Jump to content

Eleanora Paget

Huffelpuf Derdejaars
  • Content count

    48
  • Joined

  • Last visited

  1. [1837/1838] Take a shot of truth

    Ze was gewoon met iemand gaan drinken daar. Ellie wist niet goed of ze hier jaloers op moest zijn, of dronken zijn, zo jong al, iets was wat ze zelf had willen ervaren, maar… kijk! Het was volwassen. Voelde volwassen. Als je dingen ervaren had, als je alles al eens meegemaakt had, was je volwassen, volwassener dan Eleanora zichzelf zag. Ze wilde het heel graag, ze wilde heel graag volwassen zijn en overal over kunnen meespreken, in plaats van dit, dit hele gedoe van wéten dat het gebeurde en wéten dat je nieuwsgierig was en je alleen maar mee wilde doen, maar het toch nooit kon, mocht, één van de twee. En Elena was volwassener dan zij, had ze het idee. Kende meer van de wereld. Eleanora had haar leven alleen maar doorgebracht in een ivoren toren en een schallende stem om het gevoel te hebben dat ze toch nog aanwezig was op de speelplaats daarbeneden. ‘Ooooh,’ zei ze onder de indruk. ‘Wat vond je de lekkerste? Wat zat erin?’ Ze kende eerlijk gezegd niet echt iets van cocktails, maar ze kon alleen maar leren van Elena dan, toch? Zolang ze voor de rest wél iets eerder deed dan Elena, hoefde ze zich vast niet al te hard te schamen… ‘Eh…’ Richard en zij hadden nog niet echt afgesproken… Had ze misschien wel moeten doen. Eerlijk schudde ze haar hoofd. ‘Nog niet. Maar als ik hem tegenkom, praat hij wel met me.’ Of nu ja, hij knikte haar toe en zei eens “hey” en ging dan weer door, maar dat was praten, toch? Hij zou vast wel een echt gesprek willen voeren als hij eens niet vlug door moest. Ouderejaars schenen het altijd zo druk te hebben. ‘Heb jij eigenlijk wat vrienden onder de ouderejaars?’
  2. [1837/1838] Baby can't you see, I'm falling

    ‘Géén idee,’ gaf Eleanora eerlijk toe, want als er iets was dat Ellie was, was het wel eerlijk. Het kwam niet altijd overeen met andermans waarheid, dat was zo, maar ze zou nooit moedwillig liegen. Dat deed je toch niet? Daarnaast wist Ellie nauwelijks wat het was om leugentjes om bestwil noodzakelijk te achten. Ergens in haar achterhoofd kon ze Henry’s chagrijnig gezicht al zien bij zijn zoveelste realisatie dat Eleanora inderdaad goudeerlijk was en dat ze zo nu en dan alweer verdorde opmerkingen over anderen onthield en goh. ‘Ik hoop voor hem de zuster,’ zei ze, want als Piaras had gevonden dat er wat mis was met zijn neus, was dat so-wie-so het geval, of hij nu koppig wilde doen of niet. Echt, sommige mensen waren zooo dramatisch. Ze hadden gewoon willen helpen! Dat hij nu ouder en langer was geweest, betekende niet dat hij per definitie veel slimmer was dan zij. ‘Hij leek niet echt op een leraar die we hebben, toch?’ Want zoals iedereen wist, leken kinderen altijd als twee druppels water op hun ouders. Duh. ‘Wat wil je nu doen?’
  3. [1837/1838] Baby can't you see, I'm falling

    Wat een rare jongen, observeerde Eleanora, zo snel boos en helemaal om niets! Ze bedoelden het toch goed? Waren alleen maar bezorgd om zijn welzijn? Specifiek betreffende zijn neus, dat wel. Maar dat was alleen maar vriendelijk. Als je over een bepaald iets ongerust was, betekende dat dat je je gewoon bezighield met alles, toch? Je lette niet op kleine details als je niet om iemand gaf. Kortom, ze had echt geen flauw idee wat het probleem was van die jongen, hoor. Vreemd gedoe. ‘Je mag geen mensen slaan!’ zei Ellie verontwaardigd tegen de jongen, voor ze op de tippen van haar tenen ging staan om de neus eens goed te bekijken. ‘Als je zo overstuur bent en je blijft beweren dat er niets is, is er overduidelijk dus wél iets en dús gaan we naar de ziekenzaal!’ Heel kordaat allemaal. Vriendelijk genoeg nam ze de jongen bij de pols en begon ze al naar beneden te benen, in het volle vertrouwen dat Piaras haar zou volgen en dat de zesdejaars het helemaal niet erg zou vinden. Nah. ‘Je mag echt geen risico nemen met je neus, hoor,’ vertrouwde Ellie haar gezelschap toe, ‘straks verlies je hem zomaar!’
  4. [1837/1838] Signals crossing can get confusing

