Jump to content

Dorian Palagon

Griffoendor Vierdejaars
  • Content count

    7
  • Joined

  • Last visited

  1. Don't trip please ~ les, alle jaren [1837]

    Het was zo plezierig om in haar ogen te kijken, die hem blij, doch ietwat verlegen aanstaarden, en hij merkte in de glans ervan dat hij zeer gewenst gezelschap was. Het was dan ook geen verrassing dat ze toestemde, hoewel hij het vanwege de hoogte toch erg dapper van haar vond. Hij knikte en glimlachte naar haar toen ze zei dat ze zelf plat zouden vallen voordat het dak platgewalst was. “Het wordt een feest. Het dak gaat eraf,” vulde hij haar droogjes aan, en glimlachte om zijn eigen grapje. Daarna leidde hij haar alsof hij een echte heer was naar de rand van het dak. "Het is wel hoog," zei hij totaal overbodig. Waar hing dat magische vangnet? Ergens in de verte, misschien? Durfde hij nu zelf nog wel? Hij ademde even diep in- en uit om zich wat moed toe te bedelen. Wie A zei, moest ook B zeggen, vond hij, al zou hij aan Asylynns wensen voldoen als zij onverhoopt toch niet zou durven. "Weet je de danspassen nog van de vorige les?" vroeg hij. Hij zou haar ook zeer stevig kunnen leiden of half kunnen tillen als het zo uitkwam. Voor hem was de dans zelf niet iets om onzeker over te zijn, behalve dan dat hij graag wilde dat Asylynn hem aardig bleef vinden, wat een betere kans van slagen had als ze niet zouden vallen. Hij was zeer geconcentreerd toen hij het dak op stapte. Immers: ongelukken konden vermeden worden als men precies wist wat men deed. Daarna keek hij naar Asylynn en voelde zijn hart tegen zijn ribben bonken - vanwege dat lieve meisje of toch vanwege die smalle richel waar hij op stond? Hij had nooit geweten dat romantiek zo doodeng kon zijn, maar na die Boeman had hij er eigenlijk minder verbaasd over moeten zijn. "Ben je er klaar voor?" vroeg hij. Zijn stem trilde. De walsmuziek die gespeeld werd, vond hij eerder irritant dan hulpvaardig, maar Asylynn maakte alles goed.
  2. [1836/1837] Riddikulusly falling for you

    Het herhaaldelijk uitspreken van haar dank was nog niets vergeleken bij wat ze bij hem teweegbracht. Haar armen om hem heen, haar lichaam bijna volledig tegen het zijne gedrukt, ze werkten als chocolade na een confrontatie met een Dementor (ook al kwamen die wezens pas na de zomervakantie aan bod bij Verweer) en verhoogden de temperatuur van zijn wild kolkende bloed. Dat was hoe hij zich van binnen voelde, en het was prettig en hij zou er wel honderd Boemannen voor in een kast willen toveren als dat nodig zou zijn. Van buiten kon hij het enthousiasme niet helemaal voor zich houden en hij zou ook niet willen dat hij koelbloedig op haar over zou komen. Hij beantwoordde haar omhelzing hartelijk, met een glimlach, en hij liet zijn handen over haar rug glijden. Dat ze tegen hem aan stond vond hij zo vertederend, net als haar woordenwatervalletje waarin ze hem prees terwijl hij, naar eigen inzicht beoordeeld, niets bijzonders had gedaan. Ze liet hem lachen toen ze zei dat hij een held was. Zijn gedachten namen ondertussen een loopje met hem. Had zij de pop-bruid ook eng gevonden? Zou ze nu denken dat hij aan bindingsangst leed? Ze vroeg er gelukkig niet naar, hoewel hij de behoefte had om zich nader te verklaren. Tegelijkertijd durfde hij haar niet zomaar de ongevraagd waarheid te vertellen omdat hij dacht dat het de afstand tussen hen zou vergroten en dat wilde hij niet. Hij liet het maar even. Beter genoot hij van dit moment, en van haar haren die langs zijn gezicht streken en haar nog ietwat vochtige ogen die hem zo mooi aankeken. Ze vroeg wat ze nu moesten doen, wat hem weer vaste grond onder zijn voeten liet voelen. Zoëven had hij nog gedacht dat hij zweefde. "Het is voor mij ook de eerste keer dat ik een les mis," gaf hij toe, en haalde opgelaten een hand door zijn warrige haren. "Mijn vader was er boos over dat ik geen Klassenoudste werd dit jaar, maar het kon me eigenlijk niet veel schelen. Nu zie ik wel in dat het handig geweest zou zijn; dan had ik je zonder enige consequenties naar je les gebracht." Hij keek haar lang aan en verweefde zijn vingers met de hare. Net als zij, beet hij op zijn lip, maar dan met een prettig gevoel in zijn buik dat hem zacht en een klein beetje verlegen liet grinniken. In haar blik zocht hij erkenning, maar wist dat hij verbaal beter uit de verf kwam dan dat hij woordeloos trachtte te communiceren. "Ik zou graag nog even bij je zijn," fluisterde hij.
  3. Don't trip please ~ les, alle jaren [1837]

