Jump to content

Daniel Bennett

Magisch Verbond
  • Content count

    272
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    15

Daniel Bennett last won the day on August 17

Daniel Bennett had the most liked content!

About Daniel Bennett

Profile Fields

  1. [1837/1838] Won't you give yourself a try

    Daniel vond het altijd… lastig om zich voor te stellen dat hij kinderen had die hier werkelijk moeite mee hadden. Het was zo’n inherent deel van hem dat het doorgegeven móést worden, anders kon het nauwelijks een kind van hem zijn. Gewoon. Hoe herkende hij zijn eigen bloed als er geen bloed aan hun handen kleven kon? Hoe ver kon een appel naast de boom vallen voor hij eraan mocht twijfelen van welke boom het kwam? De angst in Ophelia’s ogen was goed, zijn kinderen móésten bang van hem zijn, al was het maar zodat ze niet bang zouden zijn van de rest van de wereld. Bange mensen bereikten molshopen waar hij bergen in zijn erfenis wilde zien. Hij nam een stap naar achteren en nam haar in zich op, koeltjes. Hij had nooit echt gevonden dat Ophelia veel van hem had. Zo veel van Sophia stak in haar gezicht, zo veel van vreemdelingen, het leven dat Ophelia zonder hem geleid had in haar persoonlijkheid. Haar temperament herkende hij wel. Maar dat was het minst van zijn zorgen, eerlijk gezegd. ‘Ik zie je nog wel eens,’ besloot hij, op een luchtigere toon, alsof ze per ongeluk nabij de muur was gaan staan. Toen hij hoorde dat Penny begon te huilen, keek hij haar veelbetekenend aan, waarna hij verdwijnselde. Dag. OOC: Uitgeschreven! <3
  2. [1838/1839] Break the lock if it dont fit