    Hij zou haar niet missen. Wel. Ja. Dat was het hele punt geweest, dat Henry dat van haar vroeg en dat allemaal prima vond en Eleanora was het er niet mee eens, want ze wilde die uitkomst helemaal niet, maar ze was net te overstuur om daar echt rekening mee te houden. Maar tegelijkertijd voelde Henry’s reactie als een overwinning. Want kijk! Ze had gelijk gehad! En misschien, misschien kon ze nu ergens mensen in haar leven ontdekken die beter bij haar pasten, haar graag hadden zoals ze was, in tegenstelling tot Henry, schijnbaar, maar dat zag ze tegen dan wel weer. ‘Nee, jij gaat het te druk hebben met Maia muilen om iemand te missen,’ wilde ze nog wel even het laatste woord hebben, voor ze snel opsprong en de andere kant opstoof. Ja, sorry, hoor, hij mocht haar nog net wel de aftocht gunnen. OOC: Uitgeschreven!
  5. [1837/1838] Take a shot of truth

    Maar huh. Jaren geleden al? Maar… maar… Een tel lang keek Eleanora Elena onbegrijpend aan (??? HOEZO had Elena zo’n voorsprong en HOEZO had Ellie een omgeving gehad waar dronken worden op veertien al een heus ding was, dit was ZO NIET EERLIJK en ze moest echt eens haar familie bijeenroepen om het te hebben over hoe ze haar sociale groei op Zweinstein dwarsboomden, dit kon echt niet), maar langzaamaan begon het haar te dagen dat Elena op alcoholvlak een stuk meer ervaren was dan zij. Stom mens. Nee, dat was niet waar. Eleanora vond Elena heel leuk. Ze vond winnen gewoon óók heel leuk. ‘Echt waar?’ vroeg ze, echter, geïnteresseerd, deels omdat het natuurlijk wel haar beste vriendin betrof en deels omdat ze alles wilde weten zodat ze het Beter™ kon doen. ‘En was je vader er dan bij of…?’ Als haar vader erbij was geweest, was het minder cool. Dan had ze gewoon een slechte vader, namelijk, en dan kon Eleanora nog altijd winnen (en dan zou ze heus wel háár vader lastigvallen tot hij Elena wilde opvangen, zo bezorgd was ze dan ook wel weer) en ta-da! Daarom moest je altijd vragen stellen. Ze giechelde. ‘Ja, raar, hè? Net alsof er maar vijf jongensnamen bestaan of zo!’ Ze vond “Richard” eigenlijk niet eens zo’n mooie naam. ‘Ingram trouwens, die Richard.’ Hij was niet per se de Beste Richard die je kon krijgen, wellicht, maar hij was ouder en Elena kwam niet zo één, twee, drie met iets beters, dus.
  6. [1837/1838] Signals crossing can get confusing

    Nee, dat was niet logisch, want naar Ellies gevoel deed ze al die dingen helemaal niet. Maar andere mensen vonden altijd van wel en ze zeiden nooit precies wat nu het probleem was en waarom het een probleem was en het enige wat het deed, was dat Eleanora zich gefrustreerd voelde omdat Alles Wat Ze Deed™ verkeerd was en elke goede bedoeling die ze had in de sloot gegooid werd. Alsof het er niet toe deed. Maar die van anderen waren wel heel belangrijk, want Ellie, lieverd, ze bedoelen het heus niet slecht, ze willen je alleen maar helpen. ‘Ik lieg nooit!’ protesteerde Eleanora, want dat deed ze niet – kwam nooit in haar op, eerlijk gezegd, en als dat het wel deed, was dat tien uur na de gelegenheid waarin ze misschien beter een leugentje om bestwil had kunnen zeggen – en Henry was Gemeen™ dat hij beweerde van wel. Rotzak. Oh, wacht, nee, dat was zíj vast. Ugh. ‘Het is vast gemakkelijker als ik gewoon nooit meer met je praat en dat wil je zelf ook, dus ga er nú niet over klagen!’ Wat een hypocriet gedoe ook weer. En om het punt te vervolledigen duwde ze Henry weg.
  7. [1837/1838] Take a shot of truth