    Dorian Archibald Palagon was een zeer nauwkeurig, tot in de details van de perfectie opgevoede jongen. Dat hoorde eenmaal, aangezien zijn vader hertog was. Gelukkig kon Dorian als Zweinsteinscholier zichzelf zijn, en kon hij de strakke teugels van thuis laten vieren. Zo kwam het, dat hij zich naar de dansles had begeven terwijl hij al lang dansen kon. Leren dansen was immers een essentieel onderdeel van zijn opvoeding, dus dat had hij voor zijn elfde al ruimschoots onder de knie gehad. Het was hem echter om Asylynn te doen. Zo vaak was er nu ook weer niet een feestje op Zweinstein, laat staan een bal, dus moest hij ieder moment waarop hij Asylynn legaal in zijn armen mocht houden, aangrijpen en koesteren. Echter; de dansles was op het dak, en dat dak was niet plat. Met andere woorden moest hij met Asylynn op een rand van een kleine vijftien centimeter balanceren en daarbij ook nog eens een wals uitvoeren. Een Engelse wals kon dan niet, want bij die dans moesten passen opzij worden gezet, wat zou betekenen dat het bij de eerste stap al mis zou gaan. Nee, het moest een oude- of Deense wals worden. Zijn vader noemde het zelfs een Boerenwals, wat Dorian het idee gaf dat als hij echt eens naar een goed feest wilde, hij niet bij de adel, maar bij de boeren moest zijn. Hij kon het wel, maar… Kon Asylynn het ook? Ach, wat zou het toch? Hij wilde dolgraag met haar van een dak vallen. Hij wrong zich tussen een stel Ravenklauwen en Griffoendors door, om het meisje te vinden dat hij reeds had gespot. “Asylynn.” Oh, haar naam proefde al zoet bij de klank die hij langs zijn verhemelte voelde gaan. Hij pakte haar beide handen en glimlachte naar haar. “Durf je het aan om met mij een dak plat te walsen?” OOC: Is het vanwege de whiskey dat je Zweinstein verkeerd spelt? @Asylynn Squigly Murdar
  4. [1836/1837] Riddikulusly falling for you

