinnering bewaren met als titel: Seneca’s meisjes van de nacht. Leuk, voor later. Zijn blik was nors, want hoewel het meisje een lust op het oog was, kon hij zeker niet te vroeg gaan juichen. Ze was intelligent, dat was hem al eerder opgevallen – dus als ze hier voor hem stond met een missie, dan was het erg lastig om haar in te palmen. Hij had om eerlijk te zijn ook geen behoefte eraan om al zijn specialiteiten uit zijn trukendoos te halen, terwijl hij in de kroeg binnen twee minuten een slachtoffer zal vinden. Nee, hij had al een hele fles wijn op en dat zou teveel moeite kosten. Hij moest dus gewoon even snel van haar af, maar toen het meisje met de naam Gemma deze woorden over haar lippen liet glijden – op het moment dat hij net een slok nam van zijn laatste beetje wijn – verslikte hij zich en begon hij te proesten. Meende ze dit nou? Wilde ze nou echt haar lichaam aan hem geven voor een paar stoffige boeken? Dit had hij nog nooit meegemaakt, dat de slachtoffers zich voor zijn voeten wierpen. Goed, hij had zichzelf weer bij elkaar geraapt en als zij dit zo graag wilde, wie was hij om die wens tegen te gaan? Hij zou het jonge meisje voor hem even laten zien wat genot kon zijn. Zijn lippen hadden een smalende grijns en zijn ogen stonden mysterieus, maar nieuwsgierig. Hij stond op, pakte een extra glas en opende zijn tweede fles bordeaux. Het waren langzame, maar sierlijke handelingen waarmee hij de glazen inschonk en het tweede glas aan de andere kant van zijn bureau zette – het enige voorwerp wat hem nog scheidde van haar. Seneca nam weer plaats in zijn stoel en ging achterover zitten, waarna hij zijn voeten op tafel gooide. Voor ongeveer dertig seconden bleef hij haar bedenkelijk aankijken voor hij langzaam zijn lippen van elkaar deed weken. ‘Begin maar met uitkleden.’ Hij wilde haar naakte lichaam eerst bewonderen, voor hij het aan kon raken.
  6. Here's to you, you old wreck.

    Ach, het arme lammetje, een prooi voor de grote boze wolf voor haar. Little did the poor thing know. Mevrouw Saint met haar familie, kinderlijke verplichtingen en puberale uitingen was voor de heer Damarcus een lust voor het oog. Ze was aandoenlijk, zelfs zo aandoenlijk dat hij zijn sterke armen om haar heen wilde slaan en fijn wilde knijpen, want daar was ze veilig. Misschien wel net iets te hard, waardoor ze een kleine kreet niet zou kunnen onderdrukken. Het jonge vlees, de jeugdige onschuld. Het arme kind wist nog zo weinig van de wereld en Seneca zou Seneca niet zijn als hij de bubbel van onschuld niet zou willen laten knappen – haar openbaren voor de grote boze wolf en de andere nachtmerries in het leven. Hij wilde haar van haar onschuld beroven en dat begon te jeuken. In zijn gedachten, in zijn handen – door zijn hele lichaam. Hij leek heus wel geïnteresseerd te zijn in haar zielige verhaaltje, hij knikte zelfs braaf zo nu en dan. ‘Ach lieverd, geloof maakt meer kapot dan je lief is.’ Hij nam weer een grote teug van zijn bloedrode wijn. ‘Maar laat mij maar praten, ik ben een oude man.’ Er leek bijna verdriet in zijn stem te zitten. Of hij van theater hield? Nee, hij vond het een poppenkast voor achterlijke en sneue zielen die afgeleid wilden worden van hun onbehagen leventjes – maar dat zei hij heus niet hardop. ‘Mijn persoonlijke voorkeur ligt bij opera, maar ik weet niet of dat ook onder uw idee van theater valt.’ Hij stond op, stapte naar de grammofoon verderop in de kamer en toverde met een zwiep aan zijn toverstok operamuziek. ‘Maria Callas.’ Een zachte fluistering, een bevestiging van de plaat die hij liet draaien. Hij sloot even zijn ogen, stak zijn vinger in de lucht – als een soort bewijs dat ze moest luisteren en draaide zich weer naar haar toe. Zonder iets te vragen en met een soort hypnotiserende blik in zijn ogen, pakte hij het glas uit haar handen en zette het op zijn bureau. ‘Dans met me, Lief.’ Een koosnaampje om haar rond zijn vinger te winden. Zonder te wachten op een reactie stak hij zijn hand uit en trok haar omhoog, om vervolgens haar dicht tegen zijn lichaam te drukken. En op het moment dat zijn gezicht dicht bij de hare was, ze zijn ademhaling tegen haar huid kon voelen en wellicht nog wel haartjes van zijn sik tegen haar aan voelde raspen, kwamen zijn lippen voorzichtig van elkaar. ‘Vind u het mooi?’ Hij fluisterde. Niet het gesis wat ieder gewend van hem was, maar een teder gefluister, waar bijna gevoel in leek te zitten. Ach, schijn bedriegt, want hij had haar waar hij haar hebben wilde: tegen zijn lichaam en in een goede greep. Wonderbaarlijk was wel dat hij nog zo helder kon denken, na al die dorstlessende wijn, of was het wellicht zijn eigen associatie? Helaas was zijn honger daarentegen nog niet gestild.
  7. Wat dacht ze nou? Dat hij haar nu los zou laten en vrolijk verder zou laten huppelen, om vervolgens op de tenen te springen van elke andere professor die in haar weg kwam? Dat ze na het blind noemen van een superieur schoolhoofd geen enkele consequentie kon verwachten? Ha, het roekeloze wicht. Hij zou haar even laten zien wat straffen was om te voorkomen dat hij nogmaals zo tegen zijn schenen zou worden getrapt. Toen ze eenmaal begon te schreeuwen dat hij haar pijn deed, was hij er helemaal klaar mee. Hij greep haar op een harde manier bij haar bovenarm, bukte naar haar oor en siste: ‘Ik weet niet wat er in uw minuscule brein rondgaat, maar ik kan als schoolhoofd uw leven een grote hel maken.’ Hij wilde weer omhoog komen, maar bedacht zich. ‘Misschien zal ik daar nu maar even mee beginnen, om een volgende confrontatie tussen ons beide te voorkomen.’ Seneca kwam deze keer wel omhoog en verstevigde zijn greep, waarna hij met flinke passen richting zijn kantoor liep – die wel heel toevallig om het hoekje was – zodat de kans kleiner was dat ze iemand tegen zouden komen. En dat kleine rotkind? Die sleurde hij gewoon lekker met zich mee. Toen hij de deur eenmaal had open gegooid, gooide hij het kleine kreng op zijn fauteuil voor het haardvuur en sloot de deur met zijn toverstok, die hij inmiddels onder zijn mantel vandaan had getrokken. ‘Colloportes.’ Siste hij, wat erop duidde dat hij de deur vergrendelde. Langzaam ging hij op de rand van zijn bureau zitten. ‘Goh, wat zal ik nu eens met u gaan doen, meisje?’ Hij wierp zijn ogen naar het plafond, als een noodkreet met de aanduiding dat hij niet meer wist hoe hij met al het gespuis om moest gaan. ‘U bent zo een mooie verschijning voor het oog, my sweet cherry-blossom.’ Heel even schudde hij zijn hoofd. ‘Het zou zonde zijn om dat lieve tere lichaampje wat aan te doen, vind ik u ook niet?’ Hij keek haar aan en rafelde voorzichtig en bedenkelijk aan zijn sik. ‘Dus vertel het me maar, liefje. Hoe zal ik u nu even gaan straffen? Ik ben benieuwd of uw ideeën van een straf in de buurt komen van de mijne.’ Alsof zij wat te vertellen had in het bedenken van haar straf. Hij verveelde zich gewoon, wilde even wat spanning opwekken – misschien als hij erg zijn best deed, kon hij nog wat angst proeven.