    Hij had zich schrap gezet, hij had opengestaan voor de mogelijkheid dat Aria dit wel had gekund, maar het was bijna zielig toen er vervolgens praktisch niets gebeurde. Licht ongelovig keek hij haar aan, een blik die hij zo snel mogelijk van zijn gezicht veegde, voor hij vloekte door haar behoefte zijn open wonden aan te raken. Kom óp. Ja, hij zou dat zelf ook gedaan hebben bij haar, maar op het moment was hij alweer half en half vergeten dat hij hier verslagen was en heel zielig, puur om het algehele feit dat mevrouw hier niets van legilimentie kon. Serieus? ‘Maak me los,’ mopperde hij. ‘Je moet legilimentie leren – waarom heb je nooit gezegd dat je het niet kon?’ Oh, ja, hij had twintig jaar genegeerd dat ze bestond. Ehhh. Tja. Hij was nu terug bezig met Grote Broer™ te spelen en te micromanagen welke magie ze al dan niet kon? Maakte dat het beter? Maakte het echt uit? Hij kon het verleden niet meer veranderen, zij evenmin, maar hij kon wel oude rollenpatronen opnieuw oppakken, hij kon wel aan zichzelf toegeven dat hij haar nog altijd in zekere mate onder zijn hoede wilde nemen, ook al stonden ze nu in principe aan tegenovergestelde kanten. Dat maakte hem niet uit. Dit was zíjn strijd niet, niet zodra hij besloot dat hij er niets meer mee te maken wilde hebben. ‘Ik doe dit omdat het me gevraagd is,’ antwoordde hij, alsof dat voor zichzelf sprak. Deed het dat niet? ‘Je doet net alsof de waaromvraag relevant is.’
  3. Nee, het was niet slim om bij Daniel Bennett in het krijt te staan, hij was precies het type dat van alles en nog wat voor jan en alleman deed, puur om de terugbetaling op een verbazingwekkend vervelend moment te komen opeisen. Deels was dat een hobby, eenvoudigweg het aard van het beestje om slechts genereus te zijn als hij er munt uit kon slaan, en deels was het simpelweg hoe de wereld, alleszins die van hén, functioneerde. Het was nooit een goed plan om op anderen te moeten bouwen als er een mogelijkheid was om je eigen fundament te vormen; het was vragen om je huis ineen te laten zakken. Dit was ook zoiets. Op zijn minst legde het bloot hoe kwetsbaar Rhiann hier was als slechts één naam vermelden haar al bang genoeg kreeg om zijn hulp te vragen. Al de rest had dat niet zo duidelijk gemaakt, zelfs de toverstok niet. Haar verzoekjes kostten hem weliswaar niets — een oude toverstok meer of minder, wat zou het, een dreuzel van wat herinneringen beroven, wat zou het, Keane Cadwgan aanklagen voor geen geld opdat Rhiann een wit voetje kon proberen te halen bij haar o zo chagrijnige papa, wat zou het — maar hij zou liegen als hij niet genoot van de positie die elke vraag tussen neus en lippen door verstevigde. Gewoon. Daniel hoefde zich niet per se nuttig te voelen, maar het was fijn om te weten dat iemand geen andere keuze had dan hem om hulp te vragen. Mensen zonder andere opties deden niet zo moeilijk als hij langskwam om iets terug te krijgen. Hij keek Dafydd na, dat zo onindrukwekkende afscheid, al helemaal na de tijd die ze er schijnbaar allebei in hadden gestoken (Rhiann had, naar zijn bescheiden mening, duidelijk niets nuttigs te doen gehad hier), en voor hij het wist, was hij de volgende die de deur uitgewerkt moest worden. Mja. Zijn belangrijke advocatenzaken kregen zelden veel aandacht op zaterdag, geheel persoonlijke voorkeur, hij had een persoonlijke deadline voor een Geheel Toevallig Sterfgeval (Niet Met Vergif Werken, Meneer, Dat Is Veel Te Opzichtig, Nee, Echt Waar, Waarom Moet Ik Meer Betalen Omdat Ik Vervelend Ben, Dit Is Niet Professioneel, Nee, Nee, Ik Betaal Wel)™ morgen en had zich daar vandaag op willen richten, maar het was zoiets dat hij niet per se nú moest doen. Maar ach. Hij wist goed genoeg dat het daar niet in hoofdzaak over ging. Hij kon een korte grinnik niet onderdrukken. ‘Je buren zien het vast graag, twee mannen vlak achter elkaar uit de deur gebonjourd,’ merkte hij op, dankzij de vagelijke herinneringen waartussen hij in Dafydds hoofd had gesnuisterd. Wat een gedoe, die buren toen, hij was het al beu geweest voor hij klaar was geweest met zijn taakje — als je het niet voor elkaar kreeg om een aantal zaken geheim te houden voor mensen die bij God niet eens bij je in hetzelfde huis woonden, verloor Daniel onmiddellijk wat respect voor je. Zo moeilijk was het nu ook weer niet! Zelfs zonder magie. Van wat creativiteit ging je echt niet dood. En toch. Iets aan de manier waarop ze hier stonden, de wetenschap dat gisteren gisteren was en vandaag het nevelige besef dat het eventueel impulsief was geweest en de wereld verder draaien moest. Tournée général, ‘t aard moest toertjes draaien, en hij scheen zijn tour verder te moeten zetten, zoiets. ‘Die advocatenzaken lopen niet weg,’ zei hij, nietszeggend, ‘maar je hebt gelijk.’ Hm. Het was al een hele tijd geleden dat hij zoiets nog gezegd had. ‘Je weet me wel te vinden als er nog ene is die Susie moet vergeten, zeker?’ En nee, hij had geen verhaal klaar. Dat had hij nooit. Camilla wilde het niet weten, hield hij zichzelf voor, al was dat niet helemaal waar. Een ziekelijke nieuwsgierigheid was besmettelijk. Maar wat zou het? Telkens Camilla een naam had, ging ze op pad om de wereld te ontdoen van zijn laatste verhaaltje voor het slapengaan en hij had nog net geen zin om een punt achter dat met Rhiann te zetten. OOC: Daniel uitgeschreven! <3
  4. [1838/1839] #8 Daniel & Camilla

