Jump to content

Daniel Bennett

Magisch Verbond
  • Content count

    295
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    19

Daniel Bennett last won the day on May 29

Daniel Bennett had the most liked content!

About Daniel Bennett

Profile Fields

  1. [1839] Give me all of that ultraviolence

    Daniel kon een grinnik niet onderdrukken bij Aria’s woorden. Oh, Aria maakte het hem altijd zo lastig om niet wat losser te worden, om alle formaliteiten te bewaren. Ondanks alles, ondanks het verraad en de sluimerende conflicten en alle woorden, even zoetgevooisd als dodelijk, was Aria nog altijd zijn zus; hij voelde zich even onoverwinnelijk naast haar als altijd. Maar niet in de strijd onderling. Gewoon. Algemeen. Terug op de troon. Hij was nooit van de troon gestoten, nooit echt, maar het had nooit zozeer als zijn vertrouwde koninkrijk gevoeld zonder Aria aan zijn zijde. Oh, geen zorgen, hij had het nooit toegegeven, had het nooit echt laten uitschijnen, maar dat betekende niet dat hij de lege plek waar Aria had moeten zijn niet had gevoeld. Natuurlijk had hij het gevoeld. Veel te veel eigenlijk. Meer dan hij wilde toegeven – aan haar, aan Camilla, die er nooit expliciet naar had gevraagd, maar de vraag had hij wel in haar ogen gelezen, in elke boze blik als zijn dwalende gedachten een verboden spoor betraden, en ook aan zichzelf. Hij had genoeg psychologische handboeken gelezen om de weerloze wegen te herkennen, maar niet genoeg om zichzelf aan te leren om op het rechte padje te blijven. Het had geen zin om te bedenken wat dát zoal over hem te zeggen had. “Waarom,” informeerde hij, “zou je in godsnaam willen dat vader en moeder dit zagen? Het is beter zonder ze.” Hij rolde met zijn ogen, de hete adem van zijn ouders in zijn nek zich nog goed herinnerend. Oh, het leven zonder hen was een bevrijding – ja, hij had de familie anders aangepakt dan zij, maar het was beter, godverdomme. Hij had het vreselijk vervelend gevonden, de ‘suggesties’ bij alles wat hij deed, de bemoeienissen omtrent zijn huwelijk, zijn kinderen, zijn vriendschappen en vetes, zijn werk, godbetert zijn reputatie. Alsof hij geen idee had van een gevolg. “Met Claire en Chase gaat het prima”, antwoordde hij, “Cecily is een baby. Huilt veel. Slaapt meer. Je kent het.” Hij sommeerde een vol glas wijn, opeens geërgerd door de wendingen van dit gesprek. “Zo geïnteresseerd plots in je familie?” Het was beter geweest, dacht hij, als hij de meesmuilende spot weg had kunnen laten. “En ik maar denken dat je het zonder zoveel beter vond!”
  2. [1839] Body mind and soul

    Oh, nee, Aria had niet per se een reden nodig. Het willen leren was reden genoeg. En terecht, hoor, daar niet van. Daniel had nooit begrepen waarom Aria het niet al kon, het nooit eerder had willen leren. Andermans gedachten kunnen lezen in de kringen waarin ze zich zo dringend had willen begeven was haast een vereiste om in leven te kunnen blijven. Maar kijk, kijk, kijk, het was niet het verzoek, het was de timing en het was de dwang achter haar toon. Daniel zou Aria nooit kunnen loslaten, en er bestonden niet veel mensen die belangrijker voor hem waren dan Aria, maar een blind vertrouwen was nooit deel van Daniels genegenheid. Als hij iemand kon vertrouwen, vond hij die persoon niet interessant genoeg om erom te geven. Sorry? “En daar denk je nu pas aan?” informeerde Daniel fijntjes. Overigens was het prima als maar een persoon het kon – voor zover hij wist, kon Camilla het niet en dat was wel comfortabel zo. Oh, nee, hij vertrouwde Owain Cadwgan er voor geen haar mee, maar… ja, kijk, Aria was degene die het zo nodig had gevonden om op Owains schoot te kruipen. Niet hij. Toen ze zo dicht naar hem toe leunde, kon hij het niet laten om zijn ogen wat over haar te laten dwalen. Ze was altijd al het mooiste meisje in zijn leven geweest, was uitgegroeid tot een magnifieke vrouw, en over het algemeen liet hij het niet naar zijn hoofd stijgen, maar na de hoeveelheid wijn in zijn systeem leek het wat te complex voor hem om het weg te steken alsof het onbelangrijk was. Er was slechts een losse vinger nodig om een lok haar uit haar opgestoken haar te halen en om het om zijn vinger te winden, vooraleer hij het haar losliet. Hij zag haar haar graag los. Had er een hekel aan, in alle eerlijkheid, dat het opgestoken zat. Vast Owains invloed. “Denk je echt dat je huwelijk voor de rest wel onder de noemer “gezond” valt?” informeerde hij spottend, al was het maar omdat hij slechte dingen over Owain Cadwgan wilde horen. Jaloers? Nee, hoor.
  3. [1839] Hope is the only thing stronger than fear

