Jump to content

Geoffrey Grey

Afdelingshoofd Huffelpuf
  • Content count

    34
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    2

Geoffrey Grey last won the day on January 23

Geoffrey Grey had the most liked content!

About Geoffrey Grey

OOC Profiel Informatie

  • Membergroups
    VTP
  • Naam
    Sonja

Profile Fields

  1. [1837/1838] Greenhouses are forever green

    Heel misschien was het ook wel zo dat Geoffreys vriendenkring al vanaf zijn eerste jaar op Zweinstein nogal eens had bestaan uit braverikken en moraalridders. Gek genoeg was hij, ook als trouwe Huffelpuf, de meesten uit het oog geraakt. Hij was verblind geweest door zijn werk. Ook nu. Natuurlijk zag hij best dat zijn vrouwelijke collega's prachtige dames waren, stuk voor stuk schoonheden, en slim bovendien. Maar de stress van zijn lessen zorgde ervoor dat er een sluier over hen heen hing. Hij leefde in een mistig hoofd. Niet onvriendelijk of verlegen, maar geregeerd door spanningen en kortsluiting. Nu was het eigenlijk alsof zijn collega de sluier ietwat oplichtte en hem toonde wat daaronder te zien was. Een toekomst, wellicht, als hij er klaar voor was. Ha, hij had het vanmorgen toen hij opstond niet kunnen bedenken dat hij 's avonds fan zou zijn van Scott Evergreen! Maar de man had het druk: hij moest maar eens gaan. "Duizendmaal dank!" zei hij hartelijk toen hij de Fata Quietas op tafel bekeek. Het was - voor een plant - een stoer ding om te zien. En rustgevend. Geoffrey knikte enthousiast toen Evergreen vroeg of hij daarnaar op zoek geweest was. "Zeker, ja. Ook al geef ik het niet graag toe." Hij stond op, zette zijn lege glas op tafel en nam de plant in beide handen met het voornemen om er goed voor te zorgen. Bleek later ook wel: de plant groeide binnen enkele weken zowat zijn privévertrekken uit. OOC: The END! Topic done. Met veel plezier geschreven.
  2. [1837/1838] Small and precious, like a diamond

    Zacht grinnikte Geoffrey om de aandoenlijkheid van de eerstejaars. Waarom bleven vrouwen niet charmant zoals in deze leeftijdsfase? Wat deed de puberteit met jongedames? Goed, hij was daarin geen expert. Dat zou nog wel komen als hij wat langer in dienst van Zweinstein zou zijn. "Nu ja, ik vermoed dat alle welgestelde dames veel tijd besteden aan hun haardracht, vooral als voorbereiding op een feest of een belangrijke kerkdienst. Maar als u het geduld verliest, kan een Droogspreuk misschien uitkomst bieden?" Een vleugje Dreuzeltoestanden en een vleugje magie, dat was volgens Geoffrey een ideale combinatie. Abigail bedankte hem beleefd en hij knikte haar toe. "Graag gedaan, juffrouw Carrington. Heel veel succes met de opdracht; ik heb er alle vertrouwen in dat u het tot een goed einde zal weten te brengen." De jongedame had ineens een beetje haast en toen hij een blik op zijn zakhorloge wierp, begreep hij volledig waar de eerstejaars zich druk over maakte. "Oh, vlug inderdaad! Een goede avond nog, en tot ziens in de volgende les." Hij opende deur voor haar en liet haar uit. Als de wiede weerga spoedde het meisje zich naar de Griffoendortoren. Geoffrey glimlachte: als ze te laat zou zijn en punten aftrek zou krijgen, zou hij die punten wel weer aanvullen. Enigszins voldaan blikte hij naar het volledig verlaten lokaal. Het vak van leerkracht was hem niet op zijn lijf geschreven, maar opeens hield hij oprecht van zijn functie. OOC: Topic done!
  3. [15+][1838/1839] Midzomernacht 4 - Royalty