    Oh, moest hij haar nemen? ’t Was niet eens dat hij er echt iets tegen had, Cecily was gewoon een baby, en waar hij niet onmiddellijk dezelfde sterke band voelde met haar als hij bij Claire vanaf het begin had gevoeld, hoefde dat niets definitiefs te impliceren. Zulke dingen konden groeien, toch? Claire was gewoon zijn eerste geweest (nu ja, de eerste die hij kende), zijn oudste dochter, zijn klein oogappeltje, zo fragiel bij de geboorte, zo sterk nu, hetzij immer breekbaar als hij zijn zin te hard doordrukte. Maar dat was de charme ervan, nietwaar? Elk kind was anders. Hij maakte een nietszeggend geluidje, terwijl hij Cecily uit haar wiegje haalde om haar in zijn armen te houden. Verbazingwekkend genoeg deed dat niets af aan de inherente besluiteloosheid die Cecily leek te omhelzen, alsof haar primaire karaktertrek erop neerkwam dat ze alles wilde hebben wat er zoal te krijgen was, een gulzigheid om u tegen te zeggen, het universum als buffet. Hij kon niet zeggen dat dat hem onbekend voorkwam, in alle eerlijkheid, maar zelfs als het zo was en als hij geen trekjes op haar aan het projecteren was, was het verdomd vervelend voor deze kwestie. Kon ze niet gewoon… kiezen of zo? Konden baby’s kiezen? Daar had hij nooit eerder over moeten nadenken. Híj had Claire gekozen, had het nooit echt als een besluit gezien, puur als hoe de wereld nu weer werkte, en Camilla had Chase bij haar op de schoot getrokken en er nooit meer afgelaten zonder dat hij het joch ooit had kunnen optillen. ‘Gaan we naar geslacht verdelen, ja?’ informeerde hij, niet helemaal serieus. Blegh. Aan de hoeveelheid dochters die hij had te zien, zou hij dan nog lang bezig zijn. Daar had hij toch helemaal de tijd niet voor! ‘Waarom neem jíj haar niet, hm? De kinderen beu na Chase?’
  5. [1838/1839] Break the lock if it dont fit

    Goh, heel eerlijk? Daniel had geen idee of Aria dat kon, in zijn hoofd kijken. Ze hadden allebei jaren en jaren meegemaakt waarin ze elkaar niet gezien hadden, heelder levens hadden geleid zonder elkaar erin mee te nemen zoals ze vroeger altijd hadden gedaan en hoe simpel het ook was om te vergeten hoeveel tijd er zonder haar had bestaan, om terug verzeild te raken in de draaikolk die ze samen waren, die inherente afstand was steeds te vinden in dit type onwetendheid. Maar verdomme, hij zat nog altijd hier, voor haar neus, geketend, met al haar gebluf over wat ze allemaal wel niet ging doen en als er íéts was waar hij nog altijd zeker over was, was het het algehele feit dat ze het allang gedaan had als ze het echt van plan was geweest. Aria hield van praten. Van mensen bedreigen, van de adrenalinerush die macht gaf, van voelen hoeveel beter ze was. Hij ook, in zekere zin. Maar geen van beiden hadden ze enig geduld voor gedoe als ze iets wilden. En Aria wilde die kinderen van d’r meer dan dat ze hem op zijn knieën wilde. Of niet. Dat kon ook. Beide conclusies hadden interessante implicaties. Kijk, zelfs verslagen was hij nog de eeuwige optimist! ‘Hoelang ga je je tijd verspillen aan me zover te krijgen dat ik het gewoon zeg?’ vroeg hij, ergens tussen bijna zoetjes vriendelijk en kil in. Ja, Aria, hoelang? Hij wachtte al wel even. Nee, hij zou het niet aangenaam vinden als ze doorheen zijn hersenen ging snuisteren, dan kwam ze meer te weten dan hij verlangde (maar goed, sommige herinneringen zou ze vast ook niet leuk vinden om te zien — zie, immer optimistisch!), maar ‘t was niets waar hij zich niet tegen kon verzetten. ‘Je weet best dat ik niets zeg.’ Ze had niets om hem te overtuigen, dat ook. Hij stond niet aan haar kant en zij niet aan de zijne en waar Daniel geen greintje loyauteit in zich had, kende hij niets beters dan wrok. Hij was immers voldoende loyaal aan haar om haar voor eeuwen en eeuwen een hak te zetten.
  6. [1838/1839][15+] Living in the shadows