    Kijk, Daniel was niet geheel onwelwillend naar Camilla toe. Ze had een punt – wat wonnen zíj erbij? Daniel kende weinig van vaderlijke zachtheid, van genegenheid en suikerzoete romances, maar hij kende wel loyaliteit, hij kende wel zijn plicht om zijn familie (althans, het deel dat hij effectief als familie bestempelde) te beschermen. Oh, hij zou Chase voor de leeuwen gooien om Camilla, of Claire, of Cecily, of een godverlaten kat waaraan hij gehecht was geraakt, te beschermen, maar niet voor Griffith, niet voor Evangeline, niet voor ook maar iemand buiten zijn familie. Rhiannon was… een twijfelgeval. Als hij even niet oplette, helde ze naar de vreemdsoortige zone waar hij half en half vergat dat er andere mensen bestonden, maar evengoed leek ze zo eenvoudig verdwenen uit de nevelen van zijn leven en was ze weer bezig in haar glashelder wereldje van intriges. Het probleem zat ‘m niet zozeer in de vraag die ze stelde en alle complicaties die daarbij kwamen kijken, hoe elegant ze er ook omheen walste. Het probleem was meer… dat het zo duidelijk was. Daniel vond zichzelf een heel duidelijk persoon. Maar Daniel had het liever als die duidelijkheid in zijn hoofd bleef in plaats van dat die controle uit zijn handen gerukt werd als hij een seconde of twee niet keek. Rhiannon had een aantal passen gezet zonder dat hij die had zien aankomen en nu was het aan hem om haar te volgen – en kijk, zelfs als hij weigerde, reageerde hij alsnog op háár, en er zat een zekere controle in wachten op respons die híj had willen hebben. Camilla stelde vragen die in hem óók opgekomen waren, en toch, toch, toch was ze eerst geweest. Het was fijn als mensen op hem wilden wachten. Het was niet fijn als mensen moesten wachten omdat zijn reactievermogen te traag bleek om ze voor te zijn. “Weet Evangeline dat je hem hebt?” Was dat relevant? Ergens wel – moeders waren moeders, zelfs hij had Camilla niet kunnen tegenhouden als ze in moederlijk offensief ging. Ergens ook niet, Evangeline leek hem niet het type om hem niet eerst te vragen of ze Griffith terug mocht. Wat… ja, weet je, als ze het beleefd vroeg, bezorgde hij dat kind met alle liefde aan het correcte adres. Wat relevanter was, was de vraag in welke mate zijn familie gevaar liep. Hoewel… hij kon zich niet voorstellen dat het werkelijk meer dan nu was. Owain Cadwgan had zijn kinderen tot nu toe niet met geen haar aangeraakt, en hij had hetzelfde gedaan (nu ja… maar ze had het niet erg gevonden!) en zo veel verder gaan dan eerder was dit nu ook weer niet. En toch! Toch! Hij twijfelde! Hij had een hekel aan twijfelen! En al helemaal omdat hij niet eens zozeer twijfelde aan de precieze logistiek van Rhiannon hier toelaten. Godverdomme. Hij keek een moment naar Cecily, die wakker werd en nieuwsgierig omhoog keek, alsof ze de wereld nog nooit gezien had vanuit die positie, en leunde wat meer naar voren. “Goed. Het zit zo: ik ga er vanuit dat dit inderdaad een van de eerste plaatsen is waar je vader je zal zoeken. Hem gelijk geven is het probleem niet.” Het was wat het was. “Wel: als er iets met míjn familie gebeurt door jouw ‘politiek asiel’, was je veiliger geweest als je bij je vader gebleven was.”
  4. [1838/1839][15+] Let me steal this moment from you now

