Jump to content

Eleanora Paget

Huffelpuf Hoofdmonitor
  • Content count

    86
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    1

Eleanora Paget last won the day on January 4

Eleanora Paget had the most liked content!

About Eleanora Paget

OOC Profiel Informatie

  • Membergroups
    Huff 4
  1. 19 november 1838, na de laatste lessen van de dag Iemand had haar naar de ziekenboeg gebracht, een heler had haar opgelapt en voor ze het wist, had ze weer kunnen functioneren. Iets banger, misschien. Maar Huffelpuf zat niet vol mensen die op Chase Bennett leken – op de een of andere manier verzeilden Bennetts zelden in de gele afdeling – en Eleanora kon niet leven met een herinnering als een brandmerk op haar netvlies en elke dag liep ze iets, iets rechter. Niet dat dat veel zei. De onzichtbare bochel was erger dan ze met woorden toegeven zou. Iets aan de eenvoud waarmee meneer haar aangepakt had, de snelheid ervan, de gepreciseerde nonchalance, stemde haar tot meer angst dan het gebeuren zelf. Gewoon. Omdat het zo weer gebeuren kon. Of zo. Ze wist niet precies hoe reëel dat was. Elena had ze de afgelopen dagen eigenlijk niet gesproken. Ze wist niet goed waarom. Ze leken even niet meer in hetzelfde universum te leven, maar dat betekende niet dat ze het zo zou laten. Al helemaal niet toen ze ineens zag dat haar vriendin nog altijd met Chase Bennett sprak, alsof er niets gebeurd was, alsof het allemaal niet zo erg was. Ze voelde een steek van verraad, voor ze zichzelf inwendig streng toesprak dat het vast alleen maar zo leek. Elena was erbij geweest. Natúúrlijk zou ze niets meer met Chase Bennett te maken willen hebben. Waarschijnlijk moest ze hem gewoon tevreden stellen omdat hij een engerd was als hij boos op haar werd. Nee, hier was ongetwijfeld een goede reden voor. Toen Elena wegging van Eleanora, wandelde ze snel op haar af, greep ze haar arm vast zodra Chase niet meer in het vizier was, zachter dan normaal. ‘Hey,’ zei ze, haar stem vriendelijk houdend. ‘Waarom was je met Chase aan het praten?’ Verder ging het met haar wel goed, hoor. Niet dat Elena dát had gevraagd de afgelopen dagen. OOC: Privé met Gianna! <3
  2. [1838/1839] Won’t you teach me the rhythm

    Eleanora hapte haast gechoqueerd naar adem. Zou Henry dat doen? Zo ja, wat zou papa daarop zeggen? Hij zou haar toch niet van school afhalen… Of wel? Papa was een dreuzel, misschien wist hij niet zo goed hoe belangrijk Zweinstein wel niet was, en misschien zou hij Henry’s nonsens geloven boven haar waarheden. Ze had hier nooit eerder over moeten nadenken, had er ook nooit naar gevraagd, maar het was niet zo dat Henry geen enkele invloed had of zo. Wat een stom concept was. In Eleanora’s ideale wereld wist iedereen dat Henry zo nu en dan de bal missloeg. Nu ja. Vaak, eerder. Wat haar betrof dan. Voor de rest kon ze hem wel volgen, hoor. ‘Dat zou je nooit doen!’ snoof Eleanora, niet zo zeker van zichzelf. Maar toch. Niet, toch? Dat zou hij haar niet aandoen, toch? Toch? Toch?! Even kneep ze haar ogen dicht, alsof hij heel ver zat en ze niet zeker was of het wel echt Henry zat, maar na een moment bezinning besloot ze dat haar broer haar niet zodanig haatte dat hij haar ooit zulke verbanning zou aandoen. En als hij dat wel deed, zou ze hem nooit meer spreken. Hm. ‘En als je dat wel doet, spreek ik je nooit meer!’ Dat zou hem leren. Hoopte ze. ‘Zweinstein is geweldig voor me,’ hield ze koppig vol. ‘Jíj bent niet goed voor me!’
  3. [1837/1838] Baby can't you see, I'm falling