  8. [1837/1838] From the dining table

    Toen hij zijn weg vervolgde naar de uitgang van de grote zaal, bedoelde hij ook echt dat hij zo snel mogelijk weg wilde zonder tegengesproken te worden. Nu was het zo geweest dat er twee ‘spijtige’ insecten op hem af waren gestormd om hem even te ‘helpen.’ Als er een reden geweest waarom hij hulp nodig zou hebben, dan had hij het heus wel laten merken en als dat niet gebeurde? Bleef dan even lekker uit zijn buurt. Vooral als je hem net had bekogeld met gerechten van middelmatige kwaliteit. Het ergste van alles was dat de wanhopige rat naast hem ook nog eens een klassenoudste was en dus meer verantwoordelijkheid zou moeten bezitten dan dat hij nu toonde. Wat was hij nu aan het doen? Probeerde hij nou echt aan het schoolhoofd te zitten? Was hij wel helemaal goed bij zijn hoofd? Voordat zijn hand met daarin de servet zijn haar kon bereiken, schoot de hand van Seneca naar zijn pols om hem in een sterke greep tegen te houden. ‘Ik weet niet wat u nu in uw hoofd probeert te halen, Twát-’ Hij had zijn ogen samengeknepen en siste zachtjes, maar streng naar het gevaarte voor hem. '-maar, ik zou maar heel gauw uit mijn zicht verdwijnen, voordat u mijn persoonlijke slaaf wordt voor de rest van het jaar.’ Seneca’s gesis was zacht, als een pijnlijke fluister in de jongeheer zijn oren, wat hopelijk tot angst zou leiden. Daarna gaf hij de jongen, door middel van zijn hand die de pols vast had een kleine duw om hem aan de kant te zetten. Het was de beurt van het domme griet, dat als een kip zonder kop achter die halve gare liep. ‘Mejuffrouw Kane, ik hoop dat u niet aan een spreuk zit te denken. Mijn dure kledij en iets verouderde lichaam zou ik namelijk graag willen behouden, zonder deze te besmetten met uw magische onkunde.’ Een beheerste stem, met een knikje als afscheid. Het was tijd om weg te gaan, weg van deze poppenkast. En snel een beetje.
  9. Het leek een soort stoom dat uit zijn oren kwam. De rook uit sprookjes dat symbool stond voor virulente razernij, maar eigenlijk niet echt mogelijk was in het echte leven - behalve als er een spreuk betrokken was, natuurlijk. Waarschijnlijk was het een soort illusie van het brein, die ontstond door de link van de woede van de heer Damarcus en het symboliserende sprookje. Misschien was het in combinatie me de harde klap waarmee hij zijn ‘verweer tegen de zwarte kunsten’ boek dichtsloeg en op dat moment zijn les had beëindigd. De kriebelende insecten zagen dat als een teken van verlossing en stonden met een opgeluchte zucht op, om weer hun eindeloze weg te volgen naar de rest van de lessen. Na een kleine tirade jegens een klein roodharig ventje die, klaarblijkelijk, de joker van de klas wilde zijn, was professor Damarcus ook wel aan een pauze toe. Het liefst van een uur, of twee. Tegen de hele dag of misschien wel de rest van het jaar zou hij ook geen nee zeggen, heus niet. Hij zou lieflijk lachen, een oprechte omhelzing geven en huppelend het pand verlaten. Geinig gezicht lijkt je dat hé? Toen het laatste gespuis het lokaal had verlaten besloot Seneca ook maar een poging te wagen. Snel, voordat één of andere idioot weer eens extra uitleg wilde opeisen of een ridicuul excuus had om de volgende toets te ontkomen. ‘Mijn moeder ligt in het hospitaal, heeft cholera en nog maar twee dagen te leven.’ Nou, genoeg tijd dus om gewoon even rustig de stof te leren, of niet soms? Net als die dwaze lange trut, met dat blonde haar – ook zoiets. ‘Mijn broertje van twee maanden is vergiftigd door het nieuwe behang in de kinderkamer, waardoor ik de toets niet kan maken. Zijn begrafenis is namelijk op dezelfde dag.’ Ten eerste: hoe kan er zo’n bezopen trol van een moeder bestaan, dat haar kind vergiftigd behang geeft? En ten tweede: een begrafenis kostte hooguit een uurtje, de dwaze lange en blonde trut mocht ook wel daarna de toets maken in zijn kantoortje. Heus, hij was echt de moeilijkste niet. Helaas was het iets anders dat zijn weg versperde toen hij zijn lokaal verliet. Niet, dat hij de tijd had om haar goed te kunnen bekijken, het monster. Het gebeurde namelijk binnen luttele secondes dat hij werd afgeblaft als één of andere randdebiel. Had ze wel enig idee tegen wie ze het had? Was zijn status als schoolhoofd nog ongemerkt gebleven bij het meeste gespuis? Wat dacht ze wel niet? Dat ze de koningin van Engeland was? Het waren ook deze gedachten die een spottend lachje voortbrachten en zijn ogen stonden eerder verrast dan woedend door het zeer kleine dametje met de blonde lokken en sluw-kijkende bruine ogen. ‘Kom maar even mee naar mijn kantoor,’ hij kneep even zijn ogen samen. Wie was dit eigenlijk? Blijkbaar was ze nooit boeiend genoeg geweest, anders had hij het echt wel geweten. ‘Wat was uw naam ook alweer, miss?’ Hij sloeg een arm om haar smalle schoudertjes om haar voort te duwen richting zijn kantoor. Heel subtiel, maar wel met de juiste hoeveelheid kracht – acterend dat hij haar heus niet een klein beetje pijn deed, want zo kon het schoolhoofd niet zijn. Tuurlijk, kinderen martelen zou ook wel een goede tijdsbesteding zijn voor in zijn pauze. En als het mentaal niet lukt, dan maar fysiek hé?
  10. Afwezigheidstopic

    Ik ben t/m 13 november wel echt hard aan het blokken voor mijn studie, dus ik zal amper op discord aanwezig zijn en niet reageren op topics, posts etc. SORRY
  11. Ouderraad Zweinstein

    Oeh mag Seneca de wensen van de ouderraad aanhoren?
  12. [1837/1838] From the dining table

    Seneca had geniepig voor zich uit gekeken, toen hij een kleine slok van zijn ietwat sterkere versie van koffie nam. De zaal kleuters oogde kalm en beheerst, dus schoolhoofd Damarcus had zich mentaal voorbereid op een rustige middag zonder al te veel catastrofale bedoelingen en opstandige opstootjes. Was het maar een keer zo’n feest. Er was namelijk altijd in de schaduwen van de grote zaal wel een leerling die in slaap viel in zijn eten door een toverdrankje of een lief meisje die met haar vlechten werd vastgebonden aan kandelaren – etenstijd was voor ieder een groot genot. Hij zat aan de lerarentafel op een stoel dat net even iets groter was dan de anderen, gewoon om zijn machtspositie meer schijn te geven. Niet dat hij daar moeite mee had want een op macht beluste wolf was hij zeker, maar het probleem was vooral dat hij daardoor net even wat hoger aan de tafel zat – wat erin resulteerde dat Seneca een uitstekende schietschijf was voor het tafereel die hij niet had zien aankomen. FLATSJ. Recht op zijn driedelige kostuum. Hij keek naar de gele ophoping van voedsel, wist waar het vandaan kwam, maar pakte kalm zijn zakdoek en veegde het, tijdens het slaken van een diepe zucht, van zijn gilet. Hij stond op, keek met samengeknepen ogen naar het fiasco voor hem en zocht het donkerharige meisje dat trots om zich heen zat te wijzen om iemand van iets te beschuldigen. ‘Dat wordt strafwerk miss Kane. Ik zie u aan het einde van de dag op mijn kantoor.’ Zijn stem was beheerst, maar luid genoeg om het lawaai te overwinnen. 'Dit geldt ook voor u mijnheer Thwaite.' Waarbij hij zijn achternaam uitspuugde als 'Twat'. De idiote kinderen, die nooit eens normaal een maaltijd konden eten. Waar was het gezag, de discipline? Seneca was iemand die snel uit zijn slof schoot en het feit dat er niets gebeurde, was huiveringwekkend genoeg. Heel rustig en kalm schoof hij zijn troon naar achteren, terwijl hij kort een blik wierp op zijn collega’s. ‘Ik laat dit aan jullie over, ervan uitgaand dat dit op de juiste manier wordt afgehandeld. Indien dit niet gebeurt zullen jullie mij spoedig weerzien.’ Na dit op een strenge manier gezegd te hebben, vervolgde hij zijn weg richting de uitgang van de grote zaal - als hij dat heelhuids zou halen. Hij wilde hier niets mee te maken hebben.