    Daniel kende iets af van medicijnen, iets, genoeg om te weten hoe mensen dood konden gaan zonder dat het leek op iets anders dan menselijke onkunde, maar niet genoeg om iets over de flesjes op het nachtkastje te kunnen zeggen. Het zag er prima uit, realistisch, maar… toch. Er klopte iets niet. Er móést iets niet kloppen – het kon niet, het kon gewoon niet dat Claire plots te zwak was voor de hele wereld. Nee, ze was nooit zo onverwoestbaar geweest als hij had gewild, nooit zodanig onverstoorbaar dat hij haar haar gang kon laten gaan zonder een hartaanval op te voelen komen, maar hij was er wel altijd op tijd bij geweest. Wat als hij dat nu niet was? Wat als? Hij wist niet wat hij moest doen als Claire doorheen zijn vingers zou glippen. Daar had hij nooit zo over nagedacht. Moest dat? Claire ging niet dood. Het brandde, ja, maar hij zou feller branden als hij haar daarmee terugkreeg. “Als jíj Claire nu eens fatsoenlijk had verzorgd!” verloor Daniel het laatste beetje geduld dat hij nog over had voor haar. “Ze is alleen maar achteruit gegaan!” En waarom? Claire werd nooit zo ziek, Claire verzorgde zichzelf prima, Claire wás helemaal niet ziek. Daniel had geen zwakke kinderen, zelfs Chase had een goede weerstand. Waar zat het hem dan? Het kon niet bij Claire zitten. Dat betekende dat haar toestand nog zou verergeren en het idee alleen al deed een rilling over zijn ruggengraat heen lopen. Nee. “Wat heb je met haar gedáán!” siste hij zijn vrouw toe, Claire abrupt loslatend en Camilla boos tegen de muur duwend. Ze had iets gedaan, dat moest wel, toch? Zíj was zich plots anders beginnen gedragen… Het klonk logischer hoe langer hij erover nadacht. Maar niet helemaal. Hij snapte niet waarom ook maar iemand zijn dochter iets zou willen aandoen, of dat nu Camilla was of een incompetente heler of God, in al Zijn nonchalante doodsteken, of het noodlot, immer onbekend en immer onbemind. Waarom? Dat ze al de rest pakten. Maar niet Claire. Niet Claire. Nooit Claire. Hij had niet geweten hoe een dolk in zijn hart voelde totdat ze hem smeekte om niets.
  5. [1839] Body mind and soul

    Er waren vast duizend dingen die Daniel kon doen om te vermijden dat Aria dacht dat ze zichzelf zomaar kon uitnodigen in zijn huis, maar hij kreeg zichzelf nooit zo ver om het effectief te doen. Alsof de drempel om alle implicaties daarvan uit te nodigen in zijn leven te groot was, en hij te klein om die te overwinnen. Zo… voelde hij zich niet graag. Het was nooit geheel correct. En toch. Hij kon er niet tegen als mensen de teugels in handen gristen – zo onbeleefd altijd! – maar… ja. Aria was op veel vlakken een uitzondering. Een plotse piek in geduld. Het toonbeeld van zijn intrinsieke inconsistentie, misschien dat meer. Of misschien het bewijs dat hij eventueel wel in staat was tot houden van. “En dat wil je waarom precies?” informeerde hij toen ze hem zo plots rond de oren sloeg met haar verzoek. Het was duidelijk geweest dat er íéts was, Aria was niet subtiel genoeg om het te verhullen, al helemaal niet voor hem, maar het had haar meer dan tijd genoeg gekost om ermee voor de boeg te komen. Hij was haast vergeten dat ze hier niet was om hem te zien. “Je weet dat ik dat kan”, zei hij, een tikkeltje gepikeerd om de luie poging hem uit zijn hol te lokken. Hm. Gelukkig maar dat hij niet aan zelfreflectie deed. “Te veel volk in je hoofd?”
  6. [1839] Hope is the only thing stronger than fear