    Oh, nee, Eleanora werkte niet zo. Eleanora had pijn en vond zichzelf dan zielig en eiste dat iedereen medelijden met haar had en haar knuffelde tot ze eventueel besloot om de wereld terug aan te kunnen. Thuis, thuis had ze bezoek van elk familielid vereist, een zachte hand en een medelevende blik, en elke keer dat iemand haar kleinzerig of dramatisch had genoemd, had ze haar ziekteverlof verlengd om te bekomen van die bijkomende mentale pijn. Dat ritueel hield niet iedereen tegen om haar uit te maken voor een zielig figuur, echter. Wat een tragedie ook weer. Hoe pijnlijk het ook was, koppig stond ze op en ging ze naar Piaras met een bezorgde blik op haar gezicht. ‘Gaat het wel?’ vroeg ze, wat onderbroken werd door Piaras’ overgeefsel. ‘Oké, dus niet.’ Met een vies gezicht keek ze naar het residu van de val op de grond en zonder echt goed te weten wat ze nu moest doen (thuis was er personeel die dit soort dingen afhandelde, oké!) klopte ze maar een beetje op zijn rug. ‘Terug naar de ziekenboeg?’
  4. [1837/1838] Over the rainbow

    Kijk, kijk, kijk, het was weer goed! Opgelucht knikte ze heftig bij Elena’s uitroep en mompelde ze wat terug over hoeveel zíj wel niet van háár hield. Maar bovenal — Elena was niet meer boos op haar! Dat was het belangrijkste, de wereld was verschrikkelijk zolang Elena kwaad was, maar de zon begon wederom te schijnen nu Elena haar opnieuw graag zag. En toen stortte alles opnieuw in. ‘Sarah zei dat mijn haar op stro leek?’ stamelde ze. ‘Maar ik dacht altijd dat Sarah me wel mocht…’ De tranen sprongen haar in de ogen, lichtelijk theatraal, maar desondanks oprechter dan ze zich ooit eerder gevoeld had. ‘Sarah is zo nep!’ Ze haatte Sarah, haatte, haatte, haatte dat stom wijf. Ellie was een goede vriendin, verdomme, loyaal en lief, en dit verraad was er te veel aan. ‘Ik haat haar!’ Verdiende ze niet zovele malen beter? ‘Gelukkig ben jij er nog. Jij bent de beste persoon die ik al ooit heb leren kennen.’
  5. [1838/1839] The almosts

    Kon je echt alleen maar picknicken in de zomer? Ja, ja, het was een stuk kouder dan, maar hoefde dat echt de end all, be all te zijn? Eleanora voelde zich niet graag gebonden aan alledaagse zaken zoals seizoenen en wat ze al dan niet in die perioden mocht doen. Kom op, ze hadden magie! Alles kon! Haar liefste vader keek soms verwilderd naar alle wilde plannen, niet mogelijk in de dreuzelse wereld, gelukkig wel in de magische wereld (de mogelijkheden waren eindeloos! Dat besef alleen al had de sterren in Eleanora’s glanzende ogen geplaatst van kinds af aan, Henry overal naartoe volgend in de hoop dat hij nog eens iets moois zou doen met de magie die hij tentoongesteld had), maar Piaras zou dat niet doen. Piaras was zoals zij, in meer opzichten dan enkel het feit dat ze allebei magie bezaten. Uit hetzelfde hout gesneden, zoals dat genoemd werd. Ze vond het een interessant spreekwoord. Stelde zichzelf altijd als een Pinokkio voor. Al bij al was ze blij dat ze van vlees en bloed was — ze kon zich niet voorstellen dat ze er mooi zou uitzien in haar houten huid. ‘We kunnen het vast wel vinden!’ zei Ellie vol zelfvertrouwen. ‘De oudere leerlingen hebben er vast ook wel van gehoord en kunnen ons dan wel tips geven.’ Of hen ernaartoe brengen, dat kon ook, maar dat klonk toch net wat minder avontuurlijk. ‘Maar buiten picknicken in de winter… Zou dat niet bijzonder zijn?’ Zo mooi! Op de witte sneeuw, een tafereel uit oude sprookjesboeken, hij en zij, hen alleen, de wereld voor twee tieners en niemand anders. Was dat niet romantisch? Ze kon zich de frisse geur van het onder sneeuw bezaaide schoolterrein al inbeelden, als was het een verse herinnering in plaats van een verzonnen droombeeld. ‘Hoe moeilijk kan het zijn! Er zijn vast spreuken om ons warm te houden.’ Ze giechelde. ‘Ik ken ze gewoon niet.’ Tja. Maar dat was niet erg, toch? Alles weten was geen vereiste om een goed persoon te zijn! ‘Sleeën! En sneeuwballengevechten.’ Voor iets anders had ze veel te veel energie. ‘En daarna warme chocolademelk met heel, heel veel slagroom. Zo’n hele berg!’ Wat was mate? De mens was de maat van alle dingen en daarmee ook van hoeveel slagroom redelijk was. ‘En jij?’
  6. Gaf Elena eigenlijk wel om haar? Ze was overstuur, zo duidelijk als maar kon zijn (Eleanora kon niet doen alsof, kon geen emoties verbergen, was een open boek, zou dat ook altijd zijn – Eleanora was gemaakt van transparante bladeren volgeschreven met allerlei botte woorden met de harde kaft lang geleden al eraf gescheurd, ondanks alle pogingen van haar familie om haar nog enig pantser mee te geven) en het enige wat Elena wilde doen, was verder gaan met die Chase van d’r? Ugh. ‘Wat er erg aan is?’ sputterde ze gefrustreerd. ‘Ík heb geen geheimen voor jou!’ Het was gewoon niet éérlijk, verdomme, Elena wist alles over haar en Eleanora wist niets. Waarom liet Elena haar niet toe om haar hartsvriendin te zijn, net zoals Eleanora dat Elena toeliet? ‘Best,’ snauwde ze haar toe, waarna ze boos rechtsomkeert maakte, nu alweer klaar om bij iemand haar hartje te gaan luchten, te huilen en te blèren tot ze vergat waarom. Achter haar keek Chase haar niet onder de indruk na, waarna hij Elena losliet, gemoedelijk, en haar een bedenkelijke blik toewierp. ‘Leuke vriendin heb jij.’
  7. [1838/1839] Won’t you teach me the rhythm

