Jump to content

Daniel Bennett

Magisch Verbond
  • Content count

    259
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    14

Daniel Bennett last won the day on June 16

Daniel Bennett had the most liked content!

About Daniel Bennett

Profile Fields

  1. [1838/1839] #8 Daniel & Camilla

    Daar was ze dan. Na ongeveer negen maanden in de buik van zijn lieftallige vrouw was zijn derde echtelijke kind (hij wist niet precies het hoeveelste kind Cecily Bennett was in biologische zin – was dat slecht van hem? Ah, wat maakte het uit, hij zag de kinderen die belangrijk waren vaak genoeg) geboren, een frêle kleintje dat over de jaren heen zou uitgroeien tot een vrouw. Uiteindelijk. Nu, nu, nu was ze nog een baby, een onbeschreven blad. Hij kon zich vagelijk herinneren dat Claire en Chase er zo ongeveer zo als baby’s hadden uitgezien, maar wat zei zoiets? Dit was gewoon de zoveelste vangst uit die genenpoel die Camilla en hij vormden en… Tja, ja, nu wat? Zijn ogen gleden van zijn jongste koter naar zijn vrouw die de kwestie zo onomwonden voorlegde aan het derde subject van de in de stilte belichte twist. Hij zou niet weten hoe je een kind opvoedde vanuit een neutrale dynamiek, hoe je alle moeite in een kind stak zonder redelijk zeker te weten dat je er wat van terugkrijgen zou. Bij Claire was het simpel geweest – Camilla had van haar gewoon haar pollekes afgehouden – en bij Chase had hij vanaf het begin al zo’n beetje geweten dat deze het ‘m niet ging worden. Dat was duidelijk. Zeker. Daniel speelde met ieders voeten, maar hij had weinig zin in evenveel van Cecily houden als van Claire, puur om haar naar Camilla te zien hobbelen omdat ze hem niet wilde zien. Gewoon. Een portie van zijn leven was kostbaar, te kostbaar voor zo’n wilde gok. ‘Als je hoopte dat dat iets zou ophelderen, vrees ik dat ik slecht nieuws heb,’ merkte hij op. Hij stak zijn hand in de wieg, streelde zijn dochter zachtjes op de wang, alsof dát wat zou ophelderen, en kwam er vervolgens achter (voor de… niet de derde, ’t was iets meer dan dat, maar hij wist nog altijd niet precies hoe dikwijls hij zijn pasgeboren kinderen had gezien, sorry) dat slapende kinderen van nauwelijks een dag daar betrekkelijk weinig op reageerden. Hm. ‘Zullen we er nog één maken? Hoeven we niet te delen.’
  2. Haar dokter? Daniel had veel dingen in zijn leven gedaan, maar hij was zowat het tegenovergestelde van een dokter. Hier en daar had hij wel geheeld (zichzelf, de paar mensen die hij niet als geheel onvervangbaar zag, hier en daar iemand uit een behoefte ze aan hem te binden alsof hij al de rest ook kon helen, elke zieke plek, elk verrot terrein op deze godverlaten aarde, totdat men aannam dat de tweede herrijzenis zijn gestalte had aangenomen), maar afgezien van de basale kennis die je nodig had om een leven als het zijne door te komen, afgezien daarvan had helen hem nooit wat gezegd. En dokter al helemaal niet. Hij had toch echt wel wat beters te doen dan een stel zeurderige dreuzels te helpen hun lamlendig leventje te verlengen! Hij was niet helemaal zeker wie deze meneer hier zou moeten zijn, maar tot nu toe was hij niet al te zeer onder de indruk. Kunt u mij vertellen wat u hier precies komt doen? Goh, moest hij daar echt een tekeningetje bij maken? Maar zelfs dan… kom op, voor zover hij wist, was Rhiann niet met iemand getrouwd en dus moest hij hier echt niet zo zagen. Maar oké, hij was haar dokter naar het schijnt en dokters bleven niet slapen (nu ja, sommige wel), dokters kwamen om te genezen. Mocht hij haar eventueel genezen van dit soort menselijke kwaaltjes binnenlaten? Alsjeblieft? Hij ging met alle plezier mee in haar onzinverhalen als ze dat graag van hem had, niets leukers dan een web van leugens spinnen totdat het iemand begon te duizelen, maar dit… moest dit? Een smoes over zijn beroep, als was het een degelijke reden om hier te zijn, wat schijnbaar een verhaal vereiste, een priemende vinger in zijn borstkas en de ergerlijke vraag waarom – waarom hij hier toch was, wat hij hier kwam doen, of hij hier geslapen had en zo ja, waarom, waarom, waarom. Had hij echt een reden nodig? Wel, ja, wellicht wel, maar Daniel had nooit gedaan aan al zijn motieven uiteenzetten. Als mensen die wilden weten, mochten ze zelf in zijn hoofd komen graven. Dat ging hij niet voor een ander doen. Daniel deed betrekkelijk weinig voor anderen als het erop aankwam. Hij was evenmin erg bereid om Rhianns reputatie te redden in dit boerengat door aardig te doen tegen deze charmante heer, bijvoorbeeld, en dus greep hij, hardhandiger dan wellicht nodig was, de pols vast van meneer hier en duwde hij hem weg, geheel toevallig tegen de muur. ‘Een patiënt genezen,’ antwoordde hij, luchtiger dan die actie zou verantwoorden. ‘Wat denkt u dat een dokter doet?’ Wat een gedoe. ‘Wat doet ú hier zo vroeg bij Rhiannon thuis?’ Wist hij veel dat Rhiann een andere naam had aangenomen.
  3. [1837/1838][15+] Dance in my storm