    Nu pas? Hoezo nu pas! Ze was er vroeg bij, al zei ze het zelf. Maar Elena was eerder geweest, blijkbaar, want Elena deed alles eerder en toen ze dat besefte, voelde ze zich ergens, ergens boos worden op haar vriendin. Kon het niet even over haar gaan! En kon ze niet één keer het gevoel gegund krijgen dat ze iets buitengewoon had gedaan? Nee? Ugh. Ze had het speciaal gevonden, een gebeurtenis waardoor ze zich bijzonder had gevoeld – bijzonder omdat een ouderejaars haar erbij had gewild, bijzonder omdat Richard naar haar geratel had willen luisteren, bijzonder om de sfeer die er hing en de idee dat iedereen daar het doodnormaal had gevonden en zij niet, alleen zij niet. Maar voor Elena was het blijkbaar een nu pas. Als het zo moest, ging ze Elena helemaal niet meenemen, hoor. Laat maar. Dat was ze over tien minuten alweer vergeten. Maar dan nog. ‘Wanneer was dat dan?’ vroeg ze, meteen. Dat was belangrijk! Als het maar net én zonder haar was, had ze al helemaal het recht om boos te worden, hoor, hoezo had Elena geheimen voor haar en hoezo wilde ze dat niet met haar doen? Waren ze geen beste vriendinnen?! Oh, wacht, zij had er nog niet eens over nagedacht om Elena mee te nemen. Hm. ‘Ik ben niet gevallen,’ voegde ze er snel aan toe ‘Richard had me goed vast!’ Om haar haar bed in te dirigeren met de mededeling een glas water naast haar bed te zetten, maar toch.
  8. [1837/1838] Signals crossing can get confusing

    Ellie fronste. 1. Ten eerste moest ze er wel om huilen. “Daar hoef je toch niet zo over te huilen”, ga weg, als zij er om begon te huilen, moest ze erom huilen, ja. 2. Hij wilde dat ze hem met rust liet. En Maia ook, maar Ellie gaf een stuk meer om Henry dan om Maia en dus ving ze vooral dat gedeelte op. Het ergste gedeelte, uiteraard. Want Henry wilde dat ze hem met rust liet, en dat was precies wat Ellie niet wilde doen, want Henry was haar broer en ze wilde met haar broer omgaan en dat wilde hij juist niet en Ellie haatte afwijzingen en al helemaal van Henry. Ze kon ze nooit echt relativeren. Hoorde alleen maar dat iemand haar vanaf nu haatte en dat ze er niets aan kon doen, niets aan mócht doen, dat vooral, en dat het allemaal naar de kloten was. 3. Ze wist niet helemaal wat het betekende als ze hem niet mocht spreken, maar ze wel een leuk zusje was, voor de rest, wat de voornaamste reden was dat ze fronste. Eenmaal ze dat verwerkt had (of tenminste, besloten had dat het niets was en het alweer vergat), nam ze nog heel even de zakdoek in ontvangst, voor ze Henry wegduwde – ja, wat, ze moest hem toch met rust laten! – en de volgende dosis traanvocht over haar wangen liet stromen. 4. Maar wacht, bedacht ze zich, ze had hem De Waarheid™ nog niet verteld. Ugh. Moest dat ook nog. ‘Ga weg dan,’ mompelde ze, door het gesnotter en een nu alweer verfrommelde zakdoek als bijstand heen. ‘Ik kan je niet met rust laten als je hier nog bent!’ Daar hoef je toch niet zo over te huilen, echt wáár. ‘Ga Maia maar op zoeken! Dan heb ik maar één kamer waar ik niet naartoe mag.’ Ze moest nog wat werken op haar speechvaardigheden, geloofde ze.
  9. [1837/1838] Baby can't you see, I'm falling

    Eleanora bekeek de neus in kwestie nog eens goed. Ja, wat, als Piaras vond dat het zorgwekkend was, was het dat vast ook en Eleanora zou het echt niet op haar geweten willen hebben dat iemand door háár in die levensbedreigende staat kwam, hoor. Dat zou ze zichzelf nooit vergeven. ‘Zo rood is die toch niet…’ protesteerde ze zwakjes, maar nu Piaras het daar blijkbaar echt niet mee eens was, begon ze toch wel wat te twijfelen. ‘Of wel…’ In de aanname dat die vriendelijke ouderejaars (nu ja…) (maar hij had vast pijn, vandaar dat hij zo tegen haar schreeuwde) zich vast alleen maar zorgen daarover maakte, glimlachte ze vriendelijk naar hem. ‘Zullen we je naar de ziekenzaal brengen? Dan kan de zuster bepalen of het levensbedreigend is! Ik ken daar eigenlijk niet zoveel van, namelijk. Maar het komt vast wel goed!’ Haar blik gleed terug naar Piaras. ‘Of ken jij er veel van?’
  10. [1837/1838] Signals crossing can get confusing