    “U kunt onmogelijk bukken?” herhaalde hij toen hij zich overeind duwde. “Wat zielig. Ja, natuurlijk lukt het me om overeind te komen, ik ben namelijk niet degene die als een rollade in een korset hangt.” Toegegeven; overeind komen was met al die bagger tussen zijn masker nog best een probleem, maar hij liet zich niet kennen. Zo stijf was hij niet, zelfs niet onhandig, maar hij had gewoon nooit echt geluk. Nu ook niet. Was hij nu maar niet met Scott overeengekomen om dit te gaan doen, het was namelijk best gênant. Dus na de derde poging stond hij eindelijk weer overeind en klopte het zand of wat het dan ook was van zijn gewaad. “Zo. Waar was ik? Oh, ja, de elfen geven licht. Beetje weinig wel, hè? Of vindt u dat romantisch?” Vanaf dit punt was hij totaal vergeten wat Evergreen hem had ingefluisterd. Eveneens was hij vergeten dat hij eigenlijk had verwacht sprakeloos te zijn, maar de kattige manier waarop ze gereageerd had liet hem juist ontspannen. Nee, hij ging niet hoffelijk doen, want dat paste hem niet. Vooral niet als het toch niets werd, want dat was reeds duidelijk. Op een langzaam wandeltempo zou hij de jongedame weer terug naar haar vriendinnen begeleiden, die als bakvisjes stonden te giechelen. “Is het een beetje vol te houden, zo’n avondje met vriendinnen?” vroeg hij. Dat gegiebel werkte op zijn zenuwen. Het was net alsof een groepje zevendejaars uit Zwadderich de een of andere val voor hem had opgezet. Even keek hij naast zich, om de dame toch nog een beetje in zich op te nemen. Ze was mooi; had een mooie houding. Veel meer kon hij niet over haar zeggen en dat was ook niet nodig want het werd ook niks. Beter zo. Wat niet beter was, was het iets smaller wordende pad, waardoor hij iets dichter tegen haar aan moest lopen en daarbij vol op de zoom van haar jurk stapte.
  4. [1837/1838] Small and precious, like a diamond

    Oh gelukkig liep hij met zijn collega’s in de pas! Zomaar leerlingenkamers bezoeken, dat zou niet echt iets voor hem zijn, en dat was bij de andere professoren niet anders. Hij had ook geen van de andere Zweinsteinmedewerkers er ooit over horen praten in de lerarenkamer. Het gezellige meisje praatte verder: ze wilde best Klassenoudste worden en haar krullen waren natuurlijk. Geoffrey glimlachte om het quasi beledigde gezichtje dat ze trok. “Excuus, miss Carrington!” Echt spijt van zijn uitspraak had hij niet, maar hij speelde leuk met haar mee. “Oh, uw zus krult haar haren wel? U zou het ook meer-of minder kunnen laten krullen, het is maar net of het krullendag is die dag, net als de manier waarop het haar opgestoken wordt.” Dat was een luchtige manier om met de schoonheid van dames om te gaan. Dat ze hun haren bijna geen dag hetzelfde droegen, was hem heus wel opgevallen. Zelfs zijn moeder deed dat. “Een Dreuzelvrouw heeft nog veel meer, echt heel veel meer geduld nodig voordat haar haren krullen,” legde hij uit. “Ze maken hun haren nat, nemen dan een streng en wikkelen die om dit ding - het heet een krulspeld - en dat herhalen ze met alle haarstrengen. Ze zetten ze vast met kleine pinnetjes en dan moeten ze wachten totdat het haar droog is. Dat duurt soms uren. Daarna wikkelen ze hun droge haar er weer af en voilà! Krullen!” Hij kon zoiets best Dreuzelmagie noemen, maar sprak gemoedelijk met het kleine meisje mee. “Ja, zielig, hè. Gelukkig weten ze niet dat magie bestaat, dus wat niet weet, wat niet deert.” En Dreuzels waren soms fantastisch vindingrijk, maar dat was een mening die doorgaans niet bij de upperclass thuishoorde.
  5. [15+][1838/1839] Midzomernacht 4 - Royalty

