Jump to content

Élodie Aïssé

Heksen Hoog
  • Content count

    6
  • Joined

  • Last visited

  1. [1838/1839] I'm gonna crawl to the morning sun

    Élodie glimlachte naar Césaire, heimelijk oprecht. Na verloop van tijd was ze gesteld geraakt op hem, iets wat ze in eerste instantie niet helemaal had zien aankomen. Élodie teerde op connecties kunnen opbouwen met de mensen om zich heen, maar connecties waren niet per definitie emotioneel gebonden. Ze was een eiland met tientallen wegen naar jan en alleman met voldoende constructies om alsnog een eiland te blijven – en toch, toch, toch. Dat kleine Fransmannetje met openhartige ogen wilde ze bij zich houden alsof ze hem anders voor eeuwig kwijt zou raken, net alsof ze mensen kwijtraken plots een drama vond. En toch. Ze wilde hem bij zich. Hem naar Zweinstein laten gaan was al een ongewenste stap geweest. Ze nam het glas aan, gaf hem een luchtkusje op zijn kruin als was ze een liefdevolle moeder, werkelijk waar, en richtte haar aandacht verder op de twee voor haar neus. Later zou ze Césaire wel naar de Wegisweg sleuren om hem iets te geven dat hij wilde. Of zoiets. Ze hoefde zelf niets te zeggen om de onderlinge reactie te zien tussen meneer in het zilveren pak en mevrouw met het ingewikkelde kapsel en meteen zette ze een stap naar binnen om de cirkel te verkleinen. Mensen moesten niet al te veel ademruimte krijgen. ‘Kennen jullie elkaar?’ vroeg ze, zo onschuldig als maar kon zijn. ‘Ik heb een gevoel dat jullie in elkaars leven moeten zijn…’ Of anders, of anders, of anders. Of anders had Césaire niet de kans om een portefeuille weg te grissen. Meneer en mevrouw begonnen aan een stamelend verhaal, elkaar half en half onderbrekend, genoeg om een zeker comfort te verraden. Goh. Ze nam maar een slok van de wijn.
  2. [1838/1839] We drink the poison our minds pour for us.

    Er waren duizenden vrouwen als deze hier, en Élodie had ze allemaal gezien. Nu ja – dat was ook niet zo lastig, als je de een herkende, herkende je de ander, ze gingen allemaal met elkaar om en vertoonden allemaal dezelfde patronen, maar dat was niet erg, dat chronisch gebrek aan individualiteit, nee, dat was precies zoals Élodie ze graag had. Simpel. Het type dat ze aanspreken kon met een iets te vol glas wijn in de hand (ze geloofde niet in dat minibeetje dat in een wijnglas “hoorde”), zich nonchalant naast haar zettend, een speelse glimlach om haar lippen. ‘Wat een prachtige jurk!’ complimenteerde ze de vrouw, net alsof ze het verschil tussen die jurk en de vestimentaire keuzes van al de rest van de Engelse bovenlaag niet opmerkte. Maar ach, wat zou het, het was zo duidelijk als iets dat Élodie evenmin volledig thuis was hier. Élodie wilde hier ook niet thuis zijn. Ze voelde zich thuis in haar eigen lichaam, in de vrijheid die van zichzelf zijn en alleen, alleen, alleen van zichzelf zijn, in het gegeven dat mensen op haar vertrouwden en zij niet op hen. Thuis was een artificieel idee, maar het was alleen maar een reden voor betere tijden als je doorhad hoe het werkte. ‘Je ziet eruit alsof je op iemand wacht,’ ging ze luchtig door. ‘Oh, ik mag toch “je” zeggen, hè?’ Het was vreemd hoe vreselijk vervelend sommige mensen daarover deden hier, maar goed, het type dat haar niet vergeven kon om haar los gedrag was niet het soort mens waar ze mee wilde omgaan. Al deed ze het soms wel. Je weet wel. Voor de portemonnee. Maar goed, Élodie was sowieso niet de moeilijkste persoon, gewoon iemand die zelf wel zag in welke mate je echt op haar bouwen kon. ‘Op wie? Of mag ik dat niet vragen?’ Ze zette haar Franse accent wat in de verf, als was het een excuus voor haar curieuzeneuzemosterdpotvragen. Zoiets.
  3. [1838/1839] The men cry out, the girls cry out