    Daniel wist niet goed wat hij nu exact verwacht had. Niet dit, dat zeker. De opluchting op Rhianns gezicht, zij het slechts kort waarneembaar, sprak boekdelen, maar het was er een waarover Camilla verhaal zou halen. Hij had nog niet helemaal helder voor zich wat hij erover zou zeggen, had hem en Rhiann nog niet in een concreet kader gestoken dat Camilla, zij het met tegenzin, aanvaarden moest volgens alle woordeloze conventies en regels die van kracht waren binnen hun huwelijk. En toen Rhiann het bommetje liet vallen, de ware reden waarvoor ze gekomen was, betwijfelde hij of hij het zelfs zou moeten proberen – hoe ontkende je het vertrouwen vereist voor een verzoek als dit? Nu ja. Hij ontkende Rhiann niet per se graag. De felheid van Camilla’s onmiddellijke respons maakte duidelijk dat hij er wel iets op zou moeten vinden, maar… ja. Camilla’s hekel aan de wereld woog zelden op voor de grenzeloze liefde die ze opbrengen kon voor de beloften die hij haar kon maken. Zijn ogen vestigden zich op het pakketje baby dat Rhiann zo beschermend in haar armen hield, terwijl Camilla haar mening duidelijker maakte dan hij zich ooit kon herinneren eerder gedaan te hebben. Rhiann vroeg iets kleins, miniems haast, in praktische termen, en iets groots in implicaties, de insinuaties waarin Rhiann haar thuis gevonden had – alsof zichzelf in veiligheid brengen een eufemisme was voor eenvoudigweg nooit iets rechttoe rechtaan zeggen. Was dat iets goeds? Het was vreselijk vervelend, in alle eerlijkheid. Camilla’s botheid was een opluchting – ze stak een mes in zijn lijf, maar ze zou altijd haar naam op het wapen van dienst schrijven. Rhiann niet. Rhiann deed er alles aan om elk voetspoor te verhullen om vervolgens te vragen of hij even zichzelf neersteken kon. Alsjeblieft? “Camilla!”, zei hij, enige waarschuwing doorheen zijn stem gewoven. Waar het kind hem gedurende de gevallen woorden beziggehouden had, net alsof hij de blikken van de twee vrouwen hier in de ruimte even niet aankon, was hij het jongentje nu alweer geheel vergeten. Iets stiller, iets sneller, iets giftiger siste hij: “Doen met haar wat ik niet laten kan?” Oh, hij wist best waarover ze het had, wat ze bedoelde, ze had best een punt – ja, hij zou doen wat hij wilde met Rhiann, maar kom op, ze diende zichzelf op een dienblad aan, in de hoop dat hij wegkeek als ze alles weggriste wat ze nodig had – maar het moest niet zo. Mocht, zelfs. Hij wilde niet voor schut gezet worden, al helemaal niet in zijn eigen huis. Maar dat gold ook voor de gast. Hij geloofde Rhiann niet helemaal. Oh, dat joch was vast morsdood, dat vond ze vast heel erg, Aria was ongetwijfeld in de zevende hemel nu ze een scherf waardigheid uit haar zeven jaar ongeluk had kunnen halen, daaraan twijfelde hij allemaal niet, maar… toch. Het knaagde. Hij kón niet geloven dat ze geen idee had wat haar vader wilde. Anders was ze hier niet geweest, toch? Hij was niet vrijblijvend genoeg om te hopen op iets als liefdadigheid; waar zijn hoede iets van veiligheid kon betekenen, waren zijn banden met al wat waar ze van weg zei te rennen, te hecht om iets van echte vrijheid te kunnen aanreiken. Zijn vingers roffelden op de leuning van de zetel, tweemaal een doffe nietszeggendheid. “De kans dat hij erachter komt dat je hier zit, zal groot zijn”, merkte hij op. “Dat is niet iets waar je mee zit?”
  7. [1839] Give me all of that ultraviolence