    “Asylynn, wat een mooie naam,” zei hij, en stond ook op, waarna hij zich bedacht dat het galant geweest zou zijn als hij haar zijn hand had aangereikt om op te staan, maar ze was hem gewoonweg voor geweest. “Ik heet Dorian.” Pas nu bleek hoe daadkrachtig ze was; in plaats van het zielige hoopje dat hij had aangetroffen, bleek ze nu ook goed besluitvaardig te zijn en het mooiste was dat ze er voor hem wilde zijn zodra hij zijn grootste angst in de ogen keek. Daar zou iedere jongen toch knikkende knieën van krijgen, of was hij de enige? Haar armen sloten zich heel even om hem heen in een knuffel die wat hem betrof langer had mogen duren. Het werd gewoonweg koud toen ze afstand nam. Met zijn toverstaf in zijn hand keek hij haar na, met een zenuwachtige lach en het gevoel plankenkoorts te hebben voor de kleine show in magie die hij weg ging geven. “Niet schrikken, hoor. Het is niet echt, moet je maar denken.” Hopelijk vluchtte ze niet gillend het lokaal uit, want haar tweede grote angst waren poppen, en dit zou er veel te veel van weg hebben. Vastbesloten stapte hij op de Boeman af, en zag de bloederige plas opdrogen, de vrouw die daar voor bijna dood had gelegen richtte zich op, werd nog een meter of twee groter dan ze al was en had geen gezicht, maar enkel deuken daar waar haar ogen hoorden te zitten. Ze bewoog met zwaaiende armen waarvan de handen geen vingers hadden. Ze was als een pop, of eigenlijk als een mens zonder ziel en karakter, en ze droeg een enorme witte bruidsjurk, een lange witte sluier en dure sieraden. Als het ding geluid had kunnen maken, wat zonder mond nogal moeilijk was, zou ze tegen hem geroepen hebben dat zij zijn bruid was. Dorian slikte. Zijn angst om een onbekende vrouw te trouwen was sinds de vorige ontmoeting met een Boeman zo ongeveer verdubbeld. Hij wilde naar Asylynn omkijken om te zien of ze zich sterk hield, maar zijn ogen van de Boeman afhalen was op dit moment het slechtste wat hij kon doen. “Asylynn! Je katje Piggy,” riep hij, “in de sneeuw!” Hij richtte zijn toverstok, dacht aan dat lieve, grappige verhaaltje, en zei dwingend: “Riddikulus!” De bruidsjurk viel als een dik pak sneeuw op de grond. De bruid zelf was nu harig, de kat was een beetje mislukt, maar een harige bruid was het toppunt van humor. Met haar handen en voeten testte ze de sneeuw op koud-en-natheid en begon er niet veel later doorheen te rollen en ze gooide sneeuwballen in de lucht om ze vervolgens met haar voorhoofd kapot te koppen. Dorian lachte; wat een show! Met een volgende zwiep van zijn toverkast en het uitspreken van een Banspreuk toverde hij zowel de sneeuw als de Boeman in de kast. Daarna draaide hij zich naar de deur, terwijl hij zoiets als: “Zo, dat was dat,” mompelde. “Gaat het een beetje, Asylynn?” Zelf had hij er nog steeds de kriebels van. Bah, stom wezen. Als hij er ooit thuis eentje tegen zou komen, zou hij hem in een kist toveren en die naar de bodem van de zee laten zakken.
  5. [1836/1837] Riddikulusly falling for you