    Ah, sceptici. Élodie had er nooit zo ontzettend veel geduld voor – ze waren zo saai! – maar zo nu en dan kwamen ze op haar stoel zitten en moest ze het er maar mee doen. Hartelijk lachte ze bij de opener van mevrouw hier, haar razendsnel in zich op nemend. Hm. Ze kwam haar niet meteen bekend voor, maar wat zei dat? Er waren duizenden mensen in Engeland, met sceptische ogen en de behoefte haar van haar stuk te brengen, zonder iets nieuws aan te brengen. Iedereen dacht altijd dat ze de eersten waren die iets probeerden. En Élodie, Élodie was zo lief om het gewoon te aanschouwen. ‘Is dat glas voor mij?’ vroeg ze zoetjes, voor ze haar haar achter haar schouder schudde. ‘Ik vrees dat scepticisme een plaag is in Engeland,’ ging ze luchtig door, het glas uit Bobbies handen nemend om een koket slokje te nemen. Kom op, zeg. Verwachtte ze echt dat ze het nu ging hebben over hoezeer ze wel niet een charlatan was? Sommige mensen wilden niet meer en niet minder dan een reactie, een reden om zich beter te voelen, maar Élodie was hier niet om een respons te bieden. Élodie was hier om haar kostje te verdienen en te weten dat ze beter was dan elk ander hier, en al helemáál dan iemand die zo zielig wilde horen hoeveel intelligenter ze was dan al de rest. ‘Maar gelukkig heb je er alsnog voor gekozen om voor mij te komen zitten – dus hoe sceptisch kan je zijn?’ Serieus, wat een gedoe ook weer. ‘Wil je over iets specifieks te toekomst weten?’
  4. [1838/1839] I'm gonna crawl to the morning sun

    Élodie begon aan een kalm gesprekje met haar liefste prooi van de dag, terwijl ze Césaire een aai over de bol gaf en hem zoetjes zei om hen een glas wijn te halen. Voor Élodie Césaire gevonden had, had ze dingen als codes altijd klinkklare onzin gevonden, zoiets typisch dat ze zich er niet mee wilde inlaten, maar nu ze haar zoon, zoals ze hem had geïntroduceerd, had, was het alleen maar handig gebleken om hem met een paar simpele zinnen die niemand anders begreep op pad te sturen. Wijn, lieve jongen, tijd om Zilveren Pak hierheen te halen, tijd om te doen alsof je een deel van mijn talenten hebt en ik zal trots op je lijken, goed? En we zullen dit verhaal romantisch afsluiten en terwijl zij twee druk bezig zijn met verliefd zijn, neem je hun geld af, goed? De aandacht van hun publiek begon te verslappen, merkte ze. Heel even was het dramatisch geweest, een ineenstortend kapsel en Élodies immer licht theatrale stem, maar nu ze over de mode begonnen te tateren (“Vind je ook niet dat zilver de beste kleur is die de afgelopen tijd in de mode is geraakt?” Afgeleide blik: check. “Zeker bij mannen, vind je niet?” Blos: check. “Mannen die iets nieuws durven te doen met hun pakken in plaats van altijd maar dat zwart…” Lachje, hetzij trots, hetzij nerveus, of misschien iets ertussenin: check), leek het alles plots minder interessant. Aan de ene kant was dat jammer: Élodie híéld van aandacht, maar aan de andere kant… Zo kon Césaire wel gemakkelijker zijn taak uitvoeren.
  5. [1838/1839] I'm gonna crawl to the morning sun