    Daniel schudde zijn hoofd. Nee, dat hoefde niet. Daniella was Daniella, een fenomeen van een mens, maar hij dacht niet dat hij te hardvochtig was als hij toegaf dat het lastig was geweest om een band met het kind op te bouwen. Te veel geschiedenis, te veel achtergrondkennis om haar als los daarvan te kunnen zien, maar zelfs naast al die zaken… Daniella was een mengelmoes geweest van alle kenmerken van hemzelf en van Aria die het hen altijd zo godverdomde onmogelijk hadden gemaakt om meer te zijn dan een tijdbom ad nauseam en dat had het enigszins… hm, uitdagend gemaakt, al zat het hem er deels ook eenvoudigweg in dat hij haar pas ontmoet had toen ze, wat, achttien of iets dergelijks was. ’t Was moeilijk om je nageslacht graag te zien als je de cruciale fases overgeslagen had en ze dan plots een vervelend wicht was voor wie je nog een goed woordje moest doen vooraleer ze in Azkaban terecht kwam. Dat kon aan hem liggen, hoor. Hij had nooit veel geduld met mensen gehad. “Dat betwijfel ik”, gaf hij eerlijk toe. Opvoeding kon veel doen, Daniel was ervan overtuigd dat hij Claire, Chase en Cecily elke richting die hij als correct ervoer, op kon sturen, maar zij drie waren… toch net iets soepeler geweest. Hoewel. “Nu ja, we hadden weinig kunnen doen aan hoe impulsief ze was. Wel aan al de rest.” Dat was gewoon gebrekkige opvoeding geweest, lieve Aria. “Maar het is niet alsof we haar ooit samen hadden kunnen opvoeden.” Kijk. Het was simpel. Hij hield van Aria, oprecht, er was niemand die dichter in de buurt kwam van onvoorwaardelijke liefde dan zij, maar haar graag zien en daar trots op zijn kwam met offers, offers waarvan hij nooit bereid was ze te leveren. Oh, dat alleen al had hen geruïneerd, zijn intrinsieke weigering haar in het daglicht te stellen zou hen voor eeuwig in de duisternis laten, maar… jammer dan maar? Hij geloofde niet dat hij iets als hen kon volhouden als iedereen het kon zien. Gewoon. Hij had haar ten gronde gericht uit wrok voor alles wat hij voor háár verloren was – en zoals het nu was, haar pogingen om hém ten gronde te richten uit wrok voor alles wat ze voor hém verloren was, kwam hem een stuk beter uit. Sorry, schat. Daniels liefde was een belofte tot de dood. “Heeft het echt zin om erover na te denken?” Hij haalde zijn schouders op, voor zijn doen behoorlijk nonchalant. “Met de kinderen die na haar kwamen gaat het beter, dat is wat ertoe doet, lijkt me.”
  8. [1838/1839][15+] Let me steal this moment from you now

    “Laat me de medicijnen eens zien?” eiste Daniel bruusk, terwijl zijn hand, zachter dan hij zelf haast voor mogelijk hield, een lok blond haar, nat van het zweet op haar voorhoofd, achter haar oor streek. Hij wist niet wat hij er zelf van zou kunnen zeggen, hij was zelf evenmin een dokter, maar verdomme, hij moest íéts doen. Dit duurde al veel te lang, Claire blééf maar ziek en hij was het beu dat Camilla degene was die het opvolgde. Claire was zijn dochter. Meer dan ze Camilla’s kind was, dus verdomme, zijn vrouw mocht naar Chase gaan staren alsof hij het centrum van het universum was; hij hield zich wel bezig met wie er effectief toe deed. Daniel had over het algemeen toch betere prioriteiten dan zijn lieftallige echtgenote. Hij keek met een ruk omhoog toen Camilla over de kelder begon. “Sorry?” Oh, ja, nu was het zijn schuld, hoor. Natúúrlijk was Claire vier maanden na datum ziek door haar kelderverblijf. Juist. Daarom lag Chase uiteraard onder de groene zoden, want dat joch had er meer tijd gespendeerd dan Claire, maar goed, superieur immuunsysteem en dergelijke nonsens. Ugh. “Doe normaal”, zei hij, alsof het een bevel gericht aan Camilla was, alsof ze het daarmee ging oplossen, alsof Claire als bij toverslag nu niet meer zo ziek zou zijn. “Het ligt vast aan jouw ‘goede zorgen’”, besloot hij gedecideerd, geen tegenspraak duldend. Hij zou Claire nooit in gevaar brengen. Camilla wel. Dus. Hm. Toen die gedachte bij hem opborrelde, duwde hij Camilla van zich af, al was het maar om afstand tussen Claire en zijn lieftallige vrouw te bewaren.
  9. [1839] Hope is the only thing stronger than fear