    Daniel zou het niet per se erg vinden als Claire zich weer zou gedragen als een vijfjarig kind (tot op zekere hoogte – hij had genoeg verwachtingen van haar die enkel bij een volwassen vrouw zouden passen), maar dat was voornamelijk omdat hij zijn lieve kleine meisje niet loslaten kon, omdat hij alleen maar zijn kleine zag in de vrouw die Claire nu was, omdat hij van de wereld eiste dat die was zoals hij dat toevallig wilde en de tand des tijds daar schijnbaar permanent een streep onder had gezet. Maar kijk, kijk, kijk, hij kon haar nog klein krijgen, even klein als hij haar wilde, zo klein als hij miste dat ze was. Hij gaf haar een aai over haar bolleke voor hij zachtjes zuchtte, inwendig haast. God, natuurlijk had hij gelijk – hij had deze realiteit gecreëerd, zo bewust als maar kon, hij zei opnieuw en opnieuw hoe het allemaal in elkaar zat, wat de spelregels waren, hoe ze er een succesverhaal van kon maken en opnieuw en opnieuw en opnieuw dacht ze het beter te weten. En Claire was verstandig, daar niet van (had ze van hem), maar niet zodanig dat ze de achterpoortjes kon vinden (had ze van Camilla). En toch. Haast dwangmatig bleef ze proberen. ‘Doe het gewoon in het vervolg niet meer, oké?’ vroeg hij haar, iets te kil om zijn bedoelde vaderlijkheid uit te stralen. ‘Zo moeilijk is het niet!’
  4. [1838/1839] Currents swept you out again