    Dorian grinnikte, want hij vond het al grappig dat ze haar hersenen zo pijnigen moest, op zoek naar het zotste wat ze had meegemaakt. Het gezichtje dat ze erbij trok was schattig. Hard lachen moest hij om het feit dat haar kat Piggy heette, en daarmee was het verhaal van het meisje nog niet ten einde. Een kleine witte kat in de sneeuw; ja, dat was goed materiaal voor het wegtoveren van een Boeman. Als hij daar sterk genoeg aan dacht strakjes, zou het makkelijk zijn om de Boeman weg te toveren. De vorige keer tijdens de les was het hem ook gelukt. Verweer was dan ook een van zijn betere vakken. Met ietwat rode wangen zei ze dat het fantastisch was. Wat zou hij graag nog uren naar haar kijken. Haar kattenverhaal was ook zo knuffelbaar als het meisje zelf en het was dat ze al naast hem zat, tegen hem aan, want als ze ook maar een enkele centimeter van hem af zou schuiven, zou hij die ruimte weer op willen vullen. "Leuk," zei hij zachtjes, en wist eigenlijk niet meer waar hij precies op doelde: haar kat, haar blosjes, haar stem, haar ogen, haar blonde haren… "Ehm, ik ga nu proberen om die Boeman weg te krijgen." Zijn hele lichaam schreeuwde NEE, want dan moest hij opstaan en dat zou betekenen dat hij niet meer gezellig naast haar zou zitten. Tegelijkertijd wilde hij laten zien dat hij een man was, of in ieder geval mans genoeg voor een degelijke bezwering. "Als ik straks naar die Boeman loop, verandert hij van vorm. Let daar maar niet te erg op, want mijn angsten zijn nogal… stom. Daarna moet ik hem dus kleineren en als hij op zijn kleinst is, stop ik hem terug in deze kast.” Het was maar beter om uit te leggen wat hij ging doen, want hij wilde niet dat het mis zou gaan. “Jij - eh - Hoe heet je eigenlijk? - moet dus ergens - eh -” Dichtbij me blijven, dacht hij, maar durfde dat niet te zeggen. “Ergens anders gaan staan of zitten, tenzij je samen met een Boeman in een kast opgesloten wil worden, maar ik denk niet dat je zo zelfdestructief bent.”
  6. [1836/1837] Riddikulusly falling for you

    Spijbelen deed Dorian nooit, maar vandaag kon Dreuzelkunde wachten. Het meisje legde haar hoofd op zijn schouder en ze snikte vrijuit, alsof ze hem al jaren kende en hem al haar geheimen toevertrouwde. Zacht en knuffelbaar klampte ze zich stevig aan hem vast zoals nog nooit iemand had gedaan bij hem. Dorian voelde zich steeds warmer worden, vooral nu hij de tijd nam om te bedenken wat hij moest doen. Natuurlijk moest die Boeman weg, maar eerst moest hij haar een zakdoekje aanbieden voor haar tranen, maar dat had hij natuurlijk niet bij zich. Zou hij anders een aai over haar haren geven? Zou dat helpen? Zou ze het fijn vinden als hij dat deed? Haar stem haalde hem uit zijn gedachten. Ze zei dat ze nog geen les over Boemannen had gehad en smeekte hem met een beleefd alstublieft om hem te laten verdwijnen. Onzeker legde hij zijn hand op haar haren en leidde haar gezichtje van de Boeman af, naar hem toe. “Je moet er niet naar kijken," zei hij bijna fluisterend. "Hou je ogen dicht of kijk naar mij, of naar het plafond als dat interessanter is, maar niet naar je grootste angst want die Boeman geniet van jouw tranen.” Nu zag hij haar ogen, de spiegels van haar ziel, vervuld van leed en nat als de oneindigende lenteregen die bloesems van bomen spoelde. Hij had haar op een zonniger moment willen ontmoeten, al voelde het vreemd genoeg vertrouwd om dit meisje recht in haar ogen te kijken. Het liet zijn hart sneller kloppen. Als hij haar redder in nood zou zijn, zou ze hem hopelijk aardig gaan vinden, ook al was hij geen held; niet stoer en ook niet bijster sterk. Hij wilde haar alleen maar beschermen en dicht bij zich houden. Die kast was te knus om er een Boeman in op te sluiten en hij speelde dan ook met de gedachte om gewoon te blijven zitten met haar en de kastdeuren dicht te doen, maar God wist wat er dan gebeuren zou met dat wezen in die bloederige plas op de grond. “Om een Boeman de baas te kunnen worden, moeten we aan iets lachwekkends denken,” zei hij serieus, maar liet haar een glimlach zien ten teken dat hij dat heus wel kon. “Dus, eh…” Een beetje onbeholpen haalde hij zijn schouders op. “Wat is het meest bespottelijke dat ooit op jouw netvlies is gekomen? Iets belachelijks, waardoor je heel hard moest lachen."
  7. [1836/1837] Riddikulusly falling for you