    Daniel had een moeilijke relatie met het concept van bezoek. Aan de ene kant vond hij het fijn; Daniel had altijd graag mensen om zich heen, alsof hij niet bestond als hij niet gezien werd, er niet toe deed als hij niet gehoord werd – maar aan de andere kant durfde hij het weleens vervelend te vinden als mensen onaangekondigd hun smoel lieten zien, net alsof hij erom gevraagd had. Oh, ja, het was altijd fijn als mensen naar hem vroegen, wat ditmaal expliciet was gebeurd, maar kom op, hij had het druk genoeg om niet iedereen op elk moment te kunnen ontvangen. Dikwijls liet hij het dan ook over aan Camilla – ja, wat, het was toch een beetje haar taak, niet? – maar zoals gewoonlijk (oh, wat had hij een hekel aan zijn eigen voorspelbaarheid! Het maakte dat hij alles plat wilde branden, opnieuw beginnen, zichzelf heruitvinden in de as van een ander – maar ergens, ergens, ergens was ook die neiging zodanig typisch dat het meer mensen verbazen zou als hij braaf op zijn plaats bleef) won zijn nieuwsgierigheid het van zijn agenda. En dus, dus, dus verscheen Daniel uiteindelijk toch, hoewel hij het aanvankelijk niet meteen van plan was geweest. De ontvangstkamer was er een die hij nauwelijks betrad, al kon hij geen concrete reden waarom geven, dus elke keer als hij er kwam, was het maar beter de moeite waard. Hij kon niet zeggen of dat het was – maar interessant was het wel. Een kleine reünie bijeen: Rhiann, Camilla, hij, met als ongepaste gasten twee baby’s in de armen van beide vrouwen. Hm. Met enig gevoel voor flair zette hij zichzelf op de zetel, het dichtst bij de dubbele deuren. “Rhiann”, zei hij, niet in staat enige verwondering uit zijn stem te verbannen. “Wat brengt jóú hier?” Zijn ogen zwierven naar de baby in haar armen, de rode plukjes haar die onder het mutsje uitstaken, en hij fronste bij het zicht. Een plus een was geen ingewikkeld rekensommetje, maar het waarom was een lastiger vraagstuk. En belangrijker nog: waarom híér? Hij liet zijn ogen naar zijn vrouw schieten, kon de kilte haast niet níét zien, besloot vervolgens om het straal te negeren en haar met een eenvoudig gebaar naast zich te vragen.
  10. [1839] Give me all of that ultraviolence

    Zijn oudste was dood. Muerta. De pijp uit. Tja. Daniel had nooit veel tijd gehad met Daniella, had haar altijd enigszins gezien als een manier om Aria te kloten, om een reactie aan haar te ontlokken, maar Aria’s andere kinderen waren duidelijk een betere manier. Daniella was… op een vreemde manier altijd losgekoppeld van hen geweest, te zeer de catalysator voor al wat er misgelopen was tussen hen twee om haar te zien als iemand, als hun dochter, een kind om voor te zorgen. En ja, hij had haar achttien jaar lang niet gezien – dat speelde mee. Een kind leren kennen dat allang volgroeid was, was slechts een resultaat zien waar je niets meer mee te maken had. En nu was ze dood. Hij had het begin, het midden en het einde van het verhaal gemist. Ergens vond hij dat erger dan het algehele feit dat hij op haar begrafenis aanwezig moest zijn. “Zit er in deze wijn ook veritaserum?” informeerde hij luchtig, alvast een slok nemend van de wijn zonder op antwoord te wachten. Ah, goede tijden. Slechte tijden waren de beste momenten om de fijnere indachtig te zijn. Hij haalde zijn schouders op toen Aria haar gedachte uitsprak. Was dat frustrerend? ’t Was maar kind, ze was alle moeite nooit echt waard geweest. Ze was Claire niet. “Tja… Hadden we echt iets anders verwacht? Ze was altijd zo… impulsief.” Hm. Zowel Aria als hij hadden hun impulsieve kantjes – en toch, geen van hen had het zodanig laten overheersen als Daniella dat immer had gedaan. “Mis je haar?”
  11. [1838/1839][15+] Let me steal this moment from you now

    Claire had geen heler gezien… Hoezo niet? Daniel wierp een schattende blik op zijn vrouw, op de geduldige toon die ze aansloeg tegen Claire, alsof ze op een of andere manier van haar hield, van haar apestreken kon houden zonder te gillen, en keek toen meteen terug naar Claire. Ze zag er zo zwakjes uit… Ergens haatte hij dat, walgde hij ervan – zwakte was immer onweerstaanbaar, hij kon nooit wegblijven van iemand die hem nodig had, maar puur om ze te breken; hij vond het zo moeilijk om te houden van iemand voor wie hij niet hoefde op te passen – maar het was zijn dochter, godverdomme, ze was altijd de zwakkere, dus van haar kon hij het hebben. Al helemaal nu. Ze had hem nodig. Meer dan Camilla hem in de buurt wilde, op het moment. ‘Wat zéí de heler?’ informeerde Daniel scherp bij zijn vrouw. Haar hand schudde hij van zich af, om zich haast beschermend naast Claire op het ziekbed te zetten. ‘Welke medicijnen slikt ze?’ vuurde hij er vervolgens achteraan. Zijn hand streelde over Claires haren, in de war. Camilla had een punt als ze zei dat hun dochter schijnbaar elke dag zwakker werd… Zou ze dood gaan? Nee, toch? Daniel had genoeg dood gezien in zijn leven, was groot voorstander van het concept, en ergens zag hij die toekomst wel in Claires ogen. Waarom zou ze het gif noemen? Als er iemand was die Daniel vertrouwde wat gif herkennen betrof, was het zijn oudste dochter wel, maar tegelijkertijd was ze duidelijk zo ziek als maar kon zijn. Hij wist het niet goed.
  12. [1838/1839][15+] Let me steal this moment from you now