    Het was niet dat Daniel het haar niet wilde gunnen, die vrijheid waar Claire met elke vezel van haar bestaan naar verlangde – het was meer dat hij het niet kon geven, het was meer dat het een keuze was tussen hem en alles wat hij als liefde zag, en de vrijheid die Claire wilde. Hij had geen idee hoe hij van iemand moest houden zonder die persoon in zijn schaakspel van een universum te steken – zijn hart was een hol kantoorgebouw met hem als baas; het idee dat mensen in en uit zouden kunnen lopen, was hem onbekend. Waarom zou hij dat doen? Hóé zou hij dat zelfs moeten doen? Hij wilde zijn naasten náást zich. ‘Je zou het niet erg vinden of je wil eruit?’ Hoe dikwijls moest hij dit vragen? Hij wilde de waarheid en hij wilde het nu. Ja, ja, hij wist dat ze eruit wou, hij wist dat ze haar best deed om te conformeren aan wat zij dacht dat hij wilde horen, maar hij wilde verdomme gewoon eruit hebben wat ze wilde. De hoge noot eruit. Daarna konden ze verder, daarna konden ze aan iets productiefs beginnen in plaats van al dit gedoe. ‘Volgens mij heb je niet veel verplichtingen op het moment, niet?’ informeerde hij verder, zijn toon zo neutraal als maar kon zijn.
  7. Daniel had altijd een zeker plezier gehaald uit een struikelblok zijn op andermans levensloop, uit de status quo net genoeg te verstoren om er niet meer omheen te kunnen, net niet genoeg om zíjn koers echt te verstoren. Daar dacht hij niet altijd zo geweldig goed over na, soms bracht het ook weer van die vervelende onvoorziene gevolgen met zich mee die hij dan weer moest dragen, maar zoiets verraste hem onderhand minder (ja, sorry, na, wat, eenenveertig jaar met zichzelf doorbrengen had hij ook al wel zo’n beetje door hoe alles in elkaar zat en wat hij kon verwachten) dan… wat dit precies was. Hij ging in zijn hoofd na wat de afgelopen gebeurtenissen zoal waren geweest, wat Dafydd zoal niet mocht weten, voor meneers Susie vagelijk doordrong en voor zijn eerste gedachte de levensbelangrijke vraag stelde wie zichzelf in vredesnaam vrijwillig Susie zou willen noemen. Ja, ja, zijn naam was Daniel, ‘t werd niet meer doorsnee dan dat, wat een tragedie was voor zijn licht vleugje narcisme dat zo graag uit de band wilde springen, maar… kom op. Susie. Mocht hij dát ook uit ieders herinneringen wissen? Alsjeblieft? Eventueel ook uit de zijne, maar hij wist nu al dat dat niet ging gebeuren. Zijn ogen gleden langzaam van Dafydd, de nervositeit die van hem afstraalde, alsof hij iets te laat bedacht had dat er hier een verhaal speelde waarin hij geen rol wilde spelen, naar Rhiann, die zo direct besloot wat er diende te gebeuren. Ze was niet per se in de val gelokt door iemand – Daniel had nooit echt bedacht dat ze ondergedoken zou zijn onder een valse naam, al was het maar omdat hij nooit meer dan één “hm, ik heb Rhiann al even niet meer gesproken”-achtige gedachte had gewijd aan haar zo plotse verdwijning indertijd – maar dat deed niets af aan het resultaat, niet? En nu mocht hij een geheugen gaan wissen. Van een dreuzel. Hoezo ging Rhiann zelfs om met dreuzels die om acht uur ’s ochtends aan haar deur kwamen kloppen? Was de situatie in dit gat echt zo erg? ‘Dreuzels reageren over het algemeen niet geweldig op zulke spreuken,’ merkte hij op, meer ter informatie dan omdat het hem echt bijzonder veel zou kunnen schelen als meneer hier nooit meer dezelfde was. Hij kon zich niet voorstellen dat dat niet beter zou uitdraaien voor iedereen, maar goed. Hij gedroeg zich voldoende familiair om te kunnen afleiden dat Rhiann zijn gezelschap meer dan eens had moeten verduren, dus eventueel was niet iedereen in de ruimte het met hem eens. Op zich was herinneringen wissen van een dreuzel niet zo’n groot probleem als je het geduld had om kalm te werk te gaan in die fragiele hersenen van dreuzels, maar moest hij echt zulk geduld opbrengen voor ene Dafydd, die allang had besloten dat hij te laat opstond of iets? Kom op. Zoveel had hij ook weer niet over voor Rhiann. Net genoeg om zijn toverstok te nemen, echter, net genoeg om de herinnering aan de laatste ontmoeting te wissen, een herinnering aan Rhiann hier en daar, ruw, hier en daar teveel, hier en daar te weinig. Rhiann werkelijk uitwissen was een onbegonnen taak – herinneringen hier en daar, verloren gedachten, een zekere koppigheid om haar niet te laten gaan. (Over wie had hij het nu?) Niet alles in Dafydds hoofd kon hij plaatsen, ’t was een wereld zo vreemd aan de zijne (maar Dafydd zou zíjn wereld evenmin ooit begrijpen, en ergens was het vreemd om zich te bedenken dat Rhiann zich in beide universa kon bewegen met een gemak waar ze allebei met enige verbazing naar keken), maar het was weg, weg, weg vooraleer hij er een theorie over kon vormen. Maakte het uit? ’t Was verbazingwekkend gemakkelijk om alles dat hij niet kon plaatsen af te doen als onbelangrijk. ‘Was Susie echt het beste waar je op kon komen?’ informeerde hij, met een lichte spot doorheen zijn stem gewoven, in de korte, korte tijd die hij had voor meneer hier terug bij kennis was. Sorry? Als dokter zou men het hem vast vergeven, dat petieterig dingetje dat hij niet lief genoeg was geweest om niet zodanig veel in één keer te doen dat z’n brein het echt aangekund had. ‘Waar is die bril die hij per se moest hebben? Dan kan hij hier weg.’
  8. Oh, ja? Was het haar huis? Was ze niet haar kind en was dat een reden dat ze hier niet mocht zijn? Daniel bezat de loyaliteit niet om zich beledigd te voelen voor Ophelia, om te willen dat ze beter behandeld zou worden dan dit, nee, dit ging meer om Camilla’s weigering zich te schikken naar Daniels plan. Hij had een plan, hij had een idee, hij had dit al helemaal in zijn mentale agenda gestructureerd, vormgegeven, alles was precies zoals het moest zijn, en nu kwam Camilla hem vertellen dat ze het er toch echt niet mee eens was. Boe-hoe. Met een schok greep hij zijn vrouw bij zich, hardhandig. Ja, ja, hij moest liefjes doen tegen haar, zachtaardig, genoeg om haar bij zich te houden – maar daar had hij toch nooit het geduld voor gehad. Hij wílde niet lief doen, hij wilde haar bij zich omdat dat was hoe de wereld in elkaar stak en hij niet geïnteresseerd was in een andere mogelijkheid. ‘Míjn dochter blijft in míjn huis,’ siste hij haar toe, voor hij behendig zijn toverstok greep en haar oogleden magisch dichtlijmde. ‘Als jij haar niet wil zien, vind ik dat prima.’ Wie dacht ze verdomme dat ze was? Klaar met zijn respons duwde hij haar terug weg. Zijn blik gleed af naar Ophelia. ‘Heeft ze moeilijk tegen je gedaan voor ik thuiskwam?’
  9. [1838/1839] #8 Daniel & Camilla