    Ooo-ké, dus nu moest Geoffrey bij Scott vandaan lopen en even via een omweggetje bij de dames terecht zien te komen en dan moest hij er eentje zien te versieren. Goed. Prima, toch? Het was niet alsof hij vervloekt ging worden, maar het was wel alsof hij een blauwtje ging lopen en dat was toch ongeveer net zo erg? Zijn zeer gewaardeerde collega sprak een beetje over vrouwen alsof het dingen waren, of tenminste; hij nam woorden zoals een exemplaar in de mond. Hoewel, met die maskers zo, was de anonimiteit zo groot dat de dames meer op levensgrote poppen leken. “Vooruit maar,” zei hij zenuwachtig. Oh, dit lag echt mijlenver buiten zijn comfortzone! Deze actie paste echt totaal niet bij hem! Hij ging falen, dat wist hij zeker. Enkele minuten geleden had hij het nog wel geinig gevonden om dit festival te bezoeken, maar inmiddels wist hij dat hij thuis met een Dreuzelroman de perfecte avond zou hebben. Toch wilde hij zich niet laten kennen, of toch zeker niet in het bijzijn van Scott Evergreen, want die man was al zo’n beetje uitgegroeid tot zijn idool - dan rechtte je gewoon je schouders en liet je zien dat je echt wel een vent was. Dus lachte hij als een boer met kiespijn. “Ik ga even kijken hoe hoog ik grijpen kan, dan, haha! Tot strakjes, meneer Evergreen.” Hij dronk het laatste beetje van de drank op en liet het glas verdwijnen. Met kordate stappen liep hij naar het groepje vrouwen toe en voegde zich zijlings tussen hen. “Goedenavond,” zei hij vrolijk. Een buiginkje kon tijdens het wandelen niet, dus dat liet hij maar achterwege. Hij probeerde oogcontact te maken zoals hem was geadviseerd, maar hij zag enkel twee zwarte gaten in het masker van de op een na achterste dame. Hij zou nu iets moeten zeggen. “Het is een prachtige avond voor eh… Feeën. Ja. Feeën in bomen.” Wat had Scott hem ook alweer gezegd? Oh, ja: “Bent u ook een mysterieuze vrouw die van tuinen met donkere Feeën houdt?” Hij zei iets verkeerd, maar wist nog niet precies wat. “Ik vind ze pra-AAAH!” Tja, met zo’n masker zag hij niet goed waar hij liep, dus die uitstekende boomwortel had hij volledig gemist. “Prachtig,” murmelde hij al grashappend vanaf de grond.
  6. [15+][1838/1839] Midzomernacht 4 - Royalty

    Bijzonder gelovig was hij niet, maar het gevoel bekroop hem dat hij zijn intrede had gedaan in het domein van de duivel en dat bracht hem in tweestrijd. Was hij in het verleden te braaf geweest en had hij niet echt geleefd? Of was zijn leven zoals het hoorde te zijn, was hij gewoon verstandig geweest, en zou hij zich ver verwijderd moeten houden van verleidingen zoals het midzomernachtfeest? Met een glimlach nam hij het drankje van Evergreen aan en besloot: spijt krijgen kon morgen ook nog, niet nu dus. Hij zou zich laten overspoelen door deugd en ondeugd en pas later nadenken over of het goed of fout was om zichzelf eens een avondje te laten gaan. "Geweldig!" zei hij als compliment over het drankje. Als zijn Zweinsteincollega het zo bracht, was beroemd zijn inderdaad een voordeel, al leek het Geoffrey benauwend om overal altijd maar herkend te worden. Vandaar ook dat dat masker, ook al zat het niet lekker, geen slecht idee was. De Feeëntuin, dus. Vrouwen versieren moest kennelijk op informele wijze, niet gewoon stijfjes zoals hij gewend was (maar wat inderdaad nooit succesvol was) een dame ten dans vragen en daarna van het ene het andere laten komen. "Wat voor type vrouw kan ik verwachten in het Feeënbos?" vroeg hij oprecht nieuwsgierig. Was het van lichte zeden wat daar rondliep? Waren het jonge vrouwen of oude vrijsters? Of waren ze, zoals Scott al eerder had aangehaald, op zoek, wat eigenlijk in zijn oren klonk als desperaat? Als een eendenkuiken volgde hij zijn collega die hem een plan van aanpak voorschotelde: afspreken in een toren. Dat was toch niet te doen? Hoewel; hij kon het natuurlijk altijd proberen. Hij was licht zenuwachtig, al vertrouwde meneer Evergreen hem toe dat hij meerdere versierpogingen op één avond kon wagen. Meerdere pijlen dus, om in de roos te kunnen schieten. Dat stelde hem alweer wat gerust. Een beginzin mocht hij alleen gebruiken als hij die op een volledig ontspannen wijze toe kon passen, zoals een echte Casanova, en… dat was hij eenmaal niet. Geoffrey grinnikte. "Nee, natuurlijk heb ik niet vaker een beginzin gebruikt, of hij moet zo slecht geweest zijn dat alle dames gillend wegrenden, maar ik dat geval zal ik het niet in de gaten hebben gehad." Het was meer dat als hij voor een vrouw zou komen te staan en dan volledig sprakeloos zou zijn (zoiets stoms ging hem sowieso overkomen) dat hij dan in ieder geval één ingestudeerde zin had, zodat een ontmoeting in ieder geval een paar seconden langer duurde. "Wat denkt u van: Met u zou ik wel in een ketel willen roeren?"
  7. [1837/1838] Small and precious, like a diamond