    De eerste dag had hij Claire in zijn armen gesloten, niet helemaal verbaasd dat ze de gure februarimaand niet aankon met haar tere gestel. Hij had haar naar bed geleid, te koppig om te luisteren naar haar protesten. Als zelfs Camilla het opviel hoe slecht het met zijn oogappel ging, dan was ze de dood nabij. Oh, hij was ervan op de hoogte dat zijn lieftallige vrouw en zijn teerbeminde dochter niet de beste verstandhouding hadden, maar ouders wilden altijd het beste voor hun kinderen, nee? Dus hij had mejuffrouw naar bed gestuurd, Camilla toegesnauwd om een dokter te gaan halen en was vervolgens naar zijn werk gesneld, zorgen door zijn hoofd spokend. De tweede dag was het meer naar zijn achterhoofd gegleden. Niet per se omdat het hem niets kon schelen – natuurlijk wel! – maar gewoon, hij ging er vanuit dat er goed voor haar gezorgd werd, en zijn werk stopte nooit. De tweede dag vloeide door naar de derde dag, naar de vierde dag, zonder dat er iets aan de eenvoudige realiteit veranderde. Nu ja, de werkelijkheid bestond uit verandering, immer rusteloos, fractalen en fractalen en de paradox dat geen enkele dag hetzelfde was en daarom juist zo identiek. Claires toestand was echter niet echt veranderd, ondanks dat hij elke avond even langs was geweest. Ja, oké, ze was telkens aan het slapen geweest en het was behoorlijk lastig om te zien of het beter met haar ging als ze constant lag te maffen, maar Camilla scheen nooit goed nieuws voor hem te hebben. De vijfde dag waren de zorgen terug in zijn hoofd geslopen en had hij zijn werkdag voortijdig afgebroken. Niemand wenste dat hij meer had gewerkt op zijn sterfbed, toch? Met enige zwier duwde hij de deuren van Claires ziekenkamer open, de halve quarantaine – hij snapte niet helemaal waarom Camilla haar hiernaartoe had gebracht, maar soit – en negeerde hij koppig het gezeur van zijn vrouw. ‘Oh, doe normaal,’ snauwde hij haar toe, ‘dit is mijn dóchter!’ Haar hand duwde hij weg voor hij naar Claire schoot en haar hand vastgreep. Zijn andere hand legde hij op haar voorhoofd en hij fronste. Hoe was ze er nog erger aan toe dan normaal? ‘Wat zei de dokter?’ vroeg hij aan Claire.
  13. [1838/1839][15+] Living in the shadows

    ‘Je hebt geen keuze’, zei Daniel mild. ‘Dit gaat niet om wat je voor me zou doen.’ Ze deed het namelijk sowieso. Ze was zíjn kind, ze bestond omdat híj dat toegestaan had en Camilla niet tot aborteren had aangezet (hij had erover nagedacht, en soms had hij gewild dat hij het wel gedaan had, al was het maar omdat hij dan een langere jeugd had gehad dan nu het geval was geweest, maar over het algemeen vond hij het wel prima zo), en ergens verwachtte hij daar toch echt enige dankbaarheid voor. De grootste gift had ze van hem gekregen, en de rest van haar leven had hij ook netjes voor haar ingevuld. Een kind op straat zetten kostte hem geen enkele moeite, liefhebben des te meer. En toch. Het was alsof ze niet besefte wat hij allemaal voor haar deed. ‘Sta rechter, die houding is slecht voor je rug’, gaf hij haar mee, voor hij zijn hoofd afwendde en de muur met de deur in bekeek, baksteen voor baksteen. Er was niets interessants aan. Daar had hij de kerkers op ontworpen, eerlijk gezegd, een functie als dit had hij vanaf het begin voorzien (ja, zelfs toen hij twintig was en met enige tegenzin in een huwelijksbootje trad en dan maar een degelijk huis moest zien te vinden voor het gezinnetje dat hij aan het bouwen was, had hij eraan gedacht dat hij… wel, exact het creatuur zou worden dat hij was), maar voor hem was het nu een lichtelijke tegenvaller. Blegh. ‘Wat doe je als ik je vrijlaat? Heb je nog altijd je zinnen gezet op dat restaurant van je?’
  14. [1838/1839] #8 Daniel & Camilla