    De vrouw zag er lichtelijk overdonderd uit door alle gebeurtenissen, maar leek wel dankbaar om de hulp. Ja, ja, het had in principe discreter gekund, maar in principe had mevrouw hier haar kapsel ook degelijk ineen kunnen steken, dus dat was ook weer zo’n ding. Ergens was ze blij dat Césaire zo handig met haartooi bleek. Ze had een goede jongen uitgekozen, vond ze telkens weer, allemaal te danken aan haar goede instincten natuurlijk – hij had kleine talenten die bij dit soort akkefietjes de boel konden redden, hij had het benodigde observatievermogen voor een leven in haar branche en dat hij zo glunderde bij het kleinste vriendelijke woord, was alleen maar mooi meegenomen. Kritisch bekeek ze het kapsel. ‘Hm… Ik denk dat het wel wat steviger kan?’ zei ze, enigszins vragend aan de vrouw, maar niet al te gemeend. Ze zág dat het beter kon en dus moest Césaire dat maar even doen en dan kon ze alle dankbaarheid in ontvangst nemen en gloeien onder de aandacht voor de rest van de avond, Césaire in het kielzog. Misschien dat ze hem wat meer sociaal kon laten doen als ze hem wat Engels doceerde, maar dat was zo veel moeite en eerlijk gezegd vond ze het wel een fijn idee dat de communicatie voornamelijk langs haar moest. Nodig zijn was best prettig. ‘Kijk!’ Ze sommeerde snel een spiegel, leek haar wel zo handig, en toonde de vrouw haar spiegelbeeld. ‘Ziet u er niet geweldig uit?’ Ze glimlachte haar stralend toe, net alsof ze zelf iets gedaan had. ‘Zo maakt u ongetwijfeld indruk op iedereen!’ Ah, wat slijmen kon nooit kwaad. Ze gebaarde dat Césaire terug naast haar moest komen staan, nú, terwijl ze samenzweerderig haar volume wat dempte. ‘Maar er is iemand in het bijzonder, niet dan?’ Het was niet heel lastig geweest om dat te zien, maar mensen vonden zichzelf toch altijd zo subtiel als iets dat de vrouw bloedrood kleurde. Ze lachte zachtjes. ‘Staat u al ver in de jacht?’ Ze wilde wedden van niet. Vrouwen als dit spraken niemand als eerste aan. Nu ja, maakte het alleen maar gemakkelijker om haar zo ver te krijgen om in haar sprankelende talenten te geloven om haar de liefde te bezorgen. Het enige wat ze daarvoor moest doen, was mejuffrouw in een heel gesprek krijgen en dit feest misschien al of het volgende, volledig afhankelijk van hoe naïef mejuffrouw was, Césaire het beetje liefdesdrank in de handen te drukken dat ze altijd bij zich droeg om de kansen op succes te verhogen.
  6. [1838/1839] I'm gonna crawl to the morning sun

    Élodie had niet anders verwacht dan telkens bijgevulde champagne en van ieders blik op haar gericht. Dat was wat ze wilde, waar ze haar hele leven praktisch naar inrichtte en wat ze met een stralende lach ontving. Al de rest negeerde ze, zag ze toevallig niet en als anderen nu echt de behoefte voelden om haar erop te wijzen, ondertekenden ze het stilzwijgende contract dat het hun probleem was. Ze waren hier nog niet lang, maar mensen waren overal dezelfde schepsels met dezelfde zwaktes en dezelfde verlangens en Élodie kon op ze allemaal inspelen. Césaire hielp natuurlijk. Een alleenstaande moeder met een lievig ogende jongen? Jackpot. Was ze niet een tragisch figuur dat sterk stond in een wereld tegen haar algehele concept? Straalde ze niet naast de donkerte van hoe al die Engelsen dachten dat het moest zijn? Was het niet koddig, hoe moeder en zoon met elkaar omgingen, hoe ze elkaar oprecht mochten? Was je niet jaloers, denkend aan hoe je dochter je vertelde hoezeer ze je haatte en aan hoe je zoon je uit de weg ging? Wilde je niet horen dat alles beter werd? Wat voor stralende hittegolven er op weg waren in deze ijstijd? Ze lachte, zachtjes. ‘Goed opgemerkt,’ fluisterde ze terug, voor ze een bezorgde blik op haar gezicht plakte en Césaire aan zijn hand naar de onfortuinlijke vrouw sleurde. ‘Oh, juffrouw!’ schelde ze, alsof ze werkelijk geschrokken was, alsof ze er echt iets om gaf. Ja, ze was te oud om als juffrouw aangesproken te worden, maar zulke zaken konden geen kwaad. Ze wierp een scherpe blik op Césaire om hem aan te sporen haar recht te helpen – huphup – voor ze er een punt van maakte om luidop te vragen: ‘Gaat het wel?’ En iets zachter: ‘Het is niets wat niet op te lossen valt, hoor, geef ons een momentje zonder pottenkijkers.’ Ze knipoogde. ‘Nieuwe kans voor een entree, non?’
  7. Mijn Personagedossier kan worden nagekeken!