    Diep denkend keek Geoffrey even naar het gewelfde plafond van zijn Dreuzelkundelokaal. "Als leraar zou ik inderdaad mogen gaan en staan waar ik maar wil, ook in de Leerlingenkamers, maar ik weet eigenlijk niet of ik dat wel zou willen. Krijgen de Griffoendors vaak bezoek van de staf? Het schoolhoofd bijvoorbeeld, komt hij regelmatig langs om te kijken hoe het met de afdeling is?" Hij had daar geen weet van, al had hij wel een heel klein beetje de ambitie om ooit, misschien, als niemand anders zich aanmeldde, Afdelingshoofd van Huffelpuf te worden, maar moest hij dan telkens bij de leerlingen gaan kijken? Zelf liet ze doorschemeren dat ze na de avondklok wel eens door de gangen gedwaald had en hij moest erom glimlachen. "Misschien, als u graag door lege gangen dwaalt, is het wel wat voor u om Klassenoudste te worden. Dan moet u regelmatig een ronde door het kasteel afleggen om te kijken of iedereen wel braaf in de Leerlingenkamer is." Dat leek hem saai werk, maar wie weet hield miss Carrington erg veel van avondwandelingen. "Geen enkel gevoel voor mode?" herhaalde hij. "Laat me u dan het volgende vragen. Hoe krijgt uw mooie, blonde haar die krullerige slag aan de onderzijde?" Hij wees naar haar engelachtige haren die over haar schouders gedrapeerd hingen alsof ze niet in staat waren om ooit in de klit te raken. Hij dacht - maar hij wist het niet zeker - dat heksen hun haren rond hun toverstok draaiden en het dan met een spreuk zo lieten krullen. Maar evengoed kon het van nature in een krul zijn gegroeid, voor de gelukshebsters onder de jongedames. Gek genoeg wist hij wel precies hoe het bij Dreuzeldames werkte, maar niet eens bij heksen.
  8. [1837/1838] Greenhouses are forever green

    Zo langzamerhand begon Geoffrey zich af te vragen hoe het in 's hemelsnaam mogelijk was dat hij zich voor het eerst sinds hij op Zweinstein wat beter begon te voelen. Die zelfhulpgids had dan toch nog iets nuttigs te melden gehad, al was hij bijna in een onomkeerbare slaap gevallen geweest. Of kwam het door Scott Evergreens rustige doch ietwat kritische karakter? De Kruidenkundeleraar was een niet-alledaagse man, maar hoewel Geoffrey het zich nooit besefte, was hij dat zelf ook niet. In ieder geval was hij welkom, kon hij van alles gaan doen met groen, werden problemen uit het verleden met herkenning ontvangen, mocht hij een stevig vervloekinkje uitproberen op lastige Zwadderaars en mocht hij gesigneerde boeken lezen, op een bruiloft komen en whiskey drinken. Wat wilde een mens nou nog meer? Geoffrey knikte lachend toen Scott hem erop wees dat de Silvershores het feest betaalden. Hij kende de traditie een beetje, maar aangezien hij uit lagere kringen afkomstig was, was het voor hem niet vanzelfsprekend dat de familie van de bruid een heel huwelijksfeest bekostigde. Maar eigenlijk wist hij, bij gebrek aan een huwelijk, er niet heel veel van. Professor Evergreens verbazing was eigenlijk grappig te noemen. "Tja… het is niet zo dat ik u per sé zou willen vertellen dat ik nog heel groen ben," wat ook wel raar was aangezien hij zojuist zijn affinniteit met groen besproken had, "maar dan in de liefde," zei hij er dus zenuwachtig achteraan. "Echter, het is eenmaal de waarheid en nu het zo ter sprake komt..." Mis? Wat zou er mis kunnen zijn? Alles wat zijn collega woordeloos beweerde - hij viel toch niet op mannen? Daar had hij althans nooit iets van gemerkt. En nu de groene ogen zich een klein stukje naar beneden lieten vallen, sloeg Geoffrey spontaan zijn linkerknie over zijn rechterbeen. "Alles in orde!" riep hij. Het was toch niet netjes om zomaar een jonge vrouw een oneerbaar voorstel te doen? En wat zou hij dan moeten zeggen? 'Wilt u me alstublieft van mijn maagdelijkheid af helpen?' Nee. Kon niet. Bovendien verwachtte hij iets van gevoelens, maar dames kozen meestal het hazenpad als hij in de buurt kwam. Niet echt bevorderlijk voor een leven tussen de lakens, en aan een prostituee moest hij al helemaal niet denken, want hij zou dan vast en zeker zo'n sukkel zijn die daar verliefd op werd. Beter voorkomen dan genezen. "Maar ik was erg gehecht aan mijn Schouwerscollega, over wie ik eerder vertelde." Plat gezegd (dus hij zou het niet zeggen) had hij het op haar wel gekund. "Na haar overlijden heb ik echt een lange tijd gerouwd. Ik denk dat ik die periode nu wel af kan sluiten..."
  9. [15+][1838/1839] Midzomernacht 4 - Royalty