    Nee, dat was zowat het tegenovergestelde van wat Eleanora had willen horen en dus sloeg ze ontevreden haar armen over elkaar, haar absoluut vreselijke broer boos aankijkend. Moest dit? Moest hij echt zo moeilijk gaan doen, gaan bepalen dat híj dit soort dingen mocht uitmaken? Hij was verloofd met iemand die echt niet zoveel ouder was dan zij! Maar oh, ja, dat was vast heel anders. Ugh. Ze zou debuteren dit jaar, maar dat maakte vast geen zier uit voor Henry, hè? Nee, kijk, ze was dol op haar broer, echt, maar hij kon zo verdomde frustrerend zijn. Eleanora wilde zich gewoon geliefd voelen! Gewild! Ze zag dat haar vriendinnen dat allemaal in hun schoot geworpen kregen, waarom mocht zij dat ook niet willen? Waarom was zij zo anders? ‘Nee!’ Natuurlijk niet, natuurlijk niet, natuurlijk niet. ‘Waarom zou ik dat willen horen?! Ik ben er heus wel klaar voor! Ik ben bijna vijftien!’ Was dat niet oud genoeg? Ze was praktisch volwassen! Er waren mensen op Zweinstein die op vijftien getrouwd waren! Ze snapte het nooit zo goed, kon zich niet voorstellen dat ze nu al zou trouwen, maar verdomme, een huwelijk was niet hetgeen waar ze naar vroeg. Ze wilde gewoon een vriendje. En als Henry dat niet wilde… tja, zijn probleem. ‘Jij weet gewoon niet waar je over praat!’ Als hij niet uitgehuwelijkt was, had hij vast nooit met Maia durven praten. Puh.
  8. [1837/1838] Baby can't you see, I'm falling