    Blablabla. Nee, dat wilde hij niet, niet echt. Camilla deed altijd van wel, Camilla simplificeerde de wereld altijd tot ze hem van alles en nog wat kon verwijten, alsof ze het universum alleen maar kon bevatten als alles wat haar stoorde de schuld van een ander en dan vooral van hém was. Oh, Daniel, heb je het niet gehoord? Je vraagt letterlijk van d’r dat ze jouw gedachtegang overneemt! Kom op, waarom zou hij dat doen? Hij wilde haar niet in zijn brein, hij wilde niet dat ze alles dacht wat hij dacht, hij wilde geen kopie van zichzelf (hij vond zichzelf geweldig, maar hij zou niet om kunnen met een vrouw die elke karaktertrek die hijzelf had eveneens bezat – zijn dagen zouden zich bijna automatisch vullen met een behoefte om te overwinnen, te winnen, te veroveren, laten zien wie de baas was, en je kon jezelf verdomme niet verslaan), maar het complexe vraagstuk van willen dat je vrouw je graag zag en niet met jezelf getrouwd willen zijn was naar het schijnt te lastig voor haar. Oh, nee, stel je voor, hij wilde dat zijn vrouw eerlijk tegen hem was! Wat een drama ook weer. ‘Ík lieg niet tegen je,’ hield hij zijn respons kort, enigszins bot, alsof hij haar aannames hier en nu moest afkappen. Ja, oké, hij had weleens tegen haar gelogen, maar… niet zo. Geen leugens specifiek voor haar, niet zoals zij. Ah, was dat niet het gehele motief van dit gedoe in z’n totaliteit? Camilla verdraaide zijn waarheid totdat het iets werd waar hij zich nauwelijks in kon herkennen en toch, toch, toch eiste ze dat hij zich ervoor verantwoordde. Maar zo werkte het verdomme niet. Zo werkte híj niet. ‘Oh, ja, ik kan zelf niet instaan voor mijn slaap, juist.’ Hm, hij had altijd geweten dat zijn huwelijk met Camilla niet doordacht was geweest, maar op momenten als dit begon het hem des te meer te storen. ‘Je snapt zelf ook wel dat dat het niet wáárd is, toch?’
  5. [1837/1838] The bad connection had a meaning of it's own

    Wie dacht hij dat hij was? Geïrriteerd keek Daniel zijn schoonzus aan. Leuk ding, hoor, soms, vooral als ze naakt was en vijftig kilometer uit Camilla’s buurt bleef, maar als ze zich op deze manier ging gedragen, wist hij echt niet meer wat hij ooit aan haar had gevonden. Nee, best, hij was haar vader niet, maar hij had ook nooit gedacht dat hij dat was. Daarentegen had hij wél gedacht dat hij met zijn vrouw een avondje uit kon gaan (zonder die lastpakken van kinderen, dank je wel) zonder dat er nog een lastpak van een kinderachtige schoonzus langskwam om de avond te verpesten. ‘Wie denk jíj dat je bent!’ siste hij haar toe. ‘Denk je echt dat je weg kunt komen met Camilla neersteken in een volle lounge zonder dat iemand het opmerkt? Denk na!’ Denk na over zijn onwil om alles op te kuisen, denk na over zijn teerbeminde reputatie (die van Sophia boeide hem niet zozeer), denk na. Zo moeilijk was dit toch niet? Als Sophia Camilla echt wilde neersteken, kon ze dat verdomme ook thuis doen. Hij wierp een halfslachtige blik op Camilla. ‘Ik zou me erbuiten houden als ik jullie kon vertrouwen om niet in het openbaar met elkaar te gaan duelleren!’
  6. Toen Daniel wakker werd, niet heel lang nadat Rhiann de slaapkamerdeur achter zich gesloten had, vond hij naast zich een leeg deel van het bed en op het nachtkastje een dolk. Aan de ene kant hoorde hij gestommel beneden en zat het in zijn aard om te willen weten wie hier zoal aanwezig was (en als dat het niet vanaf de geboorte in had gezeten, was het er wel ingetraind van jongs af aan — een eeuwige neiging om een zeker overzicht te behouden om de overhand te bewaren, alsof de underdogrol een positie was die zijn botten zou doen rotten), aan de andere kant was dit ook gewoon Rhianns huis en was het moeilijk om zich voor te stellen dat Owain Cadwgan echt eens uit de dappere hoek zou komen om hem híér wat aan te doen, al was het maar omdat hij op de moment hem geen strobreed in de weg lag (dat, eh, zou nog wel wat veranderen, maar ach, even goede vrienden op ’t moment en ach, later ook wel, het was niets persoonlijks, afgezien van alles wat Daniel vond dat wel persoonlijk was) en dus gleed zijn aandacht naar de dolk. Hij had Rhiann nooit zoiets zien hanteren, kon het ook niet helemaal rijmen met de vragen en verzoeken van de laatste tijd (al kon dat aan hem liggen — hij associeerde dolken en alles wat er in de buurt lag met een zekere macht, al was het maar omdat die van hém er grotendeels uit voortvloeide, dat besef dat een obstakel gereduceerd kon worden tot een boulevard zodra hij daartoe besloot, en Rhiann positioneerde zichzelf tegenwoordig niet als iemand met veel achter de hand), maar dat maakte slechts des te interessanter dat het er zo open en bloot lag, alsof ze een aanval verwachtte. Had het er gisterenavond ook al gelegen? Hij kon het zich niet herinneren, maar wat zei dat, hij had het te druk gehad om op een nachtkastje te letten. Uit milde interesse nam hij het ding vast en na een korte inspectie, als was het om te zien of het vaak gebruikt werd, legde hij het netjes op een tafel in de hal, eenmaal echt opgestaan. Daar stond het net wat mooier dan bij dat nachtkastje. Niet dan? Hij had heus wel een oog voor binnenhuisarchitectuur. Misschien moest hij daar zijn volgende carrièreswitch van maken. De advocatuur was toch een heel gedoe. Het huis leek een stuk anders zo rond acht uur ‘s ochtends dan het had gedaan ‘s nachts, toen hij Rhiann had willen zien, waar ze zich verstopt had de afgelopen jaren, wie ze was onder die laag van doelgerichtheid en vervaagde herinneringen aan een zekere band, hoe fijn ook. Lichter, misschien. Een geklaarde lucht met nieuwe wolken op komst. Zoiets. Maakte het uit? Nu hij de trap afkwam, nieuwsgierig als altijd (als er iets zijn dood zou betekenen, zou dat het zijn, bedacht hij zich, dat of zijn onvermogen de dingen te laten zoals ze waren als hij niet het gevoel had dat het was zoals hij wilde dat het was), bleek Rhiann zowaar iemand aan de deur te hebben. ‘Wie is het?’ informeerde hij, voor hij joviaal toevoegde: ‘Voor mij hoef je je niet te generen, hoor, als iemand iets nodig heeft!’
  7. [1837/1838] Won't you give yourself a try