    Daar was ze dan. Na ongeveer negen maanden in de buik van zijn lieftallige vrouw was zijn derde echtelijke kind (hij wist niet precies het hoeveelste kind Cecily Bennett was in biologische zin – was dat slecht van hem? Ah, wat maakte het uit, hij zag de kinderen die belangrijk waren vaak genoeg) geboren, een frêle kleintje dat over de jaren heen zou uitgroeien tot een vrouw. Uiteindelijk. Nu, nu, nu was ze nog een baby, een onbeschreven blad. Hij kon zich vagelijk herinneren dat Claire en Chase er zo ongeveer zo als baby’s hadden uitgezien, maar wat zei zoiets? Dit was gewoon de zoveelste vangst uit die genenpoel die Camilla en hij vormden en… Tja, ja, nu wat? Zijn ogen gleden van zijn jongste koter naar zijn vrouw die de kwestie zo onomwonden voorlegde aan het derde subject van de in de stilte belichte twist. Hij zou niet weten hoe je een kind opvoedde vanuit een neutrale dynamiek, hoe je alle moeite in een kind stak zonder redelijk zeker te weten dat je er wat van terugkrijgen zou. Bij Claire was het simpel geweest – Camilla had van haar gewoon haar pollekes afgehouden – en bij Chase had hij vanaf het begin al zo’n beetje geweten dat deze het ‘m niet ging worden. Dat was duidelijk. Zeker. Daniel speelde met ieders voeten, maar hij had weinig zin in evenveel van Cecily houden als van Claire, puur om haar naar Camilla te zien hobbelen omdat ze hem niet wilde zien. Gewoon. Een portie van zijn leven was kostbaar, te kostbaar voor zo’n wilde gok. ‘Als je hoopte dat dat iets zou ophelderen, vrees ik dat ik slecht nieuws heb,’ merkte hij op. Hij stak zijn hand in de wieg, streelde zijn dochter zachtjes op de wang, alsof dát wat zou ophelderen, en kwam er vervolgens achter (voor de… niet de derde, ’t was iets meer dan dat, maar hij wist nog altijd niet precies hoe dikwijls hij zijn pasgeboren kinderen had gezien, sorry) dat slapende kinderen van nauwelijks een dag daar betrekkelijk weinig op reageerden. Hm. ‘Zullen we er nog één maken? Hoeven we niet te delen.’
  10. Haar dokter? Daniel had veel dingen in zijn leven gedaan, maar hij was zowat het tegenovergestelde van een dokter. Hier en daar had hij wel geheeld (zichzelf, de paar mensen die hij niet als geheel onvervangbaar zag, hier en daar iemand uit een behoefte ze aan hem te binden alsof hij al de rest ook kon helen, elke zieke plek, elk verrot terrein op deze godverlaten aarde, totdat men aannam dat de tweede herrijzenis zijn gestalte had aangenomen), maar afgezien van de basale kennis die je nodig had om een leven als het zijne door te komen, afgezien daarvan had helen hem nooit wat gezegd. En dokter al helemaal niet. Hij had toch echt wel wat beters te doen dan een stel zeurderige dreuzels te helpen hun lamlendig leventje te verlengen! Hij was niet helemaal zeker wie deze meneer hier zou moeten zijn, maar tot nu toe was hij niet al te zeer onder de indruk. Kunt u mij vertellen wat u hier precies komt doen? Goh, moest hij daar echt een tekeningetje bij maken? Maar zelfs dan… kom op, voor zover hij wist, was Rhiann niet met iemand getrouwd en dus moest hij hier echt niet zo zagen. Maar oké, hij was haar dokter naar het schijnt en dokters bleven niet slapen (nu ja, sommige wel), dokters kwamen om te genezen. Mocht hij haar eventueel genezen van dit soort menselijke kwaaltjes binnenlaten? Alsjeblieft? Hij ging met alle plezier mee in haar onzinverhalen als ze dat graag van hem had, niets leukers dan een web van leugens spinnen totdat het iemand begon te duizelen, maar dit… moest dit? Een smoes over zijn beroep, als was het een degelijke reden om hier te zijn, wat schijnbaar een verhaal vereiste, een priemende vinger in zijn borstkas en de ergerlijke vraag waarom – waarom hij hier toch was, wat hij hier kwam doen, of hij hier geslapen had en zo ja, waarom, waarom, waarom. Had hij echt een reden nodig? Wel, ja, wellicht wel, maar Daniel had nooit gedaan aan al zijn motieven uiteenzetten. Als mensen die wilden weten, mochten ze zelf in zijn hoofd komen graven. Dat ging hij niet voor een ander doen. Daniel deed betrekkelijk weinig voor anderen als het erop aankwam. Hij was evenmin erg bereid om Rhianns reputatie te redden in dit boerengat door aardig te doen tegen deze charmante heer, bijvoorbeeld, en dus greep hij, hardhandiger dan wellicht nodig was, de pols vast van meneer hier en duwde hij hem weg, geheel toevallig tegen de muur. ‘Een patiënt genezen,’ antwoordde hij, luchtiger dan die actie zou verantwoorden. ‘Wat denkt u dat een dokter doet?’ Wat een gedoe. ‘Wat doet ú hier zo vroeg bij Rhiannon thuis?’ Wist hij veel dat Rhiann een andere naam had aangenomen.
  11. [1837/1838][15+] Dance in my storm