  8. Élodie Aïssé

    Algemeen: Naam: Élodie Laetitia Aïssé Leeftijd en Verjaardag: 32, 28 maart 1806 Politieke Voorkeur: Heksen Hoog Achtergrond: Familiesituatie & Geschiedenis in het kort: Adoptiezoon: Césaire Aïssé Élodie spint verhalen om zichzelf heen tot ze het niet meer over al de rest hoeft te hebben, een leven aaneengeregen met anekdotische bewijsstukken van haar bestaan, maar de feitelijke gebeurtenissen die aan de grondslag liggen van dat zo belangrijke bestaan zijn wat ze zijn. Ze is geboren in Trinidad, was het tegenovergestelde van een gewenste zwangerschap en heeft de eerste helft van haar leven besteed aan zich wrokkig voelen jegens elk betoon daarvan. Was het haar schuld dan, moeder? Had zij er werkelijk om gevraagd, moeder? Had ze liever gehad dat ze niet bestond, moeder? Toen ze een keer een bevestigend antwoord kreeg, noemde ze het haar one fifth crisis en besloot ze dat ze zulke bevestiging niet nodig had. Nee, haar moeder was het niet eens met de verdoofde magie in haar aderen en had liever dat ze het niet toonde, maar het lag niet in Élodies aard om zichzelf te verbergen, om een gegeven talent niet te cultiveren tot het deel was van haar identiteit. Nee, haar moeder zag heil in elke dag overleven, maar Élodie wilde de wereld aan haar voeten en ze zou er verdomme ook voor zorgen dat ze dat zou krijgen. Bloed, zweet en tranen was een schappelijke prijs voor die zichzelf beloofde glorie, niet dan? En dus besloot ze te leren – talenten te ontginnen en te onderhouden, de kunst van het praten in elke taal die ze dacht nodig te hebben en iedereen onder tafel praten onder de knie te krijgen, zichzelf om te toveren in iemand die op ieders netvlies gebrand stond. Snel genoeg zag ze in dat ze een bijzondere gift moest hebben dan enkel de kunsten die ze had – uitzonderlijke mensen waren er genoeg, niet dan, meer dan genoeg mensen die je moeilijk kon vergeten – en snel genoeg zag ze óók in dat ze de wereld niet rond kon reizen met geen geld op zak (of wel, even werkte dat, maar niet lang) en toen ze eens voor het blok werd gesteld, lachte ze schuchter en beloofde ze haar rechter van dienst zijn hele toekomst. Het werkte, op de één of andere manier, en Élodie had haar nieuw lot gevonden. Een aantal jaar ging dat prima. Ze kwam in Frankrijk terecht, na veel omwegen (ze wil je er alles over vertellen, heus waar!) en nog meer omzwervingen (hierover ook!), kwam ene Césaire tegen, snoezig knulletje, iets te oud om ieders hartje te doen smelten, maar Élodie vond zo alleen ook maar vervelend en bovendien had ze gehoord dat ze een betere kans in Engeland had als ze zich kon voordoen als een zielige alleenstaande moeder en dus nam ze hem mee. Ze vroeg hem wel of hij ook meewilde, hoor! Heel lief. Maar hij wilde wel mee. En nog belangrijker wilde Élodie dan nú naar Engeland om met een zoete lach de Engelsen en hun mankende maniertjes te gebruiken voor haar nieuwste ambities. Burgerlijke staat: Alleenstaand Beroep: Ziener! Echt waar. Woonplaats: Bath Bloedlijn: Halfbloed Rijkdom: Élodie is niet elke dag zo rijk als ze wil dat je gelooft, maar ze is het wel als je eens meewerkt en haar gelooft. Religie: Heeft ze niet nodig, volgende vraag. Publiekelijk gezicht: Uiterlijk: Élodie heeft zwart haar en donkerbruine ogen. Ze heeft een vrij gemiddelde bouw en lengte, wat ze zelf stiekem jammer vindt. Ze heeft een opvallende stijl, heeft een grote voorliefde voor het starten van trends (en voor simpelweg een blikvanger zijn als niemand haar volgt in haar laatste rage) en zal dat eigenlijk nooit indimmen. Toverstok: 28 cm, plataan, feniksveer Huisdier: Césaire heeft een kat en zolang zij ’t geen eten hoeft te geven, vindt ze dat best. Schattig ding, hoor, leuk om het ijs mee te breken. Karakterbeschrijving: Positieve eigenschappen: - Ambitieus - Assertief - Charmant - Intelligent - Inventief - Ordelijk - Perfectionistisch - Veerkrachtig Negatieve eigenschappen: - Aanstellerig - Berekenend - Binnenvetter - IJdel - Manipulatief - Rancuneus - Scherp - Trots
  9. Faceclaims

    Tessa Thompson - Élodie Aïssé <3
×