    Daniel vond elk kind dat hij had een vreselijk irritant geval bij momenten. Allemaal konden ze hem de keel uithangen met hun gezeur over alles wat niet belangrijk was, alles waar hij toch zó veel aandacht moest besteden zonder dat er ooit iets zou terugkomen, zonder dat hij ooit iets van zijn inzet zou terugkrijgen. Stuk voor stuk moesten ze meer geld hebben dan Daniel überhaupt zou kunnen uitgeven (goed, bij wijze van spreken dan), meer aandacht voor elk onbenullig detail uit hun leven dan hij zelfs maar zou durven vragen, maar genoeg was het nooit. Hij was vriendelijk geweest, vond hij zelf. Geheel uit vaderlijke interesse was hij afgereisd naar dit gat, had hij voorgesteld om haar uit de nood te helpen en dit was hoe ze hem terugbetaalde? Kom op. Hij zuchtte, al helemaal bij het zien van haar pruillip, en in een vloeiende beweging greep hij haar vast en duwde hij haar tegen de muur, erop lettend dat haar hoofd vooral voldoende hard tegen de muur knalde. Je weet wel. Als vader moest je er altijd opletten dat je kinderen correct terechtkwamen. ‘Wat Sophia zoal doet, is míjn probleem niet,’ meldde hij alsof het het weerbericht van morgen was. ‘Als je hulp wil, dan help ik je, maar als je je gedraagt als een verwend nest, mag je het zelf weten.’ Hij liet haar los, haar voor de vorm nogmaals tegen de muur duwend, als was het om zichzelf af te zetten. ‘Duidelijk?’
  8. [1837/1838][15+] Dance in my storm