    Daniel zou het niet per se erg vinden als Claire zich weer zou gedragen als een vijfjarig kind (tot op zekere hoogte – hij had genoeg verwachtingen van haar die enkel bij een volwassen vrouw zouden passen), maar dat was voornamelijk omdat hij zijn lieve kleine meisje niet loslaten kon, omdat hij alleen maar zijn kleine zag in de vrouw die Claire nu was, omdat hij van de wereld eiste dat die was zoals hij dat toevallig wilde en de tand des tijds daar schijnbaar permanent een streep onder had gezet. Maar kijk, kijk, kijk, hij kon haar nog klein krijgen, even klein als hij haar wilde, zo klein als hij miste dat ze was. Hij gaf haar een aai over haar bolleke voor hij zachtjes zuchtte, inwendig haast. God, natuurlijk had hij gelijk – hij had deze realiteit gecreëerd, zo bewust als maar kon, hij zei opnieuw en opnieuw hoe het allemaal in elkaar zat, wat de spelregels waren, hoe ze er een succesverhaal van kon maken en opnieuw en opnieuw en opnieuw dacht ze het beter te weten. En Claire was verstandig, daar niet van (had ze van hem), maar niet zodanig dat ze de achterpoortjes kon vinden (had ze van Camilla). En toch. Haast dwangmatig bleef ze proberen. ‘Doe het gewoon in het vervolg niet meer, oké?’ vroeg hij haar, iets te kil om zijn bedoelde vaderlijkheid uit te stralen. ‘Zo moeilijk is het niet!’
  12. [1838/1839] Currents swept you out again