    Wat er met Eleanora gebeurde, was zo’n geval dat ze later zelf eigenlijk niet wilde horen. Grotendeels was dat omdat ze nu eenmaal een lafaard was wat dat betrof — wat haar ook nooit tegenhield om alles te doen, dus dat was ook weer zo’n interessante combinatie — en ze dit soort pijnlijke verhalen gewoon niet wilde wéten. Straks bleef het nog in haar hersenen steken en werd ze te bang om door gangen en van trappen af te sjezen omwille van de gevolgen en dat zou toch echt te ver gaan. Aanvankelijk gaf ze een uitgelaten gil die sneller dan gehoopt verviel in een angstkreet toen ze de zachte ondergrond van het bed niet meer onder zich voelde omdat ze tegen de muur werd gesmeten. Ze merkte vaagjes op dat het bed haar wederom vergezelde tegen de tijd dat ze de hardere ondergrond van de vloer zag en het bloed uit haar neus op haar (nieuwe!) jurk zag druppen. ‘Dit doen we nooit meer…’ piepte ze klagerig. ‘Ik heb pijn.’ Hij vast ook, maar… toch.
  9. [1837/1838] Take a shot of truth

    ‘Henry is stom, hij doet dat echt niet,’ zei Eleanora direct, want kom op, het was Henry! Henry wilde niet eens dat Eleanora een vriendje had. Of naar leuke feestjes ging. Of in kleermakerszit zat. Of überhaupt dingen deed waar ze enig amusement uit kon halen, want dat was vast allemaal verkeerd en zou op de een of andere manier haar wel dom maken. Henry vond altijd dat Eleanora domme dingen deed, zich dom gedroeg of in het algemeen simpelweg dom was. Wat natuurlijk een domme houding was en dus, dus, dus hield dat in dat Henry een stomme broer was die hen nooit zou helpen. ‘Heb jij oudere vrienden of zo?’ Vast wel. Elena leek iedereen te kennen. ‘Een paar galjoenen?’ herhaalde ze nadenkend. Eleanora kende de waarde van geld niet, eerlijk gezegd, dus wat zou het? Ja, het klonk als veel geld, maar ten eerste was het geld dat ze had, haar zakgeld was nu niet meteen sterk beperkt, en ten tweede was dit het heus wel waard! Die feestjes zouden superleuk worden! Én het was met Elena, dus zelfs als het mislukte (wat het niet zou doen, duh), dan zou het alsnog wel iets worden waar ze later alleen nog maar met een glimlach aan zou terugdenken. Ha. ‘Dat moet lukken, niet? Dat krijg ik wel bij elkaar.’ Dank u, papa. ‘Maar ik ben echt nog nooit op de Verdonkeremaansteeg geweest… Is het daar niet eng?’ Voor het effect huiverde ze een beetje.
  10. [1838/1839] The almosts

    ‘Geelgroen?’ herhaalde Eleanora, ergens verbaasd. ‘Ik ken niemand anders van wie dat de lievelingskleur is!’ Oh, was haar vriendje niet bijzonder? Zo uniek? Nu ja, Eleanora was sowieso stiekem gefascineerd door alles wat hij deed, al was het maar omdat hij haar vriendje was en het zo verwonderlijk was dat er eindelijk iemand op die manier naar haar wilde kijken, nadat ze al die tijd met afgunst naar al haar vriendinnen had zitten loeren, zich afvragend wat er nu mis was met háár, maar kijk, al die zorgen waren voor niets geweest, dus haar verbazing was niet zo… verbazingwekkend. Zeg maar. ‘Is er echt zo’n kamer?’ Hoezo had zij die nog niet gevonden! Goed, goed, Ellie was niet de meest avontuurlijke persoon ter wereld, in alle eerlijkheid – zo veel van Zweinstein had ze nog niet ontdekt. Ze volgde haar vriendinnen overal heen, maar ze sleurde enkel en alleen anderen mee op de reeds betreden paden. Was dat laf? Ze wist het niet. Het maakte haar evenmin veel uit, eigenlijk. ‘Ben je er ooit geweest?’ Piaras enigszins haar richting op trekkend ging ze de kant op van een bankje, in de zon geplaatst, waar ze snel op ging zitten. ‘Is het eigenlijk wel leuk om binnen te picknicken? Dat moet buiten, vind ik.’
  11. Eleanora staarde naar Elena. Haar hartsvriendin. De persoon die ze alles, alles, alles vertelde. Ja, zelfs Eleanora had zaken die ze niet aan jan en alleman vertelde, maar ze had ze wel altijd aan Elena verteld, haast alsof er geen andere mogelijkheid was. Elena wist zo goed als alles over haar, en stiekem had ze dat altijd juist leuk gevonden, dat idee dat er iemand op de wereld was met wie ze zo goed overweg kon dat ze elk aspect van haar leven met haar wilde delen, hetzij niet romantisch, zoals dat soms geïnterpreteerd werd. Ze was geen gesloten iemand, had geen tekort aan vrienden, maar ze had altijd gedacht dat de band tussen Elena en haar iets speciaals was. Maar Elena vond duidelijk van niet. Want blijkbaar was dit niet eens de eerste keer. Blijkbaar deed ze dit al een hele tijd en had ze het gewoon nooit de moeite gevonden om dat haar te vertellen. En dan mocht ze niet boos zijn? ‘Oh, het is NIET DE EERSTE KEER DAT JE DIT DOET?’ herhaalde ze schril. ‘En dat vond je niet de moeite om te zeggen?’ Nee, nee, nee, overduidelijk niet, maar hoor eens, daar konden ze het nu echt niet over hebben, want Elena had geen kleren aan. Boehoe. Dan had ze die maar moeten aanhouden. Ze greep een kleed op de vloer vast en gooide het ding richting Elena en sloeg haar armen over elkaar. ‘Hoeveel geheimen héb jij?’ Chase slaakte een klagerige zucht. ‘Hoe duidelijk moet de hint zijn dat je weg moet?’ ‘Houd je erbuiten!’ Hij fronste.
  12. [1838/1839] The almosts