    Goh, stelde Claire altijd teleur? Nee, niet per se. Ze had genoeg momenten waarop ze precies zijn ongeschreven voorschriften volgde, zijn grillige gedragsregels en al zijn onuitgesproken wensen. Er waren meer dan genoeg momenten waarop hij haar nauwelijks zag staan en waarop ze niet in de weg liep en dan was hij best content met dat onzichtbare meisje, enkel aanwezig in herinneringen vereist om anekdotes te kunnen vertellen die het beeld van hem schetsten dat hij nodig had voor de avond. Genoeg andere momenten waarop ze niet voldeed, uiteraard. Maar of dat per se teleurstellend was? Hij had haar nog nooit gezien als een hopeloos geval, had altijd de vaderliefde kunnen opbrengen om haar een nieuwe kans te geven, om haar voor de zoveelste keer aan te leren hoe het moest. Zo ook nu. Een moment lang keek hij op haar neer, dat gebroken vogeltje met het tere stemmetje. Ergens wilde hij haar kapot maken, nog meer breken dan nu, zodanig dat het nooit meer hersteld zou kunnen worden, ergens wilde hij alles dat fragiel was verpulveren tot het stof was — stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren — maar hij hield verdomme ook van dat kind. Het was frustrerend, wellicht, misschien meer voor haar dan voor hem, maar gelukkig was Daniel redelijk goed in al die elkaar betwistende neigingen met elkaar te verzoenen. Te bemiddelen tot hij een oplossing had gevonden. Daniel was een pak beter in bemiddelen dan zo leek. Enigszins hardhandig greep hij haar vast en sleurde hij haar naar binnen. Met een klap ging de deur dicht, terwijl hij haar op een keukenstoel liet zitten. Met een koude precisie bekeek hij de steekwonden, zijn kunstwerkje, haar leedje, en heelde hij haar, iets te bruut om geen zeer te doen, maar genezen zou het. ‘Waarom heb je altijd een scène als dit nodig om te beseffen dat ik het beste met je voor heb?’ vroeg hij, zachtjes. ‘Ik ben alleen maar bezorgd.’
  9. [1838/1839] Break the lock if it dont fit

    Meh, hij kon veel beter geven. Hij kon haar een adres geven, hij kon ze op een dienblad aangeven, maar waarom zou hij dat in vredesnaam doen? Aria kon hem pijn genoeg doen, maar ze zou hem niet vermoorden; ze kon hier zo hautain als ze wilde hem afblaffen en zich superieur voelen omdat ze het één keer won (de volgende keer zou het niet waar zijn!), maar als puntje bij paaltje kwam, had ze hem nodig. Omdat ze die kinderen terug wilde. Omdat ze niet zodanig trouw was aan Owain dat hij hier eveneens stond. Omdat ze nog altijd zijn zus was en hij haar broer en dat nooit zijn betekenis zou verliezen. Hij haalde zijn schouders op, in zoverre hij dat echt kon. ‘Je weet maar nooit bij jullie,’ antwoordde hij, in een poging om luchtig te klinken. ‘Het duurt nu ondertussen al wel even, niet? En nog altijd niet gevonden…’ Goh, dat was niet helemaal waar. Het had een aantal keer niet veel gescheeld, zo hier en daar had hij eenvoudigweg geluk gehad, maar hij had geen idee in hoeverre Aria daarvan op de hoogte was gesteld. Maakte het uit? Hij zou haar meteen naar ze toe brengen als ze zich ontdeed van haar waarde echtgenoot, maar dat scheen ze tot nu toe niet te willen doen en dus won hij er absoluut niets bij als hij haar nu ging helpen. Hij staarde terug, koeltjes. Hij kon niet ontkennen dat haar weerzien goed voelde, dat het beter was dan de jarenlange stilte die er geweest was, dan de kille blikken van de laatste maanden vanop een afstandje. Het was niet dat dit veel meer was, niet per se, het was dat dit iets was. Dat hij haar niet koud liet. Het was iets vervelends om aan te moeten twijfelen, in alle eerlijkheid, maar goed, nu kon hij vast wel besluiten dat het geen gigantisch probleem was. ‘Wat verwacht je, dat me oud noemen je een adres geeft? Kom op, jij kan beter dan dit.’
  10. [1838/1839][15+] Living in the shadows