    In het goede gezelschap van Scott Evergreen kuierde Geoffrey door het park met het doel: vrouwen versieren. Of tenminste; eentje. Eén enkele vrouw volstond al, het hoefde geen meervoud te zijn. Liever niet. Geoffrey had reeds zijn handen vol aan zichzelf en had zijn vrouwenzoektocht ook volledig te danken aan zijn Zweinsteincollega, want zelf zou hij gewoonweg niet op het idee gekomen zijn om naar de Midzomernacht te gaan. Hoewel hij het best leuk vond om de kleine voorstellingen van allerlei acrobaten bij te wonen en zich door vuurwerk te laten verrassen. “Alle vorige keren dat ik hier was, was ik met een team van Verbloemisten verantwoordelijk voor de Dreuzelafwerende bezweringen die rond dit evenement worden aangelegd,” zei hij ter info. “Daardoor heb ik het nooit eerder kunnen bezoeken. Dus ik ben benieuwd!” Het was ook voor het eerst dat hij een masker droeg. Het was koperkleurig met donkerblauwe edelsteentjes langs zijn oren en er zaten drie pauwenveren in verwerkt. Het was niet goedkoop geweest, maar het scheen dat de meest eenvoudige maskers vooral vrouwen van lage komaf zouden aantrekken. Nu had Geoffrey daar op zich geen problemen mee, maar hij nam aan dat zijn vermogende gezelschap het niet zou kunnen waarderen. Standsverschillen waren soms moeilijk. Probleem was nu wel dat als hij met zijn ogen knipperde, hij met zijn wimpers het masker raakte en hij daardoor telkens de neiging had om in zijn oog te wrijven en dat kon alleen als hij zijn pink (zijn wijsvinger was te groot) door het ooggaatje stak, want hij mocht het masker niet even afzetten. “Waar wilt u eigenlijk naartoe?” vroeg hij. “Er schijnt een balzaal te zijn. Daar is meestal toch wel wat vrouwelijk schoon te vinden?” Hoe moest hij dat eigenlijk beoordelen als alle dames een masker droegen? Misschien had de dame met het mooiste masker daaronder de meest vreselijke haakneus! “En… wat zou een mooie beginzin zijn? Hoe dien ik een dame voor het eerst aan te spreken?”
  10. [1837/1838] Greenhouses are forever green