    Blablabla. Nee, dat wilde hij niet, niet echt. Camilla deed altijd van wel, Camilla simplificeerde de wereld altijd tot ze hem van alles en nog wat kon verwijten, alsof ze het universum alleen maar kon bevatten als alles wat haar stoorde de schuld van een ander en dan vooral van hém was. Oh, Daniel, heb je het niet gehoord? Je vraagt letterlijk van d’r dat ze jouw gedachtegang overneemt! Kom op, waarom zou hij dat doen? Hij wilde haar niet in zijn brein, hij wilde niet dat ze alles dacht wat hij dacht, hij wilde geen kopie van zichzelf (hij vond zichzelf geweldig, maar hij zou niet om kunnen met een vrouw die elke karaktertrek die hijzelf had eveneens bezat – zijn dagen zouden zich bijna automatisch vullen met een behoefte om te overwinnen, te winnen, te veroveren, laten zien wie de baas was, en je kon jezelf verdomme niet verslaan), maar het complexe vraagstuk van willen dat je vrouw je graag zag en niet met jezelf getrouwd willen zijn was naar het schijnt te lastig voor haar. Oh, nee, stel je voor, hij wilde dat zijn vrouw eerlijk tegen hem was! Wat een drama ook weer. ‘Ík lieg niet tegen je,’ hield hij zijn respons kort, enigszins bot, alsof hij haar aannames hier en nu moest afkappen. Ja, oké, hij had weleens tegen haar gelogen, maar… niet zo. Geen leugens specifiek voor haar, niet zoals zij. Ah, was dat niet het gehele motief van dit gedoe in z’n totaliteit? Camilla verdraaide zijn waarheid totdat het iets werd waar hij zich nauwelijks in kon herkennen en toch, toch, toch eiste ze dat hij zich ervoor verantwoordde. Maar zo werkte het verdomme niet. Zo werkte híj niet. ‘Oh, ja, ik kan zelf niet instaan voor mijn slaap, juist.’ Hm, hij had altijd geweten dat zijn huwelijk met Camilla niet doordacht was geweest, maar op momenten als dit begon het hem des te meer te storen. ‘Je snapt zelf ook wel dat dat het niet wáárd is, toch?’
  13. [1837/1838] The bad connection had a meaning of it's own

