Jump to content

Gabriel Bruxley

Democratie & Magie
  • Content count

    39
  • Joined

  • Last visited

About Gabriel Bruxley

OOC Profiel Informatie

  • Naam
    The Dancing Queens

Profile Fields

  1. [1838/1839] Drugs just make me reset

    Wie had in vredesnaam besloten dat Laurelle die kinderen kwam ophalen? Gabriel had tot nu toe niet meteen het beeld van zijn lieftallige vrouw gevormd dat ze zo graag van alles en nog wat zelf deed, dus het courante gebruik dat ze haar tweeling geheel zelfstandig ging ophalen, had een klein beetje een luchtje. Alsof het slechts een excuus was, een smoes, een drogreden om hier te komen en zich rechtstreeks in Olivers armen te smijten en voor de rest in alles wat hij haar kon bieden (wat, als hij een blik wierp op de ruimte achter Oliver, in zoverre hij het echt kon zien, gene vette was) en voor de rest bijzonder weinig met Lucas en Stella te maken had. Of was dat slechts zijn nog resterende paranoia? Hij wist het niet, eerlijk gezegd. Indertijd had hij zichzelf niet per se onbetrouwbaar gevonden, maar nu des te meer — en beïnvloedde je zelfbeeld niet altijd hoe je de wereld om je heen zag? Misschien gaf Laurelle meer om haar kinderen dan hij dacht. En toch. Het was moeilijk te geloven, soms. Hij kon oprechte liefde in haar ogen zien als ze met haar twee kinderen speelde, maar een paar tellen later leek ze compleet te zijn vergeten dat ze bestonden. Wat betekende dat in vredesnaam? Kon je van iemand houden als je ze vergat? Het enige voordeel aan de exacte aard van Gabriels liefde was dat hij niet lossen kon. Maar hij had net zo goed van de drugs gehouden. ‘De afgesproken dag was gisteren,’ probeerde hij neutraal te zeggen, maar beet hij in werkelijkheid Oliver toe. ‘En Laurelle komt niet meer.’ Omdat, omdat, omdat, er was geen omdat, met Laurelle was er nooit een omdat en dit keer omdat Laurelle geen idee had hiervan, omdat ze in haar bed lag te slapen na een nacht zichzelf volzuipen. ‘Je snapt echt geen hints, hè?’ informeerde hij, met een lichte vorm van spot, alsof dit alles iets betekende, alsof hij niet bloednerveus werd van de blik in Olivers ogen, alsof hij niet gewoon die twee kinderen wilde die hier niets mee te maken hadden, die zo veel beter verdienden dan de paar volwassenen in hun leven die alleen maar over hun hoofdjes ruzieden. ‘Ik ben ook maar de boodschapper, man.’
  2. [1838/1839] The wait

    Ergens had hij dit moeten zien aankomen. Natuurlijk zou Belladonna Astoria in zijn thuis met Laurelle komen snuffelen, natuurlijk zou ze zich gedragen alsof ze hier thuis was, al was het maar omdat Laurelles idee van gastvrijheid een compleet gebrek aan grenzen was, natuurlijk zou ze niet weggaan als hij haar ervan op de hoogte stelde dat Laurelle de afspraak glad vergeten was. Natuurlijk. Natuurlijk zou Belladonna koppig blijven en natuurlijk moest hij er nu mee omgaan, terwijl hij zich erop had verheugd dat hij voor de eerste keer in eeuwen dit kot voor hem alleen (en een aantal bedienden, maar de Lennoxgenen waren net te sterk in hem om daar snel aan te wennen), natuurlijk, natuurlijk, natuurlijk. ‘Het is Laurelle,’ bracht Gabriel ertegenin met een frons. ‘Die komt de komende uren echt niet terug.’ Nee, hij zou niet letterlijk zeggen dat hij het niet graag had, maar hij was echt niet van plan om haar zomaar hier te laten zitten. Laurelle kwam soms dagen niet thuis — dit was echt niet de eerste keer dat hij op het laatste moment gastheer moest spelen voor bezoek dat hij niet verwacht had. Meestal vond hij dat niet eens zo verschrikkelijk. Maar bij Belladonna was het anders. Gewoon. ‘Je kan beter later nog eens proberen af te spreken.’
  3. [1838/1839] Drugs just make me reset