    Ook de beroemde Scott Evergreen was ooit eens op staande voet ontslagen. Even keek Geoffrey de man aan in zijn opvallend groene ogen; een blik van herkenning. “Heeft u daar spijt van?” vroeg hij, maar toen hij die vraag uitsprak, vond hij hem zo koud uit de lucht vallen dat het hem dwong om het een en ander toe te lichten. “Ziet u, de omstandigheden waarin ik kwam, vlak voor mijn ontslag, vroegen erom om beslissingen te nemen die ik vandaag de dag nog steeds zou nemen. Daardoor voelt het ontslag onterecht.” Geoffrey had geen spijt, maar wrok; een naar en schurend gevoel omdat hij straf kreeg voor een goede daad. Dat sluimerende, negatieve gevoel van onvrede was slopend voor een mens, en op Zweinstein versterkt door die vreselijke leerlingen die hem straften voor zijn goede lessen. Hij glimlachte toen hij het aanbod kreeg om te leren tuinieren. Had hij niet gewoon een hobby nodig? Planten zouden hem toch niet straffen voor het geven van een beetje toewijding? “Dat aanbod neem ik graag aan, maar zoals ik al eerder zei, ontbreekt het me aan talent. Het lijkt me aangenaam om bezig te zijn met groen, al verwacht ik geen prachtige planten zoals u die wel heeft.” Hij kon er altijd een boek voor raadplegen, natuurlijk. Ha, en nu werd hij ook nog eens uitgenodigd voor een bruiloft! Wat was dit, zijn geluksdag? Het leek er eerst niet op, maar de kans was aanwezig dat hij straks dansend terug naar zijn privévertrekken zou gaan, in gedachten walsend met… Een vrouw die volgens professor Evergreen op zoek was. Bestonden die? Hoe kon hij zoekende vrouwen herkennen? Meestal waren ze erg gereserveerd ten opzichte van hem en had hij geen idee hoe hij zo’n dame zou kunnen laten ontdooien. Maar de ervaringsrijke kerel tegenover hem, die net als hij soms gretig een slok whiskey nam, zou het vast allemaal veel beter weten dan hij. Plus: het leven ging niet altijd over rozen, bewees de openheid over het eerdere ontslag. “Ik had geen uitnodiging verwacht,” zei hij met een brede glimlach. “Het is een eer om op uw bruiloft te komen en heb er veel zin in. Dus ik veronderstel dat ik de Silvershores kan danken voor hun grootse manier van doen?” Tussendoor kwam er in hem op dat hij voor die tijd eens ergens een dansles zou moeten volgen, want het was lang geleden dat hij dat nog eens had gedaan. “Men zegt wel eens: van een bruiloft komt een bruiloft,” zei hij tussen een slokje whiskey en een lachje in en zette het inmiddels lege glaasje op tafel. “Al weet ik niet of ik een vrouw zou kunnen bekoren - of zij mij.”
  11. AH-verkiezing: Huffelpuf

    Nou, mensen! * probeert een zekere houding aan te nemen * Luister. Ik ben onhandig, onbekwaam en wat mijn instortingsgevaar betreft hang ik al tijden op het randje, MAAR: vergeleken met mijn collega's ben ik toch niet zo slecht? Ik ben tenminste geen alcoholist (denk ik) en ik ben een goed mens. En met mij kan je lachen! * trekt een grijns * ook al heb ik dat nog niet bewezen. Jullie zijn ook meestal niet zo grappig. En die ontploffende stoommachine vond ik nou ook weer niet zó hilarisch. Dus. Ik heb echt niets tegen Laurelle Ryder, hoor! Het is maar wie jullie willen. Ik zal beloven dat ik niet zo heel teleurgesteld zal zijn als ik geen afdelingshoofd van Huffelpuf word. * trekt pruillipje * Maar het lijkt me dus wel leuk en ook goed voor mijn ego. Jaja, ik weet dat jullie genoeg ego hebben. Het gaat hier over mij, hè. Haha! Nou? Toch even gelachen. Zien jullie wel? Ik kan het.
  12. [1837/1838] Small and precious, like a diamond