    Met grote stappen snelde Dorian door de gangen wegens een klein beetje tijdnood om vanuit de Leerlingenkamer van Griffoendor naar Dreuzelkunde te gaan. Na zijn ontbijt was hij even in zijn hutkoffer gedoken om de lesmaterialen van de komende dag te pakken. Het boek van Verweer dat hij daarbij tegenkwam, had ervoor gezorgd dat hij in gedachten verzonken was geweest. De dagdroom ging over hoe het zou zijn om onder een Imperiusvloek gebukt te gaan, en of hij dan echt niet in staat zou zijn om weerstand te bieden tegen die vloek. Dat was serieuze denkmaterie geweest, waardoor hij in slow motion zijn spullen had gepakt en zich pas later realiseerde, toen hij alle andere Griffoendors uit zijn zicht had zien verdwijnen, dat hij aan de late kant was. Zelfs de gangen waren leeg en het enige geluid dat hij hoorde, was afkomstig van zijn leren schoenen en het geritsel van zijn schoolgewaad. Totdat hij gesnik hoorde. Abrupt hield Dorian zijn pas in en luisterde waar het geluid vandaan kwam. Verdriet weerkaatste tegen de stenen muren en metalen harnassen. Op het eerste gehoor leken de echo's overal vandaan te komen, totdat hij de openstaande deur van een ongebruikt lokaal ontdekte en hij als reddende ridder zijn hoofd naar binnen stak. "Aaah!" riep hij geschokt bij het zien van een vrouw die op de grond in een plas bloed lag. Hij was geneigd om naar het slachtoffer toe te lopen om eerste hulp te gaan verlenen, daarna de ziekenzaal te gaan waarschuwen, of naar de kerkers te rennen om in het toverdrankenlokaal vier liter Elixer van Essenkruid uit de rekken te halen. Echter, in de enkele seconde dat hij van schrik aan de grond genageld stond, herkende hij de kast. Die kast, het was al meer dan een maand geleden dat hij die les had gehad, bevatte een Boeman. Maar nu niet meer. Nu zat er een meisje in die kast te snikken. Enerzijds was het een opluchting. Er was niemand serieus gewond, zeker ook niet door het toedoen van het snikkende meisje, en een Boeman was een redelijk eenvoudig wezen om in controle te krijgen. Anderzijds was de enige confrontatie die hij tot nu toe met een Boeman had gehad, onder de begeleiding van een professor geweest, wat hem een klein beetje onzeker maakte. Bovendien was het meisje in de kast gaan zitten, juist op de plek waar de Boeman weer opgesloten diende te worden, dus de werkwijze werd: meisje eruit, Boeman erin. In een grote boog schuifelde hij zijwaarts om de Boeman heen in de hoop dat het geval hem niet op zou merken. Dat lukte heel aardig. Zijn intentie was om het meisje te verzoeken om ergens anders te gaan zitten huilen, zodat hij haar van dienst kon zijn door die Boeman op te ruimen, maar toen hij haar eenmaal goed en wel zag, kreeg hij de woorden niet over zijn lippen. Eventjes stond hij daar, sprakeloos, te denken wat hij nu moest doen en besloot zijn hart te volgen. Hij ging naast haar zitten en legde zijn hand op de hare. Met een flauw, maar bemoedigend glimlachje toonde hij zijn goede bedoelingen en merkte terloops op dat hij zijn stropdas te strak had geknoopt vandaag. Hij kreeg althans geen lucht. "Het is een Boeman," legde hij zachtjes uit, en begreep dat haar verdriet veel dieper zat dan hij ooit zou kunnen bevatten. Misschien was het wel te veel om te kunnen troosten.
  8. Mijn Personagedossier kan worden nagekeken!