    12 december 1838 Was Gabriel een vreselijke stiefvader als hij het tot nu toe moeilijk had gevonden om echt een band te vormen met Stella en Lucas? Hij gaf om ze op een afstandelijke manier, in de zin dat hij ze wilde beschermen en hoopte dat het goed met ze ging, maar meer omdat hij wist dat hij hun stiefvader was en soort van voor ze moest zorgen dan omdat hij zich echt vader voelde. Als hij ze zag, trokken ze niet echt naar hem, aan Laurelle hangend als ze er was en voor de rest voornamelijk aan elkaar of de nanny die Laurelle aangenomen had. Of Basil, hij wist het niet precies. Vroeg er ook niet naar. Hij voelde zich vader genoeg om ze niet bij Oliver te laten, echter. Hij begreep voor geen meter wat het systeem was, waarom ze hoofdzakelijk bij Oliver Kingston waren, maar hij vond het ook niet echt… nodig. Als Laurelles man had hij hier net zo goed recht op, nee? Hij kon zich niet voorstellen dat kinderen van bijna twee jaar goed konden gedijen in een verpauperd krot waar overal drugs te vinden waren. Dus. Aankloppen bij Olivers adres was een fantastisch idee. En nu ja. Zelfs als het dat niet was, had hij een nobel doel en ging hij hier niet weg voor hij Laurelles kinderen kon meenemen en ze vervolgens, zeg maar, nooit meer teruggeven. Dan konden Stella en Lucas veilig opgroeien en goh, dan kon Laurelle kappen met hen als excuus te gebruiken om hiernaartoe te komen. Hij had al duizend keer gevraagd of ze dat niet meer zou doen en elke keer weer beloofde ze van wel en elke keer weer kwam ze pas na een dag of wat terug, soms zelfs zonder de tweeling. Zodra Kingston opendeed, deed hij zijn uiterste best om niet meteen al langs hem heen te schieten, de kinderen vast te pakken en weg te verschijnselen. Hij kende Oliver Kingston niet, niet echt, zag in hem alleen de verpersoonlijking van Laurelles verslaving en hoe dichtbij de zijne leek te komen. ‘Ik kom Stella en Lucas ophalen,’ zei hij, na een korte stilte, toonloos. OOC: Privé met Lily! <3
  4. [1838/1839] The wait

    Getrouwd zijn met Laurelle was… oké. Niet goed. Niet slecht. Laurelle was een vat van irrationele angsten en reële zorgen, en elke dag vroeg hij zich af in hoeverre hij zich zorgen moest maken over of dit haar laatste zou zijn, maar elke dag kwam ze springlevend weer eens even langs, soms té springlevend en dan wilde hij haar niet zien, soms op sterven na dood en dan zuchtte hij maar en verlengde hij hun huwelijk, de verstandhouding van moeten, zijn plichtsbewustzijn en haar inherente behoefte de wereld opzij te zetten voor haar dromen meer te zijn dan de gebrekkige mens die ze was. Vandaag was ze weg. Hij wist niet naar waar. En als hij heel, heel eerlijk was, maakte het hem niet echt uit ook. Hij was er vanuit gegaan dat hij alleen was, samen met de bedienden die Laurelle meegenomen had (maar meer en meer begon hij eraan te wennen, aan het hebben van bedienden en het niet zelf alles moeten opknappen, al was het tot nu toe nog altijd een tikje onwennig, het type hautain dat hij nog net niet was), maar toen hij nietsvermoedend zijn living inging, liet hij geschrokken de tas thee die hij voor zichzelf had gemaakt vallen. Hóézo was Belladonna hier? Ja, hij wist best dat hij haar moest tolereren als Laurelle er was, maar ze wás er niet. Al een hele dag niet. Dus. ‘Wát doe jij hier?’ vroeg hij chagrijnig, een boze blik op de kapotte mok op de grond werpend, alsof het Belladonna’s schuld was. Nu ja. Kon het best zijn. Wat ging ze zeggen? Beweren dat hij het eveneens had laten vallen als ze hier niet gezeten had? Zijn toverstok viste hij snel uit zijn zak om de mok te redden en de plas op te drogen, zijn verlangen een verstilde middag te beleven maar alvast opbergend. ‘Laurelle is er niet.’ Dus. Ga weg.
  5. [1838/1839] Remains of nothing