    Eleanora huilde vaak, vaker dan ze zelf eigenlijk onthield, en elke keer voelde het een beetje als de eerste keer dat ze ooit overstuur was. Nu ook, bijvoorbeeld. Alsof het de eerste keer was dat Eleanora besloot dat elk lelijk woord over haar waar was en dat de slechte randen van haar aard het enige was wat er bestond in haar geest. Alsof het de eerste keer was dat Eleanora ooit geraakt werd door dit soort zaken, alsof het überhaupt de eerste keer was dat ze het hoorde, dat Henry het zelfs zei. Nee, het was al tientallen keren gebeurd, opnieuw en opnieuw en opnieuw, en over het algemeen was dat prima. Eleanora had een fort van naïef zelfvertrouwen, en waar ze de poorten soms wagenwijd openstelde om het volgende offer aan Athena te stelen, luisterde ze net zo goed vaak genoeg naar de neiging om alles gewoon netjes op slot te houden. Maar niet vandaag. Vandaag kwam elke speer van een klank aan alsof ze de enige inwoner van Troje was. ‘Jij zegt altijd dat ik dom ben,’ mompelde ze verwijtend, tegen haar knieën, terwijl ze Henry’s hand wegduwde. Hij vond haar irritant, toch? Wilde haar weg uit zijn leven? Best. Ook goed. Wel, nee, niet goed, Ellie wilde dolgraag dat haar broer haar minder wegduwde uit zijn persoonlijke atmosfeer, wilde liever dan ze toegeven wilde – of nu ja, nu zou willen – dat Henry haar gebreken niet zo vreselijk vond als ze wellicht, wellicht in werkelijkheid waren. ‘Schrijf jij het dan op.’ Met haar mouw droogde ze haar wang – enigszins tevergeefs, want de volgende lading kwam er alweer aan. ‘Ik schrijf het vast verkeerd!’ Want ze was toch zo dom en ze verpestte alles en eigenlijk, eigenlijk zou ze gewoon… wist zij veel, altijd in een hoekje zitten. Als ze niets deed, kon ze niets verkeerds doen. En schijnbaar was dat beter dan het alternatief.
  11. [1837/1838] Baby can't you see, I'm falling

    Oh, ja, verstoppen. Goed plan. Eleanora deed dat eigenlijk niet zo heel vaak, dacht er nooit aan en was daarbij ook net, net iets te trots op alles wat ze uitspookte (sorry, sorry, ze was net wat minder fier als ze op heterdaad betrapt werd, geen zorgen – alhoewel…), maar Piaras was vlugger dan zij en dus volgde ze braaf, in de aanname dat Piaras wist wat hij deed. En dat wist hij ook! Achter de gordijnen was een geweldige verstopplek. Het had alleen beter gewerkt als het slachtoffer in kwestie niet zo’n geweldige vinder was, waardoor de gordijnen aan de kant werden geschoven en Piaras en Ellie en hun clandestiene zaakjes blootgesteld werden aan het zonlight. Oh. Eh. Ze zwaaide kleintjes. ‘Dat,’ zei ze, wijzend op waar ze dacht dat het vliegtuigje terecht gekomen was, ‘ziet er niet levensbedreigend uit.’ Je zag er zelfs niets van.
  12. [1837/1838] Signals crossing can get confusing

    ‘Het is wel gemeen!’ Eleanora sloeg koppig haar armen over elkaar. ‘En jij bent ook gemeen!’ Dat had ze, goh, al iets van duizend keer gezegd, maar blijkbaar moest het nog een keer. En ze zou het zeggen tot Henry het eindelijk eens begréép, want hij kon niet gewoon zo vals blijven doen, keer op keer, en doen alsof anderen daar de fout aan hadden. Het was zíjn beslissing om zich zo te gedragen, niet de hare. Dus. En toen luisterde Ellie eens naar wat haar vileine broer zoal te zeggen had over wat hij wilde en begon ze prompt te huilen. Ze verpestte alles alleen maar, hoor! Ja, best, ze liep achter hem aan en plaatste zichzelf graag prominent in zijn leven, al dan niet door met Maia te praten, maar ze keek alleen maar tegen hem op, sorry, hoor. Maar oké, ze verpestte alles. Wist ze ook weer eens. ‘En wa-wat a-als ik die “afspraak” ook ve-verpest?’ snotterde ze, met enig gevoel voor dramatiek naar de grond zakkend.
  13. [1837/1838] Take a shot of truth