    Deden baby’s ooit iets? Ze huilden en eisten aandacht op vervelende momenten en werden alleen maar erger als je ze beleefd meldde dat je nu geen tijd had, hoe vreselijk onattent dat ook moge zijn. De nieuwigheid was er alweer vanaf, voor nu was het onmogelijk om Cecily’s karakter fatsoenlijk te beoordelen en tot het moment dat ze een individu werd met wie hij meer kon aanvangen dan oppakken en terug neerleggen, was hij niet meer geïnteresseerd. Zelfs zijn eeuwige competitiedrift was aan banden gelegd, nu zo pijnlijk duidelijk was dat Camilla en hij niet wisten waar te beginnen. Ach. ’t Kind zou hebben wat ze nodig had, ze zou niets om over te klagen hebben (al zou ze dat ongetwijfeld wel doen, aangezien het nu eenmaal in de aard van het kind lag om vooral nooit tevreden te zijn) en wat hem betrof hadden ze hier al meer dan genoeg aandacht aan besteed. ‘Oké’, zette hij een punt achter dit hele gesprek. ‘Zullen we nu iets nuttigers dan dit gaan doen?’ Zoals… wist hij veel. Hij had nooit genoeg uren in een dag, hij had altijd massa’s zaken nog te doen, dus hij hoefde maar een blik in zijn agenda te werpen om iets productievers te vinden. Camilla… Tja. Wat deed die zelfs zoal op een dag? Nu ze bevallen was, moest ze recupereren, nam hij aan, maar dat was nu niet meteen een groot verschil in dagdagelijkse bezigheden, dacht hij. En dan nog. Naar een baby staren was doodsaai. Het was beter nu het zijn kind was, of dat moest hij vast vinden, maar kom op, ’t was een klein mens dat niets interessants kon en dat ook niet voor de komende jaren zou kunnen. Bla. Bla. Bla. ‘Er komt straks nog volk over de vloer.’
  15. [1838/1839] #8 Daniel & Camilla

    Ze probeerde iets aardigs voor hem te doen… Hun relatie had nooit gewerkt op vriendelijkheid, op aan elkaars kant staan. Gewoon. Als ouders moesten ze in principe als een team fungeren, en naar de buitenwereld hadden ze dat wel gedaan, maar Daniel wérkte gewoon niet in een groep. Hij was het best alleen – niet in de zin dat hij alleen wilde leven, dat kon hij ook weer niet, maar hij werkte het best, het efficiëntst zonder andere mensen in de buurt om zijn arbeid tegen te houden. Als vader was hij ook alleen maar degelijk bezig als Camilla er niet was om hem af te leiden. In principe was dat haar schuld ook niet echt; als ze er was, vond hij gewoon altijd tientallen zaken om zich mee bezig te houden – puur omdat kinderen zo saai waren. Er was niets aan het vaderschap dat hem werkelijk interesseerde, afgezien van de kinderen zelf. Maar dat zorgde voor een verbazingwekkend lastige situatie, niet? Zo ook nu. Ergens gaf hij wel om Cecily, maar hij wilde ook niet per se haar vader zijn. Maar hij was het wel. Tja. Daar kwam hij nu niet meer onderuit. Hij fronste naar Camilla, maar legde Cecily met enige voorzichtigheid in haar armen. Baby’s waren niet half zo fragiel als ze eruit zagen, en tegelijkertijd dubbel zo kwetsbaar. Het was vreemd. Niet dat hij altijd goed met die kwetsbaarheid kon omgaan: na de hoeveelheid kinderen die hij ondertussen geproduceerd had, wist hij wel ongeveer hoe hij met ze moest omgaan, maar hij haatte kwetsbaarheid. Bij zichzelf, bij anderen… Het was zo vreselijk zwak. Het probleem met kinderen was dat ze zwakte in een persoon waren. ‘Kijk nog wat minder enthousiast over je jongste kind,’ zei hij, met een spottende ondertoon. Nee, hij dacht niet dat een van hen echt veel zin had gehad in een derde koter erbij, maar ook niet niet genoeg om er wat aan te doen, een kind ontstaan uit die liefdevolle explosie die ze samen waren en apathie jegens haar bestaan. Werd vast een leuk leven. Hij hoopte maar voor de kleine Cecily dat ze beter tegen onverschilligheid kon dan de rest van haar familie. ‘’t Ziet ernaar uit dat we allebei voor dat kind moeten zorgen, niet dan? Je weet wel. Ouder zijn.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Hoe moeilijk kan het zijn?’ Eh.
×