    Oh, snapte Belladonna niets van Gabriel? Alsof het andersom wel het geval was! Kijk hoe ze daar zat, zo geïnteresseerd in alles wat hij eruit flapte. Ze was gearriveerd zonder aankondiging, zonder werkelijke reden (hem een kans geven? Kom op, zeg), ze hoorde hem uit zonder zelf iets van informatie te geven, en ergens zag ze eruit alsof ze alles al geweten had. Alsof ze hier enkel was om de bevestiging te ontvangen dat ze effectief gelijk had gehad. En had ze dat? Geen idee, geen flauw idee, en het stoorde hem. Hij vertelde haar meer dan hij wilde, en hij wist niet waarom en ze zat er maar bij alsof ze dat doodnormaal vond. Misschien vond ze dat ook. Misschien was hij gewoon verdomme raar met zijn behoefte zichzelf meer in de schaduwen te houden. ‘Leroy vroeg het,’ antwoordde hij kortaf. Uiteindelijk was het dat geweest, Leroy had ernaar gevraagd en Gabriel had betrekkelijk weinig geloof in de liefde over om nog zonder een dosis zelfspot te denken aan een huwelijk met iemand die een liefdesverhaal over zijn levenspad schreef. ‘Hij zei er niet bij dat ze verslaafd was, ik kwam er later achter.’ Leroy had het zelf niet geweten, had hij het idee. Tja. Zodra je ervan wist, was het onmogelijk te negeren, maar zolang je je nog in die zoete onwetendheid bevond, was er niemand beter in je voor te liegen dan een verslaafde. ‘Het was gewoon… de gemakkelijkste manier om mijn schulden af te betalen.’ Dat had hij niet willen zeggen, niet echt, maar dat ging voor een hoop op tijdens dit gesprek. Waarom kon hij zijn mond niet houden?
  6. [1838/1839] Remains of nothing

    Oh, geweldig. Gabriel had wel zo zijn vermoedens gehad wat dat betrof, maar het zo bevestigd horen was nog net een stapje verder. Hij was geen groot fan, moest hij zeggen. Het was niet zo dat hij Laurelle wilde… controleren (nee, echt niet), hij wilde zijn eigen omgeving controleren, zichzelf beschermen tegen alles wat hij niet weerstaan kon, en Laurelle was een wild card op dat punt. Hij trok een sceptische wenkbrauw op bij Belladonna’s interpretatie. Was dat waarom ze hem zo hevig haatte? Omdat ze dacht dat dát zijn einddoel was? Oh, wacht, ze haatte hem niet, iets over hem een nieuwe kans geven. Ingewikkeld, hoor. ‘Dat… was niet het doel,’ antwoordde hij, eerlijk genoeg. ‘Afkicken is gewoon… beter.’ Klonk dat als iets redelijks? Het voelde als niet genoeg, maar hij wilde ook niet meer zeggen, niet echt, en dus nam hij nog een slokje tot zich van de thee die Bella hem zo genereus ingeschonken had om zijn ongemak te verbergen. En toen: ‘Ik wil gewoon niet getrouwd zijn met een drugsverslaafde, oké? Dat is echt niet zo raar.’ Hoe veroordelend dat ook klonk. ‘Straks herval ik zelf…’ Hm. Niet de bedoeling. Het was vreemd hoe gemakkelijk Belladonna alle woorden aan hem ontlokken kon. ‘Jij wil toch ook niet dat ze verslaafd blijft?’ probeerde hij er snel overheen te babbelen. Ugh, hij ging haar nooit meer in de ogen kijken.
  7. [1837/1838] Silence is golden