    11 februari 1838 Eleanora wist ergens wel dat ze niet van de daken moest schreeuwen dat ze stomdronken was geworden op het feestje een aantal dagen geleden – of nu ja, zo had Richard het genoemd en waar Ellie het ergens, ergens apart vond om de naam dronken op dat gevoel van gisteren te plakken, gelukkig en in de war, maar op een goede manier, en traag en gelukkig, dat vooral, nam ze het ook gewoon aan, want als Richard het zei, was het vast waar – maar Eleanora wist óók van zichzelf dat ze niet goed was in geheimen bewaren. Al helemaal niet die van zichzelf. Ze wilde alles delen, tenslotte, alles van zichzelf, alles over zichzelf, net alsof het moest, alsof ze anders niet zou bestaan. Als ze het doormaakte en het vervolgens binnen de immer beweeglijke muren van haar wezen hield, was het ooit gebeurd? En dus, dus moest Elena het horen. ‘Elena, Elena!’ zei ze enthousiast, haar op een zetel in de bibliotheek duwend. Ze sprak wel zachtjes, hoor. Je weet wel. Eleanora’s versie van “zacht”. ‘Ik ben onlangs naar een feestje geweest!’ sprak ze vervolgens, trots, trotser dan misschien zou moeten, maar het voelde zo volwassen. ‘Van de ouderejaars!’ Dat was een heel belangrijk element. ‘En het was echt zooo tof.’ En om zich heen kijkend, alsof ze bang was dat iemand het zou horen (net alsof iemand haar ooit afluisterde, afgezien van bepaalde gemene familieleden dan, hè, Henry), ging ze verder: ‘En ik ben ook voor het eerst dronken geweest!’ Ze giechelde bij de herinnering die de woorden opriepen. ‘Het was raar. Maar wel leuk!’ OOC: Privé met Gianna! <3
  14. [1837/1838] Signals crossing can get confusing

    Eleanora fronste. ‘Iemand chanteren is gemeen!’ Waarom wilde Henry altijd zo onaardig zijn? Dat sierde hem niet, niet echt, hoorde ook niet bij haar ideaalbeeld van een broer – en wat was de wereld anders dan het kleine broertje van haar idealen? – en dus mocht hij er weleens mee stoppen. Ja, hij zou zelf vast beweren dat ze het verdiende, of dat zíj iets gemeens had gedaan, maar Henry verzon altijd excuses om zelf naar te doen. Wat zeiden die excuses, dan, uiteindelijk? Als het slechts redenen waren om je van je slechtste kant te laten zien zonder dat je je er schuldig over diende te voelen? ‘Je mag niet gemeen zijn,’ gaf ze hem mee als hint. Soms moest je de wereld helpen om de juiste richting op te gaan. En daarna mocht de wereld háár wel een handje helpen. ‘En hoe zit het nu? Het ene moment beweer je bij hoog en bij laag dat je toch echt niet verliefd bent en nu zeg je van wel en mag ik er gewoon niets zeggen. Wat wil je nu eigenlijk?’ Rare mensen, hoor, die Henry’s.
  15. [1837/1838] Baby can't you see, I'm falling

    Waarschijnlijk zou Eleanora niet moeten lachen toen Piaras’ vliegtuigje doel raakte en meteen ook een onbedoeld doel. ‘Je kan echt goed mikken!’ riep ze uit, opgewekt. Niet eens ironisch bedoeld! Hé, hij had de lamp ook echt geraakt, of niet soms? Dat hij ook de verkeerde zaken raakte, was niet zo erg; dat deed zij immers ook en dat nam ze zichzelf ook niet echt kwalijk, dus het zou wel erg gemeen van haar zijn als ze nu Piarias erom zou beledigen. En Eleanora was nooit gemeen. Dus. ‘SORRY!’ riep ze terug, heel beleefd, maar dat zorgde er eigenlijk alleen maar voor dat er boze voetstappen via de trappen hun richting opkwamen. Ze keek naar Piaras, want natuurlijk deed ze dat, hij kon zowat alles oplossen, dus, dus, dus moest hij dat nu ook doen. ‘Denk je dat hij gewoon heel graag wil praten of…’
×