    Ach, Eleanora dacht nooit zoveel over de dingen na, niet over hoe ze iemands hand moest vasthouden, niet over dat dit de eerste keer was, nah, alleen maar dat ze Verliefd was, zo verliefd, en daarmee kon ze al de rest invullen. Hoe ze handjes moesten vasthouden (vingers verstrengeld, wat Eleanora dan ook snel bewerkstelligde), waar ze over moesten praten, hoe vrolijk ze uit de ogen dienden te kijken… Het voelde als een sprookje en dat zou het ook zijn — met de prinses en de ridder en de draken van broers die haar niet steunden. Stomme Henry. Maar Piaras maakte het allemaal goed! ‘Hmmmm…’ Wat haar lievelingskleur was, was heel belangrijk om goed op te antwoorden. Piaras zou dat namelijk ongetwijfeld onthouden en haar allerlei bloemen geven in die kleur (TOCH), dus ze wilde er goed over nadenken in de mate dat ze dat wel moest doen hier, want het moest natuurlijk wel spontaan en oprecht blijven. ‘Roze, denk ik! Of nee, paars. Of oranje, dat is zo vrolijk… Of zou het geel moeten zijn? Omdat dat mijn afdelingskleur is? Ik ken niemand wiens lievelingskleur geel is!’ Wat een mysterie ook weer. ‘Wat is die van jou? Geel toevallig?’ Haar snoet stak ze parmantig in de zon, alle opmerkingen over dat ze bleekjes blijven moest negerend. ‘Ik hoop dat het zo warm blijft,’ zei ze dromerig, ‘dan zouden we kunnen picknicken!’ Heel romantisch.
  13. [1837/1838] Over the rainbow