    Hmmm. Gabriel wist van zichzelf wel dat hij enigszins naïef kon zijn, maar als hij aan het werk was, zou hij het van mijlenver herkennen als iemand probeerde te maken dat die wegkwam. Kom op, zeg. Hij stond op, snel, en toverde de deur dicht voor meneer de Haviland ervandoor kon gaan. ‘Zoiets doe ik niet graag,’ meldde hij streng tegen hem, alsof het niet gevaarlijker voor zijn eigen welzijn was dan voor de gemiddelde weerwolf, die heus wel door een deur kon beuken als ze het beu genoeg waren, maar goed, dat maakte niet uit. ‘Ik denk niet dat er een vriendin is,’ vervolgde hij. ‘En ik snap dat dit eng is,’ nu ja, ‘en dat je misschien tijd nodig hebt,’ als het moest, ‘maar het is beter om dit gewoon te doen in plaats van maken dat je wegkomt.’ Dit gebeurde vaker dan hij aanvankelijk verwacht had, al wist hij onderhand niet meer waarom hij dit nooit leek aan te zien komen. ‘We moeten alleen maar door een aantal documenten, Ovid — mag ik Ovid zeggen? — en daarna kunnen we je beschermen.’ Nu ja. Vaak genoeg zag hij weerwolven niet meer terug. Iets met geen hulp nodig. Hij geloofde dat nooit zozeer.
  8. [1838/1839] Remains of nothing

    Kijk! Hij had heus wel reden gehad om er vanuit te gaan dat Belladonna niet op haar plek zat als lerares, al zei dat niet meteen veel. Welke leerkracht zat er in vredesnaam wél op hun plaats op Zweinstein? Iedereen kwam daar terecht met een halfslachtig relevant diploma en de behoefte aan iets nieuws en dat was dan waar ze collectief hun nageslacht naartoe stuurden. Ha. Zo gingen die dingen. Hij knikte toen ze het vertelde, verhulde netjes dat hij niet al te verbaasd was, al was het maar door nog een slokje van de thee te nemen. Ja, wist hij veel dat dat niet zijn beste idee ooit was. Oh, ja, natuurlijk was het meteen zijn schuld dat Laurelle stopte als lerares. Nu ja. Was ook zo. Maar dat Belladonna gelijk had, betekende niet dat hij blij was met het feit dat ze dat had kunnen raden. ‘Nu ja…’ mompelde hij, niet blij met de vraag. ‘Die dealer-slash-vriend van d’r zit daar!’ Ja, oké, hij had Oliver Kingston misschien één keer ontmoet, maar ten eerste moest hij hem niet hebben en ten tweede was het steeds moeilijker geworden om Laurelles drugsavonturen te mijden en daarmee zichzelf te blijven vertellen dat één keer opnieuw gebruiken wel echt kwaad kon en hij er niet aan moest denken. ‘Dat helpt afkicken echt niet vooruit.’ Hij kon het weten. Oh, haha, hoe fel dat was, viel vast niet op. ‘Maar zo erg was ze er echt niet op tegen dat ik haar gedwongen heb, hoor.’ Goh.
  9. [1838/1839] Remains of nothing

    Ehhh, oké. Ondanks dat hij zich niet meteen op zijn gemak voelde (hoe kon dat zelfs – dit was zíjn kantoor, zíjn terrein, zíj was de ongenode gast en toch was ze hier om over niets te praten, niets interessants, niets wat hem ooit verder zou helpen, en toch voelde hij zich een moment lang de persoon die hier niet op zijn plek was, en alleen al daarom voelde hij zich geërgerd worden met haar aanwezigheid hier) nam hij een dappere paar slokjes van de thee. Met munt in, blijkbaar. Moest hij zich hier echt voor interesseren? Kon hij haar niet nu alweer wegsturen? Zelfs zijn werk trok hem meer. En kijk toch, alsof je het over de duivel had. Hij haalde zijn schouders op, zonder er echt erg in te hebben. ‘Het is gewoon een baan. Betaalt de boodschappen. Vult de dag.’ Dat soort dingen. Moest hij echt enige passie opbrengen voor een administratieve post? Hij had niet het idee dat hij iets van enig belang deed, al zou hij dat wel zo adverteren naar de buitenwereld toe. Oh, ja, al die weerwolven? Hij had hun leven veranderd! Eén registratie en een paar formulieren, de prijs voor een leven zonder zorgen, werkelijk waar. Maar nee, Bella viel schijnbaar niet onder de buitenwereld. Wist hij veel. Het was eruit gerold voor hij erover had kunnen nadenken, maar God, wat maakte het úít. ‘Vind jij je baan leuk? Van wat ik van leraren hoor, is het oftewel een nachtmerrie of hun droomjob.’
  10. [1838/1839] Remains of nothing