    Daniel wist eigenlijk niet wat hij op het moment van Claire wilde. Ja, hij had een ideaalbeeld in zijn hoofd, wilde dat ze zich gedroeg zoals hij zo vaak zonder enig gevoel voor subtiliteit liet weten en even vaak juist niet, maar op het moment was ze daar zodanig ver van afgeweken dat hij het niet meer wist. Hij wílde niet dat ze zich zo slecht gedroeg dat hij haar in de kelder moest steken in de hoop dat het haar kon doen rehabiliteren. Hij… hij wist niet of het werkte. Dat frustreerde hem, in alle eerlijkheid, hij wilde weten wat hij moest doen om Claire te krijgen zoals hij wíst dat ze kon zijn, hij wilde weten waar het allemaal de mist inging. Nu weten of ze beter was dan toen was onmogelijk. Ze klonk monotoon, neutraal; hij ving haar blik, maar er iets uit afleiden was geen sinecure; haar woorden betekenden geen zier. Ugh. ‘Goed om te horen,’ antwoordde hij scherp. Hij bekeek haar van top tot teen, zoekend naar iets waarvan hij slechts hoopte dat het zich zou aandienen zodra zijn ogen erop vielen. ‘Wil je hieruit?’
  11. Daniel had een hekel aan Camilla’s buien. Zo nu en dan besloot ze dat het pas echt geweldig zou zijn als ze moeilijk ging doen over absoluut alles, van het bestaan van Daniels kinderen (serieus, hij kon die scheve schaats niet meer terugpakken, hij was ook niet per se van plan om haar “buien” als reden te zien om het voor de rest niet meer te doen, dus… ja, kon ze dat niet gewoon accepteren?) tot, wist hij veel, vast een keer dat hij niet op tijd had opgemerkt dat ze haar haren geknipt had. Camilla’s woede was allemaal één pot nat, tenslotte. Het viel hem wel op, het stoorde hem, want waar hij het aantrekkelijk vond als het op iemand anders gericht was, was het zo vreselijk vervelend als ze boos op hém was, want ten eerste weigerde ze om daar iets anders mee te doen dan hem wat toeblaffen en ten tweede ging het nooit over iets boeiends. Boehoe, hij moest opletten of ze ging Ophelia vermoorden. Wat kon het hem schelen of dat kind haar verloving overleefde of niet? Nee, het was voornamelijk irritant dat ze het op deze manier aanpakte. ‘Óf je bent een brave echtgenote en laat haar een paar maanden hier wonen tot ze getrouwd is,’ suggereerde hij. ‘Het is maar voor even.’ Tenminste. Hij wierp een blik op zijn dochter. ‘Ophelia, wanneer is jullie trouw ook alweer?’ Moest hij dat weten? Naar haar antwoord luisterde hij niet per se, maar ach, het was belangrijker voor Camilla dan voor hem. ‘’t Is niet alsof je veel last van d’r hebt.’ Híj had meer last van Chase, vond hij. En daar leed hij net zo goed in alle stilte onder, speciaal voor háár, dus dit moest ze ook maar aanvaarden. ‘Waarom doe je er zo moeilijk over?’
  12. [1838/1839] Break the lock if it dont fit