    Miss Carrington kon dan wel rijk zijn, of tenminste; haar familie had zo'n grote hoop Galjoenen dat hij er niet overheen zou kunnen kijken, maar kapsones had het meisje niet. Ze was beleefd en lief en heel anders dan de krengen uit de hogere leerjaren: het grut dat nog niets van het leven wist, maar desondanks op hem neerkeek. Zij was anders. Er konden wat hem betrof wel honderd meisjes zoals zij in Zweinstein rondlopen, want dan zou zijn werk als leraar een stuk prettiger zijn. "De Griffoendortoren? Is het daar lekker warm? Ik ben er nog nooit geweest, want ziet u: ik was een Huffelpuf vroeger," meldde hij terwijl hij de thee tevoorschijn toverde. Met een volgende zwaai van zijn toverstok schoof er een bijzettafeltje tussen hun stoelen bij het haardvuur in en liet hij het dienblad ernaartoe zweven. Eerlijk gezegd was hij handiger in spreuken dan dat hij het geheel in zijn handen zou houden; dat was vragen om ongelukken met heet water. Hij grinnikte toen ze de krulspeld om haar vinger schoof en verontwaardigd uitriep dat hij dat toch niet kon menen. Kostelijk! "Nee, juffrouw Carrington, dat is het ook niet," zei hij geruststellend. "Het ziet er inderdaad niet mooi uit, ook niet bij Dreuzels. Ik zal u vertellen wat het is, maar eerst geef ik nog een aanwijzing. Misschien dat u het dan al weet." Hij schonk de thee in beide kopjes en schoof er eentje naar haar toe, voorzien van een koekje dat keurig op het randje van het schoteltje lag. Op een enigszins mysterieuze toon zei hij: "Ze worden gebruikt voor het creëren van een kapsel." Zo, nu mocht ze weer even nadenken en kon hij rustig van zijn thee nippen - au, snotver, gloeiendegloeiende! - al kon hij daarmee toch beter nog maar even wachten. Het was ook niet de eerste keer dat hij zijn lippen brandde, sukkel dat hij was.
  13. [1837/1838] Small and precious, like a diamond

    Kouder dan in Londen? "Geen idee," lachte Geoffrey. "Maar het zou zomaar kunnen, want het is hier noordelijker dan Londen. Stel dat we nu gaan reizen, nog verder naar het noorden, over de zee. Dan komen we in een land dat IJsland heet. Die naam zegt genoeg, toch? Maar heeft u het nu nog koud, bij het haardvuur?" Het was voor hem veel gemakkelijker om te praten met iemand die hem goedgezind was dan met een dwarse puber die alles wat hij zei verkeerd opnam. Abigail had de krulspelden zorgvuldig bestudeerd, maar kwam met haar groepje niet uit de functie ervan. Dat was wel grappig te noemen. Als hij geen moeite had gedaan om zijn gezicht in de plooi te houden, zou hij in lachen uitgebarsten zijn. Opvulling! Té mooi! Die roze wangen ook, schitterend. Zo'n meisje zou hij zonder enig protest als dochter aannemen. Hij luisterde aandachtig, want luisteren was in dit geval zeer plezierig. Straffen, opvullen, hij zou die suggesties eens ergens op moeten schrijven opdat hij ze niet vergeten zou. "Clementine heeft gelijk, juffrouw Carrington," zei hij uiteindelijk toen de volle omvang van het probleem hem duidelijk was. "Ze zijn inderdaad speciaal voor vrouwen. Weet u wat; ik geef een hint en dan kunt u erover nadenken terwijl ik onszelf van een kopje thee voorzie. Is dat een idee?" Zonder haar antwoord af te wachten stond hij al op en glimlachte hij het meisje toe. "Deze dingen worden door Dreuzeldames gebruikt om mooier te worden." Hij keek even op zijn zakhorloge. "Theetijd!"
  14. [1837/1838] Greenhouses are forever green