    Goh, misschien was dit meer waarom Laurelle en Belladonna elkaar mochten – ze schenen allebei de neiging te hebben om, vanaf het moment dat ze de kans ertoe hadden, te beginnen ratelen zonder dat hij er een speld tussen kon krijgen. Over het algemeen vond hij die eigenschap niet erg, eerlijk gezegd. Hij had zijn vrouwlief weinig te zeggen, Belladonna nog minder. Maar zij hem wel, schijnbaar. Al dacht hij niet dat dat perse veel te maken had met wie hij was, meer met het eenvoudige feit dat hij oren had, dat hij luisteren kon en dat hij puur toevallig in dezelfde ruimte als hen bestond. Toen Belladonna haast meteen vroeg of de thee goed was, nam hij haastig een slokje van de iets, iets te hete thee. Het was gewoon… thee. Kruidenthee, met honing, ja, die proefde hij. Gabriel had niet heel sterke meningen over thee, maar in Gabriels optiek was zoeter altijd beter, dus hij vond het echt niet erg dat het erin zat. ‘Ja, hoor,’ antwoordde hij, terwijl zijn ogen van de tas voor zijn neus naar de verschillende hapjes die Belladonna had meegebracht, gingen. ‘Ik proef niet zo veel verschil met andere kruidenthee, maar…’ God, wat tactvol ook weer. ‘Ik ken natuurlijk niet zoveel van thee.’ Maakte dat het beter? ‘Is de rest ook zelfgemaakt?’ Goh, van onderwerpen switchen was altijd zo subtiel. ‘Ik had je niet meteen als iemand gezien die zo graag in de keuken bezig is.’ Wist hij veel. Ze was meer het type om te zeuren dat degene die wel in de keuken had gestaan, het niet goed genoeg had gedaan.
  11. [1838/1839] Remains of nothing

    Nja, Gabriel kon daar eigenlijk best weinig tegenin brengen. Het wás niet eerlijk geweest, hij had er ook niets aan kunnen doen dat Laurelle gewoon… was zoals ze was (hij negeerde dat graag, negeerde graag hoe verslavingsgevoelig ze was, hoe impulsief, hoe snel verveeld, deed graag alsof een strenge blik zo nu en dan sterk genoeg was om haar tegen te houden, al weigerde hij zijn tijd te besteden aan haar spullen te doorzoeken, ergens bang dat zíjn impulsen evenmin braaf zouden blijven) en dus had Belladonna het inderdaad niet op hem moeten afreageren. Maar hieraan was hij niet gewend. Gewoon. Het was hem tot nu toe vrolijk gelukt om Laurelles vriendin uit de weg gegaan en nu kwam ze hem lastigvallen op zijn werk. Hallo, ze hadden een prima regeling gehad! Maar hé, als ze zich al niet aan deze regeling hield, zou ze zich vast ook niet aan de onuitgesproken afspraak houden om elkaar niet door het slijk te halen bij de ander (of tenminste, hij had niets gezegd toen Laurelle een heel verhaal had opgehangen over Belladonna toen ze Totaal Geen Enkele Belofte Had Verbroken Waarom Vertrouw Je Me Niet Gabriel en Laurelle hoorde zichzelf te graag praten om daar iets uit af te leiden) en hij had geen zin in dát gedoe. Zijn liefste vrouw sprak hem nooit, scheen hem nog minder boeiend te vinden dan Belladonna zelf, die in ieder geval nog langskwam (ja, dat was zielig, nee, dat boeide hem minder dan nu leek) en toen ze zo zielig begon te kijken, zuchtte hij, inwendig, en keek hij snel om zich heen. ‘Nee, even kan wel…’ Hij aarzelde een moment. ‘Maar niet te lang.’ Kijk! Dat was een goed compromis, toch? En misschien zou Belladonna haar vriendelijkheid nog volhouden ook. Je wist maar nooit. ‘Wat voor thee had je mee, zei je?’
  12. [1837/1838] Close your eyes and pray for change