  13. [1837/1838] A twilight walk

    18 Maart 1838 Het was één van zijn favoriete dingen als hij nuchter was en geen les gaf; een wandeling maken in het schemerlicht. Zijn hoofd leegmaken van al het achterlijke gespuis dat rondzwierf op Zweinstein, om maar niet te spreken van zijn hoogst irritante collega’s waarvan de helft klaarblijkelijk een kronkel in hun kop hadden. Dat hij nou de meest normale persoon was die daar rondliep kon hij zeker niet vaststellen. Maar er was eigenaardig, mysterieus en gedisciplineerd én er was knetter mesjokke. In ieder geval kon hij zichzelf alweer een schouderklopje geven dat hij de dag had overleefd, zonder een kind te martelen of zichzelf te verstoppen in zijn kantoor met een flacon van his finest scotch. Chapeau, Damarcus, chapeau! Hij kon in ieder geval even uitrazen tijdens een wandeling in het duistere bos, waar hij zich toch altijd het meest comfortabel voelde. De wezens die er rondliepen vond hij wat minder, aangezien hij nooit een fan geweest was van fabeldieren – maar de duisternis had zeker wel wat, al zei hij het zelf. Het paste bij zijn bittere en koude ziel, waar hij oh zo bekend om stond. Toen hij zijn gebruikelijke rondje liep leek hij in de verte een gedaante te zien. Het was niet één van de fabeldieren, waar hij met een grote bocht omheen zou lopen, maar een persoon, een meisje. Een klein gestalte met bruin golvend haar. Hij moest zijn ogen samenknijpen om het beter te zien, aangezien hij op zijn leeftijd niet meer hetzelfde zicht had als vroeger. Hij herkende haar van Zwadderich; de afdeling waar hij zelf als kind ook had gezeten. Het was niet onbekend dat hij een lichte voorkeur had voor leerlingen van Zwadderich en hij was meestal ook ‘vriendelijk’ tegen de leerlingen met enige potentie om het ver te schoppen in de tovenaarswereld. Dat idee had hij ook van haar; het meisje dat ongeveer twintig meter verder stond van hem met een pijl en boog in haar handen. Wat was haar naam ook alweer? Het was er één van de Haysward familie wist hij. Iets met een C? Als het goed was noemden vrienden haar Cassie, maar dat was natuurlijk niet een normale naam - niet van hoge stand in ieder geval, maar het zal vast wel iets anders zijn. De grote vraag was natuurlijk wat zij deed in het donkere bos in de schemer zonder enige begeleiding. Zoals hij de regels kende was het namelijk ten strengste verboden om als leerling het donkere bos in te sluipen en al helemaal niet om een hobby uit te oefenen als boogschutten. ‘Hello love, wat denkt u hier te doen als ik zo vrij mag zijn dat te vragen?’ Het waren lieflijke woorden, die niet vaak uit Seneca’s mond kwamen, maar streng klonken ze zeker. OOC: Met Irene <3