    Ellie had Elena’s jurk niet willen kapotscheuren, ze had haar niet willen teleurstellen en toen Elena mee begon te huilen, traande ze alleen maar heftiger. Ze wilde Elena niet aan het huilen maken! Ze wilde niet dat Elena ook maar op enig moment verdrietig was, want Elena was een zon zonder dat ze het zelf volledig wist, een stralende ster die de kamer betreden moest om het te doen oplichten. De wereld bestond niet zonder haar, niet echt, niet zoals het bestaan moest, met één lachje van haar glanzende lippen kon ze het leven scheppen in een atmosfeer, het geluk in de homosfeer van Eleanora’s bestaan. ‘Niet huilen!’ zei ze paniekerig, hen allebei naar de grond halend. De wereld bovenaan was te complex om nu mee om te gaan. Onelegant duwde ze haar eigen traantjes weg, de jurk inspecterend alsof ze er iets van kende, alsof haar eigen toverstok niet allang kapot was. ‘We zullen gaan shoppen, oké? Je krijgt tien kleedjes van mij!’ Of meer, wat dan ook, het was niet alsof Ellies vader goed was in nee zeggen tegen haar eisen omtrent zakgeld en het was al helemaal niet zo dat hij ooit nee zou zeggen tegen haar behoeftes de mensen rondom haar te helpen. Dat paste bij een dame, niet? En ja, ja, Elena hoefde niet zo dringend geholpen te worden als de reguliere armen, maar wat maakte het uit? Ze wilde haar fout rechtzetten. ‘Is het leven dan minder vreselijk?’ Alsjeblieft? Ze wilde niet dat Elena haar leven leiden verschrikkelijk vond omwille van háár!
  14. ‘Ja, en?’ vroeg Chase geërgerd. Ja, oké, dat was haar vriendin, maar zíj waren zonet bezig geweest en die vervelende tater daar was hen aan het storen, hoezo was dat plots geen factor meer! Met een boze blik op Eleanora ving hij de broek op en schoot hij er snel in, Elena kort loslatend, maar meteen greep hij haar terug vast aan haar bovenarm. ‘Ze beschuldigt je daar allemaal van en dan ben ík niet aardig genoeg?!’ Hallo! Hij noemde meisjes alleen maar sletten als hij met ze klaar was. Pfft. En dan zeurde Elena over hoe onaardig hij wel niet was. Echt, meisjes. Hoewel. Jaloezie? Kom maar door, hoor. Hij wierp een schattende blik op Eleanora Paget, terwijl hij Elena enigszins hardhandig bij zich trok en zijn arm om haar middel liet glijden. Goed, goed, aan haar blik te zien was er niets aan, maar dat boeide niet zozeer. ‘Jaloers?! Doe normaal,’ snauwde Eleanora. Waarom snápte Elena het niet! Het ging haar niet over Chase Bennett die toch echt onuitstaanbaar was (kijk, Henry, Adam was veel beter!), het ging haar niet over seks (ja, best, Ellie was jaloers op Elena in de zin dat Elena populairder was bij jongens, ze was knapper en meer begeerd en dat wist iedereen, maar ze was niet jaloers híérop), het ging haar over Elena’s neiging dit soort dingen voor haar te verzwijgen en dat normaal te vinden. Of zo. Was dat dan echt zo slecht van haar? ‘Moet ik dit echt uitleggen?’ Ze wilde het niet uitleggen, ze wilde het niet uitleggen, niet met Chase in de buurt, niet terwijl Elena daar nog altijd naakt stond. ‘Je snapt zelf toch wel dat hier niets goeds van komt!’ Of dat was haar altijd verteld, en waarom zou ze daaraan twijfelen? Je moet dit soort dingen alleen maar doen met iemand die van je hield. Dus. ‘Ik ben alleen maar ongerust over je!’ Zoiets.
  15. [1838/1839] Won’t you teach me the rhythm

    Henry volgde precies echt niet. Zíj wilde dat Adam haar kende en Adam was zonder twijfel de liefde van haar leven (bewijs: Ellie vond dat hij dat was en dus was het universum het daarmee eens, duh) en de enige die niet wilde dat ze gelukkig was, was haar stomme broer Henry, die dringend aardiger moest worden en aan zijn koppelvaardigheden moest werken. Serieus, als hij luidkeels verkondigde dat Adam haar vooral niet hoefde te kennen als hij in de buurt was, zou er inderdaad niets van komen, nee. Wat een gedoe. ‘Als iemand na één gesprek over meisjes niet meer met je wil praten, heb je gewoon slechte vrienden,’ kaatste Ellie wijs terug. Kom op, zo liet je je toch niet behandelen? Gelukkig liet Ellie zichzelf in elk geval niet zo behandelen en dus sloeg ze ontevreden haar armen over elkaar toen Henry dacht dat hij al die dingen voor haar kon bepalen. In haar achterhoofd maakte ze een vluchtige notitie dat ze haar vader een boze brief moest sturen over hoe Henry tegenwoordig tegen haar deed. Ze was oud genoeg om zelf te beslissen of ze iemands vriendinnetje wilde zijn! Komende december zou ze debuteren! Henry moest gewoon niet zo zeuren. ‘Oh, mag ik geen vriendje?’ snauwde ze naar hem. ‘Van wie? Jou? Jij hebt daar helemaal niets over te zeggen!’ Ellie was al praktisch volwassen! Pfft. ‘Ik vroeg je om advies, niet om een preek,’ herinnerde ze hem eraan. ‘Doe niet zo stom.’
×