    Nee, bedacht Gabriel zich, enigszins verslagen, hij kende Laurelle Ryder inderdaad totaal niet. Hij wist niet dat het te verwachten was geweest dat ze het niet verteld had omdat ze er geen zin in had en het daarom niet de moeite had gevonden om het door te vertellen. Hij wist dat ze chaotisch was, slordig, hij wist dat ze niet zo dom was als ze vaak leek, vooral onbezonnen en in haar hoofd met iets anders bezig dan waar hij haar toe wilde brengen om te doen. Hij kende haar verjaardag, de verjaardagen van haar kinderen, haar stamboom en al die onzinnige details die Laurelle door haar schitterende façade liet schemeren voor ze weer verdween naar plekken waar ze wel wilde zijn. Maar hij kende haar niet echt, nee. Hij keek Belladonna aan, even, heel even. ‘Goed om te horen,’ zei hij terug, koel, in elk geval in een poging zo te klinken. Nee, hij dacht niet echt dat ze dat gemeend had, maar wat moest hij in vredesnaam? Vragen wat haar bezwaren waren? Hij dacht niet dat hij haar antwoorden kon bieden die ze zou appreciëren, al was het maar omdat niets, niets, niets van wat hij zei kon voldoen aan haar standaarden. ‘Dan weet je in elk geval nu dat je “beste vriendin” gaat trouwen en dan kan ik straks de uitnodigingen opnieuw versturen.’ Hoe goed waren Laurelle en dat mens hier zelfs bevriend als die verloofde van hem haar niets vertelde? Meer en meer begon hij daaraan te twijfelen. ‘Heb je toevallig een idee waar ik Laurelle nu kan vinden?’ Of ze hem nu wilde zien of niet, verdomme.
  13. [1838/1839] Remains of nothing

    Laurelle en Gabriel waren onderhand getrouwd, ja, en nog altijd keek hij met enige verbazing naar de ring rond zijn vinger. Laurelle wilde niet in hetzelfde bed slapen als hij, wat hij prima vond, en had al aangekondigd dat hij op kinderen maar even zou kunnen wachten, wat hij net zo goed prima vond, en lette nu al niet meer op zijn bestaan (vergat haar trouwring ‘s ochtends soms ook, had hij gemerkt, maar hij had nog geen zin gehad om er iets over te zeggen), wat hij al helemáál prima vond. Laurelle was leuk als ze interesse in je had, kon charmant zijn, zo iemand met wie hij altijd mee bevriend had willen zijn, het enthousiaste en energieke type dat hem zo gemakkelijk aantrok in hun schaterende trance, maar als ze dat niet had, was ze ijskoud in hoe ze met je omging. En dat… God, het was niet léúk, maar het was wel eenvoudig. Dat kon hij. Als ze ooit opnieuw nieuwsgierig werd, zou hij er heus wel zijn. Als. Hij betwijfelde het ergens. En eerlijk gezegd was hij best blij geweest dat Belladonna Astoria hem evenmin nog sprak, maar ta-da, daar stond ze dan weer en voor hij het wist, had ze een mand op zijn bureau gezet en wilde ze hem leren kennen. ‘Ik… dacht dat je me niet mocht?’ Zacht uitgedrukt. Net alsof hij er wat aan kon doen dat Laurelle niet over hem verteld had. ‘Ik bedoel… heel vriendelijk en zo, maar…’ Waarom zou ze dit in vredesnaam willen? ‘Ik moet nog werken.’ Dat was de meest beleefde manier om dit af te wijzen, toch? Hij wilde het niet eens per se afwijzen, maar hij werd bloednerveus van Belladonna Astoria. Ze was precies het soort persoon dat recht door je heen keek en meteen al je fouten zag en God, Gabriel had er teveel om door haar keuring te komen.
  14. [1837/1838] Close your eyes and pray for change