    ‘Noem je me nu oud?!’ vroeg Daniel verontwaardigd. Ja, zijn vreselijk koppige babyzusje had hem verslagen, zijn toverstok gepikt en nu zat hij hier in een magisch verzegelde kamer zodat hij er alleen maar uit kon als eerder genoemd babyzusje zo vriendelijk was om de deur te openen, zijn polsen geboeid. Ze had hem op genoeg plekken opengereten dat hij niet helemaal meer kon ontkennen dat het zeer deed en zijn ego lag nog meer te creperen dan de rest van hem – maar dat alles terzijde moest ze hem niet ineens oud gaan noemen! Zíj was getrouwd met een man van achtenzestig! Híj, daarentegen, was in de fleur van zijn leven! Pfft. Ja, best, Daniel vond dat hij geboren was in de fleur van zijn leven en in diezelfde staat zou hij sterven, maar dat maakte niet uit. ‘Dat jij je kinderen niet kan vinden, is mijn schuld niet,’ voegde hij eraan toe, alsof het zou verbergen waar zijn werkelijke reactie had gezeten. Maar kom op! Hij was nog geeneens tweeënveertig! Hoezo ging ze beweren dat hij er niet jonger op werd? ‘Heb je al in de huizen van de Lennoxen gekeken?’ suggereerde hij, alsof ze niet allang alles overhoop zou hebben gehaald, alsof hij er echt nada mee te maken had. Ze wisten allebei wel dat hij dat had, ze wisten allebei net zo goed dat hij geen plannen had om Gabriel en Clementine wat aan te doen (afgezien, misschien, van ze wat te veel suiker geven als Helena Lennox hem irriteerde met al dat oudewijvengewauwel), dus deze reactie was compleet overdreven. En hij was niet oud.
  13. Op zich was Daniel geen haar veranderd, nee. Wat meer jaren op de teller, dat wel, een aantal kinderen en een vrouwtje dat het nog aardig uithield temidden van al zijn grillen. Misschien iets meer gewend aan immer zijn zin krijgen nu er niemand meer boven hem stond om hem zo nu en dan de les te lezen. Misschien dat hij nu beter wist hoe dat effectief in handen kon hebben, wat het laatste ook was waar hij naar zat te hengelen. Misschien niet. Maakte het uit? Daniel kon precies de persoon zijn die wie dan ook nodig had, gleed van persona naar persona, een leven binnen en een leven buiten. Dat Camilla iets verkeerds had gedaan, had hier niet eens wat mee te maken. Ergens was het gewoon hoe hij werkte. Hij had zijn rol als echtgenoot, zijn rol in Camilla’s leven, maar ondanks de ring aan zijn vinger betekende dat gegeven op het moment niets. Bestond het haast niet. Rond elkaar heen draaien was interessanter in al die balzalen, als er een reden toe was, ogen om te vermijden, oren die geen verkeerd woord mochten horen. Oh, hij twijfelde er niet aan dat Rhianns huis een aantal kiertjes naar de buitenwereld had, of het nu zo verstopt in een oninteressant deel van Wales lag of niet, maar… ach. Zodra je een vinger uitstak naar een Cadwgan, wie het ook was, zat je er eeuwen mee, meegesleurd in die draaikolk van een vlindereffect. Ze hadden maar één woord nodig om al de rest te ontketenen – maar hé, beweren dat hij anders in elkaar zat, was liegen. Al was het eveneens een leugen om te beweren dat hij geen leugenaar in hart en nieren was. Hij kon niets doen dat geen effect had gehad, elk woord dat hij tot nu toe gezegd had, was bij hem teruggekomen, maar dat was precies de omgeving waarin hij juist opbloeide, die eeuwige nood aan een leven in beweging net dat tikje meer verzadigd dan hiervoor. Hij had het geweten, uiteindelijk. Hij had het niet gedaan als hij dat niet geweten had, in alle eerlijkheid. Hij had niet geweten wat Rhianns rol in het hele spel was, had niet helemaal kunnen voorspellen hoe eenvoudig het was om terug te keren naar een zinderende lucht tussenin (al was er niet veel ruimte meer nodig om echt te zinderen, maar dat kon hij zelf wel oplossen, hetzij niet door meer te creëren), maar dat had ook niet per se gemoeten. Nu nog — Rhiann wilde dertig verschillende kanten opkunnen en tegelijkertijd op jouw kaart kijken om te zien of ze er wat mee kon. Op dat vlak had hij geen zier aan haar. Interessant punt dat dat precies was wat hem zo in haar aantrok. Gewoon dat dingetje dat hij nu in zekere zin die machtspositie had tegenover haar, dat hij haar een stuk gemakkelijker kon laten vallen op het moment dan zij hem, maar dat Rhiann nu alweer bezig was met wat ze hier voor de rest uit kon halen. Tja. Hij kon een speelse grijns niet onderdrukken toen ze besloot dat het allemaal toch zo onhelder was, alsof hij werkelijk zijn best deed te verhullen hoe hij haar zag en hoe hij dit allemaal liefst zag verlopen. Hij keek, natuurlijk keek hij, met een zekere gretigheid die hij over het algemeen liever verborg (maar nu niet, en hij zou het graag onwil noemen). ‘Tijd genoeg om het duidelijk te maken, niet?’ antwoordde hij, haar plagerige toon overnemend voor hij haar inleunende houding gebruikte om zijn lippen op de hare te drukken.
  14. [1838/1839] Currents swept you out again