  14. OOC: Open 13 Maart 1838 Het waren zonnestralen die zijn schouders verwarmden. Van dat zonlicht dat aan het einde van de dag te zien was, waarbij de roze, paarse en oranje gloed al langzaam een warme deken vormde in de lucht. Het was stil, buiten het getjirp van kleine vogels uit de bossen en de wind dat zijn iets te lange donkerbruine lokken door de war bracht. Zijn zwart-omringde ogen waren gesloten, terwijl hij achterover en nonchalant in één van de uitkijktorens van het kasteel zat met een fles rode wijn naast hem. In zijn rechterhand, met wel 4 ringen om zijn vingers, hield hij een pijp vast waar hij zo nu en dan een goede hijs uitnam, om vervolgens kleine wolkjes uit te blazen richting de diepte van de afgrond. Het was vredig, onverstoord en in harmonie. Alles was op zijn plek. De halflege fles dat symbool stond voor de heer Damarcus en de prachtige lucht op een ietwat koude dag, met het geluid van moeder natuur. Het was de cirkel van het leven en alles was op de juiste plek. Zowel bij Seneca als bij zijn omgeving. Heerlijk, is het niet? Zijn ogen waren geopend, terwijl hij verlangend naar de afgrond onder hem keek. Hij had er wel eens aan gedacht, om te springen. Een hele tijd geleden toen hij net het ouderlijk huis uit gevlucht was. Hij was toch uitschot en niemand zou hem missen. Hij had geen familie, geen vrienden, geen liefde – hij was niemand. Hij had vaker op een rand zoals deze gezeten, met een fles wijn en zelfs nog wel meer kalmerende middelen. Denkend aan de verlossing die hij zou hebben als hij toch dat ene stapje zou nemen, zich een klein beetje zou afzetten. De val, de adrenaline, het zou als eindeloos aanvoelen, want daarna zou het zwart zijn - zou zijn lichaam verpletterd zijn, waarbij al zijn dure kledij doorweekt was van het adellijke bloed en zijn lichaam in een straal van dertig meter in kleine deeltjes te vinden zou zijn. Erachter komen wie het was zou een puzzel zijn geweest en dan zou hij de verloren zoon zijn, waarvan nooit iemand meer iets van gehoord. Dat zou toch een goede manier zijn om afscheid te nemen? Of misschien nog wel beter: om wraak te nemen? Meerdere malen had hij gezeten op een rand als deze, waarbij bijna de wolken in de diepte hingen als warme bedden die hem op zouden vangen – waarbij de schoonheid van de val eindeloos zou zijn. Meerdere malen heeft hij er over getwijfeld om toch dat stapje te nemen. Hij deed het alleen niet, hoewel de verleiding nog zo groot was. Hij was niemand. En dat was juist het probleem. Hij wilde niet, weigerde, om op zo’n manier aan zijn einde te komen. Hij wilde niet als de zoveelste nietsnut eindigen zonder enige betekenis gehad te hebben. Hij wilde niet wraak nemen als niemand het door zou hebben, niemand hem zou missen. Het zou de makkelijke uitweg geweest zijn en dat is niet wat hij voor zichzelf gewild had. Hij was Seneca Damarcus en dat moest bekend worden, berucht zijn. Hij moest en zou een machtig man worden die gevreesd werd door allen. Net zoals zijn vader. Zijn vader die hem op straat had gegooid omdat kleine Seneca zo’n nietsnut was geweest. Hij zou hem even laten zien wat voor heersende duistere tovenaar hij was – wat hij allemaal kon bereiken. Zijn vader zou bij hem in het niets vallen. En daarom sprong Seneca nooit.