    ‘Hoezo, je hoort het pas net?’ vroeg Gabriel verbijsterd. Ja, Belladonna had aangehaald dat Laurelle belangrijke onderwerpen uit de weg ging, maar… kom op, ze waren nu al wel even verloofd, was het niet lógisch als iedereen die dan toch zo goed bevriend was met zijn verloofde het wist? Lag dat aan hem? Was hij gewoon te saai om te snappen hoe zoiets verliep bij mensen die wel vrienden hadden? God, op dit moment zou hij het nog als redelijke verklaring aannemen. ‘t Klonk beter dan de akelige gedachte dat Laurelle het niet belangrijk genoeg had gevonden om mee te delen. Hij snapte best dat hij haar eerste keus niet was, maar ze zouden wel nog de rest van hun leven moeten doorbrengen samen! ‘Heeft Laurelle serieus nog niets gezegd na twee maanden?’ Nu ja. Dan… wist hij dat ook alweer, zeker? ‘Het is niet ráár dat je iets op haar en haar kinderen geeft,’ antwoordde Gabriel, enigszins defensief. Zoiets had hij toch nooit gezegd? In ieder geval had hij het nooit willen insinueren, wat daar de waarde ook van mocht zijn. ‘Ik weet gewoon niet wat je wil dat ik zeg.’ Dat was evenmin raar, toch? ‘Nee, ik ken haar niet goed, maar ik ga heus wel mijn best doen voor haar.’ Of… wel, voor het geld. Zij was gewoon de voorwaarde om eraan te geraken.
  15. [1837/1838] Close your eyes and pray for change

    Nee, inderdaad, hij kon er niet tegen. Want straks stelde ze de verkeerde vragen en straks zou hij geen degelijk antwoord hebben en straks hing hij eraan, straks ging ze iedereen vrolijk vertellen wie hij echt was, wat voor een wrak dat als enig voordeel had dat hij heel erg zijn best deed om geen wrak te zijn, hij werkelijk was en wat moest hij dan doen? Hij kon niet zeggen dat ze ongelijk had, tenslotte. Best, hij kon liegen, maar hij had zoveel gelogen in zijn leven dat hij het ergens niet meer aandurfde om het te doen. Als hij over zonde A loog, zou zonde B ook om de hoek komen loeren en voor hij het wist, hing hij er weer aan. Ha, was dat niet de vicieuze cirkel hier? Hij was doodsbang om weer van zijn met bloed, zweet en tranen beklommen berg te vallen en weer rechtstreeks in de ravijn terecht te komen, maar het kutte eraan was dat hij zich verdomme zoveel beter zou voelen in die ravijn, met kneuzingen en al. Het was zo verdomde moeilijk om te vechten tegen iets dat in zovele aspecten als de betere optie klonk. Geld en schulden konden geen probleem vormen als hij met een rijke vrouw trouwde. Laurelle gaf niets om hem en leek hem niet de persoon om voor haar echtgenoot te zorgen, dus voor haar zou hij het amper moeten verbergen. Als ze het toch ontdekte, zou hij desnoods opnieuw kunnen afkicken, dit keer echter zonder schulden. Dus… waarom niet? ‘Het klinkt alsof ik een heel examen moet gaan afleggen voor ik met Laurelle mag trouwen,’ antwoordde hij mopperend. ‘Voor je het vraagt, ik weet niet wat haar lievelingseten is, sorry, de volgende keer dat ik haar zie en ze niet weggaat, zal ik het vragen.’ Hij wist wel dat ze allergisch was aan pollen? Scoorde hij daarmee punten? ‘Ik heb veel jongere broers en zussen? Op hen heb ik altijd veel gepast, maar voor de rest niet veel, nee. Lucas en Stella heb ik al ontmoet, als dat je boeit. Fijne kinderen.’ Niet dat hij iets anders zou durven zeggen.
×