    Wie dacht hij dat hij was? Geïrriteerd keek Daniel zijn schoonzus aan. Leuk ding, hoor, soms, vooral als ze naakt was en vijftig kilometer uit Camilla’s buurt bleef, maar als ze zich op deze manier ging gedragen, wist hij echt niet meer wat hij ooit aan haar had gevonden. Nee, best, hij was haar vader niet, maar hij had ook nooit gedacht dat hij dat was. Daarentegen had hij wél gedacht dat hij met zijn vrouw een avondje uit kon gaan (zonder die lastpakken van kinderen, dank je wel) zonder dat er nog een lastpak van een kinderachtige schoonzus langskwam om de avond te verpesten. ‘Wie denk jíj dat je bent!’ siste hij haar toe. ‘Denk je echt dat je weg kunt komen met Camilla neersteken in een volle lounge zonder dat iemand het opmerkt? Denk na!’ Denk na over zijn onwil om alles op te kuisen, denk na over zijn teerbeminde reputatie (die van Sophia boeide hem niet zozeer), denk na. Zo moeilijk was dit toch niet? Als Sophia Camilla echt wilde neersteken, kon ze dat verdomme ook thuis doen. Hij wierp een halfslachtige blik op Camilla. ‘Ik zou me erbuiten houden als ik jullie kon vertrouwen om niet in het openbaar met elkaar te gaan duelleren!’
  14. Toen Daniel wakker werd, niet heel lang nadat Rhiann de slaapkamerdeur achter zich gesloten had, vond hij naast zich een leeg deel van het bed en op het nachtkastje een dolk. Aan de ene kant hoorde hij gestommel beneden en zat het in zijn aard om te willen weten wie hier zoal aanwezig was (en als dat het niet vanaf de geboorte in had gezeten, was het er wel ingetraind van jongs af aan — een eeuwige neiging om een zeker overzicht te behouden om de overhand te bewaren, alsof de underdogrol een positie was die zijn botten zou doen rotten), aan de andere kant was dit ook gewoon Rhianns huis en was het moeilijk om zich voor te stellen dat Owain Cadwgan echt eens uit de dappere hoek zou komen om hem híér wat aan te doen, al was het maar omdat hij op de moment hem geen strobreed in de weg lag (dat, eh, zou nog wel wat veranderen, maar ach, even goede vrienden op ’t moment en ach, later ook wel, het was niets persoonlijks, afgezien van alles wat Daniel vond dat wel persoonlijk was) en dus gleed zijn aandacht naar de dolk. Hij had Rhiann nooit zoiets zien hanteren, kon het ook niet helemaal rijmen met de vragen en verzoeken van de laatste tijd (al kon dat aan hem liggen — hij associeerde dolken en alles wat er in de buurt lag met een zekere macht, al was het maar omdat die van hém er grotendeels uit voortvloeide, dat besef dat een obstakel gereduceerd kon worden tot een boulevard zodra hij daartoe besloot, en Rhiann positioneerde zichzelf tegenwoordig niet als iemand met veel achter de hand), maar dat maakte slechts des te interessanter dat het er zo open en bloot lag, alsof ze een aanval verwachtte. Had het er gisterenavond ook al gelegen? Hij kon het zich niet herinneren, maar wat zei dat, hij had het te druk gehad om op een nachtkastje te letten. Uit milde interesse nam hij het ding vast en na een korte inspectie, als was het om te zien of het vaak gebruikt werd, legde hij het netjes op een tafel in de hal, eenmaal echt opgestaan. Daar stond het net wat mooier dan bij dat nachtkastje. Niet dan? Hij had heus wel een oog voor binnenhuisarchitectuur. Misschien moest hij daar zijn volgende carrièreswitch van maken. De advocatuur was toch een heel gedoe. Het huis leek een stuk anders zo rond acht uur ‘s ochtends dan het had gedaan ‘s nachts, toen hij Rhiann had willen zien, waar ze zich verstopt had de afgelopen jaren, wie ze was onder die laag van doelgerichtheid en vervaagde herinneringen aan een zekere band, hoe fijn ook. Lichter, misschien. Een geklaarde lucht met nieuwe wolken op komst. Zoiets. Maakte het uit? Nu hij de trap afkwam, nieuwsgierig als altijd (als er iets zijn dood zou betekenen, zou dat het zijn, bedacht hij zich, dat of zijn onvermogen de dingen te laten zoals ze waren als hij niet het gevoel had dat het was zoals hij wilde dat het was), bleek Rhiann zowaar iemand aan de deur te hebben. ‘Wie is het?’ informeerde hij, voor hij joviaal toevoegde: ‘Voor mij hoef je je niet te generen, hoor, als iemand iets nodig heeft!’
  15. [1837/1838] Won't you give yourself a try

    Daniel vond elk kind dat hij had een vreselijk irritant geval bij momenten. Allemaal konden ze hem de keel uithangen met hun gezeur over alles wat niet belangrijk was, alles waar hij toch zó veel aandacht moest besteden zonder dat er ooit iets zou terugkomen, zonder dat hij ooit iets van zijn inzet zou terugkrijgen. Stuk voor stuk moesten ze meer geld hebben dan Daniel überhaupt zou kunnen uitgeven (goed, bij wijze van spreken dan), meer aandacht voor elk onbenullig detail uit hun leven dan hij zelfs maar zou durven vragen, maar genoeg was het nooit. Hij was vriendelijk geweest, vond hij zelf. Geheel uit vaderlijke interesse was hij afgereisd naar dit gat, had hij voorgesteld om haar uit de nood te helpen en dit was hoe ze hem terugbetaalde? Kom op. Hij zuchtte, al helemaal bij het zien van haar pruillip, en in een vloeiende beweging greep hij haar vast en duwde hij haar tegen de muur, erop lettend dat haar hoofd vooral voldoende hard tegen de muur knalde. Je weet wel. Als vader moest je er altijd opletten dat je kinderen correct terechtkwamen. ‘Wat Sophia zoal doet, is míjn probleem niet,’ meldde hij alsof het het weerbericht van morgen was. ‘Als je hulp wil, dan help ik je, maar als je je gedraagt als een verwend nest, mag je het zelf weten.’ Hij liet haar los, haar voor de vorm nogmaals tegen de muur duwend, als was het om zichzelf af te zetten. ‘Duidelijk?’
×