    Klaar! Tenminste, dat is mijn bescheiden mening. Dorian
  9. Dorian Archibald Palagon

    Algemeen: Naam: Dorian Archibald Palagon Leeftijd en Verjaardag: 14 - geboren op 29 april 1823 Schooljaar en Afdeling: 3e jaar, Griffoendor Achtergrond: Familiesituatie & Geschiedenis in het kort: Dorians vader (geb. 1798) is hertog van Argyll en ridder in de Orde van de Distel. Zijn naam is Niall John Palagon en hij is gehuwd met Moyra Campbell (geb. 1801). Het is een liefdeloos huwelijk. Dorian is daardoor het enige kind van de twee, want zijn ouders lijken na de geboorte van Dorian hun huwelijk niet verder te willen consumeren (zoals dat vroeger heette) ondanks dat de pastoor hen erop wees dat een goed katholiek zich behoort te vermenigvuldigen. Lange tijd wist Dorian niet beter dan dat huwelijken zo kil hoorden te zijn, totdat hij leerde lezen en zich al vlug begroef in romantische sprookjes waarin een prins de ware liefde vindt. Vanaf die tijd deed hij beide vingers in zijn oren als zijn ouders het over zijn toekomst hadden. Hij wilde niet aan de een of andere verre nicht worden uitgehuwelijkt, dat mocht duidelijk zijn, maar zijn ouders denken dat het slechts de puberteit is en stellen hun plannen voor hun zoons glorieuze toekomst niet bij. Om die reden loopt Dorian telkens weg van huis of vermomt hij zich als personeelslid in het kasteel waar hij woont. Dan hoeft hij even niet een keurige jongen te zijn en kan hij zich inlaten met wat hij normale mensen noemt. Toen hij voor het eerst Zweinstein betrad, voelde hij zich er direct meer thuis dan in Argyll. De last om later zijn vaders titel en functie op zich te nemen, drukt zwaar op zijn schouders. Hij weet dat zijn verzet zinloos is, maar toch houdt hij het stug vol, verafschuwt hij aankomend collega’s/lotgenoten die kapsones hebben en praat hij op gelijk niveau met iedereen, dus ook met de onderste lagen van de samenleving. Burgerlijke staat: Ongehuwd Woonplaats: Argyll, Schotland Bloedlijn: Zuiverste zuiver Rijkdom: Schathemeltjerijk Religie: Katholiek Publiekelijk gezicht: Uiterlijk: Blauwgrijze ogen, bruin haar, beetje tenger en lang. Hij heeft zojuist een groeispurt gehad. Hij heeft een onschuldige oogopslag, maar daarachter schuilt een zelfverzekerde jongeman die precies weet wat hij wel en niet wil. Scheren hoeft nog niet; zijn wangen zijn kinderlijk zacht. Toverstok: Mahoniehout met Drakenhartenbloed Huisdier: Een parmantige uil; Dorian gebruikt het dier alleen om te knuffelen en post te ontvangen. Een brief schrijven/wegsturen doet hij nagenoeg nooit. Magie: Goede schoolvakken: Bezweringen, Verweer tegen de Zwarte Kunsten, Toverdranken, Verzorging van Fabeldieren Zwakke schoolvakken: Waarzeggerij, Astronomie (hoewel het hem wel interesseert), Geschiedenis van de toverkunst Karakterbeschrijving: Positieve eigenschappen: - Daadkrachtig - Onbevooroordeeld - Betrouwbaar - Vriendelijk - Geduldig - Behulpzaam Negatieve eigenschappen: - Is geneigd de sociale ladder in elkaar te trappen - Eigenzinnig - Kan niet tegen mensen die hem opdracht geven - Heeft een te idealistisch beeld van de wereld - Dromer - Flapuit (soms in plat Schots) OOC: Naam: Sonja Welke andere karakters heb je? Ayden March
×