    Aan de ene kant had Camilla gelijk. Daniel had een heel nauw beeld van wie hij was en wie hij wilde zijn en hij eiste van haar dat ze hem daarin bijstond. Hij wilde een bepaald leven en het was haar taak om er mee voor te zorgen dat het ook zo gebeurde. Maar daar had ze zelf voor gekozen, niet? Zíj had willen trouwen, zíj had aan zijn zijde willen staan, in goede en in kwade tijden, goed genoeg wetend wie hij was. Nee, ze had niet alles gezien – zijn ware aard was pas nadien aan bod gekomen, hoe ver hij ging voor alles wat hij wilde, hoe weinig hij toeliet – maar ze had hem gekend, echt gekend, en ze kende hem nu net zo goed. Het had hem altijd in haar aangetrokken, enerzijds die neiging om dingen net zo hevig te willen als hij en daar praktisch even ver voor te willen gaan en anderzijds haar bereidheid om hem overal heen te volgen. Loyaliteit was de rekeneenheid van liefde. Koeltjes maakte hij afstand tussen hen allebei. Over het algemeen hield hij er niet van, positioneerde hij zichzelf in ieders persoonlijke ruimte als hij ze graag had, maar Camilla’s waarheden waren zijn favoriete zaken niet, zo bleek. Ugh. Ergens stelde het hem teleur dat zijn lieftallige vrouwtje niet half zo oprecht was als hij altijd gehoopt had in wat ze samen hadden opgebouwd. Een kasteel van hen allebei, gebouwd op wederkerige leugentjes om bestwil in de kwade zin van het woord, een burcht om elkaar te beschermen tegen de narcistische realiteit van wat ze zouden zien als ze in een andere spiegel keken dan de weerspiegeling in elkaars ogen, en in alle eerlijkheid dacht hij niet dat hij ineen wilde zien storten. En toch. Het zo horen maakte dat hij de hamer ter hand wilde nemen. ‘Juist, ja,’ antwoordde hij, toonloos. Zijn ogen dwaalden naar haar buik. Ze was verdomme hoogzwanger, en dan ging ze vragen of ze er dik uitzag? Dat was net wat anders, dacht hij zo. Maar ah, wat maakte het uit? Dat wilde ze niet horen, dat vrouwtje van hem, of ze hem precies dat verweet of niet. ‘Je gaat er al op voorhand vanuit dat ik het niet wil horen, want natuurlijk zou ik het vragen als ik geen antwoord wilde, dus je liegt maar.’ Kom op. ‘Maar ik heb het natuurlijk allemaal weer gedaan, want ik ben niet eerlijk genoeg over of je dik bent of niet.’ Ugh. Hij tokkelde met zijn vingers op de leuning van de zetel, ergens gefrustreerd dat hij geen geluid hoorde, nog meer omdat hij de tic niet afleren kon. ‘Heb je nog van dit soort gewoonten? Nu je toch aan het biechten bent?’ Hij zag nog wel of hij haar vergaf voor haar zonden.
  15. Sociale Kalender - BW

    Naam feest/evenement: Het Bennettkerstfeest Wat is het? Kerstgala. Bij de Bennetts. Omdat Daniel ten eerste van aandacht houdt en ten tweede van feest. Organisator: Daniel in naam, maar Camilla doet wellicht alles wat er echt nodig is. Op het feest zelf zijn ze nauwelijks aanwezig wegens de geboorte van Cecily, maar Claire en Chase kunnen heus wel een feest in goede banen leiden. Echt. Uitgenodigden: Aria Cadwgan + Owain Cadwgan als het echt moet Austin Davidson Blanche Ingram Cassandra Haysward Claude Bennett Daniella Ingram + Valentine Ingram Delilah Johnson + familie Fallon Bellerose Heaven Priest + Jupiter de Haviland Hector Moyle + Andromache Moyle Helena Lennox + familie voor geen andere reden dan drama Hawk Dickson + Titiana Dickson Henry Paget + Maia de Liedekerken Isaiah Haysward + Celia Haysward Jade Ruskin Lavinia Kingston Leon Marks Ophelia Ingram + Aaron Hollow Richard Ingram Rhiann Cadwgan als die ooit nog buiten Cadwgan Castle komt Sophia Ruskin Waar: De feestzaal van het Astoria Hotel Wanneer: 25 december 1838 Gespeeld? Nah
×