    Was het de groene omgeving, de whiskey of was het meneer Evergreen die hem liet ontspannen? Misschien waren het wel die drie zaken tegelijkertijd, maar het leek toch echt wel alsof hij beter kon ademhalen, en alsof zijn hartritme beter aansloot bij zijn activiteiten. “Een bombastische vervloeking?” papegaaide hij. Kon dat echt? “Nou, in dat geval… ‘t Is goed dat u het zegt, dan heb ik een soort-van toestemming, maar dan weet ik wel wat.” Hij grinnikte. Misschien zou het lachen hem wel vergaan eens hij weer voor de klas stond, maar nu was het smeden van plannen erg fijn, veel beter dan een terugblik op de afgelopen werkdag. Hij zuchtte echter serieus toen Evergreen naar zijn Verbloemistenverleden vroeg. “Het is een prachtig vak, al is het soms meedogenloos ten opzichte van Dreuzels. Ik had er geen moeite mee hoor, om een geheugen te wissen of orde te scheppen in de chaos van een doorgedraaide heks. Maar één keer zat ik mis.” Hij zette het whiskeyglas aan zijn lippen en nam een iets te grote slok. “Op staande voet ontslagen.” Vol interesse volgde hij daarna Scotts hand naar de boekenplank, waar er werkelijk op iedere rug zijn naam stond. “Ah, dus het is uw missie om mensen wijzer te maken, op velerlei manieren.” Hij kende de inhoud van de boeken niet, maar hij had zo het vermoeden dat ze allemaal over magische planten gingen. “Ik zou echt naast mijn schoenen lopen van trots als ik zo’n plank vol eigen werk zou hebben,” gaf hij eerlijk toe. En ja, leerlingen waren pas leuk als ze afstudeerden, haha! Goed gesprek was dit. Eindelijk eens iemand die iets normaals te melden had. “Ach, ja, heeft dat niet zelfs in de Ochtendprofeet gestaan? Gefeliciteerd nog met uw verloving! Het spijt me dat ik daar zelf niet aan dacht, erg onbeleefd van me.” Zijn hoofd was te vol geweest om zich zulke zaken te herinneren, wat niet goed was, want het kwam over alsof hij geen interesse had en dat was niet zo. “Wanneer staat de bruiloft gepland? Bent u van plan het groots te vieren?” Natuurlijk kreeg hij de grote wedervraag, en hij schudde zijn hoofd. “Nee, niemand,” zei hij schouderophalend. “Misschien als ik mijn leven op de rails heb, maar…” Hij wees naar zichzelf. “Wie wil er nou zo’n wrak?”
  15. [1837/1838] Greenhouses are forever green

    Aggressieve Hortentia's. Geoffrey glimlachte: het was net alsof de man over vrouwen sprak, want vrouwen waren vaak ook mooi en gevaarlijk tegelijkertijd. En kinderen eigenlijk ook. Glimlachend nam hij Scott Evergreen in zich op. "De Zwadderaars zijn soms het ergste," zei hij terwijl hij een onschuldige tronie probeerde te trekken, "maar eigenlijk is het allemaal één pot nat, ze trekken al in de eerste vijf lesminuten al mijn energie eruit - en dan heb ik nog de hele dag te gaan." Hij nam een slokje, dat hij heerlijk vond, en liet de whiskey in zijn glas ronddraaien. "Maar voordat u hen een lesje leert… kan ik beter proberen zelf wat meer grip te krijgen. Meer overwicht. Snapt u?" Het lag natuurlijk allemaal aan hem, zoals hij wel vaker zichzelf de schuld gaf van onprettige gebeurtenissen. Op zich had hij voldoende zelfreflectie. "Damarcus? Ja, nee, die is er net, die zal echt voorlopig niet vertrekken neem ik aan," sprak hij met Scott mee. "Maar ik ambieer zijn functie niet hoor." Als hij verweer zou geven zou hij steevast iedere les worden vervloekt. Dan maar Dreuzelkunde, dat was een stuk veiliger. De vraag die Evergreen stelde, lag voor de hand, maar kwam toch nog onverwachts. Geneigd om zaken te ontwijken probeerde Geoffrey tegenvragen te verzinnen, maar het antwoord hing al op zijn lippen en liet zich niet wegjagen. "Eerst Schouwer, vanaf dat ik een jaar of twintig was. Het was een goede baan, beetje zwaar, fysiek en emotioneel, en dat deed me uiteindelijk de das om." Hij zuchtte, keek even in zijn glas en besloot nog een slokje te nemen voordat hij verder sprak. "Dat was toen mijn collega Kathy Jones om het leven kwam." Eigenlijk was hij daar nog steeds niet overheen, al gaf hij dat niet graag toe. "Daarna ben ik Verbloemist geworden en loste ik conflicten op tussen tovenaars en Dreuzels." Dus vandaar de Dreuzelkunde. Maar ook daar had hij niet kunnen blijven, anders was hij nu geen Zweinsteinprofessor geweest. Toch, voordat hij daar ontzettend veel meer over vertellen zou, vroeg hij het meest eenvoudige. "En u? Wilde u altijd al professor Kruidenkunde worden, of bent u ook, net als ik, een beetje… zoekend geweest naar wat het leven allemaal te bieden heeft?"
×