  15. [1837/1838] Well, I'd love it if we made it

    God, wat was hij blij dat de les vol eerstejaars stuiterballen eindelijk voorbij was. Nog steeds wist hij niet waarom hij hier op school rondliep, zichzelf liet martelen door het adderengebroed dat om hem heen dansten als likkende vlammen. Ze brandden zijn motivatie beetje bij beetje weg, terwijl hij de hitte van het vuur om hem heen steeds verstikkender vond worden. Het scheelde dat hij schoolhoofd was, want de straffen die hij kon geven voor het verstikken van de hoofdmeester waren grandioos en pijnlijk. Heel soms, als de mogelijkheid er was, toverde hij het oude regelementen-boek tevoorschijn en haalde hij inspiratie uit de straffen die vroeger geboden werden voor onheilspellende praktijken. Het uitkafferen en uitlachen van een leraar was in deze tijd namelijk een normaal principe geworden en daar moest zeker wat aan gebeuren. Al was het alleen maar om de burn-out van het schoolhoofd Damarcus te onderdrukken. Met samengeknepen ogen en ferme passen beende hij zich door de gangen. Hij had haast. In de toren had een leerlinge zich vast gekregen tussen de spijlen van het raam, die eigenlijk meer als bescherming en veiligheid diende dan als apenkooi-rek. Achterlijke idioten waren het, dat ze op het idee kwamen om er tussendoor proberen te kruipen, zodat ze met hun bezem van een hoog gebouw af konden springen – want dat was ‘tof,’ ‘cool’ en ‘vet-leuk’ tegenwoordig. Én hij mocht dit nu gaan oplossen. Strafwerk zouden ze krijgen, een gesprek met het ouderlijk paar en een rooster om van te huilen – enkel en alleen maar omdat Seneca het halve gebouw moest doorkomen om van de grote hal naar de toren te komen, om vervolgens een paar botten te breken van een kind die hij hardhandig tussen de spijlen vandaan trekt. Hij was dus al niet in een beste bui, dus erg veel meer kon hij nu zeker niet op zijn bord hebben. Bijna had hij het trappenhuis gehaald om zich weer naar de volgende verdieping te benen, terwijl hij half-mompelend in zichzelf op zat te noemen wat hij de kinderen allemaal aan zou doen als hij aan zou komen bij het incident. De conclusie klonk dat het teveel was om op te noemen. Nog één bocht en dan kon hij de trappen op en zou hij er bijna zijn als hij niet opeens verstoord werd in zijn looplijn door een jongen in een vliegende rolstoel die blijkbaar zo erg afgeleid was dat hij met volle snelheid op hem afkwam. Het gebeurde in een luttele seconde, maar na een pijnlijke klap knalde de heer Damarcus op de grond en keek met wijd-opengesperde ogen naar de jongen die het had aangericht. Pas toen het besef kwam wat er eigenlijk was gebeurd, werd Seneca witheet. Beheerst stond hij op, waarna hij zijn driedelige pak en mantel afklopte om vervolgens even diep te zuchten. ‘ARE YOU OUT OF YOUR FUCKING MIND, YOU BLOODY PISS POOR-‘ De ‘FUCKING' werd in het gezicht van de jongen geblaft als een kwaadaardige wolf, en het enige wat er miste waren de vlijmscherpe tanden en de klodders slijm die hem om de oren vlogen. Zijn verwijde ogen fonkelden maniakaal, duidelijk buiten zijn zinnen. ‘ZIJN JULLIE DAN HELEMAAL GEK GEWORDEN?! DENKEN JULLIE ZWAKHOOFDIGE IMBECIELEN DAN DAT ELK DEEL VAN DEZE SCHOOL EEN APENKOOI-REK, RACEBAAN OF SPEELTUIN IS?’ Hij spuugde de woorden uit, terwijl zijn knokkels inmiddels wit waren gekleurd van de vuisten die hij had gemaakt. Hoe durfden ze?! Hoe konden ze het in hun zwakzinnige brein halen om als een blinde dwaas rond te rijden in die achterlijke dingen. Ze moeten ze laten kruipen, die mankepoten, want blijkbaar zijn ze te achterlijk om die rolstoelen normaal te besturen. Net als deze bruinharige clown voor hem, die duidelijk niet bekwaam was om met zijn beperking om te gaan. Misschien moest Seneca dat ding maar gewoon voor een paar dagen afpakken, dan kon hij even voelen hoe het was om te moeten kruipen. Wellicht zou hij er dan in het vervolg wat zuiniger mee omgaan – net zoals met zijn schoolhoofd. De randdebiel. ‘NOU?!’
×